NederlandsEnglish
Verslag 2013
Vrijdag 19 juli, zaterdag 20 juli

We mogen weer! Na maandenlang aftellen gaan we weer naar ons geliefde Lombok.
Zoals gewoonlijk vertrekken we rond half 7 in de ochtend vanuit Blitterswijck.
Niet met zijn viertjes…Tom is nog druk met de jaarlijkse klus/verbouwweek in de soos in Arnhem en komt een paar dagen later.
We hebben dus plek zat in de auto. Niet dat we daardoor meer mee kunnen nemen, we moeten ons toch weer aan het maximale toegestane gewicht houden. En dat is deze keer vrij goed gelukt. Alles wat we klaar hadden liggen, paste gisteren ook daadwerkelijk in de tassen. Het scheelt dat al een groot deel van de duikspullen in Lombok ligt.
Met slechts een paar kilootjes overgewicht (doet Singapore Air niet moeilijk over, hopen we) gaan we op pad.
Na een vlotte autoreis komen we aan op Schiphol.
Daar worden we al opgewacht door onze medereizigers, Jeanne en Bonnie.
Zij gaan met ons mee en waren een klein kwartiertje eerder al aangekomen. Bonnie is een ex-klasgenootje van Anique, Jeanne is haar moeder. Sinds een paar maanden sponsoren ze Puput, een meisje uit Ampenan. Ze zijn erg enthousiast, en vooral Jeanne heeft de laatste weken fanatiek samen met mij afgeteld. Elke ochtend kreeg ik een mooie tropische foto met het aantal dagen 'tot we gaan' via facebook toegestuurd. We zijn er nog niet uit wie het meeste zin heeft om te gaan, we houden het maar op ‘evenveel’.

Op Schiphol rollen we snel door de incheckbalies (2x21,5 en 1x 20 kilo, en handbagage (gelukkig) niet gewogen) en de douane (al hield het een beetje op bij de automatische douaniers, de levende mannen doen het toch vlotter dan de machines).
Dan spurten we naar gate nummer ….(ben het nummer kwijt) waar vriendin Jenny met haar gezin in gaat checken voor een vakantie naar een andere kant van de wereld. Als we er aan komen, zien we ze nog net door de laatste controle gaan. Helaas te laat om ze nog even te spreken, maar gebarend en liplezend kunnen we ze nog snel een goede reis en fijne vakantie wensen.
Dan zijn we wel toe aan een kop koffie. Daarna nog even shoppen, dan op naar onze gate.
We vertrekken mooi op tijd. De vlucht is lang, maar hoe vaker ik vlieg, hoe vlotter het lijkt te gaan. En tussen Peter en Jeanne in, verveel ik me niet, genoeg te kletsen! Om kwart over 5 landen we in Singapore. Daar wacht ons weer het grote ruim opgezette vliegveld met de geweldig mooie vloerbedekking. Het is zo'n mooi vliegveld, maar de kleuren en motieven in de vloerbedekking zijn nogal saai.
We drinken een kop koffie om wakker te worden en frissen ons een beetje op.

Een uurtje later lopen we naar het metrostation.
Daar is het even stoeien met de kaartjesautomaten. Ze werken niet snel, er staat een ellenlange rij mensen te wachten en als we aan de beurt zijn, blijkt dat de automaten geen wisselgeld geven en niet alle briefjes accepteren. Dus weer uit de rij, eerst geld wisselen bij de informatie-balie (waar ze geen kaartjes verkopen!). Dan weer in de rij en wachten. Na een tijd hebben we dan alle kaartjes en kunnen we op pad.
We hebben een programma gemaakt om in een paar uur wat leuks van Singapore te zien, eigenlijk al wetende dat het teveel is. Zelf hebben we in de afgelopen jaren al veel gedaan en gezien, maar één ding nog niet, daar gaan we eerst naar toe.
De parktuinen Gardens by the Bay, bij het mooie Marina Bay Sands hotel.
Het metrostation op zich is al een kunstwerkje, heel ruim opgezet.



Als we buiten komen, krijgen we de standaard hitte-klap. Wat is het hier benauwd!
We lopen (of is het sjokken…) naar het park, ondertussen druk foto’s makend van het typische hotel bestaande uit 3 flatgebouwen met een ‘betonnen boot’ er boven op.
Het park is nog erg nieuw, maar ondanks dat is het prachtig. De planten en bloemen zullen in dit klimaat ook niet veel tijd nodig hebben om te groeien. De hele opzet is mooi, zoiets als de Floriade maar dan héél veel mooier. Ik denk dat je hier wel een paar dagen of langer rond kunt kijken, zeker als je geïnteresseerd bent in planten en bomen. Maar ook als je dat niet bent, is het hier heerlijk wandelen. In elk geval is het een leuk uitje voor Tom die over een paar dagen in zijn eentje de wachttijd tussen de vluchten door moet komen. Hij kan zich hier best wel een halve dag vermaken met bekijken van al het moois, denken we zo. We hebben nu maar een heel klein stukje bekeken. Naast het park dat de hele dag gratis toegankelijk is, heb je ook nog binnengedeeltes en een pad op grote hoogte die later in de ochtend open gaan.
Tja, het voelt voor ons niet zo, maar het is nog belachelijk vroeg als we hier lopen. De meeste bezoekers zullen pas over een paar uurtjes komen.
Omdat we nog meer van Singapore willen zien, blijven we niet te lang.




Via Marina Bay Sands hotel, waar we een sapje drinken en de super-de-luxe toiletten bezoeken, lopen we
naar de baai. Daar volgen nog een paar fotosessies. Tegen die tijd begint de vermoeidheid toe te slaan, heeft vast te maken met slaapgebrek, tijdsverschil en de hitte.
We lopen via de hindoe-tempel naar Chinatown. Daar eten we een hapje, waarna we weer de metro opzoeken. Het blijft zonde dat de gezelligheid in Singapore altijd pas laat op de ochtend op gang komt. Dan zijn we al uitgeblust en moeten we weer naar het vliegveld. Nu denk ik elke keer als ik in Singapore ben dat we eigenlijk beter op het vliegveld hadden kunnen blijven, minder vermoeiend… Maar dan is het wachten op de vervolgvlucht naar Lombok ook wel erg lang. Het uitstapje naar Singapore breekt de tijd een beetje. Maar de charme die de uurtjes Singapore een paar jaren geleden hadden, heeft het voor mij niet meer.       


Als we op het vliegveld aankomen, nemen we een frisse douche en drinken we nog wat.
Dan kunnen we naar de gate voor de vlucht naar Lombok.
Mooi op tijd vertrekken we, en we zitten al uit te rekenen over hoeveel uur we bij Pak Umpuk aan de thee zitten. Dan krijgen we, na een half uur vliegen, een mededeling van de piloot.
Niet de standaard update met vluchtgegevens…'Excuses, maar het vliegtuig gaat keren, we gaan terug naar Singapore in verband met een technische storing.'
Oeps, daar zaten we niet op te wachten. Verdere informatie komt er niet, maar we merken inderdaad dat we een bocht maken en terug gaan. Als we Singapore na een tijd weer zien liggen, blijven we nog een hele tijd rondjes vliegen boven zee. Brandstof lozen om niet met een te volle tank te landen, of gewoon avondspits op het vliegveld? Het blijft gissen.
Net voor we gaan landen krijgen we de mededeling dat we later met een ander toestel naar Lombok vliegen. Hoeveel later weten we niet, zal nog wel niemand weten.
Als we gaan landen, zien we langs de hele baan brandweerauto’s met zwaailichten klaar staan. Sommigen rijden, zodra we geland zijn, met het toestel mee. Zal wel een standaard procedure zijn, maar voor mensen met vliegangst lijkt het me geen prettige landing, zeker niet als ze zo weer verder moeten. Maar alles gaat goed en even later gaan de deuren open. 

Peter probeert zo snel mogelijk contact op te nemen met Trac autoverhuur. Zij staan ons zo op te wachten op Lombok. Maar het telefoonverkeer loopt moeilijk, via een mailtje lukt het misschien, het is te hopen dat ze dat op tijd zien.
Ik stuur Pak Umpuk een sms dat we later zijn, anders gaat hij zich straks vreselijke zorgen maken.
Tja, goed bedoeld van mij, maar die zorgen maakt hij zich naar aanleiding van dat mailtje ook, horen we later op de avond.
Als we weer uit het toestel zijn, worden de passagiers bij elkaar gehouden. Al vrij snel krijgt iedereen een brief met verdere uitleg. Blijkbaar zijn we teruggekeerd omdat er een controlelampje van de motortemperatuur ging branden. Er is een motor te heet geworden, of een controlelampje is ten onrechte gaan branden, neem ik aan.  
Hoe dan ook, daar zullen de technische mensen zich straks wel over ontfermen.
Blijkbaar is het zaak ons zo snel mogelijk weer in een ander toestel te krijgen. Er wordt gezegd als we niet voor 18.30 in de lucht zitten, het dan heel laat gaat worden, in verband met de vliegveldplanning.
Tempo dus, denken we, maar dat lukt niet echt. Er volgt een gegoochel (en gepruts) als iedereen naar een andere gate moet, opnieuw door de controle moet en sommige mensen een nieuwe instapkaart krijgen omdat ze de oude niet meer hebben. Gevolg is dat Anique en Bonnie, die hun oude instapkaart wel netjes bij zich hebben, ineens helemaal achter in het toestel worden geplaatst, terwijl even later blijkt dat de stoelen achter ons, bijna voorin het toestel, waar ze zouden zitten, helemaal vrij blijven. Irritant, onbegrijpelijk, maar ja.
Rond half 7 stijgen we dan de 2e keer op vanaf Singapore.
Iets na 9 uur in de avond landen we eindelijk op Lombok. Peter heeft alle paspoorten verzameld en sprint naar de balie om de visumstickers te kopen, het kan enorm vele tijd besparen als je vooraan in de rij staat. Tegen dat hij daar klaar mee is, zijn wij er ook en kunnen we naar de volgende balie om de visa verder te regelen. Achter ons staat dan al een heel lange rij. Maar helaas staan we vervolgens nog heel lang te wachten op onze tassen. De bagageafhandeling in Lombok wordt er niet sneller op. Op Selaparang, het oude vliegveld in Ampenan, kwam de bagage altijd in sneltreinvaart. We hebben op de douaneformulieren ingevuld dat we niks hebben aan te geven en kunnen daar doorlopen. Dan belanden we in de drukte van chauffeurs, afhalers, hotelmedewerkers en reisagentjes.

Gelukkig hebben we snel de chauffeur van Trac gevonden. Hij vond het niet erg om te wachten. Het is weer Bulan Puasa, vastenmaand in Lombok en nu had hij rond kwart over 6 tijd om rustig met vrienden te eten bij het vliegveld. Gelukkig!
Inmiddels hebben we Pak Umpuk via sms ook gerust gesteld dat we niet ergens in zee drijven of zo. Hij schrijft direct terug, toen hij een paar uur geleden in mijn sms las dat we weer terug in Singapore waren, was hij bang dat we niet meer naar Lombok zouden komen.
Onze chauffeur komt met de auto en als we allemaal een plekje hebben gevonden gaan we op pad. Eerst naar het kantoor van Trac, dat nog steeds bij het oude vliegveld in Ampenan zit. Daar handelen we de financiële zaken af, dan mag Peter weer achter het stuur kruipen en de Lombokse wegen onveilig gaan maken. Als we het Trac-terrein af willen rijden, komt de Security man aanrennen. Zijn we iets vergeten? Peter draait het raampje open. De jongeman vraagt beleefd of dit keluarga Pak Peter (de familie van meneer Peter) is. Ja, (bijna) helemaal. Dan vraagt hij beleefd of dochter Anique achterin zit en of hij haar alstublieft even mag begroeten.
Haha, hebben we iets gemist? Als we een beetje verbaasd kijken en lachen, verduidelijkt hij dat hij haar via Facebook kent. 
Als hij haar via het voorraampje een verlegen hand heeft gegeven, is hij weer helemaal blij en mogen kunnen we echt vertrekken. Ja, Facebook maakt de wereld een stuk kleiner (en natuurlijk zijn wij ook wereldberoemd op Lombok)!

Een kwartiertje later komen we uitgeput aan in Pondok Perasi en gaan we naar het huis van Pak Umpuk. Daar worden we opgewacht met een glas jus semangka, echt vers watermeloensap. Pak Umpuk had al verteld dat hij voor zijn vrouw, Ibu Misroh, een blender had gekocht zodat ze voor ons echt watermeloensap kon maken (omdat dat mijn favoriete drankje is). Even later zitten we te genieten. Maar het blijft niet bij een sapje. Er komt ook nog een soepje. Iets heel nieuws, een soort zoete linzensoep. Erg lekker, maar heel erg machtig. Intussen wordt er druk gepraat. Na zoveel maanden hebben we weer wat bij te kletsen.
Als we, terwijl we bij Pak Umpuk en Ibu Misroh zitten, weer even de paspoorten en papieren ordenen, ontdekt Peter dat zijn creditcard niet meer in het goede vakje zit. Zoeken zoeken zoeken, hij heeft hem net bij Trac nog gehad. Misschien zit het in mijn tas bij de autopapieren of zo. Nadat we alle tassen, portemonnees en portefeuilles 3 keer op de kop hebben gezet, besluiten hij om de man van Trac maar te bellen, de enige optie is dat hij daar nog ligt.
De man zegt dat hij al thuis is, en gaat morgen direct kijken op kantoor. Ook hij kan zich niet herinneren of hij het pasje heeft teruggegeven.
Even later belt hij terug. Het zat hem niet lekker, hij is teruggereden naar Trac en trof het pasje aan in de betaalautomaat. Het is veilig opgeborgen en we kunnen het morgen weer ophalen. Service van de zaak! We zijn blij dat we de auto op een betrouwbare en bekende plek huren.
Terwijl we hier zo zitten, omringd door bekenden, heb ik wel een beetje te doen met Bonnie en Jeanne, zo’n aankomst op Lombok is wel erg overdonderend. Ik kan me nog goed herinneren dat we de eerste keer in Indonesië een paar keer moesten slikken. De hitte, de drukte overal, het verkeer, de chaos. Voor hun komt er nu ook nog direct een lokaal bezoekje bij, het is toch anders dan bij mensen in Nederland op de koffie gaan.
Maar ze houden zich prima! Alleen Bonnie kijkt een beetje benauwd bij de hoeveelheid eten die wordt voorgeschoteld en bij de gedachte aan alle beestjes die hier wel eens konden rondkruipen.
We vinden het reuzegezellig om weer hier te zijn, om iedereen weer te zien, maar we maken het niet te laat. De komende weken komen we vast nog wel eens terug.
We moeten nog naar het hotel, kijken of daar nog iemand is die ons een paar kamersleutels kan geven. In de tussentijd heb ik wel een berichtje naar Dedi gestuurd dat we later zijn, maar we zijn zelf ook wel aan een beetje rust toe.
De weg naar Kampung Loco is bekend en even later rijden we het pad naar de kampung in. Ons hotel, Bumi Aditya, ziet er elke keer mooier en professioneler uit. Helaas wordt het naar mijn idee niet beter…
De eetzaal is klaar, het zwembad zit vol water, de nieuwe kamers, waar Bonnie en Jeanne logeren, zien er pico bello uit. Wij zitten zoals gewoonlijk weer in de goedkoopste, eenvoudige kamers. Inmiddels zijn ze een beetje gepimpt. Er is warm water, ze zijn een stuk schoner dan in de beginjaren dat we hier kwamen, maar ik mis steeds meer de gezellige ongedwongen sfeer van een paar jaar geleden, toen Pak Made met zijn gezin hier de boel runde. We drinken nog een kopje koffie bij de receptie/eetzaal en zoeken dan ons bed op. Morgen gaan we verder op verkenning. Ik kan niet wachten…

Nog een paar mooie foto's die Tom een paar dagen later in Gardens by the Bay en in Marina Bay Sands Hotel in Singapore heeft gemaakt








 
Zondag 21 juli

Na een nachtje slapen is het weer heerlijk wakker worden hier! Uiteraard zijn we vannacht ook al eens wakker geweest. In de ramadanmaand is het hier, zo dicht bij de moskee, vanaf een uur of 3 ’s ochtends niet heel stil. Dan wordt iedereen wakker gemaakt voor de eerste gebeden en voor het ontbijt, dat voor een uur of 5 op moet zijn. Dan volgt voor de moslims een (lange) dag van vasten; niet eten en niet drinken, tot kwart over 6 in de avond.
Gelukkig hoeven wij er niet aan mee te doen. Wij gaan in de ochtend eens kijken wat we voor een ontbijt kunnen krijgen.
Er is nogal wat veranderd bij Bumi Aditya. We mogen kiezen uit een lange lijst; nasi goreng, (bananen)pannenkoek,  toast met jam, omelet, spiegelei, tosti of wentelteefjes. Daarbij wordt koffie of thee geserveerd. We geven de bestelling door bij de receptie en zoeken een vrij tafeltje.
Als het hotel vol zit, voorzie ik wel wat problemen. Veel tafeltjes zijn er niet, veel personeel waarschijnlijk ook niet, want de meeste tafeltjes waar niemand zit staan vol borden en kopjes.  
Als we een plekje hebben gevonden, wordt het afwachten. Och, maakt niet uit, we hebben genoeg te kletsen. Rondkijken lukt helaas niet zo goed als voorheen. Vorig jaar keken we vanaf de ontbijttafels zo op het weggetje dat de kampung in loopt. Daar was altijd wel wat leuks te zien. Nu is de hele receptie/eetzaal dichtgemetseld (zoals men zegt om het moskeegeluid tegen te houden…). Je kunt alleen nog over het hotelterrein richting zwembad kijken. Je ziet dan een prachttuin, maar zicht op het echte Lombokse dorpsleven missen we wel.
De keuken van Bumi Aditya is flink opgeknapt, ofwel helemaal vernieuwd. In maart hebben we hier nog in een donker smerig hok staan koken, nu is er een nette, iets ruimere en veel beter ingerichte keuken voor in de plaats gekomen.    
Helaas wil dat niet zeggen dat het ook sneller gaat. Maar na een hele tijd krijgen we dan onze thee. Daarna komen ook langzaam de borden met eten naar buiten. Zo te zien werken er verschillende stagiaires; extreem verlegen meisjes in schooluniform, die zo te zien niet echt weten wat ze hier doen.
De laatste borden worden gebracht door een bekend gezicht! Dani, de vrouw die hier jaren geleden een tijd heeft gewerkt en er afgelopen maart ook was. Een schat van een vrouw, die het helaas niet al te best heeft getroffen in haar gezinsleven. Haar man is, heel vriendelijk uitgedrukt, een opvliegend persoon. Eerlijk gezegd ben ik blij en opgelucht dat we haar hier gezond en wel weer aantreffen. We kletsen even bij en gaan dan eten, voor alles koud wordt.
Na het ontbijt ruimen we snel onze kamers een beetje in. Gelukkig hebben we gisteravond bij Pak Umpuk al wat van onze eigen spullen, die we bij hem gestald hadden, mee kunnen nemen.
Zo kunnen we onze kamer weer een beetje praktisch inrichten, met wat opbergmandjes, kleerhaken, waslijntje etcetera. In gedachten maken we een lijstje met spullen die we nog missen, die proberen we in de loop van de dag nog wel te halen.
Terwijl Jeanne en Bonnie nog bezig zijn in hun kamers, lopen wij alvast de kampung in. Even langs bij Boung en Sareah. Daar worden we welkom geheten op de berugak. Gezellig. Ik zie Sareah weer dubben. Ze is zo gewend om alle gasten van allerlei lekkers te voorzien, maar dat is nu lastig, het is vastenmaand. Wat de officiële regels zijn (en of die er überhaupt zijn) weet ik niet, maar hier krijgen we nooit spontaan iets te drinken overdag tijdens de ramadanmaand. Sareah biedt het wel schoorvoetend aan, maar we zeggen al in koor, ’nee dank je het is bulan Puasa’. Heel opgelucht zegt ze dat ze blij is dat we daar begrip voor hebben.
Ze zou uiteraard iets voor ons kunnen pakken, zonder zelf mee te drinken, maar misschien vindt ze het vervelend ten opzichte van de rest van de inwoners dat we dan buiten bij haar zitten te drinken. In Ampenan wordt wel altijd eten en drinken voor ons gemaakt tijdens de ramadanmaand, maar het valt me op dat dat dan wel altijd binnen wordt geserveerd. Buiten zitten we alleen maar als het geen ramadan is.   
Als Jeanne en Bonnie even later aankomen, en Sareah vraagt wat ze willen drinken, krijgt Jeanne zonder problemen een glas water. Natuurlijk, gastvrijheid gaat hier boven alles.
Zoals gewoonlijk is het weer een gezellige boel. De moeder van Daan komt ons verwelkomen samen met kleine Zahra. Ook Nurul en haar moeder komen even buurten.
De oudste dochters van  Boung en Sareah zijn er ook. Ani met haar man Wawan en hun dochtertje en Nur met een flink zwanger buikje. Maar wat ziet ze er zelf mager uit. Met nog een maand of 2 te gaan voor de baby komt, mag ze wel een beetje meer eten, denk ik. Als ik vraag of ze nog steeds zoveel last van misselijkheid heeft, zegt ze dat dat niet zo is. Heel trots vertelt ze dat ze wel fanatiek meedoet aan het vasten. Och jee, lijkt me niet zo’n goed idee, als je zwanger en broodmager bent. Maar het schijnt gebruikelijk te zijn om tijdens de zwangerschap mee te vasten zolang je het vol kunt houden.    
Tegen 11 uur nemen we afscheid en gaan we naar Mataram. We willen even naar het winkelcentrum, Mataram Mall, om wat inkopen te doen. Terwijl we onderweg zijn, kunnen we even genieten van Lombok bij daglicht. Wat ons erg opvalt zijn de vele bouwprojecten.
Op de gekste plekken wordt gebouwd. Wat zonde…bij de mooie uitkijkpunten langs de kustweg komen oerlelijke betonnen bouwwerken, tussen de weg en de zee in. Vast bedoeld om heel veel verkoopstalletjes in te stoppen, het verkoopt daar goed rond zonsondergang, als veel (lokale) mensen er even hun rustmomentje houden. Maar wat zonde van de mooie uitzichten. Op elk mooi punt wordt iets lelijks gebouwd.
Maar ook daarbuiten, gewoon langs de weg, wordt flink gebouwd. Hotels, resorts, winkels, geen idee wat het allemaal gaat worden. Op zich is bouwen niet verkeerd, maar soms is het handig om eerst alle oude zooi op te ruimen. Dat gebeurt hier niet zo veel. Als iets niet meer wordt gebruikt, te oud is, te klein of wat dan ook, blijft het staan en bouwt men iets ‘beters’ er naast.
Als we in Ampenan bij Trac de creditcard hebben opgehaald, rijden we door naar Mataram.
Daar is het druk!
Vooral rond de Mall loopt het verkeer behoorlijk vast. De parkeerplaats voor de Mall zit vol, dat hebben we nog nooit meegemaakt.
We rijden op goed geluk achter de Mall de hoek om en komen uit bij een parkeergarage! Gekker moet het niet worden in Lombok, denk ik…een gloednieuwe parkeergarage. Maar als we erin zijn, lijkt de garage niet erg nieuw. We hadden hem echter nog nooit gezien, Lombok wordt modern!
In de Mall is het verschrikkelijk druk. Zondag, veel mensen zijn vrij. Waarschijnlijk is het ook extra druk door de ramadan, mensen gaan misschien nieuwe kleren kopen voor de naderende feestdagen. Al kunnen hier niet veel lokale mensen inkopen doen, daar zijn de winkels in de Mall over het algemeen te duur voor. Maar kijken is natuurlijk ook leuk.
De winkels zijn gewoon geopend. We hopen ook nog ergens iets te kunnen drinken. Vorig jaar lukte dat niet zo goed hier, op 1 plek konden we toen wat drinken. Daar proberen we het nu maar weer. Het is een soort bakkerij. Achter in de zaak zijn een paar tafeltjes waar je lekker kunt zitten, een beetje uit het zicht. Daar konden we vorig jaar zitten. Nu is het er erg donker, maar als we vragen, mogen we nog ietsje verder door in de zaak, helemaal uit het zicht, een plekje zoeken. Het blijft vreemd, restaurants in deze maand. Als ze al open zijn, mag je er vaak wel iets kopen, maar niet ter plekke opeten, zoals bij McDonalds en KFC. Gevolg is dus dat veel toeristen, die daarvan niet op de hoogte zijn, wel eten bestellen en krijgen, en vervolgens met het pakje eten naar buiten worden gewerkt, waar ze het dan maar op een stoepje zittend opeten, in het oog van alle vastende mensen.
Maar wij mogen hier lekker binnen blijven zitten met onze sapjes en koffie.
Even later gaan we op zoek naar wat huishoudelijke spullen. Glazen, waterkoker, veger, emmers. Alles om de komende weken een beetje ons boeltje schoon te kunnen houden. We houden de kamers altijd op slot met een cijferslot. Dan weten we dat er niemand de kamer in kan, behalve wij zelf.  Schoonmaken en opruimen doen we zelf wel.
Als we de huishoudelijke spullen bij elkaar hebben gaan we nog even naar de grote supermarkt op de begane grond. Daar halen we een voorraadje voor de komende weken. Koffie, thee, suiker, koekjes, noedelsoepjes, water, frisdrank (o.a. prachtige smurfenblauwe cola!) .
Met heel veel volle tassen sjouwen we even later weer naar de parkeergarage.
We rijden terug naar Senggigi, we hebben honger gekregen en verwachten in Mataram weinig eten te krijgen nu.
Als we thuis alle spullen hebben opgeborgen, lopen we naar het strand. Even langs Ibu Ana, waar we binnenkort wel weer een keer gaan eten. Dan verder naar de zee. We lopen richting Pasar Seni.


Het strand is weer akelig leeg, ideaal voor fotoshoots. Ja, met 2 jongedames ontkomen we daar niet aan. Gek, Tom wil nooit op de foto, maar Anique en Bonnie blijven poseren.
Dat kan hier ook ongestoord, er lopen geen andere mensen in beeld. Zelfs verkopers zien we nauwelijks.
Het nog vrij nieuwe stenen wandelpad is weer ver te zoeken. Langs het strand is het helemaal onder het zand verdwenen. Bij een paar hotels/restaurantjes is het enigszins schoongeveegd.
Bij de punt van Senggigi Beach Hotel zijn weer grote stukken van het pad weggeslagen. Het is een hele klim om aan de andere kant te komen. Als het niet snel wordt opgeknapt, vrezen we dat er na de regentijd geen pad meer over is. Jammer!
Zo krijg je ook nooit toeristen aan deze kant van Senggigi. Als we aan de noordkant van de punt komen, zien we inderdaad wel vrij veel toeristen. Het is ook nog een hele klim om van het pad weer terug te komen op het strand. Blijkbaar heeft Senggigi Beach Hotel niet graag dat de mensen door lopen naar de andere kant, houden ze de gasten liever op het eigen terrein. Maar wij klauteren wel even en lopen dan snel door, weg van de toeristendrukte.
Uiteraard treffen we hier ook weer de bekende verkopers. Leuk, we krijgen heel vaak dezelfde vragen;
Apa kabar, kapan datang, mana Tom? Hoe gaat het, wanneer zijn jullie gekomen, waar is Tom?
We mogen dus heel vaak hetzelfde uitleggen… Met verkoopwaar worden we (nog) niet lastig gevallen. Ze weten dat we toch nog wel een tijd zullen blijven. Handig!
Als we in de buurt van Pasar Seni komen wacht ons een volgende hindernis; de brug over het blubberbeekje/riool die er nu een jaar of 3(?) ligt. Verschillende planken zijn al doorgebroken. Ik vind het eng, hou me maar stevig vast aan de stalen leuning, de overige planken zien er ook niet meer geweldig uit.
Als we bij Coco Loco aan zijn gekomen, gaan we lekker zitten. Het eerste wat we horen is ‘welcome home’! Leuk als het personeel je nog kent! We genieten van een heerlijke lunch, lekkere sapjes (yes, jus sirsak!)  en een prachtig zeezicht.
Hier weten de verkopers ons ook weer te vinden. Och, ook gezellig. Ik koop voorlopig niks, dat weten ze vast nog van voorgaande jaren, maar we hebben 2 nieuwe gezichten bij ons, dus voorlopig zijn de verkopers niet weg te slaan.
Tegen het einde van de middag wandelen we door de hoofdstraat van Senggigi terug. Ook hier mogen we weer vaak vertellen wanneer we zijn aangekomen, waar Tom is, hoe lang we blijven, of we weer in Bumi Aditya logeren.  
In het hotel frissen we snel op. Voor het diner worden we verwacht bij Ibu Diah.
Als we in Ampenan aankomen, zien we al weer een oude bekende, Aan die bij Lombok Dive werkt is bij Pak Umpuk op visite en gaat ook mee naar Ibu Diah.
Als we naar het huis van Ibu Diah lopen, moet ik weer even slikken. We zijn er zo aan gewend dat Pak Di ons op het pad staat op te wachten. Helaas zal dat nooit meer zo zijn. We blijven hem missen.
Het is mooi om te zien dat zijn oudste zoon, Wahyudi, de gastheertaak van Pak Di heeft overgenomen. Hij begroet ons allemaal en stuurt instructies naar de keuken, maar helpt zelf ook mee om het ons naar de zin te maken. Intussen heeft hij voor iedereen een vriendelijk woordje en zorgt ervoor dat er geen glas leeg komt te staan. Pak Di zou het net zo hebben gedaan.
Wahyudi heeft bijna het eerste schooljaar van IKIP erop zitten. Hij studeert Engels, maar ik vermoed dat zijn Engels daar nauwelijks meer te verbeteren valt. Toch is een diploma in Lombok onmisbaar als je hogerop wil komen. Hij werkt nu, naast zijn studie, bij een kantoor dat het papierwerk regelt voor Lombokse mensen die in het buitenland gaan werken; Midden Oosten, Maleisië, Singapore.
We hebben nog een cadeautje bij ons van zijn sponsor. Een mooie pen met zijn naam erin gegraveerd. Vooral als hij zijn eigen naam erin ziet staan, glundert hij van oor tot oor. Hij gaat de pen morgen gebruiken voor een examen, zegt hij. Een Nederlandse pen met zijn eigen naam brengt vast geluk!
Ook laat hij trots een armband zien die hij een paar weken daarvoor, toen hij jarig was, per post van zijn sponsor heeft gekregen. Wahyudi is superfan van Nederland en droomt ervan om ooit naar Nederland te kunnen gaan. In zijn ogen is Nederland een waar paradijs.
Voor alle andere aanwezigen hebben we ook een kleinigheidje meegebracht. Jeanne en Bonnie hebben een koffer vol met cadeautjes meegenomen naar Lombok, en zelf hebben we nog voor een paar mensen een persoonlijk cadeautje meegebracht.
Ibu Diah heeft een heerlijke maaltijd gemaakt, lekkere soto, nasi, vis. En speciaal fruit erbij, lekkere srikaya, genieten!
Even later volgt nog een verrassing, Opan en Ida komen! Ik hoopte er al op, maar vond het vervelend om ernaar te vragen, of ze zelf uit te nodigen als we ergens anders op visite zijn. Maar ze horen er hier ook gewoon bij, ook al wonen ze nu in Kediri. Het is heerlijk om ze weer te zien! Via Facebook hebben ze eerder al kennisgemaakt met Jeanne en Bonnie en het wordt een gezellige boel.
Uiteraard wordt Opan uitgebreid gefeliciteerd met het behalen van zijn IKIP-diploma, een maand geleden. Het heeft even geduurd, maar nu is hij echt afgestudeerd. Nu hopen we nog dat hij ook snel een baan kan vinden, maar dat valt niet mee. De banen liggen hier niet voor het oprapen.
We zitten hier, in tegenstelling tot in de meeste lokale huizen, netjes op een bankstel, niet op de grond.
Bonnie zit steeds rond te kijken of ze geen enge beestjes ziet. Haar enige bezwaar tegen vakantie in Lombok was het feit dat er van alles rondkruipt. Als we dus ergens in de hoek (achter/onder ons) geknaag horen, raakt ze een beetje in paniek. We hoorden het al langer, en vermoedden dat er muisjes (groot en- of klein) in het houten binnenwerk van het bankstel wonen. Muizen en ratten zijn hier moeilijk uit te roeien.
Maar ook tjitjaks en gekko’s zijn niet geliefd bij Bonnie. Als de Lombokse mensen horen waarom ze zo benauwd kijkt, schieten ze in de lach. Een toerist die bang is voor zo’n kleine beestjes, ze begrijpen er niets van.
Om van het geknaag af te zijn, gaat Bonnie naast Pak Umpuk op de grond zitten, hij beschermt haar wel, zegt hij. Jeanne zit naast me en ziet hetzelfde als mij…een rat die over een balk in de achterkamer rent. Ik kijk haar aan en we kijken maar nonchalant de andere kant op, gelukkig heeft Bonnie niets gezien.
En dan te bedenken dat ze nu net op de plek zit waar een jaar geleden een babymuis/ratje door een gat in het plafond op de grond viel! Ik zeg niks. Gelukkig overleven we de avond allemaal zonder aangevallen of gebeten te worden door enge beesten.
Morgen willen we met zijn allen een dagje de zee op en naar de gili’s. Peter en Anique duiken, Bonnie misschien snorkelen en Jeanne en ik voor de gezelligheid.
Vanavond maken we het dus maar niet al te laat.  
Als we Ibu Diah bedankt hebben voor het heerlijke eten nemen we afscheid van iedereen en rijden we terug naar Bumi Aditya. Daar sluiten we de dag gezellig af met een kopje koffie met een likeurtje.
De ‘kinderen’ krijgen een glaasje cola, ja, de smurfenblauwe cola die we vanochtend hebben gekocht.
Het ziet er vreselijk chemisch uit en naar mijn idee smaakt het ook zo. Maar de rest verzekert me ervan dat het precies smaakt zoals ‘gewone’ cola. Tja, misschien smaakt die ook wel chemisch, of laat ik me beïnvloeden door het kleurtje. Tidak apa apa, maakt niet uit, het koffielikeurtje/slaapmutsje smaakt overigens prima. Als we helemaal bijgekletst zijn, zoeken Jeanne en Bonnie hun eigen kamer weer op en gaan we allemaal heerlijk slapen.

 
Maandag 22 juli

Vandaag gaan we een dag op pad, naar de welbekende ‘duikeilandjes’ aan de noordwestkust van Lombok. Omdat er bij Bumi Aditya pas vanaf 8 uur ontbijt wordt gemaakt, besluiten we om voor vertrek naar de Gili’s een hapje te eten bij Yunas, de supermarkt met mini-restaurantje die 24 uur per dag open is. Maar als we daar aankomen, krijgen we te horen dat de supermarkt uiteraard open is, maar dat er geen eten en drinken wordt geserveerd in verband met Bulan Puasa, de vastenmaand. Vreemd, andere jaren ontbeten we hier vaak als we vroeg op pad gingen, ook tijdens de vastenmaand. Zal wel weer een nieuwe regel zijn. Dan kopen we maar wat koekjes en broodjes en wat sap en eten we onderweg in de auto wel wat. Als we even later bij het kantoor van Lombok Dive komen,  blijkt dat we nog tijd zat hebben om daar ons ontbijtje te pakken, een beetje achteraf in het kantoor. De mensen die hier al zitten, zijn volgens mij allemaal niet erg serieus in hun vasten, die kijken maar even langs ons heen. Mohni regelt nog een paar koppen koffie voor ons. Service van de zaak.
Het kantoor is weinig veranderd. Het wordt nog steeds gedeeld met een dubieus tourist office bedrijfje, voorheen LST, maar (ongetwijfeld om iets te verbergen) nu werkend onder een andere naam. Geen prettige mensen vind ik. Nu zit er ook nog een ander ‘bedrijfje’ in het kantoor, een Amerikaan die iets doet met huizen/grondverkoop. Mijn eerste indruk zegt dat hij prima bij de mensen van het tourist office past. Nogal een twijfelachtig type. Maar het is moeilijk voor Lombok Dive om eigen betaalbare kantoorruimte te vinden, zeker in het centrum van Senggigi. Gelukkig komen veel klanten via internet, want hier valt Lombok Dive, weggestopt achterin in het smalle lange kantoor, helemaal niet op. En àls nieuwe klanten al binnenkomen worden ze onderschept door de medewerkers van het tourist office, die dan op zijn minst een vette commissie krijgen. Zakendoen in Lombok is niet eenvoudig voor kleine bedrijfjes.
Als iedereen klaar is, gaan we op pad. Wij gaan met de eigen auto. De gele bus met duikspullen is al onderweg. Met de ‘nette’ Lombok Dive bus worden nog wat klanten opgehaald.
Ik geniet weer van de mooie weg naar het noorden, waar de boot ligt. De weg loopt langs de kust, door een bergachtig gebied. De afgelopen jaren is de weg flink opgeknapt, en het rijdt nu wat relaxter.
Maar het blijft opletten. Veel bochten en bergen en er zijn altijd veel mensen op de weg. Per fiets, auto, motor, lopend. Uiteraard steken er ook nogal eens kippen, honden, koeien en geiten plotseling de weg over.
Op weg naar Teluk Nare wordt weer/nog steeds flink gebouwd.  Vooral tussen Senggigi en Mangsit zijn er nogal wat nieuwe resorts en hotels, maar ook verder naar het noorden staan de ontwikkelingen niet stil. Zullen die hotels ook allemaal vol komen? Het is een prachtige omgeving, maar wel behoorlijk afgelegen, vind ik. Wij vinden het prettig om in de buurt van Senggigi te zitten, dan ben je niet zo afhankelijk van het hotel waar je zit. We hebben een hekel aan de hotels/resorts waar je min of meer vast zit omdat ze zo afgelegen zijn. Ook al heb je een auto, dan nog zit ik liever in een drukker gebied, waar je tenminste ook wandelend ergens naar toe kunt, eens een ander restaurantje op kunt zoeken.
Als we bijna bij de vertrouwde haven zijn, zien we de gele Lombok Dive bus naast de kant van de weg staan. Dan zien we de boot ook daar aan het strand liggen. Oeps, ze zijn vergeten tegen ons te zeggen dat de boot op een andere plek ligt. Maakt niet uit, we hebben ze gevonden.  De tarieven van de andere ligplaats waren flink gestegen het afgelopen jaar, en hier ligt de boot net zo goed. Als Peter de auto veilig aan de kant heeft geparkeerd, pakken we onze spullen en gaan we aan boord.
Het is niet druk op de boot, er varen maar ene paar klanten mee vanuit Lombok, straks komen er nog een paar bij vanaf de gili’s. We hebben een gezellige ploeg; Pak Umpuk, Adi, Eli, Mohni, Aan, Hafiz en een nieuwe kapitein, waarvan ik de naam even kwijt ben.
In de ochtend gaat Peter duiken met Pak Umpuk. Anique en Bonnie gaan snorkelen, onder begeleiding van Eli. Bonnie kijkt erg benauwd bij het idee dat ze zo het water in ‘moet’.   Maar Eli neemt zijn taak serieus, zoals gewoonlijk als er mooie jongedames in de buurt zijn, dus dat komt wel goed.
Jeanne en ik blijven aan boord, beetje kletsen, foto’s maken en genieten van de rust op het water, van het prachtige uitzicht.
Na de ochtendactiviteiten legt de boot aan op Trawangan. Ik verheug me al op een heerlijke lunch bij Kiki Novi.   Maar helaas, als we daar aankomen, krijgen we te horen dat ze pas vanavond open gaan, overdag zijn ze gesloten in verband met Bulan Puasa. Wat is dat nou? Ik begrijp er niets van…blijkbaar zijn de regels met betrekking tot restaurants flink strenger geworden. Veel plekken waar we normaalgesproken overdag terecht konden, zijn nu gesloten.
We lopen verder en gaan dan maar eten bij één van de grotere restaurants die wel open zijn. Toch vreemd, Kiki Novi moet het toch ook hebben van de toeristen, duikers, die hier in de middagpauze in grote groepen komen lunchen. Ik kan me niet voorstellen dat ze er zelf voor kiezen om de hele maand overdag dicht te blijven, zeker niet in het hoogseizoen. Maar waarom zij dan wel dicht zijn en anderen niet? Geen idee!


We installeren ons op één van de berugak-restaurantjes aan zee. Lekker lui hangen en eten, met heerlijk uitzicht. Aan één kant de zee, aan de andere kant de ‘hoofdstraat’ van Trawangan, waar altijd heel veel is te zien. Natuur kijken is leuk, maar mensen kijken op Trawangan is ook leuk. Hier lopen zoveel verschillende types rond. Heel anders dan op Lombok zelf. Je ziet hier  geen auto’s en motoren (die zijn er op deze eilandjes niet), wel veel mensen, fietsen, paardjes met kar.
Alleen missen we vandaag de gezellige muziek, die we hier gewend zijn. Beetje Bob Marley, beetje Tracy Chapman, heerlijke strand-relaxmuziek. Als we vragen of de muziek op is, krijgen we een typisch antwoord….in verband met Bulan Puasa nu geen muziek, na 4 wel weer.
Tja, dat wordt een beetje afzien deze maand.
Maar het eten is lekker, niet zo goed als bij Kiki Novi, maar je kunt niet alles hebben.
Na de lunch lopen we een stukje over het eiland. Peter en Anique gaan vanmiddag duiken. Bonnie houdt het even voor gezien, het snorkelen was toch niet zo goed bevallen. We besluiten dat Jeanne, Bonnie en ik op Trawangan blijven. Straks moeten er hier toch weer duikers worden afgezet, kunnen ze ons weer oppikken.
We vermaken ons wel een middagje op dit eiland. Toch heb ik weer heel snel hetzelfde als andere keren hier. Als je aankomt, denk je dat je je er wel weken kunt vermaken, maar na een uurtje heb ik het wel weer gezien.  Alle winkeltjes zijn hetzelfde, alle restaurantjes ook, en verder is het vooral veel duiken,  snorkelen en zonnebaden. Niet echt mijn ding.
En het is hier bloed en bloedheet, veel te warm om rond te shoppen, nadat we een paar winkeltjes hebben gezien, lijkt het meer op sjokken. Als we nog een kijkje hebben genomen bij het schildpadden-opvangcentrum, besluiten we unaniem om maar lekker op een berugak te gaan hangen, bij de plek waar de boot straks weer komt. Superfris en kakelvers sapje erbij, dan komen we de middag prima door.
Als Jeanne even is opgestaan om een mooie -maak andere facebookers jaloers- strandfoto te maken, komt er een man aanlopen. Een echte rastaman…gehaakte muts op, cool uiterlijk, beetje zweverig (of gewoon hartstikke high). Hij heeft wel zin in een praatje. Ik zit er niet op te wachten, maar oke. Hij heeft geen verkoopwaar bij zich, dus zal hij zo wel weer verder gaan. Als hij vraagt in welk hotel we zitten, zeg ik dat we in kampung Loco, Lombok verblijven. Oh, daar kent hij wel Nederlandse mensen, zegt hij , heel goede vrienden van hem zelfs. Eén van die goede vrienden is Ibu Rasta. Marijke dus, en Joep kent hij uiteraard ook. Het is een kleine wereld….Jeanne blijft er verbaasd over, in Lombok, maar dus ook op de gili’s, heb je altijd gemeenschappelijke vrienden.  
Maar ja, nu hij ons dus ‘kent’ omdat wij Joep en Marijke ook kennen, is hij helemaal niet meer weg te slaan.
Hij komt er ‘gezellig’ bij zitten, op Jeannes mooie plek met zeezicht. Als Jeanne weer wil gaan zitten, schuift hij geen millimeter op. Tja, daar zitten we mooi mee opgescheept. Hij heeft niks boeiends te vertellen, dus negeren we hem maar. Even later vraagt hij of ik toevallig nagellak in mijn handtas heb. Tja, logische vraag als je iemand op een strand in Indonesië tegenkomt, maar toevallig heb ik die niet bij me. Stom, helemaal vergeten. Dan zijn we blijkbaar niet meer zo interessant. Hij loopt weer weg en we blijven verbaasd achter. Volgende keer neem ik toch maar een flesje nagellak mee, je weet nooit wie er een keer naar vraagt.
Als de boot met duikers terugkomt gaan we weer aan boord. Gelukkig legt de kapitein de boot netjes met de achterkant naar het strand. Ik krijg het altijd benauwd bij het idee dat ze dat niet doen. Van Pak Di wist ik altijd dat hij het mij niet te moeilijk wil maken met instappen. Maar bij de jonge kapiteins is het natuurlijk even afwachten. Gelukkig is Pak Umpuk opperchef aan boord, en geeft hij de kapitein goede instructies. Via de achterkant lopen we dus gemakkelijk de boot op. Bespaart ons een klauterpartij via de hoge voorkant van de boot!  We zoeken een plekje op het dak van de boot, hoog en droog.
Boven Lombok hangen donkere wolken, daar valt vast zo links en rechts een fikse bui.
Maar als we op Lombok zijn, is het droog en op de terugweg gaan we even lekker toeristisch doen. We stoppen bij het mooie uitkijkpunt, waar je de drie eilanden ziet liggen. Normaalgesproken rijden we hier voorbij, maar met gasten nemen we de tijd om even stil te staan bij de mooie plekjes. Goed idee, want nu zien we ook een klein paadje wat verder naar de zee loopt. Daar is het uitzicht vast nog mooier, zeker nu de zon laag staat. Dit paadje is bij toeristen niet zo bekend, maar bij lokale mensen blijkbaar wel. Er zijn meer bezoekers. Een paar stelletjes in romantische bui, een groepje vergaderende mannen en een groepje jongeren. Zij zijn druk bezig met een videoclip, lijkt het wel. Er worden dansjes gedaan, met zijn allen tegelijk de lucht in gesprongen en duizenden poses aangenomen voor mooie foto’s. Bonnie en Anique gaan ook maar eens poseren. Het worden mooie plaatjes van de meiden, maar de achtergronden mogen er ook zijn!



Een half uurtje later rijden we weer weg, terug naar Bumi Aditya. We zijn toe aan een lekkere douche.
Helaas, als we bij het hotel aankomen is het lampu mati, stroomstoring. Die hadden we nog niet gehad, dus is het even zoeken naar de zaklampjes. Met romantische verlichting worden de duikspullen afgespoeld in de badkamer. Als alles weer buiten is, zijn de badkamer en hotelkamer veranderd in een waterballet. Haha, dat is nu een van de redenen dat we zo blij zijn met onze eenvoudige kamers, hier kun je lekker ongestoord troep maken!
We douchen zelf snel en als we klaar zijn, krijgen we weer licht. Dan zien we ook dat we niet alleen in de badkamer waren, onze huisgekko heeft ons gezelschap gehouden. Nu we hem ook zien, niet alleen horen, zetten we hem maar direct op de foto. Het is een schatje, al zal Bonnie daar anders over denken.
Vanavond zoeken we ergens in Senggigi een plekje om te eten.
We komen uit bij Bale Tajuk. Eén van de favoriete restaurantjes van Joep en Marijke. Zelf zijn we er één keer geweest, toen vond ik het eten, ayam taliwang, erg lekker, maar de bediening werkte me een beetje op de zenuwen. De vriendelijke jongen vroeg ongeveer na elke hap die we in de mond stopten of alles naar wens was. Maar dat is alweer een paar jaar geleden, we proberen het gewoon nog een keer.
Dezelfde jongen werkt er nog steeds en is nog steeds vriendelijk, maar nu niet meer op zo’n overdreven manier.
Het eten is overheerlijk! Vooraf delen we met zijn allen 2 porties ote-ote, als hoofdgerecht heb ik rendang. Daarbij een vers sapje, wat hebben we het weer goed hier! Het is allemaal overheerlijk!  
Als we teruglopen, komen we tot de conclusie dat het maar rustig is in Senggigi. Weinig live muziek, stille restaurants. We zijn benieuwd of het komende weken nog drukker gaat worden.  Voor ons hoeft dat niet zo nodig, maar voor de mensen die hier van het toerisme moeten leven, en dat zijn er heel veel, zijn dit geen goede weken.
Je leest en hoort vaak adviezen om tijdens de ramadanmaand Lombok te mijden. Dat vind ik altijd overdreven, de gemiddelde toerist in Senggigi zal er weinig van merken dat het vastenmaand is. Maar we merken steeds meer dat ook de toeristischere restaurants deze weken een ander beleid hanteren.
We hebben zelfs gehoord dat de karaoke bars (schuilnaam voor nachtclubs, bordelen) op Lombok deze maand dicht zijn. De uitleg waarom dat zo is vind ik mooi bedacht.
Veel (vooral lokale) mannen van hogere stand bezoeken deze gelegenheden, uiteraard zonder dat vrouwlief daarvan op de hoogte is.
Als de man ’s avonds/’s nachts/’s ochtends thuiskomt volgt er een ‘leugentje om bestwil’ om de sfeer in huis goed te houden, vergadering gehad, druk op het werk, wat dan ook. Maar tijdens de vastenmaand mag je niet liegen, zelfs niet tegen je eigen vrouw. Om te voorkomen dat alle mannen thuis moeten liegen over hun nachtelijke bezigheden, worden de karaoke bars maar gesloten deze maand. Gelukkig blijven er nog 11 maanden per jaar over waarin ze niet helemaal eerlijk hoven te zijn.
Wij zoeken de gezelligheid gewoon op ons terrasje bij Bumi Aditya. We kletsen de dag nog eens door met een kopje koffie en een likeurtje erbij, en maken plannen voor morgen.
In elk geval gaan we dan ’s middags naar Batu Tumpeng en Kediri! Ik verheug me er al op!

 
Dinsdag 23 juli

Na het (nog steeds erg trage) ontbijtje wandelen we via het strand naar Pasar Seni. Het is rustig op het strand. In heel Senggigi is het overigens vrij stil. We zijn benieuwd of dat rond de feestdagen (Idul Fitri en Lebaran Topat) verandert. Of misschien per 1 augustus. Geen idee waarom, maar vaak is het plotseling vanaf 1 augustus veel drukker.
Het blijft een genot om hier langs de zee te wandelen. De zee heeft prachtige kleuren, van zeegroen tot mooi blauw, de lucht is strakblauw, de temperatuur aan het water is aangenaam. Op de punt bij Senggigi Beach staan, zoals gewoonlijk, weer verschillende vissers in en aan het water, met mooie hoofddeksels; hoedje, pet, valhelm, gevlochten punthoedje. En uiteraard met veel kleding, zoveel mogelijk bedekt, van pyjama tot trainingspak. Een stuk verder, bij het havengebouwtje, is het ook druk met vissers. De beroepsvissers zijn net met hun bootjes op het strand aangekomen. De vrouwen zitten met kunststof ‘cementkuipen’ te wachten op de vangst. Bij Coco Loco houden we onze standaard tussenstop. Een glaasje sap en ijsthee gaan er wel in.




Bonnie en Anique gaan met een verkoper in onderhandeling over sleutelhangers. Ik wens ze veel plezier. Als ik ergens een hekel aan heb hier, is het wel tawarren, onderhandelen over de prijs van souvenirs of wat dan ook. Doe mij maar iets met een prijskaartje eraan. Maar zo werkt het hier meestal niet.  Voor een koop gesloten wordt, gaat er een heel proces aan vooraf. Ik ben daar niet goed in. Veel te soft. Maar onderhandel je niet, dan betaal je met gemak 10 keer te veel voor iets.
Een beetje tawarren is dus nodig, maar wel graag op een sportieve manier, óók van de klant. Dan krijg je van de verkopers ook meer gedaan.  
Sommige toeristen zijn bot, doen een laag tegenbod op de vraagprijs en geven geen rupiah toe. Maar dat werkt niet. Over het algemeen kom je ergens in het midden tussen de vraagprijs en het tegenbod uit. Ga er maar van uit dat de vraagprijs belachelijk hoog is. Je tegenbod wordt dus belachelijk laag. Vervolgens ga je in stapjes op/afbieden, tot je ergens in het midden uit komt. Vermoeiend en tijdrovend, maar zo gaat het meestal wel. Toeristen die een prijs noemen die naar hun idee goed is en verder niet wensen te onderhandelen, krijgen weinig sympathie van de heren verkopers.
Och, de verkopers moeten ook hun geld verdienen. De meesten hebben een gezin, kinderen die naar school moeten. Dan valt het niet altijd mee om rond te komen.  
Wij hebben onze vast ‘leveranciers’. Gebatikte postkaarten kopen we bij Mister Plores, zonder te onderhandelen. Zolang we hier komen, koop ik al elk jaar voor een vast bedrag aan kaarten, hij mag zelf zeggen hoeveel kaarten ik voor dat bedrag mag uitzoeken. Werkt prima!
Dan blijft er elk jaar wel een zilveren ring aan mijn en/of Anique’s vingers plakken. Sleutelhangers, pennen en ‘Impian Anak-promotiespullen’ kopen we meestal bij Adam.  
Voor de overige souvenirs kom ik toch vaak uit bij de grotere winkels, de met vaste prijzen werken. Wel zo handig, vind ik. Maar soms zie je, met name bij pasar Seni, echt mooie spullen, die je bij de winkels niet vindt. Tja, dan wordt het toch onderhandelen…
Als Anique en Bonnie nog druk tawarren over de prijs van de sleutelhangers, die nog gemaakt moeten worden, lopen de ‘grote mensen’ al vast richting Bumi Aditya. Nu weer via de grote weg.
Kunnen we nog een paar pin-automaten proberen te plunderen, want tot nu toe hebben we daar geen succes mee gehad. Op één of andere manier lukt het niet. Er komt geen rupiah uit, maakt niet uit met welk pasje we proberen. En we hebben niet de indruk dat het aan de automaten ligt,  we hebben al overal geprobeerd. Ook vandaag hebben we geen succes. We hebben nog niet dringend geld nodig, maar beginnen ons nu wel een beetje zorgen te maken. Dit lijkt niet op een tijdelijke automatenstoring.
De enige mogelijkheid is pinnen met een creditcard, maar dat is koers- en kostentechnisch niet bepaald gunstig. We besluiten om Tom, die morgen komt, maar te sms-en dat hij nog wat extra contante euro’s meeneemt. Maar ja, reizen met te veel contant geld is ook niet verstandig.
En straks, tijdens Nederlandse kantooruren, de rabobank maar eens proberen te bellen, want binnenkort hebben we toch wel een keer wat geld nodig, denken we.
Vanmiddag hebben we al wat op het programma staan. We gaan dan naar de school in Batu Tumpeng.
Het was even lastig met plannen maken. We willen graag naar de school op een moment dat er leerlingen aanwezig zijn, vroeg in de middag dus. Meestal worden we dan ook uitgenodigd voor een etentje, maar nu het vastenmaand is, is dat overdag natuurlijk een beetje lastig. Waarschijnlijk blijven we niet van de vroege middag tot zonsondergang, Buka Puasa, in Batu Tumpeng. Dus zagen Opan en Ida hun kans schoon om ons uit te nodigen voor het avondeten. Zij wonen weer in Kediri, dicht bij Batu Tumpeng, waar we ook nog de nodige kinderen moeten bezoeken. Dat doen we dus in de namiddag, als die kinderen weer thuis zijn. Aansluitend eten we bij Opan en Ida thuis. Wat hebben we het weer goed!
Voor we naar Batu Tumpeng gaan, springen Peter, Bonnie en Anique nog even in het zwembad bij Bumi Aditya. Ik spring even onder de douche, net zo lekker!
Dan vertrekken we. Het is een klein uurtje rijden naar Batu Tumpeng, maar dat maakt niet uit, er is zoveel te zien onderweg. De mooie rijstvelden, de drukte rond Mataram en Ampenan, het verkeer, de mensen op het land, op straat. Je zou hier dagen langs de weg kunnen zitten en niet uitgekeken raken.
Toch heb ik het idee dat alles hier een beetje gestructureerder wordt. De wegen verbeteren, vooral de doorgaande wegen. Zelfs de wegblokkades, werkzaamheden worden beter aangegeven. Voorheen zag je vaak een takje met een paar groene blaadjes eraan uit het wegdek steken. Dat betekende dat er rond dat takje een heel groot en diep gat in de weg zat. Altijd fijn in het donker, als zo’n takje pas ziet als je met je auto of motor bijna in het gat ligt. Nu staan er (niet verlicht, maar toch…) houten bordjes met tekst, hati hati ada galian, proyek, perbaikan jalan of zoiets. Nog niet de veelvuldige reflecterende waarschuwingsborden die wij gewend zijn, maar het verandert wel allemaal. Mooi, veilig, maar ik vond dat oude ook wel wat hebben hier.




Maar toch komen we weer een onverwachte en onaangekondigde opstopping tegen. Een vrachtauto vol stenen staat bijna dwars op de weg. Hij moet zijn stenen aan de kant van de weg dumpen, maar waarschijnlijk werkt de kiepinstallatie niet. Er zit tenminste een mannetje onder de auto te knutselen.
Een stuk verderop mogen we uitwijken voor graafwerkzaamheden, dan nog eens voor een vrachtauto die zakken met rijst komt op halen bij de sawa’s.
Als we bij Kediri zijn, volgt er nog een ‘schouwspel’. Het schijnt interessant te zijn, want er staat al een groepje toeschouwers. Een jongeman staat aan de kant van de weg zijn(?) vrouw uit te schelden.  Tja, wat moet je daar nou van denken. Verschrikkelijk zoals hij tekeergaat. De vrouw (of eigenlijk meer meisje) staat er beduusd bij. Het publiek kijkt toe. Je zou zo’n man het liefst aan zijn haren wegsleuren, maar het verstandigste wat je kunt doen (zeker als buitenlander) is doorrijden en hopen op een goede afloop. Vreselijk, maar dat doen we dan toch maar.
Als de weg weer smal en brokkelig wordt, zijn we bijna in Batu Tumpeng. Spannend, hoe zal de school er uit zien? En natuurlijk is het leuk om iedereen weer te ontmoeten. We hebben geen idee wat er geregeld is. Vorig jaar wachtte ons net voor Buka Puasa een echte officiële openingsceremonie van het 6e klaslokaal, met aansluitend een heerlijk etentje. Maar nu hebben we nog niets bijzonders gehoord, behalve dat we welkom zijn om de school te bezoeken. We zien wel hoe het gaat verlopen, we laten ons verrassen.
De laatste honderd meter naar de school is weer manoeuvreren tussen de beek, de huisjes, drogende was, drogende rijst, bankjes en verkoopwaar. Opan, die zich inmiddels bij ons heeft aangesloten, loopt voor ons uit om de weg vrij te maken. Altijd lastig op dit smalle paadje, maar de auto hier langs de doorgaande weg parkeren is ook niet alles. Op het schoolplein parkeren we de auto.



We worden direct omringd door bekenden en minder bekenden.
Uiteraard Pak Haji, Hamdi en een bekend gezicht in een ‘nieuwe’ outfit en functie. Eén van Mohni’s broers, die nog in Batu Tumpeng woont, is gepromoveerd tot kepala kampung. Compleet met bijbehorend uniform. Een soort safaripakje, wat hem, gezien zijn omvang, niet erg elegant staat. En een wasbeurt heeft het uniform zo te zien ook al een tijd niet gehad. Maar de man is allervriendelijkst. Een jaar of wat geleden zat hij in het schoolbestuur en was hij contactpersoon richting ouders. Zijn zoon hebben we vorig jaar in de klas ontmoet. De jongen vond het toen helemaal niet leuk dat papa hem nog even, terwijl de hele klas toekeek, apart aan ons ging voorstellen.
En natuurlijk zijn er heel veel kinderen, jonge en oudere. Vanmiddag hebben de middelbare scholieren les. Leerlingen van een jaar of 12 tot 15, 16.
De basisscholieren hebben voor de middag les, en zijn nu dus vrij. De tamtam heeft natuurlijk al aangekondigd dat wij zouden komen, dus is het gezellig druk in en om de school.
De school ziet er netjes uit. 7 Lokalen zijn nu in gebruik.  Verder is er een bibliotheekgebouwtje en zijn er 2 ruimtes waar leerlingen die intern zijn verblijven. Dat zijn een stuk of 20 leerlingen die hier, onder toezicht van meneer en mevrouw Haji, wonen en leren. Veel van die kinderen komen niet uit de buurt en kunnen niet dagelijks naar huis. Maar er zijn ook kinderen die hier in het dorp wonen. Zij zijn intern op school om extra tijd en aandacht aan de studie te kunnen geven. Samen studeren, misschien krijgen ze wel huiswerkbegeleiding van Pak Haji. Ik vind het een beetje vreemd, vooral voor kinderen die hier om de hoek wonen, maar het zal een hele eer zijn om hier te mogen wonen.
Op het schoolplein is een echt badmintonveld gemaakt, compleet met net. Badminton is hier razend populair. Er wordt vast heel wat afgespeeld.
En dan valt er nog iets op. In de hoek, boven op de bestaande lokalen, wordt gebouwd. Er waren altijd al plannen om een bovenverdieping te maken, blijkbaar gaat dat nog lukken ook.
Afgelopen anderhalf jaar is er gebouwd aan het 6e en 7e lokaal, die lokalen werden betaald uit een bijdrage van Stichting Kanikerwataandoen?!   
De afspraak was dat die stichting bij zou dragen tot de lokalen klaar zouden zijn. Als de school zelf geld bij zou dragen aan de 2 lokalen, zou Kanikerwataadoen?! dus minder geld bij hoeven te dragen.
Dat hebben we hier ook zo uitgelegd. Blijkbaar hebben ze daar ook goed over nagedacht.
De school werd voorheen gebouwd uit bijdrages uit het dorp, van enkele vermogende mensen en bedrijven in de regio en van Impian Anak.
TIjdens de bouw van het 6e en 7e lokaal zijn de collectes en inzamelingen in Lombok gewoon doorgegaan. Het ingezamelde geld is niet aan het 6e en 7e lokaal besteed (dat werd immers betaald door Kanikerwataandoen?!) maar is netjes opzij gezet. Nu de Kanikerwataandoen?!-lokalen klaar zijn, wordt er dus verder gebouwd met de lokale bijdrages die de afgelopen tijd zijn ingezameld.
We zijn heel benieuwd hoe snel het bouwen nu gaat. Wij hebben een tijd geleden al aangekondigd dat Impian Anak zich terug gaat trekken van deze school. Ze zijn een heel eind op gang en kunnen in de huidige lokalen prima een kleuterschool, basisschool en SMP (onderbouw van de middelbare school) draaien.




Als iedereen verwelkomd is, beginnen we aan een rondje door de klassen. Dat is een beetje een standaard verhaal. Luid gejoel als we binnenkomen. Dat verandert snel in verlegen gedrag als er van de kinderen verwacht wordt dat ze iets tegen ons zeggen, in het Engels uiteraard.
Het feit dat er nu 2 blonde jongedames bij zijn, maakt het gedrag nog wat extremer. De jongens hebben het er maar moeilijk mee. Hamdi stelt voor dat Anique en Bonnie een Engelse les gaan geven. Tja, hoe doe je dat zo uit de losse hand? Ze beginnen maar met tellen, de dagen van de week, kleuren.
Het onderwijs bestaat hier grotendeels uit opdreunen van lijstjes. De leraar schrijft alles op het bord, leest voor en de klas herhaalt dat in koor. Eigen initiatief zit er weinig in.
Nou ja, die rijtjes opdreunen/oplezen lukt de heren nog wel. Maar als Bonnie en Anique de klas in lopen voor 1 op 1 gesprekjes, wordt het akelig stil. De jongen die wordt aangesproken houdt stijf zijn mond dicht, de buurjongetjes hebben de grootste lol, tot zij zelf aan de beurt zijn.
Eén jochie heeft het er erg moeilijk mee, als Bonnie bij hem staat, blijft hij stug de andere kant op kijken, alsof hij haar niet ziet.  Het is goed te merken dat de kinderen in deze regio weinig toeristen zien.
Bij de damesklassen is het anders, die zijn toch wat vrijer, wat spraakzamer en nieuwsgieriger.
Ook deze keer ontkomen we niet aan heel veel handjes. Alle kinderen komen langs, in lange rijen. Wij zijn het gewend, maar Bonnie en Jeanne kijken even vreemd op als het begint. Vooral bij de kinderen die een ‘uitgebreid’ handje geven; een hand geven en vervolgens met hun voorhoofd onze hand aanraken, een teken van respect. Kleine kinderen doen het altijd zo. Bij de pubers wordt het langzaam minder. Vooral bij de jongens, daar krijgen we steeds meer ‘gewone’ handjes.
Meneer kepala kampung loopt ook mee door alle klassen. Hij is gek op foto’s, er worden weer heel wat groepsfoto’s gemaakt, en natuurlijk is het belangrijk dat wij daar samen met hem op staan.




De jongens en meisjes zitten hier in aparte klassen. Dat schijnt hier toch beter te zijn, of beter te werken. Bij de jongens-brugklas zien we 2 bekende gezichten.  Pendi en Mulhakim die de afgelopen jaren via Impian Anak zijn gesponsord. Toen zaten ze nog op de andere basisschool in Batu Tumpeng.  Zo lang ze hier zitten, op de gratis school, hebben ze geen schoolsponsoring nodig. Als ze van deze school afgaan en verder studeren, proberen we ze weer verder te helpen. Ik ben blij de jongens hier te zien, vooral Mulhakim. Hij is altijd een zorgenkindje geweest. Zijn ouders leven niet meer. Hij woont samen met zijn zus in een krakkemikkig huisje. Zijn zus is gestopt met leren en werkt op het land en af en toe stoppen buren, familie of oudere broers en zussen de kinderen nog wat toe. Onvoorstelbaar hoe ze leven. We hopen van harte dat Mulhakim de kans krijgt om verder te leren, maar veel vertrouwen hebben we daar niet in. Maar de komende jaren zit hij in elk geval goed hier, bij meester Hamdi.
In de 2e klas middelbare school missen we een bekend gezicht, Muliani is er niet. Volgens de juf is ze ziek. Jammer, maar dan zien we haar straks in de kampung misschien nog wel. Tijdens de Ramadanmaand wordt de schoolplicht volgens mij ook nooit zo secuur nageleefd, dan zijn de klassen vaak toch wat leger.
Als we overal zijn geweest, en natuurlijk ook het nieuwste lokaal hebben bezichtigd, nemen we plaats op de berugak. Er komen een paar kelapa muda, verse kokosnoten, aan. Die worden vakkundig opengehakt met een groot mes. Wij krijgen allemaal een glaasje fris sap. Heerlijk! Onze gastheren hebben pech, vastenmaand, dus zij kunnen toekijken hoe wij drinken. 





We weten niet wat het verdere programma ons zal brengen. In elk geval willen we nog een rondje door het dorp maken. Om de Impian Anak kinderen te bezoeken, maar ook om Jeanne en Bonnie een indruk te geven. Ze komen de komende weken vast nog in verschillende dorpjes, maar alle dorpjes zijn heel verschillend. Wij vinden Batu Tumpeng altijd heel apart, zeker de moeite waard om te bekijken.   
Eén van de Impian Anak kinderen komt ons al opzoeken. Het duurt even voor ik haar herken; het is Novia, die schuil gaat onder een grote hijab, hoofddoek (die hier meestal jilbab wordt genoemd).
Novia gaat binnenkort naar de universiteit in Mataram, waar ze waarschijnlijk voor onderwijzeres middelbare school gaat studeren. Het toelatingsexamen heeft ze al met succes afgerond. Ze wordt al enkele jaren gesponsord. Het is een lief meisje, maar o zo verlegen.  
Voor we het dorp in gaan heeft Pak Haji nog een idee, hij wil graag tegen Peter badmintonnen. Peter vindt het een goed plan, niet wetende dat Pak Haji hier waarschijnlijk dagelijks van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op het veld staat te spelen… En even vergetend dat inspanning in de middag op een open terrein wel erg zwaar is in Lombok. Och ja, hij houdt het er maar op dat hij Pak Haji niet af kan laten gaan, en hem maar de winst gunt.  Pak Haji’s glimlach wordt groter bij elk punt dat hij scoort. Maar Peter is toch lekker beter in Engels, denk ik maar. Veel meer dan Hello en Yes komt er bij Pak Haji nog steeds niet uit…
Na de wedstrijd gaan we dan maar een rondje lopen door het dorp. In Batu Tumpeng is het weer gezellig. Het einde van de middag nadert en veel mensen zijn thuis, treffen voorbereidingen voor het Buka Puasa avondmaal. Wij lopen, onder massale belangstelling van de dorpsjeugd, onze vaste route. Niet dat ik die van buiten ken, het is een wirwar van straatjes en steegjes, maar ik zie wel veel bekende plekken en gezichten.





We lopen naar het huis van Hendrawan, een jongen die nu naar de laatste klas van de basisschool gaat. We willen hem graag even spreken. Binnenkort willen we een ‘schoolreisje’ organiseren voor alle Impian Anak kinderen. Vorig jaar hebben we dat ook gedaan, maar toen is Hendrawan niet mee geweest. Hij durfde niet in de bus. We hopen dat hij dit jaar wel meegaat. Misschien kunnen we even met zijn vader spreken, eventueel mag vader, moeder of een oudere broer of zus ook mee, als Hendrawan dat liever heeft. We vonden het vorig jaar zo sneu voor hem dat hij niet mee kon gaan. Hendrawan en zijn vader zijn thuis, maar als vader ons ziet wordt Hendrawan weggestuurd om zich snel te wassen en om te kleden. Dat geeft Opan de kans om even het ‘probleem’ voor te leggen aan de vader.  Als Hendrawan even later, fris en nat, erbij komt, vertelt hij dat hij dit jaar wel mee wil gaan. We hopen dat hij er over een paar weekjes nog steeds zo over denkt.
Wij vervolgen onze route door het dorp en lopen naar het huis van Muliani, het meisje dat niet op school was, en haar zusje Sarmilayana. Voor Sarmilayana hebben we een cadeautje van haar sponsors, familie Zondervan, meegebracht. Als we het pakje geven, straalt ze van oor tot oor.  Dan bedenk ik dat er ook nog een kaart bijhoort. Oeps, die zit dus nog veilig en kreukvrij opgeborgen in een boek, en ligt bij Bumi Aditya. We vertellen Sarmilayana dat ze nog een kaart krijgt, en dat we die geven als we op schoolreisje gaan. Uiteraard mag Muliani dan ook mee. Als we vragen hoe het met Muliani gaat, worden we niet veel wijzer. Sarmilayana zegt dat ze bij familie is. Gevalletje spijbelen, denken we. Moet kunnen deze maand.
We lopen weer langzaam terug naar de school. We moeten ook nog naar Kediri en willen daar voor het eten de ronde langs de kinderen maken. Bonnie krijgt het op de terugweg even lastig als de jongetjes in de gaten krijgen dat ze een beetje bang is voor rondfladderende kippen. Met laserlampjes worden de kippen zo gek gemaakt dat ze bij Bonnie rond de voeten gaan springen. De mensen zijn hier gemakkelijk; beesten mag je best pesten (en blonde meisjes blijkbaar ook).
Als we bijna bij het schoolplein zijn, staat Jeanne ineens stil. Ze krijgt het even te kwaad, moet even verwerken wat ze net allemaal gezien heeft. Ik had haar gewaarschuwd dat het bezoek aan haar sponsorkind in Pondok Perasi aangrijpend zou zijn. Maar hier heb ik even niet over nagedacht. Na een paar jaar Lombok lopen wij hier vrij relaxt rond, maar voor een eerste bezoek aan een Lombokse kampung is dit ook heftig. Op één of andere manier wen je eraan, word je harder. Of besef je misschien dat de mensen, ondanks het feit dat ze naar ons idee niks hebben, toch heel gelukkig en tevreden zijn.
Het heeft ons ook een hele tijd gekost om dat in te zien. Hier gelden andere maatstaven, de cultuur en alles is anders. We hebben inmiddels een beetje geleerd om af en toe de knop om te zetten. Wat niet wegneemt dat ook ik hier geregeld nog met tranen in de ogen rondloop. Komt door de lenzen, zullen we maar zeggen.

Als we weer bij de berugak aankomen, krijgen we in de gaten dat Opan een beetje van slag is. Blijkbaar is het de bedoeling dat we hier blijven eten, en Ida zit thuis met een hele maaltijd op ons te wachten. Hè, wat vervelend, Opan en Ida vinden het al zo jammer dat ze ons minder zien nu ze niet meer in Ampenan wonen. Maar Pak Haji, die natuurlijk door niemand wordt tegengesproken, heeft een oplossing. Opan kan Ida met het eten ophalen, dan combineren we het eten van Ida en Ibu Haji en kunnen we met zijn allen hier eten. Daar leggen we ons dan maar bij neer. Opan racet naar Kediri en wij stellen de bezoekjes aan de kinderen daar maar uit tot een andere keer.
Langzaam wordt de berugak gevuld met schaaltjes vol lekker eten. Het wordt, zeker gecombineerd met het eten van Ida, een uitgebreide ‘rijsttafel’. Ik zie al tempeh, kangkung, soto, visjes, krab, saté, kroepoek, urab-urab, gado gado. Dat wordt smullen! En Ida  heeft nog wat lekkers gemaakt, die kennen we nog van afgelopen maart; een soort klepon, maar dan anders. Vrolijk gekleurde balletjes van rijstmeel met een kokos/palmsuikervulling. Ze heeft er 2 versies van gemaakt. Eén als saté op stokjes, de andere in een (kokos?)melkachtig badje. Putri menyelam (duikend meisje, prinses) wordt het genoemd, maar ik denk niet dat dat de ‘officiële’ naam is. Als we helemaal vol zitten  (en dat gaat vrij snel met zo’n flink bord nasi erbij) komt de uitsmijter….voor iedereen een flink bord kolak. Tom zal blij zijn dat hij er niet bij is. Hij heeft zo’n hekel aan de zoete lauwe machtige ‘soep’. Ik lust het wel, maar liever niet als toetje, en zeker niet zo veel.
We eten allemaal een paar beleefde hapjes en schuiven de borden dan onopvallend opzij. Haha, dat zien we meer mensen doen, dan mogen wij dat ook. Het fruit wat daarna nog komt, kan ik meer waarderen, vooral de lengkeng en ramboetan.

Het wordt druk op het schoolterrein. Over een paar minuten start het gezamenlijke gebed. Elke avond, in elk geval tijdens de vastenmaand, wordt hier gebeden, door leerlingen van de school, maar ook door andere dorpsbewoners. Uiteraard wordt het gebed geleid door Pak Haji.
Voor ons is er weer de keuze, nu vertrekken of de hele plechtigheid uitzitten. Tijdens het gebed kunnen we moeilijk met de auto tussen de biddende mensen doorrijden. Het is nog gezellig, dus we blijven.
Het hele schoolplein wordt bekleed met matten. De toilet- en wasruimte bij de school draait overuren als iedereen zich gaat wassen. Vooraan op het schoolplein nemen de mannen en jongens plaats, achteraan de vrouwen en meisjes. Uiteraard is iedereen ‘netjes’ gekleed. De mannen in sarong en met een hoofddekseltje, de vrouwen in enkellange gewaden, met een grote jilbab. Samen met de verlichting en de klank van de gebeden geeft het een heel bijzondere sfeer. De gebeden gaan een hele tijd door. Af en toe komt er nog iemand bij, of loopt er iemand weg. Het is allemaal relaxter dan ik had verwacht. Af en toe verdenken we mensen ervan dat ze tijdens het bidden zitten te sms-en of facebooken…
Er komt nog een journalist van de Lombok Post. Hij wil graag een stukje schrijven over de school, en uiteraard is het dan leuk om ons er ook bij te vermelden. Misschien worden we dan nog beroemder in Lombok…
Na enig twijfelen en de verzekering van omstanders dat het helemaal geen probleem is, maken we een paar foto’s van het drukke schoolplein. Ik vind het altijd lastig om mensen te fotograferen, en biddende mensen al helemaal. Maar ja, als iedereen zegt dat het mag, willen we toch wel een herinnering aan deze avond hebben.




Na nog een kop thee en heel veel gebeden, beginnen veel mensen aanstalten te maken om te vertrekken. Maar dat kan niet zomaar, vindt Pak Haji. Iedereen moet even persoonlijk afscheid van ons komen nemen, met als gevolg dat we weer een kwartiertje handen mogen schudden. Het is leuk als ik af en toe een bekende zie, zoals Basori, een serieuze jongeman die ruim een jaar geleden hier is afgestudeerd. Maar de rij wachtenden achter hem is zo lang, dat een gesprekje er niet in zit.    
Na de handenronde volgt er nog een fotomoment. Meer dan één eigenlijk.
In verschillende formaties mogen we opstellen. Tjongejonge, wat wordt er veel geknipt.
Een paar foto’s met ons en de belangrijke mensen uit het dorp voor de journalist. En natuurlijk ook met de mobieltjes van die belangrijke mensen, zodat die ons ook aan iedereen kunnen laten zien.
Dan komt Hamdi met Pak Haji aan. Pak Haji wil iets vragen, maar dat lukt natuurlijk niet in het Engels. Hamdi legt uit dat er standaard in de meeste Indonesische klaslokalen een foto hangt van de president. Hier hebben ze iets anders bedacht. Onder het mom van ‘de president is hier nog nooit op bezoek geweest, en Pak Peter en Ibu Marianne, die heel belangrijk zijn voor de school, komen hier elk jaar weer’ willen ze graag een foto van Peter, Pak Haji en mij samen. Die kunnen ze dan uitvergroot in elk lokaal hangen. Dat wordt even lastig, moeten we ook nog een beetje serieus en plechtig gaan kijken zo laat op de avond. Maar na heel veel foto’s denken we dat er wel een geschikte bij zit.
Dan komen er nog een aantal foto’s in andere settings, waarna we het eigenlijk wel welletjes vinden voor vandaag.
We hebben nog een hele weg terug te rijden, in het donker, en beginnen langzaam afscheid te nemen van iedereen. Heel veel handjes later, en na Ida en Ibu Haji uitgebreid bedankt te hebben voor de heerlijke maaltijd, vertrekken we weer. Het was een indrukwekkende middag en avond.
Een uurtje later zijn we weer in Loco, waar we de dag weer traditiegetrouw samen afsluiten met een drankje.




 

 

 
Woensdag 24 juli

Na een inspannende middag/avond in Batu Tumpeng, gaan we (tenminste een deel van ons gezelschap) het vandaag pelan pelan, lekker rustig aan, doen op de Gili’s.
Vroeg in de ochtend gaan we naar Teluk Nare waar de Lombok Dive boot ligt te wachten. Ontbijt bij Bumi Aditya slaan we maar weer over, voor 8 uur is er niemand in de keuken, we eten onderweg wel een hapje in de auto.
Jeanne, Bonnie en ik besluiten om van boord te gaan op Trawangan. Morgen is Ida jarig en we hopen op Trawangan een leuk cadeautje voor haar te kunnen kopen. Hebben we in elk geval een doel om de ochtend mee om te krijgen. Als er met de boot klanten afgezet moeten worden bij Hotel Villa Ombak, stappen wij daar ook maar uit. Ik zie een Mandiri ATM langs de weg, en besluit om nog maar eens te proberen wat geld ‘uit de muur’ te krijgen. Na een dag of 4 in Lombok raken onze reserves die we nog hadden van vorig jaar wel op.
Peter heeft al contact gehad met de rabobank over de problemen, maar daar kwam weinig zinnigs uit. Eerst de opmerking dat we onze pasjes zeker niet hadden vrijgegeven voor gebruik buiten Europa. Nou, echt wel! Verder was er bij hun is niks bekend over pinproblemen in Indonesië.  Daar kwamen we dus niet verder mee…  
Overigens vinden we het wel merkwaardig dat we op diverse Nederlandse nieuwspagina’s op internet lezen dat er wel degelijk problemen zijn met pinnen in Indonesië. Zou iets te maken hebben met beveiliging of met verrekening van bankkosten tussen Nederlandse en Indonesische banken. Dat men daar bij de bank in Venray niets van heeft gehoord, gezien of uitgezocht vinden we nogal teleurstellend.
We hebben gelezen dat bij een deel van de banken, waarbij Mandiri vaak wordt genoemd, wel gepind kan worden. Maar de afgelopen dagen hebben we alle automaten in Senggigi geprobeerd, ook de 2 van Mandiri, zonder succes.
Maar vanochtend hebben we meer succes. Er komt geld uit!!! Dan pin ik maar direct het dagmaximum, kunnen we weer even vooruit
Hier in Trawangan werkt het (nu) dus wel. In elk geval brengt Tom, die vandaag vanuit Nederland vertrekt, nog wat extra contant geld mee. Voor de zekerheid…. Je zou hier maar zitten en de rest van de vakantie geen geld op kunnen nemen. Heel frustrerend!


Met miljoenen (rupiahs) op zak gaan we shoppen. Winkel in, winkel uit.  
We weten niet precies wat we zoeken voor Ida. Een leuke handtas lijkt ons wel wat. Maar ja, 100.000 tassen, niet één die ons geschikt lijkt. Ook iets anders vinden we niet. Er zijn hier veel winkeltjes, maar overal hebben ze ongeveer hetzelfde.
Tegen dat we bij de standaard aanlegplaats van de Lombok Dive boot zijn, geven we het op. We zoeken in Senggigi vanavond of morgen nog wel iets.
We ploffen neer op een berugak bij een restaurantje, lekker op het strand. Daar komen we de rest van de ochtend wel door. Genoeg te zien hier. Met een lekker vers sapje gaan we het eens rustig bekijken.
Het is hier zo anders dan op Lombok.
Als we een drankje bestellen, komen we er in eerste instantie niet uit of de ober een jongen of een meisje is. Wat uiterlijk en manieren betreft, zou het allebei kunnen.
Maar als hij/zij even bij ons heeft gestaan, zijn we eruit, het is een jongen. Maar wel een aparte.
Druk gebarend en met heel veel drama vertelt hij dat zijn Indonesische vriend nu in Europa is en dat hij zo bang is dat zijn vriend daar een verhouding met een andere man zal krijgen. Het is een schat van een jongen, maar om dat nou binnen 2 minuten te gaan vertellen tegen klanten die je nog nooit eerder hebt gezien?!
Als hij zich even later komt verontschuldigen omdat hij weg moet, hij moet naar de moskee om te bidden (!) blijven we vol verbazing achter. Op Trawangan kan alles, dat blijkt maar weer.
De rest van het personeel  bij het restaurantje mag er ook zijn (of niet), tjonge, wat een figuren. Zoals meestal hier, vraag je je ook af wie er nu echt werken, wie er alleen maar rondhangen.
Eén jongen is nogal vervelend, gedraagt zich niet bepaald netjes ten opzichte van Bonnie en Anique en vraagt aan de ‘moeders’ of we geen behoefte hebben aan iets te roken. Daarmee zal hij vast geen ‘gewone’ sigaretten bedoelen. Dan zijn er nog een paar die continu aan de muziekinstallatie zitten. Staat er een leuk nummer op, dan komt er binnen een paar tellen weer herrie-rotmuziek voor in de plaats.
De sfeer is hier heel anders dan op Lombok. Soms leuk en relaxt, maar nu even iets minder.



Gelukkig hebben we genoeg rond te kijken. Op een grote boomstamschommel bij de buren maken een paar dames van middelbare leeftijd een uitgebreide fotoreportage. Prachtig om van een afstandje te bekijken. Als ze weg zijn, gaan Bonnie en Anique het dunnetjes overdoen, vast met leukere resultaten dan de dames van daarnet.  
Rond de middag komen de duikers terug.  Ze hebben een lange pauze, er zijn klanten onderweg met de fastboat vanaf Bali. Het zijn Javanen die voor hun meerdaagse duikvakantie 4 duiken per dag hebben gepland. Over het algemeen komt daar nooit veel van terecht, maar de ervaring leert dat de klanten daar beter zelf achter kunnen komen, dan dat Lombok Dive hun plannen inperkt. Ze zouden eigenlijk al gisteravond zijn aangekomen, maar hopen nu nog 3 duiken te kunnen doen, waarvan de eerste tijdens de middagpauze. De andere duikers hebben dus een langere middagpauze. Ook wel lekker, zeker nu niet alle restaurants geopend zijn. Het geeft iets meer rust om op ons gemak te eten.
Maar naarmate de pauze vordert, blijkt dat de enthousiaste duikers maar niet op komen dagen. Als ze een tijd later, sommigen een  beetje misselijk, van de fastboat afrollen, zien ze ook in dat ze beter even rustig aan kunnen doen. Vanmiddag dus geen duiken voor hun groepje. Maar misschien willen ze wel vanavond een duik doen. Dat kan, ze zitten toch in een hotel hier op Trawangan, maar dan zijn wij al weer lang en breed op Lombok.   
Als voorlopig iedereen is uitgedoken, gaan we terug naar het vasteland. We nemen een drankje bij het restaurantje aan de haven, waar de chagrijnige bediening ons liever ziet gaan dan komen (je wordt zo moe van 5 blikjes drinken pakken). Nou ja, van een fooi geven worden wij weer erg moe, die zit er dus ook niet in vandaag.
Dan rijden we terug naar Senggigi waar we ons klaarmaken voor het avondprogramma.
We zijn uitgenodigd bij Pak Umpuk en Ibu Misroh voor het avondeten. Even na Buka Puasa komen we aan in Ampenan. We hebben een grote tas bij ons, waar Aufa al stiekem naar zit te kijken. Maar de tas blijft nog even dicht zitten. Om met Pak Umpuk’s woorden te spreken; eerst eten, de rest komt daarna wel. Het eten is overheerlijk. Ibu Misroh en Ibu Diah hebben zich weer uitgeleefd.
We maken Pak Umpuk heel blij met een Schiphol-fotootje op Facebook, een paar uurtjes geleden geplaatst door Tom. Hij is nu onderweg naar Singapore. Maar buiten Pak Umpuk ben ik ook heel blij dat Tom onderweg is, met zijn viertjes hier is toch net even fijner. Hoeven we ook niet meer bang te zijn dat hij zijn vlucht gaat missen of zo. De afgelopen nacht heeft hij al in een hotel op Schiphol overnacht. In de vroege ochtend van Velp naar Schiphol is met openbaar vervoer te doen, maar als er iets tegenzit heb je een probleem. Deze oplossing gaf (vooral ons) net even iets meer rust. Als alles goed gaat, kunnen we hem morgenavond ophalen van het vliegveld bij Praya.
Maar nu gaan we dan eindelijk Aufa gelukkig maken. De grote tas gaat open en Anique haalt er een complete bingo-set uit, meegenomen uit Nederland.
Iedereen kijkt een beetje verbaasd, wat is hier de bedoeling van? Nou ja, we wilden weer eens iets anders, dus maken we er een oer Hollands avondje van met spelletjes. Wie graag meedoet is welkom, wie liever toekijkt doet niet mee, maar kan dan natuurlijk ook geen prijsjes winnen. Ja, want we hebben een tas vol met prijzen. Van pennen tot armbandjes, van schrijfblokjes tot t-shirts. Voor ieder iets passends.



Wahyudi, die ons heeft vermaakt met zang en muziek, legt zijn gitaar opzij. Bingo is leuker, zeker als je gratis mee mag doen. Hier in de buurt wordt ook wel bingo gespeeld, meestal voor geldprijzen, maar de inleg om een kaart te kopen is vrij hoog.
Ibu Diah weet het nog niet, ze kijkt maar even toe. Ook Pak Umpuk ziet het nog niet zo zitten, hij neemt de kans om buiten even een sigaretje te roken.
Het spel gaat beginnen. Anique en Bonnie zorgen voor de nummertjes, ze draaien zich suf en lezen de cijfers op in het Engels. Ik vertaal ze in het Indonesisch, haha, een goede oefening voor mij.
Naarmate de kaarten voller raken, wordt iedereen enthousiaster. Vooral Ibu Misroh, Aufa en Sanita gaan helemaal op in de bingo. Maar ook Ibu Diah, die Aufa helpt, heeft de smaak te pakken. Als ik niet snel genoeg vertaal in het Indonesisch (en zo snel ben ik niet met al die getallen…) zit iedereen me vol spanning aan te kijken.
Eindelijk beginnen de kaarten vol te raken en vallen de eerste bingo’s. Als ze in de gaten krijgen dat we echte prijzen hebben, wordt iedereen nog fanatieker.
Natuurlijk gunnen we vooral kleine Aufa de prijsjes van harte. Ze heeft al een paar kleine cadeautjes gewonnen met volle rijtjes op de kaart. Als Bonnie even later bingo heeft, en haar prijsje aan Aufa wil geven, vindt Aufa blijkbaar dat ze genoeg heeft. Met een nuffig gezicht geeft ze te kennen dat ze het ballonnetje niet hoeft. Haha, klein verwend krengetje!
We gaan door totdat iedereen de kaart helemaal vol heeft en een paar leuke prijsjes heeft. Dan bergen we het spel weer op in de tas. Dit kunnen we nog wel een keer herhalen, en we zijn bang dat er weinig balletjes overblijven als we het spel hier laten liggen.  
Nu de spanning voorbij is, is er weer tijd om de theeglazen nog eens bij te vullen. Dit was vast de eerste keer dat onze glazen hier leeg zijn komen te staan.
We spreken nog even door wat we morgen gaan doen. Dan willen we in de ochtend eerst naar Pak Harfin gaan, daarna kinderen bezoeken in Pondok Perasi. En natuurlijk ’s avonds Tom ophalen van het vliegtuig. Pak Umpuk sluit zich in elk geval aan bij het ochtend en middagprogramma. Waarschijnlijk gaat hij ook mee om Tom op te halen van het vliegveld. Maar dat bespreken we morgen in de loop van de dag nog wel. Nu nemen we afscheid van iedereen en rijden we terug naar Bumi Aditya.
We zijn allemaal moe, maar even een drankje kan nog wel. Daarna duiken we lekker het bed in.

 

 
Donderdag 25 juli

Vanaf vandaag wordt het een 'stereo-verslag'. Jeanne, die samen met dochter Bonnie met ons is meegereisd naar Lombok, heeft naast het Lombokvirus ook het schrijfvirus te pakken gekregen. Jullie kunnen het reisverslag nu dus vanuit Marianne's en Jeanne's oogpunt lezen.


Ik, Jeanne, neem het even van Marianne over om een verslagje schrijven. Ik hoop dat ik haar kan evenaren met mijn verhalen.

Na een pelan pelan dagje gisteren, staat er vandaag het één en ander op het programma. Na ons ontbijtje gaan we eerst Pak Umpuk ophalen en dan richting Mataram. Op ziekenbezoek bij Pak Harfin, Ibu Wita en hun kinderen. We komen bij het gezin aan en het is een keurige nette buurt. Dat is wat me opvalt. Het huis is ook erg mooi.  Als we eenmaal gesetteld zijn voel ik me moe, zo moe. Mijn ogen vallen bijna dicht. Ik snap er niets van. Heb ik al een paar dagen last van. Maar ’s morgens om half 11 al! Is toch niet normaal. Zou het aan de malariatabletten liggen?  Als mijn ogen echt dicht vallen, besluit ik maar even naar buiten te gaan. Daar zit Pak Umpuk ook. We kletsen wat en daarna waag ik me toch maar weer naar binnen. Straks toch eens even aan Marianne vragen of dat normaal is.
Na het ziekenbezoek rijden we naar Ampenan.
Onderweg bespreek ik met Marianne mijn “slaapprobleem”. Marianne weet zo ook niet wat de bijwerkingen kunnen zijn van de tabletten maar zoekt het even op. Marianne heeft altijd een grote tas bij haar met ook maar alles wat je bedenken kunt. Ja, je weet maar nooit he? Dat is het motto van Marianne. De bijsluiter wordt door genomen en jawel hoor. Daar staat wel iets in van slapen. Dus toch? Alleen…….. men kan slapeloosheid krijgen van malariatabletten. En dat is nou net niet waar ik last van heb. We zijn tenslotte tot de eindconclusie gekomen dat het een jetlag is. zo, dat probleempje ook weer uit de wereld.
In Ampenan aangekomen worden we weer hartelijk ontvangen door Ibu Mish. We worden hier wederom verwend met een heerlijke lunch. Alhoewel lunch? Het is een complete maaltijd met allerlei lekkers. Al met al was het weer overheerlijk. Ik begin steeds meer aan het eten hier te wennen. Je krijgt het eten niet allemaal warm opgediend maar ook dat is een kwestie van wennen.
Na de lunch gaat dan de ronde van bezoekjes aan sponsorkinderen beginnen. Eindelijk ga ik ons sponsorkindje Puput ontmoeten. Een paar maanden voordat we naar Lombok vertrokken hebben we haar als sponsorkindje “ gekregen”. Dus erg spannend om haar nu live te ontmoeten. Gelukkig beginnen we bij Puput, zodat ik niet nog langer in spanning hoef te zitten. Puput woont om de hoek bij Pak Umpuk. We zijn hier de laatste dagen al meerdere malen langs gekomen en telkens zat ik bijna achterste voren in de auto om ook maar een glimp van haar op te vangen. Maar helaas. Geen Puput. En nu ging het dan toch gebeuren. Als we aankomen bij het huisje, oftewel hut, komt Puput naar buiten. Ik krijg een brok in mijn keel (niet de eerste en laatste keer deze reis) als ik haar zie. Wat een schatje. Een schuchter verlegen meisje met grote donkere, vragende ogen, dikke lippen en een vrij donkere huidskleur. Volgens de kenners ziet ze er niet geheel uit volgens Lombokse begrippen. Maar, mij maakt dat allemaal niet uit. Ik heb haar al meteen in mijn hart gesloten. Ik had wat cadeautjes meegenomen en een gedeelte hiervan geef ik haar vandaag. De rest bewaar ik voor de andere keren dat we haar zullen zien. Er zit een jurkje bij, wat ik op de gok gekocht had wat maat betreft. Dit jurkje wordt meteen aangetrokken door een tante. En jawel, het past. Na de wat onwennige ontmoeting worden we mee naar binnen genomen waar oma aan het werk was met het roken van vis. Nou, je kunt je voorstellen wat er daar binnen een rook was. Drie grote potten met vis op houtvuur stonden daar te roken. Ja, en dat alles zonder afzuigkap uiteraard. En niet alleen de rook was niet te harden, ook de stank. Niet normaal. Ik had al tranende ogen maar die werden er binnen niet minder om. Oma is een kleine oude vrouw die hard voor haar centen moet werken. Zij zorgt voor Puput. En niet alleen oma moet hard werken, ook Puput moet blijkbaar haar steentje bij dragen.  En dan ook werken als een volwassene. Dit gaat me na aan het hart. Des te meer ben ik blij dat wij haar sponsoren en dat ze naar school kan. De tijd die ze op school zit kan ze dus ook niet werken.
We zijn een bezienswaardigheid bij Puput thuis en inmiddels staan er een heleboel mensen buiten en binnen om ons te bezichtigen. Bonnie en Anique worden wederom gevraagd om met mensen op de foto te gaan. Een zwanger vrouwtje gelooft zelfs als ze met hun op de foto gaat dat ze dan ook zo’n mooi kind zal krijgen. Mooi compliment voor mij en Peter en Marianne.

weinig frisse lucht bij Puput in huis, hier wordt de hele dag door vis gekookt, op houtvuurtjes

bij Puput en haar familie, rechts in de deuropening staan de tante en oma van Puput te lachen, terwijl Bonnie poseert met een zwangere dame

Nadat we uitvoerig bedankt zijn door oma en tante moeten we verder met ons lijstje van sponsorkinderen. Eigenlijk wil ik nog geen afscheid nemen van Puput en vraag of ze met ons mee mag. We krijgen toestemming van oma en daar gaan we. Ik heb Puput aan de hand en die zal ze gedurende die middag ook niet meer los laten. Telkens als ik haar aan kijk, kijkt ze terug met haar grote vragende ogen. En dan die ongelukkige blik. Oh mijn god, ik zou haar zo mee naar huis kunnen nemen. Maar weet dat dat niet kan. Helaas……
Tijdens onze ronde door Ampenan komen we een hele hoop kinderen tegen die Bonnie allemaal schattig vindt. Ze wil ze allemaal mee naar huis nemen. Ook al! Van wie zou ze het hebben? Eén jongetje is haar favoriet. Een kleine opdonder met een shirt van voetballer Messie aan. Dus die wordt ook meteen tot Messie gebombardeerd. Inmiddels hebben we een hele slinger van kinderen achter ons als we ons pad vervolgen. We lijken de rattenvanger van Hamelen wel. Het wordt me ook nu weer duidelijk hoe geliefd de familie Geurts hier is en hoe hun werk gewaardeerd wordt. Geweldig hoe zij overal ontvangen worden en op handen gedragen worden. En dit is helemaal terecht! En met die familie mogen wij Lombok bezoeken.  Hoe mooi kan het zijn! Een voorrecht om dit mee te mogen maken. Ook dit zal ik tijdens onze hele reis nog vaak zeggen.

l. Bonnie heeft weer een kindje gevonden 'voor bij de verzameling'   r. de sponsorfoto van Nancy en Ger hangt bij Indriani in huis!


Na een paar gezellige uurtjes en vele bezoekjes wordt het tijd dat we gaan. Vanavond gaan Peter en Marianne naar het vliegveld om Tom op te halen. Jammer genoeg dus ook tijd om afscheid van Puput te nemen. Gelukkig krijg ik op de valreep nog een glimlach van haar. Dat maakt mijn dag weer helemaal goed. We zullen haar nog een paar keer bezoeken, dus het is niet de eerste en laatste keer dat we haar zien (gelukkig).
Peter en Marianne brengen ons terug naar het hotel en gaan dan richting vliegveld. Daan komt nog even gezellig buurten en brengt wat lekkers mee. Kroepoek en gevulde bananenbladeren met cassavewortel en rietsuiker. Jammie. We worden hier door iedereen zo verwend. Daan is een echt lachebekje waar je helemaal vrolijk van wordt. Heerlijk om zo even zo’n dag ff te kunnen laten zakken.
Nadat we wat gezellig gekletst hebben met Daan gaan Anique, Bonnie en ik in Sengiggi wat eten. We belanden bij Angels. Leuk tentje in het centrum met lekker en goed eten. We hebben met z’n drietjes gezellig scampies gegeten.


l. smullen bij Angels   r. nog even gezellig 'natafelen' bij Ibu Ana


Na het eten zijn we terug gelopen naar het hotel.  Peter, Marianne en Tom zijn inmiddels ook gearriveerd. Tom heeft een goede reis achter de rug maar is ook moe. We hebben nog een lekker borreltje met z’n allen gedronken en toen lekker het mandje opgezocht. Alhoewel het slapen niet echt wou lukken.
Het was een spannende en indrukwekkende dag. Puput spookt nog steeds door mijn hoofd. Die grote, vragende ogen…….. en het gevoel bekruipt me dat ik ook denk dat ze niet gelukkig is. Dit gevoel zal later, na het uitstapje van Impian Anak, bevestigd worden door Marianne. Ik ben in ieder geval blij dat we haar financieel kunnen helpen om naar school te kunnen gaan en zo aan haar toekomst kan werken. Tenminste…………ik hoop dat er een (mooie) toekomst voor haar is weg gelegd.

 


Marianne, donderdag 25 juli
Als we hebben ontbeten werken we een wasje weg en ruimen wat op. Was hebben we hier genoeg, maar als het een uurtje of wat in de zon hangt, kan het zo de kast weer in. De was van Bonnie en Jeanne mag ook bij ons hangen. Bij de nieuwe huisjes hebben ze aan van alles gedacht; mooie meubeltjes, airco, een nette badkamer, grote tv, maar geen wasrekje of waslijn. Ook geen spijkers of balken waaraan je een waslijn zou kunnen bevestigen. Het zou natuurlijk beleid van het hotel kunnen zijn, lijnen of balustrades vol was maken het er niet mooier op, maar we betwijfelen of dat hier het geval is. Toen we de eerste ochtend onze waslijn op gingen hangen aan de pilaartjes voor het terrasje, kwamen de jongens die hier werken al helpen om de lijn nog langer te maken. Ze wilden hem langs alle bomen die maar enigszins in de buurt van onze huisjes staan leiden. Dat hoeft nou ook niet, vonden we.
Maar een eigen waslijntje vinden we wel praktisch, zeker na een dag duiken.
Als we klaar zijn met het huishoudelijke werk gaan we op pad. Op naar Ampenan, waar we Pak Umpuk op gaan halen. Als we bij het huis aankomen, zien we Ibu Misroh druk aan het werk. Ze is een beetje gestresst. Het nieuwe schooljaar voor de hogere opleidingen breekt aan en ze heeft nog heel veel schooluniformen af te werken. Ze verdient wat bij met naaiwerk, en zeker aan het begin van een schooljaar krijgt ze redelijk wat orders. Dit jaar liep het aanvankelijk mis omdat haar trapnaaimachine kuren kreeg. Natuurlijk net in de drukste tijd van het jaar.
Maar toeval of niet, op dat moment kon Impian Anak haar uit de brand helpen.

l. donderdag wasdag!   r. Ibu Misroh aan het werk

We hadden een bijdrage gekregen van René en Elsbeth Ritsema. Bij de viering van hun 50e verjaardagen hebben ze de genodigden een bijdrage voor 2 goede doelen gevraagd. Impian Anak was één van die doelen. Familie Ritsema heeft ons een paar jaar geleden bezocht in Lombok, ze zijn betrokken bij de projecten en sponsoren 3 kinderen in Lombok. Voor de besteding van het verjaardagsgeld hebben we een paar voorstellen gedaan, en zelf vonden ze het heel mooi om geld te besteden aan kleine bedrijfjes, een soort microkrediet, maar dan niet in de vorm van een lening, maar als een donatie.
We wisten op dat moment nog niet precies hoe we dat aan zouden gaan pakken. In Lombok op een straathoek gaan staan en zeggen dat we geld hebben voor nieuwe bedrijfjes leek ons geen goede aanpak. Mensen vragen of ze iemand kennen die plannen heeft werkt ook niet. Dus hebben we het maar even op zijn beloop gelaten, met het idee in Lombok wel verder te kijken.
Toen we kort voor vertrek naar Lombok hoorden van het probleem van Ibu Misroh, konden we snel handelen. Met een bijdrage van Impian Anak heeft ze een elektrische naaimachine besteld bij een bedrijf in Java. De nieuwe machine werkt sneller dan de trapnaaimachine, en heeft ook nog eens meer mogelijkheden, is bijvoorbeeld veel handiger met het maken van knoopsgaten. Ibu Misroh is er dolblij mee, maar nu heeft ze het dus erg druk om alle bestellingen nog op tijd te kunnen leveren.
Wij vallen haar niet lastig vandaag, en Pak Umpuk ook niet; hij gaat met ons mee.
Samen gaan we naar het huis van Pak Harfin en Ibu Wita in Mataram.
Opan en de jarige Ida komen rechtstreeks naar Mataram. We hebben nog steeds geen cadeautje voor Ida gekocht, maar hebben bedacht dat we straks even bij Mataram Mall binnenwippen en dat ze dan zelf iets uit mag zoeken. Dan krijgt ze tenminste iets waar ze ook wat aan heeft.
Eerlijk gezegd zie ik een beetje op tegen het bezoek aan Pak Harfin en Ibu Wta. Ik heb geen idee wat ik ervan moet verwachten. Pak Harfin, een freelance duikinstructeur, heeft een jaar geleden een herseninfarct gehad. Sinds die tijd kan hij niet meer werken, hij is beperkt in zijn bewegingen; zijn rechterhand kan hij helemaal niet gebruiken, zijn rechtervoet moeilijk.
Ook kan hij niet spreken. Op het moment dat hij getroffen werd door het herseninfarct, hadden ze 4 jonge kinderen, de oudste zat in de laatste klas van de basisschool, de jongste was 3 jaar. En, ik zou bijna zeggen tot overmaat van ramp, was Ibu Wita een paar maanden zwanger.
In januari is hun 4e dochtertje geboren. In maart 2013 hebben we het gezin nog bezocht. Er zat toen eigenlijk al geen vooruitgang meer in de gezondheid van Pak Harfin. Ten opzichte van een half jaar daarvoor ging het beter, maar veel was het nog niet. Pak Harfin en Ibu Wita begonnen toen in te zien dat Pak Harfin in elk geval nooit meer zal kunnen duiken, maar dat de kans op ander werk voor hem ook nihil is.   
Tja, toeval of niet (dat maken we vaker mee…) we hadden een bijdrage gekregen van collegabedrijf Jugo, naar eigen idee te besteden. Een mailtje met uitleg van de situatie in het gezin was voldoende om de goedkeuring te krijgen om het geld aan dit gezin te besteden.
Tot dit voorjaar heeft Impian Anak zorg gedragen voor een groot deel van de medische kosten van Pak Harfin. Ook de schoolgaande kinderen zaten in het Impian Anak project. Maar we streven ernaar om gezinnen zelf weer een bron van inkomsten te geven. Altijd afhankelijk blijven van Impian Anak is geen optie.
Ibu Wita had de mogelijkheid om een winkeltje over te nemen in de buurt van Gerung. Het winkeltje zat bij een school. Zo zou ze kunnen verkopen aan inwoners uit de buurt, maar ook aan ouders die kinderen op komen halen. Tevens had ze plannen om op termijn hapjes en drankjes te gaan verkopen aan kinderen, in de pauzes en voor en na school. De plannen waren goed doordacht. Ibu Wita is een ondernemende dame die niet bij de pakken neer gaat zitten. Ze zou de winkel gaan runnen samen met een vriendin. Zo konden ze ook de opvang van de kinderen samen regelen. In maart hebben we alles goed doorgesproken en haar een bijdrage voor de winkel gegeven.
Nadat we in april foto’s kregen van het gebouwtje, mooi ingericht als winkelruimte, kregen we in mei plotseling minder positieve berichten via Opan.
Het zat allemaal niet mee. De vriendin met wie Ibu Wita samen zou gaan werken trok zich terug, waardoor ze de winkel nog maar zelden kon openen.
Opan is toen bij Ibu Wita geweest, maar werd er niet veel wijzer van. We hebben toen besloten de bijdrages aan de winkel (we zouden de bijdrage spreiden over een aantal maanden) stop te zetten en  zodra we in Lombok waren te bekijken wat we verder gaan doen.
Een paar dagen geleden hoorden we van Opan ook nog dat er plannen zijn om één van de kinderen af te staan aan familie in Java. Ook dat is iets wat we tijdens dit bezoek graag willen bespreken. Niet dat het ons iets aangaat waar hun kinderen opgroeien, maar mocht het om één van de Impian Anak kinderen gaan, dan gaat het ons eigenlijk wel aan.
Met al die vragen en onduidelijkheden in ons achterhoofd gaan we nu dus op bezoek...

l. Peter, Pak Harfin en Pak Umpuk   r. Deswita, kleine Maulidya en Muhamad

Als we aankomen is Pak Harfin thuis, met zijn kleuterzoontje en een vriendin van Ibu Wita, die op de baby en op haar eigen baby past. Het is allemaal een beetje onwennig.
Ik ben blij Pak Harfin weer te zien, maar als ik bedenk hoe hij ruim een jaar geleden was, is het zo triest. Hij was de instructeur die elke zin eindigde met een giechelachtige lach, soms zo erg dat ik me afvroeg of zijn studenten er wel wat van begrepen. Hij was altijd vrolijk, genoot van het duiken, van zijn gezin. En nu zit hij hier dag in dag uit op de bank, terwijl het leven om hem heen gewoon doorgaat.
Pak Umpuk heeft het er ook moeilijk mee, maar verbergt dat door heel enthousiast te gaan doen, hij ontpopt zich weer tot fanatieke spraak- en bewegingstherapeut…arme Pak Harfin.   
Bonnie en Anique amuseren zich met de baby’tjes. Van de vriendin horen we dat Ibu Wita naar school is, we nemen aan dat ze daar haar andere kinderen ophaalt. We proberen alvast een gesprekje aan te gaan met Pak Harfin, maar dat valt niet mee met iemand die niet kan spreken. In elk geval komen we erachter dat Pak Harifn nog maar zelden naar therapie gaat. Ook medicijnen worden blijkbaar niet meer ingenomen, want als ik vraag of hij nog medicijnen gebruikt, kan hij ze nergens vinden. Even later komt hij aan met daun-sirsak thee en een vitaminedrankje.  De medicijnen ‘van de dokter’ zijn spoorloos verdwenen.
Even later druppelen de kinderen binnen. De oudste, Apriliani, zit nu in de brugklas. We hebben voor haar een cadeautje meegebracht van Chériette, haar sponsor. Een tijdje geleden heeft ze Apriliani voor haar verjaardag een bedelarmbandje gestuurd. Nu krijgt ze van Chériette een mooie pen met haar naam in gegraveerd en een bedeltje voor aan het armbandje. Als Apriliani het bedeltje ziet, begrijpt ze direct de bedoeling. Ze steekt haar arm uit, en onder haar lange schooluniformblouse zie ik een armbandje schitteren. Het armbandje van haar sponsor, vertelt ze trots. Ze straalt helemaal als ik het nieuwe bedeltje erbij hang. Natuurlijk hebben we voor de andere kinderen, die inmiddels samen met moeder binnen zijn gekomen, ook wat cadeautjes meegebracht.  Op het jongetje na, die altijd wat zeurderig is, zijn het voorbeeldige kinderen. De drie oudste meisjes helpen veel mee in het huishouden en in de zorg voor de jongere kinderen.
Met Ibu Wita gaat het goed. Ze ziet er netjes uit, en vertelt dat ze heeft gewerkt. Ze geeft nu 2 keer per week 3 uur les op een SMP, middelbare school.
Opan en Ida zijn ook aangekomen en nadat we Ida hebben gefeliciteerd met haar verjaardag, vinden we het tijd om ‘zakelijk’ te worden.
Ibu Wita heeft het blijkbaar in de gaten, want ze steekt een heel verhaal af, waarin ik veel ‘sorry’ hoor.
Met iemand die heel rustig, duidelijk en niet te ingewikkeld praat, kan ik een redelijk gesprek in het Indonesisch voeren.  Nu pik ik de grote lijnen wel op, maar dat is nu even niet voldoende, we willen tot in detail weten hoe het ervoor staat met haar winkeltje, dus schakelen we Opan in voor de vertaling. Het komt erop neer dat de winkel definitief is gesloten. Nadat de vriendin waarmee ze zou samenwerken is gestopt, liep het mis. Ze kan de 2 jongste kinderen niet meenemen op de motor naar Gerung, wat zeker een half uur rijden is, maar thuislaten werkt ook niet.
Ze heeft het wel gedaan, maar toen Pak Harfin op een gegeven moment met de baby was gevallen, vond ze het niet meer verantwoord om de baby bij Pak Harfin te laten. Dat kunnen we ons overigens heel goed voorstellen.
Nu is ze dus blij met een paar uurtjes werk in de week, terwijl haar vriendin op de kinderen past, maar veel is het niet. Meer uren oppas kan ze ook niet vinden.

l. Apriliani krijgt een nieuw bedeltje aan haar armband   r. Apriliani, Pak Harfin, Muhamad, Ibu Wita, Maulidya, Deswita en Novia

We proberen te achterhalen hoe het gezin nu al een jaar kan leven zonder echte inkomsten. Maar veel wijzer worden we niet. We vermoeden dat de familie van Pak Harfin bijspringt, een jaartje geleden hoorden we dat ze een flink stuk grond in de verkoop hadden, het zou kunnen dat dat nu verkocht is. Een tijd geleden is Pak Harfin samen met zijn vader, en op kosten van zijn vader, naar Mekka geweest. Op één of andere manier moet er dus geld ‘in de familie’ zijn. Verder leeft het gezin ook niet goedkoop, denken we. Ze wonen in een mooie wijk, iedereen draagt nette, schone kleren, de hapjes en drankjes die we hier wel eens krijgen ogen altijd net even duurder (niet per se lekkerder) dan op andere plekken.
Ook horen we dat het hele gezin binnenkort met de bus naar Java gaat, om de feestdagen te vieren.
Dit zijn allemaal dingen die de meeste mensen uit Lombok echt niet kunnen betalen. En dat kan hier wel, terwijl er al zo’n lange tijd geen inkomsten zijn.
We komen er niet uit, vinden het ook vervelend om erover door te blijven vragen, ook omdat Opan alles moet vertalen.
Toch blijven we nog even doorzeuren over de winkel. Waar is het geld gebleven dat erin is geïnvesteerd, zijn er andere mogelijkheden om zelf iets op te zetten, om geld te kunnen verdienen?
Een groot deel van de overnamekosten van de winkel heeft Ibu Wita terug gekregen van de eigenaar.
De winkelvoorraden zijn deels verkocht, deels liggen ze nog hier thuis, voor eigen gebruik of om later misschien nog te verkopen. Als we doorvragen horen we dat ze het geld dat ze terug heeft gekregen van de winkelruimte heeft belegd in bouwmaterialen. Opan knikt begrijpend, het schijnt op Lombok veel voor te komen dat mensen beleggen in bouwmaterialen, hoe het precies in zijn werk gaat weet ik niet, maar we hoeven ook niet alles te begrijpen….
Peter en ik overleggen even, lekker in het bahasa Nederlands, wat moeten we hier nu mee??
Geld terugvragen kunnen we naar ons idee niet maken. Gelukkig hebben we naar verhouding nog niet zoveel in het winkeltje geïnvesteerd, maar elke cent, rupiah, die erin is gegaan heeft niet het gewenste doel, een blijvende inkomstenbron, bereikt. Daar balen we van.
We vragen of Ibu nog andere ideeën heeft om geld te verdienen. Dan komt ze op gang; ze heeft gehoord dat er, bij de hoofdweg in Mataram, ongeveer een kilometer van hun huis, nieuwe winkelruimtes worden gebouwd. Daar zou ze er één willen huren, als ze tenminste nog geld via ons kan krijgen.
Pak Umpuk, die al de tijd in stilte heeft meegeluisterd, kijkt haar verbaasd aan en loopt naar buiten. Blijkbaar heeft hij genoeg gehoord.
Wij modderen nog maar even verder en als we vragen hoe ze dat dan wil gaan regelen, met de kinderen en Pak Harfin, ziet ze het probleem niet zo. Ze is dan veel dichter bij huis dan wanneer ze naar Gerung moet. Maar zelf zien we daar weinig verschil in. Als zij een werkdag van huis is, maakt de reistijd niet zoveel uit, Pak Harfin zal dan toch met de baby thuis zijn. Of zij zelf nou ver weg of dichtbij is.  

We moeten hier even afstand van nemen en alles rustig overdenken, en Peter en ik willen het ook graag nog even in alle rust met Opan, Ida en Pak Umpuk bespreken.
Maar we hadden nog meer vragen op ons lijstje staan. Arme Jeanne en Bonnie, ze zitten er bij en zien waarschijnlijk de bui al hangen. Dit bezoek duurt al een uur, en we hadden vandaag nog een stuk of 20 andere huisbezoekjes gepland. Maar die hopen we iets sneller af te werken.
Terwijl Jeanne Pak Umpuk gezelschap gaat houden, snijden we het onderwerp kinderen aan.
Het blijkt dat ze van plan zijn om rond de feestdagen naar de ouders van Ibu Wita te gaan, die in Java wonen. Ze willen het middelste kind, Deswita, daar na de vakantie ‘achterlaten’ bij opa en oma.
Als ik het hoor krijg ik kippenvel, hoewel het toch niet erg koud is hier.
Het idee alleen al, als ik Deswita zo mee zie draaien in het gezin. Het is zo’n leuk kind, ze zit nu in de 2e klas van de basisschool en heeft echt haar plekje in het gezin. Ze is een tijd lang de jongste geweest, maar zit er nu met haar jonge broertje en babyzusje midden in. Ze sjouwt net zo handig met de baby rond als de oudste meisjes. Daarnaast is het een heerlijk kind om te zien. Haar ogen stralen heel veel ondeugd uit, maar ze is ook hartstikke lief. Zo’n kind laat je toch niet achter bij grootouders die een paar eilanden verderop wonen, die ze waarschijnlijk niet meer dan een paar keer in haar leven heeft gezien?!
Nog los daarvan begrijpen we de bedoeling niet. Als ze zouden besluiten de baby bij de grootouders achter te laten, zou ik me daar nog iets bij voor kunnen stellen. Een baby’tje past zich iets gemakkelijker aan, is nog minder gehecht aan het gezin (denk ik), en de baby is hier in huis een handenbindertje. Door de baby kan Ibu Wita moeilijk de deur uit om te werken. Maar Deswita levert wat dat betreft geen belemmering op, zij draait gewoon mee in het gezin, zonder extra werk op te leveren.
Maar in hoeverre kunnen en mogen wij ons daarmee bemoeien? Dat zijn van die lastige dingen…
Als we toch wat voorzichtige vragen stellen, horen we dat de grootouders het liefste voor Deswita zouden zorgen; de baby zou te lastig zijn. En dan komt er nog een vraag aan ons. Of Deswita nog steeds gesponsord zou worden als ze in Java is.
Dit is dus een vraag waar we wel wat mee kunnen, al overvalt het ons erg. Ons eerste idee is ‘nee’.
Als opa en oma zo graag voor het kind zorgen, kunnen ze ook wel voor de kosten opdraaien. We hebben totaal geen zicht op een kind dat in Java woont. Ook voor de sponsor is het niet leuk om een kind te sponsoren dat wij nooit kunnen bezoeken, waarvan je nog maar moet afwachten of er ooit informatie of foto’s van komen. Daarnaast hoop ik stiekem dat een negatief antwoord Ibu Wita en Pak Harfin aanzet er nog eens goed over na te denken.
Maar om even wat bedenktijd te krijgen, zeggen we dat we dit graag met Ine en Wally, de sponsors van Deswita, willen bespreken. Tjonge, wat een zware onderwerpen.
Dan vragen we Ibu Wita nog even naar de medicijnen van Pak Harfin. Blijkbaar waren de ‘echte’ medicijnen, die hij moest gebruiken in verband met zijn herseninfarct en hoge bloeddruk, al een tijdje op. Een tijd geleden zou ik nu al met de portemonnee van Impian Anak klaargestaan hebben. Nu ben ik even lamgeslagen. We weten het niet meer, hebben geen idee wat hier nodig is, of dit gezin hulp nodig heeft, en zo ja, wat voor hulp. Waarschijnlijk niet in financiële vorm, geld is hier niet het grootste probleem, denken we, op dit moment tenminste niet.
We besluiten het bezoek af te ronden. We houden via Opan contact over de nog openstaande vragen, maar hebben zelf onderling al redelijk vaststaan dat we voorlopig de 3 meisjes in het Impian Anak schoolsponsoring project houden, onder voorwaarde dat ze in Lombok blijven. Verder trekken we ons waarschijnlijk terug. Nee, een project in Lombok is niet altijd gemakkelijk…    

Als we van iedereen afscheid nemen ben ik blij met de ‘frisse’ buitenlucht. Even diep ademhalen en doorgaan.
Op naar Mataram Mall. Opan en Ida ‘racen’ in Opan-slakkengangetje met de motor, wij volgen met de auto. Bij de Mall treffen we elkaar weer. Ik ben even uitgeblust, de hitte, het moeizame bezoek van net. We stoppen Anique wat geld in de zak en sturen haar met Bonnie, Opan en Ida op pad voor een cadeautje. Peter en Jeanne gaan op zoek naar een batterijlader voor Jeanne en een reservebatterij voor onszelf. Pak Umpuk kijkt doodongelukkig als we in de hal van het drukke ‘moderne’ winkelcentrum staan. Dit is niks voor hem, hij voelt zich hier echt niet op zijn gemak. Ik vraag of hij mee gaat naar buiten. Kunnen we rustig wachten en bijkletsen. Dat vindt hij een goed idee. Buiten regelt hij met een beveiliger dat we op zijn bankje mogen zitten. Gezellig, nu nog een kopje koffie erbij, maar nee, het is nog steeds Puasa, dus dat zit er niet in.  
Maar zonder koffie kunnen we ook even het bezoek aan Pak Harfin en Ibu Wita evalueren. Ik vraag waarom hij naar buiten ging. Inderdaad, wat ik al vermoedde, hij vond dat Ibu Wita te ver ging, ze zei wel ‘sorry’, maar vroeg ons direct weer om geld om iets nieuws te gaan proberen.
Over het probleem ‘Deswita’ is zijn mening moeilijker te peilen. Het komt in Lombok geregeld voor dat kinderen opgroeien bij familie. Dat kan om verschillende redenen zijn; armoede, familieleden die zelf geen kinderen kunnen krijgen, gunstigere ligging ten opzichte van scholen. Dat zijn van die enorme cultuurverschillen waar wij moeilijk mee om kunnen gaan. En waar ik me eigenlijk ook niet te veel mee wil bemoeien. Hoewel…ik zou het wel willen, maar ik weet dat dat geen zin heeft, langzaamaan leer ik hier dingen los te laten.
Meer tijd om rustig te praten krijgen we niet, de beveiliger wil nu toch wel eens weten hoe het zit. Waar kom ik vandaan, woon ik in Lombok, wat is mijn relatie tot Pak Umpuk? Gelukkig zijn de mensen hier niet zo nieuwsgierig, ze willen alleen alles van je weten. Als we alles naar tevredenheid hebben uitgelegd, komen de shoppers langzaam naar buiten rollen.
Peter is geslaagd, heeft een nieuwe batterij voor de camera gevonden. Eén van de oude laadt niet meer goed. Jeanne heeft geen lader gevonden en zal toch haar hotelkamer nog eens op zijn kop moeten gaan zetten, misschien komt er dan nog een lader tevoorschijn.
Ida is geslaagd, ze heeft een jurkje en een mooie blouse gevonden. Als dat geen mooi verjaardagscadeau is?!

Dan rijden we naar Ampenan. Intussen hebben we al een foto van Tom op facebook gezien. Hij is in Singapore en heeft het mooie park Gardens by the Bay bezocht. Ja, we wisten wel dat dat iets voor hem zou zijn. Nu hoeft hij alleen aan het eind van de middag nog het goede vliegtuig te pakken, dan kunnen we hem vanavond eindelijk ophalen.   
In Ampenan wacht ons uiteraard een lunch, Puasa of niet. Wij zijn gasten en die moeten goed verzorgd worden. Ibu Misroh zet ons een schaal nagasari voor, uiteraard met voor iedereen een groot glas thee.
Als ze weer verder gaat met haar werk, komt Pak Umpuk even later uit de keuken met lekkere noedels. Helemaal zelf gemaakt, ook in Lombok zijn er nog echte huismannen!
Het is weer veel te veel, maar weigeren kan natuurlijk niet.
Het middagprogramma bestaat uit het bezoeken van ‘zoveel mogelijk’ sponsorkinderen in Ampenan, samen met Pak Umpuk, Opan en Ida.
Uiteraard beginnen we met Puput, het sponsorkindje van Jeanne, Bonnie en Leo.

l. in de deuropening de oma en tante van Puput, daarnaast Puput zelf     r. Samsul en Wijaya gaan er eens mooi voor zitten

Puput gaat nu naar de 3e klas van de basisschool, ze woont aan de weg langs het strand. Ze woont bij haar oma van moederskant in huis. Haar ouders zijn al jaren ‘buiten beeld’. Bij het huis van oma wordt in een overdekte ruimte vis gekookt op houtvuurtjes. Oma en Puput wonen in een rieten kamertje binnen de rokerige kookruimte.
Jeanne en Bonnie verheugen zich al de hele vakantie op dit bezoek. Ik hoop dat het mee gaat vallen. De eerste keer dat ik bij Puput kwam, moest ik toch wel een keer slikken. Het komt hier niet over als een ideale plek om op te groeien. Dat denk ik hier wel bij meer kinderen, maar het overgrote deel van de Lombokse kinderen die ik ken stralen iets vrolijks uit. Puput heeft dat niet. Zij kijkt altijd heel zorgelijk, angstig, vragend, soms ook een beetje boos. Haar uiterlijk is ook heel anders dan van de meeste kinderen hier. Ik weet niet waar haar vader vandaan kwam, maar het zou me niets verbazen als dat veel verder naar het oosten, richting Papua was.    
Jeanne is direct ‘verkocht’ als ze kennis maakt met Puput, het is zo te zien liefde op het eerste gezicht.  
Van 2 kanten, Puput is erg aanhankelijk, als ze een cadeautje krijgt van Jeanne en Bonnie, wijkt ze niet meer van hun zijde.
Ik maak een praatje met oma, een vrouw waarvan ik onmogelijk kan schatten hoe oud ze zal zijn. Ze vertelt me dat ze een tante is van Pak Umpuk. Fijn, zo leren we de familiebanden ook een beetje kennen hier!  Ze heeft veel kinderen, maar een paar zoons en haar man die vissers waren, zijn enkele jaren geleden overleden, ze zijn niet teruggekomen na een vistocht. Op die bewuste dag zijn verschillende  vissersboten uit Pondok Perasi in slecht weer terecht gekomen en gezonken. Nu runt ze het gezinnetje samen met haar dochter, een vinnige dame van een jaar of 30, denk ik.  
Oma kletst er vrolijk op los, terwijl Jeanne en Bonnie poseren met Puput. Even later is Puput omgekleed, ze draagt het nieuwe jurkje dat Jeanne en Bonnie hebben meegebracht. Er komt zowaar een glimlachje op haar gezicht!
Als we weer afscheid willen nemen, houdt Puput Jeannes hand stevig vast. We blijven toch nog een tijd hier in de buurt rondwandelen, en laten die twee maar lekker samenzijn, Puput gaat gewoon mee de andere kinderen bezoeken, oma vindt het goed.
Pak Umpuk komt zich verontschuldigen. Hij heeft erge hoofdpijn en wil graag even gaan liggen. Als Pak Umpuk niet verder met ons meegaat, is dat een teken dat hij zich echt niet goed voelt. Hij kijkt ook een beetje wazig uit de ogen. Ik vraag of hij een paracetamol wil hebben, als hij die zo inneemt en even rustig gaat liggen, knapt hij misschien op. Ja, graag, maar dan bewaart hij het tabletje nog even, hij kan die pijnstiller pas vanavond innemen, nu moet hij nog vasten… Daar had ik nog niet aan gedacht, tijdens de vastenmaand neem je overdag geen medicijnen in. Zelfs oordruppels voor gelovige duikers zijn omstreden deze maand. Ik weet dat ik hem toch niet op andere gedachten kan brengen, en knik maar heel begripvol.
Onder begeleiding van Opan en Ida, die hier ook prima de weg weten, gaan we verder.  Kleine Aufa, die echt niet met papa Umpuk mee naar huis wil, gaat met ons mee en neemt Anique bij de hand.
Ida komt met een jongetje aanlopen. Ik moet even diep nadenken, er zijn hier 2 jochies die ik altijd verwissel, hoewel ze niet eens op elkaar lijken. De vriendjes Samsul en Wijaya. Je ziet ze zelden afzonderlijk van elkaar. Maar nu is Samsul alleen. We lopen met hem mee naar zijn huis, dan komen we onderweg Wijaya vast ook ergens tegen.
Inderdaad, als we bij het witgekalkte rieten huisje van Samsul komen, is Wijaya er ook al. Samen mogen ze op de foto, terwijl we een praatje maken met de ouders van Samsul. Het is leuk zo leuk om alle ouders en kinderen zo te bezoeken. De jaarlijkse huisbezoekjes, maar ook de uitstapjes met de kinderen, scheppen een band. Je voelt je zelf iets meer betrokken bij de kinderen, de ouders kunnen vragen kwijt aan ons, eventueel via Opan, Ida of Pak Umpuk. En de kinderen wennen ook langzaam aan die witte mensen. Maar hoe dan ook, we blijven een grote bezienswaardigheid hier in Pondok Perasi. We voelen ons een beetje zwaan-kleef-aan. Er loopt al een hele stoet kinderen, groot en klein, achter ons aan. Je went eraan… Het is gezellig zo met zijn allen, maar er lopen ook een paar kleine ettertjes mee. Ze lopen continu te klieren en elkaar te pesten. Ida, als schooljuf in opleiding, heeft er haar handen vol aan.
Vanuit het huis van Samsul lopen we naar Nurfadila. Ze woont, samen met haar moeder en zusje, bij oma in huis. Of oma woont bij hun in huis, dat kan natuurlijk ook.
We kletsen even  bij, intussen nodigt Opan Nurfadila officieel uit voor het Impian Anak uitje net na de ramadanmaand. Dat moeten Opan en Ida even bij alle kinderen doen. Aangezien de meeste mensen zelden iets op het programma hebben staan, zal vrijwel iedereen mee kunnen gaan, maar je kunt het maar beter op tijd vragen, vinden we . De exacte bestemming van het uitje is nog niet bekend, maar het wordt vermoedelijk Tanjung Aan, een mooi strand in Zuid Lombok.  
Na Nurfadila lopen we weer naar de weg langs het strand, waar Irfan woont. Maar al voor we daar zijn, zien we Irfan en zijn oma. Ze zitten in de chidomo. Irfan stapt even uit om ons te begroeten. We regelen de ‘formaliteiten’ met Irfan en zijn oma maar even  op straat, dan kunnen we daarna direct verder naar de volgende. Dat wordt Hanafi. Maar als we bij zijn huis aankomen, treffen we daar vader en moeder. Hanafi is ‘ergens in de buurt’. Tja, dat is een ruim begrip. Dan komen we een andere keer wel weer even terug. Voor de zekerheid geeft Opan wel alvast de datum voor het uitstapje door.
Als we nog even bij de vader en moeder van Hanafi op de berugak zitten, komt er een ander bekend kind aan, de altijd goedlachse Sylvana. Haar treffen we ook altijd ergens op straat of bij andere gezinnen. We hebben haar nog nooit thuis bezocht. Vandaag slaan we dat dan ook maar even over, we lopen verder naar een hoekje waar twee kinderen wonen, Sarah en Abdul Majid.

l. vader en moeder van Samsul    r. Nurfadila met haar moeder en zusje

l. Anique heeft een nieuw vriendinnetje; Aufa   r. Irfan Hakiki

l. vader en moeder van Hanafi   m. Sylvana   r. Sarah en haar vader

De verlegen Sarah wordt door haar, vel minder verlegen, vader geroepen. Vader en dochter wonen samen in het kleine huisje. De oude vader heeft een klein kind op zijn arm, ook hier zijn oppasopa’s.
Sarah is net begonnen aan SMK Perawat, een soort verpleegsterdopleiding. We zijn heel benieuwd hoe dat gaat lopen. Over de opleiding gaan de wildste verhalen wat betreft kosten. De scholen zelf geven geen duidelijkheid over de te verwachten kosten gedurende de hele opleiding. Van Impian Anak krijgt ze een vaste bijdrage per jaar, via sponsor In Den Engel. Wat ze tekort komt, zal ze zelf bij moeten leggen.
Terwijl we met Sarah en haar vader staan te praten, komen de buren ook even kijken.
Hier moeten we echt even met Tom langsgaan. Abdul Majid en zijn ouders wonen in een huis dat zo door kon gaan voor clubgebouw van Tom’s studentenvereniging, Arbori Cultura. Het huis is fleurig geschilderd in de kleuren van de vereniging, hemelsblauw en oranje.
Abdul hebben we nog niet in levende lijve ontmoet. Wel hebben we een foto van hem gezien waarop hij een hele dikke pleister op zijn voorhoofd heeft. Die is er nu van af, dus kunnen we voor Wim en Joyce, zijn sponsors, een mooie nieuwe foto maken.
Maar dat wil nog niet zo lukken, als Abdul ons ziet, wordt hij erg verlegen. Ik kan het me voorstellen, een hele invasie vreemde mensen op het erfje… Maar even later trekt hij bij en komt er zowaar een lachje op zijn gezicht als we vragen hoe het op school is. Hij gaat nu naar de eerste klas van de basisschool, en blijkbaar is het daar best gezellig!  
Zoals overal delen Bonnie en Anique wat cadeautjes uit aan de kinderen die er rondlopen, waarbij het steeds lastiger wordt te onthouden welke ‘meelopende’ kinderen eerder op de middag al iets hebben gehad. Soms komen er kinderen met uitgestoken handjes waarvan we zeker weten dat ze al iets hebben gehad, maar dan blijkt dat ze iets vragen voor vriendjes of vriendinnetjes die zelf niet naar ons toe durven te komen. Lief hoor!
Als we verder willen lopen, komt het volgende Impian Anak kind aanlopen. Hoewel kind, Andi Jumadil heeft een metamorfose ondergaan. Vorig jaar was het nog een jongetje, vond ik. Nu lijkt hij ineens een stuk ouder. Hij gaat ook al naar de derde klas van de middelbare school. Andi is ineens ook niet meer zo verlegen, hij komt over alsof hij alles onder controle heeft en hoeft niet eens meer aangespoord te worden om ons allemaal persoonlijk te begroeten. Jammer dat Peter, zijn sponsor, er niet bij is. Hij zou hier van genieten!
Tjonge, wat is het leuk om de kinderen langzaam te zien opgroeien. Eigenlijk moeten we van alle kinderen een albumpje bij gaan houden, met foto’s van jaar tot jaar. Het is zo leuk om ze te zien veranderen!
Dan lopen we een stuk door, naar het huis van Melani. Haar moeder nodigt ons uit om binnen te komen, en het is even proppen voor iedereen een plekje heeft gevonden in het piepkleine kamertje. Melani komt even later ook binnen. Ze was bezig met koken.   
Ook zij is erg veranderd het afgelopen jaar, ze gaat nu naar de brugklas. Zo te zien heeft ze nog steeds problemen met haar huid. Haar armen zitten helemaal onder de vlekjes, maar ze zegt dat ze er nu zelf minder last van heeft. Als ook Melani een uitnodiging heeft gekregen voor het uitje wandelen we een klein stukje verder naar Indriani.
Jeanne en Bonnie hebben van Ger en Nancy, de sponsors van Indriani, een cadeautje bij zich.
Indriani, die met haar moeder en zusje thuis is, is er blij mee! Als Jeanne het sobere kamertje rondkijkt, ziet ze bekende gezichten aan de wand hangen. Een foto van Ger en Nancy, op een ereplekje aan de muur, bij de familiefoto’s. Ja, nu zien Jeanne en Bonnie ook zelf hoe de Impian Anak sponsors hier gewaardeerd worden!  Natuurlijk worden er ‘bewijsfoto’s’ gemaakt.

l. Abdul Majid   m. gezellig druk overal!   r. Andi Jumadil

l. op visite in het huis van Melani  r. Melani

l. Indriani met moeder en zusje   r. Ida, het zusje van Doni en Sylvana

Na dit bezoek hebben we voor vanmiddag nog één kind op ons lijstje staan, Doni.
Doni hebben we  nog nooit ontmoet. Hij wordt door Eric en Jacqueline gesponsord nu ‘hun’ Mulhakim naar de gratis school in Batu Tumpeng gaat. Doni woont een eindje weg, voorbij de moskee en de basisschool, dicht bij de doorgaande  weg van Ampenan naar Senggigi.
Als we bij het huis aankomen zien we niemand. Ida gaat op onderzoek uit en komt even later met de moeder en het zusje van Doni aan. Doni zelf is niet thuis. Jammer, maar dan komen we een andere keer gewoon terug.
Als ik de moeder van Doni een hand geef, vraagt ze iets aan mij, wat ik niet direct versta. Als ik Opan vragend aankijk, geeft hij aan dat het niets bijzonders is. Dat maakt mij extra nieuwsgierig. Maar Opan wil geen antwoord geven. Prima, dan vraag ik het aan Ida, die het in haar schooljuffen Bahasa Indonesia uitlegt. Ze had in huis even kort uitgelegd wie we zijn, wat we komen doen en daarbij, zonder bij na te denken,  ook laten vallen dat we een cadeautje van de sponsor bij ons hebben, voor Doni.
Nu vraagt de moeder waar het cadeautje is… Nu begrijp ik het, en begrijp ik ook dat Opan het niet wilde vertalen. Hoewel we hem bij proberen te brengen dat hij alles moet vertalen en doorbrieven naar ons, alle vragen en opmerkingen, positief, negatief, dom, slim, brutaal, beleefd, maakt niet uit.
Op één of andere manier is hij bang dat we hem de minder leuke opmerkingen of vragen aanrekenen.
Dat is niet zo, en dat besef komt er bij hem ook wel langzaam in, maar soms heeft hij moeite om gewoon letterlijk dingen te vertalen. Nou ja, gelukkig hebben we Ida er ook bij, die heeft geen last van plaatsvervangende schaamte.
Ik vertel de moeder in mijn beste bahasa Indonesia dat we een keer terugkomen en het cadeautje graag overhandigen als Doni er zelf ook is.
Nu hoop ik maar dat we hem snel een keer kunnen bezoeken, anders ben ik bang dat Doni voorlopig de deur niet meer uit mag…stel voor dat we terugkomen als hij er weer niet is, dan moeten ze nog langer wachten op het cadeautje.
Met alle kinderen achter ons aan lopen we terug naar het huis van Pak Umpuk. Jeanne en Bonnie leveren Puput, die de hand van Jeanne de hele middag angstvallig heeft vastgehouden, weer netjes af bij oma.
Wij brengen Aufa thuis en kijken even hoe het met Pak Umpuk gaat. Hij wilde graag vanavond mee naar het vliegveld om Tom op te halen, maar als hij zich niet lekker voelt, kan hij misschien beter thuis blijven.
En inderdaad, hij ligt midden in de ‘woonkamer’ op de vloer te slapen. Ibu Misroh zegt dat hij al een tijd slaapt, en nergens wakker van wordt. Dan laten we hem lekker liggen, kan hij nog een paar uurtjes slapen en dan vanavond thuis rustig beginnen met eten en drinken. Tom komt rond half 7 aan, een kwartiertje na Buka Puasa.
Willen we voor buka Puasa op het vliegveld zijn, dan moeten we niet te laat vertrekken. Buka Puasa in de auto willen we onze begeleiders naar het vliegveld ook niet aandoen.
Wij bedanken Opan en Ida voor alle hulp van vandaag, wensen Ida nog een hele fijne verjaardag en rijden dan naar Bumi Aditya. We zien dat Daan, die heel graag meegaat naar het vliegveld, er al is. Ze heeft weer eens allerlei lekkere hapjes meegebracht voor ons, net vers klaargemaakt door haar en Sane, haar moeder. De schatten!
Anique, Jeanne en Bonnie blijven vanavond in Senggigi. Een retourtje vliegveld is niet zo boeiend, en Tom zien ze de komende dagen vast nog genoeg.
Terwijl Daan even meeloopt naar Jeanne en Bonnies kamer, frissen Peter en ik snel een beetje op.
Als we klaar staan om te vertrekken, horen we van Anique dat Daan nog even snel naar huis is, om iets te halen of zo. Wij rijden alvast met de auto naar de ‘doorgaande weg’ in Loco. Maar we zien geen Daan terugkomen. Als we voor Buka Puasa op het vliegveld willen zijn, zal ze toch een beetje tempo moeten maken. Het is nu ongetwijfeld vreselijk druk onderweg. Na een minuut of 10 wachten gaan we maar eens een kijkje nemen. Dan blijkt dat Daan zich uitgebreid aan het mandiën is. Dat schiet lekker op…
We wachten maar tot ze klaar is en racen dan naar het vliegveld. We willen wel op tijd zijn, en je weet maar nooit hoe laat de vlucht uit Singapore aankomt. En in zijn eentje zal Tom niet lang over de douaneformaliteiten doen, zeker omdat hij vrij ver vooraan in het toestel zit.
Het eerste stuk is erg druk, maar naarmate we dichter bij Buka Puasa komen, wordt het rustiger onderweg. Als we op de ‘snelweg’ naar het vliegveld zitten, is de weg bijna leeg.
Iedereen zit nu natuurlijk vol afwachting thuis rond de potten en pannen. Arme Daan, geen buka Puasa dinertje op het vliegveld, wat we eigenlijk gepland hadden.
Gelukkig heb ik voor we weggingen nog snel een pak crackertjes en een paar flesjes water gepakt, voor het geval Tom trek zou hebben na de vlucht.
Als we het sein Buka Puasa op de radio horen, geef ik Daan wat lekkers, en zelf eten we voor de gezelligheid maar een beetje mee. Zo te zien zijn we de enige auto die doorrijdt. De andere auto’s gaan aan de kant van de weg staan, waarschijnlijk voor een hapje, een drankje of een gebed.  Nu zoeven we helemaal vlot naar het vliegveld en als we er aankomen twijfelen we of we op tijd zijn. Met een beetje geluk (of pech) is het toestel waar Tom in zit al geland. Daan hoopt van niet, ze zou zo graag het toestel zien landen. We kijken nog even bij de landingsbaan, maar zien al een SilkAir toestel ‘aan de slurf’ staan. Dan haasten we ons maar naar binnen en zoeken de uitgang waar Tom zo uit moet komen.
Daan wordt er helemaal zenuwachtig van, leuk om te zien hoe ze zich verheugt. Ze was ook al zo enthousiast toen ze ons een paar dagen geleden de eerste keer zag. Ze verwachtte ons eigenlijk pas een dag later en heeft 10 minuten staan springen en juichen. Ook naar de komst van Jeanne en Bonnie, die ze via Facebook al had leren kennen, had ze erg uitgekeken.
Wij kennen Daan nu al heel wat jaartjes, en haar spontaniteit en uitbundigheid wordt alleen maar groter.
Even later zien we de eerste passagiers naar buiten komen. Nou, Tom heeft toch nog heel wat mensen voor laten gaan…ik had hem eigenlijk verder vooraan verwacht. Als we de hoop bijna opgegeven hebben, komt hij eraan. Tja, als alleenreizende jongere met een gigantische rugzak en tas en een dag of wat niet geschoren moest hij even extra gecontroleerd worden. Dat hebben we nou nooit als we als gezin reizen. Typisch…
Het is heerlijk om hem te zien, diep in mijn achterhoofd vreesde ik allerlei rampscenario’s, verkeerde vlucht genomen, in slaap gevallen op Singapore, vertraging, weet ik wat. Zal wel ‘normaal’ moedergevoel zijn.
Daan is zo mogelijk nog blijer om hem te zien dan wij. Tom is vooral moe, al zegt hij dat hij een hele relaxte 2e vlucht heeft gehad. Bij het inchecken op Singapore werd hem gevraagd of hij er bezwaar tegen had om business class te reizen. Er waren problemen met een grote familie die per se bij elkaar wilde zitten, en daarvoor hadden ze dus zijn gereserveerde stoel in de economy class nodig.
Daar had Tom uiteraard geen bezwaar tegen. Hij heeft tijdens de vlucht heerlijk gedineerd, met lekkere drankjes erbij en heel ruim kunnen zitten. Geluksvogel! Dat is dan weer het voordeel van alleen reizen.
We lopen naar de parkeerplaats en rijden vlot terug naar Loco.
Daar aangekomen gooit Tom zijn tas in de kamer en bellen we Anique om te vragen waar ze zijn. Ze hebben net in Senggigi wat gegeten en wilden nog ergens een drankje nemen.
We vragen Daan of ze nog even meegaat een hapje eten of wat drinken, maar ze had haar moeder beloofd om ’s avonds thuis nog te eten. We nemen afscheid van haar en spreken met Anique af dat we over 10 minuutjes verzamelen bij Warung Ana. Wie nog honger heeft (Peter en ik dus) kan daar een hapje eten, de rest drinkt dan maar wat.
Ana is weer heel blij om Tom te zien, en haar kleinzoontje Satria van een jaar of 2, die zich Tom toch echt niet meer kan herinneren van vorig jaar, roept ook al heel enthousiast Om Tom!
We eten nog een hapje, drinken teh botol en koffie en lopen daarna terug naar Bumi Aditya.
Na een hapje (kroepoek à la Daan) en een likeurtje op ons terrasje, dat met 6 mensen wel erg vol komt te zitten, gaan we lekker slapen. Het was weer een lange en indrukwekkende dag en een beetje slaap en rust kunnen we nu allemaal wel gebruiken!

 
Vrijdag 26 juli

Jeanne
Ohhhhhhh, verslapen!!!!  Bonnie en ik hebben beiden vergeten de wekker te zetten. Als we wakker worden vliegen we als een gek het bed uit en kleden ons aan. Bij het ontbijt aangekomen, zit alleen Anique daar. Tom is even bij Jay buurten en Peter en Marianne zijn in de kampung naast het hotel. We eten wat en de rest komt ook weer terug van hun bezoekjes.
We hebben voor vandaag niets bijzonders gepland dus we kijken wel hoe de dag verloopt.
Als eerste besluiten we om lekker even een strandwandeling te maken. Hoe vervelend, hihi. Het is telkens weer prachtig om daar te lopen. Net een plaatje uit een reisboek. En dan de ruisende zee erbij, wat wil een mens nog meer. Uiteraard maken we een stop bij ons favoriete strandtentje Coco Loco. Een lekker vers fruitsapje en we kunnen er weer tegenaan. Heerlijk. Wat zal ik die verse fruitsappen, vooral de ananas, thuis gaan missen. Je kunt dit thuis ook in de blender maken maar het smaakt hier allemaal veel lekkerder. En het uitzicht is ook ietsje anders. Dus we genieten er nu maar dik en dubbel van.

Als we terug lopen gaan we bij Anna aan. Dat is ook al zo’n lieverd en een hele gezellige tante. Blijft maar aan het kletsen en koken dat ze kan! Ze heeft een strandtentje met een paar tafeltjes met stoelen. Niets bijzonders maar wat een hoop gezelligheid en een uitzicht! Ze gaat meteen voor ons aan de slag en even later zitten we aan een lekkere maaltijd. En dat voor een paar euro, eten, drinken, een hoop gezelligheid en prachtig uitzicht. Waar krijg je dat voor dat geld? Ja, bij Anna!!! Het verbaasd me elke keer weer hoe goedkoop het eten hier is. Zo twee keer per dag uitgebreid eten is ook niet goed voor de lijn maar dat zien we thuis wel weer. Het is vakantie zullen we maar zeggen.
’s Middags gooien we even in de groep wat we kunnen en willen gaan doen. Er wordt van alles geopperd totdat Peter met het voorstel komt van: we kunnen ook ff een watervalletje nemen. Kwam er zo komisch uit dat we meteen antwoorden van:  Ach ja, waarom niet? Laten we ff een watervalletje nemen. Zo gezegd zo gedaan.
Er blijkt dicht in de buurt een waterval te zijn waar de familie Geurts ook nog niet is geweest. Dus besluiten we om daar heen te gaan. Als we de auto geparkeerd hebben, bij het begin van het pad, komt er iemand om entree te heffen. We vragen of het ver is en hij antwoordt van niet. Gewoon het pad volgen en dan kom je er bij uit. Hooguit een half uurtje. Oké,  dat gaan we dan ff doen. Nou ja ff??? Het was niet echt een recht toe recht aan pad. Het begon wel vrij vlak. Dus wij dachten dat het wel mee zou vallen. Maar daar kwamen de trapjes en de trapjes en nog meer trapjes. Pff, het is toch wel warm. Ik voel het zweet overal over mijn lijf lopen, en dan bedoel ik ook echt overal. En……. nog meer trapjes. Er staan bordjes onderweg over hoeveel meter de waterval is. Alleen kloppen ze niet helemaal, volgens mij. De ene keer is het nog 500 meter en bij het volgende staat 800 meter. Zou er dan bij het vorige bordje nog een 1 voor gestaan hebben?  Ja, zo schiet dat dan wel op. Bonnie en Anique lopen wat voorop en hebben er goed de pas in. Marianne en ik gaan steeds langzamer lopen. Blij als Tom en Peter even stoppen om wat foto’s te schieten. Jahoor, ga gerust jullie gang. Neem vooral de tijd.


Het word ook steeds glibberiger en wij lopen daar op teenslippers! Hoe dom kun je zijn? Ook niet echt goed over nagedacht. Maar…. We bikkelen door over wéér wat trapjes en daar horen we toch water kletteren. Zou het???? En dan eindelijk, na toch ruim een uur, of was het nog langer, door de hitte van ruim 30 graden te hebben geparadeerd, belanden we bij de waterval(letje). Werkelijk prachtig om te zien. En het is hier zo stil, alleen het kletterende water (en het gekwetter van ons). We hebben het zo warm dat we lekker het water in gaan. Brrrr, koud! Maar zo lekker fris. Er volgen wat fotosessies door Tom de hoffotograaf. Peter en Tom hebben me toch een foto-apparatuur bij zich. En wat een mogelijkheden ze daar mee hebben. Daar is mijn huis en tuin cameraatje niets tegen. Maar er is al afgesproken dat ik ook de foto’s van hun krijg, dus komt helemaal goed. Als we weer uitgerust en opgefrist zijn, beginnen we aan de terugweg. Oh nee, weer trapjes op en af. Maar we houden de moed erin en gaan op weg.  Het is nog steeds warm en klam maar het is hier zo mooi, zodat we dat op maar op de koop toe nemen. Ik geniet van al die mooie kleine watervalletjes, de mooie planten en bomen en het uitzicht. Wat een natuur. Als ik op een gegeven moment met Bonnie en Anique loop, zie ik iets het pad oversteken. Zie ik dat goed? Een aap! Wauwie, zeg ik. Zagen jullie dat? Ik krijg geen reactie en kijk achterom. Lopen die twee meiden een heel stuk achter me en hebben dus geen aap gezien. Bonnie gelooft me niet helemaal en kijkt me achterdochtig aan. Ondertussen komt Tom in het vizier en ik vertel wat ik gezien heb. Oh ja, zegt die, er loopt hier van alles rond. Ik heb net ook een slang gezien. Bonnie kijkt Tom ongelovig aan. Nee he? Jawel, zegt Tom. Oeps, Tom! Verkeerd antwoord. Bonnie krijgt ineens veel haast om door te lopen en is ook zo weer bij de auto. Gelukkig, trip overleefd. Maar zeer zeker de moeite waard geweest.
We gaan terug naar het hotel om lekker te douchen. Heerlijk. Ik wil mijn camera aan de oplader leggen en ga op zoek. Lag toch in de la? Of in het koffer? Of in het andere koffer? In het nachtkastje dan? In mijn handtas? O jee, waar hebben we die nu gelaten. Ik zoek me helemaal suf maar geen oplader. Hmmm, vreemd. Weet zeker dat ik hem bij me had. Straks nog maar ff kijken.   
Weer lekker fris en opgetut lopen we naar de residentie van de familie Geurts.  We hebben honger en gaan op pad om te gaan eten. Het wordt restaurant Graha. De lokale chinees. Normaal is het hier erg druk maar vanavond zitten er geen gasten. Peter en Marianne vinden dit heel vreemd. Misschien toch de recessie die hier ook zijn uitwerking heeft? We besluiten aan een grote ronde tafel te gaan zitten met een draaiende “schijf”  in het midden. We bestellen het eten en dat wordt later opgediend op de draaischijf. Tom vind het leuk om ons te plagen en draait telkens als wij iets willen pakken. We gunnen die jongen het plezier en doen daarna hetzelfde. Doordat de meeste lokalen moslim zijn, is varkensvlees bijna niet te krijgen. Maar in dit restaurant kun je wel varkensvlees krijgen wat ook wel weer eens lekker is.
De watervaltrip van vanmiddag wordt nog even uitvoerig door genomen en nu we weer fris en fruitig zijn we het er unaniem over eens dat het ‘even een watervalletje nemen’ een mooie ervaring is geweest. Het eten is wederom lekker. Ik heb hier nog niets gegeten wat ik niet lekker vond, dus dat komt helemaal goed de aankomende weken.  De rekening is hier wel wat hoger, in verhouding tot Nederland nog steeds laag, maar dit doen we tenslotte niet elke dag. Het blijft dan ook speciaal als we bij Graha gaan eten.
We bespreken het programma van morgen: strand bbq in Ampenan. Gezellig! Heb er zin in.
Terug op de kamer maar weer eens op zoek gegaan naar de oplader van mijn camera. Weer alles uit koffers gehaald, alle laatjes en kastjes na gekeken, tassen leeg geschud. En nog niets. Ineens schiet me wat te binnen. De avond voor ons vertrek naar Lombok heb ik beide accu’s nog opgeladen. Zou ik die ene accu met oplader nog………………………………….. oh nee, hé? Ik bel naar huis en vraag of de oplader nog in het stopcontact zit. En jawel. Wat een domme actie van mij. Maar ik ben blij dat het terecht is en dat ik het niet kwijt ben. Morgen maar eens met de mannen overleggen voor een oplossing om mijn accu op te laden. Die weten vast wel iets.
Na mijn late zoekactie,  moe maar voldaan lekker op tijd naar bed. En…… nu toch maar de wekker gezet! Zal me niet nog eens gebeuren.



Marianne, vrijdag 26 juli 2013
Voor vandaag hebben we nog geen plannen gemaakt. Eerst maar eens pelan pelan op gang komen, dan zien we daarna wel verder. Tom is vroeg wakker dus gaan we op tijd ontbijten. Jeanne en Bonnie zijn nog in diepe rust, die laten we maar lekker slapen.
Bij het ontbijt leren we weer wat nieuws. Op de kaart staat French toast (wentelteefjes). Tom bekijkt de kaart (bij de receptie staat een kaart met de keuze-mogelijkheden) en zegt dat het hier al vooruit gaat, als ze zelfs turning bitches hebben. We kijken verbaasd, waar heeft hij het nu over. Dan valt het kwartje, blijkbaar is het studenten-jargon voor wentelteefjes.
Maar dat optimisme van Tom over de vooruitgang bij Bumi Aditya verdwijnt snel als blijkt hoe lang we op de turning bitches moeten wachten en wat een chaos het is in het restaurant.
Och ja, we hebben nu tijd zat, dus het maakt ons niet zoveel uit, maar we zien al een boos groepje vertrekken zonder ontbijt omdat ze door een busje worden opgehaald voor een dagtocht.
Na het ontbijt lopen we de kampung in, Tom gaat even wat mensen begroeten. Uiteraard belanden we bij Boung en Sareah op de berugak, waar het snel gezellig druk is.
Tom krijgt weer van iedereen te horen dat hij zo groot is geworden. Vorige keer was hij veel kleiner, en dan wijzen ze het formaat aan van een kleuter of zo. Nou ja, ooit was hij zo, maar dat is toch al heel wat jaren geleden.
Na een tijdje wandelen we terug naar Bumi Aditya en zien dat iedereen weer wakker is.
We besluiten een lekker rondje Senggigi te doen; langs het strand naar het noorden lopen, via de hoofdstraat weer terug.

We lopen deze ronde vaak, maar ik blijf er intens van genieten. De rust op het strand (geen Zandvoort-achtige taferelen hier), het geweldige uitzicht, de tussenstops om bij te kletsen met vissers, verkopers en andere bekenden,  en natuurlijk, ook vandaag weer, een lekker sapje of ijsthee bij Coco Loco.
Jeanne en Bonnie zijn er ook al verslaafd aan.
Als we via de hoofdstraat teruglopen maken we een praatje met Dianne bij Anna’s Gift Shop. Leuk, lekker in het Nederlands. We hebben haar al een hele tijd niet gesproken en staan nu zeker een half uur te kletsen. Onder andere over uitstapjes, de vele dingen die je kunt doen op Lombok.  
Na zoveel jaren op Lombok zijn er nog steeds plekken waar we nooit zijn geweest, of zelfs nooit van hebben gehoord. Daar moete we vanmiddag dan maar eens wat aan gaan doen.
Eigenlijk hadden we het idee om vanmiddag naar Gangga watervallen te gaan, maar we horen nu positieve verhalen over de waterval bij Kerandangan. Daar zijn we nog nooit geweest en het is niet zo ver als Gangga. We zullen het zo eens in de groep gooien.
Dat doen we tijdens de lunch, als we met zijn allen gezellig bij Warung Ana zitten te genieten van kip, kangkung, maiskoekjes, nasi en lekker pittige tempe goreng. Wat hebben we het weer goed.
Het idee van een waterval-middagje valt prima in de groep. Wat hebben we toch gemakkelijke mensen om ons heen, alles wat we bedenken valt in de smaak!
Na de lunch halen we snel wat spullen op bij Bumi, dan gaan we op pad.


Kerandangan is niet ver, we volgen de weg het binnenland in en zouden dan vanzelf op de goede plek uit moeten komen. Dat klopt inderdaad, er is zelfs een parkeerplaats en een centraal gebouwtje waar 2 jongens uit komen om ons te begroeten. We mogen wat entreegeld betalen en krijgen de vraag of we een gids mee willen hebben. Nou, eigenlijk liever niet. Dat is hier geen probleem, het schijnt dat de route goed staat aangegeven. Ook krijgen we te horen dat het niet zo ver is. Tja, wat is niet zo ver….?
Een half uurtje, is het antwoord, tja daar schieten we ook nog niet veel mee op. Als zij het in een half uur lopen, doe ik er gegarandeerd veel langer over. We kunnen wel vragen welke afstand het is, maar uit ervaring weten we dat je daar ook weinig mee opschiet. We zien het wel, we gaan vrolijk op pad.
Al vrij snel zien we wegwijzerbordjes met verschillende afstanden erop. Maar het wordt verder in plaats van dichterbij. Niet op letten, vrolijk doorlopen, is het motto.
De wandeling is prachtig, maar het is ‘best wel’ warm. Gelukkig lopen we in de schaduw van de bomen en struiken, maar ondanks dat is het hijgen en puffen. Zeker als het pad slechter wordt, en we berg-op-berg-af moeten, vaak over glibberige trapjes. Ik bedenk al snel dat mijn tas veel te zwaar is, waarom sleep ik ook altijd zo veel mee? Maar ja, je weet maar nooit wat je onderweg een keer nodig hebt.
Een paar flesjes water zijn in elk geval heel erg handig nu!



zelfde waterval, zelfde moment, waar een fotocursus al niet goed voor is....
Tom leeft zich uit met de camera. Anique en Bonnie sprinten vooruit en ik geniet volop van het mooie uitzicht, en dat werkt het beste als je even heel rustig blijft staan! Dat ik dan even kan uithijgen is mooi meegenomen.
Het is hier rustig, we zijn nog geen mensen tegengekomen. Als we na een hele tijd een paar keer een beek zijn overgestoken horen we water vallen. Dan moeten we toch bijna bij de waterval zijn.
En inderdaad, na een fikse wandeling en veel glibberen zien we de waterval. Hij is niet erg indrukwekkend wat hoogte of formaat betreft, maar de omgeving eromheen is zo mooi en rustig, dat we hem toch maar op gaan nemen in het lijstje van bezienswaardigheden die zeker de moeite waard zijn.
Nu we toch hier zijn en wel wat afkoeling kunnen gebruiken, kunnen we net zo goed even in de waterval en het minimeertje ervoor springen. Hoewel, springen….het lijkt meer op kruipen. Het water ligt vol grote glibberige stenen. Dan komt mijn te zware tas toch weer van pas, ik kan mijn plastic slippers inruilen voor waterschoenen. Peter, Tom en Anique hebben de duikschoentjes bij zich. En de heren zijn zo galant om die af te staan aan Jeanne en Bonnie. Beetje groot, maar dat maakt niet uit.
Het water is ijs en ijskoud, maar het gevoel van een echte waterval, midden in de rimboe, zonder andere mensen in de buurt, maakt veel goed. We spetteren wat, Tom en Peter maken een paar duizend foto’s en dan gaan we weer op pad. We hebben nog een eindje terug te lopen.  Ik heb een set droge kleren in mijn tas zitten, maar bedenk dat ik net zo goed de natte aan kan houden, tegen dat ik bij de auto ben, ben ik toch weer drijfnat. We beginnen op ons gemak aan de terugtocht.
Onderweg ziet Jeanne een aap. Als Bonnie een beetje panisch reageert, vertelt Tom nog even doodleuk dat hij net een slang op het pad zag. Tom is nog niet helemaal op de hoogte van Bonnies ‘liefde’ voor alles wat hier rondkruipt. Of Tom houdt van de harde aanpak, dat kan natuurlijk ook.
Hoe dan ook, ik geloof dat ik hier ook niet precies wil weten wat er allemaal om ons heen kruipt. Slangen vind ik eigenlijk ook niet leuk… Maar zonder problemen komen, veel sneller dan ik had verwacht, weer bij de auto.


We rijden rustig terug naar Loco en stoppen onderweg even bij het uitkijkpunt over Senggigi. Het is er al gezellig, veel mensen hangen hier rond in afwachting van Buka Puasa, denk ik. Maar dan moeten ze toch nog een tijdje wachten. We genieten even van het uitzicht, maken wat foto’s en rijden dan verder.
Bij het kantoor van Lombok Dive maken we een tussenstop. Tom wil morgen graag gaan duiken en wil dat even doorgeven. Het is er weer druk. Het kantoor zit vol met ‘nieuwe’ toeristen die net van Lembar afkomen. Zielig, denk ik, ze vallen allemaal in handen van ‘meneer’ Abdul. De Lombok Divers komen ook net terug, en we ontmoeten de Nederlandse Daan, die hier samen met zijn Lombokse vrouw een reisbureau runt, en die ook vaak bij Lombok Dive duikt. Ik zou met alle plezier de toeristen hier doorsturen naar hem, maar het temperament van Abdul en zijn personeel kennende, lijkt me dat geen goed idee. Jammer eigenlijk als je ziet hoe mensen worden opgelicht, zowel de klanten als de bedrijven waar het tourist office mee ‘samen’ werkt. De hotels, duikscholen en andere bedrijfjes moeten ook maar afwachten wanneer en of ze betaald krijgen voor de geleverde diensten.
Tom maakt snel zijn afspraak, we kletsen even bij met Daan en rijden dan terug naar Bumi Aditya.
Daar nemen we een welverdiende douche. We hebben besloten dat we vanavond eens luxe gaan dineren. Bij Graha, aan de ‘Chinese’ kant. Het eten is er altijd lekker, het is dichtbij, je zit er rustig en vaak werkt er een heel vrolijk meneertje, Made, die lange tijd in Loco heeft gewoond.
Helaas is hij er vanavond niet. Maar het eten is prima, we zitten heeeeeel rustig (het restaurant is uitgestorven) en we genieten. Peter en Tom uiteraard weer van babi, dat hier buiten de officiële kaart om te krijgen is. Na het diner sluiten we de dag af met een drankje en dan gaan we slapen. Het was weer een mooie dag!

 
Zaterdag 27 juli

Jeanne
Vandaag hebben we een culinaire dag. Vanavond hebben we met een hoop vrienden een strand bbq. Of bbq? Ze noemen het hier bbq. Niet zoals bij ons met wat lapjes vlees op het vuur met wat salades, sausjes en de andere nodige accessoires. Nee, hier maak je eten overdag klaar en ’s avonds samen gezellig op strand smikkelen. Het wordt hier toch grotendeels koud gegeten dus dat maakt dan ook niet uit. Ben reuze benieuwd en laat me vandaag geheel verrassen. Na het ontbijt gaan we richting Ampenan waar we bij Pak Umpuk even wat drinken en wachten op Opan en Idha. Als die op hun motor gearriveerd zijn, lopen we naar de lokale markt om inkopen te gaan doen. Wat een mensen. En wat een kraampjes met heel veel kruiden, specerijen, groentes, vlees, vis  en nog zo veel meer. Prachtig als je ziet hoe ze de kruiden in grote manden hebben uitgestald. Wat een kleurenpracht. Het lijkt wel een schilderspalet. Uiteraard schieten we hier ook weer het nodige aan foto’s. Alleen de reuk (lees stank) die je hier ruikt vind ik wat minder. Er hangt een indringende zurige lucht. Als ik de vis hier in manden zie liggen met die grote ogen weet ik, denk ik, waar die stank vandaan komt. Maar dat mag de pret niet drukken om van de markt te genieten.




Het menu voor vanavond is al vast gesteld dus gaan we aan de slag. Ida is een echt huisvrouwtje en loopt parmantig voorop. Zij weet hier de weg en weet waar je de spullen het beste kan kopen. Ik merk wel dat Ida ervan geniet om te laten zien dat dit voor haar dagelijkse bezigheid is en dat ze hier ook erg goed in is. We geven haar hier de nodige complimentjes over en daar geniet ze nog meer van. Mooi toch! Bij het vast stellen van de prijs wordt er druk onderhandeld. Marianne’s favoriete onderdeel. Dus niet! Ze laat dit dan ook maar heel wijselijk aan Ida en Opan over.
Bij de kraam met kip aangekomen, besluit ik maar even verder te lopen. Dit hoef ik niet allemaal te zien. Alles ligt hier in de hitte zonder ook maar een enige vorm van koeling. Dus daar denk ik maar niet over na.
Ook op de deze markt zijn we weer een bezienswaardigheid. Vooral Anique en Bonnie. Er komen wat kinderen op hun af en er moeten wederom weer foto’s gemaakt worden. Ze klampen zich aan de meiden vast en voelen of de huidskleur wel echt is. En die mooie haren! De kinderen vinden het prachtig. Op zo’n lokale markt komen blijkbaar niet veel blanke toeristen dus dat is wel hilariteit.
Ida heeft ook kokosnoten gekocht maar die moeten geraspt worden. We komen bij een man uit in een “werkplaats” met een heuse kokosrasp machine. Geweldig om dit te zien. Zo wordt het me weer eens duidelijk dat met weinig middelen heel veel dingen gedaan kunnen worden. Wat zijn wij dan toch een stel verwende kukels.


Als alle inkopen gedaan zijn gaan we bepakt en bezakt terug naar Pak Umpuk. Daar gaan we met z’n allen koken.  We bombarderen Ida tot chefkok en laten haar de taken verdelen wie wat gaat doen. Opan wordt aan het raspen van groenten gezet. Nee, niet met een rasp maar gewoon met een mes. Bonnie en Anique gaan oteh oteh maken. Jammie!!!  Omdat  Ibu Mish maar 2 gaspitten heeft, wat al heel wat is hier, worden de oteh oteh op een camping  gasstelletje gebakken. De meiden hebben er wel plezier in.
Men heeft hier niet , zoals bij ons, een keukentafel dus gebeurt alles op de grond. Even wennen maar ook dat went. Jaja, we wennen wat af hier. Ibu Mish is sate aan het maken en ondertussen houd Ida alles goed in de gaten en geeft links en rechts wat aanwijzingen zoals een goede chefkok ook hoort te doen. We maken balletje balletje (Telur Penyu). Bonnie vond die zo lekker tijdens ons etentje op de school, dat Ida ons gaat leren hoe je die moet maken. Uiteraard meteen even de receptuur opgeschreven zodat we dat thuis ook kunnen gaan maken.
Als we even pauze hebben komt Bonnie buiten Leo tegen. Ahhhhhhhhhh, wat een schatje. Leo is de baby van de overburen van Pak Umpuk. Die moet ook mee naar huis, zegt Bonnie. Ja, we moeten toch maar eens aan andere koffers gaan denken als we alles wat we willen hebben mee naar huis willen nemen. Tijdens ons verblijf hier op Lombok is het vast tarief dat Bonnie Leo wil zien als we in de buurt zijn. Hij heeft haar hart gestolen. Na deze break gaan we weer verder met koken. Nu is de kroepoek aan de beurt. Deze gaan Anique en Bonnie bakken. Wauw, roept Bonnie als de ongebakken kroepoek in de olie gaat. Die worden groot! En lekker!!!! Ook die moeten dus gekocht worden om mee naar huis te nemen. Zo komen onze koffers wel weer vol.





Tijdens deze kookworkshop hebben we ontzettend gelachen en heel wat afgekletst. Ik moet eerlijk bekennen dat Marianne en ik niet veel gedaan hebben maar we hadden het eigenlijk ook veel te druk met kijken maar vooral met praten. Maar je moet het maar zien dat wij iedereen gezellig onderhouden hebben. Ook een belangrijke taak, hihi. Daar hebben wij niet zo’n moeite mee moet ik zeggen.
Na wat uurtjes kokerellen is alles zo goed als klaar. De rijst wordt als laatste gekookt zodat deze nog warm zal zijn als we gaan eten.
We willen zeker voor 18.15 uur op het strand zijn en alles paraat hebben want rond die tijd komt de aankondiging dat de mensen weer mogen gaan eten. Dus alles wordt in de auto van Peter geladen en een stukje verderop bij het strand weer uitgeladen. Er moet een aantal keren op en neer gereden worden om alles en iedereen op tijd op het strand te krijgen. Er wordt heen en weer gelopen van de auto naar ons strandplekje en alles wordt uitgestald op een paar grote lakens. Het staat helemaal vol met eten. Geweldig!  Als we eenmaal allemaal gesetteld zijn komt vrij snel het signaal dat we mogen gaan eten.
We hebben eerder in een supermarkt wat frisdrank gekocht. Dit is voor de mensen hier erg luxe dus die genieten daar ook heel erg van. Voor ons thuis zo gewoon. Wij trekken de koelkast open en pakken ons wat maar hier gaat dat toch even iets anders. Toch weer een goed gevoel dat we deze mensen met, voor ons, zo iets gewoons blij kunnen maken.
Als we daar zo met z’n allen zitten met de ruisende zee op de achtergrond en met allemaal blije mensen om me heen, voel ik me ontzettend vereerd dat ik hier bij mag zijn. Dat Bonnie en ik zo ontvangen zijn en verwend worden door onze nieuwe vrienden op Lombok. En vooral zeker niet te vergeten alles wat de familie Geurts voor ons doet om het ons naar de zin te maken. Ik kan je zeggen, dan voel je je een héél gelukkig mens.
Nadat we wat gegeten hebben pakt Judhi de gitaar en begint met spelen. We zingen wat, luisteren wat, kletsen wat. Kort samen gevat, één en al gezelligheid. Pak Umpuk maakt een kampvuur en dat maakt het plaatje helemaal compleet. Dat is toch ook zo’n schat. Telkens vraagt hij maar weer of we het naar de zin hebben. En als ik dan eens in gedachten ben, oftewel aan het genieten, denkt hij dat ik het niet leuk vind. Als ik hem uitleg geef is hij ontroerd. Niet ik moet vereerd zijn. Hij vindt het een eer en genoegen om ons te hebben mogen leren kennen. We horen bij zijn familie. Nu ben ik ontroerd. Ik ben al zo’n huilmiep dat ik het nu ook niet droog houd na zijn uitspraak. Gelukkig is dat maar een klein momentje en al snel kletsen we over iets anders. Na wat fijne uurtjes op het strand wordt het tijd om te gaan. Als we alles opgeruimd hebben op het strand en terug gebracht naar Pak Umpuk, nemen we van iedereen weer afscheid.
We hebben een ontzettende leuke en vooral gezellige dag en hebben allemaal ontzettend genoten. Alweer een mooie herinnering! En er zullen er nog vele volgen.








Marianne, zaterdag 27 juli 2013
Er staat ons weer een leuke dag te wachten! We gaan vanavond met onze Ampenanse vrienden gezellig eten op het strand. Vorig jaar hebben we dat ook een keer gedaan, hartstikke gezellig! Maar deze keer willen we ook graag meegenieten van de voorbereidingen. Jeanne en Bonnie willen ook graag iets meer van de Lombokse keuken zien.
Dus gaan we om een uur of 9 naar Ampenan, waar we dan met zijn allen inkopen gaan doen bij de grote (deels overdekte) markt Kebon Roek. Daarna wordt er gekookt. Buka Puasa vieren we rond kwart over 6 vanavond met zijn allen op het strand tussen Ampenan en Meninting.
We hebben er zin in! Tom heeft vooral zin in het eten vanavond. Overdag geeft hij de voorkeur aan een dagje duiken. Kan ik me voorstellen, hij heeft hier al een jaartje niet meer gedoken.
Als hij weg is, gaan we richting Ampenan. Bij Pak Umpuk en Ibu Misroh stellen we in overleg met Ida de boodschappenlijst op.
Dat is lastig…wat willen we eten? Tja, ik vind (bijna) alles lekker. In het wilde weg noemen we  wat dingen op die we graag eten. Ida en Ibu Misroh geven aan wat we daarvoor nodig hebben.
Maar voor Anique dat op het boodschappenlijstje heeft staan, zijn de dames al weer een paar gerechten verder. Taalprobleempje, zullen we maar zeggen.
Maar een tijdje later zijn we zover.
Pak Umpuk is nog niet helemaal lekker. Zijn hoofd werkt nog steeds niet echt mee, zelfs niet na een goede maaltijd en nachtrust. Hij besluit om ons ‘helemaal alleen’ met Opan en Ida naar de markt te laten gaan. Uiteraard krijgt Opan uitgebreide instructies, hij hoeft nog net niet onze handjes vast te houden.
Als we willen vertrekken staat Ida al naast de motor. Wij geven er de voorkeur aan om lekker te wandelen. De markt is een minuutje of 10 lopen hiervandaan, en de auto bij de markt parkeren is niet handig.
Maar dan komt Pak Umpuk in actie….wij helemaal alleen (met zijn vijven) naar de markt lopen, dat kan echt niet. Veel te gevaarlijk, hij gaat toch maar mee. We moeten inderdaad een grote weg oversteken, maar dat lukt ons wel. Kijk links, recht, dan weer links. Hier in een andere volgorde, omdat het verkeer aan de andere kant van de weg rijdt, maar zelfs dan lukt het ons nog wel om er te komen.
Maar Pak Umpuk is onverbiddelijk. Hij gaat mee, ook als Opan en Ida besluiten dan ook maar te lopen (hoewel…Opan besluit en Ida legt zich er maar bij neer, ze vindt het zelf eigenlijk veel te ver om te lopen). 





Tien minuutjes later komen we met de hele groep aan bij de markt. Dan kan het grote inkopen beginnen.
We hebben Opan en Ida geld gegeven en laten hun hun gang gaan. Als wij ons ermee bemoeien schieten de prijzen omhoog. En zo kunnen we zelf rustig rondkijken. Er is hier zoveel te zien, ik blijf het geweldig vinden. Zoveel kleuren, geuren, mensen, vreemde verkoopwaar.  
Terwijl Ida druk is met keuren van de waren en onderhandelen over de prijzen, worden wij uitgebreid bekeken door de dames op de markt. Zo te horen wordt er ook flink commentaar gegeven over ons.
Leuk als je af en toe wat opvangt.
Als we heel veel rondjes over de markt hebben gemaakt, gaan we het boodschappenlijstje nog eens erbij halen. Knap van Ida, ongeveer alles wat erop staat heeft ze al gekocht. Een paar dingen nog niet, maar die halen we straks bij Ibu Diah in het winkeltje.
Met een paar loodzware tassen (die we uiteraard niet zelf mogen dragen…service van onze gasten, maar wat vind ik dat toch altijd vervelend) lopen we terug naar het huis van Pak Umpuk.
Daar worden de boodschappen uitgepakt, gesorteerd en terwijl we een kop thee drinken, wordt de rest van de planning besproken en de taken verdeeld.
Bonnie en Anique gaan telur pinyu maken, het nagerecht. Peter en ik worden verantwoordelijk voor de pannenkoeken. Verder mogen we niets doen.
We zien wel waar we kunnen inspringen.



Riskia, de oudste dochter van Pak Umpuk en Ibu Misroh, moet ook helpen, ze mag de satéstokjes wassen/voorweken. Als ze met een brede glimlach komt zeggen dat ze klaar is, wordt ze aan het volgende klusje gezet. Zo te zien heeft ze daar niet zoveel zin meer in maar moeder is onverbiddelijk.
Ibu Misroh zelf stort zich op het vlees. Even later komt ze met een grote pan voorgekookte kipblokjes. Die moeten aan de satéstokjes geregen worden. Dat is blijkbaar mannenwerk, Pak Umpuk en Opan, die net een heel gevecht heeft geleverd met een paar worteltjes (Opan is echt geen huisman…), worden ermee op het terras gezet. Peter en ik gaan maar helpen, doen we ook wat nuttigs.
Bonnie en Anique zijn lekker aan het knoeien met de balletjes. Het lijkt op klepon, maar bij telur pinyu zit de geraspte kokos en de suiker in het balletje. Bij klepon zit de suiker erin, de kokos eromheen.
Ook de samenstelling van het omhulsel is anders. Klepon wordt gemaakt van santen en ketan,kleefrijstmeel. Het recept van de telur pinyu ben ik even kwijt, maar daar komt in elk geval tapiocameel en volgens mij ook gewoon rijstmeel bij.
Als de telur pinyu klaar is, gaan Bonnie en Anique ote-ote frituren.
Als het kookstelletje weer vrij is, storten Peter en ik ons op de pannenkoeken.
Langzaamaan ontstaat er een complete rijsttafel. Mooi om te zien hoe het hier gaat. Voor Lombokse begrippen heeft Ibu Misroh een heel luxe keuken. Met 2 gaspitten in de ‘binnenkeuken’ en een geleend petroleumpitje buiten. Naar ons idee is het erg behelpen. Toch ontstaat er in de loop van de dag een heel uitgebreide maaltijd voor 16 mensen. 


Tegen de avond haasten we ons weer naar Loco. Daar kopen we nog wat spullen voor vanavond. Een paar flessen echte frisdrank met prik, een flesje honing voor bij de pannenkoeken en voor de zekerheid wat plastic bekers.
Daarna frissen we ons een beetje op, nemen we Tom mee en racen we weer naar Ampenan.
Daar is weer voor alles gezorgd, uiteraard al het eten dat in de loop van de dag is bereid, maar ook fruit, serviesgoed, bestek, servetten, kleden, lampen, kokend water voor koffie en thee, ijs voor de koele drankjes. Het is een hele berg spullen en het wordt stapelen en puzzelen hoe we alles en iedereen zo goed en veilig mogelijk in de auto krijgen. Peter mag een paar keer op en neer rijden, maar dan is ook iedereen op het strand.
Ik schrijf wel iedereen, maar voor mijn gevoel missen we nu iemand heel erg. Vorig jaar zaten we hier nog met Pak Di, die zich ontfermde over de barbecue en de vis. Nu wordt het een ‘barbecue’ zonder Pak Di (en zonder barbecue). We missen hem nog steeds heel erg, zeker op avonden als deze.
We zijn heel erg blij dat Ibu Diah en de kinderen gewoon met ons mee blijven gaan. Voor ons gevoel horen ze er ook gewoon bij, maar Pak Di was toch altijd de bindende factor in het gezelschap.  
Als alle spullen zijn uitgestald en iedereen een plekje heeft gevonden is het tijd om aan te vallen. Buka Puasa, iedereen mag weer eten!
De bord-mandjes gaan rond, iedereen kiest zijn favoriete felgekleurde frisdrankje en we gaan genieten van een heerlijke maaltijd, heerlijk gezelschap en een prachtige avond op het strand. Wat kan het leven toch mooi zijn!
We smullen allemaal van de lekkernijen. Het ‘meekoken’ was erg leuk, het ‘mee-opeten’ is minstens zo leuk. Ook Jeanne en Bonnie genieten ervan. Wat is het fijn om ‘gasten’ mee te hebben die ook genieten van de lokale keuken. Ik kan me voorstellen dat veel Nederlanders het niet zouden aandurven om gewoon ‘uit de pot’ mee te eten, zeker niet na een bezoek aan de lokale markt, waar met name vlees niet altijd even hygiënisch wordt gepresenteerd…




Tussen de lekkere hapjes door vermaakt Wahyudi iedereen met de gitaar en er wordt vrolijk meegezongen. Pak Umpuk, Opan en Zaldi maken een kampvuurtje.
Dit is GENIETEN met dikke vette hoofdletters!
Maar ook aan zo’n avond komt een eind. Het was een lange, drukke dag, vooral voor Ibu Diah en Ibu Misroh die vanochtend ongetwijfeld al heel vroeg uit bed waren, rond 3 uur…
Wij waren niet zo vroeg, maar zijn ook wel toe aan een dutje.
Als we het strand netjes achtergelaten hebben, gaan we weer met zijn allen in de auto. Nu maar hopen dat we makkelijker wegkomen dan vorig jaar. Toen zakte de auto naast de weg tot aan de assen in het losse zand. Nu is Peter erop voorbereid en komen we zonder problemen terug in Ampenan.
Daar nemen we afscheid van iedereen, we zullen ze een paar dagen niet zien. Morgen gaan Peter en Tom duiken. Morgenavond zijn we ongetwijfeld druk met inpakken omdat we maandag voor een paar dagen naar Bali gaan.
Dus nemen we nu uitgebreid afscheid van iedereen. Pak Umpuk mist ons nu al. Ook Aufa kijkt heel beteuterd. Ze denkt dat we weer naar Nederland gaan en dat het afgelopen is met de bingo-avondjes…
Nee hoor, over een paar dagen zijn we er weer! Maar eerst gaan we even lekker de toerist uithangen in Bali…



 
Zondag 28 juli

Jeanne
Gisteren vergeten te vertellen. We kwamen gisteravond terug van Ampenan en we lopen terug naar onze kamer. Ik pak de sleutel en zie ineens een tjik-tjak op de deur zitten. Ik wapper wat met mijn handen zodat hij weg gaat. Maar wat schetst onze verbazing, hij zit vastgeplakt en is hartstikke dood. Ieks………. Wat nu? Kunnen slechts Peter of Tom gaan roepen om dat “ding” eraf te halen. Bonnie kijkt met een vies gezicht naar de deur. Tja, dan moet ik de held maar gaan uithangen. Eerst probeer ik hem met een handdoek er vanaf te slaan maar dat wil niet zo lukken. Even kijken, ligt er ergens iets wat meer nut kan hebben. Dan zie ik bij het zwembad het schepnet liggen. Geen kleintje, nee zo één van een metertje of drie of nog iets langer. Nou ja, het is te proberen. Ik mep wat maar ook dat zet geen zoden aan de dijk. Uiteindelijk heb ik met schrapen het arme diertje verlost van de deur. Gelukkig, nu kan Bonnie eindelijk naar binnen. Het is sowieso elke avond een sport voor Bonnie om de kamer binnen te gaan. Ze is een grote dierenvriend en weet dat ze niets doen maar deze beestjes zijn niet zo haar vrienden. En er zitten ’s avonds nogal wat van die kleine tjik-tjaks tegen de muur en op het plafond op ons terrasje.
Maar……. Terug naar vandaag. We hebben niets speciaals op het programma staan. Alhoewel elke dag hier wel speciaal is. Wel moeten Bonnie en ik vandaag onze koffers inpakken en de reistas voor Bali klaar maken. We mogen onze koffers bij Peter en Marianne op de kamer zetten totdat we weer terug komen van Bali.
We staan lekker op ons gemakje op en gaan eens eerst lekker aan het ontbijt. Het is wederom druk en we wachten even tot er plaats is. Er zijn een hoop chinese/japanse (ik zie het verschil niet) gasten en die hebben me toch een drukte. Het is een heel spektakel  ’s morgens zo vroeg al. Na het ontbijt doe ik even de was en loop daarna na Marianne. We kletsen wat (doen we niet zoveel deze reis) en lopen dan toch maar ff naar het strand. Ach ja, er zijn ergere dingen om ’s morgens te doen. Het is en blijft een mooie strandwandeling en telkens zie je weer wat anders. Uiteraard belanden we bij Coco Loco om een lekker vers fruitsapje te nuttigen. En ja hoor, daar zijn de verkopers ook weer. Ik beloof dat ik één dezer dagen wat van ze zal kopen en dan besluiten ze ook om te gaan.
We zijn hier nu ruim een week en ik moet bekennen dat die week omgevlogen is. En we hebben al zoveel gezien en gedaan. Helemaal geweldig. En ook zoveel lieve mensen ontmoet die ons ook meteen als familie zien en ons meteen in hun hart (en wij hun in ons hart) hebben gesloten. Waar kom je die gastvrijheid nog tegen? Gelukkig blijven we nog tot volgende week donderdag, dus nog ruim anderhalve week te gaan. Maar ik ben bang dat die tijd ook voorbij vliegt als we in dit tempo verder gaan. Nog maar niet aan denken en genieten!

’s Middags pakken we onze koffers in en luieren en zwemmen we wat. Het is niet druk in het zwembad dus plaats genoeg in het water. Anique en Bonnie vermaken zich goed met Peter en Tom met wat gooi en smijtwerk en andere acrobatische toeren. Ik werk mijn dagboekje een beetje bij en ruim de kamer wat op. Ik heb een beetje last van mijn grote teen. Gisteravond tijdens de bbq is er een steentje in mijn teen blijven zitten wat ik er vanmorgen uitgehaald heb. Naarmate het later wordt begint het nogal te irriteren. Maar eens even aan Ibu Marianne vragen wat te doen. Conclusie is om goed te baden en er wat calendulan op te smeren. En waarmee gaan we baden? Yep, met Badedas is het beste. Maar laat ik die nu net niet bij me hebben. Ik niet, maar Marianne uiteraard wel. Die heeft in de loop der jaren al zoveel mee gemaakt en geleerd dat ze zelfs Badedas bij haar heeft. Fijn toch, zo’n reisapotheek bij de hand te hebben. “Zuster” Anique kijkt er ook nog even na en is het eens met het advies wat ik van Marianne heb gekregen. Nou, dan maar aan het pootje baden.
We vertrekken morgenvroeg om 6 uur (ja, beter als zo héél vroeg) zodat we op tijd de boot op kunnen en van Bali kunnen gaan genieten. Heb er ontzettend veel zin. Ben reuze benieuwd hoe het daar is. Of het er net zo mooi als hier op Lombok is. Wat de verschillen van cultuur zullen zijn. Of ze daar net zo vriendelijk zijn. Zoveel om te gaan ontdekken en dat allemaal in drie daagjes! Een heel avontuur om naar uit te kijken. We laten ons dus maar weer verrassen. En ik weet zeker dat ook dát weer helemaal goed gaat komen. Heb alle vertrouwen in onze reisleiding!
Met dit gerust gevoel gaan we op tijd slapen want om kwart over 5 morgenvroeg gaat de wekker. De wekker! Is die gezet? Ja, die is (gelukkig) gezet.




Marianne, zondag 28 juli 2013
Peter en Tom gaan vandaag duiken. Ze krijgen een vroeg ontbijtje op ons eigen terrasje. Soms heeft het voordelen als je al jarenlang gast bent hier!
Als de mannen weg zijn, ruim ik snel wat op, doe een wasje en ga daarna samen met Anique, Bonnie en Jeanne ontbijten.
Na het ontbijt ga ik nog maar eens internetbankieren. Maar met het slome internet hier kom ik geen meter vooruit. Ik besluit dan maar even naar een internet café te lopen, want we moeten Impian Anak geld van de spaarrekening naar de gewone rekening zetten, zodat we dat op kunnen nemen (als de ATM tenminste meewerkt….).
Anique loopt mee, Jeanne en Bonnie doen nog even rustig aan. Jeanne heeft gisteravond op het strand iets in haar teen gekregen. En nu voelt het niet lekker.  
Als we de kampung uitlopen, zien we Boung, die bezig is met vuilnis verzamelen.
Als ik zijn arm zie, schrik ik. Hij heeft een ongelukje gehad, gisteren toen hij aan het werk was bij een warung, heeft hij een pan hete olie over zijn arm gekregen. Jasses, dat moet vreselijk pijn doen, zeker hier in de hitte. Ik vraag of hij niet beter even naar een dokter kan gaan, maar hij vertelt dat Sareah een kruidensmeerseltje heeft wat de pijn moet verzachten. Het zit er alleen nog niet op, moet waarschijnlijk nog gemaakt worden. Dan huppelen we maar  even terug naar onze kamer en pak ik een flesje brandwondengel uit de medicijnenvoorraad. Komt dat ook nog eens van pas.  Als ik even later het flesje aan Boung geef, loopt hij direct terug naar huis, om zijn arm in te smeren.  Als hij aanbiedt om het flesje straks terug te brengen, zeg ik dat hij het maar moet houden. Ik zoek straks wel ergens iets nieuws. En eerlijk gezegd hoop ik het zelf niet nodig te hebben.

Dan vervolgen we onze weg naar Senggigi.
We zijn hier al jaren niet meer bij een internet café geweest, was niet meer nodig sinds we en lokale telefoonkaart of modem gebruiken. Maar de internetsnelheid daarvan is nu is zo traag, dat ik niet eens in kan loggen bij de bank. Veel internetcafés zijn er niet meer. We lopen naar Milennium, maar komen tot de ontdekking dat die niet meer bestaat, er zit nu een reisbureautje of zo. Ze sturen ons een stukje terug,  naar het kleine zaakje bij The Wira. Daar kunnen we met redelijke snelheid internetten, wat een luxe!
Maar dan moet de bank natuurlijk wel meewerken. Ik kan inloggen, een overboeking plannen en doorsturen, maar het geld gaat niet over van de spaar- naar de lopende rekening. De boeking blijft op een vreemde status hangen.   
Dus kunnen we zo nog geen geld opnemen van de Impian Anak rekening.
Dit is wel de vakantie van de banken-ellende. Zo irritant dat je geld hebt, maar het gewoon niet op kunt nemen en er bij de bank niemand enige moeite doet om uit te zoeken hoe wat of waarom.
Dan moeten we nog maar even zuinig aan doen met het geld. Vervelend, want we hebben besloten om de Lombok Adventure Club een donatie te geven in de vorm van geld voor 2 tenten. Ze zijn heel fanatiek met van alles te organiseren, maar het ontbreekt hun nog aan kapitaal om de benodigde uitrustingen te kopen. Organiseren ze een Rinjani trekking, dan zijn ze ontzettend veel geld kwijt aan het huren van tenten, slaapzakken etcetera.
We hebben een tijdje geleden donaties gekregen voor het ondersteunen van kleine bedrijfjes en vinden dit wel een goede besteding. Jay, de ‘ big boss’ van Lombok Adventure Club is er dolblij mee, maar nu moeten we hem nog even teleurstellen. We krijgen geen geld van de rekening af, en het privé geld wat we kunnen pinnen gaat mee naar Bali, daar gaan we morgen naar toe, en daar moeten we hotels, duiken en de dagelijkse uitgaven afrekenen. Omdat we in Bali niet overal in drukbevolkte gebieden zitten, is het daar ook nog maar afwachten of we een ATM vinden die meewerkt.  Heel vervelend, maar ja, we kunnen er niets aan doen. Bij de Rabo is vandaag ook vast weer niemand te bereiken.
Als Anique en ik verder lopen, komen we de meest knullige, sullige verkoper tegen die we ooit hebben gezien hier. Een jongeman stapt uit een auto en houdt een kaart van Lombok onder onze neus. Of we plannen hebben vandaag. Ja, heel veel, maar even tijd hebben we wel. Dit soort gesprekken vinden we soms heel erg leuk (zeker omdat ze altijd op niks uitlopen).
De man is erg verlegen, durft ons niet echt aan te kijken en begint een heel verhaal af te steken. Hij kent heel veel plaatsen op Lombok, waar hij ons naartoe kan brengen. Al wetende wat er gaat komen, sommen wij lachend het rijtje voor hem op; Sasak Tour, Senaru,  Narmada, Mataram, Kuta, Gili’s…..
Hij is zo druk met zijn verhaal dat hij niet eens hoort wat we zeggen. Als hij is uitgerateld zeggen we dat we al die plaatsen al hebben gezien, en nog veel meer.
Maar volgens hem zijn we echt ergens nog niet geweest, hij wijst Praya aan op de kaart. Als we staan te bedenken wat we in Praya voor iets moois kunnen zien, vertelt hij dat ‘hier in Mataram’ (terwijl hij op de kaart met zijn vinger inmiddels in Kuta zit) heel veel mooie en bijzondere traditionele dorpen zijn. Traditionele dorpen in Mataram? We nemen maar afscheid van de man, dit wordt niks.
Het is bijna middag, en Anique belt Bonnie om te vragen of ze ook al honger hebben. Ze zijn aan de wandel en we spreken af dat we zo bij Angels samen komen om te lunchen.
Daarna proberen we nog een Manditri ATM te plunderen. Als dat weer niet lukt, gaan we naar de supermarkt waar ze ook wat medicijnen enzo hebben. Maar het enige wat ze aanbieden als ik iets vraag tegen brandwonden is zonnebrandcrème. Dan moeten we maar zorgen dat we voorlopig geen brandwonden krijgen!
Als we bij Bumi Aditya komen, staat Jay ons op te wachten… Ja, ik had beloofd dat we geld voor hem zouden hebben vanmiddag. Jammer, maar helaas…
Maar dan blijkt dat hij om een andere reden op ons staat te wachten. Hij heeft Nederlandse gasten, die hij over ons project heeft verteld. De mannen zijn geïnteresseerd in ons project. Ze lopen met plannen om zelf iets vergelijkbaars op te gaan zetten elders in Indonesië, maar weten niet goed hoe ze zoiets het beste aan kunnen pakken. Nou, dan hebben wij nog wel wat tips maar ook veel waarschuwingen en twijfels. Als je niemand hier goed kent, lijkt het mij gekkenwerk om een project op te gaan zetten. Maar ja, we kunnen altijd even wat dingen doorspreken.
Ze hebben voor de rest van de middag geen plannen, ik ook niet, dus maken we het ons gemakkelijk op ons terrasje, met een drankje erbij.
De komende uren worden gevuld met ideeën, waarschuwingen en heel veel verhalen over Indonesië.
Dit vind ik één van de voordelen van bezig zijn met Impian Anak, je doet hier nog eens iets anders dan  gewoon ‘toerist zijn’. En je ontmoet zoveel leuke mensen, vaak met heel bijzondere verhalen.
Als ze weer weg zijn, begin ik maar eens met inpakken. Morgen vertrekken we voor een paar dagen naar Bali, dus worden de tassen weer tevoorschijn gehaald.
Jeanne komt nog even langs met een steeds pijnlijkere en rodere teen. Lastig, wat doe je daarmee? Naar een dokter gaan, dat kan zelfs hier in Senggigi, maar dat ziet ze niet zo zitten. We hebben het voordeel dat we morgen naar Bali gaan, daar is in geval van nood waarschijnlijk makkelijker medische hulp te krijgen dan hier, maar morgen zijn we wel een hele tijd onderweg, dan kunnen we weinig.
In elk geval kan ik haar blij maken met wat pleisters, verbandspullen en een flesje Badedas. Ontsmettten en schoonhouden kan nooit kwaad. Al is het natuurlijk een crime om een teen hier schoon te houden als je geen dichte schoenen aan hebt. Na 3 passen lopen zit de teen weer onder het stof. Gelukkig hoeven we morgen niet veel te lopen omdat we een paar uur op de boot zitten en ook nog een paar uur moeten rijden, eerst in Lombok, daarna in Bali.
Als Peter en Tom terug komen van het duiken, worden hun spullen snel te drogen gehangen, want ook de duikuitrustingen gaan mee naar Bali. Dan relaxen we even tot het etenstijd is.

Vanavond gaan we dicht bij huis eten, bij Warung Ana. Het eten is pittig, maar o zo lekker.
Na het eten lopen we voor de zoveelste keer naar de ATM. Jippie, de transactie loopt netjes door, geen foutmelding én er komt geld uit de automaat! Maar het geld dat ik vanochtend over heb geboekt van de Impian Anak spaarrekening is nog steeds niet beschikbaar. Lang leve de automatisering! We tellen en budgetteren wat en besluiten dat we Jay toch vast het geld geven voor de nieuwe tenten, dan kan hij ze alvast bestellen en heeft hij er misschien in het hoogseizoen nog wat aan. Elke keer dat hij ze moet huren is in principe weggegooid geld. Wij weten ongeveer wat wel in Bali nodig hebben en met een beetje geluk kunnen we daar ook nog wat pinnen.
Jay is dolblij, hij gaat morgen direct achter de tenten aan. Nu maar hopen dat ze in Lombok op voorraad zijn, want als ze uit Java moeten komen, gaat het weer langer duren.
Bij Bumi treffen we ook de Nederlandse mannen weer. Bij de receptie kletsen we nog een tijd verder, terwijl we door Jay volgegoten worden met (Lombok) koffie en thee, ‘gratis van de zaak’. Tom zit achter de laptop, hij is druk bezig om Jays website weer een beetje te pimpen en bij te werken.
Heel fijn, want hij ontdekt dat ze hier bij de receptie wel sneller internet hebben….handig om te weten.
Als we veel te laat weer naar onze kamers lopen, zijn we nog een tijdje druk met inpakken en opruimen.
Morgen willen we op tijd vertrekken, zodat we royaal voor de avond in Tulamben in het hotel zijn.
Het is nauwelijks de moeite om nog naar bed te gaan, maar we doen toch maar even de ogen dicht…



 
Maandag 29 juli

Jeanne
05.15 uur. Poeh poeh, toch wel erg vroeg. Maar …… het is voor een goed doel. Ons doel vandaag: Bali. Spannend. Auwie, mijn teen wordt er niet beterder op. Hij is nu wel erg dik en rood. Eerst maar even in een Badedasbadje met mijn pootje. Als we ons ochtendritueel hebben afgewerkt sjouwen Bonnie en ik met onze koffers en “Bali”tassen naar de familie Geurts. Daar worden de koffers geïnstalleerd en kunnen we vertrekken. Omdat er nog geen ontbijt is, stoppen we even bij de bakker. Voor Lombokse begrippen is deze erg westers uitgerust. Ze hebben “gewone” broden, croissantjes en heerlijke donuts. We zijn hier laatst bij stom toeval uitgekomen en daar toen donuts gekocht. En die waren me toch lekker! Jammie. Bij de bakker aangekomen krijgen we de eerste teleurstelling van die dag. Nog geen donuts voorradig!!! Dan maar wat andere eetbare dingetjes gekocht. Tja, beter dan niets.
De reis naar de haven verloopt lekker en we zijn om 7 uur in de haven. Het is nogal een drukte en we sluiten aan in de rij. Peter merkt nog op van: als we maar met de eerstvolgende boot mee kunnen. Maar zo niet, dan volgt er toch binnen 1 a 2 uur een nieuwe waar we mee naar Bali kunnen. Dat is altijd al zo. Dus, niets aan de hand. Alhoewel? Vandaag dus wel wat aan de hand.


De boot kan nog niet gevuld worden met auto’s, vrachtwagens en passagiers omdat er een probleempje in de haven in Bali is. Er is een vertraging van pus minus 3 a 4 uur. Nee hé? Ja hé, echt wel. Weer een teleurstelling (nr 2). Nou ja, dan maar wachten is het motto hier. Als we dan rond 11 uur kunnen vertrekken zijn we toch nog ’s middags op Bali. Niet zeuren. Iedereen staat gemoedelijk te wachten. Dus doen wij dat ook maar. Ik word het zitten in de auto moe en wandel naar het water. Heerlijk dat windje, wat verkoeling. Het begint inmiddels al behoorlijk warm te worden. En mijn teen ook. Andere passagiers staan wat te praten en net als wij “geduldig” te wachten. Respect voor al dat geduld dat deze mensen hebben. Maar ja, ze zijn het wachten hier wel gewend. Als er geen stroom is, wachten. Geen elektriciteit, wachten. Geen water, wachten. Daar hebben wij Europeanen het geduld niet voor. Hier kunnen wij (alweer) wat van leren.
Verkopers met eten en vers fruit zien hun kans schoon en lopen driftig op en neer om hun koopwaar aan de man/vrouw te brengen. Na even aan het water te hebben gestaan, loop ik weer terug naar de auto. Daar weer even in de auto gehangen. Na een paar uurtjes komt er een boot aan. Yeahhhhh, dat zal de onze zijn. Hij legt aan en de hele klimbim wat er op/in zit komt eruit. Iedereen begint opgelucht zich klaar te maken om in te schepen. Maar dan wordt er iets omgeroepen. Uiteraard versta ik er geen jota van maar Peter en Marianne begrijpen uit het bericht dat er nog eens een paar uur vertraging is. Nee hé, ja dus. Peter loopt voor de zekerheid naar het hoofdgebouw en komt met de mededeling terug dat er inderdaad nog eens vertraging is. Teleurstelling nr 3. Oké, dan maar weer even aan de wandel. Met Peter en Marianne loop ik naar een tentje om koffie te drinken. Ik krijg me daar toch een stevig bakkie. Brrrrrr, zó sterk heb ik hem hier op Lombok nog niet gehad. Eigenlijk ook een teleurstelling. Nr 4 dus. Met heel veel suiker en melk probeer ik er nog enigszins iets van te maken. Ik wurg het toch naar binnen en schud me er even van. We lopen terug naar de auto waar Tom, Anique en Bonnie ook al behoorlijk melig aan het worden zijn. We hangen weer wat in de auto en blijven wachten.
Om jullie nog meer wachturen te besparen zetten we de klok vooruit.
Rond 14.30 uur kunnen we inschepen! Ja, het is echt waar. Eindelijk, na ruim 7 ½ uur wachten. Gelukkig.
Het is een grote drukte want iedereen wil uiteraard met deze boot mee. Wij hebben nog net geluk. Volgens mij waren wij zo goed als de laatsten die aan boord konden. Dus dat is mazzel hebben. Als de auto geparkeerd wordt in het benedendek door Peter en Tom, lopen wij alvast naar boven om een plekje te vinden. Nou nou nou, dat valt niet mee. Overal zitten, hangen en liggen mensen. Wat een gekrioel.
Ik weet niet hoeveel mensen er op deze boot mogen zitten maar ik weet wel dat het er nu veel en veel teveel zijn. Niet bij nadenken, Jeanne. Verstand op nul en je met de geit, eh boot. We vinden dus geen fatsoenlijk plekje (teleurstelling nr 5) dus gaan we maar in een gangpad zitten. Het ziet er ook nog eens niet zo fris uit maar…… niet zeuren, we zijn in ieder geval onderweg naar Bali.
Ook hier ben ik het zitten weer zo moe dat ik maar eens ff mijn benen strek en vanaf de railing van het mooie uitzicht geniet. Gelukkig is het geen ruw weer anders was het plaatje van de teleurstellingen helemaal compleet geweest.
Op een gegeven moment zie ik een leeg plekje op een bankje. Yes, ik grijp mijn kans en zet me daar eens lekker neer. Er ligt een man langs mij te slapen. Geen last van dus. Na een tijdje zie ik iets op de jas van mijn slapende buurman lopen. Wat is dat? Iieeksss, allemaal beestjes. Piepkleine beestjes. Ik krijg er spontaan jeuk van. Galant als ik ben, toch maar dit plekje vrij maken voor iemand anders die ook al langer staat/hangt.
Na een paar uurtjes varen komen we aan op Bali. Eindelijk! Het is al donker. Jammer. Zo zien we niet zoveel van al het moois wat Bali te bieden heeft. Als we de boot af rijden staat me daar een file. Niet normaal. Waarschijnlijk hebben deze mensen ook urenlang moeten wachten.



We rijden nu in ieder geval richting eindbestemming. Deze toch vermoeiende dag, we hebben niets vermoeiend gedaan maar toch maakt het me wederom slaperig. Ik dut weer in (ja alweer, jetlag hé). Jammer, want volgens mij was het wel een mooie rit.  Ach ja, in het donker zie je dat toch bijna niet. Dus niet zo erg dat ik ff slaap.
Om 22.00 uur komen we bij ons hotel Mata Hari in Tulamben aan. Van wat we nu kunnen zien is het een mooi, niet te groot en gemoedelijk hotel. Pal aan zee. Geen teleurstelling dus.
We hebben inmiddels zo’n honger en vragen bij de receptie of we nog iets kunnen eten. Nou? Eigenlijk………. Oh, please, niet op de valreep nóg een teleurstelling. Maar als we heel snel zijn kunnen we nog in het restaurant terecht. Dat laten we ons geen 2 keer zeggen en gaan meteen richting restaurant. Daar bestellen we wat en genieten van het lekkere eten met de ruisende zee op de achtergrond.
Na het eten wordt het toch tijd om ff lekker te douchen (hoezo, ik voel me vies? Vreemd!) en in ons mandje te duiken. Na een dagje teleurstellingen toch een happy end. Eigenlijk mogen we helemaal niet zeuren over die teleurstellingen. We zijn op Bali, dus wie doet je wat. Wie zou er nu niet willen zijn. Dus vergeet alle negatieve dingen maar die ik over deze dag heb verteld.
Morgen weer een nieuwe, maar dan Balinese, dag.

 

Marianne, maandag 29 juli 2013
Na een korte nacht rijden we om klokslag 6 uur weg uit de kampung.
We halen wat broodjes en genieten van het mooie uitzicht onderweg. De vroege ochtend is hier altijd prachtig. Het is nog vrij rustig op de weg, nog een beetje koel en we schieten goed op.
We hebben gepland om 7 uur in Lembar te zijn, waar we de ferry naar Bali nemen.
Er zijn verschillende manieren om naar Bali te gaan. Met het vliegtuig hebben we al vaker gedaan, maar is ons nooit goed bevallen. Wij troffen altijd vliegtuigen met heel veel vertraging. Met in het achterhoofd dat het vliegveld op Lombok nu ook nog eens een stuk verder weg ligt dan een paar jaar geleden, valt de optie vliegen af. Tegenwoordig zijn er ook veel snelle bootverbindingen. Was er jaren geleden de Gilicat, nu zijn er wel 10 (of meer) maatschappijen die van Senggigi, de Gili’s, Teluk Nare of Teluk Kodok richting Bali varen. Maar die overtochten zijn niet goedkoop, over het algemeen duurder dan vliegen.
Wat voor ons ook nog meespeelt, is dat we in Bali verschillende plekken willen bezoeken, en dat een ‘eigen’ auto dan handig is. De huurauto van Trac mogen we meenemen op de veerboot, en het prijskaartje van de auto-overtocht valt reuze mee.  We zijn nu met zijn allen denk ik minder kwijt dan 1 persoon vliegend of met een snelle boot. Een bijkomend (heel belangrijk!) voordeel is dat we nu lekker veel mee kunnen nemen naar Bali. Niet dat we voor 3 dagen veel nodig hebben, maar de duikuitrustingen hebben we (Peter, Tom en Anique tenminste) wel nodig.
De ‘langzame’ veerboten hebben geen  vaste vertrektijden, maar ze schijnen ongeveer om het uur of anderhalf uur te vertrekken. De overtocht zelf duurt ongeveer 3 uur. Dat is erg afhankelijk van de leeftijd/conditie van de boot en het weer. Net voor we in Lembar komen, gunnen we onszelf even een korte fotostop als de zon boven de rijstvelden opkomt. Prachtig! 

Om 7 uur rijden we het haventerrein op. We betalen in totaal iets tussen de 50 en 60 euro voor de overtocht, auto en personen, en hebben al uitgerekend dat we uiterlijk om half 9 kunnen varen. Als we vragen hoe laat de volgende boot vertrekt, krijgen we een minder leuk bericht….er zijn in Padangbai, de haven in Bali, problemen met de aanlegsteiger. De eerste boot vertrekt pas om 11 of 12 uur. Wat een tegenvaller! Rond die tijd hoopten we al in Bali te zijn!
Maar ja, niks aan te doen. We rijden de parkeerplaats op en gaan maar staan waar ze ons willen hebben. Vooraan, tegenover heel veel vrachtauto’s. En nu maar wachten.
We horen al snel dat de laatste boot vanaf Lembar om 2 uur afgelopen nacht is vertrokken. Normaal gesproken varen de boten ’s nachts gewoon door, dat verklaart natuurlijk al die vrachtauto’s die hier staan. Bij gebrek aan een betere bezigheid, hangen we maar wat rond. Dit is een vreselijke plek om ‘vast te zitten’. Er valt weinig te beleven. De parkeerplaats is niet bepaald gezellig. Gelukkig is het nog relatief koel, tegen de middag wordt het hier vast veel warmer als de zon hoog aan de hemel staat. Schaduw heb je hier niet.
Normaalgesproken is er ook meer bedrijvigheid, maar tijdens de ramadan laten veel verkopers het hier afweten. Er lopen een paar mensen rond met T-shirts, zakjes rijst, nootjes, flesjes drinken. Aangezien we hier de enige toeristen zijn, komen ze allemaal bij ons langs. Maar we hebben nog wat zoete kleffe broodjes, die moeten eerst op… De meeste toeristen die naar Bali gaan nemen geen eigen vervoer mee en hangen waarschijnlijk in het havengebouwtje, een stuk verderop. Aangezien het daar vast ook niet gezelliger is, blijven we maar bij de auto. Wie weet, komt er zo een boot en kunnen we weg…
Er komen nog bekenden langs, tenminste, mensen die Tom kennen. Leuk, ben je ergens waar je niet vaak komt, waar je niets of niemand denkt te kennen, roept er ineens iemand Hello Tom! Het blijken gidsen/chauffeurs te zijn die hier toeristen oppikken die van Bali komen, en ze vervolgens naar Senggigi brengen, naar het dubieuze tourist office-kantoor waar Lombok Dive ook een deel van huurt.
In de hoop dat ze ons meer informatie kunnen geven over de situatie, maken we een praatje.
Het schijnt dat het slecht weer is op zee, en dat er een steiger in Bali is kapotgeslagen door de golven. Zolang die niet gerepareerd is, varen er geen boten. Dat klinkt niet opbeurend…



In elk geval het feit dat dit nog wel een tijdje kan gaan duren, maar die hoge golven staan me ook niet aan. Bootjevaren vind ik wel leuk, maar ik heb nogal aanleg om zeeziek te worden, die golven hoeven voor mij niet zo.
Tegen een uur of 11 neem ik dus voor de zekerheid maar een tabletje tegen reisziekte in. Mochten we zo vertrekken, dan werkt dat in elk geval al.
Maar ja, een half uur later komt er nog weinig beweging in het geheel. Geen boot uit Bali, wel loopt de parkeerplaats erg vol.
Van dat hangen en wachten word je niet vrolijker en niet fitter, dus gaan we maar eens een stukje wandelen, misschien kunnen we ergens een kop koffie drinken. Jeanne en Peter lopen mee, Tom, Anique en Bonnie blijven bij de auto. Bij de eetstalletjes, waar het erg stil is (nog steeds Ramadan), bestellen we koffie. Misschien word ik dan wat wakkerder, want ik voel me zo moe. Maar hoe sterk de koffie ook is, het wordt er niet beter op. Na een tijdje lopen we maar weer terug naar de auto, met een paar flesjes koud drinken.
Daar hangen we weer wat, terwijl de temperatuur in en om de auto flink oploopt. We lopen nog maar eens naar de steiger, beetje frisse zeelucht, en misschien zien we zo dan wel een boot aankomen die ons meeneemt. Maar als ik bij de reling sta, heb ik het gevoel dat ik zo om ga vallen. Geen idee wat er met me aan de hand is, ik ben zo moe.
Wat ben ik blij dat we met de auto zijn, heb je tenminste een plek waar je even kunt zitten.
Wat ons al vaak opvalt hier in Lombok, is dat alle mensen zo rustig wachten. Niemand die klaagt, niemand die ongeduldig is (of lijkt). Niemand die zich afvraagt wanneer de boot komt. Gewoon staan, zitten, kletsen, wachten. Als de boot komt, komt hij, en anders niet. Wel een heel relaxte instelling vind ik. Dat zit niet bepaald in de Europese aard.
Maar we passen ons eraan aan. Hoe vaak we ook op de klok kijken, de boot komt er niet sneller mee.
Als er dan rond een uur of één ineens een boot aankomt, reageren we een beetje verbaasd; de boot is er AL!
Links en rechts worden er wat motoren gestart, ontstaat er wat beweging in de mensenmassa. Maar wij kijken naar de vrachtauto’s tegenover ons, of eigenlijk naar de chauffeurs. Die blijven rustig voor de vrachtauto’s zitten kletsen. Zij zullen wel weten hoe het er hier aan toe gaat, als zij in beweging komen, doen wij dat ook.
Er komen nog meer boten aan, er wordt wat op en neer gevaren, gemanoeuvreerd, en op een gegeven moment worden er mensen op de boten gelaten. Zal het dan toch nog gaan gebeuren???
We vragen ons af op welke boot we mogen (of zouden willen). Ze zien er niet allemaal even degelijk en zeewaardig uit. Maar ja, dit is Indonesië, zullen we maar zeggen. Na 7 uur wachten ben je toch iets minder kieskeurig.
Eindelijk, om 2 uur in de middag, gaan er auto’s de boot op. En ook nog niet de slechtste boot, denken we. Maar eerst gaan er wat vrachtauto’s, wat bussen, wij staan bijna vooraan bij de personenwagens. We vrezen dat het beroepsvervoer voor gaat. Dan komen we er nooit op….




Maar dan toch, rond half 3, rijden we de boot op. Terwijl Peter en Tom nog even in de auto blijven om op de millimeter nauwkeurig ergens tussen gestopt te worden, loopt de rest al naar boven om een leuk plekje te zoeken. De deuren gaan al dicht. We hebben ontzettend geluk gehad dat we aan boord zitten, want de parkeerplaats staat nog steeds erg vol. Er worden wel meer boten volgeladen, maar we hopen dat deze nu als eerste gaat vertrekken.
Het zoeken naar een vrij plekje valt niet mee. Omdat de ‘gewone auto’s’ als laatste aan boord zijn gegaan, en die van ons volgens mij als allerlaatste, zijn er geen vrije plekjes meer. We lopen helemaal door naar boven en gaan daar maar in een gangpad staan. Als deze boot niet ernstig overladen is, weet ik het niet… Na een tijdje laat ik me maar tegen de wand op de smerige vloer zakken. Ik ben bang dat ik om ga vallen. Niet van het schudden van de boot, meer van de slaap. Nog een paar uur zo staan gaat me niet lukken. De volgende uurtjes gaan als in een waas aan me voorbij. Het is warm, druk, vol, herrie van de motor, kwebbelende mensen, en heel veel mensen die door het gangetje lopen om naar het toilet te gaan, dat een paar meter verderop zit. Ik hou mijn ogen niet meer open, en voel een paar keer dat er mensen tegen mijn voet schoppen als ze langs lopen. Sorry, mijn voeten zijn te groot, mijn benen te lang, en bovenal is de zitplek te klein, het gangetje te smal. Als we er bijna zijn (Tom en Peter volgen de route via satellietkaarten op de telefoon) gaat Peter met Anique op zoek naar wat eten. Met een paar bekers popmie en zakken chips komen ze terug. Een lekker noedelsoepje gaat er wel in. Daar knap ik ook wat van op. Ik heb het gevoel dat ik dagen heel diep heb geslapen. Vreemd, maar als ik er de bijsluiter van de reistabletjes bijpak, valt het kwartje. Bijwerkingen: slaperigheid en sufheid. Nou, dat was bij mij dus zoiets in het kwadraat. Maar, eerlijk is eerlijk, ik heb helemaal geen last van zeeziekte gehad. Nu was de zee ook spiegelglad, wat ons ook af doet vragen of die aanlegsteiger echt beschadigd is geweest.We rekenen uit dat we, met de haven in zicht, over een uurtje wel weer in de auto zitten.
Maar dat was te optimistisch. De zon zakt, het wordt avond, en de boot gaat langzamer varen.

Als we voor ons gevoel wel naar de kade kunnen zwemmen, wordt de boot stilgelegd en gaat het anker uit. Wat nu? Een kijkje op de klok verklaart veel. Bijna Buka Puasa. De bemanning laat zich dit feestelijke moment van de dag niet afpakken en gaat eerst een hapje eten. Geef ze eens ongelijk, zij kunnen er ook niks aan doen dat alles zo lang heeft geduurd.
Al vragen we ons na een tijd wel af hoe uitgebreid het menu is, een 10-gangen diner, met uitgebreid natafelen?
Om half 8 legt de boot aan. Rond 8 uur rijden we van boord. We zien hier wel wat werkzaamheden aan een aalegsteiger. Of dat nu het probleem is geweest waardoor de vertraging is ontstaan? We zullen er wel nooit achter komen.
Het is inmiddels hartstikke donker. Niet de beste tijd van de dag om hier in Bali naar een hotel te gaan zoeken. Het hotel in Tulamben is al geboekt, maar we moeten het wel nog zien te vinden.
Terwijl Peter rijdt, mag 'onze halve TomTom', die naast Peter zit, met behulp van de navigatie op zijn mobieltje de route uitstippelen. Handig om een beetje voorbereid te zijn op de bochten, kruispunten en afslagen. De eerste (vele) kilometers lijkt het of we over een éénbaansweg rijden. De andere rijbaan staat vol. Een kilometerslange rij vrachtauto’s staat te wachten. Begrijpelijk als er de hele dag geen veerboten zijn vertrokken. We vragen ons af hoe lang het gaat duren voor deze arme chauffeurs op de boot zitten. Veel van hen maken het zich tussen de vrachtauto’s in gezellig met een hapje eten en wat drinken. Dat ze hier voor de nacht niet wegkomen is wel duidelijk. Soms komt er een auto tegemoet, die de rij wachtende vrachtauto’s moet passeren. Dat worden noodgedwongen spookrijders. Oppassen dus!
Na een paar afslagen zijn we de file kwijt. We rijden naar het noordoosten. Op naar Tulamben. Het is een lastige weg om in het donker te rijden. Smal, kronkelig en bergachtig.   
We hebben het hotel al een berichtje gestuurd dat we ‘iets’ later komen vandaag. Nou, dat iets later wordt veel later. Om tien uur in de avond komen we bij Mata Hari Hotel in Tulamben aan.
Daar worden we netjes en efficiënt ontvangen. Binnen een paar minuten zijn we al in onze kamers. En bij de receptie is ons verzekerd dat we als we snel zijn nog wat kunnen eten. De keuken sluit normaal gesproken eerder, maar ze vermoedden al dat wij nog wel een hapje zouden lusten, de kok is er nog.
Ook de medewerker van de hotelduikschool is nog even gebleven. We hebben van tevoren aangegeven dat we duikers in het gezelschap hebben. Maar, wordt er bij gezegd, die wacht nog wel tot we gegeten hebben. Wat een service!
We dumpen onze tassen in de kamer en lopen naar het restaurantje aan zee. De eerste indruk is prima, maar morgen bij daglicht gaan we alles nog eens uitgebreid bekijken.
Onder het genot van een heerlijk welkomstdrankje bestellen we een hapje eten. Lekker!
Als Peter, Tom en Anique even later de duikplannen hebben besproken, gaan we onze kamers opzoeken.
Het was een lange dag, niet helemaal zoals gepland, maar och, dit is Indonesië.Hier moet je alles maar op je af laten komen, niet te veel plannen maken.

 
Dinsdag 30 juli

Jeanne

Na de vermoeiende dag van gisteren worden we lekker uitgerust wakker. Ik kijk door het raam naar buiten en zie voor het eerst Bali in daglicht. Prachtig.
We lopen naar de familie Geurts en gezamenlijk lopen we naar het restaurant. Daar kunnen we een ontbijtje uitzoeken van de menukaart. We laten het ons goed smaken.
Peter, Tom en Anique gaan zo meteen een duik maken. Gisteravond hebben ze met de duikinstructeur al alles besproken. Dus na het ontbijt gaan zij hun duikspullen halen.
Marianne, Bonnie en ik maken er een pelan-pelan dagje van. Maar ik moet zo wel even een bakje regelen zodat ik met mijn teen kan baden. Hij ziet er niet goed uit en hij steekt behoorlijk.
Als de duikers weg zijn, loop ik naar de receptie. Daar zeggen ze me dat ik even iemand van de huishouddienst moet vragen om een bakje. Marianne is even druk met internet dus ik denk dat ik dat ook wel zelf kan regelen. Alleen…… het engels is hier niet zo ingeburgerd. Met gebarentaal probeer ik hen duidelijk te maken dat ik een bakje nodig heb. Zo groot ongeveer maak ik met handen en voeten duidelijk.
Oké zegt het meisje en verdwijnt. Ik wacht en wacht maar geen bakje. Dan maar iemand anders aanspreken. Weer met gebarentaal probeer ik mijn wensen duidelijk te maken. En gelukkig, deze medewerker begrijpt me. Denk ik. Ik wacht en jawel hoor, na 10 minuutjes komt ze terug met een bakje. Bakje????? Het lijkt wel een speciekuip, zo groot. Nu kan ik 2 dingen doen, bedenk ik me. Of ik probeer te zeggen dat het best een kleiner bakje mag zijn of ik neem deze mee. Ik kies eieren voor mijn geld en neem deze mee. Werkelijk, ik kom bijna niet bij van het lachen.
Bonnie en ik hebben onze kamer op de bovenverdieping en ik zie me nog niet met die kuip naar boven sjouwen. Dus loop ik, met speciekuip, naar Marianne die een kamer op de begane grond heeft. Ik kom aan en Marianne schiet me in de lach!!! Wat heb je nu? Ik zeg, een bakje voor mijn badedasbadje. We liggen helemaal in een deuk. Ach ja zegt Marianne, het is in ieder geval wat. Ja, dat kun je wel zeggen. Ik installeer me bij hun op het terrasje met mijn teen in de kuip. Het terrasje ligt aan het hoofdgangpad waar alles en iedereen over heen moet. Iedereen die langs komt, kijkt en kijkt en loopt gniffelend verder. Weer zo’n stomme toerist moeten ze denken. Ja, ik kan me voorstellen dat het er komisch uit ziet, maar hoofdzaak is dat ik kan baden.

Na het voetenbad lopen Marianne, Bonnie en ik naar het terras aan het water. We bestellen wat te drinken en lezen wat. Lezen, nee niet echt. Als Marianne en ik bij mekaar zijn komt er niet veel van lezen terecht. We kletsen wat totdat de duikers terug komen.
De duik was geweldig en ze besluiten vanavond een nachtduik te gaan maken. Alleen Anique twijfelt hier nog over want ze heeft nogal last van haar oren. Afwachten hoe het straks is.
Nadat de duikers een douche hebben genomen gaan we op pad om wat te gaan eten. het is inmiddels lunchtijd. We hoeven niet ver te gaan want tegenover het hotel ligt een leuk restaurantje.
Er ligt een mooi terras bij waar we aan een grote ronde tafel gaan zitten. We twijfelen of het wel open is want er zijn helemaal geen gasten. We traceren 2 medewerkers waarvan er ééntje naar ons toekomt als we zitten. We vragen of we wat kunnen eten en dat kan. Mooi, want het is bloedje warm en we hebben eigenlijk geen zin om verder te lopen. We bestellen wat en ook hier hebben we weer heerlijk gegeten.
Wat te doen vanmiddag? We hebben geen plannen dus lekker relaxen. Anique en Bonnie besluiten naar het zwembad te gaan. Ik wil even aan mijn reisdagboek werken en zet me op het terras bij het water neer. Wat een uitzicht en wat is het toch genieten. Eventjes later komen Marianne en Peter me gezelschap houden. Met een drankje erbij bespreken we wat de plannen voor morgen zijn. Bonnie en ik mogen van geluk spreken met zo’n lieve reisleiding. Met al onze wensen wordt rekening gehouden. Wat we willen zien, zien we. Wat we willen doen, doen we. Ook wat we niet willen doen, doen we niet. Ik bedoel maar, zij hebben ook vakantie maar willen alles doen om ons een onvergetelijke vakantie te geven. En ik moet zeggen, dat lukt hen heel erg goed.
Ik ga op zoek naar de meiden maar die liggen niet bij het zwembad. Op de kamer dan? Nee, ook niet. Ver weg kunnen ze niet zijn. Dan zie ik een trap naar boven en besluit om daar eens te gaan kijken.
En jawel hoor, daar liggen de dames prinsheerlijk te zonnen. Met wat boekjes, een drankje en uiteraard de telefoon hebben die het daar wel naar de zin. Kan ik me iets bij voorstellen. Zonnen doe ik hier in Indonesie niet. Heb last van zonne-allergie. Ja, zul je zeggen, waarom dan naar zo’n warm land op vakantie. Wel, als jullie mijn (en Mariannes) verhalen lezen, weten jullie waarom. Ik heb me goed voorbereid op de zon en een zonnebrand mee genomen met factor 50. Uiteraard blijf ik aan het smeren. En ik moet bekennen dat dit de eerste zomer is dat ik geen last heb van mijn allergie. Heel fijn.
Als de schemering valt maken de duikers zich klaar voor de nachtduik. Anique besluit heel verstandig om deze keer over te slaan. Ze baalt hier wel enorm van maar met oorpijn te gaan duiken is geen goed plan.
Wij, de vrouwen, gaan ondertussen een douche nemen en wat optutten. Daarna gaan we heerlijk op het strandterras zitten met wederom een lekker drankje.
Als Peter en Tom terug komen van de duik zijn ze laaiend enthousiast. Peter vertelt al heel wat mooie duiken in zijn leven gemaakt te hebben maar deze duik was wel héél erg bijzonder. Ze hebben heel wat mooie en speciale waterdieren gespot. Ook tijdens het diner raken ze er niet over uitgepraat. Mooi toch? Ik kan er wel van genieten als iemand zo enthousiast is.
Na het eten gaan we lekker naar bed. Morgen om 8 uur willen we weer verder met onze trip.

 

Marianne, dinsdag 30 juli 2013
Vandaag gaan Peter, Tom en Anique al vroeg duiken. De eerste duik is zelfs al voor het ontbijt.
Om half 7 zijn ze weg. Ze gaan duiken bij het scheepswrak dat hier een eindje verderop dicht bij de kust ligt. Peter en Tom hebben er jaren geleden al eens gedoken, toen we een paar dagen in Amed waren.
Ze hoeven niet met een bootje of zo te gaan, ze stappen gewoon vanaf het strand de zee in.
Daardoor zijn ze ruim een uur later al weer terug, en kunnen we met zijn allen gaan ontbijten.
Bij daglicht ziet het er hier ook prima uit. Het hotel ligt aan de zee. Een echt strand is er niet, je loopt over keien de zee in. Prima voor de duikers, voor de zonnebaders iets minder. Maar die kunnen vast ook prima ergens bij het zwembad liggen.
We zijn nog niet buiten het hotelterrein geweest, maar ik heb het vermoeden dat er buiten het duiken hier niet echt veel is te beleven. Tulamben is geen wereldstad.
De hotels, die hier in een rijtje aan het strand liggen, zijn allemaal volledig ingericht op het duikgebeuren.
Er zijn ook wel wat dingen hier in de buurt te bezichtigen, maar dat is toch allemaal een eind rijden. In combinatie met de drie duiken die vandaag gepland staan, wordt dat wel weer veel. Dus maken Jeanne, Bonnie en ik er maar een relax-dagje van.


Na het ontbijt gaan Peter en ik toch even de omgeving verkennen.
We lopen de hoofdstraat (en enige straat?) van Tulamben door.
Naast hotels, een enkel restaurantje en winkeltje is er inderdaad niet veel. Via het moeilijk begaanbare strand lopen, glibberen en klauteren we terug naar Mata Hari.
Rond half 11 duiken Peter en de kinderen weer het water in.
Weer ontzettend mooi, horen we als ze terug komen. Maar Anique heeft wat last van haar oren. Bekend (maar vervelend) probleem dat zo af en toe toch weer de kop op steekt, ondanks haar super ‘duikbril met aangebouwde oordoppen’.
Vroeg in de middag gaan we op zoek naar een plek waar we kunnen lunchen. Dat zou ook in het hotel kunnen, maar even iets anders is ook wel leuk, denken we.
We komen uit bij een uitgestorven restaurant, schuin tegenover het hotel. Daar krijgen we een overheerlijke maaltijd.   
In de middag doen we rustig aan. Beetje lezen, beetje luieren. Tjonge, het lijkt hier wel vakantie. Al begint het bij mij na een uurtje toch wel te kriebelen. Dit zijn we niet gewend, stilzitten op één plek.
Eerlijk gezegd ben ik blij dat we morgen weer verder gaan. Ik wil weer wat dingen zien.  
Je hoort wel eens van mensen die op vakantie gaan en de hele vakantie niet van het hotelterrein afkomen. Ik moet er niet aan denken, ik zou me rot vervelen en het zonde vinden van de tijd. Laat mij maar lekker rondkijken, nieuwe dingen zien, nieuwe mensen ontmoeten. Zo’n luxe ‘zon-zee-zwembad’-vakantie is aan mij niet besteed.
In de avond rond 7 uur, gaan Peter en Tom duiken, Anique slaat over.
Het wordt een ‘nachtduik’ (dat nacht slaat meer op het donker zijn dan op het tijdstip).
Ze duiken, uiteraard, bij het wrak.    
Als ze terugkomen, hebben ze enthousiaste verhalen. Het was een heel bijzondere duik!
Met slechts één minpuntje. Tom had zijn onderwatercamera meegenomen, een onderwaterlamp en wilde mooie foto’s en filmpjes gaan maken. Helaas kwam hij er onder water achter dat zijn SD-geheugenkaartje nog in de laptop zat. Balen…
Na deze laatste duik gaan we, al weer heel laat, in het hotel eten. Het is gezellig en smaakt weer prima.  Als we aan de koffie toe zijn, vraagt de bediening beleefd of we na de koffie nog meer wensen vanavond. Oeps, op onze tafel na is het restaurant is al leeg, we hebben het weer laat gemaakt, hun dienst zit er op. We zeggen dat we de koffie opdrinken en dan ook naar bed gaan, en dat we de kopjes straks wel op de bar zetten. Na zo'n dag niksen lukt dat nog wel.
Als we even later terug gaan naar de kamers, pakken we onze tassen weer snel in. Morgen gaan we weer verder en hopen we wat meer van Bali te zien!  

 
Woensdag 31 juli

Jeanne

Vandaag op tijd opstaan en ontbijten want we willen om 8 uur vertrekken richting Tanah Lot.
En het lukt om op tijd te vertrekken. We willen onderweg een bezoekje brengen aan Dewa en zijn familie. Dewa is een reisleider die erg goed Nederlands spreekt en Nederlandse toeristen rond leid op Bali. In de loop der jaren heeft hij een bedrijfje opgericht en andere Balinezen opgeleid tot goed Nederlands sprekende gidsen. Tevens heeft hij een busje kunnen kopen om zo rond te toeren op Bali.
Dit heeft hij kunnen bekostigen door financiële hulp van Peter en Marianne. Door middel van een micro krediet. Alweer een mooi project waaraan Peter en Marianne hun energie hebben ingestoken. En met een mooi positief resultaat.
We moeten een stuk rijden maar wat is het mooi onderweg. Zo’n mooie natuur. Het is een echte toeristische route met behoorlijk wat slingerwegen maar o zo de moeite waard.


Bali ziet er toch anders uit als Lombok. Het is allemaal wat sierlijker en dat komt denk ik ook door het hindoeïsme wat hier, wat betreft geloof, de boventoon voert. De tempels zien er prachtig uit en mooi versierd met allerlei boogjes en overal bloemen. We rijden door heel wat dorpjes en bij de lokale zaakjes staan prachtige beelden, vooral boeddha’s. Ohhh, die wil ik ook! Maar ook die kunnen we niet meenemen. We moeten toch eens gaan bedenken hoe we alles mee naar huis kunnen nemen wat we graag willen. Marianne heeft de oplossing. We huren gewoon een container en laten die verschepen. Goed plan!
Als we weer door het platteland rijden schieten we weer behoorlijk wat foto’s en ik blijf aan het filmen. Al die rijstvelden en plantages.
We stoppen op een gegeven moment om even wat te drinken. Voor het cafeetje liggen doeken met daarop kruiden en specerijen te drogen.
Het terrasje ligt langs een “ garage”. Op een gegeven moment ziet Tom daar iemand lopen met een shirt aan van Heuts. Daar wil ik wel een foto van. Zo gezegd, zo gedaan. De jongen snapt er niets van maar poseert gewillig. Duizenden kilometers van huis en dan kom je zoiets tegen.


Na deze stop rijden we weer verder. Het blijft een mooie route. Dewa heeft al verscheidene malen een sms gestuurd hoe laat we komen. Als we in de buurt van zijn woonplaats zijn moeten we maar even bellen. Dan haalt hij ons op om ons zo naar zijn huis te begeleiden. Dan doen we dus ook en we spreken af bij een “ rotonde”. Daar aangekomen is het zo druk dat het moeilijk wordt hem daar te vinden. Maar weer eens bellen. En dan plotseling zien we iemand op een motortje zwaaien. Dat is Dewa. Hij rijdt ons voor en zo komen we aan bij zijn huis.
Er staat een lieve gastvrije familie klaar om ons te ontvangen. Ook weer zo’n lieve mensen.
Iedereen word uitvoerig begroet en we nemen plaats in de kamer. Uiteraard krijgen we meteen wat te drinken en kletsen we wat. Dewa is erg blij de familie Geurts te zien en heeft een hoop te vertellen. Dewa spreekt echt goed Nederlands. Fijn dat Bonnie en ik nu ook alles kunnen verstaan en dat Marianne niet telkens hoeft te vertalen.
Voordat we het weten komt het eten op tafel. Een complete rijsttafel wordt er opgediend. En lekker!!!! We laten het ons goed smaken, dat snap je wel.
Dewa is nog niet zo lang geleden vader geworden van een jongen. Trots als een pauw wordt die uiteraard geshowd. Wat een schattig manneke. Lekker stevig. Ja, die komt niets tekort. Dat heb ik al snel gezien. Maar het is een schatje.
Na een paar uurtjes visite stappen we weer op. We moeten nog een stukje rijden naar Tanah Lot waar we een hotelletje hebben geboekt.
Na uitvoerig afscheid nemen zetten we de reis verder. Wederom is het weer prachtig rijden dus we vervelen ons niet.
Tegen de avond komen we in Tanah Lot aan bij ons hotel Coco. Een mooi en modern hotel. Goede keuze geweest. Aan de deur hangt een mooi schildje. Heel apart. Die hebben we nog nergens gezien. Onthouden voor als we een winkeltje zien want het gevoel van: wil ik ook hebben, drijft weer boven.
Erg hé? Hoezo verwend? Of toch niet? Zijn allemaal souveniertjes en mooie herinneringen zullen we maar zeggen.
We installeren ons op de kamer en gaan dan richting dé tempel van Tanah Lot die om de hoek ligt.
We willen de sunset daar live zien. Ik kan je zeggen, dat is de moeite waard! Mocht je daar eens in de buurt zijn, verzuim dan niet om dat te zien.
Het is een behoorlijke drukte met toeristen. Iedereen staat foto’s te maken. Er komt een Japans (of Chinees) vrouwtje met een camera in de hand naar Bonnie. Oh, denkt Bonnie. Die wil zeker dat ik een foto van haar neem. Natuurlijk wil Bonnie dit doen. Maar nee, dat is niet de bedoeling! Zij wil met Bonnie op de foto. Haar man gaat er eens goed voor staan en neemt wat foto’s. Bonnie wordt uitvoerig bedankt met wat buigingkjes en ze lopen weer verder. Haha, blijft grappig.
Het is een waar schouwspel, die sunset. Werkelijk prachtig. Peter, Anique en Bonnie lopen naar de tempel die op een berg ligt. Als ze terug komen blijkt dat ze gezegend zijn door de priesters. Ze hebben wat rijstkorrels op hun voorhoofd geplakt en een mooie kleine orchidee in het haar.            Nee, Peter niet in zijn haren maar achter zijn oren. Gaat een beetje moeilijk met dat kale bolleke. Het ziet er echt oosters uit, de drie gezegenden.
We blijven een hele tijd van de zonsondergang genieten en nemen heeeeeeeel veel foto’s en ik film behoorlijk wat. Eigenlijk allemaal niet nodig, want het staat nu nog op mijn netvlies gebrand en staat definitief op mijn harde schijf. Zoiets kún je gewoon niet vergeten.
Als we honger krijgen lopen we terug en zoeken een restaurantje. Die is zo gevonden. Daar heb ik me te goed gedaan aan heerlijke gefrituurde garnalen. Heerlijk. Één nadeel was er wel. Er zaten een hoop muggen die behoorlijk hun best deden om te steken. Ik moet bekennen dat ik er geen last van had. Ik heb me ook elke dag consequent goed ingesmeerd met Deet. Tom blijkbaar niet. En dat was daags er na ook goed te zien. Arme Tom. Hij stikte van de jeuk en had overal uitslag. Misschien de volgende keer toch maar insmeren?
Na het eten hebben we nog wat rond gesnuffeld in de souvenier winkeltjes en uiteraard wat gekocht. Ach ja, je bent niet elke dag in Bali zullen we maar zeggen.
Die avond in bed laat ik me de dag nog even tot me doordringen. Wat een mooie dag alweer. Morgen nog een dagje Bali en dan ’s avonds weer op de boot richting Lombok. Ook weer fijn.




 

Marianne, woensdag 31 juli 2013
Om 7 uur zitten we aan het ontbijt en klokslag 8 uur rijden we weg uit Tulamben.
We gaan weer op pad! Ik heb er zin in. Na een dagje hotel ben ik weer toe aan iets anders.
Het is lang geleden dat we in Bali zijn geweest. Ik ben heel benieuwd hoe ik het nu vind.
De laatste keren dat we Bali hebben gezien, was dat meestal omdat we via Bali naar Lombok of terug naar Nederland vlogen. Dat hield dan in dat we één nacht doorbrachten in Kuta. Verschrikkelijk, zeker na een tijd in het rustige Lombok te hebben gezeten. Maar Bali heeft natuurlijk veel meer te bieden dan de vreselijke drukte en chaos van Kuta.
We hebben in 2006 en 2007 in 2 verschillende vakanties heel Bali doorkruist, van zuid naar noord, van oost naar west. Alleen het uiterste zuiden hebben we steeds (m.u.v. die overbruggingsnachten in Kuta) angstvallig gemeden.
Wat we dus van Bali hebben gezien zijn heel afwisselende dingen. Wat me vooral is bijgebleven is de mooie uitbundige sfeer, de bloemen, mooie natuur, tempels, mooie ceremonies.
Het lukt ons vast niet om dat in anderhalve dag allemaal te gaan zien, maar we hopen dat we Jeanne en Bonnie in elk geval een mooie indruk van Bali kunnen geven.
Vandaag rijden we van Tulamben, in het oosten, naar Tanah Lot, een plaats in het zuiden.
We zien wel wat we onderweg nog gaan bezoeken en hoe we rijden. Daar hebben we Peter-Tom (ons alternatief voor een Tom-Tom) voor.
In elk geval hebben we vroeg in de middag een ontmoeting met Dewa, zijn vrouw Kadek en hun zoontje Dewa gepland. Daar verheug ik me erg op!
Het is een beetje puzzelen wat er op onze route ligt, welke weg we gaan kiezen. Of we echt wel heel veel tempels moeten gaan bezoeken, of gewoon van de natuur en de sfeer gaan genieten.
Met het oog op de Tanah Lot tempel in de avond slaan we overdag de tempels over.
Tom heeft een leuke route op de routeplanner gevonden. De ‘toeristische’ route naar Dewa.

Dat wil zeggen kriskras over bergen, langs mooie rijstvelden, over onmogelijke smalle weggetjes, door leuke dorpjes.
Dit is genieten, zeker als je niet op de weg of de route hoeft te letten. Daar hebben we de heren voor, zullen we maar zeggen. De jonge- en oudere dames achterin de auto hoeven alleen maar om zich heen te kijken. En dat doen we volop.
De verschillen met Lombok zijn weer duidelijk. Dit oogt allemaal wat uitbundiger, mooier, kleurrijker. Als ik dit opschrijf, voel ik me bijna schuldig ten opzichte van Lombok. Niet boos worden Lombok….Bali mag dan wel mooier zijn, maar als ik moet kiezen ga ik toch voor de volle 100% voor Lombok. Daar voel ik me meer thuis, meer op mijn gemak. Geen idee waarom.
Onderweg zien we weer iets wat we op Lombok al een paar jaar missen. Heel veel schoolkinderen marcheren over de straat, ze oefenen voor 17 augustus. Dan is het Hari Merdeka, de Indonesische Onafhankelijkheidsdag. Op die dag worden er traditiegetrouw marcheerwedstrijden gehouden in elk district. En dat is een heel serieuze aangelegenheid.
We vermoeden dat we het in Lombok de laatste jaren niet meer hebben gezien omdat 17 augustus steeds in de Ramadanmaand valt, en dan niet echt gevierd wordt. In Bali is de overgrote meerderheid van de bevolking Hindoe, en wordt niet zo aan Ramadan gedaan.  
Maar dit jaar valt 17 augustus na de Ramadanmaand, en hebben we in Lombok ook nog niets van de oefeningen gezien.
Later horen we dat de wedstrijden in Lombok niet meer worden gehouden omdat er te vaak ongelukken zijn gebeurd; auto’s of vrachtauto’s die inrijden op marcherende groepen kinderen. Daar kan ik me wel wat bij voorstellen, zeker op de smalle drukke kronkelwegen.


Onderweg zien we meer moois en grappigs. Ondanks dat we geen tempel bezoeken, zien we er uiteraard tientallen aan de kant van de weg. Van grote tempels, tot kleinere huistempeltjes. Zelfs een tempel die in meerdere delen in vrachtautootjes wordt vervoerd.
Een grote tankauto vervoert iets anders, Elpiji staat erop. Het duurt even voor het kwartje valt….LPG, maar dan op zijn Indonesisch.  
Vrachtauto’s heb je hier in alle soorten en maten. Kilometerslang zitten we achter een oud exemplaar. Als hij gas geeft, klinkt het alsof hij op gaat stijgen. Probleempje met de aandrijving?
Hoe hoger we de bergen in komen, hoe slechter de weg wordt. Op een gegeven moment is de helft van de weg weg. Maakt niet uit, je mag kiezen; op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer rijden en er continu van af moeten om botsingen te voorkomen, of over de hobbels. Met het oog op de drukte kiezen we voor het laatste. Kilometers verder, als we het hoogste punt bereikt hebben, zien we de oorzaak. De weg wordt opnieuw aangelegd. Het duurt nog wel even voor alles weer klaar is.
Wij zijn nu wel toe aan een kop koffie en stoppen als we een restaurantje zien. Het is net een echt wegrestaurant; met een eenvoudige werkplaats/wasserette, een schilderijenverkoop, mooi uitzicht over de rijstvelden, nootmuskaatdrogerij en je kunt er ook nog een kop koffie drinken en naar het toilet gaan. Meer hebben we niet nodig!
Als we onze drankje hebben en rond zitten te kijken, schieten we in de lach. Een man die naast het restaurant aan een auto werkt, heeft een knaloranje T-shirt van Heuts Automaterialen aan. Nooit geweten dat die hier ook al een vestiging hebben!


Na de koffiestop vervolgen we onze mooie weg. Langzaam verlaten we het bergachtige gebied en komen we dichter bij Denpasar. Daar worden de wegen beter, maar de omgeving ook een stuk minder mooi.
Met behulp van de navigatie op Tom’s mobieltje rijden we redelijk vlot door de stad. Dan wordt het zoeken naar Dewa’s woonplaats. Hij woont in Tabanan, maar dat is een plaats en een regio. Heel handig… Verder in het adres komt ook nog Kediri voor. Blijkbaar heeft elk eiland in Indonesië wel zijn eigen Kediri….en heeft Bali er minstens 2. En staan wij na een tijdje uiteraard in de verkeerde Kediri.
Een telefoontje naar Dewa brengt opheldering.
Hij stuurt ons weer de goede richting in en zegt dat hij ons zo wel met de motor opvangt.
Nu gaan we dus rijden en goed uitkijken of we Dewa ergens zien. We leggen Jeanne en Bonnie even uit hoe hij er uit ziet. Beetje donkere huidskleur, zwarte haren, niet al te groot…. Die hebben we zo gevonden in deze verkeerschaos. Niet dus.
Maar blijkbaar heeft Dewa ons wel zo gevonden.
Als we iemand voor ons zien rijden en enthousiast zien zwaaien, volgen we hem maar. Dat zal vast Dewa zijn. En hij is het inderdaad, zien we als we even later de auto parkeren.
Ook Kadek en kleine Dewa staan ons op te wachten.
Wat leuk om nu eindelijk met hen persoonlijk kennis te maken!
Het weerzien met Dewa is allerhartelijkst. Dewa was onze eerste gids in Bali, in december 2006. Daarna hebben we hem nog vele malen ontmoet, in Bali, of in Lombok, waar hij ons elk jaar een keer probeert op te zoeken.
We lopen met zijn allen naar hun huis, wat tevens het ouderlijk huis van Dewa is. Zijn ouders hebben we in 2007 al ontmoet, ze zijn niets veranderd in al die jaren.
Terwijl we gezellig bijkletsen met Dewa, zijn Kadek en Dewa’s moeder druk in de weer om ons te voorzien van allerlei lekkere hapjes en drankjes. Even later wordt de hele tafel nog een keer volgezet met schalen lekker eten. Maar goed dat we onderweg niets gegeten hebben, want  dit ziet er heerlijk uit!
Dewa en zijn zus Sri runnen nog steeds Bali Tours. Ze leiden (met name Nederlandse en Belgische) toeristen rond door Bali. Verder geeft Dewa Nederlandse les aan jonge Balinezen die ook graag Nederlandstalige gids willen worden. Ook is hij voorzitter van de Nederlandstalige gidsen hier.
Het is een druk baasje!
Nadat we hem in 2007 hebben geholpen om zelfstandig te worden en om een busje te kopen heeft hij er zelf nog een bus bij kunnen kopen, die hij verhuurt aan andere gidsen of organisaties. Hij heeft zijn zaken goed voor elkaar, maar is nog steeds dezelfde gezellige Dewa. Al snel halen we herinneringen op aan onze rondreizen. Avonden lang kaarten, lekker eten, mooie plekken bezoeken, kattekwaad uithalen en heel veel moppen vertellen. Het voelde af en toe of we met 2 kleine en 1 groot kind op pad waren. We hebben samen heel veel lol gehad!
Gezelschappen met kinderen vindt Dewa nog steeds erg leuk. Maar hij draait zijn hand ook niet om voor de ‘rollatorgroepen’ (een steeds kleiner wordende groep Nederlandse hoogbejaarden die jaarlijks in Bali komen overwinteren).
De tijd vliegt voorbij. Rond half 4 stappen we weer op. We moeten nog op zoek naar Coco Hotel in Tanah Lot, onze slaapplek voor de komende nacht. Dat is hier gelukkig niet zo heel ver vandaan.
Na een half uur komen we aan in Tanah Lot. In 2007 zijn we er ook geweest, maar toen was het vroeg in de ochtend. Nu komen we aan bij een parkeerplaats aan de rand van het stadje, maar we hebben begrepen dat ons hotel in het centrum ligt en dat we met de auto bij het hotel kunnen komen. Met het oog op onze tassen is dat wel handig, dan brengen we de auto daarna wel teug naar de parkeerplaats.
De parkeerwachters zeggen dat dat geen probleem is en laten ons doorrijden, het voetgangersgebied in.
Het hotel zag er op internet prachtig uit. Maar als we er dichterbij komen, betwijfel ik of we een goede keuze hebben gemaakt. Dit zit echt midden in het drukke toeristengebied, op een steenworp afstand van de tempel die aan de kust ligt, net achter de hoofdstraat. Als we de hoofdstraat over moeten steken, wordt de stroom slenterende toeristen even tegengehouden, anders komen we er nooit doorheen.
We parkeren de auto op een open plek net achter de winkels en lopen naar het hotel. Zodra we door het poortje lopen, verandert alles. Dit is een paradijsje! Wat een rust! Alles ziet er splinternieuw uit. Een mooi zwembad, prachtige tuin, een net receptiegebouw en hele mooie huisjes.
Nou, onze twijfels van daarnet waren niet nodig. Hier komen we de avond en nacht wel door.
Het inchecken duurt even maar met een lekker welkomstdrankje en een koel vochtig gastendoekje erbij vinden we dat niet erg.
De kamers zijn super-de-luxe! Groot, netjes, schoon, koel en ook nog eens heel stijlvol ingericht. Tjongejonge, en dat voor zo weinig geld op zo’n toplocatie!
We kunnen de auto trouwens gewoon hier bij het hotel laten staan. Top!
Voor de rest van de dag hebben we weinig plannen, maar we willen wel voor zonsondergang bij de tempel zijn.


Even tijd voor relaxen hebben we nog wel. De liefhebbers nemen een duik in het mooie zwembad. Ik ga ernaast zitten met een boek, maar kan me niet echt concentreren. Het is hier veel te mooi om lezen, zoveel mooie planten, prachtige stenen beelden. Het ziet er super uit. Jeanne en ik zien weer veel dingen die we mee zouden willen nemen naar Nederland. We hebben al bedacht dat we maar een container vullen en over laten komen. Het past nooit allemaal in de standaard bagage.
We zien wel iets wat niet zo groot is, niet zwaar. Een soort maskerhangers op elke kamerdeur, van blank hout. Heel mooi! We kunnen wel 50 plekken in eigen huis bedenken waar dat mooi zou staan.
Ik heb ze nooit eerder gezien, misschien is het iets typisch Balinees. Op een gegeven moment gaat Jeanne naar de receptie, misschien verkopen zij ze wel, of weten ze waar de hangers te krijgen zijn.
Helaas. Hier hebben ze alleen de exemplaren die op de deuren hangen, en hebben ze geen idee waar ze vandaan komen. We overwegen om ze stiekem mee te nemen, maar vrezen dat dat op valt. Misschien bij een andere kamer pakken, dan weten ze niet dat wij dat hebben gedaan. Maar nee, dat doen we ook maar niet. Maar ik weet wel dat ik straks toch even rond ga neuzen hier bij de souvenirwinkels, je weet maar nooit.
Tegen dat we naar de tempel willen gaan, komt de receptionist langs. Hij heeft een lijstje bij zich en wil graag weten wat we morgen voor het ontbijt willen eten. We kunnen uit verschillende menuutjes kiezen. Heel duidelijk is zijn lijst niet, een beetje verwarring over bread of pancakes of pancakes, (het verschil tussen nummer 2 en 3 snappen we niet zo) maar ja, we zien morgen wel wat het is.
Ook moeten we aangeven hoe laat we willen ontbijten. Beetje vreemd, maar we vinden het prima, morgen gaan we weer terug naar Lombok, en moeten we toch een beetje op de klok letten als we nog wat van Bali willen zien.
Als alles geregeld is, haasten we ons naar de tempel. Hij ligt er nog steeds prachtig bij. Vorige keer was het vloed en lag de tempel echt in zee. Nu kun je er zo over het strand en door een paar ondiepe poeltjes naar toe lopen. Jeanne, die nog steeds last heeft van haar teen, wil het verband schoon en droog houden en blijft een beetje op afstand. Maar van een afstand is de tempel eigenlijk alleen maar mooier.
Hoe verder de zon zakt, hoe mooier het uitzicht wordt. We schieten duizenden foto’s (of in elk geval heel erg veel). Dit is zo ontzettend mooi!
De tempel zelf is niet eens zo bijzonder, maar de ligging maakt hem uniek. En vooral in de avond, emt de ondergaande zon erbij, is het prachtig hier. Wel jammer dat er nog busladingen vol andere mensen zijn die dat ook vinden. Een foto zonder toevallige passanten is nu onmogelijk. Maar dat mag de pret niet drukken.
Op een gegeven moment ben ik Peter kwijt. Even later zie ik hem bij de tempelingang staan, pratend met één van de priesters die daar staan. Ik schiet in de lach als ik zie dat hij gezegend wordt of zo. Niets voor hem. Maar het frangipani-bloemetje achter zijn oor en de rijstkorrels op zijn voorhoofd staan hem schattig, bedenk ik als hij even later weer bij me staat.


Dan hoor ik ook de reden van de zegening….je mag alleen de tempel op (dat wil zeggen via de zijkant een stuk naar achteren lopen) als je gezegend bent.
Anique en Bonnie zien het ook wel zitten en even later hebben we er nog 2 gezegenden bij.
Ik laat alle priesters, zegeningen, heilige slangen en vissen aan me voorbij gaan en geniet van het geheel. Nooit geweten dat de zon zoveel mooie kleuren kan geven.
Als de drukte even later voorbij is en het echt donker wordt, lopen we terug. Terwijl Peter en Tom staan te bedenken wat en waar we zullen eten, gaan de dames nog even op souvenirjacht.  
Hier is zoveel te krijgen, en heel andere dingen dan op Lombok. Maar als we goed en wel in de winkelstraat zijn, beginnen de winkeltjes al te sluiten. Snel kijken we links en rechts nog even rond, kopen al vast een paar dingetjes en hopen maar dat we morgenvroeg de kans krijgen om wat uitgebreider rond te kijken.
Als ik even stil sta bij een verkoper voel ik ineens wat op mijn benen. Jasses, een heel nest kleine rode miertjes heeft de aanval ingezet. Net bij het strand zag ik ook al veel mensen op hun benen slaan, daar krioelde volgens mij ook van alles rond. Bah!
Als de laatste winkeltjes dicht zijn, lopen we een restaurant binnen. Heel toeristisch, maar veel anders verwachten we hier ook niet direct te vinden. We bestellen verschillende gerechten en smullen!
Heerlijke groente-tempura, nasi-goreng, garnalen, saté.
Als we nog een kopje koffie hebben gehad lopen we terug naar het hotel.
Het krioelend drukke centrum van een uur of wat geleden is nu helemaal uitgestorven. Als we nog twijfels hadden over onze nachtrust zo dicht bij de hoofdstraat, zijn die nu ook weg. Na zonsondergang is het hier helemaal leeg en stil.
Bij het hotel gaan we nog even lekker zitten en snel een paar mooie foto’s de facebookwereld in sturen.
Hoezo mensen jaloers maken met mooie foto’s?
De receptionist komt nog langs om iedereen een appeltje te geven en een goede nacht te wensen.
Daarna verdwijnen we in onze koele kamers, genieten nog even van de luxe van een echt ligbad en duiken dan het bed in!
Bali is zo gek nog niet! Maar morgen gaan we weer naar huis, naar Lombok, ook heerlijk!
Wel nog even een schietgebedje doen, hopen dat de overtocht iets vlotter verloopt dan op de heenweg.



 
Donderdag 1 augustus

Jeanne

Na een heerlijk nachtje slapen staan we op tijd op om de sunrise van de Tanah Lot te gaan bekijken.
Ook dit schouwspel is wederom prachtig om te zien. Ook nu weer schieten we de nodige foto’s.
Het is nog niet druk dus we kunnen op ons gemak rond kijken.
Er is een groep kinderen op schoolreisje en zien Anique en Bonnie. Allemaal van die giebelende tiener  meiden. En jahoor, ook zij willen op de foto met hen. De twee meiden zijn ook hier een bezienswaardigheid. Grappig.
Overal waar we kijken staan offermandjes met bloemetjes, eten en wierook. Erg mooi om te zien.
Ik heb hier wel respect voor. Hoe zij hun goden vereren. En dat elke dag weer.


We bekijken de tempel ook eens van bovenaf. Van hieruit is het uitzicht ook erg mooi. We schieten weer wat plaatjes, ja alweer, en besluiten dan terug te lopen.
Uiteraard wordt er nog druk geshopt in de souvenier winkeltjes. Er is één een wat grotere winkel en daar nemen we het één en ander mee. Hier staat de prijs op en hoef je niet te handelen. Wel zo prettig voor Marianne want die heeft daar een hekel aan. Tevens is het daar lekker koel en we kunnen pinnen. Ook wel zo handig na al die pinautomaten die weigeren.
Als we de spulletjes bij elkaar hebben lopen we terug naar het hotel en pakken onze tassen. We willen weer verder om Bali te bekijken.
We rijden ook vandaag weer een mooie route. Wat een mooie natuur heeft Indonesie toch. Ook nu weer vergaap ik me aan de rijstvelden. En vooral die in etages gemaakt zijn. Ik film en ik film maar. Achteraf gezien lijken ze allemaal op elkaar maar als je daar rijd ziet het er allemaal zo mooi uit. Dan moet je wel filmen.
We rijden ook door verschillende dorpjes met allemaal hele mooie tempels. Grote en kleine, in allerlei soorten en maten. Maar allemaal even mooi en erg sierlijk. Als we op een gegeven moment door zo’n dorpje rijden zijn ze daar bezig met een huis te bouwen. Ik kijk en ik kijk nog eens. Zie ik dat goed? En jawel hoor, ik zie het goed. De bouwvakkers hier zijn geen mannen maar vrouwen!!! Ze sjouwen en sjouwen daar met zware materialen. Nou ja, werkelijk. En de steigers zijn hier niet gemaakt zoals bij ons. Hier zijn ze gemaakt van bamboestammen. Ondanks dat het maar steigers zijn, ziet het er “sierlijk” uit.

We rijden door tot in Ubud, waar we rond de middag aan komen. De familie Geurts is hier al eens geweest maar ze verbazen zich over alle veranderingen die er zijn. We besluiten om hier te stoppen en eens rond te kijken en te eten. Uiteraard belanden we op een markt en wat zien we daar??? Die mooie deur schildjes die we in ons hotel hadden gezien. Nou,  komt dat even goed uit. Meteen onze slag geslagen. Marianne en ik zijn helemaal blij. We kijken ook nog voor verse vanille maar die is hier veel te duur. Dus die gaat niet mee.
Als we wat hebben rond gelopen krijgen we toch wel honger. Er komt een man op ons af die wel een fijn restaurant weet waar we lekker kunnen eten. We volgen hem door wat kleine steegjes en komen dan uiteindelijk bij het restaurant. Eigenlijk een soort fastfood restaurant. Het is er erg druk. Marianne en peter zijn hier al eens geweest aar toen was lang nog niet zo groot, zo massaal. En een menukaart van hier tot Tokio. Gelukkig staan er foto’s bij en kunnen we zien wat we bestellen. Na het eten zetten we onze route voort. We hadden nog van alles op de planning staan maar het regent.
Dus besluiten we richting de haven te rijden en dan hier of daar nog een stop te maken als het droog is.
We moeten door een drukke stad. Mijn hemel, wat een drukte. Dat zijn we niet meer gewend. We zijn het er unaniem over eens dat dat niets voor ons is. Als we eindelijk uit de drukte zijn komen we weer op een wat rustigere route.
Vlak bij de haven stoppen we om een tempel en vleermuizengrot te bezichtigen. Bij de entree krijgen we een doek die we als rok moeten ombinden. Zonder deze rok kom je niet binnen. We krijgen een gids mee die al meteen druk begint te babbelen. Tijdens de rondleiding houd hij zijn snep ook geen moment. Maar ik moet toegeven, hij kan mooi vertellen en we zijn weer een stuk wijzer geworden.



Bij de vleermuizengrot stinkt  het door al die vleermuizenpoep. Er vliegen er wel duizenden, in de grot dan uiteraard. Ook dit is niets voor Bonnie en die blijft dan ook mooi op een veilige afstand.  Jahoor, kijken jullie gerust maar even. Ik hoef niet zo nodig. Zie het van hieruit ook wel. Ja, het zijn weer beestjes hé. En daar houd zij nu eenmaal niet zo van.
Als we uitgekeken zijn steken we de straat over en belanden zo op het strand. Het is niet druk en we drinken daar wat. Er lopen wat vrouwen rond met manden op hun hoofd met koopwaar. We besluiten wat eten en lekkers mee te nemen voor op de boot. De heenreis was er niet veel bijzonders op de boot te krijgen.
Na daar wat te hebben rond gehangen gaan we naar de haven. Wat zal het nu zijn? Moeten we lang wachten? Je weet het hier maar nooit. Dus op hoop van zegen.
Als we bij de haven aan komen kunnen we het bijna niet geloven. Het is helemaal niet druk. Als we betaald hebben vraagt Peter hoe lang het ongeveer duurt voordat de boot vertrekt. Je zult het niet geloven maar binnen een uur zijn we aan het varen. Gelukkig is het niet druk op de boot dus we hebben het voor het uitzoeken waar we willen zitten. En het is me een mooie boot. Tegenover de boot van de heenreis lijkt dit wel een cruiseboot. Nou ja, beetje overdrijven mag. Maar het is schoon en fatsoenlijke zitplaatsen. Er is een zitje met luxe fauteuils (met plastic er over heen zodat het niet vies wordt) afgeschermd met rood touw. Er staat een bordje bij met: VIP. Ik zeg nog tegen Marianne: zouden ze dat voor ons gedaan hebben?  Waarop Marianne antwoordt: ik denk het wel maar hier is ook nog genoeg plaats. Dus besluiten we niet van de VIP ruimte gebruik te maken. Het is echt een verademing om zo lekker fatsoenlijk te kunnen zitten. Alleen het weer werkt niet zo erg hard mee. Het waait enorm. De zee is erg ruw waardoor de boot nogal wat schommelingen maakt. Wat zeg ik? Nogal wat? Behoorlijk wat! En dat maakt nogal wat mensen zwak, ziek en misselijk. Met als gevolg……. Juist ja. Een stukje voor ons wordt er al driftig gebruik gemaakt van die handige zakjes. Als ik het alleen al hoor, besluit ik maar eens ff naar buiten te gaan. Ondanks de harde wind. Peter lag lekker wat te dutten in een stoel vlakbij die mensen. Alhoewel? Lekker te dutten? Hij komt toch maar weer onze kant uit.
Na een roerig overtochtje komen we dan toch weer op Lombok aan. Heerlijk. Terug op veilige bodem.
Op de terugweg besluiten we nog eventjes bij Pah Umpuk aan te gaan. Daar drinken we wat en gaan dan weer richting hotel. We zijn moe en willen lekker gaan slapen.
Bij het hotel aangekomen, loop ik meteen naar de receptie. Even vragen welke kamer we krijgen. Gelukkig,  we krijgen “onze eigen” kamer terug. Net zo prettig. We pakken onze koffers op de kamer bij Peter en Marianne en gaan richting kamer. Daar ruikt het weer fris en fruitig en het ziet er weer schoon uit.
Koffers uitpakken doen we morgen wel. We skypen nog even met Leo om verslag uit te brengen. De hele familie zit bij ons thuis buiten en we kletsen nog met onze nichtjes en Ria (Leo’s zus). Na een douche kruipen we ons bed in.
Bali, erg mooi en sierlijk. Een echt vakantie eiland. Maar Lombok voelt als thuis komen. Zzzzzzzzzzzzzz


 

Marianne, donderdag 01 augustus 2013

Stipt om 8 uur zitten we aan het ontbijt. Voor we straks weer vertrekken uit Tanah Lot willen we nog even naar de tempel. Dat doen we direct na het ontbijt, in de hoop dat het dan nog niet zo druk is. In 2007 zijn we hier ook vroeg in de ochtend geweest, voor de grote toeristenstroom op gang kwam. Dat is ons toen prima bevallen, dan lukt het tenminste om de tempel in beeld te krijgen zonder al te veel ‘vreemde’ mensen erbij.
Als we naar de tempel lopen, blijkt dat we dat goed hebben bedacht. Het is nog stil. Heerlijk, nu kunnen we tenminste in alle rust rondkijken en genieten. Het is weer laag water, we zouden dus weer naar de tempel zelf kunnen lopen, maar we weten van 6 jaar geleden dat je vanaf de zijkant ook een prachtig zicht hebt op de tempel. Even later staan we op dezelfde plek als in 2007, waar Dewa toen een foto van ons complete gezinnetje heft gemaakt. Nu is Dewa er niet bij, maar met behulp van Jeanne en Bonnie lukt het nu toch om weer een gezinsfoto te maken. Later maar eens kijken of we verschillen zien tussen deze foto en die van 6 jaar geleden.



Ondanks dat het nog vrij vroeg is, is het al bloedheet. We wandelen op ons gemak wat rond, hebben een leuk gesprek met een groep tieners uit Sulawesi die hier op schoolreis zijn en het reuze interessant vinden om met ons op de foto te gaan. Als we even later genoeg foto’s hebben gemaakt, wandelen we nog even naar de andere kant van de tempel. Daar zijn verschillende terrasjes, souvenirkraampjes en winkeltjes, maar de meesten alles zit nog dicht. Helaas…
Maar de winkels in de hoofdstraat zijn wel open. Dan slaan we daar nog wat souvenirtjes in. We vergeten onze vrienden in Lombok niet. Zij vinden het vast ook leuk om een echt Balinees cadeautje te krijgen. Wij hoppen hier zo even over naar een ander eiland, maar voor de meeste mensen uit Lombok is dat een wereldreis, zij zullen niet gauw op Bali komen.
Voor het gemak kopen we maar de meeste spullen in een grote winkel, met prijskaartjes. Ik weet het, hier is alles vrij duur, de winst gaat misschien niet naar de armste mensen, maar ik haat afdingen. En het resultaat van afdingen bij mij is dat ik altijd veel te veel betaal. Ik ben dus nog goedkoper uit als ik hier alles ‘te duur’  koop.
Terwijl Jeanne, Bonnie, Anique en ik nog druk aan het shoppen zijn, zijn Peter en Tom al terug gelopen naar het hotel. Even de accu’s van de camera’s en telefoons bijladen. We hebben nog een lange dag te gaan, en willen straks niet zonder stroom komen te zitten. Want we willen vandaag wel nog wat leuke dingen bekijken!
Jeanne en ik kijken in elk winkeltje of we niet de houten deurschildjes zien. Helaas, nergens iets wat ook maar in de buurt komt. Dan maken we in het hotel maar een paar duidelijke foto’s, met het idee dat we ze misschien in Lombok kunnen laten maken. Daar zijn vast wat handige houtsnijders die dat kunnen.
Als we in het hotel nog even de laatste spullen ingepakt hebben, gaan we weer op pad.
Een echt programma hebben we niet. Maar we willen in elk geval richting Ubud rijden. Dat vonden we wel een aardig stadje om even rond te kijken, en er zitten verschillende bezienswaardigheden in de buurt.
Via een mooie route rijden we naar Ubud. Hoe dichterbij we komen, hoe drukker het wordt.
We herinneren ons Ubud als een gezellig, wat drukker plaatsje. Het is al 6 jaar geleden dat we er zijn geweest, dus het zal nu misschien wel wat drukker zijn geworden. Nou, daar komen we achter. Al ver voor we het centrum hebben bereikt, loopt het verkeer vast. Wat een drukte. Dat doet ons vermoeden dat we dicht bij het echte centrum zullen zijn, zo groot was Ubud toch niet, maar dat duurt nog een hele tijd. Dit is niet leuk meer.
Stapvoets komen we vooruit. Als we het echte centrum naderen, hebben we al niet veel zin meer om nog meer van Ubud te gaan bekijken. Wat is het hier veranderd.
Maar het is etenstijd, en we besluiten om toch maar een parkeerplekje voor de auto te gaan zoeken. We hopen nog een plekje te vinden in Warung Ibu Oka, hét babi guling restaurantje van Ubud.
Als we, na veel rondjes rijden, de auto geparkeerd hebben, lopen we richting Ibu Oka. Voor we daar aankomen zien we een bord staan, Ibu Oka 3. Een man die ons naar het bord ziet kijken, strikt ons om hem te volgen naar het restaurant. Het is niet de plek waar we eerder zijn geweest, maar die is misschien wegens groot succes verplaatst of heeft nevenvestigingen gekregen.
Met het oog op waarschijnlijk toch geen plek in het originele Ibu Oka restaurant, besluiten we de bordjes naar nummer 3 maar te volgen. Even later komen we aan bij een groot gebouw. Dit is wat anders dan we hadden verwacht. Er is nog net geen busparkeerplaats voor de deur, verder lijkt alles op een super toeristische aangelegenheid.
Maar ja, we zijn hier nu, hebben honger en het begint te regenen. Dus schuiven we maar aan in de grote eetzaal. We krijgen snel een menukaart onder onze neus geduwd. Dat had de eerste Ibu Oka niet, daar was het ‘eten wat de pot schaft’. Geroosterd speenvarken dus, oftewel babi guling.
Geserveerd op verschillende manieren, met en paar bijgerechtjes. Heerlijk!
Om nog een beetje het Ibu Oka gevoel te krijgen, bestellen we maar het standaard menu.
En, eerlijk is eerlijk, het eten smaakt als vanouds. Maar de sfeer is hier toch anders.
Bij de ‘echte’ Ibu Oka kwam het speenvarken op een kruiwagen het restaurant binnen, zat je op de vloer (of aan een enkel krakkemikkig tafeltje) en kreeg iedereen eten voorgeschoteld, geserveerd op een gevlochten bordje met een papiertje erop.
Nu zitten we aan nette tafels. De bediening sprint heen en weer. Alles is netter. Beter dus, zou elke Nederlander zeggen, maar wie de ‘ oude Ibu Oka’  kent, zal begrijpen wat ik mis bij Ibu Oka 3.
Na het eten lopen we, in de regen, naar de markt. Daar hopen we wat van de oude Ubud sfeer terug te vinden. De markt is nog als vanouds. Rondom souvenirs, verder naar het midden ook vlees, groente en ‘normale’  marktprodukten.
Jeanne is op zoek naar vanille, maar de prijzen zijn schandalig hoog. Ook afdingen lukt niet, dus adviseren we haar maar te wachten tot we weer in Lombok zijn, in Kertaraharja weten we een goed adresje voor verse vanille.
Bij de houtsnijwerkwinkeltjes snuffelen we wat rond, in de hoop nog ergens de leuke maskertjes te vinden die bij Coco Hotel op de deuren hingen.
Bij één van de winkeltjes is het raak! Yes, gevonden. Nu wordt het nog even onderhandelen, want ook hier zijn de prijzen niet Indonesisch. Of misschien hoort dit bij het ‘nieuwe’ Ubud...
Na een paar keer weglopen, prijzen vergelijken met de buurvrouw die dezelfde maskertjes verkoopt, vinden we dat we een redelijke prijs hebben bereikt en wordt de koop gesloten.
Met een paar maskertjes verlaten we de winkel en lopen we de markt af. In een zijstraat loopt de markt echter door, maar deze markt heeft meer weg van een moderne boulevard met kunstartikelen. Of kunst…het zijn veel Boeddha-schilderijen, vaak niet echt bijzonder, zou je ook bij de Action of Xenos kunnen kopen, en kleding die we niet echt typisch Indonesisch vinden. Echte aparte of bijzondere spullen missen we.
Inmiddels hebben we Ubud eigenlijk wel gezien. Als het ook nog flink begint te regenen, lopen we nog even snel langs het paleis en dan rennen we terug naar de auto, voor we helemaal doorweekt zijn.
Ik vond Ubud altijd wel leuk voor halve dag of een overnachting of zo, maar nu heb ik het na een dik uur wel gezien. Jammer...
We besluiten zo een tussenstop te maken bij Goa Gajah, de olifantsgrot, dat is hier niet zo ver vandaan. Maar als we daar aankomen, valt de regen met bakken uit de hemel. Met het oog op de vele trapjes die we daar af en op moeten, die nu vast heel glibberig zijn, besluiten we Goa Gajah maar over te slaan.
We rijden door richting Padangbai en hopen dat het zo droog wordt, dan gaan we een kijkje nemen bij Goa Lawah, de vleermuisgrot, en de bijbehorende tempel.
Daar zijn we nog nooit geweest, en volgens Dewa is het wel de moeite waard er een kijkje te nemen, zeker omdat het dicht bij Padangbai ligt en we er niet voor hoeven om te rijden.
Gelukkig schijnt het zonnetje weer als we bij de tempel en grot aankomen.
We zetten de auto op de parkeerstrook langs de weg en lopen naar de ingang.
Daar worden we opgevangen door een vrolijke gids, die ook nog een paar woordjes Nederlands/Duits spreekt. Nadat we allemaal in een charmante sarong zijn gewikkeld, mogen we het terrein betreden en krijgen we overal een grappige uitleg bij. Het is geen plek waar je uren doorbrengt, maar wel leuk om te zien. Vooral de vleermuisgrot zelf is indrukwekkend. Om te zien en om te ruiken. Jasses, wat stinken die beesten! De grot zelf gaan we niet in, maar vanaf de ingang zie je duidelijk heel veel grote vleermuizen hangen. We krijgen nog te horen hoeveel het er zijn, maar dat ben ik inmiddels vergeten. Ik verwacht ook niet dat iemand ze ooit heeft kunnen tellen, want de vleermuizen die bij de ingang hangen blijven niet bepaald stilhangen. Verder in de grot, waar het donkerder is, misschien wel, maar daar ga je niet voor je plezier rondwandelen.




We krijgen van onze gids het advies te wachten tot het donker wordt, want dan kunnen we de vleermuizen zien als ze massaal de buitenlucht opzoeken. Ik kan me voorstellen dat dat heel indrukwekkend zal zijn, maar we willen wel voor het donker op de boot zitten... We hebben nog een reisje te gaan vandaag.
Als we de tempel hebben gezien drinken we op het strand nog wat en kopen nog wat lekkers voor straks op de boot. Koekjes, chips, drinken.
Dan stappen we weer in de auto en rijden de laatste kilometers naar Padangbai.
Het is niet druk en we kunnen prima doorrijden naar de haven. Even na 4 uur rijden we het haventerrein op. We hebben pech, de boot die er ligt wordt net afgesloten.
We zullen moeten wachten op de volgende. Maar er wordt ons verzekerd dat die binnen een uurtje wel zal vertrekken. Na de lange wachttijd van een paar dagen geleden, draaien we onze hand niet meer om voor een uurtje wachten.
Vóór ons hangt een optimistisch bord met een waarschuwing van (ik neem aan) de havenautoriteiten:

Altijd fijn zo’n waarschuwing, maar voor wie is deze mededeling bedoeld? Ik neem aan dat de kapiteins van de veerboten dat zelf ook wel weten en er naar handelen?!
Als ik denk aan slecht weer op zee en boten, overweeg ik weer een reistabletje in te nemen, maar na de slaperige uren van een paar dagen geleden, zie ik daar toch maar van af. Ik wil straks wel wakker zijn als we weer op Lombok aankomen.
Na een half uur mogen we de veerboot op rijden. Nu staan we bijna helemaal vooraan en snel sprinten we naar boven om een goed plekje te zoeken. Dat is niet moelijk. Deze boot is veel luxer, en vooral veel leger. Er is plaats genoeg. We overwegen even om in het met mooie siertouwen afgezette zithoekje voor VIP’s te gaan zitten, maar aangezien er genoeg andere prima zithoekjes zijn, doen we dat toch maar niet.
Zodra we zitten, komt er een vrolijke mevrouw met koffie aan. Lekker, dat gaat er wel in nu. We zijn blij dat we op een fatsoenlijke boot zitten, een zitplek hebben en bijna gaan vertrekken.
Van Pak Umpuk krijgen we het zoveelste sms’je met de vraag of alles goed gaat en hoe laat we weer in Lombok zijn. We kunnen nu met redelijke zekerheid vertellen hoe laat we in Lembar aan gaan komen.
We schatten een uur of 10.

Als we een half uurtje later op open zee varen, krijg ik een beetje spijt dat ik geen tabletje heb ingenomen. Het is erg onrustig, en links en rechts zijn er behoorlijk wat zeezieken. Maar met af en toe even een frisse neus halen, zakt het bij mij weer. Er zitten volgens mij helemaal geen andere toeristen op de boot. De meeste passagiers zijn Indonesische gezinnen die waarschijnlijk naar huis/familie gaan voor de naderende feestdagen.
Als we een paar uur later in de buurt van Sekotong komen, wordt het water rustiger. Gelukkig!
We zijn goed opgeschoten, om half 10 legt de boot aan in Lembar.
Omdat de auto bijna vooraan staat, zijn we ook vlot van boord. We moeten alleen wat motortjes voor laten gaan. Leuk om te zien, hele families gaan op 1 motortje, en dan hebben ze ook nog tassen en dozen vol spullen bij zich!
Als we even later Lembar uitrijden en ik Pak Umpuk een berichtje stuur dat we weer veilig ‘geland’ zijn, krijg ik direct de vraag of we even langs willen komen, ze hebben ons allemaal zo gemist de afgelopen dagen. We zijn moe, we zijn toe aan een frisse douche, aan een lekker bed, maar dit kunnen we toch niet afslaan. Dus rijden we rond kwart voor 11 Ampenan binnen. Even snel bijkletsen en een kopje thee drinken met onze vrienden. Als we beloven morgenavond te komen eten, mogen we rond half 12 terug naar Bumi Aditya. Rond middernacht ploffen we daar in ons bed.
Het waren mooie dagen in Bali, maar ik vind het heerlijk om weer hier te zijn!



 
Vrijdag 2 augustus

Jeanne

Na een paar daagjes buiten de deur te hebben geslapen nu weer heerlijk wakker geworden in ons “eigen” bedje.
We hebben niets speciaals op het programma staan, dus lekker easy vandaag. Ik merk wel dat dit ook wel eens fijn is. Je doet hier zoveel indrukken op dat het ook tijd nodig heeft om opgeslagen te worden op mijn harde schijf. En de afgelopen dagen in Bali worden dus vandaag “verwerkt”. Gisteravond realiseerde ik me dat we over een week alweer naar huis gaan. Wow, wat zijn de afgelopen 2 weken voorbij gevlogen. Jammer dat het allemaal zo snel gaat! We hebben bijna geen tijd om thuis te missen. Alleen als we skypen komt dat gevoel wel even boven drijven. Maar………. Aan volgende week donderdag denk ik nog maar even niet. Daar is het nu veel te leuk voor. Genieten!!!!
Als we ontbeten hebben, halen Bonnie en ik onze koffers weer leeg en ruimen de kasten en lades weer in. Zo, klusje ook weer geklaard. Nog even pootje baden en mijn teen laten verzorgen door zuster Anique. Het gaat ietsje beterder maar nog niet om te juichen. Heel vervelend maar er zijn ergere dingen.
Na overleg met de familie Geurts  besluiten we om naar Coco Loco te lopen. Het is zo fijn zoals het onder mekaar gaat. We zijn het eigenlijk altijd zo met elkaar eens. Er is nog niet één verkeerd woord gevallen. Anique en Bonnie zijn vriendinnen, dus die kenden mekaar.  Maar ik zelf heb Peter en Marianne maar een paar keer gesproken. En Tom één keertje heel kort gezien en gesproken. Dus eigenlijk waren we totaal vreemden van elkaar. En toch klikt het zo goed. Heel fijn. Want je zit tenslotte 3 weken bijna 24 uren per dag bij elkaar op de lip. En als het dan niet lekker loopt heb je wel een probleem, zo duizenden kilometers van huis. Maar om met de familie Geurts trammelant te krijgen, moet je het ook wel heel bont maken. Wat een gemoedelijke mensen! En met veel humor. Peter is van alle markten thuis en een man met heel veel kennis. Hij probeert ons zoveel mogelijk te laten zien van Lombok, voorzien met alle achtergrondinformatie. Marianne is op alles voorbereid en altijd in voor een praatje met de hele dag een glimlach op haar gezicht. Anique vertelt ons ook een hele hoop dingen over Lombok en ontfermt zich (heel lief) over Bonnie, zodat die het ook naar de zin heeft. Tevens is ze mijn privé verpleegster.  En dan Tom uiteraard nog. Een jongen die zich een beetje op de achtergrond houd maar heel gevatte en grappige opmerkingen maakt. Tevens onze tom-tom en hoffotograaf. Ik kan zo wel uren doorgaan maar dit was een korte samenvatting over de familie Geurts om degene die hen niet kennen, een beetje een idee te geven wat voor een fijne familie dit is.
Maar terug naar de orde van de dag. We lopen dus naar Coco Loco. Dit duurt ietsje langer dan normaal want we worden steeds staande gehouden door de lokale mensen die Peter en Marianne kennen. En ze willen uiteraard allemaal even kletsen. Er wacht niemand op ons dus tijd genoeg. Geen probleem.
Als we dan toch eindelijk bij Coco Loco aankomen wacht ons weer het welbekende vers fruitsapje. Ieder in zijn eigen favoriete smaakje. We eten hier ook en laten het ons goed smaken.
We moeten, nou ja moeten? Beter gezegd: we willen nog wat souveniertjes kopen dus aan de slag daarmee. We kopen parel oorbellen voor oma, Ria, Lizzy enz enz enz. Met andere woorden: we kopen een hele hoop oorbellen. Altijd leuk.
Ik wil voor mezelf een aandenken kopen en beland in een mooi winkeltje met wat apartere dingen en net iets mooier afgewerkt. Wel ietsje duurder maar dan heb je ook wat. Ik zie een klein, typisch Indonesisch zilveren beeldje en besluit mezelf dit cadeau te doen. Ach ja, moet kunnen.
Tom moet geknipt worden dus we gaan naar de kapper. Toch jammer dat ik mijn knipspullen niet heb meegenomen. Had hem graag onder handen genomen, hihi. Maar we belanden bij een kapsalon en ik ga mee naar binnen. Wil wel eens zien hoe ze hier mijn vak uitoefenen.  In de kapsalon zijn 3 kapsters. Ze kijken mekaar aan, zo van: wie gaat hem, Tom dus, knippen. Ik zie één van de kapsters denken: Nou, dan doe ik het wel. Wat een enthousiasme. de andere dames zijn druk met elkaar bezig met haarverlenging, met de nodige sigaretten en drankjes. Dat is bij ons niet de normaalste zaak van de wereld. Overal liggen extensions op de grond. Even opvegen? Ach, waarom zouden ze. Het is dat ik geen bezem zie staan anders was dat zo opgeveegd geweest.
Tom kan plaats nemen en de (zwangere) kapster vraagt hoe hij het geknipt wil hebben. Of ze het snapt kan ik niet ontdekken maar ze begint met knippen. Inwendig zit ik haar al te verbeteren.
Ik ben ook docente op onze Kappersacademie Venlo, dus je snapt dat mijn handen jeuken. Haar volgorde van handelingen snap ik totaal niet. Voor mij lijkt het net of ze maar wat doet en zelf niet weet wat ze aan het doen is. Totaal geen structuur. Als ze met schaar klaar is begint ze met de tondeuse. Oei  oei  oei. Ik moet me inhouden. Na 10 minuutjes (of nog eerder) laat ze Tom met de handspiegel de achterkant zien. Ik denk nog:  is ze klaar? Nee, dat kan niet. Maar jawel, ze doet de kapmantel af. Ze is “klaar”. Ik wil niet zo heel kritisch zijn maar als zij bij mij examen had gedaan was ze dus finaal gezakt. Maar Tom is zijn lange haren kwijt en vindt het prima en dat is het belangrijkste.
We doen nog wat boodschappen bij de lokale super en lopen terug naar het hotel. Poeh poeh, het is erg warm vandaag.
Terwijl de rest gaat zwemmen, doen Marianne en ik de was. Geen machientje draaien net als thuis. Nee, alles op de hand. En ja, het blijft blijkbaar vrouwenwerk. Ik heb geen waslijn kunnen spannen bij onze kamer dus wordt het bij Marianne helemaal vol gehangen. Ook geen probleem.
Vanavond spelen we bij Pak Umpuk weer bingo. Ik kijk nog eens in onze koffers voor wat prijsjes. Ik heb zo veel spulletjes gekregen en gekocht dat het niet moeilijk is om wat elkaar te rapen. Ik had zoveel spulletjes om mee te nemen dat ik heel selectief te werk ben gegaan met mijn kleding die ik mee wou nemen. Ik had zo’n 150 nylon rugzakjes, pennen, viltstiften, notitieboekjes, springtouwtjes, haarspeldjes en nog zo veel meer. Maar dat betekende ook zo veel meer kilo’s. Dus we zaten zo aan de 20 kilo per koffer. Dan ook nog eens de handbagage volgepropt. En zo gingen wij 2 weken geleden zwaar bepakt op pad. Maar…………….alles voor een goed doel. Dus de moeite dubbel en dwars waard.
Als de zwempartij is afgelopen en iedereen weer fris en fruitig gedouched is gaan we richting Ampenan naar Pak Umpuk. We zijn weer uitgenodigd voor het eten.
Als we daar aankomen wordt ons een hele lekkere maaltijd voor geschoteld met verse vis van de barbecue. En niet zo’n beetje. Blijft hier een gewoonte om de hele vloer (dat is onze eettafel) vol te zetten. Ik vind het heeeeeerlijk en schep nog eens op. Pak Umpuk geniet ervan. Dat ziet hij het liefste. Dat wij ons helemaal strak eten. En dat doen we dan maar ook. Zo’n man wil je toch niet teleur stellen?
Na het eten komt er nog eens meloen als toetje. En als afsluiter een koffie of thee.

Opan en Ida komen ook aan voor de bingo. Die twee waren laatst zo fanatiek en vinden de bingo zo leuk dat ze die kans niet voorbij laten gaan om weer mee te doen. Gezellig. Ook nu wordt er weer driftig opgelet en enthousiast gereageerd als er bingo geroepen wordt.  En de prijsjes doen het hem helemaal. Zet me weer met beide bene op de grond als ik zie hoe een volwassen man zo blij is met een pen die hij gewonnen heeft. Wat een spelletje al niet kan doen. Helemaal geweldig.
Ondertussen dat wij “spelen” zijn Peter en Pak Umpuk druk bezig met het regelen van ons uitsapje voor morgen.  Wordt ook beslist weer leuk, daar ben ik van overtuigd. Weet onderhand al bijna niet beter.
Na een gezellige avond vertrekken we weer naar ons hotel waar we nog een borreltje drinken. Op de luchthaven in Singapore heb ik een fles koffielikeur gekocht. Dit gebruiken we (bijna) elke avond als afzakkertje voor het slapen gaan.
Peter vertelt ons de plannen voor morgen en ik verheug me er op. We gaan een bijzonder boottochtje maken. Verrassing. Dus maar snel naar bed.

 

Marianne, vrijdag 02 augustus 2013

Het is weer lekker wakker worden in Lombok. ‘Iets’ minder  luxe in de hotelkamer, maar och, dat heb je hier eigenlijk ook helemaal niet nodig. We zijn heel tevreden met onze goedkope kamertjes.
Voor vandaag hebben we geen plannen gemaakt. Alleen dat we vanavond bij Pak Umpuk en Ibu Misroh gaan eten. De rest van de dag zien we wel wat we doen.
Eerst maar even wat wasjes ‘draaien’ in de mandibak.
Dan een ontbijtje halen. Jay komt even langs en is blijkbaar nog steeds heel blij met ons en/of de bijdrage voor zijn tenten. Hij gaat in de keuken voor ons allemaal een kop koffie regelen. Maar of we daar op zitten te wachten zo vroeg op de dag? Heel aardig bedoeld, maar als hij even later aankomt lopen met een dienblad vol grote glazen Lombok koffie moeten we even slikken. Zeker omdat we bij het ontbijt al thee hebben besteld. Maar Jay kijkt er zo vriendelijk bij, dat we maar proberen wat van de sterke koffie weg te werken.
Na het ontbijt gaan we een stukje wandelen. Omdat de teen van Jeanne nog steeds niet lekker aanvoelt en ze hem zoveel mogelijk schoon wil houden, lopen we nu niet via het strand maar over de weg. Ook gezellig! Bij de ingang van Pasar Seni II, het mislukte projectje om verkopers en warungs van de straat te houden, wordt gewerkt aan de ingang.
Vreemd, de meeste winkeltjes staan al jaren leeg, maar nu wordt er bij de ingang een protserig muurtje gemaakt, met een ‘waterpartijtje’ erbij. Waarvoor weten we niet, om de winkeltjes en warung te promoten?
Later vermoeden we dat het ook zou kunnen zijn om de lokale mensen af te vangen, die op zon- en feestdagen massaal vanuit alle delen van Lombok komen om hier te genieten van het strand.
Door ze hier al het strand op te lokken, blijven ze weg uit het centrum van Senggigi en van het ‘toeristenstrand’. De teksten (warung, strand, gratis parkeren) zijn in elk geval in het Indonesisch.
Er zijn al eerder pogingen ondernomen om lokale mensen van het hoofdstrand te weren, door entreegeld voor het strand of parkeergeld voor hun motortjes te vragen.
Vreselijk dit soort acties. Maar blijkbaar zijn er toeristen die er moeite mee hebben om het strand te delen met Lombokse mensen. Of zijn er Lombokse invloedrijke mensen die denken dat dat zo is.
Ik weet het niet, maar ik heb er altijd moeite mee als wie dan ook zich stukjes vrije natuur toe-eigent. Zeker als dat ten nadele is van de oorspronkelijke bevolking van dat gebied.
Bij Graha Hotel hebben we de eerste tussenstop om bij te praten met Herman, de vrolijke security man uit Loco, die ochtenddienst heeft. Voor we bij Coco Loco aankomen voor een hapje en een drankje hebben we nog de nodige gesprekjes onderweg, met verkopers, gidsen, mensen die in de resaurantjes werken. Leuk te merken dat er mensen zijn die het is opgevallen dat we een paar dagen niet hier zijn geweest!
Terwijl we bij Coco Loco zitten, zwicht ik weer voor een ringenverkoper. Het is een aardige jongen, die, horen we, al kinderen op de middelbare school heeft (het zal dus eigenlijk wel een man zijn, al ziet hij er niet zo uit).
Hij dringt nooit aan, is niet vervelend en weet precies wat Anique en ik in voorgaande jaren hebben gekocht. Als ik dus twijfel tussen 2 ringen, zegt hij dat ik ze dan ook allebei kan kopen, net als vorig jaar. Leuk geprobeerd, maar dat feestje gaat niet door. Als goedmakertje ben ik maar niet al te stug in de onderhandelingen, kan hij voor de feestdagen nog nieuwe kleren kopen voor zijn kinderen in Oost Lombok.
Als we weer teruglopen, bedenkt Tom dat zijn haren wel een knipbeurt kunnen gebruiken.
Er zijn een paar opties, zelf de schaar erin zetten, in Ampenan naar een spotgoedkope kapper gaan, of nu even snel naar de kapper op Senggigi Plaza. Die is duurder dan de kapper in Ampenan, maar vergeleken met de kappers in Nederland nog steeds erg goedkoop.
Jeanne, die kapster is in Nederland, lijkt het leuk om mee te gaan. Even kijken hoe hier wordt gewerkt.
Terwijl Tom en Jeanne bij de kapsalon zijn, drinken wij een sapje op het terrasje ernaast. Terwijl we daar zitten, komt de jonge verkoper langs die al jaren een oogje heeft op Anique. Het is een aardige, nette jongen, die waarschijnlijk vooral goede zaken doet vanwege zijn handicap, hij is doofstom. Ondanks dat kunnen we vrij goed met hem communiceren. Het is altijd leuk om hem weer tegen te komen. Blijkbaar is hij nu zo onder de indruk van Anique, dat hij vergeet om zijn verkoopwaar aan te bieden. Wetende dat hij een fanatieke en stugge onderhandelaar is, vinden we dat helemaal niet erg.
Jeanne is niet zo onder de indruk van de knipkunsten bij de kapsalon. Maar Tom kan er niet wakker van liggen. Zijn haren zijn een stuk korter dan toen hij er binnen ging. En met al dat duiken hier boeit het hem niet zo welke coupe erin zit (zonder duiken trouwens ook niet...).
Als we halverwege de middag weer bij Bumi Aditya komen, gaan de waterratten nog even zwemmen. Ik haal de was af, die is al weer droog, en ga dan wat spulletjes bij elkaar zoeken voor vanavond.
We willen er weer een bingo-avondje van maken bij Pak Umpuk. We hebben nog allerlei spullen liggen die als prijsje kunnen dienen. T-shirts, schrijfgerei en natuurlijk de souvenirs uit Bali. Even later komt Jeanne ook nog met een lading spullen aan. Dat wordt weer een spannende avond!
Om 7 uur komen we aan in Ampenan. Daar wacht ons eerst een uitgebreid maal, met heerlijke vis, kangkung, ote-ote, tempé goreng, nasi, kroepoek en ei. Het toetje is sappige watermeloen en nangka.

Na het eten gaan we, onder het genot van cappuccino en thee beginnen met de bingo.
Opan en Ida zijn inmiddels ook aangekomen en spelen fanatiek mee. Pak Umpuk en Peter, die niet zo gek zijn op spelletjes, regelen voor morgen een uitstapje.
We willen graag naar de mooie eilandjes aan de noordkant van Sekotong; Gili Sudak, Gili Nanggu, Gili Gede.
Om eilandjes te bezoeken, maar ook om er te duiken en snorkelen.
Uiteraard gaat Pak Umpuk mee als divemaster.
Ida heeft pech, zij moet morgen op haar stageplek zijn, hier wordt op zaterdag ook les gegeven. Maar Opan gaat dolgraag mee, en een telefoontje later horen we dat Hamdi ook wel mee wil gaan.
Ze hebben allebei wel zin om weer eens te duiken.
Tot nu toe hebben we altijd ergens in Sekotong een vissersbootje geregeld als we naar de eilandjes gingen, maar Pak Umpuk heeft een ander plan. Hij heeft in Sekotong meegewerkt aan diverse koraaltransplantatie- projecten.
De organisatie die dat allemaal regelt heeft de beschikking over een ‘eigen’ bootje. Hij kan wel regelen dat we die boot morgen kunnen huren, inclusief bemanning. Met het oog op een flink aantal medereizigers is een royalere boot wel handig, dus Pak Umpuk belt nog even rond, terwijl Peter met Mohni regelt dat we morgen de tanks en duikspullen voor Hamdi en Opan kunnen huren.  
Als Peter en Pak Umpuk zich ooit zouden gaan vervelen, kunnen ze altijd nog samen een duikbedrijfje opzetten.
Omdat we morgen niet te laat willen vertrekken, gaan we op tijd terug naar ons hotel. Daar overdenken we de dag nog even met Jeanne en Bonnie, onder het genot van een likeurtje.
Zo’n pelan-pelan dagje was ook wel weer lekker!

 
Zaterdag 3 augustus

Jeanne

Na het ontbijt vertrekken we naar een haven waar Pak Umpuk een boot geregeld heeft. We gaan eilandjes bij Sekotong bezoeken. Moet erg mooi zijn dus ik laat me wederom verrassen.
Opan en Hamdi gaan ook gezellig mee. Hamdi is naar de kapper geweest valt me op. Mooi geknipt alhoewel ik hier niet echt onder de indruk ben van de Indonesische knipkunsten. Wel grappig trouwens, ik zie hier wel eens jongeren lopen die hun haar gekleurd hebben. Nou ja, gekleurd? Ze hebben het met blondering wat opgelicht. En meestal zie je er dan meerdere bij elkaar lopen met dit verschijnsel. Ik vermoed dat ze één portie blondering kopen en dat dit dus ook op moet. Dus iedereen die ook maar in de buurt is en “gekleurd” wil worden, daar wordt wat opgesmeerd. Jaja, verspillen doen ze hier niet.
Hamdi is een vrolijke man met altijd een brede glimlach op zijn gezicht. Grappige man die enigszins iets of wat Engels spreekt. Fijn, dan kunnen we in ieder geval met hem kletsen.
Ook hier op het strandje zijn we als blanke toeristen een bezienswaardigheid. Er lopen wat kinderen rond die zich helemaal aan ons vergapen.  Blijft grappig.


We wachten even totdat de boot ingeladen is en dan kan de reis beginnen.
Als eerste staat er een duiksessie op het programma. Pak Umpuk weet een mooi stekkie dus daar varen we heen. Als we daar eenmaal aangekomen zijn gaan degene die te water willen de boot weer uit. Pak Umpuk heeft al meerdere malen aan Bonnie gevraagd of ze mee gaat snorkelen.
Hij zal haar persoonlijk begeleiden, belooft hij haar. En als er iemand goed en voorzichtig is met duiken/snorkelen is het Pak Umpuk wel. Na herhaalde pogingen stemt Bonnie toch in.
Maar wel ergens waar ze de bodem kan zien zodat het minder eng lijkt. Het water is daar zo helder dat dat plekje zo gevonden is. Marianne en ik snappen haar heel goed want wij zijn ook geen helden en gaan ook niet snorkelen. Bonnie gaat te water maar kijkt niet erg blij want er zwemmen vissen (gek he, in water vissen?). Pak Umpuk begeleidt haar, zoals beloofd, heel goed en blijft bij haar. Ook Anique blijft er bij. Maar uiteindelijk besluit Bonnie toch om het water uit te gaan. Geen probleem. Het is vakantie en we gaan geen dingen doen die we niet willen doen. Hupsa, Bonnie de boot in en de rest gaat verder.
De duikers vermaken zich wel en na een tijdje varen we naar ze toe om ze op te pikken. We varen nu naar een mooi eilandje maar mijn hemel, wat worden we nat. De zee is wel heel erg ruw. De golven klotsen de boot in. We proberen om droog te blijven maar dat gaat helaas niet lukken. En we worden nat en natter en natter. Het lijkt ook wel of we heel lang moeten varen totdat we op de plaats van bestemming zijn. Niet alleen nat maar we krijgen het ook nog eens koud. Nog niet gehad deze vakantie, maar vandaag dus wel.
Als we dan toch eindelijk het eilandje in zich krijgen begin ik alweer wat vrolijker te worden. Want wat we zien maakt heel veel goed.
Het ziet er wat verlaten uit. Niet erg want we zien er uit als verzopen katers. Ik weet niet of er foto’s van zijn? Zoniet, helemaal niet erg haha.


Mooi dat me dat eilandje is! Prachtig. Ja alweer prachtig. Misschien verveelt dit jullie wel maar ik kan geen ander woord vinden en het is hier ook overal zo mooi.
Er is bijna niets op het eilandje. Een klein strandtentje dat door een familie gerund wordt. En in de verte zien we een klein huisje en warempel daar loopt ook nog iemand. Voor de verdere rest zijn wij de enige hier op het eilandje. Tenminste wat wij kunnen zien.
Als we uitgestapt zijn wordt er gezwommen in de zee. En die zee is me toch blauw! En het strand zo wit! Zo heb ik het nog echt niet gezien. Ik kan in eerste instantie ook alleen maar ohhhhh en ahhhhh zeggen van al die prachtige kleuren en het mooie strand. We knippen ook hier weer een heleboel foto’s. Ik weet niet hoeveel foto’s we van deze vakantie krijgen maar ik weet wel dat het er heeeeeeel veel zullen zijn. Mooi voor een fotoboek (of 2 of 3).
Na de zwempartij komt er wat lekkers vanaf de boot. Verse kokosnoten. Die worden heel handig met een mes “onthoofd”, rietje erin en voila! En eerst, wij als dames, krijgen dit geserveerd. Die mannen hier weten wel hoe het hoort, hihi.
Het is behoorlijk warm dus dat gaat er wel in.
We besluiten om hier ook wat te eten in het “restaurantje”. Alleen jammer dat Hamdi, Opan en Pak Umpuk niet mogen mee eten ivm ramadam. Maar wij hebben toch wel honger en eten even wat.
Na het eten gaan Anique, Bonnie en Marian een rondje eiland lopen. Ik zou wel mee willen maar mijn teen wil nog steeds niet zo meewerken dus ik besluit bij de mannen te blijven. Ik verveel me niet.
Als de dames terug komen hebben ze een heel assortiment schelpen bij zich. En niet zomaar schelpen. Nee, de meest mooi, uiteenlopende soorten.
Ik zou hier wel de hele dag kunnen blijven maar na een paar uurtjes besluiten we toch maar om verder te varen.


Alles en iedereen wordt weer ingeladen en daar gaan we weer. Ze hebben nog meerdere mooie plekjes waar ze graag willen duiken en/of snorkelen. Dus daar varen we nu naar toe. Één van die plekjes is waar afgelopen jaar een koraaltransplantatie is uitgezet.
Pak Umpuk heeft hieraan mee gewerkt en vind het uiteraard helemaal leuk dat wij dit willen zien. Als we op de desbetreffende plek aankomen gaan de mannen onder water kijken. Wij blijven lekker op de boot en dobberen wat. Uiteraard wordt er wat gekletst en we genieten van wat we om ons heen zien. Na een tijdje komen ze dolenthousiast weer boven. In geuren en kleuren wordt er verhaal gedaan. Het project is goed aan geslagen en het koraal groeit goed. Ze hebben hiervan foto’s gemaakt. Indrukwekkend. Als we Pak Umpuk hierover onze complimenten geven, groeit hij helemaal. Mooi toch? En helemaal terecht.
We varen weer verder en gooien het anker op een gegeven moment uit op een mooi snorkelplekje.
We liggen voor een eilandje wat zo uit een reisboek kan komen. Dit noemen ze dus een bounty-eiland. Het ziet er zo romantisch uit met die mooie hutten op palen met rieten daken, hagelwit strand, azuurblauwe zee enz. Echt iets voor honey-mooners. Zucht zucht, zwijmel zwijmel. Ja echt! Dit kun je je niet voorstellen. Ik zou zo weer een huwelijksreis willen maken. Uiteraard met mijn eigen Leo, haha. We vinden het niet erg dat de rest de tijd neemt om te snorkelen. Wij vergapen ons wel aan dat eilandje.
Maar ook hier komt een eind aan als de waterratten terug komen. Hamdi, Opan en Pak Umpuk
vermaken zich ook opperbest. Ik moet bekennen dat het ook vandaag weer erg gezellig is. Maar ja, wanneer eigenlijk niet denk ik er meteen achter aan.
Aan het einde van de middag gaan we weer terug naar de haven. Jammer maar aan alles komt een einde. Ook aan deze mooie dag.
Als we gearriveerd zijn nemen we afscheid van Hamdi en Opan en vertrekken weer huiswaarts.
Onderweg kopen we nog het één en ander aan vers fruit. Wat de naam is weet ik niet meer maar dat zal Marianne misschien nog wel vertellen in haar verslag.
Terug in het hotel eerst maar eens lekker douchen. We hebben geen van allen echt honger en knabbelen wat van de snacks die we eerder in de supermarkt hebben gekocht en het fruit dat we onderweg gekocht hebben.
Marian gaat met Peter de was ophalen in de kampung en wij relaxen wat in het hotel. Lekker rustig avondje na zo’n mooie dag (alweer).

 

Marianne, zaterdag 03 augustus 2013

Als we wakker worden springen we vrolijk uit bed. Er staat ons weer een drukke dag te wachten.
Ontbijten doen we straks wel, wachten tot er bij Bumi Aditya iemand zin krijgt om wat voor ons te maken duurt ons te lang.
Om 8 uur zijn we bij Lombok Dive om de duikspullen op te halen. Bij de bakkerij van Taman pakken we een paar broodjes voor onderweg. Dan rijden we snel naar Ampenan waar Pak Umpuk ons al op staat te wachten.
Hij vertelt dat Opan en Hamdi al in Sekotong zijn. Nou, die hebben er zin in!
Wij hebben nog zeker een uur te rijden, maar het is lekker weer, dus ze vermaken zich daar wel op het strand!
We genieten weer van de mooie route. Hier is altijd wel iets moois, leuks of geks te zien onderweg.
Vooral het stuk langs de noordkant van Sekotong, voorbij Lembar, is erg mooi.
Na een tijd zien we Opan en Hamdi naast de weg staan. Daar moeten we dus zijn! Peter parkeert de auto en we mogen nog even plaatsnemen op een berugak op het strand, samen met een paar oude mannetjes, die hier waarschijnlijk heel veel zitten te kijken en te kletsen.



Blijkbaar zijn we de attractie van de dag en ze willen uitgebreid horen waar we vandaan komen, wat we hier doen en nog veel meer.
We maken ook kennis maken met de ‘bemanning’ van vandaag, een kapitein, een jongeman die ook mee heeft geholpen met de koraalmonitoring en transplantatie en 2 jongens die ongetwijfeld voor de gezelligheid meegaan.
Bij nader inzien is het gereserveerde bootje niet zo heel erg groot, wij moeten er ook nog met 8 personen bij, maar dan zitten we wel lekker knus bij elkaar.
Terwijl de boot wordt volgeladen met alle duikspullen nemen we een kijkje in het ‘huisje van de koraaltransplantatie-ploeg’. Dat is een heel mooi en degelijk huisje aan het strand, waar alle duikspullen van de ploeg liggen. We hebben het idee dat er meer geld in het huisje is gestoken dan in de duikuitrustingen. Tja, het is maar net wat je belangrijk vindt….   
Als alles is ingepakt, inclusief een hele berg kelapa muda, gaan we aan boord.
In de ochtend is het de bedoeling dat er gedoken gaat worden.
Om de gastduikers een plezier te doen, varen ze naar een ons onbekende stek, in de buurt van Gili Ringgit en Gili Gede. Dat is een heel eind varen van hieruit, maar we hebben de wind in de rug, de kapitein geeft vol gas en we zijn er zo.
De duikers plonsen het water in. Lekker, nu hebben we ineens veel meer plek aan boord!
Maar echt rondlopen kunnen we nog niet. Het is een smalle boot, met allemaal bankjes achter elkaar. Wil je van voor naar achteren dan is het of hordenlopen over de bankjes of klauteren via de buitenkant van de boot. Jeanne en ik blijven dus wijselijk op ons eigen plekje zitten.


Als de duikers een tijd later weer allemaal aan boord zijn, varen we terug, richting Gili Nanggu en Gili Sudak. Net hadden we wind mee, nu niet meer… En de golven werken ook niet mee. We hotsen en knotsen over het water. We lijken razend snel te gaan, maar dat valt vies tegen. Jeanne en ik krijgen bij elke golf de volle laag water over ons heen. Leuk….
Op één of andere manier zitten we hier niet zo handig, maar ja, verplaatsen is ook niet prettig met deze golfslag. Dus blijven we maar zitten, nat zijn we toch al. Als Pak Umpuk in de gaten krijgt dat we niet zo comfortabel zitten, krijgt Opan een instructie toegespeeld. Haha, dat werkt…hij moet als watervanger vóór ons gaan zitten. Met Opan zijn postuur schiet dat niet echt op.
Och het is maar water, maar ik ben wel blij als we even later aanleggen bij één van mijn favoriete eilandjes, Gili Sudak. Het heeft alles wat je je voorstelt bij een tropisch eilandje; witte stranden, blauwe lauwe zee, palmbomen, prachtige schelpen, heerlijk weer en een super restaurantje. Voeg daar nog eens super gezelschap bij en mijn dag kan niet meer stuk!
Eerst maar eens lekker eten bij het restaurantje waar we in maart ook zijn geweest. In verband met Bulan Puasa kunnen we de Lombokse vrienden en ‘bootploeg’ niet uitnodigen om mee te eten, maar Jeanne en Bonnie willen wel!
We bestellen lekker eten en vinden het helemaal niet erg om even te moeten wachten. Het uitzicht is hier perfect. Veel andere toeristen zijn er vandaag niet, maar die zijn hier volgens mij nooit. Op één of andere manier gaan de toeristen liever naar de drukke gili’s. Van mij mogen ze!
Na de lunch ga ik met Bonnie en Anique een stukje wandelen. Ik weet dat er om de hoek prachtige schelpen zijn te vinden. Jippie, mijn favorieten strandbezigheid. Ik weet dat ik thuis al kilo’s mooie schelpen uit Lombok heb, maar och, een paar kunnen er altijd nog wel bij. En Bonnie en Anique zoeken nog een paar mooie souvenirtjes om in Nederland cadeau te doen aan vriendin Loes. De schelpen die je hier vindt zijn daar mooi genoeg voor, zeker als ze worden verpakt in het mooie houten doosjes dat ze in Bali hebben gekocht.
Als we de handen vol hebben met mooie vondsten lopen we weer terug.


We nemen allemaal een ‘frisse’ duik in zee en worden daarna verrast met een lekker drankje. Wat we al een beetje vermoedden blijkt zo te zijn. De kelapa muda die vanochtend mee aan boord gingen zijn voor ons. Als er twee kokosnoten zijn onthoofd, zeggen we dat ze de rest nog maar dicht moeten laten. Die krijgen we echt niet allemaal leeg gedronken. En van onze begeleiders hoeven we voorlopig geen hulp te verwachten, die horen allemaal nog netjes te vasten.
Bonnie en Anique maken nog een paar mooie ‘maak je vrienden jaloers-foto’s’, wat hier absoluut niet moeilijk is.
Dan stappen we weer met zijn allen in het bootje en gaan op weg naar een mooie snorkelplek.
Ze gaan vanmiddag op 2 verschillende plekken snorkelen. Er gaan wat koekjes in een plastic flesje mee om vissen te voeren.



Blijkbaar is het gezellig onder water en wordt er flink geklierd door Hamdi en Opan. We horen ze door de snorkels heen giebelen onder water. Leuk dat ze met ons meegaan. Zo kunnen we nog eens wat terugdoen voor alles wat ze voor ons en voor Impian Anak doen!
De laatste snorkelplek is bij de plek waar Peter en ik in maart ook zijn geweest, waar de ‘tafels’ staan waar de nieuwe stukjes koraal zijn uitgeplant. Peter kan nu mooi bekijken hoe de koraalstekjes het doen. Ook Pak Umpuk, die hier eind maart nog mee heeft gewerkt aan een nieuw project, vindt het fijn om het resultaat van het werk nog een keer te kunnen zien.
Vanuit de boot kan ik de tafels met koraalstekjes wel zien liggen onder water, maar de echte details zie ik later op de foto’s. Het is inderdaad goed te zien dat de koralen langzaam maar zeker meer vorm beginnen te krijgen. De nieuwe tafels zijn op een andere manier gemaakt, niet meer van betonijzer maar van pvc buizen met netten ertussen gespannen. Een stuk lichter, dus makkelijker te hanteren onder water, is mijn idee, maar dat valt dan weer tegen. Om te voorkomen dat de tafels met inhoud wegdrijven, zijn de buizen opgevuld met cement. Wat dan het voordeel van deze manier is, weet ik niet. Misschien goedkoper.
Als iedereen weer aan boord is, varen we terug naar het vasteland.
We nemen afscheid van de bemanning van de boot en ook van Opan en Hamdi, die met de motor terugrijden naar Batu Tumpeng en Kediri.
Met Pak Umpuk gaan wij weer richting Senggigi. Onderweg stoppen we nog een keer om lekker vers fruit in te slaan. Die taak laten we Pak Umpuk uitvoeren, terwijl wij in de auto blijven zitten. We weten dat de prijzen verveelvoudigen als wij onze bleke neuzen laten zien.
Met een hele lading komt Pak Umpuk terug. Weer is het hem gelukt fruit te kopen dat we niet kennen.
Nieuwsgierig als we zijn, willen we direct proeven. Nou, het is lekker (geen idee meer hoe het heet) en het is erg sappig, maar ook vreselijk plakkerig… Hier helpt geen vochtig doekje meer aan. We hebben het idee dat het er alleen maar meer van gaat plakken. Een wasbeurt kunnen we zelf en de auto straks wel gebruiken.
Als we Pak Umpuk in Ampenan afzetten en een deel van het fruit hebben meegegeven, rijden we naar Senggigi. Daar leveren we de duikspullen weer in bij het kantoor van Lombok Dive. Er is niemand te zien, tja, buka Puasa tijd, iedereen zit natuurlijk te eten. We bergende spullen maar ver in het kantoor op en sturen Mohni een sms’je waar we de spullen hebben neergezet.
We zijn allemaal moe, hebben weinig honger meer. Dus doen we het vanavond rustig aan.
Even lekker douchen, Tom gaat nog even met Jay wat dingen bespreken, plannen voor de website van Lombok Adventure Club, voor wat reclamemateriaal en ook nog plannen voor een Rinjani trekking. Zoals gewoonlijk vindt Tom dat dat bij de vakantie hoort. Hij liever dan ik, 4 dagen berg op berg af bij deze temperaturen vind ik geen vakantie, al moet ik toegeven dat de foto’s er altijd wel erg mooi uitzien.
Misschien later als ik groot ben een keer…
’s Avonds lopen we nog even naar Boung en Sareah. We moeten nog een wasje afrekenen. De kleine wasjes doen we lekker zelf, maar soms brengen we wat was naar Sareah. Sinds ze geen winkel meer aan huis heeft, kan ze de extra verdiensten goed gebruiken. En we vinden het altijd reuze gezellig om de was te brengen en te halen. Maar Sareah ligt al in bed, dat hadden we kunnen weten, het is ramadanmaand, en dan moet ze er ‘s nachts om een uur of 3 al weer uit om eten te maken voor haar gezin.
Maakt niet uit, Boung is een prima gastheer en biedt aan koffie en thee voor ons te maken.
Ik kijk heel verbaasd op als Sareah even later, een beetje slaperig, uit het huisje komt.
Quasi-boos zeg ik tegen Boung dat hij haar niet wakker had moeten maken. Maar dan legt Boung uit dat Sareah dan zeker morgen boos op hem was geworden. Sareah vindt het altijd erg als ze onze bezoekjes misloopt als ze al slaapt… Ik neem me elk jaar voor om wat vaker bij haar binnen te wippen, het is zo’n gezellige tante. Maar overdag hebben we meestal een vreselijk vol programma en ’s avonds ligt Sareah  al vroeg in bed. Och, ooit komt er weer een tijd dat Bulan Puasa buiten het hoogseizoen en buiten onze vakantie valt. We kijken er al naar uit! Al moeten we ook toegeven dat we van de vastenmaand verder niet al te veel last hebben. Alleen gezellige dingen doen met lokale mensen is moeilijker in deze maand. Een dagje weg is gewoon leuker als je allemaal wat kunt eten en drinken.

 
Zondag 4 augustus

Jeanne

Op ons gemakje opstaan en lekker ontbijten. Maar het duurt zijn tijd wel weer vandaag. Zo moeilijk en zoveel werk hoeft een wentelteefje en een pannekoek toch niet te zijn? Ze snappen het hier echt niet maar je wordt er wel makkelijker in. We hebben ook geen keus. Als we dan toch eindelijk ons eten krijgen laten we het ons goed smaken.
Na het ontbijt gaan Peter en Marianne even naar Lombok Dive om wat dingen te regelen voor het duiken.
Tom, Anique, Bonnie en ik blijven bij het hotel. Ik werk mijn dagboek bij, ruim wat op en de rest ligt wat te lamballen en is op de laptop/telefoon druk bezig.
Het is rond lunchtijd dat Peter en Marianne terug komen en ze hebben wat lekkers te eten mee gebracht. We eten dit in het restaurant van Bumi Adithia op. Lekker op zijn Indonesisch uit het pakketje eten. Jammie.
Als we geluncht hebben maken we ons klaar om naar Kediri te gaan. Hier gaan we sponsorkinderen bezoeken.
Na een mooi autoritje komen we in Kediri aan waar Opan al op ons staat te wachten. Hij “regelt” een parkeerplaats en we lopen de kampung in.
Ook hier zijn we zeer welkom. Binnen de kortste keren hebben we drommen kinderen achter ons aan. Ja, ook hier kennen ze de familie Geurts maar al te goed. Er worden onderweg hier en daar handen geschud en praatjes gemaakt. Blijft mooi om te zien dat de mensen zo vriendelijk en dankbaar zijn. Ik kan me voorstelen dat dat voor de familie Geurts een voldaan en fijn gevoel geeft dat ze het hier zo enorm waarderen wat zij voor hen doen. Gaandeweg deze vakantie is me ook heel duidelijk geworden hoe hard het hier nodig is. En natuurlijk kun je de wereld niet verbeteren en redden maar als je al zoveel mensen kunt helpen is dat in ieder geval wat. Tijdens de gesprekken met Marianne en Peter blijkt ook hoeveel werk er achter de schermen is. En de hele familie Geurts draagt hier zijn/haar steentje aan bij. Dus niet alleen het daadwerkelijk financieel steunen van alle sponsoren en Impian Anak maar voordat het zover is, is er al een hoop aan vooraf gegaan.
Fijn ook dat ze daar lokale vrijwilligers hebben zoals Pak Umpuk, Opan en Idha. Die zien en weten waar hulp het hardste en daadwerkelijk nodig is. Tevens houden zij toezicht dat de sponsorkinderen ook daadwerkelijk naar school gaan en onderhouden contact met de scholen. Er wordt bijna dagelijks contact gehouden met Peter en Marianne in Nederland. Als er ergens iets extra nodig is of er is geld nodig wordt dit vanuit Nederland geregeld. Dus kortom: heel veel werk maar o zo fijn werk. En dat met hulp van allemaal vrijwilligers. Ik heb hier enorm veel respect voor en neem mijn petje hiervoor af. Chapeau Impian Anak.
Zo, dat wou ik even kwijt. Ere wie ere toekomt.


We bezoeken de sponsorkinderen in Kediri. Blijft leuk. Er worden wat cadeautjes uitgedeeld van de sponsoren aan de sponsorkinderen. Wij delen ook aan de andere kinderen wat spulletjes uit. Ballonnetjes, pennen, stiftjes enz. Wij hadden ook het één en ander in Nederland bij elkaar vergaard en hebben ook van alles mee gekregen. Van familie, vrienden maar ook de Rabobank Venray heeft wat spulletjes gesponsord. Namens al die kinderen op Lombok: iedereen hartstikke bedankt. Ze zijn er daar heel blij mee. Bonnie en ik ervaren tijdens deze vakantie zelf dat voldane gevoel wat de familie Geurts al lang heeft. Ik moet bekennen dat dat een heel fijn gevoel is. Dankbaar.  Ik noem het zelf, het moeder Theresa gevoel. Haha
Tijdens onze wandeling door de kampung zien we dat Idha al druk bezig is met het eten.  We zijn uitgenodigd om straks bij Opan en Idha thuis te komen eten. Dus daar wordt door Idha serieus werk van gemaakt. Ze laat graag zien dat ze een goede huisvrouw is en dat is ze ook beslist.
Als we onze ronde gemaakt hebben belanden we aan bij het huisje van Opan en Idha. Het ziet er keurig uit. Er staan wat boeken op een plankje en ook souveniertjes die ze van Marianne een keer hebben gekregen. En ze heeft een echt klein keukentje wat hier toch niet gewoon is.
Ook Hamdi is er. Gezellig. Hoe meer zielen hoe meer vreugd.
We zijn blijkbaar iets te vroeg want Idha is nog aan het douchen. Ze komt verontschuldigend, met een handdoek om haar haren gewikkeld, uit de douche en vertrekt naar een kamertje om zich klaar te maken. Opan heeft inmiddels opdracht gekregen om wat kroepoek voor ons te pakken en om op de rijstkoker te letten. Daar wordt wat lacherig over gedaan want Opan bemoeit zich blijkbaar nooit met het eten. Uberhaupt niet met het hele huishouden. Dat is vrouwenwerk. Maar Idha is wat moderner en heeft hier andere ideeen over. Dus doet Opan netjes wat hem opgedragen wordt. Ja, met Idha ga je niet lachen. Die heeft zo haar mening en ik denk dat Opan zo’n vrouwtje ook wel nodig heeft.
Maar Idha is een schat! Ze is pas jarig geweest en ik vraag Opan wat zijn cadeau voor Idha was. Dit heb ik hem al meerdere malen gevraagd de afgelopen week, maar telkens lacht hij maar wat en geeft niet echt een duidelijk antwoord. Ook nu weer wordt er ontwijkend op mijn vraag gereageerd. Dus ik zeg nog: maar Opan toch, zo’n lieve vrouw en jij hebt geen cadeautje voor haar! Hij lacht weer en zegt: I give her on her birthday a lots of love!!!!! Waarop ik antwoord dat dat ook een heel mooi cadeau is. Achteraf snap ik die boodschap maar al te goed. Want wat blijkt als we weer eenmaal in Nederland zijn? Juist ja, Idha is zwanger. En uiteraard hebben Marianne en ik zitten tellen en we moeten ons sterk vergissen (wat ik me niet kan voorstellen)  maar volgens onze telling is ze dus zwanger geworden tijdens onze vakantie daar. Leuk aandenken.

Als Idha klaar is komt ze gezellig bij ons zitten. Ze heeft zich mooi uitgedost. Speciaal voor ons. Lief. Als het tijd is om te gaan eten wordt er druk in de keuken gewerkt. Ook hier wordt er een complete rijsttafel neer gezet. En lekker! Ze heeft vooral dingen klaar gemaakt waarvan ze weet dat wij ze lekker vinden. Dus we smullen er heerlijk van. Idha geniet er zichtbaar van. En dat mag ze ook. Welverdiend
Na een gezellig middagje Kediri is het weer tijd om naar “huis” te gaan. We nemen afscheid van Hamdi en bedanken Opan en Idha voor hun gastvrijheid. Dat nemen ze beiden dankbaar met een brede glimlach in ontvangst.
Met een volle buik rijden we terug naar Sengiggi. Tom gaat vanavond vissen met Jay en Adi. En wij genieten van een lekker borreltje bij Peter en Marianne op het terras.
Na de borrel gaan Bonnie en ik naar onze kamer. Ik schrijf mijn zus nog een berichtje om haar met haar verjaardag te feliciteren en zet nog wat foto’s op Facebook. Even weer wat vrienden jaloers maken.
Morgen beginnen we weer aan een nieuwe dag. Helaas voor Bonnie en mij, één van de laatste dagen hier.


 

Marianne, zondag 04 augustus 2013

Omdat we in de ochtend geen plannen hebben, nemen we maar weer eens plaats in de ontbijtzaal bij Bumi Aditya. Maar goed dat we met Jeanne en Bonnie erbij nooit gebrek aan gespreksstof hebben.
Vandaag duurt het maar liefst 1 uur en 25 minuten voor we eten krijgen! Een nieuw record, of beter gezegd een nieuw dieptepunt…. Maar och, we zijn op vakantie en kletsen de wachttijd gewoon vol, ondertussen ons verbazend over de inefficiënte manier van werken hier.
Het typische is dat je goed ziet waar het hier mis gaat, en dat je je niet voor kunt stellen dat de mensen die hier werken dat zelf niet zien.
Naar ons idee is hier maar één persoon die keihard werkt, dat is Dani, die in haar eentje de keuken runt.
Verder lopen er een stuk of 10 jongens rond, waarvan er 3 een enigszins duidelijke taak hebben als schoonmaker/kamerjongen en ontbijtbestelling-opnemer (wat overigens niet wil zeggen dat ze die taak ook altijd uitvoeren).
De overige jongens hebben ongetwijfeld ook wel een taak, maar hangen of lopen de hele dag wat rond, en zijn eigenlijk volkomen overbodig.
In het restaurant werken verder een paar meisjes, voornamelijk om bestellingen uit te serveren. Aan de schooluniformen te zien zijn het stagiaires.
Ze lopen rond met dienbladen en borden, en zetten de borden willekeurig op een tafel neer, in de hoop dat de persoon die het krijgt dat ook besteld had, wat uiteraard in veel gevallen niet zo is.
Een tafel afruimen staat waarschijnlijk niet in de taakomschrijving. Bij de enkeling die dat sporadisch wel een keer doet, is het nog niet doorgedrongen dat even met een vochtig doekje over de tafel gaan de tafel schoner maakt.
De tafels zitten geregeld vol kippen, vogels en mieren. Die smullen van de gevallen kruimels, suiker, rijst en honing.
Dit is hoe het op de ‘goede’ dagen bij het ontbijt eraan toe gaat. Maar nu zien we de meisjes in de bediening steeds minder. Het einde van de vastenmaand nadert, en waarschijnlijk hebben ze schoolvakantie en werken ze daarom niet. Nu is het trouwens zondag, en zijn ze zeker vrij.
Vandaag moet Dani dus alles in haar eentje doen. Heel vervelend, want Bumi Aditya zit behoorlijk vol, en omdat ontbijten pas vanaf 8 uur kan, loopt dan in korte tijd de hele ontbijtzaal vol.
Maar goed dat we vakantie en geduld hebben….
Na het ontbijt lopen Peter en ik even naar het kantoor van Lombok Dive. Daarna drinken we een lekker kopje koffie bij Mario’s en gaan even naar het internetcafé om bankzaken te regelen.
Helaas lukt dat laatste niet, want het internetcafé is gesloten. Later nog maar een keer proberen.
Via het weggetje langs Senggigi Beach Hotel lopen we het strand op. We hopen Adam te ontmoeten, maar alle verkoopstalletjes zijn dicht. Dat moeten we dan ook later nog maar een keer proberen.
Via het strand lopen we terug naar Loco.
Het is bijna middag en we gaan straks naar Kediri om daar de Impian Anak kinderen te bezoeken.
We bellen even naar de achterblijvers bij Bumi om te vragen of ze al honger hebben.
We hebben niet veel tijd meer om te lunchen en besluiten dat we maar bungkus meenemen bij Warung Padang. We eten dus geen afhaalchinees, maar afhaalindonees.
De warung is uiteraard gesloten; het is vastenmaand. Maar zoals gewoonlijk is de warung aan de achterkant geopend (niet verder vertellen), je mag alleen het eten niet ter plekke opeten.
Alles wordt netjes in papieren tuitzakjes gevouwen en met een flinke zak eten lopen we even later naar de kampung. Daar zitten Tom, Anique, Jeanne en Bonnie al met drinken op ons te wachten in het restaurant, waar de laatste ontbijtgasten blijkbaar ook al verdwenen zijn.
Als we het eten op hebben, gaan we de spullen verzamelen om naar Kediri te gaan. Fotocamera’s, wat cadeautjes en veel goede zin.
In Ampenan halen we Pak Umpuk op, hij is een dag vrij en heeft wel zin om mee te gaan naar Kediri.
Als we in Kediri aankomen staat Opan ons al op te wachten. Peter parkeert de auto langs de drukke weg en we lopen gezamenlijk de kampung in. Opan mag ons langs alle Impian Anak kinderen leiden. Hij is hier geboren en getogen en kan vast de meest handige route langs alle kinderen vinden.
Eerst lopen we naar het huis waar Azra woont. Azra is een meisje dat nu naar de eerste klas van de basisschool gaat. Ze zit nog maar net in het project. Als we bij haar huis aankomen, komt oma, die Azra opvoedt, ons al tegemoet. Blijkbaar had Azra via de dorpstamtam al gehoord dat we in aantocht waren en is ze gevlucht. Tja, zo eng zijn we toch ook niet? Maar in de ogen van veel kinderen hier blijkbaar wel. En Azra schijnt extreem verlegen en/of bang te zijn. Toen Opan een paar weken geleden een foto van haar wilde nemen was ze ook al op de vlucht geslagen. Een paar dagen later kregen we van Opan wel een foto van haar. Op mijn vraag hoe hij dat voor elkaar had gekregen, vertelde Opan dat hij de camera aan een oom van Azra had gegeven, die had toen een foto van haar gemaakt.
We hopen Azra onderweg of later op de middag nog een keer te treffen en vervolgen onze weg.


Opan neemt ons mee naar het huis van Riska. Ook Riska gaat nu net naar de eerste klas van de basisschool. Van tevoren hadden we doorgekregen dat ze met haar ouders en 4 andere kinderen in een eenvoudig huisje woont. Een zusje van Riska is gehandicapt, waarschijnlijk als gevolg van polio.
We zijn dus heel benieuwd wat we hier aan zullen treffen.
Als we bij het huisje aankomen, komt vader al naar buiten gelopen om ons te begroeten. Achter hem zien we Riska verlegen wegduiken. Na enig aandringen krijgen we een voorzichtig handje van haar.  
Even later vertelt ze dat ze het heel leuk vindt op school. Riska verheugde zich al maanden op haar eerste schooldag. Toen Ida schoolspullen met haar ging kopen, is Ida zich rot geschrokken. Nadat ze de laatste spullen had afgerekend, was Riska plotseling spoorloos verdwenen. Niemand in de winkel had haar zien vertrekken. Ten einde raad is Ida maar naar de ouders van Riska gelopen. Daar bleek Riska al vrolijk in haar uniform rond te lopen. Ze was zo blij dat ze eindelijk een schooluniform had, dat ze direct naar huis was gerend om het aan haar moeder te laten zien.
Vader nodigt ons uit om binnen kennis te maken met de moeder van Riska. Daar ontmoeten we ook het zusje van Riska, het meisje met een handicap.
Na jaren van huisbezoeken in Lombok denk ik dat ik redelijk gehard ben en wat kan hebben, maar nu schieten de tranen me in de ogen. In het donkere kamertje ligt een jong meisje op een matje op de grond. Het is moeilijk haar leeftijd in te schatten. Even later vertelt de moeder dat het meisje, Fitri, 6 jaar oud is. Een jaar jonger dan Riska. Ze is verlamd, ze kan zelf helemaal niets. Haar armpjes lijken verkrampt, haar hoofdje hangt scheef en ik geloof niet dat ze ergens op reageert. Er gaat van alles door me heen, en ik weet even niet wat te zeggen.
Je hoort hier vaak van ouders die kinderen met een gebrek ‘wegstoppen’ of verborgen houden, uit schaamte, onmacht. Ik heb niet de indruk dat dat hier het geval is. Via Opan proberen we iets meer over haar situatie te achterhalen. Maar veel meer dan dat Fitri niets kan en dat de ouders wel met haar naar een dokter zijn geweest maar dat die zei dat er niets aan is te doen, komen we niet te weten.
Wel komen we erachter dat het gezin maar 2 kinderen heeft, geen 5. Och, dat soort misverstanden zijn we inmiddels gewend, daar kijken we niet meer van op.
Voorzichtig vragen we of we een foto van het gezin mogen maken. Dat is geen probleem. De moeder pakt Fitri voorzichtig op en met zijn allen gaan ze in de deuropening zitten, zodat Tom een mooie foto kan maken.
En dan? We kwamen eigenlijk voor een standaard huisbezoekje omdat Riska bij ons in het project zit. Maar ik ben zo aangeslagen door het zien van Fitri, die hier waarschijnlijk al haar hele leven liggend op de vloer heeft doorgebracht, dat ik het even niet meer weet.
Er gaat vanalles door mijn hoofd. Kunnen we dit meisje helpen? Ik zou niet weten hoe. Met de medische wereld hier hebben we niet al te beste ervaringen. Zeker niet als de hulp nodig is voor mensen die geen geld hebben en niet voor zichzelf op kunnen komen. Zelf hebben we helemaal geen medische kennis, en binnen het Impian Anak team in Lombok zit ook niemand die hier raad mee zou weten. Hier moeten we nog maar eens diep over nadenken.
Gelukkig neemt Opan de draad snel op en stelt hij voor verder te gaan. We moeten nog meer kinderen bezoeken. We nemen afscheid van dit gezin en gaan met gemengde gevoelens verder.



We gaan naar bekender terrein, het huis van Elsha en Hasan. Hier komen we al jaren. Elsha en haar oom Hasan zitten nu in de 3e en 4e klas van de basisschool. Elsha wordt opgevoed door haar opa en oma omdat haar ouders gescheiden zijn en haar moeder in Saudi Arabië werkt.
Tegenover Elsha en Hasan woont Novendar. Zijn moeder komt ons al tegemoet. Novendar is nog druk aan het werk, zegt ze. Kijk, dat zien we graag, een jongeman die zijn moeder helpt met de voorbereidingen voor het eten. Novendar rijgt kippen (formaat mini en mager) aan stokjes, zodat ze straks lekker gegrilld kunnen worden. Voor we hem goed en wel hebben begroet, neemt moeder ons mee naar het afdakje voor de kamer van Novendar, waar we plaats mogen nemen. Heel handig, alle gesponsorde kinderen uit dit huizenblokje zijn al voor ons verzameld, Intan, Zelvin, Elsha, Hasan. Alleen Novendar zelf houdt zich op de achtergrond. Als we weer weg gaan, lukt het toch om hem nog samen met zijn moeder op de foto te krijgen.
Dan lopen we verder de kampung in op weg nar Wulan, ook een nieuw meisje in het project. En ook een heel bang meisje. Als ze ons aan ziet komen, kruipt ze huilend in een hoekje. Op het moment dat wij naar binnen gaan, glipt zij weg.



Dus zitten we even later met haar oma en nog een paar oude mensjes binnen. Dan mogen zij de cadeautjes in ontvangst nemen. Jeanne en Bonnie hebben een tas vol weggeefspulletjes en spelen overal Sinterklaas. Als we weer weggaan, komt Wulan toch nog even nieuwsgierig naar ons kijken. Als ze nog een mooi springtouw krijgt van Jeanne, kan er zelfs een lachje vanaf.
We horen van Opan dat het laatste sponsorkind in Kediri niet thuis is. Dat is Zihan Hakiki die nu in de 2e klas van de basisschool zit. Jammer, want hem zien we ook niet vaak. Hij is erg verlegen en lijkt ook niet zo vaak buiten te spelen. Nu is hij met zijn broer en schoonzus ergens op familiebezoek.
Nadat zijn ouders zijn gestorven, werd Zihan opgevoed door zijn oudere broer. Afgelopen jaar is de broer getrouwd, nu woont Zihan dus weer in een meer standaard gezinnetje.
We hopen hem later deze vakantie nog een keer te ontmoeten, misschien tijdens het uitstapje met alle kinderen. Opan heeft hem al uitgenodigd voor deze dag.
Als we teruglopen naar het huis van Opan en Ida, zien we waarom we Ida nog niet tegen waren gekomen vanmiddag. Ze is druk! Samen met de moeder van Novendar grillt ze kipsateetjes in een opengesneden Pertamina olievat. Het ruikt erg lekker…
Zal dit voor ons bedoeld zijn? We hebben niets afgesproken over mee-eten, maar je weet maar nooit hier. In elk geval worden we door Opan uitgenodigd om binnen wat te komen drinken. Helaas krijgen wij alleen drinken, de gastheer en Pak Umpuk moeten zelf nog even vasten. Ida gaat zich even opfrissen. Als even later Hamdi binnenkomt, valt bij ons het kwartje. Het is de bedoeling om hier samen buka Puasa te houden, dat wil zeggen om kwart over 6 met zijn allen gezellig te eten, als deze vastendag er weer op zit.
Hartstikke fijn, ware het niet dat Tom vanavond nog een afspraak heeft. Hij gaat met Jay vissen en moet vroeg in de avond weer in Senggigi zijn. Wat vervelend! Dan laten we Ida alweer met het eten zitten. De tweede keer al deze vakantie. Op de avond dat we uiteindelijk in Batu Tumpeng hebben gegeten, had Ida ook al voor ons gekookt. Toen heeft Pak Haji de plannen omgegooid. Het zou handiger zijn als de afspraken duidelijk van tevoren werden gemaakt. Maar wij vinden het ook erg brutaal om te vragen of we na een middagbezoekje moeten/mogen blijven eten. Als oplossing wordt er maar besloten dat het eten dan maar versneld op tafel (of eigenlijk op de vloer) moet komen, zodat wij toch kunnen eten. Niet zo gezellig dan met zijn allen eten, maar het is even niet anders.



Ida komt binnen en zegt dat ze eerst even gaat mandiën en zegt tegen Opan dat hij alvast wat in de keuken kan doen. Ja, ze houdt Opan wel aan het werk. Maar eerst moet Opan een andere moeilijke kwestie op zien te lossen. Het is bij hem altijd goed te zien als hem iets dwars zit. Ook nu. Hij steekt een heel verhaal af over drukte bij de hoofdweg, en de auto die daar geparkeerd staat. Als hij halverwege is, begrijpen we het probleem al. Onze auto staat een beetje ongelukkig op de plek waar een verkoopstalletje moet komen te staan om lekkere hapjes voor vanavond te verkopen. Als Opan gewoon even had gevraagd of Peter de auto aan de kant wil zetten, was het ‘probleem’ al lang opgelost. Maar Opan pakt zoiets altijd heel verlegen en voorzichtig aan. Terwijl Peter met Opan een geschikt plekje voor de auto gaat zoeken, geef ik Hamdi een zak vol pennen die we hebben gekregen van een trouwe sponsor. Die kunnen ze op school vast wel gebruiken. Het zijn veel verschillende pennen, en ze worden door Hamdi en Pak Umpuk allemaal even aandachtig bekeken en getest. Pak Umpuk kijkt zo verlangend naar de pennen dat ik tegen hem zeg dat hij er zelf ook wel één van mag pakken. Onvoorstelbaar hoe blij je hier een volwassen man kan maken met een simpele pen…
Als Peter en Opan terugkomen is hij er nog steeds niet uit welke pen hij zal nemen.
Peter heeft de auto nu op een oprit naast het postkantoor geparkeerd, een stukje verderop. Het was lastig om een geschikte plek te vinden hier, want langs de hele hoofdweg staan verkoopstalletjes. En de zijwegen zijn te smal voor auto’s.
Ida is nog steeds niet uit de badkamer en Opan vraagt de hulp van Hamdi. Dat wordt leuk, 2 Lombokse mannen in de keuken. Pak Umpuk, die we wel vaker in de keuken aantreffen, gaat het eens goed bekijken. En Tom met de camera ook. Ik kan wel aanbieden om te gaan helpen, maar dat wordt toch niet geaccepteerd, wij zijn de gasten. En eigenlijk vind ik het ook wel prima dat Opan ook eens iets in huis doet. Wij wachten geduldig af en volgens mij doet Ida dat in de badkamer ook.
Als de bordjes met eten de zitkamer inkomen, komt Ida ook weer tevoorschijn, fris gewassen en met een mooie jurk aan. Het is duidelijk dat dit een verrassingsfeestmaal had moeten worden.
Tja, nu moeten wij met zijn allen hier heerlijk gaan eten, terwijl de rest, die de hele dag nog niets hebben gehad, nog zeker een uur moeten wachten. Wat vervelend.
We laten het ons toch maar prima smaken. Ida heeft goed haar best gedaan, het is allemaal heerlijk. Maar het blijft jammer dat we er niet met zijn allen van kunnen genieten en dat we direct na het eten weer moeten opstappen. Al zijn de mensen in Lombok dat wel gewend. Nog even gezellig natafelen met een kopje koffie of zo is hier niet echt gebruikelijk. Hier is het meer van ‘sudah makan, pulang’…’eten op en wegwezen’.
Nu wordt het kunst om vóór Buka Puasa weer in Pondok Perasi te zijn, zodat Pak Umpuk direct thuis kan eten als het sein wordt gegeven dat de vastendag er weer op zit.
En dat wordt moeilijk, denken we, want het is razend druk op straat.
Eerst maar eens proberen de auto de straat op te krijgen. Lastig met alle voorbijrazende motortjes. Dit is een drukke doorgaande weg, en iedereen lijkt nu op weg naar huis te zijn.
Na wat verkeersregelwerk lukt het en staan we met de neus de goede kant op. Met een beetje geluk zijn we op tijd in Pondok Perasi. Zo niet dan heb ik nog wel wat crackers en een flesje water voor Pak Umpuk in mijn tas zitten. Onderweg maken Peter, Tom en Pak Umpuk plannen voor een super-duikdag morgen. Ze willen een vroege duik maken, rond zonsopkomst, en daarna nog 2 ‘gewone’ dagduiken.
Het kost een paar telefoontjes (uiteraard moeten de kapitein en een paar personeelsleden van Lombok Dive mee willen werken). Maar alles kan geregeld worden. We bedenken dat Hamdi het vast ook leuk zou vinden om mee te gaan. Nog een telefoontje later is dat ook geregeld.  
Intussen zijn we in Ampenan aangekomen en even na 6 uur leveren we Pak Umpuk netjes thuis af, mooi op tijd voor Buka Puasa, waarna we snel doorrijden naar Bumi Aditya. Tom is ook nog op tijd voor zijn visuitstapje.


Maar dan krijgt Tom een sms van Jay. Sorry, het wordt een uurtje later. Geweldig, hebben we ons voor niets zo gehaast… Niks aan te doen, dit is Lombok, hier hebben ze jam karet….zeer rekbare tijd.
Om half 8 vertrekt Tom. Hij gaat met Jay naar Adi, de man van Nur.
Adi werkt bij Lombok Dive. Zijn vader is visser in Mangsit en ze kunnen zijn boot gebruiken. Adi mag vanavond/vannacht kapitein zijn. Blijkbaar huurt Jay de boot met kapitein wel vaker in voor vistochten met klanten.
Wij hebben geen zin meer om vanavond nog ergens naar toe te gaan. Het was een drukke dag, met veel dingen om over na te denken. Het beeld van Fitri laat me niet los. We overwegen wat we zouden kunnen doen om haar te helpen. Dan denken we aan Lombok Care. We weten dat deze Nederlandse stichting een opleidingscentrum op Lombok heeft waar kinderen met een handicap geholpen worden. Maar we hebben geen idee wat er precies met Fitri aan de hand is, en of Lombok Care hier überhaupt iets mee zou kunnen. Maar een telefoontje kunnen we er altijd aan wagen.
Dus belt Peter Mindie, één van de oprichters van LombokCare, die nu op Lombok woont. Samen met haar Indonesische man runt zij het opleidingscentrum op Lombok.
Na een korte uitleg van ‘ons probleem’ stelt Mindie voor om morgen met Fitri langs te komen, dan is er een arts aanwezig en kan bekeken worden of Lombok Care iets voor haar kan betekenen.
Wij vinden het een prima plan, maar moeten er wel rekening mee houden dat de ouders van Fitri in moeten stemmen met alles. Dus bellen we Opan op om hem bij te praten en om te vragen of hij vanavond nog met de ouders van Fitri kan gaan praten. We realiseren ons dat dit wel erg snel gaat, maar het opleidingscentrum van Lombok Care gaat over 2 dagen een tijdje dicht in verband met de feestdagen. Na de feestdagen zijn wij weer in Nederland, en we zijn bang als er dan nog geen actie is ondernomen dat het er ook niet meer van komt.
We wensen Opan succes en horen morgen wel wat het resultaat van het gesprek is.
Als Jeanne er Bonnie langs komen drinken we met zijn allen nog een kopje koffie met een likeurtje op ons terras en laat op de avond komt Mohni nog even langs om de duikflessen en een uitrusting voor Hamdi te brengen. Morgenvroeg is het de bedoeling dat Hamdi Pak Umpuk ophaalt en meeneemt naar Senggigi. Daar stappen ze dan met zijn allen bij Peter en Tom in de auto, waarna ze verder rijden naar Mangsit om Adi op te pikken en daarna naar Teluk Nare rijden.
Na de eerste vroege duik moet de boot op tijd weer terug zijn in Teluk Nare als de andere duikklanten komen voor de standaard duiken. Strakke planning, denk ik, en dat allemaal in Lombok?!
We wachten maar niet tot Tom thuis komt. Dat zal wel laat worden. Ergens om een uur of 2 in de nacht hoor ik inderdaad gestommel buiten. Dat zal hem zijn…ik vraag me af hoe we hem over een paar uurtjes weer uit bed kunnen krijgen om te duiken, maar dat zien we dan wel weer. Gelukkig heeft Peter al alle spullen bij elkaar gepakt voor straks.

 
Maandag 5 augustus

Jeanne

Vandaag geen echt programma dus we doen het rustig aan. We ontbijten en gaan ieder naar onze kamer om onze dingetjes te doen.
Ik kijk even wat we nog nodig hebben aan kleding en wat er daarvan nog gewassen moet worden. Emmertje sop en wassen maar. Eigenlijk niets mis mee maar ben ook weer blij als ik de was thuis zo weer in de machine kan stoppen.
Ik loop even naar de receptie om handdoeken te halen en Marianne roept of ik zin in koffie heb. Ja, dat heb ik wel. We hebben in de supermarkt zakjes nescafé gekocht. Tom vind de Lombok koffie lekker maar Peter en ik dus niet echt. Brrrrrr dat is me een stevig prutje. Nee, niet mijn ding. Onder het genot van een nescafé bakkie kletsen we wat. Eigenlijk raken we nooit uitgepraat. Altijd is er wel iets wat ik wil weten of wat Marianne wil vertellen. Ja, echte kletskousen zijn we wel.
We lopen tegen de middag naar Sengiggi. We willen nog wat laatste dingetjes kopen.
Uiteraard belanden we weer bij Coco Loco. Wat zal ik dit strandtentje missen. En dat uitzicht.
Op het strand is het niet echt druk. We zien een Chinese man met zijn dochter in de zee. Als hij uit het water schieten Marianne en ik in de lach. Mijn god, wat ziet hij er uit. Over het algemeen zijn Chinezen niet zo dik maar deze man voldoet dus niet aan dat beeld. Ook de dochter is flink uit de kluiten gewassen. Zijn vrouw ligt voor ons in het zand en laat zich verwennen met een massage. Ook haar handen worden gemanicuurd. Ja, die neemt het er zich van. Het kost hier ook geen drol die verwennerij. Ik had me voorgenomen om ook eens een massage te laten doen maar het is er nog steeds niet van gekomen. Tja, zal ik toch nog een keertje terug naar Lombok moeten. Vervelend! Echt niet, dus. Maar een goede reden heb ik dus wel. Ééntje om te onthouden.
En dat alles aanschouwen we dus onder het genot van een lekker fruitsapje. Ik geniet er maar dubbel en dik van want het is waarschijnlijk de laatste keer dat ik hier kom voordat we naar huis gaan.
We besluiten om hier ook een hapje te eten. Geen straf hoor.
Na het eten lopen naar de souveniershop om de hoek en gaan op jacht voor houten schaaltjes/kommetjes met van die mooie schilderingen erop. In elke shop halen ze alles uit de kast om ons wat te verkopen. Maar ik ben niet de gemakkelijkste met uitzoeken dus dat duurt wel even voordat ik gevonden heb wat ik mooi vind. En dan moet er uiteraard nog gehandeld worden. Na een tijdje kan ik me vinden in het bedrag wat er voor gevraagd wordt en met een tas vol loop ik naar buiten. Ik zie zo’n hoop leuke en mooie dingen maar weet me te beheersen. Ik heb wat ik wou hebben dus niet zeuren. Voor het thuisfront hebben we al een legio oorbellen dus dat is ook geregeld.
We slenteren verder en kijken meteen even hoe laat de bus donderdag vertrekt naar de luchthaven. Donderdag wordt er een drukte op de wegen verwacht omdat dan waarschijnlijk de ramadan is afgelopen. Ja, waarschijnlijk. Dat ligt blijkbaar aan de stand van de maan als ik het goed begrepen heb. Dus het wordt of woensdag of donderdag. Het is daarom een goed plan dat Bonnie en ik op tijd met de bus vertrekken en dat niet Peter ons weg hoeft te brengen. Hij zou dat met liefde en plezier doen maar het is natuurlijk onzin dat hij dadelijk uren onderweg is. Dus is dit de beste oplossing wordt er unaniem besloten.
Bij de supermarkt kopen we nog wat ongebakken kroepoek, crispy paneermeel en nog wat lekkere dingen (lees chips, crackers, snoep) voor onderweg en in het vliegtuig.
Bepakt en bezakt komen we bij het hotel aan. We ruimen de boel op en gaan dan naar Mataram Mall. Daan gaat ook mee. Zij mag elk jaar van Peter en Marianne kleding uitzoeken en dat gebeurt dus vanavond. Ook Opan en Idha gaan mee. Gezellige boel dus weer.


Als we daar aankomen gaan we eerst met z’n allen eten. Het is een restaurant tegenover het winkelcentrum. De familie Geurts is hier vaker geweest en het eten is daar blijkbaar altijd goed. En ik moet ze gelijk geven. Het was goed. Het is een drukte van jewelste want de avondklok voor het mogen eten (weet zo even niet hoe ik het anders moet noemen) is in gegaan. Daarom ook net zo gezellig dat Opan, Idha en Daan mee mogen eten.
Na het eten gaan we het winkelcentrum in. We maken eerst even een planning wie met wie en wat gaat kopen. Anders lopen we met z’n allen als een kip zonder kop achter elkaar aan. Anique, Opan, Idha, Daan en Bonnie gaan op pad voor kleding. Ik heb wat foto’s die voor Puput (ons sponsorkindje) wil laten afdrukken. Daar gaan wij dus voor op pad. De afdrukshop is zo gevonden en de foto’s worden afgedrukt. Het is niet de allerbeste kwaliteit die wij gewend zijn maar we zijn tevreden. Nu nog een fotolijstje zoeken. Marianne gaat met me mee op jacht. Peter en Tom houden het even voor gezien en gaan in een koffiebar zitten waar we ons later weer zullen treffen.
Nu zul je zeggen, een fotolijstje is zo gevonden. Nou? Dus niet! Ik weet niet hoeveel winkeltjes we hebben gehad maar het viel niet mee.
Op een gegeven moment vonden we de juiste maat. Maar………………. Spuuglelijk en fel geel met gouden bloemetjes erop. Werkelijk, zo lelijk heb ik ze nog maar zelden gezien. Marianne en ik lachen ons helemaal suf. Toch maar even verder kijken. Helaas zonder resultaat. En toen? Één optie over. Dus toch maar weer terug gelopen naar dat spuuglelijk lijstje. Ik heb volgens mij wel 20 keer aan Marianne gevraagd wat ze er van vond. Haar antwoord was ook spuuglelijk. Maar zegt ze, hoe lelijker wij het vinden hoe mooier dat ze het hier vinden. Zal ik dan toch maar? En jahoor, ik heb het gekocht. Ik heb vaak in mijn tas gekeken en gedacht, foei wat lelijk. Maar ik had echt geen andere keus.
Ik loop met Marianne nog wat winkeltjes in en uit. Marianne koopt nog wat Indonesische (kinder)leesboekjes. Dit om zelf de taal onder de knie te krijgen maar ook voor de kinderen op Lombok. Ik vind dat Marianne zich al heel goed verstaanbaar kan maken hier en ze verstaat het ook behoorlijk goed. En met zo’n leesboekjes word je woordenschat op een makkelijke manier natuurlijk ook weer wat uitgebreider. Met onze aanwinsten lopen we naar de koffiebar waar we met de rest afgesproken hebben.
Ik laat Bonnie het lijstje zien en die trekt me een gezicht en zegt: mama, dat kun je niet menen. Dáár ga je toch niet die foto voor Puput in doen, he? Ik schiet in de lach en zeg dat ik dat dus wel ga doen. Nee, dat kun je niet maken, zegt ze nog.
Ik laat Idha en Daan het lijstje zien en die beamen beiden dat het een mooi lijstje is (of ze zeggen het uit beleefdheid, denk ik nu ik dit op schrijf). Ik laat me er niet van weerhouden en doe de foto in het lijstje. En echt, het resultaat is prachtig (ahum). Maakt niet uit wat wij ervan vinden als Puput het maar mooi vind.
Daan laat haar aankopen zien en ze is er dolblij mee. Ook Opan heeft een nieuwe blouse. Jaja, een echt heertje.
We drinken met z’n allen wat en er wordt druk gekletst en gegiebeld. Als ik zo om mij heen kijk zie ik dat iedereen zit te genieten. Wat fijn. En daar kan ík nu weer van genieten.
Maar…. er is een tijd van komen en gaan en die tijd brak dus aan. We pakken onze tassen met de aankopen en gaan terug naar de auto. Daar nemen we afscheid van Opan en Idha want die tuffen op hun motortje naar huis.
Bij het hotel drinken en kletsen we nog wat samen met Daan en dan is het tijd om het mandje in te gaan.
We bellen (face time) nog even met Leo en gaan dan toch echt slapen.
Nog 3 nachtjes……………….

 

Marianne, maandag 05 augustus 2013

Peter en Tom vertrekken vanochtend om kwart voor 6. Keurig netjes op tijd!
Maar even later blijkt dat niet iedereen op tijd is vandaag.
Als ze op Hamdi en Pak Umpuk staan te wachten, krijgt Peter een verontrust berichtje van Pak Umpuk. Hij kan Hamdi niet te pakken krijgen en vermoedt dat Hamdi nog ligt te slapen.
Tja, duiken zonder Hamdi kan nog wel, zonder Pak Umpuk is geen optie. Dus zet Peter even de turbo aan en rijdt in recordtempo op en neer naar Pondok Perasi om Pak Umpuk op te halen. In de tussentijd is Hamdi ook wakker geworden en deelt mede dat hij onderweg is, ergens tussen Batu Tumpeng en Senggigi. Daar gaan ze dus niet op wachten, Hamdi kan dan zelf met de motor naar Teluk Nare rijden.
Weer enigszins op schema rijden Peter, Tom en Pak Umpuk naar Mangsit om Adi op te pikken.
Daar aangekomen treffen ze Nur aan, Adi ’s vrouw. Ze verontschuldigt zich voor het feit dat Adi nog slaapt. En ze kan hem met geen mogelijkheid wakker krijgen. Of Peter het misschien kan proberen.
Dat wil hij best doen. Het valt niet mee, maar even later staat Adi dan toch met beide benen weer op de grond. Beetje suf nog, maar dat trekt zo wel bij.
Jaja, en dan zegt iedereen hier altijd heel fanatiek dat ze tijdens de vastenmaand nauwelijks slapen…
De rest van de duikdag verloopt overigens wel volgens plan!

Als Peter en Tom weg zijn, ga ik lekker lezen. Dat doe ik hier veel te weinig. Of te weinig…ik lees normaal gesproken graag en veel, maar hier komt het er gewoon niet van. Ook merk ik dat ik hier niet zo gemakkelijk ‘in’ een boek kom, ben te snel afgeleid en heb te weinig rust om lang te lezen. Maakt niet uit, alleen verzamel ik hier zo wel hele stapels dikke boeken waar ik niet doorheen kom.
Als Anique, Jeanne en Bonnie ook wakker zijn, begeven we ons maar eens naar de ontbijtzaal.
Daar zit alles vol met mensen die op hun eten wachten.  
We hebben weinig zin om hier weer anderhalf uur te gaan wachten, dus hanteren we een andere strategie. Misschien niet zo netjes, wel heel effectief.
We lopen de keuken in en bestellen daar zelf ons eten, met de vraag of ze het naar ons terrasje kunnen brengen. Dan kunnen we in elk geval rustig zitten tot het eten klaar is. Een half uurtje later komen er zowaar 2 jongedames ons eten bezorgen. Dat werkt prima!
De rest van de ochtend doen we rustig aan en tegen de middag lopen we naar Senggigi. Bij Mario bestellen we een lekkere cocktail. Alcoholvrij, dat wel. Smaakt prima!
Ik probeer weer een ATM automaat zover te krijgen dat hij me wat geld geeft, maar allebei de Mandiri automaten in Senggigi werken niet mee. Voor de grap de andere banken ook nog maar eens proberen, je weet maar nooit, maar ook daar lukt het niet.  Volgende keer meer succes, hopen we.
Als we geen geld ‘krijgen’, dan gaan we maar geld uitgeven. In de grote souvenirwinkel bijvoorbeeld.
We komen er al tig jaar, maar altijd zien we wel weer iets leuks hier.
Och, we maken er maar een ladies-shopping dagje van. Wel zo handig zonder mannen die ongeduldig kijken of we nog niet klaar zijn, en zich afvragen of dat leuke houten schaaltje nou echt zoveel anders is dan de stapel schaaltjes die we thuis hebben…  
Na de standaard souvenirshops bezocht te hebben, zijn we weer toe aan een hapje en een drankje.
Bij Coco Loco, omdat het eten er lekker is, de bediening hartstikke leuk en het uitzicht grandioos.
Na het eten slenteren we nog even over Pasar Seni, waar we nog even verder kijken, onderhandelen en uiteindelijk ook kopen. Ik tref weer een oude bekende. Geen idee hoe hij heet, maar hij begint weer te vertellen over zijn vriendschap met Joep en Marijke, hoe ze hem altijd advies geven over de inrichting van zijn winkeltje. Hij verkoopt vooral houten spullen en uiteraard bezwijk ik weer voor wat spulletjes. Even later gaat Jeanne ook met hem in onderhandeling. Oeps, ze is een fanatieke handelaar, ze geeft niet snel toe. Als ze er na veel heen en weer bieden uit zijn gekomen, wandelen we weer terug naar ons hotel. Bij de Mandiri automaat lukt het nu ineens wel om geld te pinnen. Mooi, om dat te vieren nemen we nog maar een lekker sapje en gaan we daarna even naar de supermarkt.
Bij Bumi Aditya aangekomen doen we even rustig aan. Boung komt even een kijkje nemen en vragen hoe de visvangst van Tom gisteren/vannacht was. Nou, niet zo denderend. Met zijn allen hadden ze één vis gevangen. Tom had dat beetje geluk, maar het was geen eetbare vis. Och, ondanks de slechte vangst was het volgens Tom wel een leuke avond.
Rond 5 uur komen Peter en Tom weer terug van het duiken. Het was een mooie dag, en ze hebben weer een paar mooie haaien ontmoet.





Als ze een beetje opgefrist zijn, haalt Anique Daan op en rijden we met zijn allen naar Mataram Mall.
We gaan nog even verder met shoppen. We hebben Daan nieuwe kleren beloofd. Opan en Ida komen ook naar het winkelcentrum. Maar zij krijgen geen nieuwe kleren, niet van ons tenminste. Ze hebben weer de keuze gekregen; een dag duiken of nieuwe kleren. Dat werd vol overtuiging een dag duiken voor allebei. Nu maar hopen dat Ida ook echt van de dag kan gaan genieten. Vorig jaar werd het duiken door de zenuwen en stress een klein drama.  
We komen om kwart over 6 aan in de Mall en hebben Opan en Ida snel gevonden.
Voor we de winkels in duiken, gaan we eerst gezellig met zijn allen eten, buka Puasa!
Zoals gewoonlijk doen we dat bij Rumah makan Dirgahayu, net buiten het winkelcentrum.
Het is er vanavond hartstikke druk. Dat hebben we hier nog nooit meegemaakt. Maar volgens Opan is het voor veel mensen aan het einde van de vastenmaand gebruikelijker om uit eten te gaan.    
Blijkbaar zijn we de andere keren aan het begin van de vastenmaand hier geweest.
We hebben het met Opan en Ida nog even over Fitri. Opan is gisteravond nog bij haar thuis geweest, maar vertelt dat haar ouders erg schrokken toen hij begon over een tehuis waar Fitri misschien geholpen kan worden. Hun grootste angst is dat Fitri niet meer thuis zou kunnen wonen, dat zij niet meer voor haar mogen zorgen. Heel begrijpelijk, maar eerlijk gezegd denken we zelf dat dat zo’n vaart niet zal lopen. Hoe dan ook, zolang de ouders niet achter het plan staan, houdt het op. Misschien dat ze even aan het idee moeten wennen en moeten we later nog eens erop terugkomen. Lastig, we zouden zo graag hulp regelen voor het meisje.  
Na het eten wandelen we terug naar de Mall. Anique, Bonnie, Opan en Ida gaan samen met Daan op zoek naar iets leuks. De rest loopt naar de fotograaf want Jeanne wil graag nog een paar foto’s af laten drukken voor hun sponsorkindje, Puput.
Peter en Tom hebben blijkbaar nog niet genoeg haaien gezien vandaag en duiken daarna onder in Café Oceanic, het restaurantje in onderwater-stijl.
Jeanne en ik gaan nog op zoek naar een leuk fotolijstje voor Puput. Dat valt niet mee. Jeanne heeft hier een paar dagen geleden ergens iets gezien, maar weet niet meer waar. Het was in elk geval een roze lijstje, beetje kitsch-achtig. We lopen alle mogelijke winkels door, lopen nog een keer de route die we de vorige keer ook hebben gelopen, maar zonder resultaat. Als Jeanne zich af begint te vragen of ze alles gedroomd heeft, zien we het lijstje hangen. Bij een sieradenkraampje. Daar hangt iets, knalroze, maar helaas, het is geen fotolijstje. Het is een passpiegeltje dat bij de inventaris hoort. Dus gaan we weer vrolijk verder zoeken naar een fotolijstje. Bij een andere fotozaak hebben ze alleen saaie lijstjes, en niet eens iets in het goede formaat. De grote huishoudelijke-artikelen winkel heeft alleen nep-verzilverde lijstjes, meer iets voor oma’s, in elk geval niet iets voor een kind.
Even later zien we een lijst bij een kraampje in de hal. Helaas niet roze. Wel kanariegeel. En nog meer kitsch dan het roze ‘lijstje’. Jeanne twijfelt, eigenlijk is het een oerlelijk ding. Maar ik ben ervan overtuigd dat een Lomboks meisje van een jaar of 8 het prachtig zal vinden. Dat geeft de doorslag en het lijstje wordt gekocht.
Na nog een rondje door de toko buku hebben we weer genoeg gekocht.
We zoeken ook de onderwaterwereld van Oceanic op, waar Peter en Tom zich prima vermaken met een lekker drankje. Ik heb niet veel honger, maar kan de kans op zo’n lekkere knapperige crêpe met chocola en pindakaas toch niet aan me voorbij laten gaan. Zeker omdat ik weet dat Tom me wel helpt met opeten. Maar helaas, de crêpe-bakker is er niet vanavond… Dan maar een kopje koffie.
Even later komt de rest ook weer terug. Ik verwacht een stralende Daan te zien, blij met nieuwe kleren, maar ze is helemaal van streek. Als ik vraag wat er aan de hand is, begint ze zelfs te huilen. Anique staat er een beetje lacherig bij te kijken. Ik begrijp er niks van. Daan blijft zich maar verontschuldigen, maar ik heb geen idee waarvoor.
Tot Anique het uitlegt. Daan kiest eigenlijk altijd kleding in rood of zwart, maar daarin was niet veel te vinden vandaag. Na veel zoeken vonden ze een rode broek. Die vond Daan erg mooi. Even snel passen, de broek zat als gegoten. Toen Anique de broek ging afrekenen, zag Daan pas wat de broek kostte. Veel te veel, vond ze, maar de koop was al gesloten, en Anique wilde hem ook niet meer terugbrengen, omdat het de enige broek was die Daan mooi vond.
Op het moment dat ik Anique vraag wat de broek dan wel niet kostte, besef ik al dat het niet heel erg veel kan zijn geweest, want zoveel geld had ik Anique niet meegegeven.
Omgerekend geloof ik dat het ongeveer 20 euro was. Inderdaad heel veel voor Lombok, maar ik leg Daan uit dat zij voor ons ook als een dochter is, en dat dochter Anique meestal meer geld kwijt is als ze nieuwe kleren nodig heeft. Gelukkig vrolijkt dit Daan een beetje op, maar ze blijft bedrukt kijken. Als ik vraag of ze nog een shirtje of iets erbij hebben gekocht, zegt Anique dat Daan dat echt niet meer wilde, ze schaamde zich omdat er al zoveel geld voor haar was uitgegeven. Toen hebben Anique en Bonnie nog maar een leuk roze joggingpakje voor Zara, het zusje van Daan, uitgezocht.  
We bestellen voor iedereen nog een drankje, voor wie wil nog een hapje erbij en gaan dan onze spullen bij elkaar pakken. Tijd om op te stappen.
Het was, vooral voor Peter en Tom, een lange en vermoeiende dag. In de parkeergarage krijgen Opan en Ida nog een dikke knuffel, waarna ze naar Kediri vertrekken. Wij gaan met zijn allen terug naar Bumi Aditya.
Na een afzakkertje op ons terrasje duikt iedereen weer zijn bed in.
Morgen wordt weer een Impian Anak dagje. Dan willen we de kinderen in Meninting en Peresak bezoeken, en ook de kinderen in Ampenan die we tot nu toe steeds zijn misgelopen.

 

 
Dinsdag 6 augustus

Jeanne

Vandaag, na het ontbijt, naar Ampenan. Bij Pak Umpuk koffie/thee gedronken. We hebben nog wat “uitdeelcadeautjes” meegenomen die we van de Rabobank in Venray hebben gekregen.  Als we daar lekker op terras zitten komen er wat kinderen kijken. Is toch een hele attractie, die blanke toeristen. Ze giebelen wat, rennen weer weg om vervolgens met nog meer vriendjes terug te komen. Dat komt dan goed uit. Kunnen we gaan uitdelen. Ze zijn er erg blij mee. Trouwens, alles wat je ze geeft vinden ze mooi en zijn daar dankbaar voor. Geeft weer een goed gevoel. Mijn goede gevoelens tijdens de afgelopen weken, stapelen zich alleen maar op. Heerlijk.
Dan komt het onvermijdelijke. Afscheid nemen van Puput. Vreselijk. Ik had nog wat cadeautjes voor haar bewaard, een mooi rose jurkje en wat kleine dingetjes, die ik haar als afscheid wilde geven. Als we bij hun “huisje” aankomen krijg ik meteen een glimlach van haar. Wat fijn. Doet me goed. We “praten” wat en ik geef haar de cadeautjes. Tevens het gele spuuglelijke fotolijstje met een foto van ons drietjes. Maar dan is het toch tijd om te gaan. Ik knuffel haar nog even en met tranen in mijn ogen en een brok in mijn keel nemen we afscheid. Ik zou haar zo mee willen nemen. Als we naar de auto lopen, zwaai ik nog totdat we haar niet meer zien. Wat ben ik blij dat we haar mogen sponsoren en haar zo een kans geven zich te ontwikkelen.




Na de visite gaan we naar Meninting. Iets ten noorden van Ampenan, aan het strand. We gaan nog een paar sponsorkinderen bezoeken. Ook hier zijn we meer dan welkom. We delen daar ook nog wat cadeautjes uit aan kinderen die ons ongelovig aan staan te kijken. We hadden nogal wat van die kleine stiften, fluor gekleurd. Dat was na een half uur ook wel te zien. Ze hadden mekaar “geschminckt” met die stiften. Grappig. Één sponsorkindje was niet thuis en de moeder ging haar wanhopig zoeken. Moeder was een beetje verward en een bijzondere vrouw. Dat maakte wel indruk op ons en is me nu nog bij gebleven. Na een tijdje wilden wij eigenlijk al weer verder gaan maar daar kwam moeder aangerend mét dochterlief. Ze was zo blij dat we er nog waren. Och erm! Na onze ronde in Meninting zijn we naar Peresak gereden om ook daar sponsorkinderen te bezoeken. Mooie omgeving met veel groen. De huisjes zien er ook goed uit. Bij één van de kinderen kwamen we achter het huis en het hing daar helemaal vol met grote witte lakens en handdoeken. Moeder des huizes heeft een baan als wasvrouwtje voor een hotel. Heel goed. Tenminste inkomsten, al is het niet veel. We worden daar hartelijk ontvangen (waar eigenlijk niet) en er wordt opdracht gegeven om kokosnoten te halen. Deze worden vakkundig “onthoofd” en we krijgen een glaasje kokosnootsap aangeboden. Verser kan het niet. Nadat we ons sapje op hebben nemen we afscheid en vertrekken we weer.





Er staat nog wat op het programma. We gaan naar Lombok Care. Een stichting die door Nederlanders wordt gerund. Dit is ook de plek waar Fitri (die we onlangs gezien hebben en die als een klein hoopje ellende thuis op de vloer lag en niets kon) misschien wel geholpen kan worden. Idha en Opan gaan ook mee. Gezellig.
Het ziet er erg goed uit, helemaal nieuw gebouwd. Geschilderd in mooie vrolijke kleuren. We worden daar hartelijk ontvangen door Mindy en haar (Indonesische) man. We krijgen een rondleiding en ondertussen heel wat informatie over de stichting. Ze begeleiden daar kinderen met een beperking. Er wordt les gegeven. Er worden hele simpele dingen, zoals bijv. tanden poetsen, geleerd. Er wordt fysiotherapie gegeven. Kortom: ze verrichten goed werk. Er zijn 2 therapeuten met therapie bezig en we mogen even mee kijken. Dit gebeurd in een kamer langs de therapiezaal waar ze een raam hebben waar de kinderen ons niet kunnen zien maar wij hen wel. Erg indrukwekkend allemaal. Idha is helemaal in haar element. Ze is zo graag met kinderen bezig. We zien enkele rollators staan uit Nederland. Deze zijn o.a. door de ouders van Mindy meegebracht. Lombok Care krijgt ook heel wat hulp, financieel en praktische dingen vanuit Nederland. De moeite waard om eens op de website van Lombok Care te kijken! (www.lombokcare.com)
Er wordt nog gesproken over Fitri en ze spreken af dat de ouders een keer met haar kunnen komen en dat ze dan even bekijken welke hulp er geboden kan worden.
Na een indrukwekkende middag gaan we weer richting Senggigi. Peter, Marianne en Tom gaan ff een stukje wandelen. Wij blijven bij het hotel en ik ga alvast wat spullen inpakken. Hé bah! Maar ja, eens komt de tijd…….. Marianne belt op een gegeven moment of we wat komen drinken bij restaurant Graha aan het strand. Tuurlijk zijn we daar voor te vinden. Wie slaat er nu een vers ananassapje af? Ik niet!!
Daar aangekomen wordt er eerst nog een hele fotosessie gehouden met zonsondergang. Wauw, mooie foto’s worden er door Tom gemaakt. Hij is hier echt goed in. Mooi voor de verzameling!



We willen wat gaan eten in een restaurantje waar we al eens geweest zijn en waar we lekkere    oteh-oteh hebben gehad. Helaas, daar aangekomen is er geen plek. Maar we krijgen een beter idee. Daan werkt in restaurant Asmara. Als we daar nu eens gaan eten? Yep, goed plan. Daan is helemaal blij verrast als we daar aan komen. Ze wordt er zelfs een beetje nerveus van. Arme meid. Helemaal niet nodig. Wij zijn het maar. Maar juist dát is het probleem. Wij zijn het.
Asmara is een restaurant dat door een Duitse vrouw gerund wordt. Het is er keurig netjes en de bediening heeft zelfs bedrijfskleding. Daan vertelt ons ook dat ze blij is daar te mogen werken. De bazin gaat blijkbaar met respect met het personeel om. Heel goed! De menukaart is én Indonesisch én Europees. Mmmmmmm, ook wel weer eens lekker! We bestellen ons allemaal wat lekkers en laten het ons goed smaken. Daan is helemaal trots en vraagt telkens maar weer of het allemaal naar de zin is. Ze doet zo goed haar best! Er worden nog wat foto’s in het restaurant met Daan gemaakt en dan lopen we weer richting hotel.
Er bekruipt me een onrustig gevoel. Omdat? Morgen de laatste dag op Lombok! Daar moeten we dan maar dik en dubbel van gaan genieten.



Marianne, maandag 05 augustus 2013

Dinsdag 6 augustus 2013
We zitten op tijd aan het ontbijt, maar we hadden net zo goed nog een uurtje kunnen blijven liggen. Het schiet niet op in de keuken. Omdat we een afspraak hebben, duikt Peter op een gegeven moment maar de keuken in om te helpen. Of dat heeft geholpen weten we niet, maar in elk geval hoeven we niet meer zo lang te wachten. Als het eten op is nemen we afscheid van Tom die met Jay achter de laptop kruipt. Hij gaat samen met Jay de website van Lombok Adventure Club aanpassen.
De rest stapt in de auto en we haasten ons naar Ampenan.
Daar hebben we afgesproken met Pak Umpuk. We willen in de wijk Pondok Perasi nog een paar kinderen bezoeken die we tot nu toe steeds zijn misgelopen. Ook willen we graag naar Peresak en Meninting waar we nog niet zijn geweest. Als we bij Pak Umpuk aankomen komen we niet onder een kop thee met wat lekkers uit. Zelfs niet als we zeggen dat we nog een hele route hebben af te leggen. Wahyudi wordt erop uit gestuurd om alvast een paar kinderen te verzamelen, zodat wij niet zoveel op en neer hoeven te lopen. Even later komt hij met Sylvana aanwandelen.
We zien haar hier vaak, maar ze rent altijd vrolijk zwaaiend voorbij. Nu hebben we de kans om haar even te spreken en een foto te maken.  Jeanne en Bonnie hebben nog heel veel weggeefspulletjes in de tas zitten, die komen nu weer goed van pas, want Sylvana heeft een paar vriendjes en vriendinnetjes meegenomen.



Ook Siska komt langs. Voor haar hebben we een cadeautje van haar sponsors. Het zit heel mooi ingepakt en ik help maar een handje met uitpakken. Uit zichzelf zal ze het niet uitpakken waar we bij zitten, en voor de sponsors is het wel zo leuk als ze het meisje met de spulletjes kunnen zien.
Als we de thee op hebben, zijn Opan en Ida ook gearriveerd. Samen lopen we naar het huis van Hanafi.
Nu maar hopen dat hij een keer thuis is. Het is een van de jochies die we zelden thuis aantreffen. Hij is altijd ergens op straat aan het spelen. Vervelend als we hem graag een keer ontmoeten, maar eigenlijk zijn we er al lang blij om. Hanafi is een tijd lang een zorgenkindje geweest. Erg klein en mager voor zijn leeftijd, vaak ziek. Maar sinds een tijdje gaat het veel beter met hem. Hij gaat graag naar school, maar nog liever speelt hij buiten. Bonnie maakt hem blij met een schrijfblokje en een pen. Maar een echt gesprekje met hem zit er niet in. Hij is nog steeds erg verlegen.
Met nog steeds een hele groep kinderen achter ons aan wandelen we verder naar het huis van Doni.
Doni hebben we nog niet ontmoet. De vorige keer was hij niet thuis. Nu is hij er wel. Samen met zijn vader, moeder en zusje. Moeder nodigt ons uit binnen te komen. We zijn verbaasd over hun huis. Het is eenvoudig maar ziet er keurig netjes uit. Dit zijn we niet gewend in Lombok. Meestal is het in de huizen, zacht uitgedrukt, nogal rommelig. Hier is alles schoon en opgeruimd. Geen bergen kleren op de grond, de matrassen in de woon/slaapkamer zijn netjes rechtop gezet tegen de wand. 



Het is een leuk gezinnetje. Doni, die nu naar de eerste klas van de basisschool gaat, heeft jonge ouders en een zusje van een jaar of 9. Zo te zien krijgt hij over een paar maanden een broertje of zusje erbij. We geven hem het cadeautje van Eric en Jacqueline. Alles wordt uitgepakt en aandachtig bekeken. Ook de foto’s uit Nederland zijn mooi!
Opan zoekt nog een cadeautje uit ‘de verrassingstas’ voor het zusje van Doni.  Dan nemen we afscheid en gaan we verder. Voor we naar Meninting vertrekken, moeten we nog even bij Ibu Diah langs.
Zij heeft ons de afgelopen dagen al een paar keer gevraagd even wat te komen drinken, maar het is er gewoon niet van gekomen. Nu maken we even tijd voor haar. Ze heeft allerlei lekkere dingen voor ons klaargezet. Thee, kue klepon, rempejek, linzenkoekjes, kroepoek, cassavechips. Zo komen we de ochtend wel weer door….


Maar we kunnen niet al te lang blijven, we moeten naar Puput, het sponsorkindje van Bonnie en Jeanne.
De vakantie van Bonnie en Jeanne loopt op zijn einde en we weten niet of ze haar de komende dagen nog gaan ontmoeten. Dus willen ze alvast de laatste cadeautjes afgeven en afscheid nemen.
Gelukkig is Puput thuis. Jeanne geeft haar nog een mooi jurkje uit Nederland. Ook krijgt Puput het mooie gele fotolijstje met de foto die we een week of wat geleden van Jeanne, Bonnie en Puput hebben gemaakt. Puput houdt het vast alsof ze het nooit meer los gaat laten.
We maken nog een paar mooie foto’s van het trio. Dan wacht Jeanne en Bonnie de zware taak afscheid van Puput te nemen. Ik leef met ze mee, dit zijn vreselijke momenten.
We stappen in de auto en rijden naar Meninting.


Daar gaan we op zoek naar Sunardi en Rohida. Sunardi hebben we snel gevonden. Hij is het verlegen jongetje dat altijd in de buurt van zijn moeder of oma is. Ook nu treffen we hem thuis aan. Hij krijgt een paar cadeautjes en Bonnie, Anique en Jeanne delen nog heel veel spulletjes uit aan kinderen uit de buurt. Ik heb geen idee hoe groot Meninting is, maar er zijn in elk geval veel kinderen. Alleen Rohida is nergens te vinden. Haar moeder hebben we wel ontmoet, maar ze heeft ook geen idee waar haar dochter uithangt. Geen probleem. We komen nog wel een keer langs, en als dat niet lukt, dan zien we Rohida in elk geval tijdens het uitstapje volgende week. Als we weer naar de auto lopen, komt Rohida ineens aanlopen. Hebben we toch nog geluk gehad! Als we haar ook een cadeautje geven en een paar foto’s maken, komt haar moeder ineens aanrennen. Ze is helemaal bezweet en buiten adem. Ze is het hele dorp doorgerend op zoek naar Rohida en ze wist niet dat we haar al lang hadden ‘gevonden’.



We maken nog een familiefoto en gaan dan verder naar Peresak.
Peresak ligt niet ver hier vandaan, in het binnenland. We rijden weer de vreemde weg dwars over het Chinese kerkhof. Daarna een stukje via de doorgaande weg naar het noorden. Op het laatste moment geeft Opan aan dat we een weg eerder rechtsaf moeten omdat de ‘normale’ weg waarschijnlijk is afgesloten. Op het moment dat Peter af wil slaan, gebeurt waar ik hier in het verkeer altijd bang voor ben. Een botsing. Een motor met 3 jongemannen erop probeerde nog rechts in te halen.
Iedereen schrikt zich rot. Voor Peter en Opan de auto uit zijn, staan de jongens al een beetje lacherig en beduusd naast de motor. Zo te zien is hun niets overkomen.
Ze verzekeren Opan ervan dat ze zelf echt niks mankeren en dat hun motor ook geen schade heeft. De auto heeft een deukje en een paar flinke krassen opgelopen. Maar dat wordt wel opgelost. Nu kunnen we eindelijk een keer testen in hoeverre de huurauto echt zo goed verzekerd is als ons altijd wordt verteld. Mede met het oog op dit soort gevallen huren we de auto altijd bij een ‘officieel’ bedrijf, met alle mogelijke verzekeringen erop en eraan. Maar zolang je geen schade hebt, weet je nooit in hoeverre dat klopt.
Maar dat is van later zorg, nu zijn we in elk geval blij dat niemand iets mankeert en dat ‘de tegenpartij’ geen schade heeft. De jongens stappen weer op de motor en rijden vrolijk verder.
Opan maakt zich vreselijke zorgen over de schade aan de auto, maar we vertellen hem dat dat geen probleem zal zijn. Als we later een foto van de schade naar Trac sturen, krijgen we direct een mailtje terug. Geen probleem, we hoeven alleen het eigen risico te betalen; IDR 200.000, wat neerkomt op een euro of 15. Tja, daar komen we ook wel weer over heen.
We rijden verder naar Peresak. Daar bezoeken we Aisyah Mahaerani. Daarna gaan we naar Fery, die we niet thuis aantreffen. Wel is zijn moeder er, en ze verontschuldigt zich uitgebreid voor het feit dat haar zoontje er niet is. Geen probleem, we zien hem volgende week vast wel! Maar het zit moeder niet lekker. Komen we een keer, dan is Fery er niet. Als we weer weg willen gaan, vraagt ze ons nog even te wachten. We vragen ons af of ze Fery gaat zoeken, maar even later komt ze terug met een paar grote papaya’s. Die zijn voor ons. Eigenlijk willen we dit soort dingen niet aannemen. We hoeven geen cadeautjes, niet dit soort bedankjes, maar we kunnen het moeilijk afslaan. Het is zo goed bedoeld. Met de papaya’s in de kofferbak rijden we verder. Onderweg naar Siti Aisyah en Aswin komen we Oky tegen. Misschien is hij op weg naar huis en kunnen we hem straks nog even spreken. We herkennen hem nauwelijks. Hij is nog even klein als altijd, hoewel hij nu al naar de derde klas van de middelbare school gaat. Maar zijn haren zijn wel heel heftig geworden. Er zit een flinke dot gel in en boven op zijn hoofd staan ze rechtop. Hierdoor lijkt hij in elk geval een paar centimeter groter.



Als we bij het huis van Siti en Aswin aankomen, zit Oky daar al. Blijkbaar wist hij dat we hem ook wel willen ontmoeten. De moeder van Siti en Aswin nodigt ons uit om even in de tuin te komen zitten. Helaas is Aswin, haar oudste zoon, niet thuis. Maar hij verheugt zich al op het uitstapje van volgende week, dus hem ontmoeten we dan nog wel. Iedereen krijgt een cadeautje. En wij krijgen ook iets. Terwijl we met vader Mahfudz zitten te praten, onthoofdt moeder een paar kokosnoten en we krijgen allemaal een glas koel sap. Jammie! Met Opan nemen we nog even een paar facturen van schoolspullen door, ja, de boekhouding hoort er ook bij!
Het kleine broertje van Aswin en Siti is blijkbaar nog steeds onder de indruk van Tom, die hij toch zeker al een jaar niet meer heeft ontmoet. Hij vraagt steeds waar Tom is en wanneer hij weer komt. Blijkbaar maken wij niet zoveel indruk op hem.
We hebben nog één bezoekje af te leggen in Peresak. We wandelen naar het huis van Putri.
Daar treffen we oma met Putri en haar 2 zusjes. Oma vertelt heel blij dat haar dochter, de moeder van de meisjes, weer in Lombok is. We hebben haar nog nooit kunnen ontmoeten omdat ze jarenlang in Saudi Arabië heeft gewerkt. Oma heeft al die tijd voor de meisjes gezorgd. Nu is de moeder even niet thuis, ze heeft een nieuw baantje in Lombok. Maar volgende week, als we met de kinderen op pad gaan, heeft ze een dag vrij genomen en zal ze meegaan. Dan kunnen wij haar eindelijk ook een keer ontmoeten.
Dit was voorlopig het laatste huisbezoekje. Maar nog niet het laatste bezoek van vandaag.



We willen nog even bij Stichting Lombok Care langsgaan en vinden het heel fijn dat Opan en Ida met ons meegaan.
Afgelopen week hebben we in Kediri kennis gemaakt met het gezin van Riska. Haar zusje Fitri is ernstig gehandicapt en we hoopten van harte dat stichting Lombok Care haar zou kunnen helpen.
Maar de allereerste voorwaarde voor hulp is dat de ouders er volledig achter staan. En daar zit op het moment het probleem. Nadat Opan de ouders heeft uitgelegd dat hun dochter misschien geholpen zou kunnen worden in het opleidingscentrum van Lombok Care, werden de ouders erg bang. Met name bang dat Fitri uit huis geplaatst zou worden, dat ze zelf niet meer voor hun dochtertje zouden kunnen zorgen.
We hopen dat Opan en Ida door dit bezoek zelf een beeld kunnen vormen van de werkzaamheden en aanpak van Lombok Care. Misschien dat ze hierdoor de ouders beter kunnen vertellen hoe Lombok Care werkt, wat eventueel de mogelijkheden zijn voor Fitri.
Bij Lombok Care worden we hartelijk ontvangen door Mindie en Apip. Mindie komt uit Nederland en woont al een hele tijd in Lombok. Samen met haar man Apip runt ze het opleidingscentrum. Iedereen wordt aan elkaar voorgesteld en we vragen Mindie of ze in het Indonesisch aan Opan en Ida wil uitleggen wat Lombok Care kan betekenen. We kunnen het verhaal in grote lijnen volgen. Intussen kijken we uitgebreid rond. We zijn zelf nog nooit hier geweest, maar hebben het project van de bouw af aan gevolgd. En we moeten toegeven, in het echt ziet alles er net zo mooi uit als op de foto’s.
Vrolijk, schoon, ruim. Mindie vertelt dat we een beetje ‘pech’ hebben. De vakantie (einde Ramadanmaand) gaat vandaag in en er zijn nog maar 2 kinderen in behandeling. De rest is al naar huis. Maar het geeft haar ook wat meer tijd om ons rond te leiden. We leggen nog even in het kort uit wat we bij Fitri thuis hebben ‘aangetroffen’. Als we haar symptomen omschrijven, noemt Mindie al een aantal mogelijke oorzaken en ze vertelt dat Fitri waarschijnlijk wel hier geholpen zou kunnen worden. Hier komen kinderen met verschillende lichamelijke beperkingen. Ook legt ze uit dat het absoluut niet de bedoeling is dat Fitri hier intern zou komen. De kinderen komen voor behandelingen hier naar toe. Sommige kinderen blijven een hele dag, en volgen hier ook ‘normale’ schoollessen. Andere kinderen komen alleen voor fysiotherapie. De hele aanpak is erop gericht dat de kinderen zoveel mogelijk leven als andere kinderen, dus thuis bij hun eigen ouders, in hun eigen gezin.
Wat heel belangrijk is, is dat de ouders volledig achter de behandelingen staan. In de meeste gevallen zullen de ouders thuis ook mee moeten werken aan het herstel van de kinderen. Bijvoorbeeld door het oefenen met de kinderen of het geven van massage.
De kinderen die hier komen, komen uit deze regio en worden thuis opgehaald door een busje van Lombok Care. Mocht Fitri in behandeling komen, dan zal er gezocht moeten worden naar een andere oplossing, Kediri ligt niet direct in de buurt. Maar dat is van later zorg. Eerst willen we dat Opan en Ida rustig met de ouders gaan praten en uitleggen wat ze hier vandaag hebben gezien.
Eerlijk gezegd hebben we er zelf wel vertrouwen in. Opan en Ida zijn oprecht geïnteresseerd en stellen veel vragen. Ze maken foto’s om de ouders ook een indruk te kunnen geven van het gebouw, de omgeving. Terwijl wij nog napraten met Mindie, spreekt Opan nog even met Apip over de verdere mogelijkheden. In elk geval kan Opan altijd contact opnemen om een vrijblijvende afspraak voor Fitri te maken, mochten haar ouders zich bedenken.
Als we een uurtje later weer afscheid hebben genomen, zetten we Opan en Ida in Ampenan af. Zelf rijden we direct door naar Senggigi. Daar plukken we Tom achter de laptop vandaan.
Terwijl Bonnie, Jeanne en Anique wat luieren (en inpakken…) in het hotel, wandelen wij met Tom een rondje. We eten een hapje in Senggigi en buurten even bij Lombok Dive. Dan lopen we via het strand terug naar Bumi. Maar dat schiet weer niet op. We kennen hier teveel mensen om snel door te kunnen lopen. Voor we op het strand zijn, komen we Adam al tegen. We ‘moeten’ nog altijd zijn huis komen bewonderen, maar of dat deze vakantie nog lukt, kunnen we niet beloven.
Zeker met alle feestdagen die volgen, gaat de tijd voorbij vliegen.
De naderende feestdagen zorgen wat toeristen betreft ook al voor heel wat extra drukte. Tjonge, er zijn zelfs meer toeristen dan verkopers op het strand…. Het moet niet gekker worden in Lombok!
Als we langs Graha hotel lopen, komen we Made tegen, de vrolijke ober. Hij werkt nu in het restaurant aan de strandkant, en als we bij Graha eten, is dat altijd aan de andere kant. Vandaar dat we hem zelden zien.
Daar gaan we maar verandering in brengen, we nemen plaats op het terras aan het strand en bestellen een lekker sapje. Er zit een aardige zonsondergang aan te komen, we zitten hier op de ideale plek, dus bellen we snel naar de dames in het hotel met de vraag of ze ook even ‘een drankje komen doen’. En vergeet de camera niet!!!  Dat had Tom er niet bij moeten zeggen, want camera betekent dan ook even optutten voor de foto. En dan is de zon onder voor je het weet. Maar ja, er zijn op de valreep nog een paar mooie foto’s uitgekomen!


In het bijna-donker lopen we terug naar Bumi Aditya. We nemen een frisse douche en gaan dan naar Senggigi om een hapje te eten. Omdat het de laatste avond is dat we hier met Jeanne en Bonnie eten (morgen eten we in Ampenan), willen we dat ‘in stijl’ doen. We besluiten bij Bale Tajuk te eten, waar we de eerste avond ook hebben zitten smullen. Maar als we daar aankomen, zien we dat het restaurant helemaal vol zit. Tja, dat hebben we niet vaak meegemaakt, dat een restaurant vol zat. Dan maar iets anders zoeken. We besluiten door te lopen naar Asmara. Het eten zal er wel lekker zijn, en dan kunnen we ons ook een keer laten bedienen door Daan, één van onze eerste sponsorkinderen hier in Lombok, en inmiddels een hele goede vriendin. Ze wordt helemaal zenuwachtig als we aankomen, maar alles komt goed. Ook hier is het vanavond hartstikke druk, maar het eten is prima, en de bediening super.
Na het eten wandelen we rustig terug naar kampung Loco. Er wordt al gratis transport van Asmara aangeboden, maar een wandelingetje is zeker zo lekker vinden wij.
Als we in het hotel zijn, duiken we allemaal het bed in. Morgen hebben we weer heel veel op het programma staan!

 

 
Woensdag 7 augustus

Jeanne

Laatste dag Lombok. Jakkes, met die gedachte ben ik in slaap gevallen en word hiermee ook wakker. Maar uiteraard vind ik het ook wel weer fijn om naar huis te gaan. Na het ontbijt pak ik nog wat spullen in, voor zover dat mogelijk is. Op het einde van de ochtend gaan we naar de Ganga watervallen. Moet erg mooi zijn. Ik laat me voor de zoveelste keer maar weer verrassen.
We rijden via een mooie route door Lombokse natuur. We stoppen bij Monkey Forest waar veel (wilde) aapjes zitten. Via een pad lopen we naar boven en genieten daar van het mooie, weidse uitzicht. Normaal zijn op dat plekje ook apen maar ze laten zich nu niet zien. Na een kleine pauze rijden we weer verder. We stoppen een paar keer bij plekjes waar de aapjes zitten. Wat een brutale krengen! Hier wordt dus meer gestopt en gevoerd. Alleen voor foto’s te maken gaan de ramen open maar dan laten we ze maar wijselijk dicht. We doen wel, letterlijk, aapjes kijken vanachter het glas.
We komen nog heel wat apen tegen langs de weg als we verder rijden. Blijft leuk.



Na een mooie toeristische route komen we bij de watervallen. We worden hartelijk ontvangen en we drinken daar wat op het “terras”. Ondertussen genieten we weer van het mooie uitzicht. Er wordt hier van alles verbouwd. We krijgen uitleg over de gewassen en proeven daar ongerepte natuur. Pinda’s en cacao bonen. Erg interessant om te zien, te horen én te proeven. Deze producten zijn nog niet helemaal volrijp en niet bewerkt, dus de smaak is ook heel anders. Ze verkopen daar ook koffie, met en zonder extra smaakje. Natuurlijk wil ik wat meenemen maar zeer zeker niet de Lombokse koffie. Brrrrrrrr. Nee, doe mij maar die met een cacao/vanille smaakje. De koffie zit een zelf gemaakt, mooi bewerkt houten kokertje. Zo, weer een souvenirtje erbij. Moet nog wel passen in het koffer, hihi.



Na de inkoop van de koffie gaan we naar de watervallen. Via een smal, hobbelig pad lopen we door een prachtig stukje natuur. Niet handig als we tegenliggers krijgen. Maar laat dat nu juist wel gebeuren. Het is even passen en meten maar uiteindelijk lukt ons ook dat wel. We hebben een hele behulpzame gids die ons er doorheen loodst. We lopen langs kletterend en stromend water. Hoe rustgevend kan dat zijn. Als we op een open plek aankomen besluit ik om daar te blijven en niet verder mee te gaan naar de waterval. Mijn teen is aan de beterende hand en dat wil ik zo ook graag  houden. Ik vind het niet erg om daar te blijven totdat de rest terug komt. Marianne besluit om bij mij te blijven. Niet nodig, zeg ik al maar ze is er al eens geweest en vind het wel goed zo. Oke, gezellig. De rest vervolgt de route. Ik kan je zeggen dat we ons niet verveeld hebben. We hebben ons vergaapt aan al het moois om ons heen. En zo rustig! Even een ying-yang momentje, hihi. Als de watervallen bekeken zijn komt de rest enthousiast terug. Ik had ook niet anders verwacht. Uiteraard zijn er weer de nodige foto’s gemaakt dus die bekijken we straks even. Via hetzelfde smalle pad lopen we weer terug naar de auto.




We vragen de gids of hij weet waar we verse vanille kunnen krijgen. Dat weet hij wel. Hij kan daar wel voor zorgen. Fijn, ook weer geregeld. Hij nodigt ons uit om bij hem thuis te komen eten. Dat komt goed uit want we hebben ondertussen honger gekregen van de tocht. Dus op naar zijn huis. Hij heeft een keurig huisje en er wordt meteen actie ondernomen met het klaar maken van eten. We krijgen als voorafje wat te knabbelen. Wat koekjes en ander zoete en zoute knabbels. Jammie, dat gaat er wel in. Maar er volgt nog een hele maaltijd achter aan. Al met al hebben we het er goed van genomen. Wederom weer lekker. De gids komt nog met een tas met vanille voor ons. Zo, kan ook weer van het lijstje gestreept worden. We bedanken hem uitvoerig voor de fijne middag en de gastvrijheid en gaan weer richting hotel. Het is druk op de weg. De ramadan wordt vanavond afgesloten en dan is het dus feest. Veel mensen zijn onderweg naar familie om dit samen te vieren. Ook wij gaan dit vieren bij Pak Umpuk. We zijn uitgenodigd om te komen eten. Wat fijn om onze laatste avond hier zo door te brengen.
Na een verfrissende douche gaan we naar Ampenan. Ook nu nog is het druk op de weg. Als we daar aankomen is het een lawaai van jewelste. Gezang komt uit alle hoeken.
Tegenover Pak Umpuk zijn ze ook druk doende. Vanavond is er een “optocht” als afsluiting. Wagens met daarop allemaal mini moskeetjes. En verlicht! (lijkt wel de lichtjesoptocht met carnaval in Well). Prachtig om te zien. En wat een werk ze daarop gehad hebben! De geluidsboxen die ze op de wagen gemonteerd hebben heeft me toch een volume. Het lijkt wel of die bijna gaat ontploffen.  Er zijn veel mensen op straat. Mooi uitgedost en de “zondagse” kleren aan. Het is een echt feest. Ik kijk me dat eens allemaal af en voel me helemaal happy. Hoe mooi en feestelijk kan een laatste avond zijn? En dat mag ik mee maken! Geweldig.



Als de optocht vertrekt gaan we eten. Opan en Idha zijn er ook. Gezellig wederom. En het eten is ook weer lekker. Bonnie en Anique hebben oteh-oteh gemaakt.  Zo lekker! En Ibu Mish is een goede kok die ons weer verwend heeft met haar kookkunsten. Ibu Diah komt ook nog gezellig aan. Als ik om me heen kijk zijn er nu de mensen waar we het meeste mee gedaan hebben. Niet bij nadenken, Jeanne. Want ik voel de brok in mijn keel al als ik aan het afscheid van straks denk. We maken er een gezellige avond van en maken nog wat foto’s met iedereen die er is. Het is al laat als we afscheid moeten nemen. Met tranen in mijn ogen bedank ik iedereen uitvoerig en blijf een grote meid zonder te huilen. Pffff, valt niet mee. Pak Umpuk loopt, zoals gewoonlijk, nog mee naar de auto en we worden uitgezwaaid door de rest. En dan…………….. jahoor! De tranen lopen me over de wangen. Ik kan er niets aan doen. Wat is dit moeilijk. We zijn hier ook zo gastvrij ontvangen door al die lieve mensen!!! Nu ik dit schrijf, schieten me weer de tranen in de ogen. Dat gevoel zit diep.
Pak Umpuk vind het vreselijk dat ik huil en spreekt me bemoedigend toe, de schat. En dan maar snel de auto in. De familie Geurts troost mij ook nog en stilletjes (ja, ikke dan) gaan we naar het hotel terug. We drinken nog een borreltje op het terras bij Peter en Marianne. Ha lekker, kon ik wel ff gebruiken. Ik denk nog bij mezelf, nu maar even niet aan morgen denken anders zit ik zo weer te janken. Na de laatste borrel gaan we toch maar richting onze eigen kamer. Poeh, poeh. Wat een dag, avond. Ik kruip mijn bed in voor de laatste nacht hier.





Marianne, woensdag 07 augustus 2013

De feestdag Idul Fitri (het Suikerfeest) nadert en het hotel zit hartstikke vol. In de ontbijtzaal is geen tafeltje meer vrij. Dus geven we onze bestelling door vragen of ze het naar ons terrasje willen brengen. Dan kunnen wij rustig onze dingetjes doen tot het eten klaar is.
Even de mail bekijken, facebook, foto’s van de afgelopen dagen doorbladeren.
We hebben een leuk mailtje gekregen. We mogen op zoek naar een kindje dat de hulp van Impian Anak kan gebruiken, voor een nieuwe sponsor. Wat een mooi bericht om de dag mee te beginnen!
We schrijven een mailtje terug en informeren Opan en Ida, zodat zij alvast rond kunnen kijken naar een kind. Even later krijgen we nog een sms van een jong Nederlands stel dat op rondreis is door Indonesië. In Nederland hebben we al contact gehad, nu zijn ze in Lombok, een paar deuren verderop, bij Indah Homestay. We spreken af om morgenvroeg even bij elkaar te komen.
Als we het ontbijt op hebben, bedenken we dat we Jeanne en Bonnie nog een waterval hebben beloofd. En een goede plek om vanille te kopen. We hebben al een klein watervalletje gehad, bij Kerandangan, maar dat telt niet echt mee. En vanille hebben we nog niet kunnen kopen, alleen op Bali, maar daar betaal je de hoofdprijs...
Morgen gaan Jeanne en Bonnie weer naar huis, dus vandaag is de laatste kans.
We spreken af dat we om 11 uur vertrekken, kunnen we nog even rustig aan doen.
Op de heenweg nemen we het binnendoortje via de Pusuk Pak, Monkeyforest, waar we nog even aapjes willen kijken. Ja, van die bijna laatste dag willen we wel een hele mooie maken.
De weg van Gunungsari naar het noorden, door het binnenland, is erg mooi. Kronkelweg, weelderig groen, en zoals altijd is er ook op de weg genoeg leuks te zien.
Bij de aapjes is het rustig. Het uitkijkpunt met restaurantje is uitgestorven. Ja, het is nog steeds Bulan Puasa. Maar dat maakt niet uit, hebben we ook geen last van andere mensen. Maar het feit dat er geen mensen zijn, heeft een bijkomend nadeel. De aapjes verwachten dan geen lekkere hapjes en nemen ook niet de moeite om hierheen te komen. Het wordt dus een aapjes/hapje/drankje-stop zonder aapjes, zonder lekker hapje en zonder koel drankje. Maar het adembenemende uitzicht, tot over zee, maakt weer veel goed.
En we verwachten even verderop, langs de weg, nog wel een paar aapjes tegen te komen. Eerlijk gezegd zie ik ze ook liever daar, veilig vanuit de auto. Ik heb het niet zo op die beesten.





Een bocht verder worden we rijkelijk beloond, hele groepen aapjes zitten langs de weg, lekker pelan pelan, te genieten van het mooie weer, te rommelen tussen de lege chips en nootjes verpakkingen die hier rondzwerven. Verschrikkelijk, wat een troep, en nog los daarvan, chips lijkt me niet de beste voeding voor de aapjes…
Vanuit de auto proberen we de beestjes een beetje mooi op de foto te krijgen. Dan rijden we rustig verder naar het noorden. Ik sms naar Pak Ubud, onze min of meer vaste gids in Gangga. Hij reageert snel en zegt dat hij ons op zal wachten. Gezellig, altijd leuk om hem te zien! Onderweg is het druk, vooral bij de markten, waarschijnlijk veel voorbereidingen voor de naderende feestdagen. Zoiets als in Nederland de dag voor kerst.
Het laatste stuk naar het dorpje Kertaraharja, bij de Gangga watervallen, is weer flink hobbelen. De weg die een paar vakanties geleden ineens redelijk goed begaanbaar was, is nu weer één grote gatenkaas.
Als we de auto hebben geparkeerd, worden we vriendelijk ontvangen door Pak Ubud en Pak Udin. Hij is zoiets als het opperhoofd van de watervallen. Een vriendelijke man, die ons snel voorziet van een lekker koud drankje. Genietend van het uitzicht krijgen we al de nieuwe verkoopwaar te zien. Mooi bewerkte bamboe kokers met de echte Gangga Lombok koffie, met cacao en vanille erbij. Lekker, al moet ik bekennen dat ik thuis nog een paar volle kokers heb staan. Op één of andere manier smaakt zoiets in de vakantie altijd beter dan ‘gewoon thuis’.
Maar ze zijn zo slim om de verpakking, de bamboe kokers, elk jaar weer mooier te maken, zodat ik toch niet weg kom zonder een hele verzameling te kopen. Is altijd nog een leuk souvenir!
Als even later de vanille langskomt, geeft Pak Ubud me een seintje. Ja, dat verwachtte ik al, die kunnen we straks ook bij hem thuis kopen. Geen idee of we dan goedkoper uit zijn, maar we gunnen het hem van harte.
Als de blikjes fris leeg zijn, gaan we op pad. Het pad naar de watervallen wordt steeds beter. Ik ben er nog niet over uit of ik dat ook echt kan waarderen. Een glibberig of stoffig zandpaadje heeft ook zijn charmes. Al loopt het betonnen pad wel iets comfortabeler. En, het oog wil ook wat, het nieuwe pad is her en der versierd met steentjes die in bloemmotief in het beton zijn gelegd. Al met al een vooruitgang zullen we maar zeggen, alleen jammer dat deze verbeteringen meestal samenhangen met een toenemend toeristenbezoek…
Misschien zijn we te egoïstisch en willen we deze mooie plekjes voor onszelf houden.



Na een korte wandeling komen we bij de eerste waterval aan. Daar mogen we weer over het dammetje naar de overkant lopen, met aan één kant een flinke afgrond. Op naar de tweede waterval. Pak Ubud waarschuwt ons al, hier is het veranderd. De eerste verandering kan ik wel toejuichen. Het ‘charmante’ bruggetje van 3 bamboestokken met een wiebelige leuning is vervangen. Nu ligt er een vreselijk lelijke metalen brug. Oversteken via het bamboe bruggetje durfde ik al jaren niet meer. Nu huppel ik bijna naar de overkant. Maar daar aangekomen missen we wat…het water.
Het dammetje aan het eind van de brug staat open, waardoor het waterniveau gedaald is tot kniediepte. Het mooie zwembad is leeggelopen. Jammer. Maar de waterval is nog wel te bereiken. Niet zwemmend, zoals voorheen, maar ‘gewoon’ door via het dammetje naar beneden te klauteren en dan ernaar toe te lopen. Mwah, dan haak ik weer af, ik maak wel foto’s van het mooie uitzicht. En Jeanne houdt me gezelschap. Peter, Anique en Bonnie klauteren met Pak Ubud verder.
Wij kijken straks wel op hun camera hoe het er daar uitziet.



Als ze terugkomen steken we de nieuwe brug weer over en wandelen naar de laatste waterval. ‘Gelukkig’ is het pad hier nog in authentieke staat. Heel smal en stoffig, veel losliggend zand en steentjes en op verschillende plaatsen akelig steil. Meer geschikt voor berggeiten dan voor mij.
Maar voetje voor voetje kom ik vooruit. Achter ons komt een sportief stel, Duitsers denken we. Ze zaten net ook wat te drinken bij de ingang en wilden per se geen gids mee. Hier is het gebruikelijk dat er iemand met je meeloopt en wat je hem na afloop van de rondleiding als beloning geeft, is helemaal aan jezelf. Maar het stel had daar duidelijk geen behoefte aan. Ze zuchten en kreunen en steunen, duidelijk niet gecharmeerd van zo’n trage olifant voor hun. Waar het even kan laat ik ze passeren, en zonder iets te zeggen sprinten ze verder de helling af. Wat een vriendelijke mensen….
Als we even later bij het riviertje komen, staan ze een stukje verderop te dralen. Blijkbaar weten ze niet goed hoe ze verder moeten. Toch maar even de kunst afkijken van onze gids. Zielig hoor…
Als ze zien welke richting het op gaat, rennen ze weer vooruit.
Ook hier is de loop van het water veranderd. Als blijkt dat het een hele wandeling wordt door het water, over rotsblokken en met het nodige klauterwerk, besluiten Jeanne en ik om hier te blijven. Peter, Bonnie en Anique volgen Pak Ubud. Even later komen ze de Duitsers al weer tegen. Ze vertellen dat ze een grote varaan hebben gezien, maar geen waterval.
Nee, daarom krijg je het advies om een gids mee te nemen. Slimmeriken!
Na wat klim en klauterwerk bereiken Peter, Anique, Bonnie en Pak Ubud de waterval, nemen een frisse duik en maken wat foto’s.



Jeanne en ik genieten intussen van de rust, de koelte onder de hoge bomen en van de ‘oerwoudgeluiden’.
Als we even later met zijn allen weer de berg op klimmen, nodigt Pak Ubud ons uit om de lunch bij hem thuis te gebruiken. We sputteren wat tegen omdat het nog steeds bulan Puasa is, maar daar wil hij niets van weten. Tja, we weten dat we hier in de buurt verder niet veel te eten zullen krijgen en nemen dan de uitnodiging maar aan. Bij de parkeerplaats kopen we een lading koffie in bamboe en gaan dan met Pak Ubud naar zijn huis in Kertaraharja. Hij is onlangs verhuisd, naar een huis aan de overkant van de ‘straat’. Als we binnenkomen worden we in de woonkamer neergezet. Pak Ubud verdwijnt en komt even later terug met een blad vol thee en heel veel verschillende soorten koekjes en knabbels. Ik herken ze als de koekjes die speciaal voor de feestdagen worden gemaakt. Pak Ubud verdwijnt weer naar de achterkant van het huis. We vermoeden dat dit de lunch is, maar even later zien we hem met allerlei borden, pannen en schalen weer langslopen. We zitten en wachten, en kijken wat rond in de kamer. Niet dat er veel is te zien… in een hoek staat een kast. En wij zitten op de vloer. Veel geld verdienen de meubelzaken en woninginrichters hier niet.
Even later komt Pak Ubud weer binnen met een hele zak vanille. Het is en wordt ons niet duidelijk of dit zijn hele handelsvoorraad is, of dat hij denkt dat we dit allemaal gaan kopen. We halen er maar een paar flinke bundels uit en vragen wat de prijs is. Het antwoord weet ik eigenlijk al; ‘Geef er maar wat voor’.
Lastig! Als je dit in Nederland zou kopen zou je een fortuin kwijt zijn. In Bali een half fortuin. En hier op Lombok zien we zelden vanille die te koop is, wat gebruikelijk is weten we echt niet..
We besluiten dan maar een klein fortuintje te geven, ook rekening houdend met de rondleiding, de lunch, de gastvrijheid en de vriendschap.
Aan het gezicht van Pak Ubud te zien is de beloning ruim voldoende. Wat haat ik dit soort situaties toch altijd!
Intussen horen we achter veel borden rammelen. De echte lunch is klaar. Oeps, dat is veel, soep, nasi, omelet. We eten nog maar wat en besluiten dan om op te stappen. Als we weggaan komt de vrouw van Pak Ubud toch ook nog even kennismaken. En natuurlijk zijn schattige dochtertje dat we voorheen ook al vaker hebben ontmoet.
Moeder wordt hartelijk bedankt voor de gastvrijheid en dochterlief krijgt nog een paar cadeautjes uit onze tas en dan nemen we afscheid. We hebben weer een lange weg te gaan naar Loco. We nemen nu de route langs de kust. Ook heel mooi.
Het wordt chaotisch druk op de weg. Vooral in de buurt van Tanjung en Bangsal.
We zien ook hier veel mini-moskeeën. Een soort schaalmodellen van de ‘echte’ moskee. Het schijnt dat er vanavond een soort optochten zijn met deze moskeeën. We hebben ze de afgelopen dagen ook al gezien in Loco en in Pondok Perasi. Het schijnt een serieuze aangelegenheid te zijn, zoiets als carnaval (al is dat niet echt serieus te noemen) maar dan anders.
Als we een tijd later Loco binnenrijden zien we daar ook al grote bedrijvigheid, de mini-moskee staat op de weg, op een pick-up auto, met heel veel mensen eromheen.





Tom, die zich een dagje in en om de kampung heeft vermaakt, staat er ook bij. Er wordt druk gewerkt aan de elektrische installatie. Naast een hoop lampjes moet er ook ‘elektrische muziek’ bij komen. En dat valt niet mee.
Maar zelfs als dat niet zou lukken is er herrie mogelijk, een grote dikke trom staat klaar.
Wij kijken even maar gaan dan naar de kamer om op te frissen en ons klaar te maken voor de avond.
Het ‘laatste avondmaal’ van Bonnie en Jeanne moet uiteraard in Pondok Perasi genuttigd worden, in huize Pak Umpuk.
We worden rond buka Puasa verwacht, en net daarvoor is het stil op de weg. Maar dat zal niet lang duren.
Bij Pak Umpuk en Ibu Misroh is het een drukte van belang. De spanning van het naderende feest hangt in de lucht. Er wordt volop gekookt en ook al gegeten. Vanaf nu mag het weer. Al zijn er veel mensen die nog een extra week gaan vasten.
Het eten voor ons is nog niet helemaal klaar, en Ibu Misroh verontschuldigt zich al. Maakt niet uit, Wahyudi lost het perfect op en zegt dat Bonnie en Anique wel even de oteh-oteh kunnen bakken. Zodat ze het later in Nederland ook nog een keer kunnen doen. Prima idee!
Intussen is het op straat hartstikke druk geworden. Even later dreunt het hele huis, de volumeknop van de geluidsinstallatie van de mini-moskee wordt open gedraaid. Op vol vermogen, wow…



We hadden geen idee wat we van de feestelijkheden en de optochten van vanavond konden verwachten, maar dit overtreft onze stoutste dromen.
De disco, house en trance versie van Allahu akbar schallen door de straat. De mini-moskee staat zo ongeveer voor Pak Umpuks poortje geparkeerd en een joelende en zingende menigte danst eromheen.
Dit is carnaval in het kwadraat. Het komt totaal niet overeen met het strenge en vrome beeld dat we van deze godsdienst hebben. Dit is gewoon met zijn allen uit je dak gaan.
Al merk ik dat niet iedereen het even veel kan waarderen. Pak Umpuk zal waarschijnlijk niet mee gaan swingen.
Maar met name de jeugd (hoewel er ook de nodige ‘ouderen’ op straat zijn) vindt het geweldig.
Wij genieten van een afstandje, heel bijzonder om de sfeer mee te maken, om dit een keer van dicht bij te beleven. Zoiets had ik in elk geval niet verwacht. Als het altijd zo’n vrolijk feest is, zou je je spontaan bekeren tot de islam.
En dat alles wordt dan weer afgesloten met een overheerlijke uitgebreide maaltijd. Wat hebben we het weer goed!
Voor Bonnie en Jeanne is het een avond met een dubbel gevoel. Een groot feest, maar tevens hun laatste avond hier. Uiteraard komen Ibu Diah, Opan en Ida ook langs, voor de gezelligheid en om afscheid te nemen.
Als we een paar uurtjes later helemaal vol zitten en toch echt afscheid gaan nemen, is het nog steeds onrustig op straat.
Maar morgen staat iedereen weer een drukke dag te wachten, we gaan toch proberen om in Loco te komen. En dat lukt nog vrij aardig. De optochten zijn voorbij, al is het nog drukker op straat dan gewoonlijk.
Als we bij Bumi Aditya aankomen drinken we nog een glaasje met Jeanne en Bonnie. De fles likeur is nog niet leeg. We doen ons best maar vanavond lukt dat ook niet meer. Met zijn allen worden uiteraard de afgelopen weken uitvoerig besproken. Het is prima gegaan, met vrienden op vakantie gaan is toch altijd even afwachten. En voor we op vakantie gingen hadden we Jeanne pas een keer of 3 ontmoet. Maar het was alsof we met één groot gezin op weg waren, hartstikke gezellig, geen problemen, geen irritaties (haha, bij ons tenminste niet) en iedereen heeft genoten. Zeker voor herhaling vatbaar!
Als Jeanne en Bonnie naar bed zijn (ze hebben morgen een hele lange dag voor de boeg), lopen we nog even Loco in.
We kijken of Herman thuis is. We hadden hem vanmiddag beloofd om vanavond nog een kopje thee te komen drinken. Maar helaas, zijn vader vertelt dat hij met de optocht mee is gelopen en nog niet terug is. Kan wel laat worden.
Dan wachten we niet langer en gaan we zelf ook naar bed.

 

Een belabberd filmpje, maar het geeft wel een aardig beeld van de sfeer (met geluid op vol volume is zoals wij het hoorden, maar iets minder is ook oke)... O ja, en die datum bij het filmpje klopt natuurlijk niet, moet 2013 zijn...

Lombok 07-08-2014 from Marianne Geurts on Vimeo.

 
Donderdag 8 augustus

Jeanne

Met een akelig en kriemelig gevoel in mijn buik word ik al vroeg (te vroeg) wakker. Pffff,  vandaag gaan we naar huis. Ik blijf toch nog maar even liggen want het is toch echt te vroeg om nu al op te staan. Er maalt me van alles door mijn hoofd. De afgelopen 3 weken zijn werkelijk fantastisch geweest. Een hele hoop gezien en gedaan en heel veel indrukken opgedaan. Dat zijn herinneringen die ik nooit meer zal vergeten. Dit was werkelijk dé reis van ons leven. En dat allemaal dankzij de familie Geurts die ons overal mee naar toe hebben genomen en ons overal bij betrokken hebben. Alles maar dan ook alles hebben zij er aan gedaan om het ons naar de zin te maken. Helemaal geweldig!!! Zij hebben mij aangestoken met het Lombokvirus en daar kom ik volgens mij ook niet meer van af. En eerlijk gezegd wil ik dat eigenlijk ook niet.
Als Bonnie wakker is staan we toch maar op. Even ontbijten. We voelen allemaal een beladen gevoel in de lucht hangen en houden daarom de gesprekken maar zo luchtig mogelijk. Is ook het beste anders zit ik binnen de kortste keren te janken. Trouwens, niet alleen ik. Vooral Marianne is hier ook heel gevoelig voor.
Na het ontbijt gaan Peter en Marianne even de kampung in. Bonnie en ik gaan onze koffers inpakken. Ja, nu moet het toch echt. We laten toiletspullen en wat kleren eruit om straks nog ff te douchen voordat we gaan. Het is nu alweer warm dus wel lekker om straks fris de terugreis te beginnen. Het is tenslotte een reisje van plm 17 uurtjes.
Als Peter en Marianne terug komen lopen we nog even Senggigi in. Bij Angels drinken we nog wat. Mmmmm, mijn laatste verse ananassap. Ik geniet hier dus dubbel en dwars van. Dit kun je thuis ook maken maar het zal zeker niet zó smaken zoals het hier op Lombok doet. De entourage is ook een beetje anders, hihi. Na het drankje lopen we de supermarkt in voor de laatste dingetjes (lees: snoep, koek, snacks) te kopen voor onderweg.
Terwijl Peter en Marianne, samen met Opan en Idah, een bezoekje brengen aan een paar Nederlanders nemen wij even de tijd om alles te checken. Handbagage klaar maken met de benodigde reisdocumenten. Tickets, check. Geld, check. Paspoorten, check. Enz. enz.
Peter heeft ons al ingecheckt en ons alles uitgelegd wat nodig is om te weten voor de terugreis. De heenweg zijn we samen gereisd en liepen we gewoon achter hun aan (erg relaxed) maar nu gaan Bonnie en ik alleen terug. Niet dat we dat niet zouden kunnen maar toch prettig om wat tips en uitleg te krijgen. De familie Geurts heeft deze reis al zo vaak gemaakt dat zij onderhand wel weten wat je het beste moet/kunt doen om de reis zo soepeltjes mogelijk te laten verlopen.
Als Peter en Marianne terug komen van hun bezoekje is het tijd om wat te gaan eten. We besluiten om naar Graha te gaan en er een gezellige afscheidslunch van te maken. En gezellig is het zeker. Want niet alleen wij en de familie Geurts maar ook Daan met haar kleine zusje en Opan en Ida eten met ons mee. En nu ook echt (overdag) eten want de ramadan is voorbij. Voordat we het weten is alweer tijd om op te stappen. Wij moeten om 3 uur de bus naar het vliegveld nemen en willen nog graag even douchen. En daar sta ik dan weer met een brok in mijn keel als ik afscheid neem van onze Lombokse vrienden. Maar nu ben ik een grote meid en huil niet. Alhoewel? Bij het afscheid met Ida veeg ik snel even een traantje weg. Het zijn ook allemaal zo’n lieve mensen!
Zo, dat zit er op. Nu snel douchen en de koffers kunnen dicht. Na een kamercheck, niets vergeten?, lopen we met onze bagage naar Peter en Marianne. Poeh poeh, ik dacht dat onze koffers de terugreis lichter zouden zijn maar daar heb ik toch een inschattingsfoutje mee gemaakt. Hebben we dan zoveel hier gekocht? Bij Peter en Marianne aangekomen gaat het me steeds slechter af. Nu afscheid nemen van Anique en Tom. Ook dat valt me zwaar. Anique is zo lief voor mij (o.a. zuster spelen voor mijn grote teen) maar vooral voor Bonnie geweest. En ook Tom, die met zijn nuchtere, grappige en bijdehande opmerkingen ons de afgelopen weken heeft vermaakt. Wat een rotdag is het toch.
En dan toch maar de auto in. Peter had ons graag naar het vliegveld gebracht maar we weten niet hoe druk het op de weg is ivm de feestdag vandaag. Dus kiezen we voor het veilige en gaan ruim op tijd met de bus naar het vliegveld. Het is wat stilletjes als we naar de opstapplaats rijden. Eenmaal daar aangekomen moeten we nog even wachten. De koffers worden wel alvast in de touringcar gezet en dan staan we wat te wachten met een heeeeeeel luchtig gesprek. Vooral niet beladen gaan denken want dan gaat het weer fout. Toch Marianne?
Na een 10 minuutjes wachten komt dan toch de chauffeur aangelopen en stapt in. Oh nee, nu moeten we dus écht gaan. Slik, slik. Ik bedank Peter uitvoerig en (inmiddels) in tranen ook Marianne. Verschrikkelijk, wat haat ik dit. Na een laatste knuffel stappen we in. En daar staan ze dan te zwaaien terwijl wij weg rijden. Nog steeds met de tranen over mijn wangen maar met een glimlach zwaai ik terug. Ja, met een lach en een traan. De traan voor het afscheid en de lach voor een mooie tijd.
En dan……. Pfffffffffff.  Dat zit er op.
Als we naar het vliegveld rijden kijk ik nog heel goed om me heen. Alles nog even in me opnemen. Het is gelukkig niet zo druk op de weg, tegen de verwachting in, en we komen mooi op tijd op het vliegveld aan.
Koffers uitladen en op het karretje zetten en naar binnen. Daar de koffers afgegeven en de nodige dingen geregeld. Zo, dat is ook weer gedaan.
Nog een lekkere cappucino drinken en daarna slenteren we nog wat rond totdat het tijd is om te gaan boarden.
Alles loopt mooi op tijd en geen vertraging. Fijn. Dus het vliegtuig in en je met de geit. Als we opstijgen blijf ik maar door het raampje kijken. Laatste blik op dit mooie eiland. Het verdrietige gevoel maakt plaats voor een warm en gelukzalig gevoel. Heerlijk. En nu……. Naar huis.

Als laatste wil ik wil afsluiten met:
Terima kasih banyak Lombok, untuk minggu-minggu yang indah dan untuk segala sesuatu kami mengalami dan untuk segala sesuatu diterima kami. Banyak kenang-kenangan untuk hidupan kami. Kami tidak pernah akan lupa ini!
Salam manis, Bonnie dan Jeanne

Oftewel;
Hartstikke bedankt Lombok voor deze mooie weken en voor al het moois dat wij mochten ervaren en ontvangen. Veel mooie herinneringen voor het leven. Wij zullen dit nooit vergeten!!!
Liefs, Bonnie en Jeanne.


 

Marianne, donderdag 08 2013

‘Selamat hari Raya Idul Fitri, mohin maaf lahir dan batin’. En in de uitgebreide versie ook nog ‘Minal aidin wal faidzin’ ertussendoor…. Ik heb effe flink geoefend, want dit schijnen we vandaag tegen iedereen te moeten zeggen.
Dit is onze eerste Idul Fitri, suikerfeest, in Lombok. De vastenmaand zit erop, nu mag er de hele dag door weer gegeten worden. We zijn heel benieuwd wat de dag ons gaat brengen.
In elk geval een hele vroege wekker, vanaf de moskee. Volgens mij zijn de gebeden de hele nacht doorgegaan, maar niet op vol volume. Maar vroeg in de ochtend gaan de speakers weer open. We zullen weten dat het een feestdag is vandaag! Allah wordt luidruchtig en veelvuldig geroepen.
Eerst maar eens een ontbijtje. Daarna gaan we even bij Daan langs. Helaas, ze is niet thuis, op bezoek bij oma. Ja, het zijn net de kerstdagen in Nederland, veel verplichte bezoekjes.
Als we teruglopen komen we langs het huis van Herman. Boven de keiharde muziek uit (hé, dat deuntje kennen we nog van gisteravond….Allahu akbar etc.) horen we Herman roepen. Of we nu even een kopje thee komen drinken, in plaats van gisteravond. Tja, lastige vraag, een kopje thee is wel lekker, maar we vermoeden dat dat misschien niet zo goed uitkomt, ongetwijfeld heeft de familie van Herman nog wat bezoekjes af te leggen vandaag.
Maar ook Hermans vader dringt aan. Dan kunnen we niet weigeren en lopen we binnen voor een kopje thee en heel veel lekkere koekjes. Vader en zus komen er gezellig bijzitten.
Al snel haalt vader het fotoalbum erbij, heel veel foto’s van Herman en de rest van de familie volgen. Met uitgebreide uitleg wie wie is….  
Dan komt het gesprek op trouwen en relaties. Ja, vader heeft nog 2 kinderen in de aanbieding; Herman en zijn mooie zus, Mala geloof ik. En wij hebben toch toevallig ook een jongen en een meisje…? Jaja, dat klopt inderdaad. Geen idee of hij de koppelpoging het serieus bedoelt, maar het is wel duidelijk dat hij vindt dat Herman toch al lang getrouwd had moeten zijn. Voor Lombokse begrippen klopt dat wel, maar we brengen het gesprek maar snel op een ander onderwerp.
Even later blijkt dat moeder al klaar staat om op familiebezoek te gaan. Mooi, een goede gelegenheid voor ons om verder te gaan. Intussen is Daan ook weer thuis, het familiebezoekje op Idul Fitri is geen langdurige aangelegenheid. Maar we beloven een andere keer een kopje thee bij haar te komen drinken. We willen nog even Senggigi in. Jeanne en Bonnie vertrekken vanmiddag en we willen nog één keer samen genieten van een lekker sapje.
Terwijl de kampung leegstroomt, lopen we het pad af. Op de hoofdstraat is het redelijk rustig. Al snel merken we dat alles dicht is. Restaurantjes, winkels. Het is echt overal stil. Een enkele toerist loopt verdwaald rond. Op de weg tuffen motortjes met hele gezinnen erop voorbij, ongetwijfeld op weg naar familie, of al weer terug naar huis. We ontdekken dat we bij Angels wel welkom zijn. Dan drinken we daar maar wat.
Rond de middag merken we dat er toch meer dingen open gaan. Als we later weer in het hotel zijn, komen Opan en Ida. Zij gaan met ons mee naar Indah Homestay om kennis te maken met Ruud en zijn vriendin uit Nederland. Ruud heeft vanuit Nederland een paar keer contact gehad met Opan en ze willen elkaar graag een keer ‘in het echt’ ontmoeten. Het is leuk om hier weer ‘nieuwe’ mensen te ontmoeten, jong, enthousiast en vol van hun reis door Indonesië. Op een berugak bij de homestay kletsen we een uurtje. Dan gaan we weer verder. We hebben beloofd om vanmiddag samen met Jeanne en Bonnie te lunchen, dus maken we het niet te lang. Onderweg sms-en we Daan even, misschien heeft ze zin om mee te gaan, we vinden het vervelend dat we haar vanochtend zijn misgelopen, en ze wil in elk geval nog afscheid nemen van Bonnie en Jeanne. Natuurlijk komt Daan en ze neemt haar zusje Zahra mee. Ook Opan en Ida eten een hapje mee. We nemen maar een grote tafel bij Graha, waar het erg rustig is, maar ondanks dat toch een hele tijd duurt voor we allemaal eten en drinken hebben.
Na de lunch lopen we terug naar het hotel. Daar zien we allerlei schalen op ons terrasje staan. Daan kijkt vol spanning naar onze gezichten. Ja, die heeft zij er neer gezet toen wij bij Indah Homestay waren, in opdracht van Sane, haar moeder. Ons speciaal Idul Fitri diner, omdat we vanochtend voor een gesloten deur stonden. Oeps….laten we nu net een lunch op hebben. Er zijn banaantjes, koekjes, een soort zoete rijstblokken en iets dat we niet thuis kunnen brengen. Rijst in een vloeistof, met wat groene kruidensnippertjes erdoorheen. Als we vragen wat het is, zegt Daan dat we maar moeten proeven, moeder heeft het speciaal voor de feestdagen gemaakt. En is er een paar dagen geleden al aan begonnen, het duurt een paar dagen voor het klaar is.
Voorzichtig neem ik een lepeltje. En nog een, proef ik dit goed? Ik geef Tom ook een hap en kijk naar zijn gezicht. Hij begint te lachen, sterk spul hè!
Ja, dat dacht ik dus ook, als hier geen alcohol in zit?! Ik vraag het aan Daan en ze zegt dat dat echt niet zo is, nee, geen alcohol, alleen maar natuurlijke ingrediënten, rijst, en sap van verschillende planten, een soort kruiden. Ja, haha, als je bepaalde natuurlijke ingrediënten bij elkaar gooit en ze lang genoeg laat gisten, komt er toch echt wel alcohol uit….
Maar dat maakt niet uit, Lombokse logica, als er geen alcohol in wordt gedaan, zit het er nu ook niet in.  
We nemen nog maar een hapje, het smaakt prima, met of zonder alcohol. Als het maar puur natuur is!
Even later komen Jeanne en Bonnie met hun koffers aanlopen, en hun gezichten stralen veel minder dan de afgelopen weken. Tijd om te vertrekken…
Ze nemen afscheid van Daan, Tom en Anique. Peter en ik brengen hun weg naar de bushalte in Senggigi. We hadden geen idee hoe de verkeerssituatie zou zijn op deze feestdag, en durfden het ook niet aan om naar het vliegveld te rijden. Achteraf blijkt er vandaag dus niets bijzonders te zijn. Alleen zijn de winkels dicht, en gaan veel mensen op familiebezoek, maar dat leidt niet tot extra drukte op de weg. Waarschijnlijk zijn de meeste bezoekjes in de ochtenduren. Maar met de speciale airport shuttlebus komen Jeanne en Bonnie ook prima op het vliegveld. Voor die 30.000 rp hoef je het niet te laten.
Erg druk is het niet in de bus. Veel mensen wordt afgeraden om te reizen op deze dag, maar waarom? Geen idee…
Als de chauffeur er aan komt gelopen, moeten we toch echt afscheid nemen van de dames. Slik….ik haat afscheid nemen, en Jeanne ook. Tja, dan maar snel, een snik, een traantje, een dikke knuffel, goede reis en tot over een paar weekjes.
Met zijn tweetjes in een stille auto rijden Peter en ik terug naar de kampung. Wat doen we de rest van de dag? Geen idee… We weten ook niet goed wat gepast of gewoon is. Even een sms naar Pak Umpuk sturen, vragen of het uitkomt dat we een kopje thee komen drinken. Ik krijg direct antwoord, sorry, hij wil graag nog even naar het graf van Pak Di. Natuurlijk, geen probleem. Dan springen Peter, Tom en Anique nog even in het zwembad. Voor ze er goed en wel uit zijn, krijg ik weer een sms van Pak Umpuk. Hij is al terug, en hij zou het fijn vinden als we nu even langs komen. Dan doen we dat maar.
Even later zitten we in de auto en rijden over een vrijwel lege weg naar Ampenan. Daar kan ik weer mijn Idul Fitri wensen opzeggen.
Ibu Misroh heeft veel zoetigheid voor ons klaarstaan, maar veel honger hebben we eigenlijk niet.
Maar weigeren zit er natuurlijk ook niet in.
Vroeg in de avond gaan we naar het hotel, onder luid protest van Pak Umpuk en Ibu Misroh….we hebben niet eens meegegeten. Eten, ik moet er even niet aan denken… En we hebben een afspraak met Mohni vanavond, dus moeten we echt gaan.
Als we in het hotel zijn, krijgen we een sms van Mohni, sorry, er is iets tussengekomen. Tja, dan niet, dan hebben we een avond rust, ook wel lekker. Wat zal Pak Umpuk morgen balen als hij hoort dat we eigenlijk toch mee hadden kunnen eten.
Laat op de avond krijgen Peter en Tom toch nog honger en lopen ze naar Yunas voor een snelle hap. Anique en ik slaan even over.
We gaan op tijd naar bed. Het was een vreemde dag.
Een feestdag maar niet echt feestelijk, veel te veel zoete hapjes, moeizaam te regelen bezoekjes, het afscheid van Bonnie en Jeanne.
Nu maar eens lekker slapen en morgen weer een gewone vakantiedag!

 

Dan nog even iets anders....
Jeanne en Bonnie, we vonden het hartstikke leuk dat jullie mee zijn geweest naar Lombok, maar dat hadden jullie vast al gemerkt.
Bedankt voor het gezelschap en voor de leuke weken samen!
Jeanne dat je ook zo fanatiek was met het schrijven van het reisverslag, en dat we dat je verhalen mogen publiceren op deze website vinden we helemaal geweldig. Bedankt voor je mooie verhalen en herinneringen, we vullen elkaar met schrijven mooi aan, vind ik!

Tja, we hadden jullie van tevoren gewaarschuwd, mensen met het juiste gevoel voor Lombok raken gemakkelijk verslaafd aan dit prachtige eiland met o zo vriendelijke inwoners.... En dat juiste gevoel hebben jullie zeker!
Dus sampai jumpa lagi (tot ziens) op Lombok, we hopen jullie er nog vaak te ontmoeten. En voor het weer zover is, komen we elkaar wel weer een keer tegen in Blitterswijck, Leunen of Venray.
Jeanne en Bonnie, terima kasih banyak voor alles!!!








 

 
Vrijdag 9 augustus

We slapen een klein beetje uit en ontbijten dan bij Bumi Aditya, waar het nog steeds erg druk is. En dat staat garant voor een rommelig ontbijt. We zijn benieuwd of dit in de toekomst gaat veranderen. Met nog meer kamers in aanbouw gaat het zeker mis als de keuken en ontbijtzaal niet worden aangepast. Maar heel stiekem hopen we dat het hotel ooit weer terug gaat naar wat het was toen we hier een paar jaar geleden waren. Een oase van rust, knus en gezellig. Dat ‘luxe’ hoeft voor ons niet. Kamers met airco, een zwembad. Hebben we hier niet echt nodig. Onze ventilator doet het prima, en zwemmen kan ook in de zee…
Gelukkig hebben we nog steeds beslag weten te leggen op de grootste en meest rustig  gelegen kamers van het hotel. En laat dat nou net ook de goedkoopste kamers zijn! Niet verder vertellen hoor…
Tom bereidt zich voor op de aanstaande Rinjani-beklimming en gaat na het ontbijt verder met pelan-pelan doen. Peter, Anique en ik gaan een stukje wandelen.
De vaste route maar weer. Als we bij de hoofdweg komen zien we dat de nieuwe ingang naar Pasar Seni Dua ongeveer klaar is. Een mooi betonnen muurtje met tekst en een ‘waterpartijtje’ ernaast. Tjonge, wat mooi. Dat gaat toeristen en klanten trekken voor de anderhalve winkel en warung hier!
We gaan Ibu Ana maar even zeggen dat ze de pan alvast op het vuur moet zetten voor de hordes klanten haar warung overstromen.
Als we bij de warung aankomen komt Satri, het kleinzoontje van Ibu Ana al enthousiast aanhuppelen. ‘Auntie Anique, auntie Anique!’ En dan moet Anique op de hurken gaan zitten zodat hij aan haar haren kan voelen. Ja, jong geleerd is oud gedaan, kleine ondeugd! Ibu Ana vraagt wat we willen eten of drinken, maar we vinden het nog iets te vroeg. Maar vanavond komen we terug, beloofd!
We lopen over het strand verder. Daar zien we van een afstand Awal met zijn vrouw heen en weer lopen. Ja, de Ramadanmaand is voorbij. Ze staan nu weer met hun koffie/fris/hapjestentje op de punt bij Senggigi Beach Hotel. Gezellig, één van onze favoriete tussenstops op deze wandeling!
Maar het gaat ze moeilijk af nu. Doordat het pad naast de zee op een paar plaatsen is ingezakt, kunnen ze niet meer met de voorraadkar bij het tentje komen. Voor het eerste gat in het pad laten ze de kar staan. Alle spullen moeten dan met de benenwagen overgebracht worden. Wat een gedoe! We vragen ons trouwens af of het pad nog ooit gerepareerd zal worden. En of het dan ook beter wordt gedaan. De zee heeft natuurlijk ongekende krachten en haalt alles neer, zeker in de regen/stormtijd, maar er moet toch een manier zijn om zo’n pad goed aan te leggen.
Tegen dat we op de punt aankomen, ligt er voor ons al een bordje pisang goreng af te koelen. Mjammie! Dat hebben we gemist de afgelopen weken tijdens de Ramadan! Jammer dat Jeanne en Bonnie dit typische stukje Lombok (voor ons tenminste) gemist hebben.
Er worden ook nog een paar kopjes ABC-cappuccino gemaakt, lekker, en dat allemaal met een prachtig uitzicht over de zee en vrijwel lege stranden. Inmiddels is Awal zelf al weer vertrokken. Nieuwe voorraden halen en naar de moskee, o ja, het is alweer vrijdag!
Maar moeder heeft hulp van 2 van haar kinderen, Samsul en Apriliani. Het is erg rustig. Toeristen komen hier zelden, de vissers en surfers die hier meestal rondhangen zijn er ook niet, vast naar de moskee.
Alleen Pak Wawawawa, bekenden weten wel wie ik bedoel, de verkoper die niet kan praten, maar ondanks dat hele gesprekken wil voeren. Hij komt ons gezelschap houden.
Dat wordt weer veel gebaren en gissen.
Ja, hij heeft nog steeds van alles in de aanbieding, sleutelhangers, boekenleggers, armbandjes, allemaal zelfgemaakt, eventueel met naam erin verwerkt. Nou, we hoeven nu niets, maar ik heb nog wel wat moois in mijn tas zitten. Hij krijgt van ons een pen en een minilampje. En omdat het feest is geweest ook nog een kop koffie erbij! Zijn dag kan niet meer stuk, tot Ibu Awal hem duidelijk maakt dat hij toch echt moet gaan nu, anders komt hij te laat in de moskee!
Dag Wawawawa.
Wij hoeven niet naar de moskee, maar wandelen wel weer verder. Kijken of we nog ergens andere mensen kunnen vinden, want het is ontzettend stil. Om de hoek wordt het wat drukker. Bij Senggigi Beach liggen een paar toeristen. Het is weer even klauteren om van het pad op het strand te komen. De zandzakken die als trapje neer waren gelegd, drijven allemaal weg. Elke dag zakken ze verder naar en in de zee.  Via de tuin van Sengiggi Beach Hotel is een betere optie, maar, ongetwijfeld met het doel de verkopers van het terrein weg te houden, staan daar overal bamboehekjes voor. Och, zo blijft de wandeling iets weg hebben van een survivaltocht….
Als we het hotel voorbij zijn, richting het haventje, wordt het nog drukker. Veel local tourists, uit Java vermoeden we. Een groep giechelende jongedames wil graag met Anique op de foto. Vandaag kan alles, we zijn in een goede bui.
Vroeg in de middag eten we een hapje bij Coco Loco. Ook op de Pasar Seni en de omliggende restaurantjes is het vrijwel uitgestorven. Je vraagt je af waar alle toeristen toch zijn, naar horen zeggen is er geen hotelkamer meer vrij in Senggigi. Maar overdag zie je de toeristen nergens. Niet in Senggigi tenminste. Misschien allemaal naar de Gili’s, Senaru of naar de traditional Sasak villages….
Als we via de hoofdweg teruglopen komt Tom eraan. Hij gaat even pinnen (het werkt weer goed bij de ATM, als we tenminste bij de goede ATM van Mandiri pinnen) en dan inkopen doen voor de trektocht naar de Rinjani. Wij kopen alvast een paar ballen voor het uitstapje met alle kinderen, dat is al over 2 dagen!
Als ik uit de supermarkt kom, zijn Peter en Anique druk in gesprek met een politieman, van de politiepost voor de winkel. Tja, die mannen hebben niks te doen. Ik begrijp ook niet waarom rond de feestdagen overal grote politieposten worden geplaatst, zelfs op het strand staat een joekel van een politie/militaire tent.
Deze man vindt het in elk geval interessant om even te kletsen. Hij komt uit Bali, en kent Pak Made, de inmiddels overleden voormalige eigenaar van Bumi Aditya. Tja, het is een kleine wereld. In de middag gaan we met zijn viertjes nog even naar Mataram Mall. Tom heeft nog wat batterijen nodig. Ik duik de drogist in op zoek naar wat afterbite en brandwondenzalf. In het Engels lukt het niet. In het Indonesisch valt het ook niet mee. De afterbite heb ik snel gevonden, maar de brandwondenzalf is moeilijker. Mijn tubetje uit Nederland heb ik vorige week afgegeven en niet meer teruggekregen. En hier willen ze me opzadelen met aftersun. Prima spul hoor, maar ik zocht eigenlijk iets anders. Als er een andere juffrouw wordt ingeschakeld komen we verder. Er komt een tube zalf tevoorschijn die er serieuzer uitziet. Burnazin, klinkt goed. En ik zie al iets van ‘luka bakar kedua dan ketiga’. Lijkt op 2e en 3e graads brandwonden. Ik koop de tube en ga straks de bijsluiter maar eens uitpluizen.
Nu gaan we eerst iets leukers doen, lang leven Lombok buiten de Ramadan! We nemen een duik in de stoeltjes van Café Oceanic, voor een lekkere crêpe met chocola en pindakaas. Het enige niet Indonesische eten waarvoor je me hier midden in de nacht wakker mag maken. Al zit ik meestal na een kwart crêpe al vol. Maar met zijn allen krijgen we het bord wel leeg.
Voor we weer naar huis gaan, kijken we nog even rond of we misschien de cd-versie van het vrolijke ‘deuntje’ op de avond voor Idul Fitri zien liggen. Maar dat is lastig. We kunnen in de cd-winkel wel even met zijn allen allahu akbar gaan zingen, maar of dat nou zo’n goed idee is?
We kijken in het rek met ‘religieuze muziek’, maar worden er niet echt wijzer van. De hoesjes zien er niet uit alsof er zo’n vrolijke muziek in zit. We vragen het wel eerst even na bij Opan of zo. Waarschijnlijk is er goede en goedkope straathandel in deze muziek.



We rijden via de mooie ‘toeristische’ route door Gunung Sari terug naar Loco. Daar drinken we nog wat op ons terrasje. In de avond lopen we naar Warung Ana voor het diner. Het is weer zo’n heerlijke avond, prachtige lucht, rustig, beetje afgekoeld. Bij Ibu Ana is het ouderwets gezellig, al missen we het gezellige gekwebbel van Jeanne en Bonnie. Maar de familie, kinderen en kleinkinderen van Ibu Ana maken veel goed. Satri is weer in zijn nopjes. Auntie Anique en Om Tom bij elkaar, hoeveel geluk kun je hebben?! Tom wordt ingeschakeld om zijn helm te repareren. Het is oppassen dat het kleintje er niet met Tom’s zakmes vandoor gaat! Dat zakmes is nog interessanter dan Tom’s laptop en telefoon bij elkaar!
Haha, en hij zou er ook nog een stuk van Anique’s haren mee kunnen afknippen. Dat zullen we hem maar niet vertellen….
Na een heerlijke maaltijd hobbelen we weer naar ons hotel. Daar horen we van Jay dat ze morgen om half 5 vertrekken naar de Rinjani. Wij hebben afgesproken dat Ida morgenvroeg duikles krijgt in het zwembad hier. Dus kunnen we niet naar Sembalun rijden, waar de Rinjani trektocht begint. Maar de chauffeur van Jay zal de weg vast ook wel weten.
We gaan maar niet te laat naar bed. Na een laatste check van zijn spullen duikt Tom ook het bed in. Voorlopig zijn laatste nacht in een echt bed…morgen moet hij het met een slaapmatje in een tentje op de berg doen.

 

 
Zaterdag 10 augustus

Om kwart over 4 loopt de wekker af, wat een tijd om uit je bed te komen in de vakantie….
Jay staat al met zijn auto bij de receptie. Het wordt een gezellige trip, want naast Jay gaat er nog een collega van hem mee. Als de auto wegrijdt zien we dat Wawan ook instapt en meegaat.
Dat wordt een begeleiding van 3 mensen voor 1 toerist. En dan gaan er vanuit Sembalun ook nog een paar dragers mee. Hoe luxe kun je het hebben?!
Als de auto weg is, duiken wij nog even het bed in.
Een paar uurtjes later komen we er weer uit en gaan we ontbijten. Dan is het wachten op Opan en Ida. Ida krijgt vandaag duikles in het zwembad bij Bumi Aditya. Spannend! Ida zou dolgraag een keer duiken, maar vorig jaar in zee ging het helemaal niet goed. Ze was op van de zenuwen en is uiteindelijk niet eens in het water gekomen. Voor ze weer een keer mee de zee in gaat, kan ze beter even oefenen in het zwembad.
Opan komt mee voor de vertalingen, maar blijft zelf uit het water. Peter mag lesgeven. En Anique en ik lopen mee naar het zwembad om foto’s te maken en om haar aan te moedigen.
Maar dat blijkt nauwelijks nodig te zijn. Ze gaat vrij rustig het water in en na een paar aarzelingen doet ze de oefeningen die Peter uitlegt en voordoet netjes na. Nu nog afwachten of het volgende keer in zee ook zo gaat.



Terwijl Anique en ik langs het bad zitten te kijken, zien we dat er heel uitgebreid gepoetst wordt in en om de kamers rond het zwembad. Hoewel, gepoetst? De jongens die aan het werk zouden moeten zijn, houden alles wat er in het zwembad gebeurt strak in de gaten. Eén jongen denkt dat onopvallend te doen, vanuit een kamer waar hij net met een bezem binnen liep. Wel een half uur staat hij door het raam naar buiten te turen. Ik hoop voor hem dat hij niet per schoongemaakte kamer wordt betaald…. Maar dat zal wel niet. Het verbaast me überhaupt dat de kamers worden schoongemaakt. Waarschijnlijk gebeurt dat alleen als er nieuwe gasten komen, want in onze kamers zijn ze nog niet geweest. Hoeft voor mij trouwens ook niet.
Na de duikles lopen Opan en Ida mee naar onze kamers. Terwijl Ida onze badkamer onveilig maakt, maak ik een lekker kopje cappuccino, en we hebben ook nog heerlijke brownies van de bakker erbij! Dat heeft Ida wel verdiend.
Ida is snel klaar met douchen. Het water werd veel te heet, zegt ze. En uit de andere kraan kwam alleen maar koud water. Oeps, vergeten uit te leggen, als je beide kranen een beetje opendraait, hebt je lekker warm water. Daar denken wij als verwende Nederlanders niet bij na. Maar hier hebben de meeste mensen geen warm water uit de kraan. En een douche trouwens ook niet.
Als we de koffie op hebben, overleggen we even. We willen straks naar de markt in Ampenan om inkopen te doen voor morgen.
Maar het is ook bijna lunchtijd. Dan maar eerst met zijn vijven gezellig een hapje eten bij Ibu Ana. Opan en Ida hebben er geen bezwaar tegen, wij ook niet….



Even later zitten we met een prachtig uitzicht te genieten van heel veel lekkers. Ida eet niet veel, ze zit nog helemaal vol van haar duikavontuur. Wij vinden ook dat ze het prima heeft gedaan, nu maar hopen dat de volgende duik in zee net zo goed bevalt.
Na het eten rijden we naar Ampenan, er moet weer gewerkt worden. Morgen is de grote dag van het uitstapje met alle kinderen. De meeste dingen hebben Opan, Ida en Pak Umpuk al geregeld. Ruim 100 lunchpakketjes worden onder leiding van de moeder van Hasan in Kediri gemaakt. Twee bussen zijn door Opan besteld. De bestemming is vastgelegd, we gaan naar Tanjung Aan, een mooi strand in de buurt van Kuta, in zuid Lombok.
Alle kinderen zijn uitgenodigd. Hamdi verzamelt morgen de kinderen in Batu Tumpeng. Ida verzamelt de kinderen in Kediri. In die plaatsen zullen we ze met de bus oppikken. Alle andere kinderen vertrekken vanuit Ampenan. Hermawati uit Teluk Nare komt vanavond met Pak Umpuk mee en logeert dan een nachtje bij Ibu Diah in Ampenan. Aziz uit Lembar zal morgenvroeg zelf met een ojec naar Kediri komen.
Het was een hele logistieke planning, maar alles is prima uitgevoerd door Opan.
Vandaag moet er nog wat vers fruit gekocht, en wat snoepgoed en lekkere hapjes voor onderweg en voor tussendoor.
Daar mogen wij bij assisteren. Onze auto om precies te zijn. Want we weten uit ervaring dat op Pasar Kebon Roek onze bleke gezichten de prijs flink opdrijven. Opan en Ida mogen de inkopen en onderhandelingen doen, wij blijven een beetje uit hun buurt en zorgen voor het vervoer naar Ampenan. Het is mooi om te zien hoe alle koopwaar door met name Ida wordt gekeurd. Ze is een kritische klant. Dat ze steeds aan mij komt vragen of ze iets wel of niet zal kopen, of dat ik de prijs wel oké vind is minder handig. Na een paar keer hebben natuurlijk alle marktdames in de gaten dat wij bij Opan en Ida horen. Daar gaat onze tactiek van ‘laat Opan en Ida maar alles kopen’. Dan kunnen we net zo goed gezellig bij Opan en Ida lopen en samen beoordelen of we voor de rode of de gele appeltjes gaan….
Na een paar rondjes over de markt hebben we alles bij elkaar.




Voor we met een volle auto weer vertrekken, wil ik ook nog even iets kopen. Er zit hier ergens een winkeltje met honderden verschillende sarongs, echte traditionele, niet de dunne katoenen lapjes die op het strand en in de toeristenwinkeltjes worden verkocht. En ik kan me van jaren geleden herinneren dat de prijzen hier ook prima zijn. In elk geval veel beter dan op het strand. Voor Sane en voor Sareah uit Loco willen we graag een mooie sarong uitzoeken. Die dames verwennen ons geregeld met lekkere hapjes en drankjes. En ze dragen bijna altijd een sarong, dus een nieuwe komt zeker van pas. Het kiezen is weer moeilijk, zeker als er zoveel verschillende zijn. Maar met hulp van Opan en Ida lukt het. Voor de prijs hoeven we het ook niet te laten….
We rijden terug naar Ampenan en stallen de spullen bij Ibu Misroh. Pak Umpuk is vandaag duiken. Riskia is niet thuis en Aufa ligt te slapen. Een mooie gelegenheid om eens met Ibu bij te kletsen. Als Pak Umpuk thuis is, houdt ze zich meestal op de achtergrond, maar nu kwebbelt ze er vrolijk op los. Ze wil alles weten over Nederland. Hoe het eruit ziet, hoe we leven. Hoe krijgen we het warm in de winter, dat soort dingen. Gelukkig is Opan er ook nog om af en toe wat te vertalen.
Halverwege de middag gaan we terug naar het hotel.
We lopen even naar Daan en nemen direct de sarong voor Sane, haar moeder, mee.
Natuurlijk komen we niet weg voor we weer een grote kop thee met wat lekkers hebben gehad.
We hebben Daan ook uitgenodigd om morgen mee te gaan. Dat vinden wij heel gezellig, en zijzelf vast ook. Ze verheugt zich er al op. Het is al weer lang geleden dat zij met een bus op pad is geweest. Dat was in 2008 toen we met een grote groep kinderen (en ouders) van Proyek Kampung Loco naar de waterval bij Senaru zijn geweest.
Na al die jaren komen er nog geregeld vragen uit de kampung wanneer we dat weer gaan doen. Helaas, nu hebben we ons eigen project…
Voor we weer weggaan, moeten we even in Daan’s kamer komen kijken. Een heel gezellig kamertje, netjes opgeruimd. Haar grote trots is een wand vol foto’s. Wat leuk, alle foto’s die wij en andere Nederlandse vrienden haar in de loop van de jaren hebben gegeven, zijn opgehangen. Ze weet nog precies van elke foto waar het is, welk jaar, wie er bij waren enzovoort. Het mini-fotoalbumpje dat ze een keer van ons heeft gehad, ligt ernaast op een tafeltje. De foto’s eruit knippen vindt ze zonde, maar ze wil ze wel graag bij de hand hebben, zodat ze af en toe even herinneringen op kan halen. Het is leuk om te zien dat de foto’s die ze krijgt ook echt gewaardeerd en gekoesterd worden!
Voor het avondeten lopen we maar een keer Senggigi in. Het is druk op straat. Blijkbaar zijn alle toeristen weer teruggekeerd van de dagtochten. Bij Bale Tajuk vinden we nog een vrij tafeltje. Lekker, rendang! Arme Tom, die moet het vanavond waarschijnlijk met minder doen. Maar zijn uitzicht en omgeving maken ongetwijfeld veel goed, daar op de Rinjani!
Als we een tijd later weer in het hotel zijn, krijgen we een paniekerig telefoontje van Opan. Het busverhuurbedrijf heeft gebeld. Met de bussen helemaal naar Tanjung Aan rijden durven ze niet aan. Er zijn problemen met een brug ergens onderweg. Als alternatief stellen ze voor om naar Kuta te gaan.
Wij vinden het prima, in Kuta is ook een prachtig strand. En Tanjung Aan blijft dan op ons verlanglijstje staan tot een volgende vakantie. Hebben we in elk geval een goede reden om nog een keer terug te komen naar Lombok! We stellen Opan gerust en zeggen dat het morgen vast een leuke dag gaat worden, de uiteindelijk bestemming maakt niet uit. Voor de kinderen is het busreisje alleen al een feest. En dan gaan we lekker slapen. Het wordt morgen waarschijnlijk ook een vermoeiende dag!


Nog een paar mooie Rinjani plaatjes van Tom:









 

 
Zondag 11 augustus

Vandaag is de ‘grote’ dag van het traditionele Impian Anak uitstapje. Wij, en velen met ons, hebben er naar uitgekeken. Jammer dat Jeanne en Bonnie er niet bij kunnen zijn, ze zouden zo graag een hele dag met Puput op pad zijn gegaan.
Om 7 uur vertrekken we vanuit Loco. Daan rijdt met ons mee. In Ampenan staat de thee klaar bij Ibu Misroh. Lekker, een broodje hebben we onderweg al gehad, maar een kopje warme thee gaat er wel in.
Rond kwart voor 8 wordt het drukker in het straatje. Er komen al veel kinderen, in hun nette kleren, rugzakje mee en helemaal uitgelaten.
We maken even kennis met Lia. Lia wordt pas sinds een paar dagen gesponsord. Ze woont in Meninting en gaat naar de 4e klas van de basisschool. Ze valt met haar neus in de boter. Er is een sponsor voor haar gevonden en ze mag vandaag direct mee naar Kuta!



Opan rent op en neer om nog van alles te regelen. Er is een klein logistiek probleempje. Omdat veel kinderen (en volwassenen) altijd ziek worden in de bus, hebben Opan en Ida een voorraadje anti-wagenziekte medicijnen ingekocht.
Maar die ligt nu helemaal bij Ida in Kediri.
Tja, foutje, maar we raden Opan aan om er gewoon tegen niemand iets van te zeggen. We zien wel hoe het gaat. Misschien valt het wel mee met de zieken.
En volgens mij moet je die medicijnen voor de perfecte werking sowieso al iets eerder innemen, niet pas op het moment dat je de bus in stapt.
De buschauffeurs zijn vandaag een beetje lui, of de bussen zijn te groot, dat kan natuurlijk ook. Vorig jaar stopten ze in het straatje langs het strand. Nu staan ze op de doorgaande weg te wachten. Maakt niet uit, dan wandelen we met zijn allen naar de weg. Wordt alleen even sjouwen om alle spullen mee te krijgen, maar gelukkig zijn we met heel veel.
Als Opan de ‘koppen’ heeft geteld, gaan we op pad.
Na 10 meter klopt er van de telling volgens mij niet veel meer. De groep wordt steeds groter, maar dat zal straks wel weer goed komen.
Puput, die samen met haar tante en kleine neefje meegaat, heeft me bij Pak Umpuk voor de deur al aan de hand gepakt. En het ziet er naar uit dat ze me niet meer los gaat laten vandaag. Och, was Jeanne nu maar erbij! Of misschien maar beter van niet…want wat we afgelopen weken al zo’n beetje vermoedden, dat Puput gepest wordt door andere kinderen, blijkt nu weer.
Een paar jochies blijven om haar heen klieren. Wat ze precies zeggen kan ik niet verstaan, maar het is duidelijk dat Puput er niet vrolijk van wordt.
Op een gegeven moment ben ik het zat. Ik heb ook geen idee wie de jongetjes zijn, of ze meegaan, of het misschien broertjes van Impian Anak kinderen zijn. Ik vraag Wahyudi om raad. Of ze nu wel of niet bij de groep horen, als ze zich zo gedragen, gaan ze in elk geval niet mee. Wahyudi praat even met ze en zegt dat de jongens neefjes van Puput zijn en dat ze zelf wel denken dat ze meegaan. Nou, jammer jochies, ik denk het niet… Als ze bij niemand horen gaan ze sowieso niet mee. Probleem opgelost.




Als we bij de weg komen, is het even oppassen met oversteken, want de bussen staan aan de overkant van de drukke weg. Ik ben blij als even later iedereen veilig in de bus zit. Voor we vertrekken deelt Anique nog aan iedereen een Spa-rugzakje uit, nog allemaal uit de verrassingskoffer van Jeanne. Kunnen ze mooi gebruiken om straks het lunchpakketje in te doen, of de natte kleren na het zwemmen.
Als Opan de namenlijst nog eens heeft doorgenomen, gaan we op pad.
Op naar Kediri. Puput zit nog steeds aan mij vastgeplakt. Haar tante kijkt niet naar haar om, je vraagt je af waarom ze überhaupt meegaat.
Een klein uurtje later komen we aan in Kediri. Daar staat Ida al aan de kant van de weg met ‘haar’ groepje. Waar Opan bang voor was, dat iedereen ziek zou worden in de bus, is niet gebeurd. Maar het eerste wat Ida doet is iedereen, ook de mensen die al de hele tijd in de bus zitten, een portie anti-wagenziekte medicijn geven. Tja, wie nu nog niet ziek is, zal dat het komende uur ook niet worden denk ik. Maar er zijn zelfs moeders die nog een tweede portie vragen.
Als alle nieuwe kinderen, ouders en spullen over de bussen zijn verdeeld, zit het al behoorlijk vol. En dan hebben we nog een halte te gaan.
Even later stoppen we in Batu Tumpeng, waar Hamdi met zijn groepje al klaar staat.
Of ze door Hamdi zijn geïnstrueerd weet ik niet, maar iedereen komt ons een handje geven. Heel netjes, maar niet echt handig in twee volle bussen, waar wij verspreid in zitten. Even later rijden we weer verder. De laatste etappe naar Kuta. Over de snelweg schiet het lekker op, alleen het laatste stuk is nog even hobbelen. Maar dan zien we de mooie zee. Jippie, we zijn er!
Als de bussen op hun plek staan, mogen we eruit. Alle spullen worden verzameld en we zoeken een mooie plek uit op het strand. Hier vermaken we ons wel even.
We zijn blij verrast als we ineens zien dat de zwaar gehandicapte Fitri, het zusje van Riska uit Kediri, er ook bij is, samen met haar moeder. Het verbaast ons vooral omdat je in Lombok zelden gahandicapte kinderen ziet. We hebben het idee dat ze meestal binnen worden gehouden. Misschien uit schaamte, of puur uit praktische overwegingen. Als mensen al een rolstoel zouden hebben, zouden ze er niet ver mee komen. Rolstoelvriendelijk is Lombok niet bepaald.
Gelukkig is Fitri nog zo klein en licht dat haar moeder haar kan dragen. We vragen ons af of ze vaak ergens komt, maar waarschijnlijk komen haar ouders normaal gesproken ook niet zo ver…  
Rond 10 uur zijn we geïnstalleerd. En dan? Tja, met zo’n hele groep Lombokkers moet er natuurlijk eerst gegeten worden. De lunchpakketjes komen nu al tevoorschijn en even later zit iedereen te smullen. De moeder van Hasan, tevens oma van Elsha, heeft samen met andere vrouwen uit Kediri de lunchpakketjes gemaakt. Speciaal voor Peter, Anique en mij zijn er minder pittige pakketjes. Ik weet niet hoe de pittige zijn, maar die van ons zijn erg lekker!
En om te voorkomen dat we straks flauwvallen van de honger, hebben Ibu Misroh en Ibu Diah ook nog een hele uitgebreide lunch voor ons gemaakt, genoeg voor een heel weeshuis… Overal is aan gedacht, matjes om op te zitten, serviesgoed, bestek, servetjes, koffie, thee. We komen niks tekort.




Pak Umpuk heeft vanochtend vanuit de bus al contact gehad met Jatha, zijn duikcollega uit Kuta. We hebben hem in maart ook ontmoet. Even later komt Jatha met zijn zoontje langs, gezellig. En hij kan direct mee-eten, er is genoeg!
Inmiddels zijn de eerste lunchpakketjes op en beginnen de kinderen te spelen.
Ik krijg het een beetje benauwd, van de hitte, maar vooral van het feit dat ik het gevoel heb dat ik iedereen in de gaten moet houden. En ik kan niet eens bijhouden wie er bij ‘ons’ hoort en wie niet.
Op het strand is het redelijk druk aan het worden, alle Indonesische schoolkinderen zijn vrij. Er zijn veel lokale toeristen, veel mensen gaan een dagje naar zee, of komen vanaf andere Indonesische eilanden hier op vakantie.
Hou ze dan nog maar eens uit elkaar. Gelukkig hebben de kleinste Impian Anak kinderen allemaal iemand bij zich, de begeleiders moeten maar mee opletten. Opan, Ida, maar ook Daan houden alles goed in de gaten. En Ida en Daan hadden blijkbaar buiten ons om al wat spelletjes voor de kinderen bedacht. Echt ‘oud-Hollands’ spijkerpoepen. Met een paar spijkers, touwtjes en wat lege flessen kom je een heel eind. En de winnaars krijgen een snoepje (de verliezers uiteraard ook). Hoe eenvoudig kan het allemaal zijn! De kinderen genieten ervan. De ouderen vermaken zich ook prima. Er worden heel wat foto’s gemaakt met de, ook hier steeds meer ingeburgerde, mobieltjes.

Ik neem ook de kans om alle kinderen goed op de foto te krijgen. Tijdens de huisbezoekjes lukt het niet altijd om een mooie foto te maken. En we proberen elk jaar van elk kind een nieuwe ‘pas’foto op de website te krijgen. Nu vraag ik Opan en Ida om alle kinderen om de beurt te vragen. Ik heb een lijst met namen, dan kan ik ze op lijstvolgorde fotograferen, wel zo handig, want er zijn er een paar bij die ik altijd verwar. Maar om alle kinderen in de goede volgorde voor de lens te krijgen is toch moeilijk. Dus mogen Opan en Ida de kinderen om de beurt opstellen, Anique mag fotograferen en dan schrijf ik de namen in volgorde op en kruis ik aan wie ik al heb gehad. Wordt straks even puzzelen, maar daar komen we wel uit. Alleen Azra is een probleem. Toen we vorige week in Kediri waren was ze al op de vlucht geslagen omdat ze bang voor ons is. Nu hebben we haar wel gezien, maar ze blijft angstvallig uit onze buurt. Echt poseren durven we haar dan ook niet te laten doen. Maar dat komt wel goed, we maken straks wel een foto met de telelens als ze het even niet in de gaten heeft.
Het is jammer dat we een paar kinderen missen.



De kinderen van Pak Harfin en Ibu Wita zijn er niet. Ze zijn op familiebezoek in Java. Ook Mahirah uit Aikja heeft zich afgemeld. Kan ik me ook wel iets bij voorstellen. Ze is wat ouder en kent geen van de andere kinderen.
Gelukkig is Hendrawan er wel, hij durfde vorig jaar niet mee, was bang voor de busreis. Dit jaar is hij er wel bij.
Een ander kind uit Batu Tumpeng is er niet. Ik krijg koude rillingen als ik hoor waarom ze er niet is. Het gaat om Muliani, het mooie meisje uit Batu Tumpeng. Ze was één van de eerste Impian Anak kinderen. Inmiddels zit ze op de gratis middelbare school, die mede door Impian Anak is gebouwd. Ze zit nu net in de 2e klas, zal 14 of 15 jaar zijn. Sinds Muliani gratis naar school kan, wordt haar zusje Sarmilayana via Impian Anak gesponsord.
Familie Zondervan had een cadeautje en een kaart voor Sarmilayana meegegeven. Het cadeautje hebben we vorige week gegeven toen we in Batu Tumpeng waren. De kaart was ik toen vergeten, die zat nog in een leesboek, daar had ik hem tijdens de reis naar Lombok ingestopt, zodat hij zonder kreukels aan zou komen.
Nu heb ik de kaart wel bij me, en na het eten gaan we even bij Sarmilayana zitten om de kaart te geven. En om te vragen waarom haar ‘grote’ zus er vandaag niet bij is. Van tevoren hadden we doorgekregen dat Muliani mee zou komen.
Dan horen we iets vreselijks van de volwassenen uit Batu Tumpeng. Muliani is kort geleden getrouwd. Ik denk nog dat het een misverstand is, ze hebben het vast over een andere Muliani. Maar nee, echt, Muliani, het zusje van Sarmilayana is getrouwd. Het is nog een kind, breng ik in, maar dat maakt hier blijkbaar niet uit. Ze was met iemand op pad geweest, ’s avonds na 11 uur thuisgekomen, en dan zijn de dorpsregels duidelijk. De eer zal wel geschonden zijn, dus moet er getrouwd worden, liefst zo snel mogelijk. Vaak al binnen een paar dagen. Hoe dan ook, Muliani is nu getrouwd. Sarmilayana weet er verder ook niets over te vertellen. Alleen dat Muliani nu ergens anders woont.
We weten even niet wat we moeten zeggen. We geven de kaart aan Sarmilayana en vertalen de Engelse tekst die erop staat. Dan laten we het maar even rusten. Maar in de loop van de middag probeer ik wat meer informatie te krijgen van Hamdi. We herinneren ons ook dat Muliana niet op school was toen we in Batu Tumpeng waren. Ze zou ziek zijn, maar toen we bij haar huis waren, vertelde haar moeder dat Muliani bij familie was. Dat vonden we vreemd, maar ja, in de vastenmaand worden de schooldagen niet al te serieus genomen, dus zijn we er maar niet verder op ingegaan.
Nu vragen we ons af of ze toen al getrouwd was. Hamdi geeft niet veel duidelijkheid, in elk geval niet over de vraag of hij wel of niet wist dat ze getrouwd is. Wel over het feit dat Muliani nu waarschijnlijk niet meer naar school zal komen. Als getrouwde ‘vrouw’ ben je op de meeste Lombokse middelbare scholen niet welkom. In Batu Tumpeng ook niet. Er zijn speciale scholen waar wel middelbaar onderwijs wordt gegeven aan getrouwde jongeren. Maar van die scholen zijn er niet veel, en gezien het feit dat Muliani nu waarschijnlijk bij haar schoonfamilie woont, verwachten we niet dat haar familie erg veel moeite gaat doen om het kind de school af te laten maken.
Dit is allemaal zo onbegrijpelijk! Maar hoe wij er ook over denken, veranderen kunnen we de situatie niet. Muliani is getrouwd en gaat niet meer naar school. Daar zullen we ons bij neer moeten leggen.
We vragen ons überhaupt af of de mensen hier begrijpen waarom wij van dit soort berichten zo van slag zijn. (Te) jonge huwelijken zijn hier vrij normaal, vooral in de kleinere dorpjes.
Wel beginnen we nu steeds beter te begrijpen waarom sommige ouders hun dochters zo strak houden, ervoor zorgen dat ze ’s avonds de deur niet meer uitgaan. Komen ze te laat thuis, dan heb je als ouders waarschijnlijk ook niet veel meer in te brengen. Dan bepaalt de gemeenschap dat de jongeren moeten trouwen. Maar of dat strak houden werkt betwijfelen we ook. Op een gegeven moment kun je de tieners en pubers niet vastbinden. Als ze dan per se weg willen, vinden ze altijd wel een kans. En te laat thuiskomen is waarschijnlijk een vooropgezet plan (klokkijken kunnen de meesten wel), de ultieme kans om je ouders voorgoed te ontvluchten. Helaas wil zo’n (af)gedwongen huwelijk niet zeggen dat het een gelukkig huwelijk wordt. De jonggehuwden trekken meestal in bij de ouders van de ‘man’ en hebben nog steeds niet de vrijheid waarnaar ze op zoek waren, en vaak hoor je achteraf dat de bruid en bruidegom elkaar pas een weekje of zo kenden voor ze moesten gaan trouwen. Triest…
We denken nog even terug aan de felle woorden van meneer Safwan Hakim, de man die een paar jaar geleden in ons bijzijn de school in Batu Tumpeng kwam openen. Hij is een belangrijke geestelijke, had toen een wekelijks radiopraatje en is een bekendheid in Lombok. Hij hamerde erop dat onderwijs zo belangrijk is, vooral ook voor meisjes. Eerst een goede opleiding, dan pas trouwen, was zijn devies.
Tja, in de praktijk gaat het er anders aan toe in Lombok. We overwegen nog om te proberen via de school iets te regelen, zodat Muliana toch haar opleiding af kan maken. Maar eerlijk gezegd denken we dat het weinig zin heeft. Je krijgt dan te maken met geloof, cultuur en eeuwenoude gebruiken. We weten niet of we ons daarmee kunnen, mogen of willen bemoeien.





Maar nu terug naar iets vrolijkers, we zitten nog steeds op het strand in Kuta. We hebben lekker gegeten en gesnoept, spelletjes gedaan, Anique heeft hele zandkastelen gebouwd met de kleintjes, veel kinderen hebben zich prima vermaakt in het water. Er zijn hele fotoreportages gemaakt en zo te zien beginnen veel kinderen (en ouderen) een beetje moe te worden. Misschien wordt het tijd om langzaam de bus weer op te zoeken. Maar voor iedereen instapt willen we graag nog een groepsfoto maken. Het zal niet meevallen om iedereen erop te krijgen, maar we proberen de kinderen lokken met de belofte dat ze later een afdruk van de foto krijgen. In elk geval staat er een half uurtje later een flinke groep op de foto!
Dan gaat de grote terugreis beginnen. Na een paar minuten vallen de eerste oogjes dicht. Een paar kinderen moeten in Batu Tumpeng al flink wakker geschud worden. Kasihan!
Voor alle ‘uitstappers’ weer de hele bus door moeten lopen, stappen Peter, Anique en ik uit om afscheid van iedereen te nemen. Wij hebben genoten, maar aan de gezichten te zien en aan de dankwoordjes te horen heeft de rest dat ook.
In Kediri verlaten nog meer mensen de bus. Dan kunnen we een tijd blijven zitten, tot in Ampenan.
Wij zitten in de laatste bus. Als we in Ampenan uitstappen, zien we Puput zielig naast de grote drukke weg staan. In de loop van de dag heeft ze me toch een keer losgelaten, en in de drukte voor het vertrek is ze in de andere bus terecht gekomen. Samen met haar tante, dus daar maakte ik me niet zo’n zorgen over.
Maar nu blijkt dat haar tante al lang en breed thuis is, terwijl Puput hier in haar eentje staat. Ach, arm meisje. Ik neem haar maar weer bij de hand en samen lopen we naar haar huis. Daar laten we haar maar achter bij oma en tante en ik denk aan de woorden van Jeanne, ‘als ik haar mee kon nemen, zou ik het zo doen…’.
We lopen met zijn allen naar Pak Umpuk en Ibu Misroh. Daar drinken we nog een kop thee en praten de dag nog eens door.
We bedanken iedereen hartelijk voor alle hulp. Vooral Opan en Ida hebben een hele klus gehad aan de organisatie. Maar alles is weer super verlopen.
Dan rijden we terug naar Loco, waar we afscheid nemen van Daan. Maar niet voor lang, want even later staat ze voor onze deur met lekkere koekjes. Als bedankje voor de leuke dag. Slik, ze houdt nooit op met haar bedankjes. Wij moeten haar juist bedanken voor alles, maar dat wil er bij haar niet in.

Vanavond hebben we ook nog wat op het programma staan.
Ik geloof niet dat ik er al over had geschreven, maar we hebben een paar dagen geleden een nieuwe bestemming gevonden voor een deel van de donatie van familie Ritsema voor sponsoring van kleine bedrijfjes. Na de naaimachine voor Ibu Misroh en de tenten voor de Lombok Adventure Club krijgt het overige geld ook een doel.
Het gaat naar Ibu Ana en dochter Henny. Henny heeft altijd een vaste baan gehad in een restaurant en kan prima koken, net als haar moeder. De dames hebben besloten hun krachten te bundelen en samen verder te gaan. Op termijn komt er een echte menukaart en willen ze ook andere dingen gaan aanbieden. Meer westers eten, verse sapjes, maar uiteraard ook nog de heerlijke traditionele gerechten.
We hebben tussen neus en lippen door al een paar keer geïnformeerd wat ze nog nodig zouden hebben om daar op korte termijn al mee te beginnen. Een koelkast was het grote struikelblok. Ana gaat elke ochtend in alle vroegte naar de markt voor verse spullen, maar voor verse sapjes met ijs is een echte ijskast toch een noodzaak. Ze hebben nu verschillende koelkasten, maar slechts één ervan werkt, en die zit voornamelijk vol met flesjes water en ijsthee. De andere koelkasten worden gebruikt als 'gewone kast' om spullen mier en insectveilig op te bergen.
We gaan vanavond vragen of ze misschien iets met een financiële bijdrage voor een koelkast kunnen doen.
Na het eten gooien we het voorstel op tafel. Maar Henny begrijpt het niet goed. Ja, geld kan ze wel gebruiken, maar ze weet niet wanneer ze ons dan terug zou kunnen betalen. Geld lenen durft ze niet goed aan als ze nog niet weet of het een succes gaat worden met de uitbreiding.
Dan leggen we nog een keer uit dat het geen lening betreft, maar een ‘cadeautje’. Och, ze wordt even helemaal stil, gaat dan gillen en daarna rollen de tranen over haar wangen. We beschouwen dat maar als een ‘Ja, dat kunnen we wel gebruiken’.
Als moeder ook op de hoogte is gesteld, vragen we wat een koelkast, met vriesvak voor ijsklontjes, ongeveer zal kosten. We hadden al wat voorwerk gedaan, en de bedragen komen overeen. Dus spreken we af dat we binnen een paar dagen het geld komen brengen, en dat ze dus al rond kunnen kijken waar ze de koelkast het beste kunnen kopen.
Met een volle buik en een voldaan gevoel lopen we even later terug naar Bumi Aditya. Daar relaxen we nog even op ons terrasje voor we naar bed gaan. Het was weer een lange, vermoeiende dag, maar o zo mooi!

En dan nog even een sfeerimpressie van een hele lange dag hoog op de Rinjani, rond het kratermeer, waar Tom en zijn vrienden vandaag hebben rondgelopen
. Over 2 dagen dalen ze weer af naar Senaru.


 

 
Maandag 12 augustus

Al voor 8 uur staan Opan en Ida op de stoep. Vandaag gaan ze mee naar de gili’s om te duiken. Spannend, vooral voor Ida, zal het duiken in de zee net zo goed gaan als een paar dagen geleden in het zwembad?
Opan en Ida brengen een cadeautje voor ons mee, een dvd met ‘de echte’ takbiran muziek, het vrolijke deuntje dat we een paar dagen geleden rond Idul Fitri overal hoorden. Nog wel in een paar verschillende versies. Kunnen we later in Nederland een beetje nagenieten…
Bij het Lombok Dive kantoor staat Hermawati uit Teluk Nare ons ook al op te wachten. Ze is vanochtend met Pak Umpuk meegekomen uit Ampenan. Daar heeft ze de afgelopen nacht gelogeerd.
Nu brengen we haar weer naar huis, voor we in Teluk Nare op de Lombok Dive boot stappen.
Zoals altijd is Hermawati stil. Maar gelukkig is ze niet meer zo verlegen als een paar jaar geleden, toen ze steeds huilde als ze ons zag.
Het is vandaag redelijk druk met duiken. Misschien maar goed voor Ida, dan ligt de aandacht niet helemaal op haar. En ze doet het prima, na de duik komt ze vrolijk lachend boven water. Ze heeft ervan genoten, maar zegt wel dat het heel vermoeiend was. Of ze vanmiddag weer gaat duiken weet ze nog niet. Dat zien we dan wel weer, eerst maar eens lekker een hapje gaan eten op Trawangan.
Fijn, na Bulan Puasa is Warung Kiki Novi weer open en kunnen we weer lekker eten met zijn allen.
De tweede duik slaat Ida toch over. Even lekker relaxen ziet ze wel zitten. Prima, en voor de rest goed en wel in het water ligt, ligt Ida boven op het zonnedek heerlijk te slapen. Ik blijf lekker onder zitten, voetjes in het water en in de schaduw, met een mooi uitzicht over het water en de eilandjes. Och, er zijn slechtere plekken om de middag door te komen.



Als na het duiken de klanten weer op de verschillende eilandjes zijn afgezet varen we terug naar Lombok. Opan en Ida gaan nog even mee naar Bumi Aditya en we drinken samen wat.
Daarna frissen we even lekker op en maakt Peter weer een waterballet in onze kamer als hij met de afgespoelde duikspullen van de badkamer naar buiten hobbelt. Och, de tegelvloer droogt wel.
We willen vanavond bij Warung Ana eten en het geld voor de koelkast brengen. Dan kunnen Henny en Ibu Ana direct alles regelen. Eerst even langs de ATM dus. Gelukkig zijn er heel veel verschillende ATM’s in Senggigi. Op ééntje na weigeren ze allemaal om geld te geven. Gelukkig werkt de automaat van Mandiri Bank wel. Waarschijnlijk werkt de rest ook, maar ligt het meer aan ons pasje, of eigenlijk aan de afspraken tussen de Nederlandse en de Indonesische banken. Hoe dan ook, het is knap vervelend als je in de vakantie zo moeilijk aan je geld kunt komen.




Als we voldoende geld hebben gepind, lopen we terug naar Warung Ana. Daar krijgen we overheerlijke gado-gado. Na het eten volgt de officiële overhandiging van het geld voor de koelkast. Ibu Ana maakt er een hele show van en Henny weet niet hoe ze erbij moet kijken.
Als we laat op de avond vertrekken en hartelijk afscheid nemen van de dames, komt Henny naar me toe. ‘May I hug you?’ vraagt ze een beetje emotioneel, ze is nog steeds onder de indruk van de goedheid van de Nederlandse hulp die ze krijgt. Tuurlijk mag dat, haha, ze is een ietwat meer verlegen dan haar moeder….
We beloven snel weer terug te komen en hopen dat dan de koelkast er dan staat. Het zou leuk zijn als we de koelkast nog zien voor we weer naar Nederland gaan. We zijn benieuwd!
Als we in het hotel komen gaan we naar bed.
Morgenvroeg mogen we Tom weer ophalen in Senaru, het eindpunt van de Rinjani beklimming.

En weer een paar Rinjani plaatjes





 

 
Dinsdag 13 augustus

Vandaag gaan we naar Senaru, niet om de waterval te bezoeken, maar om Tom op te halen na zijn Rinjani avontuur.
Het hotelontbijt slaan we over, we halen wel een broodje en wat drinken voor onderweg bij Yunas. Anique heeft de weg naar Senaru vaak genoeg gezien, vindt ze, en blijft lekker in het hotel.
Rond half 9 zijn we op weg en genieten weer van de mooie route. Het stuk tot Teluk Nare is bekend terrein. Het vervolg tot in de buurt van de Gangga watervallen rijden we ook minstens een keer of 2 per jaar. Ondanks dat is het genieten onderweg. De natuur is mooi, maar vaak vind ik alles eromheen zeker zo mooi. De mensen die onderweg zijn, op afgeladen motortjes. De markten, de drukte in de grotere plaatsen. Je raakt nooit uitgekeken in Lombok!
En als we er bijna zijn, hebben we een mooi zicht op de 3726 meter hoge Rinjani, compleet met wolken eromheen. Zo besef je pas hoe hoog de berg is!
Nadat we uiteraard weer entreegeld hebben betaald op de doorgaande weg in Senaru, komen we tegen 11 uur aan bij de parkeerplaats waar we Tom straks van de berg hopen te zien komen.






Pak Umpuk heeft er blijkbaar op zitten wachten, hij stuurt een sms met de vraag of Tom al veilig bij ons is aanbeland. Nee, nog niet, maar hij zal zo wel een keer verschijnen. Tot die tijd genieten we van een kopje koffie en thee in het kleine restaurantje.
Bij onze 2e consumptie zien we Tom met zijn gezelschap de hoek om komen.
Ze zien er weer geweldig uit….beetje moe, beetje smerig, niet meer al te fris, maar ja, wat wil je na 4 dagen op de berg?!
Voor we aan de terugweg beginnen, trakteren we iedereen op een koel drankje, dat hebben ze wel verdiend! Pak Umpuk krijgt een berichtje dat hij opgelucht kan ademhalen, Tom is weer veilig afgedaald.
Daarna gaan we met zijn allen in de auto en rijden we terug naar Loco. Daar komen we rond half 2 aan.
Een mooie tijd voor een lekkere lunch, vinden we.
Nadat Tom uitgebreid heeft gemandied, lopen we naar warung Ana.
Daar vraagt Henny ons een keuze te maken van de nieuwe menukaart. Ik val voor de cumi jagung, lekker, babymais en inktvis in een heerlijk sausje. Dit is genieten, Henny heeft het koken niet van een vreemde geleerd!
Zoals altijd is het bij Warung Ana weer een gezellige drukte met kinderen en kleinkinderen.



Als we na de lunch zitten na te genieten met een kopje citroen-honingthee, komt er een klein bestelwagentje aanrijden. Henny wordt ineens heel nerveus. Het blijkt de nieuwe koelkast te zijn. Dat is snel! Wat een toeval dat we nu net hier zitten. Leuk, kunnen we direct foto’s maken van de aflevering!
Na wat gesjouw staat de koelkast te pronken. Henny is dolgelukkig en zou hem het liefste direct in gaan ruimen. Nou, wat ons betreft kan dat. We wandelen terug naar Loco, Tom is toe aan een middagdutje, en wij gaan wat rommelen in en rond het hotel. Ik kan in elk geval wat Rinjani wasjes wegwerken.
Vroeg in de avond gaan we naar Pak Umpuk en Ibu Misroh voor het diner. Als Pak Umpuk ziet dat Tom er niet bij is, is hij erg bezorgd. Is niet nodig hoor, maar Tom wakker krijgen lukte even niet. En we weten uit ervaring dat we hem dan het beste rustig kunnen laten slapen.
Het eten is weer overheerlijk, het gezelschap geweldig.
Als Ibu Diah even later met een beetje droevig gezicht binnenkomt, besef ik weer dat we over een paar dagen al vertrekken. Ze overhandigt me een plastic tas en Pak Umpuk geeft toelichting.
Slik, ik weet al wat er nu gaat komen. Van Pak Di kreeg ik altijd aan het einde van de vakantie een paar mooie sarongs. Als dank voor de vriendschap en voor alles wat we voor de mensen in Lombok doen.
Aangezien hij dat altijd met zoveel emotie deed, en ook nog eens aan het einde van ons verblijf in Lombok, waren dat emotionele momenten, die ik nooit meer zal vergeten.
Kort voor zijn overlijden heeft Pak Di aan Ibu Diah gevraagd dit uit zijn naam voor mij te blijven doen.
Nu krijg ik dus weer 3 prachtige gebatikte sarongs van Pak Di. Ik kan er niks aan doen, de tranen rollen weer over mijn wangen. Ibu Diah huilt met me mee. Pak Umpuk brengt het gesprek maar snel op een ander onderwerp, voor hij ook nog mee gaat huilen.
Hij en Peter hebben nog steeds goede hoop dat ze deze vakantie een keer in het zuiden kunnen duiken.
Maar de tijd begint te dringen, en een telefoontje naar Jatha, de duiker in het zuiden, stemt weinig vrolijk. De golven zijn nog steeds erg hoog, het zicht is minimaal.
Jammer, maar we hebben nog een paar dagen.
We maken het vanavond niet te laat, ondanks de protesten van Pak Umpuk.
Maar als we zeggen dat we graag willen kijken hoe het met Tom gaat, is het ineens geen probleem meer dat we ‘nu al’ vertrekken. Het eten dat Ibu Misroh mee wil geven voor Tom slaan we maar af. We betwijfelen of Tom nu nog zin heeft in een complete maaltijd. En hier in Ampenan is straks of morgen vast wel iemand die trek heeft.
Als we weer bij het hotel komen, is Tom nog steeds in diepe rust. Tjonge, die heeft wat slaap in te halen!
Wij volgen zijn voorbeeld, morgen weer een dag!

 

de laatste Rinjani-foto's

 
Woensdag 14 augustus

Vóór het ontbijt rijdt Peter even naar Lombok Dive. Hij en Tom gaan vanochtend met Pak Umpuk duiken in Kecinan, een baai net ten zuiden van Teluk Nare. Het is niet zuid-Lombok, maar dat maakt niet uit. Volgens Pak Umpuk kun je er prima duiken en je stapt zo vanaf het strand het water in, je bent dus niet afhankelijk van een boot.
De uitrustingen hebben ze zelf, alleen lood en tanks moeten even gehaald worden bij Lombok Dive.
Als Peter terug is gaan we met zijn allen ontbijten. Jay loopt rond bij de ontbijtzaal en besluit ons eens te verwennen. Hij vindt koffie of thee uit een kopje maar niks. Nee, goede gasten geef je een extra groot glas warme drank bij het ontbijt. En laten wij nou goede klanten zijn, legt hij uit aan het meisje dat de bestellingen regelt. We denken dat deze vleierij ook wel iets te maken zal hebben met iets wat later op de dag op de planning staat.
Maar iets gaat er mis in de communicatie met de keuken. Even later komen er voor ons 4 grote glazen Lombok koffie aan. Een groot glas thee gaat er in de ochtend wel in bij mij, maar een groot glas Lombok koffie is iets teveel van het goede. Als goede gast zou je het misschien toch op moeten drinken, maar na een paar slokjes van het sterke spul hou ik het voor gezien.
Als we weer naar onze kamers lopen, komt Daan eraan. Ze komt ons officieel uitnodigen voor een etentje morgen, als het Lebaran Topat is. Dat is een speciale Lombokse feestdag, een week na Idul Fitri.
Omdat Daan morgenmiddag zelf moet werken, vraagt ze of we voor de middag willen komen eten, rond half 10. Dat wordt dus een brunch. Komt goed uit, want voor de avond zijn we al uitgenodigd in Ampenan, bij Ibu Diah.




Als Peter, Tom en Pak Umpuk weg zijn, ruimen Anique en ik wat op. Daarna gaan we een stukje wandelen, via de hoofdweg naar het noorden, naar Pasar Seni. De drukte van een paar dagen geleden is voorbij, op straat zijn weer weinig toeristen te vinden. Vreemd dat het van dag tot dag zo wisselt.
Bij Coco Loco strijken we neer voor een lekkere lunch. Als we op het eten wachten, krijgen we gezelschap van een verkoper die we nooit eerder hebben gezien. Hij verkoopt lelijke armbandjes. Helaas voor hem, die hoeven we niet, we kopen alleen leuke dingen. Maar hij besluit het op een andere manier te proberen. Ik krijg te horen dat ik al heel goed ben in Indonesisch, ‘Ibu sudah pintar bahasa Indonesia!’ en dat ik een echte Lombokse uitspraak heb.
Ja, die Lombokse uitspraak zal best wel eens kunnen kloppen. Als je in Indonesië niet verder komt dan Lombok, pik je daar toch het meeste op. Vooral van de uitspraak. Ik moet denken aan een Nederlandstalige gids die we ooit in Istanbul hadden. Zijn Nederlands klonk heel erg Vlaams. Toen we vroegen of hij ooit in België was geweest of had gewoond, vertelde hij dat hij nooit in Nederland of België was geweest. Hij had Nederlands geleerd uit boeken, maar had samengewerkt en veel telefonisch contact gehad me een reisorganisatie in België.
Als de complimenten over mijn Indonesisch niet tot een verkoop leiden, gooit de man het over een andere boeg. Anique is een heel leuk kind. Zit ze nog op de basisschool of gaat ze al naar SMP?
We denken het even verkeerd te verstaan, maar hij herhaalt het nog een keer. Als we vragen hoe oud hij denkt dat Anique is, zegt hij ‘ongeveer 12 jaar’. Ja, dat is inderdaad einde basisschool, begin SMP.
Als Anique zegt dat ze bijna 18 is, krijgt ze een geweldig ‘compliment’ van de verkoper. ‘Ja, maar ze heeft nog een echte babyface’. Mwah, Anique vond het geen leuk compliment. We hebben geen armbandje gekocht…
Na de lekkere lunch lopen we via het strand terug. De mooie brug vermijden we maar, ik ben bang dat ik er doorheen zak, want de planken slijten waar je bij staat.
Gelukkig kun je ook prima via het strand lopen, al zal dat in de regentijd anders zijn.
Als we bij het kraampje van Awal aankomen, zijn we wel weer toe aan een lekker drankje. We nemen allebei een flesje drinken en voor we het weten hebben we ook een bordje pisang goreng tussen ons in staan. Och, dat wordt dan ons lunch-toetje, uiteraard met mooi uitzicht en prima gezelschap.
Als we even later langs Senggigi Beach Hotel teruglopen naar het centrum van Senggigi belt Tom. Ze zijn op de terugweg en hebben wel zin in een lekker sapje of zo. We spreken af om met zijn vieren bij The Wira wat te drinken. Het is een leuk tentje met lekker gemakkelijke stoelen.
Als Anique en ik net ons sapje hebben, komen Peter en Tom er ook aan.
Ze hebben een mooie duikdag gehad. Lekker relaxed, samen met Pak Umpuk.  
Voordeel van zo’n strandduik met een beperkt gezelschap is dat je nog wat van je dag overhoudt. Dat komt prima uit, want aan het einde van de middag hebben we Jay een duikles in het zwembad bij Bumi Aditya beloofd. Tom geeft les, Peter maakt foto’s en ik mag alles bekijken vanaf de kant.
Jay heeft er zin in, maar zodra hij in het water zit, begint hij terug te krabbelen. Ik vind het vermakelijk om te zien. Stoere Jay die gek is op spanning en avontuur, blijft niet langer dan 10 seconden onder water. Zodra hij adem moet halen, komt hij boven. Zijn haren zitten in de bril, het is te koud, te warm, de ingeademde lucht is te droog. Elke keer een ander excuus.
Maar na een paar rondjes rustig aan de oppervlakte langs de kant van het zwembad te hebben gezwommen, met het gezicht in het water, wordt hij rustiger. Daarna heeft hij de smaak te pakken en gaat dieper, en durft ook naar het midden van het bad te gaan. Hij is als een kind zo blij als hij beseft dat hij gewoon onder water kan blijven en kan ademhalen. Maar het is wel vermoeiend, na een half uur is het genoeg geweest. Hevig bibberend komt hij het zwembad uit.



Tegen de avond brengen we de duikspullen weer terug naar Lombok Dive. Daarna gaan we nog even op souvenirjacht op Pasar Seni, op Toms kamer is nog wel een leeg plekje te vinden voor een gekko. Hij heeft inmiddels een hele verzameling aangelegd in alle soorten en maten, en van allerlei materialen. Als we weer een paar verkopers blij hebben gemaakt, stoppen we op de terugweg bij Bale Tajuk voor een portie overheerlijke rendang.
’s Avonds laat komt Mohni nog even langs. Van Ibu Mieko, een duikster uit Japan, heeft hij een hele doos vol kleding en knutselspullen gekregen voor Impian Anak. Daar kunnen we heel veel kinderen blij mee maken, de kleding is splinternieuw, de labels zitten er nog aan!
Het is onvoorstelbaar hoeveel mensen Impian Anak een warm hart toedragen. Wat bijzonder dat mensen die ons alleen via de website of facebook kennen, zoveel voor Impian Anak doen.
En wij kunnen morgen deze spullen uitdelen, wat een eer om dit te mogen doen!
Met een tevreden gevoel gaan we een uurtje later slapen. Morgen is het groot feest, daarvoor moeten we goed uitgerust zijn!

 
Donderdag 15 augustus

We zijn heel benieuwd wat deze dag ons gaat brengen. Het is vandaag Lebaran Topat, de feestdag die volgens mij alleen op Lombok wordt gevierd, exact een week na Idul Fitri.
Idul Fitri zelf vonden we niet zo bijzonder. Lijkt misschien een beetje op kerst in Nederland, iets wat je voornamelijk binnenshuis met familie viert. Op straat was er weinig van te merken.
Omdat we halverwege de ochtend bij Daan zijn uitgenodigd, slaan we het ontbijt maar over. We hebben zo’n vaag vermoeden dat we vandaag toch wel genoeg te eten krijgen.
Net voor we de deur uit willen gaan, krijg ik een sms van Opan. Of het uitkomt dat Ida en hij zo even langskomen. Nee, sorry, nu eigenlijk niet, maar ik geef door dat we over een tot anderhalf uur wel terug zullen zijn.



Als we bij Daan aankomen, staat ze ons al vol spanning op te wachten. Voor we goed en wel plaats hebben genomen op de berugak, wordt er thee, water en veel eten voor ons neergezet.
Wij blij dat we niet hebben ontbeten! Het ziet er ook nog veel lekkerder uit dan het standaard hotel-ontbijt.
Al is dit niet bepaald wat je in Nederland voor ontbijt of brunch zou eten.
Als Daan en Sane, haar moeder, alles voor ons hebben neergezet, hebben we eindelijk tijd om ze even netjes te begroeten. En voor zusje Zahra hebben we nog een cadeautje bij ons, een vlot jurkje uit de doos kleren die we gisteravond kregen. Zahra is dan wel geen Impian Anak kindje, maar hier kunnen ze het ook goed gebruiken.
We worden echt verwend met eten. Er staan allerlei heerlijke gerechten voor onze neus; pinda’s, maiskoekjes, ote-ote, vis, opor, eieren, verschillende soorten kroepoek en leuke gevlochten mandjes gevuld met rijst. Het lijkt op lontong, maar dit heet ketupat. Het is een typisch feestdagengerecht.  Als je de mandjes openbreekt, komt er een bijna massief blok rijst tevoorschijn. En dan zijn er nog verschillende pakketjes met een soort gestoomde rijstmeelpap en een vulling, strak ingerold in bladeren. Zoiets als nagasari, maar deze heten weer anders. En, ongetwijfeld om de feestvreugde te verhogen, staat er ook nog een schaal met de papachtige rijst met kruiden en een sapje. Dat hebben we vorige week met Idul Fitri ook gehad. Wij vonden het verdacht sterk spul, maar er werd beweerd dat er geen alcohol in zat, want er werden alleen maar natuurlijke ingrediënten ingedaan, absoluut geen alcohol….
We eten en drinken tot we geen pap meer kunnen zeggen, en dan nog zien we Sane en Daan een beetje teleurgesteld kijken omdat we niet nóg een keer opscheppen. Maar de rijstblokken zijn zo ontzettend machtig. Al helemaal in de vroege ochtend!
Na een gezellig uurtje bedanken we de dames hartelijk voor de maaltijd en wandelen we terug. Daan loopt gezellig met ons mee, met een tas vol rijstpakketjes ‘om straks nog op te eten, omdat we net zo weinig aten’.
Als we goed en wel bij het hotel zijn, komen Opan en Ida er ook aan. Ze zijn net al in Ampenan op familiebezoek geweest en komen nu dus op Nederlandse familiebezoek. En bij zo’n bezoek hoort ook een cadeautje.


Oh nee, we zien de bui al hangen…..ze hebben een grote plastic tas bij zich, vol met bakjes met allerlei visgerechtjes, met ei, met de inmiddels welbekende ketupatmandjes en andere gevulde pakketjes.
We doen ons uiterste best om Opan en Ida zo uitgebreid mogelijk te bedanken, maar denkende aan hoe we al dat eten op moeten krijgen (bewaren is in de warme hotelkamer niet echt een optie), weet ik niet of onze dankwoorden erg oprecht overkomen.
We hebben hier af en toe zo’n moeite mee. We weten dat de mensen zelf het eten goed kunnen gebruiken, en dan nog geven ze ons zo veel. Weigeren kan niet, dat zou een belediging zijn. Maar nu hebben we hier zo’n berg eten liggen, daar zouden we een paar dagen mee kunnen doen. Opeten lukt niet, de lunch slaan we zo over omdat we nog vol zitten van het ontbijt en vanavond worden we bij Ibu Diah verwacht voor het diner.
Bewaren is ook al lastig, te warm, te veel mieren en of we er morgen nog zin in hebben of aan toe komen weet ik ook niet. Weggooien is zonde, dus besluiten we maar om er iemand van het personeel bij Bumi Aditya blij mee te maken, straks als Daan en Opan en Ida weg zijn. Niet helemaal netjes misschien, maar in dit geval wel de beste oplossing.
Als iedereen weer vertrokken is, wandelen we naar het strand. Kijken wat daar te beleven is. Op de doorgaande weg is het behoorlijk druk, veel volgeladen auto’s, bemo’s en vrachtautootjes rijden voorbij.


Ook bij Warung Ana is het volle bak vanmiddag. Ana nodigt ons uit om te komen eten, een rondje van het huis, omdat het feest is. Hartstikke aardig, maar dat slaan we toch beleefd over, we moeten even niet aan eten denken. Dan krijgen we allemaal een drankje, met echte ijsklontjes….uit de nieuwe vriezer.
Dat gaat er wel in! Even later lopen we verder over het strand. Ook daar is het ontzettend druk. Grote groepen mensen zitten gezellig te kletsen, te eten en drinken. Leuk, om zo hele families te zien, van baby’s tot opa’s en oma’s. Iedereen gaat mee.
Omdat we links en rechts een praatje moeten maken, schieten we niet echt op. Als we bij de punt van Senggigi Beach aankomen, zijn we wel weer toe aan een drankje. Awal en zijn gezin doen prima zaken vandaag! En wij gaan lekker even zitten en genieten van de zee, de vissers, de surfers en de groepen jongeren die hier rondhangen.



Een groep jongemannen heeft Anique gespot. Ze zitten een stukje verderop, en zijn duidelijk aan het overleggen of ze haar aan durven te spreken. Niet dus…
Dan hebben ze een ander plan. Zoals de meeste Lombokse jongeren die hier komen, maken ze veel groepsfoto’s met hun mobieltjes. Nu wordt het de kunst om foto’s te maken waarbij Anique in beeld komt. Ze schuiven steeds verder onze richting op, totdat het lukt.
Als we ze dan in het Indonesisch aanspreken, schrikken ze een beetje. Tja, zelfs als we ze niet hadden verstaan, was hun gedrag lachwekkend en doorzichtig geweest.
Maar het ijs is gebroken en er wordt nu uitgebreid gecommuniceerd en nog uitgebreider gefotografeerd. De heren hebben een goede dag!
Dan hobbelen we weer verder. Aan de andere kant van de punt is het nog veel drukker. Het valt op dat er, behalve bij Senggigi Beach Hotel, nauwelijks toeristen zijn te vinden. Is het een keer gezellig druk op het strand, en dan blijven ze weg.



Bij het havengebouw komen we Adam tegen, hij probeert vandaag op het strand wat zaken te doen. Waarschijnlijk zijn de lokale toeristen eerder geneigd de blingbling parelsieraden te kopen dan de buitenlandse toeristen. Het is op het strand in elk geval drukker dan we ooit tevoren hebben gezien.
Bij Coco Loco houden we de laatste tussenstop. Een lekkere ice-lemontea in combinatie met het mooie uitzicht kunnen we wederom niet weerstaan.
Een half uurtje later wandelen we via de hoofdweg terug. Terwijl Peter probeert de langsrazende gezelschappen op de foto te krijgen, kopen Anique en ik nog wat souvenirs. We kunnen het niet laten. En over een paar dagen kan het niet meer. Met een zware tinnen Boeddha voor Anique, een houten kom voor opa en oma en een paar mooie houten beelden voor onszelf. Met een zware tas (dat wordt weer wat met tassen inpakken over een paar dagen….) lopen we naar Bumi Aditya.




Tegen 6 uur gaan we maar eens op pad naar Ampenan. Beetje vroeg, maar we verwachten dat het nog wel druk zal zijn op de weg.
En ja, inderdaad, als we bij de hoofdweg komen, zien we dat op de 2-baans weg wel 4 banen naast elkaar in gebruik zijn. En die staan allemaal stil. Kom hier maar eens tussendoor de weg op. Iemand adviseert ons om maar via Pusuk Pas te rijden. Dat klinkt niet slecht, maar als we daarvoor op de goede baan staan, bedenken we wat dat inhoudt….eerst een uur naar het noorden, dan door het binnenland bijna anderhalf uur naar het zuiden, en weer terugsteken naar Ampenan. En die tijden gelden bij normale drukte. We schuiven nu ongeveer een meter per minuut op. Dat wordt dus een heel erg lange omweg. De andere kant op staat alles helemaal stil. Wat nu???
We sms-en in elk geval naar Pak Umpuk dat we ons best doen, maar dat we zeker niet op tijd zullen komen voor het eten. En dat we ons afvragen of we vanavond überhaupt nog in Ampenan komen.
Als we na een lange tijd in het centrum van Senggigi zijn, besluiten we het op te geven. We parkeren de auto op Senggigi Plaza en gaan een glaasje drinken bij Mario’s. Dan kunnen we direct in de gaten hoden of het op straat rustiger wordt, dan rijden we dan nog wel naar Ampenan.
Maar er zit niet veel schot in. Af en toe rijdt het even, om daarna weer helemaal stil te vallen.
Als we na een uur het idee hebben dat het toch rustiger wordt, besluiten we maar om terug te rijden. Valt het mee dan rijden we door naar Ampenan, valt het tegen dan slaan we af bij Bumi Aditya.  
Het wordt het laatste, naar het hotel dus. Ik baal verschrikkelijk, vind het zo vervelend voor Ibu Diah.
Ze was zo blij dat we voor we naar Nederland gaan nog een keer bij haar konden komen eten.
Om 9 uur lopen Peter en ik nog een keer naar de hoofdweg, kijken hoe de situatie nu is.
Het is nog steeds druk, maar de auto’s rijden in elk geval. We besluiten om dan toch nog maar naar Ampenan te gaan. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen. Tom en Anique gaan niet meer mee, die duiken het bed in. Ja, kan ik me ook wel iets bij voorstellen.
Peter en ik gaan op pad en vorderen langzaam. Iets ten zuiden van Senggigi zien we de boosdoener, er is een groot festival op het terrein tussen de weg en het strand. En daar is het heel erg druk. In combinatie met de dagjesmensen die in Senggigi naar het strand zijn geweest, levert dit enorme problemen op de weg.
Als we hier voorbij zijn, vlot het weer een beetje beter. Nog net voor 10 uur zijn we in Ampenan. Pak Umpuk die we via sms op de hoogte hebben gehouden, staat ons al op te wachten.
Snel lopen we naar het huis van Ibu Diah en verontschuldigen ons voor het feit dat we zo laat zijn.
Geen probleem zegt ze, ze heeft het eten netjes voor ons bewaard… Om 10 uur in de avond wordt er dus van Peter en mij verwacht dat we een maaltijd voor 4 personen opeten, terwijl Ibu Diah, Ibu Misroh, Pak Umpuk en Wahyudi hoopvol toe zitten te kijken. Hoe lekker het ook is, veel eten lukt echt niet! En Ibu Diah heeft echt alles uit de kast gehaald om het ons naar de zin te maken. Heerlijke garnalen, sate, pisang goreng, kroepoek, nasi en vissticks. En geen iglo-prak of zo, nee heerlijke stukjes verse vis met een perfect krokant laagje. Als toetje krijgen we frisse watermeloen. En dan zitten we weer helemaal vol.


Wij hebben ook nog iets meegebracht, een hele doos vol kinderkleding. Er wordt direct gesorteerd en bedacht wie de spullen zullen passen. We vertrouwen er helemaal op dat alles op een goede plek terecht komt.
Peter maakt nog een afspraak met Pak Umpuk. Morgen is de laatste kans om samen te duiken, in het zuiden zijn de condities nog steeds niet goed. Dan maar naar de gili’s. Och, er zijn beroerdere duikstekken.
Ik sla over, Tom en Anique ook. Kan ik alvast wat spullen inpakken enzo.
Als alles is besproken, gaan we maar weer richting Senggigi. Het is nog steeds druk op de weg, maar we kunnen wel door blijven rijden. Als we rond middernacht aankomen, zijn Tom en Anique al in diepe rust.
Dan gaan wij ook maar lekker slapen!

 
Vrijdag 16 augustus

De laatste echte vakantiedag. Peter grijpt die kans aan om nog een keer te duiken. Tom, Anique en ik blijven in en om Loco.
Als Peter al vroeg de deur uit is, doe ik de laatste vakantiewasjes en daarna ga ik met de kinderen ontbijten. Het zoontje van Dani loopt al vrolijk rond in zijn nieuwe shirt, dat we hem hadden gegeven uit de doos met kleding die we een paar dagen geleden kregen. Het blijft ontroerend om te zien hoe gemakkelijk je mensen hier blij kunt maken.
Na het ontbijt wandelen Anique en ik nog een keer de grote ronde door Senggigi. Op het strand is het redelijk druk, veel Indonesische toeristen. Bij Coco Loco is het tijd voor een drankje, mjammie, er is weer verse sirsak, dus ik hoef niet lang na te denken wat mijn bestelling gaat worden.
Als we een half uurtje later via de hoofdweg teruglopen, wippen we nog even bij de apotheek binnen.
Anique had in het begin van de vakantie een tube calendula crème gekocht, van een merk dat ze in Nederland niet hebben. Die beviel prima, maar is bijna op. Dus gaan we kijken of ze een voorraadje hebben, waar ze het een jaartje mee kan doen in Nederland.
Maar helaas, er is helemaal niks meer. Maar, belooft de verkoopster, morgen komt er nieuwe binnen, waarschijnlijk ergens in de ochtend.  Aangezien we morgen in de loop van de middag vertrekken, zien we wel of we het dan nog een keer proberen.
Dan lopen we nog even door de supermarkt. Wat spullen kopen voor echte tosti’s, omdat Pak Umpuk dat zo lekker vindt. Hebben we in elk geval een lekker afscheidscadeautje voor hem en zijn gezin.
Ik koop ook nog een paar zakjes met kruiden en speciale mixen. Altijd lekker om in Nederland weer even in de Lombok-sfeer te komen.
Rond de middag eten we samen met Tom bij Warung Ana. Tom heeft de laptop meegebracht en is druk met de nieuwe menukaart voor het restaurantje. Een getypte kaart oogt net even wat professioneler dan een handgeschreven. Zoals gewoonlijk is kleine Satria weer niet weg te slaan bij Tom en Anique. Ik had net zo goed thuis kunnen blijven… Maar dat doe ik niet, haha, want dan mis ik al het lekkere eten, en natuurlijk de gezelligheid.




Tom vertelt ons enthousiast dat hij vanochtend al online heeft ingecheckt voor de vlucht naar huis. En dat hij zichzelf even naar de enige plek heeft verhuisd waar nog 4 stoelen bij elkaar vrij zijn. Slik, dat hadden we toch al lang geregeld toen we de vluchten boekten?! De vluchten zijn niet in één order geboekt, omdat Tom pas later naar Lombok is gekomen. Maar ik weet zeker dat Peter en ik er rekening mee hebben gehouden dat we op de terugweg met zijn vieren bij elkaar zouden zitten.
Maar dat wist Tom dus niet. Na het eten haasten we ons dus maar terug naar Bumi om te kijken of Peter, Anique en ik dan die andere 3 plekken kunnen vastleggen, bij Tom in de buurt.
Handig, meedenkende kinderen, maar ze moesten niet zo twijfelen aan de denkvermogens van hun ouders.
Gelukkig kan ik de stoelreserveringen van Peter, Anique en mijzelf nog wijzigen, zodat we op een andere plek weer bij elkaar komen te zitten, al zijn die plekken iets minder fijn. Och, de terugweg is nooit fijn, een betere of slechtere plek zal daar ook weinig meer aan veranderen.
Als dat allemaal geregeld is, ga ik maar wat spullen inpakken, sorteren wat mee naar huis gaat, wat her blijft. Hoeft dat morgenvroeg niet meer allemaal te gebeuren. Als Peter net terug is van het duiken, komt Boung even kletsen. Hij vraagt wanneer we tijd hebben om bij hem en Sareah te komen eten. Slik, wat dacht je van volgend jaar juli of zo? Ja, we gaan echt morgen al naar huis.
En de laatste avond in Lombok is steevast gereserveerd voor onze vrienden in Pondok Perasi. Maar we beloven dat we na het avondeten nog een kopje thee komen drinken.
En dat we uiteraard morgen nog even langskomen voor we vertrekken.
Als we naar Ampenan gaan hebben we al volle tassen bij ons. De knutselspullen die we hadden gekregen geven we aan Ida, zij kent vast wel een paar kinderen die ze daar blij mee kan maken.
We hadden ook nog een memory-spelletje liggen. Dat krijgt Aufa, en we beloven haar om na het eten uit te leggen hoe het spel werkt. Uit ervaring weten we dat we hier eerst moeten eten, en dat er daarna tijd is voor andere dingen.
Het wordt weer een bijzonder etentje. Ongetwijfeld omdat het hier voorlopig weer ons 'laatste avondmaal' is, zijn Hamdi, Aan, Opan en Ida ook van de partij. Even later staat de vloer weer vol met heerlijk eten, sate, tempe goreng, garnaaltjes, zoetigheid, nasi, kroepoek, kip, ei en veel thee. Als we helemaal vol zitten, komt Ibu Diah nog binnen met lekkere banaantjes en watermeloen. Oh, ik ga dit weer missen. Natuurlijk het eten, maar nog meer de gezelligheid en vriendschap van deze mensen.
Als de koffie wordt geserveerd, wordt het memory spelletje tevoorschijn gehaald. Pak Umpuk en Aufa gaan er eens goed voor zitten. Maar het blijkt al snel dat dit spel minder leuk is dan bingo. Je moet er goed bij nadenken en mag niet even snel een paar kaartjes extra omdraaien op zoek naar twee dezelfde plaatjes. Pak Umpuk krijgt het er benauwd van. Nee, dit is waarschijnlijk geen succes. Maar aan de gezichten van Ibu Misroh, Ibu Diah, Sanita en Riskia zie ik dat zij het wél leuk vinden. Het zou me niks verbazen als de dames morgen de hele dag gaan spellen…



We zouden nog uren gezellig kunnen blijven kletsen, maar dat maakt het afscheid straks niet gemakkelijker. En we moeten vanavond nog even bij Boung langs. Dus stappen we maar weer eens op. Dan volgen weer een paar moeilijke minuten. De meeste mensen zullen we morgen nog wel zien, maar Aan waarschijnlijk niet. Het grote afscheid nemen van alle vrienden in Lombok begint. Bah.
Konden we die laatste avond en dag in Lombok maar overslaan, maar ja, dan werd de vakantie korter en een andere dag de laatste dag, dat schiet ook niet op.
Stilletjes rijden we even later terug naar Loco. Daar aangekomen wandelen we maar direct naar Boung. Hij zit lekker buiten op de berugak en duikt direct de keuken in als we komen. Lekker, thee en koffie.
Hij verontschuldigt zich voor het feit dat Sareah al slaapt. Maakt niet uit, we weten dat ze altijd vroeg naar bed gaat, maar morgen zien we haar vast nog wel.
Even later komen Ani en Wawan ook thuis, hun werkdag zit er ook weer op. Ani duikt direct het bed in, Wawan komt nog even gezellig bij ons zitten. Maar wij maken het ook niet te laat. Morgen wacht ons weer een lange dag!

 
Zaterdag 17 augustus

Het is vandaag 17 augustus, dus het is hari Merdeka, Onafhankelijkheidsdag, een nationale feestdag in Indonesië.
Maar ik ben niet in een feeststemming als ik wakker word.
Het wordt weer een chaotische, lange, drukke en emotionele dag.
Spullen pakken, afscheid nemen van veel goede vrienden en dan de lange reis terug naar Nederland.
Als we aan het ontbijt zitten komen Sofi en Sarah al langs om afscheid te nemen.  
Even later, als we weer naar onze kamers willen lopen, komen Boung en Sareah eraan. Ze moeten onverwachts weg in verband met een sterfgeval, en ze weten niet of ze terug zijn voor wij vertrekken. Dus komen ze voor de zekerheid alvast afscheid van ons nemen. Wat lief dat ze daar nu nog aan denken!
Na het ontbijt lopen we naar Daan, maar als we goed en wel het hotel uit zijn, lopen zij en Zahra ons al tegemoet. Met een zak kroepoek en een pak lombokkoffie om mee te nemen naar Belanda, voor heimweemomentjes. Wat aardig, ja, die momentjes zullen we genoeg hebben de komende maanden!
We lopen terug naar onze kamer en drinken met zijn allen wat op ons terrasje, intussen gooien we nog wat laatste spulletjes in de tassen en maken wat pakketjes klaar met spullen die we niet meer mee naar Nederland nemen. Daar maken we hier wel mensen blij mee.




Ook de 2 grote boxen die bij Pak Umpuk worden gestald tot we weer terugkomen worden gevuld. Duikspullen, leesboeken waar we zelf niet aan zijn toegekomen, wat praktische huishoudelijke spullen. Voor we de laatste spullen inpakken lopen we eerst naar het huis van Boung en Sareah om afscheid te nemen. Ze zijn zelf inderdaad nog niet terug, maar hun dochters zijn er wel. We maken nog een paar foto’s en kletsen wat met de vrouw van Jay, een paar andere buurvrouwen, Ana, Ani en Wawan, hun dochtertje Olivia en van Nur, die de volgende keer dat we hier zijn ook met een baby’tje rond zal lopen.
Sane, de moeder van Daan komt ook nog even langs. We kletsen wat, maken nóg een paar foto’s en gaan dan maar beginnen met handjes schudden en knuffels geven. Bah, dit is helemaal niet leuk!
Terug in het hotel springen we nog even snel in de douche, dan gaan de tassen definitief dicht en gaat alles in de auto. Nog een snel controlerondje door de kamer, maar alles is leeg. Deur dicht en hopelijk tot volgend jaar.
We nemen afscheid van iedereen bij Bumi. Als we weg willen rijden, komt Dani de keuken uitrennen. Oeps, we wisten niet dat zij er nog was, meestal is ze rond deze tijd al naar huis. Maar blijkbaar is ze speciaal voor ons gebleven. Ze heeft een zak vol ubi-frieten voor ons gebakken voor onderweg, ze zijn nog lekker warm. Ze was zo dankbaar voor de spulletjes die we haar en haar zoontje hadden gegeven, dat ze iets voor ons terug wilde doen. Dat is voor mij alweer genoeg reden om de volgende huilbui in gang te zetten. Och, het zal niet de laatste zijn vandaag.
Voor we naar Ampenan gaan, rijden we nog even bij de apotheek langs. En ja hoor, de crème is binnengekomen, al is het maar 1 tube. Tja, we moeten misschien maar gewoon terugkomen als die op is….
Dan rijden we weer terug naar het zuiden. Bij Warung Ana stoppen we even. Niet om te eten deze keer, maar om de uitgeprinte menukaart af te geven en om heel snel afscheid te nemen. Dan snel door naar Ampenan. Als we halverwege zijn, krijgen we een telefoontje van Opan. Hij moest van Ibu Diah doorgeven dat ze ons nog cake mee wil geven. Of dat nog wel in onze tas past. Tja, dat zien we straks wel.
Als we in Ampenan aankomen, zien we dat de nieuwe kleren hier in de buurt ook goed zijn aangekomen. We herkennen verschillende broeken, bloesjes en truitjes uit de doos die we hebben gekregen.
Ibu Misroh wacht ons op met tempe goreng, ote-ote, koffie, thee en lekker limoensap.
De ubi-frietjes delen we maar met de mensen hier. Wij komen echt niks tekort.


Als we zitten te eten, komt Ibu Diah aan met een grote kartonnen doos. Wat voor een cake zal daar in zitten, vragen we ons af.
Als Pak Umpuk uit gaat leggen wat het is en hoe het gemaakt wordt, schieten we in de lach. De omschrijving lijkt erg veel op de ‘rijst met natuurlijk sap’ (en alcohol) die we met de feestdagen hebben gehad. Als we horen dat er ook een beetje vloeistof bij de rijst zit, weten we zeker dat het hetzelfde spul is. Niks geen cake dus, al heeft het eten ervan misschien een beetje hetzelfde effect als de ‘Nederlandse’ spacecake.
Geweldig, dat wordt dus niet handig om mee te nemen in het vliegtuig, zeker als er ook nog vloeistof in zit.  Maar Ibu Diah verzekert ons ervan dat ze het heel goed heeft ingepakt in plastic bakjes, die weer helemaal dichtgeplakt en ingepakt zijn.
Zelfs de doos is helemaal omwikkeld met brede tape. En volgens haar zit er nu nog geen vloeistof in, dat wordt later vanzelf meer, maar dan zijn we vast al in Nederland.
Ik heb nog een stoffen tas in mijn handtas zitten, waar de doos net in past. Mogen we het bij de douane niet meenemen, dan laten we het daar maar staan. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om nu te zeggen dat we het niet meenemen naar huis.
Een tasje extra moet kunnen, denk ik. Al begin ik te twijfelen als Opan en Ida even later ook nog met een flinke doos aankomen. Nog meer dozen kunnen we echt niet meenemen.
In elk geval moeten we dit pak wel even uitpakken voor we gaan, zeggen Opan en Ida, misschien kunnen we het kleiner maken. Uit de vele lagen beschermend papier komen 4 grote mokken tevoorschijn, met onze namen en foto’s erop. Voor iedereen een persoonlijke beker, Opan en Ida hebben het speciaal voor ons laten maken. Wat een leuk cadeau! Maar hoe gaan we dit meenemen? In de grote tassen durven we niet, daar wordt nogal eens ruw mee omgegaan op het vliegveld. Dan zit er niks anders op dan dit ook maar in de handbagage te stoppen.
Nu komt mijn grote rugzak met heel veel spullen erin weer eens van pas. De bekers worden stevig ingerold in een handdoek en een sjaal, en weer in de rugzak gestopt. Het past net.
Tja, en dan kunnen Pak Umpuk en Ibu Misroh niet achterblijven, vinden ze blijkbaar. Er komen nog een paar pakken speciale kroepoek uit de keuken, één met sojaboontjes, één met kleine stukjes vis erin. In de handbagage gaat niet meer lukken, dat gaat zo dus nog in een grote tas.
Gelukkig is de kroepoek nog ongebakken, en niet zo groot en breekbaar.  
Na nog een glas thee is het tijd om op te stappen. Opan rijdt met de motor naar het vliegveld en pikt onderweg Hamdi op. Pak Umpuk rijdt met ons mee. Van alle anderen moeten we nu dus afscheid nemen.
Heel veel tranen verder rijden we richting vliegveld. Pak Umpuk doet onderweg weer overdreven opgewekt, inmiddels ben ik erachter dat dat is om de sfeer er een beetje in te houden en zijn eigen emoties te verbergen. Heel veel helpt het bij mij niet. Eigenlijk zou ik liever gewoon in Ampenan afscheid nemen, dan ben ik weer een beetje opgeknapt als we op het vliegveld zijn. Maar Pak Umpuk vindt dat hij het aan ons verplicht is om ons zo lang mogelijk bij te staan. Of Opan en Hamdi uit eigen beweging meegaan, of dat Pak Umpuk hun vertelt dat dat moet, of zelf een beetje troost nodig heeft als wij weg zijn, weet ik niet. In elk geval krijgen we altijd de 3-persoons delegatie mee op de eerste etappe van de lange weg naar huis.
Als we bijna bij het vliegveld zijn, realiseren we ons weer dat het vandaag een feestdag is. Over één baan van de weg loopt een groep marcherende mensen. Van de traditionele marcheerwedstrijden op Hari Merdeka is weinig overgebleven. Of dat te maken heeft met het feit dat deze feestdag de laatste jaren een paar keer in de vastenmaand is gevallen, of met ongelukken die zijn gebeurd op straat, doordat auto’s en vrachtauto’s op de marcherende kinderen zijn ingereden, we weten het niet. Veel merken we in elk geval niet van de Onafhankelijkheidsdag.
Op het vliegveld aangekomen parkeren we de auto en Peter gaat op zoek naar de medewerker van Trac autoverhuur. Hij zal de auto in ontvangst nemen en alles afhandelen.
Terwijl Peter bezig is, komen Hamdi en Opan ook aan. Als Peter even later terugkomt, ben ik erg benieuwd naar de afhandeling van de schade. Het verhaal wat we eerder hoorden, blijkt helemaal te kloppen. De schade, die niet eens werd gecontroleerd of persoonlijk bekeken, kostte ons slechts 200.000 IDR aan eigen risico, nog geen 15 Euro. Heel fijn om te weten dat de auto’s van Trac inderdaad goed verzekerd zijn! Het wordt wel altijd gezegd, maar nu weten we zeker dat het echt zo is.
We lopen naar de vertrekhal, gaan door de controlepoortjes, checken in (voor zover we dat nog niet via internet hadden gedaan) en geven onze bagage (gelukkig zonder overdreven overgewicht…) af.
Dan lopen we door de uitgang weer terug naar de centrale hal waar Pak Umpuk, Hamdi en Opan op ons wachten.
Met ‘alleen’ onze handbagage lopen we naar de koffieshop. Daar bestellen we allemaal wat te drinken, en vragen voor iedereen een taartje erbij, want ondanks dat we gaan, valt er nog iets te vieren.


Hamdi is vandaag jarig. Na de dikke taart die Heni en hij in maart op de dag dat we vertrokken voor mijn verjaardag hadden geregeld, kunnen we nu niet achterblijven. Alleen kaarsjes hebben we niet. Maar geen probleem, met een paar stug rokende Lombokse mannen in de buurt is er altijd wel een vlammetje te regelen. Opan’s aansteker mag even voor kaarsje spelen.
Met een brok in mijn keel werk in mijn taartje naar binnen en probeer niet te veel aan het komende uur te denken. Maar ja, het afscheid komt er toch.
Om 6 uur moeten we maar eens gaan. Het vervelendste moment van de vakantie, afscheid nemen op het vliegveld, van deze drie geweldige mannen.
Heel veel handjes, knuffels en tranen verder lopen we weer door de controle. De jongeman begrijpt er niets van, we zijn net ook al langsgekomen. Tja, soms is afscheid nemen van Lombok te moeilijk om in één keer te doen….
Pak Umpuk, Open en Hamdi blijven zwaaien tot wijzelf en onze spullen zijn gecontroleerd en tot we de trap opgaan naar boven.
Dag Lombok! We zijn er nog wel een uurtje, maar dit voelt voor mij altijd als het einde van de vakantie. Nu volgt de lange terugreis…
Terwijl we bij de gate zitten te wachten, krijg ik het ene na het andere sms’je van pak Umpuk en Opan..  die op de terugweg naar huis zijn. Hamdi is waarschijnlijk te druk met motorrijden. Ze hopen dat we een goede reis hebben en missen ons nu al. Dat is geheel wederzijds!
De vlucht naar Singapore en twee uurtjes later naar Amsterdam verlopen als altijd vlot, en lekker in de nacht, zodat we redelijk wat tijd slapend doorkomen.
Als we op Schiphol uitstappen, zou ik het liefste weer rechtsomkeert maken en in het vliegtuig stappen. Maar ja, dat kan niet, eerst mogen we weer aftellen.
En natuurlijk nagenieten van deze prachtige maand, van de vele foto’s, de mooie herinneringen en alle ‘Lombok-heimweemomentjes’ hapjes en drankjes die we meegekregen hebben.
De eerste dagen in Nederland verlopen zoals gewoonlijk enigszins in een roes. De overschakeling van Lombok naar Blitterswijck is enorm en lijkt op één of andere manier steeds moeilijker te worden.  
Maar na een tijdje zakt dat ook weer, gelukkig houden we via facebook contact met onze vrienden in Lombok. En al snel beginnen we met aftellen naar een volgende vakantie.


Blitterswijck, 21 juli 2014

Ja, en die vakantie kwam al in februari 2014.
“Verslag-verslag!”, hoor ik verschillende mensen denken.
Ja, sorry, dat was eigenlijk ook de bedoeling, maar (ik voel me er zelfs een beetje schuldig over) dat gaat niet lukken. Het schrijven van het verslag over zomer 2013 heeft me bijna een jaar gekost. Niet dat ik een jaar achter de laptop heb gezeten, maar door drukke bezigheden, onverwachte verbouwingen en andere zaken is het schrijven er (te) vaak bij ingeschoten.

Om nu nog aan een het verslag van een ‘oude’ vakantie te moeten beginnen als de nieuwe vakantie er aan zit te komen, zie ik niet zo zitten.
Als goedmakertje zijn op facebook (‘Peter en Marianne Geurts’ en ‘Impian Anak’) verschillende foto-albums te vinden met prachtige Lombokfoto’s uit februari 2014.
Ik hoop dat iedereen heeft genoten van de verhalen in deze verslagenreeks. Ik heb ze in elk geval met heel veel plezier geschreven, en hoop dat van de komende vakantie weer te gaan doen!

Marianne Geurts



 
Nawoord Jeanne

Jeanne, juli 2014

Toen wij in januari 2013 onze reis boekten wisten we nog niets van Lombok af. Ja, een eiland in Indonesie, maar dat was zo ongeveer ook het enige. En ook de familie Geurts hadden we nog maar een paar keer gezien. Alleen Anique kenden we omdat ze vriendin van Bonnie is. Kort gezegd zijn we in een avontuur gestapt waarvan we totaal niet wisten hoe het zou uitpakken. Toch heb ik me er totaal geen zorgen over gemaakt. Het gevoel bij de familie Geurts was vanaf het begin gewoon goed en dat gevoel is alleen maar gegroeid naarmate we dichterbij de afreisdatum kwamen. En tijdens onze vakantie kregen we alleen nog de bevestiging dat het een hele goede keus was om met deze familie naar Lombok te gaan.
Op Lombok heb ik veel respect gekregen voor Peter en Marianne, en uiteraard ook Tom en Anique, en voor hun stichting Impian Anak waarvoor zij zo’n goed werk doen. Dat zij daar op handen gedragen worden vind ik niet vreemd en helemaal terecht. Het was een hele ervaring dit te mogen meemaken. Doordat Bonnie en ik met hen daar waren, werden wij ook overal gastvrij ontvangen en behandeld. Erg speciaal allemaal om dit te mogen meemaken.
Alle indrukken die ik daar heb opgedaan spelen nog dagelijks door mijn hoofd. De mooie natuur, de gastvrije cultuur, de armoede, het primitieve leven, Puput ons sponsorkindje, onze lieve Lombokse vrienden en nog zoveel meer. Ondanks de armoede waarin de mensen leven, geven ze je alles wat ze kunnen missen en hebben ze toch een glimlach op hun gezicht. Ook daarvoor heb ik veel respect. Daar kunnen wij nog wat van leren en heeft ons ook wel weer met beide benen op de grond gezet. Niet verkeerd om weer eens stil te staan hoe goed dat wij het toch hebben. En dat een mens eigenlijk niet veel nodig heeft om gelukkig te zijn.
Al met al hebben wij ontzettend genoten maar dit allemaal dankzij de familie Geurts. Zonder hen was het beslist niet zó bijzonder geweest en hadden we waarschijnlijk alleen de toeristische plekjes gezien. Maar nu hebben wij het échte Lombok gezien en ik kan het iedereen aanbevelen!
Met alle foto’s, film en verslagen kunnen wij altijd terug kijken op die mooie tijd. Maar het allermooiste zijn de herinneringen die voor altijd in mijn hart zullen zijn. En die zijn me erg dierbaar.
Wanneer weet ik nog niet maar wat ik wel  weet is dat ik nog eens terug ga naar dit mooie eiland.
Ik heb het al vaker gezegd maar toch willen Bonnie en ik als allerlaatste Peter, Marianne, Tom en Anique heel erg bedanken voor onze onvergetelijke vakantie. Het was, is en blijft dé reis van ons leven.

P.S.  Wanneer  jullie op Lombok zijn, geef Puput en al onze lieve vrienden daar een dikke knuffel en de allerliefste groetjes van ons





 


info@impian-anak.com - tel: +31 478 539091 - Bankrekening: NL77 KNAB 0205 9517 32 t.n.v. Stg. Impian Anak te Blitterswijck.             .