NederlandsEnglish
Verslag 2012
Zondag 15 juli

Eindelijk, het is weer zo ver! Na ongeveer 300 centimeters wachten (vanaf het boeken van de vlucht tot vertrek elke dag één centimeter van het meetlint knippen - ja, wachten is een hele opgave) mogen we vandaag weer vertrekken naar ons dierbare Lombok.
Vrijdag hebben we al onze tassen ingepakt. Heel vroeg voor ons doen, maar wel lekker relaxed! Niet meer op de laatste dag de stress van ‘wat kan er mee, wat moet er thuisblijven’. Met een maximum van 20 kilootjes bagage per persoon zitten de tassen snel vol. Zeker met de nodige duikattributen erbij.
Maar omdat we steeds gemakkelijker worden, ook omdat we inmiddels weten wat er in Lombok te krijgen is, lukte het dit jaar vrij aardig om de tassen gepakt te krijgen. Met slechts 2 kilo overgewicht per tas (uit ervaring weten we dat Singapore Air daar niet moeilijk over doet) en handbagage die ietsje meer overgewicht heeft (dat heb je snel met een paar dikke leesboeken) gaan we zondagochtend in alle vroegte op pad, uitgezwaaid door de buren.
Het weer van de afgelopen week is een extra reden om vrolijk naar Indonesië te gaan. Best veel regen hebben we gehad en de temperaturen waren ook niet echt zomers.
In elk geval komen we vandaag droog aan op Schiphol. Na een snelle incheck nemen we een ontbijtje en wandelen we nog wat rond op Schiphol. Niet dat er zo heel veel te zien is, maar je moet wat.
Iets later dan gepland stappen we het vliegtuig in. En we krijgen een mooi afscheid. Net voor we aan boord gaan barst er een gigantische stortbui los. Maakt ons niet meer uit, we zitten voorlopig droog in het vliegtuig.
De vlucht is niet echt spannend. Gewoon een lange zit, maar met een hapje en drankje, wat muziek, een goed boek en een beetje dutten, komen we er wel.

 
Maandag 16 juli

Rond 6 uur in de ochtend staan we op Singapore! Hier moeten we ons tot kwart voor 4 vanmiddag zien te vermaken. Dan vliegen we met Silk Air door naar Lombok.
De afgelopen jaren hebben we de trein gepakt en zijn we Singapore in gegaan. Heel leuk, maar ook vermoeiend. Tegen de tijd dat het in Singapore gezellig druk wordt, zijn we moe…
Dus besluiten we nu iets anders te doen. Er is een gratis bustour door Singapore, georganiseerd vanaf het vliegveld. Dan zijn we in elk geval even van het vliegveld af en kunnen we daarna nog wat relaxen/zwemmen/opfrissen voor we verder vliegen.
Maar eerst nemen we een lekkere ice-cappucino. Daarna even de mail en Facebook checken.
Dan wandelen we naar de inschrijfbalie voor de bustour.
We schrijven ons in, krijgen een mooie sticker op onze borst geplakt, zodat iedereen kan zien dat we ‘bij de groep’ horen en mogen met een mevrouw meelopen naar de volgende balie.
Daar worden alle groepen van de verschillende terminals verzameld.
Het is een flinke groep geworden. Een grote Indiase familie, die zo te zien nog twijfelt of ze wel of niet mee zal gaan, wordt door de tourdames op een niet al te vriendelijke manier afgescheept.
Eindelijk is duidelijk wie wel en wie niet meegaat. Dan kunnen we vertrekken. Eerst met zijn allen naar de immigratie. Daar mag iedereen aansluiten in de lange rijen. De rijen waren nog niet zo lang, maar nu, met een hele buslading mensen, wel… We hebben al formulieren ingevuld en krijgen, na lang wachten, een visum voor een dag Singapore. Dan mogen we achter de gids aan naar de uitgang lopen waar de bus staat te wachten. Als we buiten komen schrikken we even. Oh ja, het is WARM, we zijn in Singapore. Op het vliegveld is het overal aan de kille kant, maar buiten niet. Warm en vochtig.
Door alle immigratierompslomp met de hele groep, blijkt dat we een flinke achterstand op het programma hebben opgelopen. De 2 standaard stops in Singapore worden waarschijnlijk teruggebracht naar 1 stop, is de vrolijke mededeling van onze gids. Als het verkeer meezit, kunnen we misschien toch nog een 2e korte stop maken, maar dat zal wel niet lukken.
Nee, het verkeer zit inderdaad niet mee… Met de trein ben je veel sneller in het centrum.
Maar ja, we zitten nu in de bus. De gids vertelt er vrolijk op los, terwijl we tergend langzaam vooruit gaan. Rond ons dutten steeds meer mensen in. Hebben zeker ook allemaal een nacht in het vliegtuig gezeten. Alles wat we zien hebben we eigenlijk al één of meerdere keren gezien. Al komt er steeds wel weer wat nieuws, waar je ook kijkt wordt gebouwd, de hele skyline is gevuld met hijskranen.



In de buurt van Marina Bay Sands hotel staan ook weer een paar spiksplinternieuwe futuristische gebouwen, waar we met de bus langsrijden. Het hotel blijft ook prachtig om te zien. Vorig jaar zijn we er geweest, toen hebben we alleen de uitkijk vanaf het dakterras met zwembad gemist. Die stond eigenlijk voor vandaag op het programma, totdat we hoorden dat de entree voor het dakterras ongeveer € 13 per persoon is. En dan mag je niet eens zwemmen en volgens mij ook niet bij het zwembad komen. Nou, voor dat geld kunnen we in Lombok nuttigere dingen doen!
Dus rijden we vandaag met de bus langs het mooie hotel. Een stuk verderop, bij de baai, stopt de bus en worden we even losgelaten. Als we met de meute de bus verlaten, zijn we weer heel blij dat we geen groepsreis gaan doen. Geef ons maar de vrijheid om te gaan en staan waar (en hoe lang) we willen.
Een kwartiertje later rijden we weer verder, via een omweggetje terug naar het vliegveld. De tweede stop zat er inderdaad niet meer in. Maar of we daar echt om moeten treuren?
Ons doel is bereikt, we zijn even van het vliegveld af geweest en we hebben een paar uurtjes van de wachttijd doorgebracht. Maar voor herhaling vatbaar??? Nee, dat nou ook weer niet. Volgende keer maar weer een eigen programma in elkaar zetten.
Nadat we weer door de douane zijn bekijken Peter en Tom nog een paar mooie onderwatercamera’s en lampen in een elektronicazaak. Heel mooi, maar ook heel duur.
Dat wordt toch maar weer een maandje fotograferen en filmen met de GoPro. Dan maar wat minder kleur in de foto’s.
We besluiten om de rest van de tijd maar door te brengen in/om het zwembad. Tom is er vorig jaar ook geweest en weet de weg nog.
Het zwembad zit op een dak, met uitzicht over de start/landingsbaan. Heel apart.
Ik ben niet zo’n waterrat  en hou al helemaal niet van zwemmen. De jongen achter de balie geeft ons 3 kaartjes voor de zwemmers en één gratis entree voor de lifeguard (dat ben ik dus). Met nog een extra bonnetje voor een drankje voor de lifeguard!  Nu maar hopen dat de zwemmers goed zwemmen, ik vlij me neer in een stoel en duik met mijn neus in een boek. Haha, de lifeguard heeft nu vakantie.
Als iedereen uitgezwommen is, nemen we een frisse douche en zoeken de koelte van het vliegveld weer op. Daar gaan we een hapje eten. Frietjes met een burger. Lekkerder dan McDonalds en waarschijnlijk de laatste voor een hele tijd. De komende weken ga ik weer voor de echte Aziatische keuken.
Na het eten lopen we naar de gate en wachten daar tot we door mogen lopen. Nog even…
Rond om me hoor ik al weer wat Indonesisch/Sasak. Waarschijnlijk Indonesische gastarbeiders die in Singapore of Maleisië werken en nu voor een Ramadan vakantie naar huis gaan.
Al we de laatste controle hebben gehad en in de wachtruimte de douane-formulieren in zitten te vullen, begint het buiten te regenen. En niet zo’n beetje, een echte tropische bui. Dat belooft nog wat te worden, overal waar we vertrekken begint het te regenen.
Een half uur te laat vliegen we eindelijk naar Lombok. Jippie!!!
De vlucht duurt officieel 2 uur en 3 kwartier, maar meestal wel iets korter.
Helaas is het al helemaal donker als we aankomen. In de schemering vliegen we langs de Gili’s, hoog over Ampenan. Vreemd, we moeten een stuk verder naar het zuiden komen, waar het nieuwe vliegveld ligt.
De piloot maakt een paar hele vreemde bochten. We krijgen het vage vermoeden dat hij niet goed weet waar we naar toe moeten, maar rond half 7, als het jammer genoeg al helemaal donker is, landen we op LOP, Lombok International Airport. We komen er maar niet uit, waar staan de letters LOP voor???????? . L voor Lombok, P zou eventueel Praya kunnen zijn, de dichtstbijzijnde grotere stad. Maar die O… LOmbokPraya??? wie het weet mag het vertellen.
We verheugden ons op een ouderwetse vliegtuigtrap, maar dat zit er niet in op dit hypermoderne vliegveld. Door een echte aviobrug gaan we naar de aankomsthal.
Onderweg hebben we al zitten gissen hoe ver we vooraan in de rij kunnen komen bij de immigratie.
Indonesië kennende gaan die rijen niet erg snel. Het is dus zaak om zover mogelijk vooraan te komen.
Voor ons zijn maar een paar rijen in het vliegtuig en daar zitten verschillende mensen van Indonesische komaf. Die hebben waarschijnlijk geen visum on arrival nodig.
Van de paar toeristen die voor ons zitten zijn er vast wel wat die straks vertwijfeld naar binnen lopen op zoek naar de werkwijze op het vliegveld. Die kunnen we voorbij spurten.
Erg hoor, maar we willen natuurlijk zo snel mogelijk naar onze eindbestemming.
En inderdaad, met slechts 2 stellen voor ons sluiten we aan bij de balie waar we de visumsticker moeten kopen en afrekenen. Daarna moeten we naar de balie waar het visum wordt ingeplakt en gestempeld.
Klinkt simpel. Maar dat is het niet.
LOP is een internationaal vliegveld. Met maar liefst 3 internationale vluchten per week (oké, 3 inkomende en 3 uitgaande). Alle andere vluchten zijn nationaal.
Er is 1 balie waar je stickers kunt kopen. En als we aankomen zijn er 2 balies waar je de overige formaliteiten kunt regelen. Maar bij één balie ziet het personeel de meute toeristen aankomen en vlucht weg. Heel vreemd, de eerste binnenkomende internationale vlucht sinds dagen. Waarom zat er dan iemand achter die balie??? Als er eindelijk klanten komen vertrekt hij.
Tja, dan maar aansluiten bij de enige overgebleven balie voor Visum on Arrival.
Zo’n 10 minuten later zijn we aan de beurt. Anique en ik komen er vrij snel doorheen. Plak, stempel, stempel, stempel en klaar.
De bagage van het vliegtuig begint al over de enige bagageband te lopen. Dus lopen Anique en ik daar maar vast naar toe. De bagageband is iets langer dan die op Selaparang, het ‘oude’ vliegveld bij Mataram.
Maar niet lang genoeg voor alle koffers van één vliegtuig. En omdat de immigratie niet echt opschiet, worden er alleen maar koffers toegevoegd, geen afgehaald.
De immigratie heeft grote problemen met Tom. Op één of andere manier is hij volgens de computers vorig jaar niet uit Lombok vertrokken. Tja, in zijn paspoort staan wel stempels van de dag van vertrek. Dus wat er mis is gegaan weten we ook niet. Vast een computerfout. Nadat heel veel mensen zich over het paspoort hebben gebogen en de rij achter Tom langer en langer wordt, en de koffers van de bagageband beginnen te vallen, mag Tom eindelijk doorlopen. Met een nieuw visum en de constatering van de deskundigen dat het inderdaad een computerfout zal zijn. Selamat datang di Lombok!
Wij hebben inmiddels alle koffers van de band (en grond) geplukt. Het luchthavenpersoneel haalt alle overige koffers ook van de band en zet ze netje in rijtjes neer. Geweldig, het is net als op Selaparang!
Dan lopen we naar de uitgang. Overigens vinden we de hele uitstraling van het vliegveld maar kil en saai, en ziet niets er meer uit alsof het nog geen jaar oud is. Alles veroudert snel in Lombok!
We gaan op zoek naar een meneer (of mevrouw) van Trac, het autoverhuurbedrijf.
Daar hebben we, zoals gewoonlijk, een auto gehuurd. Het verbaasde ons dat het verhuurbedrijf weliswaar een kantoortje of balie heeft op het vliegveld, maar dat we voor de financiële afwikkeling toch naar het kantoor bij het oude vliegveld moeten. Maar dat heeft ook zijn voordelen, nu worden we opgehaald door een chauffeur die ons naar het oude kantoor brengt. Daar worden we straks met auto ‘losgelaten’. We hoeven dus niet zelf naar Mataram te rijden, in het donker is het niet prettig rijden op Lombok, zeker niet op een onbekende weg.
Al snel vinden we de chauffeur. Hij loopt voor ons uit terwijl we ons een weg banen door een uitzinnige menigte. Eerst denken we nog dat al die mensen achter de dranghekken bij de uitgang op ons staan te wachten. Ze lachen, kijken, staren ons aan, praten over ons. Maar daar blijft het bij. Het zijn de bekende/beroemde/beruchte Lombokkers die ‘aapjes’ komen kijken op het vliegveld. Ja, het is onvoorstelbaar, maar na de opening van het nieuwe vliegveld, oktober 2011, schijnt heel zuidelijk/midden Lombok hier naar toe te komen om naar de mensen en vliegtuigen te kijken.
Als we door de ergste drukte heen zijn, staan we buiten en is de chauffeur weggesprint om de auto op te halen van de parkeerplaats. Dat was aardig bedoeld (hoeven we niet met onze bagage achter hem aan te rennen), maar geen goed idee van hem. Het is verschrikkelijk druk op de weg voor de aankomsthal. Mensen, motors, geparkeerde, dubbel geparkeerde en driedubbel geparkeerde auto’s. En dan nog rijdende auto’s ertussendoor. En veel getoeter, geschreeuw en gescheld. Heerlijk, we zijn weer in Lombok!
In het donker is het lastig te zien welke auto we moeten hebben, tja, en hoe zag de chauffeur er eigenlijk uit? Zwart haar, beetje bruin, niet al te groot. Daar komen we ver mee. In elk geval moeten we een Toyota Kijang hebben, waarschijnlijk zwart of grijs….
Na een hele tijd komt hij in zicht. Nog wat later is hij eindelijk bij ons en kunnen we (dan ook maar driedubbelgeparkeerd) onze spullen in de auto gooien en instappen.
Als we het vliegveld afrijden, begint het een beetje te regenen. Waar hebben we dat meer gezien?
Maar het is maar een buitje, gelukkig.
De chauffeur (die volgens mij net zo nachtblind is als mij) rijdt met veel groot licht (ook -of vooral- als er tegenliggers aankomen) richting noorden. Er is een snelle weg naar Senggigi, maar wij moeten nog eerst naar het kantoor van Trac en nemen een andere route. Of het aan het donker ligt weet ik niet, maar het is moeilijk de juiste weg te vinden. We gaan weer een stukje terug en nemen een andere weg. Dan nog een omweg in verband met wegwerkzaamheden. Ja, het gaat lekker vandaag!
En ik wil zo graag naar Loco!!! Het kan me niet snel genoeg gaan.
Maar een uurtje later komen we dan toch bij het bekende kantoor aan. Meneer Nyoman, waarmee we altijd alles regelen, is er vanavond niet, maar zijn vrouwelijke collega, die we ook nog kennen van vorige jaren, ontvangt ons allerhartelijkst. Zij kent ons waarschijnlijk ook nog wel. We krijgen water, 2 van de bekende/beruchte bekertjes, waarmee Peter hier ooit een waterballet heeft veroorzaakt op het bureau van meneer Nyoman. De bekers zijn voor de Tom en Anique die iets verder van het bureau af zitten, Peter en ik krijgen allebei een flesje water met schroefdop. Wel zo veilig.
Na de financiële afwikkeling en een vriendelijk praatje is het tijd om de auto te inspecteren.
Officieel met een tekening erbij van alle kanten van een auto waarop krasjes en deukjes en andere beschadigingen worden aangetekend. Na een snel rondje (met lamp) om de auto, staan er zoveel kruisjes op de tekening, dat we er waarschijnlijk geen nieuwe krassen/deukjes of wat dan ook bij kunnen maken. Toch ziet de auto er verder prima uit, en in het Lombokse verkeer is het moeilijk om een auto helemaal krasvrij te houden.
Even later wordt het verkeer op de drukke weg stilgelegd door de portier van Trac en kunnen we de weg oprijden, uitgezwaaid door het voltallige Trac-personeel.
Peter mag weer wennen aan het drukke, chaotische verkeer, aan het feit dat iedereen hier aan de verkeerde kant van de weg rijdt en aan de auto waar het stuur aan de verkeerde kant zit.
Wij kijken onderweg nieuwsgierig rond of we al dingen kunnen ontdekken die veranderd zijn. Het blijft spannend, weer naar Lombok gaan.
Rond half 10 komen we pas aan in Loco. De nieuwe betonnen weg naar de kampung is nog net zo smal als vorig jaar en iets hobbeliger. Bumi Aditya, ons favoriete stekkie hier, ligt nog op dezelfde plek. Maar er is wel een andere eigenaar. De vorige eigenaar, Pak Made, is voorjaar 2011 gestorven. Zomer 2011 had Bumi tijdelijk een andere beheerder. In de loop van afgelopen jaar is het hotel verkocht aan een nieuwe eigenaar. Nu wordt alles beheerd door Dedi, een jongeman uit midden Lombok. Via telefoon en facebook hebben we al contact gehad en van Joep en Marijke hebben we positieve verhalen over hem gehoord. We zijn benieuwd!
Als we uitstappen, staat Dedi ons al op te wachten. De ontvangst is allervriendelijkst. Voor de variatie krijgen we nu de 1e en 2e kamer in het rijtje. Andere jaren hadden we altijd de ‘luxe’ kamers (met airco en warm water - maar de airco werkte zelden en het warme water werd al 3 jaar niet meer warm). In het kader van de bezuinigingen hebben we dit jaar gevraagd om een goedkope kamer, vandaar de verhuizing naar kamer 1 en 2.
We bereiden ons voor op het ergste als we de kamers betreden. Vies, vuil, stoffig en smerig.
Maar we worden er stil van. De vloer is blinkend schoon. De badkamer ziet er fris uit. Het beddengoed van onbenoembare kleuren heeft plaatsgemaakt voor strakke witte lakens. Zelfs de handdoeken zijn mooi wit! En, wauw, wat leuk, op de bedden ligt een mooi WELCOME van takjes en bloemetjes.
Super, we worden er helemaal vrolijk van! Wat een ontvangst, wat een meevaller. We gaan direct onze planning omgooien. De eerste dag na aankomst staat standaard ingeroosterd als poets en ontsmetdag.
Morgen kunnen we leukere dingen gaan doen!!! Als we nog eens tevreden onze kamertjes rondkijken, zien we zelfs een tv staan. Niet dat we daar behoefte aan hebben, tv kijken is wel het laatste waar we hier zin in of tijd voor hebben, maar het wordt zo bijna net een echt hotel.
We zijn benieuwd of we ook nog gezelschap gaan krijgen in de vorm van zeep etende muisjes, gekke gekko’s, vreemde insecten, honden, katten.
Maar voorlopig zien we niets vreemds. We frissen snel een beetje op en gaan dan op zoek naar iets te eten.
Veel honger hebben we niet (eigenlijk hebben we meer slaap) maar we zoeken natuurlijk een reden om even Senggigi in te lopen. Misschien komen we nog wel leuke mensen tegen of zo, je weet maar nooit. Wat is het heerlijk om hier weer over het weggetje naar Senggigi te lopen, lekker warm in de avond. De bekende geluiden, vrolijk groetende mensen.  Dit is echt thuiskomen!
Natuurlijk lopen we eerst even bij Lombok Dive naar binnen. Daar is het rustig, alleen Mahfudz is in het kantoor, bezig met het vullen van de tanks. De compressor staat nu hier in een ruimte achter het kantoor. In Teluk Nare, waar hij vorig jaar stond, waren te veel problemen met elektriciteit. Ook is het hier gemakkelijker om personeel te krijgen dat de tanks in de avonduren kan vullen, en is er wat meer controle op de materialen.
We kletsen even bij en lopen dan naar de money-changer/telefoonkaartenverkoper 2 deuren verderop. Daar kopen we 3 Indonesische telefoonkaarten, waarmee Peter, Tom en Anique kunnen bellen en internetten op de telefoon. Ik ben niet zo handig met mobieltjes en wacht wel op een modem voor de laptop. Als de kaarten eindelijk opgewaardeerd en gebruiksklaar zijn, steken we de weg over naar Pasar Seni 2. Daar lopen we door naar Warung Ana, één van onze favoriete eetstekjes.
Ana is blij ons weer te zien, en schept de borden goed vol. Wij genieten van het echte Lombokse eten, lekker, puur, geen toeters en bellen, gewoon goed eten (hooguit af en toe iets te pittig, maar dat spoelen we wel weg met een extra flesje teh botol).      
Na het eten komen we Cuk en Eful tegen. Wat leuk om iedereen weer te zien!
Maar voor we lang zitten te kletsen, lopen we eerst nog een rondje door Senggigi. Daar zien we niet veel grote veranderingen. Wel heel veel oerlelijke borden en vlaggen met sigarettenreclame. En maar liefst 3 nieuwe moderne supermarkten op de hoofdweg, dat had ik op internet al gelezen in de Lombok Guide. Twee keer een Alfa Mart, 1 keer een Indo Mart. Dat toegevoegd aan de reeds bestaande supermarkten lijkt me een beetje veel van het goede, maar ja. Volgend jaar zullen er wel weer een paar supermarkten verdwenen zijn. We zijn erg moe, en lopen na de eerste kennismaking vlot terug naar Bumi. Eerst maar eens goed slapen, morgen verder op verkenning uit! Ik heb er nu al zin in!


 
Dinsdag 17 juli

Wat is het heerlijk wakker te worden in Lombok! Om half 8 springen we vrolijk ons bed uit en gaan we kijken of we een ontbijtje kunnen krijgen. Dat is geen probleem.
Het duurt even, maar dan krijgen we koffie, thee, toast, jam en een omeletje. Niks mis mee! Zeker niet met een lekker temperatuurtje erbij en zicht op het straatje (de hoofdweg van kampung Loco) en alles wat daar voorbij komt.
Als we het eten net op hebben, komt Boung langs om ons te begroeten. Ja, de tamtam heeft al verkondigd dat wij weer in het land zijn! We kletsen even bij en beloven snel bij Boung en Sareah op visite te gaan.

Hujan, regen!!! Zo ziet Bumi Aditya er een stuk minder vrolijk uit!



links. De Lombok Dive boot zit weer strak in de lak dankzij Pak Di.     rechts. De eerste schildpad van 2012!

Tom gaat vandaag met Lombok Dive naar de Gili’s om te snorkelen. Even een dagje pelan-pelan, duiken komt nog wel. Zoals gewoonlijk (in de afgelopen jaren) lopen we na het ontbijt met z’n allen naar het kantoor van Lombok Dive.
Daar worden we al opgewacht door Mohni en Pak Di. Ook maken we kennis met een nieuwe kantoorkracht, Sarah. Zij woont in Loco en is overdag op kantoor. Pak Umpuk is al op de gili’s, waar hij vroeg wilde zijn omdat afscheid te kunnen nemen van een vriend die op reis gaat.
Veel is er op kantoor niet veranderd. De compressor hadden we gisteravond al gehoord. Verder heeft Lombok Dive nu een auto erbij, een geel busje met mooie onderwaterprints op de zijkant.
Het is net een rijdend aquarium. Het busje wordt gebruikt om de materialen naar Teluk Nare te brengen. Voorheen lagen de meeste spullen daar, maar nu wordt alles na de laatste duik mee genomen naar Senggigi. Elke dag gaat het gele busje met materialen en een ander busje (de bekende zwarte) met klanten richting Teluk Nare. Maar het zwarte busje is de laatste tijd weinig gevuld. Het is erg rustig in Senggigi, zelfs nu in het hoogseizoen.
We zien nog iets nieuws in het kantoor; een bureau wat ons bekend voorkomt. Voorheen van LST, een tourist-office/travel-agent, waar we nooit zo enthousiast over zijn. Ze hebben een tijd het kantoor met Lombok Dive gedeeld, maar sinds anderhalf jaar hebben ze een eigen kantoor in Senggigi. Dat hebben ze nu dus niet meer…. Het bedrijf was failliet, grote problemen met schuldeisers (en dat waren/zijn er veel), justitie en wat nog meer.
Nu schijnen ze onder een andere naam weer opgestart en actief te zijn. Tot overmaat van ramp zitten ze nu weer in het kantoor van Lombok Dive. Overigens ook niet tot vreugde van Mohni, maar als eenvoudige huurder/gebruiker van een kantoor heb je niet veel te vertellen. Maar volgens Mohni doet het bedrijf nu de meeste zaken vanuit de haven in Lembar en is er zelden iemand hier in het kantoor. Laten we het hopen.
Als de duikers weg zijn lopen we terug naar Bumi Aditya. We willen de tassen uit gaan pakken, kast inruimen enzo, maar bedenken dat we dat beter straks kunnen doen. We willen nog wat kleerhaken, bakjes etc. kopen. Dan kunnen we daarna alles fatsoenlijk inrichten zodat we ons weer helemaal thuis voelen.
Maar voordat we inkopen gaan doen, willen we naar Ampenan. Even op bezoek bij Opan en Ida. Als ze tenminste thuis zijn. We sms-en en krijgen snel een berichtje terug, ze zijn thuis en zitten op ons te wachten. Een kwartiertje later zijn we er. We weten dat Opan en Ida nu dicht bij Pak Umpuk wonen, maar waar precies weten we niet. Maar daar komen we vanzelf achter. We parkeren de auto op de vaste stek, aan het strand. Als we naar het huis van Pak Umpuk lopen, zien we Opan en Ida al aankomen. Ze wonen tussen de strandweg en Pak Umpuk in. Het is een net huisje, met een lekker koele witte tegelvloer. Het is leuk om nu eens echt bij Opan en Ida op visite te zijn. Vorig jaar woonden ze nog bij Ida’s ouders in huis, dat is toch anders. Na een paar minuten zitten we achter een groot glas thee en worden we volgestopt met pisang goreng en ubi goreng. We kletsen aan een stuk door en het voelt alsof we helemaal niet weg zijn geweest. We hebben ook heel wat te bespreken met Opan en Ida. Ze regelen samen alles voor de gesponsorde schoolkinderen. Dat zijn er heel wat en ze zitten verspreid over een groot gebied. Alles bij elkaar besteden ze heel wat tijd aan Impian Anak. Maar ze doen het met heel veel plezier! De afgelopen weken zijn ze erg druk geweest met het nieuwe schooljaar, maar ook met het organiseren van een uitstapje. Morgen gaan we met alle gesponsorde kinderen en alle gezinnen van Impian Anak-medewerkers naar de watervallen Benang Stokel en Benang Kelambu. Een soort schoolreisje.
Opan en Ida hebben iedereen uitgenodigd, daarna hebben ze samen met Pak Di alles geregeld, vervoer, eten en drinken, medicijnen tegen wagenziekte (erg noodzakelijk in Lombok), zakjes (voor het geval de medicijnen niet werken) etc.
Er moeten nog een paar dingen gekocht worden. Bekertjes water, appels en sinaasappels en wat koekjes en snoepjes. De rest is allemaal al gekocht of besteld.
Wij bieden aan dat we straks wel wat spullen kunnen kopen. We vragen waar we het beste inkopen kunnen doen. Dat wordt lastig. De markt is het goedkoopste, zeker voor fruit. Maar als wij daar inkopen gaan doen, betalen we de toeristenprijs, veel te veel dus. Onderhandelen is niet ons sterkste punt. Dus zegt Opan dat hij zelf wel het fruit en water koopt, dan gaan wij nog wel op zoek naar wat lekkere koekjes en snoepjes. Die kopen we dan in een supermarkt (vast ook wat duurder, maar ja).
Het blijkt trouwens dat bijna alle kinderen meegaan. Alleen 2 oudere kinderen hebben zich afgemeld; Andi en Mahirah. Andi is net afgestudeerd en gaat dus uit het project. Waarschijnlijk had hij ook niet zo veel zin in een uitstapje met al dat kleine grut. Mahirah is nieuw in het project. Ze gaat komend schooljaar naar de universiteit en woont in de buurt van Praya. Ze kent verder nog niemand van Impian Anak en heeft laten weten dat ze druk is met andere dingen.
De jongste kinderen mogen allemaal een begeleider meenemen. We hebben niet een vaste leeftijd afgesproken waarop iemand een begeleider mee mag nemen, we zien wel met hoeveel we morgen zijn.   
Volgens de telling van Ida komen we uit op ongeveer 65 personen. Een hele groep!!!
Het huis van Opan en Ida staat direct naast de weg. Alle mensen die langslopen kijken nieuwsgierig door de open deur naar binnen. Witte mensen! Even later komt er iemand binnen die ons kent. Een vrouw die druk tegen ons begint te praten. Ze komt me wel bekend voor, maar ik pieker me suf wie het is. Ida heeft het in de gaten en zegt dat het de moeder van Andi Jumadil is, een jongen die nu het tweede jaar in het project zit, hij gaat naar de middelbare school, SMP klas 2. Ik vraag of hij ook mee gaat naar de watervallen. ‘Natuurlijk’, zegt zijn moeder, ‘maar Andi is wel een beetje zenuwachtig, hij is nog nooit zo ver van huis geweest en heeft ook nog nooit in een echte bus gezeten.’ Dat wordt nog spannend morgen!
Als we even later weer naar de auto lopen, zien we nog een bekende, die ik ook bijna niet meer herken. Het is Aufa, het jongste dochtertje van Pak Umpuk en Ibu Misroh. Ze is groot geworden! 

Bij gebrek aan veel foto's op dinsdag, alvast een voorproefje van wat morgen komen gaat...mooi Lombok!

Wij gaan nu naar Mataram, inkopen doen. We parkeren de auto bij Mataram Mall. Parkeren kost nog steeds 2.000 Rp, toch zo’n 17 eurocentjes. We gaan eerst naar de grote winkel op de 2e verdieping. Daar verwachten we alle huishoudelijke spullen te kunnen kopen. Ja, we hebben heel wat nodig voor een maandje Lombok; glazen, bezem, dweil, kleerhaken, lepeltjes, emmers, grote plastic bak voor duikspullen, wat opbergbakjes enzovoort.
En niet te vergeten een waterkoker. Moeilijk kiezen, een dure van een euro of 20, of een goedkope van een euro of 3. Tja, als we (Peter) eraan denken eerst water erin te doen, dan pas de stekker in het stopcontact te steken, dan doet die van 3 euro het ook prima. Die wordt het dus!
Als we de winkel een keer of 20 rond hebben gelopen, denken we dat we alles wel bij elkaar hebben.
We brengen alle spullen naar de auto en gaan terug naar de grote supermarkt. Daar kopen we de verdere benodigdheden, van koffie en thee tot shampoo en tandpasta. En nog heel veel meer.
Ook zoeken we wat lekkere dingen uit voor morgen tijdens het uitstapje.
Als we met een volle kar bij de kassa staan, moeten we van de kassière na het afrekenen even wachten. Even later blijkt waarom, we krijgen een mooie stoffen tas met allerlei gratis artikelen erin. Goede reclame! Maar of we nog vaak terugkomen weet ik niet, het is niet de goedkoopste plek om inkopen te doen (wel een heel handige, vinden we zelf).
Nu staat er nog 1 ding op de boodschappenlijst; een modem voor de laptop. Daarvoor moeten we naar de Telkomsel winkel aan de overkant van de grote weg.
Vorig jaar zijn we er ook geweest, toen werd er nog flink gebouwd/verbouwd aan de winkel.        
Nu is alles klaar. Het ziet er erg mooi uit, erg on-Lomboks. Als we binnen komen (door de deur die een medewerker voor ons openhoudt) worden we ontvangen door een jongeman in nette bedrijfskleding die  ons vraagt waarmee hij ons van dienst kan zijn. We leggen uit dat we een modem nodig hebben en we krijgen een kaartje met een volgnummer. We mogen een stukje verderop plaatsnemen op de mooie design-bankjes. Er zijn een stuk of 5 balies waarachter medewerkers en medewerksters zitten die waarschijnlijk mede geselecteerd worden op hun keurige uiterlijk. Iedereen heeft echt mooie bedrijfsuniformen aan. Dames in een net mantelpakje, sommigen met bijpassende hoofddoek. Mannen in nette pantalon, overhemd en stropdas. Het is heerlijk koel, de inrichting is rood/wit/grijs, bijna steriel schoon. En het ruikt hier zo lekker, vast een airco/luchtverfrisser met een speciaal geurtje.
We zijn heel snel aan de beurt en ik laat het kopen aan Peter over. Ik blijf lekker op het bankje zitten. De overige klanten, allemaal Indonesiërs, zien er ook allemaal keurig uit. Wij vallen een beetje uit de toon, Peter met korte broek, ik met weliswaar een lange jurk, maar daaronder teenslippers. Maar ja, wij zijn ook op vakantie. Even later lopen we de winkel uit met een nieuw modem. Kunnen we straks weer internetten!
Als we daarna de parkeerplaats af willen rijden, blijkt dat we te lang hebben gestaan…we moeten maar liefst 2.000 Rp bijbetalen. Wat een tegenvaller!
We rijden terug naar Loco en gaan daar onze spullen uitpakken en inruimen. Een uurtje later ziet alles er weer heel bewoonbaar uit. Als we net klaar zijn, krijgen we visite. Eful komt gezellig buurten. Even later komt Daan langs! Daan is ons eerste sponsorkind in Lombok. Niet gesponsord via Impian Anak (dat bestond toen nog niet) maar via Proyek Kampung Loco. Inmiddels is Daan al afgestudeerd en werkt bij Asmara in het restaurant. Daan komt samen met haar kleine zusje Zara, die niet meer zo verlegen is als vorig jaar. We zijn heel blij Daan weer te zien en kletsen gezellig bij. Haar Engels is flink vooruit gegaan. Tja, werken in het toerisme is over het algemeen beter voor de taal dan studeren op school.  
Daan heeft ook cadeautjes voor ons meegebracht. Hoewel, ‘Niet voor jullie allemaal’, zegt ze een beetje verlegen. Voor Peter en Tom kon ze echt niks bedenken. Voor Anique en mij wel. Anique krijgt een schildpadje met een wiebelend hoofdje. Ik krijg een hele mooie sarong, in vrolijke kleurtjes. Dat herinnert ons eraan dat we ook nog iets voor Daan mee hebben gebracht. Een paar foto’s van vorig jaar en een armbandje, dat we ooit op wilden sturen maar wat er niet van is gekomen. Voor Zara vind ik nog een leuk kinderzonnebrilletje in de tas. Ook vertellen we Daan dat we nog een keer samen met haar en Nurul, ons andere Kampung Loco sponsorkind, willen gaan shoppen. Elk jaar nemen we de dames mee naar Mataram Mall waar ze een set kleren mogen uitzoeken. Dat is inmiddels traditie en altijd erg gezellig. Wanneer we gaan spreken we nog wel een keer af, Nurul zit nu nog op school, ze zal tegen de avond thuiskomen.
Even later komt Tom al terug van het snorkelen. Daan is helemaal onder de indruk; ‘Tom is zo groot geworden’ (was hij vorig jaar ook al, maar dat is ze vast weer vergeten).
Als Daan, Zara en Eful weer weg zijn en Tom wat heeft gedronken, lopen we naar Boung en Sareah. Sareah en Ani zijn druk met Ani’s kindje. Oma Sareah en opa Boung zijn apetrots op hun eerste kleinkind. Op Facebook had ik een foto gezien van Sareah, Ani en de baby. Die heb ik uitgeprint en meegenomen voor Sareah. Ze is er ontzettend blij mee, maar begrijpt niet hoe ik aan die foto kom. Vorig jaar toen wij hier waren was de baby er toch nog niet?! Tja, internet, leg dat eens uit!
Even later zitten we weer als vanouds op de berugak. Gezellig, kopje thee erbij, kletsen, kijken wie er allemaal langskomen. Sareah babbelt er vrolijk op los en ik begin er steeds meer van te begrijpen. Ja, de taallessen met Joyce beginnen nu vruchten af te werpen. En waarschijnlijk helpt het vele chatten in het Indonesisch op Facebook ook wel.
Als we net weer willen gaan, komt er een motortje de hoek om. Ik moet nog een keer kijken….zie ik dat goed? Ja, het is Nurul. ‘Onze’ kleine Nurul rijdt al motor? Tja, Nurul is ook al een jaar of 15, maar toch, nog een kind, en niet echt groot en sterk. Maar een motor is natuurlijk wel handig als je naar school moet, en fietsen is hier bij de jeugd nog niet zo ingeburgerd. Toch vind ik het een beetje eng.
Als we Nurul begroet hebben, nemen we weer afscheid van iedereen, om 7 uur moeten we in Ampenan zijn, waar we een heus welkomstdiner krijgen in het huis van Opan en Ida.


Rond kwart voor 7 zijn we in Ampenan. Eerst lopen we snel naar het huis van Pak Umpuk, die hebben we vandaag nog niet gezien. Voor de kinderen van Pak Di en Pak Umpuk hebben we kleine cadeautjes meegebracht. Aufa kijgt een popje, de tienermeiden een klein flesje parfum, de jongens een zakrekenmachientje.
De vaders en moeders krijgen een hele dikke knuffel, wat heerlijk om ze weer allemaal bij elkaar te zien. Als we bij Pak Umpuk binnenkomen, zien we onszelf al hangen. Een grote foto van ons viertjes hangt aan de muur, ‘Zo zijn jullie het hele jaar een beetje in Ampenan en kunnen we jullie elke dag zien’, zegt Pak Umpuk.  Een paar minuutjes later lopen we met zijn allen naar het huis van Opan en Ida. Voor Opan en Ida hebben we ook een cadeautje meegebracht. Een bosje stoffen tulpen. Ida is altijd heel benieuwd naar alles wat groeit en bloeit in Nederland. Tulpen vindt ze helemaal te gek. En omdat echte tulpen lastig zijn om mee te nemen, hebben we een bosje nep-tulpen gekocht. Hoeven ze ook geen water te geven! Al had Ida bedacht dat ze er wel echter uit zouden zien als er water in de doorzichtige vaas zou zitten.
Als de tulpen, toch maar zonder water, netjes in de vaas staan, is het tijd voor eten.
We hebben trouwens nog 2 extra gasten vanavond; Aziz uit Lembar en Hermawati uit Teluk Nare. Zij zitten allebei in het Impian Anak project en gaan morgen mee naar de watervallen. Maar omdat het morgen lastig is om hun op te halen, zijn ze nu al in Ampenan. Hermawati is vanmiddag met de duikers teruggekomen en blijft vannacht bij Pak Di in huis slapen. Ze zit nu al gezellig met Sanita, de dochter van Pak Di, te kletsen. Vanmiddag heeft Opan Aziz opgehaald, Aziz slaapt bij Opan en Ida in huis.   
Het eten ziet er weer heerlijk uit. Veel vis, heerlijke gamba’s, krab (ja, wat wil je in vissersdorp Ampenan), kangkung pelecing, nasi, kerupuk. Natuurlijk gevolgd door koffie en thee, fruit en nog een verrassing; kue klepon. Dat hebben we jaren geleden ooit gegeten in Senggigi. Het zijn groene balletjes van kleefrijstmeel, die zijn gevuld met palmsuiker. De kleverige balletjes worden door geraspte kokos gerold. Wij zijn er helemaal gek op, vooral de kinderen. Zelf maken we ze in Nederland ook geregeld, het is alleen best veel werk (en ze zijn zo snel weer op). We vragen wie het gemaakt heeft (eerlijk gezegd vinden we deze niet zo heel erg lekker, beetje weinig smaak). Ida heeft ze ergens gekocht en iedereen is verbaasd dat wij dit al ooit eerder hebben gegeten. Als ze horen dat we het zelf ook soms maken in Nederland begrijpen ze er niets van. Ze dachten dat het iets typisch Indonesisch was…. Ja, dat is het ook, maar wij maken ook wel eens typisch Indonesische dingen. In Nederland is wat ingrediënten betreft bijna alles te krijgen. De dames zijn heel geïnteresseerd in het recept, en we spreken af dat we wel een keer samen kue klepon kunnen maken. Een echte Indonesische kookworkshop, maar dan gegeven door een Nederlandse ibu guru.
Het is weer een ouderwets gezellige avond.
Ik moet wel weer even wennen aan het zitten op de grond. Zeker tijdens het eten zitten mijn benen behoorlijk in de weg. En met zoveel schalen eten, zoveel gasten en zo’n kleine kamer kan ik mijn benen niet even uitstrekken. Maar zodra het eten op is, worden de schalen opzij gezet en zorgt Pak Umpuk ervoor dat we alle 4 de benen languit kunnen gooien.    
Het is al laat, en na nog een rondje koffie en thee gaan we echt afscheid nemen. Morgen wordt een drukke, spannende dag. We hopen trouwens dat Pak Umpuk en Mohni mee kunnen naar de watervallen. Uitgerekend morgen wordt het een drukke dag bij Lombok Dive. Een kapitein was al geregeld, dus Pak Di heeft vrij gekregen. Maar een duiker en instructeur waren nog niet gevonden. Tja, geld verdienen gaat voor, maar het is jammer als niet iedereen mee kan!
Als we weer in Loco aankomen, drinken we nog even wat. Even lekker rustig nagenieten van deze dag en genieten van de rust hier.
Dan duiken we het bed in. Morgen moeten we rond half 10 in Ampenan zijn.
We hopen dat het dan de hele dag droog blijft, vandaag hebben we een flinke bui gehad in de middag… 


 
Woensdag 18 juli

We staan vanochtend op ons gemak op en gaan dan ontbijten. We hoeven niet te haasten, half 10 in Ampenan is een mooie tijd. Als we op het ontbijt zitten te wachten begint het te regenen. Eerst een beetje, dan meer, dan nog meer. Tegen dat we het ontbijt op hebben, balen we dat we geen paraplu mee hebben genomen voor de wandeling van hooguit 25 meter van het restaurant naar onze kamers.
Dit is geen goed begin, wat zonde, gaan we een keer op pad met kinderen die nog nooit zo’n uitstapje hebben gehad en dan regent het! In Nederland kun je dat verwachten, het hele jaar door, maar in Lombok zou het nu, in juli, toch droog moeten zijn.
Maar ja, misschien knapt het nog op.
Als we rond 9 uur wegrijden, is het ongeveer droog. Als we in Ampenan aankomen, is het helemaal droog, jippie!
Bij het huis van Opan en Ida is het al druk.
Er staan al veel ongeduldige en zenuwachtige kinderen te wachten, vergezeld van minstens zo zenuwachtige moeders en familieleden.
Opan en Ida zijn druk met alles regelen. De kinderen die verwachten dat ze ziek worden in de bus (en omdat ze allemaal nog nooit in een bus hebben gezeten, gaat iedereen er voor het gemak maar vanuit dat ze ziek zullen worden) krijgen een portie Antimo, de ‘primatour’ van Lombok. Ik ken Antimo als een vloeistof in een groen flesje, maar dit zijn kindertabletjes ‘rasa jeruk’. Op straat slingeren zoveel lege zakjes rond, dat er straks vast niemand meer misselijk wordt in de bus!
Samen met Ida controleer ik wie er al zijn, wie nog niet, en hoeveel plekken we nog in de bus hebben.  
De kinderen uit Peresak hebben blijkbaar allemaal begeleiding nodig. Sommigen zelfs meer dan 1 persoon. Volgens Ida durfde niemand zijn kind of kleinkind alleen te laten gaan. En Ida durft niet tegen de begeleiders te zeggen dat zoveel begeleiding eigenlijk niet de bedoeling was.
Och, de meeste kinderen zijn niet zo groot en moeten dan maar bij iemand op schoot, of met zijn drieën 2 stoelen delen.
We besluiten in elk geval om zelf de auto niet mee te nemen. In de bus is het vast veel gezelliger.
Opan weet wel een goede plek waar de auto vandaag veilig kan staan. Hij gaat met Peter mee de auto parkeren terwijl Ida en ik de namenlijsten nog eens door gaan lopen.
Een hele tijd later komt Peter terug. Opan had een hele mooie plek uitgezocht, dicht bij het huis van zijn schoonouders, op een grote open plek. Helaas was de toegangspoort naar die plek niet zo breed. Volgens Opan past het prima (maar hij is dan ook een motor gewend, geen auto). Het is Peter gelukt om de auto erdoor te krijgen, met zeker een halve centimeter speling aan beide kanten. Voldoende dus, maar niet voor herhaling vatbaar.

Wachten tot we kunnen vertrekken...............en dan eindelijk, rijden we Ampenan uit!

Dan blijkt dat Sofi, de vrouw van Mohni in Montong staat te wachten tot ze wordt opgehaald… Oeps, gevalletje miscommunicatie! Mohni kon toch niet mee vandaag, te veel duikers. Ook Pak Umpuk moest werken bij Lombok Dive.
Nu moeten Sofi en Tashya dus nog opgehaald worden, maar niet met onze auto, die staat 'vast'. Geen probleem, Opan weet waar ze woont en rijdt snel met de motor er naar toe.
Terwijl Pak Di nog wat extra lunchpakketjes gaat halen, lopen we alvast langzaam naar de bussen. Het schijnt dat die al staan te wachten, een stukje verderop op de weg langs het strand.
Nu past alles en iedereen nog prima in de bussen. Maar als we straks de kinderen in Kediri en Batu Tumpeng ophalen, wordt het beslist passen en meten. Maar dat zien we dan wel weer.
De bagageruimte van de bussen wordt gevuld met grote dozen, manden en zakken vol eten en drinken.
Iedereen zit snel in de bus en rond half 11 kunnen we vertrekken. Opan en Ida hebben in beide bussen iedereen geteld en aangestreept op de deelnemerslijsten. Wel zo handig, weten we na afloop ook hoeveel mensen we weer mee terug moeten nemen!
Opan, Ida en Pak Di hebben trouwens alles prima geregeld. De uitnodigingen, het vervoer, de lunchpakketjes, tussendoortjes, drinken en voor ons zelfs een speciale lunch, omdat de lunchpakketjes te pittig voor ons zouden zijn.
In de bus is het gezellig. Alle kinderen zitten te genieten. Leuk om te zien hoe ze rondkijken en druk met elkaar zitten te kletsen.  
Wij zitten in de laatste bus. De chauffeur van de eerste bus heeft erge haast. Die van ons rijdt gelukkig wat rustiger.
We hebben nu al kinderen uit verschillende plaatsen in de bus; Hermawati uit Teluk Nare en Aziz uit Lembar die allebei vannacht in Ampenan hebben geslapen. Kinderen uit Ampenan. Kinderen uit Meninting (die zijn te voet naar Ampenan gekomen, dat is niet zo ver) en kinderen uit Peresak, die vanochtend met de bemo naar Ampenan zijn gekomen.
Nu rijden we naar Kediri. Hamdi zorgt ervoor dat alle kinderen uit Batu Tumpeng en Kediri daar met chidomo’s bij elkaar komen op de parkeerplaats bij de grote markt.
Als we in Kediri aankomen, valt de regen weer met bakken uit de lucht. De kinderen en begeleiders verdelen zich snel over de bussen. Het wordt inderdaad even opschuiven allemaal, paar kleintjes op schoot, maar dat is geen probleem.

In de regen komt de chidomo met kinderen uit Kediri en Batu Tumpeng aan. Met Hamdi, Heni en 'kleine' Habil.

We maken ook kennis met de jongste deelnemer van het uitstapje; Habil, het zoontje van Hamdi en Heni. Habil is nu ongeveer 10 maanden oud en ziet er net zo stevig uit als zijn papa! Hamdi heeft trouwens één afmelding gekregen voor vandaag. Hendrawan is er niet bij. Hij wilde heel graag mee, maar hij durfde niet in een bus. Ze hebben op allerlei manieren geprobeerd hem over te halen, maar het is niet gelukt. Jammer!
Twee oudere kinderen hebben zich eerder al afgemeld; Andi uit Senggigi en Mahirah uit Aikja/Praya.
Ze kennen allebei geen andere kinderen uit het project en zijn ook een stuk ouder dan de gemiddelde Impian Anak kinderen.
Er zijn trouwens nog geen zieken aan boord. Antimo doet zijn werk goed, of we hebben allemaal kinderen die niet wagenziek worden…. We herinneren ons nog goed het uitstapje van een paar jaar geleden, met de kinderen uit Kampung Loco. Toen werd er na een half uurtje menig kotszakje gevuld.
Nu is de sfeer opperbest, helemaal als Wahyudi na veel aandringen de gitaar erbij pakt en een liedje gaat spelen.
De rit naar Benang Stokel duurt een tijd, maar is wel erg mooi. Zodra we voorbij de drukte rond Mataram zijn, wordt de omgeving steeds mooier. En de wegen worden smaller en slechter. In de laatste grote plaats voor we bij de watervallen komen is het erg druk vanwege de markt. Ja, kom daar maar eens doorheen met 2 bussen. Er moet wat koopwaar aan de kant geschoven, een beetje passen en meten, maar dan komen we er veilig doorheen. Als we verder rijden wordt de weg wel heel erg slecht. Vooral als er tegenliggers komen houd ik af en toe mijn hart vast. Voor je het weet lig je een paar meter lager in de sawah. Maar de chauffeurs doen goed hun best en we blijven veilig op de weg.

Onderweg is het genieten van het prachtige uitzicht! Hoe dichter we bij de watervallen komen, hoe mooier het wordt.

Als we tegen half 12 na veel gehobbel in de buurt van de watervallen komen, geven de chauffeurs het echter op. De kuilen in de weg worden te groot. Ze durven niet verder met de bussen. Het is nog een meter of 500, bergop.  Dat is te doen, we stappen uit en lopen verder. Alle bagage moet mee en wordt snel verdeeld over alle ‘grote’ mensen.
In een lange rij lopen we de berg op. De meeste kinderen sprinten vooruit. Ik loop in de achterhoede.          
Als we even later bijna boven zijn, horen we achter ons iets rijden…niet te geloven; de bussen!!!
Wat gemeen, blijkbaar kunnen ze toch wel de berg op rijden. Maar ze hadden zin in een rookpauze.
Of zagen ons graag lopen?! 
Terwijl de bussen een parkeerplekje zoeken (heel gemakkelijk op een vrijwel lege parkeerplaats) gaan wij in onderhandeling over de entreeprijzen voor de watervallen. Ik weet niet meer wat we vorig jaar hebben betaald. Maar voor de lokale mensen worden vast andere tarieven gerekend. Maar het feit dat wij erbij zijn en gaan betalen, is natuurlijk niet goed voor de prijs. Opan en Hamdi staan stevig te tawarren in het Sasak. Wij kunnen het niet meer volgen. Even later gaat Hamdi bellen, hij kent iemand die in de organisatie zit die deze watervallen beheert. Dat werkt. Even later mogen we met de hele groep, ongeveer 70 mensen, verder lopen, na betaling van maar liefst 50.000 rupiah, een eurootje of 4. Volgens mij hebben we dat vorig jaar al voor ons alleen betaald!  
Als de betaling is afgehandeld, worden de lunchpakketjes aan iedereen uitgedeeld. Iedereen krijgt een papieren puntzakje met rijst en meer lekkers.
De ‘snacks’, het fruit en drinken worden in tassen/dozen meegenomen en later verdeeld.

Nog een stuk sjouwen, daarna krijgt iedereen zijn lunchpakketje

We zijn er bijna!

Dan begint de afdaling naar de waterval Benang Stokel. Al voor de laatsten aan de afdaling beginnen, zijn de eersten al bij de waterval aangekomen.
Het is prachtig om alle gezichtjes te zien. Ik denk dat alleen Opan en Ida en wij vieren al ooit hier zijn geweest. Voor alle anderen is dit helemaal nieuw.
Als we bij de waterval zijn, springen een paar enthousiastelingen direct in het (redelijk ondiepe, maar wel koude) water. Anderen gaan eerst eten. Wij lopen rond met de fotocamera’s.
Even later worden we verzameld voor de lunch. Voor ons geen puntzakje, maar heel decadent een complete maaltijd. En geen eenvoudigemaaltijd. Ibu Diah, Ibu Misroh en Ida hebben zich helemaal uitgeleefd. In 2 rantangs (set opgestapelde emaillen pannetjes met een beugel eromheen om het geheel gemakkelijk te kunnen dragen) zitten allerlei lekkernijen.
Maar voor die eruit komen, moet er eerst een plek worden ingericht waar we kunnen eten. Omdat het net flink heeft geregend, valt dat niet mee, alles is nat. De lege kartonnen dozen worden opengevouwen en als ‘picknickkleed’ op het gras gelegd. Dan komt het serviesgoed en bestek uit de tassen. Daarna worden de pannetjes uitgestald. De keuze is groot; gamba’s, ikan ketjap, nasi, eieren, boontjes, watermeloen, pinda’s, kangkung, kroepoek. Als toetje is er voor de liefhebbers een kopje koffie.     
Die sla ik over, met een appeltje loop ik naar de waterval, waar het een drukte van belang is.

Opan zorgt ervoor dat niemand iets tekort komt. Wie wil er een sinaasappel?

Smullen, en wat een mooie picknickplek!

Veel kinderen (groot en klein) zitten al in het water. De meesten met kleren aan. Zwemkleding is in Lombok niet ingeburgerd. Waarschijnlijk hebben ze wel een set droge kleren bij zich, zo niet, dan wordt het straks een natte boel in de bus.
Het is geweldig om iedereen te zien spetteren en genieten in het koude water.
En dit is nog maar de eerste waterval. Een fikse wandeling verderop is nog een waterval die minstens zo mooi is, Benang Kelambu. Zo genoemd omdat het water als een klamboe, gordijn, van de berg af komt.
Maar de wandeling is op sommige plekken niet eenvoudig. We zitten dan ook te dubben of we er verstandig aan doen om met de hele groep daar naar toe te gaan.
Een deel van de mensen wil er graag naar toe en we besluiten om de beslissing maar aan iedereen zelf te laten. Ik twijfel wat ik zal doen. Ik ben nooit zo gek op die klim-wandelpartijen, zeker niet als alles glibberig is van de regen. Maar de waterval is wel heel erg mooi en de uitzichten onderweg ook.
Ibu Diah, de vrouw van Pak Di, wil ook graag mee. Maar ik begrijp uit hun gesprek dat Pak Di het niet zo verstandig vindt om haar mee te laten gaan, in verband met de wandeling er naar toe. Ik probeer haar toch over te halen om mee te gaan, dan kunnen we lekker rustig samen achter de groep aan hobbelen.
Als het erop aan komt, gaat ze toch maar niet mee. Volgens mij meer omdat Pak Di het niet ziet zitten als ze die ‘zware wandeling’ maakt, dan dat ze het zelf niet aandurft. Helaas, dan zal ik wel in mijn eentje achter de groep aan hobbelen.



Terwijl Novendar een duik neemt, maakt Pak Di nog even reclame voor Lombok Dive.

Een snel groepje is al onderweg. Het eerste stuk valt tegen, het zand is glibberig, steil, veel boomstronken. Maar, af en toe op handen en voeten, kom ik er ook. Aangemoedigd door Pak Di, die het toch ook wel een zware wandeling vindt. De meeste kinderen rennen ver vooruit, lekker op blote voeten.
Onderweg passeren we nog een paar vervelende hindernissen, een eng houten bruggetje, heel veel (net iets te hoge) stenen trappen, een beekje met een paar glibberige stapstenen erin. Maar eindelijk zie ik de waterval. Tegen de tijd dat ik aankom, zitten de meeste kinderen al weer in het water/onder het water.
De waterval is nog steeds prachtig. Mooier dan Benang Stokel, meer jungle-idee, maar lastiger te bereiken en je hebt er niet echt een zwemplek. Het water loopt over de rotsen, dus als je erin/eronder wil, moet je wel effe klauteren. Dat doe ik maar niet, iemand moet toch ook foto’s maken…




Benang Kelambu

Als iedereen uitgebadderd is, lopen we weer terug. Dezelfde route, bruggetje, trappen, glibberpaadjes. Als we bij Benang Stokel aankomen, is daar ook iedereen uitgezwommen, en velen zijn ook uitgeteld. Natte kleren worden verwisseld voor droge. We willen nog graag een groepsfoto voor de waterval maken, maar het schijnt dat er al een paar mensen naar de bussen zijn gelopen. Jammer! Dan lopen we maar allemaal terug en proberen bij de bus nog maar een paar foto’s te maken.
Het is weer een hele klim naar de parkeerplaats. En ik haat trappen!
Maar onderweg heb ik leuk gezelschap. Een paar kinderen uit Batu Tumpeng lopen met me mee; Mulhakim, Muliani, Sarmilayana en Apandi. In het begin zijn ze een beetje stilletjes, maar even later kletsen ze er vrolijk op los. Ik kan niet alles volgen, maar als ik een vraag stel, krijg ik in keurig netjes  Indonesisch antwoord. Echt leuk! Op zo’n dag leer je de kinderen op een hele andere manier kennen.
Als we bij de kinderen thuis komen, zeggen ze nooit veel, maar nu kun je er echte gesprekjes mee voeren (voor zover mijn Indonesisch dat toelaat, tenminste).
Als we bij de parkeerplaats aankomen, zitten er al veel kinderen in de bussen.
Ik vraag aan Hamdi of hij kan regelen dat straks als iedereen boven is, alle kinderen en begeleiders even verzameld kunnen worden voor een groepsfoto. Ik beloof dat dan alle kinderen een afdruk van die foto krijgen als herinnering aan deze dag. Dat helpt misschien.
Zodra Anique bij ons staat, komt een van de gidsen die hier werkt (normaal gesproken krijgen de toeristen die hier komen altijd een gids mee) naar haar toe lopen en vraagt hoe oud ze is. Als ze 16 zegt, begint de jongen hard te juichen. We begrijpen het niet, tot we uitleg krijgen. Met zijn vrienden had hij gewed om de leeftijd van Anique. Hij heeft dus goed gegokt en heeft wat geld verdiend.
Maar zijn vrienden willen revanche. Even later komen ze Tom vragen hoe oud hij is. Achttien. Dat antwoord maakt weer een ander heel blij! Tja, zo kom je je dag ook door als er verder geen toeristen komen.
Als iedereen er is, worden er nog een paar foto’s gemaakt. Lastig om de hele groep op de foto te krijgen.  Achteraf bleek trouwens dat nog niet iedereen erop staat. Waarschijnlijk lagen er al een paar in de bus te slapen…

Dan zoekt weer iedereen een bus op, mogen Opan en Ida weer ‘koppen tellen’ en beginnen we aan de terugreis. De weergoden zijn ons gunstig gezind geweest vandaag. Geen druppel regen meer gevallen sinds we vanochtend hier aankwamen!
In de bus handelt  Opan nog wat zaken af. Alle uitgaven van vandaag worden netjes geregistreerd. Opan heeft alles uit de kas van Impian Anak betaald, maar wij sponsoren dit uitstapje zelf, we vinden niet dat dit uit de algemene donaties betaald moet worden.
Sommige ouders hebben afgelopen week nog schoolspullen voor de kinderen gekocht en hebben de rekening daarvan bij zich. Omdat Opan niet dagelijks in Batu Tumpeng en Kediri komt, krijgen de mensen nu het geld dat ze voor de schoolspullen hebben uitgegeven, dat scheelt Opan weer een ritje.
Langzaam hobbelen we terug naar Kediri, waar we afscheid nemen van de kinderen uit Batu Tumpeng en Kediri. Ook Aziz sapt hier uit. Hij woont in Lembar en heeft afgelopen nacht bij Opan en Ida geslapen.
Hij moet vanavond naar huis. Als hij straks nog thuisgebracht moet worden, kost dat veel tijd. Opan heeft zijn moeder gebeld en gevraagd of het goed is dat Aziz vanuit Kediri met een ojek (motortaxi) naar Lembar wordt gebracht. Dat is veel sneller dan eerst naar Ampenan gaan en dan weer terug naar Lembar. Er is wel een probleempje, Aziz had een rekening van school bij zich, als bewijs voor Opan dat Aziz de schoolkosten had betaald en geld had betaald voor een nieuw uniform. Maar dat uniform heeft hij nog niet gekregen. Volgende week moet hij het betalingsbewijs weer inleveren op school om het uniform op te kunnen halen. En die rekening ligt nog in Ampenan. We stellen Aziz gerust en zeggen dat we hem, samen met Opan, komende zondag op komen zoeken. Dan zullen we de rekening meebrengen, zodat hij maandag op school zijn spullen op kan halen. Ja, het is een heel geregel allemaal.
In Kediri wil Hamdi alle kinderen en ouders die daar uit moeten stappen even  langs Peter en mij sturen om afscheid te nemen. Lief, maar een beetje lastig, omdat we achter in de bus zitten. Het is handiger als Peter en ik even uit de bus komen om iedereen een handje te geven. Tegen dat we daar mee klaar zijn, staan er al chidomo’s klaar om de kinderen naar huis te brengen. Als ze uitgezwaaid zijn, stappen wij weer in de bus voor de laatste etappe. Rond 6 uur komen we aan in Ampenan.
Voor de mensen uit Peresak is al vervoer geregeld naar huis. De kinderen en ouders uit Meninting lopen naar huis, evenals de kinderen uit Ampenan. Alleen Hermawati is dan nog niet thuis. Ze woont in Teluk Nare, nog een heel eind naar het noorden. We polsen even of ze nog een nachtje zou willen blijven slapen bij Pak Di en Ibu Diah. Dat is geen probleem, blijkbaar was het afgelopen nacht wel gezellig met Sanita, de dochter van Pak Di en Ibu Diah.  
Mooi, want morgen willen wij toch naar de gili’s om te duiken. De Lombok Dive boot ligt in de haven in Teluk Nare. Als Pak Di en Pak Umpuk haar morgenvroeg met de bemo mee kunnen nemen tot in Senggigi, kan ze van daaruit met ons meerijden naar Teluk Nare. Dan hoeft nu niemand meer in het donker op pad.   
Uiteraard komen we Ampenan niet uit voordat we bij Pak Umpuk wat hebben gedronken en gegeten en daarna bij Pak Di nog meer hebben gegeten.
Nu kunnen we ook even de winkel van Pak Di en Ibu Diah bewonderen.
Vorig jaar hebben ze van ons een lening gekregen om zelf iets op te bouwen. Werken als kapitein is mooi, maar geeft niet het hele jaar door een inkomen. Daarnaast kampt Pak Di met wat gezondheidsproblemen en wordt hij wat ouder. Het winkeltje aan huis geeft wat extra inkomen.
Al zijn de inkomsten ook hier vrij wisselvallig.
Wordt er een tijd weinig vis gevangen in Ampenan, dan hebben de mensen geen inkomsten en kopen ze ook niet veel. Maar al met al valt het zeker niet tegen wat ze verdienen. Het is leuk om te zien hoe trots met name Pak Di is op de winkel. Ze hebben alles zelf bedacht,  opgebouwd en denken overal erg serieus en zakelijk over na. Er zijn plannen om het winkeltje nog wat uit te breiden met wat vissersbenodigdheden. Maar eerst moet daarvoor wat meer geld verdiend worden.
De manier waarop mensen in Lombok hun inkopen doen is heel anders dan in Nederland.
De meeste mensen hebben geen voorraden  in huis. Hooguit wat rijst, olie, kruiden, koffie, thee, suiker.
Groente, fruit en vlees worden dagelijks vers gekocht, als er tenminste geld voor is. Omdat veel mensen geen koelkast hebben, kunnen ze deze dingen zelf ook niet op voorraad hebben. Omdat ook de meeste mensen geen eigen vervoer hebben, zijn ze aangewezen op winkeltjes in de buurt. Op veel plaatsen zie je dus hele kleine winkeltjes. Vaak zijn het niet eens echte winkels, maar worden spullen vanuit een mand verkocht, of liggen ze op een kleed uitgestald.
Het assortiment van Pak Di en Ibu Diah is vrij groot. Van groente en fruit, tot blokken ijs, losse snoepjes, kroepoek, koffie en pakjes shampoo. Veel dingen worden verkocht in kleine verpakkingen. Ibu doet meestal de inkopen. Ze proberen zoveel mogelijk klanten te trekken door de prijzen net iets lager te houden dan de andere winkeltjes in de buurt. Ook kunnen de mensen op rekening kopen. Maar minimaal twee keer per maand moet er afgerekend worden. Dit blijkt overigens goed te werken.
Als we uitgegeten en gedronken zijn komt Opan langs. Hij is al naar school geweest. Die arme jongen, na zo’n zware dag, waarop hij toch heel veel heeft geregeld en verzorgd, is hij direct na thuiskomst naar school gegaan. Hij gaat altijd in de avonduren naar school. En nu zit zijn dag er nog niet op.
Hermawati heeft nog wat spullen nodig voor school. Een paar schoenen, sokken en een tas.
Nu ze toch hier is, kan dat net zo goed direct geregeld worden. Dus gaan Opan en Ida inkopen met haar doen. Handig dat de winkels hier nog zo laat open zijn!
Een uurtje later komen ze terug. Deels geslaagd…Hermawati heeft een mooie tas uitgezocht en heeft nieuwe sokken. Alleen de schoenen wilden nog niet lukken. De schoenen die ze leuk vond, waren volgens Opan kwalitatief niet goed. Wat Opan goed vond, vond Hermawati niet zo mooi.
Ook in Lombok willen de jongedames er leuk uitzien als ze naar school gaan!
Nou ja, dan moet ze het nog maar even doen met de schoenen die ze nu heeft. Misschien kan ze in de buurt van Teluk Nare ergens schoenen kopen, in Bangsal zal vast ook wel een schoenenzaakje zijn.
Nu duikt ze het bed in en dat gaan wij ook doen. Het was een lange, vermoeiende, maar o zo mooie dag!
Maar voor we naar Senggigi gaan, bedanken we iedereen uitgebreid voor de geweldige organisatie van deze dag. Ze hebben het allemaal super gedaan. Binnenkort gaan we een keer met zijn allen uit eten, dat hebben ze wel verdiend!

 

 



 
Donderdag 19 juli

Na de geweldige dag van gisteren hebben we prima geslapen.
Op tijd staan we op, want vandaag gaan we een dagje naar de gili’s.
Peter, Tom en Anique om te duiken, ik voor de gezelligheid.
Na het vroege ontbijt staan we om 8 uur bij Lombok Dive op de stoep. Het wordt een drukke dag, met 2 volle boten.
Lombok Dive heeft zelf 1 boot, de andere wordt gehuurd.
Volgens afspraak is Hermawati, die afgelopen nacht in Ampenan heeft gelogeerd, vanochtend samen met Pak Di en Pak Umpuk met de bemo naar Senggigi gekomen.
Zij rijdt met ons mee naar Teluk Nare. Het meeste Lombok Dive personeel is al met de ‘nieuwe’ gele 2e hands Lombok Dive materialenbus op weg naar Teluk Nare. Daar beginnen ze direct met het inladen van de boten, zodat de klanten straks niet hoeven te wachten.
Wij rijden met onze eigen auto, en hoeven niet op de klanten te wachten, dus wij komen even na de materialen aan in de haven.
Hermawati is onderweg erg stil geweest. Nog steeds erg verlegen, maar al minder erg dan de eerste keer dat we haar ontmoetten, een jaar of 3 geleden. Toen durfde ze niet eens een hand te geven. Zo erg is het nu gelukkig niet meer. Maar als we in de haven aankomen, gaat ze snel naar huis, eindelijk verlost van die gekke mensen…
In de haven is weinig veranderd. Het havengebouw, wat ooit een mooi hotel is geweest, ziet er nog steeds vervallen uit. De halve parkeerplaats ligt vol met bouwmaterialen die vast ooit een keer naar de gili’s worden vervoerd. Verder is er weinig te beleven.  

We lopen naar de zee en bewonderen het mooie schilderwerk van Pak Di. De afgelopen weken is hij, samen met Pak Umpuk, druk geweest om de boot weer een fris kleurtje te geven.
Hemelsblauw, met roodbruin en wit. De naam Lombok Dive is geschilderd in hetzelfde lettertype als op de website. Knap werk!
Als we staan te kijken krijgen we gezelschap van Pak Isnani, de beheerder van het havengebeuren hier en oom van Hermawati. Hij komt ons begroeten en direct even vragen hoe het uitstapje gisteren was.
Nog even en we zijn bekend in heel Lombok…
De boten zijn al grotendeels ingepakt en als even later de taxi’s en Lombok Dive auto met de klanten komen, kunnen we direct vertrekken. De speciale materialen/personeelsbus is wel erg handig!
Wij hebben een gezellige crew vandaag; Mohni, Pak Di, Pak Umpuk, Pak Harfin en Emi.
Dat wordt gegarandeerd een leuke dag!

Pak Umpuk, Mohni, Pak Harfin                                                                    Pak Di, Mohni, Emi

Als we vertrekken is het weer genieten van de mooie omgeving, aan één kant Lombok, aan de andere kant de gili’s (die, naar ik heb horen zeggen, officieel nu niet meer bij Lombok horen).
De eilandjes blijven prachtig, witte stranden, de zee eromheen in onbeschrijflijk mooie kleuren.
Op Trawangan is het de zelfde drukte als gewoonlijk. Veel duikbootjes die klanten oppikken/afleveren, transportbootjes die spullen naar de eilanden brengen en heel veel snelle boten die vanaf Bali komen.
En allemaal leggen ze aan op een stuk strand van Trawangan. Er is een aanlegsteiger, maar die wordt alleen gebruikt door de Gilicat, een snelboot die dagelijks het driehoekje Bali-Lombok-Trawangan maakt.
Alle andere boten varen met de neus ‘het strand op’, of leggen de boot met de achterkant naar het strand, een metertje van de waterlijn af.
Wij hoeven alleen een paar mensen op te pikken en varen dan weer weg, naar de eerste duikstek.
Ik waag me nog steeds niet onder water, al schijn ik daardoor heel veel moois te missen hier. Het zij zo, ik geniet wel van de rust op de boot als iedereen onder water zit. Bijna iedereen, gelukkig blijven Pak Di en Emi bij mij aan boord.  Nu kan ik even rustig bijkletsen met Pak Di.
Hij zit nog vol van het uitstapje van gisteren. Het is waarschijnlijk het eerste echte uitstapje wat ze ooit met het hele gezin hebben gemaakt (met uitzondering van familiebezoek). Ze hebben allemaal genoten van de dag. Alleen vind Ibu Diah het wel jammer dat ze niet mee is geweest naar Benang Kelambu.
Ja, vind ik ook, en ik vermoed dat ze zelf ook wel mee was gegaan als Pak Di haar niet bang had gemaakt met verhalen over zware wandelingen.
Het is heel vreemd, vrouwen doen vaak het zwaarste werk, maar voor bepaalde dingen worden ze toch te zwak geacht. Misschien is wandelen/klauteren ook anders zwaar, of wordt inspanning voor de lol anders gezien dan inspanning om geld mee te verdienen.
Pak Di had ook best moeite met de tocht, terwijl we van hem gewend zijn dat hij bij Lombok Dive net zo hard meesjouwt als de rest van het personeel. Nu we toch even rustig bij elkaar zitten, wil ik hem nog iets vragen. Een lastig onderwerp. Vorig jaar had hij last van een gezwel bij zijn oksel. Hij maakte zich er erge zorgen over, maar durfde niet naar een dokter te gaan, uit angst voor de dokter zelf, maar ook uit angst voor een slechte uitslag. We hebben toen met hem gepraat en hem geadviseerd om alles toch even na te laten kijken. Hij ‘beloofde’ toen na de ramadan (dus toen wij weer in Nederland waren), naar een arts te gaan. Later heb ik via sms nog eens geïnformeerd of hij al was geweest, maar hij schreef terug dat hij echt niet durfde. Toen hebben we verder niet aangedrongen of gevraagd, omdat het letterlijk en figuurlijk erg gevoelig lag.
De laatste maanden heb ik geregeld gehoord dat Pak Di niet kwam werken, omdat hij moe was, een dag rust wilde hebben. Dat waren we niet van hem gewend, dus stel ik toch maar voorzichtig de vraag of hij al naar een dokter is geweest. Dan merk ik dat het nog steeds gevoelig ligt. Nee, ‘maaf bu’, maar hij is nog steeds niet naar een dokter geweest. Hij heeft inderdaad veel meer last dan vorig jaar, het gezwel is groter geworden en de pijn wordt erger. Maar naar een dokter, nee, dat durft hij niet. Maar, is zijn opbeurende antwoord; na bulan puasa zal hij naar een dokter gaan. Dus als wij weer in Nederland zijn.
Oh, wat vind ik dit lastig…ik weet dat hij dan toch weer niet zal gaan. En ik ben geen deskundige, maar gezien de situatie lijkt het me beter als hij wel gaat. Maar in hoeverre moeten/mogen we ons daarmee bemoeien?! Het ergste is nog bijna dat hij zich zo schuldig voelt tegenover ons omdat hij niet is geweest, hij had het ons vorig jaar immers beloofd.
Ik vertel hem dat hij niet voor ons moet gaan, maar voor zichzelf. En als hij echt wil gaan, dat hij dan beter niet kan uitstellen. Over een maand is er weer een andere reden om nog even te wachten, zo komt hij er nooit. Maar de keuze van wel of niet gaan is aan hem.
Ik bedenk ineens dat de kosten misschien ook een reden zijn om niet naar een dokter te gaan. Dus leg ik nog even uit dat ook voor hem geldt dat Impian Anak de kosten van het doktersbezoek betaalt.
Verder laat ik het er maar bij, hier zal hij toch zelf uit moeten komen. Maar het laat me niet los.
Even later komen de duikers weer in groepjes naar boven en is het weer druk op de boot. We varen naar Trawangan voor een middagpauze. Tom en Anique blijven op de boot, we mogen wel wat lekkers voor ze meebrengen straks. Peter en ik lopen, samen met Mohni, naar Warung Dewi. Ik verheug me op soto rawon, maar die is op. Jammer! Dan maar nasi campur, hoef ik niet te kiezen en krijg ik toch van alles wat. Het eten is eenvoudig maar erg lekker. Voor de kinderen nemen we een lunchpakketje mee.

Als we weer op de boot zijn, is Mohni druk in de weer met een of ander bord. Even later zien we wat het is. Aan boord is een pasgetrouwd stel, op huwelijksreis, waarvan de vrouw vandaag ook nog eens jarig is.
Op het kunststof bord is ‘Happy Birthday and have a wonderful honeymoon’ geschreven.
Pak Harfin, die met het stel duikt, neemt het bord mee onder water en zorgt voor een wel heel speciale onderwater verjaardags/huwelijksfoto.
Tom heeft vanmiddag ook een bijzondere duik; zijn 100e! En er zullen er de komende weken nog wel een paar bijkomen.
Na de duiken varen we naar Gili Meno waar we een klant afzetten. Dan gaan we terug naar Teluk Nare.
Boven het vasteland hangen hele donkere wolken. Typisch dat het een klein stukje verderop, boven de gili’s, stralend weer is. Strakblauwe lucht en zon. Als we in Teluk Nare aankomen kunnen de klanten direct weg. Wij helpen nog even mee met opruimen en vertrekken dan ook. Hoe dichter we bij Senggigi komen, hoe zwarter de lucht wordt. Als we bijna bij Bumi zijn, barst de bui los! Tjonge, wat een regen.
In no time staat alles blank. We laten de spullen in de auto liggen en rennen naar ons huisje. Eerst maar wachten tot het wat droger wordt.
Daarna mogen Peter, Tom en Anique alle duikspullen schoonmaken en te drogen hangen. Al zal het met deze vochtige lucht niet veel droger worden.
Om 7 uur vanavond worden we verwacht bij Pak Umpuk en Ibu Misroh. Omdat we dinsdag bij Opan en Ida hebben gegeten, woensdag bij Pak Di en Ibu Diah, ‘moeten’ we vanavond bij hun komen eten. Dat is geen straf… Het is ook nog een hele speciale avond, want morgen zal de Ramadan, bulan Puasa, beginnen.
We nemen de laptop mee zodat we met zijn allen de foto’s van gisteren kunnen bekijken, maar ook omdat we ons modem nog steeds niet aan de praat krijgen. In Ampenan kunnen we met het modem van Pak Umpuk testen of het aan het modem zelf ligt of aan het kleine kaartje wat in het modem gaat. Na wat proberen blijkt dat het niet aan het modem ligt, daar is niks mis mee. Hoe dan ook, het geheel werkt niet, dus zullen we er toch mee terug moeten naar de winkel van Telkomsel.
Hebben we morgen weer wat te doen!
Onder het genot van een hapje (nog niet de maaltijd, want als die komt mag er verder geen afleiding zijn) en een drankje kijken we de foto’s van het uitstapje door. Zo kan Pak Umpuk ook nog een beetje genieten van de dingen die hij gemist heeft. Ibu Misroh en de kinderen vinden het geweldig om zichzelf op de foto’s te zien. Als we alle foto’s hebben gehad, komt het eten op tafel. Oh nee, geen tafel hier, we zitten lekker op de grond en het eten staat ook op de grond. Mijn benen protesteren een beetje, maar die moeten er maar aan wennen. Gelukkig zorgt Pak Umpuk ervoor dat we zodra we uitgegeten zijn, ruimte krijgen om de benen even ‘voor ons uit te gooien’. Voor Peter ligt het mooie opblaasbare kussentje al klaar, voor tussen zijn rug en de harde muur. Ik ben nog jong, ik moet maar tegen de harde muur aan zitten. Graag zelfs, want alle, ongetwijfeld goedbedoelde zorgen, doen ons af en toe een beetje ongemakkelijk voelen.  We worden altijd behandeld als hele hoge gasten. Zo zien ze ons waarschijnlijk ook, maar we willen geen speciale behandeling, gewoon is goed genoeg!
Inmiddels zijn Opan en Ida en Pak Di ook binnengekomen. Het is hier wel een heel gezellige buurt geworden. Maar Opan kan niet lang blijven. Hun playstation verhuur roept. In de avonduren komen er meestal wel kinderen langs die een uurtje willen spelen, en dan moet er iemand thuis zijn.
Ibu Diah past thuis ook op de winkel, en Pak Di heeft wat huiswerk meegenomen. Hij is een net aan het knopen. Maar het is erg dik touw, en de mazen zijn wel erg groot, dus ik vraag of hij zo’n grote vissen wil gaan vangen. Nee, dat was een domme vraag van mij…het net is voor op één van de duikboten, het hangt onder het afdak, en er kunnen allerlei spullen in opgeborgen worden, ja, nu herken ik het, een bagagenet, net als op de boot van Lombok Dive… Pak Di is blijkbaar hofleverancier van de, op maat gemaakte, netten.  
Uiteraard komt het gesprek al weer snel op het uitstapje van gisteren. Maar er zijn ook wat andere zaken die besproken moeten worden. We stellen voor om dat maar even een beetje officieel te doen.
Niet iedereen van Impian Anak is erbij, maar wel mensen die de meeste zaken voor de gesponsorde kinderen regelen. Helaas is Opan er niet, maar Ida brengt hem straks wel op de hoogte. Veel zaken hebben we de afgelopen weken/maanden met hem ook wel doorgesproken via chat en mail.
Het vergaderen met Ida erbij heeft een groot nadeel…ze spreekt geen Engels. Maar daar maken we dan maar een voordeel van; dit wordt een goede oefening  voor mij; vergaderen in het Indonesisch.
Gelukkig heeft Ida prima schooljuf kwaliteiten. Ze spreekt heel rustig en duidelijk en als ik iets niet begrijp gaat ze heel rustig door met op een andere manier uitleggen tot ik het wel begrijp. En natuurlijk zitten Pak Umpuk en Pak Di er ook nog bij, die in geval van nood nog in het Engels bij kunnen springen.
We bespreken eerst het uitstapje. Daar kunnen we eigenlijk heel kort over zijn; het was geweldig! Goed georganiseerd, wat vervoer en eten betreft, maar ook de manier waarop iedereen is uitgenodigd, wie er mee mochten, hoe alle kinderen zijn verzameld. We kunnen eigenlijk weinig bedenken wat niet goed was. Er is één probleempje. Iedereen vindt het uitstapje voor herhaling vatbaar, maar wat gaan we dan een volgende keer (volgend jaar) doen? Weer watervallen? Veel andere mogelijke dagtochten vallen af. Naar het strand is voor de kinderen uit Ampenan niet zo bijzonder. Veel kinderen kunnen niet zwemmen, dus de zee is met zo’n grote groep toch al niet zo’n goed idee. Voor een boottochtje/dagje gili’s zijn we met te veel mensen.
Misschien kunnen we met zijn allen de Rinjani gaan beklimmen of zo. Och, we zien wel, we kunnen er ook nog een jaartje over nadenken.  Wat we ook kiezen, waarschijnlijk vinden de kinderen alles leuk.
Pak Umpuk, die (uiteraard na uitgebreid onze permissie te hebben gevraagd), net terug komt van een kort bezoekje aan de moskee, komt met een heel belangrijke mededeling…in de moskee heeft hij gehoord dat bulan Puasa nog een dag is uitgesteld. Morgen mogen ze nog gewoon overdag eten.
De vastenmaand begint op de eerste ochtend nadat de nieuwe maan is gesignaleerd.  In veel landen gaan ze (voor het gemak denk ik) uit van een van tevoren vastgestelde dag. De opkomst van de nieuwe maan kan door de sterrenkundigen wel vastgesteld worden.
Maar in Indonesië (en ook in veel andere landen) hanteren ze andere regels. Daar moet de maan door een groepje ‘wijze mannen’ aan de hemel gezien worden, de ochtend daarna begint de vastenmaand.
En vanavond was de maan blijkbaar nog niet te zien. Dus begint morgen de vastenmaand nog niet.
Jippie, voor ons dus een dag minder Puasa op Lombok. Voor de anderen bestaat de kans dat ze aan het einde dan weer een dagje langer ‘moeten’, maar dat zien ze dan wel weer. Daar maakt nu nog niemand zich druk over.
Na deze mededeling van Pak Umpuk gaan we verder met de ‘vergadering’.
We zitten een beetje in onze maag met één van de oudere kinderen die net afgestudeerd is. Geslaagd, maar nog geen diploma gekregen omdat er nog een bedrag open staat wat aan school betaald moet worden. Opan heeft al verschillende keren contact opgenomen met de jongen, maar krijgt geen duidelijk beeld wat er nu nog betaald moet worden. Wel het bedrag, maar niet de reden waarom dat betaald moet worden.
De sponsors zijn al ingelicht en hebben aangegeven dat ze in elk geval graag willen helpen,  zodat de jongen zijn diploma kan krijgen. Na een hele studie is dat natuurlijk ook waarnaar we streven, dat kinderen een diploma hebben wat ze meer kans geeft op een baan. Maar we willen wel weten waarom deze kosten nog niet zijn betaald, en waaruit ze precies bestaan.
We spreken af dat Opan of Ida nog eens met hem bellen en als dat niks oplevert bij zijn school navraag doen.
Dan komen we op de voedselpakketjes die enkele kinderen krijgen. Het afgelopen jaar hebben 3 kinderen geregeld een pakket gekregen met voedingsmiddelen. Mulhakim kreeg het omdat we vonden dat hij er erg mager en ongezond uitzag voor zijn leeftijd. Hendrawan kreeg voedselhulp omdat hij naar de school in Batu Tumpeng gaat, waar hij niet hoeft te betalen voor schoolkosten. In plaats van schoolkostenvergoeding krijgt hij van zijn sponsorbijdrage hulp in de vorm van kleding/voedsel.
En Nurfadila heeft een deel van het afgelopen jaar voedselpakketjes gehad omdat we al een sponsor voor haar hadden die per direct wilde helpen, maar omdat het schooljaar nog niet was begonnen, heeft ze tijdelijk voedselhulp gehad. Zij valt nu, in het nieuwe schooljaar, onder het gewone schoolsponsorprogramma.
Volgens Ida is de extra hulp voor Mulhakim zeker nodig. Hij zit nu in de 6e klas van de basisschool en woont samen met zijn zus van ongeveer 20 jaar. Mulhakim is mager en ziet er niet echt gezond uit.
Maar wij hebben zelf onze bedenkingen bij de inhoud van de pakketten. Hier heerst het motto ‘hoe meer hoe beter’. En rijst kun je veel kopen voor relatief weinig geld. Dus bestaat het pakket grotendeels uit rijst, aangevuld met wat uien, noedels, een paar eitjes. Elke keer wel wat anders, maar omdat het de goedkopere ingrediënten zijn, wordt het door de gemiddelde gezinnen toch al veel gegeten. Wij streven naar een voedselpakket wat echt iets toevoegt wat de kinderen tekort komen. Veel vitamines/bouwstoffen krijgen ze met deze pakketten niet binnen. Maar wat moet er dan in het pakket?
We hebben het over vitaminetabletten, zijn die hier überhaupt te koop? Volgens Ida wel, maar ze vermoedt dat de goede best wel duur zijn. En eerlijk gezegd zijn wij meer voor gezonde voeding dan voor tabletjes. Maar het is voor ons moeilijk in te schatten en te begrijpen hoe de mensen hier leven.
Zeker Mulhakim die niet in een gewoon gezin opgroeit. Zorgt zijn zus voor het eten, leven de kinderen van wat ze links en rechts toegestopt krijgen? Zonder een normaal eetpatroon zouden vitaminetabletten wel een optie kunnen zijn, maar worden die dan wel consequent ingenomen, in de juiste doseringen?
Het blijft erg lastig, en we besluiten er nog maar even over na te denken.
Via de gezonde voeding komen we bij de medicijnen/medische hulp die Impian Anak biedt.
Als we bedenken dat er zo’n 35 gezinnen gebruik kunnen maken van de bijdrage voor medische hulp, vinden we dat we weinig aanvragen krijgen voor die hulp. Op zich prima natuurlijk, maar komt dat doordat de mensen zo gezond zijn dat ze nooit hulp nodig hebben? Of weten ze niet wat de mogelijkheden zijn? Of misschien zijn ze toch niet zo gezond, maar zoeken ze geen hulp. Met mijn gesprek met Pak Di van vanochtend in het achterhoofd, heb ik wel wat vermoedens.
Maar ook zullen er mensen zijn die of niet weten dat ze hulp kunnen krijgen, of de kosten zelf betalen.
We hebben inmiddels begrepen dat de mensen in Lombok liever naar traditionele artsen gaan dan naar een (voor onze begrippen) gewone arts/ziekenhuis. De kosten van de traditionele gezondheidszorg zijn naar verhouding vrij laag. Ook zijn er mensen (zoals Ida) die via hun werk of opleiding een soort ziektekostenverzekering hebben, die de standaard medische hulp betaalt. Maar we verwachten dat de meeste gezinnen in ons project dat niet zullen hebben. Wel zijn er mensen met een soort armenbrief (die wel veel van de gesponsorde gezinnen zullen hebben), die daarmee recht hebben op gratis hulp, maar wat die hulp precies inhoudt, weet hier niemand te vertellen.
Hoe dan ook, we zullen tijdens de bezoekjes die we de komende weken af gaan leggen aan alle ouders/kinderen nog eens duidelijk uitleggen wat de mogelijkheden zijn wat betreft medische hulp.
Niet dat we de mensen ziek willen hebben, of graag geld uitgeven, maar we willen ze wel duidelijk maken dat ze, zolang er geld in ons potje zit, op een bijdrage van Impian Anak kunnen rekenen.
Dan hebben we het nog even over een paar kinderen waarover we ons wat zorgen maken, medisch gezien. Over Mulhakim hebben we het al gehad.
Maar op ons lijstje staat nog een kind, Hanafi. Hij zit nu 1 jaar in ons project, hij gaat naar de 5e klas van de basisschool en woont in Ampenan. Toen we op huisbezoek zijn geweest, vorig jaar, schrokken we heel erg van de leefomstandigheden van zijn familie. Ze wonen in een miserabel huisje/hutje. Vader heeft geen vaste baan, kan soms de vissers op het strand helpen, en krijgt dan een visje mee als bedankje. Moeder zorgt voor de 3 kinderen. Vorig jaar lag er in het huisje nog een oma, maar we begrijpen dat zij inmiddels is overleden.
Hanafi is erg vaak ziek. Wat daarvan precies de oorzaak is, weet niemand. Het schijnt met de maag te maken te hebben, maar of het ‘een ziekte’ is of ondervoeding, niemand weet het.
Afgelopen jaar heeft hij een paar keer een bijdrage uit het medische potje gehad, na het doktersbezoek is het vrij goed gegaan. We wachten maar even af wat we aantreffen bij het huisbezoek.
Gisteren, tijdens het uitstapje, vonden we trouwens dat hij er niet slecht uitzag.
Ook Ida heeft nog een kind waarover ze zich zorgen maakt; Melani.
Ze zit nu in de 6e klas van de basisschool en had vorig jaar veel problemen met haar huid. Een soort eczeem, lijkt het. Opan en Ida zijn met haar en haar moeder naar een arts geweest, daar heeft ze speciale zalf gekregen. Maar de problemen zijn nog niet over. Los van haar huidproblemen gaat het goed met haar, het is een leuke meid, levendig, vrolijk. Ook bij Melani zullen we nog op bezoek gaan en dan bekijken hoe het gaat, of ze nog andere hulp nodig heeft. Als Opan erbij is, is het wat taal betreft ook iets gemakkelijker te bespreken.
Dan hebben we nog één ‘agendapunt’. Iets waar we al een jaar over lopen te dubben.
De verdeling van de sponsorbijdrage aan de kinderen.
De sponsors betalen een vast bedrag per jaar voor hun kind. Dat bedrag is afhankelijk van het schooltype; SD, SMP, SMA/SMK of universiteit (onder universiteit vallen alle opleidingen na SMA/SMK).
De schoolkosten in het eerste jaar van een opleiding zijn altijd hoger in verband met inschrijfkosten en aanschaf van uniformen, schoolspullen.
Maar zodra kinderen op SMA/SMK/Universiteit zitten, is ook het laatste jaar erg duur.
Dat komt door de examenkosten en andere bijdrages die ze dan moeten doen.
We hebben het afgelopen jaar bij een SMK student heel veel extra kosten gehad. Van stagebijdrage tot bijdrage voor de kaft van het diploma. En die kosten kunnen hoog oplopen.
Betaal je dat niet, dan krijg je geen diploma.
Probleem is dat je van tevoren nooit weet hoe hoog die kosten zullen zijn, scholen geven daar geen informatie over.
Willen we uitkomen met de sponsorbijdrage, dan zullen we de kinderen niet elk jaar hetzelfde bedrag kunnen geven. Tot en met afgelopen schooljaar hebben we dat wel gedaan. De middelbare scholieren kregen aan het begin van het schooljaar het geld dat ze nodig hadden voor de inschrijving/schoolspullen. Wat overbleef werd over de resterende maanden verdeeld voor de betaling van overige kosten. Dat geld kregen ze maandelijks in een envelopje. Opan en Ida zorgden voor de verdeling hiervan. Maar we beseffen inmiddels dat de kinderen in het laatste schooljaar dan vastlopen omdat het geld op is. Deels ‘eigen schuld’ kunnen we zeggen. Als ze elke maand het geld dat ze in een envelopje krijgen en niet direct nodig hebben voor school opzij zetten, zal er niet veel tekort zijn. Maar dat wordt niet gedaan. Sparen zit niet in de cultuur op Lombok. Mensen leven van dag tot dag. Morgen zien ze wel weer verder.
Dit hebben we met Opan al eerder besproken en we hebben de keuze gemaakt om de kinderen alleen geld te geven als ze met een rekening of betalingsbewijs aan kunnen tonen waarvoor ze het geld nodig hebben. Het geld dat in een jaar niet wordt gebruikt, blijft bij ons in het spaarpotje van het kind zitten. Peter heeft de boekhouding inmiddels zo ingericht dat we alles exact per kind bij kunnen houden.
Deze manier zal voor Opan en Ida veel tijd en werk kosten, maar het lijkt ons de enige manier om beter met de sponsorbijdrage om te gaan.
Blijft het probleem dat we nooit weten hoeveel geld een kind in het laatste jaar nodig heeft.
Er zijn kinderen (ouders) die bewust kiezen voor een school die duurder is (omdat daar de kwaliteit van het onderwijs meestal ook beter is). We vinden dat zelf prima, de kwaliteit van veel scholen hier laat echt te wensen over. Maar bij die kinderen zullen we niet uitkomen met de sponsorbijdrage die het kind via Impian Anak krijgt. We willen de ouders er in dat geval duidelijk op gaan wijzen dat ze zelf dan een deel bij moeten leggen. Probleem blijft dat we niet weten hoeveel we over de hele opleiding over hebben of tekort gaan komen. Het blijft dus een beetje koffiedik kijken.
We verwachten ook dat iedereen die de afgelopen jaren een maandelijkse envelop heeft gehad, die erg zal gaan missen, maar we hopen, met een goede uitleg hoe en waarom, dat de mensen er begrip voor zullen hebben.
En dan vinden we het genoeg voor vanavond. Ik ben erg moe van het luisteren, denken, spreken.
Indonesisch valt niet mee, maar ik merk wel dat het spreken gemakkelijker wordt. Zeker met ’juf in opleiding’ Ida tegenover me.
Ook Peter, Tom en Anique pakken steeds meer op van de gesprekken. Al wagen die zich nog niet zo aan de spraak.
Zelf heb ik in het Indonesisch minder moeite met schrijven. Ik ben gewend om veel in het Indonesisch te chatten, met Ida, Pak Umpuk en wat andere vrienden in Lombok. Een prima oefening, en Pak Umpuk heeft al voorgesteld om met de laptops tegenover elkaar te gaan zitten en gewoon via facebook te schrijven. Maar in een groep werkt dat zo lastig… Nee, ik moet er maar doorheen en Indonesisch leren spreken (en luisteren).
Maar vandaag niet meer, want ik word er erg moe van. We drinken nog een laatste glas thee/kopje koffie en rijden dan terug naar Loco.
Na een glaasje drinken en (lekker makkelijk in het bahasa Belanda) napraten op ons terrasje bij Bumi gaan we heerlijk slapen, morgen wacht weer een nieuwe dag!

 
Vrijdag 20 juli

We staan weer vroeg op vandaag, want Tom moet om 8 uur bij Lombok Dive zijn, hij gaat een dag duiken.
Als we aan het ontbijt zitten, horen we van een collega van Dedi, Abdul heet hij geloof ik, dat Bulan Puasa vandaag inderdaad nog niet is begonnen. Dat wordt dus nog een dag ongestoord eten vandaag.
Als we bij Lombok Dive zijn krijgen we een sms van Sofi, de vrouw van Mohni. Ze vraagt of het uitkomt als ze over een uurtje langskomt.
Dat is prima. We waren eigenlijk van plan om vanochtend eerst een rondje ‘strand-Senggigi’ te doen, maar dat kan later ook nog wel.
We lopen terug naar Bumi en ruimen wat op. Even later komen Sofi  en Dita. Dat wordt weer Indonesisch spreken! Sofi komt langs om ons officieel uit te nodigen voor een etentje vanavond.
De afgelopen avonden hebben we al bij Opan en Ida gegeten, bij Pak Di en Ibu Diah, bij Pak Umpuk en Ibu Misroh. Nu zijn Mohni en Sofi aan de beurt. De lokale restaurants gaan deze vakantie niet erg rijk van ons worden.  
Mohni en Sofi zijn afgelopen jaar verhuisd naar Montong, dus vanavond kunnen we direct het nieuwe huis bewonderen. Het gesprek verloopt, zelfs in het Indonesisch, prima. Alleen de weg uitleggen is erg moeilijk. Na een tijd tekenen en uitleggen (met handen en voeten) denken we dat we ongeveer  weten waar het is. En als we er echt niet komen, bellen we wel.
Peter heeft inmiddels tijd gevonden om een rondje over het Bumi Aditya terrein te wandelen.
Er wordt flink gebouwd en opgeknapt. Een paar huizenblokjes verder zijn 2 kamers helemaal gepimpt.
Het ziet er mooi, maar ook vreselijk duur uit. Alles design, met een grote breedbeeld-tv  aan de wand.
Zelfs warm water en airco!
Hartstikke mooi natuurlijk, maar of er veel mensen zullen zijn die daar extra geld voor willen betalen? Zeker als de rest van het terrein nog een even grote rommel is als tevoren. Het zwembad is al jaren niet meer in gebruik, het ontbijt is eenvoudig, de jongens die hier nu de boel runnen zijn erg leuk, doen hun best, maar het is in niets te vergelijken met een luxe hotel. Niks negatiefs over Bumi, ik zou voor geen geld in een sjiek hotel willen zitten, dit is veel gezelliger en avontuurlijker!
Maar of de gerenoveerde kamers wel verhuurd zullen worden? Het zal mij benieuwen, zeker als we horen dat er nog heel veel nieuwe kamers bijkomen, tegen de heuvel aan. Heel eerlijk gezegd hoop ik dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen en dat er 2 gezellige goedkope kamers (evt. met huisdiertjes) overblijven voor ons.
Als Sofi weer weg is, twijfelen we even of we eerst naar Mataram zullen gaan of eerst wandelen. We kiezen voor Mataram, dat redden we nog wel voor het vrijdagmiddag gebed. Of de Telkomsel winkel dan/daarna nog open is weten we niet, en we willen nu wel eens gebruik kunnen maken van ons modem.
Anique heeft niet zo’n zin om mee te gaan en blijft in Loco/Senggigi.
Peter en ik haasten ons naar Mataram. Eerst gaan we naar de Telkomsel winkel. Daar wordt het modem-probleem heel snel opgelost. Ergens stond blijkbaar een instelling/code verkeerd. Nadat dit is aangepast kunnen we aan de slag.
Maar eerst gaan we nog even shoppen, we zijn nu toch bij Mataram Mall.
Even naar mijn favoriete winkel, de toko buku. Kijken of er nog spannende kinderboekjes zijn te vinden. Dat valt niet mee, de meeste sprookjesboekjes heb ik al (o.a. Hansel dan Gretel, Rumpelstiltskin, Peniup Suling dari Hamelin). Niet echt leuk om te lezen, maar als je de verhalen in het Nederlands kent, leest het wel vrij gemakkelijk in het Indonesisch. De leuke ‘Susie dan Sam’ serie (zoiets als Mark en Mieke) is niet meer te vinden. Wel zijn er heel veel religieuze kinderboekjes en boekjes met streekverhalen/sagen.
Allebei niet in het meest moderne taalgebruik, en niet mijn favoriete thema’s.
Dan maar een boek met 365 verhaaltjes voor het slapengaan en een paar echte tiener leesboeken. De kaft en titels doen tenminste vermoeden dat het  zoiets is, maar de boekjes zitten ingepakt in cellofaan, dus de verdere inhoud blijft een verrassing. Maakt niet uit, als het maar Indonesisch is!
Daarna gaan we nog even naar de grote huishoud-winkel om een trekker te zoeken. Gisteren hebben we ontdekt dat die wel erg handig zou zijn. De duikspullen moeten na het duiken afgespoeld met water, en daarna te drogen gehangen. Maar na de oversteek van 3 kletsnatte duikuitrustingen van de badkamer naar het terras, konden we bijna zwemmen in de slaapkamer. Een trekker is geen overbodige luxe, daarmee kan het water wat makkelijker terug geveegd naar de badkamer.
Als we alles bij elkaar hebben, is het tijd voor een lunch. Nu kan het nog! Dus nemen we plaats aan zo’n grappig schelpentafeltje bij Oceanic Café.
Ik neem het ervan en bestel een knapperige crêpe met pindakaas en chocola. Ik weet dat het te veel is, en niet echt Indonesisch, maar het is zooooo lekker. Wat ik niet op kan, mag Peter hebben.
Terwijl we op het eten zitten te wachten, proberen we ons modem uit, de laptop hebben we toch bij ons. Het werkt prima, lekker snel, en we lopen even door de mail en facebook.
Ik weet het, we hebben vakantie, maar we moeten toch een beetje op de hoogte blijven van alles (en sommige mensen willen ook een beetje op de hoogte blijven van ons…).
De crêpe is weer overheerlijk, maar erg groot en erg machtig. Och, de komende weken ga ik misschien wel vasten. Maar helemaal krijg ik mijn bord toch niet leeg. Ook Peter laat het afweten.
Als we uitgegeten, gedronken en ge-internet zijn, stappen we weer op.
We kopen bij de moderne Hero supermarkt nog 2 flesjes koude fruitmelk voor onderweg. De fruitmelk die we bij Yunas in Senggigi hadden was mierzoet, zoals veel dingen in Indonesië. Hier hebben ze veel dingen die meer gericht zijn op de Europese smaken.


Ida en Opan

Dan rijden we naar Ampenan. Even bij Opan en Ida langs. We willen nog even met Opan doorspreken waar we het gisteravond tijdens de vergadering allemaal over hebben gehad.   
We vonden het een beetje vervelend dat we toen zoveel hebben besproken terwijl hij er niet bij was, maar dat kwam net zo uit.
Als we een kwartiertje later bij hun achter een groot glas thee zitten (het wordt tijd voor bulan Puasa, we blijven eten en drinken…) horen we dat Ida alles al heeft verteld aan Opan.
Vanochtend heeft Opan al een sms gestuurd naar Andi die op de SMK zit, maar problemen heeft met zijn diploma. Hij heeft nog geen antwoord gekregen. Hij heeft al naar de school proberen te bellen, maar daar werd niet opgenomen. Vast een vrije dag. Maar er wordt in elk geval aan gewerkt.
Verder spreken we af dat Opan (en misschien Ida ook) zondag meegaat naar Lembar en Batu Tumpeng.
In Lembar gaan we Aziz opzoeken, in Batu Tumpeng willen we zien hoe het gaat met het 6e klaslokaal.
Dan rijden we weer door naar Loco.
Maar wel via een omweg, voor de zekerheid willen we toch even kijken waar we vanavond precies moeten zijn in Montong. Nu is het makkelijker zoeken dan straks in het donker.
Nou, dat valt niet mee. Maar een minuut of 10 later hebben we toch de goede wijk gevonden.
Op één of andere manier was de uitleg toch niet helemaal duidelijk voor ons.
Als we even later in Loco komen, zit Anique gezellig te kletsen met vriendinnetjes uit de kampung.
Als we horen dat ze nog niet heeft gegeten, gaan we voor de gezelligheid even met haar naar Warung Ana. Wij slaan het eten over en houden het bij een flesje Teh Botol.
Daarna komen we toch nog toe aan ons rondje Senggigi. Eindelijk even tijd!
We lopen via de hoofdstraat naar het noorden. Echt snel gaat dat niet. We komen veel bekenden tegen en mogen heel vaak vertellen wanneer we zijn aangekomen, hoe lang we blijven, waar onze zoon is, waar we logeren enzovoort. Inmiddels kennen we de vaste kern van verkopers wel. De meesten dringen niet aan, deels omdat ze weten dat we lang blijven, deels omdat ze weten dat we nooit iets kopen, anderen omdat ze weten dat we zonder aandringen ook wel wat bij hun kopen. Tja, sommige mensen staan ons meer aan dan anderen, maar sommigen hebben ook mooie spullen. De verkopers van petjes, hoedjes,T-shirts, dvd’s, zonnebrillen en tattoos zullen nooit rijk worden van ons.
Er lopen ook veel verkopers van dagtochten rond. Veel onbekende gezichten. Dat is erg leuk, want die kennen ons dus ook niet. Om niet al te bot te zijn, staan we iedereen even netjes te woord.
Dan is het erg flauw (maar wel leuk) om heel serieus naar hun verhalen te luisteren.
We kunnen hele mooie uitstapjes maken volgens de verkopers. Naar een waterval. Wij, heel geïnteresseerd, vragen waar die waterval is. ‘Bij Senaru, in het noorden van Lombok’, is het antwoord. Nee, daar zijn we al een keer geweest. Dan vertelt de verkoper dat er nog een andere mooie waterval is op Lombok. Wij vragen of hij Gangga, Tiu Pupus, Benang Kelambu of Benang Stokel bedoelt. De verkoper kijkt ons aan alsof we gek zijn geworden. Dan vertellen we maar dat we al vaak op Lombok zijn geweest, en de meeste plekken zelf al gevonden hebben. Nee, dagtochten zijn aan ons ook al niet te slijten.
Als we bijna bij Pasar Seni zijn, worden we weer bijna een tourist office ingesleurd.
Wat we leuk vinden? Tja, Lombok vinden we erg leuk, anders waren we hier niet.
Dan heeft de goede man wel mooie dingen om ons te laten zien. Watervallen… Nee, die hebben we al gezien, en we noemen zelf het rijtje alvast op. Het strand in Kuta, gecombineerd met een traditional Sasak village dan? Nee, dank u, Kuta kennen we en Sade hebben we ook al gezien.
Dan komen de onbekendere plekken; Banyumulek… Nee, kennen we ook, van de aardewerken potten.
De verkoper krijgt in de gaten dat we Lombok profs zijn. Maar hij heeft nog een moeilijke;
Pondok Perasi. Ik zie Peter bedenkelijk kijken. Het klinkt heel erg bekend en ik moet even nadenken, maar dan weet ik het weer. Het is de visserswijk in Ampenan waar Pak Di, Pak Umpuk en Opan en Ida wonen.
De naam is niet zo bekend, maar ik heb ooit een verjaardagskaartje naar Aufa gestuurd, en dat moest verstuurd worden naar Pondok Perasi, Ampenan. Dus als ik vertel dat we daar vanmiddag nog zijn geweest, geeft de man het op.
Tot hij Peter en mij hoort praten over Lombok Dive. Er staat een reclamebord van Lombok Dive en we zeggen tegen elkaar dat het website adres niet meer klopt. De verkoper heeft goed meegeluisterd.  
Hij gaat proberen ons een dagje duiken te verkopen.
Ja, want Lombok Dive is een goede duikschool. En de eigenaar komt ook uit Nederland!
Hé, dat wisten we niet. We zeggen dat we toch echt dachten dat Mohni, een Lombokse man, de eigenaar is.
Volgens de man niet, want Mohni heeft vrienden in Nederland en het website adres is met .nl. Dus is het een Nederlands bedrijf. We helpen hem uit de droom. Dat adres met .nl klopt niet meer (en dat heeft ook niks met een eigenaar te maken). Wij zijn die vrienden uit Nederland en Mohni is de eigenaar van Lombok Dive.
En duiken regelen we altijd met Lombok Dive zelf, niet via een agent…
We geven nog een kaartje met de goede adresgegevens van Lombok Dive en omdat we toch bezig zijn ook maar een paar foldertjes van Impian Anak. Kan hij de volgende toeristen nog eens iets nieuws vertellen!
Maar veel toeristen zijn er niet in Senggigi. Dat is vast ook de reden waarom alle agenten zo hardnekkig proberen te verkopen aan de enkele verdwaalde toerist die hier rondloopt.
We laten de dagtochtjes, auto’s en trips achter ons en lopen via het strand terug. Daar worden we overladen met parels, armbandjes, petjes, sarongs en nog veel meer.
We slaan alles beleefd af. Ook hier komen we weer veel bekenden tegen. Heel gezellig! Het duurt een eeuwigheid voor we weer terug zijn, en dan is Tom ook al weer in het kantoor van Lombok Dive aangekomen. Met zijn allen lopen we terug naar Bumi waar we even rustig een drankje nemen.
Boung komt nog even gezellig buurten. Waarschijnlijk zal hij de komende weken wel vaker rond dit tijdstip langskomen. Net voor etenstijd tijdens bulan Puasa hebben veel Lombokse mannen het heel zwaar thuis. Dan ruikt het eten al zo lekker. Dan werkt het het beste als ze maar even een blokje om gaan, zodat vrouwlief in alle rust kan koken.
Tegen 8 uur gaan we naar Mohni Sofi. Onderweg dachten we de Lombok Dive bus tegen te komen, maar daar zal dan wel iemand anders in zitten, op weg naar kantoor.
Maar als we bij het huis van Mohni aankomen (dat hadden we inderdaad in het donker nooit gevonden) horen we van Sofi dat Mohni net weer vertrokken is. Werk… Het is weer hoogseizoen, en zoals gewoonlijk zijn er weer niet genoeg mensen die het avondwerk kunnen doen. Afspraken met (hopelijk) nieuwe klanten, spullen voorbereiden voor de volgende dag, tanks vullen.
Aangezien wij en Sofi inmiddels weten hoe het gaat, beginnen we maar gewoon met eten. Redelijke kans dat we Mohni vanavond niet meer zien.
Als we na het eten, koffie en thee opstappen, is Mohni inderdaad nog niet thuis. Hij is nog druk bezig met het vullen van de tanks. Nu de compressor op kantoor staat, moet dat in Senggigi gebeuren, en Mohni heeft nog niemand kunnen vinden die dat voor hem kan doen. Nadat de compressor al een paar keer kapot is geweest door verkeerd gebruik, vertrouwt hij dat niet meer zomaar aan iemand toe.
Als wij weer bij Bumi aankomen, is Dedi er weer. Hij komt direct naar ons toe om zich te verontschuldigen omdat hij een dag weg is geweest (heel eerlijk gezegd was het ons nog niet opgevallen).
Maar nu is hij er weer. We praten nog even over de plannen die ze hebben met Bumi.
Nou, het wordt heel wat. Veel nieuwe standaardkamers erbij tegen de berg aan. De huidige kamers worden allemaal helemaal gerenoveerd en worden de luxe-kamers. Verder komt er een nieuw restaurant, nieuwe receptie, zwembad etc. Als alles volgens planning wordt uitgevoerd, denk ik niet dat we Bumi nog terug kennen, en weet ik ook niet of we nog terugkomen. Maar Dedi zelf geeft ook al aan dat hij dan waarschijnlijk niet zal blijven. Nu kan hij zijn gang gaan, als hij maar verantwoording aflegt aan zijn baas, die af en toe zijn neus laat zien.
In een luxe resort zal Dedi ook niet zo op zijn plaats zijn, denken we.
We zien het wel, over een jaartje of zo. In ons achterhoofd houden we er wel al rekening mee dat we voor volgend jaar op zoek moeten naar een andere plek. De komende weken zullen we wel eens een beetje rond gaan kijken. De plekken die wij zoeken, vind je meestal niet via internet.
Maar nu gaan we naar bed. Met een beetje geluk worden we vannacht om een uur of 3 vrolijk gewekt door de moskee. Sahur sahur sahur!!!

 
Zaterdag 21 juli

Ja hoor, vandaag is Bulan Puasa, de vastenmaand, dan toch begonnen.
Niet dat we er veel van gemerkt hebben vannacht, maar toch.
Ondanks dat we zo ongeveer onder de moskee slapen, heb ik niet veel gehoord. Dat is het voordeel van overdag veel doen, dan slaap je ’s nachts heel goed.
We gaan vandaag met z’n allen naar de gili’s. Omdat het ontbijt niet erg snel wordt gemaakt (4 porties toast, 4 omeletjes, 3 koppen thee en 1 kop koffie vergen nogal wat tijd) bestellen we het eten maar als we uit bed komen, tegen de tijd dat we klaar zijn met alle spullen verzamelen staat het ontbijt ook klaar.
Dan eten we en vertrekken we direct daarna naar het kantoor van Lombok Dive.



Het is niet erg druk op de boot. Als we bij Trawangan aankomen, stapt een deel van de mensen uit.
Er blijven een paar klanten aan boord. Even later gaan ze met Mohni, dicht bij het strand, het water in. Ze doen een ondiepe duik en eindigen straks op het strand. Ook zijn er nog mensen die een examen moeten doen en komt er rond de middag op Trawangan nog een groep duikers met wat vage plannen.  
Wij blijven aan boord met Pak Di en Pak Umpuk, en hebben vanochtend verder dus een ‘privéboot’, wat een luxe.
Als Peter, Tom en Anique met Pak Umpuk het water in gaan, is het heerlijk rustig aan boord. Niet dat zij zo’n herrie maken, maar zodra de duikers weg zijn, gaat de motor uit en dobberen Pak Di en ik wat rond.
Een uurtje later komen de duikers weer boven water. We varen naar Trawangan en gaan op zoek naar een plek waar we kunnen lunchen. In verband met de vele verschillende duik/lesprogramma’s vandaag hebben we een langere pauze. Tom en Anique blijven aan boord evenals de bemanning.
Peter en ik lunchen bij een restaurantje aan het strand. Niet geweldig, maar het uitzicht maakt wel wat goed.
Als we teruglopen ligt de boot er nog. De grote groep Aziaten (Singaporezen?) die nu wil duiken komt net aan boord. De groep schijnt erg wisselend te zijn wat ervaring betreft; van beginnende duikers tot zeer ervaren. Dat laatste valt nog te bezien, volgens Mohni. Zijn ervaring met dit soort duikers leert dat er nogal eens wordt opgeschept over de duikervaring. Peter en ik gaan een uurtje heerlijk rustig met een boek op het strand zitten. Net doen alsof we op vakantie zijn…
Tom en Anique blijven aan boord, evenals de Lombok Dive staff.


Hard werken dus vandaag, zeker voor de Lombok Dive staff die niet  mogen eten en drinken. Afzien, zeker met deze hitte. Toch klagen ze niet, het hoort erbij. Zelfs na het duiken neemt Pak Umpuk geen slokje water. Volgens hem is dat wel te doen. Geen sigaret vindt hij moeilijker. Maar hij is heel strikt in de regels. Knap hoor! Van veel anderen heb ik mijn twijfels hoe goed ze zich aan het vasten houden. Hier op Trawangan, ver van Lombok, huis en familie, zal het animo om te vasten een stuk lager zijn, denk ik zo.
Als de boot wegvaart, maken we een paar foto’s voor op de website. Als de boot elk jaar een nieuw kleurtje krijgt, moet er ook elk jaar een andere foto komen.
Als de boot een klein uurtje later terugkomt, vind ik het ook wel weer mooi geweest op het strand. Nee, een strandvakantie is niks voor mij. Al is een uurtje strand op Trawangan, met alle bedrijvigheid rondom, nog wel vol te houden.
De lunchduik was, zoals verwacht, erg chaotisch. De groep was niet alleen erg wisselend wat ervaring betreft, volgens Tom luisterden ze ook niet echt, of echt niet. Iedereen sprong te pas en te onpas het water in, met en zonder uitrusting. Veel gedoken werd er niet, maar, met uitzondering van de duiker die erg zeeziek werd (knap op een vlakke zee) kijkt iedereen gelukkig. Misschien ging het vooral om de foto’s met duikuitrusting aan. Als we zien hoe de groep van boord gaat, kunnen we ons wel voorstellen hoe het op zee ging. Wat een ongeregeld stelletje. Als we even later met ‘normale’ klanten wegvaren voor de middagduik, staat één van de mannen op het strand te roepen. Zijn handdoek ligt nog aan boord….nou ja, niet zijn handdoek, maar de handdoek van zijn hotel. Pak Di stuurt nog even terug naar het strand en de handdoek wordt afgegeven. Hoort allemaal bij de service.
Na de middagduik varen we naar Teluk Nare. Daar worden alle spullen van de boot gehaald en in de mooie gele bus geladen. Onder ‘afkeurende’ blikken van de Lombok Dive staff helpen we allemaal een handje mee. Hoe eerder alles in de auto ligt, hoe eerder iedereen weer naar huis kan, denken we. Zeker tijdens Bulan Puasa is dat wel prettig.
Maar hier vinden ze het eigenlijk niet gepast dat klanten meehelpen. We hebben ooit verteld dat we na een dag duiken in Egypte verplicht waren de eigen spullen te sjouwen, schoon te spoelen en op te ruimen. Niks mis mee, vinden we, maar in Lombok kijken ze daar toch anders tegenaan.
Als we op de terugweg zijn, ligt er in een bocht weer een auto bijna op de kop in de berm. Er staat een groep mensen omheen. Ongelukken en ongelukjes zijn hier niet zeldzaam. Ondanks het feit dat de weg flink wordt opgeknapt. Of misschien wel juist daardoor. Een strakke asfaltweg nodigt ook wel uit om flink gas te geven. Maar de bochten blijven scherp. En de kwaliteit/onderhoud van de voertuigen zal niet echt meewerken.   
Als we bij Bumi de spullen hebben opgeruimd en zelf hebben gedoucht, willen we bij Warung Ana gaan eten. Als ze ons aan ziet komen, zegt Ana al dat ze weinig keuze heeft vandaag. Tja, dan kunnen we misschien beter ergens anders naar toe gaan. Dat zou fijn zijn, zegt ze, want eigenlijk moet ze ook nog naar de moskee. Maar morgen zijn we weer van harte welkom om uitgebreid te komen eten.
Wij gaan nu dan maar op zoek naar een ander plekje. Wel niet te ver weg, op verzoek van Tom, die na een drukke dag weinig zin heeft om ver te lopen. Dus belanden we bij Graha, in het Chinese restaurant.
Altijd lekker!!!  Made, de gezellige kleine ober uit Loco staat ons al op te wachten als we het restaurant binnen lopen. Wanneer zijn we aangekomen, hoe lang blijven we, wanneer gaat Tom mee nachtvissen?
Na een hele vragenlijst afgewerkt te hebben, bestellen we eten. De heren gaan standaard voor babi. Och, hier smaakt alles altijd erg lekker, vinden we. En je zit heerlijk rustig, dat is af en toe ook wel een keer fijn.
Na een geweldige maaltijd duikt Tom het bed in. Wij lopen nog even een rondje door Senggigi en drinken nog wat.
Als we terugzijn bij Bumi Aditya genieten we nog even met een boek op ons terrasje. Tot het licht uitvalt, jippie lampu mati… Hoort inmiddels bij Lombok! Gelukkig hebben we de zaklampjes altijd in de buurt. Abdul komt aanrennen met theelichtjes, wat een service. Als hij weer weg is, bedenken we dat we geen lucifers en geen aansteker hebben…maakt niet uit, de lampjes doen het nog en even later doet de stroom het ook weer.
Dan zoeken we het bed op. Morgen wordt een drukke dag met een bezoek aan Lembar en Batu Tumpeng.

 

 
Zondag 22 juli

Nadat we hebben genoten van een lekker ontbijtje bij Bumi Aditya, lopen we met Tom en Anique naar het kantoor van Lombok Dive. Ze gaan een dagje duiken.
Peter en ik hebben met Opan afgesproken om samen naar Lembar en Batu Tumpeng te gaan om sponsorkinderen te bezoeken en uiteraard ook om de school in Batu Tumpeng te zien.
Om 10 uur komen we aan in Ampenan en van daaruit rijden we direct door. Ida blijft thuis. Zo kan ze op de ‘winkel’ passen, op een zondag komen er vast weer kinderen die tegen betaling een uurtje of wat willen gamen op de playstation. Ook ziet Ida een beetje op tegen het autorijden. Ze wordt nogal snel wagenziek (al geloof ik dat de mogelijke inkomsten vandaag toch de doorslag geven om thuis te blijven).
De weg naar Lembar is grotendeels bekend. We kunnen weer de ‘korte’ route nemen, de 2x2-baansweg
Naar het zuiden is klaar. Scheelt weer heel veel smalle weggetjes door kleine dorpen.
In de buurt van Lembar is het altijd even opletten, er rijdt veel vrachtverkeer van en naar de ferry. En hier geldt in het verkeer het recht van de sterksten/grootsten. In vergelijking met het vrachtverkeer in Nederland zijn dit mini-vrachtautootjes, maar de chauffeurs ontzien niets en niemand. Oppassen geblazen dus!

Maar ook opletten omdat de weg nogal eens verandert. Het afgelopen jaar zijn er veel wegen bijgekomen/veranderd. Ook zijn er nu een paar heel erg ingewikkelde verkeerspleinen. Gelukkig staan er borden die de richtingen aangeven. Maar of dat nu echt veel verduidelijkt?

Ik ben in elk geval blij dat ik in de bijrijdersstoel zit. Ik hou me wel bezig met rondkijken en foto’s maken.
Opan geeft aanwijzingen over de weg. Maar dat helpt niet altijd.
Opan is veel te netjes en te verlegen om Peter te ‘commanderen’. De aanwijzingen zijn dus heel zachtjes en voorzichtig; ‘Pak Peter, maybe you can go to the right’, eigenlijk bedoelt hij dan ‘Hier moet je rechtsaf’.
Tegen de tijd dat Peter hem verstaat en begrijpt, zijn we de afslag al lang en breed voorbij.
Maar gelukkig heeft Peter een prima richtingsgevoel en komen we er zonder problemen.
Alleen het laatste stukje, bij de haven van Lembar, missen we even. Normaal gesproken moesten we door de havencontrolepost heen om bij Kampung Lembar te komen.
Nu is er een aparte afslag naar de kampung gemaakt, net vóór de controlepost.
Opan is het afgelopen jaar uiteraard vaker hier geweest, maar niet met een auto. Hij dacht dat het weggetje te smal was voor auto’s, maar volgens de havenmeneer moeten we toch echt zo naar de kampung rijden. En het kan net. Even later parkeren we de auto vlak bij de vuilnisbelt en lopen we naar het huis van Aziz. Kampung Lembar is niet veel moois. De mensen die er wonen zullen grotendeels leven van de haven. De kampung ligt tegen een berg. De huisjes liggen kriskras door elkaar aan smalle paadjes.
Tussen de kampung en de vuilnisbelt staat een hoge betonnen schutting. Riool/afvoerwater stroomt over de zandpaadjes de berg af. Bij de verharde paden is een goot aangelegd. We lopen een stukje naar boven naar het huisje waar Aziz en zijn moeder wonen. Daar is niet veel veranderd. Moeder is nog steeds een even klein en vriendelijk vrouwtje. Aziz is flink gegroeid, maar dat hadden we afgelopen week al gezien toen we naar Benang Stokel gingen.


Voor we het vergeten geven we Aziz het betalingsbewijs van zijn inschrijving op school en van het schooluniform. Dit bewijs lag nog in Ampenan. Daarmee moet hij komende week de schoolspullen ophalen. Aziz gaat nu naar de eerste klas van SMA, highschool, in Lembar. We regelen ook snel de verdere administratie. Hij moet maandelijks 85.000 rp gaan betalen voor SPP, een soort maandelijkse schoolbijdrage. Voor half oktober moet hij ook nog 900.000 rp extra betalen. Dat is de bijdrage die hij moet betalen voor het schoolgebouw.  Deze bijdrage is voor de volledige looptijd van de school (3 jaar), maar moet geheel in het eerste jaar betaald worden. Een goede manier van klantenbinding, vinden we.
Verder komen er ongetwijfeld nog kosten voor schoolspullen, boeken en dergelijke, maar daarover is nog niets bekend.
Aziz weet hoe hij Opan moet bereiken als hij iets nodig heeft, dus dat komt allemaal goed.
Als we beleefd alle aangeboden drankjes hebben afgeslagen (het is bulan Puasa…) gaan we weer verder. We hebben nog een hele route te gaan vandaag. We lopen nog een rondje door de kampung, nemen afscheid van iedereen en stappen dan weer in de auto. Op naar Batu Tumpeng.
Na een paar minuutjes zitten we op een hele snelle weg. De brede 2x2 baansweg die naar het vliegveld leidt (geloof ik). Mooi nieuw aangelegd. Met moderne straatverlichting (op zonne-energie!). Het is net de A73, we zoeven over de weg. Maar ja, het blijft Lombok, dus in de middenberm en naast (en soms een beetje op) de weg ligt rijst te drogen. Er wordt gefietst en gewandeld op de weg. Maar ondanks dat schiet het lekker op.



Even later rijden we (weer via een smal gatenkaasweggetje) Batu Tumpeng binnen.

Peter rijdt het zandpad naar de school in, maar daar komen we niet ver. Er staan tafeltjes op de weg, bankjes, verkoopwaar en er ligt rijst te drogen. Helaas, dan maar voorzichtig achteruit en de auto aan de doorgaande weg parkeren. We lopen naar de school, genietend van het mooie uitzicht over de rijstvelden. Als we de hoek omgaan en de school zien, schieten we allebei in de lach….mooi groen is niet lelijk! Wauw, wat een kleur heeft de school gekregen, het knalt je tegemoet. Fel appeltjesgroen. Combineert werkelijk geweldig met de oranje/gele tegeltjes. Het nieuwe lokaal is afgewerkt met bruinere tegeltjes met een motiefje erin. Helaas, de effen tegels waren niet meer leverbaar bij de lokale Praxis. Dat is het nadeel van bouwen in fases. Maar het mag de pret niet drukken. Uiteraard staat Hamdi ons al glunderend op te wachten, apetrots dat hij nu eindelijk het nieuwe lokaal kan laten zien. We hebben de afgelopen weken zelfs geen foto’s meer gekregen om de verrassing compleet te houden. Haha, dat is gelukt!
We gaan snel alles van dichtbij bekijken. En van binnen, want daar is het lokaal ook helemaal groen geschilderd. Met een witte tegelvloer, dat dan weer wel. En een heel mooi wit gipsen sierstucwerkje om de kale spaarlamp. Steekt goed af tegen het groene plafond. Bewonderend lopen we rond in het lokaal. Ons afvragend wie het schilderwerk heeft uitgevoerd. Vast geen meesterschilder, denken we.
Het (oorspronkelijk) witte stopcontact/lichtschakelaar is meer groen dan wit. De randen van de witte tegelvloer en van de ramen en kozijnen zijn ‘een beetje’ meegeschilderd. De hele vloer is versierd met groene stippen. Eerlijk gezegd ziet het er niet geweldig uit, niet in onze ogen tenminste, maar we proberen het maar op zijn Lomboks te bekijken. Daar liggen de normen en eisen iets anders.
Toch geven we de voorzichtige tip om de vloeren even schoon te maken. Met een harde borstel of een krabbertje is er toch iets veel mooiers van te maken. Maar ja, we weten al dat dat waarschijnlijk toch niet zal gebeuren.

We kijken nog even rond in de andere lokalen en nemen dan plaats op de grote kleuterschool-berugak.
We krijgen gezelschap van een broer van Mohni, die in het schoolbestuur zit, maar ook lid is van het Komite. Dat zegt ons niet zoveel, maar als we het goed begrijpen is hij een soort contactpersoon tussen de inwoners/ouders van het dorp en de school.
Nu we hier even rustig zitten kunnen we wat zakelijke dingen bespreken.  Allereerst willen we evalueren hoe de bouw van het laatste lokaal is verlopen.  Het lokaal staat er, ziet er (op wat verfmissers) prima uit, en alles is binnen de tijdsplanning en financiële begroting gebleven. Maar daar zit ook een beetje het probleem. De begroting was wel heel erg ruim opgezet. Met minder dan de helft is het lokaal gebouwd. Heel fijn natuurlijk, maar het stoort ons wel dat ze van tevoren zoveel geld hebben gevraagd.
Als we de controle niet strak hadden gehouden, was er gegarandeerd heel veel geld ‘verdwenen’.
Het verweer is dat de offerte was gebaseerd op bouw van een lokaal door een aannemer. Wij vroegen om een echte offerte, en de lokale klusjesmannen kunnen die niet maken, dus heeft een groot bedrijf voor een offerte gezorgd. Toch zou het netjes zijn geweest als ze dat er even bij hadden vermeld, vinden wij. Maar ja, hier kunnen we nog uren over discussiëren, zonder echt resultaat, zand erover zullen we maar zeggen.
Wat ons ook van het hart moet, is dat we hun wel heel erg achter te vodden moesten zitten om de verantwoording van de kosten te krijgen. Impian Anak zat wat dat betreft een beetje klem tussen de bouwers in Batu Tumpeng en stichting Kanikerwataandoen die het lokaal heeft gesponsord.
Maar ze beloven beterschap wat dat betreft.
Mooi, dat brengt ons op het volgende agendapunt. Wat zijn de toekomstplannen voor de school?
Van Kanikerwataandoen hebben we de toestemming gekregen om een plan voor een volgend project in te dienen. Door de ‘zuinigheid’ tijdens de bouw van het 6e lokaal is er veel geld over gebleven.
Maar voor we dat hier gaan vertellen, willen we eerst weten wat de planning is.
Nou, plannen genoeg…het is de bedoeling dat de school flink blijft groeien. Nu is het een school voor kinderen tot en met Junior Highschool. De wens is om dit uit te breiden met Highschool (SMA) of een meer vakgerichte hogere opleiding (SMK), zodat kinderen er tot een jaar of 18 terecht kunnen.
Daarnaast zijn er plannen om ook opvang te gaan regelen voor kinderen uit andere delen van Lombok, een soort kostschool dus.
Bij Ibu en Pak Haji zijn nu al een paar kinderen in huis uit Noord-Lombok. Zij volgen hier gratis onderwijs.
Heel erg fijn, vinden we, maar we vragen ons af hoe dat allemaal geregeld kan gaan worden. Zeker met het zeer beperkte budget dat de school ter beschikking heeft.
In elk geval lijkt het ons verstandig nog eens heel duidelijk aan te geven dat wij ons, wat sponsoring betreft, terug willen gaan trekken van deze school. Er staan nu 6 klaslokalen, dat moet in principe voldoende zijn om een basis- en middelbare school te runnen. Mits er niet onbeperkt nieuwe leerlingen worden aangenomen. Als we horen dat kinderen van ver buiten Batu Tumpeng al hier naar school komen, is het einde zoek. Ons doel was om de kinderen uit dit dorp een kans te geven, heel Lombok gaat ons net effe iets te ver.
Nu we toch op dit punt zijn beland, vertellen we het verhaal van Kanikerwataandoen. Dat we nog 1 project hier kunnen doen, en dat ze zelf heel goed na moeten denken wat noodzakelijk is. Een extra lokaal of misschien iets anders. We hebben het er een paar jaar geleden al eens over gehad. Ons lijkt het wel prettig om toiletten te hebben bij een school. Toen lag het bouw/afvoertechnisch moeilijk, en werd verteld dat de kinderen ook naar de centrale toiletten in het dorp konden gaan. Juf Petula, die hier vrijwilligerslessen heeft gegeven, bevestigde dat laatste, maar vertelde er wel bij dat de kinderen dan vaak lang wegbleven, of soms helemaal niet meer terugkwamen na een toiletbezoek.
Als ze zelf tijdens een lesdag naar het toilet moest, was er altijd een groot probleem. De centrale toiletten werden niet geschikt bevonden voor haar, dus moest ze met een van de andere leerkrachten mee naar huis.
Allemaal niet ideaal dus, en dat vertellen we hier ook, we vinden dat een school met meer dan 300 leerlingen ook wel wat eigen voorzieningen mag hebben.
Naar ons idee gaat de voorkeur van de heren echter uit naar een nieuw lokaal.

We geven ze de opdracht om voor beide plannen een prijsopgave te maken, dan bekijken we daarna wel wat de mogelijkheden zijn. Dan blijkt ineens dat ze zelf toch ook al hebben nagedacht over toiletten, want Peter wordt meegenomen om te bekijken waar de toiletten eventueel zouden kunnen komen.  Met een beetje passen en meten zouden er in de hoek van de school toiletten en een wasruimte kunnen komen.
Terwijl Peter met de heren gaat meten, ga ik mijn Indonesisch weer een beetje opvijzelen met de kinderen en jongeren die in de buurt van de berugak zijn blijven hangen. Verschillende gezichten herken ik van voorgaande jaren. Er volgen veel vragen over Nederland, over onze kinderen enzovoort.
Ik wil graag weten of iemand nog contact heeft met de leerlingen die nu hier van school af zijn, die afgelopen jaar examen hebben gedaan. Het blijkt dat van de 18 leerlingen op 3 na iedereen is doorgestroomd naar een andere school. Geen slechte score, denk ik. Wat precies de reden is dat 3 kinderen gestopt zijn met leren weten ze niet, waarschijnlijk geldgebrek. Daar proberen we nog wel achter te komen.
Als even later Peter en de heren terugkomen, komt ook Pak Haji eraan. Met de excuses dat we geen eten krijgen…bulan Puasa, we weten het. Wel heeft hij voor Peter en mij allebei een flesje water meegebracht.  Oeps, ik snak inmiddels naar een slokje water, maar ik heb net tegen de kinderen zitten vertellen dat wij niet aan Puasa doe, maar dat ik als we in Lombok zijn uit solidariteit niet ga zitten eten of drinken bij mensen die wel aan Puasa doen. Tja, dan kan ik nu moeilijk gaan drinken.
Nog maar even wachten dus tot we in de auto zitten.
Hamdi is begonnen Pak Haji bij te praten over wat er net allemaal besproken is. Niet in het Engels, want daar heeft Pak Haji nog steeds erg veel moeite mee. Ik probeer het Indonesisch te volgen en betrap Hamdi op een erg verdraaid verhaal. Wij zouden willen dat er toiletten komen omdat wij, en vrijwilligers die hier les komen geven, hier nooit gewoon naar de wc kunnen. Ik grijp in en leg Pak Haji in mijn beste Indonesisch uit hoe het echt in elkaar zit. Voor ons hoeven er geen toiletten te komen, maar voor de leerlingen en leerkrachten zou het geen overbodige luxe zijn.
Maar als ze het zelf niet nodig vinden, vinden wij het ook prima. Hamdi verontschuldigt zich voor de ‘slechte vertaling’ van onze woorden. Ja, heel erg vervelend voor hun als wij ook een beetje Indonesisch verstaan…
Maar inmiddels is iedereen ervan overtuigd dat ze nu wel toe zijn aan eigen toiletten bij de school.
Wij maken ons nog wat zorgen over het schoonhouden van de toiletten. Dingen schoon (en heel) houden is denken we niet de sterkste kant van de mensen in Batu Tumpeng.
We halen ons bekende voorbeeld van de volgekraste tafeltjes, boeken en muren er nog eens bij. Ze zeggen allemaal dat we helemaal gelijk hebben, op tafeltjes schrijven is niet netjes, maar we lopen hier al lang genoeg mee om te weten dat ze niet begrijpen waar wij ons druk over maken. Wij hebben dus al besloten om ons daar ook maar niet meer zo druk over te maken.
We zijn heel blij verrast dat Pak Haji aanbiedt om ervoor te zorgen dat de toiletten schoon zullen blijven. Het zal ons benieuwen, we zullen hem een wc-borstel cadeau doen. Maar zover is het nog niet, benadrukken we nog eens. Eerst willen we concrete plannen zien.
Voor we verdergaan, geven we nog eens door dat de tafeltjes voor het nieuwe lokaal besteld kunnen worden. Ze worden gesponsord door Peter ‘Dua’ die vorig jaar ook hier is geweest en die over een paar weken weer langs zal komen. Als ze een beetje opschieten, kan hij ze dan zelf zien staan in het lokaal.
Pak Haji vertelt dat we binnenkort een uitnodiging krijgen voor de officiële opening van het nieuwe lokaal. Binnenkort een keer, rond buka Puasa. Jippie, dat wordt weer lekker eten!!!
Wij gaan nu, met het hele gezelschap, een rondje maken door Batu Tumpeng. In elk geval willen we een paar kinderen hier bezoeken.
Eerst lopen we naar Novia. Zij is het oudste gesponsorde kind hier en gaat naar de 3e klas SMA. Ze zit op dezelfde school als Novendar uit Kediri, die we straks nog proberen te bezoeken.

We worden hartelijk begroet door Novia en haar moeder. We kletsen even bij, bespreken wat financiële zaken. Nopia moet ook maandelijks SPP betalen. De overige kosten zijn al geregeld. Met Opan en Ida zal ze verder afspreken wanneer ze geld voor SPP krijgt. Per maand, of bijvoorbeeld 2 maanden vooruit.
Opan en Ida kennen de kinderen en gezinnen en kunnen zelf goed inschatten of het vertrouwd is om wat meer geld voor te schieten.
Verder is er hier weinig veranderd. Het is hier altijd gezellig, de huisjes liggen om een binnenplaatsje waar altijd van alles ligt te drogen. Nu zie ik weer iets nieuws. Lijkt op linzen. Volgens Opan is het kacang hijau. En dat blijkt toch iets anders te zijn dan linzen. Kacang hijau heten bij ons mungbonen, de boontjes waar taugé uit groeit. Weer wat geleerd (waar zouden we zijn zonder wikipedia…).
Dan wandelen we verder naar het huis van Apandi (of was het nou Pendi, Fendi, Afandi, Efendi of Yatim), hij woont met zijn moeder in huis bij zijn opa en oma. Zoals altijd als we hier komen wordt er snel een kleed op de berugak gelegd, worden we gewaarschuwd niet ons hoofd te stoten aan het afdakje als we gaan zitten, en horen we verder niet veel omdat er een hele menigte kinderen om ons heen staat.
Zelfs Pak Haji krijgt ze niet stil. We nemen zo goed en kwaad mogelijk wat dingen door en gaan dan weer verder.  Onderweg komen we langs het huis van Hamdi en moeten we natuurlijk even gedag zeggen tegen Heni. Jammer, Habil ligt te slapen, dus die zien we niet.


Ook gaan we even op bezoek bij een heuse kerupuk fabriek. Hier wordt, als ik het goed heb begrepen, kroepoek gemaakt op basis van mais. Hij ziet best wel geel, dus dat kan kloppen.
Het is een groot huis waar we niet binnen zijn geweest. Misschien wordt hier de pasta gemaakt. De in plastic rollen verpakte pasta wordt in plakjes gesneden. Die plakjes worden gedroogd, elk plat oppervlak in de buurt wordt gebruikt om schijfjes uit te spreiden zodat ze goed drogen. Daarna worden de schijfjes in de olie gebakken, totdat het echte (mais)kroepoek wordt. Onder een afdakje staan 2 grote pannen olie, een reuze-wok boven een gasvuurtje en zoiets als een ouderwetse wasketel boven een houtvuur, te pruttelen.
Op het terrasje voor het huis zit een groepje dames de kroepoek te verpakken in plastic zakjes. Waarschijnlijk worden ze op de markt of op straat verkocht. Wij krijgen na de rondleiding een hele zak mee naar huis. Kunnen we vanavond proeven tijdens Buka Puasa (of al eerder natuurlijk als we hier weg zijn)!
Dan zijn de zusjes Muliani en Sarmilayana aan de beurt voor een bezoekje. Ze wonen nog in het huisje bij de jambu air-boom. We worden uitgenodigd binnen te komen en nemen met zijn allen plaats in het kleine kamertje. De zusjes zitten verlegen tegenover ons. Heel grappig dat ze afgelopen week bij de watervallen honderduit tegen me kletsten, nu lijkt het alsof ze me nu nauwelijks aan durven te kijken.
Volgend jaar maar weer een uitstapje met de kinderen doen!
De meisjes krijgen allebei een cadeautje van hun sponsors in Nederland. Dat brengt weer een grote glimlach op hun gezichtjes. Voor hun broertje, die gezellig tussen de zusjes in zit, heb ik nog een kleinigheidje in mijn tas zitten. Is anders ook zo zielig…
Muliani zit nu op de nieuwe school in Batu Tumpeng, in de brugklas,  en heeft geen sponsoring nodig om naar school te gaan. Alle kinderen kunnen daar gratis naar school, zelfs de schooluniformen en andere schoolspullen krijgen ze op school. Vandaar dat Sarmilayana de plek van haar zusje in heeft genomen binnen ons project. Sarmilayana zit in de 4e klas op de basisschool in Kediri, dezelfde school waar Muliani vorig jaar ook zat.
Ze zou over kunnen stappen naar de school in Batu Tumpeng, maar zag daar zelf tegenop omdat ze het erg naar haar zin heeft op de school in Kediri. Hun kleinere broertje zit wel in Batu Tumpeng op school, in de 1e of 2e klas.
Als de meisjes giechelend ook de kaart en foto’s van hun sponsors hebben gezien, gaan we verder. Naar het huis van Hendrawan. Onderweg komen we een ‘oude bekende’ tegen. Rafsanjani, een jongen die nu net van de nieuwe school af is. Hij heeft SMP afgerond en gaat nu naar Highschool. In keurig Engels (met dank aan juffrouw Petula) komt hij ons begroeten.   
Even later komen we, met nog steeds een stoet nieuwsgierigen achter ons aan, bij het huis van Hendrawan. Hendrawan is verhuisd… Met zijn ouders woont hij nu in een nieuwer huis. We maken kennis met zijn vader, een grote stevige man. Even later komt ook de kepala kampung ons een handje schudden. Blijkbaar wil hij ook wel eens zien wie de witte mensen zijn die hier elk jaar in ‘zijn’ kampung rondlopen.
Na Hendrawan hebben we nog 1 kind te gaan in Batu Tumpeng. Mulhakim (die tot vorig jaar Mustiadi heette). Het is een jongetje voor wie we altijd een zwak hebben.
Enerzijds door zijn ‘verhaal’. Mulhakim zit nu in de laatste klas van de basisschool. Zijn ouders leven allebei niet meer. Hij woont met zijn zusje, die denken we een jaar of 20 is, samen in een heel klein huisje aan de doorgaande weg. Vorig jaar woonde er nog een andere zus bij, maar die is getrouwd en woont nu bij haar schoonfamilie. Al jarenlang moeten de kinderen zichzelf zien te redden, met af en toe een beetje hulp van buren en familie.
Maar los van zijn achtergrond, is Mulhakim ook een fascinerend jochie. We spraken hem 2 jaar geleden, toen al sprak hij ons keurig in het Engels aan met mister (vaak ben ik in Lombok ook ‘mister’, maar dat maakt niet uit). Een paar dagen geleden bij de watervallen was Mulhakim ook één van de kinderen die het minst verlegen was. En altijd heel netjes en behulpzaam. Maar het lijkt erop dat we het vandaag zonder Mulhakim moeten doen. Tegen de tijd dat we bij zijn huisje aankomen, zijn er al verschillende mensen naar hem op zoek. Maar Mulhakim hoeft aan niemand verantwoording af te leggen, hij is altijd ergens in de velden aan het spelen, zeggen de mensen al. Maakt niet uit, we komen vast nog wel een keer terug. Wel maken we kennis met zijn zus. Een knappe mooie jongedame. Ik had me haar jonger voorgesteld en vraag na hoe oud ze is. Ik schat minstens 20, maar ze is pas 17 jaar. In tegenstelling tot Mulhakim ziet ze er stevig en gezond uit. Mulhakim is echt vel over been. Misschien eet zusjelief alles op wat in huis is. Maar waarschijnlijk heeft Mulhakim te weinig rust, hij is altijd druk bezig. Ondanks dat Mulhakim erg mager is, en af en toe wat grauw ziet, is hij vrolijk en levendig. Zal dus wel goed komen met hem. Wel besluiten we voor Mulhakim en zijn zus in elk geval nog door te gaan met de aanvullende voedselpakketten. Wat extra vitamientjes en bouwstoffen kunnen hier geen kwaad.
Dan nemen we afscheid van onze begeleiders en stappen met Opan in de auto.


We rijden terug naar Ampenan. We komen door Kediri, waar we eigenlijk ook nog wat kinderen op moeten zoeken, maar besluiten dat een andere keer te doen. Wel vragen we Opan nog maar even voor de grap waar we de auto moeten parkeren als we naar de kinderen in Kediri gaan. Het antwoord dat we verwachten is onder de mangoboom aan de doorgaande weg…  Dat antwoord kregen we vorig jaar, het enige probleem was dat wij niet wisten hoe een mangoboom eruit zag.
Maar nu krijgen we een andere, nog moeilijkere uitleg. Als we vragen hoe het zit met die mangoboom, begint Opan te lachen…die boom is omgehakt. Net als de jeruk boom van Pak Di. De boom in Ampenan met de lekkerste de ice lemontea-limoentjes heeft plaats moeten maken voor de nieuwe winkel van Ibu Diah.
Nu we het over lekker koel drinken hebben, krijg ik ineens erge behoefte aan een slokje water.
We zitten toch in de auto. Jammer Opan, maar ik kan het even niet laten.
Het is eigenlijk niet netjes om te drinken, ik neem aan dat Opan zich aan de vastentijden houdt. Maar voor de zekerheid stel ik Opan toch maar een vraag.’You do not drink now because of Puasa?”
Op het moment dat ik de vraag zo stel, weet ik alweer dat het antwoord lastig wordt. “Yes”
Is dit typisch Lomboks of typisch Opan? Geen idee, maar hier hebben we dit soort onduidelijkheden wel vaker. Is het een ‘ja’ van ‘inderdaad, ik drink niet’ of een ‘ja’ van ‘ik wil wel wat drinken’?
Het eerste dus. Volgende keer maar weer een heel directe vraag stellen; ‘wil je wat drinken?’!
Nu we het toch over drinken hebben, stelt Opan voor om samen naar een supermarkt te gaan om te bekijken wat de mogelijkheden zijn voor voedselpakketten voor de kinderen.
We zouden naar Ruby kunnen gaan, in Mataram. Een grote supermarkt met lage prijzen.
We kennen het niet, maar dat vinden we des te meer reden om er naar toe te willen. Op naar Ruby dus!
Het is even zoeken, zeker bij alle éénrichtingsverkeer weggetjes waar je met een motor snel doorheen glipt, maar met een auto toch maar effe niet. Maar op aanwijzing van Opan komen we er en vinden we om de hoek zelfs een plekje waar we de auto kwijt kunnen.
De supermarkt is inderdaad erg groot. Ook erg rommelig…
Als we naar binnen lopen maakt Opan me heel voorzichtig duidelijk dat ik mijn handtas (formaat hutkoffer) bij de balie in moet leveren. Geen probleem, maar als we bij de balie aankomen, gebaart de medewerker dat mijn tas gewoon mee naar binnen mag. Soms is een wit kleurtje handig, maar ik voel me er niet prettig bij.
Gewapend met een echt winkelwagentje gaan we op zoek naar lekkere en voedzame dingen. Voor onszelf kopen we direct wat voorraad voor de komende dagen. Flessen water, wat koekjes, zakjes cappuccino. We zien zelfs echte speculaasjes. Die legen we in het karretje voor Opan en Ida, kunnen ze zittend bij het bosje neptulpen echte Hollandse koekjes eten. Ook krijgen ze een groot pak met zakjes oploscappuccino. Voor zichzelf, maar ook voor Peter die af en toe genoeg heeft van de grote glazen  thee.
Het zoeken naar spullen voor in het pakket valt tegen. Opan is kritisch, wij ook. Maar dan op een andere manier. Uiteindelijk laten we de keuze vallen op een blikje corned beef, wat pakjes melk, sojamelk en chocomel.  Voor eieren, groente, fruit, tempe/tahu kunnen ze beter op de markt terecht dan hier.
We stellen voor dat Opan en Ida de gekochte produkten thuis zelf uitproberen en dan laten weten wat ze geschikt achten voor de kinderen/gezinnen die wat extra hulp kunnen gebruiken.
Op weg naar de kassa neem ik nog snel een tube Sensodyne mee. Omgerekend nog geen € 1,50 per tube. Betaal je in Nederland al snel 2 en een half keer zoveel voor. Als we geen souvenirs kopen, kunnen we wel een koffertje tandpasta meenemen naar huis. Maar souvenirs zijn eigenlijk veel leuker.
Een eurootje of 8 armer een een hele lading spullen rijker lopen we even later naar de auto. Snel naar Ampenan, daar Opan ‘uit de auto gooien’ voor iemand ons kan zien en uitnodigen.
Dan terug naar Bumi Aditya, waar Tom en Anique na een dagje duiken ook alweer aangekomen zijn. We nemen een uurtje rust, hapje, drankje, bijkletsen en dan gaan we voor het buka puasa diner naar Mohni. In de herhaling van afgelopen vrijdag, en nu maar hopen dat hij zelf ook thuis is!
Als we in Montong aankomen blijkt dat inderdaad zo te zijn. We mogen weer op het grote kleed plaatsnemen en zitten even later weer allemaal met een groot glas drinken en heel veel eten voor onze neus.
We beginnen de maaltijd traditioneel met dadels. Het buka Puasa hapje bij uitstek, schijnt.
Buiten de ramadanmaand worden gedroogde dadels hier zelden gegeten.
Dan volgt nog veel meer eten en als we al helemaal vol zitten, sluiten we af met ieder een grote kom kolak.
Jippie….kolak is wel lekker (al denken Peter en vooral Tom daar anders over) maar het is ook heel erg  machtig.
Het is een soort warme mierzoete soep met kokosmelk, zoete aardappel, gula djawa , banaan, soms ander fruit en meestal opvrolijkt met gekleurde sliertjes en balletjes van een soort gelatine.
Niet iets waar je aan begint als je vol zit. Maar ja, laten staan is ook niet netjes. Dus zoeken we een middenweg tussen zoveel eten dat we hebben laten merken dat het erg lekker is en stoppen voor het onze neus uit komt.
Als alle borden weer zijn opgeruimd, genieten en kletsen we na met een glas thee en lekkere watermeloen. Ik kijk half de keuken in en zie af en toe iets langsrennen. Eerst denk ik aan een kat, maar daarvoor is het te klein. Voor een muis is het iets te groot.
Dan zijn het vast zeldzame Rinjanihamsters.  Voor wie ze niet kent; lees het boek ‘Een hotel op het dak van de wereld’ van Alec le Sueur. Een boek dat ik al zeker 4 keer heb gelezen, en dat me elke keer weer tranen van het lachen bezorgt. In dat boek komen weliswaar geen Rinjanihamsters voor maar Himalayahamsters. Maar ze stammen vast allemaal af van de zelfde familie Tikus.
Als onze glazen leeg zijn, nemen we afscheid van Mohni en Sofi en rijden we terug naar Loco.
Tijd voor een dutje!

 
Maandag 23 juli

Het lijkt wel vakantie vandaag, helemaal niks op de planning.
Hoewel, we moeten voor 8 uur (in de ochtend) even naar het kantoortje van Lombok Dive. Tom heeft gisteravond wat foto’s op een cd gebrand voor een klant die op de gili’s zit, die moeten we aan Mohni geven.
Het is druk op kantoor. Alle personeelsleden moeten werken, ondanks het feit dat sommigen wel aan een rustdagje toe zijn. Hoogseizoen en vastenmaand is niet de ideale combinatie in de duikwereld, maar de afgelopen en komende jaren gaat dat hier wel samen.
Pak Umpuk baalt een beetje, hij had vandaag vrij willen hebben om op zoek te gaan naar een lekkere vis voor ons. We weten welke vis hij bedoelt, een ikan laut. De vis die hier op tafel komt wordt standaard onderverdeeld in ikan laut en ikan. Zeevis en vis. Dat laatste is dan vast zoetwatervis.
Vorig jaar hebben we zo’n ikan laut gehad, hoogstpersoonlijjk door Pak Umpuk uitgezocht, gemarineerd en gegrilld. Erg lekker! Maar vanavond gaat dat niet lukken (tenzij hij er tijdens het duiken eentje tegenkomt).  
Nu de vis bij Pak Umpuk niet doorgaat, grijpt Pak Di zijn kans en nodigt ons uit om vanavond bij zijn familie te komen eten. Daar kunnen we geen nee tegen zeggen.
Als de duikers vertrokken zijn, lopen Peter en ik terug naar Bumi Aditya. Daar gaan we een poging doen wat foto’s op facebook te zetten, ik maak snel wat notities in mijn dagboekje, mezelf kennende ben ik niet zo snel met verslagen schrijven en als ik niet heel veel opschrijf, weet ik over een paar maanden niet meer wat we hier allemaal hebben gedaan.
Voor de variatie is er weer een stroomstoring. De zoveelste.
De laptop kan even zonder stroom. Maar internet niet. Och, andere keer gaan we wel weer verder met de foto’s. Echt snel gaat het van hieruit toch niet.
Veel mensen zullen er niet klagen over de stroomstoring. We zijn de enige gasten in het hotel.
En dat in het hoogseizoen!
Samen met Anique gaan we een blokje wandelen. Via het strand lopen we naar Coco Loco. Even uitwaaien. Aan de zuidkant van de pier is het helemaal uitgestorven op het strand. Het bijna nieuwe stenen pad begint alweer flink te slijten. Stenen verzakken, uit de omheining van Senggigi Beach Hotel steken akelig verroestte stukken ijzerdraad. Van de leuke stenen lantarentjes is er geen één meer heel. Jammer, het zou er allemaal zo mooi uit kunnen zien met een beetje onderhoud.
Bij de pier zijn een paar vissers. Altijd mooi om te zien, vind ik. Vooral de kleding en de verschillende hoedjes, petten en valhelms die de vissers op hebben. Voorbij de pier, bij Senggigi Beach Hotel is het nauwelijks drukker op het strand. Daar ziet alles er wel wat netter uit, het is duidelijk niet de bedoeling dat de klanten van dit hotel aan de zuidkant van de pier gaan zitten.

Een paar verkopers komen een praatje maken. Niet dat ze geloven dat we wat willen kopen, meer voor de gezelligheid. Andere klanten zijn er toch niet.
Heel langzaam komen we verder. Maakt niet uit, tijd zat.
Bij Coco Loco ploffen we neer en bestellen we een lekkere ice lemon tea en een hapje eten. Het is hier heerlijk zitten, mooi uitzicht over zee, gezellige muziek, leuke bediening en een koel windje door het open restaurant. Peters droom-zeilboot ligt weer voor anker in de baai. Lekker laten liggen, is mijn idee.
Als we goed en wel zitten, komen er weer een paar verkopers aan. Nu we hier toch even zitten, kunnen we wel wat zaken doen, een beetje extra inkomen kunnen de lokale verkopers wel gebruiken.
Anique heeft hier ooit een ‘slangen’ring gekocht. Na een paar jaar trouwe dienst is de staart van de slang afgebroken. Repareren is vast duurder dan een nieuwe kopen. Ik zoek een paar simpele witte pareloorbelknopjes.
Even later worden we omringd door verkopers. Dozen vol ringen, parels in alle kleuren en maten.
Ik ben zo klaar, ik wil de eenvoudigste die er te krijgen zijn. Anique heeft wat meer moeite met kiezen. En met onderhandelen. Dat mag ze lekker zelf doen. Ik heb een gruwelijke hekel aan dat tawarren. Anique ziet er wel de humor van in en maakt er een echte sport van. De verkopers vinden het geweldig.
Even later zijn we voorzien en druipen de verkopers af. Dan zien we Mister Flores aankomen. Nu we toch op dreef zijn, kunnen we wel wat batikkaarten van hem kopen. Dat doen we elk jaar bij hem. Omdat we hem wel wat gunnen, maar zeker ook omdat ik de kaarten mooi vind. Bij hem hoeven we niet meer te onderhandelen. We hebben een stilzwijgende afspraak. Wij geven geld en hij zegt hoeveel kaarten we daarvoor uit mogen zoeken. Werkt prima!
En als we klaar zijn, mogen we altijd nog een bonus-kaart uitzoeken omdat we zo’n goede klanten zijn!
Nu anderen zien dat we weer iets kopen, komen er weer een paar hoopvolle verkopers terug naar onze tafel. Maar die worden vriendelijk doch kordaat weggestuurd door Mister Flores. Wij zijn vaste klanten en komen hier heel vaak. Ze moeten ons niet lastigvallen. Of iets van die strekking. Haha, dat is duidelijke taal, en het werkt ook nog.
Als we het eten op hebben, wandelen we via de hoofdweg terug. Het is vrijwel uitgestorven. Dan zien we  waarom er stroomproblemen zijn. Er worden nieuwe kabels getrokken. En hoe?!  Het ziet er gevaarlijk uit. De kabels hangen in grote lussen aan de masten. Mannetjes klimmen op en neer. Een pick-up auto met trekhaak moet de kabels strak trekken. Als dat maar goed komt.
Bij de ATM willen we geld pinnen. Helaas, geen stroom, we hadden het kunnen weten. De storing is vast niet alleen bij Bumi Aditya…nee, heel Senggigi en omstreken zit zonder stroom.
Ook de andere automaten (en er zijn er tegenwoordig heel veel in Senggigi) werken niet. Nou ja, dan proberen we het later nog wel een keer. Als we terug komen in de kampung zien we Tom bij Boung en Sareah op de berugak zitten.
Wij lopen even naar Bumi en gaan wat lezen. Maar niet lang, want we krijgen gezelschap. Een groepje kinderen komt op visite. Ik herken de 2 kinderen van Jay; Angie en Ronnie.
Ze hebben nog een vriendje en vriendinnetje meegebrac ht. De 2 meisjes gaan luid giechelend een dansje opvoeren. De kleine broertjes rennen er klierend tussendoor. De moeders van de kinderen werken hier mee bij de bouw van het nieuwe deel van Bumi Aditya. Zwaar werk, alle materialen moeten een stuk de berg op gedragen. Stenen, zand, cement.
Terwijl de moeders aan het werk zijn, moeten de kinderen zichzelf vermaken. En de zusjes van een jaar of 6 moeten hun broertjes van een jaar of 3 in de gaten houden. Dedi komt vragen of we het niet vervelend vinden dat de kinderen bij ons zitten. Nee hoor, juist gezellig. En prima voor mijn Indonesisch. Al spreken (en zingen) de kleintjes van Jay zelfs al een beetje Engels!
Na de voorstelling belonen we de kinderen met een koekje en een zonnebrilletje. Dolblij rennen en fietsen ze naar de bouw om het aan de moeders te laten zien. Even later komen ze terug om nog eens dankjewel te zeggen en te vragen of mama ook een bril krijgt. Helaas pindakaas, we hebben geen brillen voor moeders…  Als de kinderen weer vertrekken, lopen we naar Boung. Tom is er ook nog, en op de berugak is het gezellig. Jay is er, druk bezig met de voorbereidingen voor het avondeten. Zijn vrouw heeft geluk, als ze straks terugkomt van het werk, staat het eten klaar. Jay maakt loempiaatjes. Wat een werk, zelfs de loempiavellen maakt hij zelf. We worden uitgenodigd om vanavond mee te eten, maar we zijn al voorzien van een uitnodiging voor de avond. Andere keer dan maar.


Angie en Ronnie zijn er ook weer en lopen vrolijk rond met hun zonnebrilletjes.
Even later komt Sareah ook naar buiten. Ze is druk in huis, en zorgt daarnaast ook nog voor het dochtertje van Ani, die bij Graha aan het werk is.
Sareah verontschuldigt zich voor het feit dat ze nu, vanwege de ramadan, ons niets aan kan bieden. Maar vanavond zijn we van harte welkom om mee te eten. Dat hebben we vandaag al vaker gehoord.
Ik weet dat Sareah het echt vervelend vind dat we nu niet kunnen eten hier, en verzeker haar dat het helemaal geen probleem is. Ik zie de opluchting op haar gezicht en ze bedankt me voor ons begrip. Gastvrijheid is iets wat hier ontzettend belangrijk is.
Een paar tellen later komt Herman de vrolijke security-man van Graha langslopen. Als hij ons ziet wil hij ons meenemen om bij hem een kop thee te komen drinken. We zouden graag meegaan, maar dat kan ik Sareah niet aandoen. Dan zou ze zich erg ongelukkig voelen, omdat we bij haar niets konden drinken. Tegen Herman zeg ik dat we nu echt niets komen drinken, omdat we ons hier in de kampung netjes aan het vasten houden. En we verzekeren hem dat we binnenkort ’s avonds na buka Puasa wel een keer wat komen drinken. Weer zie ik Sareah opgelucht ademhalen…
Peter fietst even naar Lombok Dive. Morgen wil Mohni ons meenemen naar Oost-Lombok om te duiken.
Liever willen ze naar Zuid-Lombok, maar daar staan de hoge golven het duiken nog niet toe.
Het oosten is een redelijk alternatief. Ik weet nog niet of ik meega, het is een hele lange rit in de auto, en op de kleinere bootjes in het oosten zit ik eigenlijk alleen maar in de weg.
Boung begint weer te ijsberen. Bijna buka Puasa…ik vraag hem wat voor hem het moeilijkste is, niet eten, niet drinken of niet roken. Het antwoord is overduidelijk, hij mist de koffie het meest!  
Hij zal nog even moeten wachten. Maar dat wachten wordt gemakkelijker gemaakt met wat afleiding. Er komt nog meer bezoek. Wat leuk, Nur en haar kersverse echtgenoot Adi, komen op visite!
Leuk om Nur weer eens te zien. Na haar huwelijk is ze bij haar schoonfamilie in Mangsit gaan wonen.
Maar Boung vertelt trots dat ze nog dagelijks even in Loco langskomt. Nur gaat nog naar school, haar (hele jonge) man werkt nu bij zijn vader die visser is. We worden uitgenodigd om een keer op visite te komen, morgen misschien? Als we dan rond buka Puasa komen, kunnen we een hapje mee-eten. Dan zorgen de mannen voor een lekker maaltje vis! We nemen de uitnodiging  graag aan, maar morgen kunnen we niet. Peter is net terug gekomen van kantoor en heeft alles geregeld om morgen naar Lotim te gaan. Voor buka Puasa terug zijn kunnen we dan niet beloven. Andere keer dan maar!
We lopen terug naar Bumi Aditya. Even snel opfrissen voor we naar Ampenan gaan.
Sinds een paar minuutjes hebben we weer stroom. Maar bij Bumi dient het volgende probleem zich aan. Dedi worstelt met een waterleiding. Het water spuit er aan alle kanten uit.
Ik haal snel een rol duct tape uit onze kamer. Dedi kijkt me aan alsof ik gek ben om een lekkage met plakband te verhelpen. Maar even later kijkt hij heel blij, dit is dan ook geen gewoon plakband. Voorlopig werkt alles weer. Tot er ergens anders weer een nieuw lek komt.
Inmiddels is het sein Buka Puasa gegeven. Het is doodstil in de kampung. Iedereen zit thuis te eten. Heerlijk, wat een rust op ons terrasje.
Even na half 7 vertrekken we, we zouden om 7 uur bij Pak Di zijn. Ook op de weg is het nu heerlijk rustig. Ruim op tijd zijn we in Ampenan. We lopen even bij Opan en Ida naar binnen. Opan is er niet, hij is naar de ATM om geld te pinnen voor de schoolbankjes in het nieuwe klaslokaal. Blijkbaar is Hamdi onderweg naar hier om het geld op te halen. Gezellig, zien we die ook weer eens. Even later komen Opan en Hamdi ongeveer gelijkertijd aan. Ook Pak Haji is meegekomen. Gezellig, de mannen samen op pad. Blijkbaar is heel Batu Tumpeng leeggelopen, want ook Eli, Mohni’s broer, komt nog even langs in Ampenan.
Pak Umuk komt Peter vragen om de auto ergens anders te parkeren. Hij staat nu op ‘onze’ vaste plek naast het strand. Pak Umpuk en Pak Di zijn bang dat de auto beschadigd raakt door kinderen die er altijd met vuurwerk bezig zijn. Dat de kinderen vaak aan de auto zitten geloven we graag. Elke keer als we hier zijn geweest, staan er mooie tekeningetjes in het stof. Vorig jaar is de antenne hier gesloopt. En op één of andere mysterieuze manier verliezen we vaak een beetje lucht uit de banden. Niet alleen dit jaar, maar ook voorgaande jaren. Dus lopen de mannen weg om de auto een stukje verderop te zetten, bij een huis. Intussen ga ik met Opan, Hamdi en Pak Haji de geldzaken afhandelen in Opans huis. Dat is erg lastig, want ook hier is de stroom weer eens uitgevallen. Maar met een zaklampje lukt het om alles netjes na te tellen en te registreren.
Dan wordt iedereen uitgenodigd om bij Pak Di te komen eten. Het wordt erg druk in het kleine kamertje.
Nu krijgen we problemen…wie moet/mag op de bank zitten, wie op de grond. Eerlijk gezegd zou ik net zo graag op de grond gaan zitten. De ‘luxe’ hoekbank heeft zijn beste jaren gehad en zit niet echt lekker. Maar daar is geen sprake van. Wij vieren moeten op de bank zitten. Hamdi komt er ook bij zitten, de rest mag op een vloerkleed zitten. Er wordt een tafeltje bijgezet om al het eten uit te stallen. Alle kinderen helpen mee om het eten op te dienen. Stapels borden komen overal vandaan. Het eten is weer overheerlijk. Ook Ida en Ibu Misroh komen nog met schalen eten aan. We komen niks tekort. Zeker niet als we beseffen dat wij eigenlijk de enigen zijn die wat eten. De rest heeft allemaal al genoeg gehad tijdens buka Puasa.
Als we uitgegeten zijn komt Pak Umpuk ons officieel toestemming vragen om even te verdwijnen. Ik zeg al ‘selamat merokok’, om een sigaretje te roken gaat hij altijd even buiten zitten. Maar nee, hij gaat niet roken…maar naar de moskee. Ja, dat moet ook gebeuren, zeker deze maand!
Dochter Riskya gaat ook naar de moskee, maar komt een paar minuten later alweer terug. Als we vragen waarom zij zo snel terug is en haar vader nog niet, krijgen we een prachtig antwoord.
Ze had toestemming gevraagd om snel terug naar huis te gaan omdat er hoge gasten in huis waren.
Jaja, zo kennen we er nog een paar. De gasten zijn niet eens in haar huis, maar in het huis van haar oom. En wie die hoge gasten zijn? Pak Haji, of wij??
Pak Umpuk maakt zich er niet zo gemakkelijk van af en komt pas een hele tijd later weer terug. Dan is hij wel toe aan een sigaret.
Met Hamdi en Pak Haji bespreken we nog wat zaken. Vandaag hebben ze al gesproken met een Pak tukang (vakman) over de mogelijkheid om toiletten te bouwen in de school.
En de tafeltjes zijn vandaag besteld. Het geld dat ze nu op komen halen is voor de aanbetaling. Ik vraag wanneer de tafeltjes klaar zullen zijn. Het antwoord had ik zelf ook kunnen raden….lima hari (5 dagen).
Alles wat besteld of gemaakt moet worden duurt hier lima hari. Maar zelden duurt het echt 5 dagen. Soms gaat het sneller, maar meestal veel langzamer. Lima hari zal wel overeen komen met het bij ons ingeburgerde ‘zo snel mogelijk’.
Tom gaat ook nog wat zaken doen, met (of eigenlijk via) Opan. Voor de studentenvereniging wil hij vlaggen bestellen. Die zullen hier in Lombok goedkoper zijn dan in Nederland. Vast, maar of de kwaliteit net zo goed is? Maar hij wil het in elk geval proberen. En het zou super zijn als hij de vlaggen (of in elk geval 1 vlag) heeft als hij de Rinjani gaat beklimmen. Wat is er nou mooier dan met een Arboricultura vlag op de top van de Rinjani te staan? Waarschijnlijk vertrekt hij de 30e, over een week. Dus lima hari zou genoeg moeten zijn, maar ja. In Lombok weet je het maar nooit.
We krijgen een sms van Indah, een meisje dat we jaren geleden in Oost Lombok hebben ontmoet.
Via sms en later via Facebook hebben we altijd contact met haar gehouden. Ze studeert nu in Mataram, woont daar ook, en wil ons nu heel graag weer eens ontmoeten. Helaas gaat dat vanavond niet meer lukken, maar we gaan ons best doen om haar de komende weken nog te bezoeken. Morgen in Oost Lombok zal het dus niet lukken, aangezien ze nu in Mataram woont.
Wij nemen afscheid van iedereen hier en moeten Pak Umpuk beloven dat we morgenavond bij hem thuis komen eten. Ikan laut!!! We kunnen nog geen tijd afspreken omdat we niet weten hoe laat Peter en de kinderen terug zijn uit het oosten. Ik heb in elk geval besloten morgen een dagje pelan-pelan te doen in en om Loco. Zonder mij zal het duiken ook wel gaan lukken.
Rond half 11 zijn we weer in Senggigi en halen we bij Lombok Dive de tanks en andere spullen op die morgen mee moeten.
Daarna bij Bumi snel nog wat spullen klaarleggen en op tijd naar bed. Morgen willen Peter, Tom en Anique rond 6 uur Mohni ophalen in Montong. Dat wordt dus vroeg opstaan!

 
Dinsdag 24 juli

Heel vroeg loopt de wekker af. Hoewel, vroeg…dat valt hier ook wel mee. Onze wekker begint om half 6 te loeien, de wekker op de moskee horen we al om een uur of 3. Voor Lombokse Puasa begrippen hebben we dus lekker uitgeslapen vandaag.
Om 6 uur vertrekken Peter, Tom en Anique met Mohni naar Oost-Lombok voor een rustige duikdag.
Ik blijf in Loco, de eilandjes in het oosten zijn prachtig, de weg er naar toe ook, maar de duikers gaan voor het duiken, niet voor een dagje toeristisch doen. En ik vind een dag pelan-pelan ook wel lekker.
Rond half 8 ga ik alleen ontbijten. Kasihaan, zielig, vinden de jongens. Och, valt wel mee, vind ik zelf.
Hooguit zielig dat ik erg lang op mijn eenzame ontbijtje moet wachten, maar met de laptop erbij kom ik de wachttijd wel door.
Ik zoek wat foto’s uit van de afgelopen dagen om op facebook te zetten. Zo kunnen de achterblijvers en geïnteresseerden in Nederland meegenieten en/of heimwee krijgen.
Als ik mijn toast, omeletje en thee op heb, loop ik terug naar de kamer. Daar ga ik eerst wat huishoudelijke taken doen, even opruimen, wassen en snel met een bezem en dweil door de kamers.
Dedi en zijn collega voelen zich een beetje opgelaten en hebben al een paar keer aangeboden om dat voor ons te doen, maar ik vind het net zo handig om het zelf te doen. Kunnen we onze spullen lekker rond laten slingeren waar en wanneer we willen, hoeven we met niemand rekening te houden. En zoveel werk is het nou ook weer niet.  
Als ik even later met een kop thee en de laptop op het terrasje zit, komt er een groepje kinderen aan.
Deze zijn wat ouder dan de kinderen die er gisteren waren, maar ze spreken geen Engels, ik kan me dus weer uitleven in het Indonesisch. Maar ze komen niet om bij te kletsen. Liever kijken ze wat ik aan het doen ben op de laptop. Ik ben nog steeds bezig met de foto’s, dus er valt genoeg te zien.
Er komen nog meer kinderen bij en even later is het een druk gekwebbel om me heen.
Maar een gesprek met mij komt niet echt op gang. Als het iets te gezellig wordt, vraag ik lachend of ze een beetje zachtjes kunnen doen, omdat ik moet werken. Kijk, ze verstaan me dus wel, want ze beginnen nu op vrij luide toon met elkaar te fluisteren. Onderbroken door veel gelach en gegiechel. Als even later de foto’s op internet worden geladen en er niet veel meer is te zien op het scherm, vertrekken de kinderen weer.
Dan ziet Dedi zijn kans om even een praatje te komen maken. Gezellig!
Hij komt erbij zitten en we kletsen een hele tijd over het leven in Lombok en in Europa.
Ondanks het feit dat Dedi een hele moderne vlotte jongen is, heeft ook hij geen idee hoe het leven in Nederland is. Ik laat wat foto’s zien die we op de laptop hebben staan. Dingen die wij heel normaal vinden, zijn hier volstrekt vreemd. De wisselende seizoenen, de manier van leven, bouwstijlen, scholing, tja, alles in Nederland is anders. Leg dat eens uit aan iemand die hier is geboren en opgegroeid.



Vroeg in de middag wandel ik Senggigi in. Tijd voor een uurtje of wat shoppen. Normaal gesproken niet mijn hobby, maar hier is het wel leuk om even rustig te kijken wat er zoal te koop is.
Via het strand loop ik naar Pasar Seni. Uiteraard schiet dat niet echt op. Bij elke bekende die ik tegenkom (en dat zijn er best veel) mag ik uitleggen waarom ik zo alleen ben, waar de rest van mijn gezin is.
Mensen hier zijn niet nieuwsgierig, ze willen alleen alles van je weten. In Nederland zou je denken; “waar bemoeien ze zich mee?” Hier neem je rustig de tijd om ‘alles’ uit te leggen en een praatje te maken. Heel gezellig. En de meeste verkopers (want de meeste mensen die hier op straat en op het strand lopen zijn souvenir- of dagtocht-verkopers) dringen niet eens meer aan met hun koopwaar.
Bij ons tenminste niet. Andere toeristen klagen nogal eens over de opdringerigheid.
Wij komen hier al jaren en de vaste kern van verkopers weet echt wel of ze iets aan ons kunnen slijten of niet. ‘Nieuwe’ toeristen worden door alle verkopers als potentiële klant benaderd. Ik kan me voorstellen dat dat wel eens vervelend is, maar in pakweg 95% van de gevallen kom je met een vriendelijk woordje ook snel van de verkopers af als je geen interesse hebt. Tja, die overblijvende 5%...die verpesten het wel eens voor de rest. Jammer!
Vanuit de Pasar Seni maak ik een rondje langs de souvenirwinkels. Na verschillende jaren hier is er niet heel veel nieuws te bespeuren. Maar ik weet toch al dat we over een paar weken weer met een volle tas richting Nederland vliegen. Tegen die tijd hebben we vast weer van alles gekocht. We moeten hier de economie toch ook een beetje draaiende houden.
Het is weer bloedheet vanmiddag, en na de lange (niet zo verre) wandeling heb ik wel zin in een lekker koud watermeloensapje. Bij Angels staat die al bijna voor me klaar als ik op mijn stoel zit. Haha, ook hier kennen ze me al.  Ik bestel er een minilunch bij, een pisang goreng met honing. Lekker zoet.
Daarmee red ik het wel tot het avondeten bij Pak Umpuk vanavond.
Jay, die op straat voor de Rinjani Club Rinjani beklimmingen staat te verkopen komt even langs.
Over een paar dagen gaat hij met Tom op pad, op naar de top. Anique slaat dit jaar over, tenminste, zoals het er nu naar uitziet. Maar dat kan nog veranderen.
Ik wil Jay wel een drankje aanbieden, maar het is Ramadan. Toch maar niet doen!
Rond 3 uur krijg ik een telefoontje van Peter, ze stappen zo in de auto. Dat hebben ze snel gedaan, zeker als blijkt dat ze 2 hele lange duiken hebben gemaakt. Maar zonder mij erbij gaat de lunchpauze in het oosten veel sneller. Niet dat ik zo veel of zo lang eet, maar ik ben na een pauze op Gili Kondo niet meer in de boot te krijgen. Zó veel mooie schelpen daar! En hoe verder van de aanlegplaats/lunchplek af, hoe mooier de schelpen.
Ik loop weer rustig terug, haal nog even een paar flessen water bij Yunas, wip even het kantoor binnen en loop dan terug naar Bumi Aditya. Daar ga ik lekker mandiën en dan wachten tot de rest terug komt.
Als ik rond half 5 fris gewassen weer op het terrasje zit, komen de harde werkers van de nieuwbouw bij het hotel terug. Ze hebben er weer een zware dag op zitten en kunnen nu naar huis om zich voor te bereiden op Buka Puasa.
Rond half 6 komen Peter en de kinderen eraan. Ze hebben een mooie dag gehad, met 2 duiken van ruim 70 minuten. In het oosten was het, zoals gewoonlijk, erg rustig. Toeristen komen er nauwelijks, ook geen duikers, ondanks het feit dat het een mooi duikgebied is. De afstand en het gebrek aan hotels/restaurants zal de oorzaak zijn. Lekker zo houden, denk ik!
Als alle duikers en duikspullen zijn gewassen, krijgen we een telefoontje van Mohni. Of we met zijn allen naar het kantoor kunnen komen, op verzoek van Sofi. We hebben geen idee wat er is, maar we moeten toch naar Ampenan voor het avondeten, dus rijden we er even langs.
Oeps, er wachten Mohni, Sofi, Dita en Tasya ons op met een grote verrassing. Vier flinke porties kolak, in plastic zakjes. En een stuk of 20 sateetjes. De sateetjes zijn nog warm, en hebben ze vast onderweg ergens gekocht. De kolak heeft Sofi zelf gemaakt. Hartstikke lief en aardig…maar we waren eigenlijk op weg naar Pak Umpuk voor het diner. We krijgen zelfs al een sms van Wahyudi dat de vis, die op de barbecue ligt, al lekker ruikt en of we er bijna zijn. Gelukkig zijn Tom en Peter altijd te vinden voor een stuk of 20 sateetjes. We leggen uit dat we al een afspraak hebben, maar dat we de kolak straks wel in de koelkast bij Bumi kunnen leggen en morgen op kunnen eten. Vervelend, maar we kunnen Pak Umpuk ook niet laten zitten met zijn vis…en de rest.
Even later stappen we dus weer in de auto voor diner 2 van vanavond.
Als we in Ampenan aankomen, staat Wahyudi ons al op te wachten bij de ‘nieuwe’ parkeerplaats. Veilig bij andere mensen op het erfje. Alleen het wasrek staat in de weg, maar dat moet dan maar plaatsmaken voor onze auto, vindt Wahyudi. Eigenlijk geven we de voorkeur aan de parkeerplek gewoon langs de weg, maar we kunnen deze ‘ereplek’ niet weigeren.
Bij Pak Umpuk wachten 2 gezinnen ons op, met mijn favoriet, de echte Ampenanse Soto Ayam, overheerlijk!!! Ben ik blij dat we de zoete ‘kolak-soep’ nog niet op hebben.
Maar na een grote kom soto ayam komt nog een grote heerlijke vis. Vorig jaar hebben we deze vis ook een keer gehad. Hele grote ikan laut die heel diep zwemt. Hoe het beest ook mag heten, hij is erg lekker.
De kentang goreng, oftewel frietjes, zijn vast ook lekker, maar iets te veel van het goede. En voor de Lombokkers een ware traktatie die ze zelf vanwege de dure aardappels nooit eten. Uit fatsoen nemen we allemaal een paar frietjes, de rest schuiven we door naar de familie. Ondanks het feit dat ze nooit samen met ons eten (op een vreemde manier is dat niet gepast, eten samen met ‘hoge’ gasten) laten ze zich de frietjes nu goed smaken. Gelukkig, want wij zitten eigenlijk helemaal vol. Ondanks dat wordt er nog een flinke tros  banaantjes, een bord vol heerlijke watermeloen en een schaal kroepoek voor ons neergezet.  
Nee, we gaan vanavond zeker niet met honger naar bed.
Het is reuze gezellig, zoals altijd hier. Maar de duikers zijn moe, we maken het dus niet al te laat.
Tom wordt morgen op tijd verwacht bij Lombok Dive. Hij heeft beloofd mee te helpen met een grote groep Nederlandse snorkelaars.
Bij Bumi aangekomen besluiten we de kolak vandaag niet meer op te eten. We leggen hem in de koelkast en gaan er morgen wel van genieten.

 
Woensdag 25 juli

Weer op tijd uit de veren, om 8 uur ‘moet’ Tom zich melden op het Lombok Dive kantoor.
Voor de gezelligheid lopen we even mee. Als blijkt dat ze krap zitten met vervoer naar de haven in Teluk Nare, haalt Peter snel de auto op en speelt hij even voor taxichauffeur.
Anique en ik houden ons bezig met wat huishoudelijke bezigheden. Als Peter een uur later terugkomt,
gaan we een wandeling maken. Een rondje Senggigi. Voor de broodnodige variatie lopen we de route tegengesteld. Via de straat richting Pasar Seni. Onderweg drinken we een ‘dure’ ice cappucino bij Mario’s. Niet heel duur, maar voor Lombokse begrippen toch weer wel. Maar wel erg lekker.
De volgende halte is Coco Loco, waar we gaan lunchen. Hier is het redelijk druk. Alle andere restaurants zijn akelig leeg. We vragen ons af waar toch alle toeristen zijn, en hoe het ooit weer goed moet komen met het toerisme hier. Het is nu hoogseizoen, maar het is vreselijk rustig.
Na de lunch lopen we de calorietjes er weer af over de ‘strandroute’.
Als we weer bij Bumi aankomen, is het al halverwege de middag. We plaatsen weer wat foto’s op facebook. Dan mag Peter naar Teluk Nare om een vrachtje duikers op te halen.
’s Avonds gaan we bij Warung Ana eten. Als we aankomen, verontschuldigt Ana zich al dat ze weinig keuze heeft. Er staat vandaag vooral vis op het menu. Maar er is ook nog wat tempe goreng.  Prima, vinden we. Ook hier is het rustig en daardoor is er een beperkt menu. Zonder kip…
Toch zien we wel een kip, maar die is niet om op te eten.
Het is de ‘koelkastkip’, die hier elke avond boven op de frisdrankkoelkast zit te slapen. Och, je moet ergens je dutje doen. Het ziet er wel komisch uit, al zou de Smaakpolitie er niet blij van worden.
Maar dit is Lombok, hier doen ze niet zo moeilijk. Ook niet over de kat die naast ons op de tafel zit te wachten of er nog iets overblijft. Vanavond heeft ze geluk, graten vinden we zelf niet zo lekker. Die zijn dus voor ‘Beppie 2’. Ze laat het zich goed smaken.



Terwijl we nagenieten met een kopje nescafé, komt ibu Ana gezellig bij ons zitten.
Zoals gewoonlijk volop klagend over van alles en nog wat. Vooral over het feit dat ze op haar leeftijd (ze is de 60 ruim gepasseerd) nog steeds zo druk is.
Als ik bedenk wat ze allemaal op haar dak krijgt, kan ik me voorstellen dat ze het niet altijd gemakkelijk heeft. Ze runt haar eettentje in haar eentje, af en toe bijgestaan door een dochter. Haar kinderen heeft ze grotendeels alleen opgevoed. Nu de jongsten ongeveer volwassen zijn, krijgt ze van de oudsten alweer de kleinkinderen om op te passen. Sinds een paar maanden heeft ze een kleinzoontje van ongeveer een jaar in huis gekregen. De ouders konden er niet voor zorgen, dus doet oma dat maar.
Ook is haar domein hier op de Pasar Seni 2 tevens een toevluchtsoord voor verschillende surfjongeren die geen thuis hebben. Ze eten, drinken en slapen hier. Aardige jongens, maar echt niet allemaal lieverdjes. Ibu Ana houdt een oogje in het zeil, probeert alles in goede banen te leiden.
Dan mag je wat mij betreft best af en toe klagen, zeker als je dat, zoals ibu Ana, met een glimlach doet.
Als we het eten op hebben, lopen de kinderen terug naar Bumi. Peter en ik lopen nog een blokje om.
De vaste avondroute maar weer, via de hoofdweg naar het noorden, via het strand terug.
Het is nog steeds warm. En erg donker op het  pad bij het strand.  De mooie lantarentjes die er al vanaf het begin staan, hebben we nog nooit zien branden. De meesten zijn kapot, gesloopt, verdwenen. In het donker vinden we de weg ook wel. Je komt in elk geval geen mensen tegen waar je mee kunt botsen. Dat scheelt weer. Ik vind het heerlijk, de rust, de mooie lucht, maan, sterren, het geluid van de zee. Genieten!
De grote discotheken zijn ook stil. Misschien dat daar later op de avond nog wat valt te beleven, maar we betwijfelen het. Zonder toeristen schiet dat niet echt op.
Als we weer in de bewoonde wereld komen, gaan we nog even boodschappen doen.
We horen dat Tom nog bij Boung op de berugak zit en dat we daar ook van harte welkom zijn.
Omdat we dan vast volgegoten worden met koffie en thee, nemen we zelf maar koekjes mee.
Op de berugak is het mannenuurtje. Sareah en Anna slapen al. Ani is nog aan het werk bij Graha.
Maar van Boung, Belo, Jay en Wawan mag ik er best bij komen zitten. Al verontschuldigt Boung zich weer uitgebreid voor het feit dat Sareah altijd slaapt als ik kom. Dat komt waarschijnlijk doordat wij meestal pas later op de avond tijd hebben. Maar ik beloof snel een keer overdag te komen, speciaal voor Sareah!
We brengen nog een paar uurtjes door met praten over van alles en nog wat. Van het weer tot het leven in Lombok en Nederland. Van de laatste roddels tot grote levensvragen.

Heerlijk, zo’n avondje rustig aan, genieten van de mensen om je heen, van het lekkere weer, de duisternis, tjilpende insecten, roepende gekko’s. Wat kan het leven toch eenvoudig en mooi zijn!

 
Donderdag 26 juli

We hebben vandaag een duikvrij dagje, is ook wel lekker!
Nu kunnen we in alle rust ontbijten, zonder op de klok te hoeven kijken hoe lang/kort we nog hebben. Als we op het eten zitten te wachten, zoeken we in alle rust even wat foto’s uit. We hebben alle gesponsorde kinderen een foto beloofd van het uitstapje naar de watervallen.
Ook willen we wat foto’s laten ontwikkelen van vrienden in Lombok. Mensen hebben zelden foto’s waar ze zelf op staan. Met de intrede van de mobiele telefoons worden er wel foto’s gemaakt, maar een groot deel van de bevolking, en zeker gezinnen/kinderen in ‘onze doelgroep’, heeft geen mobiele telefoon. Hebben ze die wel, dan nog komen er geen foto’s op papier.
Na het ontbijt rijden Peter en ik naar Mataram om de foto’s te laten ontwikkelen. Op de heenweg willen we even bij Opan en Ida langs om wat afspraken te maken. Komende zondag willen we met alle Impian Anak vrijwilligers en hun gezinnen ergens gaan eten, als bedankje voor de super organisatie van het uitstapje naar de watervallen van vorige week, maar ook als bedankje voor alle hulp die we het hele jaar door van ze krijgen. We krijgen, ook los van de Impian Anak-hulp, zoveel van deze mensen, dat we ook graag wat terug willen doen.
Als we Ampenan binnen rijden, komen we een bekende tegen. Pak Umpuk loopt met een gevaarlijk uitziend kapmes over de straat. Als we stoppen en lachend vragen of hij iemand gaat vermoorden, gaat hij heel serieus en uitgebreid uitleggen dat dat niet het geval is, nee, hij wil het mes laten slijpen.
Maar dat kan later ook nog, nu we in Ampenan zijn, moeten we eerst mee naar zijn huis.
Dat is ook prima. Pak Umpuk stapt in en we rijden samen verder. Bij het huis van Opan en Ida is alles stil, de deur zit op slot. Niet thuis, of nog niet uit bed….Geen probleem, we moeten toch eerst mee naar Pak Umpuk. Uit voorzorg zeggen we duidelijk dat we alleen aankomen, niets eten of drinken. Maar ja, even later komt Ibu Misroh toch binnen met 2 grote glazen thee en zelfgebakken koekjes. Weigeren is geen optie, hoe vervelend ik het ook vind om te gaan eten en drinken terwijl er mensen bij zitten die dat niet mogen. Maar Pak Umpuk zegt dat zij er zelf voor kiezen om te vasten, en dat ze er alle begrip voor hebben dat andere mensen dat niet doen. Tja, daar zit ook wat in. Ik vang al op dat Ibu Misroh instructies krijgt om een lunch voor ons te gaan maken. Dat gaat me iets te ver, zeker omdat we net het ontbijt op hebben. Nu kan ik Tom en Anique gebruiken; “Het is zielig voor de kinderen als wij hier al hebben gegeten, terwijl zij in het hotel zitten en niets hebben”. Dat werkt, de lunch wordt afgeblazen.
Nu we hier toch even rustig zitten, zonder andere mensen erbij, willen we iets met Pak Umpuk en zijn vrouw bespreken. Hun huis is in zeer slechte staat, vooral het dak. De balken zijn rot, veel dakpannen zijn kapot of helemaal verdwenen, het lekt aan alle kanten. We hebben al vaker besproken om hen te helpen om alles op te knappen, maar dat is er nooit van gekomen. Nu gaan we het nog een keer proberen, en stellen voor dat Pak Umpuk een offerte aanvraagt om een idee te krijgen wat de kosten zijn om het dak op te lappen, dan kunnen we daarna nog altijd bekijken wat de mogelijkheden zijn. Hij twijfelt, we weten dat ze niet graag iets aannemen, maar we willen heel graag iets terug doen (niet via Impian Anak, maar van onszelf) voor alles wat zij voor ons doen. Van alle lekkere maaltijden, tot de veilige duiken, en gewoon de gezelligheid, de vriendschap. En als we nu niet even ‘doordrammen’, zijn we over een paar weken in Nederland en komt er weer niets van. Dan zitten ze hier over een maand of 2, als de regentijd begint, weer in de regen, zowel buiten als binnen…
Even later komt Pak Di ook binnen vallen. Hij is niet fit, heeft al een paar dagen niet gewerkt en ziet er ook niet goed uit, vind ik. We maken ons echt zorgen over hem, maar zolang hij niet naar een arts gaat, zal er waarschijnlijk niets veranderen. En die keuze moet hij zelf maken….wij zeggen niks. Maar hij kan gedachten lezen en stelt ons gerust. Niks aan de hand, beetje moe, komt door het vasten.
Ik zou zeggen ‘dan eet toch wat’, maar ja, zo werkt het hier niet.
Als we even later weer naar de auto lopen, staat de deur bij Opan en Ida open. Ze hebben inderdaad uitgeslapen. Tijdens de vastenmaand doen ze goede zaken met de Playstation verhuur. Dat houdt in dat er vaak tot diep in de nacht klanten zijn. Leuk, maar als je er rond 3 uur in de ochtend weer uit moet voor het ochtendgebed en de maaltijd, is het wel lekker om daarna nog een dutje te doen.
We spreken af dat Opan een reservering regelt voor een groepsdiner komende zondag. We zorgen er zelf voor dat iedereen netjes wordt uitgenodigd. We stellen voor te gaan eten bij Baleku. Vorig jaar heette het Bale Tajuk. Het is een homestay met prima restaurant, waar ze een echte lokale keuken hebben. Vorig jaar hebben we er een bijeenkomst/vergadering gehad met het Lombok Dive personeel.
Dan gaan Peter en ik eindelijk naar Mataram. Daar gaan we eerst langs de Telkomsel winkel om de simkaart van Pak Umpuk te voorzien van nieuw bel/internet-tegoed. Kan hij weer facebooken.
Daarna nog even naar Mataram Mall. We laten wat foto’s ontwikkelen voor de kinderen en nog een paar foto’s voor in het promotie-album van Lombok Dive.
Daarna zijn we toe aan een kopje koffie of thee, maar dat schiet niet op. Bulan Puasa. Alles is gesloten. Vorige jaren was er nog wel eens iets geopend, maar er schijnen nu strengere regels gehanteerd te worden. Ook in de Mall, die het toch grotendeels moet hebben van buitenlandse/niet moslim klanten, mogen de restaurants overdag niet open. Tegen het einde van de dag gaan misschien de fastfood ketens open, maar dan alleen om af te halen. Het kopje koffie zit er dus niet in.
Dan lopen we snel door de Hero supermarkt en kopen 2 flesjes yoghurtdrink voor in de auto, ook lekker.
Omdat we zo nog even naar Ampenan moeten om de simkaart terug te brengen, kopen we wat koekjes erbij voor familie Umpuk.
Voor onze eigen kids (en voor onszelf) proberen we nog een reep chocolade. Tot nu toe hebben we zelden lekkere chocola kunnen vinden in Lombok, maar dit is een bekend merk (en hoge prijs), het zou dus wel eens lekker kunnen zijn.
Als we op de terugweg zijn, rijden we snel door de smalle straatjes van Pondok Perasi in Ampenan. Peter wacht in de auto, ik ren snel het nog smallere straatje in en ga naar Pak Umpuks huis. Daar tref ik in de woonkamer alleen kleine Aufa aan. Mijn kleuterlomboks is niet zo goed, dus ik leg de simkaart op een opvallende plek neer en geef de koekjes aan Aufa. Haha, die lekkerbek past er vast heel goed op! Dan gaan Peter en ik terug naar Bumi Aditya.


vissen met een motorhelm op je hoofd, handig bij vliegende vissen?!

Het is inmiddels lunchtijd, dus wandelen via het strand met zijn viertjes naar Pasar Seni. Het lijkt vandaag iets drukker op het strand. Ook in de restaurants is iets meer te doen. Zal het seizoen dan toch nog op gang komen?
Maar het aantal verkopers is op het strand nog steeds groter dan het aantal toeristen. Verschillende verkopers hebben Tom dit jaar nog niet gezien. Ja, dat krijg je als je altijd in zee ligt.
Tussen Graha en Coco Loco hoort hij zo’n 50 keer dat hij erg groot is geworden. Echt iets waar een 18-jarige op zit te wachten. Bij Coco Loco strijken we neer voor een lekkere lunch met zeezicht.
Daarna sprinten we terug naar Loco. Gisteravond hebben Peter en Tom afgesproken om met Boung de berg op te gaan. Dat is in de laatste jaren een vast onderdeel van de vakantie geworden. Anique gaat ook mee, ik blijf lekker pelan-pelan bij Bumi, beetje schrijven enzo.  
Als ik me net op het terrasje geïnstalleerd heb met de kleine camera en laptop, komen er weer een paar kinderen aan. Ze kwebbelen er vrolijk op los. Als ze foto’s op de laptop zien, vragen ze of ze zelf ook op de foto mogen. Ja, wat mij betreft wel. Dus maak ik een paar foto’s van de kinderen die dat willen.
Als alle foto’s even later uitgebreid bekeken zijn, verdwijnen de kinderen weer.
Maar even later komen er 2 meisjes en een jongetje terug. De oudste van de meisjes begint een lang verhaal af te steken. Het gaat over de foto’s, eerst denk ik dat ze een afdruk wil van de foto. Maar even later begrijp ik dat ze wil dat ik de foto’s verwijder. De jongen die erbij is, die zelf overigens niet op de foto wilde, is wat duidelijker in taalgebruik en bevestigt inderdaad mijn vermoeden dat de foto van dat meisje verwijderd moet worden. Natuurlijk, geen probleem (hoewel ik even moet zoeken hoe dat op deze camera moet). Als ik aan het meisje vraag waarom de foto weg moet, zegt ze dat haar moeder bang is dat ik de foto ga verkopen. Jee, ik schrik er eerlijk gezegd een beetje van. Aan de andere kant, je hoort zoveel vreemde verhalen, ook hier in Lombok. Om mijn ‘goede wil’ te tonen en alle twijfel weg te nemen, verwijder ik direct alle foto’s die ik hier vandaag van de kinderen heb gemaakt en neem ik me voor om hier ook geen foto’s meer van ‘vreemde’ kinderen te maken waar geen ouders bij zijn.
Weer wat geleerd vandaag!
Peter en de kinderen komen even later terug met heel veel foto’s, gemaakt met de andere camera. Gelukkig zonder onbekende kinderen erop, wel met veel mooie uitzichten vanaf de berg.


Vanavond gaan we weer bij Ibu Ana eten. Gisteren, toen de keuze beperkt en zonder kip was, heeft ze beloofd vandaag een feestmaal te bereiden, met lekkere kippenpootjes.
Als we aankomen, zien we inderdaad een volle vitrine. Lekkere groente, rundvlees, kip, vis.
Dat wordt smullen. Als we net begonnen zijn met eten, krijgt Anique een berichtje, van een ‘oud’ vriendinnetje uit Oost Lombok. Indah, een meisje van Anique’s leeftijd, hebben we in 2009 de eerste keer ontmoet, toen we gingen duiken in Oost-Lombok. Ze woont bij het hotel/restaurantje van waaruit we naar Gili Lampu/Kondo varen. In de jaren daarna hebben we Indah vaker daar ontmoet, ook hebben we via Facebook contact gehouden. Nu woont Indah in verband met haar studie in Mataram.
Ze baalde erg dat Anique afgelopen week in Oost Lombok is geweest, terwijl zij in Mataram was.
Dus hebben ze afgesproken elkaar vanavond te ontmoeten in Senggigi. We leggen uit waar we zitten en een kwartiertje later komt Indah met een vriendin gezellig bij ons zitten.
Het is een beetje onwennig, maar na wat gegiechel komt het gesprek met de dames op gang.



Anique en Indah, zomer 2009.............................................................en zomer 2012

Indah zit nu op SMK en doet een opleiding in de toeristische richting. Ze loopt stage bij een ticketing office, en als we het goed begrepen hebben is dat ook haar studierichting.
Als we vragen welke vakken ze allemaal op school krijgt, vallen we om van verbazing. Eén van de vakken is ‘tafelmanieren’, hiervoor komen ze geregeld naar Senggigi om te bekijken hoe toeristen eten…. Een ander vak is, hou je vast, Noors. Ja, daar red je het wel mee in Lombok. Uiteraard komen hier wel Noorse toeristen, maar de uren die ze in Noors steken, waren denk ik beter besteed aan wat extra Engels. Er zijn hier zo weinig studenten die echt fatsoenlijk Engels spreken. Maar scholen en schoolvakken zijn dingen waar we hier nog steeds niet veel van begrijpen.
Volgens Opan komt het er vaak op neer dat je van heel veel vakken een beetje krijgt, maar van niets voldoende om echt een vak te leren. Ook hebben veel vakken absoluut niets met de studierichting te maken. Zelf denken we er dan nog even bij dat een heel groot deel van de vakken/lestijd gericht is op of te maken heeft met het geloof. Iets wat de mensen hier niet opvalt en vast ook niet stoort, maar ons soms wel ‘een beetje’. Maar ja, zo zal het ‘vroeger’ in Nederland ook wel zijn geweest.
In elk geval heeft Indah het erg naar haar zin op school, en haar vriendin ook. Ze hopen ooit een goede baan in het toerisme te krijgen.
Na nog wat kopjes thee en flesjes teh botol gedronken te hebben, en na een uitgebreide fotosessie (waarbij het voor de dametjes heel belangrijk was dat Tom ook in beeld kwam), nemen we afscheid.  
Als we richting Bumi Aditya lopen belt Hamdi, hij wil definitief de datum vastleggen voor de officiële opening van het 6e klaslokaal. En wel op maandagavond. We weten niet of Tom er dan bij kan zijn, in verband met zijn Rinjani-beklimming, maar zonder hem krijgen we de deur denk ik ook wel open.
We worden dan rond kwart voor 6 verwacht, zodat we het officiële gedeelte vóór Buka Puasa erop hebben zitten. Rond kwart over 6 zal er dan vast wel wat lekkers voor ons klaar staan. We hebben er al zin in!
Als we bij Lombok Dive langslopen, spreken we af om morgen naar de Gili’s te gaan om te duiken.
Nu duiken we eerst maar eens ons bed in.

 
Vrijdag 27 juli

Het is vandaag vrijdag, en niet zomaar een vrijdag, het is een vrijdag in de Ramadanmaand.
Een super-heilige vrijdag dus. Vanaf 3 uur in de ochtend genieten we van veel muziek, gezang en ander vermaak vanaf de moskee. Heerlijk om nog even lekker bij weg te dromen. Het hindert me niet, als ik dit hoor, weet ik dat ik in Lombok ben!  
Nog voor onze gewone wekker rond 7 uur afloopt, klopt Anique op de deur. Slecht nieuws, Tom voelt zich niet goed.
Hij heeft de afgelopen nacht nauwelijks een oog dicht gedaan, en dat kwam niet door de moskee. We nemen een kijkje en vragen voorzichtig wat er aan de hand is. De afgelopen jaren heeft hij nogal wat gezondheidsprobleempjes gehad hier. De laatste jaren is hij een paar keer ziek teruggereisd naar Nederland. We zijn nu nog niet op de helft van de vakantie, en hopen dat het meevalt.
Drie jaar geleden kreeg Tom erge uitslag, jeuk en blaren. Een arts vertelde ons dat het waterpokken waren, een of andere inheemse Aziatische variant. Hij kreeg heel veel medicijnen, van talkpoeder tot pijnstillers en slaaptabletten. Tom heeft het overleefd, zelfs zonder gebruik te maken van de meeste medicijnen. Achteraf dachten we toch meer aan huidirritatie door het zeewater, de zon of een bezoekje van bedbugs/bedwantsen of andere kriebelende beestjes lag.
Gewapend met verschillende zalfjes en speciaal geïmpregneerd beddegoed tegen allerlei ongedierte hebben we daarna nergens last van gehad.
Tot Tom en Anique in 2011 de Rinjani beklommen en Tom met vreselijke hoofdpijn terug kwam. De rest van de vakantie heeft hij toen met voorhoofdsholteontsteking, ontstoken amandelen, koorts en hoofdpijn in bed gelegen. Medicijnen hadden weinig effect, na thuiskomst bleek dat alle ellende ook nog gepaard ging met de ziekte van Pfeiffer.
Nu heeft Tom wel wat hoofdpijn, maar niet de voor hem zo herkenbare ‘ontstekingshoofdpijn’.
Wel fikse koorts, dus erg gerust ben ik niet. In elk geval heeft hij elke dag netjes zijn Malarone-tabletje geslikt. Hoeven we ons daar niet zo’n zorgen over te maken. Voorlopig houden we het maar op een ‘dagje niet lekker’.
We dubben even wat we doen vandaag. We zouden met zijn allen naar de Gili’s gaan. Ik sla in elk geval over, ik duik toch niet en vermaak me hier ook wel. Dan kan ik Tom een beetje in de gaten houden. Maar Peter en Anique besluiten ook het duiken af te zeggen.
We sturen Mohni een sms en lopen rond 8 uur nog even naar het kantoor van Lombok Dive.
Als Pak Umpuk hoort dat Tom ziek is, is hij helemaal van slag. Hij is altijd zo bezorgd. Hij zou graag even langsgaan, maar dat lukt niet meer, hij kan de klanten niet laten wachten. Daar heeft Tom vast wel begrip voor, zeggen we. Eerlijk gezegd denk ik dat hij ook niet zit te wachten op bezoek, maar dat hou ik wijselijk voor me.
Als Tom even later voorzien is van thee en biscuitjes gaan Peter en ik een stuk wandelen.  De eerste tussenstop wordt Mario’s voor een ice cappuccino. Als we daar zitten komt er een ‘oude bekende’  langs. Een jonge verkoper, een jaar of 18 schatten we, die stapelgek is op Anique. Dat herinneren we ons in elk geval van vorig jaar. De jongen is stom. Oeps, dit klinkt stom…ik bedoel dat hij niet kan praten. Of hij ook doof is, weet ik eigenlijk niet. Hij ziet er altijd keurig netjes uit. Hij is heel beleefd en doet, waarschijnlijk door zijn handicap en nette uiterlijk, goede zaken.
Hij begroet ons als oude bekenden (uiteraard met handen en voeten, maar dat werkt voor ons net zo goed als spreken in het Indonesisch of Sasak). Even later blijkt dat hij ons echt herkent. Hij ‘vraagt’ waar Anique is, niet letterlijk, maar we begrijpen zijn gebaren. Dan haalt hij zijn verkoopwaar tevoorschijn. De veterkettingen met een amulet gemaakt van koeienbotten en horens.  
Hij haalt er direct een ketting uit, een hartje. Ja, klopt, zo een heeft Anique vorig jaar van hem gekocht. Niet omdat ze die ketting mooi vond, maar meer om hem een plezier te doen.
Nu wil hij ons nog zo’n ketting verkopen, en liefst nog een paar anderen erbij.
Nou, ik weet het niet. Maar uiteraard gaan we weer voor de bijl. We zoeken een paar kettingen uit, altijd handig om iemand cadeau te doen. Als we op onderhandelen uitkomen, wordt het moeilijk. Hij weet nog precies wat we vorig jaar voor die ene ketting hebben betaald. Maar nu kopen we meer kettingen, dus willen we ook een veel betere prijs. We schrijven over en weer, maar we komen er niet uit. We zijn wel goed, maar niet gek… Even later komt er een andere verkoper bij. Die ruikt klandizie. En hij heeft dezelfde handelswaar, de ‘dooie-koeien-kettingen’.
Hij belooft als we bij hem ook een paar kettingen kopen, een goede prijs voor het hele pakket te regelen. Eerst zien (en horen), dan geloven, vinden we. Maar inderdaad, voor de prijs van 5 kettingen bij de ‘stomme’ jongen, kopen we nu 10 kettingen (5 van de stomme jongen, 5 van de niet-stomme jongen).
Natuurlijk betalen we nog te veel, maar we vinden het prima zo. Deal gesloten, iedereen tevreden.
Als Peter het geld uit zijn portemonnee pakt ziet de jongen een fotootje. Aan zijn ogen mankeert blijkbaar niks. Hoewel…hij denkt een foto van Anique te zien en gebaart de andere verkoper te kijken naar ‘zijn’ meisje.
Maar het is geen foto van Anique, dat was ik, héél veel jaren geleden, maar toch. Hij begrijpt er niets van en maakt dat ook goed duidelijk. Uitgebreid wordt er uitgebeeld hoe smal ik op de foto was, en hoe dik ik nu ben. Ja hoor, dankjewel jochie, we zullen nog eens iets bij je kopen…   
Tijd om op te stappen en we besluiten kampung Senggigi in te gaan. Daar gaan we op zoek naar de homestay van Eful. We hebben geen idee waar het ligt, maar even voorbij de moskee zien we Senggigi Hill View Homestay al liggen. Het ziet er net zo knus uit als op de foto’s die we hadden gezien. Trots leidt Eful ons rond. De kamers op de begane grond zijn niet erg groot, maar zien er heel netjes en schoon uit. Ze hebben een klein terrasje. Het binnenplaats-achtige gangetje tussen de kamers ziet er leuk uit, vol met mooie bloemen en planten in potten.
Op de bovenverdieping is een hele grote kamer met een prachtig ruim balkon. Momenteel zijn alle kamers uitgerust met een met hurktoilet, maar Eful heeft gemerkt dat de meeste toeristen daar niet gek op zijn en hij overweegt om toch maar westerse toiletten te plaatsen.  
We komen hier kijken uit interesse, om Eful een plezier te doen, maar ook met in ons achterhoofd dat Bumi Aditya wel erg ingrijpend gaat veranderen. Als de kamerprijzen mee veranderen, en dat zit er wel in, gaan we toch op zoek naar iets anders. Nu we toch in Lombok zin, kunnen we beter wat voorwerk verrichten.
Deze homestay vinden we wel wat, al heeft wel wat nadelen, de kamers zijn kleiner (we zijn bij Bumi echt hele grote kamers gewend), er is geen parkeerruimte. Maar daar valt wel mee te leven. Het uitzicht is anders dan bij Bumi, minder groen, maar vanuit de bovenkamer heb je wel een mooi uitzicht. Dit staan we rustig op het grote balkon te bespreken. Tot er ineens een oorverdovend lawaai klinkt. De moskee, vrijdagmiddag…. Dit is, zeker in de vastenmaand, een heel groot nadeel hier. In Loco zitten we ook dicht bij de moskee, maar daar is het geluid heel goed te hebben. Hier is het echt allesoverheersend. Een gesprek voeren is onmogelijk. We zijn heel tolerant, maar er zijn grenzen aan waar we zin in hebben. Dit gaat ons net iets te ver.
We gebaren naar Eful dat we het een geweldige plek vinden en lopen naar beneden. Daar, op de overdekte binnenplaats, kunnen we weer een gesprek voeren. De komende weken houden we toch nog maar ogen en oren open voor het geval we een ander leuk logeerplekje tegenkomen.
Met Eful maken we nog een afspraak om zijn geboortedorp te bezoeken, in Central Lombok. Daar sponsort Impian Anak sinds dit schooljaar een meisje, Mahirah. Als het Opan ook uitkomt, kunnen we er zondag met zijn allen naar toe. Leuk, zien we weer een heel nieuwe plek op Lombok!
Nu lopen we via het smalle weggetje langs Senggigi Beach Hotel naar het strand.
We hopen Adam te ontmoeten, maar dat gaat uiteraard niet lukken, het is vrijdagmiddag. Alle verkoopstalletjes zijn gesloten. Volgende keer beter.
Het is ontzettend warm vandaag, maar gelukkig staat er een stevige wind waardoor het aan het strand wel lekker wandelen is. We lopen terug naar het Lombok Dive kantoor. Dat is gesloten,  o ja, het is vrijdagmiddag… Maar op het terrasje treffen we Pak Herwin, een duiker die af en toe voor Lombok Dive werkt. Hij probeert ons over te halen om een keer met hem mee te gaan naar Mojo Island, net boven Sumbawa.
De video die hij heeft van het duiken daar belooft veel moois. Maar het is een flinke reis. Dag of 2 in de auto, dag of 2 duiken, dag of 2 terug…. Of dat er deze vakantie nog van komt, betwijfelen we. En we moeten natuurlijk een reden overhouden om weer eens terug te komen naar Lombok.
Dan kunnen we dat misschien combineren met een weekje Sumbawa/Mojo.
Terwijl we met Herwin zitten te kletsen, komen er 2 hele boze toeristen aan. Oost Europeanen gokken we, en het duurt even voor we begrijpen wat hun dwars zit. We denken eerst dat ze bij Lombok Dive moeten zijn, maar dan blijkt dat ze voor LST komen. Voorheen LST, nu heet het boekings/toeristenkantoortje anders. Maar zo te horen is hun manier van zakendoen niet veranderd. Het jonge stel is op allerlei manieren opgelicht. Motortje gehuurd dat maar niet wordt bezorgd, luxe hotelkamer bleek een smerig hok, veel te veel betaald voor een dagtocht die al na 2 uurtjes voorbij was etc. Wij kunnen er weinig aan doen. Lombok Dive deelt noodgedwongen hetzelfde kantoor, maar daar heb je ook alles mee gehad.
We zien hier ook zelden personeel van het bedrijf, meestal houden ze zich op in Lembar. Daar zijn ze misschien (nog) niet zo berucht. We bellen Mohni en vragen of hij een berichtje kan sturen naar iemand van LST, om te vragen of er iemand naar kantoor kan komen. Veel vertrouwen op een goede afloop hebben we echter niet. Zonde dat zo’n bedrijf gewoon zijn gang kan gaan.
Wij gaan lekker terug naar ons eigen ‘luxe’ hotelletje. Tom voelt zich ietsje beter, maar heeft nog steeds koorts. We maken een noedelsoepje en sturen Opan een berichtje, misschien kunnen we later op de middag nog een paar Impian Anak kinderen bezoeken in Peresak of Ampenan. Maar we krijgen geen reactie. Als je in Lombok iets wil afspreken of regelen, doe het dan niet op vrijdagmiddag!
Peter bedenkt dat hij wel even naar de kapper kan gaan. Met de fiets is hij zo op en neer.
Als Anique en ik rustig op het terrasje zitten, komt Boung aanwandelen. Via de tamtam heeft hij gehoord dat Tom ziek is en dat we allemaal thuis zijn. Nou ja, Peter is net weg, maar dat mag de pret niet drukken.
Boung vraagt of ik zin heb om bij Sareah langs te komen. Ze is druk bezig met koken en weet dat ik dat leuk vind om te zien (en ruiken en proeven…oh nee, pas na zonsondergang).
Anique en ik lopen mee, Tom blijft lekker in bed liggen en kijkt een film op de laptop.
Sareah is blij dat we eindelijk een keer speciaal voor haar komen! De keuken is flink gemoderniseerd vergeleken met vorige keer dat we hier zijn geweest. Het houtvuurtje heeft plaats gemaakt voor een gaspitje dat op een laag tafeltje staat. Ook staat er een gammele kast waar wat keukengerei in staat, en wat zakjes en potten met kruiden. Wij krijgen allebei een mooi laag kistje om op te zitten. Ik neem me plechtig voor om thuis nooit meer te klagen over een te klein aanrecht, te weinig gaspitten etcetera. Als je ziet hoe hier gekookt wordt…  Sareah behelpt zich met een minimale keukenuitrusting. En toch zal er straks een uitgebreid menu worden geserveerd. De uitnodiging om vanavond mee te eten hebben we al gekregen. Mjammie!
Ik vraag haar of ze het niet moeilijk vindt om de hele middag bezig te zijn met koken en niets te mogen eten. Ja, eigenlijk wel, maar niet op de manier die ik bedoel. Het lijkt mij lastig om de hele tijd met eten bezig te zijn als je zelf niks mag eten en drinken. Maar Sareah bedoelt dat het lastig is om lekker te koken als je niets mag proeven. Ja, daar had ik nog niet bij nagedacht. Alles moet nu op de gok, terwijl hier normaal gesproken echt op smaak wordt gekookt. Dus als we vanavond geen lekker eten krijgen, ligt dat aan het feit dat Sareah niet kan proeven. Uiteraard krijgen Anique en ik wel van alles aangeboden terwijl we hier zitten, maar we slaan netjes af. We wachten ook tot vanavond.
Op het menu staat de inmiddels welbekende kolak. Best lekker, maar niet als onderdeel van een compleet menu, het is zo machtig. Tom vindt het vreselijk, dus voorspellen Anique en ik alvast dat hij vanavond ziek in bed blijft liggen. Ook krijgen we een gerecht met tofu, uiteraard nasi en kroepoek. Het enige wat niet helemaal zelf is gemaakt, zijn gevlochten mandjes met rijst erin. De rijst wordt gekookt met de mandjes eromheen, een soort lontong idee.  Verder krijgen we urap-urap, één van mijn favoriete gerechten. Het bestaat uit fijngesneden gekookte groenten met een laagje geroosterde geraspte kokos.
En geen kokos uit een zakje, nee, een stuk kokos wordt boven een vuurtje geroosterd, daarna met de hand geraspt. Voor de kolak wordt zelf santen gemaakt, vers uit de boom. De ubi en bananen worden op de hand gesneden, kruiden en andere ingrediënten worden in een cobek tot lekkere boemboes gemalen. Het is bewerkelijk koken, maar dan heb je wel heerlijk eten!  
Het leidingwater hapert hier ook, iets waar we hier veel last van hebben, en waarvan ik dacht dat het probleem bij Bumi lag. Maar op het moment zit heel Loco zonder water. Gelukkig heeft Sareah een voorraadje in de koelkast staan. Overal op voorbereid!  
Tijdens het koken kletst Sareah aan een stuk door. We verstaan niet alles letterlijk, maar dat is geen probleem, we begrijpen elkaar prima.
Het is gezellig om gewoon over koetjes en kalfjes te praten. Over eten, koken, kinderen, onderwijs.
Voor Sareah is er de afgelopen tijd veel veranderd. Twee dochters zijn getrouwd. Ani woont nu met haar man hier en heeft een dochtertje gekregen, waar oma Sareah en opa Boung met plezier op passen als Ani en Wawan aan het werk zijn. Nur woont nu samen met haar man Adi bij haar schoonfamilie in Mangsit.  Daar heeft Sareah het nog steeds erg moeilijk mee. Nur ook wel een beetje, denken we, want ze komt vrijwel dagelijks even langs bij haar ouders en gaat daarna met heel veel eten weer naar haar nieuwe huis. Want, zo zegt Sareah, daar wordt niet lekker gekookt. Ik geloof het direct, zo lekker koken als hier doen ze in Mangsit vast niet!  
De tijd vliegt voorbij. Peter is inmiddels terug van de kapper en staat gezellig bij Boung te kletsen en de wonderbaarlijke maalmachine te bewonderen. De machine wordt gebruikt om kokos, koffie en rijst te malen. Hij wordt veel gebruikt, voor de eigen keuken, maar ook voor klanten die hier tegen betaling hun spullen laten malen.
Peters haren zijn weer een stuk korter. Hij is vandaag met de fiets naar de dure kapper in Senggigi geweest en moest maar liefst 30.000 rp betalen. In Ampenan betaal je maar 9.000 rp, maar dan ben je wel iets langer onderweg op je fietsje.
Als ik naar buiten loop, merk ik pas hoe heet het in de keuken was. Tjonge, en dan heeft Sareah nog wel al het werk gedaan, wij hebben alleen maar toegekeken. Al het eten is voorbereid, afwassen gaat niet lukken, want er is nog steeds geen water. We gaan even terug naar Bumi om op te frissen voor buka puasa. Gelukkig zit de mandibak vol en kunnen we onszelf een beetje  wassen. Net voor Buka Puasa komt Daan langs, met 4 kelapa muda, speciaal voor de zieke. Het blijft ons ontroeren hoe de mensen hier meeleven, en het weinige wat ze zelf hebben nog delen met iedereen.
Ondanks de goede bedoelingen staat Toms hoofd nog niet echt naar kelapa muda.
Maar de kokosnoten blijven vast nog wel een tijdje goed.  
Eten ziet Tom ook nog niet zitten (en we hadden nog niet eens verteld dat er kolak op het menu staat).
Hij blijft in bed liggen, terwijl Peter Anique en ik naar Boung en Sareah lopen. Daar zitten Ana en Wawan ook al op ons te wachten. Ani is nog aan het werk bij Graha. Maar Wawan heeft haar net een bungkus maaltijd gebracht, die ze daar op kan eten. Ze is pas om 11 uur vanavond klaar met werken.
We mogen gaan zitten in het kamertje en krijgen allemaal een groot glas es kelapa muda. Dan volgen alle schaaltjes met eten. Het is heerlijk! Als toetje krijgen we nog allemaal een kommetje kolak. Daarna nog een kopje koffie of thee. Dan zitten we helemaal vol. Zoals gewoonlijk wordt er in rap tempo gegeten. Wat we hier zo gezellig vinden, is dat de hele familie met ons mee-eet. Iets wat in Ampenan niet gebeurt. Daar eten de gasten (wij dus) alleen, terwijl de gastheren/vrouwen netjes toekijken. Alleen als er een groepsdiner is, eten we echt allemaal tegelijk. Wat daar precies de reden van is, weten we nog steeds niet.
Na het eten wordt alles snel afgeruimd, dan mag de tv aan. Heerlijk, Indonesische tv… We begrijpen er niets van. Het gemiddelde programma bestaat uit flauwe spelletjes, muziekshows en overdreven soaps en toneelspel-achtige filmpjes. Vanavond zien we een interessant programma over Aziatische beroemdheden die cosmetische operaties hebben ondergaan, en in een show komen vertellen hoeveel geld ze daarvoor hebben betaald. De meest vreemde mensen komen in beeld, allemaal vreselijk extreem. Alles staat zo ver af van het werkelijke leven hier in Lombok, maar iedereen geniet hiervan. Daarna komt er een musical-toneelspel. Veel kwijlende muziek, veel boos kijkende mannen, kirrende popperige meisjes, felle kleuren en een tovenaar die ongeveer elke minuut een soort toverspreuk opdreunt. Waarna iedereen dubbel ligt van het lachen. Wij ook, maar niet om de tv.
Na een tijdje houden we het voor gezien. Omdat we het programma niet per se af hoeven te kijken, maar ook omdat we weten dat Sareah normaal gesproken al lang in bed zou liggen. We bedanken iedereen hartelijk voor het lekkere eten en de gastvrijheid en haasten ons dan naar Bumi, waar Dedi ons op staat te wachten.
Er was bezoek voor ons geweest, maar hij heeft verteld dat we niet thuis waren. Hij wist niet zeker of Tom er was, en wilde hem ook niet storen. We proberen te achterhalen wie er voor ons is geweest, maar verder dan dat het lokale mensen waren, komen we niet.
Tom is inderdaad niet heel erg wakker. Wij gaan op het terras zitten en even later zien we ons bezoek weer komen. Ach, een hele delegatie uit Ampenan komt op ziekenbezoek. Opan, Ida, Pak Umpuk en Wahyudi. Wat lief! Ze waren inderdaad een uurtje geleden ook al hier geweest, en hadden van Dedi gehoord dat we ergens in de kampung op visite waren, en waarschijnlijk niet heel lang weg zouden blijven. Dus hebben ze maar wat in de buurt rondgehangen.
Nu ze er zijn, gaan ze uiteraard eerst Tom inspecteren. Als ze alle 4 heel ernstig kijkend de kamer binnenlopen, schieten wij alle 4 in de lach, zelfs de zieke Tom.
Als een volleerd arts ondervraagt Pak Umpuk Tom. Wat mankeer je, wat voel je, waar voel je wat, heb je al gegeten? Dan krijgt Tom nog een uitgebreide massage van hem. Zodra Pak Umpuk een knie op het bed zet, klinkt er gekraak en zakt de matras een heel eind naar de grond. Ja, op die plek zat dus een plank die er steeds uitvalt.
Geschrokken willen ze met zijn vieren het bed gaan repareren, maar dat heeft weinig zin, we zijn inmiddels bekend met de bedden hier. Kwestie van niet het volle gewicht op één plek zetten, dan is er niets aan de hand.
Na de behandeling wil het bezoek weer opstappen, maar ik vind dat ze niet weg kunnen zonder iets te drinken. Er wordt luid geprotesteerd. Maar nu ben ik koppig. Bij hun komen we ook nooit weg zonder iets te drinken, dus nu moeten zij even onze gastvrijheid accepteren.
Als ik opnoem welk drinken we in de aanbieding hebben, gaan Opan, Ida en Wahyudi voor een kop cappuccino. Pak Umpuk weet het nog niet, hij twijfelt. Dan blijkt dat hij niet weet wat cappuccino precies is. Als hij hoort dat het een soort koffie is, wil hij het wel proberen. Ik duik dus onze kamer in om een rondje cappuccino met koekjes te maken, terwijl de rest allemaal een plekje zoekt op het terras, dat ineens wel heel vol komt te zitten. Maar dat maakt niet uit, het is heel knus.
Pak Umpuk vindt de cappuccino overigens lekker, zeker met heel veel suiker erin.
Voor ze een tijdje later weer richting Ampenan gaan, lopen ze nog even Toms kamer binnen om afscheid te nemen. Ook kijken ze nog even de kamer rond. Ze zijn erg onder de indruk van de mooie kamer. Zo’n mooie kamer hebben ze nog nooit gezien.
En dan te bedenken dat het de eenvoudigste kamer is die we ooit in Indonesië hebben gehad. Maar als je het vergelijkt met hun eigen huizen in Ampenan is Bumi Aditya inderdaad erg overdreven luxueus.
Zelf slapen ze op een matje of dun matrasje op de grond, dan is een bed al heel wat, zelfs al zak je er door heen. Toilet, wastafel, douche, stromend water in huis, het zijn allemaal dingen die ze zelf niet hebben. En ja, na een middag droog te hebben gestaan, komt er weer water uit de leidingen in Loco!
Als iedereen weg is, overdenken de dag nog met een glaasje fris op het terras en duiken dan het bed in.
Morgen weer een dag. Hopen dat iedereen dan weer fit is, maar na zo’n massage moet het toch beter gaan!  

 
Zaterdag 28 juli

Als we wakker worden voelt Tom zich gelukkig  een stuk beter dan gisteren. Peter en Anique hadden gisteravond al besloten om te gaan duiken. Omdat ze dat leuk vinden, maar ook omdat Mohni hun heeft verteld over een bijzondere klant die vandaag te gast is bij Lombok Dive. Eén of andere hele hoge meneer van de politie, die voor vakantie in Lombok is. Verdere details over zijn functie zal ik niet geven, maar het klonk erg  indrukwekkend.
Peter en Anique zijn dus gewoon nieuwsgierig, zeker als ze horen dat hij altijd een speciale behandeling krijgt (en met minder vast ook geen genoegen neemt). Tom denkt er het zijne van en slaapt lekker uit.
Als Peter en Anique weg zijn en Tom uit bed is, storten we ons op het maken van een nieuw foldertje voor Lombok Dive. Lijkt heel eenvoudig, maar maak in een paar zinnen en fotootjes maar eens duidelijk waarom mensen bij Lombok Dive moeten gaan duiken. Het wordt een mooie compacte brochure. Ook het technische gebeuren is Tom wel toevertrouwd, het blijft alleen de vraag in hoeverre de drukker ermee overweg kan. De folder die Tom een paar jaar geleden heeft ontworpen, is door de drukker helemaal overgetypt en nagemaakt omdat ze hem niet konden openen op de computer in verband met andere (oudere) programmatuur. Dat zou niet zo’n probleem hoeven te zijn, ware het niet dat degene die de folder heeft overgetypt waarschijnlijk nooit tevoren had getypt en geen Engels kende.
Halve en hele woorden waren weggevallen, leestekens en hoofdletters verdwenen. De fris-blauwe achtergrond werd lelijk bruin. En de foto’s hadden in het eindresultaat erg veel kwaliteit verloren.
Tja, daar zit je niet op te wachten, maar in Lombok kan het allemaal. Iets als een proefdruk kent men niet. Bij die drukkerij tenminste niet. En toppunt van alles was dat het Lombok Dive personeel heel trots was op het eindresultaat. Wie zijn wij dan om te gaan klagen. Al vonden we de folder absoluut niet geschikt om aan (mogelijk toekomstige) klanten uit te delen.
Als we het ontwerp goed genoeg vinden, gaan we een stuk wandelen. Pelan pelan, maar wel helemaal via het strand naar Pasar Seni. Daar eten we een hapje bij Coco Loco, onze vaste rustplaats tijdens het ‘blokje om’.
Tom heeft weer honger en bestelt een bord spaghetti. Als ik de rode prak zie, ben ik blij met mijn heerlijke gado gado. Maar volgens Tom smaakt het Italiaanse maaltje beter dan dat het eruit ziet.
Als we weer verder lopen, neuzen we even rond bij de kraampjes op de Pasar Seni. Uiteraard is Tom op zoek naar uitbreiding van zijn gekko-collectie. Hij ziet een paar mooie beschilderde houten gekko’s hangen, maar we hebben nog even de tijd, kopen doen we later wel.
Omdat het zo warm is en we zo’n zin hebben in een glaasje sap, ploffen we even later neer bij Angels.
Daar krijgen we een telefoontje van Peter, ze zijn na een bijzondere duikdag op de terugweg.
Wij lopen dan maar vast richting Lombok Dive. Daar is het rustig. De duikers zijn er nog niet.
Sarah past op het kantoor en we houden haar gezelschap. Tom vist de ‘mislukte’ folders van 2 jaar geleden uit het rek. Met een dikke pen gaat hij fouten aanstrepen. Op een 2-zijdig A4-tje komt hij ongelogen tot 140 schrijf/typefouten. En dat terwijl de folder voornamelijk uit foto’s en kaartjes bestaat!
We vragen ons af hoeveel fouten een Indonesische leerkracht Engels eruit zou halen. Vast niet allemaal. Misschien de helft? Maar we houden het op veel minder.
Terwijl we zitten te wachten op de duikers, gaan we het kantoor een beetje opschonen. Uit het folderrek bij het reisbureautje (waar toch nooit iemand is) halen we wat foldertjes van andere duikscholen weg. Als ze zeggen dat ze hun klanten altijd Lombok Dive aanraden, hebben ze die andere folders helemaal niet nodig.
Beetje flauw van ons, maar je moet wat als je zit te wachten. Voor we nog meer kattenkwaad (het ziet er niet uit met die ‘n’ vind ik, maar hij schijnt er echt tussen te moeten staan) uit kunnen halen komen de duikers terug.
Duiken met meneer X was zeker een belevenis. Om te beginnen was hij schandalig veel te laat. Uiteraard was dit al door Lombok Dive ingecalculeerd, en waren de andere klanten al lang onder water voor X aan boord kwam. Normaal gesproken wordt er een limiet gehanteerd, langer dan 20 minuten wachten op klanten doet Lombok Dive in principe niet meer, omdat dan het schema van de andere gasten ook in de knel komt. Maar dit is natuurlijk een speciaal geval. Zo’n hoge gast mag je niet haasten, mag je ook niet laten staan, daar wacht je gewoon op.
Verder had Mohni goed ingeschat dat meneer X heel graag samen met Peter en Anique zou duiken.
Er volgde een fotosessie, waarbij het belangrijk was dat Anique als duikende Nederlandse jongedame ook in beeld kwam.
Overigens was het een heel sportieve, vriendelijke man. Hij werd begeleid door enkele beveiligingsmensen, die deels ook mee aan boord gingen. Onder water waren divemaster Eful, Peter en Anique afschrikwekkend genoeg voor eventuele vijanden. Of de mensen van de beveiliging konden niet duiken, dat is natuurlijk ook mogelijk.
Na 2 duiken werd meneer X weer opTrawangan afgeleverd, samen met zijn beveiliging. E-mail adressen zijn uitgewisseld en als we weer naar Lombok gaan, moeten we het maar laten weten, dan probeert hij ook weer te komen om samen te duiken. Maar dan willen Tom en ik ook mee.
Als alle duikspullen zijn afgespoeld, lopen we terug naar Bumi Aditya om zelf ook even af te spoelen.
Voor het avondeten lopen Peter, Anique en ik nog even naar het strand voor de jaarlijkse zonsondergangsfoto’s, met zicht op de punt bij Senggigi Beach Hotel.
Het is een beetje bewolkt, maar dat mag de pret niet drukken, de foto’s zijn er niet minder mooi om.
Als we weer terugkomen in onze kamer, liggen er een paar zakken schone was.
Blijkbaar heeft Boung ze daar neergelegd. Sareah, of de dochters, hebben zich weer helemaal uitgeleefd met wassen en strijken. Het ziet er weer keurig uit.
Vooral het kleine roze T-shirtje met bloemetjes en glittertjes. Die is toch echt niet van ons. Lijkt meer op maatje Anna. Maar dat zoeken we straks wel uit, nu gaan we even eten.
Bij warung Ana zag het er net erg gesloten uit. Dus gaan we maar een keer eten bij Berry Café.
Het eten smaakt prima, maar het gezelschap om ons heen is wat minder. Daar moet je hier geluk mee hebben.
Als we net van plan zijn om te vertrekken, komen Mohni, Sofi en hun jongste dochtertje eraan. Mohni moet nog wat tanks vullen voor morgen. Ik klets even met Sofi terwijl Mohni aan de slag gaat met de compressor. Maar ik ben erg moe, en het Indonesisch spreken met harde rotmuziek en een lawaaiige compresser op de achtergrond is ook niet echt ontspannend.  Na een tijdje houden we het voor gezien, Sofi ook. Mohni brengt haar naar huis en zal zelf daarna (of morgen heel vroeg) wel terug komen voor de rest van het werk.
Wij lopen naar Bumi. Ik duik met een boek het bed in. De rest loopt nog even naar Boung, die met een groepje mannen op de berugak zit. Kunnen ze direct de was afrekenen en het roze glitterbloemen-shirtje terugbrengen.

 
Zondag 29 juli

Vanochtend doen we pelan-pelan. Niemand hoeft vroeg de deur uit, dus nemen we de tijd voor het ontbijt bij Bumi. We gaan straks met Eful en Opan naar het dorpje in central Lombok waar Eful vandaan komt en waar Impian Anak met ingang van het komende schooljaar jongedame ondersteunt.
Anique gaat met ons mee. Tom heeft andere plannen. Hij is weer fit, zelfs fit genoeg om morgen aan de Rinjani beklimming te beginnen. Vandaag moeten er inkopen gedaan worden. Tom gaat op privé-trekking, samen met Jay. Ze moeten voor de komende 4 dagen eten en drinken inslaan. En natuurlijk alle andere benodigdheden bij elkaar zoeken en inpakken.
Wij wachten tot Eful op komt dagen. Rond 11 uur vertrekken we. Als Opan in Ampenan in de auto stapt, heeft hij een flinke plastic tas bij zich. De langverwachte vlaggen voor Tom. Tom heeft vlaggen besteld voor zichzelf en voor verschillende medestudenten van de studentenvereniging. De vlaggen zijn hier een stuk goedkoper dan in Nederland. Maar of ze ook net zo mooi/goed zijn? Dat bekijken we straks wel. In elk geval zal Tom blij zijn dat ze klaar zijn, want hij wil morgen graag een vlag meenemen Dat wordt dan ongetwijfeld de eerste foto ooit van de vlag van Arboricultura op de top van de Rinjani.
Via Mataram en Cakra rijden we naar het zuiden, richting Praya. Het dorpje waar we naar toe gaan, en waar Eful vandaan komt, heet Aikja. Bij Kediri moeten we linksaf richting Praya. Bij Praya weer een stukje naar het noorden richting Jago. De laatste kilometers naar Aikja moeten we over een slechte hobbelige zandweg. Maar de mooie groene omgeving maakt veel goed.
Onderweg zijn Opan en Eful druk in gesprek over de aanpak van de projecten.
Eful, de ‘regelneef’ van Proyek Kampung Loco, en Opan, ‘onze regelneef’, ontdekken dat de projecten veel overeenkomsten hebben, maar toch ook weer veel verschillen. Vooral in aanpak.
Dat heeft ook te maken met de spreiding van de kinderen. De kinderen van Proyek Kampung Loco wonen, zoals de naam al aangeeft, allemaal in Loco. De Impian Anak kinderen wonen verspreid over een groot deel van Lombok, van Teluk Nare tot Lembar tot Aikja. Dat maakt het, vooral voor Opan en Ida, vaak erg lastig om contact te houden met iedereen. Ook heeft Eful wat meer ervaring, hun project draait al wat langer. Opan en Ida hebben daarentegen weer het voordeel dat ze zelf nog midden in het studentenleven zitten.


Eful buigt zich over de bonnetjes                                                         Mahirah

Als we in Aikja aankomen, is het even passen en meten om de auto ergens te parkeren. Op het smalle weggetje kan niet, dan kan er niets of niemand meer door. Tussen de erfjes en de weg loopt een beek. Naar de huizen toe zijn er wel een soort bruggetjes/oversteekplaatsen, maar meestal niet berekend op auto’s.
Maar met ware stuurkunst en heel veel ‘behulpzaam’ commentaar van omstanders van weet Peter de auto toch weer netjes te parkeren.
We lopen achter Eful aan naar het huis waar Mahirah, de studente, woont.
Mahirah is de jongste uit een gezin met 6 kinderen. Drie van haar broers/zussen wonen en werken in het buitenland. Dat klinkt alsof het een rijke familie betreft, maar dat is niet zo. Geen van de kinderen is verder gekomen dan middelbare school. Veel mensen, vooral ongeschoolde jongeren, uit Lombok zoeken hun geluk (en fortuin) als gastarbeider in landen als Maleisië, Singapore, het midden oosten (Saudi Arabië). In de Aziatische landen bestaan de werkzaamheden veelal uit werken op (palmolie) plantages. In het midden oosten werken veel Indonesische vrouwen in de huishouding.
Maar rijk worden de meesten er niet van. Na aftrek van reiskosten, kosten voor huisvesting en levensonderhoud blijft er meestal weinig geld over. Veel gastarbeiders proberen af en toe wat geld naar de familie in Lombok te sturen.  En vaak horen we dat de terugkeer naar Lombok wordt uitgesteld omdat ze eerst genoeg moeten verdienen om de terugreis te kunnen betalen.
Maar deze familie heeft de hoop gevestigd op Mahirah. Zij zal het eerste kind uit de familie worden dat naar de universiteit gaat. Een hele eer voor Mahirah, maar ook een hele opgave, denk ik.
Ze gaat studeren in Mataram. Elke dag op en neer reizen is geen optie, dus zal ze op kamers moeten.
Als we een kop thee hebben afgeslagen (we doen weer vrolijk mee met vasten) gaan we wat zaken bespreken. Het is fijn dat Eful er bij is, hij kent het gezin goed en geeft ons wat tips en adviezen.
Bijvoorbeeld hoe het bij Proyek Kampung Loco wordt aangepakt. Zo zijn er wat zaken ter overweging, vooral wat we als stichting wel en niet vergoeden.
Mahirah wordt gesponsord door een collega-bedrijf. We hebben een vaststaand bedrag waar ze de hele studie mee uit moet komen.  Vrij ruim, volgens Eful, maar hij adviseert ons om wel kritisch en duidelijk te zijn in wat we vergoeden. Zo komt de familie direct met een paar bonnetjes aan.
Kosten van het toelatingsexamen, maar ook het vervoer naar Mataram om toelatingsexamen te doen.
Dat eerste willen we wel vergoeden. Het vervoer niet. Ook de kosten van een kamer in Mataram vergoeden we niet. Naar verwachting kost een kamer ongeveer 3 tot 4 miljoen rupiah per jaar. Er kan op bezuinigd worden door de kamer te delen met een andere studente. Maar ook dan gaat het ons budget te boven. Daar zal de familie zelf een oplossing voor moeten vinden.
Boeken en schriften worden door Impian Anak wel vergoed. Speciale schooluniformen ook, maar gewone kleding niet.
Op veel hogere scholen hoeven de studenten geen specifiek schooluniform te dragen, maar moeten ze wel ‘nette kleding’ aan. Die ‘nette kleding’ valt bij ons niet onder de uniformen. Ja, het blijft lastig en in geval van twijfel moet Opan maar even met ons overleggen.
Dat doet hij direct, er komt een bonnetje boven water van pasfoto’s die nodig waren voor de inschrijving voor het toelatingsexamen. Tja, wat doen we daar mee….oke, vergoeden maar. Het blijft lastig waar je de grens legt.
Mahirah zit er een beetje beduusd bij te kijken, terwijl een oudere broer (of neef?) heel fanatiek probeert om zoveel mogelijk vergoed te krijgen. Wat fijn dat Eful erbij is. Hij leidt de discussie in goede banen en overlegt steeds met ons en Opan voor hij iets zegt of toezegt.
Mahirah heeft de toelatingstoets al gedaan en krijgt over anderhalve week de uitslag. Bij goed resultaat kan ze gewoon op de universiteit beginnen. Bij een slecht resultaat wil ze proberen een verkorte opleiding te gaan doen op een ander instituut. De jaarlijkse kosten zijn dan meestal hoger, maar veel van die opleidingen duren maar 2 jaar, dus in totaal maakt het niet veel uit. Een bijkomend voordeel (vinden wij) is dat vooral meisjes dan meer kans hebben om de opleiding af te ronden.
Het komt hier toch vrij veel voor dat meisjes trouwen als ze een jaar of 20 zijn. Studeren ze dan nog, dan is de kans groot dat de studie niet wordt afgerond. Dus hoe eerder ze een diploma op zak hebben, hoe beter.
Maar we gaan ervan uit dat Mahirah haar test goed heeft gedaan en binnenkort op de universiteit kan beginnen.
Eful waarschuwt ons nog voor een andere mogelijkheid. Bij twijfelachtige resultaten worden kinderen vaak wel toegelaten, maar onder voorwaarde dat ze in de vakantieweken extra bijlessen volgen. Proyek kampung Loco vergoedt die extra lessen niet. Wij besluiten om dat indien nodig wel te doen. Echt duur  zijn de bijlessen niet. En we hebben wel wat speling in haar sponsorbijdrage.
Als de onderhandelingen zijn afgesloten duizelt het ons van de bedragen en getallen.
We spreken af dat Eful voorlopig als tussenpersoon fungeert voor Mahirah. Als er vragen zijn, kan Mahirah contact opnemen met Eful, die vervolgens ons of Opan benadert.  Als Mahirah over een tijd in Mataram woont, kan ze dingen rechtstreeks met Opan of Ida regelen.
We kunnen het Opan niet aandoen om geregeld hier in Aikja op visite te gaan.
Terwijl we zitten te praten, loopt de hele kamer vol met vrienden, familie, buurtgenoten. We zijn een echte bezienswaardigheid, veel toeristen komen hier niet. Eful kijkt er heel blij mee, hij heeft ons hierheen gehaald. Ook Efuls moeder, een mooie statige dame, komt nog even kennismaken.
Dan is het tijd om afscheid van iedereen te nemen. We vragen Eful of hij misschien zelf nog iemand wil bezoeken in ‘zijn’ dorp, hij zal hier ook niet wekelijks komen, denken we. Maar dat is niet nodig. Wat hem betreft kunnen we weer verder. Hij stelt voor om nog even naar Kuta te rijden, beetje toeristisch doen, maar dat zien we niet zo zitten. We moeten vanavond op tijd terug zijn omdat we een afspraak hebben. Vanavond is het ‘bedank’ etentje voor alle Impan Anak medewerkers en hun gezinnen. En Kuta is nog een eind rijden vanaf hier. Dat doen we wel een andere keer.
We rijden wel een ‘toeristische route’ terug. Hobbel hobbel door de rijstvelden. Het is hier prachtig, rustig en mooi groen. In Kediri maken we nog een tussenstop, we bezoeken een paar kinderen.

Gezellige drukte in Kediri                                                                     Novendar en zijn moeder
Hier zijn we bekend en we worden hartelijk begroet. Vorig jaar werden we ontvangen in het huis van Hasan. Nu worden we uitgenodigd bij Novendar. Novendar is een flinke sportieve jongen die op SMA zit. Tegenover het huis van zijn ouders staat een heel eenvoudig gebouwtje met 2 kamertjes, één voor hem, één voor zijn broer.
Opan, die zelf uit Kediri komt, is hier kind aan huis. We nemen Novendars schoolkosten voor het komende jaar door en bekijken zijn rapport van afgelopen jaar. Hij doet het prima!
Novendar wil graag iets met sport doen, of iets in het leger. Voor beide zal hij sportief genoeg zijn. Maar voorlopig mag hij nog even doorstuderen op de SMA.
Terwijl we bij Novendar zitten, komen de meeste gesponsorde kinderen uit Kediri langs. Handig, zo zien we veel kinderen in één keer en kunnen we direct de foto’s uitdelen die we voor de kinderen hadden bijbesteld van het uitstapje naar de watervallen..
Na veel foto’s uitgedeeld te hebben en na weer veel nieuwe foto’s gemaakt te hebben, stappen we in de auto en rijden we terug naar het noorden.
We droppen Opan in Ampenan en rijden met Eful naar Loco. Tom is niet thuis, hij is nog druk bezig met Jay. Ze zijn bij het grote Rinjani trekking kantoor op de hoofdweg. Peter rijdt er naar toe om alle spullen op te halen.
Het is een hele lading, gelukkig gaan er een paar dragers mee de berg op.
Als Tom ook weer terug is, gaan we de vlaggen bekijken. De eerste indruk is redelijk.
Maar hoe langer Tom kijkt, hoe slechter het wordt… Het zijn sablon-vlaggen, dat wil zeggen dat ze met sjablonen zijn ingekleurd. De andere mogelijkheid waren vlaggen op een soort plastic, maar die zie je hier vrij veel en vond Tom niet zo mooi.  Dus ging Tom voor de gewone stoffen vlag.
Tom had een keurige digitale file aangeleverd met het ontwerp, de kleurnummers etcetera.
De vlaggen zijn op gewoon ‘lakenkatoen’ gedrukt, en dus maar aan één kant goed. Waarschijnlijk is er een soort plakkaatverf gebruikt, die er op sommige plekken wel erg dik op zit. En de sjabloonmaker was een beetje lui. Sommige stukken zijn voor het gemak weggelaten. De sjablonen zijn soms behoorlijk scheef op elkaar gelegd, en er zitten wat vegen verf op de verkeerde plek, waarschijnlijk door schuiven met smerige sjablonen. Al met al ziet het er eigenlijk niet uit, zeker niet als je het originele ontwerp ziet.
Maar ja, voor het geld valt het wel weer mee, en bovenal…dit is Lombok, hier kijk je niet zo nauw.
En, zoals we weten van het drukwerk, je hebt geen garantie of klachtenmogelijkheid. De vlaggen zijn gemaakt, geleverd en betaald. Daar valt niks meer aan te doen. En als de studenten een keer niks te doen hebben, kunnen ze nog altijd een spelletje met de vlaggen doen….’zoek de 20 verschillen’ of zo.
Inmiddels is het tijd geworden om naar Ampenan te gaan, of eigenlijk naar Montong. Daar gaan we vanavond met zijn allen eten. Het oorspronkelijke voorstel was om naar Baleku te gaan, maar de meerderheid gaf de voorkeur aan Café Montong. We kennen het niet, maar we hebben al van verschillende mensen gehoord dat het een prima plek is. We laten ons verrassen.
Het wordt nog een logistiek kunststukje om iedereen daar te krijgen. Peter zet Tom, Anique en mij voor de deur af en rijdt dan naar Ampenan om nog wat mensen op te halen. Hamdi zou op de motor vanuit Batu Tumpeng komen, samen met Heni en Habil, maar we kregen een sms dat hij alleen komt, de kleine is niet zo lekker. Jammer!
Mohni en zijn gezin komen met de Lombok Dive auto (vast een beetje aan de late kant). En vanuit Ampenan komen dus een paar motortjes en nog een volle auto.
Samen met Tom en Anique loop ik door naar het restaurant. Het is een half open ruimte boven een garage. Het eten wordt in buffetvorm klaargezet en alles ziet er heel feestelijk (voor Lombokse begrippen) uit, met mooi geplooide glimmende groene tafelkleden. En echte wijnglazen, al weet verwacht ik niet dat we hier wijn of andere alcoholische dranken zullen krijgen.

Sjiek eten!                                                     Mohni, Sofi, Dita en Tasya                                Ibu Misroh en Aufa
Als even later iedereen binnenvalt, moeten we weer lachen. Helemaal vergeten, dit is dus weer een belangrijk afspraakje. Alle mannen komen in lange broek. Bijna alle, want Peter en Tom zijn in vakantieoutfit.  
Ook de dames hebben er werk van gemaakt. Iedereen ziet er op zijn mooist uit. Ida en Ibu Misroh met hoofddoek. Dat blijft iets aparts, die hoofddoeken. We kunnen er geen ‘regel’ in ontdekken, wanneer Ida hem wel draagt, wanneer niet. Waarschijnlijk is het net ‘hoe de wind waait’. Prima hoor!
Feit blijft dat dit voor de meesten een hele speciale avond is, echt uit eten zullen de meesten niet vaak doen, misschien wel nooit. Als iedereen een plekje heeft gevonden rond de tafels, komt de bediening bestellingen opnemen. Voor het drinken, want het eten wordt door anderen klaargezet op een lange tafel.
Van de uitgebreide drankenkaart is er alleen water, sinaasappelsap en ijsthee te krijgen. Dat maakt de keuze een stuk eenvoudiger.
Terwijl het drinken wordt klaargemaakt wordt er al een hapje uitgedeeld, voor iedereen een schaaltje met 2 dadels. Een typisch ‘buka puasa’ hapje. Lekker!
Mohni, Sofi en de kinderen zijn er nog niet, maar ze zijn onderweg. Normaal gesproken zouden we wachten met eten tot iedereen er is, maar dat is in de vastenmaand iets teveel gevraagd.
Als het sein buka puasa is gegeven, wordt het buffet geopend. Er is ruime keuze, verschillende soorten groente, nasi, soep, saté, gamba’s, vis, tahu en kroepoek. Heel eerlijk gezegd vind ik de smaak tegenvallen. Waarschijnlijk heeft Opan doorgegeven dat er ‘toeristen’ mee-eten en dat het niet te pittig mag zijn.
Maar iedereen is heel positief over het eten…zo lekker! Ik kan het me niet echt voorstellen, het eten dat we bij de mensen thuis voorgeschoteld krijgen is duizendmaal lekkerder, maar ja, zelf zeg ik nu ook dat ik het echt lekker vind. Leugentje om bestwil, zullen we maar zeggen.
Zou ik dat niet doen, dan zou Opan zich heel ongelukkig voelen, hij heeft immers de afspraken hier gemaakt.
Als we net begonnen zijn met eten, komt Mohni met zijn gezin aan. Hij heeft er weer een drukke dag op zitten en komt waarschijnlijk zo van de boot, in zijn korte broek. Zijn Peter en Tom niet de enigen meer…



Zoals gebruikelijk bij etentjes met lokale mensen verloopt het allemaal een beetje rommelig. Na een dag niet eten en drinken heeft iedereen zijn eigen manier om weer op gang te komen. De één wil eerst wat drinken, de ander eerst eten, weer een ander een sigaretje. En Pak Umpuk komt ons na een slokje water  vragen of hij even mag gaan bidden, in de speciale gebedsruimte in het andere deel van het restaurant. Natuurlijk mag dat van ons.
Als hij terug is volgen er nog een paar mannen. Wel om de beurt, want Pak Umpuk is de enige die een sarong mee heeft gebracht. En bidden doe je niet in lange broek. Of eigenlijk wel, maar dan wel met een sarong eroverheen.
Iedereen is vrij snel uitgegeten. Nadat we allemaal nog een bord fruit hebben gekregen, vragen we of we nog een rondje koffie en thee kunnen krijgen en proberen onze aandacht een beetje te spreiden over alle aanwezigen. Het is leuk om nu een keer echt met zijn allen bij elkaar te zijn. Alleen jammer dat Heni en Habil er niet bij kunnen zijn. Maar met een zieke peuter 2 uur op de motor is geen goed idee.
Uiteraard worden er veel foto’s gemaakt. Ida is gek op fotograferen en poseren. Vooral als Tom samen met haar op de foto gaat.
We bedanken Pak Umpuk nog een keer uitgebreid voor de goede massage die hij Tom een paar dagen geleden heeft gegeven. Tom is weer helemaal fit. Maar ik verdenk Pak Umpuk ervan dat hij er nu een beetje spijt van heeft. Sinds hij gehoord heeft dat Tom morgen de Rinjani op gaat, kijkt hij overbezorgd. Ik schiet in de lach als hij weer zijn standaard waarschuwing geeft, ‘Tom do not split from the group’. Zeker omdat we net hebben verteld dat Tom niet met een groep meegaat, maar met een vriend/privé gids. Het liefste zou Pak Umpuk zelf meegaan om op Tom te letten, maar daarvoor is hij toch te oud, en nu in de vastenmaand kan dat al helemaal niet, zegt hij.
Hamdi helpt ons er nog een keer aan herinneren dat we morgen voor buka puasa in Batu Tumpeng worden verwacht voor de officiële opening van het 6e klaslokaal. Helaas kan Tom dan niet meegaan. Omdat we nog wat lege plekken in de auto hebben, vragen we wie er zin heeft om ons te vergezellen. Opan en Ida hebben wel zin in een uitje met etentje. Pak Umpuk ook, hij is nog nooit in Batu Tumepng geweest, maar hij weet nog niet of hij morgen moet werken. Pak Di heeft ook zin om mee te gaan. Voor hun vrouwen en kinderen is de autorit een bezwaar. De angst voor wagenziekte is te groot. Maar met 4 extra personen krijgen we de klas ook wel geopend, denken we. We zijn benieuwd wat ons te wachten staat. Pak Umpuk en Opan dringen er bij Hamdi op aan dat er wel een echte ceremonie moet komen, niet alleen in Lombokse, maar ook in westerse stijl. Hamdi weet niet wat hij zich daar bij voor moet stellen, dus geven de heren hem wat suggesties.
Bloemenslingers voor Peter, Anique en mij of een echt lint wat we door moeten knippen met een grote schaar. We zijn benieuwd wat het morgen gaat worden. Hamdi heeft nog een kleine dag om iets te organiseren.
Inmiddels is het half 11, hoogste tijd om op te stappen. We rekenen af en gaan dan bedenken hoe  iedereen zo snel en efficiënt mogelijk thuiskomt. Met een beetje passen en meten lukt dat vrij aardig. We krijgen iedereen in één ritje in Ampenan. Daar verwacht men uiteraard dat we nog een glaasje thee komen drinken, maar vanavond slaan we af. Morgen moeten we vroeg eruit om Tom en Jay naar Sembalun te brengen, vanwaar de Rinjani trekking start.
In het hotel pakt Tom nog wat laatste spullen in en dan duiken we het bed in. Even na 3 uur zal de moskeewekker luiden, om half 5 ons eigen wekkertje.

 
Maandag 30 juli

Om half 5 begint de telefoon te jengelen…opstaan!
Ontbijt slaan we even over, dat kunnen we Dedi en Abdul niet aandoen, zo vroeg.
We eten en drinken zo in de auto wel wat, en we gaan er een beetje van uit dat we straks in Sembalun weer een echt ontbijtje krijgen, net als vorig jaar.
Buiten is het nu heerlijk. Niet te warm, lekker stil. Even voor 5 komt Jay aangelopen, klokslag 5 uur zitten we in de auto. Op de weg is het ook rustig en we schieten lekker op. Het drukke stuk door Mataram hebben we er dan ook zo op zitten. Bij een van de weinige verkeerslichten die Lombok rijk is, en dat nu ook nog op rood staat, is het weer even twijfelen. Maar ja, dit is Lombok….je gaat hier niet midden in de nacht op een leeg kruispunt voor een rood licht staan wachten. Doorrijden dus. Foei, in Nederland moet Peter maar weer opnieuw verkeersregels gaan leren en de slechte Lombokse gewoontes  afleren.
Rond 6 uur wordt het drukker op de weg. Heel druk…


Iedereen lijkt op weg te zijn naar de markt. Afgeladen chidomo’s, bemo’s, busjes, fietsen, motortjes en kleine vrachtauto’s  zorgen ervoor dat we niet echt opschieten. Vooral in de grotere plaatsen is er af en toe geen doorkomen aan. Inderdaad, de markten worden van verse waren voorzien. En uiteraard stopt iedereen gewoon midden op de doorgaande weg om zijn/haar spullen rustig en kalm uit te pakken.
Dat al het overige verkeer dan stil staat, maakt niet uit. In Nederland zou iedereen gek worden, hier is het normaal. Pelan-pelan, vooral niet haasten, vooral niet druk maken. Ik vind het in elk geval een prachtig schouwspel. Het is me afgelopen week al vaker opgevallen, ik zie dit jaar heel veel kruiwagens in Lombok. Alsof ze aan de bomen groeien… Maar hier zie ik wel een hele mooie…babyroze. Die moet op de foto! Helaas een beetje wazig, maar de kleur staat er goed op!
Als we de grote weg van west naar oost verlaten en afbuigen naar het noorden, wordt het rustiger en kunnen we volop genieten van prachtige natuur. Van vorig jaar weten we nog dat na een paar kilometer de weg verschrikkelijk slecht werd. Nu wachten we dus op de hobbels, maar die komen niet. Wat een luxe, de weg is prima! We klimmen langzaam hoger, en op hetzelfde punt als vorig jaar stoppen we om even de benen te strekken en wat foto’s te maken.
We zitten bijna in de laaghangende bewolking. En het is KOUD! Ja, het kan echt, koud in Lombok…
Toch nemen we de tijd om even rond te kijken, het uitzicht is hier zo mooi!



En als we zo aan de andere kant van de berg richting dal rijden wordt het alleen maar mooier. Ik vind dit zo’n mooi stuk van Lombok. Heel anders dan de bekende rijstvelden, palmbomen en zee.
Volgens mij schreef ik het vorig jaar al, dit doet me denken aan Nepal, Himalayagebied. Niet dat ik daar ooit ben geweest, maar in mijn voorstelling ziet het er daar zo uit.
De mensen zien er op een of andere manier ook anders uit. Taaier, meer verweerd. Hier lopen ze ook terecht met dikke kleren. Al begint het nu iets aangenamer te worden, de bewolking trekt een beetje weg, een waterig zonnetje komt door.
Je ziet veel land- en tuinbouw. Dit is echt de groentetuin van Lombok. Jay koopt hier vaak groente en neemt die dan over de Rinjani mee naar Loco. We rijden rustig door en zijn mooi op tijd. Bij het bekende kantoor mag Tom zich laten inschrijven en koopt hij een ticket voor de Rinjani. Het kaartje van vorig jaar hangt nog steeds aan zijn rugzak, maar dit jaar hebben de kaartjes een rood kleurtje. Hij moet dus echt een nieuwe kopen.
We bekijken op een maquette de route die ze gaan lopen. Dan gaan we verder. We gaan op een andere plek ontbijten, bij een echt hotel. Daar komen de dragers ook om de spullen om te pakken zodat ze ze gemakkelijk mee kunnen nemen. Tom en Jay dragen zelf een flinke rugzak met hun eigen spullen. De overige spullen, tenten, voedsel enzo,  worden door 2 dragers, de sjerpa’s van de Rinjani, gedragen.
In de tussentijd gaan we rustig ontbijten. We krijgen allemaal een pannenkoek met koffie of thee.
Daarna gaat het avontuur voor Tom en Jay bijna beginnen. Ze kunnen nog een klein stukje meerijden.


Dan splitsen onze wegen. We wensen ze een hele goede, veilige en vooral gezonde tocht toe. Hopelijk kunnen ze dit jaar de 4 dagen wel vol maken. Vorig jaar zijn ze een dag eerder teruggekomen omdat Tom erg ziek was. We hopen er nu maar het beste van. We maken nog een foto van Tom met de studentenverenigingsvlag en de Rinjani op de achtergrond. Tom kennende komt het er toch niet van om een ‘topfoto’ met vlag te maken.
Dan is het echt tijd om afscheid te nemen. De dragers zijn al onderweg, Tom en Jay vertrekken nu ook.
Wij zetten onze weg voort om de Rinjani heen. We rijden naar het noorden. Hadden we vanochtend een betere weg dan vorig jaar, hier is de weg erg veel slechter geworden. Het waren vorig jaar ook al steile afdalingen en smalle kronkelwegen. Maar dit jaar is het af en toe meer gat dan weg. Maar de omgeving is nog net zo mooi, prachtige uitzichten. Af en toe een dorpje. We passeren ‘knoflookdorp’. Er hangen muren van knoflook te drogen. Wat zal het daar lekker ruiken!
Verder genieten we van alles wat we onderweg zien. En verbazen we ons dat we ‘in the middle of nowhere’ toch steeds weer mensen zien lopen of fietsen. We vermoeden dat er een eindje van de weg heel veel dorpjes verstopt zitten.
We zien zelfs een groep schoolkinderen oefenen met marcheren. Dat hebben we lang niet gezien. Ze oefenen vast voor Hari Merdeka, Onafhankelijkheidsdag, op 17 augustus.
Langzaam komen we weer in de buurt van de zee. We houden een paar keer een korte pauze, om even uit te rusten, maar ook een keer om wat bloemenzaad te verzamelen. In de bergen staan zo’n mooie bloemen, die wil ik ook in de tuin. Ik betwijfel of dat gaat lukken in het Nederlandse klimaat, maar proberen kan altijd.
Als we qua hoogte weer op zeeniveau zitten, is het weer bloedheet. Hoe verder we komen, hoe drukker het wordt. In de buurt van Tanjung en Bangsal zitten we weer in de bekende verkeerschaos.



Weer veroorzaakt door de markt! In Lombok heb je altijd verkeersdrukte door de markten en door schoolkinderen die van of naar school lopen/rijden/fietsen. Ongeacht welk moment van de dag je op de weg zit. Maar tidak apa apa, het blijft leuk om te zien… In de buurt van Bangsal wordt druk aan de weg gewerkt. Elk jaar is de weg weer een stuk verder naar het noorden opgeknapt.
Rond de middag komen we weer aan in Senggigi. Voor we naar ons hotel rijden, eten we een hapje bij Mario’s. Daarna doen we snel wat inkopen, handig nu we de auto bij ons hebben, hoeven we niet met flessen water te sjouwen. Als we in Loco zijn, doen we even rustig aan. Nog net geen middagdutje, maar we nemen wel de tijd voor een frisse douche en een rondje mail en Facebook.
We hebben afgesproken dat we om kwart voor 5 vanuit Ampenan vertrekken naar Batu Tumpeng voor de opening van het 6e klaslokaal.
Als we in Ampenan zijn zien we wel wie er verder meegaan.  We plannen rond kwart voor 6 in Batu Tumpeng te zijn, dan hebben we een half uurtje voor de plechtigheden rond de opening. Als het sein Buka Puasa is gegeven, rond kwart over 6, zal de rest van de avond vooral uit eten bestaan.
Het is best wel lastig, we hebben geen idee wat ons te wachten staat vanavond. Iedereen gaat vast weer heel netjes gekleed, maar Peter heeft geen zin in een lange broek.  Met Pak Umpuk had hij gisteren al min of meer afgesproken dat ze allebei vandaag in korte broek gaan, gelijk hebben ze.
Ik hijs me weer in mijn lange zwarte jurk, omslagdoek erbij, prima vind ik. Een sarong was misschien passender geweest voor de gelegenheid, maar niet handig als we de hele avond op de berugak moeten zitten. Anique zegt al enthousiast dat zij zich aanpast aan de locals, met een lange spijkerbroek. Nou, ik denk dat de meeste jongedames vanavond in een wijde lange rok/schooluniform zullen lopen, niet in een strakke spijkerbroek. Als we keurig om 20 voor 5 in Ampenan komen, bedenk ik dat we er nog heel keurig uitzien…  Opan loopt in zijn oude kloffie en Ida lijkt een pyjama te dragen. Als ze ons zien schrikken ze. Moeten we nu al gaan? Toch pas over een uur??? Ja, over een uur moeten we in Batu Tumpeng zijn, daarom moeten we nu gaan! Oeps, foutje. Als de vliegende bliksem verdwijnen ze richting mandikamer. Wij lopen het straatje verder in, kijken hoe de rest ervoor staat. Pak Umpuk komt ons al tegemoet. Met een spijkerbroek en vrolijk overhemd. Ik ken hem bijna niet terug!
Hij is er helemaal klaar voor. Helaas gaat Pak Di niet mee. Hij is wel op de been, maar voelt zich helemaal niet lekker. We vragen Wahyudi, zijn oudste zoon, of hij mee wil, maar hij heeft al andere plannen voor vanavond. Dan wachten we tot Opan en Ida klaar zijn en gaan we met zijn zessen richting Batu Tumpeng.
We rijden pas kwart over 5 weg. Véél te laat. We stellen Hamdi via telefoon op de hoogte dat we ‘aan de late kant’ zullen zijn. En Peter krijgt de taak om ons toch nog zo snel mogelijk én veilig in Batu Tumpeng te krijgen. En dat is een lastige combinatie, zeker in Lombok, een uurtje voor Buka Puasa.
Met uitzondering van enkele vrouwen die in de keuken staan, bevindt heel Lombok zich dan op straat, zo lijkt het tenminste. Een deel van de bevolking haast zich van het werk of wat dan ook naar huis. De rest probeert dat laatste moeilijke uurtje van de vastendag in het gezelschap van vrienden door te komen. En waar kun je dat beter doen dan op straat?! Hangend, zittend (ja, echt ‘gewoon’ op straat zitten), rustig midden op straat rondtuffend op je motortje, een wedstrijdje straatracen, allemaal prima manieren om dat uur door te komen. Vooral op de 2-baanse weg tussen Ampenan en Kediri.


Leuk als je een beetje door wil rijden! Maar we komen veilig aan in Batu Tumpeng, zelfs nog vóór Buka Puasa! Om tijd te sparen parkeren we de auto maar gewoon op het schoolplein.
Het is nog een paar minuutjes tot Buka Puasa. Als we uit de auto stappen worden we tegemoet gesneld door 3 SMP meisjes met een dienblad in hun handen. Daar liggen sjaaltjes op die Peter, Anique en ik omgehangen krijgen. Anique een knalgroene, ik een blauwe en Peter een felroze. Later horen we dat een juf de sjaals vandaag nog halsoverkop gemaakt heeft en de leerlingen ze mooi hebben versierd met blingbling dingetjes. Dit allemaal in opdracht van Hamdi. Vast naar aanleiding van de opmerkingen van Pak Umpuk gisteren. Ook krijgen we een douche van glittersnippertjes over ons heen.
Na de begroeting door Pak Haji, Hamdi en een paar andere hoogwaardigheidsbekleders, worden we verzocht naar het nieuwe lokaal te lopen. We kunnen nog net Ida de fotocamera in handen duwen, zodat ze wat foto’s kan maken. Bij het lokaal treffen we een mooi versierde deur aan. Ernaast staat een tafeltje met een bont kleedje erop en een bosje plastic bloemen. Daarnaast ligt een grote schaar. Die wordt mij in de handen geduwd, waarna ik het lokaal officieel mag openen door een slinger die voor de deur hangt door te knippen. Als ik de deur open wil maken, blijkt die nog op slot te zitten. Snel wordt hij geopend, maar voor we naar binnen kunnen gaan, worden we al op het stoepje voor het lokaal neergezet. Dan volgt een optreden van de zingende meisjes van de SMP, onder aanvoering van juf Ghilzian.
Daarna krijgen we een toespraak van Pak Haji. Een hele korte. Uiteraard in het Indonesisch, want ondanks de lessen van ibu guru Petula is zijn Engels hoogst belabberd. Aangezien hij een uitstraling heeft van ‘het stoutste jochie van de klas’ zal dat meer aan hem liggen dan aan de lessen.
Ik probeer te volgen wat hij allemaal zegt en dat lukt vrij aardig. De eerste zin is een kort welkom voor ons allen, de tweede zin is iets van ‘we gaan eten’.
En dat was dan direct het einde van de toespraak, want het is nu Buka Puasa. Lekker snel, onze timing was zo slecht nog niet. Alle plechtigheden gered, en nu lekker eten.
Alle aanwezige kinderen krijgen een maaltijdpakketje waar ze heerlijk van gaan smullen. 


Wij worden naar de grote berugak begeleid, waar mevrouw Haji met een keukenploegje druk in de weer is om het eten klaar te zetten. Het wordt een flinke maaltijd in een groot gezelschap. Ida komt gezellig naast me zitten en voor we het weten hebben we allemaal een groot bord met een hele hoge berg nasi putih erop voor ons staan. Dat kunnen we naar wens aanvullen met vis, tofu, kangkung, urab urab, bakso, gado gado, kerupuk, sausjes en, vast speciaal voor Peter,  gefrituurde kippenkopjes! We laten ons alles goed smaken, alleen die kip slaan we over. En de bijgevoegde bakjes sambal ook, zonder dat is het voor ons al pittig genoeg.
Naast het eten worden we royaal voorzien van water en thee. Erg lekker allemaal, maar veel te veel.
Na een tijdje zit ik nog te worstelen met mijn rijst, omdat het zoveel is, maar ook omdat ik niet goed overweg kan met het eten met de handen. Niet als er rijst met bijgerechten op het menu staan tenminste. Ik overweeg of ik maar gewoon wat moet laten staan. Als ik zie dat Ida haar bord nog halfvol rijst opzij schuift, besluit ik dat ook maar te doen.
Pak Umpuk is een beetje stilletjes vanavond. En als hij vertelt waarom, worden wij ook stil. Hij heeft vandaag gewerkt bij Lombok Dive. Ook Pak Harfin, een freelance Dive Instructor, was daar aan het werk. Als de boot na het duiken weer terugkomt in het haventje van Teluk Nare, gaan de klanten met het  Lombok Dive busje of met taxi’s direct naar hun hotels in de buurt van Senggigi. Het overgebleven personeel zorgt ervoor dat de boot wordt opgeruimd, dat alle materialen weer in het Lombok Dive materialenbusje komen en rijdt daarna terug naar het kantoor, waar alle gebruikte duikspullen weer schoongemaakt en opgeborgen moeten worden.
Om zo snel mogelijk naar huis te kunnen, helpt iedereen altijd flink mee.
Maar Pak Harfin was na het duiken niet erg behulpzaam, hij hield zich een afzijdig, wat hem niet door iedereen in dank werd afgenomen, ook niet door Pak Umpuk, die per se op tijd thuis wilde zijn om vanavond mee te kunnen naar Batu Tumpeng. Nadat Pak Harfin het busje netjes, maar in stilzwijgen, naar Senggigi had gereden, hij was het enige overgebleven personeelslid dat een rijbewijs had, trok hij zich weer terug in het kantoor terwijl de rest nog heel wat had op te ruimen.
Even later was Pak Harfin in elkaar gezakt, hij kon een deel van zijn lichaam niet meer bewegen en kon niet meer praten. Iedereen was erg geschrokken. Hij is met veel moeite bij Mohni in de auto gezet met de bedoeling naar een kliniek te gaan, maar onderweg naar Mataram knapte hij op en gaf hij zelf aan liever naar huis te gaan. Hij zou dan later die avond of morgen samen met zijn vrouw naar een dokter gaan.
Verder heeft Pak Umpuk niets meer gehoord. Hij maakt zich zorgen om Pak Harfin, maar voelt zich ook heel erg schuldig omdat hij ‘kwaad heeft gedacht’ over Pak Harfin die na het duiken niet meehielp, en omdat hij niet in de gaten had dat er iets met Pak Harfin aan de hand was.
Kwaad denken over iemand mag nooit, zegt Pak Umpuk, maar tijdens Bulan Puasa al helemaal niet.
Wij schrikken erg van dit verhaal en raden Pak Umpuk aan om even te bellen naar Pak Harfin. Om zijn eigen schuldgevoel kwijt te raken, maar ook omdat we heel graag willen weten of Pak Harfin al naar een dokter is geweest. Eerst krijgt Pak Umpuk de vrouw van Pak Harfin aan de lijn. Ze vertelt dat het goed gaat en dat Pak Harfin morgen wel naar een dokter gaat. Daarna spreekt Pak Umpuk ook nog even met Pak Harfin zelf. Na het telefoontje is Pak Umpuk redelijk gerustgesteld, maar wij zijn dat eigenlijk niet. We zijn niet bepaald medisch deskundig, maar het hele verhaal vinden we ernstig klinken. We horen Pak Umpuk nog even uit over hoe de dag van Pak Harfin verder was, of hij veel of moeilijke duiken heeft gedaan of zo. Dat blijkt niet het geval te zijn, het was een gewone lesdag met twee beginnende duikers. Geen problemen gehad, geen diepe duiken gemaakt.
Dan worden we weer in beslag genomen door de drukte om ons heen. Het wordt steeds drukker, veel onbekende, maar ook bekende gezichten komen bij ons zitten. Ook de drie broers van Mohni die hier in Batu Tumpeng wonen komen langs. De stevige broer die veel met de school te maken heeft, een andere broer die we hier ook al vaker hebben ontmoet en Eli, zijn jongste broertje, die bij tijd en wijle bij Lombok Dive werkt.
Mohni zelf is druk op kantoor, in de avonduren moeten alle tanks weer gevuld worden, een tijdrovende bezigheid, zeker als er veel gedoken is.
Het blijkt dat we nog niet genoeg gegeten hadden, er wordt voor ieders neus een flinke portie kolak neergezet, de inmiddels overbekende lauwe mierzoete santen-ubi-fruitsoep.  Het schijnt een typisch ramadangerecht te zijn omdat het in korte tijd het suikergehalte op peil brengt na een dag niet eten. Ja, zoet is het inderdaad…
Ik schuif mijn bordje onopvallend opzij en zie dat ik niet de enige ben die dat doet. Ik heb wat lekkerders  gezien. Watermeloen, nashipeer en lengkeng. Vooral de watermeloen en lengkeng vind ik heerlijk. Lengkeng lijkt een beetje op lychee. Maar de vrucht is iets kleiner en heeft een gladde, lichtbruine schil. Ook de smaak is anders. Erg lekker in elk geval.
Iedereen loopt weer op en neer. Roken, kletsen en heel veel sholat, bidden.
Pak Umpuk is ook bidden, samen met Pak Haji, en komt even later grinnikend terug. We vragen of het bidden zo gezellig was…nou ja, het bidden was serieus. Maar na het gebed hoorde hij een paar schoolmeisje met elkaar praten. Ze hadden het erover dat ‘die toerist’ zo goed Sasak, het Lombokse dialect, sprak.  En met die toerist bedoelden ze Pak Umpuk. Iedereen ligt dubbel van het lachen als ze dat horen. Pak Umpuk ziet er vandaag, met zijn lange spijkerbroek en vrolijke overhemd, ook niet echt Lomboks uit.
En omdat hij met ons mee is gekomen en ze hem hier nog nooit eerder hebben gezien, zijn de meisjes ervan uitgegaan dat hij een Nederlandse vriend van ons is. Dat zal Pak Umpuk nog vaak te horen krijgen!
Hij is overigens erg onder de indruk van de school, hoe netjes het er allemaal uitziet (daar denken wij wel eens anders over), hoe snel de lokalen ‘uit de grond zijn gestampt’.
Als het even iets rustiger is, vragen we Hamdi en Pak Haji hoe het zit met de begroting voor de toiletten. Een week of wat geleden hebben we daarover gesproken en ze zouden een schatting maken wat het gaat kosten om een paar toiletten en wastafels te maken. Ze zijn er al druk mee bezig geweest en hebben een prijs. We vragen voor de zekerheid na wat daarin precies is inbegrepen. Blijkbaar alles, 3 toiletten en een wasruimte, compleet met alles erop en eraan; aanleg, materialen, maar ook de aanleg van het water, de afvoer etcetera.
Wij vinden het niet tegenvallen en geven ‘groen licht’ om met de aanleg te beginnen. Hamdi snelt weg en komt even later terug met een laptop. Daarop staat een mooie ontwerptekening van de nieuw aan te leggen voorzieningen. Er staan twee lokale hurktoiletten getekend en een westers toilet. We vragen waarom ze daar voor hebben gekozen. Hier gebruikt toch iedereen een hurktoilet?
Ja, inderdaad, maar dat westerse toilet is dan speciaal voor als er gasten of vrijwillige leerkrachten uit Nederland komen. Tja, dat vinden we heel erg aardig, maar eigenlijk ook heel erg onnodig. Zoveel westerlingen komen hier nou ook weer niet.
Wij hebben hier nog nooit de behoefte gehad om naar het toilet te gaan. Mocht dat wel een keer zo zijn, dan is een mooi en schoon hurktoilet ook prima. En we betwijfelen of ze zelf een westers toilet zullen gebruiken. Dan kunnen ze toch echt beter drie hurktoiletten aanleggen. Dat is vast ook nog goedkoper.
Pak Haji, die de discussie even niet heeft gevolgd, neemt een kijkje op het scherm en vraagt Hamdi wat dat eigenlijk is, en hij wijst naar het tekeningetje van het westerse toilet.  Als Hamdi vertelt dat dat een toilet is, begrijpt Pak Haji er niets meer van. Ja maar, waar moet je je voeten dan op zetten, hoe werkt dat? Het blijkt dat hij nog nooit een westers toilet heeft gezien, of er überhaupt van heeft gehoord.  
Even later gaat iedereen zich ermee bemoeien en bedenken hoe zo’n toilet werkt. We lachen heel wat af als jong en oud in half zittende/hurkende/hangende houdingen voor ons staat om te oefenen hoe dat nou moet met zo’n toilet. We concluderen dat het een veel beter idee is om dat westerse toilet te schrappen!
Ook moeten we het nog even hebben over de planning. We vragen wanneer ze kunnen beginnen met het werk en wanneer het af zal zijn. Ze kijken ons heel verwachtingsvol aan. Natuurlijk, dat hangt af van wanneer ze van ons geld kunnen krijgen. We leggen uit dat dit een project is dat we van geld betalen wat Impian Anak al heeft. Het staat los van het nieuwe klaslokaal dat door een andere stichting wordt betaald, dus als ze willen kunnen ze morgen al een deel van het geld krijgen.
Dan kan het snel gaan, volgens Pak Haji. Over lima hari, vijf dagen, is het klaar.
Nou, dat lijkt ons wel heel erg snel. We vragen hem of hij er wel rekening mee houdt dat het ramadanmaand is, dat er dan vaak niet zo heel hard wordt gewerkt.
Ja, dat is waar, maar lima hari of zo moet wel lukken. In elk geval zal het klaar zijn voor wij weer naar Nederland gaan. Dat zou helemaal super zijn!
Terwijl Pak Haji dat belooft, kijkt de rest een beetje bedenkelijk. Wij ook, en we zeggen dat Hamdi maar een straf voor Pak Haji moet bedenken als het niet op tijd af is. Elke dag de toiletten schoonmaken of zo. 



Hamdi vraagt of we nog een keer bij het lokaal willen gaan staan voor een paar officiële foto’s met alle belangrijke mensen. Ze willen een soort spandoek met foto’s maken om bij de school op te hangen. Voor we daar aan toe komen, komen alle schoolkinderen langs die naar huis willen. Ze komen ons allemaal bedanken voor de hulp aan de school. Zo’n 100 handjes later kunnen we aan de fotosessie beginnen. Dan blijkt dat er al een deel van de mensen die nog op de foto moesten is verdwenen. Helaas.
Het worden dan foto’s met Hamdi, Pak Haji, 2 broers van Mohni, Pak Umpuk, een heel vriendelijke oudere meneer die ik niet ken, Peter, Anique en ik. Als we voor het lokaal staan, bedenken we dat Opan en Ida, die foto’s staan te maken, er ook bij horen. Dus maakt Peter nog een foto waar Opan en Ida, die ook hun steentje hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het lokaal, ook bij staan.   
We kletsen nog wat en nemen dan afscheid van iedereen. Uiteraard nadat we iedereen heel hartelijk hebben bedankt voor de geweldige avond, de mooie ontvangst en het lekkere eten.
Het was een heel bijzondere avond. Jammer dat er niemand van Stichting Kanikerwataandoen?! bij was, zij hebben er per slot van rekening voor gezorgd dat het lokaal is gebouwd. Maar we zullen ze morgen een uitgebreide fotoreportage sturen, zodat ze toch een beetje kunnen meegenieten van hun succes!
Wij rijden terug naar Ampenan. Onderweg stoppen we nog even bij een pinautomaat. Opan neemt met het Impian Anak pinpasje alvast wat geld op voor de bouw van de toiletten. Als iemand uit Batu Tumpeng dat morgen bij Opan op komt halen, kunnen ze alvast beginnen met de bouw. Vijf dagen zijn zo om!  
Onderweg krijgen we nog een sms van Tom. Ze kamperen vannacht aan de kraterrand. Om 3 uur in de nacht gaan ze starten met de beklimming van het laatste stukje. Voor zonsopkomst moeten ze dan op de top van de Rinjani zijn.
Spannend!
In Ampenan leveren we Opan, Ida en Pak Umpuk thuis af. We rijden direct door naar Loco. Het was een vermoeiende dag!
Als we in het hotel zijn, bellen we kort met Mohni. We vragen of hij nog iets heeft gehoord van Pak Harfin, maar hij weet niet meer dan dat wij weten.
Dan gaan we slapen, in de hoop dat we morgen iets meer horen.

 
Dinsdag 31 juli

Vandaag is een rustige dag. Alleen vanavond hebben we iets op de agenda staan.
Vanochtend ontbijten we op ons gemak bij Bumi Aditya. We zitten weer eens zonder stroom, mati lampu. Maakt niet uit, veel stroom hebben we niet nodig hier. Alleen een beetje accu-vulling voor de laptop en fotocamera’s. En binnen af en toe een lampje aan, maar alleen als het donker is.
Ongetwijfeld zit Tom nu ook zonder stroom. We hopen dat zijn accu’s vol genoeg zijn om de dagen mee door te komen. Veel stopcontacten zitten er niet op de Rinjani. Waarschijnlijk heeft hij ook geen telefoonnetwerk. Of hij denkt er niet aan om even een berichtje te sturen, zou ook goed mogelijk zijn. In elk geval hebben we na gisteravond niets meer van hem gehoord.
Rond 10 uur hebben we ineens weer elektriciteit, maar na een half uurtje is het weer op.
We gaan samen met Anique een stuk wandelen. Via het strand lopen we naar Pasar Seni. Het is stormachtig weer. Eigenlijk vind ik dat wel lekker, een beetje wind erbij. Maar voor de mensen op zee is het misschien minder, want er staan stevige golven.
Bij Coco Loco nemen we ons standaard drankje, een ice lemon tea. Daarna nog een fruitsapje. Zo komen we de ochtend wel weer door. Op de terugweg strijken we neer bij Angels voor een hapje eten.
Het wordt langzaam een beetje drukker in Senggigi. Nog geen volle restaurants, maar je zit tenminste niet meer helemaal alleen as je ergens wat eet of drinkt. Op de terugweg lopen we even bij Lombok Dive naar binnen.
Van Pak Harfin is er geen nieuws. Alleen Sarah is op kantoor. We komen even kijken of er al weer nieuwe T-shirts zijn. Tom heeft een tijdje geleden nieuwe shirts ontworpen, met leuke opdrukken, zoals  ‘LIVE LOVE DIVE’, ‘My heart belongs to a diver’ en ‘You do not have to swim faster than the shark, just swim faster than your buddy’. Ze verkopen best wel goed, zeker als de bemanning op de boot de shirts ook draagt. Een paar dagen geleden waren ze allemaal op, maar nu zijn er weer een paar nieuwe binnen.
We zoeken een paar shirts uit. Helaas voor Anique zijn er nu alleen maar grote maten binnen gekomen. Zelfs een Lombokse maat L is te groot voor haar. Als Peter de shirts af wil rekenen sputtert Sarah tegen. Mohni heeft haar blijkbaar de instructie gegeven dat ze geen geld van ons mag aannemen.  
Maar daar hebben we niks mee te maken. Wat we hier kopen betalen we gewoon, net als andere klanten. Ook de duiken die we maken worden aan het eind van de vakantie netjes afgerekend. We schrijven zelf de omzet wel in het kasboek, en als Mohni boos op haar wordt, moet ze hem maar naar ons sturen!
Bij Berry Cafe is het vandaag ook weer erg rustig. Sinds LST/LTI hier weinig meer op kantoor komt, is de aanloop bij het restaurant flink afgenomen. Als Berry de shirts ziet, komt hij ook even een kijkje nemen.

Zijn oog valt direct op een leuk ontwerp met ‘Live Love Dive’ op de achterkant. Peter stelt voor dat hij maar eens reclame voor Lombok Dive moet gaan maken. Tja, dat kan alleen met een T-shirt, vindt Berry.
Prima, de deal is rond. Berry krijgt van ons een shirt, als hij belooft dat hij het een week lang elke dag zal dragen. Doet hij dat niet, dan kost hem dat een maaltje ‘echte Lombokse’ goulash. Voor ons uiteraard…
Sarah mag dan nog een keer geld in de kas stoppen en Berry loopt vrolijk rond in zijn nieuwe shirt.
We krijgen alle drie een kop gemberthee van Berry, omdat het vandaag zo koud is. Wij vinden het niet echt koud, maar de thee is wel lekker! Even later komt Berry met een cadeautje voor Anique en mij. Voor ons allebei een paar leuke pareloorbelletjes. Hij vertelt dat hij een hele partij parels heeft, die hij eigenlijk wilde gaan verkopen op een ander eiland, maar daar was iets tussen gekomen.
Nu zit hij met de sieraden opgescheept. We zeggen dat hij ze gewoon met een redelijk prijsje erop moet tentoonstellen in het restaurant. Redelijke kans dat hij dan wel wat verkoopt. Duur zijn de Lombok parels over het algemeen niet, maar als je ergens met een verkoper moet gaan onderhandelen, is voor ons vaak de lol er vanaf. Wij geven de voorkeur aan iets kopen waar gewoon een prijskaartje op zit. Heb je het ervoor over, dan koop je het, anders niet. Wel zo gemakkelijk.
Als hij zijn voorraad erbij haalt, netjes opgeborgen in doosjes en zakjes, inderdaad met een prijskaartje erop, kan hij direct zaken doen met ons. Ik zie een leuke ketting voor mezelf en kies er nog een uit voor mijn zus. En Sarah, die er bij zit te kijken, mag van ons een paar oorbellen uitzoeken, omdat we haar in verband met de ramadan overdag nooit op een hapje of een drankje kunnen trakteren.  
Ze kiest een paar oorbellen met een grijze parel en een ‘diamantje’ uit en zegt dat ze de oorbellen veilig op gaat bergen tot Idul Fitri, het ‘suikerfeest’ van Lombok. Dan heeft ze voor die dag echt iets nieuws.
Fijn, hebben we weer een paar mensen blij gemaakt vandaag!   
Wij wandelen terug naar Bumi waar nog steeds aan-uit elektriciteit is. Komt vast door de werkzaamheden in Senggigi. Daar worden de draden vervangen of opnieuw gespannen.
Als we goed en wel op ons terrasje zitten, komt Daan eraan. Ze heeft een bord vol lekkers bij zich. Perkedel jagung, maiskoekjes, die ze samen met haar moeder heeft gemaakt. Daan is vrij vandaag en vanavond gaan we met haar, Nurul, Opan en Ida op stap. Beetje winkelen en uit eten in Mataram.
We weten niet goed of we de maiskoekjes nu moeten proeven, het is nog steeds dag, Daan blijft bij ons zitten en mag niets eten. Maar Daan wil heel graag weten of we het lekker vinden, dus zullen we toch moeten eten.
Nou, en of ze lekker zijn!!! Heerlijk zelfs! Ik vraag direct het recept, want dit ga ik thuis vast ook een keer maken!
Als Daan weer weg is wil ik even douchen. Maar er komt geen druppel water uit de kraan. En het water uit de mandibak heb ik vanochtend al gebruikt voor de was.
Doordat er de hele dag weinig elektriciteit is, heeft de waterpomp zijn werk ook niet gedaan.
Er is bij Bumi een ingewikkelde constructie met veel pompen, reservoirs en leidingen. Het schijnt een tijdelijke oplossing te zijn, straks als de nieuwbouw klaar is, wordt alles goed aangelegd. Dedi loopt over van verontschuldigingen ‘voor de slechte service’. Wij zitten er niet zo mee. Zeker als blijkt dat we met een emmertje gewoon leidingwater kunnen tappen bij het kraantje in de tuin bij de receptie. Daar kunnen we ons ook prima mee wassen.
Tegen half 5 komt Daan naar ons toe en gaan we samen op pad.  
Nurul zit nog op school, haar pikken we op in Gunungsari.
Als we bij Lombok Dive langskomen, zien we dat de auto met materialen al terug is. We kijken even of Pak Umpuk misschien een lift nodig heeft naar Ampenan. Scheelt hem weer de kosten van een bemo.
Pak Di is nog niet helemaal beter, maar heeft vandaag wel weer gewerkt. Ook hij kan meerijden.
Van Mohni horen we dat hij contact heeft gehad met de vrouw van Pak Harfin. Het ging nog niet echt goed met hem, maar hij was ook nog niet naar een dokter of ziekenhuis geweest. Dus wat er precies aan de hand is weet niemand.
We nemen Pak Di en Pak Umpuk mee en rijden eerst naar de school van Nurul. Nurul wordt al jaren door ons gesponsord bij Proyek Kampung Loco. Ze zit op SMA in Gunungsari. We zijn netjes op tijd, maar staan nog een hele tijd te wachten tot Nurul naar buiten komt. Als ze er is, rijden we snel door naar Ampenan. Daar maken Pak Umpuk en Pak Di plaats voor Opan en Ida. Grappig, Ida en Daan schijnen elkaar te kennen. Ook in Lombok is de wereld klein. De dames kletsen vrolijk terwijl we naar Mataram Mall rijden. Het is weer erg druk onderweg. Iedereen moet weer voor het eten thuis (of ergens anders) zijn. Vooral in de buurt van de Mall is het erg druk en chaotisch op de weg. De toch al brede weg  krijgt spontaan een paar rijbanen erbij. Motortjes flitsen aan alle kanten voorbij. Een blitse auto, met spoilers die groter zijn dan de auto zelf, snijdt een politieauto. Kan hier allemaal. Bij de Mall parkeren we de auto en gaan we even plannen maken. We kunnen nog wel even winkelen. Het is half 6, met eten moeten we nog even wachten. Mat Daan en Nurul  gaan we elk jaar een keer winkelen, en mogen ze allebei een set kleren uitzoeken. Dit doen we al jaren, en het bevalt ons allemaal prima. Toen we Opan en Ida meevroegen, hebben we even zitten denken hoe we dit op gaan lossen.
Uiteraard zouden zij ook wel eens kleren willen kopen in Mataram Mall. Maar met hun hebben we eigenlijk andere plannen. In elk geval met Opan, wat Ida betreft weten we het nog niet. Maar dat overleg ik even met haar.
Opan heeft bij Lombok Dive op kantoor gewerkt heeft toen ook wel eens mee gedoken. Dat vond hij erg leuk om te doen. Nu hij er niet meer werkt, zit het duiken er voor hem niet meer in. Te duur, begrijpelijk.
We willen hem graag een dag duiken cadeau doen. En Ida ook, als ze dat graag wil. Maar als ze dat niet wil, mag ze nu ook nieuwe kleren uitzoeken. Als ik haar de keuze voorleg, hoeft Ida niet lang na te denken. Ze wil dolgraag duiken. Ze is wel eens met Opan meegeweest en heeft toen gesnorkeld. Maar duiken lijkt haar helemaal te gek. Mooi, dan is dat geregeld!
Nu gaan we dus kleren zoeken voor Daan en Nurul.
Als we bij de grote Tiara winkel binnenlopen, wordt Ida teruggeroepen door een verkoopster. Ze moet haar handtas inleveren. Dat is vreemd, dat hebben ze mij hier nog nooit gevraagd. Ik loop ook naar de verkoopster en wil mijn tas geven, maar het meisje zegt dat ik gewoon met tas door mag lopen. Hier kan ik dus niet goed tegen. Opan, die aan mijn gezicht ziet dat ik ‘een beetje’ boos ga worden, sleept me mee de winkel in. ‘Laat maar ibu, het geeft niet. Wij moeten hier altijd de tas inleveren.’ Ja, dat begrijp ik, maar waarom hoef ik dat dan niet? Omdat ik een ander kleurtje heb?! Pure discriminatie!
Opan probeert het nog goed te praten door te zeggen dat blanke mensen hier vast niets mee zullen nemen uit de winkel, en Indonesische mensen misschien wel. Nou, ik geloof er niks van, en dan nog…
Maar we gingen winkelen, dat doen we dan ook maar, al zal deze winkel in het vervolg bij mij een nare bijsmaak hebben..
De 4 jongedames struinen door de rekken. Peter, Opan en ik bekijken het van een afstand. Ida regelt het wel. Als Nurul een leuk bloesje ziet, moet ze van Ida wel eerst gaan passen voor ze het neemt.
Haha, schooljuffrouw in de dop.
Als Nurul deels geslaagd is, rekenen we af en gaan we eerst op zoek naar een eettentje, het is bijna Buka Puasa. Zodra het sein Buka Puasa is gegeven, wil Opan bij Ida een sigaret uit de handtas pakken.
Maar Ida sputtert tegen. ‘Nee, eerst wat eten, roken is ongezond en daar wacht je maar mee.’
Die twee zullen altijd en eeuwig blijven kibbelen over het roken.
We willen naar Rumah Makan Dirgahayu, net buiten de Mall. Als we bijna buiten zijn, missen we Opan. Ik zie hem nog net met zijn portemonnee in de hand naar een toonbank lopen, om even later met een pakje sigaretten terug te komen. Ja, juf Ida, grote kinderen zijn moeilijk in de hand te houden!
In de paar seconden tussen de Mall en het restaurant kan Opan nog snel een trekje van een sigaret nemen. Hoezo verslaafd?!
Het restaurant is in alle jaren dat we hier komen niks veranderd. Nog steeds de kantine-achtige uitstraling. Wiebelige plastic kuipstoeltjes, plastic tafelkleed en prachtige gordijntjes. Niet het toppunt van gezelligheid, maar wel altijd lekker eten. En veel goedkoper dan de eettentjes in Mataram Mall.
Het duurt even voor iedereen iets lekkers heeft gekozen van de menukaart. In de tussentijd drinken we alvast wat en knabbelt iedereen aan de kroepoek die al op tafel staat.
Daarna geniet iedereen van het eten.



Als dat op is, is het weer tijd om verder te shoppen. We lopen terug naar de Mall en gaan winkel in winkel uit tot Daan en Nurul de definitieve keuze hebben gemaakt.
Als dat eindelijk gelukt is, zijn we wel weer toe aan een drankje. We nemen iedereen mee naar het ‘onderwaterrestaurantje’ Oceanic Café in de Mall. Dat is leuk, zeker voor degenen die er nog nooit zijn geweest! Opan en Ida lopen wel eens door de Mall, kijken in de winkels, maar in een restaurantje ga je niet kijken als je er niets eet of drinkt. Hier zijn ze dus nooit geweest en ze genieten van de sfeer. En Daan en Nurul niet minder! Als we drinken moeten bestellen, wordt het lastig, vooral voor Nurul.
Ze heeft heel uitgebreid de kaart zitten bestuderen, ze wil iets met chocoladesmaak. Als ze bestelt, kijkt de serveerster haar een beetje vreemd aan. Is dat voor jezelf? Ja, zegt Nurul. Maar er zit alcohol in, zegt de serveerster. Oeps, dat had Nurul niet in de gaten en ze weet niet meer waar ze moet kijken. Daan, die iets beter thuis is in het restaurant-gebeuren, bestelt snel een chocolade-milkshake voor haar.
Als de bestelling wordt gebracht, blijkt dat ook te zijn wat ze graag wilde proberen.
Als alle glazen leeg zijn, gaan we naar mijn favoriete winkel. De toko-buku!
We willen samen met Opan en Ida een paar boeken kopen om bij hun thuis een soort bibliotheekje te maken, waar kinderen boeken kunnen lenen. Er komen veel kinderen bij hun in huis om te internetten of playstation te spelen. Misschien krijgen we ze zo ook aan het lezen. Kleine kans dat het lukt, maar boeken zijn niet zo duur, dus we gaan het gewoon proberen met een paar boekjes.
We hebben zelf wel een idee wat voor boeken we willen hebben, maar het lijkt ons handig als Opan en Ida even meekijken en beoordelen. Daan en Nurul moeten maar even rondkijken, en als ze iets zien wat ze graag willen lezen of nodig hebben, mogen ze het ons zeggen.
Nurul, die een opleiding in de ‘architectuur’-richting doet, snuffelt rond bij de tekenmaterialen en ziet een groot schetsblok en wat tekenspullen. Daan wil graag een leer/oefenboekje zodat ze met haar Sara, haar zusje, kan oefenen.
Ida is al op zoek naar biebboeken. Als we zien wat ze kiest, merken we dat we een heel ander idee over de bieb hebben. Volgens Opan, maar vooral volgens Ida, moeten het wel leerzame boeken zijn.
Grammatica, wetenschappelijk, woordenboeken. Wij dachten meer aan leuke leesboeken, voorleesboeken, strips.
Dat wordt lastig. Naar ons idee krijg je kinderen niet aan het lezen als ze alleen maar studieboeken voor hun neus krijgen. Die hebben ze op school ook al. Volgens Ida moet het lezen wel leerzaam zijn. Anders is het zonde van de tijd. Gewoon lezen voor je plezier is niet goed, daar heb je niks aan. Tja, nu ben ik even heel gemeen en vraag wat je er dan aan hebt om je een uur bezig te houden met spelletjes op de playstation. Nee, geeft Ida toe, daar leer je ook niet echt iets van. Maar Opan en Ida verdienen er natuurlijk wel iets aan, dus dat is dan weer verantwoord.
We komen overeen dat we een mix van boeken gaan kiezen. Leerzame boeken, over wetenschap, geschiedenis, dieren, natuur, maar dan wel leuke boeken met veel plaatjes, zodat het wat aantrekkelijker wordt om ze te lezen.
Boeken voor jonge kinderen, die zelf leren lezen. Voorleesboeken voor kleinere kinderen. En wat tiener-jongerenboeken. Dat is moeilijk! Ik heb hier zelf al eens rondgelopen op zoek naar gemakkelijk te lezen boeken. En dan een keer geen kleuterboekjes, sprookjes enzo. Dat is lastig.
Heel veel keuze uit jeugdboeken is er niet. Wel is er een ruime keuze in religieus getinte boeken, maar of de jeugd daar op zit te wachten weten we niet. Wij in elk geval niet. Verder zijn er boekjes die waarschijnlijk uit het Engels zijn vertaald. Echte meidenboekjes, wat fantasy boeken, over draken, tovenaars enzo. Ida bekijkt de boeken die er staan allemaal met een afkeurend gezicht. Dit werkt niet. We halen Nurul en Daan erbij en vragen of ze een paar boeken willen pakken die ze zelf zouden willen lezen.
Daan haakt snel af. Lezen, zomaar, voor je plezier? Nee, dat ziet ze niet zitten.
Nurul daarentegen wel, ze snuffelt het hele rek door en zou ze volgens mij allemaal wel willen lezen.
We nemen een paar boeken voor de bieb en nog een boek voor Nurul.            
Dan overwegen we nog even om aan de andere kant van het gangpad te kijken, waar we een paar boeken over seksuele voorlichting hebben zien staan. Maar nee, dat doen we toch maar niet, dat kunnen we Opan en Ida niet aan doen. Al bedenken we dat daar stiekem misschien wel heel veel belangstelling voor zou zijn bij de jongeren (en ouderen).
Met een hele stapel boeken en andere spullen lopen we naar de kassa. Als we afgerekend hebben lopen we bepakt en bezakt naar de begane grond. Voor we naar de auto gaan, lopen we nog even langs de pinautomaat. We nemen geld op voor de toiletten in Batu Tumpeng. Met twee pasjes kunnen we een hele stapel geld opnemen. Het blijft gek hier, de ‘duurste’ briefjes zijn die van 100.000 rupiah, met de huidige koers zo’n € 8,50. Als je wat meer geld nodig hebt, loop je dus al snel met een hele stapel geld rond. We geven het geld veilig in bewaring bij Opan en Ida, die ervoor zorgen dat het in Batu Tumpeng komt. Dan halen we de auto op en gaan weer naar Ampenan.       
Het is al laat, maar eigenlijk willen Peter en ik heel graag even met Pak Umpuk spreken over zijn lekkende huis. Maar liever niet met anderen erbij. En we hebben ook geen zin om eerst naar Loco te rijden en dan weer terug naar Ampenan. We vragen of het een probleem is als Daan en Nurul even meegaan naar Opan en Ida. Dat is helemaal geen probleem, graag zelfs. Nadat ze even naar huis hebben gebeld om te laten weten dat ze wat later thuiskomen, droppen we de kinderen bij Opan en Ida, met de opdracht om de bibliotheek in te richten en samen na te denken over hoe het uitleensysteem moet gaan werken.
Peter en ik gaan naar het huis van Pak Umpuk. O jee, ondanks het feit dat hij had gevraagd of we nog langs komen, liggen ze al te slapen. Maar als ze ons horen, moeten we toch binnenkomen.
Na een groot glas thee komen we ter zake. De schatting van de kosten van een nieuw dak is binnen.
We willen hun hier heel graag mee helpen. We weten dat het hun droom is om ooit een fatsoenlijk huis te hebben. Na wat aarzelen accepteren ze onze hulp. Uiteraard moet daar ook nog een glas thee en een kop koffie op gedronken worden.
Dan gaan we snel de dames ophalen bij Opan en Ida. Die zitten lekker aan de cappuccino. We hadden Opan en Ida een pakje oploscappuccino gegeven, dat zal nu wel bijna leeg zijn.
Ze hebben de boeken allemaal voorzien van een Impian Anak stempel, ingeschreven in een schrift en netjes uitgestald in de woonkamer. Nu nog wachten op klanten.
En natuurlijk hebben ze de boekjes zelf nog eens goed doorgekeken. Anique vertelt al lachend dat Daan zo verdiept was in één van de jeugdboeken dat ze haar drinken koud liet worden. Misschien is lezen toch wel leuk!
Het is al half 11 en we vinden het hoogste tijd om Daan en Nurul thuis af te gaan leveren. En voor onszelf ook tijd om naar bed te gaan. Morgen weer een dagje duiken!

Nog een paar Rinjani foto's van Tom


 



 
Woensdag 01 augustus

Vandaag wordt weer een Gili-duikdagje, dus staan we op tijd op. Ook omdat we voor we naar Lombok Dive gaan even rustig willen ontbijten. Dedi en Abdul, even zorgzaam als altijd, maken weer een lekker ommeletje met toast. Vier zelfs, maar ja, Tom is er niet. Dus zijn ontbijt en de kop Lombok koffie mogen ze  zelf opeten. Koffie is oke, maar Lombok koffie, zo vroeg op de dag, dat is aan ons niet besteed.
Tom zou er nu vast wel zin in hebben, maar misschien krijgt hij ook wel ‘echte koffie’ op de Rinjani.
Hij zal nu wel aan de afdaling gaan beginnen. Morgen rond de middag gaan we hem ophalen in Senaru.
Als we rond 8 uur bij Lombok Dive komen, vraagt Mohni of we er bezwaar tegen hebben om bij Qunci Villas een paar jonge Belgische duikers op te pikken, ze zullen klaar staan bij de receptie. Dat is geen probleem, we komen er toch langs en hebben plek zat in de auto. Voor we vertrekken vragen we nog naar de laatste berichten over Pak Harfin. Niemand hier weet precies wat er aan de hand is, hoe de situatie nu is, maar we horen dat er wordt overwogen om vandaag naar de decompressiekamer in Mataram te gaan. Ik heb er helemaal geen verstand van, maar het idee vind ik eng. Wat ons vaak opvalt, is dat hier veel kwaaltjes bij duikers worden afgedaan met ‘misschien moet hij een keer naar de decompressiekamer’. Of het nou gaat om hoofdpijn, spierpijn of een grieperig gevoel. Ik hoop maar (en ga daar ook maar van uit) dat er bij de decompressiekamer ervaren mensen zitten, die niet iedereen zomaar ‘erin laten’.
Als alle spullen zijn verdeeld over de auto’s, rijden we naar de haven, maar wel via Qunci Villas. We zien Qunci Villas altijd liggen als we naar Teluk Nare rijden, het ziet er behoorlijk duur uit.
Als Peter de oprit oprijdt, zijn we er van overtuigd dat het ook erg duur is. Alles straalt luxe en design uit.  
Wat een chique tent… Helaas zien we nog geen duikers staan. Dus loopt Peter naar de receptie om navraag te doen. Tja, dat wordt lastig. Volgens de receptionisten zijn er helemaal geen Belgische gasten.
Dan maar even een belletje naar Mohni. Die heeft gelukkig het kamernummer. Daar blijkt een Zwitsers gezin te logeren. Ja, dat zou kunnen kloppen, Mohni had het over 2 jongens die met een cursus bezig zijn, en een vader en moeder die misschien voor de gezelligheid meegaan.  
Nou ja, voor een Lombokker zijn België en Zwitserland allebei heel erg ver weg, dus de Zwitsers zullen wel ‘de Belgen’ zijn die we zoeken.
Als even later de jongens met hun vader aankomen, moeder is niet lekker en blijft in het hotel,  kunnen we verder rijden. Peter heeft tijdens het wachten nog even het hotelfoldertje met de kamerprijzen bekeken. Wij blijven lekker bij Bumi Aditya zitten, 130 US-dollar per nacht voor de simpelste 2-persoons kamer vinden we toch een beetje veel van het goede!
Nog los van het feit dat je hier wel erg afgezonderd zit en ongetwijfeld voor elk hapje en drankje aangewezen bent op het dure hotelrestaurant. De mensen die we ophalen zijn echter razend enthousiast over het hotel. Het is voor hun een soort strandverlenging na een rondreis over andere Indonesische eilanden. Ze hebben ook niet de behoefte om meer van Lombok te zien dan het hotel en de onderwaterwereld. Ik kan me er niets bij voorstellen, maar ieder zijn ding, denk ik maar.
Er zijn vandaag 2 Lombok Dive boten onderweg. Eén boot vol met een groep snorkelaars. Wij zitten op de boot met de duikers, gezellig met Mohni, Pak Umpuk, Pak Di en Emi.
Na de ochtendduik willen we op Gili Trawangan gaan lunchen bij Warung Dewi, ik lust wel weer een pittige soto rawon. Helaas, Warung Dewi  is wel geopend tijdens de vastenmaand, maar je mag er niet eten. Alleen bungkus dus, ingepakte maaltijden meenemen en elders opeten. Dat is op zich geen probleem, maar we willen ook niet op de boot gaan zitten smullen. Dat kunnen we de medewerkers van Lombok Dive niet aandoen, die nog tot vanavond moeten wachten met eten.
We wandelen terug naar het centrumpje van Trawangan en gaan eten bij Warung Kiki Novi. Hier mogen we ook zelf ons eten kiezen en lekker in het restaurantje opeten. Meestal is het hier ontzettend druk, omdat veel duikers hier komen lunchen. Maar we zijn vandaag aan de vroege kant, de meeste duikscholen zullen nog op zee zitten. We hoeven dus niet te zoeken naar een leeg tafeltje.
Na het eten lopen we terug naar de boot, waar we Pak Di en Emi op het zonnedak aantreffen. Niet om een bruin kleurtje te krijgen, maar voor het middaggebed. Pak Umpuk heeft dat vast al gedaan en doet nu een middagdutje. Wij koelen even af in zee en gaan dan weer aan boord. Als alle klanten er ook weer zijn, gaan we op pad voor de middagduik. Het is ruw op zee, bijna stormachtig. Als we na het duiken weer terugvaren naar het vasteland, krijgen we het advies om op het dak te gaan zitten als we droog willen blijven. Dat doen we dan maar. Tegen het einde van de middag wordt het water hier altijd wat wilder, maar vandaag is het wel heel erg. We moeten ons goed vast houden om niet van het dak af te glijden. Wat een golven! Nu zien we weer het verschil met de mensen die op zee zijn opgegroeid. Pak Umpuk staat rustig op de punt van de boot, als een boegbeeld. Alsof hij vastgeplakt zit.


Als we aankomen in Teluk Nare, helpen we een keer niet mee met spullen van boord halen, want we mogen de Zwitserse Belgen weer afleveren bij hun hotel.
Daarna rijden we direct door naar ons hotel. Als Peter en Anique hun duikspullen af willen spoelen, komen we tot de ontdekking dat er weer geen druppel water uit de kraan komt. We hebben wel stroom. Als Dedi gaat zoeken waar het probleem zit, blijkt dat de pomp die het water naar de kamers moet pompen, niet werkt. Dan maar weer bakken water halen bij het buitenkraantje bij de receptie.
Als alle duikspullen schoon zijn en er nog steeds geen water uit de kraan komt, halen we voor onszelf ook nog maar een emmertje mandi-water.    
Vanavond willen we gaan eten bij Café Tenda Cak Poer. Dat hebben we dit jaar nog niet gedaan.  Cak Poer is een restaurant dat elke avond wordt opgebouwd op een breed stuk trottoir naast de hoofdweg van Senggigi.  Het meubilair bestaat uit eenvoudige tafeltjes en plastic krukjes. Het ‘gebouw’ is een blauw zeil waar de mobiele keuken en een deel van de tafeltjes onder staat. De overige tafeltjes staan lekker in de buitenlucht. Lange tijd was dit ons favoriete restaurantje in Lombok, vanwege de goede prijs, het goede eten en de royale porties. Vorig jaar vonden we het minder, nu gaan we het gewoon nog een keer proberen. Terwijl we voorgaande jaren vaak in de rij moesten wachten op een leeg plekje, kunnen we nu direct gaan zitten. Plek zat! Ik ga weer voor de simpele maar altijd lekkere nasi goreng ayam. Maar vandaag is het niet lekker. Ook niet vies, maar er zit bar weinig smaak aan. Peter en Anique, die iets anders hebben besteld, denken er net zo over.
Als we bedenken dat de prijzen ook nog eens omhoog zijn gegaan, de porties kleiner zijn geworden en we op veel andere plekken veel beter kunnen eten, besluiten we dat we hier maar niet meer terugkomen. Jammer!  
Eén ding is wel nog hetzelfde gebleven. Je hebt hier snel aanspraak van verkopers. Veel mensen zullen daar niet van houden, maar soms vinden wij het wel gezellig. Zeker als één van onze favoriete verkopers eraan komt. Niet omdat hij toevallig hier langsloopt, maar omdat hij van zijn neef had gehoord dat wij hier zaten….we zijn wereldberoemd in Senggigi! Het is Adam, de jongen bij wie we al jarenlang onze Impian Anak promotieartikelen bestellen; pennen, sleutelhangers en boekenleggers. Hij is netjes, betrouwbaar en komt zijn afspraken altijd na.
We nodigen hem uit om bij ons te komen zitten en wat mee te eten en drinken. Eten slaat hij af, hij heeft net zijn buka Puasa maaltijd erop zitten. Maar een drankje gaat er nog wel in.
We kletsen gezellig bij, en vragen uiteraard hoe het gaat met zijn Holland House. Van al het geld wat hij via ons, maar ook via Joep en Marijke, Wim en Joyce en andere Hollanders verdient, is hij een nieuw huis aan het bouwen voor zichzelf en zijn vrouw Moon. Als we een tijdje hebben zitten kletsen, plaatsen we nog een kleine bestelling, altijd goed voor de verdere afwerking van het huis. Ook krijgen we een uitnodiging om het huis te komen bekijken. We plannen maar direct een datum, want zoals altijd loopt onze agenda halverwege de vakantie langzaam vol. Maar komende vrijdagavond moet lukken. Dan kunnen we zijn trots komen bewonderen.
Ook de jonge doofstomme verkoper komt een gebarenpraatje maken, vooral Anique krijgt zijn aandacht. Na wat formaliteiten komt hij met zijn koopwaar. Gevlochten armbandjes met kralen en parels. Wij bemoeien er ons niet mee. Maar Anique wil hem wel een plezier doen en een armbandje kopen. Dat wordt dus weer onderhandelen. Met pen en papier… Maar dat valt niet mee. Voor de prijs van dat ene armbandje kan ze ergens anders er wel 10 kopen. Als ze voet bij stuk houdt en steeds hetzelfde bedrag opschrijft, zakt de prijs een heel klein beetje. Nou, graag of niet, is haar reactie.
Dan zakt de prijs ineens wel flink. Na nog een halve bladzijde vol bod en tegenbod schrijven, komen ze er toch nog uit. Anique een armbandje voor bij de verzameling of om iemand cadeau te doen, de jongen blij.  
Dan komt er nog een bekende langs, Khaerul. Khaerul was ons allereerste Impian Anak kind. Toen Impian Anak werd opgericht was hij nog een grappig straatjochie. Hij liep altijd op straat met armbandjes en kettingen. Met zijn leuke uitstraling en vlotte Engelse babbel, deed hij geen slechte zaken.
Wij vonden het zonde dat hij niet naar school ging. Omdat Mohni ook een zwak voor hem had, hebben we hem een kans gegeven. Hij zou naar school gaan, via Impian Anak zorgden wij voor de vergoeding van zijn schoolkosten.
Dat heeft een maand of 9 goed gegaan. Hij ging in het begin redelijk gemotiveerd naar school. Maar daarna ging het mis. Hij begon te spijbelen, kreeg moeite met de discipline van school, werd door zijn ouders niet gestimuleerd. Vanaf dat moment was er geen redding meer. Hij ging helemaal niet meer naar school, en we hebben hem toen uit het project gezet. Geen school geen sponsoring. Hard, maar het is de enige manier om controle te houden over de kinderen. We wisten van tevoren dat het een grote gok zou zijn, zeker omdat we zijn achtergrond niet goed kenden. We hebben er geen spijt van dat we het hebben geprobeerd, maar nu zijn we toch wel wat kritischer geworden op de kinderen die we in het project opnemen. Vooral ook omdat we een verantwoordelijkheid voelen naar de Impian Anak sponsors.
Kort nadat Khaerul de school had opgegeven, had hij er moeite mee ons onder ogen te komen. Als we eraan kwamen, dook hij altijd weg. Nu valt dat wel mee, maar hij blijft een beetje malu, verlegen.
Hij durft ons niet eens zijn souvenirs aan te bieden.
Of hij nog goede zaken doet betwijfelen we. Het schattig/ondeugende van een paar jaar geleden is hij kwijt. Nu valt hij meer onder de categorie hangjongeren/baldadige jeugd. We hopen dat het daar bij blijft en dat hij niet verder van het rechte pad afdwaalt. Maar hij is wel het type dat gevoelig zal zijn voor verkeerde vrienden. En die lopen hier in Senggigi laat in de avond genoeg rond op straat.
Als we een tijd later weer richting Loco lopen, bedenken we dat het nog erg vroeg is om naar het hotel te gaan. We kunnen nog wel ergens een drankje pakken. Bij de restaurantjes in het centrum is het nergens echt gezellig. Te leeg, te vol, te harde muziek of de verkeerde gasten.
Dus komen we uit bij Berry’s. Mohni is nog op kantoor bezig met het vullen van de tanks. Ook Alex, een divemaster in opleiding, is er.
Samen drinken we nog wat. Berry loopt nog steeds rond in zijn Lombok Dive shirt. Die portie goulash voor ons moet dus nog even wachten…
Rond elf uur lopen we terug naar Bumi Aditya. Daar duiken we het bed in. Even lekker uitrusten voor we morgen naar Senaru gaan om Tom op te halen!

en weer een paar foto's vanaf de Rinjani...



 
Donderdag 02 augustus

Zondag, 3 februari 2013
Een paar uur na het schrijven van onderstaand verslag kregen we via Opan en Ida het bericht dat Pak Di kort daarvoor in Ampenan was overleden.
Al langere tijd voerde hij een oneerlijke strijd tegen de ziekte kanker.
Ik heb een tijd zitten piekeren hoe hiermee om te gaan in de verslagen, vooral ook omdat Pak Di altijd een heel belangrijke rol speelt in 'ons leven in Lombok'. Het zal ongemakkelijk voelen om over Pak Di te schrijven, over zijn gezondheidsproblemen, in de wetenschap dat hij inmiddels is overleden aan die ellendige ziekte.
Maar om te voorkomen dat ik steeds nadere uitleg ga geven in de komende verslagen, heb ik besloten het verhaal in chronologische volgorde verder te schrijven.

Nu dus 'gewoon' terug naar 2 augustus 2012, toen het in Ampenan veel vrolijker was dan vandaag.

 

Om half 8 zitten Peter en ik in de ‘ontbijtzaal’. Anique ligt nog in bed en besluit een dagje pelan pelan te doen. Als we Tom straks op gaan halen, blijft ze in Loco en/of Senggigi.
Als we 2 ontbijtjes bestellen, maakt Dedi zich al zorgen. Hij is bang dat we, of in dit geval Anique, genoeg hebben van het ontbijt. Elke dag toast met omelet lijkt hem niks.
Maar dat is wat ons betreft geen probleem. We kunnen de omelet ook nog afwisselen met de jam, en daarin hebben we nog de keuze uit ananas, aardbei en gemengde vruchten (ze zijn allemaal even zoet en felgekleurd en smaken alsof er meer chemische stofjes inzitten dan fruit).
Dedi biedt aan om morgen een ander ontbijt te maken, bijvoorbeeld nasi of noedels. Nou nee, dat hoeft voor ons niet per se. We houden het voorlopig gewoon bij ons standaard ontbijtje.
Om 9 uur vertrekken we richting Senaru. Het is een mooie weg naar het noorden. Als we in de auto zitten, denken we weer aan vorig jaar toen we Tom en Anique op gingen halen. Halsoverkop, net voor de avond, omdat Tom ziek was. Toen was de weg net zo mooi, maar hebben we het grootste deel in het donker gereden. Dat is een stuk minder leuk en ontspannen.
Maar nu genieten we van al het moois dat we om ons heen zien.


We verwachten dat Tom en Jay rond de middag in Senaru zullen zijn. Telefooncontact blijft lastig vanaf de Rinjani, maar met een beetje geluk zijn wij er iets eerder dan de afdalers en hoeven we niet meer al te lang op ze te wachten.
Als ik onderweg nog eens op Peters telefoon de sms’jes en Facebook controleer op nieuwe berichten van Tom, schrik ik van een nieuw bericht op Facebook. Een Lombokse man die vaker bij Lombok Dive heeft gedoken, schrijft dat Pak Harfin een beroerte heeft gehad en nu in het ziekenhuis ligt.       
Meer staat er niet bij, en van hieruit kunnen we weinig doen. We overleggen later wel met Mohni of we ergens mee kunnen helpen.
Even voor 11 uur komen we aan in Senaru. Omdat we de kinderen vorig jaar ook hebben opgehaald, weten we nu direct waar we moeten zijn. Al ziet het er bij daglicht heel anders uit…
Het is hier rustig. Als we de auto aan de kant van de weg parkeren, komt iemand vragen wat we komen doen, en hij zegt er direct bij dat we hier niet op de goede plek zijn als we naar de bekende waterval willen. Dat willen we ook niet, leggen we uit. We vertellen dat we onze zoon op komen halen die straks van de Rinjani af komt. De man kijkt ons aan alsof we knettergek zijn. Nou ja, zijn we misschien ook wel.
Maar we laten onze auto toch gewoon staan waar hij staat.
We lopen naar een klein restaurantje en bestuderen de menukaart. Als na lang wachten eindelijk een mevrouw naar ons toe komt, is ook haar eerste vraag wat we hier komen doen. We kunnen wel zeggen dat we zo de Rinjani gaan beklimmen, maar dat gelooft ze vast niet, daar zijn we niet echt op gekleed.
Dus leggen we uit dat we graag iets willen drinken. Wat zou je anders in een restaurantje gaan doen? Maar voor de duidelijkheid en om de nieuwsgierigheid van mevrouw te bevredigen, leggen we ook maar uit dat we iemand op komen halen die zo van de Rinjani af komt. Dat was blijkbaar een goed antwoord, want ze gaat de keuken in om koffie en thee te maken.
Inmiddels hebben we een sms van Tom gekregen, ze zijn er bijna. Na nog een kop koffie en thee zien we ze aankomen. Moe, bezweet, smerig, maar met een big smile op hun gezicht.

Ze hebben een geweldige tocht gehad. Het uiterste topje hebben ze niet gehaald, er stond ook boven op de berg een loeiharde wind. Waarom zou je dan doorlopen als je op een iets lager punt beschut zit en net zo’n mooi zicht op de zonsopkomst hebt? Ik geef ze groot gelijk!
We vragen of iemand zin heeft in wat eten. Maar Tom heeft genoeg aan een blikje fris. Jay en de drager zijn denk ik aan het vasten, want ze slaan alles af. Jay verdwijnt snel naar een douche en als we Tom even goed hebben bekeken en geroken, vinden we dat hij dat ook maar even moet doen voor we weer in de auto stappen. Van vorig jaar kunnen we ons nog heel goed herinneren hoe de auto rook op de terugweg. Niet echt fris… In zijn tas vindt Tom nog wat schonere kleren, en even later komt hij iets frisser weer tevoorschijn.
Dan gaan we aan de terugtocht beginnen. Achterin de auto is het heel rustig. Zouden ze moe zijn??
Rond half 3 zijn we in Senggigi. We gaan voor een late lunch naar Warung Ana. Daar lijkt het weer op een peutercrèche. Tussen het het koken, opscheppen, serveren, afrekenen en afwassen door past ze op een paar kleinkinderen. Maar de kleintjes vermaken zich prima. Van een lege plastic waterflesjes en een paar elastieken heeft oma Ana sandalen gemaakt. Daar vermaken de kinderen zich wel mee.  
Het blijft leuk om te zien hoe kinderen zich hier met weinig kunnen vermaken. Kinderen die echt gekocht speelgoed hebben zie je maar weinig.
Nadat we nog een rondje langs het strand hebben gelopen gaan we terug naar Bumi Aditya. Daar ontmoeten we Boung, die een afspraak komt maken om op bezoek te gaan bij Nur , haar man Adi en haar schoonfamilie. Ze wonen in Mangsit, iets verder naar het noorden. We spreken af om morgen aan het einde van de middag mee te gaan. Het lijkt ons leuk om weer een heel ander dorp te bezoeken, en natuurlijk is het gezellig om Nur weer eens iets langer te zien.
Als Tom een beetje uitgerust is, rijden we naar Ampenan. We hebben afgesproken dat we bij Pak Umpuk en Ibu Misroh gaan eten. Een speciaal diner ter ere van Tom’s terugkomst. Maar voor we daar aankomen, wippen we snel even bij Opan en Ida naar binnen. We moeten de bibliotheek komen bekijken en we spreken ook af dat we morgenmiddag met Opan en of Ida alvast wat kinderen in Ampenan en Meninting gaan bezoeken. Vorig jaar hebben we bijna alle Impian Anak kinderen op één dag bezocht. Nu willen we het een beetje spreiden.
Als we even later bij Pak Umpuk binnenlopen, staat het eten al klaar. De Ampenanse tamtam had onze komst vast al aangekondigd. Nadat Pak Umpuk zich ervan verzekerd heeft dat het met Tom goed gaat, mogen we aanvallen. Lekkere nasi, verschillende soorten groenten, vis en, speciaal voor Tom, een groot bord saté met een heerlijk sausje erbij.    
Even later komen Pak Di, Ibu Diah, Opan en Ida ook gezellig erbij. Als de schalen en borden zijn opgeruimd, en we aan een lekkere kop limoenthee zitten, vragen we of iemand iets heeft gehoord van Pak Harfin. Ja, er zijn wel wat berichten doorgekomen, maar niemand weet wat er precies aan de hand is.
We spreken af dat we straks met Mohni zullen bellen, en dat we eventueel morgenavond wel naar het ziekenhuis kunnen rijden. Pak Umpuk zou heel graag op ziekenbezoek gaan, Pak Di ook, maar in de avonduren rijden er weinig bemo’s. Als Peter rijdt, kunnen ze meegaan. Als we vragen hoe laat normaal gesproken bezoekuur is in Lombokse ziekenhuizen, krijgen we heel veel verschillende antwoorden. Maar, wordt er al bij gezegd, als Peter of ik erbij zijn, maakt dat niet uit. Bezoek van blanken krijgt vast voorrang en mag waarschijnlijk elk moment binnenvallen. Of we met die bevoorrechte positie blij moeten zijn, weet ik ook niet.
Ondanks de bezwaren van Pak Umpuk maken we het niet laat vanavond. Tom heeft slaap. Dus nemen we om een uur of 9 al afscheid van iedereen.
Als Peter even later van het hotel uit naar Mohni belt, horen we dat Pak Harfin inderdaad een beroerte heeft gehad. Tussen maandag en woensdag was hij redelijk opgeknapt, maar woensdagochtend ging het ineens heel erg slecht met hem. Hij is toen met een vriend en met zijn vrouw naar de decompressiekamer gegaan. Daar werd echter geadviseerd om naar een ziekenhuis te gaan om een scan te laten maken. Vervolgens is hij weer naar een ander ziekenhuis gegaan, waar hij is opgenomen. Toen kregen ze zelf te horen dat Pak Harfin een beroerte had gehad.  
Na anderhalve dag in dat ziekenhuis te zijn geweest, is hij weer naar huis gegaan. Niet omdat het al beter ging, of omdat de arts dat adviseerde, maar omdat de familie de rekeningen niet meer kon betalen. In de ziekenhuizen is het vrij gebruikelijk om de medicijnen, behandelingen en onderzoeken direct of per dag af te rekenen. Ook de verpleging/verzorging/overnachtingen worden dagelijks of om de paar dagen afgerekend. Kan een patiënt niet meer betalen, dan volgt ontslag uit het ziekenhuis.
Er zijn wel mensen die een ziektekostenverzekering hebben, bijvoorbeeld via hun werkgever, maar dat zijn er niet veel. Ook zijn er mensen die recht hebben op gratis medische hulp, via een soort ‘armenbrief’. Pak Harfin had geen armenbrief en geen verzekering. Overigens is de zorg die de verzekeringen/armenbrieven vergoeden vrij beperkt.
Als Peter heeft opgelegd, overleggen we samen even wat te doen. In elk geval vinden we dat Pak Harfin de hulp moet kunnen krijgen die hij nodig heeft. We besluiten om ‘garant te staan’ voor de rekening. Of we dat via de medische pot van Impian Anak doen of zelf betalen, zien we later wel.
Peter belt Mohni terug met de vraag of hij de familie van Pak Harfin kan bellen en mee te delen dat we willen helpen. Even later belt Mohni terug. Ze zullen morgen verder bekijken wat ze gaan doen.
We hopen er maar het beste van.
We drinken nog een glaasje fris voor we naar bed gaan. Direct lekker slapen na zo’n telefoontje gaat toch niet lukken. Natuurlijk wisten we dat de medische zorg in Lombok niet zo goed geregeld is als in Nederland,  maar bij dit soort dingen sta je normaal gesproken niet stil. Dat iemand die zo dringend hulp of verzorging nodig heeft niet verder wordt geholpen in een ziekenhuis is iets wat we niet kunnen begrijpen.
De eerste jaren dat we als ‘toerist’ in Lombok kwamen, leek het leven hier zo rustig, zo vredig.
Nu we meer van het land zien, meer bij ‘gewone’ mensen thuis komen, zien we ook steeds meer de donkere kanten van het land. Armoede, ziektes, ongelijkheid, corruptie, slechte voorzieningen.

We leren elk jaar, we begrijpen elk jaar meer, maar er blijven dingen die moeilijk te accepteren zijn.

 
Vrijdag 03 augustus

In de vroege ochtend lopen we even naar Lombok Dive om te vragen of Mohni na gisteravond nog  iets heeft gehoord over Pak Harfin.
Maar alle berichten die we van de verschillende mensen horen vertellen iets anders. Wijzer worden we er in elk geval niet van.
Als we weer bij Bumi zijn, gaan we voor de variatie een keer met zijn viertjes ontbijten. Dedi en Abdul worden er helemaal blij van! Nu is het weer eenvoudig; 4 ontbijtjes, 3 thee, 1 koffie!
Na het ontbijt gaan we een stuk wandelen. Uiteraard met de nodige tussenstops onderweg.
Eén keer  voor een kop ice cappuccino. En heel vaak om een praatje te maken.
We hebben de tijd, dus laten we ons weer uitgebreid informeren over de mogelijkheden die we in Lombok hebben om de dag door te komen. Niet omdat we er zelf naar vragen, maar omdat het overal wordt verteld. Als je uit fatsoen/vriendelijkheid niet direct doorloopt, krijg je veel informatie. Zo schijnt het te zijn dat je op Lombok een waterval kunt bezoeken, of een traditioneel dorpje. Je kunt ook naar 3 hele mooie eilandjes varen, Gili’s heten die! Tjonge, zo leer je nog eens wat. Als je niet van water houdt,  kun je ook gewoon een auto met chauffeur huren die je brengt waar je maar wil.
We horen het allemaal aan en proberen daarna zelf een dagtocht aan te bieden, eventueel gecombineerd met duiken, snorkelen, overnachting in Oost Lombok. Een auto met Nederlands- en Engelstalige chauffeur hebben we ook in de aanbieding.
Als de verkopers horen dat we hier al wat jaartjes komen, en misschien wel net zoveel bezienswaardigheden hebben bezocht als de verkopers, chauffeurs en gidsen zelf, zien ze er de humor wel van in.
Veel beters hebben ze ook niet te doen om de dag door te komen. De meeste toeristen lopen met een boog om de verkopers heen.
Een tijd later komen weer bij Bumi aan, zonder iets gekocht of geboekt te hebben.

In de middag rijden we naar Ampenan. We hebben met Opan en Ida afgesproken om vanmiddag kinderen in Ampenan te bezoeken, maar hebben geen tijdstip afgesproken. Opan en Ida zien we even niet, dus lopen we door naar het huis van Pak Umpuk. We hebben hem vanochtend niet bij Lombok Dive gezien en hoorden dat hij een beetje ziek was.
Hij heeft last van zijn voet, net als een paar maanden geleden, zegt hij. Dat heb ik toen inderdaad gehoord, toen heeft hij een paar weken niet kunnen werken. Toen begreep ik dat hij gewond was aan de voet, maar we zien nu geen gekke dingen aan de voet.
Tja, we blijven bezorgd (en misschien ook lastig), dus vragen we of hij al naar een dokter is geweest, beter nu even na laten kijken en zo misschien voorkomen dat hij straks weer een paar weken niet kan werken. Want dat wil zeggen dat er ook een paar weken geen geld binnen komt bij het gezin.
Nee, nu is hij niet naar een dokter geweest, maar de laatste keer dat hij er last van had uiteindelijk wel. Wat het probleem was, weet hij niet, maar hij had toen medicijnen gekregen. Die hielpen goed, dus heeft ibu Misroh vanochtend die medicijnen weer voor hem gehaald bij de apotheek. Hij heeft maar liefst 4 verschillende soorten tabletten gekregen. We hopen maar dat dat hem snel weer op de been helpt!
Inmiddels zijn Opan en Wahyudi ook binnen gekomen. Pak Umpuk vraagt toestemming om even met hen mee te gaan bidden. O ja, het is vrijdag, dat waren we vergeten. Zelfs het luide moskeegebed is niet echt tot ons doorgedrongen. Blijkbaar beginnen we goed in te burgeren in Lombok!
Uiteraard geven we de heren toestemming om naar de moskee te gaan. Zolang wij maar niet mee hoeven. Dus lopen de mannen naar de moskee, terwijl Ibu Misroh de kamer binnen komt met een schaal vol lekkers. Hoewel, of het lekker is moet nog blijken. We hebben het nog nooit gezien, laat staan geproefd. Het zijn pakketjes ingepakt in bananenblad. Nagasari heet het.
Ibu Misroh heeft het eten net speciaal voor ons gehaald, dus kunnen we het niet weigeren.
Arme Ida, ze is inmiddels ook binnen gekomen, en van haar weten we dat ze het liefst dag en nacht door zou eten. Nu zitten wij hier te eten, en kan zij alleen maar toekijken. Na zonsondergang moet ze de schade dan maar inhalen.
We vouwen een pakketje open en gaan proeven en gokken wat we eten. Er zit in elk geval banaan in. Die wordt omringd door een soort stevige zoete pap. Best wel lekker!
Uiteraard wil ik graag weten wat we nu precies aan het eten zijn en hoe het wordt gemaakt. We komen een heel eind, ondanks dat de dames alleen Sasak en Indonesisch spreken. Wat eten en ingrediënten betreft, heb ik soms het idee dat ik meer Bahasa Indonesia spreek dan de mensen hier. Voor alles hebben ze eigen Sasak taal, terwijl ik van veel dingen ook wel de Indonesische termen ken, ook omdat die in Nederland gewoon worden gebruikt, bij gebrek aan Nederlandse woorden voor alle vreemde zaken die je hier krijgt.
Maar Peter is nog slimmer, hij googlet  even op zijn telefoon en leest het recept zo voor. Ibu Misroh en Ida begrijpen er niks van. Er worden verschillende andere recepten genoemd, die ook zo op het scherm verschijnen. Soms zelfs met filmpjes zodat je kunt zien hoe het bereid moet worden.
Nu we het toch over recepten hebben, denken we er weer aan dat we een keer samen kue klepon zouden maken. Ik maak het geregeld in Nederland, Ida vindt het lekker, maar heeft het zelf nooit gemaakt.
Dus spreken we af dat we dat morgenmiddag samen gaan koken. Ik leer Ida klepon maken, zij leert mij hoe je nagasari maakt. Leuk! We maken een boodschappenlijstje met ingrediënten voor de Klepon. Ida zorgt dan voor de inkopen.

Als de mannen terugkomen uit de moskee, stelt Peter voor om even naar Pak Harfin te gaan, de beste manier om een beeld te krijgen hoe de situatie is, is toch door zelf een kijkje te gaan nemen.
Pak Umpuk gaat heel graag met Peter mee, en hij weet de weg, dat komt goed uit. Om met de hele familie bij Pak Harfin binnen te vallen, lijkt me geen goed idee, zeker niet omdat we niet weten hoe de situatie is.
Omdat we met Opan kinderen in Ampenan zouden gaan bezoeken, stel ik voor dat Anique, Opan en ik nu alvast wat kinderen gaan bezoeken, als Peter terug is, kan hij zich bij ons aansluiten.
Uit ervaring weten we dat de bezoekjes best wel lang kunnen duren, en we hebben hier veel bezoekjes af te leggen. Als Opan  een beetje twijfelachtig kijkt, vraag ik of hij andere plannen heeft, of hij misschien thuis moet zijn in verband met de playstation verhuur. Nee, daar zorgt Ida vanmiddag voor, hij kan wel met ons meegaan, zegt hij. Maar echt overtuigd klinkt hij niet.

Even later gaan we op pad. Eerst naar het huis van Melani. Daar zijn we nog nooit geweest, vorig jaar hebben we haar alleen ontmoet bij de ouders van Ida. Ze zit nu in het laatste jaar van de basisschool. Melani is een rustig meisje, maar haar moeder kwebbelt er vrolijk op los. Mijn Indonesisch is weer veel te beperkt om alles te kunnen volgen.  Maar Opan vertaalt veel voor ons. Ook geeft hij overal zijn en Ida’s visitekaartje, voor het geval de mensen iets nodig hebben. Hier in Ampenan weet iedereen hun wel te vinden, maar we doen het maar allemaal officieel. Wij overhandigen Melani ook nog de foto van het uitstapje naar Benang Stokel. Melani is mede in ons project gekomen omdat ze veel gezondheidsproblemen heeft. Ze heeft heel veel last van huiduitslag. In de loop van het afgelopen jaar heb ik van Opan begrepen dat Melani goede medicijnen had gekregen, en dat de problemen waren verholpen.
Maar als ik haar nu bekijk, betwijfel ik dat. Als ik vraag hoe het gaat, zegt moeder inderdaad dat het slecht gaat. Nadat de zalf op was, kwam de uitslag terug. Ik vraag wat de dokter daar van heeft gezegd. Maar ze zijn daarna niet meer terug geweest, omdat het, ondanks de zalf, toch niet over was gegaan en ze het zonde vonden om zoveel geld uit te geven voor iets wat maar kort werkt. Blijkbaar was het bezoek aan de dokter vrij duur. De kosten van de zalf vielen wel mee. Ik vraag of ze de bijsluiter van de zalf nog hebben. Misschien staat er wel op of die zalf langere tijd gebruikt moet worden. Maar zoals hier gebruikelijk is, worden er nooit bijsluiters gegeven. Blijkbaar dus ook niet bij zalf.
Pillen worden geleverd in folieverpakking, waar alleen de naam en fabrikant van het medicijn op staan.
De arts of apotheker doet die verpakking in een plastic zakje waar op wordt geschreven hoe vaak per dag je hoeveel pilletjes moet nemen. Verdere informatie wordt zelden gegeven, en door de patiënten waarschijnlijk ook zelden gevraagd.  
Ik leg uit dat het verstandig is om toch nog een keer naar een dokter te gaan, en dat ze altijd bij Opan aan kunnen kloppen voor een bijdrage in de medische kosten. Misschien moet Melani de zalf wel langere tijd gebruiken, of zelfs altijd blijven gebruiken. Als ze dan de verpakking bewaren, kunnen ze later misschien gewoon bij de apotheek een nieuwe halen, zonder eerst naar de dokter te gaan.
In elk geval lijkt het me goed om dat even na te vragen, het zal het leven van het kind een stuk aangenamer maken, lijkt me, want nu krabt ze vaak haar hele huid kapot.
Als Anique een paar foto’s heeft gemaakt, gaan we weer verder. Nog heel veel kindjes te gaan.

We lopen naar het huis van Indriani, maar daar zien we niemand. Een buurvrouw weet te vertellen dat ze niet thuis zijn. Een tante van Indriani, die zelf ook nog jonge kinderen had, is een paar maanden geleden gestorven. De moeder van Indriani is daar nu vaak in huis, samen met haar eigen kinderen.
Dan lopen we naar Andi. Hij is thuis, maar ligt te slapen. Zijn moeder maakt hem wakker, ondanks dat we zeggen dat we later wel een keer terug komen. Als hij zijn haren netjes gekamd heeft, mag hij poseren voor een foto. Net als elke jongen van die leeftijd vindt hij dat geweldig…niet dus, maar Anique maakt toch een foto. Ja, je moet er wat voor over hebben om Impian Anak kind te zijn. En omdat hij Impian Anak  kind is, krijgt hij nu 90.000 rupiah van ons. Omdat hij 10 boeken (ongeveer € 0,75 per stuk) heeft moeten kopen voor het nieuwe schooljaar. Hij gaat nu naar de 2e klas van de middelbare school, SMP. Opan heeft het kasgeld niet bij zich, maar ik betaal het even uit mijn eigen portemonnee, dat verreken ik straks wel weer met Opan.
Daarna lopen we verder. Op naar Sara. Ook zij heeft 10 boeken van 9.000 rupiah per stuk moeten kopen.
Handig, die rekening komen we straks bij andere middelbare scholieren vast nog vaker tegen. Maar mijn geld is nu ook op…dus kan ze het geld later in de middag ophalen bij Opan en Ida.
Dan staat Hanafi als volgende op mijn lijstje. Opan staat een beetje te dralen. Hij weet niet precies waar Hanafi woont, geeft hij schoorvoetend toe. Anique en ik schieten in de lach. Opan is hoognodig toe aan een Tomtom, hij heeft hetzelfde richtingsgevoel en geheugen voor wegen en routes als ik heb. Heel slecht dus. Maar we betwijfelen of een Tomtom hier in de smalle steegjes in Ampenan goed zal werken.
We lopen even terug naar ibu Diah. Pak Di onderhoudt altijd het contact met Hanafi en zijn ouders.
Ibu Diah weet vast waar we moeten zijn. Ibu staat zelf in de winkel, maar ze stuurt hun dochter Sanita met ons mee.     
Arme Opan, morgen weet heel Ampenan dat hij hier in zijn eigen buurt, Pondok Perasi, de weg nog niet weet. Daar zorgt Sanita wel voor!
Ze brengt ons netjes naar het huisje van Hanafi en zijn familie.
Hanafi is één van onze zorgenkindjes. Hij is 12 jaar, maar erg klein en mager voor zijn leeftijd. Hoewel ik vond dat hij er tijdens het uitstapje naar Benang Stokel vrolijk en levendig uitzag. Gelukkig maar, want de indruk die ik nu krijg is helemaal niet goed. Hanafi ligt buiten op de berugak te slapen. Als we er aan komen, probeert zijn moeder hem wakker te maken. We zeggen dat hij best door kan slapen, we komen een andere keer wel terug (als Opan dan de weg nog weet, voegt Sanita er aan toe…).
Moeder doet toch haar best om het jochie wakker te krijgen, maar veel succes heeft ze niet.
Ik hoop dat het door de slaap komt, dat we net op het verkeerde moment zijn gekomen, maar hij ziet er belabberd uit. Opan legt de ouders nog een keer uit dat ze altijd bij hem terecht kunnen als ze iets nodig hebben voor school, of als ze medische hulp nodig hebben voor Hanafi. Afgelopen jaar hebben ze, via Pak Di, een paar keer om hulp gevraagd. Nu geeft Opan ook zijn eigen en Ida’s visitekaartje af. Daar staat hun e-mailadres en mobiele telefoonnummer op. De kans dat ze hier telefoon, een computer of internet hebben, is minimaal. Maar er staan ook foto’s op van Opan en Ida. Dan weten ze altijd bij wie ze moeten zijn als er iets is.

Als we weer verder lopen, vraag ik Opan wat hij denkt over de situatie van Hanafi. Naar mijn idee is dit gezin wel één van de armste gezinnen in het project. En Hanafi zag er net zo ‘wazig’ uit. Volgens Opan zal dat ook wel met de vastenmaand te maken hebben. Omdat de ouders niet eten overdag, zal er ook niemand iets klaarmaken voor de kinderen, denkt hij. Een kind van 12 jaar hoeft niet per se mee te vasten, al helemaal niet als het voor de gezondheid beter zou zijn om dat niet te doen.
Maar je hoort hier vaak ouders heel trots vertellen dat hun ‘Jantje’ of ‘Elsje’ al heel jong is begonnen met vasten. Ook jonge kinderen worden zo gestimuleerd om zo snel mogelijk te beginnen met vasten.
Ik besef dat het hier, ook in deze lastige gevallen, onmogelijk zal zijn om iets ter discussie te stellen wat te maken heeft met het geloof. Gelukkig is het maar 1 maand per jaar Bulan Puasa…
We komen deze vakantie zeker nog een keer terug bij Hanafi en zijn familie, we hopen hem dan in een betere conditie aan te treffen.

Dan lopen we verder naar Samsul. Samsul ziet er veel beter uit dan Hanafi. Ook zijn moeder, die we voorheen niet hebben ontmoet, is een ‘gezellige dikkerd’. Ze kwebbelt er op los, terwijl Samsul druk is met de foto’s van het uitstapje die we bij ons hebben. Iedereen moet zien waar hij staat en hoe mooi de bus was waarmee we naar Benang Stokel zijn gegaan.
De moeder van Wijaya, die een paar steegjes verderop woont, komt langs en ziet ons. Ze vraagt of we ook nog bij haar langs komen. Natuurlijk, zij zijn het volgende adres op de route. Dan holt ze alvast vooruit om Wijaya wakker te maken, zegt ze, want die is net bezig aan zijn middagdutje.
We zeggen dat ze hem best kan laten slapen, dat we wel een andere keer komen, zeker met de slaperige Hanafi van net in onze gedachten. Maar daar wil moeder niets van horen, als we komen, moet Wijaya maar wakker worden.
Als Opan, Anique en ik achter haar aan lopen, vertelt Opan iets, wat hij beter een uurtje eerder had kunnen vertellen.
Dit tijdstip van de dag is in de vastenmaand het meest ongelukkige moment van de dag om bij mensen op visite te gaan. Mensen die thuis zijn, die niet werken, proberen de warme middaguren zoveel mogelijk binnenshuis, slapend en rustend, door te komen. En op vrijdagmiddag, na het grote gebed, zijn de meeste mensen dus thuis.
Nu begrijp ik waarom Opan voor we vertrokken een beetje twijfelend instemde om alvast te beginnen aan de ronde langs de kinderen. Ik vraag waarom hij dat niet eerder had verteld. Dan hadden we de bezoekjes een uur of wat uitgesteld, dat was helemaal geen probleem geweest.
Maar, zegt Opan,  het was ons voorstel, hij wilde ons niet tegenspreken of teleurstellen.
Daarom komen we nu dus steeds bij hangerige en slapende kinderen uit.
Ik vraag Opan plechtig of hij het de volgende keer gewoon eerlijk wil zeggen als ik een ‘dom’ voorstel doe. Wij kennen de cultuur en gebruiken hier niet.
Al denken we soms dat we Lombok beter gaan begrijpen, er zijn nog zoveel dingen die we moeten leren, we zijn er wat dat betreft nog lang niet. Hoe vaker we in Lombok komen, hoe meer we gaan beseffen dat we de mensen en hun cultuur nooit helemaal zullen doorgronden.
Opan belooft ons in de toekomst indien nodig te corrigeren, maar hem kennende zal dat erg moeilijk zijn.
Als we bij het huis aankomen waar Wijaya en zijn moeder wonen, samen met de ouders van de moeder, horen we luid geschreeuw uit het huisje komen. Een boze mannenstem en een huilend kind.
De moeder van Wijaya staat vertwijfeld in de deuropening. Een boze opa probeert Wijaya zo te horen hardhandig wakker en naar buiten te krijgen omdat hij ons moet komen begroeten. Opan praat kort met de moeder, en voor Anique en ik goed en wel begrijpen wat er aan de hand is, neemt Opan ons mee, weg van het huis.
Ook dit is Lombok. Niet alle opa’s zijn aardige kindvriendelijke mannetjes.  
Opan verontschuldigt zich voor het gedrag van de man, maar hij kan er ook niks aan doen. Weer voel ik me rot omdat we Opans twijfels om de bezoekjes nu af te gaan leggen, niet goed hebben aangevoeld. Maar ja, dit veranderen we niet meer.
Ik vraag Opan of het wel verstandig is om de ronde verder af te maken. Als we samen snel de lijst doorkijken van kinderen waar we nog naar toe willen, zegt Opan dat hij daar geen problemen verwacht.
Laten we het hopen.
Als we bij het huis van Nurfadila, een nieuw meisje in het project, aankomen, worden we begroet door een hele groep oude dames. Nurfadila woont samen met haar moeder en zusje bij opa en oma in huis.
Ze gaat net naar de eerste klas van de basisschool. Verlegen kruipt ze tegen haar moeder aan als we binnen zitten. Normaal gesproken staan er altijd heel veel kinderen in de deuropening te kijken als we ergens binnen zitten. Nu staan er allemaal oude vrouwtjes te kijken.  Als we even later weer naar buiten lopen, raak ik in gesprek met een van de dametjes. Ze vraagt waar we vandaan komen, waar we logeren in Lombok, hoeveel kinderen ik heb, de standaard vragen. Als ze alles van me weet, wil ze heel graag nog op de foto. Het is een prachtig plaatje geworden!


Dan lopen we verder naar de weg evenwijdig aan het strand. Het is nog steeds rustig op straat. Wel wordt er links en rechts druk gewerkt, meestal door vrouwen, om de visvangst van vanochtend weg te werken. Vis wordt schoongemaakt, gezouten, gekookt. Het is een hele bedrijvigheid hier in Pondok Perasi.
Het volgende kind dat we gaan bezoeken is Irfan Hakiki. Hij zit al langer in het project, maar we hebben hem nog nooit thuis bezocht omdat we hem altijd al ergens op straat of bij andere kinderen tegenkwamen. Maar nu zoeken we hem thuis op. Beter gezegd bij zijn opa en oma, waar hij woont.
Ze wonen in een huis dat op het strand staat. De vader van Irfan is ‘uit beeld’, hij bemoeit zich niet met het jongetje. De moeder van Irfan werkt al bijna 3 jaar in Saudi Arabië als huishoudster.  
Irfan is nu bijna 8 jaar. In de jaren dat zijn moeder weg is, zal hij flink veranderd zijn. Zal zijn moeder hem nog wel herkennen als ze terug komt? Oma vertelt dat ze hopen dat moeder over 3 maanden weer naar Lombok komt. Ik hoop het voor iedereen. Het moet verschrikkelijk zijn om je kind niet te zien opgroeien.  
Opa en oma hebben zelf 8 kinderen, 4 zoons, 4 dochters. Als ik het goed begrijp, is de moeder van Irfan één van de jongsten. Er lopen verschillende tieners rond, waarschijnlijk hun oudere kleinkinderen.
Irfan komt hier zo te zien niets tekort. Opa en oma zorgen goed voor hem. Het zijn erg hartelijke en vriendelijke mensen.
Irfan was het laatste kind dat we in Ampenan-Pondok Perasi wilden bezoeken. Er wonen nog 2 kinderen in Meninting, een stukje verder naar het noorden. Opan stelt voor om er naar toe te lopen, als we tenminste niet te moe zijn. We vinden het prima, zo ver is het niet.


Terwijl we onderweg zijn, belt Peter. Hij klinkt moe en moedeloos. Hoe de situatie precies is, weet ik niet, maar ze zijn nu met Pak Harfin weer in het ziekenhuis. Ze zijn op de eerste hulp en wachten tot Pak Harfin weer opgenomen wordt in het ziekenhuis. Voorlopig komen ze dus nog niet terug.
We overleggen even wat te doen, tegen het eind van de middag zouden we met Boung en Sareah naar dochter Nur en schoonzoon Adi gaan, in Mangsit. Zoals het er nu naar uitziet, gaan we dat niet redden.
We besluiten de afspraak af te zeggen. Beter nu dan op het laatste moment. Anique belt Tom, die nog in Loco is. Hij kan even bij Boung en Sareah langsgaan.
Later op de avond zouden we ook nog bij Adam in zijn Holland House gaan kijken. Die afspraak laten we wel staan. Dat zou nog kunnen lukken.
Het is een erg warme middag. Ik geef alle mensen die nu hun middagdutje doen groot gelijk.
Maar wij lopen vrolijk verder over de droge en stoffige weg. Zelfs vanaf de zee komt geen zuchtje wind. We komen langs de begraafplaats en de vuilnisbelt. Als we in Meninting aankomen, worden er direct matjes neergelegd waar we op kunnen zitten. We krijgen drinken aangeboden van de oma van Sunardi, maar hoeveel zin we ook hebben in een slokje water of thee, we weigeren beleefd. We wachten wel tot buka puasa (of tot we ergens ‘uit het zicht’ zijn…).
Sunardi en Rohida zijn al wat minder verlegen dan vorig jaar. Vooral Sunardi had vorig jaar veel moeite met al onze aandacht. Het lukte maar niet om hem vrolijk op een foto te krijgen. Nu gaat het beter.
Het is altijd gezellig hier. De mensen wonen prachtig aan het strand, op een rustig plekje.

De ouders en oma van Sunardi runnen hier nu een mini-winkeltje. Fijn om te zien hoe mensen toch proberen om op allerlei manieren een extraatje te verdienen.
Als we wat foto’s en kleinigheidjes hebben uitgedeeld aan de aanwezige kinderen, lopen we weer terug naar Ampenan. Peter en Pak Umpuk zijn nog niet in aantocht. Ida was moe en is even gaan liggen, terwijl er bij hun in huis druk wordt gespeeld op de playstation. Ik kan me niet voorstellen dat ze met deze herrie veel uitrust, maar misschien went het.
Opan vindt dat we na alle bezoeken wel iets lekkers hebben verdiend en biedt aan soep voor ons te maken. Dat hoeft niet, zeggen we. Maar een kopje thee slaan we niet af. Zeker niet nu we hier rustig binnen zitten en ‘stiekem’ kunnen drinken.

Even later komen Pak Umpuk en Peter terug. Ze zijn allebei erg aangeslagen. Bij Pak Harfin hadden ze een vreselijk tafereel aangetroffen. Pak Harfin lag op een bed. Zijn vrouw Ibu Wita en hun 4 kinderen zaten er omheen. Pak Harfin kon de helft van zijn lichaam niet bewegen en kon helemaal niet praten. Ibu Wita was absoluut niet in staat om voor hem te zorgen. Pak Harfin is een stevige man, Ibu Wita een tengere, zwangere vrouw. Zelfs Pak Harfin laten drinken lukte niet. Tot overmaat van ramp waren de jongste 2 kinderen flink ziek.
Nadat Pak Umpuk en Peter de situatie even hebben aangekeken en overlegd met Ibu Wita, hebben ze besloten toch weer naar het ziekenhuis te gaan, waaruit Pak Harfin eerder wegens geldgebrek was ontslagen. Voorlopig zullen wij garant staan voor de betalingen.
Met veel pijn en moeite hebben Pak Umpuk en Peter Pak Harfin in de auto gekregen. Ibu Wita en 2 kinderen zijn meegereden. De andere kinderen zouden later volgen met een studente die bij hun in huis een kamer huurt.

Ze zijn naar een middenklasse ziekenhuis gegaan. Vorig jaar zijn we met Tom een keer in een ander ziekenhuis geweest, een ziekenhuis dat toen bekend stond als het beste cq duurste ziekenhuis in Mataram. We zijn er toen keurig geholpen, en de dokterskosten van het bezoek vielen reuze mee.  Inmiddels is er trouwens een spiksplinternieuw ziekenhuis in Mataram, dat schijnt vreselijk duur te zijn.  Overigens is het merkwaardig dat in een plaats als Mataram zoveel verschillende ziekenhuizen zijn. Ook is het moeilijk te achterhalen wat precies de verschillen zijn. Iedereen heeft wilde verhalen over de prijzen, kwaliteit en wat nog meer. Maar die informatie is allemaal ‘van horen zeggen’.  Dat maakt het moeilijk om een beeld te krijgen van hoe het allemaal werkt hier.
In het ziekenhuis aangekomen zijn ze met Pak Harfin naar de Eerste hulp gegaan. Daar werden ze netjes opgevangen.
Nadat alle administratieve zaken waren geregeld, is Pak Harfin naar een verpleegafdeling gebracht.
Wat betreft de opname was er keuze uit 3 verschillende klassen. Ze hebben gekozen voor de middelste klasse. Het verschil zou overigens alleen zitten in de luxe van de kamer, niet in de kwaliteit van de zorg.
Peters eerste indruk van het ziekenhuis, op de Eerste hulp, was erg positief. Alles zag er keurig netjes uit, ze werden goed opgevangen door het personeel, niet veel anders dan je in Nederland zou verwachten.
De verpleegafdeling viel erg tegen. Rommelig, chaotisch. Al kwam dat ook door de vele mensen die er zitten. Familie blijft de hele dag bij de patiënt. Toen Peter en Pak Umpuk weer vertrokken, had Ibu Wita zich met haar 4 kinderen al geïnstalleerd op een matje achter het bed va Pak Harfin, zodat ze haar man kan verzorgen. Als dat bij alle patiënten op een zaaltje zo is, oogt het geheel natuurlijk erg rommelig. 
Maar in elk geval is Pak Harfin voorlopig weer even in goede handen, hopen we tenminste.

Als Peter ook zijn kop thee op heeft, vertrekken we weer. Maar goed dat we de afspraak met Boung hebben afgezegd, dat hadden we echt niet meer gehaald. Maar als we in straks snel ergens een hapje eten, komen we nog op tijd bij Adam en Moon.
We kiezen in Senggigi een restaurantje waar het niet te druk is. De keuze is heel ruim. Hoewel het de laatste dagen wel wat drukker is geworden, zitten de restaurants nog niet bepaald vol.
Na het eten gaan we op pad naar Kampung Senggigi. We lopen de lange nieuwe weg af, langs de rivier. Met zaklampje, ik heb geleerd, vorig jaar ben ik hier gestruikeld over een stuk touw. Straatverlichting is hier nog niet uitgevonden. Misschien hebben alle Lombokse mensen wel nacht ogen (of ze rijden op een motor met verlichting, of ze komen in het donker niet meer buiten...).
We komen veilig aan bij het huis van de schoonouders van Adam. Het nieuwe huis van Adam en Moon ligt achter dit huis en is vanaf het pad niet te zien (in het donker in elk geval niet).
Als we naar achteren lopen (weer over het smalle balkbruggetje…ik haat die dingen) worden we even helemaal stil. Vorig jaar was het huis nog erg in aanbouw. Nu is het nog steeds niet klaar, maar het ziet er al heel anders uit dan een aar geleden. Toen Adam een paar dagen geleden lachend zei dat hij het mooiste huis van Kampung Senggigi zou krijgen, heeft hij niet overdreven.
Tjonge, wat een paleisje! Alles ziet er even netjes en mooi uit. Keurig afgewerkt, met mooie en degelijke materialen. Overal is over nagedacht.
En dat hebben ze allemaal verdiend met keihard werken, en natuurlijk een flinke dosis geluk met alle vaste Nederlandse klanten. Maar eerlijk is eerlijk, als hij niet zo’n nette zakenman (in handgemaakte souvenirs) was, zouden die klanten al lang afgehaakt zijn.
We zijn echt onder de indruk, en Adam en Moon staan er bij te stralen. De vloeren binnen zitten er nog niet in, dus gaan we buiten zitten. Terwijl Moon wat lekkers voor ons haalt, vertelt Adam wat de verdere plannen zijn met het huis. Hij laat vol trots de materialen zien waarmee het huis nog verder wordt afgewerkt. Ze verwachten in de loop van dit jaar nog in het huis te gaan wonen. En voor volgend jaar zijn we alvast uitgenodigd om binnen in huis te komen eten. Nu mogen we lekker buiten op het terrasje zitten, ook niet verkeerd. Moon komt ons verblijden met thee, stevige kommen vol kolak (slimme Tom is niet meegegaan, die zag dit vast al aankomen), een schaal banaantjes en lekkere rempejek.

We hebben nog een klein Hollands souvenirtje meegebracht voor het Holland House. Een rode tulp, wel nep, maar dan blijft hij des te langer mooi.
Als we de thee en kolak op hebben nemen we afscheid van Adam en Moon en wandelen we terug.
We verzekeren Adam ervan dat we echt de weg terug wel vinden en dat hij niet mee terug hoeft te lopen naar Senggigi.
Na een stevige donkere wandeling komen we weer aan bij Lombok Dive. Daar treffen we Mohni en Tom aan, druk bezig met vullen van de tanks voor de duikers van morgen.
Sofi zit met de jongste dochter te wachten tot Mohni klaar is. Maar het gaat nog wel een tijd duren. Meestal vult Mohni ’s avonds tanks tot hij te moe wordt, de rest doet hij dan héél vroeg in de ochtend. Bij de rest van zijn werkzaamheden, duiken, verkopen, zijn bedrijfje leiden, lijkt het ons een slopende taak. Maar tot nu toe heeft hij niemand gevonden aan wie hij dit werk durft over te laten. Wij hebben wel iemand in gedachten die we dit werk zouden toevertrouwen, maar daar willen we nog even over nadenken. Maar dat het zo niet langer door kan gaan, is ons wel duidelijk. Zeker niet in het hoogseizoen.
Wij lopen terug naar Loco. Het was een zware dag, maar we willen nog één bezoekje afleggen.
Herman, de vrolijke security man van Graha, heeft ons al heel vaak gevraagd wat te komen drinken. En we weten dat hij nu thuis is. Dus lopen we daar even naar toe. We maken direct kennis met zijn hele familie, broer, zus, vader en nog veel meer mensen. Het is er een gezellige boel. Zeker als na 11 uur er nog meer Graha personeel langs komt, dat net uit de avonddienst komt. We logeren al jaren niet meer bij Graha, maar de meesten kennen ons wel. Vast omdat we er ongeveer 10 keer per dag langslopen…
Na 3 koppen thee houden we het voor gezien. We zijn moe, van de warmte, de drukte, maar vooral van alle indrukken van vandaag. En dat noemen ze vakantie?!

 
Zaterdag 04 augustus

Het is waar, ik begin echt Lomboks bloed te krijgen! Als we aan het ontbijt zitten, bij een temperatuur waarvan je in Nederland zou zeggen ‘de mussen vallen van het dak’, vind ik het een beetje fris en sla lekker een sjaal om. De echte Lombokkers lopen hier nu met een jas aan, sommigen zelfs met een muts, maar ik kom toch al een beetje in de buurt.
Zoals elke ochtend zijn de bouwvakkers al druk bezig met de nieuwbouw bij Bumi Aditya.
Ook Wawan, de man van Ani, schoonzoon van Boung en Sareah, werkt hier. Het is een serieuze nette jongen, tenminste, die indruk hebben we.
Zoals ik eerder al schreef, kan Lombok Dive nog wel een goede kracht gebruiken om ’s avonds de tanks te vullen. Geen zwaar werk, maar je moet wel even opletten en het kost veel tijd, voornamelijk wachttijd. Het lijkt ons wel een baantje voor Wawan. Zo kan hij, naast het werk wat hij in de bouw doet, in de avonduren vrij gemakkelijk wat bijverdienen.  We hebben bij schoonvader Boung gepolst wat hij er van denkt, en hij ziet het wel zitten. Boung heeft het er met Wawan over gehad, die ziet het ook zitten.
Dus gaan wij het zo met Mohni overleggen.
Ook erg Lomboks trouwens, eerst overal voorzichtig informeren voor je iets rechtstreeks vraagt.


We gaan richting kantoor omdat Tom vandaag een dag gaat duiken.
Als we Mohni ons idee voorleggen, lijkt hij enthousiast. Wawan kent hij niet, maar Ani en Boung wel, en dat zijn volgens hem serieuze goede mensen. Dan zal het met Wawan ook wel goed zitten.
We vermelden er wel duidelijk bij dat hij zelf de beslissing moet nemen. We kennen de familie van Wawan, maar dat moet voor Mohni geen reden zijn om de jongen aan te nemen.
Ons gaat het er vooral om dat Mohni zelf veel te veel tijd kwijt is met het vullen van de tanks. De afgelopen weken heeft hij nauwelijks tijd gehad om te slapen, laat staan om eens gewoon een avond thuis te zijn bij zijn gezin.
Mohni stelt voor dat Wawan aan het eind van de middag maar even langs moet komen om kennis te maken en wat dingen door te spreken. Dat lijkt ons een goed idee.
Als de duikers weg zijn lopen we een rondje Senggigi. Bij Coco Loco rusten we uit onder het genot van een ice lemon tea. Daarna hobbelen we terug naar kampung Loco. Daar vertellen we Boung dat Wawan tegen de avond mag komen solliciteren. Boung is dolblij. Maar, hij vraagt ons wel om Wawan als ieder ander te laten werken, geen voorkeursbehandeling te geven. Voldoet hij niet, dan houdt het op. Vrienden of niet.
We verzekeren hem dat dat wel goed komt. Wij hebben helemaal niks te vertellen over Lombok Dive, al schijnen hier heel veel mensen te denken van wel. Als Wawan de baan krijgt, werkt hij gewoon voor Mohni, niet voor ons. En wij hebben Mohni al gezegd dat onze vriendschap met de familie van Wawan los staat van de baan.
We zien dit ‘koppelen’ als iets waar 2 partijen beter van worden. Mohni kan wat van zijn taken afstoten, Wawan krijgt een leuke baan, en kan een extraatje bijverdienen voor zijn jonge gezinnetje. Verder moeten ze het samen maar uitzoeken.   
Rond de middag bestellen we oteh-oteh bij Berry Cafe, erg lekker, maar veel te veel. Maakt niet uit, wat we niet op kunnen, wordt netjes in een plastic bakje gedaan voor later. We krijgen zelfs nog een apart bakje met chilisaus erbij.
Om 3 uur zijn we in Ampenan. Daar zit Ida ons al op te wachten. De ‘keuken’ is tijdelijk verhuisd naar de woonkamer. Hoewel keuken…het kookpitje staat nu in de kamer. En er staan wat kommen, borden, pannetjes en ingrediënten klaar. Opan is thuis, maar staat klaar om even naar school te gaan. Peter past zich prima aan aan de Lombokse cultuur en gaat Pak Di gezelschap houden. Mannen en helpen in de keuken, nee dat gaat in Lombok zelden goed.
Dus blijven Anique, Ida en ik over. Ida heeft inkopen gedaan en we beginnen met het bereiden van klepon. Groene ‘kleefrijstmeelballetjes’, gevuld met palmsuiker. Uiteraard hier klaargemaakt met verse santen en, om het helemaal lekker te maken, omhuld met vers geraspte kokos.
Maar het is een heel  karwei om alle balletjes te maken, vullen en koken. Voor we daarmee klaar zijn is Opan al weer terug. Dat komt goed uit. Ik strik Opan om mee te helpen. Hij beweert altijd dat hij Ida goed helpt in huis, dus dat kan hij nu bewijzen. Even later is hij druk aan het raspen, koken en schoonmaken. Ida had niet helemaal goed ingeschat hoeveel kokosrasp er nodig zou zijn. We zitten dus al snel zonder. Maar dat is geen probleem, het winkeltje van Pak Di en Ibu Diah zit om de hoek. We bellen Peter met de vraag of hij een kokosnoot kan kopen en brengen.  De slimmerik doet dat netjes, maar stuurt Sanita om de kokosnoot te bezorgen. Zo kunnen we hem in elk geval niet vragen om te helpen.
Geen probleem, Sanita moet ook leren koken vinden we, en vanavond gaan we met de drie gezinnen uit Ampenan eten op het strand. Sanita is uiteraard ook uitgenodigd, en mag nu dus even meehelpen.


Ida vindt het helemaal geweldig dat ze nu ook weet hoe klepon wordt gemaakt. Ida is een echte lekkerbek, en probeert graag dingen uit. En dingen zelf maken is toch altijd goedkoper dan kant en klaar kopen.
Als alle klepon klaar is, moet er nog nagasari gemaakt worden.
Dat is iets minder arbeidsintensief. Anique en ik storten ons op het schoonmaken en snijden van de banaantjes. Ida kookt een papje. De pap en bananen worden op een stuk bananenblad gelegd en strak opgevouwen. Het duurt even voor Anique en ik het vouwen goed onder de knie hebben. Deze manier van bereiden zijn we niet gewend in de Nederlandse keuken. Daarna worden de pakketjes gestoomd.
Alles wat klaar is wordt netjes op bananenbladen en schalen gelegd. Het ziet er prima uit.
Proeven is een beetje lastig, het is nog steeds Bulan Puasa. Overdag niet eten dus. Anique en ik passen ons aan aan Opan en Ida.
Maar er komt proefhulp. Peter komt kijken hoe het ermee staat.  En hij slaat een kleponnetje nooit af. Naar zijn idee zit er te weinig suiker in. Maar de kakelverse kokos maakt veel goed. De hoeveelheid suiker is altijd een probleem, vind ik. Is het klontje suiker wat je erin stopt te groot, dan smelt het niet. Is het te klein, dan is het niet zoet genoeg. Kook je de klepon langer om de suiker beter te laten smelten, dan wordt het omhulsel taai. Lastig, Indonesisch koken!
Maar we verzinnen wel een oplossing voor het ‘probleem’. We proberen straks nog ergens een fles vloeibare palmsuiker te kopen, dan kunnen we de klepon even dippen voor het eten.
We vragen hoe het staat met de verdere voorbereidingen voor vanavond. Het is de bedoeling dat we met zijn allen op het strand gaan barbecueen. Pak Di en Pak Umpuk hebben al gezorgd voor verse vis. Pak Umpuk, die nu is duiken, heeft al zijn speciale marinade gemaakt voor de vis (soms gaat koken en mannen wel samen in Lombok...).
Ida zegt dat Ibu Misroh, Ibu Diah en zij verder al alles hebben geregeld. We hoeven niets meer te maken of kopen. Dat is gemakkelijk.
Dan laten de boel de boel en gaan we snel naar Senggigi. Bij Yunas supermarket gaan we op zoek naar een fles vloeibare zoetigheid. Dat valt tegen. Het enige wat we zien is een pot honing en een knijpfles caramelsaus, voor op toetjes. Die laatste nemen we dan maar, dat lijkt ons iets handiger op het strand.
We rijden door naar Loco waar we snel even opfrissen en Tom ophalen. Even voor 6 uur zijn we klaar.
Als we even bij Lombok Dive binnenwippen, zien we dat Wawan in gesprek is met Mohni.
Blijkbaar gaat het goed, want we horen dat Wawan morgenavond gaat beginnen met zijn nieuwe baan.  
Pak Umpuk is ook nog op kantoor. We zijn toch op weg naar Ampenan, dus kan hij met ons meerijden. Rond deze tijd is het erg moeilijk om een bemo naar Ampenan te vinden. En het is voor de mensen die vasten een ware nachtmerrie om op het moment dat ze eindelijk weer mogen eten nog ergens onderweg te zijn.
Als we nu vertrekken zijn we net voor buka Puasa in Ampenan. Maar Pak Umpuk loopt nog wat op en neer door het kantoor. We willen hem niet haasten, maar eigenlijk zit in Ampenan wel iedereen op ons te wachten. Rond 10 over 6 zien we Pak Umpuk met een kop koffie lopen.  Die wordt vast niet opgedronken voor het sein buka Puasa is gegeven. Dus wachten we maar rustig af.
Van Opan krijgen we een sms met de vraag of we er al bijna zijn. Nee, sorry, nog niet, het zal wel half 7 worden. Als het Buka Puasa is, en Pak Umpuks koffie op is, vragen we of hij meegaat. Ja, zegt hij, als jullie ook klaar zijn. Wij zijn al lang klaar. Dan blijkt dat hij op ons zat te wachten. Tja, misverstand…
Snel stappen we in de auto en rijden naar Ampenan.
Het is de bedoeling dat we tussen Pondok Perasi en Meninting op een schoon en rustig stuk strand gaan eten. Het wordt een ‘full moon barbecue party on te beach’.
De maan is in geen velden of wegen te bekennen. Die houdt zich schuil achter de wolken. Volle maan is het volgens mij ook niet meer. Maar dat maakt niet uit. Het wordt vast heel gezellig met zijn allen!
En heel lekker, en heel veel….er worden veel schalen en pannetjes in de auto geladen.
Dan rijden we naar de barbecueplek. Pak Umpuk blijft nog even thuis. Helaas is Aufa niet lekker en Ibu Misroh blijft thuis met haar. Pak Umpuk gaat nog even naar de moskee en komt dan naar het strand.
Wahyudi rijdt op de motor voor ons uit.
Opan, Ida en Pak Di zijn al op het strand bezig met de voorbereidingen. Er zijn kleden uitgespreid. Pak Di is druk in de weer met een vuurtje om de vis op te grillen. De auto wordt leeggehaald. Alles wordt uitgespreid op de kleden. Zo te zien zullen we niets te kort komen vanavond.
Een korte opsomming van alles wat er zoal uit de tassen komt;
De leuke platte mandjes met vetvrije papiervelletjes die als borden worden gebruikt, bekers, glazen,  speciaal voor ons een paar lepels en vorken (met handen eten vinden we soms nog een beetje lastig), servetjes, een olielamp, een thermoskan ijswater, een kan kokend water, een stoompan vol nasi putih,  saté ayam, de heerlijkste satésaus van de wereld, verse vis, urab-urab, thee, zakjes cappuccino, kroepoek, pinda’s, nagasari, klepon, sambal, ketchup.
Dan komen wij een beetje zielig aan met een bakje oteh-oteh en een fles caramelsaus…


Als alles netjes is neergezet, kan het feest beginnen. Intussen zijn Pak Umpuk, Ibu Diah en de kinderen ook aangekomen. Pak Di heeft zich helemaal uitgeleefd op het grillen van de vis en het ruikt heerlijk.
Dus moet er gegeten worden. Het lukt ons niet vaak, maar nu eet echt iedereen met ons mee! Gezellig!
Meestal eten de gastheren/dames niet samen met de gasten, met ons dus. Waarom nu dan wel, weten we niet. Misschien wordt dit meer gezien als samen uit eten. Hoe dan ook, dit bevalt ons veel beter dan eten terwijl iedereen zit toe te kijken.
Ida begint al een klein beetje nerveus te worden. Morgen is de grote dag, dan gaan Opan en Ida met ons mee om te duiken. Opan heeft vaker gedoken in de tijd dat hij nog bij Lombok Dive op kantoor werkte, maar voor Ida wordt het de eerste keer. Ze heeft wel ooit gesnorkeld, dat vond ze heel leuk, dus verwacht ze dat het duiken ook wel goed zal gaan. Logische redenering, toch?
Ze verheugt zich er in elk geval erg op. Volgens mij nog meer op het feit dat Tom haar les gaat geven dan op het duiken zelf. Zo lijkt het tenminste.
Ik zeg dat het misschien handiger is als Opan haar helpt, of Pak Umpuk. Omdat ze geen Engels spreekt zal ze van Toms uitleg niet veel begrijpen. Haar idee is dan dat Opan het maar voor haar moet vertalen. Tom kan vast veel beter duiken dan Opan. Tja, daar kon ze wel gelijk in hebben.
Pak Di en Pak Umpuk proberen haar helemaal gek te krijgen met verhalen over enge vissen die ze tegen zal komen. Volgens mij krijgen we morgen een leuke dag!  
Wahyudi, die even weg is geweest, komt terug met een halve fruitkraam. Druiven, watermeloen, sinaasappel, banaantjes. Mmmmm, lekker toetje! Alsof we nog niet genoeg hadden gehad. De andere toetjes, nagasari en klepon, zijn nog niet op. Met de caramalsaus smaakt de klepon trouwens ook prima. Zonder ook vind ik, maar ja, er zijn altijd mensen die het nog zoeter willen.
Maar de caramelsaus kan nog voor meer gebruikt worden. Ida en Wahyudi hebben nog iets bedacht.
Ijscappuccino. Met ijswater en zakjes cappuccino, heel veel suiker en de caramelsaus maken ze een lekker drankje. Dat laat ik even aan me voorbij gaan.  
Ik heb genoeg gegeten en gedronken en geniet van de rust en het gezelschap.


Het is een heerlijke avond, zo’n avond waarvan je wil dat hij niet ophoudt. Het is lekker op het strand, rustig, niet te warm, niet te koud. Leuk gezelschap, kabbelende zee op de achtergrond. Als later op de avond de maan nog even tevoorschijn komt, zien we dat hij toch echt niet meer helemaal vol is, maar dat mag de pret niet drukken. Dit was de beste full moon party ooit, een avond om nooit te vergeten!
Maar tegen 11 uur wordt het tijd om op te stappen. We helpen allemaal mee om alles netjes op te ruimen en in te pakken. De overgebleven spullen gaan weer in de auto. De mensen worden verdeeld over auto en motortjes. Peter draait de auto weer de andere kant op, richting Ampenan. Tenminste, dat was de bedoeling. Uiteraard is de weg hier smal, dus rijdt hij met de voorkant de vlakke berm in, aan de landkant van de weg.
Helaas was dat zand niet zo stevig als het eruit zag. Gewoon los strandzand dus! De voorwielen zakken helemaal weg, tot aan de assen.
Zie dan nog maar eens terug op de weg te komen, in het donker, zo laat op de avond, zonder iets van gereedschap of wat dan ook. Maar dit is Ampenan... Waar de mensen vandaan komen weet ik niet, maar binnen een paar tellen staan er een stuk of 10 behulpzame mensen om ons heen. Met scheppen, stokken, takken. Het wordt even flink graven in het losse zand om de wielen vrij te krijgen. Dan worden er takken onder en achter de wielen gestoken, zodat ze weer wat grip kunnen krijgen.
Met wat stuurmanskunst en beheerst gas geven weet Peter de auto weer op de weg te krijgen.
De dank aan alle helpers is groot!
Dan kan weer iedereen instappen en rijden we terug naar Pondok Perasi om iedereen af te leveren. De uitnodigingen om nog wat te komen drinken slaan we af. Het is laat, iedereen is moe. En morgen komt er weer een dag. We bedanken iedereen voor deze fijne avond en wensen Ida mooie duikdromen!
Als we even later weer in Loco aankomen duiken we direct in bed.

 
Zondag 05 augustus

Na een heerlijke nacht slapen, de nachtelijke gebedsoproepen vanaf de moskee hinderen ons niet echt, staan we op tijd op. Klaar voor een dagje Gili’s!
Op kantoor is het druk, maar Opan en Ida, die vandaag mee gaan duiken, zien we nog niet. Kort voor we moeten vertrekken komen ze er aan. Oeps, ze hadden zich verslapen. Na het hele vroege gebed en ontbijt zijn ze nog even gaan liggen. Ook omdat Ida zich niet helemaal lekker voelt, ze kon vanochtend niets eten van de zenuwen. O jee, als dat maar goed komt.
Ze rijden met ons mee in de auto naar Teluk Nare, waar de boot ligt. Hoe dichter we bij de haven komen, hoe stiller Ida wordt. Het enthousiasme van gisteravond is helemaal verdwenen.
Op de boot is het heerlijk. De club is weer compleet, Pak Di, Pak Umpuk, Mohni, Opan. Het duurt even voor iedereen en alles op de boot zit, maar dat maakt niet uit. De zon schijnt, de vissers op de steiger doen weer hun best, met valhelm als bescherming tegen vliegende vissen. Het blijft een leuk gezicht!



Hier dobberend op het water vind ik het niet erg om even te wachten.
We varen eerst naar Trawangan om andere gasten op te halen. Ida lijkt weer een beetje op te knappen.
Het is de bedoeling om op een rustige ondiepe plek te gaan duiken, maar als ze haar wetsuit aanheeft en van Tom en Opan de laatste instructies krijgt, gaat het mis. Gisteravond te veel gegeten, of nu te veel zenuwen. Of allebei, alles wat nog in haar maag zat, komt er nu uit. Nou ja, beter nu op de boot dan straks onder water. Nu gaan duiken is in elk geval geen goed idee. Dus gaat Opan met de rest mee onder water en blijft Ida aan boord. Pak Di en ik halen haar over om wat te drinken, al is het maar om de rotsmaak uit de mond weg te krijgen. Dan maar een dagje geen ramadan. Het is wel zielig, ze had zich zo verheugd op het duiken. Nu besluit ze om toch van de dag te genieten en probeert ze te snorkelen, maar dat lukt ook niet echt. Ze is veel te onrustig en blijft spartelen.
Als ze na een paar minuten weer aan boord is, spreken we af dat ze tussen de middag een beetje eet en dan misschien vanaf het strand kan proberen te duiken.
Na een uurtje komen de duikers weer boven. Opan is dolenthousiast. Eigenlijk vond hij duiken ook altijd  leuker dan op kantoor werken, zegt hij. Tja, dan had hij misschien beter duiker kunnen worden.


Voor de lunch gaan we naar Trawangan. We lopen met Opan en Ida naar warung Kiki Novi, waar het altijd lekker eten is, zonder lange wachttijden. Ida heeft besloten ook wat te eten. Wat Opan doet weten we niet, dat zien we vanzelf. Het aardige omaatje dat normaal gesproken bedient, zien we niet.
Er staat nu een jongere vrouw die voor iedereen het eten opschept. Ida is een beetje onzeker, maar als we aan de beurt zijn, gaat ze naar naar voren zodat ze aan kan geven wat ze wil eten.
De vrouw vraagt haar of ze moslim is. Ja, zegt Ida, naar waarheid. Dan krijgt ze geen eten, is het antwoord van de vrouw. Oeps…. Blijkbaar bepalen anderen voor je of  je wel of niet mag eten. En dan te bedenken dat er best wel uitzonderingen zijn op de vastenregels. Maar hier kennen ze geen pardon. Er hangen inderdaad ook bordjes waarop staat dat moslims niet worden voorzien van eten tijdens de ramadan, maar dat het zo streng was, wist ik niet. Het lijkt me nog altijd een keuze die mensen zelf maken.
Terwijl Peter eten bestelt, vraag ik Ida wat ze wil eten, dan bestel ik voor haar wel bungkus, een afhaalmenuutje. Dat kan ze op de boot op eten. Terwijl wij ons eten opeten bij Kiki Novi, lopen Opan en Ida alvast naar de boot. Als wij daar even later ook aankomen, horen we dat Opan heeft besloten vanmiddag met Ida te gaan snorkelen. Ida ziet het duiken toch even niet zo zitten, en hij vindt het sneu om haar alleen te laten. Even later is iedereen weer in het water of onder water.
Ik blijf met Pak Di aan boord, heerlijk rustig. Lekker dobberen en kletsen, terwijl Pak Di het water in de wijde omtrek afspeurt naar luchtbelletjes en duikers. Zoals gewoonlijk heeft hij alles onder controle en weet hij precies waar ‘zijn duikers’ zitten, maar ook bij welke boten de andere duikers horen die links en rechts boven komen. Met fluitsignalen en roepen attendeert hij de andere kapiteins als ze ergens mensen op moeten pikken.  
Vanavond wil Peter naar het ziekenhuis gaan om Pak Harfin te bezoeken. Pak Di, Pak Umpuk en Opan gaan mee. Ik zit een beetje te dubben wat ik moet doen. Meegaan of thuis blijven. Het valt me op dat geen van de Lombokse vrouwen mee gaat. Maar misschien wordt het wel gewaardeerd als ik mee ga. Misschien ook niet. Ik besluit het maar gewoon aan Pak Di te vragen, dat werkt het beste. Hij verzekert me dat het zeker wordt gewaardeerd als ik mee ga. Voor de Lombokse vrouwen is dat anders. Waarom weet ik niet, zal wel aan mijn witte kleurtje liggen.
Maar hij wil me wel even waarschuwen. Pak Di denkt dat ik nogal snel meeleef met de mensen hier, en hij verwacht dat ik de Lombokse ziekenhuizen misschien wel zielig zal vinden, en dan daarna misschien van streek ben.  Ja, hij kent me goed. Maar als ik weet dat Pak Harfin en zijn familie het waarderen als ik kom, zet ik mijn eigen gevoelens wel even opzij. In elk geval zolang ik in het ziekenhuis ben… Pak Di zelf lijkt trouwens ook niet erg enthousiast te zijn om naar het ziekenhuis te gaan, dus misschien kunnen we elkaar een beetje steunen.



Als iedereen weer aan boord is, varen we naar de volgende duik/snorkelstek. Daarna weer een rondje langs Trawangan om iedereen af te leveren en dan naar Teluk Nare.
In tegenstelling tot de afgelopen weken is de zee nu zelfs in de middag spiegelglad. Fijn voor Ida, anders zou ze ook nog zeeziek worden.
Als we terug zijn in Senggigi, gaan we snel even opfrissen.  
Daarna willen we een hapje eten bij Warung Ana. Tom en Anique zijn nog op kantoor. Vanavond zou Wawan om half 7 beginnen met werken. Maar om half 7 zien we geen Wawan en geen Mohni. En Tom en Anique hebben ook honger. Dus doet Tom de deur van het kantoor op slot en zeggen we tegen de buren dat ze Wawan maar naar Warung Ana moeten sturen als hij komt. We begrijpen het niet echt, je eerste werkdag en dan te laat komen. Maar ja, Mohni zelf is er ook niet. Als rond 7 uur Mohni komt, en even later Wawan ook, zonder excuses of verklaring waarom ze zo laat zijn, kijken we een beetje vreemd. Maar ja, dit is Lombok. En het is ramadan, dan komt niemand om half 7, zegt Mohni. Onze gedachte is ‘waarom spreek je dan af om half 7, je weet dat het de hele maand ramadan is’. Maar dat is vast Nederlandse logica, die gaat hier niet op.
Wawan gaat aan het werk. Tom en Anique blijven ook op kantoor, terwijl Peter en ik naar Ampenan rijden. Nadat we bij Pak Umpuk een kop thee hebben gedronken, gaan we naar het ziekenhuis.
Mijn eerste indruk, de entree, is niet slecht, maar dat had Peter ook al gezegd. Maar zodra we op de verpleegafdelingen komen, wordt het minder. Het is erg rommelig. Voor elke kamer ligt een berg schoenen. Wie de verpleegkamers in wil, moet voor de deur zijn schoenen uitdoen.  Logisch, maar in de gang moet je zigzaggend lopen om de bergen schoenen te ontwijken. Ook zitten er veel mensen in de gangen, op de grond op matjes. Alsof ze gezellig in het park zitten. Dit is niet wat we in Nederland gewend zijn van een ziekenhuis. Na even zoeken hebben we de kamer gevonden waar Pak Harfin moet liggen. Hij ligt met 2 andere patiënten in een kamer. Schoorvoetend loopt iedereen naar binnen. Alleen Pak Umpuk stapt vrolijk de kamer in. Niet omdat hij vrolijk is, maar omdat hij zich helemaal heeft opgepept met het idee dat Pak Harfin wel wat vrolijkheid kan gebruiken. En niet ten onrechte, denk ik als ik de kamer inloop.
In de kamer is het nog rommeliger en smeriger dan in de gangen. De drie bedden staan vrij dicht op elkaar. Alles ziet eruit alsof het dringend aan vervanging toe is. De infuusstandaard is geroest, de gordijnen zijn kapot, het beddengoed ziet er niet erg fris uit. Achter de bedden staan ijzeren rekken waar vanalles en nog wat op ligt. Medicijnen, etensresten, rontgenfoto’s, kleren, bakjes, bekers. Wat een zooi…
Tussen de bedden in en achter de bedden liggen matjes op de vloer waar familieleden op zitten.
We lopen naar het achterste bed waar Pak Harfin ligt. Ik maak kennis met Ibu Wita, zijn vrouw. Ook de vier kinderen zijn er. Pak Harfin is een hoopje ellende, maar, Pak Harfin zou Pak Harfin niet zijn, als hij niet een glimlach op zijn gezicht probeert te toveren. Hij is de dive instructor waarbij elke zin, grappig of niet, steevast eindigt in een lach, wat vaak vragende gezichten oproept bij zijn cursisten. Maar meer dan een flauwe glimlach komt er nu echt niet uit. Volgens Peter en Pak Umpuk, die hem een paar dagen geleden hier naar toe hebben gebracht, ziet hij er al veel beter uit dan toen.
Peter en ik worden naar het bed geduwd, we houden zijn hand even vast, mompelen wat bemoedigende woorden. Meer kan ik even niet opbrengen. Gelukkig neemt Pak Umpuk het snel van ons over en begint als een volleerd therapeut enthousiast tegen Pak Harfin te praten.
Opan probeert een arts te vinden die iets meer kan vertellen over de situatie van Pak Harfin, terwijl wij even met Ibu Wita praten. Ik heb bewondering voor haar.
Hun situatie is niet bepaald goed. Het is nog maar de vraag of en hoe Pak Harfin hier uit komt. Maar hoe dan ook, de komende weken, maanden, zal het gezin geen inkomsten hebben. Met drie schoolgaande kinderen, een peuter thuis en een baby die over een klein half jaar geboren zal worden, zal het niet gemakkelijk worden.
Zoals Peter ook al zei, is ze erg opgewekt, bijna vrolijk. Terwijl ze met ons praat, houdt ze de kinderen bezig. Ze is al de hele dag met alle 4 de kinderen in het ziekenhuis. De oudste 3 kinderen zijn vrij van school, de jongste zit nog niet op school. Maar ze lijken zich hier ook wel te vermaken met wat spelletjes.
Het zijn zo te zien rustige, behulpzame en net opgevoede kinderen. Volgens mij is Ibu Wita schooljuf geweest.  
Opan komt terug met weinig nieuwe informatie. Pak Di is heel even op de kamer geweest, maar is daarna onopvallend verdwenen. Pak Umpuk is volgens mij begonnen met bewegings- en spraaktherapie voor Pak Harfin. Helaas zonder al te veel resultaat. Eén arm en een been van Pak Harfin liggen er bewegingsloos bij.
Peter en ik proberen ons een beetje onzichtbaar te maken, maar dat lukt niet. Iedereen staart ons aan. We zijn ook wel erg groot en erg wit, daar kijk je niet omheen.
Pak Umpuk zit in zijn enthousiasme te vertellen hoe mooi dit ziekenhuis is. Zo’n mooie tegels aan de wand, zo’n mooie vloer, zo’n mooi bed. Misschien hoort het ook bij de ‘positiviteitstherapie’. Maar waarschijnlijk meent hij het echt. Ja, in vergelijking met de normale woonsituatie van de gezinnen is dit inderdaad heel erg luxe.
We krijgen het idee dat iedereen die nu in het ziekenhuis is even door de deur naar binnen komt gluren om ons te zien. Als even later een man binnenkomt die Peter hartelijk begroet, blijkt dat inderdaad zo te zijn.
De man is ambulancechauffeur en had een tijd met Peter zitten praten toen ze Pak Harfin naar de eerste hulp hadden gebracht. Een paar minuten geleden hoorde hij bij de eerste hulp dat Peter weer in het ziekenhuis gesignaleerd was. Ze kletsen even wat en dan gaat de man nog op zoek naar de laatste informatie over Pak Harfin. Veel wijzer worden we daar ook niet van. Voorlopig is alles stabiel, en in hoeverre er nog verbetering op zal of kan treden, valt niet te zeggen.
Op het moment ziet de patiënt er uitgeput uit, en we besluiten hem verder met rust te laten.
We nemen afscheid, met een brok in de keel, en beloven dat we hem in elk geval nog op komen zoeken voor we naar Nederland gaan. Ook Ibu Wita wensen we heel veel sterkte.  Al ziet ze eruit alsof ze heel veel kan hebben voor ze de moed opgeeft. We verzekeren haar dat we voorlopig bij zullen springen in de kosten, zodat ze zich daar even niet druk over hoeft te maken. Het is hier niet goedkoop om in een ziekenhuis te liggen. De stapel rekeningen is niet gering. Alles wordt apart gefactureerd, de kamer, de verzorging, doktersbezoek, laboratoriumwerk, medicijnen, infuus. Er ligt al een hele stapel bonnetjes.
Als we naar buiten lopen, is iedereen stil. Pak Di heeft zich weer bij ons aangesloten maar zegt ook niet veel. Ook Pak Umpuk is zijn positieve gedachten nu kwijt. Wat we hebben gezien was een grote ellende.
Als we weer in Ampenan zijn, drinken we nog een kop thee bij Pak Umpuk en Ibu Misroh en rijden daarna terug naar Loco.

 
Maandag 06 augustus

Bij Lombok Dive wordt het vandaag een drukke dag. Mohni heeft Tom gevraagd om mee te helpen en daar zegt hij geen nee tegen. Wij lopen met hem mee naar het kantoor. We horen van Pak Umpuk dat Pak Di vandaag thuis blijft, hij voelde zich niet goed vanochtend.
Als de duikers weg zijn, gaan wij een beetje aan onze conditie werken met een ‘rondje Senggigi’.
Het is vroeg, er zijn nog niet veel verkopers op het strand, dus we zijn vrij snel weer terug in Loco.
Daar kletsen we even bij met Sareah en de moeder van Nurul. Boung is met Mansur naar Tanjung, dus de dames hebben alle tijd voor een babbeltje. Ik kan niet alles volgen wat er wordt gezegd, maar dat maakt niet uit. Ik begrijp in elk geval dat Wawan heel blij is met zijn nieuwe baantje bij Lombok Dive.
Als we weer bij Bumi Aditya zijn, houden we ons even bezig met wat huishoudelijk werk. Bedden verschonen, wassen, opruimen. Dedi en Abdul zouden het met alle plezier voor ons doen, maar we doen het lekker zelf. Als we schone handdoeken of beddengoed nodig hebben, halen we het wel even op bij de jongens. Net zo handig, vinden we. En zij waarschijnlijk ook.
Na het ‘werk’ houden we ons even bezig met Facebook, mail, internet. Ja, hoort ook bij de vakantie, beetje in de gaten houden wat er op de rest van de wereld gebeurt. Al moet ik zeggen dat ik het Nederlandse nieuws niet echt mis. Op één of andere manier lijkt je wereld hier kleiner te zijn. Mensen hebben hier heel andere ‘zorgen’ dan de wereldpolitiek.
Het ziekenhuisbezoek van gisteravond blijft maar door onze hoofden spoken. We zouden zo graag iets doen om Pak Harfin, Ibu Wita en hun kinderen te helpen. Maar wat Pak Harfin betreft zal het voorlopig toch afwachten zijn. Behalve betalen van de rekeningen kunnen we weinig doen.
Maar voor de kinderen besluiten we Impian Anak hulp in te schakelen. We plaatsen een oproep op Facebook waarin we sponsors vragen voor de schoolkosten van de drie dochters, die nu in klas 1, 4 en 6 van de basisschool zitten. Hoe het ook verder gaat met Pak Harfin, de kinderen zullen toch naar school moeten. Als het gezin zelf geen schoolkosten meer hoeft te betalen, zijn ze al heel veel geholpen.  
Het is vandaag extreem heet, geen weer om veel te doen. Een ideale dag voor waterproblemen. Vanaf een uur of 11 komt er geen water meer uit de kraan. Dedi begrijpt er niets van, de pompen bij Bumi Aditya zouden weer moeten werken. Die problemen zijn verholpen, dacht hij.
Dan blijkt dat heel Loco weer eens zonder water zit. Daar kan Dedi ook niets aan doen. We gaan een hapje eten en zien straks wel of we weer een frisse douche kunnen nemen. Gelukkig hebben we nog wat water in de mandibak zitten!
We gaan eens een ‘nieuw’ restaurantje uitproberen, Bale Tajuk. Van Joep en Marijke horen we er altijd positieve verhalen over, maar zelf zijn we er nog nooit geweest.
Ik bestel Ayam Taliwang, een Lomboks ‘streekgerecht’. Het is overheerlijk! Maar de jonge jongen die ons bedient werkt een beetje op onze zenuwen. Na elke hap die we in de mond stoppen komt hij met een glimlach van oor tot oor vragen of het lekker is. Heel vriendelijk bedoeld, hij heeft het ook vast zo geleerd op school, maar we vinden het niet zo prettig. Misschien moeten we het nog eens in de avonduren proberen, of als deze jongen een dagje vrij is.
Na het eten hebben Peter en Anique zin om een duik te nemen in zee. Maar als ze bij het strand aankomen hoeft het niet meer zo nodig. Er drijft zoveel plastic in het water dat hun zwemzin zo over is.
Wat jammer, vooral hier in de hoek tussen Graha en Senggigi Beach Hotel is het vaak een puinhoop, en deze vakantie lijkt het nog erger dan andere jaren. Waarschijnlijk komt in dit hoekje al het afval terecht dat tussen Ampenan en Senggigi wordt geloosd. Vaak wordt afval in de beekjes gegooid, zo komt het vanzelf in de zee terecht. Mooi opgeruimd, zullen de mensen hier denken, maar bij ‘verkeerde’ stroming spoelt het hier weer allemaal op het strand. En bij andere stroming zweeft het nog jarenlang rond in de zee, met alle gevolgen van dien.  Maar, zoals ik al schreef, de mensen hebben hier andere dingen aan hun hoofd dan ‘de wereldproblematiek’.  Zorg voor het milieu is hier nog geen hot item.
Als we dan maar weer naar Bumi Aditya lopen, zit Dedi nog steeds in over de waterprobleem. Och, wij hebben er geen problemen mee, en verder zijn er niet zoveel gasten in het hotel, zeker niet overdag.
Anique besluit om maar even te gaan relaxen op het strand. Wij lopen naar Lombok Dive en drinken wat bij Berry’s, in afwachting op de duikers.
Die komen pas vrij laat terug. Normaal gesproken zijn ze dan nog wel een uurtje bezig met afspoelen van alle materialen, maar dat lukt vandaag niet, want er is nog steeds geen water. Het schijnt dat heel Senggigi droog staat. We zien een brandweerauto met grote tank die bij verschillende hotels water gaat brengen. Vast niet bij Bumi Aditya, denken we.
Maakt niet uit, we kunnen wel een dagje zonder. Vanavond worden we bij Pak Umpuk verwacht voor een diner. Omdat we toch niet echt kunnen douchen, gaan we maar lekker op tijd, dan kunnen we Pak  Umpuk ook meenemen vanuit Senggigi. Scheelt hem weer een bemo-ritje.
Het eten is weer erg lekker, maar veel te veel, Ibu Misroh heeft zich weer uitgeleefd. We beginnen met een kop thee met koekjes en zelfgebakken chips. Daarna krijgen we soto ayam, mijn favoriet. We krijgen er gekookte mini-eitjes bij, die we nog moeten schillen, het lijkt wel op kwarteleitjes.  
Als toetje krijgen we kolak, hè, die hebben we al een paar dagen niet gehad! Deze kolak is helemaal paars, een nieuwe variant! Daarna volgt een fruittoetje, met banaan, watermeloen, nangka en een voor ons nieuwe vrucht, sawo. We komen hier al zo veel jaren, en steeds weten ze ons weer met iets anders te verrassen! Als het eten op is (of beter gezegd als we genoeg hebben gegeten), kan er gepraat worden. Daar is Pak Umpuk heel duidelijk in, met een lege maag kun je geen goed gesprek hebben…
Dan horen we ook wat er aan de hand is met Pak Di. Hij voelde zich niet echt slechter dan de afgelopen weken, maar hij is vandaag toch naar het ziekenhuis geweest in verband met zijn gezondheidsproblemen. Van zijn oudste zoon horen we dat hij dat gisteravond had besloten, toen hij terug kwam van het ziekenbezoek aan Pak Harfin. Hij was erg geschrokken van wat hij daar zag, en wilde toch eindelijk weten wat er met hem zelf aan de hand is.
Maar heel veel duidelijkheid heeft hij nog niet. De arts stelde voor een stukje weefsel weg te halen en te onderzoeken. Aan de hand daarvan kan worden bekeken wat er precies aan de hand is, en wat de mogelijkheden zijn.
Ik vind het heel dapper van hem, zeker omdat we weten hoe bang hij is voor de medische wereld. Hij zit al langer dan een jaar te piekeren over zijn gezondheid.  Zo’n ziekenhuisbezoek van gisteravond zou mij eerder afschrikken dan aanmoedigen om hier hulp te zoeken.
Mijn indruk van het ziekenhuis was niet bepaald positief, maar voor mensen die nooit in een (ander) ziekenhuis zijn geweest, ligt dat misschien heel anders.
We zouden heel graag even bij Pak Di langs gaan, om te informeren hoe het nu met hem gaat, maar we horen dat hij al is gaan slapen. Dan lopen we morgen wel even bij hem binnen.
We moeten om 10 uur weer in Loco zijn, want Tom zou Eful nog helpen om een Facebook pagina te maken voor zijn homestay. Als we net op willen staan, komt Mahfudz met zijn vrouw en kinderen binnen. Ze kijken heel verbaasd dat we net vertrekken als zij binnenkomen, maar daar kunnen we ook niks aan doen. Morgen gaan we waarschijnlijk met Opan de kinderen in Peresak bezoeken, dan komen we vast ook bij hun thuis.
Als we in Loco aankomen gaan we lekker op het terrasje zitten met een boek. Water is er nog steeds niet. Blijkbaar zit het probleem nu wel bij Bumi Aditya, want de rest van Loco heeft wel water.  Misschien zijn de pompen van slag geraakt doordat ze droog zijn komen te staan. Boung komt Dedi helpen om alle kamers waar gasten zitten te voorzien van een portie water. Met tuinslangen worden de mandibakken gevuld. Altijd handig, je weet maar nooit hoe lang het duurt voor er weer gewoon water uit de kraan gaat komen.


 
Dinsdag 07 augustus

We zitten al goed in ons ochtendritueel. Nadat we Tom bij Lombok Dive hebben achtergelaten, maken we de grote ronde strand – verfrissing bij Coco Loco – via weg terug naar Bumi Aditya.
Onderweg doen we nog wat inkopen, want we hebben vanmiddag weer een kook masterclass. Of beter gezegd, wij geven die. Dedi heeft even genoeg van het omeletten klaarmaken voor het ontbijt en we hebben beloofd hem te leren hoe hij pannenkoeken moet maken. Hij had wel ooit van pannenkoek gehoord, maar heeft geen idee wat het is.
We stappen één van de vele nieuwe supermarkten binnen op zoek naar de juiste ingrediënten.
Boter (of iets om in te bakken) en eieren heeft Dedi vast zelf in de keuken. Een pak melk is zo gevonden. Dan komt het lastige, meel. Er liggen veel verschillende soorten meel in het schap. Rijstmeel valt af, dan hebben we nog een stuk of 3 verschillende soorten tarwemeel. Op de gok kopen we er een.
Ook willen we iets zoets voor op de pannenkoek. De fles caramelsaus van een paar dagen geleden hebben we in Ampenan gelaten. Nu nemen we een pot honing. Smaakt ook vast prima op de pannenkoek.
Rond de middag duiken we met Dedi de keuken in. Peter zorgt voor de foto’s, Anique en ik gaan les geven. Het is geen keuken zoals je je die voorstelt in een hotel. De smaakpolitie zou er niet blij van worden. Het is meer een donkere schuur waar een wiebelige tafel in staat, een kastje met 2 gaspitten erop, een miniaanrecht en een metalen rekje met wat serviesgoed. Daar moeten we het mee doen.
Eerst maar eens beslag maken. Daarvoor hebben we een kom nodig. Dedi komt vrolijk aanzetten met een klein schaaltje, waar je net 2 eieren in zou kunnen kloppen. Dat gaat niet werken.
Geen probleem, hij gaat op zoek naar iets anders. Een tijdje later komt hij terug met een plastic kom die vast ooit bij een keukenmachine heeft gehoord. Aan de zijkant zit een hele rij met gaatjes, alsof hij door een tandwiel rondgedraaid kan worden. Nou ja, het is een flinke kom, dus we kunnen er wel wat mee.
Terwijl Dedi leergierig meekijkt, gaan we aan de slag.

Als het beslag klaar is, moet er gebakken worden. Dedi heeft een stevige, loodzware koekenpan. De steel bestaat uit een houten lat, vast niet origineel en het ziet er erg wiebelig uit. We besluiten de pannenkoeken maar met een spatel te keren, in de lucht gooien durven we niet. We zijn bang dat de pan met de koeken wegvliegt en dat we alleen nog maar de steel in de hand houden.
Als de eerste koek klaar is, bieden we hem aan aan Dedi. Dat had hij niet verwacht, blijkbaar dacht hij dat we alleen pannenkoeken voor onszelf zouden maken, en dat hij mocht toekijken. Na wat aandringen proeft hij en blijkbaar bevalt het, want met de laatste helft van de pannenkoek loopt hij naar buiten, dit is zo lekker, dat moeten zijn vrienden ook proberen!
Als iedereen een hapje heeft gehad, is de volgende pannenkoek ook klaar, die wordt voor Peter. We bakken even stevig door. Dedi haalt ergens in de kampung nog een paar banaantjes, voor een variatie-pannenkoek met banaan. Ook lekker, maar wel wat lastiger klaar te maken.
Voor we stoppen, mag Dedi zelf ook nog een pannenkoek maken. Dan zit de les erop, we moeten haasten want we hebben afgesproken met Opan. We willen vanmiddag de kinderen in Peresak bezoeken. Als we Opan opgehaald hebben rijden we samen naar Peresak.
We parkeren de auto bij het huis van Muhammed Aswin en Siti Aisyah. Hun moeder komt direct naar buiten rennen en vraagt of we wat willen drinken. Ze heeft kelapa muda voor ons.
Slik…nu even niet, we willen eerst wat kinderen bezoeken, maar we beloven straks terug te komen. We moeten zo toch de auto weer oppikken.
Eerst lopen we naar het huis van Oky. Hij woont nu met zijn moeder in een ander, nieuwer huis. Vorig jaar woonde hij samen met zijn moeder bij opa en oma. Nu zien we een jongere man in huis.    
We houden de laatste jaren niet meer zo aandachtig bij hoe de gezinssamenstelling van alle sponsorkinderen is. Niet omdat ons dat niet interesseert, meer omdat we er vaak niet veel van kunnen volgen.
Zo is het al eens voorgekomen dat ‘weeskinderen’ ineens ouders bleken te hebben. In Indonesië heb je trouwens 2 soorten weeskinderen; kinderen zonder ouders, en kinderen met één ouder.
Kinderen met één ouder wonen vaak (met of zonder die ouder) bij opa en oma in huis.
Uiteraard kan die ene ouder een nieuwe relatie krijgen en dan kan het zijn dat het kind later dus weer in een 2-oudergezin komt. Los van de wisselende ouders in een gezin heb je ook nog de broertjes en zusjes. Neefjes/nichtjes die in hetzelfde huis wonen worden ook vaak broertje of zusje genoemd.
Omdat onze informatie vaak niet bleek te kloppen en we het vervelend vinden om door te blijven vragen over de gezinssituatie, zijn we min of meer gestopt met het bijhouden van die gegevens.
Met als resultaat dat we er nu maar van uitgaan dat de moeder van Oky een aardige man heeft getroffen en daar nu een gezinnetje mee vormt.  Overigens zou het zo maar kunnen dat dit de echte vader van Oky is, die jaren in Maleisië heeft gewerkt.
Oky is nog steeds een leuke jochie. Hij zit nu in de 2e klas van SMP, Junior Highschool. Voor zijn leeftijd is hij erg klein en magertjes, maar hij ziet er vrolijk en levendig uit. Hij zit op dezelfde school als Riskya van Pak Umpuk en Zaldi van Pak Di. We weten dus al wat hij nodig heeft aan boekengeld. Ook heeft hij een tas, een paar schoenen en een schooluniform gekocht.  We rekenen alles af en Opan legt uit dat ze contact met hem op kunnen nemen als ze verder nog iets nodig hebben. Ook als er medische kosten worden gemaakt.
Dan nemen we afscheid van het vriendelijke gezin.

We lopen verder naar Putri. Ze zit nu in de 4e klas van de basisschool,  haar zusjes zitten in de 1e en 6e klas. In tegenstelling tot 2 weken geleden bij de watervallen is Putri nu heel verlegen. Ze kruipt bijna weg achter oma. Als we haar een foto geven van het uitstapje naar Benang Stokel, komt ze een beetje los.  Nadat Opan ook hier alles met betrekking tot Impian Anak nog een keer heeft uitgelegd, nemen we afscheid.  We lopen terug naar het huis van Aswin en Siti.
Het is rustig in Peresak. Er zijn alleen wat kinderen op straat. Een klein meisje zit heel ijverig te koken. We weten niet of ze iets echt eetbaars klaarmaakt of gewoon aan het spelen is. In elk geval heeft ze echte minipannetjes en een echt houtvuurtje. Een groepje kinderen lijkt te wachten tot het eten klaar is. Wie weet, misschien krijgen ze thuis niets in verband met de ramadan en moeten ze overdag voor zichzelf zorgen.


Als we bij Aswin en Siti komen wordt er op de berugak van alles voor ons klaargezet. Nootjes, banaantjes, en er komen een paar grote kokosnoten aan. Met veel moeite kunnen we het een beetje inperken. En krijgen we ze zover dat ze ‘maar’ 1 kokosnoot openmaken voor ons tweetjes. Dat is ook  meer dan voldoende.
Ik vind de kelapa muda lekker om te drinken, maar één hele kokosnoot vol is veel te veel. Een klein glaasje is meer dan genoeg. Zeker als er allerlei mensen om ons heen zitten die niets eten en drinken.
Met de moeder van Aswin en Siti kletsen we gezellig bij. Hun kleine broertje steelt de show, wat een heerlijke ondeugende oogjes heeft hij.
Aswin is een nette jongen. Hij is één van de weinige kinderen die redelijk Engels spreekt en niet heel verlegen is. Hij gaat nu naar de 2e klas van SMA, Highschool.
We besluiten met de auto de bezoekjes voort te zetten, want de andere kinderen wonen een stukje verderop.
Eerst gaan we naar Fery. Hij woont aan de rand van het dorpje. Opan weet waar we de auto moeten parkeren, maar dan begint hij te twijfelen welk huis het ook alweer was. Meestal bezoeken Pak Di en Ibu Diah de kinderen in Peresak, omdat Ibu Diah oorspronkelijk uit dit dorpje komt. Opan is wel eerder bij Fery geweest, maar zijn richtingsgevoel en /of geheugen laat hem wel eens in de steek.
Maar we komen bij het goede huis uit. Zelf zijn we hier nog nooit geweest, Fery zit sinds september 2011 in ons project.
Het is een leuk kind, hij lijkt wel wat op Oky, vind ik. Hij woont met zijn moeder bij opa en oma in huis. Het is er een gezellige boel. Oma en moeder kletsen volop. De foto van alle kinderen bij de bus bij Benang Stokel wordt uitgebreid bekeken. Fery zelf is erg stil. Als we hem een nylon rugzakje en een paar pennen geven wordt hij wat vrolijker. Als we even later weggaan, rent hij met zijn foto naar een paar tantes/buurvrouwen om te laten zien waar hij geweest is.
We zijn heel blij dat we dat uitstapje hebben gemaakt met alle kinderen. We merken echt dat het op alle kinderen heel veel indruk heeft gemaakt. Maar ook voor de band met de kinderen is het goed. Tijdens zo’n uitstapje zijn de kinderen veel meer op hun gemak dan wanneer we ze thuis bezoeken. Het is dan veel gemakkelijke om contact met ze te krijgen. Ook de ouders die mee zijn geweest, zoals de moeder van Fery, vonden het een leuke dag.
Als we met Fery de schoolzaken hebben afgehandeld, hij heeft nieuwe schoenen, schriften en een tas nodig, stappen we weer op.


Nog één bezoekje te gaan in Peresak. We rijden naar het erf van de familie van Aisyah Maherani.   
Een plek waar we van vorig jaar leuke herinneringen aan hebben. We werden toen heel hartelijk ontvangen door de grote familie.
Ook nu is het gezellig, al krijgen we direct te horen dat de boom met de grote citrusvruchten die we vorig jaar hier kregen het niet heeft overleefd. Voor er allerlei ander eten tevoorschijn wordt gehaald, zeggen we maar snel dat we aan Puasa doen.
Als we goed en wel zitten, komt de buurman op visite. Vorig jaar hebben we hem ook kort gesproken. Hij is leraar Engels en wil graag even met ons ’oefenen’. Nou, hij doet het prima, we hebben leraren gesproken die er veel minder van terecht brachten.
Als we afscheid nemen, komt de moeder van Aswin en Siti aanlopen. Ze heeft nog iets voor ons en voor Tom en Anique meegebracht. Een zakje met nootjes en stukken zoete-rijstblokken-pudding, ingepakt in bananenblad. We vinden het lastig om aan te nemen, maar kunnen ook niet weigeren. De royale gastvrijheid wordt ons af en toe te veel. De mensen hebben zelf zo weinig. Toch worden we vaak gevraagd te komen eten, krijgen we lekkere dingen mee.
Als we terugkomen in Ampenan staat Ida ons op te wachten. Ook zij is weer druk geweest in de keuken. Ze heeft kue klepon gemaakt. We moeten even proeven. Als we beamen dat het heel lekker is, gaat ze een hele grote portie inpakken, speciaal voor Tom.
Opan gaat zich snel omkleden. Hij moet zo naar school. Met nieuwe kleren aan; een nette zwarte pantalon, een wit overhemd (naar ons idee allebei 5 maten te groot, maar misschien op de groei gekocht) en een babyblauw jasje. Maar dat jasje had hij geloof ik al langer. Op school hoeft hij die kleding zelden te dragen, maar hij heeft het vooral voor als hij stage gaat lopen. Hij gaat binnenkort les geven aan SMP-leerlingen op een school in Labuapi.
Terwijl we bij Opan en Ida zitten, komen Indriani en haar moeder binnen. Indriani ziet er zielig uit. Ze is al een paar dagen ziek, heeft koorts, wil niet eten. Zelfs als we haar een cadeautje van haar sponsor geven (soms is het handig dat ik altijd alles in mijn veel te grote tas meesleep, je weet nooit wie je waar en wanneer tegenkomt in Lombok), kan er nauwelijks een lachje vanaf. We vertellen dat we al bij hun thuis zijn geweest, maar dat er niemand was. Maar nu we ze hier treffen, kan Opan even zijn verhaal afsteken. Het verhaal over medische kosten komt nu goed van pas.
Vaak betalen de mensen de medische kosten zelf en komen ze met de rekening naar Opan, waarna ze geld van Impian Anak terug krijgen. In dit geval geeft Opan van tevoren geld mee, veel zal de moeder van Indriani zelf niet hebben. Het wisselgeld komt later met het bonnetje terug.
Peter en ik lopen nog even naar Pak Di. We willen kijken hoe het nu met hem gaat, nadat hij gisteren in het ziekenhuis is geweest.
Als we aankomen komt Ibu Diah ons al tegemoet. Ze was bezig in het winkeltje en zegt dat Pak Di binnen zit. Op de vraag hoe het met hem gaat, kijkt ze erg wanhopig.
Onze eerste indruk als we Pak Di zien is ook niet goed. Er is in principe niets veranderd ten opzichte van een paar dagen geleden, maar hij ziet er beroerd uit. Stress, slapeloze nachten, het is aan hem te zien.

Het verhaal wat we gisteren ook al van Wahyudi hoorden is duidelijk. De arts heeft geadviseerd een stukje weefsel te laten onderzoeken. We vragen wanneer dat zou kunnen. Daar doet Pak Di nogal onduidelijk over. Als we doorvragen, blijkt dat hij op het moment nog niet voldoende geld heeft voor het onderzoek. We geven aan dat we wel bij kunnen springen, via Impian Anak of via onszelf. Dat wil hij eigenlijk niet aannemen. Hij geeft aan dat hij volgende week misschien voldoende geld binnen krijgt van de winkel. Blijkbaar zijn er veel klanten die op krediet kopen en om de 2 weken betalen.
Maar hij zou over 2 dagen al geholpen kunnen worden in het ziekenhuis. Als hij het uitstelt, duurt het nog langer tot hij zekerheid heeft.
We stellen voor om de helft voor hem te betalen, als schenking, de andere helft schieten we nu voor, dat kan hij dan teruggeven voor we weer naar Nederland gaan. Als hij moet wachten tot hij zelf het hele bedrag bij elkaar heeft, kan het lang duren, zeker omdat hij zolang hij ziek is geen geld kan verdienen als kapitein.
Pak Di en Ibu Diah overleggen even en besluiten dan dat dat de beste oplossing is. Peter rijdt snel naar de ATM op geld te pinnen, terwijl ik door Ibu Diah word volgestopt met thee, nootjes, koekjes en mandarijntjes. Hoewel het Bulan Puasa is, drinkt Pak Di een glaasje thee mee. Dat is voor ons een duidelijk teken dat hij zich helemaal niet goed voelt.
Als we een uurtje later terug komen in Senggigi, komen de duikers net terug van de Gili’s. Tom rijdt met ons terug naar Bumi. Als we weer opgefrist zijn, gaan we een keer lekker luxe dineren bij Graha.
Als we daarna weer bij Bumi komen, wordt er druk gewerkt aan de watervoorziening. Blijkbaar heeft één van de waterpompen het weer begeven.
We hebben nog een voorraadje water in de mandibak. Morgenvroeg zien we wel weer of er wat uit de kraan komt.

 
Woensdag 08 augustus

De dag begint goed! We krijgen echte pannenkoek bij het ontbijt.
Dedi heeft gisteren goed geleerd, het duurt even voor er 4 ontbijtjes klaar zijn, maar het smaakt prima!
We gaan vandaag met zijn allen mee met Lombok Dive.
Het is druk op de boot, er zijn veel verschillende groepen; snorkelaars, fundivers, cursisten. En een ‘oppasmoeder’. Ik hou alles aan boord in de gaten als iedereen in het water ligt, samen met de kapitein en zijn maatje. Adi, de schoonzoon van Boung en Sareah, man van Nur, werkt nu ook bij Lombok Dive.
Nadat we bij Mohni een goed woordje hebben gedaan voor Wawan, hebben we dat ook gedaan voor zijn zwager. We hebben er weinig vertrouwen in dat Pak Di op korte termijn weer aan het werk kan als kapitein. Adi is een zoon van een visser, vertrouwd met de zee en bovenal een heel vriendelijke jongen.
Misschien kan hij op termijn ingewerkt worden als kapitein. Komt Pak Di terug, dan heeft Mohni in elk geval een reservekapitein. En voorlopig kan Adi helpen aan boord, met snorkelen, sjouwen en wat net nodig is.


Na de ochtendduik besluiten Peter en ik om op Trawangan te blijven. Even lekker pelan-pelan doen, duiken is leuker als het minder druk is, vindt Peter. Ik vind het ook prima zo. Als Pak Di niet aan boord is, mis ik mijn grote vriend. Met de jonge knapen die er nu zijn, ben ik vrij snel uitgekletst.
We lunchen op ons gemak bij een gezellig restaurantje. Lekker hangen op een berugak aan het strand. Heerlijke nasi goreng, sapje erbij en een hele CD vol Tracy Chapman op de achtergrond. Meer hebben we niet nodig.
Na de lunch lopen we nog een stuk door de hoofdstraat. De hotels, duikscholen en restaurantjes lopen ver door. Aan het einde liggen een paar grote, zo te zien dure, restaurants en resorts. Niet ons ding.
Als we weer bij het strand zijn, wachten we met een leesboekje tot de boot komt. Boven Lombok hangen donkere wolken, maar het blijft droog. Vanuit Teluk Nare hebben we klanten in de auto die we bij Graha afleveren. Onderweg maken we nog een fotostop op één van de uitkijkpunten. Service van Lombok Dive.
We blijven nog even hangen bij Lombok Dive en gaan daarna naar Bumi. Duikspullen uitspoelen in de badkamer en buiten ophangen. Daarna de kamervloer drogen en zelf douchen.   
Vanavond hebben we geen plannen. We eten bij Warung Ana. Lekker, snel, goedkoop en altijd gezellig.
We hebben een gesprek me Ibu  Ana en één van haar dochters over scholen. Met name over TKK, de kleuterschool.
Die zijn hier in alle soorten en maten. En vooral in verschillende prijsklassen.
Van gratis tot peperduur. Een internationale school, waar ook veel kinderen uit gemengde gezinnen zitten, spant de kroon. De kinderen die op de kleuterschool zitten betalen al meer dan 2.600 euro per jaar! We konden het ons niet voorstellen, maar hebben de facturen gezien. Voor dat geld krijgen de kinderen dan wel les in het Engels. Prachtig, maar voor het geld wat je aan één jaar kleuterschool kwijt bent, kun je ook een complete opleiding afronden, van basisschool tot en met universiteit. Het is de vraag waar dan je voorkeur naar uit gaat. Toch zit de school vol. Ook zijn er veel kleuterscholen die weliswaar iets goedkoper zijn, maar nog steeds erg duur, zoals het schooltje naast Lombok Dive.
Er zijn ook stichtingen die Lombokse kinderen sponsoren en naar deze dure scholen laten gaan. Met het idee dat de kinderen in de toekomst dan kans hebben op een betere baan en toekomst. Het blijven moeilijke keuzes. Maar wij blijven toch bij de keuze om veel meer kinderen te helpen op een 'standaard' manier.
We maken het niet te laat vanavond. Morgen is er weer een dag.

 
Donderdag 09 augustus

Vandaag gaan Tom en Anique samen duiken. Peter en ik vermaken ons wel in de buurt van Loco.
Als de duikers weg zijn, beginnen we de dag met een relaxte wandeling langs het strand.
We verbazen ons weer over de enorme hoeveelheid troep die in zee drijft. Het is altijd erg, maar dit jaar   lijkt het nog erger. Vooral aan de zuidkant van de pier die bij Senggigi Beach hotel de zee in loopt.
Zwemmen is hier geen pretje…

Bij Coco Loco houden we een tussenstop. De bestelling  is bekend, 2 ice-lemon tea. Mooi uitzicht erbij, wat willen we nog meer. Parelkettingen misschien???
Och, eigenlijk niet, ik heb al een ketting met zwart-grijze parels en één met witte.
Tja, slimme verkopers; een ketting met grotere bijna zwarte parels heb ik niet, zeker niet zo’n mooie als er toevallig vandaag in de aanbieding zijn. En een ketting met zwart-paarse parels heb ik ook nog niet.
Als ik van die laatste er 3 neem, krijg ik die eerste er bijna gratis bij.     
Och, we zijn in een goede bui vandaag, dus waarom niet. Na wat gezellig over en weer onderhandelen komen we eruit. Ik heb nul komma nul verstand van parels, ik vind ze gewoon mooi of niet. Maar voor een paar euro kan er weinig misgaan. Ik zie zelf weinig verschil tussen deze parels en de parels die ik wel eens in dure boekjes of etalages zie. Prima koop dus, en weer een blije verkoper erbij.
Op de terugweg lopen we nog even de souvenir-supermarkt binnen. Niet dat we per se iets nodig hebben, maar ik zie hier altijd zo’n mooie dingen. Met 2 flinke houten beelden lopen we even later de winkel uit. Zonder te onderhandelen. Hier is alles gewoon geprijsd met een prijskaartje. Een verademing vind ik, ik hou niet zo van dat onderhandelen .
Stiekem heb ik nog even in de parel-vitrine gekeken. De kettingen die ik net heb gekocht liggen hier voor ongeveer dezelfde prijs. Hebben we net dus niet slecht onderhandeld.  
Rond de middag zijn we weer bij Bumi Aditya. Dedi biedt aan pannenkoeken voor ons te maken, hij heeft de smaak te pakken. Maar één keer per dag pannenkoeken vinden we eigenlijk wel genoeg. Lomboks eten heeft toch mijn voorkeur.
We lopen naar Warung Ana voor de lunch. Helaas is ze bijna uitverkocht en maakt ze ook weinig aanstalten om iets klaar te maken. Blijkbaar heeft ze niet zo veel tijd/zin vandaag.
Dan proberen we het bij Berry Café. Ook daar vangen we bot. Gesloten…
Dan moeten we verder van huis, we gaan naar Angels, waar we lekkere gado-gado eten.
Op de terugweg glip ik nog even de grote Chinese supermarkt binnen. De souvenirverkopers kopen daar altijd dun nylon draad om parelkettingen van te maken. Volgens mij hetzelfde draad waarvan ook de sleutelhangers, pennen en boekenleggers worden gemaakt. Ik ga na de vakantie maar eens iets creatiefs met parels doen of zo. Ik heb er nu genoeg…
Als we weer terug lopen kijken we even of Adam bij zijn kraam zit. Ja hoor, hij is er en heeft de Impian Anak pennen klaar. Als we met Adam zitten te kletsen, krijgen we een sms van Tom. Ze zijn op weg naar het kantoor en Tom gaat nog een zwembadduik doen bij Graha. Tom is samen met een andere student bezig met de lessen voor het divemaster diploma. Daarvoor moeten ze in het zwembad nog wat oefenen. Dat gaan ze zo dus nog doen.
Wij lopen naar kantoor en daarna naar huis. Rond 6 uur zijn de zwembadduikers ook klaar. Dan volgt een uurtje haasten, duikspullen uitspoelen, zelf wassen, opfrissen, omkleden.
Na 7 uur worden we verwacht bij Pak Umpuk voor een saté-avondje. Als we even voor 7 klaar staan om te vertrekken, horen we een gerommel alsof er een trein aankomt. Maar tot nu toe hebben we nooit treinen gezien in Lombok, en al helemaal niet in Kampung Loco. Zware vrachtauto’s rijden hier ook niet. Alles begint te trillen en schudden. Jippie, een aardbeving. Hoort allemaal bij de Lombok-beleving!
Later lezen we op internet dat de beving een kracht heeft van 5.6 op de schaal van Richter heeft. Het epicentrum ligt 80 kilometer ten zuiden van Mataram, de schok was te voelen van Bali tot Sumbawa. Er is geen schade, er volgt geen tsunami. Maar een beetje rillerig word ik er wel van.
Als alles verder rustig blijft, stappen we maar in de auto en rijden we naar Ampenan. Ook daar was iedereen flink geschrokken en de straat op gerend. Vooral de angst voor tsunami’s is hier groot. Bij een beetje storm lopen de golven hier al geregeld door de straten, een tsunami zou waarschijnlijk heel Ampenan wegvagen.
We gaan eerst eten bij Pak Umpuk en Ibu Misroh. Daarna lopen we naar Pak Di. Hij is vanochtend naar het ziekenhuis geweest waar een stukje weefsel bij zijn oksel weg is gehaald. Dat wordt onderzocht, over een dag of 5 krijgt hij de uitslag daarvan.
Pak Di ligt al te rusten maar komt tevoorschijn zodra hij ons hoort. Hij ziet er belabberd uit, maar dat zal ook vermoeidheid en stress zijn. Hij slaapt al nachten niet door de spanning. We hopen dat hij vannacht weer een beetje kan rusten en we blijven maar niet te lang bij hem.
Kan ook niet, want we hebben nog een ziekenbezoek gepland vanavond.
We willen graag bij Pak Harfin langs.
Die is inmiddels weer thuis in Mataram, nadat hij 2 keer kort in het ziekenhuis heeft gelegen na een herseninfarct. Opan, Pak Umpuk en Aufa gaan mee naar Pak Harfin.
Het wordt weer een zwaar bezoek, vind ik. Pak Harfin ziet er beter uit dan een paar dagen geleden in het ziekenhuis, maar zo in de thuissituatie is het maar een trieste aangelegenheid.
Hij hangt een beetje op de bank, kan niet spreken, weinig bewegen.  Vrouw en kinderen zitten er een beetje onwennig bij.
We hebben wel positief nieuws voor de familie.Een paar dagen geleden hebben we via facebook hulp gevraagd voor de drie schoolgaande kinderen van het gezin. Voor 2 kinderen hebben we al een sponsor gevonden. Opan maakt een paar foto’s van de meisjes voor op de Impian Anak website.

Ibu Wita, de vrouw van Pak Harfin, vertelt dat hij 3 keer per week therapie krijgt. Verder worden er nog verschillende behandelmethodes overwogen. Medicijnen, acupunctuur, iets met bloed aftappen, iets mee doen en weer ‘terugstoppen’. Ik begrijp er niet veel van, weet ook niet of ik er veel van wil begrijpen.
Het klinkt middeleeuws, maar volgens Opan is het iets wat gewoon in het ziekenhuis wordt gedaan.
Maar, zegt Opan, natuurlijk zijn er ook heel veel minder officiële behandelingen mogelijk. Van kruidendokters tot kwakzalvers, denk ik dan. Hoe dan ook, ik hoop dat er wel gekozen wordt voor iets en daar dan ook in wordt doorgezet. Mijn indruk is dat mensen hier vaak van de hak op de tak springen. Helpt iets niet binnen een paar dagen, dan proberen we weer wat anders. Maar wij hebben gemakkelijk praten. Mankeer je in Nederland iets, dan krijg je deskundig advies, hoef je je over het algemeen geen zorgen te maken over de kosten van de behandelingen. Hier ligt dat toch heel anders.
Ook dit ziekenbezoek maken we niet te lang. Met een akelig gevoel nemen we afscheid. Over een paar dagen vliegen we weer naar Nederland.  Hoe treffen we dit gezin volgend jaar aan? Naderend afscheid van onze vrienden in Lombok maakt me altijd verdrietig, maar met een ‘volgend jaar zien we elkaar weer’ houden we altijd de moed erin. Maar met dit soort ziektegevallen is volgend jaar nog wel heel erg ver weg. Op de terugweg in de auto is iedereen stil. Tot kleine Aufa begint te jammeren... Ook ziek, niet zo ernstig maar wel vervelend. Zoals veel Lombokse kinderen die geen autoritjes gewend zijn wordt ze wagenziek. Het avondeten blijft niet binnen. Met open ramen voor de frisse lucht rijden we snel naar Ampenan. Daar nemen we afscheid, het was weer een heftige dag. In Loco sluiten we de dag af met een glaasje fris op ons terrasje. Dan gaan we niet te laat naar bed. Nog 4 drukke dagen te gaan op Lombok, een beetje rust kunnen we wel gebruiken.

 
Vrijdag 10 augustus

Vandaag belooft weer een drukke dag te worden. Maar de dag begint niet goed. Tom is ziek. Jasses, als ik van Anique hoor dat hij flinke hoofdpijn heeft, beginnen de alarmbellen te rinkelen. Laat het alsjeblieft geen voorhoofdholte-ontsteking zijn! Maar volgens Tom voelt het niet zo aan. Hij heeft er ervaring mee, dus vertrouwen we maar op zijn gevoel.
Dan maar een dagje pelan-pelan voor hem. Anique is ook moe na een paar dagen duiken dus gaan Peter en ik alleen op pad.
Wij hebben een afspraak met Sofi, de vrouw van Mohni en gaan bij haar in Montong een kopje thee drinken.
Als het goed is, is Peter ‘Dua’ uit Venray nu ook in Lombok. Vorig jaar hebben we hem hier ontmoet en ‘meegenomen’ naar de school in Batu Tumpeng. Dat heeft toen zoveel indruk op hem gemaakt, dat hij besloten heeft om dit jaar weer een Indonesië-reis te combineren met een paar dagen Lombok. We houden de telefoon/sms vandaag dus goed in de gaten.
Net voor de middag lukt het om een afspraak te maken met Peter II. Hij had eigenlijk een luierdag op het strand gepland, maar gaat vanmiddag toch met ons mee naar de Gangga watervallen.
Morgen willen we samen naar de school in Batu Tumpeng gaan en aansluitend naar zijn 3 sponsorkinderen. Als hij dan nog niet genoeg van ons heeft, kunnen we zondag nog samen naar de Gili’s. Maandag gaan wij afscheid nemen van Lombok, dinsdag vertrekt Peter zelf ook weer.
Onze agenda is voor de komende dagen dus goed gevuld.


Rond 12 uur stranden we bij Berry Café voor de lunch. Tom en Anique zijn ook van de partij. Terwijl we heeeeeeel erg lang wachten op het eten (het vlees voor de hamburgers moest volgens mij nog gefokt, geslacht, gekocht, gehakt en gebakken worden – wie bestelt er ook hamburgers in Lombok, vraag ik me af), praten we even bij met Mohni. Mijn noedelsoepje was overigens binnen 5 minuten klaar….
Als we het eten op hebben (volgens Peter en de kinderen waren de hamburgers het wachten wel waard, echt zelfgemaakt, geen McDonalds prak), moeten we haasten om op tijd bij Peter II te zijn. Hij logeert in Senggigi Beach Hotel. Het is een allerhartelijkst weerzien. Grappig, we ontmoeten elkaar vaker in Lombok dan in Nederland, terwijl hij in Nederland nog geen 12 kilometer van ons vandaan woont.
Gezellig kletsend rijden we naar Gangga. Het is leuk om hier te rijden met iemand die er nog niet of niet zo vaak is geweest. Dan zie je zelf ook weer andere dingen, vallen dingen je weer meer op. Na een paar jaartjes Lombok vind je het heel gewoon om een motor te zien met een middelgroot gezin erop, busjes waar meer mensen op het dak zitten dan in het busje, kippen, honden, geiten, koeien en apen op de weg, wandelende struiken/grasbalen (waar denken we toch een mens onder zal zitten) en ga zo maar door.
Na zo’n anderhalf uur hobbelen komen we aan bij de Gangga watervallen. Peter zet de auto op de ‘parkeerplaats’. Bij de welbekende berugak worden we ontvangen met een blikje fris en een formidabel uitzicht. En natuurlijk het welbekende gastenboek, waar alle toeristen zich mogen inschrijven. Even spieken, ja, ons bericht van vorig jaar staat er ook nog in!


Dan gaan we op pad naar de watervallen. Een lokale gids begeleidt ons.
We maken weer een rondje langs de drie verschillende watervallen. De eerste is niet bijzonder indrukwekkend. Al ben ik altijd onder de indruk van het enge muurtje waar je overheen moet lopen, met aan één kant een stuwmeertje, aan de andere kant een afgrond.
Maar het ergste moet dan nog komen, om waterval nummer 2 te bereiken moet je over een wiebelige bamboebrug, daarna op een glibberige houten steiger klauteren. Vanaf die steiger (of hoger vanaf de rotsen) kun je heerlijk het koude water in springen of genieten van de waterval die in het meertje stort. Vorig jaar heb ik me al voorgenomen om dat mezelf niet meer aan te doen, het is prachtig om te zien, maar doodeng om er te komen. Ik wens de heren veel zwem-spetter-duikplezier en wacht rustig tot ze weer terugkomen. Intussen maak ik wat foto’s en geniet van het uitzicht, dat van hieruit ook adembenemend mooi is, je kijkt over de bossen en rijstvelden en ziet in de verte zelfs de zee. Peter en ik hebben allebei een zwak voor deze plek. Het is er zo mooi, rustig, de gidsen zijn niet opdringerig. Er komen ook nauwelijks toeristen. En, wat ook echt opvalt, is dat alles hier zo netjes is, je ziet geen rommel, geen plastic rondzwerven. Niet bij de watervallen, maar ook niet in het dorpje dat hier ligt, Kertaraharja. Als de drie mannen genoeg gespetterd hebben, wandelen we weer verder. Op naar de laatste waterval, waar we al een tijdje niet zijn geweest. De waterval zit een beetje verstopt. Je maakt een afdaling het oerwoud in. Er is een smal kronkelpaadje gemaakt, maar door de droogte liggen de kiezelsteentjes en zand erg los. Maar onze trouwe gids tovert een paar wandelstokken voor ons tevoorschijn. Mooi, alles hier komt zo uit de natuur.
Op een gegeven moment kom je langs een riviertje, na wat klim en klauterwerk door het water en over de rotsen komen we bij het laddertje. Als je daar op klimt kom je weer in een ‘verborgen’ zwembadje in de rotsen, waar de waterval in uit komt. Heel mooi, maar wel met de nodige hindernissen.
Vooral dat laddertje… De houten ladder was de eerste keer dat we er kwamen niet al te stevig, maar een groter probleem was dat de ladder overspoeld wordt door water dat uit het bad loopt. Een wiebelige, wankele ladder in een waterval dus. Niet handig om met een bril of lenzen te beklimmen, zeker niet als je toch al niet zo’n waterrat en klauteraar bent. Vorig jaar was het nog lastiger, want toen had de ladder het  helemaal begeven.  Maar volgens de gids is er nu een nieuwe, stevigere trap gekomen. Kan wel zijn, maar die nieuwe trap staat nog steeds midden in het watervalletje. En de nieuwe trap is niet het soort trap dat wij gewend zijn. Het is de stam van een palmboom waar voetstappen in zijn gehakt. Een 2e stam, die iets hoger ligt, doet dienst als leuning. Ik sla ook dit zwempartijtje over en neem de taak op me om alle camera’s en kleren te bewaken. Niet dat iemand die hier weg zou halen, denk ik nog als ik het zeg.
Even later denk ik daar anders over. Als het stil is hoor ik ineens gerommel hoog boven me. Apen! Ik sta in de rivierbedding tussen twee bergen. Via de overhangende takken zwiepen de apen boven mijn hoofd van de ene naar de andere kant. Nou vind ik aapjes erg leuke beesten, maar ik vertrouw ze hier voor geen meter. Ik ga toch maar een beetje in de buurt van de spullen zitten en hoop dat de aapjes op afstand blijven. Dat doen ze ook, helaas zo ver uit de buurt dat ik er geen op de foto krijg. Ze blijven ook niet echt stil zitten.


Als de mannen terugkomen vangt de gids nog een paar garnaaltjes in de zanderige bodem van het  riviertje. Die zullen wel als aas gebruikt worden om later mee te vissen.
Dan beginnen we aan de terugweg. Net bergaf betekent nu dus bergop. Maar met de wandelstok erbij en een mooi uitzicht is dat helemaal geen probleem. We maken zelfs een toeristisch omweggetje, zodat we op een gegeven moment een mooi uitzicht hebben over verschillende watervallen. En, ook leuk, nog een agrarische les krijgen. We wandelen over smalle dijkjes tussen de pinda-plantages. Uiteraard worden er een paar nootjes uitgegraven om te proeven. Apart, zo vers uit de grond, maar ik heb ze toch liever iets meer gedroogd. Als we na een mooie wandeling weer bij de berugak aankomen, zien we dat de dorps tamtam goed heeft gewerkt. Pak Ubud, één van de lokale gidsen en inmiddels een goede bekende van ons, heeft gehoord dat die mensen uit Belanda er weer zijn. Hij komt vragen of we straks even bij hem thuis langskomen en vertellen dat hij nog vanille voor ons heeft. Klopt, die kochten we hier altijd.  Maar voor we naar hem gaan, nemen we hier nog een drankje, en worden we nog even ingewijd in de lokale flora. Hier groeit en bloeit van alles. De vanillestruiken kronkelen langs het afdakje, cacaovruchten hangen voor het grijpen. Dat doet ons weer denken aan de speciale koffie die we hier ook wel eens kopen. Echte Lombok-koffie met cacao en vanille. Lekker om te drinken, maar ook heel mooi verpakt. In zelfgemaakte souvenirverpakking;  een stuk bamboe in kokervorm waarvan een koffiebus of zelfs drinkbeker is gemaakt. Uiteraard mooi versierd met ingekerfde tekeningen. Ook nu kunnen we die niet laten liggen. Met een nieuw voorraadje nemen we even later afscheid. Eerst van onze gids, die we direct een beloning voor de rondleiding in de hand stoppen. Dan van de ‘baas’ die hier rondloopt. Bij hem rekenen we de drankjes af, met een royale fooi. Voor de ‘entree’ van het mooie park. Officiële kaartjes, tarieven voor entree en rondleiding gebruiken ze hier niet. Geef maar wat het je waard is, is de standaard aanpak.  Dan doen we dus ook, waarschijnlijk een slimmere aanpak van de beheerders dan een vaste prijslijst. Maar het komt wel vriendelijk over, vind ik. Pak Ubud begeleidt ons naar zijn huisje in Kertaraharja. We slaan een drankje af, we hebben niet veel zin om straks het hele stuk in het donker terug te gaan rijden. En het is nog geen Buka Puasa, om dan bij de mensen die nog moeten vasten thuis te gaan drinken doen we liever niet. Wel maken we kennis met zijn schattige dochtertje en natuurlijk heel veel andere nieuwsgierige kindjes uit het dorp. We kopen een flinke bos kakelverse heerlijk ruikende vanille ‘betaal maar wat je ervoor wil geven’ en nemen dan afscheid van deze aardige mensen en prachtige plek. We hebben nog een flink ritje voor de boeg.
Bij Tanjung, iets verder naar het zuiden, hebben we op de hoek van 2 straatjes ooit lekkere vissaté gehad. Daar hebben we nu ook wel zin in. En yes, het kraampje staat er nog.
Even een tussenstop dus. Helaas is de echte saté ikan al uitverkocht. Wel hebben ze iets anders, ik weet niet hoe het heet, maar de kenners begrijpen het wel ‘rolletjes geprakte vis gestoomd in bananenblad’.
Ik vind het niet superlekker, ik hou niet zo van eten wat er ‘voorgekauwd’ uitziet.

Het buurkraampje verkoopt ook nog iets. Hé, dat hebben we al lang niet gehad. De laatste keer was op de pasar malam bij Belimbing in Bali, zomer 2007, als ik me niet vergis.
Martabak! Heeft overigens niks met tabak of roken te maken. Het is een zeer machtige maaltijd. Iets wat het midden houdt tussen een loempiavel en een flinterdunne pizza wordt in heel veel olie gebakken op een vlakke plaat. Dan wordt er een vulling van veel ei, fijngesneden groente, kruiden en eventueel gehakt op gelegd. Het geheel wordt nog vele malen overvloedig met olie gedoopt. De deeglaag wordt eromheen gevouwen, als een supergrote loempia, dan volgen nog een paar flinke scheppen olie om alles smeuïg te bakken. Als alles goed doorbakken (en doordrenkt met olie) is, wordt het geheel in stukken gesneden en op een bordje/bananenblad/krant of wat dan ook geserveerd. Het is erg lekker, maar ook erg machtig. Vreemd, met al die eieren en olie….na een paar kleine hapjes heb ik eigenlijk altijd genoeg gehad.
We eten de prakvis ter plekke op en laten de martabak inpakken. Die is als we straks in Senggigi zijn ook nog wel warm en lekker. Omdat we toch ‘gezond’ bezig zijn nemen we ook nog een zakje vol pisang goreng mee. Voor de vitamientjes die in de banaan zitten…
Dan is het inmiddels echt donker en beginnen we aan het laatste stuk van de terugreis. Een uurtje later zijn we in kampung Loco.
Peter II gaat nog even mee naar ons hotel, om ook eens een echt luxe-hotel te zien, hahaha, en natuurlijk om mee te helpen de martabak en pisang goreng op te eten. Anique kijkt helemaal blij als ze hoort wat het avondeten is. Tom is in diepe slaap en niet wakker te krijgen. Zelfs niet voor martabak!
We genieten van het eten, de rust om ons heen en het gezelschap. Na een drukke maar gezellige middag neemt Peter II afscheid en wandelt naar zijn eigen hotel, dat veel meer luxe maar vast minder gezelligheid biedt dan ons hotel. Wij maken het ook niet te laat vanavond. Morgen hebben we weer een volle agenda, met onder andere een bezoek aan Batu Tumpeng.

 
Zaterdag 11 augustus

We nemen vandaag de tijd om uit te slapen. Niet echt lang, maar iets langer dan de meeste ochtenden hier.
Vanmiddag hebben we afgesproken om met Opan en Peter II naar Batu Tumpeng te gaan.
Tom is nog niet helemaal fit, Anique doet ook een dagje rustig aan. Peter en ik lopen voor de middag naar Coco Loco. Het kon wel weer eens de laatste keer zijn dit jaar, dus even extra genieten van het mooie uitzicht, de vrolijke vissersbootjes, de verkopers en natuurlijk de ice-lemon tea.
Op de terugweg gaan we weer inkopen doen. Tom had op de Pasar Seni een mooie gekko gezien. Met een kamer in Blitterswijck en een kamer in Velp is er vast nog wel ergens een plekje op de muur vrij.
Eén gekko alleen kopen is zielig, dus het worden er twee. Twee gekko’s alleen is ook zielig, dus komen er nog een paar mooi beschilderde houten schalen bij. Ik heb nog geen idee waar ik die thuis nog neer kan zetten, maar ze zijn zo mooi… En natuurlijk worden de gekko’s veel goedkoper als we er nog wat bij kopen. Ja, ook op de markt hebben ze handige verkopers!


Als we terug lopen besluiten we om bij Mario’s wat te eten. Het is al weer lunchtijd en straks gaan we Peter II ophalen. Bij Mario’s staat het eten meestal vrij snel op tafel. We bellen de kinderen of ze ook komen. Tom heeft geen trek, maar Anique komt ons al snel tegemoet lopen. Als we het eten hebben besteld zitten we nog heel erg lang te wachten tot het wordt gebracht. Het zit ons de laatste dagen niet mee wat dat betreft.
We bellen Peter II en Opan om te zeggen dat het iets later wordt. Gelukkig is dat geen probleem.
Als we het eten op hebben, sprinten we naar het hotel om de auto op te halen. Dan rijden we weer terug naar Senggigi Beach Hotel om Peter II op te halen. Op weg naar Batu Tumpeng pikken we Opan nog op in Ampenan.  Dan rijden we vlot door naar Batu Tumpeng. Nu via de korte route, toen Peter II vorig jaar meeging, moesten we een heel eind omrijden omdat er aan de weg werd gewerkt.
Als we het schoolplein oprijden staan Hamdi en Pak Haji ons al op te wachten. We worden eerst meegenomen naar de ‘toilethoek’.  Een kleine twee weken geleden beloofde Pak Haji dat de werkzaamheden daar binnen lima hari, vijf dagen,  klaar zouden zijn. Maar dat was uiteraard meer figuurlijk dan letterlijk.
Maar we zijn verbaasd dat ze in vrij korte tijd toch al zo ver zijn gekomen. Het metselwerk is gedaan, een deel van het sanitair is geplaatst. Ook zijn er al heel wat tegels geplakt. Mooie lichtgele met oranje bloemen, staat fleurig bij de grasgroene muren!  We bespreken de verdere afhandeling. Tot nu toe is alles netjes volgens planning gelopen, wat geld betreft. Wel moet er nog een waterreservoir komen, waarschijnlijk op het dak. We bespreken met de mannen hoe groot dat moet worden en wat het geheel gaat kosten. Al met al zijn we dik tevreden. Fijn dat de schoolkinderen en leerkrachten nu ook gewoon bij school naar het toilet kunnen en hun handen/voeten kunnen wassen.
Als alle zaken geregeld zijn is het tijd voor een rondje school.



Vanmiddag zijn de middelbare scholieren aanwezig. We komen eerst in een meisjesklas. Het is er erg rustig, maar dat verandert snel als Peter II plaatsneemt in een van de door hem gesponsorde schoolbankjes. Hamdi gaat gezellig naast hem zitten, een luid gegiechel breekt los. Dan zet Hamdi de jonge juffrouw naast Peter II. Arm meisje, ze weet niet goed waar ze moet kijken. De leerlingen vinden het geweldig, tot Peter II en Peter een rondje door de klas gaan maken en gesprekjes gaan voeren. Dan wordt het heel stil…
In de volgende klas, waar alleen maar jongens zitten, is de sfeer heel anders. Minder gegiechel, maar ook minder rustig. Voor in de klas hangt een geprint A4-tje waar ik blij van word; Perhatian!  Tolong  rapikan bangku dan bersihkan kelas . Vrij vertaald: Attentie! Help de klas en bankjes schoon en netjes te houden.
Maar ja, ik weet ook wel dat dit er neer is gehangen omdat/nadat ik een keer het commentaar heb geleverd dat wij en de Impian Anak sponsors niet blij zijn te zien dat er overal op de tafeltjes, bankjes en muren wordt gekrast en gekliederd. De leerkrachten hadden geen idee waar ik het over had; de kinderen hebben toch schriftjes om in te schrijven?! Ja, dat klopt, maar op de muren en tafels wordt ook flink geschreven, zeiden wij. O, dat?!  Tja, dat is in Lombok vrij normaal, ook in de woonhuizen is het niet vreemd om allerlei kindertekeningen aan te treffen op de muren. In school maakt zich dan ook niemand druk om het gekras en geklieder. Voorzichtig en zuinig omgaan met spullen is niet direct het sterkste punt, al zijn er scholen waar wel degelijk op dit soort dingen wordt gelet.
Maar ongetwijfeld omdat wij er opmerkingen over hebben gemaakt, hebben ze nu ’waarschuwings’briefjes in de klas gehangen. Valt mee dat ze het niet rechtstreeks op de muren hebben geschreven!  
We hebben niet de illusie dat dit gaat werken. Maar we hebben ons best gedaan, denk ik maar.
Met ons hele gevolg gaan we alle klassen door. We krijgen verschillende lessen mee, Arabisch, religie, wiskunde, Engels. Fijn om te zien dat ook de schoolboeken goed worden gebruikt!
Na de rondleiding gaan we op de grote berugak zitten. Daar praten we nog even door over de verschillende lessen die de kinderen krijgen.
Als Hamdi ook sporten noemt, zijn we geïnteresseerd in wat ze dan zoal doen. Dat is heel uitgebreid; voetbal, tennis, basketbal. Als we vragen waar ze dat doen kijkt Hamdi verbaasd. In de klas natuurlijk! Dan kijken wij weer verbaasd. Hoe werkt dat dan? Dan blijkt dat ze sport alleen in theorielessen doen. Omdat ze geen sportveld hebben, krijgen ze de spelregels uitgelegd. Dat is de hele sportles….
Dat schijnt wel vaker voor te komen hier in de buurt. Sommige scholen hebben sportvelden of voorzieningen, maar de meeste niet. Die zijn dus aangewezen op theoretische sportlessen.
Nu hebben we het vermoeden dat het merendeel van de kinderen in dit dorp wel voldoende lichaamsbeweging krijgt buiten schooltijd. Kinderen zijn altijd buiten, helpen mee in de velden, spelen, rennen, vliegeren. Ze krijgen vast meer beweging dan het gemiddelde Nederlandse kind met echte gymlessen op school. Wat dat betreft hoeven we ons geen zorgen te maken over de kinderen hier.
Nu we toch hier zijn handelen we ook snel de administratie af.
Om Hamdi weer een ritje naar het internetcafé te besparen fotograferen we de facturen van ‘Peters’ tafeltjes en van de benodigdheden voor de toiletten. Dan printen we ze thuis wel weer uit voor de boekhouding.
Handig, nu weet ik dat een hurktoilet hier maar 70.000 rp kost, een euro of 6. Een grote kunststof mandibak is duurder, ongeveer 16 euro.
Als alles is afgehandeld stappen we weer op. Een etentje, net als vorig jaar, zit er nu niet in. Helaas, het is vastenmaand en de zon gaat nog niet onder.

Als we afscheid hebben genomen van iedereen gaan we nog even naar Mulhakim, een eindje verderop. Hij was vorige keer niet thuis toen we op visite kwamen. Hij is één van onze ‘zorgenkindjes’. Woont alleen met zijn zus die iets ouder is dan hem, hun ouders leven niet meer. Mulhakim gaat nu naar de laatste klas van de basisschool. Ook nu treffen we hem niet thuis, maar hij wordt gezocht. We kunnen alvast in het huisje plaatsnemen. Als we goed en wel zitten, komt er een man binnen. Zo te zien net gewassen. Hij is erg nat, heeft een handdoekje omgeslagen en kijkt een beetje verwilderd. Het blijkt een oudere broer van Mulhakim te zijn. Sinds een paar weken woont hij weer hier. Hij heeft lange tijd ver van huis gewerkt, volgens mij in Borneo. Het geld wat hij daar verdiende ging heel snel weer op aan het levensonderhoud, vertelt hij. Veel zin om daar te blijven had het dus niet. Nu is hij weer terug bij zijn familie. Als Mulhakim even later ook binnenkomt, zit het kamertje vol. Niet dat Mulhakim zo dik is, het kamertje is erg klein. Mulhakim is nog steeds erg mager, zeker voor zijn leeftijd. Aan de balen rijst te zien die in de kamer liggen hebben ze wel te eten. Arme gezinnen krijgen vaak rijst via de overheid.  Van Impian Anak krijgt dit gezin geregeld een pakketje voedsel. We hopen daarmee een beetje variatie aan te brengen in het menu. Alleen maar witte rijst is ook niet alles.
Mulhakim is een leuk jochie, hij ziet er altijd een beetje onverzorgd uit, te kleine kleren, haren in de war, maar hij is altijd heel aardig en beleefd.
Wij hebben allemaal een zwak voor hem en we hopen dat hij het volgend jaar in de brugklas naar zijn zin heeft. Elk jaar dat hij verder leert is meegenomen. Aangezien hij volgend jaar naar de nieuwe school in Batu Tumpeng kan, hopen we dat Hamdi zich ook een beetje over hem gaat ontfermen. Het zou fijn zijn als hij een opleiding af maakt, maar gezien zijn thuissituatie, waar niemand zich echt om hem bekommert, zal dat niet meevallen.
Dan gaan we verder, op naar het oudste sponsorkind van Peter II. Daarvoor moeten we naar Kediri. Wij kennen hem al, Peter II nog niet. Novendar gaat nu naar de highschool. Het is een stevige, grote jongen. Erg sportief, netjes, beleefd. Zijn droom is om later iets in het leger te gaan doen, of eerst naar de universiteit, of iets met sport. Kan dus nog alle kanten op. Voorlopig kan hij daar nog rustig over nadenken.


Peter II is erg onder de indruk, vindt het geweldig om nu persoonlijk kennis te maken met zijn ‘Lombokse zoon’. Een kind in zijn eigen leefomgeving zien, het dorpje rondlopen, de familie ontmoeten, dat is toch heel anders dan een fotootje van het kind bekijken. Uiteraard komt moeder ook kennis maken, met zijn 3-en poseren ze voor een foto.
Dan valt ons oog op een paar foto’s die al aan de muur hangen. Wat leuk, de foto van het uitstapje een paar weken geleden hangt er ook al bij! Trots laat Novendar de foto aan Peter II zien. Alle kinderen staan voor de bus. Peter gaat direct zoeken waar Novendar staat. Helaas, lacht Novendar, hij staat er niet op, hij zat al in de bus….  Oeps, dat hadden we niet in de gaten, volgend jaar even ‘koppen’ tellen, zodat ook echt iedereen op de foto staat!
We wandelen nog een rondje door Kediri, we moeten nog even bij Zihan op bezoek, vorige keer zijn we hem misgelopen. Zihan Hakiki zit nog niet zo lang in ons project. Hij woont samen met zijn broer in hun ouderlijk huis. Zihan zit nu in de eerste klas van de basisschool. Zijn broer is begin 20. Na de dood van hun ouders heeft hij de zorg voor Zihan op zich genomen. De broer is timmerman, en al snel ontstaat bij Peter II het idee om de broer de tafeltjes voor het volgende klaslokaal te laten maken, als dat mogelijk is. Voor Peter II staat het al vast dat hij voor een eventueel 7e lokaal ook de tafeltjes en bankjes wil sponsoren. Als die door de broer van Zihan gemaakt worden, profiteert Zihan daar indirect ook van mee. Goed idee, vinden wij! Geweldig als sponsors ook meedenken!
Zihan zelf is heel erg verlegen. Met veel moeite maken we een zielig fotootje van hem en zijn broer.
Een paar maanden geleden is de sponsor van Zihan ook in Lombok geweest, ook op bezoek bij Zihan. Toen heeft hij veel  gehuild, zelfs toen hij een mooi oranje voetbalshirt cadeau kreeg.
Nu huilt hij niet meer, we boeken dus al enige vooruitgang.
Als we teruglopen naar de auto maken we nog heel veel foto’s. Zoals gewoonlijk worden we hier omringd door een grote groep vrolijke kinderen. Het is mooi om te zien hoe ze lekker buiten bezig zijn. Vooral vliegeren is populair. Niet met moderne nylon vliegers, nee, het zijn zelfgemaakte exemplaren, met een groot blik of emmer om het touw op te rollen.
In mijn tas zit nog een cadeautje van familie Coppus, de sponsors van Elsha. Ik vind het vervelend om het aan Elsha te geven waar alle andere kinderen bij staan, want ik heb verder niets bij me om uit te delen. Maar met behulp van Opan lukt het me om haar even alleen te hebben, zodat we het pakje kunnen geven. Uiteraard pakt ze het cadeautje niet uit waar we bij staan (dat wordt nooit gedaan in Lombok), maar ik durf te wedden dat ze zo naar huis sprint om snel te kijken wat er in zit.
Wij sprinten ook weer richting auto, want we hebben nog een paar bezoekjes af te leggen en het sein Buka Puasa nadert. Op de weg wordt het al gezellig druk, iedereen haast zich naar huis om op tijd te zijn voor het eten. Zeker op deze drukkere hoofdweg is het al een chaos. Aan de kant van de weg wordt druk gekookt. In de diverse eetstalletjes zien en ruiken we weer veel lekkers…
Met veel moeite voegt Peter even later met de auto in tussen de vele motortjes.

We geven Opan de opdracht te waarschuwen als we de fruitkraam van zijn vriend naderen, we willen wat lekkere vitamientjes meenemen voor onze vrienden in Ampenan. Even later wordt er druk onderhandeld en met een auto vol heerlijke watermeloenen en lengkeng vervolgen we onze weg naar Ampenan.
Als we daar aankomen leveren we een watermeloen af bij Ida, die al thee en vissaté voor ons klaar heeft staan. En ze heeft nog iets, of beter gezegd iemand, voor ons in huis. Peters 2e sponsorzoon, Andi Jumadil zit bij haar. Wat is een verrassing! Maar we blijven niet te lang bij Ida, want het is bijna kwart over 6, voor die tijd willen we graag even een rondje langs het huis van Andi en van Hanafi, het jongste sponsorkind van Peter II, maken. We vinden het vervelend om op etenstijd binnen te vallen, zeker in de Ramadanmaand.
Eerst lopen we naar Hanafi. Pak Di heeft via de tamtam gehoord dat we in Ampenan zijn en loopt met ons mee. Hij ziet er een beetje beter uit dan vorige keer, maar zijn gezicht staat onveranderd zorgelijk.
Hanafi is, net als Mulhakim, een zorgenkindje. De familie is erg arm, hun huis is niet veel meer dan een schuurtje. Peter II treft het wel vandaag, met net deze 2 kinderen in de route.  Maar Hanafi ziet er vandaag fit en vrolijk uit. De familie zit overduidelijk bij de eetpot te wachten tot ze mogen aanvallen. Vader vraagt ons of we blijven eten.
Ik krijg een brok in mijn keel, kippenvel, en ik geloof dat Peter en Peter II hetzelfde voelen. Dit gezin heeft echt helemaal niks. Alleen een flinke ketel witte rijst voor het avondeten. En dan nog bieden ze ons hun eten  aan. Met het excuus dat we naar Tom en Anique moeten, bedanken we vriendelijk voor het aanbod.
We willen ook snel weer verder, want we moeten nog naar het huis van Andi.
Peter II maakt nog een paar prachtfoto’s van zijn jongste Lombokse kind en dan nemen we afscheid van het gezin.


Snel lopen we naar het huis van Andi Jumadil.
Als we binnen komen, gaat moeder snel een beetje opruimen. Vader komt ook net binnen en geeft ons een verlegen hand. Moeder kwebbelt er als gewoonlijk vrolijk op los. Ook hier wordt gevraagd of we blijven eten. Ook hier gebruiken we weer de smoes dat we naar onze eigen kinderen moeten, dat werkt meestal prima. Peter poseert nog met het gezin voor een mooie foto.
Dan klinkt het sein Buka Puasa, gaat iedereen eten en gaan wij er snel vandoor. Maar ja, helemaal weg uit Ampenan komen we nog niet.
Pak Di staat erop dat we bij hem thuis nog even wat komen drinken. Dat kunnen we echt niet weigeren.
Dus zitten we even later op het mooie groene bankstel met de slechte vering. Er worden grote glazen dampende thee neergezet. En Ibu Diah is druk in de keuken. We zeggen al dat we echt niet mee-eten, maar ja, we kunnen hier zeggen wat we willen, de klepon, pinda’s en kroepoek worden al voor ons neergezet. Als Pak Di uit de keuken komt, overhandigt hij me een plastic tas. Ik weet niet goed wat ik er mee moet doen en kijk hem een beetje vragend aan. Als het een cadeau is, is het misschien niet netjes om het uit te pakken, maar misschien is het iets heel anders. Maar Pak Di zegt al snel dat ik het open moet maken. Er zitten 3 prachtige kains, doeken, in, in traditionele batikmotieven. Eéntje is voor mijzelf, één voor Anique en één voor mijn moeder. Het is een cadeau als bedankje voor alles wat ons gezin voor de mensen in Lombok doet. Ik probeer me in te houden, maar de tranen stromen over mijn wangen. Het naderende afscheid van Lombok, van al onze vrienden hier, de gezondheidstoestand van Pak Di, de bezoekjes aan alle sponsorkinderen, het wordt me even te veel.
Terwijl ik mezelf weer in de hand probeer te krijgen, worden er drie grote kommen soto op tafel gezet. Als we protesteren wordt er gezegd  dat ze dit al speciaal voor ons hadden gemaakt. Als we een hap van de soto nemen, weten we dat ze niet de waarheid spreken.
Als deze soto speciaal voor ons was gemaakt, waren ze veeeeeeel spaarzamer geweest met de pepertjes en sambal. Dit is pittig in het kwadraat, zodat Peter en Peter II ook al snel met tranen in de ogen zitten te eten. Och, ben ik tenminste niet de enige.
Als alle tranen gedroogd zijn, nemen we afscheid van iedereen. Het wordt steeds moeilijker om afscheid te nemen. Pak Umpuk begint zich alweer zorgen te maken over het afscheid op maandag. Hij wil zolang mogelijk bij ons blijven, maar dat is lastig nu we via het nieuwe vliegveld vertrekken. Het oude vliegveld was voor hun gemakkelijk te bereiken, maar Praya is wel erg ver weg. Eerlijk gezegd neem ik ook liever afscheid bij de gezinnen in Ampenan thuis. Tegen de tijd dat we dan op het vliegveld aankomen ben ik weer een beetje uitgesnotterd. We stellen dan ook voor dat we maandag voor we vertrekken ruimere tijd naar Ampenan komen en daar van iedereen afscheid nemen. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker, vind ik. Pak Umpuk maakt wel nog even heel duidelijk dat hij gegarandeerd maandag niet gaat duiken, of Lombok Dive het nou druk heeft of niet. Gelijk heeft hij, want morgen gaat hij wel duiken, samen met ons. Maandag kan hij dan wel weer een rustdagje gebruiken.
Als we nog wat fruit hebben rondgedeeld, nemen we echt afscheid. We hebben vanavond nog een bezoek af te leggen. In Senggigi zetten we Peter II af bij zijn hotel.
Wij gaan op zoek naar Tom en Anique. Tom zit bij Jay, ongetwijfeld Rinjani herinneringen op te halen.
Met zijn allen gaan we naar Mohni en Sofi, waar we zijn uitgenodigd voor het avondeten. Veel honger heb ik niet meer, maar ja.
Er komt toch weer veel lekkers voorbij, veel vis, garnalen, groente en heerlijk fruit. We komen ook hier niks te kort.
Er valt nog van alles te bespreken, maar morgen wordt ook weer een drukke dag, dus maken we het niet al te laat.

 
Zondag 12 augustus

Bah, vandaag is alweer de laatste echte vakantiedag. Morgen telt niet echt mee, vind ik, dat is meer afscheid nemen dan vakantie vieren. We hebben voor vandaag een dagje Gili’s op de planning staan.
Tom slaat over, is nog niet superfit, zegt hij. We stellen hem voor om dan gewoon mee te gaan, zonder te duiken, een dagje op één van de eilandjes blijven of rustig snorkelen. Maar nee, de laatste vakantiedag de zee op zonder te duiken ziet hij niet zitten, dan blijft hij liever in Loco.
Ik twijfel wat te doen, maar besluit toch maar mee te gaan op de boot. Tom amuseert zich hier ook wel, bij Jay, Boung of ergens anders in de kampung.
Voor we naar Teluk Nare gaan, halen we Peter II uiteraard ook op. Zijn plan om tijdens zijn korte verblijf op Lombok alleen de school in Batu Tumpeng en zijn sponsorkinderen te bezoeken en verder op het strand te relaxen is niet helemaal gelukt. Tja, uitrusten kan in Nederland ook, zeggen wij altijd.
Met een auto vol komen we aan in de haven. Daar loopt alles gesmeerd en even later zitten we op de boot.
Het is weer genieten, lekker weer, strakblauwe lucht, gezellige mensen aan boord. Alleen Pak Di mis ik erg, zeker als iedereen van boord is. Tijdens de overtocht zit Pak Umpuk aan het roer. Maar tijdens het duiken neemt één van de andere jongens het roer over en werkt Pak Umpuk weer mee als divemaster. De andere kapiteins zijn ook aardig, maar toch voel ik me eerder overbodig of in de weg zitten dan wanneer Pak Di er is. Maar ja, hopelijk is Pak Di volgend jaar weer van de partij.
Na een ochtendduik bij Sharkpoint gaan we lunchen op Trawangan. Ja, nu kan het nog, dus wandelen we naar Kiki Novi. Peter II kan onze restaurantkeuze ook waarderen, we hadden niet anders verwacht. Hier is het eten altijd heerlijk, en je kunt zelf aangeven wat en hoeveel je wil eten. Dat is wel altijd moeilijk, zeker als je zo’n 20 schalen lekker eten voor je ziet staan. Ik vind het leuk om allerlei dingen uit te proberen, maar dan is je bordje (of eigenlijk mandje) zo vol.
Na de lunch gaat het duikprogramma verder. Zoals vaak in de middag wordt er gedoken en gesnorkeld bij Meno Wall. De golven worden al weer hoger en als we in de namiddag terug varen naar Lombok gaat de zee flink tekeer. We klimmen op het zonnedek om nog een beetje droog te blijven. Pak Umpuk weet ons en de boot weer veilig naar het vasteland te brengen.
Als we in Senggigi aankomen treffen we Tom aan op kantoor, hij voelt zich weer prima, gelukkig!
Als we de oprit bij het hotel oprijden komen Boung, Wawan en baby Alifia ons tegemoet. Even vragen wanneer we precies vertrekken, want er moet natuurlijk wel echt afscheid genomen worden. Dat komt goed, voor we vertrekken zijn Boung, Sareah en hun gezin altijd de laatste mensen in de kampung die we gedag zeggen.
Nu maak ik nog snel een foto van het gezelschap, als aandenken voor als we weer in Belanda zijn.  

Dan gaan we ons snel opfrissen, want voor vanavond hebben we ook al plannen. We zijn uitgenodigd voor een afscheidsdiner bij Ibu Diah en Pak Di. Ook Peter II is uitgenodigd.
De laatste avond is altijd lastig, we krijgen dan veel uitnodigingen en vinden het moeilijk te kiezen waar we naar toe gaan. We willen niemand teleurstellen, maar kunnen ons ook niet opsplitsen. Maar nu is de keuze gemakkelijk gemaakt; ibu Diah, Ida en Ibu Misroh zorgen voor het eten, en we eten in het huis van Pak Di. Prima geregeld.
Het huis is helemaal in gereedheid gebracht voor onze maaltijd. De tafel is naar buiten gezet, die is veel te klein voor al het eten. De vloer is bedekt met matten en zodra we op de matten zitten wordt alles volgezet met schaaltjes eten. De dames hebben zich uitgeleefd, wat een keuze. Verschillende soorten groente, fruit, kroepoek, nasi, saté en flinke tonijnen op stokjes. De vissen die je hier elke dag uit de vissersboten ziet komen. Ze zijn lekker geroosterd. Het is een gepeuter om hem graatvrij naar binnen te krijgen, maar het is wel smullen!  Gelukkig mogen we hier gewoon met de handen eten.
Uiteraard worden de theeglazen weer goed gevuld. Het wordt steeds voller in het kleine kamertje, Opan en Ida en Pak Umpuk met zijn gezin zijn er ook.
Maar op het zoldertje (de ruimte boven het plafond van gevlochten palmbladeren) is het zo te horen ook druk. Die ruimtes worden intensief bewoond door vele muizen (en/ of ratten?). Elke avond hoor je ze wel een paar keer over het plafond racen. Vanavond hebben ze er echt zin in. Een paar keer vallen er schilfers en stukjes plafond naar beneden. We moeten opletten dat er niks in ons eten of drinken valt, want door het lekke dak zijn de plafondmatten niet meer van al te beste kwaliteit.
Op een gegeven moment horen we een luid gepiep en valt er iets omlaag, door een gat in het plafond.
Het valt precies op een dienblad dat naast Ida staat. Kasihan, een babymuisje is neergestort!
Alsof het van tevoren zo geoefend is wordt het blad met het piepende muisje muisje zonder commentaar te geven doorgegeven naar degene die het dichtst bij de deur zit en buiten leeggekiept.  
Wij kijken een beetje verbaasd, niet zozeer om het feit dat er een keer een muis door één van de vele gaten valt, meer om het feit hoe het beestje zo snel en stilletjes wordt weggewerkt.
Dat zal dan wel weer zijn om ons niet te zeer te verontrusten of zo.
Verontrust zijn we niet, maar we schieten wel alle vijf in de lach. En we beginnen ons af te vragen of we net geen vreemde dingen in de satésaus hebben geproefd. Wie weet wat er al allemaal in ons eten is gevallen…


Peter wil graag nog even met Pak Umpuk en Opan naar Pak Harfin gaan. Even kijken hoe het met de zieke gaat en afscheid nemen. Peter II, Tom, Anique en ik slaan dat bezoekje over.  Tom, Anique en ik zijn afgelopen week al daar geweest, en we willen ook niet elke keer met zo’n groot gezelschap binnenvallen.
En natuurlijk willen we hier in Ampenan ook niets missen. Het begon net gezellig te worden.
Als de heren weg zijn, worden hun plekken snel weer opgevuld. Het is hier een duikersverzamelplek. Eerst komt Herwin binnenvallen. Even later komt Dian van Dolphin Dive ook nog langs.
De duikwereld is hier klein, en zeker de lokale duikers zoeken elkaar vaak op.
Pak Di en Pak Umpuk zijn de oude rotten in het vak en worden vaak gevraagd om advies of voor reparaties van materialen. Nu heeft Pak Di een BCD gerepareerd, naar volle tevredenheid van de eigenaar. Scheelt hem weer een hoop geld.
Als de mannen terug komen uit Mataram horen we dat het met Pak Harfin redelijk gaat. Het is nog steeds niet echt duidelijk wat er nu allemaal gaat gebeuren, maar voorlopig krijgt Pak Harfin in elk geval medicijnen en een paar keer per week therapie, wat dat dan verder ook in mag houden.   
Het is al laat als we afscheid nemen. Het was een gezellige avond, wat het afscheid nemen alleen maar moeilijker maakt. Morgen komen we weer terug, maar dit is voorlopig de laatste prachtige avond in Ampenan. Het is hier altijd zo mooi ’s avonds laat bij het strand. Beetje afgekoeld, duizenden sterren, leuk gezelschap.
We rijden terug naar Senggigi en leveren Peter II af bij zijn hotel. Van hem nemen we ‘echt’ afscheid. Morgen zullen we hem waarschijnlijk niet meer zien.
Misschien komen we hem volgende week of zo al weer tegen in Venray, maar toch is het nu ook even slikken. We hebben geweldige dagen gehad samen, veel gelachen, veel gezien, veel beleefd samen.
Wat Lombok-gevoel betreft, geloof ik dat we behoorlijk op één lijn zitten. En ik merk dat ik zelf dingen ook weer meer zie, meer of intenser beleef, als er iemand bij is die hier nog niet zo vaak is geweest.
Als we even later weer bij Bumi Aditya zijn, drinken we nog een glaasje en gaan dan slapen. Morgen wacht ons nog een lange, drukke dag!

 
Maandag 13 augustus

Na 4 heerlijke weken is dan toch weer de dag aangebroken waarop we afscheid moeten gaan nemen van al onze vrienden op Lombok.
We staan zoals gewoonlijk op tijd op. Om 8 uur zijn we bij Lombok Dive zodat we afscheid kunnen nemen van degenen die vandaag gaan duiken.
Daarna sprinten we terug naar de kampung, waar we rustig onze spullen in gaan pakken.
Het is altijd weer spannend, wat kan er allemaal in een tas….en hoe zwaar wordt de tas dan?
Gelukkig kunnen we de meeste duikspullen hier laten. Dat scheelt weer een paar kilo’s.
Bij Pak Umpuk wordt alles netjes opgeborgen en volgens mij wekelijks geknuffeld, schoongemaakt, liefdevol toegesproken, verzorgd en vertroeteld.
Terwijl we bezig zijn met pakken komt Boung langs. Of we echt niet vergeten straks nog even bij hem thuis aan te komen. Nee, dat vergeten we niet! Ook Eful komt even gedag zeggen.
Als we alles in de tassen hebben zitten, blijkt dat we op hetzelfde gewicht zitten als op de heenweg. Klein beetje te zwaar, maar daar doen ze nooit moeilijk over.
We laten veel spullen hier, maar hebben ook heel wat souvenirs gekocht…tja, dan krijg je dat.
Sommige spullen die we hier laten bergen we netjes op en laten we tot volgende vakantie bij Pak Umpuk liggen; een stapel boeken waar we nog niet aan toe zijn gekomen, de waslijn, knijpers en nog wat huishoudelijke spullen.
Andere spullen, wat kleren, bekers, toiletspullen, koffie, thee, handdoeken, zaklampjes, verbandspullen, verdelen we over een paar zakken en doneren we straks aan onze vrienden in Ampenan.    
Om 12 uur gaan we afscheid nemen in de kampung. We lopen naar Daan, daar gaan we even op de berugak zitten en kletsen wat met Sane en Daan, terwijl Zara er verlegen maar nieuwsgierig bij staat.
Als we vertrekken lopen Daan en Zara mee. Daan verontschuldigt zich voor het feit dat ze geen afscheidscadeautje voor ons heeft, maar Sane komt al met een zak kroepoek aan. Heel lief, maar eigenlijk willen we dit niet. Maar ja, weigeren is geen optie.



Bij Boung en Sareah wordt het afscheid nemen serieus. Zoals gewoonlijk lopen de tranen me al over de wangen. Ik haat dit! We maken nog wat foto’s, schudden veel handen, knuffelen, beloven volgend jaar terug te komen en gaan dan toch echt weg. We lopen achterstevoren zwaaiend tot we bij Bumi zijn, haha, waarbij we wel op moeten letten niet in de (droogstaande) beek te lopen. Daan en Zara lopen nog met ons mee, Daan blijft bij ons tot het echt niet langer kan…
Bij het hotel staan Dedi en Abdul ook al op ons te wachten. Het zijn geweldige jongens. Met hun beperkte middelen runnen ze het hotel op een leuke, relaxte manier. Na het overlijden van Pak Made, een paar jaar geleden, waren we bang dat de sfeer in het hotel zou veranderen, maar tot nu toe hebben we het er nog steeds prima naar onze zin. Nu maar hopen dat de aanstaande verbouwingen/uitbreidingen niet al te veel veranderingen gaan brengen! We houden ons hart vast.
Er zijn genoeg andere hotels/guesthouses in de buurt, maar hier is de prijs gunstig, het is gezellig en de ligging is perfect.  In de kampung, lekker rustig (nou ja, als de moskee een beetje stil is tenminste, maar daar wen je vanzelf aan) en op loopafstand van het strand, van Senggigi. We hopen hier in elk geval  nog vaak terug te komen.
Dan is het echt tijd om te vertrekken. Nog een paar laatste foto’s met Daan en Zara, laatste knuffels en dan rijden we Loco en Senggigi uit.

Op naar Ampenan. Daar worden we verwacht bij Pak Umpuk. Gisteravond waren we bij Pak Di, zo komt toch iedereen aan de beurt.
Ondanks dat het nog steeds Bulan Puasa is en we hebben gezegd dat we geen eten hoeven, wordt er uiteraard weer van alles voor ons klaargezet. Een frisse noedelsalade, nootjes, koekjes, watermeloen en heel veel thee. Het is allemaal lekker, maar mijn hoofd staat niet zo naar eten. Ik zou deze laatste dag zo graag overslaan. En ik heb het idee dat er meer mensen zo over denken.
Pak Umpuk zit heel zorgelijk te kijken. Ongetwijfeld maakt hij zich grote zorgen over de gezondheid van zijn broer, Pak Di. Maar ook is hij bang dat wij in Nederland ziek worden, niet genoeg eten, verdwalen, beroofd worden, een auto-ongeluk krijgen of wat dan ook. Tja, een jaar blijft een lange tijd, maar we doen ons best om hier zomer 2013 weer gezond en wel terug te komen.
Ida valt nog even binnen met een zak vol lekkers, vooral kroepoek, speciaal voor Tom, omdat hij dat zo lekker vindt.
Dan is het toch echt tijd om richting vliegveld te gaan. We lopen naar het huis van Pak Di en Ibu Dia. Daar is de stemming niet goed. Pak Di wacht nog steeds op de uitslag van de punctie die is gedaan. Hij wist dat dat een paar dagen zou duren, maar hij had gehoopt de uitslag te hebben voor wij weer naar Nederland zouden gaan. Deze onzekerheid maakt het afscheid nemen er niet gemakkelijker op. Verschrikkelijk, als ik Pak Di nu bekijk besef ik dat een jaar wel heel erg lang is. Hij ziet er erg slecht uit. Ik zou nog zoveel willen zeggen, tegen hem, tegen Ibu Diah, maar veel verder dan snikken en snotteren komen we allemaal niet.
Pak Di loopt nog even mee naar de auto terwijl Ibu Diah in de winkel blijft.
Bij het huis van Pak Umpuk nemen we afscheid van Ibu Misroh en de kinderen. Van iemand, geen idee van wie, krijgen we een grote doos in handen gestopt. Met lekkere dingen voor in Nederland, voor als we heimwee hebben naar Lombok. Aan het gewicht van de doos te voelen moeten we er wel een jaar mee uitkomen. Komen we tekort, dan kunnen we nog altijd in Nederland naar de toko, maar dat ze daar ook Indonesisch eten verkopen begrijpen ze hier niet echt.
We zien straks wel hoe we de doos nog meekrijgen in het vliegtuig, nu moeten we echt vertrekken.
Bij het strand nemen we dan echt afscheid van Opan, Ida, Pak Umpuk en Pak Di.
We spreken elkaar moed in, maar het is een verschrikkelijk moeilijk moment. Als er iets gebeurt weet je dat je niet snel even naar Lombok kunt gaan, dat is natuurlijk altijd zo, maar nu beseffen we dat des te meer. Waarom is Lombok ook zo ver weg?!
Als we zwaaiend Ampenan uit rijden, beginnen we te bedenken wat er allemaal in die doos zal zitten. En vooral hoe we dat het beste kunnen verdelen over de tassen. Maar ja, in de auto kunnen we niets, we kijken straks op het vliegveld wel.
Eerst rijden we naar het kantoor van Trac, vlak bij het oude vliegveld. Daar wordt de auto vlot nagekeken, er zitten volgens mij niet veel meer krassen op dan toen we de auto meekregen. Deuken zijn er ook niet ingekomen. De antenne hadden we uit voorzorg al eraf gedraaid, ja, naar een paar jaar Lombok weet je waar je op moet letten.
In het kantoortje krijgen we weer de beruchte plastic bekertjes water met een rietje, en we krijgen ze allemaal open zonder een druppel water te knoeien! Ja, we zijn al echte Lombok-veteranen!
Als we alles afgehandeld hebben, krijgen we nog een tasje met inhoud cadeau. Spannend!
Elk jaar krijgen we wel een presentje, nu zelfs twee, een mooi polo-shirt en een koffiemok. Daar is in Velp vast nog wel een plekje voor te vinden! Lombok-koffie uit een echte Lombokse Trac-koffiemok, wat wil je nog meer bij je ontbijtje?!
Dan rijdt een chauffeur ons naar het nieuwe vliegveld bij Praya. We nemen de binnendoor route, en komen door Batu Tumpeng. Als we dat van tevoren hadden geweten, hadden we daar nog een afscheidsstop kunnen houden, maar eigenlijk heb ik vandaag genoeg afscheid genomen.
Als we op het vliegveld aankomen en we net beginnen met ompakken van de koffers, komt er een bekende man aanlopen. Ik moet even denken wie het is, maar dat weet ik het weer; meneer Nyoman van Trac. Hij zit tegenwoordig meestal op het kantoortje op het vliegveld, en had gehoord dat wij met deze vlucht zouden vertrekken. Leuk dat hij nog even langs komt!
Als we alle spullen (inderdaad heel veel kroepoek in alle soorten, maten en kleuren) zo goed en kwaad mogelijk over de bagage en handbagage hebben verdeeld, gaan we inchecken. En gaan we direct even rustig bekijken hoe het nieuwe vliegveld er uit ziet.
Toen we 4 weken geleden aankwamen hebben we daar weinig tijd voor gehad, toen was het haasten om er vanaf te komen. Nu hebben we nog wel even om alles op ons gemak te bekijken.

Maar eerlijk gezegd worden we er niet echt vrolijk van. Niet als je bedenkt dat dit een internationaal vliegveld voor moet stellen. Nog geen jaar na ingebruikname ziet alles er al grauw en versleten of niet afgewerkt uit. Mensen spreken weinig Engels, veel informatieborden zijn in het Indonesisch, of krom Engels. Toiletten zien er niet erg fris uit, nat, smerig, gebroken tegels. Verschillende winkeltjes (van de paar die er zijn) en eettentjes zijn gesloten in verband met de Ramadan. Tja, dat geeft geen internationale indruk.
Tom gaat eens kritisch naar de bouw kijken en ziet leuke Lombok-constructiefoutjes, ramen/panelen die niet passen en met stroken tape vast zijn geplakt. Dan worden de menukaarten nog eens onder de loep genomen. Altijd leuk, Lombok-Engels.
Och, misschien zijn we nu ook niet in de stemming om enthousiast te zijn, maar ik vond het oude vliegveld Selaparang bij Ampenan veel meer sfeer en uitstraling hebben. En het was een stuk dichterbij, scheelde op heen en terugweg bij elkaar toch zeker 2 uur vakantiegevoel.
Als we een hapje gegeten hebben gaan we door de laatste controle en daarna kunnen we vrij snel vertrekken. Gelukkig, want dit vliegveld voelt voor mij al niet meer als Lombok. Ik mis het nu al!
Na een vlotte vlucht landen we op tijd op Singapore. Daar wacht de gebruikelijke cultuurshock. Wat een drukte, wat een luxe, wat een ander soort mensen. Ik mis de gezelligheid, de geuren, geluiden en mensen van Lombok. En dan te bedenken dat we nog door moeten naar Nederland, waar we ook nog eens de lekkere temperatuur gaan missen. Maar waar we natuurlijk wel weer heel veel leuke mensen terugzien (beetje positief blijven voor alle bekende lezers van deze verslagen…).
We drinken een kop koffie, frissen ons een beetje op en lopen dan naar de gate voor de aansluitende vlucht. Dit is een prima vluchtschema, met een tussenstop van 2 uurtjes op Singapore.
Maar helaas, het worden wat meer uurtjes. Als we klaar zijn voor vertrek, blijkt dat er problemen zijn met het toestel. Altijd leuk, zo rond middernacht na een lange dag. Hoe lang het gaat duren weet niemand. We vermoeden dat het even kan duren, want er worden al snel pakketjes met eten en drinken rondgedeeld. Ook krijgen we geregeld updates via de omroepinstallatie en op papier. Wie wil kan een internationale telefoonkaart krijgen om eventuele afhalers te informeren. Het is prima geregeld, maar eigenlijk willen we gewoon zo snel mogelijk naar huis. Dan, eindelijk, met een dikke 2 en een half uur vertraging, wordt het vliegtuig veilig genoeg bevonden om naar Amsterdam te gaan.
Daar vertrouwen we dan maar op. Het ‘avondeten’ aan boord slaan we maar over, we hebben net op het vliegveld al wat hapjes gehad en willen vooral slapen. We wachten wel op het ontbijt morgenvroeg. De vlucht verloopt verder prima, en in de Nederlandse ochtend landen we op Schiphol. Een paar uurtjes later zijn we weer thuis in Blitterswijck. Ook weer fijn!
We hebben een geweldige, maar soms ook vreselijk moeilijke, tijd gehad in Lombok.
Veel meegemaakt,  een heel leuk ‘schoolreisje’ met alle Impian Anak kinderen, veel gezellige etentjes in Ampenan, lekkere wandelingen langs het strand, prachtige plaatsen bezocht, genoten van de mooie natuur, van de hartelijkheid en gastvrijheid van de bevolking, een prachtige openingsceremonie gehad van het 6e klaslokaal in Batu Tumpeng, veel leuke huisbezoekjes afgelegd, veel bekende en minder bekende mensen ontmoet, heerlijk gedoken/geluierd op de boot, lekker gegeten, gekookt, mooie Fullmoon beach-barbecue (zonder volle maan) gehad, een paar prachtige dagen met Peter II doorgebracht, kortom; volop genoten van al het moois wat Lombok te bieden heeft.
Maar hoe vaker we hier komen, hoe meer we ook zien van de minder leuke kant van Lombok.
De tegenstellingen tussen arm en rijk. Er zijn kinderen die niet naar school kunnen omdat de ouders geen geld hebben om de uniformen en schoolspullen te kopen. Maar er zijn ook mensen die duizenden euro’s per jaar betalen om hun kind naar een luxe-school te laten gaan.
Ook aan de gezondheidszorg hapert nogal wat. De afgelopen weken hebben we het nodige meegekregen, maar veel duidelijker is het er voor ons niet op geworden. Vast staat dat je hier maar beter niet ziek kunt worden. Maar ja, hoe doe je dat als je hier woont en geen geld hebt…
Iets anders wat ons af en toe een beetje benauwt is de gastvrijheid, de bijna heilig-status die we hier door sommige mensen krijgen toebedeeld. Heel fijn, maar we zijn ook maar gewone mensen. We hoeven niet elke keer een koninklijk onthaal te krijgen als we ergens komen.
Klopt, via Impian Anak helpen we veel kinderen, gezinnen op Lombok, maar dat kunnen we ook alleen maar doen doordat er in Nederland (en ook andere landen) mensen zijn die ons steunen, die ons ‘hun geld’ toevertrouwen om in Lombok mensen mee te helpen.
We zouden zo graag gezien worden als vrienden, dat klinkt misschien verkeerd, we hebben in Lombok heel veel goede vrienden, maar ze zullen ons niet snel als gelijken zien. Voor hun zijn we altijd ‘een rang hoger’.
De uitgebreide maaltijden voor ons als gasten zijn geweldig, heerlijk, maar een simpel bordje nasi met wat groente erbij is ook prima. Zeker als je beseft dat de mensen zelf niet veel hebben.
Maar dat zijn dingen die we moeilijk bespreekbaar kunnen maken. Het zit zo diep in de cultuur dat je gasten op een bepaalde manier behandelt, ik weet ook niet of we dat moeten proberen te veranderen.
Met het idee dat je je aan moet passen aan de cultuur van het land dat je bezoekt, is het goed zo. Maar zo voelt het voor ons niet altijd.
Zo leren we elk jaar weer meer over Lombok, over de mensen, de cultuur, de gebruiken.
Het wordt er alleen maar mooier en boeiender door. Lombok is zeker niet altijd rozengeur en maneschijn, maar voor ons is en blijft het een geweldige plek om zo nu en dan een tijdje te verblijven!
Lombok, sampai jumpa lagi, tot ziens!


Blitterswijck, 29 juni 2013
Het is gelukt, het reisverslag van zomer 2012 is af! Het was een langdurig proces…
Het verslag mag dan af zijn, het verhaal nog niet. Na 13 augustus is er veel gebeurd in Lombok. Degenen die Facebook en de Impian Anak-nieuwsbrieven volgen, hebben dat uiteraard meegekregen.
Voor de anderen een korte ‘samenvatting’.
Een paar dagen na thuiskomst in Nederland kregen we een sms van Pak Di. De uitslag van de punctie die was gedaan was niet goed, en de arts had geadviseerd om zo snel mogelijk te beginnen met behandelingen in de vorm van chemotherapie. Maar omdat daar simpelweg geen geld voor was, had Pak Di besloten dit niet te doen en zich te richten op traditionele geneesmethodes.
Dit bericht kwam hard aan, maar eerlijk gezegd hadden we daar wel rekening mee gehouden.
We hebben Pak Di gevraagd of hij wel aan de chemo-behandeling zou beginnen als er voldoende geld was. Ja natuurlijk, was het antwoord.
Via Lombok Dive en Impian Anak zijn we toen een inzamelingsactie begonnen, en hebben we vanuit de hele wereld veel donaties ontvangen, vaak van mensen die we zelf niet eens kenden. Blijkbaar heeft Pak Di op veel duikklanten een onvergetelijke indruk gemaakt!
Pak Di en zijn familie waren zeer ontroerd door alle berichtjes, goede wensen en giften. 
Maar helaas heeft het allemaal niet mogen helpen. Na 5 behandelingen en een paar zware laatste weken is Pak Di begin februari thuis bij zijn gezin overleden.
Dit was voor ons reden om een vlucht naar Lombok te boeken, vertrek half maart. Helaas, te laat om Pak Di nog te ontmoeten, maar we vonden het erg belangrijk om zijn vrouw, kinderen, familie te zien.
Ik heb zitten piekeren of ik nog een verslag van die reis moet maken. Tijdgebrek is het grootste probleem. Lachend heb ik een keer gezegd dat ik er wel een stripverhaal van maak, veel plaatjes, weinig tekst. Misschien lukt dat nog op zeer korte termijn. Want over 3 weken zijn we weer op weg naar Lombok. Als het verslag van maart er dan nog niet is, komt het ook niet meer.
Dan wordt het wachten op het verslag van zomer 2013…

Tot slot wil ik iedereen die de verhalen heeft gelezen hartelijk danken voor de interesse, aanmoedigingen en aansporingen (oftewel 'schrijf nou eens een beetje door!').
Hopelijk tot snel!

Marianne

 


info@impian-anak.com - tel: +31 478 539091 - Bankrekening: NL77 KNAB 0205 9517 32 t.n.v. Stg. Impian Anak te Blitterswijck.             .