NederlandsEnglish
Verslag 2011
Zaterdag 10 september

Blitterswijck, 10 september 2011
Het heeft even geduurd, dit reisverslag.
Inmiddels is het bijna half september, zijn we al weer bijna 3 weken in Nederland en beginnen we de site van Singapore Air alweer te volgen, uitkijkend naar een vlucht voor volgend jaar, richting Lombok uiteraard.
De herfst lijkt alweer zijn intrede te doen in Nederland (al was het vandaag bijna tropisch warm), het gewone leven is alweer in volle gang; school, werk, huis, tuin.
En ik heb nog geen letter op papier (ook niet in de computer) van het reisverslag van afgelopen vakantie.
Hoogste tijd dus om een beginnetje te maken, want er schijnen mensen te zijn die echt wachten op de verhalen uit Lombok.

 
Zondag 24 juli

Eindelijk, na heel veel dagen aftellen mogen we vandaag dan toch echt vertrekken. Op naar Lombok.
De route is bekend, het vroege opstaan ook. Maar dat hebben we er heel graag voor over.
Het is zondagochtend, dus kunnen we zonder files of ander oponthoud doorrijden naar Schiphol. Onderweg, net als altijd, nadenkend of ik niets ben vergeten.

Het pakken verliep gisteren hetzelfde als voorgaande jaren. Op het laatste moment dus, en met veel te veel spullen. Na de eerste ronde zaten we met een overgewicht van een kilootje of 5 per koffer, en handbagage die we niet eens durfden te wegen.
Nu doen ze bij Singapore Air nooit flauw over een kilootje meer of minder, maar stel dat we moeten betalen voor 15 kilo overgewicht, dat is toch wel erg veel.  
Dus moesten we weer op het laatste moment beslissen wat wel en wat niet mee kon.
En er lagen heel veel spullen, van de standaard kleding, handdoeken, toiletartikelen, liters zonnebrandcrème, Deet, medicijnen, handige dingen om mee te nemen, zoals plakband, touw, klemmetjes, schaar, waslijn en knijpers, tot pennen en andere leuke weggeefspullen die waren geschonken door een vaste sponsor, cadeautjes van sponsors voor de gesponsorde kinderen, Doe Effe Normaal spulletjes (petjes, potloden, pennen en etuis) geschonken door Politie Venray, een paar tassen vol met brillen op sterkte, geschonken door Van Essen Optiek in Venray en niet te vergeten stapels leesboeken (voor het geval we daaraan toekomen), twee laptops, waarvan er maar 1 mee terug komt, de ander blijft in Lombok. Dan vergeet ik nog een paar fotocamera’s en een paar kilootjes aan duikuitrusting te noemen en vast nog veel meer.
Het werd dus een snelle afweging, wat moet echt mee, wat zou handig zijn, wat kunnen we ook in Lombok kopen…
Dat resulteerde in 3 tassen van ongeveer 22 kilo, en 3 stuks handbagage die we maar niet hebben gewogen, maar die zeer zeker over de standaard 7 kilo komen. Het dubbele komt vast meer in de buurt.

Maar het belangrijkste hebben we zeker bij ons, de paspoorten en tickets. En zodra we Nijmegen zijn gepasseerd, zakt mijn inpak-stress weg. Wat we nu niet bij ons hebben, kopen we maar in Lombok. Terugrijden naar huis om iets op te halen kan toch niet meer.
Mooi op tijd komen we aan op Schiphol. Terwijl Peter de auto parkeert, wachten Anique en ik met alle spullen op de bus naar de vertrekhal. In mijn jurk en zomervestje heb ik het steenkoud, het schijnt dan ook ongeveer de koudste dag van de zomer te zijn. Wat zullen we het morgen warm hebben!
Gelukkig kan Peter de auto dichtbij parkeren, en als hij terug is komt de bus er net aan en brengt ons naar de vertrekhal.
Als we daar aankomen, kunnen we al inchecken. Dat gaat snel, zeker omdat we via internet al zoveel mogelijk hadden geregeld. 3 Tassen lichter (onder overgewichtboete), maar nog steeds met een gewichtige handbagage, lopen we door de paspoortcontrole. Nu zijn we echt op reis!
Eerst nemen we maar een ontbijtje, daarna nog wat rondwandelen over Schiphol.
Dan naar de gate. Gelukkig loopt alles netjes op tijd en voor half 12 vertrekken we richting Singapore.
Zoals gewoonlijk is het een lange zit, maar met wat muziek en boeken, af en toe een hapje en een drankje, komen we de vlucht goed door.

 
Maandag 25 juli


Rond half 6 in de ochtend landen we op Singapore. We vliegen pas om kwart voor 4 vanmiddag naar Lombok, dus hebben we nog royaal de tijd om Singapore onveilig te maken. Het vliegveld is nog net zo groot, ruim, mooi en schoon als altijd. Ook de oerlelijke vloerbedekking ligt er nog, maar dat hadden we een maand geleden al op de foto’s van Tom gezien.
We hebben besloten om vandaag maar weer de stad in te gaan, de hele dag op het vliegveld hangen maakt ook zo lui.
Maar voor we op pad gaan, drinken we eerst een kop koffie, het is nog erg vroeg, misschien worden we er wel wakker van.
Dan wandelen we richting uitgang. In het vliegveld hebben we al de Singapore inreiskaarten ingevuld, zodat we van het vliegveld af kunnen. Bij de douane worden er nog wat stempels in onze paspoorten gezet.
Onze heavy rugzakken geven we in bewaring bij twee vrolijke meneren van de bagage bewaarservice. Een paar kilo lichter, met alleen handtas en 2 fotocamera’s,  lopen we naar het metrostation onder het vliegveld. Ook hier is alles ruim, schoon en erg rustig als je bedenkt dat dit zo’n groot vliegveld is.
We willen graag naar Marina Bay Sands gaan, dat is een vrij nieuw hotel, wat bestaat uit 3 flatgebouwen met een soort overkapping erboven in de vorm van een boot. Vorig jaar hebben we het van een grote afstand gezien, Tom is er vorige maand met een bus tour vanuit het vliegveld langsgereden, maar wij willen het nu wel eens van dichtbij bekijken.
Veertig minuutjes later zijn we er in de buurt. Het is nog erg vroeg, maar al heel erg warm. Poe, dat wordt weer wennen de komende dagen. Het is rustig op straat, het leven begint hier net een beetje op gang te komen. We wandelen richting Marina Bay, een baai waar geen boten liggen. Ernaast ligt Marina Bay Sands, je ziet het overal bovenuit torenen. Aan de andere kant van de baai heb je een prachtig uitzicht over modern Singapore. Nu moeten we alleen nog uit zien te vinden hoe we bij het hotel kunnen komen.
Voor het hotel ligt een groot overdekt winkelcentrum. Daar moeten we doorheen. Het ziet er erg duur en mooi uit, al zijn alle winkels nog gesloten. Maakt niet uit, dit zijn sowieso geen winkeltjes waar we iets zouden kopen. Veel te duur…
Als we aan de andere kant het winkelcentrum weer uitlopen, moeten we nog een weg oversteken om in het hotel, dat in 2010 is geopend, te komen. Van hieruit zie je pas echt hoe groot het gebouw is.
Naast ruim 2500 hotelkamers herbergt het een casino, restaurants, conferentiecentrum, museum, heel veel winkels, theaters en nog veel meer. De 3 hoofdgebouwen zijn 55 verdiepingen hoog. Op het dak, de boot dus, zit een groot zwembad. De lengte van het dakterras is 340 meter, het zwembad is maar liefst 150 meter lang. De boeg van de boot steekt 67 meter uit voor het eerste gebouw. Onvoorstelbaar hoe ze ooit zoiets kunnen bedenken en bouwen.
We zouden wel heel graag op het dak kijken, naar het zwembad op 191meter hoogte, omringd door echte palmbomen,  en genieten van het ongetwijfeld prachtige uitzicht wat je vanaf die hoogte hebt over Singapore . Dus volgen we de bordjes Sky Park. We worden de drie hoofdgebouwen door gestuurd. Na het derde gebouw komen we weer buiten. Daar is een lift naar het dakterras, maar dat blijkt pas over ruim een uur open te gaan. Dat is balen.
We hebben geen zin om zo lang te wachten.
In de restaurants in het hotel zit het vol met mensen die net gaan ontbijten, even rustig zitten met een drankje is er daar nu niet bij.
Dus besluiten we het uitzicht over het dakterras en over Singapore maar te bewaren voor een volgende keer.

We lopen terug naar het water en zoeken een weg richting centrum van Singapore.
Als we bijna om Marina Bay zijn gelopen, wordt de lucht donker. Er vallen zelfs wat dikke regendruppels. Maar te weinig om de paraplu voor uit de tas te halen (en die had ik speciaal meegenomen omdat we hier in het verleden nog wel eens verrast werden door een tropische plensbui).
We lopen verder het centrum in, terwijl we van grotere afstand nog wat mooie foto’s maken van Marina Bay Sands.
Voor ons gevoel hebben we er al een hele dag opzitten. Tijd voor een drankje dus. We zien een leuk oud gebouw, een van de weinige gebouwen in Singapore die er ook nog echt oud uitzien. De meeste (ook oude gebouwen) zien er veel te schoon en netjes uit. Maar dit niet, het is een gebouw met allemaal kleine restaurantjes erin. Hawker stalls worden ze hier volgens mij genoemd. Tussen de vele afhaalbalies staan tafeltjes en stoelen waar je rustig kunt eten en drinken. Vooral rustig, ook hier begint iedereen pas net wakker te worden. De meeste balies zitten nog dicht. Ondanks dat ruikt het al erg lekker. Alle verschillende oosterse keukens zijn hier te vinden. Thais, Koreaans, Chinees, Japans, noem maar op.
Maar we houden het bij een blikje fris. Eten doen we straks wel een keer.
Als we weer een beetje opgefrist zijn, lopen we verder. De vermoeidheid slaat goed toe, zeker in combinatie met de vochtige hitte. We wandelen naar de grote Chinese tempel waar we 2 jaar geleden ook zijn geweest. Sinds die tijd is er weer veel bijgebouwd in de Chinese buurt. Het blijft een apart sfeertje, maar alles wordt erg gemoderniseerd. Jammer, het echt authentieke gaat er steeds meer vanaf.
En niet alleen de gebouwen worden moderner, de oude tempel wordt al opgesierd door een blitse coca cola automaat. Maar ja, dat is natuurlijk voor de toeristen.
Als we een ronde door de tempel hebben gemaakt gaan we op zoek naar een plek waar we kunnen eten.  Veel honger hebben we nog niet, maar als we straks op het vliegveld zitten is alles vast veel duurder en minder lekker. Maar de buurt waar we terecht zijn gekomen zien we ook alleen maar erg toeristische dingen en moderne lounge-achtige salad bars enzo.
Dus lopen we terug naar het oude gebouw met restaurantjes waar we vanochtend wat hebben gedronken. Daar wordt de keuze lastig. Alles ruikt goed, alles ziet er lekker uit. Maar om alvast in de stemming te komen, gaan we toch voor de Indonesische keuken…
Dat was achteraf gezien geen slechte keuze, mjammie, het smaakt al bijna net als in Lombok.

Na het eten houden we Singapore voor gezien. We wandelen terug naar het dichtstbijzijnde metrostation en van daaruit staan we binnen een half uur weer op het vliegveld.
Daar gaan we eerst onze tassen ophalen. Dan weer door de paspoort/tassencontrole. Peter moet met zijn tas door de scanner, Anique en ik mogen direct doorlopen. Tja, verschil moet er zijn.
We hebben nog een paar uurtjes voor we ons weer moeten melden voor de vlucht naar Lombok.
Eigenlijk zat het zwembad nog in de planning, het filmpje van een maand geleden van Tom bij het zwembad zag er wel relaxed uit. Maar heel veel tijd hebben we niet meer. Dat bewaren we dan maar voor een volgende keer. In plaats van een frisse duik nemen we maar een frisse douche bij één van de lounges. Daar knapt een mens ook wel weer van op.
Dan doen we nog één keer asociaal duur en luxe en nemen zo’n overheerlijke iced cappuccino bij Starbucks.  Omdat die zo erg lekker en koud is en omdat ze bij Starbucks zo’n heerlijke stoelen hebben.
Bijna te heerlijk, want we moeten moeite doen om niet in slaap te vallen. Dat is niet de bedoeling, onze vlucht missen doordat we liggen te slapen.
Dus wandelen we naar een paar vliegveldcomputers en gaan onze mailboxen en facebook checken.
Dan is het eindelijk tijd om naar de gate te gaan.
De deur zit nog dicht, maar voor de deur zit al een gezellige groep mensen te wachten.
Lombokse mannen en vrouwen die misschien nog wel meer hebben uitgekeken naar deze vlucht dan wij.
Een deel komt net uit Maleisië, een deel uit Saoedi-Arabië. Daar werken ze als gastarbeider, en nu zijn ze op weg naar een vast heel welverdiende vakantie bij hun familie in Lombok. Na de bulan puasa, ramadanmaand, moeten ze weer terug naar hun werkgevers.
Ze zijn, net als wij, in een vrolijke bui, zeker als ze horen dat wij een heel klein beetje Indonesisch praten en al vaker op Lombok zijn geweest. Ze willen precies weten waar we naar toe gaan, hoe lang we blijven, waarom we naar Lombok gaan etc. etc., hahaha, de Lombokse vragen, die kennen we nog van andere jaren. Ze zijn niet nieuwsgierig, ze willen alleen maar alles van ons weten.
En, ook heel Lomboks, alles met ons delen. De mannen die uit Saoedi-Arabië komen hebben iets heel lekkers meegebracht, en dat wordt nu gedeeld met de mensen uit Maleisië en met ons. Het ziet er vreemd uit, ze weten niet hoe het in het Engels heet, de Lombokse naam zegt ons niks.
Qua smaak komt het in de buurt van dadels. Lekker, maar je krijgt er wel plakhanden van.
De groep mensen moet nog naar Oost Lombok. Dat is nog een hele reis. Maar aangezien ze geen vervoer hebben geregeld, gaat een deel de nacht doorbrengen bij vrienden in de buurt van Mataram. Morgen gaan ze dan met chidomo’s en liftend naar het oosten.
Dan hebben wij het toch wat gemakkelijker met een huurauto vanaf het vliegveld.
Dan mogen we eindelijk de gate op. Nog een keer door de tassencontrole. Tickets laten controleren en we krijgen de douaneformulieren om alvast in te vullen. Handig, kunnen we dat hier rustig doen, niet op een klein tafeltje in een wiebelend vliegtuig.
En dan, lekker op tijd, mogen we instappen. Yes, de laatste etappe naar Lombok!
De vlucht verloopt snel, opstijgen, eten, drinken, beetje dutten en even later weer landen.
Dan zijn we er weer. Net voor we landen hebben we weer een mooi uitzicht over de kustlijn rond Senggigi en de Gili’s, vliegen we weer akelig laag over het zo vertrouwde Ampenan, waar Pak Umpuk en Pak Di met hun families vast naar boven staan te kijken of ze ons zien zitten.
Als we uit het vliegtuig stappen is het nog licht en kunnen we al heel even genieten van Lombok. Maar niet lang, we gaan zo snel mogelijk naar binnen, voordat de rij bij de douane te lang wordt. We hebben geluk, er staan maar een paar mensen voor ons.
Het controleren en stempelen gaat redelijk snel en even later kunnen we onze koffers ophalen.
Dan gaan we op zoek naar iemand van Trac, het autoverhuurbedrijf. We kijken uit naar meneer Nyoman, maar die zien we niet. Een collega van hem haalt ons op, hij heeft een keurig briefje in de hand met Mr. Peter Geurts erop.  Trac heeft geen kantoor op het vliegveld, dus moeten we een paar minuutjes rijden. Inmiddels is het helemaal donker geworden. Bij het kantoor worden we door een mevrouw opgewacht. Meneer Nyoman heeft een vrije dag, maar hij heeft blijkbaar al van alles over ons verteld. Eén van de eerste vragen die we krijgen is hoe het met Impian Anak en ‘onze’ school gaat!
En blijkbaar heeft meneer Nyoman nog meer over ons verteld, want we krijgen geen bekertjes met water…. Eén van de voorgaande jaren heeft Peter een fonteintje op het bureau van meneer Nyoman veroorzaakt toen hij het rietje door het plastic op het bekertje wilde prikken. Tja, elke keer als we hier in het kantoor zitten, moet Peter dat verhaal weer aanhoren van ons…
De formaliteiten worden snel afgehandeld. Een paar minuten later worden we weer door het voltallige Trac personeel uitgezwaaid.
Heerlijk, nog een kwartiertje, dan zijn we er!!! We bellen Tom alvast om te zeggen dat we eraan komen.
In het donker rijden we naar Senggigi. Onderweg zien we nog geen hele grote veranderingen ten opzichte van vorige jaren. Maar veel rondkijken kun je ook niet als je hier in het donker rijdt. Alle ogen zijn nodig voor het verkeer. Vanaf vorig jaar zou er streng worden gecontroleerd op verlichting. Nou, als ze het al hebben gedaan, is het niet van lange duur geweest.
Overal zie je fietsers, motortjes, auto’s en chidomo’s zonder licht. En niet netjes aan de kant of zo, nee, links, rechts en midden op de weg.
Maar we komen veilig en wel in Senggigi aan. Omdat we hadden gehoord dat er aan het pad naar de kampung  wordt gewerkt, laten we de auto maar op de hoofdweg staan.  
Bij Lombok Dive zien we geen bekende gezichten, dus lopen we snel door naar Kampung Loco.
Hoewel, snel…. Het begin van het pad gaat goed (voor zover mogelijk met veel te zware tassen).
Maar ongeveer halverwege, waar wordt gewerkt, wordt het moeilijk. De nog niet uitgeharde beton is afgezet, dus moeten we in het donker met alle spullen naast het pad over keien en door zandbergen worstelen. Wat een warm welkom!
Daarna volgt er een stuk pad wat klaar is, wauw, dit is net een echte weg!
Bij Bumi Aditya is het erg donker en erg stil.
Een week of 6 geleden is de eigenaar van Bumi Aditya, Pak Made, plotseling gestorven. Al snel daarna kregen we bericht dat het hotel in elk geval open zou blijven. Tom zit er nu al een week of 4, het hotel wordt nu beheerd door iemand anders. Maar die iemand is nu dus even weg, nu is er niemand.
Dan komt Tom aanlopen, hij had ons aan zien komen vanaf Boungs beruga. Heerlijk om hem weer te zien na een maandje. Maar helaas, Tom heeft ook geen sleutel van onze kamers.
Wel een sleutel van de kamer waar hij tot nu toe heeft geslapen.  Dus zetten we onze tassen daar maar even neer. Het is in elk geval al bekend dat we weer de 2 kamers krijgen waar we altijd slapen, bij zwembad nummer 1 rechtsaf.
De kamer waar Tom heeft gezeten, wordt nu Silke’s kamer.  Silke, een klasgenoot van Tom, is een paar dagen voor ons aangekomen in Lombok.
Nu we onze spullen kwijt zijn, gaan we eerst ergens wat eten. Tom weet wel een goede plek. Warung Ana, lekker dichtbij op Pasar Seni 2, de nieuwe (2 jaar geleden geopende) gebouwtjes tegenover het pad naar Loco. De gebouwtjes waren oorspronkelijk bedoeld voor alle warungs en kraampjes die aan de hoofdweg zaten. Deze verstoorden het schone en mooie straatbeeld van Senggigi, dus moesten ze  verhuizen naar dit zijstraatje van de hoofdweg. Maar dat is geen succes geworden. Nu, 2 jaar later, zit er welgeteld 1 warung hier. De rest van de warungs zit nog lekker op straat het mooie en schone straatbeeld van Senggigi te verstoren (en dat moeten ze, wat mij betreft, lekker blijven doen). Naast Warung Ana zit er nu op Pasar Seni 2 een internetcafeetje, een souvenirwinkeltje, trekkingbedrijfje en nog een onduidelijk winkeltje, de rest van de ruimtes staat leeg of is gesloten.  
En alles ziet er al totaal vervallen uit. Toeristen schijnen er nog steeds niet te komen, lokale mensen eigenlijk ook niet, met uitzondering van degenen die hier werken.
Als we aankomen blijkt dat Tom hier al vaker heeft gegeten, hij is ‘kind aan huis’ hier.
Eigenaresse en kokkin Ana kletst ons de oren van het hoofd. Even later blijkt dat zij de moeder is van surfer Occy, het ex-facebookvriendje van Anique.
Naast gezellig kletsen kan Ana ook heerlijk koken. Dit is weer echt genieten, zo eenvoudig maar o zo lekker!
Met uiteraard een flesje Teh Botol erbij en een mooi uitzicht. De warung zit aan het eind van het straatje, tegen het strand aan. Het is nu donker, ver kun je niet kijken, maar van hieruit heb je bij daglicht een prachtig uitzicht, om nog maar te zwijgen van het uitzicht bij zonsondergang…
Als we het eten op hebben en weer een fortuin hebben betaald (oh nee, het waren rupiahs, geen euro’s, dus eigenlijk was het nog geen 2 euro per persoon) wandelen we terug naar de kampung.
Bij de warung aan de hoofdweg komen we uiteraard weer veel bekenden tegen. Heerlijk om iedereen weer te zien. Heel gek, je kijkt er een jaar naar uit om weer hier te zijn en als je er bent is het net of je nooit weg bent geweest. Ook Mohni komt er nog even bij, hij is net terug van de haven. Het is weer druk bij Lombok Dive, hoogseizoen met de bijbehorende stress over materialen, compressor, personeel.
Dit zijn de weken dat het topdrukte is, dan moet iedereen een paar tandjes bijzetten. Dat is nooit zo’n probleem, maar deze week begint de Ramadan weer, dan wordt het wel erg zwaar voor het personeel, zeker voor degenen die moeten duiken.   
Als we een beetje bijgepraat zijn, nemen we, op aanraden van Tom, de auto en rijden we achter Warung Padang een veldje op. Als we doorrijden en rechts aanhouden komen we  aan  de overkant van het bruggetje in Loco. Daar is de tijdelijke parkeerplaats voor Loco, er staan een paar autos, de Loco-bemo en chidomo’s. Hier kunnen we de auto veiliger laten staan dan aan de hoofdweg en hoeven we niet zover te lopen. Nadeel is wel dat we een stukje door het beekje moeten, onder het bruggetje door, en dan aan de andere kant weer omhoog en over het bruggetje weer naar de overkant van het beekje. Nu, in het droge seizoen kan dat wel, dan staat er niet veel water in het beekje. Wel veel smerige zooi, dus het is kunst om over de paar stenen en boomstammen die er liggen te lopen. Zeker in het donker is dat niet eenvoudig, maar voorlopig zal het even zo moeten. Och, en aan de slangen die we andere jaren wel eens langs en over dit paadje hebben zien slingeren denken we maar even niet. Zeker niet nu ik geen zaklampje bij de hand heb.
Bij Bumi Aditya is inmiddels iemand aangekomen, de man die het hotel nu beheert. Hij speurt onze sleutels op en brengt ons naar de kamers.
Die zijn het afgelopen jaar helemaal niet veranderd. Alles ziet er redelijk schoon uit (of komt dat doordat het zo donker is, of doordat we op het ergste voorbereid zijn?). Hoe dan ook, voor vannacht is het prima, morgen zien we bij daglicht wel weer verder.
Snel halen we de tassen op en pakken we de spullen uit die we zo nodig hebben. De rest komt morgen wel.
Dan lopen we nog even naar Senggigi. We zijn wel moe, maar willen even rustig zitten, lekker sapje erbij. Even bijkletsen met Tom.
We komen uit bij Berry Café. Ook daar is niet veel veranderd. Berry is nog even prettig gestoord als altijd. Hij verdeelt zijn tijd nu tussen dit restaurant en zijn nieuwe restaurant een paar deuren verderop. Je vraagt je af waarom hier zoveel nieuwe dingen worden geopend als het zelfs nu, in het hoogseizoen, overal zo rustig is. Och, dit is en blijft Lombok, dat zullen we wel nooit gaan begrijpen.
Maakt ook niet uit, wij wandelen terug naar Loco en duiken onder de klamboe ons bed in. Lekker slapen, morgen fris en fit weer op.   

 
Dinsdag 26 juli

Blijkbaar hadden we de nachtrust hard nodig, we zitten pas om kwart over 8 aan het ontbijt.
Tom heeft ons al gewaarschuwd voor de omelet, die is dit jaar goed gezouten.
Ja, er zijn wel wat dingen veranderd sinds Pak Made en zijn vrouw hier niet meer rondlopen.
We kunnen kiezen uit koffie en thee. Verder komt er standaard een bord met toast, boter, jam, omelet en wat fruit. Niks mis mee hoor, maar voorgaande jaren konden we ook pannenkoek of nasi krijgen.
Maar de omelet en toast smaken goed, ik vind het niet eens zo zout. Tot de vierde hap tenminste. Daar zit volgens mij meer zout in dan ei. Waarschijnlijk wordt het zout niet door het ei gemixt, maar er in de pan overheen gestrooid. Maar ja, slok thee erachteraan en het is weg.
Verder is er niet veel veranderd hier. We missen Pak Made wel, hij had altijd tijd voor een gezellig praatje, zorgde goed voor ons, hield alles in de gaten. Wist altijd te vertellen of er iemand voor ons was geweest terwijl we weg waren, af en toe kregen we een verrassing bij het ontbijt, extra fruit, lekker sapje, of een heerlijke lunch of diner cadeau. Omdat Pak Made een kruidnagelplantage had, lag er ook altijd wel ergens op een stuk plastic kruidnagel te drogen. Dat rook altijd zo lekker!
De tuin van Bumi Aditya ligt er nu ook heel mooi bij. Veel bloemen, frisgroen. De nieuwbouw hotelkamers (die al een jaar of 10, misschien wel 20 in aanbouw zijn, maar waarschijnlijk nooit meer afgebouwd zullen worden) liggen er ook nog steeds. De laatste keer dat ik Pak Made via de telefoon heb gesproken, ergens afgelopen winter, vertelde hij dat hij bezig was met opknappen van Bumi Aditya. Het enige resultaat dat we daarvan zien zijn een paar roestige bouwsteigers die tegen een palmboom staan.
Uiteraard is Bumi Aditya nog steeds te koop. Dat was het al jaren, en zal het ook nog wel jaren blijven. Och, we hebben er al eens over zitten fantaseren. Het is zo’n mooie plek hier. Maar om hier een winstgevend bedrijfje van te maken zal niet meevallen. Met backpackers die een nachtje blijven en één keer per jaar een paar gekke mensen uit Belanda die een maand (of twee) blijven verdien je niet heel veel. Wil je de kamers duurder verkopen, zul je ook flink moeten investeren. En of dat echt meer klanten oplevert? Zeker met de concurrentie in de buurt zal het tegenvallen. Wat ons betreft mag het blijven zoals het is. Meer dan een bed, kamar mandi en een dak boven ons hoofd hebben we hier ook niet nodig. Ja, af en toe een beetje water uit de kraan en wat elektriciteit, maar tot nu toe gaat ook dat redelijk.
Na het ontbijt gaan we eerst inkopen doen. Alle supermarkten in Senggigi af op zoek naar emmers, een veger en blik, schoonmaakmiddelen, kleerhangers,  een waterkoker, koffie, thee, bekers, wasmiddel, allerlei dingen die het leven hier wat aangenamer en frisser maken.
Het assortiment in de winkels is niet echt gevarieerd. We moeten alle 3 de supermarkten af voor we weer terug kunnen. En dan hebben we nog geen bekers gevonden. Verder zijn we prima geslaagd.
Inmiddels hebben we dus ook weer een blik op Senggigi kunnen werpen. Veel is er niet veranderd.
Er zijn wat nieuwe restaurantjes, er zijn wat restaurantjes verdwenen. Dat gaat elk jaar zo.
Overal waar we komen worden we weer begroet door bekenden. Af en toe moet ik diep nadenken, herken ik wel een gezicht, maar kan ik het niet direct plaatsen. Zoals onze favoriete ober van Cak Poer. Die zouden we dus direct herkend hebben als we bij Cak Poer zaten, niet als hij ons overdag op straat aanspreekt.  Maar hij herkende ons dus wel, en met een beetje uitleg van zijn kant weten we ook weer hoe het zit. Hij werkt niet meer bij Cak Poer, maar werft nu klanten voor een trekkingbureautje.
Er lopen ook nog steeds veel bekende verkopers rond. Leuk, zeker omdat ze van ons weten dat we lang blijven, nu is er dus nog geen haast om ons iets te gaan verkopen en kunnen we gewoon gezellig bijkletsen.
Na de inkoopronde lopen we even bij Lombok Dive binnen. Het kantoor ziet er nog prima uit, tenminste naar Lombokse begrippen. Vorig jaar hebben we het hele kantoor een opknapbeurt gegeven, nieuwe vloer, nieuwe verf. Net voor we kwamen is er zelfs nog wat schilderwerk bijgewerkt. Helaas in een iets andere tint blauw dan het was, maar ja. Blauw is blauw…
Een groot voordeel is dat het reisbureautje van LST uit het kantoor weg is. Lombok Dive zit nu alleen in dit kantoor en nu heeft het ook zin om iets schoon te maken. Zonder de LST-chaos blijft het dan ook schoon.
Nadeel is dat het kantoor inmiddels is overgegaan naar een nieuwe eigenaar, dezelfde man die ook Berry Cafe heeft gekocht. Lombok Dive kan hier nog wel een tijd blijven zitten, maar het is de bedoeling dat het kantoor ooit bij Berry Cafe wordt getrokken. De oprit voor het kantoor is al veranderd in een terras. Aan de andere kant van Lombok Dive zit ook iets nieuws, een kleuterschool. Arme Opan, als hij op kantoor zit hoort hij de hele ochtend krijsende (of zingende) kleutertjes. Het is wel een vreemde plek voor een kleuterschool, vind ik. Aan de drukke weg. Maar alles is goed afgezet met hekken, dus de kinderen zullen niet snel de weg oprennen of zo. Het is trouwens geen standaard kleuterschool. Veel kinderen worden gebracht/opgehaald met auto’s of door hippe moeders op motortjes. Ik verwacht niet dat er veel ‘gewone Lombokse kampungkinderen’ zullen zitten.  
Met Opan praten we even bij over Impian Anak. Afgelopen maand heeft hij samen met Tom verschillende kinderen bezocht. Hij heeft het druk gehad met het kopen van schoolspullen voor de kinderen. Alle uitgaven per kind heeft hij netjes op papier gezet. Maar we hebben nog 4 weken de tijd, dus dat nemen we een andere keer samen rustig door.
Van Tom hebben we al gehoord dat we donderdagavond uitgenodigd zijn om bij Opan en Ida thuis te komen eten. Ida was gisteren jarig en Opan en Ida zijn nog niet zo lang geleden getrouwd. Nu wij ook in Lombok zijn vinden ze het een goede gelegenheid om ons en al het Lombok Dive personeel met aanhang uit te nodigen voor een diner, zodat iedereen kennis kan maken met Ida.
Van Opan horen we nu dat de uitnodiging voor morgen is, dus woensdag, in plaats van donderdag.
Goed dat we dat nu horen, afspraken maken is hier soms al zo lastig en het zou vervelend zijn als iedereen op ons zit te wachten…
We laten Opan weer alleen met zijn werk en rijden terug naar Bumi Aditya. Dat wil zeggen naar de ‘nieuwe’ parkeerplaats aan de andere kant van het beekje. Gewapend met poetsspullen balanceren we weer onder het bruggetje door. Uiteraard weer nageroepen door heel veel kleine kindertjes die ‘Anieks’ roepen, ja, ze kennen Anique nog!
Dan gaan we als een frisse wervelwind door de kamers. Gisteravond in het donker leek alles best wel schoon. Nu, bij daglicht, valt het toch een beetje tegen. Maar een emmer water, een fles chloor, wat doekjes en een veger doen wonderen, en een uurtje later blinken de kamers weer.
De kleerkasten zijn wat lastiger. De muren hier zijn niet behangen of geschilderd. Tegen de muur zit een vlechtwerk van bamboe. Het heeft een gezellige en natuurlijke uitstraling, zullen we maar zeggen, maar het is erg onpraktisch.
Achter de kast, die bestaat uit dunne versleten platen, zit volgens mij een termietenheuvel in de muur. De kast ligt vol met een laag zand, dat door kieren en barsten naar binnen komt. Als je het wegveegt, valt er weer net zoveel nieuw zand. Dan maar de kieren dichtplakken met breed plakband en de splinterige legplanken bekleden met plastic zakken. Fris geurbuiltje erin en de kast kan ingeruimd worden…
Rond de middag is het alweer helemaal ons vertrouwde kamertje geworden. We vinden dat we wel een  kopje koffie hebben verdiend. Koffie hebben we, water hebben we, waterkoker hebben we, maar geen bekers… Tja, dat wordt lastig.
Het is ook wel tijd voor een lunch, dus zoeken we warung Ana maar weer op, dat was gisteravond prima bevallen.
Nu kunnen we alles bij daglicht ook wat beter bekijken. Veel meer drukte is er niet op Pasar Seni 2. Helemaal geen drukte eigenlijk. Toch wordt er aan de straatkant nog een nieuw restaurant ingericht. Ziet er overigens gezellig uit, maar is nog niet geopend.
Bij Warung Ana is ook een uitbreiding aan de gang. Meneer de Koekenbakker, zo hebben we hem gedoopt, heeft er een oventje neergezet en bakt allemaal lekkere luxe koekjes. Ze worden verpakt in een mooi doorzichtig plastic doosje. Ze zijn lekker (na de lunch kregen we een proef aangeboden bij de koffie) en in de verpakking zien ze er mooi en feestelijk uit. Meneer de Koekenbakker wil hie zelfs ook nog een nieuw restaurantje bijbouwen. Tjonge, het wordt nog eens druk hier…
Nog voor we weer naar Nederland gaan, moet het restaurant geopend worden. Het wordt, in tegenstelling tot Warung Ana, een a la carte restaurant (bij Ana is het eten wat de pot schaft), met pasta’s pizza’s burgers maar ook nasi. Daarnaast kan er gebak besteld worden. We zijn benieuwd, dat alles (het hele restaurant) moet in 3 tot 4 weekjes klaar zijn.
Als we het eten op hebben, gaan we het strand maar eens verkennen. Peter en de kinderen willen gaan snorkelen bij Senggigi Beach Hotel. Vanuit Pasar Seni 2 moet je een flinke sprong nemen om op het strand te komen. Er is een brede betonnen trap, maar het strand daaronder is een kleine 2 meter weggeslagen. Dus lopen we maar langs Graha hotel naar het strand. Een stukje voorbij Graha begint het joggingpad. Geen idee wat het met joggen te maken heeft (zo werd het in de Lombok Guide omschreven), maar wij vinden het een geweldig initiatief. Het is een mooi stenen pad, dat loopt vanaf Graha tot aan Pasar Seni, in het noorden van Senggigi.  Het loopt veel prettiger dan het losse zand. Alleen bij Senggigi Beach, dat stukje strand waar de ligbedden voor de luxe en luie gasten staan, is het pad verdwenen, of misschien nooit aangelegd. Heel vreemd, maar ja.
Het pad ligt tussen het strand en de hotels en ik denk dat de hotels/restaurants met terrasjes aan de strandkant er wel hun voordeel van hebben. Er lopen wel wat meer mensen dan voorheen.
Als we bij de pier aankomen, springen Peter en de kinderen het water in, op zoek naar mooie koralen en vissen. Duiken mag vandaag nog niet, in verband me de vlucht van gisteren en hoogte/diepte. Maar snorkelen kan wel.
Ik, stommeling, heb enthousiast een leesboek in de tas gestopt. Maar na een halve bladzijde heb ik al gezelschap gekregen van een paar verkopers. Parelkettingen, oorbellen, armbanden.
Nee, heb ik allemaal al, en ook in verschillende kleuren. Ook niet voor mijn zus, vriend of buurvrouw, zelfs niet voor Hema of Zeemanprijzen. De Action kennen ze trouwens nog niet, waarschijnlijk zijn ze al een paar jaartjes niet meer in Nederland geweest… Een sarong hoef ik ook niet. En geen tattoo. En geen ketting met een amulet van een dooie koe (bot of hoorn), geen tafelkleed of beddesprei, geen houtsnijwerk, geen horloge, geen zonnebril… Het hele scala komt voorbij. Gezellig!
Ik leg mijn leesboek weg, dat schiet toch niet op. Kan beter gewoon meekletsen en Indonesisch oefenen.
Dat valt weer niet mee. Al merk ik elk jaar wel dat het een beetje beter gaat. Maar ondanks de gezellige lessen met Joyce blijft de uitspraak en het snelle luisteren mijn grootste probleem. Op papier/computer kan ik het redelijk volgen, maar daar heb ik hier niks aan.


Maar goed, gewoon stug volhouden en  blijven oefenen.  Ooit komt het goed.
Als de snorkelaars weer op het droge zijn lopen we verder. We hebben wel weer een kopje koffie verdiend, vinden we. Awal op de punt bij Senggigi Beach Senggigi heeft lekkere ABC cappuccino. Als zijn vrouw ons ziet, verdwijnt er snel een portie banaantjes in de olie. Er wordt keurig netjes een matje voor ons uitgespreid, nee, we mogen niet gewoon in het zand of op de stenen zitten. Even later zitten we te genieten met een prachtig uitzicht over zee. Het blijft leuk om te kijken naar de vissers met hun leuke hoedjes en de typische vliegertjes aan de vislijn, de surfers die, ondanks het feit dat er geen echte golven zijn toch blijven wachten op dé golf.
We krijgen snel gezelschap van allerlei bekenden en zo kletsen we weer een uurtje of wat weg. Wat hebben we dit gemist, heerlijk, zon, zee, lekker weer, leuke mensen, lekker eten en drinken.
Van dat lekkere eten en drinken overdag moeten we nu dubbel genieten. Over een week is de ramadan begonnen, dan zal het overdag weer lastiger zijn om iets te krijgen buiten de toeristische plekken. En de toeristische plekken proberen we eigenlijk zoveel mogelijk te vermijden, zeker wat eten en drinken betreft.
Tegen de avond lopen we naar de beruga van Boung en Sareah. Daar is het, als altijd, heel gezellig. Binnen een paar tellen zitten we achter een groot glas thee, Tom krijgt Lombok koffie, en een grote bak kroepoek. Ja, ze weten hier na een maandje wel wat Tom lekker vindt.
We kletsen een uurtje en lopen daarna naar Cak Poer. Eens kijken hoe het daar nog is. Eigenlijk is er niet veel veranderd. We missen alleen onze favoriete ober, maar die komen we een andere keer wel weer tegen, op een andere plek.
Het eten is nog steeds prima, de bestellingen lopen een beetje chaotisch door elkaar, maar dat valt te verklaren als je de keuken bekijkt. Die is niet zo heel ruim uitgerust. Een paar branders, een paar pannen, grill voor de vis, en hardwerkende mensen. Het blijft een te gekke plek, maar eerlijk gezegd waardeer ik de nog minder toeristische keuken in Lombok ook wel.
Na het eten wandelen we terug naar Bumi Aditya, lekker slapen. Morgen gaan we een dagje de zee op, duiken, naar de Gili’s… Ik verheug me er al op!

 
Woensdag 27 juli

Het was weer een heerlijke nacht. Slapen tot een uur of half 7. Volgende week, als de ramadan begonnen is, zit dat er niet meer in. Dan worden we waarschijnlijk elke nacht rond 3 uur wakker gemaakt door de moskee. Verder is het ’s nachts ook erg rustig. Geen jankende en vechtende honden, geen zeepetende muizen. Het wordt bijna saai bij Bumi Aditya, gelukkig hebben we wel nog een gekko ergens in de kamer die af en toe van zich laat horen…
Als iedereen uit bed is en de spullen voor een dagje Gili’s heeft gepakt, rijden we naar Lombok Dive.
Het hotelontbijt slaan we vandaag over. In plaats daarvan steken we bij Lombok Dive de weg over naar de warung aan straat. Daar bestellen we thee en een zakje lekkere pisang goreng. Een goed begin van de dag. De thee wordt even later netjes bij Lombok Dive afgeleverd, wat een service!
Langzaam druppelt het personeel bij Lombok Dive binnen.
Vandaag maken we kennis met 2 nieuwe gezichten; duiker Ronny en Hakim.
Hakim helpt mee op de boot en begeleidt groepen met duiken en snorkelen.
Het is vandaag een drukke dag, hoogseizoen bij Lombok Dive. Maar wij krijgen een speciale behandeling; een privé-boot. Sinds een paar maanden heeft Lombok Dive weer 2 boten. De ‘oude’ boot, waar Lombok Dive een paar jaar geleden mee is gestart en een nieuwe boot, die wat langer en breder is.
Wij krijgen vandaag de oude boot.
Rond half 9 rijden we naar Teluk Nare waar de boten liggen. Het is ruim een half uur rijden. De rit gaat veel vlotter dan vorig jaar. Toen werd er overal aan de weg gewerkt. Nu vliegen we bijna over de nieuwe weg. Alleen de laatste meters zijn nog niet opgeknapt. Als we in Teluk Nare komen, worden de boten al klaargemaakt. Voor alle overige gasten er zijn, varen we al weg. Dat is een groot voordeel van een privé boot, je hoeft op niemand te wachten. En, als je zelf met een niet al te grote groep bent, heb je ook nog heel veel ruimte aan boord.


We zitten met 8 mensen op de boot. Wij viertjes, Silke, Ronny, Hakim en Pak Isnani. Pak Isnani is vandaag onze kapitein. We kennen Pak Isnani als de oom van Herna, een meisje uit Teluk Nare dat via Impian Anak wordt gesponsord. Hij heeft een kleine winkeltje/warung aan het strand en verkoopt brandstof voor de boten. Omdat we geen klanten hoeven op te halen op de Gili’s, varen we direct naar de duikplek. Het is nog rustig op het water. De meeste duikscholen zijn nog druk met verzamelen van de klanten, terwijl ons duikgroepje al het water in springt.
Het afgelopen jaar is het weer niemand gelukt om me ervan te overtuigen dat ik mee moet duiken. Het lijkt me eigenlijk prachtig onder water, maar ook heel eng. En ik ben ook niet zo’n waterrat. Dus ik blijf lekker op de boot. Iemand moet toch foto’s maken als de duikers in het water vallen.
Maar ook onder water worden foto’s gemaakt. Nu kunnen we Tom’s supercreatie in actie zien.
Hij heeft een héél klein cameraatje, een GoPro. Ongeveer de grootte van een ouderwets fotorolletjesdoosje. Deze camera’s worden vaak gebruikt om actiefilms te maken, je kunt ze bevestigen op de motor, fiets, helm en zelfs op een surfplank. Met de speciale behuizing kan het apparaatje dus ook tot 60 meter diep onder water. Om het kleine ding in het water enigszins hanteerbaar te maken, heeft Tom er van pvc-buizen een handgreep aan gemaakt. Al met al een goedkope oplossing om onder water te fotograferen/filmen.
De beelden worden scherp, nadeel is het (gebrek aan) licht. Om wat dieper onder water toch mooie kleuren te krijgen, heb je meer licht nodig dan de camera geeft. Misschien kan hij nog een keer uitgebreid worden met een grotere flits, schijnwerper of wat dan ook. Och, je moet wat te wensen houden…  
Terwijl Tom alle visjes vraagt om te lachen naar de camera, en de rest weer went aan het duiken, heb ik tijd om even te kletsen met Pak Isnani en Hakim. Met Hakim gaat dat prima, hij spreekt heel goed Engels. Pak Isnani spreekt vooral Indonesisch. Dat wordt dus geen diepgaand gesprek, maar ik kom er in elk geval wel achter dat het met Herna goed gaat. Ze is gezond en gaat graag naar school.
Inmiddels zit ze in de 2e klas van de middelbare school. We spreken af dat we na het duiken een keer bij haar langs gaan.
Als de duikers weer allemaal aan boord zijn, varen we naar Gili Trawangan. Daar hebben we een uurtje de tijd om te gaan eten. Vorig jaar gingen we meestal naar warung Kiki Novi.
Hakim adviseerde om Warung Dewi eens te proberen en daar, als ze die hebben, de soto Rawon te nemen. Als ik van Tom hoor dat hij daar afgelopen maand ook meestal heeft gegeten, zal het wel een goede keus zijn.
Dus lopen we naar Warung Dewi. Die zit naast de lokale markt. Geen grote markt, maar wel heel leuk om te zien.
Het is niet druk in de warung (eigenlijk zijn we de enige gasten). Ze hebben inderdaad soto Rawon, dus ik hoef niet lang na te denken wat ik zal nemen. Peter doet mee met de soto.
Tom, Anique en Silke nemen van alles wat. Tja, en dat van alles wat, wil in Lombok zeggen dat er meestal wel iets erg pittigs tussen zit…
De soto is trouwens heel erg lekker, beetje pittig, maar met de nasi erbij heel goed te eten.
Wel grappig dat Hakim me vertelde dat soto Rawon helemaal niet pittig is.
In deze soto is dus per ongeluk een schep sambal gevallen, of Indonesiërs en Nederlanders hebben andere maatstaven voor pittig. Ik hou het op het laatste. (Na thuiskomst heb ik het recept van de soto Rawon, oftewel zwarte rundvleessoep, opgezocht, en ik zie dat er op een litertje soep 3 lombok pepertjes en heel veel kruiden gaan, voor de gemiddelde Nederlander best wel pittig)  
Na de lunch wandelen we terug naar de boot. Ik neem nog een snelle frisse (hoewel het water best warm is) duik in zee. Dan gaan we aan boord voor de 2e duik.
Terwijl we naar de duikstek varen zit Silke op het dak van de boot. Ineens zien we iets langsvliegen en horen we een jammerkreet vanaf het dak. Dat iets was dus Silke’s camera. Oeps, en het was geen onderwatercamera. Tot nu toe niet tenminste.
Omdat Peter, Tom, Anique en Ronny al in hun duikuitrusting waren gehesen, besluiten ze maar van duikstek te veranderen. In de hoop de camera nog te vinden, gaan ze snel hier het water in. Silke is niet meer in de stemming voor een duik en blijft hoopvol aan boord wachten. Maar de stroming tussen de eilanden is sterk, en een uurtje later komen er 4 duikers boven zonder camera. De kans dat de camera na een duik in het zeewater nog goed zou functioneren was overigens vrij klein, maar het was te proberen.
We besluiten Silke maar één van onze camera’s uit te lenen. We hadden een oude camera van onszelf meegenomen, die we na afloop van de vakantie bij Opan willen laten, zodat hij hem kan gebruiken voor Impian Anak. Tot nu toe maakt Opan foto’s met een mobieltje, maar die kwaliteit is vaak zo slecht dat we nauwelijks kunnen zien wat erop staat. Met een andere camera kan hij ons een beetje beter op de hoogte houden van de nieuwe kinderen, school etc. 
Zelf hebben we die camera hier niet per se nodig, we hebben nog 3 andere bij ons, dus kan Silke hem deze maand wel gebruiken. Een maand op Lombok zonder camera zou wel heel zonde zijn.
Na de duik hoeven we, lang leve de privéboot, niet terug naar de eilandjes om klanten af te leveren of op te halen, dus varen we vroeg in de middag terug naar Lombok. We helpen snel met leeghalen van de boot en schoonmaken van de duikuitrustingen. Pak Isnani laten we achter in Teluk Nare, Hakim en Ronny rijden met ons terug naar Senggigi, blij met hun vrije middagje.
Omdat we pas vanavond rond een uur of 7 bij Opan en Ida moeten zijn, hebben we nog de tijd om naar Mataram te gaan. Silke wil even kijken bij de camera’s. Wij willen nog even rondneuzen bij Mataram Mall.
Mataram is nog niks veranderd. Mataram Mall ook niet. Het is een vreemd winkelcentrum, zeker hier op Lombok. Veel luxe, weinig kopende Lombokkers, die kunnen de prijzen hier meestal niet betalen. We parkeren de auto voor maar liefst € 0,16 op de parkeerplaats voor de Mall. Dat lukt ons in Venray nou nooit (in elk geval niet op de betaalde parkeerplaatsen bij het winkelcentrum)!
De centrale hal van het winkelcentrum wordt weer gevuld met harde muziek en veel superaanbiedingen, van goedkope kleren tot motortjes, een enkele auto en vaatwasmachines. Uiteraard allemaal te kopen met bijbehorende financieringsregelingen. Helaas hebben veel mensen niet in de gaten dat het motortje meestal sneller versleten is dan afbetaald.
Toch trappen vooral jongeren er vaak in, en zitten daarna opgescheept met torenhoge schulden.
Veel andere winkels zijn er volgens mij ook niet gekomen. Mc Donalds en KFC zitten er ook nog. Hero, de grote super-de-luxe supermarkt ruiken we ook al van verre. Dat ligt niet aan de winkel, die ziet er netjes uit, met echte koelingen, versafdelingen enzo. De boosdoeners zijn de doerians die er verkocht worden. Die stinken de winkel uit en in de hal blijft de stank altijd en eeuwig hangen. Onbegrijpelijk dat er mensen zijn die de vruchten ook nog lekker vinden…
De heren neuzen wat rond in de diverse elektronicawinkeltjes.
Het assortiment aan telefoons, camera’s en computers wijkt niet zoveel af van de Nederlandse
winkels. De prijzen ook niet. Vooral de modernste spullen, uitgebreide mobieltjes, minilaptops zijn vaak zelfs duurder dan in Nederland. Natuurlijk heb je uitzonderingen, maar dat zijn meestal nep-merken. Zoals de Blueberry (die lijkt op de Blackberry) en de HT (die lijkt op de HTC).
In elk geval ligt er niets interessants in de winkels, dus besluiten we wat te gaan drinken.
Op naar het grappige onderzee-restaurantje op de bovenverdieping. Een dag op zee maakt hongerig, dus besluiten we maar iets lekkers bij het drankje te bestellen.
Ik bestel iets wat wel lekker klinkt. Ik weet niet meer hoe het op de kaart stond, maar ik verwacht in elk geval een soort flensje met chocolade en pinda. Geen idee wat het wordt, maar het klinkt wel lekker. Omdat er meer flensjes moeten gemaakt, duurt het best wel lang voor ze, om de beurt, op tafel komen.
Het zijn inderdaad een soort flensjes, maar dan knapperig gebakken en in vele lagen opgevouwen. Tussen al die lagen is het geheel royaal gevuld met chocoladepasta en pindakaas. Een vreemde combinatie, maar wel erg lekker. Ook erg machtig, zeker voor een tussendoortje.
Gelukkig zitten er mensen aan tafel die meer honger hebben dan ik, dus mijn bord gaat helemaal leeg.
Dan gaan we nog even winkelen. We willen iets meenemen voor Ida, maar weten niet goed wat.
Wel weten we dat Ida vandaag haar verjaardag viert en dat mensen hier vaak erg onder de indruk zijn van de echte bont versierde verjaardagstaarten. En laten we hier nu net een bakkerijtje hebben gezien waar die taarten worden verkocht. We snuffelen even rond in de vitrine en kiezen een hartstikke mooie verjaardagstaart uit. Waarschijnlijk ziet de taart er mooier uit dan dat hij smaakt, maar daar kunnen we ook niks aan doen. Hij wordt keurig netjes voor ons ingepakt.
Dan rennen we nog even snel, met de neus dicht, door de Hero supermarkt. We kopen een paar dingen die we in Senggigi niet konden vinden (Ja Wally, ook de bekers!).
Dan zien we dat we moeten haasten om op tijd in Ampenan te komen. Rond de spits Mataram uitkomen valt niet mee, maar het lukt. Als we er een paar minuutjes na 7 bijna zijn, belt Opan ons om te vragen of we de afspraak vergeten zijn. Nee, we komen eraan, we weten alleen niet precies waar in Ampenan we moeten zijn…  Maar Opan wacht ons netjes op op de plek waar we vorig jaar altijd de auto parkeerden als we naar Pak Umpuk en Pak Di gingen.
Geweldig om hier weer te zijn. Ik vond dit vorig jaar altijd zo’n ontzettend mooie en gezellige plaats, vooral vroeg in de avond, als de zon ondergaat. Op het strand liggen dan alle vissersboten, langs het weggetje is het druk met met werkende, kletsende en etende mensen. Dan nog de in zee ondergaande zon op de achtergrond…wat wil een mens nog meer.
Maar nu heb ik even geen tijd om ervan te genieten, snel lopen we achter Opan aan door een paar smalle steegjes. Ida staat ons al op te wachten. Wat leuk om nu echt kennis met haar te maken, via Facebook hebben we natuurlijk al contact gehad, Opan heeft afgelopen jaar al heel veel over haar geschreven en verteld, maar nu mogen we haar dus in het echt ontmoeten.
En niet alleen Ida, een hele groep Lombok Divers zit in hun woonkamertje op ons te wachten.
Pak Umpuk is dolblij ons weer te zien. En wij zijn niet minder blij om hem weer te zien, wat hebben we hem gemist! Hij blijft de hele avond met een big smile naar ons zitten kijken. Ook Ronny is er, Mahfudz met vrouw en kinderen, Sofie met kinderen. En nog een verrassing, ibu Dina. Zij werkt soms mee op kantoor. Zodoende hebben we wel eens contact gehad via mail, maar momenteel is ze druk bezig met opzetten van een eigen bedrijf. Wat een verrassing om iedereen hier te ontmoeten.
We geven de taart aan Ida. Zoals hier gebruikelijk is, wordt het cadeau niet uitgepakt waar we bij zijn.
Maakt niet uit, de dag erna hoorden we van Opan dat Ida er heel blij mee was, en dat ze het bijna zonde vonden om hem op te eten.
Dan gaan we snel op de grond zitten. Dat is weer even wennen, mijn benen staan nog niet helemaal in de Lombok stand. Zeker in zo’n krappe ruimte die helemaal gevuld is met mensen en schalen met eten, valt het niet mee om lang in kleermakerszit te zitten. Eigenlijk moeten we thuis ook gewoon de tafels en stoelen eruit gooien, dan worden we misschien net zo soepel als de mensen hier.
Het eten ziet er allemaal erg lekker uit. Ze hebben het speciaal voor ons allemaal in 2 versies uitgevoerd. Eén standaard gekruid, en één voor de gasten, veel minder pittig dus. Er staan schalen met rijst, verschillende soorten groente, vlees, en natuurlijk, wat wil je in een vissersdorp, heel veel vis. Het is weer ouderwets lekker. Hier kan dus geen restaurant tegenop. Ook niet qua gezelligheid.
Nu ben ik extra blij dat ik net bij Mataram Mall niet de hele portie op heb gegeten. Dit is veel lekkerder en veel gezonder. Uiteraard kijkt iedereen ons weer heel gespannen aan om te zien of we wel tevreden zijn over het eten. Natuurlijk zijn we dat, dat zeggen we ook ongeveer 50 keer, maar toch blijven ze zich verontschuldigen voor het geval iets misschien niet helemaal goed zou zijn, te weinig, te pittig of wat dan ook. Na het hoofdgerecht komen er nog banaantjes en zoete rijsttoetjes, gevolgd door koffie en thee.
Dan is het tijd om weer op te stappen. De kleine kinderen moeten naar bed, Opan en Ida moeten lekker uitrusten na een, voor hun ongetwijfeld drukke en stressvolle avond. En wij, tja, wij komen uiteraard Ampenan niet uit voor we even bij pak Umpuk thuis zijn geweest.  Even ‘snel’ zijn vrouw ibu Misroh gedag zeggen, en natuurlijk zijn 2 kinderen.  
Daarbij volgen nog de nodige koppen thee en intussen kunnen we even rustig bijpraten. Gespreksstof genoeg nadat we elkaar een jaartje hebben moeten missen. Via sms hebben we wel ongeveer wekelijks contact, maar dat is toch anders.
Een uur later nemen we afscheid van de familie en rijden we terug naar het ‘over de beek-parkeerplaatsje’ in Loco. Na de klimpartij (gelukkig met zaklampje, zit weer standaard in mijn handtas) onder het bruggetje door, zien we dat we waarschijnlijk niet meer heel lang zo moeilijk hoeven te doen met parkeren. De dorpsbewoners zijn weer flink aan het werk aan het pad. Een groot deel van het werk wordt in de koelere avond gedaan. Mooi om te zien dat heel veel mensen uit het dorp fanatiek meewerken aan ‘hun’ weg. Ze zijn nu al bijna aan de grote weg aangekomen met beton storten. Nog een paar dagen, dan zal de weg klaar zijn. Er wordt al verteld dat we er met de auto nog niet direct over mogen, de weg moet eerst even rustig uitharden voor er auto’s over mogen rijden. Maakt niet uit, zo komen we er ook wel.
Moe stappen we even later in bed. Met al wat plannen voor morgen; dan willen we naar Batu Tumpeng, kijken hoe het gaat met ‘ons’ schooltje.

 
Donderdag 28 juli

Als we wakker worden schijnt de zon alweer. Dat is één van de voordelen van een vakantie in Lombok in de zomermaanden, gegarandeerd mooi weer!
Hooguit af en toe een buitje, maar zelfs dat zit er deze vakantie nog niet in.
Na het ontbijt wandelen Peter en ik naar het kantoor van Lombok Dive.
Onderweg maken we wat foto’s van de nieuwe weg naar Loco. Gisteravond/vannacht is er zo te zien nog flink gewerkt, en ook nu wordt er alweer volop geschept, beton gemaakt en gestort.
Op kantoor zet Peter de foto’s op internet, speciaal voor Marijke die niet kan wachten om de weg te zien.

Ik spreek met Opan nog wat dingen door en we maken een afspraak met Hamdi. Vanmiddag willen we de school in Batu Tumpeng bezoeken.
Even later komt Silke binnenwandelen. Hij vertelt dat er iemand naar ons op zoek is, een Peter uit Venray. Tja, we verwachten vandaag geen bezoek en al helemaal niet uit Venray.
Maar blijkbaar is er toch iemand naar ons op zoek. Dus lopen we snel richting Loco, in de hoop onze geheimzinnige bezoeker te treffen.
Als goed en wel het kantoor uit zijn, loopt Peter ons al tegemoet. Het blijkt Peter de Lannoy te zijn. Ik herken hem van een facebookfoto.
Een week voor ons vertrek naar Lombok zagen we op Facebook een berichtje van Peter die schreef dat hij bij VakantieXperts over ons project had gehoord.
Nu is Peter voor een paar relax-dagen in Lombok, nadat hij voor zaken Java had bezocht.  
Hij had ons al een berichtje gestuurd via het Impian Anak gastenboek en de mail, maar die berichtjes hadden we nog niet gezien.
Peter wil graag met ons kennismaken en indien mogelijk de school in Batu Tumpeng bezoeken.
Maar, vertelt hij er al bij, morgen vertrekt hij weer uit Lombok.
Geen probleem, wij waren toch al van plan om de school vanmiddag te bezoeken, dus hij is van harte welkom om mee te gaan.
Samen lopen we naar Berry Café, waar we onder het genot van een drankje even nader kennis kunnen maken. Inmiddels zijn Tom en Anique ook bij Lombok Dive aangekomen en Tom komt er even bij zitten.  Het wordt een gezellig gesprek.
Wat een ontzettend toeval dat we elkaar hier zo ontmoeten. Peter had de hoop al bijna opgegeven, en wist ook niet eens zeker of we wel op Lombok waren.
Hij had al pogingen ondernomen om zelf naar de school te gaan, maar had nog geen chauffeur of ojek (motortaxi)gevonden die hem overtuigend genoeg kon vertellen dat hij wist waar de school lag.
Bij VakantieXperts heeft Peter nagevraagd waar we precies te vinden zouden zijn, die hebben bij Joep en Marijke de routebeschrijving naar kampung Loco nagevraagd. Zo kwam hij dus bij ons terecht, met zelfs de vermelding in de routebeschrijving dat hij een pad moet nemen waar momenteel aan wordt gewerkt.
Geweldig, met een beetje hulp van alle kanten komt alles goed!
We spreken af dat we Peter vroeg in de middag oppikken bij Senggigi Beach Hotel.
Dat is pas over een paar uurtjes, dus wandelen we nog even een rondje door Senggigi.
Bij de nieuwe kraampjes tussen de weg naar Senggigi Beach Hotel en het strand zien we Adam.
Wat ontzettend leuk om hem weer te zien. Bij Adam bestellen we altijd sleutelhangers, pennen en boekenleggers, gevlochten in Impian Anak-kleuren en met Impian Anak erop.
Na onze goede ervaringen met hem, hebben Joep en Marijke en verschillende kennissen van hun ook al orders bij hem geplaatst. Van het geld wat hij daarmee verdient is hij een huis aan het bouwen, zijn eigen ‘Holland House’.
Adam heeft nu een klein winkeltje/kraampje hier, met zijn eigen vlechtwerk en wat sieraden die hij voor anderen verkoopt. Een paar stalletjes verderop zit zijn vrouw Moon in een kraampje met eten en drinken.
Uiteraard komen we niet weg voor we een groot glas thee hebben gedronken en bijgekletst hebben.
Met hun huis gaat het prima. Het is nog niet klaar, maar het schiet al flink op. Natuurlijk beloven we snel een keer te komen kijken.
Het is leuk om te zien en horen hoe blij hij is met alle bestellingen die hij nu krijgt van vrienden van ons en van Joep en Marijke. Hij weet precies te vertellen wie wat heeft besteld, in welke aantallen, kleuren en met welke opschriften. Uiteraard plaatsen wij ook weer een flinke bestelling, hahaha, je ziet hem bijna rekenen hoeveel stenen, tegels of zakken cement hij van de opbrengst kan kopen.
Even later lopen we weer verder. Het wordt tijd om te gaan lunchen. Dus gaan we maar weer naar de warung van ibu Ana. Met een volle buik haasten we ons daarna naar Senggigi Beach Hotel.
Net op tijd pikken we Peter de Lannoy op.
Dan gaan we, al kletsend, op weg naar Batu Tumpeng. Het stuk dubbelbaanse weg wat altijd zo lekker opschiet, onder Mataram, is afgesloten. Er wordt aan de weg gewerkt.
Nu moeten de omleiding nemen. Uiteraard staat er na het eerste bord geen omleiding meer aangegeven, dus wordt het een ‘toeristische route’, dwars door allerlei kleine dorpjes en rijstvelden. Peter en Silke, die ook mee gaat, vinden het niet erg, hier is voor de nieuwe Lombok bezoekers genoeg rond te kijken.

Een paar minuutjes later dan we hadden afgesproken, rijden we het schoolterrein op. Hamdi staat ons op te wachten. Heerlijk om hem weer te zien. En voor we goed en wel de auto uit zijn, heeft hij ons al groot nieuws verteld, hij wordt vader! Zijn vrouw Heni is zwanger!
Dat gaat snel, vorig jaar toen we hier waren was hij nog niet getrouwd, hadden we nog nooit van Heni gehoord. En nu is er een kleine op komst. Ik zeg hem dat ze volgende keer wel wat beter moeten plannen. We lopen altijd alle bruiloften en geboortes mis.  
Het is rustig op het schoolterrein. De kinderen zitten allemaal in de klas. Tenminste, de middelbare scholieren. Zij volgen dit schooljaar in de middag lessen, de basisschoolkinderen zitten voor de middag in de klas en zijn nu al naar huis. Omdat er te weinig lokalen zijn moet het op deze manier. Er zijn nu 5 lokalen klaar en in gebruik. Daarnaast is er nog een kleuterschool. De kleuters zitten niet in een lokaal, maar op een beruga. De kleuters komen ook voor de middag. Hun beruga is opgeschoven,  op de plek waar de kleuters vorig jaar zaten, staat nu een bibliotheek. Die is gebouwd van een donatie van de overheid.
Uiteraard volgt er weer een rondleiding door alle klassen. Eerst gaan we naar het nieuwste lokaal.
Daar zitten de brugklasmeiden. Met uitzondering van de 3e klas, zitten de jongens en meisjes van de middelbare school gescheiden. Dit omdat dat volgens de leerkrachten veel meer rust in de klas geeft. Ja, vorig jaar, toen de jongens en meisjes door elkaar zaten, was het niet altijd rustig, dat klopt wel.
Maar of het nu veel rustiger is…?
In deze klas valt het nog mee, maar dat komt waarschijnlijk ook doordat de brugklasleerlingen ons nog niet kennen. Vorig jaar zaten ze in de 6e klas van de basisschool, en dus nog niet op deze school (deze school draait pas 3 jaren).

De meisjes zijn een beetje stil, verlegen en nieuwsgierig. Maar de juf, volgens mij de gezelligste juf die hier rondloopt, krijgt ze wel aan de praat. Heel langzaam komen ze op gang. Dan is het de bedoeling dat ze naar voren komen om gesprekjes met ons te voeren, in het Engels. Net een paar weken op school en dan zo’n groep witte mensen over de vloer waar je in het Engels mee moet praten, dat is toch iets te veel gevraagd voor deze dametjes. Maar na enig aandringen krijgen we in elk geval van alle meisjes een hand. En als ze merken dat we wel een paar woordjes Indonesisch praten, komen ze wat losser. Even later is het een gegiechel en gejoel van jewelste. Echt een meidenklas!!!
Als het ons te druk wordt, lopen we gewoon door naar de volgende klas. Arme juf, die moet blijven!
Inmiddels is Pak Haji, die ook in het schoolbestuur zit, gearriveerd. Zijn Engels is nog niet erg vooruit gegaan. Maar hij is slim en weet dat prima te verbloemen door ons snel een hand te geven en zich daarna bezig te houden met foto’s maken.
We gaan nu naar het lokaal achteraan in de hoek, daar zitten de brugklas jongens. Hier volgt dezelfde procedure als bij de meisjes, maar dan met iets minder gegiechel en meer geschreeuw.
De brugklassers hebben allemaal spiksplinternieuwe schooluniformen aan, mooi blauw-wit, met schoollogo erop. Alle kinderen krijgen nieuwe uniformen, maar ze zijn nog niet allemaal klaar.
Het mooie van deze school is dat de kinderen deze spullen van de school krijgen. Op de meeste scholen moeten de ouders/kinderen zelf voor de schoolspullen zorgen. Dit brengt vaak flinke kosten met zich mee voor de ouders, ook omdat de kinderen meerdere uniformen aan moeten schaffen, meestal 2 verschillende nette uniformen en 1 set gymkleding. Daarbij nog schoenen, schrijfmaterialen, een boekentas. Hier betaalt de school dit allemaal en ook de schoolbijdrage, zodat de leerlingen hier echt gratis naar school kunnen. Dat verklaart ook direct de grote toestroom van nieuwe leerlingen.
Na de brugklassen bekijken we het opberghok. Dit is een deel van een lokaal dat met een tussenwandje is opgesplitst. Er worden boeken bewaard. De boeken zijn eigendom van school, ze worden tijdens de lessen gebruikt, maar gaan na de les weer hier (of in de bibliotheek) in een kast omdat in de lokalen verder geen opbergruimte is (en ook omdat ze hier waarschijnlijk veiliger liggen).
Ook zien we verschillende spullen liggen die Petula voor de school heeft gekocht. Petula uit Nederland heeft hier afgelopen winter een paar weken Engelse lessen gegeven aan de kinderen en aan de leerkrachten. Van vrienden en familieleden had ze geld gekregen om dingen voor de school te kopen. Dat werden boeken, speelmaterialen en andere leuke dingen. Hier wordt alles netjes en veilig opgeborgen als het niet wordt gebruikt.
Aan de andere kant van het tussenwandje vinden we de oudste leerlingen van de school, de derde jaars middelbare scholieren. Dit is leuk, want hier herkennen we weer vele gezichten en zij herkennen ons ook. Hier is het gemakkelijker om gesprekjes met de leerlingen te voeren in het Engels.
Sommigen zijn heel gedreven, willen, ondanks dat ze het heel spannend en ook wel eng vinden, toch hun Engels oefenen.
De standaard vragen worden weer op ons afgevuurd; hoe we heten, waar we vandaan komen, wat onze favoriete hobby is, wat we graag eten etc. En er is nog een heel veel gestelde vraag; “How is ibu Petula? When will she come to Lombok?”
Wat we al van Hamdi hadden gehoord klopt, de kinderen zijn allemaal gek op Petula, en zouden haar heel graag weer een keer terug zien. We weten dat dat gevoel geheel wederzijds is, en dat Petula vast nog een keer op bezoek komt in Batu Tumpeng.
Nu maken we alvast heel veel foto’s voor Petula, zodat ze haar favoriete leerlingen al even kan zien.
Inmiddels worden Peter en Silke ook overvallen met vragen van de leerlingen. Toch leuk om te merken dat je nu met sommigen al een echt gesprek kunt voeren in het Engels, iets verdergaand dan de standaard vragenlijstjes.

Na deze klas schuiven we weer een lokaaltje op. Daar zitten de 2e jaars meisjes. Hier worden we weer verrast op een heus miniconcert van 2 leerlingen. Ze zijn hier allemaal erg fan van Justin Bieber. Voor degenen die denken ‘Justin Bieber, wat is dat???’ even een uitleg.  Justin Bieber is een blonde 17-jarige Canadese zanger die mateloos populair is bij de Lombokse meisjes (en naar het schijnt ook bij veel leeftijdsgenootjes in de rest van de wereld). In deze klas zitten 2 meisjes die er veel leuker uitzien dan de echte Justin en die zijn liedjes volgens mij ook nog mooier zingen.  Als ervaren zangeressen treden ze voor ons op. De filmcamera’s en fototoestellen maken overuren.
Dan rest ons nog één klas, de 2e jaars jongens. Ook hier hebben we weer veel gesprekjes met de jongens, moeten we weer veel handen schudden en is het een gezellige boel.
Als we alle klassen hebben gezien gaan we nog naar de bibliotheek. Dit is een mooi gebouwtje geworden. Bij gebrek aan veel boeken dient het meer als opbergruimte. De oude stoeltjes staan er, er staan gewone lesboeken en veel lege boekenkasten. Geld om ze te vullen is er even niet.
De lessen zijn inmiddels afgelopen en de meeste kinderen gaan naar huis.
Wij worden uitgenodigd op de beruga te komen zitten. Daar wacht ons een verrassing. Toen ze vanochtend hoorden dat wij zouden komen, zijn er een paar vrouwen, onder leiding van ‘Ibu Pak Haji’ aan het koken gezet. Nu krijgen we een complete maaltijd voorgeschoteld. Ik zie de verbazing op de gezichten van Peter en Silke.
Ja, dat hoort hier bij de gastvrijheid, als er iemand komt, zorgen ze voor wat lekkers.
En lekker is het, een complete rijsttafel, groente, fruit, vlees, kroepoek en lekker drinken.
Wat worden we weer verwend.
Hamdi en Pak Haji eten ook mee. Intussen bespreken we nog wat zaken.
Voor we vertrokken hebben we nog enkele bijdrages ontvangen. Een deel van dat geld willen we in elk geval besteden aan schoolboeken voor alle 3e jaars kinderen.
In januari zijn er alleen boeken gekocht voor de 1e en 2e klassen, omdat er toen nog geen 3e klassen waren.
Inmiddels zijn die 2e jaars naar de 3e gegaan, en moeten er dus nieuwe boeken komen.
Hamdi heeft me voor de vakantie al een prijslijst van de boeken gestuurd.
Nu hebben we de definitieve leerlingenaantallen en kunnen de boeken besteld worden. Er moet alleen nog uitgerekend worden hoeveel geld er in totaal nodig is. Dat laten we Pak Haji doen.
Hij praat toch niet zo veel, er komt eigenlijk geen Engels woord uit.
Hamdi lacht er al mee, de leerkrachten en Pak Haji hebben ook Engelse lessen gehad van Petula, toen sprak Pak Haji wel een beetje Engels, maar toen Petula naar Nederland vloog, zijn de Engelse woordjes  van Pak Haji ook weggevlogen.
Even later is Pak Haji klaar, gelukkig is hij (of de calculator op zijn mobieltje) beter in rekenen dan in Engels. We geven direct het benodigde geld voor de boeken, zodat ze de boeken snel kunnen kopen.
Als iedereen klaar is met eten stelt Hamdi voor nog even bij zijn vrouw langs te gaan.
Dat vinden we een goed idee, want we hebben Heni nog nooit ontmoet.
Heni woonde in een ander dorp, sinds hun huwelijk wonen Heni en Hamdi samen in Batu Tumpeng .

Voor Peter en Silke is het ook leuk om eens rustig (voorzover mogelijk met een hele stoet mensen achter ons aan) door een Lomboks dorpje te wandelen.
Bij hun huisje aangekomen worden we uitgenodigd binnen te komen zitten, nadat er een mat is uitgespreid waar we op kunnen zitten. Heni is verlegen. Ik had Hamdi al gevraagd wanneer hij vader zou worden. Na enige twijfel zei hij ‘september’. Voor de zekerheid vraag ik het Heni ook nog een keer. Als ik niet had geweten dat ze zwanger was, was het mij niet opgevallen. Ik kan me niet voorstellen dat ze over één tot twee maanden zal bevallen. Heni zegt dat de baby in december zal komen.
Hamdi zit erbij te stralen en zegt verder niets. Dus gaan we ervan uit dat het dan wel december zal zijn.
(Als we een paar weekjes later, begin september, thuis zijn krijgen we een sms van Hamdi dat Heni en hij de trotse ouders zijn geworden van een gezonde zoon).
Het blijkt dat Hamdi, zeker voor Lombokse begrippen,  een moderne vader gaat worden. Heni is leerkracht op een middelbare school in Kediri. Zij werkt elke ochtend. En Hamdi werkt elke middag op school in Batu Tumpeng. Ze gaan samen hun kind opvoeden, Hamdi wordt dus een deeltijd vader/huisman. Als Heni werkt, past hij op de baby.
Nadat we nog een paar groepsfoto’s hebben gemaakt, nemen we afscheid van Heni en wandelen we terug naar de auto.
Daar nemen we ook afscheid van de rest en we rijden terug naar Senggigi. Onderweg hebben we de tijd om weer even rustig te praten.
We zijn altijd erg benieuwd wat mensen van de school vinden. Wij komen er geregeld, kennen de mensen goed, en hebben daardoor misschien niet meer zo’n objectieve kijk op de dingen.
Maar als we Peter en Silke horen, is ons duidelijk dat ze erg enthousiast zijn over het project, de school.
Peter is zelfs zo enthousiast dat hij ter plekke besluit om hulp te bieden.
Hij stelt voor om garant te staan voor de tafeltjes/bankjes in het nieuw te bouwen lokaal. Wat een geweldig aanbod. Samen met Stichting Kanikerwataandoen hopen we voor het volgende schooljaar (juli 2012) een nieuw lokaal af te hebben. Maar dat lokaal moet natuurlijk ook ingericht worden met  meubeltjes. Daar hoeven we ons dus geen zorgen meer over te maken. Geweldig! Ook was Peter erg onder de indruk van de schoolborden, maar dan in negatieve zin. De borden bestaan uit een dunne, ruwe, houten plaat die is geschilderd met gewone zwarte verf. Dat werkt op zich goed, totdat alle houtnerven gevuld zijn met krijt. Dan is het geen zwart bord meer, maar een grijs bord. En op een grijs bord vallen de witte letters niet echt meer op. Peter stelt voor dat ze in Batu Tumpeng uitzoeken of er schoolbordenverf te krijgen is, of dat er een andere oplossing is voor het schoolbordenprobleem.
Hij wil dan meedragen in de kosten.
En of dat allemaal nog niet genoeg is, wil hij ook nog weten wat de mogelijkheden zijn om kinderen te sponsoren.
We beloven hem dat we dat in een mailtje zullen zetten, zodat hij dat rustig door kan lezen.
Na een paar dagen Lombok is Peter er zelfs van overtuigd dat hij hier ooit terug zal komen en dat hij dan ook graag op een andere manier mee zou willen helpen. Gewoon, handen uit de mouwen en aanpakken, op wat voor manier dan ook.
Tjonge, we zijn er helemaal stil van. Heerlijk om zo’n enthousiaste mensen te ontmoeten.
Onze dag kan niet meer stuk!
Het minste wat wij kunnen doen is Peter weer netjes afleveren bij zijn hotel en afscheid van hem nemen.
Morgen vertrekt hij weer, zit zijn Lombok avontuur erop. Wij zijn heel blij dat we hem vandaag hebben ontmoet, en we zijn ervan overtuigd dat dat gevoel wederzijds is.
Wij gaan nog even naar het Lombok Dive kantoor om Opan verslag uit te brengen van onze middag.
Pak Umpuk komt net terug komt van het duiken. Hem hadden we nu net even nodig.
Toen Peter kort voor zijn vakantie een nieuwe bril nodig had, kwam bij Van Essen Optiek in Venray het gesprek toevallig op vakantie, Lombok en Impian Anak.
Johan van Essen vroeg of we iets konden doen met brillen. Zij krijgen vaak de ‘oude’ brillen van klanten die een nieuwe bril met andere sterkte nodig hebben.
Tja, veel mensen met brillen zie je niet op Lombok, maar of dat is omdat de mensen er zo veel betere ogen hebben dan in Nederland betwijfelen we. Er lopen vast heel wat mensen rond die met een bril beter zullen zien dan zonder, maar die dat zelf niet in de gaten hebben, of die geen geld hebben om een bril te laten aanmeten en kopen.
Dus kunnen we de brillen in Lombok vast heel goed gebruiken. Een paar dagen later kregen we 4 tassen vol met brillen, netjes schoongemaakt en op soort gesorteerd (leesbrillen, monofocaal, multifocaal, en kinderbrillen).
Van vorig jaar is ons nog bijgebleven dat Pak Umpuk moeite heeft met lezen. Niet met het lezen zelf, hij heeft gewoon leren lezen, maar met het zien. Hij is geen 20 meer en heeft een leesbril nodig!
Dus pakken we de tas met leesbrillen, een leesboek, en houden hem vast in het kantoor.
Dit is de enige manier om hem even rustig te laten passen. Hij vindt het eigenlijk maar niks, een bril. Maar na met een sip gezicht een paar brillen geprobeerd te hebben, breekt ineens zijn stralende lach weer door. Hij kan weer lezen!!! De bril staat hem ook nog eens heel erg goed vind ik. Hij vindt zichzelf met deze bril net een Chinees. Maar hij kan weer lezen, dat is het belangrijkste.
Met Eful van Proyek Kampung Loco hebben we trouwens afgesproken dat we morgen in Loco ook wat brillen aan de man/vrouw/kind proberen te brengen. Hij zal na de vrijdagmiddag gebedsdienst in de moskee laten omroepen dat iedereen die een bril nodig heeft/denkt te hebben bij ons langs moet komen.
Voor vanavond hebben we ook nog iets op het programma staan. Vanochtend belden we met Mindie Schreurs om een afspraak te maken. Ze is met haar vader, moeder, zus en kersverse echtgenoot in Lombok. Debbie en Mindie hebben we op Lombok vaker ontmoet, Christ en Gerda nog nooit, dus willen we daar snel een keer langs. Toen we hadden afgesproken om vanavond langs te komen, beseften we ineens dat Mindie vandaag ook jarig is. Dus hebben we vanochtend in Senggigi snel een cadeautje gekocht. Nu rijden we naar Kerandangan. Daar aangekomen ziet het huis wel erg donker… Ja hoor, er is niemand thuis. Als we Mindie bellen, komen we erachter waarom. Ze waren vandaag met een grote groep naar Trawangan geweest, vrij laat teruggekomen, zaten nu net ergens in een restaurant aan tafel en waren ons helemaal vergeten.
Dat maakt niet uit, dan komen we gewoon een andere keer terug, als het wat rustiger is.
We besluiten dan maar bij Berry’s Cafe nog wat te drinken, eigenlijk zijn we ook best moe.
Maar een toetje gaat er nog wel in, na de vroege avondmaaltijd in Batu Tumpeng. We bestellen allemaal een pannenkoek met ijs. Even later zien we het keukenpersoneel wegrennen. Op naar de winkel om de ingrediënten te kopen. Het blijft leuk om te zien. Er is volgens mij bijna niks op voorraad, maar dat maakt niets uit, bijna alles is in de buurt te krijgen. Even later zitten we achter een lekker pannenkoekje met ijs.
Een mooie en lekkere afsluiting van weer een vermoeiende, maar o zo mooie dag op Lombok.
De wegwerkzaamheden naderen nu echt een eind. Ze zijn nu bezig met de aansluiting op de hoofdweg. Er wordt ons verzekerd dat we morgen de hele nieuwe weg kunnen lopen. Met de auto mag nog niet, maar dat maakt niet uit, we beginnen al te wennen aan de beek en het bruggetje…

 
Vrijdag 29 juli

Het is heerlijk wakker worden hier in Lombok, zonder naar buiten te kijken weet je al dat de zon weer schijnt!
Als ik buiten kom, zie ik dat we een nieuw huisdier hebben. Bij Tom en Anique ligt een leuke kat op het terrasje, heerlijk op een handdoek in de stoel. Als ik die nu eens tam maak, kan ik hem/haar meenemen naar Nederland, want sinds we Beppie niet meer hebben, is het toch wel stil geworden in huis.
Maar dat zit er denk ik niet in, ik kan nog net een foto maken, maar als ik dichterbij kom, verdwijnt het beestje.     
Vandaag gaan Tom en Silke duiken. Anique, Peter en ik blijven een dag in de buurt van Senggigi.
We slaan het hotelontbijt maar weer over en gaan naar Lombok Dive voor het ontbijt. Lekker pisang goreng van de warung, met een vers kopje thee erbij.
Het pad naar Loco is nu trouwens helemaal af. Motoren, fietsers en voetgangers mogen er al overheen. Maar auto’s nog niet. Er staat een bord op dat dat op 3 augustus weer mag. Nog een paar dagen wachten dus.

Na het ontbijt helpen we eerst Pak Harfin aan een leesbril. Hij heeft gehoord dat Pak Umpuk een bril heeft en hij heeft de laatste tijd ook wat moeite met lezen. En als Instructor is het wel handig dat hij goed kan lezen. Het duurt even voor hij een bril heeft waar hij goed mee kan zien en die lekker zit, maar dan is hij ook helemaal gelukkig. Als de duikers weg zijn, blijven Peter en ik even in het Lombok Dive kantoor. Even de mail bekijken en gezellig met Opan kletsen.
De Lombok Dive auto had bandenpech gehad, en Opan moet de band nog laten repareren.
Peter biedt aan even met onze auto mee te rijden naar een bandenreparatieservice in Ampenan, dan hoeft Opan niet met de band op de motor. Dat is net zo makkelijk. Ik bewaak intussen het kantoor even en ga op internet op zoek naar een ogentest die we kunnen printen. Straks gaan we Kampung Loco (tenminste het slechtziende deel) aan een bril helpen, dan is het handig als we op een of andere manier ogen kunnen testen, of als we in elk geval een richtlijn hebben of mensen wel of geen bril nodig hebben.
Ik vind een standaard test, die is uit te printen. Heel handig, afhankelijk van de lengte van een maatstreep op het papier na het printen bepaal je de afstand vanwaar mensen moeten lezen. Kunnen ze alles lezen, dan hebben ze geen bril nodig. Kunnen ze dat niet, dan moeten ze naar een oogarts/opticien. Maar dat geldt voor Nederland, hoe we dat hier oplossen, zien we dan wel weer.
Als Opan terug is print hij de test een paar keer. Dan kunnen we straks vooruit.
Opan denkt dat hij ook een bril nodig heeft; als hij een paar uur achter de computer zit, krijgt hij wel eens hoofdpijn, zegt hij.
Tja, dat kan ik me voorstellen, zeker achter zijn kleine laptopje...
Ik adviseer hem om dan geen bril te nemen, maar na een uurtje computeren eens wat anders te gaan doen, beetje wandelen, kopje koffie drinken, kletsen met de buren. En daarna weer eens achter de computer gaan zitten. Dat werkt waarschijnlijk beter dan een bril, want volgens de ogentest heeft hij die  niet nodig.
Tegen de middag gaan we eten bij Ana. Het is elke dag een verrassing wat we te eten krijgen. Het is echt eten wat de pot schaft, maar dat is nog nooit tegen gevallen. Vooral de kip, de tempeh goreng en maiskoekjes zijn heel erg lekker. We moeten Ana alleen een beetje temperen met opscheppen, want we krijgen de borden nooit leeg. En hoe vaker we komen, hoe lager de prijs wordt. Een soort kwantumkorting over langere termijn of zo. Veel klanten komen er niet. Toeristen al helemaal niet.
Na de lunch haasten we ons naar Loco, waar Eful in de moskee om heeft laat roepen dat mensen die een bril nodig hebben na de vrijdagmiddag-gebedsdienst naar de winkel van Cuk en June moeten komen. Als we met onze tassen vol brillen aankomen, staan er al een paar mensen te wachten.
Snel komen er meer, vooral oudere mensen die moeite hebben met lezen.


We willen het heel gestructureerd aan gaan pakken, eerst de ogentest, daarna eventueel een bril passen. Voor de mensen die moeite hebben met lezen, heb ik maar mijn woordenboekje uit de tas gepakt, zodat ze kunnen zien of het lezen met bril beter gaat.
Maar ja, dat gestructureerde loopt een beetje mis. We hadden het kunnen weten, dit is Lombok…
Voor we de ogentest op hebben gehangen, graait al iedereen in de tassen met brillen.
Na een halve minuut liggen alle brillen door elkaar.
Het gaat niet helemaal zoals we gepland hadden. Volgende keer laten we ze nummertjes trekken, of een afspraak maken voor het brillenspreekuur of zo.
Hier valt niets meer aan te redden, dus we laten het maar gaan.
Een paar mensen komen heel netjes vragen of ze ook een bril mee mogen nemen voor een ander. Ik vertel dat dat niet zoveel zin heeft, want ze weten natuurlijk niet welke sterkte glazen die ander nodig heeft, en al zouden ze dat wel weten, dan nog kunnen wij niet zien welke sterkte er in deze brillen zit.
Maar met een montuur alleen zijn ze ook al blij, dan kunnen ze daar zelf mee naar een opticien om er andere glazen in te laten zetten.
Weer anderen hebben al goede glazen, maar een kapot montuur, die gaan proberen om een passend montuur te vinden voor de glazen.
Maar veel mensen vinden het ook gewoon leuk om allerlei brillen te passen. Het is een gezellige boel.
We vergeten de professionele aanpak maar snel en genieten van de chaos. Even later zien we de moeder van Nurul bij de ogentest staan, terwijl ze Sareah uitlegt wat de bedoeling ervan is. Als een volleerd arts neemt ze de ogentest af. Ik vraag me alleen af of de dames de letters wel kunnen lezen…
Even later zegt Sareah dat ze zo wel gewoon goed kan zien, maar moeite krijgt met naaien.
Met een leesbril is ze geholpen. Het valt me op dat de mannen nog kieskeuriger zijn wat betreft het montuur dan de vrouwen. In groepjes staan ze bij elkaar te passen en showen. Eén oudere man is direct helemaal weg van een blitse bril met getinte glazen. Ik moet inderdaad zeggen dat de bril hem prima staat. Maar ik vraag me af of hij er goed mee kan zien. Als hij even later met de motor het pad afrijdt, blijf ik even luisteren of ik geen plof in de droogstaande beek hoor. Ik hoor geen gekke dingen, blijkbaar kan hij de weg nog zien met zijn nieuwe bril.
Na een tijd neemt de drukte af. We zoeken alle brillen bij elkaar en gaan naar de Bumi Aditya. Daar is iets meer rust en ruimte. We leggen de brillen netjes in rijen op een tafel, zodat ze ook weten welke bril ze al gepast hebben, welke niet. De mensen die er nog staan komen mee, en nu kunnen we iets meer tijd nemen om te passen.  
Er staat ook een jongere vrouw met een klein kindje. De vrouw heeft al heel veel brillen gepast, maar kijkt er nog niet gelukkig bij. Op elke bril valt wel iets aan te merken. Te groot, te klein, hoofdpijn, duizelig…
Ik vraag Eful of hij de ogentest kan doen met haar. Het blijkt dat ze alles goed kan zien. Dan legt Eful haar uit dat ze geen bril nodig heeft. Ze kijkt heel beteuterd…en gaat weer verder met brillen passen.
Even later geeft ze het toch maar op. En zonder bril loopt ze weer weg.
Inmiddels zijn de anderen ook weg, en bergen we de overgebleven brillen weer op in onze kamer.
We gaan een stukje wandelen. Via het strand naar de punt bij Senggigi Beach. Even lekker uitwaaien.   
Als we bij de punt aankomen, staat de koffie al klaar bij Awal. Hij heeft ons al van ver aan zien komen. We krijgen lekkere cappucino uit een zakje en vrouwlief heeft de banaantjes al in de olie liggen. Ons wordt niks gevraagd, we hoeven alleen maar te eten en drinken. Uiteraard zittend op een kleedje, niet op de grond, op een steen of op onze slippers, net als de anderen.
We trakteren de verkopers die bij ons komen zitten ook maar op een hapje en een drankje. Iets aan ons verkopen lukt ze toch niet. We hebben al zoveel parels, sarongs, maskers, hoedjes, armbandjes, sleutelhangers etc etc. Een enkele nieuwe verkoper probeert het nog, maar de rest vertelt meestal al snel dat wij niets hoeven omdat we al heel vaak hier zijn geweest en omdat we bij Bumi Aditya in Loco logeren. Wat dat ermee heeft te maken weet ik niet. Waarschijnlijk komen daar in hun ogen alleen maar zuinige backpackers die verder niets uitgeven.
We vertellen Awal dat we hem hebben gemist met brillen passen. Hij heeft wel een bril nodig denkt hij, dus zeggen we dat hij maar een keer langs moet komen  bij Bumi Aditya. Dan kan hij in alle rust iets uitzoeken.
Het is hier heerlijk zitten, beetje zon, beetje wind, kijken naar de vissers met de gekke vliegertjes aan de vislijn. Beetje kletsen, lekker eten en drinken erbij. Wat wil een mens nog meer.

Een uurtje later wandelen we verder. Als we bij het havengebouwtje zijn, komt er een man naar ons toe. We denken dat hij ons een dagtochtje naar de gili’s wil verkopen of zo. Maar dan blijkt dat hij ons komt bedanken. Zijn vader had net een bril van ons gekregen. En hij had ook gehoord van ons project op Lombok. Daar wil hij ons ook voor bedanken, dat we dat allemaal doen voor de mensen op Lombok.
Tja, de verhalen gaan hier snel…we hebben de man nog nooit gezien, en weten ook niet wie zijn vader is. Maar hij kent ons in elk geval wel…
Als we tegen het einde van de middag weer in Loco aankomen, is het ‘vrouwenuurtje’ daar bezig.
Veel vrouwen en kinderen staan en zitten gezellig te kletsen voor het winkeltje van Cuk.
Er wordt druk gehandeld in sateetjes en andere lekkere hapjes. Een klein meisje heeft het goed voor elkaar, in elke hand een heerlijk knapperig gebakken kippenkopje. Compleet met kam en snavel. Ik neem aan dat de oogjes er ook nog in zitten. Daar maak je Nederlandse kinderen niet blij mee, denk ik, maar hier is het een traktatie.
Wij slaan even over en lopen verder naar ons hotel. Vanavond zijn we uitgenodigd bij Pak Umpuk, dus eten krijgen we nog genoeg.
Ik verheug me erg op vanavond, eindelijk zien we de families van Pak Umpuk en Pak Di dan weer eens compleet. We hebben al een paar cadeautjes bij elkaar gezocht voor de gezinnen. Twee grote trommels met koekjes, wat leuke dingetjes voor de kinderen. En voor Pak Umpuk pak ik nog één van mijn eigen brillendozen, kan hij mooi zijn nieuwe blauwe leesbril tenminste veilig opbergen.
Als Tom terug is gaan we naar Ampenan.
Op het afgesproken tijdstip (en waarschijnlijk ook al lang daarvoor) staat Pak Umpuk met zijn dochtertje Aufa ons op te wachten aan het strand. Het hele afgelopen jaar door heeft hij gemaild en ge-sms’t dat Aufa bij elke auto die daar rijdt vraagt of Pak Peter weer komt. Nu is het hem echt, en Aufa wordt er een beetje stil van. Wij lopen snel door naar het huisje van familie Umpuk, waar ibu Misroh en Riskya ook al op ons zitten te wachten. Even later komt Pak Di binnen, met zijn zoon Zaldi en dochter Sanita. Zijn vrouw is ongetwijfeld druk in de keuken, zijn oudste zoon is bij Kentucky Fried Chicken aan het werk.
Na een uitgebreide begroeting delen we onze cadeautjes uit. We hebben zoveel bij te praten, maar daar moeten we nog even mee wachten volgens de mannen. Eerst eten, dan praten.
En ja hoor, de vrouwen komen eraan met grote kommen dampende soto ayam. En niet zomaar soto ayam, nee, de echte, de lekkerste van heel Lombok.  Met lontong, glasnoedels, kip, kacang, knapperige taugé, gekookt ei en nog veel meer. Het is een complete maaltijd. Dit is weer genieten. Het is alleen wel een erg grote kom. Terwijl we eten zit iedereen vol spanning naar onze gezichten te kijken, en ik vergeet dan ook niet om na elke vijfde hap (volledig naar waarheid) te zeggen dat dit de lekkerste soto is die ik ooit heb gehad, en dat ik daar het hele jaar naar heb uitgekeken.
Als we even later de kommen leeg hebben, komt het gesprek meer op gang. Natuurlijk onder begeleiding van heel veel thee, koffie, kroepoek en fruit. Ik vind het altijd zo jammer dat ze zelf niet gewoon mee-eten en drinken. Maar dat vinden ze niet gepast, als er gasten zijn, eten ze zelf niets. Dat doen ze weer als wij weg zijn. Nu valt daar nog mee te leven, vind ik, maar volgende week, als de ramadan weer begint, vind ik dat lastiger. Als we dan in de avond komen, eten ze niets zolang wij er zijn. Dus moeten we onze komst dan zorgvuldig plannen. Niet tijdens buka puasa, als ze net weer mogen eten. En we weten ook dat we hier nooit snel wegkomen. Als we om 7 uur komen en om 11 uur willen gaan, krijgen we protesten dat we niet lang genoeg blijven. Dat zijn wel 4 uur die zij dan niet eten. Soms is het leven lastig in Lombok…
Daarnaast weet ik dat deze mensen elke cent 10 keer om moeten draaien voor ze hem uitgeven. Ze hebben wel een baan bij Lombok Dive, maar het toeristenseizoen is kort. Als er geen klanten zijn, hebben ze geen werk en dus ook geen inkomsten. Met studerende kinderen valt het dan niet mee om rond te komen.
De uitgebreide maaltijden die ze ons voorschotelen, zullen ze zelf niet elke dag eten.
Ik zit hier elke keer in een dilemma. Als ik eten laat staan, zijn ze bang dat ik het niet lekker vind. Eet ik alles op, dan weet ik dat ze zelf daarna niets meer hebben. Dus gaan we deze vakantie maar weer proberen, net als afgelopen jaar, om een middenweg te vinden. Net genoeg eten om hun ervan overtuigd te laten zijn dat het heerlijk is, en net genoeg overlaten dat ze zelf ook nog iets hebben.
En dan maar elke keer iets meenemen waar ze iets aan hebben. Wat fruit, koekjes, bruikbare huishoudelijke dingetjes en af en toe een envelopje met een extraatje.
Zodra we een paar uurtjes later op het horloge beginnen te kijken, krijgen we protesten, het is nog heel vroeg, jullie zijn er nog maar net.
Maar morgen krijgen we weer een drukke dag, de mensen hier vast ook, dus zetten we door en nemen we afscheid, met de belofte dat we heel snel weer terugkomen.
Zoals gewoonlijk lopen Pak Di en Pak Umpuk even mee naar de auto, bang dat we verdwalen, dat we de autodeur niet zelf open kunnen doen of wat dan ook.
We zwaaien tot we ze niet meer zien, en rijden dan terug naar Senggigi.
Daar zoeken we snel ons bed op, morgen weer een dag.

 
Zaterdag 30 juli


Tom gaat vandaag duiken, Peter, Anique en ik gaan een toeristisch dagje watervallen doen. Hoewel, niet al te toeristisch… De meest bekende waterval van Lombok, de Sendang Gile bij Senaru slaan we over.
Vorig jaar zijn Peter en ik bij de Gangga waterval geweest. En die was erg mooi.
Anique ziet het ook wel zitten, en Tom komt er nog wel een keer, als hij niet onder water zit.
Na het ontbijt vertrekken we.
Gangga is ongeveer een uurtje rijden vanaf Bangsal. Een stuk boven Tanjung.
We rijden over de kustweg naar het noorden.
Vorig jaar stond de waterval bij de hoofdweg aangegeven met een groot bord.
Het bord staat er nog, dat valt al weer mee.
Daarna moeten we een kronkelweg volgen tot we weer een bord tegenkomen.
Daar hebben we vorig jaar de auto geparkeerd, de laatste 2 kilometer hebben we gelopen, omdat de weg er niet erg goed uit zag.
Als we bij het bord staan te dubben waar we de auto neer zullen zetten, stopt er een motortje naast de auto. De bestuurder, een man met een grote hamer en zaag, blijft bij het raampje staan en tuurt een beetje nors naar binnen. Peter maakt het raam open en de man vraagt waar we naar toe gaan.
Als we zeggen dat we naar de waterval gaan, zegt hij dat we dan verkeerd zijn. We wijzen naar het bord; Air terjun 2 kilo (waterval 2 kilometer) en zeggen dat we hier vorig jaar ook zijn geweest en toen de auto hier hebben geparkeerd en verder zijn gelopen. Ja, dat kan wel, zegt hij, maar we kunnen beter ergens anders rijden. Dan volgt een heel lang verhaal in rap Indonesisch, waar we weinig van kunnen maken.
Blijkbaar ziet hij dat ook aan onze gezichten en hij gebaart dat we door moeten rijden tot de volgende pelang (naambord).  Meer om de man een plezier te doen, dan wat anders, rijden we maar door.
De man met zijn hamer en zaag rijdt achter ons aan. Op een rechts stukje weg, haalt hij ons in en gaat voor ons rijden.
We zoeken een pelang, maar zien nog niks. Voor ons gevoel moeten we al veel te ver zijn, maar we rijden nog maar even verder.
Dan houdt de motor in, gebaart wat, en dan zien we inderdaad naast de weg een pelang, air terjun Gangga. We verwachten dat de man gaat stoppen en geld gaat vragen voor zijn diensten, of dat hij ons als gids gaat begeleiden, maar hij zwaait uitbundig en rijdt door.
Wij gaan van de weg af en rijden op weer een smaller en meer kronkelig weggetje.
De auto heeft het zwaar te verduren. De weg is niet al te lang geleden vernieuwd, maar er zijn een paar stukjes die ze zijn vergeten.  Daar zitten zo’n diepe gaten en bandensporen in dat we de onderkant van de auto af en toe over de grond horen schuren. Arm Toyotaatje.
Als we bij een T-splitsing komen weten we het niet meer. Links of rechts? Hier staat geen pelang…
Maar er komt wel een vrachtautootje aan, met heel veel mensen in de open laadbak.
Als ik uit de auto stap om de weg te vragen, kijken ze alsof we van Mars komen. Maar ze wijzen netjes de weg, blijven staan kijken tot we wegrijden, en vervolgen dan zelf ook weer hun weg.
Even later komen we bij een bekend dorpje, hier zijn we vorig jaar inderdaad ook geweest, al kwamen we toen van de andere kant. Dan moet de waterval heel dicht bij zijn.
Als we het dorpje voorbij zijn, parkeren we de auto naast een beekje.
We lopen verder en komen bij een heuse slagboom met een loketje. Hier werden we vorig jaar opgevangen door een gids.
Nu komt er ook direct iemand naar ons toe. We bevestigen dat we de waterval komen bezoeken en worden eerst uitgenodigd plaats te nemen in het nieuwe restaurant.
Zo nieuw dat het nog niet helemaal klaar is. Of eigenlijk nog helemaal niet…
Het is een klein gemetseld gebouwtje. Binnen staat wel al een klein tafeltje met een wiebelig bankje en een krakkemikkig krukje. Daar moeten we gaan zitten. De frisdrank is tijdelijk uitverkocht, dus bestellen we maar allemaal een kopje thee. Dit wordt dus het nieuwe bezoekerscentrum van de Gangga Watervallen, vertelt de jongen die ons begeleidt. De beruga met pracht-uitzicht waar we vorig jaar ons drankje kregen vonden we eigenlijk mooier.

Terwijl we wachten op de thee, krijgen we direct te zien wat we nog kunnen kopen nadat we de watervallen hebben bezocht.
Mooie bamboe kokers met echte Lombok-koffie, op smaak gebracht met vanille en cacao uit eigen tuin. Ja, die kennen we, hebben we hier vorig jaar ook gekocht. Maar er is ook iets nieuws; kunstzinnig uitgesneden en beschilderde bekers van bamboe. En er staan nog 2 plastic flessen. Ooit zat er water in, aan het etiket te zien, maar nu zit er iets wits in, en ik vermoed dat het kokosvet is. Maar nee, het is verse geitenmelk!
Naast ons wordt druk gewerkt, een man is bezig om de nieuwe wandbekleding voor het restaurant te maken. Van de bladeren van een kokospalm worden schermen gevlochten. Die kunnen voor veel dingen gebruikt worden, onder andere om muren mee te behangen.
Als we de thee ophebben, gaan we op pad. Afrekenen kunnen we straks doen. Hier komen we toch niet ongemerkt weg.
We worden vergezeld door een jongeman, Ubud. Hij woont hier in het dorpje met de moeilijke naam, Kertaraharja. Hij vraagt of we over het ‘grote’ pad willen lopen, of door de rijstvelden.

Vorig jaar is ons niets gevraagd en zijn we over het grotere pad gegaan, dus nu kiezen we voor de rijstvelden. Hahaha, dat hebben we geweten. Pak Ubud sprint als een berggeit over de smalle glibberige dijkjes tussen de rijstvelden door. Anique volgt hem heel aardig. Peter en ik hebben er meer moeite mee. Vooral Peter nadat hij uitglijdt en met zijn voet in een irrigatiekanaaltje belandt. Dat is op zich geen probleem, maar om dan het smalle paadje te vervolgen met een natte plastic slipper aan de voeten is erg lastig. Maar dat maakt niet uit, het uitzicht maakt alles goed. Wat is het hier ontzettend mooi! En rustig!
Je ziet alleen maar groene velden, wat bergen en heel in de verte de zee.
Op de velden zijn groepen mensen aan het werk.  Een stukje verderop ploegt een man met 2 karbouwen zijn akkertje om.


De rijstplanten op de velden zijn allemaal van verschillende grootte. Boven de velden waar de rijst bijna klaar is, zijn draden gespannen met allerlei rammelend spul eraan om vogels te verjagen.
We maken heel erg veel foto’s. Ik denk als we hier 50 of 100 jaar geleden hadden gestaan en foto’s hadden gemaakt, dat die er niet veel anders uit hadden gezien dan nu. Hooguit de kleding van de mensen die aan het werk zijn. De rieten hoedjes en sarongs hadden ze toen vast ook al, T-shirts waarschijnlijk nog niet.
Als we even later de rijstvelden verlaten, zijn we al bijna bij de eerste waterval. Dat is een beetje een standaard waterval. Het water valt van een hoge rots in een bekken. Een stuwdammetje houdt het water tegen. Op één plek loopt het water in een smallere straal verder de berg af en vult het de irrigatiekanaaltjes bij de rijstvelden.
Het stuwdammetje moeten we oversteken naar de andere kant. Nu begin ik het al een beetje benauwd te krijgen. Het stuwdammetje is nog tot daar aan toe, maar om de hoek wacht een nachtmerrie.
Een bamboebruggetje. Tegen beter weten in hoop ik dat die het afgelopen jaar is vervangen door een brede stevige brug met 2 leuningen, zoiets als in Senggigi op het strand is gemaakt.
Maar nee hoor, deze brug is nog net zo primitief als vorig jaar, hooguit een jaartje ouder, maar dat maakt me ook niet blij.
Anique vindt het geweldig en huppelt vrolijk achter Pak Ubud aan. Ik volg voetje voor voetje, met knikkende knieën. Ik haat deze bruggetjes! Ze zeggen wel dan bamboe erg sterk is, maar ik vertrouw het niet.
Toch haal ik de overkant, waar een nieuw stuwdammetje wacht. Nat en glibberig, en best wel hoog, en daar moet ik dan opklimmen. Achter de muur ligt een houten vlondertje boven het meertje.

Het meertje wordt gevoed door de tweede waterval. Het meertje is helemaal omringd door rotsen, met aan één kant dus het stuwdammetje waar het water wegloopt.
In dit meertje kun je heerlijk zwemmen. Zeggen ze. Ik geloof het direct. Peter, Anique en Ubud liggen al in het water. Ijskoud, maar heerlijk… Ik maak me nuttig als fotograaf. Tja, iemand moet zich opofferen.
Als de waterratten uitgespeeld zijn, klauteren ze weer op de houten vlonder.
Daarna volgt dezelfde enge weg terug, over het bruggetje.
Dan weten we dat we nóg 1 waterval tegoed hebben. Daarvoor moeten we een stuk wandelen. Nu niet door de rijstvelden maar door de jungle.
We moeten een stuk afdalen over een steil en kronkelig pad. Onderweg komen we veel mensen tegen die bamboe uit de jungle halen. Met meterslange bamboestokken op de schouders sprinten ze de steile berg op en af. Onvoorstelbaar hoe ze hier zo gemakkelijk lopen, ik vind het zonder bagage al lastig genoeg.
Als we even later bij een dal komen, volgen we een beekje, daar vinden we waterval nummer 3. Dit is ook weer een prachtexemplaar. Het watervalletje is een meter of 4 hoog. Midden in de waterval stond vorig jaar een houten ladder. Als je daar op klom (heel lastig, zeker met bril of lenzen, omdat je in het neerstortende water omhoog moet klimmen), kwam je in een soort kom in de rotsen uit. Daar kwam dan weer een hogere waterval in.
En die kom was echt heerlijk om in te zwemmen. Ik verheug me dan ook al op dat lekkere koele zwembadje. Vervelend dat ik dan weer die ladder op en af moet, maar ja, dat moet dan maar.
Maar er is een probleempje…de ladder is er niet meer. Het was kapot en zal snel vervangen worden, zegt Pak Ubud. Ons zwembadje kunnen we dus wel vergeten vandaag. Jammer!
Dan maar even pootjebaden in het ondiepe water en dan beginnen aan de terugweg.
Mijn natte slippers laat ik uit. Op blote voeten gaat klimmen over de stenen makkelijker dan op gladde slippers.


Als we weer terugkomen in de bewoonde wereld, zien we dat de 2 karbouwen die net nog voor de ploeg liepen hun werk erop hebben zitten. Ze worden door hun baasje in de beek naast de weg lekker afgespoeld.
Als we bij het bezoekerscentrum aankomen, worden we uitgenodigd op de mooie beruga waar we vorig jaar ook hebben gezeten. Daar is inmiddels ook frisdrank te krijgen, dat gaat er nu wel in. We genieten van het prachtige uitzicht hier. Het bekende gastenboek wordt weer onder onze neus geduwd.
Een oudere man, pak Udin, vertelt over andere mooie plekken in de buurt.
In de zee zijn een paar zoetwaterbronnen die je al snorkelend kunt bekijken. Nou, dat klinkt niet verkeerd.
Maar vandaag gaan we dat niet meer doen. Misschien een andere keer, als we snorkelspullen bij ons hebben, dan wil Tom vast ook mee.
In elk geval noteren we de naam en het telefoonnummer van de man, zodat we hem kunnen bellen als we naar de bronnen willen.
Pak Ubud vraagt of we nog een geitenfokkerij willen bekijken. Oh, maar nu snappen we ook waar die geitenmelk in het restaurantje vandaan kwam. In het dorp zit een geitenfokkerij. De geiten worden gehouden voor de melk, niet voor het vlees. We kunnen er ons geen voorstelling van maken, dus nemen we zijn aanbod graag aan. Maar we willen ook nog wat kopen hier. Als dat alsjeblieft mag. Het is toch wat, ze vergeten helemaal dat ze souvenirs in de verkoop hebben. We moeten er zelf naar vragen. We zoeken een paar mooie kokers met koffie uit en rekenen alles af. Als bonus krijgen we nog een extra koker met koffie mee. Dan nemen we alvast afscheid van Pak Udin.
Pak Ubud rijdt met ons mee naar het dorpje Kertaraharja. We rijden het dorpje in en parkeren bij Pak Ubud voor de deur. Vorig jaar zijn we om het dorpje heen gelopen, en toen viel ons al op dat het zo’n ontzettend mooi en schoon dorpje was. Mooie dorpjes zijn er veel in Lombok, maar schone dorpjes zijn we nog niet veel tegengekomen. Hier ligt nergens troep. Geen plastic, geen blik, geen puin.
Alle straten zijn schoon, de erfjes opgeruimd en netjes aangeveegd. Overal fleurige poten met planten.
Op verschillende binnenplaatsjes ligt cacao en koffie te drogen in de zon.
Kinderen huppelen vrolijk rond. Ik herken een meisje wat we vorig jaar op de foto hebben gezet.
De kinderen zijn niet verlegen. Ze rennen om ons heen, geven handjes, high fives en poseren voor de foto’s.
Met Pak Ubud en een hele stoet kinderen achter ons aan wandelen we naar de rand van het dorp waar de geitenfokkerij ligt. Volgens een pelang is het bedrijf opgericht in 2008 en waren er toen 44 dieren. Nu zijn het er vast meer.

Op palen staan houten hokken met geiten. De hokken staan ongeveer een meter boven de grond. De grappige geiten, die allemaal lange hangoren hebben, zien er prima verzorgd uit. Sommigen zijn zo groot dat ze meer op een shetlandpony lijken dan op een geit. Ze staan allemaal lekker te smullen. Zo te zien komen ze niks te kort.
Na een rondje langs alle geiten wandelen we terug naar het huis van Pak Ubud. Daar krijgen we nog zijn telefoonnummer, en we beloven dat we reclame voor hem en voor de Gangga Watervallen gaan maken. De watervallen hier zijn wel kleiner dan bij Senaru, maar de plek is veel dichter bij Senggigi, veel rustiger, en minder bedorven door het toerisme. En je hebt hier 3 heel verschillende watervallen.
Het is al middag geworden en we beginnen honger te krijgen. Heel veel eten is hier niet in de buurt.
We zien zelfs geen warungs aan de kant van de weg. En we hebben ook geen zin om in Bangsal bij één van de dure toeristische restaurantjes te eten. Daar zijn we vorig jaar geweest, en we vonden de sfeer, het eten en de prijs niet echt leuk.
Bij Tanjung zien we een winkeltje dat open is. Daar kopen we maar een paar zoete voorverpakte broodjes en een paar zakjes kroepoek.
Als we die bijna op hebben, rijden we voorbij een kraampje waar saté wordt gemaakt. Stop en terug!
We parkeren de auto en gaan een kijkje nemen. Hmm nog beter, het is saté ikan, vissaté! 3 Dames zijn aan het werk, eentje prikt de stukjes gemarineerde vis aan een stokje en legt ze aan het begin van de lange smalle barbecue, de volgende schuift ze door en rolt ze om en om. Nummer 3 haalt ze aan het eind van de barbecue af, pakt ze in en verkoopt ze.
Als we even staan te kijken, krijgen we direct een paar stokjes om te proeven. Heerlijk, lekker pittig.
Dat denken blijkbaar meer mensen, er staat een hele rij te wachten. Maakt niet uit, het is leuk om zo op de hoek van de straat even te zitten en kijken wat er allemaal langskomt.
Een kwartiertje later krijgen we een bord met heel veel stokjes saté. We hebben geen bestelling doorgegeven, maar blijkbaar zagen we er hongerig uit. We hebben er geen moeite mee. Zo’n visjes lust ik wel elke dag!
Even later rekenen we een belachelijk laag bedrag af, waarschijnlijk nog veel meer dan de lokale mensen betalen, maar ja. Dan rijden we terug naar Senggigi.

Peter en Anique gaan naar het strand, ik doe nog even een wasje en loop dan naar het kantoor van Lombok Dive, kijken of Opan nog iets leuks heeft te vertellen.
Op kantoor hoor ik dat Peter mij nodig heeft. Handig zo’n tamtam in het dorp, maar mijn telefoon hoor ik ook nooit… Dus wandel ik naar het strand. Daar zitten Peter en Anique met een groepje meisjes uit Kampung Loco.
En Achim, de vrolijke houten-schalen verkoper, zit erbij te stralen. Hij heeft goede zaken gedaan.
Natuurlijk kopen we ook dit jaar weer iets bij Achim, dat doen we altijd, ook al struikelen we thuis over de houten schalen en maskers. Achim verkoopt nu ook van die veterkettingen met amuletten van ‘dooie-koeien-botten’.  Die zijn wat goedkoper en gemakkelijker mee te nemen. En omdat we er zelf niet zo ontzettend gek op zijn, heeft Peter de meisjes die mee waren naar het strand allemaal op een ketting getrakteerd. Maar hij heeft geen portemonnee bij zich, daarom moest ik dus komen!
Als iedereen een leuke ketting heeft uitgezocht en Achim ze netjes op maat heeft gemaakt, rekent Peter af en lopen we weer terug naar Loco.
De duikers zijn inmiddels terug van de Gili’s, maar Tom is weer met Mohni op pad gegaan, naar een paar hotels waar geïnteresseerde klanten zitten. Hoe aardig en goed Mohni ook overkomt, een ‘blanke’ erbij die even bevestigt dat Lombok Dive net zo goed is als een ‘Australische of Europese duikschool’ trekt toch veel klanten over de streep. Veel mensen zijn toch huiverig voor een lokale duikschool.
En dan is het voor Mohni wel fijn als Tom even meegaat.
Vanavond hebben we een dinertje gepland met Mohni, zodat we even rustig bij kunnen kletsen. Dat is er tot nu toe nog helemaal niet van gekomen, het is hoogseizoen, dus druk-druk-druk.
Rond etenstijd gaan we op zoek naar een geschikte plek. We dachten aan Warung Ana, daar zit je heerlijk rustig. Maar vanavond niet. Aan het begin van Pasar Seni 2 wordt een nieuw restaurant geopend, en daar is veel drukte, komt straks live muziek. Echt rustig zal het op de Pasar Seni 2 dus niet zijn. Dan maar naar Graha. Tom en Mohni zijn nog niet terug, maar we weten zeker dat Tom wel zin heeft in een portie zoetzuur varkensvlees. Dat is altijd erg lekker bij Graha, en varkensvlees krijg je op Lombok niet op zoveel plaatsen.
Maar het is zaterdagavond, we hadden het kunnen weten. Ook aan de zwembadkant bij Graha staat een live-bandje. Uit ervaring weten we dat je dan waarschijnlijk naar vreselijke oubollige muziek zit te luisteren, die veel te hard staat en veel te vals gezongen wordt. Dat wordt het dus ook niet.
Dan gaan we maar een keer bij Graha aan de strandkant zitten.
Daar hebben we nog nooit gegeten, alleen jaren geleden, toen we hier in het hotel zaten, ontbeten.
Fitriani van Boung en Sareah staat ons al lachend op te wachten. Ze heeft hier een vaste baan en wisselt af tussen receptie en restaurant. Vanavond staat ze dus hier. En ze is vast blij dat we komen, want er zit verder niemand.  Ik geloof wel dat ze een beetje zenuwachtig wordt, maar dat is helemaal niet nodig, ze doet het prima. We leggen uit dat we eerst even wat drinken en dat we wachten met eten tot Tom en Mohni er ook zijn. Even later komt haar collega vragen wat we willen eten… Tja, dat krijg je met 3 personen in de bediening en 3 gasten in één restaurant.
Als Tom en Mohni er zijn bestellen we snel eten, want Mohni heeft straks nog een afspraak, van dat rustig bijkletsen komt dus niet zo heel veel.
Het eten valt me trouwens tegen, ik had er meer van verwacht. Aan de zwembadkant hebben ze altijd lekkere, chinees georiënteerde gerechten. Hier hebben ze de lokale Indonesische keuken. Maar de rendang die ik bestel vind ik niet geweldig. Ik ben geen keukenprinses, maar de rendang die ik thuis wel eens maak vind ik eigenlijk veel lekkerder. Jammer, zeker voor de prijs die we hier betalen. Volgende keer eten we toch maar weer gewoon in een warung!
Als Mohni weer gaat, vertrekken we ook maar, dan kunnen Fitriani en haar collega’s ook weer naar huis.
Wij hebben nog geen zin om naar huis te gaan. Dus nemen we een kijkje bij de grootse opening van het nieuwe restaurant. Nou ja, groots???? Niet dus. Waarschijnlijk is dit de ‘soft opening’, en hebben ze over een tijdje een ‘grand opening’.
Er staat een bandje te spelen. Het klinkt niet en ziet er niet uit. Een heel verlegen man staat te zingen, met zijn rug naar het publiek, dat bijna in slaap valt. We horen dat de band die eigenlijk zou komen nog niet is komen opdagen.
De eigenaresse of de gastvrouw van het restaurant komt even bij ons zitten, maar heeft eigenlijk ook niks te vertellen. We besluiten maar wat te bestellen. Een toetje of zo.
Maar dat kan niet, nee, dit is de opening, we kunnen wat van de hapjes pakken die er staan, en koffie bestellen.
Volgende week zijn er ook wel andere dingen te krijgen.
Ik zou bij een opening alles laten zien en proeven wat er te krijgen is om in elk geval een goede eerste indruk achter te laten, maar zo werkt het hier niet. Het is gratis, maar er is niet zo veel keuze.
Ondanks dat is het een beetje sneu dat er bijna niemand komt opdagen.
Even later komen er wel nog 2 politieagenten in indrukwekkend uniform. Die waren officieel uitgenodigd. Ze scheppen allebei een bord torenhoog vol met eten, gaan er uitgebreid voor zitten en vertrekken weer als het eten op is. De zanger zingt nu zo belabberd dat we het niet meer aan kunnen horen. Hijzelf ook niet meer, want halverwege een lied stopt hij ermee. Jippie.
Een groepje jongeren die hier waarschijnlijk werken neemt het over. Lekker rustig, gitaartje erbij, klinkt prima. Zo kan het toch nog gezellig worden. Maar dan komt ineens de band aan. Of het de geboekte band is weet ik niet, maar het ziet er in elk geval heftig uit.
Dit willen we nog wel even zien, want de paar mensen die er zitten (allemaal lokale mensen, zullen wel familie en vrienden van de eigenaar zijn) zeggen dat het een goede band is.
Ja, dat is het! En een harde band, tjonge wat een herrie!
Een gesprek voeren is nu onmogelijk geworden, en ik heb het eigenlijk wel gezien hier.
De rest ook, en we nemen nog een drankje bij Berry Café. Daar kunnen we nog op lager volume meegenieten van de muziek bij het nieuwe restaurant. Zo van afstand is het best wel om aan te horen.
Maar laat maken we het niet. Morgen wacht weer een nieuwe dag.




 



 
Zondag 31 juli

Vannacht heerlijk geslapen. Dit zal voorlopig de laatste nacht zijn dat we niet om een uur of 3 wakker worden door de oproep vanaf de moskee. Morgen begint de Ramadan, Bulan Puasa, de jaarlijkse vastenmaand. Even na drie uur wordt dan iedereen uit bed getrommeld voor de eerste gebeden, en ook om te gaan eten en drinken. Dat mag tot een uur of 5 (geloof ik). Daarna mag er tot kwart over 6 in de avond niets gegeten en gedronken worden. Zware tijden voor de moslims, maar de meeste mensen die het serieus doen, klagen niet, ze doen dit uit overtuiging.
Maar er is ook een grote groep, vooral jongeren die in het toerisme werken en veel buiten hun eigen kampung komen, die zich niet zo aan de regels houdt, of hooguit een paar dagen. Vreemd genoeg klagen zij wel veel over de zware maand.
Maar vandaag mag nog ‘alles’. Dat is ook de reden dat we vandaag nog een keer lekker in het Lombok Dive kantoor gaan eten.
De warung waar we altijd ontbijt halen, tegenover het kantoor, is tijdens Bulan Puasa overdag niet open.
Nu dus de laatste keer deze vakantie pisang goreng met thee als ontbijt. We zullen het missen de komende weken!
Tom gaat vandaag weer met de duikers op pad. Peter, Anique en ik hebben heel andere plannen.
We gaan shoppen, samen met Daan en Nurul, 2 gezellige meiden uit Kampung Loco.
In plaats van een cadeautje uit Nederland mee te brengen gaan we samen naar Mataram Mall waar ze een setje kleren uit mogen zoeken. Dat hebben we vorig jaar ook zo gedaan en was erg leuk.

Het was wel moeilijk plannen, want Daan loopt stage in het restaurant bij Santosa hotel en heeft wisselende diensten. Nurul zit op de middelbare school en kan dus ook niet altijd.
En wij vonden het gezellig om vóór Bulan Puasa te gaan, dan kunnen we in Mataram met zijn allen een hapje eten.
Het is dus vanochtend geworden. Tegen 10 uur vertrekken we.
Als we in Mataram Mall aankomen gaan Peter en ik in het ‘onderzee’ restaurantje een kopje lekkere koffie drinken, de dames sturen we alvast de kledingzaken in, kunnen ze even rustig en ongestoord rondkijken.
Een half uur later zoeken we ze weer op. Ze hebben al verschillende winkels bekeken. Vorig jaar slaagden ze prima bij Tiara, een hele grote kledingzaak. Maar daar lukte het deze keer niet. Maar gelukkig zijn er genoeg andere winkeltjes.
Het is altijd leuk om te zien hoe serieus ze nadenken over de kleding. Alleen leuk is niet het belangrijkste, het moet ook degelijke kwaliteit zijn en geschikt voor verschillende gelegenheden.
De shirts met kinderlijke prints zijn erg favoriet. Hello Kitty, beertjes, dat soort dingen.
Gelukkig is daar ook keuze genoeg in in Lombok, en niet alleen in kindermaatjes.
We stormen nog wat winkeltjes in en uit, en een half uur later zijn ze allebei voorzien van een leuke broek en een shirt/vest.
We neuzen links en rechts nog wat rond en vragen Daan en Nurul waar ze graag willen eten.
We verwachten dat dat McDonalds of Kentucky Fried Chicken wordt. Maar nee, Daan heeft eigenlijk liever vis dan vlees en geeft de voorkeur aan lokaal eten, als wij dat tenminste niet erg vinden.
Echt niet, wij zijn niet zo gek op Mc Donalds en KFC. Indonesisch eten is veel lekkerder én veel minder duur.
We weten al een geschikt restaurant hier dichtbij, daar zijn we ooit met Adi geweest.
Via de zijkant verlaten we Mataram Mall en 5 minuten later zitten we aan tafel. Het restaurant is erg groot, niet bijster gezellig, maar het eten is er altijd prima.
Ik ga voor de variatie maar eens voor een ouderwetse portie nasi goreng. Die heb ik deze vakantie echt nog niet vaak gehad, meestal is het een soort nasi campur, witte rijst met van alles en nog wat.
Daan gaat voor nasi met zeevruchten.
De jonge ober oefent graag zijn Engels en is erg onder de indruk van Anique. Daan wordt helemaal uitgehoord, omdat hij niet goed begrijpt hoe we hier zo als gezelschap terecht komen. Het is wel grappig, in Nederland zijn mensen vast net zo nieuwsgierig als hier, maar hier vragen ze gewoon rechtuit wat ze willen weten. Wel zo handig eigenlijk!
Na het eten rijden we terug naar Senggigi. Daan moet straks weer werken, Nurul kan nog een middagje genieten van haar nieuwe kleren. Maar het zou me niets verbazen als de kleren netjes in de zak blijven zitten tot Idul Fitri, de feestdag aan het einde van de vastenmaand. Dat is de belangrijkste feestdag hier en dan is het leuk als je nieuwe kleren hebt.
Op het Lombok Dive kantoor treffen we even later een Frans meisje dat werkt bij Froggy Dive. Zij delen samen met Lombok Dive een klein kantoortje op Gili Trawangan. Het is handig om daar een kantoor te hebben, omdat op Trawangan het hele jaar door veel duikers zijn. In Senggigi zijn ze toch meer afhankelijk van het seizoen. Het kantoor is klein, maar zit op een ideale plek, op een pleintje, zodat het ook een goede plaats is om in de ochtend alle klanten te verzamelen. Mohni heeft al vaak gezocht naar een eigen plek op Trawangan, maar de prijzen zijn er belachelijk hoog.
Lombok Dive heeft wel 2 eenvoudige huisjes op Trawangan, die lopen nu redelijk goed in de verhuur. Ze zitten redelijk in het centrum, maar zijn niet echt gemakkelijk te vinden voor toeristen die hier niet bekend zijn. Het nieuwe kantoor is dat wel. Bij wijze van proef delen de 2 bedrijven het nu samen.
Een nadeel van Trawangan is dat er ook veel concurrentie zit. Alle grote duikscholen hebben er wel een kantoor en de meeste ook grote resorts, restaurants, oefenbaden en winkels. Tja, daar kan Lombok Dive niet tegenop. Maar dat hoeft ook niet, Lombok Dive is gewoon de gezelligste duikschool, met de leukste mensen.
Als we nog een rondje Senggigi willen doen, komt Berry naar ons toe, of we de afspraak voor vanavond niet zijn vergeten. Nee hoor, een gratis etentje vergeten we niet. Berry heeft al langer plannen om op het eiland Timor een project op te gaan zetten. Hij denkt iemand te hebben gevonden die hem mee wil helpen en nu wil hij graag dat wij even uit gaan leggen hoe we Impian Anak aan hebben gepakt. In ruil daarvoor heeft hij vanochtend de lekkerste vis van de markt gehaald. Vanavond om een uur of 7 zijn wij aanwezig!
Maar eerst gaan we aan het eind van de middag nog even langs bij Pak Di en Pak Umpuk. Ze zijn vandaag vrij en hebben ons uitgenodigd, omdat we al zo lang niet meer zijn geweest, al zeker 2 dagen…
Ze zouden het liefst hebben dat we elke dag langskwamen, bij voorkeur elke dag 3 keer. Voor het ontbijt, de lunch en het avondeten.
We hebben al gewaarschuwd dat we vanavond ergens anders eten. Maar zodra we zitten en een kop thee hebben, komen er weer kommen uit de keuken. Gevuld met Kolak. Iets wat het midden houdt tussen een toetje en soep. Het wordt meestal lauwwarm geserveerd. Kolak is fruit (meestal banaan en jackfruit) en/of zoete aardappel in gebonden en gezoete kokosmelk. Lekker, maar erg zoet en heel erg machtig. Zeker als je eigenlijk niet zoveel honger hebt. Maar we doen wederom ons best om de kommen leeg te krijgen.
Daarna komen we natuurlijk niet weg voor we nog iets fris erachteraan hebben gehad. En dat is echt lekker, kakelverse ice-lemon. Pak Di heeft een limoenboompje in de tuin staan, vol met lekker sappige zoet-zure limoentjes. Ook heeft hij een ijskast gevuld met zakken ijs.
En hij heeft een heel mooi oosters theeketeltje, gekregen als souvenir van iemand die op Haj is geweest naar Mekka. Als we dat keteltje zien, beginnen we al te watertanden…
Van de limoen, kokend water en veel suiker wordt een heerlijke thee gemaakt, die dan weer met brokken ijs wordt gekoeld. Perfect voor een hete dag, en die heb je hier heel veel.
En zodra het grote glas meer dan half leeg is, wordt het weer bijgevuld.
Maar na 2 glazen houden we het voor gezien. We moeten op weg naar Senggigi, anders komen we te laat voor de volgende maaltijd… Maar goed dat we hier veel lopen en bewegen, anders zou ik minstens 10 kilo aankomen in een maand.
Met veel moeite en met de belofte dat we snel weer terug komen, nemen we afscheid van de gezinnen.
Dan haasten we ons naar Senggigi. Al valt dat haasten tegen. Het is zondag, de dag dat traditioneel heel veel lokale mensen naar het strand gaan. Zeker vandaag, de laatste dag voor Bulan Puasa.
En nu, tegen de schemering, gaan ze weer allemaal naar huis, de meesten richting Mataram.
De hele weg is dichtgeslibt met motortjes. In principe rijden de meesten in tegengestelde richting, maar aan de juiste weghelft houden de mensen zich niet echt, aan alle kanten komen ze ons tegemoet. We rijden dus stapvoets terug. Op alle plekken waar wegen of paden van zee komen, staan we een tijd stil. De stroom vervoer die de weg over moet steken gaat gewoon door, voorrang of niet. Tja, daar gaat onze planning weer, even rustig zitten voor het avondeten lukt niet, hoewel we nu wel lang in de auto kunnen zitten.
Dan in Loco maar weer snel even opfrissen, paar Impian Anak foldertjes grijpen en op naar Berry, samen met Anique en Tom die ook weer terug is.
Berry heeft al een hele tafel gereserveerd voor ons gezelschap. Hij stelt ons voor aan Alice, waarmee hij iets op wil zetten. Ze komt uit Nieuw Zeeland en woont nu op Lombok.
Berry heeft zich helemaal uitgesloofd in de keuken. We krijgen eerst een heerlijk pompoensoepje, daarna perkedel kentang, daarna een buffet met nasi, overheerlijke vis en jackfruit in een super-pittige saus. Het geheel wordt afgesloten met een pannenkoek met ijs.
Het is vrij rumoerig in het restaurant en veel meer dan praten met degene die naast je zit lukt niet. Ik zit naast Alice en ze begint me direct uit te horen over Impian Anak.
Ze is erg geïnteresseerd en erg enthousiast. Alice heeft veel ideeën over fondsenwerving, heeft ervaring met medische zaken en is denk ik een dame tegen wie je niet gemakkelijk nee kan zeggen.
Maar al na een kwartiertje krijg ik de indruk dat we hier allebei met een ander doel zitten.
Ze wil ons op weg helpen, ik dacht dat zij en Berry advies van ons nodig hadden. Berry is druk en laat zich eigenlijk niet zien. Het is een lastige situatie. Alice is erg enthousiast, zit vol plannen, maar ik betwijfel of het een aanpak is die in Lombok zou werken. In de westerse wereld misschien wel, in Australië en Nieuw Zeeland misschien ook. Maar om speciaal boeken te laten drukken en hier op scholen uit te delen over medicijngebruik, astma en dat soort dingen, leerkrachten op gaan leiden tot EHBO-er en/of astma-specialist werkt denk ik niet. In elk geval niet zonder heel intensieve begeleiding. En die begeleiding kunnen we niet bieden als we niet in Lombok zijn. En als we er wel zouden zijn, hebben wij nog niet de kennis en ervaring om zoiets te doen. Daarbij is ons budget ook niet zo groot.
Wij houden Impian Anak liever kleinschalig en zo voor ons beter te overzien en controleren. Dat houdt ook in dat we bepaalde dingen niet kunnen doen, maar daar hebben we nu eenmaal zo voor gekozen.
Zelf wil ze al van alles voor ons gaan regelen, maar ik wil eerst met Berry afstemmen wat nu precies de bedoeling is, ik denk dat ze beter haar energie in een groter project kan stoppen of, wat Berry’s idee was, in een nieuw project op een andere plek.
Dus houden we alles maar een beetje af. Als Berry wat meer tijd heeft, zal ik eerst eens rustig met hem overleggen.
We zijn trouwens ook ontzettend moe, dus wandelen we tegen een uur of 11 terug naar Bumi Aditya.
Morgen gaat de grote wekker om kwart over 3! Sahur sahur sahur!

 
Maandag 01 augustus

Prima geslapen afgelopen nacht. Zelfs de vroege moskeewekker heb ik gemist! Onvoorstelbaar.
Vandaag gaan we een dagje naar de Gili’s, de rest van de familie om te duiken, ik ga mee voor de gezelligheid.
Het is niet zo druk op de boot. We zien Emi ook weer. Emi zorgt in Teluk Nare voor het vullen van de tanks en gaat ook soms mee op de boot.
Zijn broer Oji werkte vorig jaar ook bij Lombok Dive als reserve-kapitein, maar nu niet meer.
We hebben vandaag een andere kapitein. Pak Di is er niet en pak Isnani is blijkbaar ook druk met andere dingen.
Maakt niet uit, met deze jongen gaat het ook prima, al mis ik Pak Di wel, zeker als de duikers onder water zijn. Dan hadden Pak Di en ik altijd uitgebreide gesprekken over van alles en nog wat, maar natuurlijk vooral over de kinderen. Een favoriet gespreksonderwerp in Lombok.

Anique heeft wat  oor-probleempjes tijdens de eerste duik. Verder gaat alles prima.
Lunchen doen we bij Warung Kiki Novi, toch wel ons favoriete eetstekje op Gili Trawangan.
We schrikken even als we het plein oplopen en de warung niet zien. Maar de warung is verhuisd en zit nu een paar deuren verderop. Het is er nog steeds ontzettend druk. En het eten ziet er nog steeds heerlijk uit. Ook ‘omaatje’ werkt er nog. De statige mooie dame die het eten voor je opschept.
Ze staat achter een tafel vol met pannen met heerlijke gerechten. Daar mag je dan zelf aanwijzen wat je wil eten. Het eten wordt geserveerd op een plat mandje waar een papiertje op ligt. Daar krijg je een schep witte rijst op, en dat wordt door ‘omaatje’ aangevuld met groente, vlees en andere gerechten.
Ik vind het altijd moeilijk kiezen en neem dus maar van alles wat. Dat wordt weer een hele berg eten. Maar het is allemaal even lekker. Een stuk minder pittig dan bij warung Dewi waar we vorige keer waren. Dit is toch iets meer gericht op toeristen, al zijn wel alle gerechten Indonesisch. Hamburgers, pasta of frietjes krijg je hier niet.
Het gros van de klanten zijn duikers. Ik denk trouwens dat sowieso de meeste Trawangan klanten wel duiken of op zijn minst snorkelen. Op eentje na dan, maar ja, uitzonderingen moeten er ook zijn.

Na de middagduik kunnen we vlot terug naar Teluk Nare.
Als we terugrijden, nemen we een paar klanten mee, die droppen we bij Holiday Resort.
We zijn weer redelijk vroeg in Senggigi. Daar doen we even rustig aan, beetje kletsen, beetje wandelen.
’s Avonds willen we weer eens bij Cak Poer eten.  Helaas, die is er niet. Normaalgesproken is de blauwe tent op zondag gesloten. Maar deze sluiting zal wel veroorzaakt zijn door het begin van de Ramadan.
Geen probleem, vorig jaar hebben we een keer bij een ander tent-restaurantje een stukje verderop gegeten, net zo lekker en nog goedkoper. Maar dat geeft wel een probleempje…Silke is erbij en die is vegetarisch. En het menu daar bestaat uit witte rijst met kip, witte rijst met vis of witte rijst met eend. Voor de sier krijg je er 3 halve boontjes bij. Niet echt geschikt voor vegetariërs dus.
Dan kiezen we maar een ander restaurant. Vlakbij de ingang naar kampung Senggigi zit een warung, daar zijn we nog nooit geweest.
Het eten ziet er goed uit, weer zo’n aanwijs-restaurant met veel keuze.
Ik ga dus weer veel verschillende dingen uitproberen.
Het restaurant ziet er van binnen niet gezellig uit, maar dat hebben hier wel meer restaurants die zich niet volledig op toeristen richten. Tafels met plastic tafellakens, plastic krukjes, felle TL-verlichting. Maar de rendang die ik als eerste proef smaakt heel veel beter dan de rendang van een paar dagen geleden bij Graha. Toch valt de rest van het eten tegen. De prijs was ook niet echt warung-achtig. Nee, volgende keer zoeken we weer een andere plek.
Voor we teruglopen naar de kampung nemen we bij Berry Cafe nog een drankje. Berry komt vragen hoe het gesprek met Alice gisteren was afgelopen. Ik vertel maar gewoon dat ik niet goed begreep wat nu de bedoeling was, dat ik het idee kreeg dat Alice Impian Anak wil gaan helpen, en dat ik weinig over een nieuw op te starten project in Timor heb gehoord. Berry weet volgens mij ook niet goed wat hij ervan moet denken. Ik vertel maar dat hij beter zelf eens met Alice kan gaan praten. Ze zal zeker een aanwinst kunnen zijn voor een nieuw op te starten project, maar dan moeten ze natuurlijk wel samen om de tafel gaan zitten. Maar ja, zo’n vaart zal het denk ik niet lopen.     
Even later lopen we terug naar Kampung Loco. Bij Boung op de beruga ziet het er nog gezellig uit, dus lopen we even die kant uit. Boung zit er, met Ani, Nur, Daan en 2 jongens. Och jee, vriendjes-avond. Papa Boung zit erbij en houdt alles goed in de gaten. Daan zit er blijkbaar bij voor de gezelligheid, ze heeft nog geen vriendje, zegt ze. De jongens worden volgens mij een beetje verlegen en zenuwachtig met ons erbij. Och, moeten ze maar aan wennen als ze een vriendin in Loco hebben, de mensen hier zijn wel aan toeristen gewend. Boung voorziet ons van een drankje. Hij verontschuldigt zich uitgebreid voor het feit dat Sareah al in bed ligt. Tidak apa apa, we weten het, bulan Puasa, Sareah moet morgen weer heel vroeg uit de veren om het ontbijt klaar te maken.
Wij maken het ook niet te laat en gaan naar bed. En de vriendjes moeten ook weer opstappen.
Het uitgaan gaat hier overigens op een andere manier dan in Nederland. Hier gaan de vriendjes netjes op de koffie bij de vriendin. Samen weggaan zit er ’s avonds niet in. Voor 10 uur (of was het 11?) moeten ze zeker thuis zijn. Gebeurt dat niet dan moet er, naar Lombokse traditie, getrouwd worden. Want er zou zo laat op de avond wel eens iets gebeurd zou kunnen zijn tussen de 2 geliefden.
Tegenwoordig wordt er door jongeren vaak misbruik gemaakt van deze traditie.
Het is hier normaal gesproken gebruikelijk dat een huwelijk van tevoren goedgekeurd moet worden door de ouders/schoonouders. Ook wordt er in de meeste gevallen nog onderhandeld over een bruidsschat.
Verwachten jongelui dat de ouders niet staan te springen op een huwelijk, meestal omdat de families niet ‘van dezelfde stand’ zijn, dan wordt er nogal eens een huwelijk afgedwongen door samen weg te gaan en ‘te laat’ weer thuis te komen.
Om er heel zeker van te zijn dat de ouders dan instemmen, blijft het verliefde stelletje vaak nog wat langer weg, soms wel een dag of 2. Zoals ze zelf zeggen, wordt het meisje gestolen of gekidnapt, maar dan wel met beider instemming. Alleen de ouders zijn er niet blij mee.
In de tijd dat de geliefden weg zijn, kan er zoveel gebeurd zijn, dat de ouders niet anders kunnen dan instemmen met een huwelijk.
Toch moet er ook in de gedwongen huwelijken nog onderhandeld worden over de bruidsschat. Vaak worden deze onderhandelingen begeleid door de kepala kampung, een soort burgemeester.
Het is voor mensen hier moeilijk voor te stellen hoe het uitgaan van jongeren in Nederland er aan toe gaat. Vooral het feit dat Nederlandse meisjes ’s avonds nog de deur uit mogen vinden veel mensen vreemd.
Overigens kan ik me die reactie hier in Loco goed voorstellen.
Het ‘nachtleven’ trekt veel vreemde figuren naar Senggigi, zowel toeristen als lokale mensen. De normen en waarden van de uitgaanswereld in Senggigi en het kampungleven in Loco zijn wel heel erg verschillend. Prima dat de lokale jeugd daar door de ouders een beetje voor wordt beschermd.


 
Dinsdag 02 augustus

Ja hoor, vannacht heb ik toch wel de moskee gehoord, even na 3 uur.
Maar daarna weer lekker doorgeslapen. We hebben voor vandaag geen plannen gemaakt en doen lekker pelan-pelan. Tijd zat, dus ontbijten we maar weer een keer bij Bumi Aditya.
Niks mis mee, behalve de dosering van het zout in de omelet. De hoeveelheid is prima, denk ik, maar al het zout zit op 1 vierkante centimeter. Och, er zijn ergere dingen in de wereld…
Na het ontbijt wandelen we naar Lombok Dive. Daar zit Opan op kantoor.
We spreken met Opan af dat we komende zondag, als hij een vrije dag heeft, samen wat kinderen gaan bezoeken. We streven ernaar alle gesponsorde kinderen deze vakantie te bezoeken, maar of dat gaat lukken? Het zijn er ruim 30, dus dat gaat niet meevallen.
Ida hoeft zondag niet naar school, dus kan zij ook meegaan. We hebben er zin in, maar het is nog lang geen zondag.
Opan vraagt ons wat de plannen voor vandaag zijn. Niets eigenlijk, dus vragen we hem wat we absoluut niet mogen missen als we in Lombok zijn. En de gili’s, Kuta, traditionele sasak-dorpjes, Senaru en Mataram hebben we allemaal al gezien. Het moet dus iets anders zijn.
Opan denkt even na en komt dan met Benang Kelambu en Benang Stokel. Klinkt erg leuk, maar wat en vooral waar is dat???
Het schijnen 2 watervallen te zijn, ten zuiden van de vulkaan Rinjani. Niet erg toeristisch, misschien niet zo mooi als de watervallen bij Senaru, maar Opan is er geweest en vond het erg mooi.
Daar vertrouwen we dan maar op. We halen de wegenkaart van Lombok erbij en proberen, samen met Opan, uit te zoeken hoe we bij die watervallen moeten komen.
Op de kaart zijn de watervallen niet te vinden. Wel denkt Opan te weten welke afslag we moeten hebben op de doorgaande weg die ten zuiden van de Rinjani loopt. In elk geval staat er een plang (naambord) bij de afslag. Dan hoeven we alleen nog maar te hopen dat we de goede plang tussen alle andere plangen vinden. Voor de zekerheid vragen we nog maar even alle mogelijke schrijfwijzen voor Benang Kelambu en Benang Stokel.  Benang Kelambu is trouwens genoemd naar een klamboe. Het water valt als een breed gordijn van de berg af. Nou, dat belooft heel wat.
Rond de middag vullen we onze maag met een popmie-noedelsoepje op ons eigen terrasje bij Bumi.
Daarna stappen we in onze auto en gaan op zoek naar de watervallen.
Het eerste deel van de route is bekend, dezelfde weg die naar Oost Lombok leidt.
We zien in Mataram nog iets grappigs. Een Icecream Carwash. Carwash snap ik, Icecream snap ik ook. Maar de relatie tussen die 2 ontgaat me. Wordt de auto gewassen met ijs? Krijg je een ijsje als je wacht terwijl de auto wordt gewassen? Geen idee…
Als ik het later navraag, blijkt dat de wasserettes zo worden genoemd omdat het schuim waarmee de auto’s worden gewassen op ijs lijkt. Weer wat geleerd!  
Als we de drukte van Mataram achter ons hebben gelaten, wordt de omgeving mooier en groener. Even later komen we bij de beroemde fruitkraampjes langs de weg, daar stoppen we voor wat vitamientjes.
Het ziet er allemaal erg lekker en mooi uit. Het fruit is allemaal heel kunstig opgestapeld.
Ik ga voor wat salak, manggistan, sinaasappel, ramboetan en een lekkere watermeloen. Dat wordt straks smullen. Afrekenen is lastig. Geen idee wat het hier kost. Als het te gek wordt, ga ik wel proberen om af te dingen, maar dat is niet mijn sterkste punt. Maar voor zo’n zakken vol heerlijk fruit vind ik de prijs best wel meevallen. We gunnen de stralende verkoopster maar een goede dag en betalen de vraagprijs.
Dan rijden we weer verder. Nu wordt het uitkijken naar de plang. Ergens in een flauwe bocht moeten we van deze weg af.
En ja hoor, plang Benang Stokel gevonden!
Dan komen we op een smaller en hobbeliger weggetje. Wel erg mooi, tenminste, het leidt ons door een heel erg mooi gebied. Veel groen, prachtige rijstvelden. Om de paar meter moet Peter stoppen zodat we foto’s kunnen maken. We komen door verschillende kleine dorpjes, vrijwel allemaal met een prachtige moskee, of een prachtige moskee in aanbouw. Het lijkt geen heel arme streek. Als we even later bij een splitsing komen, vragen we weg aan een paar mensen die langs de weg staan. Nadat we dat een paar keer hebben gedaan, komen we bij een parkeerterreintje. Daar zal het zijn.
We stappen uit en een paar jongens komen ons begroeten. We zijn inderdaad bij Benang Stokel en Benang Kelambu. Als we entree hebben betaald, krijgen we een gids mee die ons naar de watervallen kan leiden.

Benang Stokel is dichtbij, de andere waterval is wat verder weg.
Na de financiële afhandeling krijgen we zelfs 2 gidsen mee. Gezellig. We zijn de enige gasten vandaag. We verwachten ook niet dat het hier ooit erg druk zal zijn. Volgens de jongens komen er meer lokale mensen dan toeristen.
We lopen door een mooi stuk natuur richting eerste waterval. We horen het water eerder vallen dan dat we het zien. Maar als we het zien, zijn we onder de indruk. Wat een mooie plek!
En wat veel trappetjes! Jippie! Het is warm en ik heb weer eens een loeizware rugzak (standaard uitrusting; fototoestel, water, snoepjes, sjaal, ehbo en medicijnsetje, zakmes, schrijfblokje, Deet, zonnebrandcreme en nog 50 dingen die ik vast niet nodig heb, maar die ‘voor het geval dat’ wel handig zijn).
Maar we gaan de trapjes af, dus dat gaat lekker (straks mogen hier vast weer omhoog, maar ja).
Er zijn 2 watervallen naast elkaar die uitkomen in een ondiepe plas. De watervallen zelf zijn niet echt indrukwekkend, maar de omgeving erbij maakt het toch een heel erg mooi plaatje.
De fototoestellen maken overuren. Tom pakt het professioneel aan en gaat met een statief aan de slag.
De vlotste van de 2 gidsen kijkt bewonderend en geïnteresseerd toe. Hij vertelt dat hij ook fotograaf is geweest. Hij heeft veel verstand van fotografie met modellen.
En Anique ziet er wel uit als een model. Of hij een mooie foto van haar mag maken… Anique werkt wel mee.


Ze wordt opeen boomstam geparkeerd, benen zus, armen zo, en vooral glimlachen. De fotograaf ligt er op zijn knieën voor om een mooie foto te maken. Dat geeft ons weer de kans om een mooie foto te maken van dat geheel. Het worden dus heel veel mooie foto’s.
Als we uitgeknipt zijn gaan we het eens hebben over de andere waterval. Natuurlijk willen we die heel graag zien, maar we hebben vanavond een afspraak met de mannen van Lombok Dive. We gaan met zijn allen eten, en daarna vergaderen.
Aangezien het bulan Puasa, Ramadan, is, kunnen we het niet maken om te laat te komen. Rond kwart over 6 zit iedereen op hete kolen om te gaan eten.
En we moeten stras ook nog zo’n anderhalf uur rijden terug naar Senggigi, in de drukte, want iedereen wil dan natuurlijk voor het eten thuis zijn. De jongens zeggen dat het ongeveer 20 minuten lopen is naar de volgende waterval. Dat zou dus moeten lukken. We vertrouwen de geschatte afstanden en tijden hier nooit. Maar we vinden het ook zonde om Benang Kelambu over te slaan. Dus gaan we maar op pad.        
We lopen door een bos, bergje op, bergje af. Passeren heel veel bananenbomen. Hebben prachtige uitzichten over bergen en dalen. Wat is Lombok toch ontzettend mooi!
De fotograaf-gids vindt het geweldig dat ik een beetje Indonesisch spreek, en kletst aan een stuk door tegen me. Ik niet alles volgen, maar dat maakt niet uit.
Toch merk ik dat ik heel langzaam steeds meer begin op te pakken van de taal. Vooral als ik rustig met iemand alleen kan praten. De gids doet in elk geval erg zijn best. Hij hoort me uit over vanalles. Waar we vandaan komen, of we vaak in Indonesië zijn geweest. Als hij hoort dat we elk jaar naar Lombok komen, heeft hij een idee. Zijn familie heeft hier in de buurt een flinke lap grond. Daar mogen we best een stuk van hebben om een huis op te bouwen. Dan kunnen we daar mooi verblijven als we in Lombok zijn. Als we in Nederland zijn, zorgt hij voor het huis. Tja, daar valt niks tegen in te brengen. Alleen dat we eigenlijk liever dichter bij de zee zitten, in verband met duikende familieleden, en dat we voor Impian Anak ook liever ergens anders zitten. Dat vindt de gids erg jammer, want de omgeving van Senggigi is niet zo goed voor ons. Te veel toeristen, veel te hoge prijzen, oneerlijke mensen die toeristen proberen op te lichten etc etc. Ja, daar zal best wel een kern van waarheid in zitten. Ik verzeker hem toch maar dat we echt geen huis willen bouwen in Lombok. Niet in Senggigi, niet hier. Maar dat ik het wel heel erg aardig vind dat hij ons wil helpen.

Al pratend komen we bij de andere waterval. We zien hem al liggen. Dit is weer een heel andere waterval. Ik begrijp de naam Kelambu nu ook. Het ziet er echt uit als een watergordijn. Eén groot gordijn, en een paar kleinere. Zo’n 15 meter boven de grond valt het water op rotsen en vandaaruit valt het verder omlaag. Uiteraard ook hier weer heel veel trappen voor we onderaan de waterval staan.
Peter heeft er zin in en neemt een frisse douche onder de waterval.
Ik geef mijn sjaal een fris badje in heerlijk ijskoud water, en koel me zo een beetje af. Het is wel nodig, wat een warmte!
Alle fototoestellen draaien weer overuren.
De geschatte 20 minuten waren niet slecht. Maar toch moeten we opschieten om op tijd weer in Senggigi te kunnen zijn. Even later beginnen we aan de terugtocht. Eerst heel veel trappen op.
Dan weer een paar enge boomstambruggetjes over beekjes.
Ik raak een beetje achterop, deels omdat ik nog wat foto’s ben aan het maken, deels omdat de rest veel te snel loopt. De meer verlegen gids komt me nu gezelschap houden. Hij staat er op mijn rugzak te dragen.  Veel te zwaar voor mij, vindt hij. Eigenlijk kan ik hem geen ongelijk geven. Mijn fles water hou ik in de hand, kan ik af en toe een slokje drinken. Even later pakt de jongen de fles en houdt hem vast.
Ik denk dat hij dorst heeft en zeg dat hij wel mag drinken. Op het moment dat ik het zeg, heb ik er al spijt van. Stomstomstom, hoe kan ik dat vergeten. Nee, zegt de jongen, Puasa… Hij mag niet drinken in verband met de vastentijd. Maar hij wil de fles wel graag voor me dragen, als ik wil drinken, moet ik het maar zeggen. De mensen hier zijn veel te aardig!
Een half uurtje later komen we weer bij de auto.
De gids vraagt of hij een stukje mee mag rijden tot in zijn dorpje. Dat is geen probleem, plek genoeg in de auto.
Als we hem thuis hebben afgezet en weer verder rijden, is het hoogste tijd voor wat lekkers. Verser dan vers fruit.
Het wordt een plakkerige kliederboel in de auto, maar dat maakt niet uit. Mijn gedoopte, nog natte sjaal doet ook prima dienst als poetsdoek. Heb ik vanavond ook weer wat te wassen.
Als alles meezit, komen we straks nog op tijd voor buka Puasa.
Mohni zou eten regelen in kantoor, zodat we daarna rustig kunnen vergaderen . Pak Umpuk werkt vandaag niet maar gaat wel naar de vergadering. We komen ongeveer langs zijn huis in Ampenan, en bellen of we hem op zullen pikken. Net zo handig, hoeft hij niet met een bemo, want die zijn rond deze tijd moeilijk te vinden.
Als we even later bijna in Senggigi zijn, komen we het busje van Lombok Dive tegen.
Dat is vreemd. Blijkbaar had Mohni ons ook gezien, en hij belt of we niet weten dat het eten en de vergadering bij Bale Kampung is. Nee, dat wisten we niet. Heeft niemand ons verteld.
Tidak apa apa, dus rijden we snel door naar Loco. Parkeren de auto aan de verkeerde kant van de brug. Steken op de lastige manier de beek over, terwijl pak Umpuk bezorgd en bedenkelijk staat te kijken, schieten snel schone kleren aan en rijden terug naar Bale Kampung, even ten zuiden van Senggigi.
Een minuutje voor buka Puasa parkeren we de auto voor het hotel/restaurant. Prima timing!
Het is een leuk tentje. Het eten wordt geserveerd op beruga’s rond een vijvertje. Mooi, heb ik toch niet voor niets Deet meegesleept vandaag, want er zoemt vanalles boven het water! Het is al gezellig druk; Mohni, Opan, Mahfudz, Pak Umpuk, Pak Harfin, Hakim, Emi, de reserve kapitein uit Teluk Nare, Eli. Wat leuk om die laatste weer te zien, Mohni’s ‘kleine’ broertje!
Het is een beetje chaotisch, maar dat zijn we niet anders gewend. Iedereen heeft zijn eigen buka puasa ritueel, de één begint met een glas water, de ander met een sigaretje, weer een ander met eten, of een gebed. Het wordt dus niet met zijn allen samen eten, maar dat maakt niet uit.
Eerst krijgen we een grote teil vol es kelapa muda. Lekker en erg zoet!
Daarna komen de schalen met eten. Ook erg lekker. Ik vind het behoorlijk pittig, De Lombokkers mengen alles nog met een handvol sambal. Smaken verschillen.
Maar het is overheerlijk, vooral de vis. En in het gezelschap van rasechte Lombokkers mogen we alles met de handjes eten.
Na het eten wordt er een grote beruga vrijgemaakt. Nu is het de bedoeling dat er vergaderd gaat worden.
Mohni leidt Lombok Dive, en dat gaat prima. Maar soms zijn er wat probleempjes, meningsverschillen, waar hij niet goed raad mee weet. Dus hebben we hem een teamoverleg geadviseerd.
Maar ja, dat is iets dat de meeste mensen in Lombok niet kennen.
De baas is de baas, die ga je niet vertellen dat dingen anders kunnen, misschien wel beter kunnen. Ook niet als de baas veel jonger en minder ervaren is. En als je het ergens niet mee eens bent als personeel, zeg je dat tegen iedereen behalve tegen je baas.
Iedereen zit dus heel gespannen en onwennig bij elkaar. Oh jee, dit wordt niks denk ik.
Dan neemt Peter maar het woord, en zegt dat Mohni de vergadering zal openen.
Oeps, ik zie Mohni schrikken. Het wordt een algemeen verhaaltje, leuk dat jullie er allemaal zijn, blablabla.
Dan besluit Peter maar direct met een soort rondvraag te beginnen; Wie heeft er iets te vertellen, vragen, opmerken?
Heel voorzichtig komt er wat op gang. Ik zie aan sommige gezichten dat ze iets kwijt willen, maar niet durven. Maar Mahfudz komt met wat opmerkingen, en langzaam komt er een soort van discussie op gang. Het vertalen wat ze in het begin voor ons deden, valt weg. Maakt niet uit, dit is niet voor ons, maar voor hunzelf, voor Lombok Dive. En we vangen toch redelijk wat op.
Veel problemen ontstaan door afspraken met agenten, die beloven de klant vaak gouden bergen. Maar, met duiken blijf je afhankelijk van de natuur. Met hoge golven kun je niet overal duiken. Met sterke stroming kan het op sommige plekken gevaarlijk zijn. Bij Shark Point zie je niet altijd haaien.
Duik je met meer personen en iemand is langzamer of heeft problemen, dan kan de hele groep daar nadeel van ondervinden. Dat is nou eenmaal zo. Niet alles is te voorspellen.
Daarbij zijn er ook nog agenten die de praktische zaken niet goed geregeld hebben, die de klanten verkeerde ophaaltijden doorgeven, die niet van tevoren aan Lombok Dive doorgeven welke (maat) uitrusting de klant nodig heeft.
Dit alles veroorzaakt nogal eens vertragingen en wachttijden voor andere klanten.
Wij adviseren om de agenten nog eens heel duidelijk de voorwaarden door te geven, en te waarschuwen dat Lombok Dive andere klanten niet onnodig laat wachten. Zijn klanten te laat, dan hebben ze pech en moeten ze maar bij de agent klagen, niet bij Lombok Dive.
Maar ja, bij Lombok Dive is de klant koning. Ze zoeken toch altijd naar een middenweg, waarbij iedereen tegemoet wordt gekomen. Het valt ook niet mee. Maar nu wordt er in elk geval over gepraat.
Vooral de communicatie tussen kantoor, haven, en duikpersoneel is belangrijk.
Samen komen ze er wel uit. Na de vergadering is iedereen tevreden en opgelucht. Sommigen zeggen dat ze er erg tegenop zagen, het als een soort examen zagen. Maar ze vonden het wel fijn dat iedereen zijn zegje kon doen. We zijn heel benieuwd of ze nu vaker gaan vergaderen. Heel eerlijk gezegd betwijfel ik dat. Het blijft de vraag of ze dit nu hebben gedaan omdat het ons voorstel was, of omdat ze het zelf ook willen. De toekomst zal het leren.
We bieden aan Pak Umpuk weer even thuis af te leveren, maar zeggen er al bij dat we dan echt niet mee gaan naar de familie. Want dan moeten we nog minstens een uur theedrinken en wordt er weer heel veel eten voor ons klaargezet. En eigenlijk zijn we best wel moe…
Maar Pak Umpuk krijgt al een lift achterop de motor van Eli. Eli en Hakim moeten nog terug naar Batu Tumpeng en komen dan toch door Ampenan.
Emi en de kapitein moeten nog naar Teluk Nare. Wij hoeven niet meer ver, naar Loco. Daar zijn we zo, en daar drinken we nog een lauw glaasje ‘fris’ en praten nog even na op ons terrasje. Het was weer een drukke dag!




 
Woensdag 03 augustus

Vandaag gaan Peter, Tom en Anique naar de Gili’s.
Mohni krijgt een groep Nederlandse toeristen, voornamelijk snorkelaars, en heeft gevraagd of Tom komt helpen. Peter en Anique hebben ook wel weer zin in een dagje Gili’s.
Ik vind het altijd lekker om mee te gaan, maar kies liever een dagje dat het wat rustiger is op de boot. Vandaag blijf ik dus in de buurt van Loco/Senggigi.
We beginnen de dag met een ‘snel’ ontbijtje bij Yunas, de supermarkt naast Berry’s Café.
Die is 24 uur per dag open, ook om een hapje te eten.
De menukaart is niet super, vind ik. Niks Indonesisch, meer een snackbar.
De kids beginnen de dag met een hamburgerontbijt. Peter en ik houden het maar bij een kopje thee en een suikerbeschuitje uit de supermarkt.
Als de duikers op pad zijn, doe ik snel een wasje en ruim de kamers op. Omdat we de kamers met een cijferslot sluiten, kan de hotelstaff er nooit in om schoon te maken. We hebben handige cijfer-hangsloten meegenomen, zodat we zelf altijd in en uit de kamer kunnen, want de standaard hangsloten bij Bumi hebben maar 1 sleutel, lastig als niet iedereen hetzelfde dagprogramma heeft. Als het nodig is, maken we de kamers zelf wel schoon. Bespaart de hotelstaff ook weer wat werk. Geregeld (soms om de paar dagen, soms 2 keer per dag) vinden we een stapel lakens, handdoeken, zeepjes en toiletpapier op het terrasje. Inmiddels hebben we een voorraadje opgbouwd… Wat we verder nodig hebben, vragen we gewoon. Werkt prima zo.
Als onze was weer schoon en fris aan de waslijn hangt, ga ik met de laptop en foto’s van gisteren naar het kantoor van Lombok Dive.
De ‘gemakkelijke’ was doe ik zelf, alles wat gestreken moet worden brengen we naar Sareah. Dan krijgen we het een dag of wat later keurig schoon en gladgestreken weer terug. Kunnen ze wat bijverdienen, want het winkeltje van Sareah is al een tijd niet meer open geweest. Waarom is me niet geheel duidelijk. Ze zegt dat ze na de ramadan misschien weer aan huis gaat verkopen, maar ik heb het idee dat het opstart-kapitaaltje het probleem is. Om spullen te kunnen verkopen, moet je wel zelf eerst inkopen.
De ramadan maakt het er niet gemakkelijker op, maar ook voor de ramadan was het winkeltje al een tijd gesloten.
De weg van Loco naar Senggigi is nu klaar en helemaal geopend! Vanavond mag Peter hem uitproberen met de auto. Hij ziet er prima uit, maar op een paar plekken blijft het akelig smal, zeker vooraan in de bocht, waar je aan één kant een muur hebt, aan de andere kant de afgrond naar de beek.
Ook ligt de weg op veel plaatsen een stuk hoger dan de berm. Als je daar tegenliggers krijgt en van de weg af moet, val je in een gat van vaak meer dan 30 centimeter. Niet prettig op je motor of in de auto…
De weg is gestort tussen planken, en heeft dus een strakke zijkant, loopt niet gelijkmatig af. Het is wel de bedoeling dat de gaten aan de zijkanten nog worden opgevuld, maar wanneer???
Op kantoor stort ik me op de foto’s van gisteren. Dat valt niet mee, want er zijn meerdere camera’s volgeschoten met foto’s. Allemaal mooi!
Voor facebook maak ik een albumpje met de mooiste foto’s van de afgelopen week. De tijd vliegt, we hebben er al weer ruim een week opzitten. Als ik net een flinke serie foto’s aan het plaatsen ben, is het weer zo ver; mati lampu….stroomstoring. Mijn laptop heeft daar niet zo’n moeite mee, die draait nog wel even door op de accu, maar internet houdt er mee op, tijdens het laden van het foto-album. Och, straks maar kijken welke foto’s er op staan, welke niet, en dan weer lekker opnieuw beginnen.
Wat de stroomstoringen betreft zie ik nog niet heel veel vooruitgang ten opzichte van andere jaren. Er zijn misschien wat minder storingen, maar de storingen die er zijn duren vaak wel erg lang.
Tja, dan maar wat anders gaan doen. Ik neem met Opan nog wat dingen door. Van Peter de Lannoy die vorige week in Lombok was hebben we het fantastische bericht gekregen dat hij maar liefst drie kinderen wil sponsoren, één van de basisschool, één van de SMP, één van de SMA. Er wordt dus druk gezocht naar 3 geschikte kandidaten. Als het een beetje meezit, kunnen we ze komende zondag allemaal bezoeken. Ik kan niet wachten!
De stroomstoring gaat wel erg lang duren. Ik hou het even voor gezien, ga later wel een keer verder met de foto’s en Facebook.
Ik loop terug naar Bumi om mijn laptop op te bergen en ga dan maar makan siangen, het is middag, en ik lust wel weer een hapje.
Op weg naar het ‘centrum’ van Senggigi kom ik Herman tegen, de vrolijk Mister Skrietie (Security) van Graha. Hij heeft zijn dienst er weer op zitten en vraagt wanneer ik eens een keer koffie kom drinken bij hem thuis in Loco. Ik beloof niet dat ik vandaag kom, maar beloof wel dat ik mijn best ga doen om vandaag te komen. Vanmiddag zou moeten lukken, denk ik, maar je weet maar nooit hier.
Ik zoek restaurant Angel maar weer eens op voor de lunch, heeeeel lang niet geweest. Zeker een jaartje of zo. Ik ga maar voor de gado-gado, die vond ik hier altijd zo lekker. Terwijl ik met een heerlijke jus semangka op het eten zit te wachten, en nog even wat dingetjes in mijn grote Impian Anak kinderboek schrijf, krijg ik nieuwsgierig gezelschap. Dat gaat heel snel als je alleen bent. Mensen vinden het zo ontzettend zielig als je alleen aan tafel zit. Ik vind dat eigenlijk wel meevallen, maar ja.
De man die verveeld aan een agent-tafel aan de straatkant hing, vraagt waar ik mee bezig ben. Hij ziet allemaal fotootjes van Lombokse kinderen in mijn schrift. Ik leg uit dat dat voor een project is, ter ondersteuning van anak kurang mampu die naar school willen.
De man vraagt of hij even mag gaan zitten, en voor ik kan antwoorden zit hij al bij me aan tafel (maakt niet uit, ik had toch ‘Ja’ gezegd). Eén voordeel, het is bulan Puasa, ik hoef hem geen drankje aan te bieden. Hij begint over zichzelf te vertellen. Hij werkt ook mee aan verschillende projecten.
Als we echt goed werk willen doen, moeten we een keer naar Segenter Village gaan. Dat is een plaats in Noord Lombok waar veel armoede heerst. Volgens hem valt het op de rest van Lombok wel mee met de armoede. Segenter is een heel arm dorp, waar niets is, waar alle mensen arm en veel mensen ziek zijn, en waar (erg in strijd met het voorgaande) alle busjes met toeristen die er komen spontaan heel veel geld geven omdat de mensen zo zielig zijn.
Tja, het zal allemaal wel waar zijn. Segenter staat inderdaad op de kaart als een Traditional Village. Op weg naar Senaru kom je er ongeveer langs. Dat houdt in dat veel tours het dorpje aandoen om de toeristen een beeld te geven van het traditionele Lombokse leven.
We zijn er zelf nooit geweest, maar hebben in Zuid Lombok wel een keer Sade, een Traditional Sasak Village, bezocht.  Leuk dorpje, maar naar mijn idee een hoog  ‘Volendam’ gehalte.
Niet dat ze gerookte paling en bekende zangers voortbrengen, maar wel dat ze veel souvenirs verkopen, voor geld op de foto willen en (betaalde) standaard rondleidingen bieden (zonder lokale gids kom je het dorp niet in). Het geeft mij de indruk dat iedereen heel traditioneel zit te doen in zelfgeweven sarongs in de traditionele hutjes, en aan het eind van de dag in spijkerbroek op een blits motortje druk mobiel telefonerend naar het internet café gaat, of naar McDonalds...
Ik blijf erbij dat je voor het echte Lombokse leven beter in je eentje (dat wil zeggen zonder gids) een kampung binnen kunt lopen. Jammer dat de meeste toeristen dat, om wat voor reden dan ook, niet durven.
Wat niet wil zeggen dat het leven van de mensen in de ‘toeristische’ traditionele dorpjes weelderig en luxueus is. Ik ben alleen bang dat alle hulp/inkomsten die die dorpjes krijgen niet bij de armste inwoners komt.
Maar ik heb geen zin om een discussie aan te gaan. Iedereen die waar dan ook helpt, zal dat met de beste bedoelingen doen. En mijn eten komt eraan, dus is meneer zo beleefd om snel weg te gaan en mij in alle rust te laten eten (waarschijnlijk is het eten te verleidelijk zo halverwege de vastendag).
Om de man niet teleur te stellen, schrijf ik de naam van zijn favoriete arme dorpje netjes in mijn grote boek, en ga dan lekker genieten van de gado-gado.
Hoewel, lekker??? Ik vind het eigenlijk tegen vallen. Beetje flauwtjes. Echt iets voor toeristen, denk ik. De lokale Lombokse keuken is toch heel veel lekkerder. Volgende keer maar weer een ander (en goedkoper) plekje opzoeken om te eten.
Na het eten wandel ik nog wat rond. De Segenter promotor is met zijn hoofd op tafel in slaap gevallen. Zo verkoop je niet veel dagtochten of meerdaagse trekkings. Och, geef hem eens ongelijk. Veel toeristen lopen er toch niet rond hier op straat, en de beste manier om een lange puasa dag door te komen is veel en lang slapen…    
En de beste manier om een middag in Senggigi door te komen is shoppen… Dus ga ik maar eens een rondje winkels doen. Kijken of er nog leuke souvenirs zijn te vinden en vooral of er ook nog leuke souvenirs zijn te vinden die we niet hebben, die betaalbaar zijn en die in onze tas passen voor de terugreis. Dat zal niet meevallen!
Alles blijft zo’n beetje hetzelfde hier. Houtsnijwerk, sieraden, aardewerk, sarongs. Leuk, maar daar hebben we al zoveel van. En wat wel ‘anders’ is, vind ik veel te duur. Er zijn een paar winkels waar een ander soort souvenirs liggen, meer antiek-idee. Maar daar zijn de prijzen ook anders. Natuurlijk wel onderhandelbaar, maar toch. Als ik dan bedenk dat je van de prijs voor een beeldje, schaaltje of wat dan ook hier ook een gezin een maand of langer van eten en drinken kunt voorzien, heb ik er al geen zin meer in.
Omdat we het nodig hebben, koop ik in de grote souvenirwinkel een setje houten theelepeltjes, kunnen we roeren in de oploskoffie. Verder sta ik er nog even te watertanden bij de mooie sieraden. Kost in vergelijking met vergelijkbare spullen in Nederland niks, maar och, we zijn nog een paar weken hier, dus ik hou me in.
Dan wandel ik weer terug richting Loco. Het is ontzettend heet vanmiddag. Windstil, stralende lucht.
En geen kip op straat. Zelfs de verkopers laten het afweten. Dus ben ik snel weer in Loco.
Daar ga ik maar eens op visite bij Herman.
Lastig, ik weet ongeveer waar hij woont, maar niet precies. Inderdaad, bij het huisje waar ik denk dat hij woont hangt zijn jack buiten. Maar de deur zit dicht, en ik zie niemand. Misschien probeert hij ook de middag door te slapen.
Dus loop ik maar terug. Maar iemand anders heeft me wel gezien. Mansur, de vader van Nurul komt eraan. Hij vraagt me even op de beruga te komen zitten en roept Nurul. Gezellig! Er komt nog een jonge vrouw met een babietje zitten. Oh jee, als dat maar goed gaat. De meeste Lombokse babies moeten niet zoveel van die grote enge witte mevrouw hebben. Maar dit meisje houdt zich prima, veilig bij moeders op schoot kan er zelfs een lachje vanaf.
Moeder gaat wat groente schoonmaken. Nurul doet haar best om Engels met me te praten, ik doe mijn best om de gaten in de conversatie met Indonesisch op te vullen. Zo krijgen we toch nog een leuk gesprek over school en vanalles.
Mansur komt terug met zijn trouwe paardje. Vanavond mag het beestje weer aan het werk, voor de chidomo lopen en hopen dat veel toeristen een ritje willen maken. Nu wordt ze gewassen en gevoerd. Paardjes doen niet aan puasa.
Mansur ziet tot zijn schrik dat Nurul nog geen thee voor me heeft gemaakt, maar ik verzeker hem dat ik echt niet hoef, dat ik soms ook een beetje puasa doe. Na een tijdje hoor ik Herman. Hij heeft me zien zitten en komt vragen of ik ook nog bij hem langskom. Natuurlijk, daar kom ik nu niet meer onderuit.
Dus steek ik het paadje over en ga bij Herman voor het huisje zitten. Oeps, fout, ik moet wachten tot hij een kleedje op de tegels heeft gelegd, ik kan toch niet zomaar op de tegelvloer gaan zitten?!
Eigenlijk vond ik dat wel lekker koel, maar ik sta toch maar op om even later op het kleed te gaan zitten.
Dan rent Herman weer weg en komt even later terug met een heel groot glas dampende thee.
Oke, dan stop ik wel even met puasa. We kletsen een uurtje weg. Herman is altijd heel gezellig, kletst over vanalles en nog wat. Wil alles over Nederland weten, wil Nederlandse woordjes leren.
Als Daan even later ook nog langs komt, wordt het helemaal gezellig. Op een of andere manier vind ik Daan en Herman wel bij elkaar passen, al vinden ze zelf van niet...
Daan loopt stage bij Santosa hotel, Herman werkt bij Graha hotel, dus zijn ze concurrenten en passen ze helemaal niet bij elkaar. Ze kibbelen er lekker op los in een onverstaanbaar taaltje, zal wel Sasak zijn.
Als Daan naar huis gaat om te helpen met eten maken en Herman het laatste zware vastenuurtje in gaat, stap ik ook weer op.
De rest van de familie komt er ook weer aan. Ze hebben een lekkere  duik/snorkeldag gehad.
Als iedereen opgefrist is, gaan we bij Warung Ana eten. De mooiste plek van heel Senggigi om te zitten in de vroege avond. De zonsondergang met op de achtergrond de palmbomen op de punt bij Senggigi Beach is wereldberoemd!
Voeg daar leuk gezelschap, heerlijk eten, een flesje Teh Botol en een lekker temperatuurtje bij, en mijn diner kan niet meer stuk.

Na het eten gaan we nog even naar Ampenan. Pak Di heeft gevraagd of we vanavond willen komen, ze hebben ons al weer zo lang moeten missen...
We hebben afgesproken dat we er rond half 9 zullen zijn, zodat ze zelf eerst in alle rust kunnen eten en bidden. En met het idee dat ze dan weten dat we al gegeten hebben. Helaas is dat laatste niet helemaal gelukt.
Als we goed en wel zitten, komen de borden met lekkernijen al weer uit de keuken.
Hoe kunnen we hier ooit duidelijk maken dat ze dat echt niet moeten doen? Wij vinden het ook prima om een kopje thee te drinken, er hoeft geen complete rijsttafel bij. Al helemaal niet als we weten dat ze het zelf niet al te breed hebben, en elke rupiah drie keer om moeten draaien voor ze hem uitgeven. Maar we doen weer ons best om van elk bord een beschaafd hapje te nemen en te zeggen dat het erg lekker is. En hopen dan dat ze er zelf straks of morgen nog lekker van gaan genieten.
Uiteraard komt ook het hele drankassortiment voorbij. Eerst gewone hete thee. Voor Tom een echte Lombok (prut)koffie met veel suiker. Daarna de heerlijke warme lemontea, die even later met ijs wordt omgetoverd in ice lemontea. Daarna kunnen we geen thee meer zien en gaan we langzaam aan het afscheid beginnen. Uiteraard onder luid protest van Pak Di en Pak Umpuk.
Jammer dan, we gaan toch echt. Morgen wacht een drukke dag , dan komt Dewa uit Bali weer een dagje (en een nacht) naar Lombok. Dan hebben we onze energie hard nodig!
Dus zeggen we de broertjes en hun familie gedag en rijden we naar Loco, ja, helemaal tot in Loco. Over de spiksplinternieuwe weg. Ik vind het doodeng, zeker op het smalle stukje in de bocht, maar gelukkig krijgen we geen tegenliggers. Even later parkeren we bijna in onze kamer. Wat een luxe…maar ik geef toch de voorkeur aan gewoon aan de grote weg parkeren en lekker naar Loco wandelen.

 
Donderdag 04 augustus

We staan vandaag op tijd op. Rond de middag moeten we Dewa oppikken in de haven in Lembar.
Afgelopen jaren is hij met de Gilicat, de snelle ‘pastboat’, naar Lombok gekomen. Maar dit jaar heeft hij gekozen voor de gewone, langzame boot. Veel goedkoper en heel veel minder eng.
Maar voor we Dewa ophalen, willen we nog even shoppen. Met name Tom, ja, het is niet te geloven. Tom wil naar Mataram Mall. Het touchscreen van zijn mobiel heeft hele vervelende kuren.
Als hij een cijfer aan wil klikken, moet hij ongeveer een centimeter rechts van dat cijfer klikken. Op zich niet zo’n ernstig probleem, maar de cijfers die helemaal rechts van het schermpje zitten, zijn zo niet meer te kiezen.
Erg lastig dus. Nu wil hij kijken of er een leuk telefoontje te koop is, bij voorkeur ook eentje waarop hij kan internetten enzo. Met een lokale telefoonkaart, kost dat bijna niks. Ideaal dus om de mail en facebook een beetje bij te houden.
Uit ervaring weten we dat de modernere telefoons hier vaak duurder zijn dan in Nederland. Dat wordt dus even rustig rondneuzen in de winkels.
Na het ontbijt rijden we weg. Als we bij Mataram Mall komen, is het wel erg stil. De hele parkeerplaats is nog leeg, maar de parkeerdame zit wel al in haar hokje. Dus gokken we er maar op dat er al wat winkels open zijn.  
Nou, dat valt tegen. Heel veel is er niet te beleven. En in verband met de ramadan zijn ook de restaurantjes dicht. We wandelen dus maar een beetje rond. Links en rechts zien we in sommige winkels al wat beweging komen.
Even later gaat de grote elektronicawinkel open, die waar we vorig jaar een printer hebben gekocht.
Daar hebben ze ook veel mobiele telefoons. Tom heeft geen zin in een telefoon die in Nederland goedkoper is dan hier. Dus alle modellen die ook in Nederland te krijgen zijn, vallen af.
Maar er zijn ook een paar modellen die bij ons niet op de markt zijn. En die zijn redelijk gunstig geprijsd.
Zoals gewoonlijk wordt het weer een Nokia. Klein, plat, en zo te zien handig in gebruik.
De verkoopster wordt helemaal blij van ons (of van Tom). Ze ziet al een mooie omzet zo vroeg op de dag. Kan ze de rest van de dag pelan-pelan doen.
Als we eruit zijn welke telefoon en in welke kleur het wordt, gaat ze een bonnetje uitschrijven. Daarmee moeten we naar de kassa een paar meter verderop, waar de kassier voor de financiële afhandeling zorgt.
Daar krijgen we weer een bonnetje voor de verkoopster.  Die gaat de telefoon al uit het doosje halen en testen. Het telefoonkaartje wordt overgezet. Er wordt een foto van Tom gemaakt (met zijn nieuwe telefoon) om te laten zien hoe hij foto’s kan maken. We vragen ons een beetje lacherig af of ze ook nog iemand gaat bellen om dat te testen. Maar dat gebeurt niet. Wel worden de bijbehorende oortjes uitgepakt…..en ook door de verkoopster getest. Wat een super service!
Ja, mooi geluid, Tom mag ook even meeluisteren. Het val t mee dat ze nog niet Tom’s nummer vraagt, of haar nummer in Tom’s telefoon zet.
Maar daar krijgt ze de tijd ook niet voor, we vluchten lachend de winkel uit.
Er begint een beetje leven in de mall te komen. Maar ergens lekker een hapje eten of drinken zit er nog niet in. Onderweg naar Lembar zal dat ook wel niet gaan lukken, dus duiken we maar de KFC in om daar wat drinken te kopen. Wel buiten opdrinken, binnen mag niet!!!
Met 2 hele grote bekers ijskoffie gaan we dan maar weer de auto in. Op naar Lembar, waar we nog nooit zijn geweest; wel in de kampung bij Lembar, maar niet in de haven waar de veerboten uit Bali aanleggen.
Veel te vroeg komen we aan, dus rijden we nog maar een rondje door Sekotong, om Lembar Bay.
Dan gaan we maar naar de haven. We passeren een slagboom, waar we zomaar gratis door mogen rijden als we zeggen dat we alleen maar iemand komen ophalen.
In de haven heerst een chaotische drukte. Tom wordt direct herkend door een chauffeur die voor LST rijdt. Er wordt wel eens beweerd dat die tourist office de hele haven hier in zijn greep heeft, en daar lijkt het inderdaad op. Hun chauffeurs pikken hier net gearriveerde klanten op, en droppen die allemaal in het kantoortje in Senggigi, waar ze verder min of meer gedwongen worden van de diverse diensten gebruik te maken.
Maar aan ons gaan ze geen cent verdienen, ook geen rupiah trouwens. We hebben eigen vervoer, en trappen ook niet in de andere verkooppraatjes.
Er wordt ons verteld waar we de auto mogen parkeren. Dan gaan we maar even rustig rondkijken.


Op het terrein staan vrachtauto’s in alle soorten, maten en staten van onderhoud geparkeerd.
Die verdwijnen straks allemaal op de veerboot, en er komt ongetwijfeld weer net zo’n lading vrachtauto’s uit Bali hier naar toe, die dan weer de Lombokse wegen onveilig gaan maken.  
Het is een warme, zonnige dag, en de meeste mensen blijven onder het afdak en in de wachtruimte hangen. Op het parkeerterrein scharrelen wat geiten rond, op zoek naar een paar sprietjes gras tussen het beton. Arme beestjes. Bij gebrek aan fris gras, gaan ze even later de vuilnisbakken plunderen, op zoek naar iets eetbaars.
Wij gaan een flesje fris halen bij een van de vele eettentjes die om het parkeerterrein staan. De eigenaar lacht ons heel vriendelijk toe, waarschijnlijk zijn we de eerste klanten na het ingaan van de puasa vanochtend vroeg.
Lokale mensen eten nu niet, toeristen wagen zich hier niet. Er wordt ons het hemd van het lijf gevraagd; waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe etc etc.
Als we even later in de verte een boot aan zien komen, nemen we een kijkje bij de wachtruimte.
Hier is het erg druk. Lokale mensen zitten geduldig te wachten, intussen vrolijk babbelend. Een stuk verderop staan toeristen ongeduldig te wachten, zuchtend en steunend. Wat een verschil.
Een paar verkopers probeert nog wat eten te verkopen, puntzakjes nasi, pinda’s, banaantjes.
Veel succes hebben ze niet; bulan puasa…
Als de boot bijna aan de steiger is, begint het geduw en gestress. Een gids/kaartjesverkoper/LST-man heeft ons al een paar keer gevraagd of we met de boot meegaan. Omdat hem dat niks aangaat hebben we steeds gezegd dat we dat nog niet zeker weten. Nu heeft hij er genoeg van; als we meewillen, moeten we opschieten, kaartjes kopen en in de goede rij gaan staan, zegt hij bijna boos. We moeten niks, en zeggen dat we nog even nadenken wat we zullen doen. Dan geeft hij het maar op.
Het is blijkbaar een drukke dag, want als de eerste grote veerboot aan heeft gelegd, komt er nog een boot aan. Die legt aan de andere steiger aan.
Nu wordt het uitkijken naar Dewa. Dat valt niet mee in alle drukte. Maar even later zien we zijn bekende lachende gezicht! Wat leuk om hem weer te zien! Alleen jammer dat hij morgenvroeg al weer terug moet naar Bali. Maar voor hem is het nu hoogseizoen, erg druk met Nederlandse toeristen op Bali. Met zijn Bali Tours gaat het prima.
Als Nederlandstalige gids heeft hij het erg druk. Daarnaast leidt hij ook nog andere Balinezen op tot Nederlandstalige gids. Ze krijgen bij hem een prima opleiding. Dewa’s zus Sri werkt ook nog steeds mee als gids. Zijn vrouw Kadek regelt steeds meer de administratieve zaken af. Vader wordt nog geregeld ingeschakeld als chauffeur. Het wagenpark van Bali Tours is uitgebreid. Afgelopen jaar heeft Dewa een bus erbij gekocht, iets groter dan de eerste. Ja, hij heeft zijn zaakjes prima voor elkaar.
Veel klanten komen bij hem via kennissen, mond-op-mond reclame, maar ook veel via zijn website, www.bali-tours.nl.

Als we in de auto zitten, heeft Dewa een verzoek. Hij wil heel graag zijn sponsorkindje bezoeken. Sinds vorige zomer sponsoren Dewa en Kadek een meisje uit Ampenan, Sintiana.
We hadden al rekening gehouden met dat bezoekje en pak Umpuk en pak Di weten al dat we met Dewa langs zullen komen.
Maar eerst wil Dewa nog een cadeautje voor Sintiana kopen. Dat doen we op de grote markt in Ampenan, niet Kebon Roek, maar de andere markt, iets verder naar het zuiden, net voor de brug over het riviertje. Die markthal is ouder, rommeliger, maar zeker zo leuk.
Dewa loopt als een volleerde gids voorop, wij volgen door de veel te smalle paadjes tussen de koopwaar.  Hij koopt een stapel schriftjes, leuke pennen, potloodjes en heel veel snoepjes. Sintiana wordt goed verwend!
Als we in Ampenan aankomen, worden we meegenomen naar Pak Di’s huisje. Pak Umpuk heeft geen bank of stoelen, pak Di heeft een grote bank in de kamer staan, waar we rustig kunnen zitten.
Misschien denken ze dat Dewa niet op de grond kan zitten…wij mogen dat wel altijd bij Pak Umpuk.
Zodra we zitten, wordt het tafeltje al vol drinken en eten gezet, bulan puasa of niet, wij en Dewa, die Hindoe is, mogen wel eten en drinken.
Natuurlijk is Sintiana ook snel ter plekke. Dolblij is ze met alle cadeautjes. En Dewa is dolblij om haar weer te zien. Sintiana komt veel bij Pak Di en zijn familie. De moeder van Sintiana werkt als huishoudster in Mataram. Elke ochtend loopt ze naar haar werk, en ze komt pas laat in de avond weer thuis.
Haar vader verdient wat bij door vissers te helpen, en is ook vaak op pad.
We kijken nog even bij het huis van Sintiana. Dewa schrikt ervan. Veel meer dan een schuurtje is het naar onze begrippen niet. Toch woont er een gezin met 2 kleine kinderen, want Sintiana heeft ook nog een broertje van 4 jaar.

Dan wordt het tijd om naar Bumi Aditya terug te gaan. Daar krijgt Dewa zijn eigen kamertje.
We besluiten maar een rondje te gaan wandelen. Over het strand naar Pasar Seni. Kan Dewa direct het mooie nieuwe pad op het strand bewonderen. Het is en blijft een fijn pad, loopt prima, veel beter dan door het losse zand, zeker aan de kant van Graha, waar het strand heel steil afloopt. Maar, net als wij, vraagt Dewa zich af waarom ze bij het strand van Senggigi Beach Hotel een stuk pad zijn vergeten aan te leggen.
Als we, na veel oponthoud onderweg, bij Pasar Seni aan zijn gekomen, zijn we wel weer toe aan een drankje. Of een lekker ijsje, bij The Office. Dat gaat er wel in. De terugweg lopen we langs de hoofdweg, en we geven Dewa de opdracht onderweg ergens een leuk cadeautje voor Kadek uit te zoeken.
Wegens plaatsgebrek zat een Nederlands cadeautje er weer niet in dit jaar, maar we weten uit ervaring dat Dewa het ook heel leuk vindt om samen met ons iets voor haar uit te zoeken.
Bij Ana’s Gift Shop vinden we iets moois.
Daarna gaan we weer eens op zoek naar de kinderen. Die zitten op de Pasar Seni II,  in het kantoortje van Jay, waar ze beginnen te onderhandelen over een Rinjani Trekking.
Tom en Silke hebben er wel zin in, Anique twijfelt nog. Peter en ik vinden het meer iets voor de jongeren… Met Jay van Lombok Adventure Club durven we ze wel op pad te sturen, zeker als hij toezegt er een privé-trekking van te maken, zodat ze niet in een grote groep worden gedumpt.
Plannen hebben ze genoeg, over de prijs worden ze het vast ook wel eens, belangrijker is om een datum te prikken. Maar zo ver zijn ze blijkbaar nog niet, och, we hebben nog een paar weken.
We wandelen nog even bij Lombok Dive binnen. Opan heeft erg opgezien tegen het bezoek van Dewa. Hij is bang dat Dewa kwaad op hem is. Een hele tijd geleden kwamen er klanten van Dewa een paar dagen naar Lombok. Zij wilden tijdens de rit van de haven naar Senggigi graag een chauffeur en iemand die Engels sprak erbij. Opan zou zelf meegaan, zijn Engels is prima. Maar op die dag was Opan ziek, dus heeft hij een medestudent geregeld om mee te gaan. Maar blijkbaar hadden de klanten een opmerking gemaakt dat het niveau Engels niet grandioos was. Met als gevolg dat Opan nu bang is dat Dewa daar over gaat klagen. Volgens mij had Dewa er al niet meer aan gedacht, en al was dat wel zo, dan zou de boosheid ook wel meegevallen zijn, denk ik zo.
We hebben besloten vanavond bij één van mijn favoriete restaurants op Lombok te eten. Warung Menega. Daar hebben ze vis, vis en nog eens vis. Heerlijk!
Silke heeft geen zin om alleen te eten, en besluit dan maar een dag wat minder vegetarisch te zijn.
Het restaurant zit niet in Senggigi zelf, maar een paar kilometer naar het zuiden, dus nemen we de auto om ernaar toe te gaan.
We mogen kiezen uit een tafel binnen of een tafel op het strand. Die laatste wordt het. Voor we gaan zitten, kiezen we eerst het menu uit. Uit ervaring weten we dat op de menukaart allerlei combi-gerechten staan, maar dat die veel duurder zijn dan gewoon een paar vissen/schaaldieren aanwijzen en dan per kilo betalen. En met een grotere groep kun je dan zelf nog een mooie combinatie samenstellen.
Het worden een paar snappers, grote garnalen en inktvis. Daarbij krijg je een mand met witte rijst, diverse sausjes en lekkere kangkung, waterspinazie. Het is allemaal heel erg lekker.
Na het eten rijden we terug naar Senggigi en besluiten nog een drankje te nemen bij Berry’s.
En, omdat we nog geen toetje hadden gehad, ook nog maar een pannenkoekje met ijs.
Als we gezellig zitten te eten, drinken en kletsen, zien we een bekend gezicht langsracen. Hee, dat is Christ! Hij ziet ons ook, en draait zich om. Hij kwam net terug van een bespreking en was op weg naar Kerandangan. Nou, dan kan hij nog wel even een drankje nemen en gezellig erbij komen zitten. Zo vaak komen we elkaar niet tegen hier op Lombok.
Dewa en Christ maken kennis met elkaar, en de rest hoeft niets meer te zeggen. Die 2 vullen elkaar perfect aan met druk praten en grappen maken, wij hoeven alleen nog maar te lachen.
Als Christ een uurtje later weer verdergaat, stappen wij ook weer op. Terug naar Bumi Aditya.
Maar nog niet naar bed…op de beruga bij Boung en Sareah ziet het er nog veel te gezellig uit.
Dus halen we nog wat fruit en lekkers van onze kamer en lopen ook nog even die kant op.
Daar worden door de kinderen en Jay nog wat Rinjani-plannen gemaakt, maar niet te veel, niet te lang.

Morgen wil Dewa rond 9 uur richting Lembar gaan. Dus zoeken we nu lekker ons bed op.

 
Vrijdag 05 augustus

We staan op tijd op, want rond 9 uur willen we naar Lembar vertrekken.
Voor die tijd eten we wat bij Bumi Aditya.
Silke wil graag meegaan om Dewa weg te brengen. Tom en Anique hebben niet zo’n zin in een snel retourtje Lembar (is ook niet Lomboks mooiste route) en blijven in Loco/Senggigi.
De boten naar Lembar varen niet echt op een bepaald schema, of misschien ook wel, maar in elk geval varen ze over het algemeen vrij regelmatig.
Voor we in Lembar zijn, passeren we verschillende politiecontroles. Meestal gaat het alleen om de motortjes. Dan zie je een paar honderd meter voor de controle al massa’s motortjes aan de kant van de weg staan, wachten tot de controle stopt, of bedenken hoe ze de controle kunnen omzeilen.
Bij de laatste controle staan ook verschillende auto’s aan de kant.
Wij moeten ook stoppen.  Dewa duikt weg en adviseert ons geen Indonesisch te praten, alleen gebrekkig Engels. Meestal zijn de politieagenten niet zo taalvaardig en laten ze toeristen maar gewoon doorrijden.
Als hij ons ziet, gebaart de politieman inderdaad dat we snel verder moeten rijden.
Mooi, bespaart ons weer wat oponthoud, want de politie staat erom bekend dat ze als ze iets willen vinden, meestal doorzoeken tot ze iets hebben gevonden. Niet dat we iets hebben te verbergen, maar je weet maar nooit.
Als we rond half 11 in Lembar aankomen moeten we, in tegenstelling tot gisteren, wel betalen om het terrein op te rijden. Misschien is de kassier net ook door de politie aangehouden, en moet hij nu zijn boete zien terug te verdienen. Och, over die paar rupiah doen we niet moeilijk.
Dewa heeft geluk, de boot ligt al aan de steiger en hij kan zo doorlopen. Dus nemen we snel afscheid en rijden weer terug. Het was voor Dewa een bliksembezoek aan Lombok, maar wel gezellig!
Wij gaan op de terugweg nog even Ampenan in.
We hebben gehoord dat Opan ziek is en willen even kijken wat er aan de hand is.
Gelukkig heeft Peter een goed geheugen en weet hij nog waar Opan woont. Hij woont momenteel met Ida bij zijn schoonouders, niet ver van pak Umpuk en Pak Di.
Opan is vanochtend al naar de dokter geweest en heeft foto’s van zijn buik/maag laten maken. Hij heeft al vaker buikklachten gehad, en een hele tijd geleden hebben we zelfs een keer het bericht gekregen dat Opan in het ziekenhuis lag met een gezwel (dachten we) in/op zijn buik.
Het zou geopereerd moeten worden. Een dag of wat later kregen we een berichtje dat Opan niet meer geopereerd kon worden, ‘because his belly exploded’.
Wat er was gebeurd, weten we niet, maar een paar dagen later sprak ik weer een vrolijke Opan, dus het zal wel meegevallen zijn met de geëxplodeerde buik.
Het is niet aardig van ons, maar elke keer als we over Opan’s buikklachten horen, denken we weer aan die geëxplodeerde buik, en moeten we moeite doen om niet in de lach te schieten.
We bieden aan om de medische kosten, een paar euro voor onderzoek, foto’s en medicijnen, te vergoeden. Opan heeft geen ziektekostenverzekering, dat hebben de meeste mensen op Lombok niet. En als hij ziek is, kan hij niet werken en krijgt hij dus ook geen salaris. Zijn vrouw Ida, die nog studeert, heeft wel een ziektekostenverzekering via de universiteit. Dit is echter niet standaard voor studenten en zal toch wel door haar ouders zijn geregeld. Eén van de grote voordelen van zo’n verzekering is dat ze dan ook naar een beter (dus duurder) ziekenhuis kan gaan voor hulp.

Als we even later weer naar de auto lopen, staat Pak Di ons op de hoek van de straat al op te wachten. Blijkbaar heeft de Ampenan tamtam weer gewerkt en heeft hij al gehoord dat die gekke Nederlanders weer in het dorp zijn. Hij wil ons alvast uitnodigen voor vanavond, want we hebben al zo lang niet meer bij zijn familie gegeten. Speciaal voor ons heeft hij vanochtend al een kakelverse barracuda gekocht.
Dus kunnen we onmogelijk nee zeggen. We zeggen wel nee tegen de aangeboden thee voor nu. Maar met een goede reden. Hier mag niemand gezellig met ons meedrinken omdat het bulan puasa is en in Senggigi zitten 2 kindjes op ons te wachten. Vooral voor dat laatste heeft Pak Di begrip. Ja. Zo zielig, Tom en Anique helemaal alleen in Senggigi, ga maar snel terug…
Dat doen we dan ook. ’s Middags eten we lekkere ote-ote bij Berry. Daarna doen we pelan-pelan. Beetje schrijven, administratie bijwerken, wandelen, kletsen. Het lijkt wel vakantie!
Voor buka puasa ‘moeten’ we weer in Ampenan zijn. Natuurlijk staat er als we aankomen al een afvaardiging op ons te wachten bij het strand. We lopen naar het huis van Pak Di, waar de rest van de families op ons wacht. En er wacht weer een heerlijke maaltijd op ons. Nasi, groente, vis, fruit, kroepoek. En liters thee, voor Tom natuurlijk ook echte Lombok koffie met veel prut en veel suiker.
Het voordeel van de 2 families is dat er altijd wel iemand bij ons blijft zitten als er iemand gaat bidden, en er wordt wat afgebeden op een avond. Af en toe wordt er door de heren ook een sigaretje gerookt buiten. Inhalen wat ze overdag hebben gemist!
Terwijl we gezellig zitten te kletsen vliegt de avond weer voorbij. Rond 11 uur nemen we afscheid, uiteraard onder luid protest van Pak Di en Pak Umpuk…het is nog veel te vroeg om te gaan.
We vragen ons trouwens af hoe ze deze maand doorkomen. Elke avond rond 12 uur gaan slapen, en om 3 uur alweer opstaan. De hele dag niet eten en drinken, en toch gewoon doorwerken.
Vooral voor Pak Umpuk, die elke dag ook nog een paar keer duikt, valt het niet mee, denk ik. Maar ze klagen niet, het hoort er bij.
Maar ik ben toch blij dat ik straks iets langer dan 3 uurtjes kan slapen.

 
Zaterdag 06 augustus

Tja, daar zit je dan in de Nederlandse kou een reisverslag te schrijven over een heel erg warme en zonnige dag in Lombok, zo’n 4 maanden geleden.
Het reisdagboekje op de bladzijde van 6 augustus is akelig leeg. En mijn geheugen laat me een beetje in de steek. Hier dus een ‘reconstructie van onze dag’, mede aan de hand van een paar foto’s en een filmpje.
Zondag 07 augustus hebben we heel veel Impian Anak kinderen bezocht, en heb ik vele bladzijdes in mijn dagboekje volgekliederd, dus daarvan komt weer een compleet verhaal.

Nu dus een heel kort verslagje…

Vanochtend zijn we ongetwijfeld uit bed gekomen, hebben we, omdat we niet naar de Gili’s zijn gegaan en geen heel spannende plannen hadden, waarschijnlijk pelan-pelan ontbeten bij Bumi Aditya.
In de loop van de ochtend zijn Peter, Anique en ik een stuk gaan wandelen, de vaste route, via het strandpad naar Pasar Seni. Het is lekker weer, beetje wind van zee, en we lopen even over de pier, kijken naar de vissers die hier altijd staan.
Er komen drie schattige jochies aan, die een beetje om ons heen blijven dralen.   
Als ze in de gaten krijgen dat ze onze aandacht hebben, gaan ze er eens goed voor zitten. We krijgen een  privé-miniconcertje. De brutaalste van de 3 begint te zingen, zijn schepnetje doet dienst als gitaar. De andere 2 jongetjes lachen alleen maar.
Na het overbekende ‘Welcome to my paradise’ (dat was ook de enige zin die hij kende), volgt er volgens mij nog een liefdesliedje, met veel cinta en indah, zal wel voor Anique bedoeld zijn, want zijn 2 vriendjes liggen nu dubbel van het lachen.
een heel kort, maar wel leuk filmpje staat op onze (Peter en Marianne Geurts) facebookpagina
Als beloning krijgen ze na afloop van ons een paar snoepjes en een paar rupiahs.
Tevreden wandelen ze weer verder.

Wij ook, nog een lekker glaasje ice-lemontea drinken bij The Office, terwijl we uitkijken over het wederom uitgestorven strand. Het lijkt wel of we de enige toeristen zijn hier in Senggigi. Alleen de fleurige bonte vissersbootjes liggen te pronken op het mooie strand.  
Omdat dat onze ‘vaste route’ is, zijn we denk ik teruggelopen via de hoofdweg door Senggigi. Waarschijnlijk ergens een hapje gegeten, warung Ana zou best wel eens kunnen.
’s Middags hebben we een afspraak met familie Schreurs. Eindelijk komt het ervan, we maken al jaren plannen om een keer gezellig met de twee hele gezinnen samen in Lombok op hun terras te zitten.
Vanmiddag dus! Als ik het verjaardagscadeautje voor Mindie (dat we vorige week al hadden gekocht en sindsdien in onze kamer onder de kast heeft gelegen) uit de zak wil halen, komt er veel meer uit dan alleen het pakje. Jasses, een hele kudde minispinnetjes. Snel naar buiten met de tas, en dan kruipt er ook nog een heeeele grote mama-spin (of was het papa?) uit. Maar goed dat we de zak niet zo cadeau hebben gegeven, was Mindie vast niet blij mee geweest.

Halverwege de middag rijden we naar Kerandangan, waar we heerlijk bijkletsen. Wat leuk om elkaar hier allemaal te ontmoeten! De rest van de middag vliegt voorbij. Gespreksstof genoeg.Lombok, Nederland, projecten, vakantie…Tegen de avond zijn we nog niet bijgepraat, dus worden we uitgenodigd om dan maar direct te blijven eten. Gezellig, buka puasa onder het genot van de moskee, die hier wel heel erg luid klinkt. Af en toe is een normaal gesprek voeren niet meer mogelijk.Dan valt Loco nog wel mee, ondanks het feit dat we daar ook heel dicht bij de moskee zitten.Vele uurtjes later rijden we terug naar Senggigi, niet te laat naar bed, morgen gaan we proberen zoveel mogelijk Impian Anak kinderen te bezoeken, samen met Opan en Ida. Dat wordt een spannende, leuke, maar waarschijnlijk ook vermoeiende dag.

 
Zondag 07 augustus

Vandaag wordt een drukke dag. We gaan proberen zoveel mogelijk Impian Anak sponsorkinderen te bezoeken. Opan en Ida hebben  allebei een vrije dag en gaan mee. Gelukkig voelt Opan zich vandaag een stuk beter dan gisteren. Tom heeft de maand dat hij hier alleen was samen met Opan al veel kinderen bezocht om alles te regelen voor het nieuwe schooljaar. Hij gaat vandaag een dagje duiken.
Anique gaat wel mee op kinderbezoek. We beginnen met de kinderen in Ampenan.
Daar maken we eerst kennis met een mini kermisattractie. Wat leuk!  Een man zit op een soort bakfiets met een grappig afdakje erboven. In de bak zijn op stangen 4 plastic autootjes gemonteerd, waar kleine kinderen op kunnen zitten. De fiets heeft een soort dubbele aandrijving. Een om gewoon mee te fietsen, om vooruit te gaan. De andere kan gebruikt worden als de fiets stilstaat.  Als de jongeman dan flink erop los trapt, hobbelen de kinderen op hun autootjes. Erg leuk om te zien, en milieuvriendelijk, zo’n op mankracht aangedreven attractie.  Zo te zien zijn de Ampenanse kinderen er dol op.

l. Kermis in Ampenan  r. Ida, Melani en Opan

Maar wij kwamen niet voor de kermis, wij moeten aan het werk!
Als we bij het huis van Ida’s ouders aankomen, waar Opan en Ida ook wonen, staan ze ons al op te wachten.
We spreken de planning even door. Al zal dat niet heel veel zin hebben. Plannen en Lombok gaat niet altijd goed samen. We beginnen gewoon en zien wel hoe het gaat lopen en hoeveel kinderen we vandaag kunnen bezoeken. We bladeren snel mijn ‘grote boek’ door. Ik heb een schrift gemaakt met tabjes met de namen van alle gesponsorde kinderen.
Voor elk kind heb ik een paar pagina’s gereserveerd, en die alvast een beetje gevuld met een foto van het kind en informatie over woonplaats, school, sponsor, familie, en financiële zaken (hoeveel geld is er beschikbaar, wat is al besteed, etc.).   
Verder bespreken we de nieuw geselecteerde kinderen voor Peter de Lannoy. 3 Kinderen maar liefst, van verschillende schoolniveaus; SD, SMP en SMA.
Opan had 2 basisschoolkinderen in gedachten die hij allebei heel graag in het project zou willen hebben, een meisje van 11 jaar, klas 5 en Hanafi, een jongetje van 10 jaar, klas 4. Beide hebben ze veel gezondheidsproblemen, dat is ook de reden dat Opan hun graag wil helpen.
Zelf hadden we al aangegeven dat we eigenlijk de voorkeur geven aan een jonger kind. Over 2 jaar gaat Melani, zo heet het meisje, naar de middelbare school, en gaat haar jaarlijkse sponsorbijdrage flink omhoog. Om een nieuwe sponsor daar dan al mee op te zadelen, doen we liever niet. Vandaar dat we altijd vragen om kinderen van de 1e of 2e klas. Maar ja, nu met de keuze van een kind uit de 4e of een kind uit de 5e, hebben we gekozen voor Hanafi, het jongste kind.  
Maar het verhaal van Melani zit me toch niet lekker. Het feit dat Opan haar heeft aangedragen, wil  zeggen dat ze de hulp zeker goed kan gebruiken.  Als ik Peter aankijk, zie ik dat we hetzelfde denken…we gaan Melani zelf sponsoren. Opan en Ida zijn dolblij als we dat vertellen en binnen een paar minuten is Melani opgetrommeld. Het is een lief verlegen meisje. Ze komt uit een groot gezin. Haar moeder is huisvrouw. Haar vader heeft geen vaste baan, maar helpt, zoals veel mannen in Ampenan, vissers op het strand. Boten binnenhalen, netten/lijnen repareren, dat soort dingen. Het verdient niet goed en geeft geen zekerheid, maar iets beters is er niet.
Melani’s huid zit vol met kleine vlekjes, waarschijnlijk een soort eczeem, waar ze veel last van heeft. We leggen uit dat ze in elk geval ook in aanmerking komt voor medische hulp. Als er iets is, kan ze altijd hulp vragen. Het schooljaar is al begonnen, dus een deel van de schoolkosten voor dit jaar zijn al gemaakt. Maar Melani heeft al een paar jaar geen nieuw uniform meer gehad. In overleg met Opan en Ida, die de Impian Anak kas in Lombok beheren, geven we nu een deel van de bijdrage, zodat ze de benodigde schoolspullen kan kopen. De rest van het geld blijft nog even in kas. Dit krijgt de familie in delen, of wanneer er iets nodig is voor school. De medische hulp halen we uit een ander ‘potje’, die gaat in elk geval niet van de schoolbijdrage af.
Opan belooft later nog met Melani’s ouders te gaan praten, om hun precies uit te leggen wat Impian Anak voor het gezin en voor Melani kan doen.
We zetten het stralende meisje nog snel op de foto, ik werk mijn grote boek bij, dan gaan we weer verder. Op naar kind nummer 2.

l. Indriani en haar moeder   r. Andi Jumadil en een nichtje

Dat is Indriani, die we ook nooit eerder hebben gezien. Ze wordt met ingang  van dit schooljaar gesponsord, is 7 jaar oud  en gaat naar de 1e klas van de basisschool hier in de buurt, SD21. Indriani woont met haar ouders en 2 zusjes in een klein donker huisje ergens in een wirwar van smalle steegjes in Ampenan. Haar vader helpt, hoe kan het ook anders, vissers op het strand. Haar moeder maakt vissen schoon. Nu treffen we Indriani met haar moeder thuis aan. Als Indriani ons binnen ziet komen, kruipt ze snel tegen moeder aan en daar gaat ze ook niet meer weg zo lang wij er zijn.  Wij worden binnen uitgenodigd, gaan op een snel neergelegde mat op de vloer zitten. Het is een typische Lombokse woonkamer/keuken. Het enige wat in de ruimte staat is een kinderfietsje, een petroleumbrander om op te koken, een rekje met wat serviesgoed, potten, pannen en een paar flessen olie. De vloer is betegeld, de muren kaal beton. De ramen zijn vrij groot, maar door de dichte bebouwing komt er nauwelijks daglicht binnen.  Opan is hier al met Tom geweest en heeft al alle dingen voor haar school geregeld. Als we een beetje over ‘koetjes en kalfjes’ hebben gepraat en een paar foto’s hebben gemaakt, gaan we dan ook weer snel verder.
We leggen nog even uit dat we volgende week nog een keer terug komen. Wim en Joyce, die dan met hun familie naar Lombok komen, kennen de sponsors van Indriani en willen dan namens de sponsors een bezoekje afleggen aan Indriani. We komen hier dus zeker nog terug.
Inmiddels hebben we een groep volgelingen gekregen, jong en oud, die ons nieuwsgierig achtervolgt. Gezellig!
We lopen verder naar een ‘spiksplinternieuw’ sponsorkind. Andi Jumadil. Hij is één van de 3 kinderen van Peter de Lannoy. Andi gaat nu naar de 1e klas van de middelbare school, SMP. Hij is de jongste van 4 kinderen. Ze wonen schuin tegenover Pak Di. Als Pak Di ons langs ziet lopen, sluit hij zich bij ons aan.
Ook Andi’s ouders leven van baantjes in de visserij. Hun oudste zoon werkt in Sumbawa en stuurt af en toe wat geld naar Lombok. Verder zijn er nog kinderen van de 2e klas SMA en 2e klas SMP.  
Voor Andi, de jongste, is een sponsor zeer welkom. Andi is al ingeschreven op school, maar heeft nog niet alle benodigde spullen kunnen kopen, zoals boeken en verschillende uniformen.  Daar krijgt hij nu dus een bijdrage voor. De rest van het geld krijgt hij, net als andere kinderen van SMA en SMP, in delen. Elke maand krijgen ze een envelop met een vast bedrag, zodat ze altijd geld hebben voor vervoer naar school of om schoolspullen te kunnen kopen. Pak Di legt de ouders uit hoe alles in zijn werk gaat. Hij doet dat op de bekende rustige manier, die we ons nog goed herinneren van vorig jaar, toen zijn huiskamertje vol zat met sponsorouders. Opan doet het ook prima, maar bij hem hoor je de zenuwen, hij is nog erg onzeker en bang dat hij dingen verkeerd zegt of doet. Pak Di heeft daar geen last van.
Dan lopen we verder, even snel langs het huis van ons eigen sponsorkind Sarah. Ze woont met haar oude vader samen. Haar moeder is overleden. Sarah is heel erg verlegen en zit nu in de 2e klas van de middelbare school. Vader poseert trots voor de foto, terwijl Sarah zelf wegduikt. Maar daar weten we wel raad mee, net als vorig jaar. Als we een keer zonder de hele dorpsdrukte om ons heen bij Pak Di zitten, vragen we wel of ze en keer langs komt. Dat werkt veel beter bij haar.


l. De vader van Sarah, en achter het muurtje verstopt zit Sarah  r. Hanafi

Als we even verder lopen, zijn we al, voor we het in de gaten hebben, bij het volgende kind. Het tweede  kind van Peter de Lannoy, alweer een jongen. Jongetje in dit geval. Hij heet Hanafi, en is erg klein voor zijn leeftijd. Hij is 10 jaar, maar ziet er heel veel jonger uit.    
Hij heeft een groeiachterstand en, waarschijnlijk daarmee samenhangend, vaak last van zijn maag/buik.
Op de vraag wat hem precies mankeert, komt geen duidelijk antwoord. Waarschijnlijk omdat daar nooit onderzoek naar is gedaan.
Hanafi woont met zijn ouders, waarvan alleen de vader af en toe werk heeft, en 2 andere kinderen in een heel armzalig huisje. Pak Di vertelt dat oma ook bij hun woont, maar oma, die zeker al 80 jaar is, is erg ziek en ligt altijd binnen. ’80 Jaar’ is hier volgens mij niet een ware leeftijd, meer een aanduiding voor ‘vreselijk oud’. Peter wordt mee naar binnen genomen om naar oma te kijken. Als ik hem geschokt weer naar buiten zie komen, weet ik dat ik niet direct behoefte heb om naar binnen te gaan. Oma lag uitgemergeld op een vloermatje in een hoek van het donkere huisje.
Ook hier steken we, met vertaling van Pak Di, weer het verhaal af over de medische hulp die het gezin kan krijgen. Voor Hanafi, maar indien nodig ook voor andere familieleden.
We worden uitgebreid bedankt. We hopen dat dit gezin ook echt hulp zal vragen, dat ze echt proberen de gezondheid van Hanafi te verbeteren. Maar we hebben het idee dat ouders zich vaak neerleggen bij ziektes. De ziekte zien als de wil van God, zoiets. Voor ons is dat soms heel onbegrijpelijk, zelfs frustrerend. Als de ouders geen geld hebben om medische hulp te zoeken, is dat begrijpelijk. Maar als die mogelijkheid er wel is, waarom vragen de mensen er dan niet naar als dat de gezondheid van hun kind kan verbeteren? Trots, verlegenheid, gelatenheid? We weten het niet. In elk geval drukken we Pak Di, Opan en Ida nog een keer op het hart dit gezin een beetje in de gaten te houden en ons te laten weten als er iets mis is.
Tot nu toe (december 2011) hebben we een paar keer een hulpaanvraag gehad voor Hanafi. Elke keer was de diagnose vaag; sakit perut, flu, cholera...
Na Hanafi bezoeken we weer 3 nieuwe kinderen, allemaal jongetjes. Wijaya, Samsul en Irfan. Ze gaan nu net naar de 1e klas van de basisschool. We weten niet precies wie waar woont, ze wonen in elk geval dicht bij elkaar. Op een binnenplaatsje ontmoeten we de kinderen en een deel van de ouders. We komen weer eens tot de ontdekking dat het vaak moeilijk is om exacte familie-informatie te krijgen.
Over een vader waarvan we begrepen hadden dat hij was overleden, horen we nu dat hij leeft, maar dat de ouders zijn gescheiden, dus heeft het kind ‘geen vader meer’.  Van één van de drie jongetjes werkt de moeder bij de visschoonmaakdienst. Daar zijn we net langs gelopen. Het schoonmaken gebeurt niet in een fabriek, hal of zo, maar gewoon op straat. In een smal steegje, waar het niet echt lekker ruikt. Ook de moeder van Samsul werkt daar. De andere 2 moeders zijn niet in Lombok. Eén moeder werkt in Maleisië, de andere in Saudi-Arabië. De kinderen wonen bij vader, grootouders en/of andere familieleden.
Voortaan gaan we de familie/gezinsinformatie die we bij nieuwe kinderen krijgen niet meer bij de informatie op de website zetten. We maken zo vaak mee dat het toch net anders is dan we dachten.
Ik vind het vaak ook vervelend om er naar te vragen, zeker als we niet zeker weten hoe het in elkaar zit.  Familie is hier ook een ruim begrip. Een oom is niet altijd een echte familie-oom, maar kan ook een goede vriend van de familie zijn. Ook broer, zus is een ruim begrip. En hoe vaak ik hier mama word genoemd…
Pak Di wordt een ervaren tussenpersoon en tolk. Overal waar we komen word ik op een berugak of matje neergezet, zodat ik ‘rustig’ kan schrijven. Peter en Anique maken foto’s, terwijl Pak Di de kinderen om de beurt naar voren haalt. Intussen legt hij de ouders alles uit over Impian Anak, vertelt mij van alles over de kinderen en gezinnen. Moeiteloos schakelt hij van het Indonesisch/Sasak naar het Engels.

l. het straatje waar vis wordt schoongemaakt   r. 'druk aan het werk' in Ampenan

l. Irfan Hakiki  r. Samsul en zijn moeder

Ida, als bijna ervaren juf, houdt de andere kinderen een beetje in bedwang, Opan geeft op de achtergrond nog wat informatie aan ouders die vragen hebben. Wat een superteam hebben we toch!
Als we alle kinderen in dit deel vanAmpenan hebben gehad, vindt Pak Di dat we wel een verfrissing hebben verdiend.  We missen nog een paar Ampenanse kinderen, maar die wonen een stuk verderop, daar gaan we met de auto naar toe.
Eén meisje, Siska, hebben we nog niet gezien. Ze woont in de buurt van Pak Di en wordt gehaald terwijl wij, onder luid protest van ons, bij Pak Di in huis worden voorzien van lekker eten en drinken (het is bulan pausa, en we willen eigennlijk niet zitten eten, terwijl de rest niets mag). Siska hebben we vorig jaar ook ontmoet. Ze is nu 8 jaar en gaat naar de 3e klas van de basisschool. Haar sponsors hebben een cadeautje meegegeven voor Siska. Als ze heel verlegen tussen Pak Di en Opan in zit, wordt het pakje uitgebreid bekeken. Vooral de foto van de sponsors is interessant.
Och, arme Siska, ze wordt er nog stiller van dan ze al was. Nadat we allemaal een ‘uitgebreide salam’ hebben gekregen (hand geven, waarbij het kindje haar voorhoofd tegen onze hand houdt, als teken van veel respect), rent Siska met haar cadeautje weer naar buiten, waar haar vriendinnetjes staan te wachten.
Wij slaan de volgende kop thee af. We vragen Pak Di of hij tijd en zin heeft om ook nog mee te gaan naar andere plaatsen, we willen in elk geval nog naar Kediri en Batu Tumpeng vandaag. De andere kinderen in de buurt van Ampenan kunnen we eventueel ook een andere dag bezoeken.
Pak Di gaat graag mee, maar moet zich dan wel eerst omkleden, vindt hij. In sarong gaan vindt hij niet netjes genoeg, dus wordt zijn zondagse lange broek en een ander T-shirt tevoorschijn getoverd door ibu Diah. (eigenlijk vind ik de sarong veel mooier, maar dat zeg ik maar niet).
Even later vertrekken we met een volle auto naar Kediri.
Via de inmiddels bekende (maar nog steeds niet aangegeven) omleiding, komen we in Kediri.
Onderweg praat Opan me nog even bij over de nieuwe sponsorkinderen die we daar gaan bezoeken.

l. Siska met haar cadeautjes  r. Novemdar met zijn moeder en jonge broertje
onder. Intan(lichtblauwe shirt), Elsha (gestreept jurkje) en Hasan (blauw shirt, rode mouwtjes)

Intan en Hasan kennen we al van vorig jaar. Hasan, die nu 8 jaar is, is de oom van een nieuw sponsorkind, Elsha, die 7 jaar is. Ik vermoed dat hij neefje bedoelt, maar nee, het is echt de oom van Elsha. Hasan en zijn tweelingbroertje Husin zijn nakomertjes. Hun veel oudere zus die nu in Saudi-Arabië werkt, heeft een dochtertje, Elsha. Nu haar moeder weg is, woont Elsha bij haar opa en oma in huis, dus ook bij ooms Hasan en Husin. Ingewikkeld…
Verder gaan we nog een oudere jongen ontmoeten, Novendar. Hij wordt nummer 3 voor Peter de Lannoy. Novendar gaat nu naar de eerste klas SMA, Highschool. Novendar is 16 jaar. Hij heeft een getrouwde zus en nog 3 broers, waarvan de jongste een jaar of 4 is. Zijn moeder is huisvrouw, zijn vader slager.
De familie van Hasan kent ons natuurlijk nog van vorig jaar. We worden weer heel hartelijk ontvangen. Met de verontschuldigingen dat ze geen eten of drinken voor ons hebben…bulan puasa. Tidak apa apa.
Ik mag weer op de berugak plaatsnemen. Pak Di is hier niet zo bekend en laat Opan het woord doen. Tja, Opan is hier opgegroeid en kent iedereen.  Binnen een paar minuten staat er weer een hele kring nieuwsgierige mensen  om ons heen. De moeder van Novendar is een gezellige vrouw. Met haar kleine zoontje op de arm kwettert ze er vrolijk op los. Ik hoef alleen maar af en toe te knikken, en eerlijk gezegd kan ik er ook niet zoveel van volgen. Alle 4 de sponsorkinderen komen even naar voren voor een foto.
Voor Intan en Hasan hebben we nog een verrassing. Een mooie foto die we vorig jaar hebben gemaakt  toen we hier waren. Het lijkt even te duren voor ze beseffen dat ze een foto van zichzelf in handen hebben. Dan zijn ze razend enthousiast. De foto’s gaan van hand tot hand. Voorzichtig zijn ze hier niet met foto’s. Maar ik weet zeker dat de foto straks zorgvuldig bewaard of opgehangen gaat worden.
Novendar is een grote verlegen jongen. Hij steekt boven alle kindjes uit. Penningmeester Ida overlegt hoeveel geld hij nu nodig heeft, en hoe de verdere verdeling over het jaar gaat verlopen. Ik mag hem het geld overhandigen, onder grote publieke belangstelling.
Maar dan begint Pak Di te protesteren, het moet nog een keer over, want er is geen foto van gemaakt. Oke, dan doen we het gewoon nog een keer, nu met foto. Novendar krijgt het er benauwd van.
Hahaha, arme Novendar, hij weet nog niet dat Opan de komende maanden van elke overhandiging een foto komt maken. Ik heb Opan en Ida een keer gevraagd om een paar foto’s te maken, dus Opan maakt voortaan elke maand foto’s van de kinderen die hij bezoekt….. De kleintjes vinden dat meestal wel leuk, maar Novendar van 16…vast niet. Nadat ik Ida heb verteld dat Novendar echt niet op de foto hoeft, als hij dat liever niet wil, kreeg ik te horen van wie Novendar steeds op de foto moet…van zijn moeder, die wil dat iedereen in Nederland haar grote knappe zoon kan zien. Tja, trotse moeders, daar gaan wij niet mee in discussie. Dus voorlopig zullen we nog wel veel foto’s van Novendar krijgen.  
Als alles in Kediri is afgehandeld, gaan we verder. Op naar Batu Tumpeng.
Daar is onze komst niet aangekondigd, omdat we vantevoren niet wisten of en hoe laat we zouden komen. We zien wel wie we er aantreffen. Eerlijk gezegd hopen we wel dat Hamdi er is, want ik denk niet dat we alle kinderen terug kunnen vinden. Vorig jaar hebben we er wat bezoekjes afgelegd onder begeleiding van zaklampjes en kaarsen, omdat er weer eens mati lampu was. En bij daglicht zijn al die steegjes en smalle straatjes al lastig. Opan en Ida kennen de kinderen uit Batu Tumpeng ook niet allemaal, dus die weten de weg ook niet.
Pak Di is nog nooit in Batu Tumpeng geweest. Hij vindt het leuk om nu eindelijk eens de school te zien waar we het altijd over hebben.

Als we het schoolterrein oprijden, is het erg stil. Zo stil hebben we het hier nog nooit meegemaakt. Geen kinderen, geen Pak Haji, geen Hamdi, niemand.
We gaan even in de schaduw op een berugak zitten en bellen Hamdi. Och, arme Hamdi, hij is op visite bij zijn schoonfamilie een paar dorpjes verderop. Maar hij komt er zo aan!
En even later komt hij inderdaad de hoek om. Eerst een hele big smile, dan Hamdi erachteraan…
Hij heeft Heni bij haar ouders laten zitten en is zelf snel naar Batu Tumpeng gekomen.
Pak Di en Hamdi zijn dolblij elkaar weer te zien, nu kunnen ze weer even rustig bijkletsen. Sinds Hamdi zo druk is hier op school, komt hij nauwelijks meer bij Lombok Dive. Voorheen ging hij vaak mee om te helpen, om snorkelgroepen te begeleiden. Het is een klein uurtje rijden van Batu Tumpeng naar Ampenan, maar dat is voor hier ongeveer het einde van de wereld, zeker als je er niet perse naar toe hoeft voor je werk of zo.
Even later komt Pak Haji er ook aan. Ja, wij zijn hoog bezoek en verdienen dus een grootse ontvangst.
Maar geen welkomstdrankje, daarvoor zijn we een paar uur te vroeg. Toch een verschil tussen de gebieden die dichter bij het toerisme zitten en hier. Hier houdt men zich naar mijn idee toch strenger aan de puasa-regels (of ze denken er niet bij na dat wij, als niet-moslims,  wel mogen eten en drinken overdag). Hoe dan ook, ik ben blij dat we niets aangeboden krijgen. Weigeren is onbeleefd, drinken en eten terwijl er vastende mensen bij zitten, vind ik zelf ook niet prettig.

l. Hamdi, Pak Di, Ida en Opan  r. Pak Haji en Pak Di

We stellen voor om maar snel aan de ronde langs de kinderen te beginnen. In optocht gaan we op pad. Ik schiet bijna in de lach als ik voor me kijk. Pak Di en Pak Haji lopen hand in hand door Batu Tumpeng. Vijf minuten geleden kenden ze elkaar nog niet. Man en vrouw zul je hier niet snel hand in hand zien lopen, maar 2 getrouwde mannen die elkaar gewoon aardig vinden. Ja, die lopen hand in hand, daar zal ook niemand ‘iets verkeerds’ van denken.  Of zal het te maken hebben met de status van Pak Haji? Hij is nog erg jong, maar is hier in het dorp een man van aanzien. De titel Haji (en het bijbehorende witte ‘moslimhoedje’) wil zeggen dat hij ooit heeft deelgenomen  aan de Haj, de jaarlijkse bedevaart naar Mekka. En dan ben je heel wat! Hoe dan ook, ik vind het een heel ontroerend gezicht.
Langzaamaan krijgen we ook hier een stoet volgelingen. De meeste kinderen kennen ons van de bezoekjes op school. Leuk om ze nu ook eens buiten school te zien, in hun dagelijkse kloffie. Een heel ander gezicht dan met de schooluniformpjes.
We gaan eerst naar het huis van Nopia, Impian Anaks oudste kind hier uit het dorp. Ze gaat nu naar de tweede klas SMA. Ze woont met haar familie aan een binnenplaatsje. Hier zijn we vaker geweest, vorig jaar hadden we hier nóg een sponsorkindje zitten, Susilawati. Zij zit op de nieuwe school hier in het dorp. Na een tijdje realiseerden we ons dat Susilawati eigenlijk de sponsoring niet nodig had om naar school te kunnen gaan, want ze kan gratis naar de nieuwe school. In overleg met haar sponsor  hebben we de opties bekeken. De sponsorbijdrage aan school besteden, de bijdrage op een andere manier aan het gezin van Susilawati besteden, bijvoorbeeld voor voedsel of kleding, of een ander kind selecteren wat niet naar deze gratis school kan. De sponsor heeft voor dat laatste gekozen.
Dus nu bezoeken we hier alleen Nopia. Zoals de meeste kinderen hier is ze verlegen door alle aandacht. Nopia gaat naar een school in Kediri.  Vorig jaar begrepen we dat ze een computer had gekregen van school, omdat ze erg goed was. Nu blijkt dat die computer van haar zus is, die op een andere school zit. Maar de computer doet het niet meer…of Peter, de computerdeskundige, even kan kijken.
Anique en ik blijven even buiten op het muurtje zitten.  We worden verrast door een paar vrouwen die al begonnen zijn met het koken voor buka puasa. Of we misschien iets willen eten of drinken… We weigeren heel beleefd; als we hier zijn doen we ook puasa, zeggen we. Pak Haji kijkt heel goedkeurend; we hebben een goede beurt gemaakt!
Pak Di heeft genoeg van de computer gezien en komt naar buiten. Hij maakt zich een beetje druk over Hamdi…het kan toch eigenlijk niet, hij loopt hier als vertegenwoordiger van Impian Anak en als schoolmeester rond in een korte broek. Dat is toch niet gepast. Ik vertel dat het ons niet uitmaakt, wij hadden onze komst niet aangekondigd, en zijn heel blij dat Hamdi toch speciaal voor ons hier naar toe is gekomen. Ook probeer ik hem uit te leggen hoe een leraar/lerares in Nederland voor de klas mag staan. Korte broek, oorbel, piercing, minirok, tatoeages. Kan en mag allemaal. Leerlingen trouwens ook. Dat is iets wat hier onbegrijpelijk is. Hier zijn de leerlingen trots op hun schooluniform. En een leraar wordt met groot ontzag benaderd.
Ida heeft me verteld over een vriendin die heeft gewerkt op een school die gerund wordt door een Nederlandse organisatie. Daar had de vriendin een zware tijd, het verdiende goed, maar de kinderen hadden veel te veel vrijheid, als ze iets niet wilden doen, hoefden ze dat ook niet te doen.  Er waren te weinig regels.De jonge lerares kon niets toepassen wat ze net op de lerarenopleiding had geleerd.
Ida was in elk geval blij dat wij ons niet bemoeiden met de gang van zaken op school, dat Impian Anak de kinderen op laat groeien op de Lombokse manier, op hun vertrouwde school, met hun eigen cultuur.
Het zijn prachtige discussiepunten. Wat is beter, een strenge of een vrije school? Een leerkracht die op hetzelfde niveau staat als de leerlingen, of die er heel hoog boven staat? De middenweg lijkt me heel schappelijk, maar zelfs daar zijn de meeste scholen in Lombok denk ik nog lang niet aan toe.
Even later komt Peter naar buiten. Het was een hopeloze zaak, die computer. Model bijna antiek, gevuld met een paar kilo stof. Helaas, daar was geen leven meer in te krijgen. Zonde, maar het is niet anders. We krijgen trouwens van vrienden, bekenden en collega bedrijven geregeld computers aangeboden om mee te nemen naar Lombok.
Probleem is om ze daar te krijgen. Zelf meenemen is geen optie (tenzij het een laptop is). Opsturen is twijfelachtig. Niet zo zeer om de prijs van verzending, meer om de vraag hoe het aankomt en of het überhaupt wel aankomt. We kennen verhalen van hulporganisaties waarvan zendingen bij de ‘douane’ zijn blijven staan en alleen voor veel geld ‘vrijgekocht’ konden worden.  Of dat in de praktijk echt zo veel voorkomt weten we niet, maar we vinden het risico erg groot, zeker omdat je toch al de verzendkosten kwijt bent.
Voorlopig zal dit gezin het dus zonder computer moeten doen. Misschien kan Nopia af en toe bij Hamdi langsgaan. Voor hem hebben we een laptop meegenomen, die hij op school en voor Impian Anak kan gebruiken.
Het volgende kind dat we gaan bezoeken is Muliani. Zij zit in de laatste klas van de basisschool. Niet de school die mede door Impian Anak wordt gebouwd, want daar zitten nu ‘pas’ 3 jaargangen van de basisschool en 3 jaargangen van de middelbare school. Volgend jaar zou Muliani dus wel naar de eerste klas van de middelbare school hier kunnen gaan. Helemaal gratis, want op de nieuwe school hoeven de kinderen geen schoolgeld te betalen en krijgen ze alle overige benodigdheden, zoals uniformen en schrijfgerei, van de school. Maar dit jaar moet Muliani het in elk geval nog met behulp van een Impian Anak sponsor doen. En daar is Muliani vast heel blij mee, want behalve de sponsoring, heeft de sponsor, familie Zondervan, mooie cadeautjes meegegeven voor Muliani, die wij nu mogen overhandigen.
We lopen weer kriskras door Batu Tumpeng naar het huisje van Muliani en haar familie.    
Voor hun huis staat een jambu air boom, jambu air is een hier veel voorkomende vrucht. Iets kleiner dan een perzik, beetje peervormig, groen-roze. Heel veel smaak zit er niet aan, vind ik, maar de vrucht is wel knapperig fris en dorstlessend. Blijkbaar kijken we er heel verlangend naar, want pak Haji geeft iemand opdracht om wat vruchten voor ons te plukken. Die kunnen we dan meenemen voor straks, buka puasa.
Mjammie!

Muliani

Terwijl we binnen gaan zitten bij Muliani, wordt er buiten flink geoogst.
Muliani ziet er weer schattig uit, met een roze jurk en vrolijk roze-gebloemde hoofddoek.
Ik vraag Opan het kaartje en cadeautje van de sponsor  te overhandigen en even vertaling en uitleg erbij te geven.
Eerst gaat Opan de kaart, met foto’s van de sponsorfamilie, uitgebreid bekijken, dan Ida, dan Hamdi, daarna Pak Di. Er staan vakantiefoto’s van familie Zondervan op en Pak Di wil graag weten waar die allemaal zijn gemaakt. Vooral de foto uit Vietnam is mooi, want dat lijkt op Lombok. Daarna legt hij alles uit aan Muliani en geeft haar de mooie oorbelletjes. Heel verlegen en dolgelukkig poseert ze met alle spulletjes.
Haar moeder/tante komt binnen met een grote zak vol fruit. Jee, dat krijgen we niet allemaal op, maar we kunnen onze begeleiders van vandaag er straks ook vast blij mee maken. We bedanken de familie en gaan weer verder, op naar Pendi. Pendi is een jaartje jonger dan Muliani. Hij is het afgelopen jaar verhuisd. Zijn ouders zijn gestorven. Vorig jaar woonde hij bij een oom en tante, nu woont hij bij zijn opa en oma, ook in Batu Tumpeng. Als opa ons aan ziet komen, spreidt hij direct een paar matten uit over de berugak, waarop we kunnen gaan zitten. Het valt niet mee om bij de berugak te komen, door de massa mensen die om ons heen staat. Maar Pak Haji maakt de weg vrij en even later zit ik bij opa en Pendi, terwijl Peter en Anique foto’s maken.  Pendi had dit jaar nog geen schoolgeld nodig gehad, maar is wel toe aan een paar nieuwe schoenen en een nieuw  uniform. We rekenen af en laten nog een stapeltje schriften en pennen achter, ook voor de andere kleinkinderen. Ik werk mijn grote boek bij en dan gaan we snel verder.

l. Veel open deuren bij Mustiadi  r. Hamdi en Mustiadi

Naar Mustiadi, een jongen waar ik erg nieuwsgierig naar ben. Mustiadi is nu 11 jaar. Zijn ouders leven allebei niet meer. Hij heeft 1 zus, die getrouwd is en een kindje heeft. Vorig jaar bezochten we hem tijdens een stroomstoring. Hij was niet thuis en wij zaten in het donker, bij het licht van een kaarsje, op hem te wachten. Toen hij thuiskwam van de koranles, waren we erg van hem onder de indruk. Hij was niet verlegen, kwam ons, zonder aansporing van anderen, netjes een hand geven, sprak een paar woordjes Engels en ging als een klein wijs boeddhaatje tegenover ons zitten.
Ik ben ontzettend benieuwd hoe we hem nu aantreffen.
Van zijn huisje schrik ik erg. Vorig jaar hebben we dat in het donker niet echt goed gezien. Het is een stenen bouwwerkje, een vierkante ruimte van ongeveer 3 bij 3 meer. In elke muur zit een deur, die gewoon naar buiten leidt, want meer kamers zijn er niet. Ik herinner me dat Mohni met Mustiadi aan kwam omdat hij erg medelijden met Mustiadi en zijn zus had. Ze hebben een oom en tante die in de buurt wonen en een oogje in het zeil houden, maar Mustiadi en zijn zus moeten de meeste dingen in hun eentje opknappen.
Nu ik het huisje bij daglicht zie, begrijp ik waarom Mohni hem graag in het project wilde hebben.
Van Mustiadi zelf schrik ik eerlijk gezegd ook. Hij ziet er magertjes uit en lijkt nu heel erg verlegen.
We gaan even met hem in het huisje zitten, dat met een paar mensen al vol is. Gelukkig zijn er 4 deuren, zodat de rest van het dorp mee kan kijken. Hamdi praat even met Mustiadi. Daar wordt de arme jongen nog stiller van. Ja, hier maakt een leraar in huis heel veel indruk, ook al heeft hij een korte broek aan.
Hamdi legt Mustiadi uit dat hij, als hij over twee jaar naar de middelbare school gaat, naar de nieuwe school in het dorp kan gaan. Dan krijgt hij ook les van Hamdi en hoeft hij geen schoolgeld te betalen.
Dat zal in dit geval heel goed uitkomen.
Voor Hamdi hebben we ook een pakje van Eric en Jacqueline, zijn sponsors gekregen. Dat wordt uitgebreid bekeken. De kaart is zelfs in het Indonesisch geschreven! Wij geven Mustiadi nog een pet. Van de politie in Venray hadden we veel spullen van de scholierenactie Doe Effe Normaal gekregen. Die werden niet meer gebruikt. Wat we konden gebruiken mochten we meenemen. Gebruiken kunnen de mensen in Lombok heel veel, maar wij zitten altijd met een ruimteprobleem tijdens de vlucht. Maar de petjes, etuis en pennen die we mee hebben kunnen nemen, komen hier op goede plekken terecht.
Achteraf laat Mustiadi me niet los. We vragen ons af door wie hij nu opgevoed wordt. Hier in Lombok hebben weeskinderen vaak niet een echt thuis. Wonen een tijd bij een broer of zus, bij oom of tante, bij grootouders. Dit hebben we inderdaad bij meer kinderen gezien. Maar de zus waar Mustiadi nu bij woont, is ook nog erg jong en heeft ook weinig geld te besteden. Met Hamdi spreken we af dat we iets meer voor Mustiadi willen doen, naast de gewone schoolsponsoring. We stellen geld beschikbaar om elke maand wat eten voor hem te kopen. Of dat gaat helpen weten we niet. Hoe het precies geregeld kan en gaat worden weten we ook niet, maar we willen het graag een tijdje proberen. In elk geval gaat Hamdi er verder voor zorgen, na een paar maanden bekijken we wel hoe het loopt.

l. we komen aan bij Hendrawans huis  r. Hendawan (links) en zijn beste vriendje, de andere vriendjes kijken vanuit de deuropening mee

Na Mustiadi bezoeken we Hendrawan. Hendrawan is één van de 4 kinderen die al gesponsord werden en die nu op de nieuwe school zitten. Zijn sponsor heeft ook de keuze gekregen wat we met het sponsorgeld zouden doen. Hendrawans sponsor heeft ervoor gekozen om Hendrawan als sponsorkind te houden, en heeft ons gevraagd dan met het geld iets nuttigs voor Hendrawans familie te doen. De vader van Hendrawan werkt op het land. Eén zus werkt op de nieuwe school, ze doet daar wat administratief werk.  
Ook heeft hij een broer die op de middelbare school zit. We besluiten nu wat geld te geven zodat de familie nieuwe kleren voor Hendrawan kan kopen voor de komende feestdagen.
De rest van het geld wordt verdeeld over de rest van het schooljaar. Hamdi zal hiervan voedselpakketten voor de familie kopen. Zo is er controle dat het geld nuttig wordt besteed.
Als we bij Hendrawan zijn geweest, hebben we alle kinderen in Batu Tumpeng bezocht.
We nemen afscheid van Hamdi en Pak Haji en stappen weer in de auto.We besluiten Apandi in Lembar vandaag over te slaan. Vorig jaar hebben we hem zelf bezocht, en Opan komt er ook geregeld. Wel willen we dan graag nog de nieuwe kinderen bezoeken die aan de noordkant van Ampenan wonen.
In de dorpjes/wijken Meninting en Peresak. Dus rijden we de bekende omweg terug. Inmiddels heb ik toch wel dorst gekregen. Anique en ik zitten helemaal achter in de auto. Met de grote zak air jambu. Dat is wel erg verleidelijk. Voor ons is iedereen druk in gesprek, dus hebben wij de kans om even ongemerkt wat te eten. Maar het fruit valt tegen. Zuur, wrang en helemaal niet sappig. Jakkes, volgens mij moeten de vruchten nog een tijdje narijpen.
Onderweg stoppen we  om bij een stalletje wat fruit te kopen voor onszelf, voor Opan en Ida, voor Pak Umpuk en voor Pak Di. Wij blijven in de auto zitten en sturen Pak Di erop uit om wat te kopen. Dat scheelt zeker in  de prijs. En we geloven Pak Di als hij zegt dat hij goed is in onderhandelen. Even later komt hij terug met zijn armen vol watermeloen. Heerlijk, dat wordt straks weer smullen.
In Ampenan laten we Ida uit de auto. Ze wil haar moeder nog helpen met koken voor buka puasa.
Wij rijden met Opan en Pak Di door naar Meninting. Daar gaan we 2 nieuwe kinderen bezoeken. We volgen de weg langs het strand vanuit Ampenan naar het noorden. De huisjes worden steeds armoediger. We passeren een grote vuilnisbelt, midden tussen de huisjes. Een stuk verder parkeren we de auto, en we lopen nog een stukje verder, tot de laatste huisjes. Daar woont Sunardi. Zijn moeder, tante en oma zitten voor het huisje. Sunardi is ergens in de buurt aan het spelen en er wordt iemand op uit gestuurd om hem te halen. Wij nemen plaats op het tegelvloertje voor het huisje. De tante van Sunardi is in het ‘buitenkeukentje’ eten aan het maken. Oma kletst ons de oren van het hoofd. Even later komt Sunardi er aan. Met schone kleren aan, en de haren zichtbaar net gekamd. Het is een erg verlegen jongetje. Hij kijkt ontzettend beteuterd. Waarschijnlijk was hij liever bij zijn vriendjes gebleven, maar ja. Zelfs een nieuw petje kan hem niet aan het lachen brengen.

l. De tante van Sunardi is druk in de 'keuken'  r. Sunardi kan er niet mee lachen

Dan komt ook het 2e kindje uit Meninting eraan. Rohida, ze woont hier dichtbij. Zij is iets minder verlegen. Haar vader en moeder zijn er ook bij. Voor Rohida hebben we een cadeautje van haar sponsor. Een brief met foto en nog wat leuke spulletjes. De brief is in het Engels. Opan wordt vreselijk zenuwachtig als we hem vragen de brief voor Rohida in het Indonesisch te vertalen. Stamelend en met hulp van Pak Di lukt het toch. Het is leuk te zien hoe gemakkelijk Pak Di omgaat met alle kinderen en hun families. Opan kent alle mensen wel al, maar is nog erg onzeker, maar dat komt misschien ook doordat wij er nu bij zijn en hij wil dat alles perfect verloopt.  
De gezinnen wonen hier op een prachtige plek. Tegen het strand aan, aan de rand van het dorp. Ik vraag me alleen af hoe het hier is met harde wind en hoog water, ik kan me voorstellen dat de mensen hier dan toch wel eens natte voeten krijgen. Zelfs bij Pak Umpuk komt het water soms tot aan het huis bij slecht weer en hij woont toch een stukje verder van het strand.
We vragen waar de school is van de kinderen , die nu allebei naar de eerste klas van de basisschool gaan. Dat blijkt heel dichtbij te zijn, waar we de auto hebben geparkeerd.
We proberen nog een vrolijke foto te krijgen van Sunardi, maar dat zit er vandaag echt niet in. Dan nemen we mar afscheid. Over een week of wat komen we hier toch nog terug met Wim, Joyce en hun familie. Misschien is Sunardi dan een beetje aan ons gewend en kan er dan een lachje van af.
We lopen terug naar de auto en zien dan inderdaad ook de school van de kinderen.

l. Rohida en haar moeder  r. Opan en Pak Di vertalen de brief van Rohida's sponsor

We rijden verder naar Peresak. Peresak ligt aan de andere kant van de grote weg. Om daar te komen rijden we dwars over de chinese begraafplaats.  Vreemd, maar er loopt een gewone weg overheen.
We volgen de grote weg een stukje en gaan dan het binnenland in. Daar komen we bij een heel mooi dorpje, Peresak.   Het is leuk om op zo’n dag allemaal verschillende dorpen te bezoeken. Peresak is vooral erg groen. We parkeren de auto bij het huisje van Mahfudz, die ook bij Lombok Dive werkt. Hij is zelf aan het werk, maar zijn vrouw en kinderen zijn thuis. De oudste kinderen zitten ook in het project, Muhammed op Senior Highschool, Siti op de basisschool. Verder willen we hier Oky opzoeken. Hij is nieuw in het project en gaat nu naar de brugklas. We moeten een stukje lopen naar zijn huis. Een wandeling over een veld met palmbomen. Oky woont met zijn moeder in een klein huisje. Oky is een leuk spontaan jongetje, niet erg verlegen. In het huis spreken we met zijn moeder even door wat Impian Anak verder voor hem gaat doen. Zijn schoolbijdragevoor dit jaar is al bijna helemaal verbruikt. Tom is al hier geweest en heeft samen met Opan de schoolspullen voor hem geregeld. Omdat hij in het eerste schooljaar zit, was de schoolbijdrage hoog. Inschrijfgeld, bijdrage voor het schoolgebouw. We leggen uit dat er voor dit jaar niet veel geld meer over is, maar dat ze in geval van problemen altijd even contact moeten opnemen met iemand van Impian Anak, of met Mahfudz, die dan Opan kan inlichten.

l. Vrolijke Oky  r. Mooi Lombok onder: Putri en haar oma
Als alles duidelijk is, nemen we afscheid en gaan we op bezoek bij weer een nieuw meisje, Putri. Zij woont bij haar opa en oma. Ze gaat nu naar de 1e klas van de basisschool. Voor Putri zijn ook alle schoolzaken geregeld. We laten nog wat schriftjes en pennen achter en gaan dan het laatste bezoekje afleggen. Daarvoor halen we eerst de auto op. Aisyah woont aan de rand van het dorp met haar moeder, opa en oma. We worden direct verliefd op de plek waar de familie woont. Wat een paradijselijke omgeving. Een eenvoudig huisje met een berugak ervoor, met een netjes opgeruimd erfje, aan de rand van een bos. Er staan allerlei fruitbomen, in één boom  hangen grote vruchten die ik nog niet eerder heb gezien. Het lijkt op pomelo. Ik vraag wat het is, en er worden direct een paar vruchten  voor ons uit de boom gehaald. Daarvoor vroeg ik het niet... De vrucht heet ceruti (of zoiets). Eén vrucht wordt direct schoongemaakt, zodat we allemaal kunnen proeven. Het lijkt wel wat op grapefruit, maar is veel  zoeter. Heerlijk!
Terwijl wij gezellig bij de familie van Aisyah zitten, is Pak Di druk. Het blijkt dat Pak Umpuk een stukje grond heeft naast het huis van de familie van Aisyah. Die grond heeft hij als belegging, voor het geval hij ooit zonder werk komt te zitten en geld nodig heeft. Hij doet nu verder niets met de grond, maar er staan wel wat fruitbomen op. Pak Di heeft die even gecontroleerd en een grote nangka, jackfruit,  geplukt. Die gaat mee naar Ampenan.  Wij zouden hier nog uren kunnen blijven zitten. Het is een heel gezellige familie en een prachtplekje. Maar het wordt al laat, over een half uurtje is het buka puasa. Pak Di en Opan willen vast ook naar huis. Dus zeggen we Aisyah en haar familie gedag en rijden terug naar Ampenan om Opan en Pak Di terug te brengen.

l. Hier woont Aisyah met haar familie  r. Op de voorgrond Aisyah met haar moeder en oma, op de achtergrond haar broertje, opa en overgrootmoeder

Maar hen zomaar uit de auto zetten lukt natuurlijk niet.
We moeten wel even mee om wat te drinken. Dat komt goed uit, dan kunnen we al het fruit wat we in de auto hebben verzameld verdelen, alleen krijgen we dit nooit op. Ook kunnen we dan nog foto’s maken van de kinderen van Pak Di en Pak Umpuk die in het project zitten, rond deze tijd is toch iedereen thuis. Pak Umpuk heeft ons de hele dag gemist en bij hem moeten we dus wat komen drinken. Lekker, thee. Voor de familie wordt ook al een glas thee ingeschonken. Het is nog geen buka puasa, maar dan kan de thee alvast afkoelen.  Er wordt een halve meloen in stukken voor onze neus gezet en  een grote schaal kroepoek. We eten een beetje uit beleefdheid (en omdat het zo lekker is) en laten de rest staan voor de familie.
Wij hebben vanavond nog een uitnodiging staan om bij Jay te komen eten, in Kampung Loco. We bellen Tom dat we eraan komen en bedanken Opan en Pak Di voor hun hulp en gezelschap vandaag.
Dan haasten we ons naar Loco.
Daar aangekomen zien we Tom al bij Boung op de berugak zitten. Jay en zijn gezin huren een kamertje bij Boung. Op de berugak is het weer ouderwets gezellig. Jay, zijn gezin, Boung, Sareah en de kinderen. Dat missen we wel een beetje nu in de ramadan, overdag blijven de vrouwen zoveel mogelijk binnen. Sareah zien we bijna niet. Jammer, want met haar kan ik altijd zo goed Indonesisch oefenen, omdat ze zelf helemaal geen Engels spreekt. Soms is het echter ook wel handig, de ramadan, even snel ergens naar toe lukt niet als iedereen buiten zit, want overal moet je een praatje maken, een kopje thee drinken. Dat hoeft tijdens de ramadan niet.
Als we zitten, horen we dat Silke ziek is. Zo ziek dat hij al een hele tijd in bed ligt. Kasihaan.
Jay en zijn vrouw hebben een heerlijke, lomboks pittige, maaltijd klaar staan, dus gaan we eerst maar eten. Daarna ga ik op ziekenbezoek bij Silke. Boung loopt met me mee, met een tros banaantjes, zorgzaam als altijd. Nadat ik ook nog een kopje thee, bouillon en wat biscuitjes tevoorschijn heb getoverd, begint de zieke al wat op te knappen. Waarschijnlijk was hij iets te enthousiast de bergen in gewandeld op het heetst van de dag.
Ik neem later nog wat fruit mee naar Boung en Jay als toetje. Tom en Jay maken nog steeds plannen voor de Rinjani beklimming. Alleen die prijs en datum wil maar niet komen… Maar ja, we hebben nog 2 weken. Een uurtje later komt Silke ook boven water en lopen we nog even met zijn allen naar Berry Café.
Daar spreken we onder het genot van een lekker sapje de dag nog eens door. Tjonge, wie had dat gedacht. In één dag maar liefst 30 van ‘onze’ Lombokse kinderen ontmoet. Het was een lange vermoeiende dag, maar wel een dag om nooit te vergeten!

Op de facebook pagina van Impian Anak staan nog veel meer foto's en een paar video's van deze dag!



 
Maandag 08 augustus

We hebben voor vandaag geen grote plannen gemaakt. Maar we krijgen wel visite. Van familie Sant uit Venray. Wim en Joyce, die met kinderen en kleinkinderen op reis zijn door Indonesië, komen een paar dagen doorbrengen in Lombok. Gezellig!
Rond de middag zullen ze aankomen, waarna ze zich voor een klein weekje gaan vestigen in Graha Hotel.
Wij doen het rustig aan vandaag en beginnen de dag met een ontbijtje bij Bumi Aditya.
Daarna houd ik me even bezig met wat huishoudelijke taken, de was, bedden verschonen, kamer vegen. Dan schrijf ik nog snel wat dingen over gisteren in mijn dagboek, terwijl de rest zich bezig houdt met de foto’s van de afgelopen dagen. Alle foto’s van de geheugenkaartjes overkopiëren naar de laptop, de ergste mislukkingen alvast verwijderen. Met zoveel camera’s worden de fotobestanden wel erg groot.
Batterijen weer vullen, tja, hoort allemaal bij de dagelijkse bezigheden in Lombok.   
Dan gaan Tom en Anique op zoek naar Jay, ze moeten nu toch eens serieuze Rinjani plannen gaan maken. Eigenlijk willen de kinderen het liefst zo snel mogelijk gaan. Jay zegt nu dat ze het beste pas vrijdag kunnen gaan, met volle maan op de Rinjani zou veel mooier zijn. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen, al geloof ik dat het Jay ook veel beter uitkomt in verband met te huren spullen en met zijn eigen planning.
Ze willen de 4-daagse tocht doen, dat wordt dan vrijdagochtend heel vroeg vertrekken, maandag tegen de avond terug.
Anique twijfelt trouwens nog steeds of ze nu wel of niet mee moet gaan. Lastig, ze wil het graag wel een keer meemaken, maar wat haar betreft kan het ook over een paar jaar of zo. Aan haar conditie twijfelen we niet, als iemand huppelend de berg op zal gaan, is het Anique wel. En het is de vraag of Tom het over een jaar of zo nog eens wil doen. Ik kan me voorstellen dat het erg mooi is, maar als ik de verhalen van andere toeristen hoor over hoe zwaar de tocht is, vraag ik me af of je het nog een 2e keer gaat doen.
Dit is dus voor Tom en Anique een prima kans om het samen te doen, zeker met Jay als privé-gids. Na de tegengevallen wandeling van gisteren twijfelt Silke ineens ook erg over de beklimming. Alles blijft dus een beetje vaag.
Nadat vrijdag min of meer is vastgelegd als vertrekdag (alleen die prijs van Jay komt maar niet boven tafel), gaan we met ons viertjes lekker wandelen. De vaste route; Loco, Lombok Dive kantoor, Pasar Seni 2, strand, pad om Senggigi Beach Hotel, lunchpauze bij Pasar Seni 1 en via de straat weer terug naar het beginpunt.
Qua afstand niet zo ver, maar met al het oponthoud onderweg doen we er toch wel een hele ochtend over. We eten bij restaurant Coco Loco. Jaren geleden één van onze favoriete restaurantjes. Nu komen we er eigenlijk niet veel meer, dit is de eerste keer deze vakantie. Vergeleken met de niet/minder toeristische warungs is het best duur.
Maar het eten is er nog steeds prima. Aanspraak hebben we er ook genoeg. Alle verkopers met hun spullen komen langs terwijl we op het eten zitten te wachten. Van dvd’s tot T-shirts, van zonnebrillen tot geweven doeken.
Allemaal geen interesse in, hoewel…de grote doos met zilveren ringen laat ik niet aan me voorbij gaan.
Eén van de ringen die ik hier een paar jaar geleden heb gekocht, begint wat mankementen te vertonen.
Eigenlijk zou ik graag dezelfde ring weer willen hebben. Ik hecht nou eenmaal aan dingen. Maar diezelfde ring is niet meer te vinden. Iets wat erop lijkt ook niet echt. Wat moeilijk... Nadat ik alle (en dat zijn er heel erg veel) ringen wel een keer geprobeerd heb, weet ik het echt niet meer. Er zitten wel een paar mooie ringen bij, maar niet wat ik in gedachten had. Maar ik vind het ook sneu om de jongen nu weer weg te sturen. De ober brengt redding, ons eten. Zonder dat we erom vragen, loopt de verkoper weer weg. Ik vraag hem om even terug te komen als we het eten op hebben, zonder dat ik had gevraagd had hij dat vast ook wel gedaan, maar ja. Tijdens het eten neem ik maar ‘emotioneel afscheid’ van de oude ring, en bereid me voor op een nieuwe.
Zodra de borden zijn afgeruimd, zit de verkoper weer bij ons aan tafel. Feilloos weet hij de ringen uit de doos te vissen die net mijn belangstelling hadden. Na een 2e selectieronde blijven er nog 2 ringen over. Allebei erg mooi. Maar ik heb er maar één nodig. Ringen doe ik om, en nooit meer af. Ik heb niet bij elke outfit een passende ring of zo. Dus weet ik dat er één in de kast zal belanden als ik er twee koop. Maar ja, wetende dat ik straks toch met beide ringen naar huis ga, vraag ik voor de vorm naar de prijs van de ene ring, daarna naar de prijs van de andere ring.
Volgens de verkoper is het veel gunstiger om beide ringen te kopen. De ene past mooi bij mijn wit- parelmoeren armband. De andere, prachtig opengewerkte zilveren ring zonder steen, is het nieuwste van het nieuwste model. En prijstechnisch is het natuurlijk véél gunstiger om 2 ringen te kopen. Vooral voor de verkoper.
Dan volgt het onderhandelen, het minst leuke deel van de koop, vind ik. Voor vast veel te veel geld (maar voor veel minder geld dan ik van tevoren had ingeschat) ben ik even later in het bezit van 2 mooie ringen. De verkoper neemt met een big smile afscheid, wij lopen ook weer eens verder.  
Als we even later langs Graha lopen, zien we een hele verzameling koffers staan en een paar bekende gezichten erbij. Familie Sant is net gearriveerd!
Snel begroeten we iedereen en nodigen hen direct uit om vanavond met ons te eten bij Berry Café. Dan kunnen we even rustig bijkletsen over de afgelopen weken en plannen maken voor de komende dagen.
We laten ze verder rustig inchecken en bijkomen van de reis. Wij gaan naar Berry om afspraken te maken voor het avondeten. Berry is altijd heel flexibel. Wij geven door hoeveel mensen er komen, dat we de vis hier altijd erg lekker vinden, dat hij de rest zelf mag invullen. Dat komt vast allemaal goed, daar vertrouwen we wel op.
Daarna gaan we naar het strand/de punt bij Senggigi Beach hotel. Peter en de kinderen om te snorkelen en vissen. Tja, Tom wil nu eindelijk wel eens iets vangen met de gevaarlijk uitziende harpoen. Tot nu toe is de enige verwonding die ermee is toegebracht aan zijn eigen vinger geweest, een paar weken geleden.
Hahaha, wie een kuil graaft voor een ander…

Ook vandaag hoeven de vissen niet bang te zijn. Peter en Tom hebben veel plezier onder water, maar vis vangen ze niet. Nu maar hopen dat Berry meer succes heeft op de markt, anders wordt het vanavond afzien aan tafel.
Als we een paar uurtjes later naar het restaurant lopen, zien we dat het nieuwe stuk Berry Café-terras, voor het Lombok Dive kantoor, ook al in gebruik is genomen. Leuk voor Berry Café, minder leuk voor Lombok Dive dat nu, weggedrukt tussen de kleuterschool en Berry Café, nog minder opvalt dan voorheen.
We helpen nog even mee om alle stoelen en tafels klaar te zetten. Vanavond zullen er buiten ons niet veel gasten kunnen komen, met 15 personen nemen we vrijwel alle tafels en stoelen in gebruik. We lopen de keuken in om te kijken hoe het er daar voor staat.
Maar goed dat ze hier geen smaakpolitie kennen. Dan werd vast alles afgekraakt wat in en om de keuken is te vinden. Maar voor Lombokse begrippen valt het best wel mee, vinden we. De vloer is wat rommelig, maar de tafels en het fornuis zien er best schoon uit. We zien geen levende beesten in de keuken. Er liggen er een paar gegrilde prachtvissen op de grote schalen, en ruikt het allemaal heerlijk.
Als even later familie Sant arriveert, kunnen we direct aan tafel. Het duurt even voor iedereen het bestelde drankje heeft gekregen. Intussen wordt het eten in buffet-vorm klaargezet en mogen we aanvallen. De keukenprins en prinsessen hebben hun best gedaan. Heerlijk allemaal!
Onder het eten luisteren we naar de ervaringen van de familie in de afgelopen weken. Ze hebben al een prachtige reis achter de rug, maar zien ook erg uit naar de komende dagen op Lombok.
Wij hebben voor overmorgen al een privé-boot gereserveerd bij Lombok Dive, zodat we met de hele groep kunnen snorkelen en duiken. Zelfs de privé-bemanning is al gereserveerd en bestaat in elk geval uit Pak Di en Pak Umpuk. Dat staat al garant voor een geweldige dag!
Donderdagmiddag gaat familie Sant mee naar de school in Batu Tumpeng. Daarna gaan we nog een paar kinderen bezoeken die door henzelf en bekenden van hen worden gesponsord.
Zaterdagochtend varen ze naar Bali. De tussenliggende dagen wordt het lekker pelan-pelan genieten van zon, zee en strand. Plannen genoeg dus.
Na het eten lopen Peter en ik nog een rondje door Senggigi en langs het strand terug. De kinderen komen we onderweg weer ergens tegen.  
We nemen met ons viertjes nog een glaasje (lauwe) cola op ons terrasje en duiken dan het bed in.





 
Dinsdag 09 augustus

Bij gebrek aan foto's van 9 augustus, maar een paar andere mooie Lombok-foto's bij dit verslag...

Lombok Dive heeft vandaag een grote groep snorkelaars/duikers uit Nederland. Zoals ‘gebruikelijk’ heeft Mohni aan Tom en Anique gevraagd om vandaag mee te komen om te assisteren. Peter en ik doen nog even pelan pelan. We ontbijten bij Junas Market; kopje mierzoete thee in formaat bloemenvaas, suikerbeschuitje en voor de kids een hamburger. Als de kinderen weg zijn, beginnen Peter en ik aan onze vaste route, rondje Senggigi. Bij Graha zit een deel van familie Sant aan het ontbijt, omringd door een groep verkopers die blij zijn met een paar nieuwe toeristen in Senggigi.
Wij kunnen ongestoord doorlopen, dat wij niks kopen weten ze inmiddels wel.
Als we even later bij Pasar Seni 1 aan een glaasje sap zitten, krijgen we een sms van Pak Di. Hij vraagt of we vandaag langs willen komen. Hij is thuis vandaag en heeft ons al een hele dag niet gezien.
Omdat we toch geen grootse plannen hebben, wandelen we terug en nemen de auto naar Ampenan.

We hebben al een paar keer met Pak Di gesproken over het opzetten van iets waarmee een paar mensen zelf geld kunnen verdienen. Hij werkt wel bij Lombok Dive als kapitein, maar buiten het hoogseizoen zijn er vaak dagenlang geen klanten, en is er geen werk voor hem...dus ook geen salaris.
Dan zou het prettig zijn om toch een bron van inkomsten te hebben. De afgelopen weken hebben we al uitgebreid zitten brainstormen. We zijn bereid om iemand met een goed plan een rentevrije lening te geven om iets op te zetten, een soort microkrediet.
Het beste plan tot nu toe is het kopen van een vissersboot. Eventueel een opknappertje. Die, samen met bijvoorbeeld Pak Umpuk, opknappen op duikvrije dagen. Daarna (met winst) verkopen en een andere boot opknappen, of de boot gebruiken om zelf te gaan vissen. Als het hoogseizoen is bij Lombok Dive, zou hij de boot kunnen verhuren aan een visser zonder boot. Pak Di heeft links en rechts al gekeken naar een bootje. Maar het hele plan heeft nogal wat haken en ogen. Ampenan is een echt vissersdorp. Het strand ligt al vol bootjes, op plekken wel meerdere rijen dik. Dat wil zeggen veel concurrentie, zowel op zee als op het strand. Ligplaatsen op het strand van Ampenan zijn schaars, en ook nog niet altijd gunstig. Veel vissers uit dit dorp ‘parkeren’ hun boten op het veiligere strand van Senggigi. Veiliger voor water en storm. Maar de vissers uit Senggigi zijn daar weer niet blij mee. En de hoteleigenaars uit Senggigi nog minder. Die vinden de boten niet thuishoren op het strand. Het zou toeristen afschrikken. Persoonlijk zie ik liever een vrolijk geschilderd bootje op het strand liggen dan een toerist, maar ja.
We komen er dus nog niet uit met het microkrediet wat we willen verschaffen. Overigens willen we dit  niet namens Impian Anak doen, maar privé. Net zoals we Mohni op weg hebben geholpen met Lombok Dive.
Het valt ons trouwens op dat ibu Diah, de vrouw van Pak Di, over alles meedenkt en praat. Ze is, denken we, de zakelijke kracht in de familie. Je hoort vaak mensen medelijdend praten over de moslimvrouwen die niks te vertellen hebben…hier zien we weer eens het tegendeel. Vrouwen hebben hier zeker wat in te brengen. Zo wordt ook het dagelijkse salaris bij thuiskomst direct bij de vrouw ingeleverd en krijgt manlief enkel zijn zakcentje voor een pakje sigaretten. De vrouw regelt de rest van de financiële zaken.
We stellen voor om, in afwachting van een nieuw plan, alvast een contractje op te zetten en een kleine lening te verschaffen. Over 2 weken zijn we weer weg, als vanuit Nederland dingen geregeld moeten worden, is dat veel lastiger. Tot er een goed plan is, kan het geld voor korte tijd geïnvesteerd worden in een aandeel in een rijstveld. Geen 100% garantie op een succesvolle opbrengst, maar waar heb je dat tegenwoordig nog wel???
Als de zakelijke dingen besproken zijn, gaan we nog even brillen passen. Pak Di heeft een goede leesbril, maar zijn vrouw zoekt nog iets waarmee ze weer secuur kan handwerken.
Probleem is dat alle brillen na de vorige pasronde hopeloos door elkaar liggen. Het valt dus niet mee om een goede leesbril te vinden. Pak Di is een uur bezig om alle brillen te sorteren op +, -, leesbril en multifocaal. Ik vraag me af hoe hij de verschillen ziet, maar ja. Mijn ogen zijn erg slecht, dus ik heb er vast geen verstand van. Terwijl hij hard aan het werk is, worden wij weer volgepropt met lekkere dingen. Mijn huidige favoriet zijn de ruitvormige blokken rijst, een soort stevige rijstevlaai zonder bodem, maar wel met een lekker palmsuikerlaagje. Kopje thee erbij, heerlijk…
Halverwege de middag rijden we terug naar Senggigi. Tom en Anique zijn redelijk op tijd terug.
Ze hadden een hele leuke snorkelgroep gehad en zelfs veel reclame kunnen maken voor Impian Anak.
’s Avonds rijden we weer naar Ampenan. Nu op uitnodiging van Pak Umpuk.
Daar worden we verrast met heerlijke verse vis, verschillende soorten groente en zelfs echte kentang goreng, frietjes!!! Heel lief, maar ik voel me altijd vreselijk schuldig als we in Lombok frietjes krijgen.
Het basisvoedsel hier is rijst. Aardappels zijn schaars en dus erg duur. Zo duur dat Lombokse mensen ze nooit voor zichzelf zullen kopen. Maar ze weten wel dat toeristen frietjes erg lekker vinden. Daarom komen er bijna alleen maar toeristen bij McDonalds en Kentucky Fried Chicken… Ik denk dat dat meer aan het feit ligt dat deze restaurants voor de Lombokkers veel te duur zijn, maar ja.
Speciaal voor ons hebben ze dus frietjes gemaakt. En nu zit de hele familie vol spanning te kijken of we hun frietjes wel lekker vinden. Tja, wat doe je dan. Dan pak je een frietje, sopt het in de bijgevoegde ketchup (want dat vinden toeristen ook lekker) en kijkt gelukkiger dan gelukkig…zo lekker is het!
Inderdaad, het is lekker, maar ik vind rijst net zo lekker, en bij de vis en groente zelfs veel lekkerder.
Maar om dat te zeggen, kan ik niet…het is zo goed bedoeld.
Nadat we allemaal een acceptabel aantal frietjes van de schaal hebben gepakt, schuiven we de schaal naar de families. ‘Ze zijn zo lekker, maar we zitten echt helemaal vol….en we moeten ook nog vis eten, en groente.  Of ze alsjealsjeblieft ook wat frietjes willen eten.’
Pak Umpuk gaat als eerste overstag. Dan volgen de kinderen. De vrouwen en Pak Di nemen geen frietjes, die wachten misschien tot we weg zijn. Heerlijk om te zien hoe ze smullen van de (inmiddels koude) frietjes. Wij stillen de rest van onze honger met de vis, groente en rijst.
Na het eten praten we met Pak Umpuk ook nog over de mogelijkheid voor een microkrediet.
Als duiker heeft hij een hoger dagloon dan Pak Di, maar met meer duikers binnen 1 bedrijf, heeft hij gemiddeld minder werkdagen. Daarnaast is het werk van duiker lichamelijk veel zwaarder.
Maar hij is minder zakelijk ondernemend. Of durft het niet aan om een lening aan te nemen. Dat is moeilijk te zeggen. Een lening aannemen schept natuurlijk verplichtingen. Niet iedereen heeft daar behoefte aan.
Vooruit kijken, aan de toekomst denken, plannen, wordt hier niet zoveel gedaan. Ze leven van dag tot dag. Dat is overzichtelijk. Meer geld in huis dan voor één dag nodig is, leidt vaak tot onnodige uitgaven.  
Voorlopig houden we het dus even bij 1 krediet. Dan zien we later wel weer verder.
Veel te laat rijden we weer naar Senggigi. Morgen vroeg uit bed, dan gaan we met een flinke groep duiken en snorkelen. Gezellig en lekker ‘luxe’, zeker met de privé-boot en bemanning!





 
Woensdag 10 augustus

Lekker, een dagje op zee en de Gili’s. Na een snel supermarkt ontbijtje met een kopje thee bij Yunas Market, gaan we een paar auto’s volproppen met ons gezinnetje,  familie Sant, Silke, Pak Umpuk, Pak Di en  Hakim.
Op naar Teluk Nare. De overige klanten komen met het Lombok Dive busje. Wij hebben vandaag een privé-boot afgehuurd (de nieuwe, grote Lombok Dive-boot) en hoeven verder op niemand te wachten. Gelukkig maar, want de Lombok Dive auto krijgt onderweg een lekker band, en de klanten moeten met een snel opgetrommelde taxi verder vervoerd worden.
Als we in Teluk Nare aankomen, heeft Emi de boot al grotendeels ingepakt. Snel helpen we met de rest, we zoeken voor iedereen een passende duik/snorkel outfit en gaan aan boord.

Voor Emi begint de dag niet goed. Als hij met een laatste lading spullen aan boord stapt, valt zijn mobieltje uit zijn broekzak. Oeps, het mobieltje stuitert op de rand van de boot en vliegt het water in. Het klepje waar de batterij achter zit, valt in de boot. De rest valt in zee. Peter ziet het gebeuren en probeert de telefoon te grijpen voor die in het water ligt. Maar iets te enthousiast, want hij valt achter de telefoon aan, het water in… Och, het water is hier toch niet koud, en niet diep. En zijn kleren zijn binnen een paar minuten vast ook weer droog. De telefoon die inmiddels ook weer aan boord is, ziet er zorgelijker uit.
Bij de val is de batterij eruit gevallen. Maar die is nergens meer te vinden. Niet in de boot, niet in het water. Emi begint maar vast met de telefoon af te drogen, kijken of er nog iets te redden valt.
Na flink zoeken komt de batterij ook weer boven water, figuurlijk dan, want de batterij was in de boot gevallen, niet erbuiten.
Terwijl Emi zich suf blaast op de telefoon, start Pak Di de motoren (ja, super, deze boot heeft niet 1, maar 2 motoren) en varen we weg. Op naar de eerste duikstek.
Onderweg krijgt iedereen instructies. Pak Umpuk begeleidt de duikers, Hakim de snorkelaars.
Pak Di, Emi, Wim, Joyce en de kleinste kinderen blijven aan boord. Ik ook, iemand moet toch foto’s maken.
Als een uurtje later alle sportievelingen weer op de boot zijn, varen we naar Gili Air voor de lunch.
Pak Di en wij dachten dat dat de meest geschikte plek is om aan te leggen. Minder druk dan Trawangan, en met een mooi strand voor de kinderen om te spelen.
Op de plek waar we aanleggen zit het restaurant van een andere divemaster, Eful. Hij werkt in drukke tijden wel eens voor Lombok Dive. Een paar jaar geleden hebben we hier heerlijk gegeten (verse vis, ’s ochtends door Pak Di gekocht in Ampenan).
De tafels staan op het strand, ideaal dus om even lekker te zitten met kleinere kinderen.
Het duurt even voor alle bestellingen goed zijn opgenomen, maar dat is begrijpelijk met een groep van 15 mensen. Dan wordt het wachten op het eten. Lang wachten. Heel lang wachten.
Na een half uur komen de eerste borden. Na een uur komen er weer een paar. Een half uurtje later komt het vervolg. Maar nog niet alles. Pak Di is al een paar keer boos de keuken in gelopen.  Niet omdat hij honger heeft (misschien ook wel, maar eten doet hij toch niet; bulan puasa) maar omdat hij zich schaamt. Hij heeft ons hier naar toe gebracht, en nu krijgen we geen goede service. Wij zijn ook wel een beetje boos, maar niet op Pak Di. We vinden het zonde om zo lang aan tafel te zitten als we met gasten een dagje Gili’s doen. Maar ja, dit is Lombok, pelan-pelan.  In de keuken is zichtbaar en hoorbaar een fiks meningsverschil tussen de kokkin en de rest van het personeel. Met als gevolg dat het allemaal niet zo soepeltjes verloopt vandaag.
De kinderen hebben er overigens niet zo’n moeite mee. De jongste is lekker in slaap gevallen, de anderen amuseren zich prima op het strand en in het water.  Als, na bijna 2 uur, de laatste borden leeg zijn gegeten gaan we weer aan boord. Een wandeling over Gili Air zit er nu niet meer in. En eerlijk gezegd is het daar ook wel erg warm voor. Op/in het water is het beter. De middagduik is dichtbij Air. Op een prachtplek volgens de duikers. Minder koraal, maar heel veel vissen, die allemaal in de buurt van een soort hoge spitse rots (onder water) in zee zwemmen. Geen plek om heel lang onder water te blijven, want buiten die rots is er weinig te zien, maar wel heel erg mooi volgens de deskundigen.
Zeer tevreden klimt iedereen na een tijdje weer aan boord en beginnen we aan de terugtocht naar Teluk Nare. Het was een perfecte dag, alleen jammer van die trage lunch.
En van de zwemmende telefoon, maar als we later van boord gaan, komt er al weer een beetje leven in. We zullen het in de gaten houden, als het niks meer wordt, kopen we wel een nieuwe telefoon voor Emi, of geven hem onze Lombok telefoon na de vakantie.

Als we een uurtje later weer in Senggigi komen, loop ik met Wim en Joyce nog even naar Adam.
Ze hebben nog een opdracht voor hem. Ze willen nog een hele lading sleutelhangers met naam laten maken. Als Adam hoort dat ze over een paar dagen al weer vertrekken, kijkt hij een beetje benauwd.
Maar dat is niet nodig, als het niet af is voordat Wim en Joyce naar Bali gaan, kunnen wij de spullen ook mee naar Nederland nemen. Adam kijkt zichtbaar opgelucht, zo kan hij weer een stukje van zijn Holland House bij elkaar werken. Dan is de bestelling snel geplaatst en even later leveren we familie Sant af bij  Graha. Wij lopen nog even naar het kantoor van Lombok Dive.
Daar zit Opan met een tas vol spullen. Afgegeven door een jongedame die een paar dagen geleden met Lombok Dive op pad is geweest. Ze was zo onder de indruk van het Impian Anak project, dat ze wat spullen achter wilde laten. Schrijf- en kleurblokken, pennen, potloden. Een hele tas vol.
Geweldig! Samen met Opan zullen we ervoor zorgen dat de spullen op een goede plek terecht komen.
Met Opan maken we nog wat afspraken voor morgen. Dan gaan we met familie Sant een kijkje nemen op de school in Batu Tumpeng en bij een paar Impian Anak kinderen. Opan zou graag mee gaan, maar moet morgen werken. In Batu Tumpeng weten we zelf de weg. Daar redden we het ook zonder hem.
Kediri is iets lastiger. We willen daar Elsha bezoeken, het sponsorkindje van Monique,  Roel en hun kinderen. Elsha woont in een straatje net achter de doorgaande weg in Kediri, maar waar precies… Volgens Opan is dat niet zo lastig. Gewoon stoppen onder de mangoboom! Ja, leuk, maar hoe ziet een mangoboom eruit? Een lindeboom, dennenboom, eikenboom, kastanjeboom, palmboom herkennen we wel. Allemaal geen probleem voor ons. Maar een mangoboom? En dat in een seizoen dat er geen kant en klare mango’s aan hangen? Moeilijk hoor! Maar daar heeft Opan een oplossing voor, hij spreekt met zijn broer af dat die aan de kant van de weg onder de boom gaat staan zwaaien als wij eraan komen. We hoeven alleen even te bellen als we in Batu Tumepng wegrijden. Dat moet wel gaan lukken!
Dan hebben we Ampenan nog, waar we Indriani en Sunardi willen bezoeken. Om die te kunnen vinden, hoeven we alleen maar Ida thuis op te pikken. Ze is morgen vrij en zal dan met ons meegaan naar de huizen van de kinderen. Prima geregeld allemaal!
Ook met Hamdi stemmen we alles af, zodat we zeker weten dat er op het afgesproken tijdstip kinderen op school zijn.
Met Eful uit Kampung Loco regelen we een extra auto, zodat iedereen ook echt mee kan gaan. Waarschijnlijk gaat Eful zelf ook mee. Hij is best wel nieuwsgierig naar de school en naar de aanpak van Impian Anak.  Wij vinden het prima, mochten we de broer van Opan mislopen, dan kan Eful ons waarschijnlijk wel de mangoboom helpen zoeken!
Voor we teruglopen naar ons hotel,  pakken we snel een drankje bij Awal en zijn vrouw, die tijdens de Ramadan, rond buka puasa, altijd een kraampje bij de Pos Ronda beruga hebben. Elke avond vragen ze of we wat komen drinken, elke avond zijn we rond die tijd razend druk, en rennen we een keer of 3 langs het kraampje. Nu stoppen we even, en ik geniet van een koude pulpy orange. Intussen krijgen we het benauwd als we alle kinderen op fietsjes over de grote weg zien slingeren. Het lijkt wel of er hier een scheepslading kinderfietsjes is uitgedeeld het afgelopen jaar. Jammer genoeg heeft er niemand aan verlichting gedacht. Levensgevaarlijk, in het donker, slingerend over een weg waar veel te hard wordt gereden, door kinderen die net/net niet kunnen fietsen. Een stel jongetjes heeft iets leuks bedacht. Ze lopen een stukje naar het zuiden de grote weg af, bergop. En dan in een rotvaart op de fiets bergaf. Ik hou mijn hart vast, maar de meeste vaders staan er trots en lachend bij te kijken.
Als we het niet meer aan kunnen zien,  wandelen we naar Bumi Aditya en nemen een lekker koude douche.  Daarna gaan we weer eens dineren met zeezicht, bij Warung Ana. Gezellig, lekker en niet duur. Wat willen we nog meer?
Als we het eten op hebben, kopen we een paar luxe verpakkingen verse, zelfgebakken koekjes, van de man die hier een nieuw restaurantje gaat beginnen. Het is nog niet zo laat, en we gaan er iemand in Loco mee verrassen. Geen idee wie, we zien wel wie er thuis is.
Maar dat valt niet mee, overal waar we langs gaan, is de deur dicht, zijn de beruga’s leeg.
Gebedstijd? Geen idee… Dus brengen we de koekjes maar naar ons hotel.
Dan maken we nog maar een wandeling naar/door Senggigi. Morgen is Tygho, de kleinzoon van Wim en Joyce, jarig. We kijken even of we een leuk cadeautje voor hem kunnen vinden.
Dat lukt wel in Senggigi. Het wordt een muziekinstrumentje, gemaakt van een kokosnoot. We hopen dat zijn ouders daar ook blij mee zijn…
Onderweg komen we Khaerul ook weer eens tegen. Ons eerste Impian Anak kind. Een paar jaar geleden een schattig, maar ondeugend, jochie, dat al jaren niet meer naar school ging en zijn geld verdiende met het verkopen van souvenirs.
Met sponsoring van Impian Anak en met veel aanmoediging en toezicht van Mohni, heeft hij het een klein schooljaar volgehouden op school. Toen is hij ermee gestopt, en daardoor is hij uit het project gezet.
Jammer, maar het is niet anders. Snel heeft hij het souvenirverkoper-leventje weer opgepakt. Door zijn leuke uitstraling en vlotte Engels ging dat prima. Nu krijgt hij de leeftijd dat zijn ‘ondeugende’ uitstraling tegen hem werkt, en hij steeds meer overkomt als een brutale jongen. Naar ons toe gedraagt hij zich nog steeds netjes, maar gezien zijn gedrag en uitstraling denk ik niet dat hij zijn geld nog lang zal kunnen verdienen met het verkopen van souvenirs. Het is best moeilijk om dit te zien. Natuurlijk heeft hij de mogelijkheid gehad om naar school te gaan, om iets meer van zijn leven te maken. Maar dat dat niet gelukt is, valt niet alleen hem te verwijten. Het is en blijft een kind, en zonder steun van ouders of familie is het begrijpelijk dat zijn studie niets is geworden. We zijn heel benieuwd hoe/waar we hem de komende jaren aan gaan treffen.
Voor we teruglopen naar Loco nemen we nog een lekkere iced cappuccino. Veel te duur, net zo duur als het hele avondeten, maar wel erg lekker.
Daarna duiken we bij Bumi het bed in. Morgen weer een dag!

 
Donderdag 11 augustus

We ontbijten vandaag in het hotel. Daarna houden we ons even bezig met wat dagelijkse dingen; wassen, opruimen, schrijven.
Peter gaat zich scheren. Omdat we alleen koud water in het hotel hebben, pakt hij de waterkoker om een beetje water te verwarmen. Oeps, dat gaat niet goed. Hij (de waterkoker) zegt ‘pang’ en ziet daarna een beetje zwartgeblakerd.  Eigen schuld, er zit vast geen droogkookbeveiliging op de waterkokers van een eurootje of 2. Dus moet je eerst water erin doen, daarna pas de stekker in het stopcontact steken.
Helaas, het ding ziet er niet uit alsof het te repareren is. Straks maar weer de lokale supermarkt sponsoren door een nieuwe waterkoker te kopen.
Maar eerst gaat Peter nog wat Orbis-werk doen. Het is dan wel vakantie, maar de zaken gaan in Nederland ook door. Gelukkig is er met een computer en internet van afstand heel wat te regelen.
Als hij net goed op gang is, is het weer mati lampu, de zoveelste keer.
Dan maar naar het Lombok Dive kantoor. Helaas is ook daar de stroom uitgevallen. Het blijkt dat het grootste deel van Senggigi weer zonder stroom zit.
Een hele tijd later komt alles weer op gang en kan Peter zijn werk afmaken.
In de tussentijd houden Opan en ik ons bezig met de boekhouding.
Tussen de middag willen we gaan eten bij warung Padang, naast het pad dat naar Loco gaat.
Het hele restaurant is met zeilen geblindeerd in verband met de ramadan. Via de achterdeur kunnen we naar binnen. Er staat een hele toonbank/tafel vol met lekkers op  ons te wachten.  
De drie aanwezige mannen vragen of we hier willen eten. Ja, eigenlijk wel, we kwamen niet voor een praatje of zo. Nou, dat kan niet, zeggen ze. We mogen wel eten kopen en dan meenemen, maar we mogen het niet hier opeten.
Ja, dat klinkt bekend, maar ik blijf het vreemd vinden. Wel afhalen, niet ter plekke opeten, terwijl het hele restaurant ‘hermetisch’ afgesloten is van de buitenwereld.
Maar afhalen vinden we ook geen probleem. Dan gaan we met onze bungkus naar Bumi Aditya, kunnen we op ons terrasje lunchen.
Even later zitten we alle vier met een gevouwen papiertje vol eten te knoeien. Ons terrastafeltje is erg klein en het papiertje met eten met één hand vasthouden en met de andere hand eten is lastig. Op sommige plekken vouwen ze een soort frietzakjes van het papier, dat eet nog vrij redelijk. Maar dit is een zakje wat direct helemaal open valt. Beetje een kliederboel, maar het smaakt in elk geval prima! We moeten dooreten, want om één uur hebben we afgesproken met familie Sant. We gaan dan met zijn allen naar Batu Tumpeng en daarna nog een paar kinderen bezoeken.
Hoewel, niet iedereen gaat mee. Tom en Anique hebben eindelijk concrete afspraken gemaakt over de Rinjani trekking. Morgen gaan ze op pad, met Jay als privé-gids. Vanmiddag gaan ze, samen met Jay, nog wat inkopen doen. Want op de Rinjani zullen ze niet veel winkels of restaurants tegenkomen.
Wij rijden naar Graha waar Eful ook al met zijn auto klaar staat. Met twee volle auto’s rijden we naar Batu Tumpeng. Nu een keer niet binnendoor, via de omweg, maar via Sweta.
Het rijdt net iets vlotter, maar de andere weg vind ik toch mooier, meer landelijk.
Rond 2 uur komen we aan op de school. Daar wacht een grote verrassing. Aan de telefoon had Peter gisteren tegen Hamdi gezegd dat er ook kleinere kinderen mee zouden komen en zelfs een jarig kind.
Als we aankomen, blijkt dat ze voor de jarige Tygho een compleet programma hebben bedacht.
We mogen allemaal plaatsnemen op het verhoogde stoepje voor de school. Daarna worden we omringd door alle middelbare scholieren. Er volgt een lange toespraak van Hamdi, om iedereen welkom te heten en om Tygho te feliciteren met zijn verjaardag. Daarna krijgen we nog een miniconcertje. De bekende zangeressen uit de 2e klas SMP leven zich weer helemaal uit. Er volgen vele verjaardagsliedjes, in verschillende talen. Tygho wordt er helemaal verlegen van, zoveel aandacht. Zeker als hij even later uit handen van een juffrouw nog een ingepakt cadeautje krijgt en de juf hem en zijn moeder een mooie geweven sjaal omhangt. Na de serenade krijgen we allemaal ongeveer 125 handjes, daarna een rondleiding door alle klassen. Wij hebben dit al vaak meegemaakt, maar voor familie Sant is het helemaal nieuw. De leerlingen gaan, zoals gewoonlijk, helemaal uit hun dak. Vooral Elian en Jonas, de oudste kleinkinderen van Wim en Joyce, zijn erg populair bij de Batu Tumpengse meiden. Zoals elke blanke jongen (of die nou lang, kort, krullend, steil, blond, zwart of blauw haar heeft) lijken ze volgens de meiden sprekend op Justin Bieber.
Een hele goede reden voor de meisjesklas SMP2  ons ook nog te trakteren op een optreden van Justin Bieber-liedjes. Even later schalt ‘Baby baby baby oooh’ weer door de klas! Daarna wil iedereen nog een keer giechelend met de jongens op de foto.


Eful bekijkt alles glimlachend van een afstand. Hij is onder de indruk van de school, het gebouw en het enthousiasme van iedereen. Dat zijn we zelf eigenlijk ook altijd, vooral dat enthousiasme is geweldig.
Jammer dat we de school nooit mee kunnen maken op een rustig moment. Zodra wij aankomen wordt het hier altijd een gekkenhuis. Maar misschien ligt dat niet aan onze aanwezigheid, en is het echt altijd zo, ook als wij er niet zijn.
Nadat alle kinderen door familie Sant nog zijn verrast met een pen, is het tijd om weer verder te gaan.
We worden door de kinderen en leerkrachten uitgezwaaid. De rest van de middag wordt er vast niet veel meer geleerd.
Wij gaan op zoek naar de mangoboom in Kediri. Daar zal de broer van Opan ons opwachten.
We bellen Opan om door te geven dat we wegrijden en dat zijn broer onder de boom kan gaan staan.
Hamdi heeft er blijkbaar niet alle vertrouwen in dat het goedkomt, zeker niet als we vertellen dat we in Nederland geen mangobomen hebben. Hij laat zijn klas even in de steek en rijdt met de motor voor ons uit naar Kediri. Zo hoeven we niet eens uit te kijken naar de boom of naar Opans broer. We parkeren de auto’s aan de doorgaande weg (vast onder dé boom, maar daar heb ik weer niet op gelet).

Even later staan we bij het huis van Elsha. Elsha wordt gesponsord door Roel, Monique en hun kinderen.
Ze vinden het geweldig om hun sponsorkindje in levende lijve te zien. Heel Kediri loopt weer uit om ons gezelschap te bekijken. Nu we hier al een paar keer zijn geweest, begin ik al wat mensen te herkennen.
Natuurlijk de ouders/families van de gesponsorde kinderen, maar ook wat andere mensen uit het dorp. Uiteraard de meest opvallende types, zoals een vrouw die me elke keer uitbundig op de arm slaat en in rap Indonesisch tegen me praat. Geen idee waarover, maar dat maakt haar geloof ik niet zoveel uit.
Een andere vrouw spreekt wel Engels, maar niet zoveel. Zij blijft Hello Goodbye eindeloos herhalen (was dat niet een tv-programma?).
Hamdi laat ons over aan de goede zorgen in Kediri en racet snel terug naar zijn kinderen op school.
Wij blijven nog even in Kediri en gaan daarna verder, op naar Ampenan.
Daar aangekomen parkeren we de auto’s bij het strand. We lopen naar het huis van Ida’s ouders. Vandaaruit begeleidt Ida ons naar het huis van Indriani. We blijven zelf even buiten, terwijl Ida met een deel van de familie Sant naar binnen gaat. Wij zijn er vorige week geweest en weten dat de kamer snel vol zit…
Daarna lopen we in optocht terug naar de auto’s. We gaan Sunardi nog bezoeken, maar dat is een stuk verder naar het noorden. Met de auto rijden we er naar toe.
Sunardi was vorige week zo ontzettend verlegen dat we niet één leuke foto van hem hebben kunnen maken. We hopen dat dat nu wel gaat lukken.
Maar het valt ook vandaag niet mee. Sunardi’s familie verwelkomt ons met een grote glimlach, alleen Sunardi zelf blijft een beetje beteuterd kijken.
De matjes worden op de vloer gelegd en we worden uitgenodigd plaats te nemen. Sunardi’s oma is al snel druk in gesprek met Joyce. Die begrijpt gelukkig meer van het bahasa Indonesia dan ik.


Alle aanwezige kinderen (en dat zijn er in een Lomboks dorpje zoals gewoonlijk heel veel) worden verwend met kleine cadeautjes. De familie van Sunardi krijgt, net als alle kinderen die we vanmiddag bezoeken, een voedselpakket namens de sponsor. Daarvoor zijn we voor we op pad gingen, nog even inkopen gaan doen.
Ik zie Ida opgelucht ademhalen. Ze zag er een beetje tegen op om vanmiddag mee te gaan. Haar Engels is niet zo goed, ons Indonesisch is nog slechter. Maar met Joyce, en vooral ook met Eful erbij, gaat het prima.
Je merkt aan Ida dat ze er plezier in heeft om mee te helpen in Impian Anak. Het sluit goed aan bij haar lerarenopleiding, ze kent in dit dorp veel mensen, maar ze zit ook vol ideeën. Ze is enthousiast om nieuwe dingen uit te proberen, om te leren. Aan de hele administratie hier krijgt ze haar handen vol, maar ik verwacht wel dat ze dat prima gaat doen. Opan heeft dat tot nu toe ook prima gedaan, maar ik heb het gevoel dat Ida een prima aanvulling is op ons team, zeker nu het aantal kinderen flink groeit. Opan en Ida vullen elkaar sowieso prima aan (is natuurlijk ook wel handig als je met elkaar getrouwd bent), Opan is erg rustig, beetje verlegen, stil, en Ida is enthousiast, veel drukker. Samen zijn ze prima in evenwicht!  
Het is hier bij Sunardi’s huis een mooi plekje om even rustig te zitten, prachtig uitzicht, en hele leuke families.
Uiteraard komt sponsorkindje Rohida, die hier achter woont, ook even langs. Nu met haar beide ouders, zodat we ook kennis kunnen maken met haar vader. Ook de vader van Sunardi is aanwezig. Zo krijgen we voor de sponsors ook nog een compleet familieplaatje!
Na een tijdje nemen we afscheid.
Eful rijdt met zijn ‘lading’ direct terug naar Senggigi, wij brengen Ida nog even terug naar huis, maar rijden zelf daarna ook terug naar Senggigi.
Daar aangekomen is het even zoeken naar de kinderen.
Die zijn allebei op pad. Anique zit ergens op het strand, Tom zit met Boung op de berg boven Loco. Alvast een mini-voorproefje voor de Rinjani morgen.
Wij blijven even bij warung Ana hangen met een drankje en genieten van het prachtige uitzicht hier rond deze tijd van de dag.
Als we weer in Loco komen blijkt dat Tom al heeft gegeten met Boung en Jay. Anique en wij hebben nog wel honger dus lopen we met ons viertjes terug naar Warung Ana, waar we lekker eten, Tom neemt nog maar een drankje.
We hebben Awal en zijn vrouw beloofd vanavond nog even langs te komen met de leesbrillen.
Hij heeft de Loco-brillenpasronde van een tijdje geleden gemist en vindt het ook maar niks dat we nooit tijd hebben om ’s avonds even wat te drinken bij zijn stalletje aan de Pos Ronda beruga. Rond de tijd dat hij daar staat, rennen wij altijd van hot naar her. En overdag staat hij tijdens de ramadan nooit op Senggigi Beach. Dus zijn we gevraagd om vanavond iets later op de avond rustig iets te komen drinken bij zijn gezin thuis.
Als we zitten te eten, zien we Awal al ongeduldig bij Pos Ronda hangen, hij heeft vast van iemand in Loco gehoord dat we bij Ana zitten. Waarschijnlijk is hij bang dat we de afspraak vergeten.
Maar het is nog vroeg, eerst even eten…
Als we afgerekend hebben (we worden steeds meer als locals gezien hier, de rekening wordt elke keer lager) lopen we naar Awal. Hij stond inderdaad op ons te wachten. Samen wandelen we naar Loco. Tom gaat nog even met Jay naar Ampenan, de laatste inkopen voor morgen doen. Anique gaat haar spullen verzamelen voor de tocht. Peter haalt snel de brillen op. Dan lopen Peter en ik met Awal mee.
Stom, maar dit straatje in Loco zijn we nog nooit ingelopen. Tussen de huisjes in is een soort grote overkapping/overdekte binnenplaats. Daar gaan we op de beruga zitten. Even later worden we volgepropt met koffie, thee en pisang goreng. Geweldig, zeker na een overdadige Ana-maaltijd.
Peters telefoon gaat. Pak Di en Pak Umpuk vragen zich af wanneer we weer eens komen eten, we zijn al zó lang niet meer geweest. Vanavond in elk geval niet meer. Morgenavond hebben we afscheidsdiner met familie Sant. Dat wordt dan overmorgen, maar wel zonder Tom en Anique. Als Pak Umpuk hoort dat ze morgen echt de Rinjani gaan beklimmen, volgen er weer heel veel waarschuwingen. Vooral voor Tom.
Pak Umpuk is altijd erg bezorgd. Vanaf het moment dat Tom het over de Rinjani heeft, maakt Pak Umpuk zich zorgen. Of alles wel goed gaat, of hij wel met goede begeleiding op pad gaat. Of het niet te zwaar is, of hij niet verdwaalt, in het meer valt, van de berg rolt etc etc. Elke waarschuwingsronde wordt afgesloten  met “Tom, do not split from the group”, waarbij hij heel bezorgd kijkt, bijna met tranen in zijn ogen. Het grappige is dat hij zich geen zorgen lijkt te maken over Anique. Misschien  beseft hij niet helemaal dat ze ook meegaat. Of denkt hij dat Anique van zichzelf wat voorzichtiger en volgzamer is. Daar zou hij ook best wel eens gelijk in kunnen hebben…
Na alle waarschuwingen voor Tom volgen nog heel veel waarschuwingen voor Peter;  niet te hard rijden, goed uitkijken, is het niet beter een chauffeur mee te nemen als we de kinderen morgen naar Sembalun brengen etc. Als Peter weer heeft opgelegd, vertelt Awal dat zijn oudste dochter, Siti vanavond nog heeft gebeld. We krijgen de groetjes van haar. Ze werkt nu in een restaurant op Bali en komt dus weinig thuis. Aan het einde van de vastenmaand komt ze uiteraard naar huis en ze baalt vreselijk dat wij dan weer naar Nederland zijn. Wij ook, zou leuk zijn om haar weer eens te zien, en we zouden ook best wel een keer de feestelijkheden hier mee willen maken, maar dat gaat dit jaar weer niet lukken. Voor de jongste dochter heb ik een knutselpakketje meegenomen, wat kleurtjes, stickertjes en een tekenboekje. Daar gaat ze direct mee aan de slag, geholpen door moeder.
Awal gaat brillen passen. Veel keuze in leesbrillen is er niet meer, maar er zit toch nog een bril bij waarmee hij goed kan lezen. Zijn vrouw probeert ook nog wat, maar vindt dat ze zonder bril toch nog het beste kan zien.
We maken het niet te laat, morgen moeten we vroeg uit bed.
Als we bij Bumi komen, hebben Tom en Anique alles ingepakt, de kamer staat vol met spullen die morgen mee moeten, van de standaard bagage, kleren, toiletspullen, ehbo-set, tot eten en drinken voor een paar mensen voor een paar dagen. Gelukkig gaan er een paar dragers mee tijdens de Rinjani tocht. We drinken nog even wat met zijn viertjes, dan gaan Tom en Anique slapen.
Peter en ik lopen nog even naar Yunas, om wat eten voor onderweg te halen. Het is al elf uur, maar gelukkig is Yunas supermarkt 24 uur per dag open.  Mohni komt net terug van Teluk Nare. Hij heeft met klanten nog een nachtduik gedaan. Die heeft er dus ook weer een lange zware dag op zitten.
Toch staan we nog een uurtje te kletsen, zodat het 1 uur is voor we in bed liggen.
Leuk, om 3 uur horen we de moskee-wekker, om 4 uur loopt onze eigen wekker weer af! En dat noemen ze vakantie…



 
Vrijdag 12 augustus

Om 4 uur loopt de wekker af. Hup, het bed uit, tanden poetsen, aankleden, spullen pakken en een half uurtje later zitten we met Jay in de auto, op weg naar Sembalun.
Tom en Anique gaan de ‘luxe’ versie  doen van de Rinjani beklimming. Dat wil zeggen met een privé-gids (Jay dus) en met eigen dragers (die de bagage dragen, zelf hoeven ze alleen een dagrugzak te dragen). Ook krijgen ze een iets dikker slaapmatje dan bij de minder luxe versie en hebben ze zelf mee inkopen gedaan, zodat alles wat ze onderweg te eten/drinken krijgen ook lekker is…  
Voor we Senggigi uitrijden, vraagt Jay Peter nog even te stoppen bij Yunas supermarkt. Daar koopt hij een pak servetten. Wauw, dat wordt wel een heel luxe tocht!
Het is nog stil op de weg en we kunnen lekker vlot door Mataram rijden. Maar daarna wordt het snel drukker. Heel vervelend hier, rijden in het donker. Zeker als er zoveel mensen (letterlijk) op straat lopen, op weg naar de markt of naar de moskee (of weer op de terugweg naar huis). De meeste vrouwen dragen een witte hoofddoek en vallen wel op. Maar het blijft oppassen.

Bij de vele fruitstalletjes die een stuk verderop langs de weg staan, is het ook donker en stil. Toch vraagt Jay ons bij een bepaald stalletje te stoppen.
Het ziet er niet erg bevolkt uit, maar ja.
Dan blijkt dat de eigenaar achter het stalletje slaapt. Jay maakt hem wakker om nog wat vers fruit te kopen. Als hij met een zak sinaasappels en een zak salak even later weer instapt, vertelt hij dat bij elk stalletje wel iemand ligt te slapen, dan hoeven ze niet al het fruit ’s avonds op te ruimen en kan het veilig blijven liggen.
Het wordt langzaam licht in Lombok, wat prachtige plaatjes oplevert.
Bij Masbagik stoppen we weer even voor een paar van de wereldberoemde superzoete en superverse Masbagikse ananasjes. Heerlijk!!! Met plakkerige handen rijden we verder naar het oosten.
We moeten helemaal om de Rinjani heen. Als we bijna bij de zee zijn, een stuk onder Labuhan Lombok, slaan we een weg in naar het noorden. Deze leidt ons op grote hoogte om de Rinjani heen. Er loopt ook nog een weg langs de kust, maar de Rinjani trekking begint al op redelijke hoogte, dus moeten we de ‘binnenlandse’ weg hebben.
En dat is een prachtige weg, hoewel, de weg zelf valt een beetje tegen. Smal, bochtig, gaten, wegwerkzaamheden etc. Maar het uitzicht maakt alles helemaal goed.
Dit is letterlijk en figuurlijk weer een heel andere kant van Lombok.
In het begin komen we nog verschillende kleine dorpjes tegen. Overal lopen mensen op/langs de weg, die half opengebroken is. Hier gaan ze vast glasvezel voor sneller internet aanleggen of zo.

Weer worden we geconfronteerd met het raadsel van de lopende schoolkinderen.
Overal lopen kinderen in schooluniform, jong en oud, sommigen lopen naar het noorden, anderen naar het zuiden.
We vragen ons altijd af of ze naar school gaan, of weer naar huis lopen? Waarom loopt iedereen een andere kant op? Zo veel scholen zullen er toch niet zijn in deze omgeving. Aangezien we ons dit al afvragen sinds we in 2005 in Maleisië zijn geweest, zullen we er wel nooit meer achter komen hoe het zit.
Een tijd later passeren we de officiële toegangspoort van Taman Nasional Gunung Rinjani.
Daarna wordt de weg nog smaller, nog steiler, nog meer scherpe bochten. Het is alsof we door een oerwoud rijden. Dichte begroeiing, erg mooi. Ondanks het feit dat we geen huizen of dorpen meer zien, lopen er toch nog veel mensen.  Anderen racen op motortjes voorbij, beladen met van alles en nog wat. Blijkbaar zijn er meer een Rinjani trekking groepen onderweg vanuit Senggigi. Een busje uit Senggigi blijft bij ons in de buurt hangen.
Een dikke jeep passeert ons. Ja, daar kan ons Toyotaatje niet tegenop. Die moet flink trekken om ons de berg op te krijgen.
Af en toe stoppen we even om een foto te maken. Wat is het hier prachtig!


Zeker als we op een hoog punt zitten, en zicht hebben op een dal onder ons.  Daar is het nog een beetje heiig. Er wordt zo te zien veel groente verbouwd. Prachtig.
Ik lees graag boeken over Tibet, Nepal, Himalaya-beklimmingen. Misschien klopt er niks van, maar zo stel ik me het daar ook voor. Niet dat de Rinjani zo hoog is, maar de sfeer die ik in de boeken lees, zie ik hier terug.
Zeker als we een half uurtje later Sembalun binnen rijden. We melden ons bij een kantoortje waar ze klimmers allemaal een label krijgen voor aan de rugzak. Daarna rijden we een stuk verder naar het vertrekpunt. Daar zijn veel klimmers, gidsen en dragers hun spullen verder in orde aan het maken.
Leuk om te zien. Zeker de verschillen tussen de toeristen en de dragers.
Veel toeristen lopen er met de meest flitsende uitrusting, dure bergschoenen. De dragers lopen in oude, eenvoudige, versleten kleding. De meesten op teenslippers, een enkeling met gympen of (waarschijnlijk door toeristen afgedankte) sportschoenen, maar ook sommigen op blote voeten. De bagage van de groepen wordt hier herverdeeld in voor de dragers handzame pakken.


Alles wordt aan de twee uiteinden van een bamboestok gebonden, die door de drager als een juk op de schouders wordt gedragen.
Wij kunnen even rustig zitten en krijgen even later ongevraagd een grote kop thee en een pannenkoek voorgeschoteld. Lekker!
Het ziet er naar uit dat de meeste groepen best groot zijn. Tom en Anique hebben geluk. Lekker met zijn tweetjes, geen last van anderen. Hooguit van Jay, maar dat zal wel meevallen. Ze hebben er in elk geval alle drie ontzettend veel zin in.
Het officiële vertrekpunt is een kilometer verderop. De meeste groepen zijn hier met een busje afgezet en beginnen vanaf hier te lopen. Omdat Peter en ik toch die kant op moeten, kunnen ze nog een stukje meerijden. Zo wordt het een super-de-luxe trekking.
Maar dan naderen we toch het punt waar ze moeten gaan lopen. Ik heb er bewondering voor. Het lijkt me een prachtige tocht, zeker na alle foto’s die ik heb gezien en verhalen die ik heb gehoord.
Maar ik heb ook vaak gehoord dat het een zware tocht is. Echt afzien. Niet zo geschikt voor mij dus, het moet wel vakantie blijven.
En Tom en Anique gaan met hun 3 (!) camera’s vast zoveel foto’s maken dat we vanuit onze luie stoel de tocht helemaal kunnen meemaken. De enige zorg is zuinig om te gaan met de batterijen. Op de Rinjani zijn niet zoveel stopcontacten. Ook het bereik met mobiele telefoons is beperkt, dus we hebben geen idee in hoeverre we contact kunnen onderhouden. We horen het wel (of niet).
We maken nog een paar laatste foto’s met de overgebleven camera die wij de komende dagen mogen gebruiken, roepen nog een laatste “Selamat jalan, hati-hati”, en namens Pak Umpuk nog een “Do not split from the group!”. Dan verdwijnen ze uit het zicht, mooi volgens planning om 9 uur in de ochtend.


Wij stappen in de auto en rijden verder, om de Rinjani heen naar het noorden.  
Het is wel even vreemd, het is nu vrijdag. Maandag tegen de avond gaan we ze weer ophalen in Senaru, ten noorden van de Rinjani. We zijn dus de komende dagen ‘kinderloos’.
De route naar het noorden rijdt wat sneller dan het stuk wat we vanochtend hadden. De weg is wat beter, minder bochten, minder wegwerkzaamheden. We stoppen nog een paar keer om foto’s te maken van de top van de Rinjani. Die zweeft een beetje tussen de wolken. Een vreemd idee dat Tom en Anique daar morgen ergens zullen staan.
Na een tijdje komen we bij de kustweg. We hebben er nog even over gedacht om naar de watervallen bij Senaru/Sedangile te gaan, maar hebben besloten dat maandag te doen, voor we de kinderen ophalen. We hebben geen idee hoe laat ze dan terug zullen komen en of ze tijdens het laatste stuk van de tocht kunnen bellen. Van Senggigi naar Senaru is toch wel een paar uurtjes rijden, het is dus handig als we maandag in de buurt van Senaru zitten. Kunnen we dan rustig de meest afgelegen waterval daar bezoeken, daar zijn we nog nooit geweest. Nu rijden we weer richting Senggigi. Na een tijd krijgen we honger. Maar we zien nergens een plek waar we wat kunnen eten. Ook de enkele warungs en winkeltjes bij het strand zijn allemaal dicht. Bulan Puasa.

De eerste gelegenheid waar iets te krijgen is, zal wel in Bangsal zijn, en daar vinden we het niet zo gezellig. Dus gaan we maar even gewoon met een flesje water en een paar biscuitjes op het strand zitten. Niet te lang, het is bloedheet, en we worden er nog slaperiger van dan van in de auto zitten. Dan rijden we maar weer rustig verder. Als we ergens in de middag in Senggigi komen, gaan we eerst op zoek naar een waterkoker. Helaas, bij de eerste supermarkt hebben ze er geen meer. Dan maar iets anders  kopen, een paar dozen met enveloppen. Die hebben we nodig voor de Impian Anak kinderen.
Elk jaar zorg ik er samen met Opan voor dat voor de kinderen die hun geld over de maanden verdeeld krijgen, er voor elke maand een envelop klaarligt, met de naam van het kind, school, en het bedrag wat het kind dan krijgt. Opan en Ida hoeven dan alleen nog maar aan het begin van elke maand de enveloppen te vullen met geld en uit te delen.
Maar voor zoveel kinderen elke maand een envelop, is dus een hele stapel enveloppen bij elkaar.
Het kopen is zo gedaan, het schrijven gaat vast meer tijd kosten.
We gaan voor de lunch naar warung Ana, eten wat de pot schaft. Elke keer weer een verrassing, elke keer weer lekker.
Daarna gaan we lekker wandelen, even uitwaaien na een ochtend in de auto te hebben gezeten. Al waait het niet echt lekker uit, de wind is net zo warm als de lucht. Op het strand lopen is geen pretje.
Peter moet trouwens ook nog naar de kapper. Tom is hier een tijdje geleden in Senggigi geweest, en die zag er na de knipbeurt redelijk uit, dus gaat Peter maar op dezelfde plek, ergens aan het pleintje schuin tegenvoer Senggigi Beach Hotel. Iets duurder dan de kapper in Ampenan, maar nog steeds heel veel goedkoper dan de kapper in Venray.
Terwijl Peter wordt geknipt, ga ik maar wat winkeltjes kijken. Jammer, de stalletjes bij Senggigi Beach zijn dicht, natuurlijk, vrijdagmiddag….  Ik kan dus niet even bijkletsen met Adam.
Verder valt er ook niet veel te shoppen, daar is het eigenlijk ook veel te warm voor, dus plof ik maar neer bij Angel en bestel een heerlijke jus semangka. Even later komt een kortgeknipte Peter erbij zitten.
Daarna zoeken we nog even verder, we willen toch een waterkoker hebben. Bij de andere supermarkt vinden we er een. Zelfde model als de vorige, volgens mij ook zelfde prijs.
Bij Lombok Dive checken we nog even de mail en facebook.
Dan gaan we snel opfrissen bij Bumi Aditya. Lukt altijd met een koude douche!
Om 7 uur hebben we met familie Sant afgesproken bij Berry Café. Zij trakteren ons op een heerlijk afscheidsdiner, uiteraard door de keukenploeg weer in buffetvorm opgediend. Voor familie Sant zit het Lombok avontuur er al weer bijna op. Morgenochtend vertrekken ze met de boot naar Bali, waar ze nog een tijdje blijven.
Bij Lombok Dive is het weer stressen. De beste compressor, die net een (kort) tijdje probleemloos heeft gedraaid, is weer uitgevallen.
Nu is het dus weer zoeken naar plaatsen waar de tanks gevuld kunnen worden, zeker in het hoogseizoen valt dat niet mee. Meer dan het advies geven een keer één goede compressor te kopen, in plaats van steeds opknappertjes, kunnen we niet geven. Tja, we weten wat een goede compressor kost, dat is hier niet goedkoper dan in Europa, en voor zo’n klein bedrijfje is dat eigenlijk niet op te brengen.
Aan de andere kant kost het nu handenvol geld, tijd en heel veel stress om de tanks ergens anders te laten vullen en om de compressor te laten repareren. Als hij dan probleemvrij zou draaien, maar dat lukt dus niet. En zoiets als garantie op een reparatie schijnt hier niet gebruikelijk te zijn, ze zijn dus helemaal overgeleverd aan de reparateur, die wij ervan verdenken ernstig misbruik van deze situatie te maken. Maar ja, er is de laatste maanden al zoveel geld in onderhoud en reparatie van deze compressor gestopt, dat ze het ook zonde vinden om hem nu op te geven.
Wij vinden het ook zonde om er, zonder enige garantie, nog meer geld in te blijven stoppen. Alles bij elkaar hadden ze beter een nieuwe kunnen kopen, maar daar schieten ze nu ook niets mee op. Wij kunnen er nu ook niets aan doen. En we zijn moe, we zoeken ons bed op, het is een lange dag geweest…



 
Zaterdag 13 augustus


de foto's zijn 13 augustus door Tom/Anique/Jay gemaakt op de Rinjani, speciaal voor iedereen die te lui is om er zelf helemaal op te klimmen

Om kwart over 4 in de nacht krijgen we een sms van Anique.
Ze zitten in de kou, bijna op de hoogste top van de Rinjani te wachten op de opkomende zon.
Als ze het laatste stukje nog omhoog zouden moeten klauteren, zouden ze met een beetje pech net niet boven zijn op het mooiste moment. Waar ze nu zitten, hebben ze een perfect uitzicht. Dus was de keuze om daar te blijven snel gemaakt.
We zien het voor ons, Tom met alle camera’s om zich heen, die heeft alleen om dat allemaal goed neer te zetten en in te stellen al een uurtje nodig!
Wij draaien ons nog een keer om voor een paar uurtjes slaap. De zon komt hier ook wel op als we niet kijken.
Omdat we helemaal geen haast hebben vandaag, besluiten we voor de afwisseling maar weer een keer in het hotel te ontbijten.
Maar de ‘ontbijtzaal’ zit vol. Dat wil zeggen dat aan elk van de 3 tafeltjes onder het afdak wel iemand zit. Hoogseizoen bij Bumi Aditya!
Maar dat is geen probleem, we kunnen ook ontbijt op ons eigen terrasje krijgen. Wat willen we nog meer? Een kwartiertje later wordt alles netjes gebracht!


Om kwart over 10 vertrekt familie Sant naar Bali. Ze gaan met een ‘pastboat’, een snelle boot op zijn Lomboks, en vertrekken vanaf het strand bij Graha. En wij gaan ze uitzwaaien.  
We zijn er ruim op tijd, nog voordat familie Sant in zicht is, dus nemen we plaats op het terras bij één van de hotels die daar zitten. Lekker, zo’n terras aan de zeekant!
Als onze sapjes eraan komen, komt  ook familie Sant de hoek om, vergezeld door een berg koffers.
Die mogen allemaal over het strand naar het klaarliggend bootje. De pastboat ligt in de baai voor anker. Met een kleiner bootje worden de gasten en bagage van het strand opgehaald.
Dan wordt het tijd om afscheid te nemen. De volgende keer dat we elkaar zien zitten we weer in Nederland. Nog maar even niet aan denken!
We maken een hele fotoreportage van familie Sant in het kleine bootje en familie Sant in het snelle bootje, en zwaaien tot we alleen nog maar in de verte een stipje op zee zien.
Dan wandelen we terug. Als we even staan te praten met een groepje verkopers, krijgen we een sms van Pak Umpuk. Of we al nieuws hebben van Tom en Anique? Stom, daar hebben we niet aan gedacht, hij zit natuurlijk bij de telefoon te wachten op berichten. Dus belt Peter hem even om te zeggen dat alles goed gaat.  
Pak Umpuk had nog een vraag, zijn familie mist ons, kleine Alfa vraagt elke dag naar Pak Peter en Tom. Dus is Pak Umpuk  vanochtend al vroeg naar het strand gegaan om bij de vissers de beste vis te kopen, zodat we vanavond bij hem kunnen komen eten.
Peter legt uit dat we al uitgenodigd zijn bij Pak Di, dat ze samen maar even moeten uitvechten hoe dat het beste opgelost kan worden, we komen in elk geval vanavond naar Ampenan.

Wij lopen verder naar het kantoor van Lombok Dive. Daar gaat Peter aan de slag om een meegebrachte laptop in orde te maken voor Pak Umpuk. Deze kan dan door de 2 families gebruikt worden om contact met ons te onderhouden en de kinderen kunnen hem natuurlijk ook voor school gebruiken. We hebben er in Ampenan nog niets over gezegd, we willen eerst nog even kijken wat de mogelijkheden zijn om te internetten.
Terwijl Peter zich op de laptop stort, ga ik met Opan envelopjes schrijven voor de maandelijkse bijdragen voor de schoolkinderen.
Eerst moeten we bepalen hoeveel  geld per per kind nog over is. Dat moet dan over de resterende maanden verdeeld worden. Dan per maand per kind een envelop schrijven, met naam van het kind, woonplaats, schooltype en klas, maand en bedrag. Ook komt Opan met de opmerking dat het  wel netjes en handig is om op de envelop te schrijven van wie het is, waar het vandaan komt. Ja, klopt, dus ook nog zo’n 200 keer Yayasan (stichting) Impian Anak.  Jaja. Na een paar enveloppen komt Opan met een goed idee.
Het zou professioneler (en heel handig) zijn om een Impian Anak stempel te hebben.  Thuis zou ik zeggen print even een paar etiketjes, maar dit is Lombok. Hier op het Lombok Dive kantoor doet de printer het vaker niet dan wel. Bij een internetcafe printen is waarschijnlijk duurder dan een stempel laten maken. Opan belt even naar de stempel-maker. Het blijkt dat we voor 2 stempels naar eigen ontwerp ongeveer 3 euro kwijt zijn, dan krijgen we er ook nog een inktkussen en inkt bij. Dit zijn dan wel stempels van een mindere kwaliteit hout.
Ik ben overstag. De professionele houtkwaliteit (een kleine euro duurder) vind ik niet nodig.
We zijn een simpele yayasan, geen douanekantoor of zo.
Als Opan vanavond een ontwerpje inlevert bij de stempelmaker, zijn de stempels over een paar dagen klaar, dan kunnen wij er één meenemen naar Nederland. Altijd leuk als aandenken, of als onze eigen printer er geen in meer in heeft!
Wij schrijven nog even vrolijk verder, tot mijn maag begint te knorren. Het is alweer één uur. Tijd voor een hapje. Tja, we kunnen Opan wel meevragen om te gaan eten, maar ik weet toch al dat hij zal weigeren. Bulan Puasa… Als ze dan al eten, doen ze dat liever als niemand het ziet (vooral geen  echtgenote, ouders of toeristen).
Dus gaan Peter en ik maar samen naar ibu Ana voor een surpriselunch. 

Na het eten lopen we de hoofdstraat af. Het is bloedheet vandaag, we vragen ons af hoe het op de Rinjani is….
Als we langs LST lopen, worden we bijna naar binnen getrokken…er volgt een hele discussie met een paar personeelsleden. Ze snappen niet dat Tom en Anique met Jay op pad zijn. Via hun was een Rinjani-trekking véél goedkoper.
Dat veel goedkoper betwijfel ik. En los daarvan hebben we liever dat ze met een bekende op pad zijn. Nu weten we met wie ze zijn en hebben ze ook de garantie dat ze niet bij een andere groep worden gestopt.
En ik gun Jay de omzet meer dan LST. Ik hou niet zo van alle toeristoffices die de prijzen onnodig opdrijven en alle winst in eigen zak steken. De mensen die het echte werk moeten doen, of dat nu hotels, duikscholen of gidsen zijn, krijgen er geen cent meer door.
Maar ja, dit is een discussie waar we toch niet uitkomen en waar we helemaal geen zin in hebben. Tom en Anique zitten al op de berg, zonder hun tussenkomst, daar veranderen zij niks aan. Goedkoper of niet…
We wandelen nog even naar Adam. Voor Impian Anak moeten we nog sleutelhangers en boekenleggers bestellen, en Wim en Joyce hebben gisteren ook nog een bestelling doorgegeven voor Adam.
Dat wordt hard werken voor hem en dat wordt zeker een mooie bijdrage voor zijn Holland House!
Adam straalt van geluk als hij het hoort. Zorgvuldig wordt alles genoteerd. En nu we er toch zijn, kunnen we direct een afspraak maken om het huis in aanbouw te bezichtigen. Dat wordt komende dinsdag, rond vier uur, dan kunnen we blijven tot buka puasa en een hapje mee-eten.
Mooi, weer een avond gevuld met eten… We moeten langzaam de dagen gaan tellen, we hebben nog zoveel afspraken te gaan. Ik geloof niet dat dat nog allemaal gaat lukken.

Op de terugweg nemen we nog een lekkere iced-cappucino. Terwijl we zitten, zoeken we wat foto’s uit van gesponsorde kinderen.
Opan wil graag een schrift maken waar hij alle gegevens van de kinderen bij kan houden. Ik heb zelf een schrift waar per pagina een kind staat, met foto en gegevens. Zoiets leek hem ook wel handig.
En Pak Di wil graag een groot bord maken, een soort fotocollage, van alle kinderen. Daarvoor hebben we dus van elk kind een goede foto nodig. Het is een heel gepuzzel om alle foto’s bij elkaar te krijgen, want ze zijn allemaal op verschillende dagen en met verschillende camera’s gemaakt.
Maar na een hoop gepuzzel hebben we de meeste kinderen in een apart bestandje staan.
We willen, voor we naar Ampenan  gaan, de foto’s in Mataram laten printen.
Dus huppelen we weer vlot terug naar Bumi Aditya.  Hoewel, vlot?
Na een paar meter komen we Eful tegen en maken we nog een praatje over de school, Impian Anak etc. Daarna worden we bij LST weer aangesproken met super-vriendenprijzen voor de Rinjani. Mooi, maar ik ga niet, Peter ook niet, en Tom en Anique zijn al weg.
Als we weer verder lopen, krijgen we weer gezelschap. Maar deze vriend is niet erg spraakzaam. Wel erg trouw en aanhankelijk. Een hond… Type vuilnisbakkenras, maar hij kijkt me heel lief aan en blijft bij ons lopen. Volgens mij heeft hij het erg warm, of honger, of dorst. Maar ja, ik hou niet van honden, heb geen eten of drinken bij me, dus wat moeten we ermee?
Geen idee, maar hij blijft ons volgen. Als we stoppen, stopt hij ook, lopen we door, dan loopt hij weer mee. Gezellig. Iedereen vraagt al of die hond van ons is, waar we hem vandaan hebben… We weten het niet, hij is er gewoon.
Bij het bruggetje/Pos Ronda is het al een drukte van belang. De mannen staan hier volgens mij allemaal te wachten tot ze naar huis kunnen om te eten. Als ze nu al gaan, moeten ze misschien wel meehelpen, of komen ze in de verleiding om al voor buka puasa een hapje te nemen. De vrouwen zijn natuurlijk druk met koken. Dus staan de mannen hier te kletsen. Uiteraard blijven we ook hier even hangen. Als we dan weer doorlopen, volgt de hond ons weer over de nieuwe weg naar Loco. Als we bijna bij Bumi Aditya zijn, draait hij zich om en loopt terug.  Ach, nou hebben we geen hond meer.

En door al het geklets onderweg hebben we ook al geen tijd meer om naar Mataram te gaan voor de foto’s.  We kunnen ze in Ampenan niet laten wachten met het eten.
We pakken snel onze spullen bij elkaar en haasten ons naar Ampenan. Daar moeten we nog even uit zien te vinden waar we worden verwacht voor het eten.  
Bij het strand staat nog niemand ons op te wachten, dat is vreemd. Bij Pak Umpuk zien we niemand, dus lopen we de hoek om naar Pak Di. Daar zit de familie met thee op ons te wachten. Ze gingen ervan uit dat Pak Umpuk ons op aan strand zou opwachten. Uiteraard krijgen we veel excuses aangeboden voor de slechte ontvangst…  Ze moesten eens weten hoe je normaalgesproken in Nederland wordt ontvangen.
Als we de thee ophebben, gaan we in optocht naar pak Umpuk. Die zit nog druk in de tuin bij een oventje de vis te garen. Hij en ibu Misroh zijn lang bezig geweest om er een feestmaal voor ons van te maken.
De vis heeft een marinadelaagje gekregen op basis van tomaat, normaalgesproken komt er een laag sambal op, maar voor ons is het recept aangepast.
Het ruikt in elk geval heerlijk! Als Pak Umpuk het duiken niet meer ziet zitten, kan hij nog altijd als kok aan de slag.
Terwijl we op het kleed gaan zitten, wordt de vloer volgezet met 2 flinke borden vol visfilet, thee, kroepoek, nasi putih, gemengde groente, kangkung, verschillende sausjes en een bord echte zelfgebakken frieten!
Als ik een stuk van de vis op mijn bordje wil doen (wat handig, de vis is al gefileerd!), wordt het hele bord vis naar mij geschoven. Het ene bord is voor mij, het andere voor Peter. Help!!! Dit krijgen we dus nooit op.
Hoe en wanneer ze het hebben gedaan weten we niet, maar de families zelf hebben al gegeten. Nu zijn wij aan de beurt. Eerst eten, dan praten.
Oh jee, dit is weer zo’n moeilijk moment. Het is zo ontzettend lief wat ze allemaal voor ons doen. Het is ongelogen de lekkerste vis die ik ooit heb gehad. Alle bijgerechten zijn heerlijk. Maar ik weet inmiddels ook dat de familie zelf daar niets van heeft gehad. Waarschijnlijk hebben ze snel wat witte rijst en misschien een beetje groente en een eitje gegeten. Dit feestmaal is voor de gasten.
Eten we er niet genoeg van, dan denken ze dat we het niet lekker vinden, of dat het niet goed genoeg is voor ons. Maar ik vind het zo moeilijk om met smaak te zitten eten terwijl de hele familie vol verwachting toekijkt of we het wel lekker en genoeg vinden. Dus gaan we maar weer over op de diplomatieke weg, van alles een beetje eten, en zeggen dat het heerlijk is, maar echt te veel voor ons tweeën.
Pak Umpuk kan de verleiding niet weerstaan en begint na een tijdje met de kinderen aan de frietjes te eten. De rest wordt zorgvuldig opgeborgen en waarschijnlijk straks of morgen opgegeten.
Ik probeer er nog achter te komen welke vis we nu hebben gegeten. Een divemaster met vissen-kennis moet dat toch weten! Maar vreemd genoeg is dat een moeilijke vraag.
Een deel van het antwoord weet ik al….ikan laut, zeevis. En het is een vis die je met duiken niet ziet, hij zit heel diep in de zee. Er worden nog een paar fish-identification boeken bij gehaald, maar het blijkt een moeilijk geval te zijn.
Hoe dan ook, hij was enak sekali! En, verrassing, het was een hele grote vis, veel groter dan wat op onze borden lag, de rest ligt bij Pak Di in de vriezer, te wachten tot het volgende feestmaal, als Tom en Anique weer terug zijn…
Het is grappig, zodra het eten opgeruimd is, komen Opan en Ida ook even langs, alsof ze aan de deur hebben staan wachten. Of heel Ampenan houdt ons in de gaten en seint door wat we aan het doen zijn, dat zou ook kunnen. We vertellen dat we druk zijn geweest met het sorteren van de foto’s van alle kinderen en dat we nog een paar kinderen missen. We hebben ze wel op de foto, maar niet zo mooi. Als er zoveel kinderen door elkaar rennen, is het moeilijk om een bepaald kind eruit te lichten. En we vinden het ook vervelend om de kinderen zo nadrukkelijk te laten poseren.  De meesten zijn al zo verlegen.
Maar dat is geen probleem, binnen een paar minuten staan de Ampenanse kinderen die we nog misten voor onze neus. Onzin, verlegen of niet, als wij foto’s willen, moeten ze maar even poseren.
Oke, dan pakken we snel de camera en zetten nog een paar kinderen op de foto.
Daarna is het tijd voor het lekkerste drankje uit Ampenan; ice lemon. Van de verse limoentjes van Pak Di’s boom. We merken dat onze bezoekjes bijna routine worden hier, even later komt Ibu Misroh met vier koppen koffie uit de keuken….echte Lombok koffie. Voor Pak Di, Pak Umpuk, Opan en Tom. Oeps, die is er niet bij vandaag, foutje. Maar niet getreurd, ook Peter waagt zich aan de prut koffie en drinkt samen met de mannen koffie, terwijl ik nog een groot glas ice lemon krijg.
Als we een hele tijd later terug lopen naar de auto, genieten we nog even van de volle maan. Voller dan dit wordt hij niet. We zijn benieuwd hoe het nu is op de Rinjani. Daar schijnt tijdens elke volle maan een speciale hindoe-ceremonie te zijn, dat was ook de reden dat Jay hun graag nu mee had.
Het blijft een apart idee dat we, als we over een paar weken weer in Nederland naar de (volle ) maan kijken, dezelfde maan zien als de mensen hier in Lombok, die zo’n 12.000(?) kilometer van ons vandaan zitten.
Jammer dat het zoveel tijd kost om elkaar te bezoeken.
Anders weet ik zeker dat we vaker eens op de koffie/thee zouden gaan in Ampenan!


 
Zondag 14 augustus

Tom en Anique zitten nog steeds op de Rinjani. Peter en ik gaan vandaag naar de Gili’s.
We ontbijten niet bij Bumi; dat kan binnen 2 minuten voor je neus staan, maar het kan ook 20 minuten duren. We lopen naar Lombok Dive, daar is het nog rustig, dus hebben we tijd zat voor een ontbijt bij Yunas supermarkt. We bestellen 2 kopjes thee, zonder suiker. En we kopen een pak gesuikerde beschuitjes als ontbijt.
Terwijl we zitten te wachten op de thee, druppelt langzaam het Lombok Dive personeel binnen.
Pak Umpuk gaat traditiegetrouw aan de overkant van de weg op de stoep in het zonnetje zitten, de koukleum. De rest verdwijnt in het kantoor.
De kassier van de supermarkt (tevens ober, kok en ik weet niet wat nog meer) komt 2 koppen thee brengen. Lekker! Hoewel…het zijn hele grote glazen thee, die minstens voor de helft gevuld zijn met suiker. Jasses, zoeter dan zoet. Dan maar een flesje water.
Peter loopt even naar het Lombok Dive kantoor, Pak Di komt mij gezelschap houden. Met een zwaar onderwerp zo vroeg op de ochtend. Het gaat over volgende week maandag. Dé dag. Ja, de dag dat we weer afscheid moeten nemen. De dag die ik heel ver voor me uit probeer te schuiven. Pak Di en Pak Umpuk hebben al besloten dat ze die dag allebei vrij nemen. Dan kunnen ze in elk geval rustig afscheid van ons komen nemen op het vliegveld. Hoewel we pas laat vertrekken willen ze geen risico nemen. Vorig jaar vertrokken we dezelfde tijd, half 8 in de avond. Een uur van tevoren, maar eigenlijk al eerder, moeten we inchecken op het vliegveld. De Lombok Dive staff zou afscheid komen nemen op het vliegveld, ze zouden zo snel mogelijk na het duiken naar Selaparang komen. Maar uitgerekend die dag liep het duiken enorm uit en kwam de hele club een paar minuten voor we naar binnen moesten pas aanrijden. Ze hebben toen het busje voor de ingang van de vertrekhal midden op straat gezet en nog even heel snel afscheid genomen. Om dit gestress te voorkomen, wordt het dit jaar dus anders aangepakt. Pak Di en Pak Umpuk willen ook met hun gezinnen komen. Dat wordt druk op het vliegveld!
Ik wil nog helemaal niet aan volgende week denken, maar Pak Di zit er al vol van.  Alles moet dit jaar perfect geregeld gaan worden, hij praat maar door... Met als gevolg dat we even later allebei met tranen in de ogen zitten te kijken. Dat wordt vast heel gezellig volgende week!
Maar voorlopig zijn we nog hier! En vandaag gaan we lekker de zee op!
Het blijkt dat er vandaag geen klanten op Lombok opgehaald hoeven te worden. Alleen klanten die al op de Gili’s zitten. Dan is het onzin om met meer auto’s te rijden. Dus laten we onze auto hier staan en kan Peter ook eens lekker lui in de auto zitten.

Het Lombok Dive busje zit wel lekker vol, met Mohni, Mahfudz, Pak Harfin, Hakim, Pak Di, Pak Umpuk , Peter en mij. Mohni gaat niet mee op de boot, hij gaat proberen om weer wat leven in de compressor te krijgen. De overtocht is lekker rustig. Wel moeten we alle 3 de gili’s af om klanten op te pikken, Gili Air, Gili Meno en Gili Trawangan. Een deel van de klanten blijft op Trawangan en krijgt daar van Pak Harfin zwembadles.
Dus op de boot blijft het rustig. Peter duikt samen met Pak Umpuk en een Australische man. Als we over Lombok zitten te praten, vraagt hij of wij die mensen zijn van dat kinderhulp project. Wauw, we zijn al beroemd tot letterlijk de andere kant van de wereld. Hij heeft al vaker contact gehad met Mahfudz en we gaan ervan uit dat toen Impian Anak een keer ter sprake is gekomen. Maar dat is niet zo.
Hij zat een paar dagen geleden bij Berry’s Café, toen liepen wij langs en heeft hij het blijkbaar met Berry over ons gehad…  Hij is heel geïnteresseerd in het project en overlaadt ons met complimenten en dankwoorden voor al het goede werk wat we doen. Ik voel me daar altijd een beetje ongemakkelijk bij. Wij doen het met zoveel plezier, het verrijkt ons leven minstens zoveel als het leven van de mensen hier. Daarbij kunnen wij dit alleen maar doen met de hulp van al onze sponsors en niet te vergeten met de hulp van onze vrienden in Lombok.
Wij mogen vooral de hulp doorgeven, de mensen in Lombok bezoeken, dat zijn hele leuke dingen om te doen, we zien dat niet als werk of als een opoffering. Maar uiteraard is het heel fijn om te horen en merken dat mensen meeleven en waarderen wat je doet.

Tijdens de ochtendduik is de zee verschrikkelijk ruw. Er zijn al een paar dagen flinke golven. Bij Gili Trawangan is één van de boten van een duikschool ’s nachts aan het strand gezonken. Er steekt nog net een topje uit het water. Waarschijnlijk heeft de boot een flinke golf binnen gekregen en is daarna naar de bodem gezakt. Het ziet er triest uit. Volgens de deskundigen zullen ze wel wachten tot het laag water is en dan proberen de boot leeg te scheppen en op de kant te trekken. Dan is het de vraag hoe groot de schade is. De houten boten kunnen heel wat hebben, maar als ze strak vast liggen, kan de kracht van het water veel schade aanrichten.
Als dat nu in het ‘rustige weer’ seizoen al gebeurt, begrijp ik hoe het kan dat er tijdens de regentijd zo vaak boten zinken die niet goed aangelegd zijn.
Als de duikers onder water zijn is het lastig ze te volgen. Meestal is het een kwestie van de luchtbelletjes volgen. Maar de zee is zo ruw, dat je overal en nergens belletjes ziet.
Het is dus een hele kunst om 2 groepen duikers, die ook nog op verschillende plekken zitten, in de gaten te houden. Gelukkig hebben ze allebei een ballon bij zich; een soort lange smalle ballon in felle kleur die ze opblazen met lucht uit de tanks op het moment dat ze boven gaan komen. De ballon steekt dan al een metertje boven het water uit voordat de duikers boven zijn. Zo zijn ze beter terug te vinden.
Maar nu zijn de golven zo hoog, dat het zelfs met ballon lastig is.
Ik ben heel blij als iedereen weer aan boord is, vooral ook omdat ik langzaam zeeziek wordt van het geschommel.
Fijn te horen dat we een lange middagpauze krijgen. Kan ik weer een beetje bijkomen.
Peter en ik gaan eten bij een van de restaurantjes met een beruga aan zee.  Lekker, ik ga voor een eenvoudige nasi goreng met komkommersalade. Peter neemt saté en frietjes.
Met een sapje erbij en uitzicht over de zee is het genieten!
Tijdens de middagduik is het alweer rustig op de boot. Twee klanten die eigenlijk vanmiddag de eerste echte zeeduik zouden doen, durven het nog niet aan en oefenen nog even verder in het zwembad.
Een Duits meisje zou wel in zee gaan duiken, maar voelt zich niet zo lekker, ze blijft op de boot zitten.
Prima, dan heb ik aanspraak. Als ze hoort dat onze kinderen op de Rinjani zitten, vraagt ze met welke gids/organisatie ze zijn. Zij was zelf vorige week ook naar de Rinjani geweest, de Rinjani was mooi, maar organisatorisch was het één grote tegenvaller. Tja, als ik hoor bij wie ze had geboekt (ik zal geen namen noemen, maar de Lombok-gangers zullen wel weten welke tourist-office het is) kan ik me er iets bij voorstellen.
Ze had een 4 daagse tocht geboekt en betaald, in een kleine groep, maximaal 6 personen, werd gezegd. De prijs was een totaalprijs, inclusief eten, drinken, dragers etc.
Op de Rinjani aangekomen bleek dat de groep ineens uit 9 personen bestond. En na een dag bleek ook nog eens dat ze niet bezig waren aan de 4-daagse, maar aan de 3-daagse tocht. Verder werd er voor allerlei diensten extra geld gevraagd door de gidsen en dragers.
Als ze dan hoort dat Tom en Anique voor de 4-daagse privétocht nog minder hebben betaald dan zij voor de 3-daagse tocht in een hele grote groep, begint ze behoorlijk te klagen over het bemiddelingsbureau.
De bekende verhalen, laat in de avond aangekomen met de boot in Lembar. Het eerste het beste busje gepakt, door de chauffeur naar een tourist office in Senggigi gebracht. Daar naar binnen gehaald en ze kwam  niet weg voor ze van alles had geboekt, hotel, Rinjani trekking en duiken.
En alles wat ze heeft geboekt is anders dan haar was beloofd.
Het (vrij dure) hotel zou het enige hotel zijn dat nog vrij was. Op dit moment staat half Senggigi leeg, dus dat is er vast wel een goedkopere plek te vinden om te overnachten.
De Rinjani was helemaal mis. En over het duiken zelf is ze tevreden, maar de informatie die ze had gekregen klopt toch niet helemaal. Het is erg jammer dat deze dingen gebeuren. Mensen die nog nooit op Lombok zijn geweest, hebben vaak geen idee waar ze moeten zijn voor hotels, activiteiten, transport. Dan is het handig als je alles op één plek kunt regelen, zeker als je na een lange reis ’s avonds laat aankomt en nog geen slaapplaats hebt. Daar wordt vaak erg misbruik van gemaakt, zeker door de tussenpersonen die hier veel in hun macht hebben en houden.
En vaak krijgen de hotels, gidsen, duikscholen alle boze klanten op hun dak, want die leveren niet wat de klant was toegezegd. Maar dat zal wel nooit veranderen, jammer…zaken doen in Lombok gaat niet altijd op een prettige manier.

Na de duik moeten we weer alle eilandjes af om klanten af te leveren. Bij Gili Air wordt druk gevist. Vissers staan soms tot hun schouders in het water te vissen. Het emmertje met aas hangt in een zwembandje in zee. Het blijft een leuk gezicht. Zeker de vissers die in het water staan met hun motorhelm op het hoofd. Ik heb steeds gedacht dat dat is om te voorkomen dat de helm wordt gestolen als die op de motor blijft liggen, maar ik bedenk me nu dat er op Gili Air geen motortjes rijden. Dan zal het wel een bescherming tegen de zon zijn, al zou ik zelf dan toch kiezen voor zo’n mooi rieten hoedje.
Op het strand van Gili Air staat een  groep lokale mensen te wachten op vervoer naar het vasteland. Wij zijn, op Peter en mij na, alle toeristen kwijt en zouden best wat mensen mee kunnen nemen. Eerst stappen er een paar mensen aan boord. Even later gaan ze weer van de boot af. Alleen een paar personeelsleden van een andere duikschool blijven aan boord. Het blijkt dat Lombok Dive geen lokale mensen mag vervoeren. Dit om de omzet niet weg te halen bij de standaard veerbootjes. Zit ook wel wat in natuurlijk.
Wij tuffen rustig naar het vasteland.
Als we daar aankomen is het normaal gesproken zaak om zo snel mogelijk de boot leeg te hebben en alle spullen af te spoelen en op te ruimen. Maar er is al een hele tijd geen water en geen elektriciteit in het havengebouw in Teluk Nare.
We halen de boot leeg en laten alle spullen staan, zodat Suhaemi, die hier in Teluk Nare woont, de spullen later schoon kan spoelen en opruimen.

Als we goed en wel van de boot af zijn, krijgen we een sms binnen.
Van Tom en Anique. Met slecht nieuws. Ze zijn bezig met de afdaling van de Rinjani en lopen vanavond door tot Senaru. Tom heeft erge last van hoofdpijn en wil zo snel mogelijk terug.
Wat een rotnieuws. Zeker omdat we niet precies weten hoe laat de sms is verstuurd, en hoe de situatie nu is. We proberen te bellen, maar de verbinding is erg slecht. Veel wijzer worden we er niet van. Waarschijnlijk zijn ze rond 9 uur vanavond in Senaru.  Tom is bang dat hij voorhoofdsholteontsteking heeft. Daar heeft hij jarenlang veel last van gehad, maar nadat hij in februari is geopereerd, heeft hij geen problemen meer gehad.
Ik weet hoe ziek hij daarvan kan zijn en hoop dat het toch meevalt. Zeker omdat ze vandaag dus de route van 2 dagen in 1 dag moeten lopen. En als ze rond 9 uur in de avond aankomen in Senaru, wil dat zeggen dat ze de laatste pakweg 3 uur in het donker moeten afdalen. De bijna volle maan helpt wel mee, maar toch is het niet de ideale omstandigheid om van een berg af te komen, zeker niet als je je niet lekker voelt.
Naast de zorgen daarom, balen we verschrikkelijk dat we vandaag niet zelf met de auto hier zijn gekomen.
We moeten nu eerst met de Lombok Dive auto terug naar Senggigi om onze eigen auto op te halen, daarna weer dezelfde weg terug. Dat gaat ons dus 2 uur extra kosten.
Maar het is niet anders.
Iedereen van Lombok Dive leeft erg mee. En iedereen vindt het onverantwoord om vanavond nog naar Senaru te rijden. We kunnen beter een chauffeur uit Senaru regelen die de kinderen en Jay naar Senggigi brengt. Of een overnachtingsplek in Senaru regelen.
Maar beide opties zien we niet zo zitten.
Een chauffeur die we niet kennen vertrouwen we hier toch minder dan Peter als chauffeur, zeker op die weg in het donker. En ze nog een nacht daar laten en morgen ophalen willen we ook niet. Als je je niet lekker voelt, ben je het liefste thuis. En Bumi Aditya komt voor ons gevoel toch vrij dicht bij thuis, dat is voor Tom zeker niet anders…
Dus bedenken we maar hoe we zo snel mogelijk straks weer terug kunnen naar het noorden.
En of we nog genoeg brandstof in de tank hebben. Waarschijnlijk te weinig om op en neer te rijden naar Senaru. Veel tankstations zijn er niet ten noorden van Senggigi. In Senggigi zelf is er trouwens ook geen. De dichtstbijzijnde is richting Ampenan. Niet zo heel ver, maar als we straks in Senggigi aankomen zal het ongeveer 6 uur in de avond zijn. En het is zondag en het is bulan puasa. Dan is iedereen op weg naar huis, en zit, met een beetje pech, de hele weg van Senggigi naar Mataram verstopt.
Bij Bangsal zit een groot tankstation, maar niemand kan met zekerheid zeggen of dat ’s avonds nog open is. Nou ja, we zien wel, eerst maar in Senggigi zien te komen. Snel de auto ophalen, wat te eten en drinken pakken voor onderweg en dan terug naar het noorden.
Een paar minuten voor 6 komen we aan in Senggigi. Pak Umpuk probeert ons de laatste keer te overtuigen van het feit dat we toch echt niet nog op en neer naar Senaru kunnen gaan. En als we wel gaan, wil hij wel mee om te helpen. Waarmee weten we niet. Het is heel aardig aangeboden, maar hij kan niet autorijden. Ik ga sowieso mee, dus Peter hoeft toch niet alleen te gaan. We overtuigen hem ervan dat hij snel naar zijn gezin moet gaan voor buka Puasa en dat wij ons echt wel redden.  
Dan haasten we ons naar Bumi. Daar komen we Eful tegen, die wel in is voor een gezellig praatje. We vertellen hem dat we haast hebben. Ook hij probeert ons over te halen om niet te gaan, hij kent wel een chauffeur in de buurt van Senaru die de kinderen veilig thuis kan brengen. Maar ja, we hebben besloten dat we zelf gaan. Of het tankstation bij Bangsal nog open zal zijn, weet Eful ook niet. 50% kans… Dat is niet veel.
We schieten snel schone kleren aan, denken er nog net aan om snel nieuw beltegoed te kopen, halen bij Yunas wat broodjes en drinken gaan op pad. Kwart over 6 rijden we weg. Weer naar het noorden. De drukte richting zuiden zal wel opgelost zijn nu, maar dan nog kost het veel tijd om op en neer te rijden naar het tankstation.
We hopen maar op wat brandstof ergens in het noorden, want we zullen het wel nodig hebben.
Het eerste stuk kunnen we goed doorrijden. De weg is goed en bekend, iedereen zit thuis te eten en het is nog redelijk licht.
Maar bij Bangsal wordt het drukker. Veel mensen lopen op de weg. Zeker in het donker is dat vervelend, want hier draagt niemand reflecterende hesjes. Ook de fietsers en de meeste motortjes hebben geen licht. Ondanks dat loopt en fietst iedereen midden op straat. Zenuwslopend, zeker als je een beetje op wil schieten. Als we het tankstation naderen, worden we er niet vrolijker op. Hartstikke gesloten.
Balen!!! De kans dat we verder naar het noorden nog een echt tankstation tegenkomen is minimaal. De tankstationnetjes aan huis (mensen die langs de weg brandstof in gewone flessen verkopen) zijn ’s avonds ook meestal dicht. Maar een paar minuten geleden zagen we er één die nog open was.
Dus rijden we maar terug, in de hoop dat ze nog iets voor ons hebben.
Even later wordt de hele voorraad van het tankstation in onze tank leeggegoten. Helemaal vol wordt de tank er niet van, maar nu moeten we het wel gaan redden. En de mensen waar we de brandstof kopen, hebben een prima omzet vandaag!
Wij rijden snel verder. Hoewel snel….het tempo moet flink teruggeschroefd worden. Vooral als we Tanjung gepasseerd zijn. De goede weg is op. Vanaf hier wordt het meer gatenkaas dan weg. Af en toe zijn de gaten wel heel erg diep, een metertje of zo. Maar in die gevallen zijn de gaten wel aangegeven….door er een boomtak rechtop in te zetten, alsof het gat een bloemenvaas is. Overdag werkt dat een beetje, zeker omdat het altijd wel takken met wat fris en opvallend groene bladeren eraan zijn, maar ’s avonds zie je ze dus pas op het laatste moment.
En alle mensen zijn nu uitgegeten en gaan gezellig met zijn allen over de straat slenteren. De kinderen gaan fietscrosswedstrijdjes houden op straat, uiteraard zonder verlichting. Er zijn zelfs grapjassen die gezellig aan de kant van de weg (dat wel) op het asfalt gaan zitten. Levensgevaarlijk. Een beetje doorrijden zit er dus niet meer in.
Pak Umpuk begint al te sms’en of alles goed gaat, of we al in Senaru zijn. Nou, als dat zo was, had Peter toch wel alle snelheidsregels (als ze die hier al hebben) moeten overtreden.
Nee, dat duurt nog wel een tijd.
Intussen probeer ik continu contact te krijgen met Tom en Anique, maar dat lukt niet. Of zij zitten in een antenne-loos gebied, of wij, of allebei. Rond half 9, als we Senaru naderen, krijg ik eindelijk Anique te pakken. Ze zijn nog aan het lopen en verwachten tegen 9 uur in Senaru te zijn. Bij het kantoortje van de trekking club. Toen viel de verbinding weer weg.
Nou ja, dat is in elk geval iets. Dus rijden we ‘vrolijk’ verder.

Kwart voor 9 komen we aan in Senaru. Maar Senaru is een langgerekt dorpje, waar we heel veel trekkingkantoortjes zien. We bellen en sms’en, maar zonder resultaat.
Dus rijden we maar door tot we niet meer verder kunnen. Dit ziet er wel uit als een plek waar ze van de berg af kunnen komen. Er staat een restaurant met een kantoortje of iets erbij, maar daar zien we niemand. Alleen een gemeen blaffende hond. Een kilometer terug zijn we bij een T-splitsing rechtsaf gegaan,  linksaf ging een zelfde soort weg de berg op. Als ze daar vanaf komen, lopen we ze dus mis.
We hebben ook geen idee of we wel op de goede plek zitten, waar ze van de berg af komen. Hoever ze doorlopen. Misschien zitten ze nog veel hoger, misschien zijn ze al veel lager op de berg, ergens in het dorpje. Dus rijden we nog een keer naar beneden, kijkend bij elk restaurantje, kantoortje. Maar overal is het donker. En we krijgen helemaal geen contact meer. Wat is dit frustrerend.
Nadat we hetzelfde stuk een keer of 5 op en neer hebben gereden, besluiten we maar bij de T-splitsing te wachten. Dan, eindelijk, krijgen we een sms door, dat ze bij het kantoor zitten te wachten. We gokken maar op het restaurant met kantoor en vervelende hond. Daar is het nog net zo donker en verlaten als een tijdje geleden. Maar als we er nog eens goed rondkijken, zien we beweging bij een beruga iets verderop.
Gelukkig, daar zijn ze! Doodmoe van de tocht, maar blij dat ze eindelijk van de berg af zijn. Al was de tocht wel erg mooi en hebben ze echt genoten van de mooie uitzichten, van de ervaring. Maar nu willen ze vooral een douche en een bed…
De dragers die mee waren zijn al ergens in de buurt naar een logeeradres gelopen.
Hier kunnen we niks meer doen, dus stappen we maar in de auto en beginnen aan de lange terugtocht.
Rond kwart over 9 vertrekken we weer uit Senaru. Met een auto vol niet al te fris ruikende wandelaars.
Tja, na 3 dagen op de Rinjani kun je wel een douche gebruiken. Zodra we weer in de auto zitten, sms ik snel naar Pak Umpuk dat de kinderen veilig bij papa en mama zijn en dat we nu rustig terugrijden naar Senggigi. Ik krijg een sms terug met het verzoek nog even te sms’en als we weer in Senggigi zijn. Daar zal ik aan denken!
De terugweg gaat iets vlotter dan de heenweg, maar veel maakt het niet uit. Op straat is en blijft het druk en gevaarlijk. En nu rijden we de hele route in het donker.
Maar eindelijk, rond half 12, zijn we in Loco.
We gaan snel naar de kamers, waar ik de nieuwe waterkoker aanzet om wat mandi-water te verwarmen. Een warme douche hebben we hier niet, maar met wat kokend water in een emmer koud water is het ook lekker wassen.
Jay komt me nog een souvenir brengen van de Rinjani; een bosje edelweiss van de Rinjani. Hij vertelde me vorige week wat er zoal te zien is op de RInjani. Daarbij noemde hij ook edelweiss.  Ik ken de edelweiss bloemen alleen maar van de alpen of zo, dus beloofde Jay me een bloemetje mee te nemen.
Dat was hij niet vergeten, het is zelfs een heel bosje geworden. Niet dezelfde edelweiss die ik ken, de Rinjani edelweiss heeft niet de bekende stervorm, het zijn meer kleine bolletjes, maar het heeft wel de herkenbare zilver-groen-witte kleur en dezelfde, beetje harig-wollige structuur.
Intussen proberen Tom en Anique zich schoon te boenen. Tom neemt onder protest toch nog maar een pijnstiller, op de berg hielp het ook niet, maar nu misschien wel, denk ik, al is het maar om wat beter te slapen… Dan duiken ze het bed in.
Peter zit met zijn hoofd nog op de weg, en wij besluiten op het terrasje nog maar een glaasje fris te drinken voor we naar bed gaan. Even de drukte van de avond weg laten zakken. Dat lukt hier wel, het is nu heerlijk buiten, niet meer zo heet, rustig in de kampung, je hoort nog wel wat mensen links en rechts, en natuurlijk allerlei insecten, af en toe een gekko. Na een half uurtje zijn we weer ontstresst en is het tijd voor een dutje.
Morgen weer een dag, we zijn benieuwd wat die ons gaat brengen.

 
Maandag 15 augustus

Omdat we Tom en Anique gisteren al op hebben gehaald gaat ons geplande dagtochtje naar Senaru vandaag niet door. Het wordt dus een pelan-pelan dag, met van alles en nog wat te doen.
Om te beginnen een beetje uitslapen. Daarna een ontbijt in het hotel.
Tom slaapt extra lang uit. Ik stort me op de was. Of eigenlijk op het sorteren van de was.
Alles wat van de Rinjani af komt is smerig, en niet zo’n beetje.
Hier ga ik zelf maar niet aan beginnen, al besef ik dat Sareah, waar de was dan naar toe gaat, niet veel meer luxe zal hebben om te wassen dan mij. Wasmachines en drogers zijn hier niet ingeburgerd. Als mensen het al kunnen betalen, is de stroomvoorziening in de meeste dorpjes niet berekend op dit soort elektrische apparaten.
Maar ik heb vakantie, denk ik maar…en uiteraard gaat Sareah een hele dikke vette fooi krijgen voor deze was. Bij Sareah kletsen we ook nog even met Jay. Hij was onder de indruk van de sportiviteit van Tom en Anique. En hij vond het gezellige dagen, maar uiteraard erg jammer dat ze eerder terug moesten komen. Tja, en die laatste dag was wel erg zwaar, zeker de laatste uren die ze in het donker hebben gelopen. Het is vanochtend gezellig in de kampung. Dat maken we niet vaak mee tijdens de ramadan, maar overal staan groepjes mensen te kletsen. Meestal zie je weinig mensen overdag.
Ik klets nog even met Mariam en Sane, terwijl Peter het nieuwe bouwproject bekijkt waar Boung aan het werk is.
Als we weer bij Bumi zijn, is Tom ook uit bed. Hij ziet er wat opgeknapt uit, maar echt fit is hij niet. Verkouden en flinke hoofdpijn. De koude nacht op de top van de Rinjani was misschien toch niet zo goed…


Silke komt ook even langs, en Tom en Anique verzamelen alle foto’s van de afgelopen dagen op een laptop. Even later kunnen we ze bezichtigen, onder het genot van een kopje koffie en thee, fijn dat we weer een werkende waterkoker hebben!
Ik geloof graag dat het een hele zware tocht was, maar de foto’s zijn werkelijk prachtig. Wat een mooie omgeving! Geweldig!
Silke heeft trouwens nog een leuk bericht. Samen met zijn vriendin willen ze graag een kind uit Lombok gaan sponsoren! Wat leuk!
Rond de middag rijden we naar Mataram. Silke heeft wel weer behoefte aan wat gezelschap en gaat ook mee. We moeten in elk geval wat foto’s laten ontwikkelen. Ook willen we op zoek naar een dongel, waarmee Pak Umpuk en Pak Di kunnen internetten.
Als we bij Mataram Mall aankomen, gaan we eerst, op advies van Opan, naar de winkel van Telkomsel, tegenover de Mall.
Daar wacht ons de moeilijke taak om een dongel te vinden en uit te zoeken hoe zoiets hier werkt, met abonnement, of prepaid. Dingen die ik in Nederland al nooit begrijp, laat staan in Lombok.
Maar Peter en Tom mogen het lekker regelen.
Als we de winkel, of eigenlijk meer een kantoor, binnenkomen, wordt gevraagd wat we nodig hebben. Vervolgens krijgen we een nummertje en mogen we plaatsnemen tot we aan de beurt zijn.
Aan de servicebalies zitten een stuk of 6 jongedames/heren.
Als niet-Indonesiërs hebben we de volle aandacht, van mede-wachtenden én van de medewerkers.
Ik vraag me af of de medewerkers zitten te hopen dat ze ons mogen helpen, of juist liever niet…  
Als ons nummertje aan de beurt is, gaan Tom en Peter naar de balie. Daar worden ze keurig-netjes geholpen. Even later hebben ze een briefje met wat ze nodig hebben. Daarmee moeten we naar de winkel zelf. Die zit buiten, voor de deur... Daar staat een soort tent, waar groepen jongeren omheen zwermen. Als Peter het briefje afgeeft, hebben we even later een soort dongel-startpakket.
Hiermee kan een maand lang ge-internet worden. Daarna kan het kaartje steeds voor een maand opgewaardeerd worden. De kosten vallen ons niet tegen; de aanschaf van het startpakket is ongeveer 70 euro, het opwaarderen kost ongeveer 8 euro per maand. Maar voor het gemiddelde Lombokse huishouden toch vreselijk veel geld. Vandaar dat we al besloten hebben dat we de kosten van het opwaarderen in elk geval zelf gaan vergoeden. Wij vinden het fijn om contact te houden met vrienden hier, maar we willen ze niet op kosten jagen. Dus krijgen pak Umpuk en pak Di de apparatuur en Opan heeft al beloofd dat hij elke maand naar de winkel gaat om op te waarderen. Zo kunnen we het hele jaar gezellig kletsen met Ampenan! Dit doen we overigens van privé-geld. Het staat los van Impian Anak.
Prettige bijkomstigheid is dat de kinderen uit de gezinnen op deze manier ook gebruik kunnen maken van internet, wat voor hun studie niet verkeerd zal zijn.


Als we alles geregeld hebben is het tijd om te eten. Op naar Kentucky Fried Chicken.
Het restaurant is i.v.m. de ramadan omgetoverd tot afhaalrestaurant. Je kunt afhalen, maar niet in het restaurant zelf eten, om mensen niet in de verleiding te brengen, staan alle stoelen boven op de tafeltjes. Voor het restaurant is een apart zaaltje, waar wel uitnodigende stoelen en tafels staan, en we gaan ervan uit dat we daar kunnen zitten. Als we er met ons eten naar toe lopen, worden we vriendelijk maar kordaat weggestuurd. Nee, naar buiten met dat eten!
He bah, we willen ook niet op straat gaan zitten met onze frietjes en kippetjes. Dan rest maar één alternatief; in de auto. Voor we in de auto zitten, worden we al achtervolgd door een groepje bedelende mensen. Geld geven vinden we geen goed idee, eten geven tijdens de ramadan? Weet ik ook niet…
We negeren ze maar en lopen naar de auto. Maar ze blijven om de auto heen hangen. Mijn honger is snel over… Ik begrijp eerlijk gezegd ook niet de logica van de restaurants. Wel eten verkopen, maar geen gelegenheid bieden om het op te eten. De ramen van de restaurants zijn allemaal geblindeerd, van buiten af kan niemand zien wat er binnen wordt gedaan. Maar omdat je met je eten naar buiten wordt gestuurd, word je min of meer gedwongen het buiten onder het oog van alle vastende mensen op te eten. Volgende keer maar weer gewoon in Senggigi eten, of daar in de buurt afhalen en in het hotel gaan zitten.
Het valt me dit jaar sowieso op dat er hier op de parkeerplaats veel bedelende mensen rond lopen. Vooral jongeren en kinderen. Meestal heb ik wel een zak los verpakte snoepjes in de tas zitten, altijd handig om toch iets te kunnen geven. Het blijft lastig. Ik begrijp dat iets geven het bedelen weer kan verergeren, maar niets geven en de mensen negeren vind ik ook moeilijk.
We lopen weer binnen bij de Mall. Eerst op zoek naar een paar slippers voor Tom. Zoals gewoonlijk is het even zoeken naar een paar dat groot genoeg is, maar van andere jaren kan ik me herinneren dat ze achter in de schoenenwinkel een rek met ‘grote voeten’ slippers hebben. En ja hoor, daar slaagt hij.
Dan lopen we verder naar de fotozaak. Daar willen we alle foto’s die we hebben verzameld van de kinderen laten afdrukken. Eén vrij grote afdruk die we aan de kinderen zelf willen geven. De meeste mensen en kinderen hebben nauwelijks foto’s van zichzelf, en zijn er altijd heel blij mee als ze er een van ons krijgen. En twee kleinere afdrukken, één voor het schrift van Opan, één voor de fotocollage die Pak Di gaat maken.
We hebben al alle fotobestandjes op een USB-stick gezet, met een beetje geluk moet het dus snel klaar zijn. Als we (denken we) duidelijk hebben uitgelegd wat we willen, zien we dat de fotograaf alle foto’s gaat openen en bijwerken. Heel aardig, niet per se nodig, maar ja. We gaan er maar even bij zitten… Een kwartiertje later zijn de foto’s klaar. Tenminste, dat zegt de aardige jongedame die de foto’s net allemaal uit de printer heeft gehaald en netjes op maat heeft gesneden.
Maar we krijgen een mapje, met alleen de grote afdrukken. Dus leggen we uit dat we ook alle foto’s nog 2 keer in een kleiner formaat afgedrukt willen hebben. Gelukkig hoeven niet alle  foto’s opnieuw bewerkt te worden. Als we één serie kleine afdrukken hebben, hoeven we nog maar één keer uit te leggen dat we nóg een serie kleine afdrukken willen. Na elke ‘uitbreiding van de bestelling’ kijkt het personeel een beetje blijer. Haha, dat wordt een mooie omzet vandaag. Dankzij de sponsors van Impian Anak, door hun hebben we al zo’n groot aantal kinderen! Uiteraard betalen we de foto’s en dit soort kosten uit eigen zak, zodat het sponsorgeld 100% ten goede komt van de kinderen.
Als alle foto’s netjes in mapjes zitten, is het tijd voor een drankje. En dat kan zomaar in de Mall, bij een bakker/restaurantje is achter in de zaak gewoon plek waar we kunnen zitten met ons drankje! Vreemd, veel andere restaurants zijn of dicht, of alleen bestemd voor bungkus…   
Nu is het tijd voor mijn favoriete winkel…de toko buku. Even mijn voorraadje kinder/sprookjesboeken aanvullen. De keuze wordt steeds moeilijker, veel boekjes heb ik al. Er zijn wel schappen waarvan ik nog niets heb gekocht, maar dat zijn erg religieuze kinderboekjes. Niet helemaal mijn ding.
Maar ik vind nog wat leesvoer en nog iets erg leuks, een Atlas Indonesia dan Dunia, 33 Propinsi, Edisi Terbaru…Untuk SLTP, SMU dan UMUM. Die moet dus wel erg goed zijn.
Alle Indonesische provincies staan erin, met plaatjes van de lokale huizenstijl en klederdrachten erbij.
Maar, het is niet voor niets de atlas van ‘Indonesia dan dunia’, er zitten ook kaarten van andere werelddelen/landen in.
Onze interesse gaat uiteraard uit naar de kaart ‘Belgia, Nederland, Luxembourg’.
Geweldig, zelfs Venraij staat erin!!! Leuk om de kaart te bekijken. Ik kom Nederlandse plaatsen tegen waar ik nog nooit van heb gehoord…Urlum, Uithuizermeeden???
En nog een paar typefouten…Armestfoort, Oloonzaal, Gooda, Harlem, Hoogerand, Kep.Schermonnkoog.
En hele grappige vertalingen, Laut Zuider, Laut Wadden, P. Oostelijk (Oostelijke Flevopolder??)
Alle eilanden krijgen een P. (pulau) ervoor; P.Ameland, P.Overflakkep, P.Schouwen… Maar Schermonnkoog krijgt het voorvoegsel Kep. Geen idee wat dat betekent???
Zal er iemand in Lombok zijn die dit gaat bestuderen? Hoe dan ook, ik vind het een geweldig souvenir!
En die 26.000 rp heb ik er nog wel voor over. Een duur studieboek voor Indonesische kinderen, maar vergeleken met de Bosatlas in Nederland is het een koopje!
Dan moeten we nog op zoek naar een grote plastic box voor duikspullen. Omdat we (dwz Peter en de kinderen) eigenlijk alleen maar in Lombok duiken, hebben we geen zin om steeds alle duikspullen mee te zeulen naar Nederland. Pak Di en Pak Umpuk hebben aangeboden dat we de spullen bij hun kunnen stallen. Als ze bij Lombok Dive blijven liggen, is het de vraag of ze niet gebruikt gaan worden.
En de broertjes uit Ampenan zullen er met liefde voor zorgen…
Maar 3 duikpakken en een BCD en regulator hebben wel een flinke doos nodig.
Op de bovenste verdieping van de Mall zit een grote winkel in huishoudelijke artikelen.
Die hadden we eerder moeten ontdekken! Hier hebben ze alles, van serviesgoed tot potten en pannen, van kitscherige woninginrichting tot apparaten.
En heel veel plastic boxen. De mooiste (en grootste)nemen we mee.
Dan hebben we genoeg gewinkeld voor vandaag. Tom ziet er niet al te fit uit, tijd voor een laat middagdutje. Onderweg naar Senggigi mogen we weer langs een tankstation. Nu gewoon een groot tankstation langs de weg. Altijd leuk om te zien. Hele rijen wachtenden bij het bordje 2 roda; tweewielers. Auto’s zijn er niet zo veel, daar gaat het sneller. Alleen de taxi’s hebben wel eens meer tijd nodig. Die moeten altijd overvol getankt worden. Daarom rijden ze met een achterwiel op een schuine verhoging, waardoor de tank optimaal volgegooid kan worden. Met de beperkte openingstijden en kleine aantallen echte tankstations is dat misschien niet eens zo’n gek idee, al vraag ik me af hoeveel druppels ze zo meer kunnen tanken.

Als we weer bij Bumi zijn wordt de dongel in gebruik genomen. Het is even puzzelen, maar het werkt.
Alleen op het Ubuntu-besturingssysteem werkt het niet. Lastig, want de computers die we hier afleveren, draaien allemaal op Ubuntu. Dat is minder virusgevoelig dan andere systemen.
Daar moet dus nog wat op bedacht worden, maar op zich werkt de dongel prima, dat hadden we eerder moeten bedenken!!! Zo kunnen we lekker vanaf ons eigen terrasje internetten.
’s Avonds eten we bij Berry Café. Tom slaat over, die duikt het bed in en komt er voorlopig niet meer uit.
Later op de avond lopen Peter en ik nog een heerlijk rondje Senggigi. Over de hoofdstraat naar het noorden, via het strand terug. Op het strand is het heerlijk, lichte bries, graadje of 30, denk ik…
Wel donker, maar met een zaklampje standaard in de tas is dat geen probleem.
Achter de punt bij Senggigi Beach staat Boung te vissen. Eenzaam en alleen. Zelfs de vissen laten hem in de steek. Wij houden hem maar even gezelschap.
Als we een tijdje later teruglopen, zien we dat het trapje bij de warung van ibu Ana weer bijna ingestort is. De betonnen trap is oké, maar het strand eronder is weggeslagen, waardoor er een hoogteverschil tussen strand en eerste tree is van zeker anderhalve meter. Sinds een paar weekjes staat er een bamboe trap, maar die begint nu erg door te zakken en kraken. Ik neem me voor om hem deze vakantie maar niet meer te gebruiken. Volgende keer maar weer een afslag eerder nemen.
Bij Ana neemt Peter nog een flesje Tehbotol, ik ga vanavond voor een flesje Fruit tea…  
Daarna zoeken we de rest van de familie weer op en duiken we het bed in, in de hoop dat Tom zich morgen weer wat beter voelt.



 
Dinsdag 16 augustus

Vandaag staan we op tijd op. We moeten nog wat dingen regelen met Mohni en zouden om 8 uur bij Lombok Dive zijn. Als alles afgehandeld is, lopen we naar Yunas supermarkt en zoeken wat lekkers bij elkaar voor het ontbijt. Dat doen we vandaag rustig op ons terrasje. Tom is nog in diepe rust.
We hebben nog heel veel op de planning staan voor deze week, maar nu Tom ziek is moeten we maar even afwachten wat er nog gaat lukken.
In elk geval worden we vanavond om 8 uur verwacht bij Pak Di. 8 Uur is laat, maar voor we naar Ampenan gaan, worden we ook nog verwacht bij Adam in kampung Senggigi, waar we zijn nieuwe huis in aanbouw, het Holland House, gaan bezichtigen. Dat staat voor vanmiddag rond 4 uur in de agenda.
Peter en Tom willen heel graag nog een keer duiken in Zuid Lombok. Maar daarvoor moet Tom uiteraard eerst beter zijn. Ook is het duiken in Zuid Lombok niet altijd mogelijk. Momenteel staat er een flinke stroming en is de golfslag veel te hoog om er fatsoenlijk te kunnen duiken.
Misschien later deze week. Eigenlijk is het hoogseizoen de meest ongeschikte tijd om in het zuiden te duiken. Bij de noordelijke Gili’s, in het oosten en aan de noordkant van Sekotong is het deze maanden prima om te duiken, maar ja, daar zitten net weer andere visjes dan in het zuiden.
Verder staat een bezoekje aan de zoetwaterbronnen in zee in de buurt van Tanjung nog op het programma, eventueel gecombineerd met de Tiu Pupus waterval.
Dan zijn er nog een paar Impian Anak kinderen die we willen bezoeken. En nog een keer naar Batu Tumpeng.  Och, we hebben nog ruim 6 dagen…
Na het ontbijt gaan we even rustig internetten met de nieuwe dongel vanaf ons terrasje, wat een luxe!
Als Tom wakker is, ziet hij er wat fitter uit, en hij heeft wel interesse om mee te gaan naar Tiu Pupus en de zoetwaterbronnen. Omdat Tom nog nooit bij de Gangga waterval is geweest en die toch daar in de buurt zit kunnen we die ook nog meepikken.
We hebben de vorige keer bij Gangga een paar telefoonnummers gekregen van gidsen daar. Pak Udin zou ons in elk geval kunnen begeleiden naar de zoetwaterbronnen. Dus belt Peter hem op.
We treffen het niet. Pak staat op het punt te vertrekken en komt pas laat weer terug. Maar hij verzekert ons dat er altijd wel iemand in Gangga is die ons de weg kan wijzen. Dan komen we er ook wel.
Dus pakken we onze spullen en gaan op weg.
We hebben geen idee hoe lang we onderweg zijn. Voor de zekerheid willen we Adam laten weten dat we misschien wat later komen. Hier hebben ze wel jam karet, maar zelf vinden we het vervelend als we onze afspraken niet op tijd na kunnen komen, ook al hebben we vakantie.
Dus rijden we even langs de kraampjes bij het straatje naar Senggigi Beach. Adam is er nog niet, en ik probeer, met Engels, Indonesisch en handen en voeten aan de buurman-verkoper van Adam uit te leggen dat we een afspraak met Adam hebben, hari ini jam 4 sore, maar dat het misschien wat later wordt.
Na 5 minuten begrijpt de man er volgens mij nog niks van. Dan hopen we er maar het beste van…
Wij rijden de inmiddels bekende weg naar het noorden.

Vorig jaar hebben we al een poging ondernomen om naar de Tiu Pupus waterval te gaan, maar de staat van de weg liet het toen niet toe. Daar durfden we onze Toyota Kijang niet overheen te laten gaan. En we hadden geen idee of de waterval nog ver was, anders hadden we misschien kunnen lopen.
Nu moeten we dezelfde weg hebben, maar blijkbaar is hij in de tussentijd opgeknapt. Zonder al te veel hobbels en kuilen komen we aan bij een dorpje. Er staat een pelang Tiu Pupus, dus hier zullen we wel moeten zijn. Voor we de auto geparkeerd hebben, komt er al een man aanrennen.
Of we voor de waterval komen. Ja, klopt helemaal.
Dan zijn we bij hem aan het goede adres, want hij is de dorpsgids of zo.
We lopen achter hem aan, en als hij hoort dat ik een paar woorden Indonesisch spreek en dat we doorgewinterde ‘Lombokfanaten’ zijn, wordt hij heel gelukkig. Hij begint een heel ingewikkeld verhaal af te steken over zijn functie. Iets met allerlei toerisme-regio’s en commissies.
Hij, en niemand anders dan hij, heeft ervoor gezorgd dat Tiu Pupus nu zo mooi op de kaart staat. Er zijn nog veel meer plannen om hier de Lombokse topattractie van te maken.
Maar voor het zover is, moet er nog wel het nodige gebeuren, bedenk ik bij mezelf.
We wandelen naar een echte stuw. Het is de bedoeling dat er een heus stuwmeer ontstaat, maar in de droge tijd ziet alles er weinig indrukwekkend uit. Temeer omdat de stuwdeur niet gesloten kan worden, het beetje water dat er komt, loopt gewoon door. Die is kapot, we hebben het vage vermoeden dat dat komt doordat er een boomstam tussen ligt.
Wanneer het geheel gerepareerd gaat worden, is nog niet duidelijk. Maar tot die tijd zal er weinig stuwmeer zijn. Als we een stukje verder lopen, komen we bij de waterval. En inderdaad, er valt water omlaag. Erg mooi, zeggen we tegen de meneer, maar stiekem denken we dat Gangga toch iets meer te bieden heeft, en de grote waterval bij Senaru ook.
Maar ongetwijfeld zal deze waterval veel indrukwekkender zijn tijdens de regentijd. De man haalt een map foto’s tevoorschijn, en we verwachten nu een reportage te krijgen van de waterval met meer water. Maar het wordt een reportage van foto’s gemaakt tijdens de belangrijke vergaderingen over het toerisme in deze regio, aangevuld met organisatieschema’s en structuren.
Heel boeiend. Terwijl Peter en de kinderen pootjebaden in het water, bekijk ik heel belangstellend de hele map…
Dan vinden we het wel weer tijd om op te stappen. Nog geen half uur nadat we zijn aangekomen, staan we weer bij de auto. We moeten nog even wachten, want we worden verzocht het gastenboek te tekenen. En uiteraard is een bijdrage voor het instandhouden van alle toeristische voorzieningen hier ook welkom. Dat dachten we al.
Dan volgt de bekende ‘truc’. In het gastenboek worden de donaties van voorgangers bewaard. Een hele stapel met briefjes van 100.000 rp. Toch een dikke 8 euro, en hier een heel vet dagloon.
Ik geloof er niks van dat hier zoveel mensen komen die allemaal spontaan dat geld neerleggen voor een haastig rondje langs de stuw en waterval. En al die voorzieningen voor het toerisme, die komen er toch niet, en als ze al komen, zullen wij ze waarschijnlijk niet zien. Dus schrijven we netjes onze namen in het gastenboek en doen een, naar ons idee, passende donatie erbij.
Dan hobbelen we terug naar de grote weg. Op naar Gangga!

Als we daar aankomen, worden we hartelijk ontvangen door Pak Ubud, de gids die we vorige keer ook hadden. We vertellen hem dat we hier in elk geval de waterval met de enge bamboebrug willen bezoeken. En eigenlijk ook graag de waterval waarvan vorige keer de trapladder kapot was. Helaas is die nog niet vervangen…  Jammer!
Maar hij kan ons wel begeleiden naar de zoetwaterbronnen in zee, dat maakt dan weer veel goed.
Eerst nemen we een drankje op de beruga, dan lopen we naar de waterval. Ik vond het een prachtig gezicht, de ‘kom’ in de rotsen waar je lekker in kunt zwemmen, en waar een waterval in uit komt, maar dat bruggetje…. Nee, ik ga het mezelf niet meer aandoen. Dus terwijl Peter, Tom en Anique naar de overkant klauteren, ga ik lekker voor de brug zitten en van het prachtige uitzicht genieten.
Even later hoor ik vrolijk gespetter, ze hebben het zwembad gevonden!

En Tom heeft zijn onderwatercameraatje bij zich, en heeft een geinig filmpje gemaakt van de sprong in het diepe, het staat vast nog ergens op zijn facebook.
Ook hier hebben we het idee dat er minder water naar beneden komt dan vorige keer. Wordt misschien toch weer eens tijd voor een buitje regen, over een week of zo, als wij hier niet meer zijn.
De sfeer hier is veel beter dan bij Tiu Pupus, hier kom je met plezier nog een keer terug, bij Tiu Pupus waren we blij dat we weg waren.
Pak Ubud rijdt met ons mee naar de bronnen, maar moet thuis nog even wat spullen pakken.
Dat komt goed uit, we weten nog waar hij woont, dus rijden we weer met de auto het mooie dorpje Kertaraharja in. Even later rijden we het minidorpje weer uit, terwijl de auto het bij de hobbels weer zwaar te verduren heeft.
Samen met Pak Ubud rijden we naar zee. Op een paadje, net voor een dorp, parkeren we de auto. Er wordt aan de weg/het pad gewerkt en we lopen verder. In het dorpje woont een broer van Pak Ubud. Het is nog een meter of 50 lopen naar zee. Alle ongeveer 50 mensen die we op dat stukje tegenkomen vragen waar we naar toe gaan. Tja, we kunnen wel zeggen ‘naar de Rinjani’, maar dat geloven ze toch niet, want dan zouden we de verkeerde kant oplopen. Dus zeggen we maar naar volle waarheid dat we naar zee gaan.
Op het strand aangekomen moet er een bootje gezocht worden. Dat is niet zo moeilijk in de buurt van een vissersdorp. Het vinden van wakkere bemanning is lastiger, maar na wat navragen heeft Pak Ubud 2 jongens gevonden die hun middagdutje wel willen onderbreken.
De boot wordt het water ingesleept. Het is zo’n houten mini-boomstam vissersbootje met drijvers, en daar moeten we dus met 7 mensen in. Even passen en meten, maar het lukt, net… Het motortje wordt gestart en even later tuffen we de zee op. Ik kan me geen voorstelling maken van een zoetwaterbron in zee. Na een paar minuten wordt de motor uitgezet en zijn we blijkbaar op de plaats van bestemming aangekomen. We liggen boven de zoetwaterbron. Peter en de kinderen zijn nieuwsgierig en springen snorkelend het water in. Wat een ruimte ineens aan boord!
Het is niet diep en ze duiken naar de bodem. Ik kijk en kijk vanuit het bootje, maar zie niks. Geen bron, geen zoet water. Ik vraag me trouwens af hoe je erachter komt dat het zoet water is. Is er iemand die al slurpend de zeebodem heeft afgezocht, en ineens dacht ‘hé, dit water is niet zo zout?’
Als de rest van de familie bovenkomt, hoor ik dat ze ook niet veel bijzonders zien. Wat water dat uit de grond opborrelt en een soort troebel wolkje vormt. That’s it! Daarvoor kom ik niet het bootje uit. Zeker omdat ik weet dat ik er daarna nooit meer in kom (tenzij ze met 6 mensen mij er weer in sleuren).
Peter en de kinderen spetteren, samen met Pak Ubud, nog even rond. Daarna varen we nog wat verder naar het noorden, waar nog meer bronnen zijn te zien.
Als we ze allemaal hebben gevonden, gaan we terug naar het strand.
We bedenken ineens dat we nog helemaal geen prijs of zo hebben afgesproken, niet met Pak Ubud, niet met de kapiteins. Als ik Pak Ubud vraag hoeveel we de jongens zullen geven, zegt hij dat hij later wel met ze afrekent. Oke, dat zal dan wel goedkomen.
We nemen afscheid en lopen met Pak Ubud terug naar de auto. We gaan ervan uit dat we hem weer in Kertaraharja af moeten zetten, maar zijn blij verrast (scheelt ons heel veel kilometers, bochten en hobbels) als hij zegt dat hij graag nog even bij zijn broer blijft, en later wel met iemand terug kan naar zijn eigen dorpje…als wij zelf tenminste de weg terug nog vinden. Ja, dat lukt ons wel!
Dan de vraag wat we hem verschuldigd zijn. Het antwoord is “Geef maar wat”. In elk geval wil hij nog even kwijt dat hij het heel leuk vindt dat we binnen een jaar al 3 keer bij ‘zijn’ watervallen zijn geweest, en dat hij een lift naar zijn broer heeft gekregen. Tuurlijk is dit ook een manier om geld van ons te krijgen, maar we vinden het sympathieker dan een gastenboek met belachelijk hoge bedragen onder onze neus te leggen, met de ‘stille boodschap’ dat wij ook maar zo’n bedrag moeten geven.
Uiteraard wordt Pak Ubud op een royale manier beloond voor de gezellige tijd die we hebben gehad.



Dan haasten we ons naar Senggigi. Vier uur bij Adam redden we niet meer, dus we hopen dat zijn vriend de boodschap dat we waarschijnlijk wat later komen netjes door heeft gegeven.
Als we bij Bumi aankomen kleden we snel om. Tom is bekaf en gaat even liggen, Anique blijft ook thuis. Als Peter en ik net klaar staan om naar Adam te gaan, komt Daan aanlopen. Heel netjes en formeel komt ze ons, namens haar ouders, vragen of we vanavond bij hun kunnen komen voor Buka Puasa.  Balen, dat zouden we ontzettend graag doen, maar vanavond lukt echt niet. We hebben al 2 afspraken staan!
Ik baal nog meer als ik het teleurgestelde gezicht van Daan zie. Daan werkt ’s avonds vaak als trainee in het restaurant bij Santosa hotel, en was vanavond vrij. Haar werkschema voor de komende week heeft ze nog niet, maar we gaan proberen nog een avond te plannen.
Dan moeten we echt op weg naar Adam. Om tijd te winnen pakken we maar de auto en parkeren hem in het straatje bij Senggigi Beach Hotel. Rond half 6 komen we aan bij het winkelkraampje van Adam.
Zijn vriend had wel gezegd dat wij langs waren geweest, maar had blijkbaar inderdaad niet goed begrepen wat de boodschap was. Maar Adam wist ook niet meer precies welke tijd we hadden afgesproken, dus was er niets aan de hand.
Adam sluit zijn kraampje en samen met Adam lopen we naar Kampung Senggigi. We moeten nog een Impian Anak kind in deze kampung bezoeken, Andi. Zelf weten we niet waar hij woont, maar Adam kent hem wel, dus doen we dat even samen. Helaas is Andi niet thuis. Hij loopt stage bij Sheraton Hotel en heeft deze week avonddienst. We worden uitgenodigd op de beruga te komen zitten en maken kort kennis met zijn vader en zus. Daarna lopen we verder naar Adam’s huis.
Vorig jaar hebben we het huis ’s avonds bezocht, in het donker, tijdens een ‘mati lampu’ avond (stroomstoring). Veel hebben we toen niet van het pad gezien, maar het was in elk geval kris-kras door de kampung. Nu nemen we een nieuwe (?) weg/zandpad, dat om de kampung heen loopt. Als we dat hadden geweten, hadden we met de auto kunnen gaan. Alleen de laatste pakweg  50 meter zijn niet auto-toegankelijk. Maar ja, lopen is gezond, zullen we maar zeggen, zeker als je haast hebt.
Adam is helemaal opgewekt dat we eindelijk zijn huis gaan bezichtigen. We hebben Adam een paar jaar geleden leren kennen. Hij verkoopt handgemaakte boekenleggers, sleutelhangers, pennen etc met namen ingeweven. Inmiddels hebben we al verschillende bestellingen bij hem geplaatst voor ‘Impian Anak’-reclame-artikelen. Hij levert keurig werk af, komt zijn afspraken na, is altijd netjes en beleefd.
Ook Joep en Marijke en verschillende andere Nederlandse Lombok-bezoekers hebben al spullen bij hem besteld en van het geld dat hij hiermee verdient, bouwt hij een nieuw huis. Vanwege de afkomst van de meeste ‘financiers’ noemt hij het zijn Holland House.
Nu woont hij nog met zijn vrouw Moon bij zijn schoonouders. Daar worden we dan ook hartelijk ontvangen. De vrouwen zijn druk in de keuken. Adam neemt ons snel mee naar de bouwplek, achter het huis van zijn schoonouders.  Vorig jaar werden we ook meegenomen naar deze plek en we verwachtten toen iets moois te gaan zien. Dat viel een beetje tegen, er lag een hele stapel bouwmaterialen, maar van het huis zelf was nog weinig te zien.
Maar dit jaar is het anders, we zien een geweldig mooi huis. De kozijnen ontbreken nog, het moet aan de buitenkant nog gestuct worden en er komt nog een afdakje aan de voorkant. Binnen moet er nog meer gebeuren, maar dat gebeurt pelan-pelan, als de portemonnee het toelaat.
Het is hoog, groot, en Adam is reuzetrots op het huis. Terecht!  Een paar dagen geleden heeft hij een eigen elektriciteitsaansluiting gekregen, en speciaal voor ons demonstreert hij zijn nieuwe buitenlamp! We krijgen een rondleiding door het huis. Over de keuken maakt hij zich nog wat zorgen. Het huis ligt tegen een helling, waar in de regentijd nogal wat water omlaag dendert. Op advies van Pak Joep en Ibu Marijke heeft hij afgelopen maanden de (deels open) keuken een beetje aangepast. Nu staat er een hoger muurtje omheen dan vantevoren gepland was.

Wij zijn hier altijd in de droge tijd, en kunnen ons nauwelijks voorstellen dat het droge greppeltje dat tussen Adam’s huis en het huis van zijn schoonouders loopt ooit water zal krijgen. Maar in de regentijd zal het hier best vaak spoken. En de huizen zijn allemaal kris-kras door elkaar gebouwd. Adam had ook graag het huis iets anders gepositioneerd, maar dan had er een stukje op buurmans grond gestaan.
Dat kan natuurlijk niet. Ik vind het prachtig om te zien hoe Adam straalt nu hij ons eindelijk een ‘bijna klaar’ Holland House kan laten zien. Waarschijnlijk weet hij van elke steen en elk balkje exact door wie het ‘gefinancierd’ is. Welke Hollandse klant, en welk opschrift er op de boekenlegger/sleutelhanger/pen moest komen, zelfs in welke kleur!
Aan de moskee te horen is het bijna buka puasa. We lopen terug naar de beruga van Adam’s schoonouders, waar de familie al zit te wachten op het eten.
Gezellig, iedereen eet mee! Adam, Moon, haar ouders en een neef. We beginnen allemaal met een glas es kelapa muda; kokosmelk met reepjes jonge kokosnoot, (water)ijs en veel palmsuiker.
Lekker, alleen altijd lastig om de glibberige kokosnoot eruit te krijgen…
Daarna volgen er schalen met nasi putih, urab-urab, sate, tofu en een soort bouillon met vlees.
Het is gezellig om met de hele familie mee te eten. Op veel plaatsen waar we komen zitten we altijd alleen te eten, of eten de (lokale) vrouwen apart. Maar ondanks het feit dat we met zijn allen bij elkaar zitten, is het eten geen langdurige bezigheid. Nog geen 10 minuten later is iedereen klaar. Of, zoals ze zeggen, voorlopig klaar. Na een hele dag vasten wordt er gedoseerd gegeten. In één keer volproppen is niet gezond. Dus wordt er meerdere keren op de avond nog wat genuttigd.
Wij vinden het prima, straks krijgen we in Ampenan ongetwijfeld ook nog wel wat voorgeschoteld.
Nu drinken we nog een kop thee, dan moeten we afscheid nemen van de familie, nadat we iedereen uiteraard uitgebreid hebben bedankt voor de gezelligheid en de gastvrijheid. Voor volgend jaar hebben we al een uitnodiging gekregen voor een buk puasa maal (ongetwijfeld zijn we dan weer tijdens bulan Puasa in Lombok) bij Adam en Moon in hun nieuwe huis!
Het is donker maar we verzekeren Adam dat we de weg terug wel vinden. Vorig jaar waren we blij met een stukje begeleiding op de terugweg, maar op het pad om de kampung  kunnen we moeilijk verdwalen.
Maar ik kan wel vallen… omdat we haast hebben, lopen we stevig door. Hadden we de auto maar meegenomen, dat had ons kostbare tijd bespaard. Maar ja, lopen was gezond. Totdat ik in het donker met mijn voet achter een boomwortel of iets blijf haken. Boem, AU!!!   
Voor mijn gevoel hoor en voel ik mijn knie kraken. Maar als ik heel voorzichtig opsta, valt het mee. Knie kapot, legging kapot, handen geschaafd, vast een groot gat in het pad. Bij het licht van mijn zaklampje (waarom haal ik dat nu pas uit de tas, en niet voordat ik viel???) dep ik alles een beetje schoon. Strompelend gaan we verder naar de auto. Ik ben blij als we er zijn…
Nu rijden we maar weer een keer over de nieuwe weg naar het hotel, in plaats van de auto te parkeren aan de hoofdweg. Bij Bumi aangekomen komt de peti P-tiga-K weer eens goed van pas. Het valt niet mee om al het zand en stof weg te boenen. Ik vind geen pleister die groot genoeg is om alles af te dekken. Dan maar een gaasje erop.
Dan kunnen we alsnog naar Ampenan. Tom en Anique gaan mee. Onderweg bellen we dat we eraan komen en als we even later de auto bij het strand parkeren, staan Pak Di en kleine Aufa ons al op te wachten.
Uiteraard hebben ze niet geluisterd toen we zeiden dat we niet meer hoefden te eten. Binnen een paar minuten staat de tafel vol met nasi, kroepoek, cumi-cumi, groente, gamba’s en heerlijke ice-lemon tea.
Speciaal ter ere van Tom en Anique, omdat ze weer veilig terug zijn gekomen van de Rinjani.
We hebben foto’s bij ons voor alle gesponsorde kinderen. Die worden gretig bekeken.
Daarna laten we alvast zien hoe de laptop met dongel werken. We willen als we weer naar Nederland gaan de dongel en een laptop hier laten. We gaan voor we weer teruggaan, nog een facebook account aanmaken voor Pak Di en Pak Umpuk. Dan kunnen we het hele jaar door contact houden.
Nu we hier toch zitten en alles kunnen laten zien, zijn de families ook wel geïnteresseerd in alle foto’s die we op ons eigen facebook account hebben staan. Vooral de foto’s van afgelopen winter in Nederland, met een dik pak sneeuw, zijn in trek. Maar ook Mesir, Egypte, is interessant.
Om half 12 vinden we het tijd om op te stappen. Tom voelt zich niet lekker en over een paar uur moeten de families hier ook weer uit bed.

 
Woensdag 17 augustus

Het is vandaag Hari Merdeka (Onafhankelijkheidsdag) in Indonesië.
Normaal gesproken een heel feestelijke aangelegenheid, maar nu het tijdens de ramadanmaand valt, merk je er niet veel van.
Tom voelt zich helemaal niet goed vandaag, dus doen we pelan-pelan. We ontbijten in het hotel.
Daarna gaan we met Anique een stuk wandelen. Als we het hotel uitlopen, komen we Hakim tegen, de vrolijke verkoper van houtsnijwerk. In een ver verleden heeft Anique op Lombok een ketting gekocht met een yin-yang symbool, zwart en parelmoer. Verschillende vriendinnen in Nederland zijn reuze jaloers op het hangertje, en Anique heeft beloofd in Lombok op zoek te gaan dezelfde ketting/hangertjes. We hebben links en rechts al rondgekeken, maar nergens iets vergelijkbaars gezien. Omdat Hakim ook wel eens kettingen verkoopt, heeft Anique hem om raad gevraagd. Nu komt hij laten zien wat hij heeft gevonden.  Het resultaat mag er zijn, het hangertje is iets anders, met een smal donkerbruin houten randje eromheen. Als ik ze naast elkaar zie, vind ik het hangertje van Anique mooier, maar de hangers van Hakim zijn ook mooi. Anique koopt de hele voorraad… Hakim blij, en over een weekje de vriendinnen van Anique ook blij.
We wandelen onze ‘vaste’ route. Even binnenkijken bij Lombok Dive, dan naar het strand. Nu niet over Pasar Seni 2 (ik vertrouw het bamboe laddertje niet meer) maar over het paadje naast Graha.
Dan lopen we verder over het mooie pad. Er staat vanochtend een stevige wind, maar dat hindert niet, zo blijft het wat koeler.
Als we een tijdje later bij Pasar Seni aankomen, nemen we een ijsje en een drankje bij The Office.
In de baai ligt een mooie zeilboot. Peter wil hem wel hebben. Ik zie het nog niet zo zitten, met het vliegtuig naar Lombok gaat sneller, en verkleint de kans op zeeziekte. Ik vind de zee erg mooi, maar dan wel met vaste grond onder de voeten, vanaf de zijlijn dus. En bij gebrek aan vaste grond liefst een zo stevig, stabiel en groot mogelijke boot. Geen zeilboot dus, met man en kinderen die het leuk vinden om zo snel en schuin mogelijk te varen.  Als we uitgemijmerd zijn over wereldreizen die we ooit nog eens willen maken stappen we weer op.

Via de hoofdweg lopen we, al souvenirwinkelend, terug naar Loco.  
We slaan nog eens flink in. Nog een ketting voor Anique, met een amulet gesneden uit ‘dooie-koeien botten’. Niet zozeer omdat hij erg mooi is, meer omdat we de verkoper mogen. Ook een goede reden, vinden we. Daarna zoek ik een paar mooie rijstscheplepels uit. Ook al gemaakt van ‘dooie koeien’, uit de horens. Even later komen we ‘Mister Plores’ tegen. Geen idee hoe hij echt heet, maar het is een verkoper die oorspronkelijk uit Flores komt, hij verkoopt gebatikte kaarten. Elk jaar kopen we wat kaarten. Omdat we de man wel mogen, maar ook omdat ik de kaarten mooi vind. En dan niet de kaarten uit de speciale kerstcollectie, maar de gewone ‘voor alle gelegenheden-kaarten’.
Mister Plores verkoopt volgens mij zelden kaarten, want hij weet altijd precies hoeveel kaarten ik de afgelopen jaren heb gekocht, en hoeveel ik daarvoor heb betaald. Ik heb een hekel aan onderhandelen, en probeer daar altijd op één of andere manier onderuit te komen.
Vorig jaar heb ik het omgedraaid. Ik noem het bedrag wat ik uit wil geven, hij mag zeggen hoeveel kaarten ik daarvoor mag uitzoeken. Dat werkt prima. Met een hele stapel kaarten (en daarna nog 1 bonuskaart cadeau!) lopen we even later verder.
Tom ligt nog in bed, en heeft vreselijke hoofdpijn. Pijnstillers helpen niet. Als het aan ons ligt, zouden we naar een dokter gaan, maar dat ziet Tom niet zitten.
De rest van de vakantie in bed doorbrengen, vind ik eigenlijk ook geen optie, en over een kleine week ziek het vliegtuig instappen nog minder. Maar goed, we zien het nog maar even aan.
Niemand heeft veel honger, dus maken we een Popmie noedelsoepje in het hotel. In zo’n mooie tempex beker met een opvouwbaar vorkje.
’s Middags gaat Peter naar het kantoor om de laptop voor Pak Umpuk verder in orde te maken.
Anique gaat met vrienden naar het strand. Tom blijft in bed, ik stort me op de was en het huishouden. Nog maar een keer de bedden verschonen, want er wordt bijna dagelijks een nieuwe lading schoon beddengoed op ons terras gelegd.
Ik zie het met Tom niet meer zitten, hij wordt met het uur beroerder, kan niet meer staan-zitten-liggen van de hoofdpijn en heeft ook nog flinke koorts.
Voor de zekerheid bel ik even naar onze huisartsenpraktijk in Nederland. Tom heeft de laatste jaren verschillende keren voorhoofdsholteontsteking gehad, en het lijkt me handig om in elk geval de dosering/naam van de medicijnen te hebben waar hij de afgelopen jaren baat bij heeft gehad. Als we straks of morgen hier naar een arts gaan, hebben we dat in elk geval bij de hand.
In de loop van de middag krijgen we via de mail een overzicht. Super, dat maakt het gesprek bij een Indonesische arts vast wat gemakkelijker.
’s Avonds eten we een hapje bij Ibu Anna. We hebben het idee dat heel Lombok inmiddels weet dat Tom ziek is. Iedereen leeft mee en geeft goedbedoelde adviezen.
Na het eten lopen we nog even bij Lombok Dive naar binnen.
Mohni is druk, de verlichting van het reclamebord is kapot en een medewerker van een elektriciteitsbedrijf komt de verlichting repareren. Na een drukke duikdag heeft Mohni zelf ook nog van alles te doen. Als de lamp in het bord is vervangen, blijkt dat er nog een nieuwe stekker aan een verlengkabel moet komen. Pak tukang listrik is alweer verdwenen en Mohni kijkt er bedenkelijk naar. Zeker omdat hij geen gereedschap heeft voor de klus. Met mijn zakmes erbij lukt het vrij aardig.
Als we het over Tom hebben, vertelt Mohni dat hij een goede dokter kent, een spesialis THT, de Indonesische versie van de KNO-arts. En die meneer zou nu spreekuur hebben in Mataram.
Dan hakken wij de knoop voor Tom door en besluiten dat we nu met hem naar die arts gaan.
Peter haalt Tom op met de auto. Mohni biedt aan om mee te gaan. Dat is fijn, hij weet de weg en kan eventueel helpen met vertalen.
Met een rillende Tom in de auto rijden we even later naar Mataram. Als het meezit, komen we nog net op tijd voor het spreekuur. De arts zou te vinden zijn bij een apotheek, tegenover Mataram Mall. Dus parkeren we de auto daar op de parkeerplaats en steken de drukke weg over.
Mohni voert het woord en vertelt ons even later dat de arts op dit moment in het ziekenhuis is.
En wel in Rumah Sakit Risa. Het ziekenhuis waar Peter vorig jaar ook met Adi naar toe is geweest. Het ligt aan de andere kant van de weg, ongeveer 200 meter verderop. We lopen er naar toe, dat gaat sneller dan met de auto in het drukke avondverkeer, en we weten niet of er parkeermogelijkheid ‘voor de deur’ is.
In het ziekenhuis aangekomen lopen we achter Mohni aan naar de info-balie. Daar wordt Tom geregistreerd en krijgen we te horen dat de THT specialist al naar huis is. In verband met Hari Merdeka zijn de spreekuurtijden aangepast. Tja, zo merken we toch nog iets van de feestdag.
We kunnen morgen terugkomen, maar we kunnen ook nu met Tom naar de EHBO. We kiezen voor de EHBO, mocht dat tegenvallen, kunnen we morgen nog altijd terugkomen.
Dus lopen we weer achter Mohni aan naar de goede afdeling.
Daar mogen we op de gang wachten. De patiënten worden behandeld in ‘kamertjes’ die door gordijnen zijn afgeschermd. Het is de eerste keer dat ik in Lombok in een ziekenhuis kom, en het ziet er allemaal netjes uit. Die indruk had Peter vorig jaar ook al. Het ziekenhuis staat ook bekend als één van de duurdere (en betere, hopen we) ziekenhuizen op Lombok.
Na een paar minuutjes komt er een jonge arts aan. Tom mag naar een ‘kamertje’ (wij lopen maar allemaal achter hem aan) waar hij kort wordt onderzocht; temperatuur, bloeddruk, hartslag.
De resultaten worden genoteerd en even later komt er een andere arts. Die vraagt uitgebreid wat er aan de hand is. Met een beetje hulp van Mohni kunnen we alles goed duidelijk maken. Volgens de arts wijst het inderdaad op een voorhoofdsholte-ontsteking. Als de arts over medicijnen begint, laat Peter het ‘dossier uit Nederland’ zien dat hij op zijn telefoon heeft opgeslagen (lang leve de techniek).
Blijkbaar kan de arts zich wel vinden in de medicijnkeuze, en hij schrijft dezelfde medicijnen (de namen lijken in elk geval erg op elkaar) voor, in een iets andere dosering. Ook wordt er nog een extra pijnstiller toegevoegd. Dan mogen we weer gaan.
We krijgen nog de tip mee dat de medicijnen hier in de ziekenhuisapotheek zijn te krijgen, maar dat ze bij andere apotheken goedkoper zijn. Tja, met een Tom die nauwelijks op zijn benen kan staan kiezen we toch maar voor de gemakkelijke duurdere variant. Terwijl Peter de auto op gaat halen en Tom op een stoel neerzakt, gaan Mohni en ik naar de apotheek die bij de ingang van het ziekenhuis zit.
Daar leveren we het recept af. Even later krijgen we de welbekende plastic zakjes met gripseal sluiting.
In de zakjes zitten de strips met medicijnen. Op de zakjes wordt de dosering geschreven.  Aan bijsluiters doen ze hier niet. Ik vind het altijd een beetje eng, er zou maar een verkeerde strip in het zakje gaan. Gelukkig staat wel de naam/fabrikant van de medicijnen op de strip. Die google ik later voor de zekerheid toch maar even op internet.
Als we de medicijnen hebben, moeten we naar de kassa. Daar krijgen we een rekening voor de medicijnen en een rekening voor het consult.
Het consult in het ‘dure’ Rumah Sakit Risa Sentra Medika kost maar liefst € 3,20. Niks van te zeggen!
De medicijnen zijn een stuk duurder, alles bij elkaar € 56,00.
Als Mohni ziet hoeveel ik in totaal af moet rekenen, schrikt hij. Hij is er nu nog meer van overtuigd dat hij zelf nooit naar dit dure ziekenhuis zal gaan. Als ik even later laat zien dat het consult ‘bijna niets’ kostte, is hij verbaasd. Voor een duur ziekenhuis valt dit toch nog mee.
Achteraf ben ik benieuwd wat de prijs van de medicijnen op een andere plek zou zijn. Of dat echt veel uitmaakt. Ik vind het een beetje vervelend, wetende dat de mensen hier vaak geen geld hebben voor een arts, voor medicijnen, en wij kopen ze op een plek waarvan we weten dat de medicijnen duurder zijn. Gemakzucht, ik weet het… Ik hou me maar voor dat ze bij de apotheek misschien nauwelijks goedkoper zouden zijn. Maar ik hoop dat we er nooit meer achter zullen komen, één bezoek aan een Lomboks ziekenhuis is voldoende, vind ik.
Als we naar buiten lopen, komt Peter er net aanrijden. We rijden terug naar Senggigi en zetten Mohni af. We stoppen Tom weer in bed en wandelen zelf nog een rondje door Senggigi.

 
Donderdag 18 augustus

Nog 5 dagen te gaan in Lombok. Met een zieke Tom is het de vraag of we nog veel zullen doen die dagen. Omdat het geen zin heeft om met zijn allen bij Tom te blijven zitten, gaat Peter vandaag duiken, Anique gaat zich in Senggigi, Loco en op het strand amuseren .
Ik loop ’s ochtends vroeg met Peter mee naar Yunas supermarkt, waar we ons standaard ontbijtje pakken, een kop thee zonder suiker en een pak beschuitjes, met suiker.
Pak Di, die al op kantoor is, komt bij ons zitten en vertelt dat hij druk bezig is met de lijst met foto’s van alle gesponsorde kinderen. Direct krijgen we een uitnodiging om vanavond te komen kijken, dan kunnen we ook een hapje mee-eten. Verder is hij nog druk met de planning voor komende maandag. Pak Di en Pak Umpuk willen allebei mee naar het vliegveld om ons weg te brengen, en als het even kan gaan hun gezinnen ook mee. Ze zullen dan vervoer moeten regelen, met zijn allen bij ons in de auto gaat niet lukken…
Peter helpt Mohni nog even met de reparatie van de stekker, dat was er gisteravond toen we terugkwamen van het ziekenhuis niet meer van gekomen. Als alle duikers weer weg zijn, wandel ik terug naar Bumi Aditya. Daar ga ik me bezig houden met de was. Even later valt de stroom weer eens uit. Van de verbeteringen in de stroomvoorziening merken we deze vakantie nog heel weinig.
Als Tom wakker is haal ik een ontbijt voor hem in het ‘restaurantje’ van Bumi. Veel honger heeft hij niet, maar een beetje eten kan geen kwaad, vind ik.
Ik installeer me lekker met een boek op het terras. Rustdag, noemen ze zoiets…
Dan hoor ik iemand ‘Hallo’ zeggen.
Ik kijk op en zie bekende gezichten, maar het duurt heel even voor ik ze kan plaatsen.
Wat leuk, familie Mantel! Twee jaar geleden hebben we elkaar op Lombok ontmoet, toen kwamen ze een kijkje nemen in Loco, omdat mevrouw Mantel op de school waar ze werkt een inzamelingsactie had gehouden voor Proyek Kampung Loco.
Omdat meneer Mantel ook een fervent duiker is, hebben we toen een dag of 2 samen op de Lombok Dive boot gezeten.
Ik had al gehoord dat ze deze zomer weer naar Lombok zouden komen, maar had geen idee wanneer.
Bij Lombok Dive, waar ze net vanaf komen, hadden ze gehoord dat wij bij Bumi Aditya zitten en dat ik waarschijnlijk samen met Tom in het hotel zou zijn. Vandaar dat ze even langs komen.
Gezellig, ik nodig hun uit voor een kopje koffie en zie tot mijn vreugde dat we weer stroom hebben, en ik dus water kan koken. Lombokkoffie van koud water is niet echt lekker, denk ik, zelfs niet als het Lombok koffie met vanille en cacao uit Gangga is.
Even later kletsen we gezellig bij. Leuk om weer eens bekenden tegen te komen hier.
Uiteraard hebben we gespreksstof genoeg; duiken, Indonesië, projecten….
Familie Mantel is trouwens niet met lege handen gekomen. Ze hebben een koffer bij zich. Helemaal gevuld met kinderkleertjes, van maatje baby tot maatje tiener. Op haar school had mevrouw Mantel verteld dat ze weer naar Lombok zou gaan en dat 2e hands (zomer)kinderkleertjes hier zeer gewild zijn. Als wij er iets nuttigs mee kunnen doen, mogen we ze hebben.
Dat is geen probleem, we weten wel een plek waar de spullen zeker welkom zullen zijn.
Ik vertel dat we ze vanavond mee kunnen nemen naar Ampenan, waar we met Pak Di, Pak Umpuk, Opan en Ida de kleren kunnen verdelen. Zij weten wel welke gezinnen de spullen goed kunnen gebruiken.

Na nog een kopje koffie neemt familie Mantel afscheid. Ze blijven nog een paar dagen op Lombok, misschien dat we ze met duiken nog ontmoeten, maar waarschijnlijk niet. Morgen willen wij naar Batu Tumpeng gaan, Peter wil als de golven het toelaten graag nog een keer in het zuiden duiken, en heel veel dagen blijven er dan niet meer over.
’s Middags wandel ik met Anique een rondje over het strand en door Senggigi. Uiteraard met veel oponthoud en gesprekken onderweg. Maakt niet uit, tijd zat.
Al vrij vroeg in de namiddag komt Peter terug. Er waren niet veel duikers vandaag en dan gaat alles veel vlotter.
Samen met Peter wandel ik naar het internetcafeetje op Pasar Seni 2.
Daar hebben ze een fotoprinter, waar we de laatste foto’s willen printen voor de lijst die Pak Di aan het maken is. We hebben geen zin om er helemaal voor naar Mataram te rijden.
Qua tijd hadden we dat overigens best kunnen doen. Voor de computer opgestart is, de printer warmgedraaid en alle (3 geloof ik) foto’s geprint zijn, zijn we ongelogen een uur verder. Maar dat maakt niks uit, we kunnen er rustig bij zitten, en worden bezig gehouden door de vrouw die het internetcafeetje runt en haar kleine kindje.
Tegen buka puasa tijd rijden we met ons viertjes, Tom is ook even uit zijn bed gekomen, naar Ampenan. Daar worden we opgewacht door Pak Umpuk. We dachten dat we bij Pak Di zouden eten, maar blijkbaar zijn de plannen gewijzigd. Maakt ook niet uit, het is één grote familie…
De kinderkleertjes van familie Mantel hebben we in de grote plastic box gedaan, waar na ons vertrek de duikspullen van Peter, Tom en Anique in mogen ‘overwinteren’.
Voor we de kleren uit gaan pakken, gaan we eerst eten. Vorige week, toen Tom en Anique op de Rinjani zaten, had Pak Umpuk een heerlijke vis voor Peter en mij gemaakt.
Een deel van die vis (het was vast een hele grote) heeft hij toen bij Pak Di in de vriezer gestopt. Speciaal voor als Tom en Anique weer terug zouden zijn. Voor vanavond dus. Dat wordt dus weer smullen.
Het was te verwachten…arme Tom, is hij net zijn bed uit, en nu staan er al 2 superbezorgde gezinnen om hem heen, vragen of alles goed gaat, of hij een kussentje wil voor in zijn rug, of om op te zitten, of het niet te warm is, of te koud, of hij wil eten, drinken etc. Heel erg lief, maar ook heel vermoeiend, zeker voor iemand die eigenlijk toch nog behoorlijk ziek is.
Als Tom iedereen (behalve zichzelf en ons) ervan overtuigd heeft dat het goed gaat, worden we aan het eten gezet, het moment voor rust; eerst eten, daarna weer praten.
Als we echt helemaal vol zitten met vis, nasi en groente, wordt de tafel (of eigenlijk de vloer, want er zijn geen meubels) afgeruimd. Onder het genot van lekkere ice lemon tea, jackfruit, salak en kroepoek (voor Tom uiteraard)  gaan we uitpakken wat we hebben meegebracht.
Als we vertellen dat het met Impian Anak heeft te maken, worden eerst Opan en Ida er bij gehaald. Dat scheelt, die wonen om de hoek.
Onder grote belangstelling wordt de box met kleren uitgepakt. Elk kledingstuk wordt uitgebreid door iedereen bekeken. Ik begrijp al snel dat ze de kleren gaan verdelen onder de sponsorkinderen. Dat is prima, maar ik zeg erbij dat het ook voor andere kinderen is. De gesponsorde kinderen/gezinnen hebben al veel voordelen, omdat ze niet hoeven op te draaien voor de schoolkosten. Maar er zijn ook veel andere arme gezinnen die geen kinderen in het project hebben, die mogen ook meedelen. Die boodschap begrijpen ze.
Dus wordt er eerst voor elk sponsorkind een setje kleren uitgezocht. Dat gebeurt heel zorgvuldig. Het valt niet mee om in te schatten welke kleren voor welk kind passen. Ik heb al snel in de gaten dat ik de kinderen veel groter inschat dan dat ze in werkelijkheid zijn. Naar mijn idee zijn de kleren best wel klein, veel te klein voor de kinderen die ze erbij in gedachten hebben. Maar als Ida (die voor Lombokse begrippen best stevig is) dan een kindervest aantrekt wat ook nog prima past, zie ik dat ik me beter niet kan bemoeien met de maten. Dat doen ze zelf veel beter.


Ik vertel er nog even bij dat ze hun eigen kinderen ook niet moeten vergeten. Even later showt Aufa, het schattige dochtertje van Pak Umpuk en Ibu Misroh, haar ‘nieuwe’ jurkje. Ze straalt er helemaal van, en papa en mama nog meer. Maar de uitgezochte kleren worden daarna weer netjes weggelegd, over anderhalve week is het einde van de Ramadan, en daar horen traditiegetrouw (voor de kinderen) nieuwe kleren bij. Die hoeven ze nu niet meer te gaan kopen.
Ik zeg tegen Ida dat ze het vest wat ze net aan had ook wel voor zichzelf mag houden, maar ze had het al toebedeeld aan Sarah, die het volgens haar meer nodig zal hebben dan zijzelf.
Alle kleren worden in plastic zakjes gestopt. Soms is het handig dat je hier bij alles wat je koopt een plastic zakje krijgt. Zeker als men de zakjes netjes bewaart.
De berg overgebleven kleren wordt morgen verdeeld hier in Ampenan. Wij vertrouwen erop dat alle spullen goed terecht gaan komen.
De box is weer helemaal leeg, klaar voor de duikspullen, die de komende maanden hier vast weer goed verzorgd gaan worden.
Dan is het voor Tom weer lang genoeg geweest. Hij heeft weer behoefte aan zijn bed.
We nemen afscheid van de families en duiken in Loco ook snel het bed in.

 
Vrijdag 19 augustus

We hebben met Hamdi afgesproken dat we om 10 uur in Batu Tumpeng zullen zijn.
Tom laat het bezoek aan zich voorbijgaan en blijft in bed. Jammer, maar het is niet anders.
Na het ontbijt gaan we op pad. Nog één keer de grote omleiding volgen, we gaan ervan uit dat de weg komend jaar wel af zal zijn (of weer aan vervanging toe, dat kan natuurlijk ook). Maar een omweg is ook leuk, het verkeer hier blijft boeien vind ik. Eigenlijk zou je een halve dag op een drukker kruispunt moeten gaan staan, niet in een stad, maar ergens op het platteland. En dan rustig kijken wat er allemaal langs komt. Maar daar hebben we nu geen tijd voor, de kinderen in Batu Tumpeng wachten.
Vandaag leveren we een laptop af bij Hamdi, die hij voor zichzelf en voor de school kan gebruiken.


Omdat we voor de middag gaan, zullen we vandaag de kinderen van de basisschool ontmoeten. Zij hebben ’s ochtends les, de middelbare scholieren ’s middags.
Als we in Batu Tumpeng aankomen staat er ook al een grote groep middelbare scholieren te wachten. Ze weten dat we vandaag voorlopig de laatste keer komen en willen nog even Engels met ons oefenen. Hun vrije ochtend offeren ze er graag voor op.
Dat wordt straks weer veel vragen beantwoorden…maar eerst gaan we een ronde maken door de klassen.
We worden al gewaarschuwd dat het vrij rustig is vanochtend. Vrijdag en bulan Puasa, veel jongere kinderen worden dan thuis gehouden. Gemeente Batu Tumpeng heeft vast geen leerplichtambtenaar die erop toeziet dat de kinderen niet ongeoorloofd thuis blijven.
We gaan eerst naar de jongste kinderen. Kelas 1, in Nederland groep 3. Hier zitten toch nog ruim 20 van de 30 kinderen in de klas. Een redelijke opkomst dus. Sommige kinderen komen me bekend voor, die hebben we vorig jaar vast een keer in de kleuterschool gezien.
De helft van de kinderen zit met rugzak op de rug in de bankjes. Geen idee of dat is omdat ze net binnenkomen, bijna weggaan, of dat ze die altijd omhouden. Ik zie dat één van de juffen haar handtas ook stug om de schouder houdt. Misschien is de vloer te smerig om de tas neer te zetten. Maar zolang ze aan het bouwen zijn en alles droog en stoffig is, zal dat niet beter worden.


In deze klas zitten de jongens en meisjes door elkaar. Hamdi gaat samen met de kinderen een lied voor ons zingen. Het wordt een gezellige boel, met veel getrommel op de tafels.
Na afloop moeten alle kinderen ons een hand komen geven. Geen gewoon handje, maar een uitgebreide. Ze geven een hand en raken dan met hun voorhoofd onze hand aan, een grote vorm van respect. Naarmate de kinderen ouder worden, geven ze vaker gewoon een hand.
Sommige mensen gaan na het hand geven met hun hand naar hun hart. Ik vind het allemaal mooie gebaren, maar deze kleine kinderen met hun snotneusjes op je hand zijn toch wel het leukste.
Voor het gemak (?) zijn er verschillende rijen kinderen, die allemaal een andere richting opgaan. Soms krijg je 3 handjes tegelijk. Sommige kinderen zijn zo bedreven in ‘uitgebreide’ handjes geven dat het één snelle beweging wordt.
Als iedereen aan de beurt is geweest, moeten de kinderen van de juffen in rijen opstellen. Waarschijnlijk zit de les voor vandaag er al op, of hebben ze speelkwartier…
Maar het valt niet mee om ze netjes in het gelid te krijgen. Ik geloof dat ze drie rijen moeten vormen, maar dat gaat vandaag niet lukken. Even later worden ze maar gewoon ‘los gelaten’.
Dan lopen wij door naar het volgende lokaal. Daar zitten de oudste basisschoolleerlingen, kelas 3. Van de 16 kinderen zal ongeveer de helft er zijn, het is er erg rustig. Ook hier zien we weer een paar bekende gezichten. Met z’n allen zeggen ze een paar versjes op. Dan een snel handje en kunnen we naar de volgende klas.


Daar is het iets minder rustig. De 2e klas is opgesplitst in een jongens en een meisjesklas. Met 53 leerlingen is dat ook geen overbodige luxe. Maar ik heb medelijden met de juf die voor de jongensklas staat. Een stuk of 20 bandietjes maken het lokaal onveilig. Het lokaal ziet er niet al te best uit. Geen idee waarom, maar dit lokaal is nog steeds niet afgewerkt. Zal wel een geldprobleem zijn. Er liggen tegels op de vloer en de muren zijn gestuct, maar er is nog niets geschilderd. De witte tegelvloer ziet er na de kinderinvasie uit als een zandbak en de grauwe grijze muren en ongeschilderde kozijnen maken het er niet mooier op. Aan de muren hangen een paar foto’s van streng kijkende heiligen/generaals/presidenten.
Gezellig is anders. Maar de jochies hebben er geen moeite mee, die amuseren zich wel.
Hamdi en de directeur van de basisschool nemen ons snel mee naar het volgende lokaal.
Daar is het een stuk rustiger. Natuurlijk, hier zitten de meisjes uit de 2e klas. Keurig netjes in de bankjes. Ook met rugzakjes op de rug. Er liggen inderdaad nergens tassen op de grond. Zal wel niet mogen.
Dit is het nieuwste lokaal, het zit nog fris in de verf. Alles ziet er nog schoon uit. Heeft denk ik ook met de juffen te maken. Of met het feit dat hier ’s middags ook altijd een meisjesklas zit! Op de tafel van de juf ligt een vrolijk tafelkleedje. Er zitten 2 juffen uit een boekje voor te lezen. Als we binnenkomen zijn ze stil. Hamdi voert het woord. Even later komen alle kinderen ons een handje geven. De juffen blijven angstvallig achter hun tafeltje zitten, ook als Hamdi ze aanspoort om ons een hand te geven. Jaja, die geven echt het goede voorbeeld aan de kinderen. Hoezo verlegen?!?! Dus lopen wij maar naar ze toe en geven ze allebei een hand. Intussen zijn de jongetjes waar we net waren uit hun lokaal ontsnapt, ze staan allemaal bij de deur te gillen en te dringen. Van les geven zal vandaag niet veel meer komen.
Tja, dat gebeurt nou altijd als wij hier zijn. Wat zullen de leerkrachten blij zijn als wij weer ver weg in Belanda zitten.


Wij gaan er van door. Op naar de berugak, waar de middelbare scholieren ongeduldig op ons zitten te wachten.
We nemen plaats op het mooie blauwe kleed en Peter gaat Hamdi wegwijs maken op de laptop.
De kinderen verdringen zich om ons heen en beginnen hun interviewvragen af te vuren.
De meiden hebben allemaal dezelfde vraag. Ik begrijp hun eerst niet, maar dan valt het kwartje…ze willen weten waar Elian en Jonas zijn, de tiener-kleinzoons van Wim en Joyce die de vorige keer mee zijn geweest naar Batu Tumpeng. Helaas, die zijn al weer in Belanda, vandaag moeten ze het met ons doen.  
En dan is Tom er ook nog niet bij. Kasihaan!
Het is indrukwekkend om te zien hoe serieus sommige leerlingen zijn, vooral een paar jongens.
Basori spant de kroon. Hij komt heel verlegen over, maar is wel erg leergierig en serieus.
Hij dwingt zichzelf om met ieder van ons een gesprekje aan te knopen. Luistert ook echt naar de antwoorden die je geeft. Over het algemeen vuren de kinderen standaard vragenlijstjes op je af. What is your name, Where are you from, Do you like Lombok etc.
Naar de antwoorden luisteren ze niet. Als je antwoord geeft en daarna bijvoorbeeld hún naam vraagt, merken ze dat niet gaan ze vrolijk verder met de volgende vraag op hun lijstje.
Maar met Basori kun je al echt een gesprekje voeren. Zeker als je zelf een paar woordjes Indonesisch spreekt om af en toe het gesprek weer op gang te brengen of om iets te verduidelijken.
Even later komt een jongen naar me toe met vragen. Hij zit steeds langs me heen te kijken. Dan zie ik dat hij de vragen uit een schriftje voorleest. Haha, betrapt! Het is het schrift van Basori, de jongen gebruikt dat schrift omdat Basori het beste is in Engels, en dus het meest correcte schrift heeft.  
Ik ben wel nieuwsgierig en lees de vragen door. Zo links en rechts (en boven en onder en overal….) kom ik nog wel wat foutjes tegen. Begrijpelijk, want ik weet ook hoe het Engels van de leraren is. Niet bepaald foutloos, dat kun je van de kinderen dan ook niet verwachten. Ik vraag netjes aan Basori of hij het goed vindt dat ik de fouten verbeter. Ja, heel graag! Terwijl ibu guru Marianne bezig is met nakijken, krijgt Hamdi computerles van pak guru Peter. We zijn er maar druk mee.
Als we klaar zijn, en de kinderen al hun vragen hebben afgevuurd, maken we nog een foto van de trotse Hamdi met zijn laptop en tas, waar de laptop mooi in past. Vooral die tas moet goed op de foto, zegt hij, want dan kan Petula zien dat hij de tas, die hij van haar heeft gekregen, nog steeds gebruikt.
Dan wordt het tijd om afscheid te nemen van Batu Tumpeng. Afscheid voor een jaar of zo…

Hamdi gaat proberen om maandagavond nog langs te komen op het vliegveld. En nu rijdt hij nog een klein stukje met ons mee, want één autoband is ietwat slapjes, die willen we onderweg even bij laten pompen. Hamdi weet bij welke bengkel/bandenservice we het beste terecht kunnen.
Nou, die hadden we zelf ook kunnen vinden, want hij zit langs de hoofdstraat, een meter of 200 van de school af… Met wat meer lucht rijden we terug naar Senggigi.
Tom ligt nog in bed, maar komt er uit om te eten. We doen maar even gemakkelijk en eten een beker popmie, lekker op ons eigen terrasje.
’s Middags gaan we op het Lombok Dive kantoor bij Opan langs om de laptop te wisselen. Opan krijgt een andere laptop, die we ook bij ons hadden. De laptop die Opan nu in gebruik heeft, nog steeds mijn oude knalroze minilaptop van een paar jaar geleden, houden we nog even in reserve.
Een andere grotere laptop gaat naar Pak Umpuk, maar die laptop heeft af en toe wat problemen met het beeldscherm. Waarschijnlijk gaat de roze laptop naar Pak Di, dan hebben ze in Ampenan toch een laptop voor het geval die van Pak Umpuk het binnenkort gaat begeven (waar het wel naar uitziet).
Het is een heel gepuzzel om alle laptops in orde te maken en te verdelen, zeker omdat niet alle besturingsprogramma’s te combineren zijn met de internet-dongel die we hebben gekocht en die we ook hier achterlaten.
Later in de middag wandelen we nog een blokje om. Standaardroute, via de hoofdstraat naar het noorden, via het strand terug.
We gaan bij het kraampje van Adam langs, maar dat zit potdicht, natuurlijk, vrijdagmiddag én bulan Puasa…
Dan gaan we maar wat drinken op één van de weinige terrassen aan zee. Je zit er heerlijk, maar de stoelen zijn erg groot, zwaar en lomp. Maakt niet uit, het zicht op zee maakt veel goed.
Even later gebeurt er iets bijzonders; REGEN! Hoewel, er vallen een stuk of 20 druppels, die al bijna verdampt zijn voor ze de grond bereiken. Maar toch, het is regen.
Aan het einde van de middag lopen we terug naar Bumi Aditya. Tom komt even uit bed om mee te gaan eten bij Warung Ana. Maar na het eten duikt hij weer snel het bed in. Wij hebben afgesproken om vanavond bij Debbie en Mindie op visite te gaan. We hebben nog heel veel brillen over en denken dat zij er wel een goede bestemming voor zullen vinden. Stichting Lombok Care is thuis in de gezondheidszorg op Lombok, dus dat komt wel goed. Maar net voor we willen vertrekken, krijgen we visite. Boung en Jay komen op ziekenbezoek. Dan blijven we nog even thuis. De heren komen niet met lege handen. Boung brengt voor de zieke een grote kelapa muda, jonge kokosnoot, mee. Jay heeft een bord vol met zoetigheid. Roze-witte laagjescakejes in ruitvorm. Wat ontzettend lief! Het is echt hartverwarmend om te merken hoe heel Kampung Loco (en omstreken) meeleeft. Maar om nu direct alles op te eten/drinken is een beetje veel van het goede, zeker net na een bezoek aan Warung Ana. Dus bewaren we het lekkers voor een later tijdstip.           
Als de heren na een tijdje weer weg gaan, vertrekken wij naar Kerandangan.
Daar hebben we een gezellig avondje met de dames Schreurs en Apip. Een hele donkere avond zelfs, Ergens tussen Senggigi en Kerandangan gingen de lichten uit. Af en toe springen ze hoopvol aan, om binnen een paar tellen weer uit te gaan. Ook hier is de stroomvoorziening belabberd. PLN belooft al jaren verbetering, maar naar ons idee gaat het er alleen maar op achteruit.
Debbie, die net terug komt van een bespreking bij Sheraton hotel, vertelt dat ze in het restaurant werd bediend door niemand minder dan Andi. Andi wordt door familie Markx gesponsord en zal waarschijnlijk het eerste afgestudeerde Impian Anak kind worden. Hij zit nu in het laatste jaar en loopt stage bij Sheraton. Debbie en Mindie kennen hem al sinds hij een klein jochie was. Ook op Lombok is de wereld klein!
Na een paar gezellige uurtjes nemen we weer voor een jaartje afscheid. We hebben nog een paar dagen Lombok te gaan, maar we zullen hier de komende dagen wel niet meer komen.
In Loco aangekomen drinken we nog wat met Tom en zoeken daarna allemaal het bed weer op.

 
Zaterdag 20 augustus

Peter gaat vandaag duiken, het is druk bij Lombok Dive en de hele bemanning is aan het werk. Anique en ik lopen met Peter mee naar het kantoor van Lombok Dive. Na een snel ontbijtje bij Yunas vertrekken de duikers. Anique loopt naar het strand. Ik blijf nog even op het kantoor en wandel daarna terug naar Bumi Aditya. Tom is nog in diepe rust en ik ga met een kopje thee even lekker op het terrasje zitten met de laptop op schoot. Even snel wat mailtjes bekijken en beantwoorden. Niet onze dagelijkse vakantiebezigheden in Lombok, maar met een ziek kind zit er even niet meer in. Zo krijg ik in elk geval ook nog een paar boeken uit, heb ik die tenminste niet voor niets meegenomen vanuit Nederland. 
Rond de middag ga ik met Anique eten bij Berry Cafe.  Daar heb ik weer zo’n logische gesprek met Berry.
Hij heeft ook een auto in de verhuur en die is volgens hem net zo mooi en veel goedkoper dan de auto die wij van TRAC hebben. Ja, dat klopt, onze auto is zo’n beetje de enige luxe die we ons in de vakantie veroorloven. Maar dat hebben we graag over voor een betrouwbare auto, die ook nog eens goed verzekerd is.
Dat leg ik ook uit. Volgens Berry is zijn auto ook verzekerd, tenminste, dat denkt hij wel. Tja, daar heb ik niks aan. Ik wil een auto die zeker verzekerd is. Ik vraag hem waarom hij zijn auto niet een beetje promoot. Op Facebook, of desnoods een aanplakbiljet in het restaurant, of een kaartje in de menukaart.
Nee, dat is geen goed idee, want dan weet iedereen dat hij een auto heeft, worden mensen jaloers enzo.
Jalousie is en blijft een groot probleem hier. Aan één kant zijn mensen trots als ze iets hebben, aan de andere kant zijn ze bang om ermee te koop te lopen of om het überhaupt te laten zien.
Nou, dan geef ik hem weinig kans om de auto veel te verhuren, dat werkt niet als niemand mag weten dat hij een auto heeft…
Wij gaan volgend jaar weer lekker naar meneer Nyoman van TRAC!   
Als we onze lunch op hebben, wandelen we een rondje door Senggigi. Dit doen we vaak, maar het wordt nooit saai. Iedereen heeft tijd voor een praatje, overal wordt ons het hemd van het lijf gevraagd.
We kopen nog wat souvenirs. Zouden we niet meer doen, thuis hebben we al heel veel houten schalen, beelden, gekko’s en noem maar op. Maar we zien elk jaar weer nieuwe dingen, die toch echt heel erg mooi zijn. En te goedkoop om te laten staan…
Op de terugweg lopen we bij Senggigi Beach hotel het strand op. Onderweg pikken we Adam nog wat spullen op. Sleutelhangers, boekenleggers, hele bestellingen worden weer afgewerkt. Altijd even netjes gemaakt, keurig verzorgd. En Adam uiteraard weer reuzetrots dat hij weer een stukje van zijn Holland House heeft verdiend. Die jongen is altijd zo netjes, correct en aardig, we gunnen hem en zijn vrouw Moon het mooie huis van harte! Als alles goed gaat, kan hij ons volgend jaar ontvangen in zijn nieuwe huis. We zijn benieuwd.
Als we teruglopen naar Bumi belt Peter dat hij onderweg is. Tom is een beetje fitter dan vanochtend, en wil vanavond zelfs meegaan. We zijn door Boung en Sareah uitgenodigd voor het diner.

Even later komt Peter thuis. Hij is vrolijk. In zuid Lombok hebben ze groen licht gegeven voor een duiktocht morgen. De golven zijn nog erg hoog, maar voor meer ervaren duikers zou het moeten lukken.
Ik vind het maar eng, maar als ik hoor dat Pak Umpuk met hem meegaat, ben ik een stuk geruster.
Jammer voor Tom, hij verheugt zich al lang op een duikdag in het zuiden, waar blijkbaar weer net wat andere/mooiere vissen zijn te zien dan in het oosten en westen.
Maar hij ziet zelf ook in dat dat er voor hem dit jaar in elk geval niet meer in zit.
Even nog dreigde de hele tocht voor Peter ook in het water te vallen.
In Teluk Nare parkeren we de auto altijd voor het havengebouw, onder een boom. In de loop van de dag staan daar gemiddeld een stuk of 4 auto’s. Maar toen ze vanmiddag terugkwamen van de gili’s, stond de hele parkeerplaats (meer een open veldje) vol met dikke dure auto’s, en heel veel security/politieauto’s.   
Blijkbaar was de gouverneur (of een ander belangrijk persoon) een dagje naar Trawangan. En zo te zien niet helemaal alleen. Onze auto kon niet meer vooruit, niet meer achteruit.
Pak Umpuk ging schoorvoetend naar een politieman om te vragen hoe ze nu weg moesten komen. Het antwoord was eenvoudig en duidelijk. Niet….neem maar een taxi naar Senggigi en kom morgenochtend terug, dan zijn alle andere auto’s weg. Zoals een braaf Lomboks burger behoort te doen, nam Pak Umpuk genoegen met dat antwoord. Maar ja, Peter is niet braaf, niet Lomboks… Terwijl Pak Umpuk angstig stond toe te kijken, ging Peter naar de politieman om uit te leggen dat hij morgenochtend al heel vroeg in zuid Lombok moet zijn en dat hij daar echt met de eigen auto naar toe moet.
Tot grote verbazing van Pak Umpuk maakte dat wel indruk op de politieman. Er werden een paar chauffeurs opgetrommeld om wat auto’s te verplaatsen, er werd een struik gekortwiekt om plaats te maken en zo kon Peter met de eigen auto het terrein verlaten.
Eind goed al goed…
Als we allemaal opgefrist zijn, lopen we naar Boung en Sareah. Het eten staat al klaar. We eten gezellig met zijn allen op de beruga. Dat missen we hier wel eens, uitgenodigd worden en dan met de gastheer en gastvrouw samen eten. Vaak is het toch zo dat we apart eten, of dat de vrouw des huizes niet mee-eet. Maar vanavond eten we dus allemaal samen, en zoals gewoonlijk bij Sareah, is het weer een heerlijke maaltijd! Tom wordt extra verwend met een grote bak kroepoek voor zijn neus. En uiteraard blijven we ook weer gezellig natafelen met een kop koffie en thee gemaakt door Boung.
Voor het slapengaan wandelen Peter en ik nog een rondje langs Senggigi Beach Hotel, en via het strand terug. Heerlijk, mooie sterrenhemel, beetje wind uit zee. Uiteraard weer een lampu mati erbij. De eerste vandaag, dus dat valt mee.
Dan ‘moeten’ we ook nog even naar de Grand Opening (of was het de Soft Opening?) van het nieuwe restaurant naast Warung Ana. Het restaurant waarvan we de naam niet weten, maar wat bij ons bekend staat als het restaurant van Meneer de Koekenbakker. De eigenaar verkocht voorheen zelfgebakken koekjes bij Warung Ana, vandaar.
Als we aankomen krijgen we een ondefinieerbaar drankje (we houden het op cola met een heel vreemd smaakje) en een schaaltje met nootjes.
De overige gasten zijn denken we allemaal familie van Meneer de Koekenbakker of van Ana, of misschien wel van allebei. We gunnen het restaurant heel veel klandizie, maar eerlijk gezegd hebben we er een hard hoofd in. De menukaart is redelijk uitgebreid, pizza, pasta’s, hamburgers, maar ook Indonesische gerechten. Uiteraard (?!) is dit allemaal niet te krijgen tijdens de opening. Vanavond blijft het bij de drankjes, nootjes en een enkel klein hapje.
Maar zoals wij het nu inschatten, zal het restaurant nooit meer zo druk worden als deze avond.  En met Ana ernaast, heeft hij een flinke concurrent. Zij heeft geen menukaart, maar ‘eten wat de pot schaft’ (en dat is altijd prima en goedkoop). Toeristen weten deze plek zelden te vinden, lokale mensen misschien wel, maar of die meer geld gaan geven voor ‘onbekend’ eten betwijfelen we.
De toekomst zal het uitwijzen.
Wij duiken zo het bed in. Peter mag er morgen weer op tijd uit!

 
Zondag 21 augustus

 

Om 6 uur in de ochtend vertrekt Peter. Onderweg pikt hij Pak Umpuk op, die hem gaat vergezellen tijdens de duiken in het zuiden van Lombok. Ook Pak Di gaat mee. Niet als kapitein, maar gewoon voor de gezelligheid. Hamdi heeft vandaag een vrije dag en zal ook naar het zuiden gaan. Hamdi heeft les gegeven op een school in de buurt van de duikstek. Hij vindt het leuk om weer een keer die kant op te gaan. Zeker als Pak Di er ook is. Pak Di en Hamdi gaan niet mee op de boot, maar blijven op de kant wachten. De duiken worden begeleid door een duikschool in Sekotong. Zij zijn de deskundigen in dat gebied.  
Met Tom gaat het vandaag gelukkig wat beter. Zeker met de lange terugreis die ons morgen te wachten staat is dat goed nieuws.
In de loop van de ochtend gaan Tom en ik naar het kantoor van Lombok Dive. Opan heeft vandaag een vrije dag, maar hij heeft nog wat vragen over zijn laptop. Samen met Ida komt hij naar kantoor.   
Terwijl Tom en Opan aan de laptop werken, proberen Ida en ik een gesprek op gang te houden. Lastig omdat Ida nauwelijks Engels spreekt, ik nauwelijks Indonesisch. Maar met handen en voeten erbij komen we een heel eind.
Opan en Ida hebben al een afscheidscadeau voor ons meegebracht. Een hele grote plastic tas vol met allerlei soorten kroepoek die we thuis nog kunnen bakken. Mjammie, lekker…en zwaar.
Gelukkig hebben we op de terugreis meestal minder bagage dan op de heenweg.
Opan heeft nog iets meegebracht wat we mee moeten nemen naar Nederland. Een echte officiële stempel van Impian Anak, handgemaakt in Ampenan.
De tweede stempel blijft in Lombok, zodat Opan de enveloppen en brieven voor de gesponsorde kinderen een officiëlere uitstraling kan geven.
Rond de middag gaan we het nieuwe restaurant van Meneer de Koekenbakker testen.
Tom en Anique nemen een hamburger. Ik ga voor de echte Indonesische nasi goreng. Nu kan het nog.
Het eten is prima, maar als ik eerlijk moet zijn, geef ik de voorkeur aan het eten van buurvrouw ibu Ana.
Na de lunch maken we nog een paar foto’s van de restaurants. Tom heeft een tijd geleden een website gemaakt om lokale Lombokse projectjes en bedrijfjes te promoten (www.islandsite.info). Dat loopt nog niet echt, vooral omdat er nog steeds weinig bedrijfjes op staan. We spreken geregeld mensen me teen eigen bedrijfje aan met de vraag of ze wat informatie of foto’s aan willen leveren, maar meestal komt daar niks van. Nu we toch hier zijn, kan Tom zelf wat foto’s maken. *
Daarna is het voor Tom weer even genoeg geweest. Tijd voor een middagdutje.
Anique gaat met een groepje vrienden zwemmen.


Ik ga nog een keer winkelen. Een paar dagen geleden heb ik in de grote ‘souvenirsupermarkt’ een paar oorbellen gekocht, zilver met een parelmoerachtige schelp. Er lag ook een hele mooie bijpassende hanger voor aan een halsketting. Maar dat vond ik een beetje veel van het goede.
De hanger kostte maar liefst 170.000 rp, nog geen 15 euro. Geen geld voor zo’n mooie hanger, in Nederland zou hij een veelvoud kosten. Maar na een paar weken Lombok denk ik anders. Hier zou een gezin heel veel dagen kunnen leven van 170.000 rp.
Maar mijn ‘hebzucht’ heeft gewonnen, ik voel me wel een beetje schuldig als ik de hanger toch ga kopen, maar ik weet ook dat ik er een heel jaar spijt van zal hebben als ik hem niet koop.
Met hanger loop ik even later weer terug naar Bumi Aditya. Het is ontzettend benauwd vandaag en ik verheug me op een lekker frisse douche. Maar helaas, het water is op. En de mandibak is bijna leeg omdat ik dat water vanochtend heb gebruikt voor de was. Stom, eigen schuld, had ik hem maar direct bij moeten vullen. Even later komt Boung met een andere verfrissing. Een lekkere kelapa muda, die we vanavond met ons viertjes op moeten eten/drinken. En vooral Tom moet er veel van drinken, dan knapt hij volgens Boung veel sneller op.
Tegen de avond komt Peter moe maar tevreden terug. Eén duik viel tegen door de hoge golven en sterke stroming (het voelde alsof hij in een grote wasmachine zat), maar de andere duik maakte alles weer goed.
En hij heeft nog meer goed nieuws. Eli, die vanmiddag op kantoor was, had een envelop met inhoud voor Peter, of eigenlijk voor Impian Anak. De envelop was afgegeven door een meneer uit Arabië, Pak Haji Halef Omar met nog véél meer namen. Pak Haji, namens Impian Anak: terima kasih, bedankt,  شكرا
Voor het ‘laatste avondmaal’ op Lombok hebben we verschillende uitnodigingen gekregen.
Allemaal even welgemeend, allemaal even moeilijk te weigeren. Maar ja, we kunnen geen 4 keer eten op één avond. Dus hebben we een keuze moeten maken. Omdat we Mohni en Sofi nog niet bezocht hebben deze vakantie, hebben we besloten daar naar toe te gaan voor het diner. Daarna gaan we nog even naar Ampenan, omdat we bang waren dat Pak Umpuk in huilen uit zou barsten als we niet zouden komen.

In Ampenan leveren we nog een restant schoolspullen af, die kan Opan apart leggen voor kinderen die in de loop van het schooljaar nog wat nodig hebben. Ook brengen we alle duikspullen naar Pak Umpuk. Die mogen hier overwinteren. Duiken in Nederland zien Peter, Tom en Anique nog steeds niet zitten. En hier worden de spullen heel goed verzorgd. Ook hebben we de kelapa muda meegebracht. Vooral omdat wij niet zo’n handig kapmes hebben (en niet de handigheid) om zo’n kokosnoot open te krijgen.
De kokosnoot wordt direct meegenomen en komt even later terug, in een grote kom es kelapa muda.
Even later zitten er 4 families van te smullen, de familie van Pak Di en van Pak Umpuk, Opan en Ida en wij viertjes. Daarna volgt nog een rondje thee. Dan wil Pak Di nog iets laten zien. Hij heeft de lijst klaar met foto’s van gesponsorde Impian Anak kinderen. Mooi!!
Een uurtje later nemen we afscheid. We beloven ons uiterste best te doen om morgen nog even langs te komen. Maar de laatste dag op Lombok is altijd een chaotische drukke dag, dus beloven doen we niets.
Maar de families gaan ook hun uiterste best doen om morgen op het vliegveld afscheid van ons te komen nemen. Morgen dus nog 2 kansen om afscheid te nemen. Nu doen we het dus nog niet.
Hoewel, een beetje afscheid wel, sampai besok….
Als we in Senggigi aankomen lopen we nog even naar Warung Ana voor een drankje. Vroeg slapen lukt toch niet. Nog één keer genieten van de mooie avond hier. De rust aan het strand, de mooie sterrenhemel, de warmte, de vriendelijke mensen. Dat ga ik het komende jaar weer vreselijk missen.

* op het moment dat dit verslag geschreven wordt (juni 2012) hebben we inmiddels besloten de website op te geven (hij is nog wel in de lucht, maar zal binnenkort verdwijnen). Aan de ene kant komen er geen adverteerders bij, aan de andere kant waren de ‘kijkcijfers’ op de site minimaal. Rekening houdend met de jaarlijkse kosten van het in de lucht houden van de site, hebben we besloten dat we dat geld beter in andere dingen kunnen investeren.

 
Maandag 22 augustus

De laatste dag op Lombok…wat zie ik daar elk jaar tegenop!
Maar we mogen niet klagen na 4 weken Lombok. En met de hoop volgend jaar weer terug te komen.
Toch zou ik deze dag het liefst overslaan. Ik haat afscheid nemen van mensen en plaatsen die me lief zijn.  
En Lombok wordt me steeds liever en er zijn steeds meer mensen die ik verschrikkelijk mis als we in Nederland zijn.
We beginnen de dag op tijd want we hebben vandaag een volle agenda. Om 8 uur zijn we op het kantoor van Lombok Dive. Daar nemen we alvast afscheid van de mensen die vandaag naar de Gili’s gaan. Uiteraard beloven ze op tijd terug te zijn om ons uit te zwaaien op het vliegveld, maar we weten dat dat vaak toch niet lukt. Dat maakt ook niet uit, ze moeten hun geld verdienen met duiken en dit zijn voor hun de drukste weken van het jaar.
Na de eerste ronde afscheid nemen haasten we ons weer naar Loco. We willen even bij Adi en Mariam langs. We hebben ze verschillende keren gesproken afgelopen weken, maar het is er nog niet van gekomen thuis bij ze langs te gaan. Onder het genot van een kop thee (bulan Puasa, maar we komen er niet onderuit) kletsen we een uurtje op de mooie beruga. Ja, Joep en Marijke, we snappen dat jullie hier zo graag uren doorbrengen, wat een heerlijk plekje!
We maken nog een paar foto’s en gaan dan weer verder. Sampai tahun depan….


Peter fietst nog even terug naar het kantoor van Lombok Dive. Vanochtend was hij bezig met het inchecken van onze vluchten, toen er weer een lampu mati was, en zonder stroom werkt internet ook niet. Nu gaat hij de boeking afwerken en stort ik me op onze bagage. Weer hebben we het voor elkaar gekregen om met overgewicht te vertrekken. Te veel souvenirs???  Wat we niet mee terug nemen (handdoeken, toiletartikelen, kleding etc) stapelen we op en raken we in de loop van de dag nog wel kwijt.
Als we bezig zijn komt Hakim de vrolijke verkoper langs. Hij wil even gedag zeggen en vooral ook informeren hoe het met nu Tom gaat. Gelukkig is Tom weer redelijk opgeknapt. Aan zo’n lange reis beginnen als je zo ziek bent is geen pretje.
Als we de koffers redelijk gepakt hebben gaan we naar Ampenan. Daar doneren we al wat ‘overbodige’ spullen aan de families van Pak Umpuk en Pak Di.
Ook laten we Tom’s fiets achter bij Pak Umpuk. De kinderen kunnen de fiets het komende jaar gebruiken. Volgend jaar zien we wel wat er nog van over is gebleven.
Pak Umpuk zelf is niet thuis, maar ibu Misroh vraagt ons binnen te komen. Even later druipt het gezin van Pak Di ook binnen. Met een hele grote tas vol kroepoek. En ook nog een paar potten Lombok koffie voor Tom. Oh jee, onze tassen zaten al vol! Ook hier komen we weer niet onder allerlei lekkere hapjes en drankjes uit. Binnen een paar minuten staat er een kan limoenthee voor onze neus, allerlei koekjes en kroepoek. Even later komen er zelfs 4 kommen noedels uit de keuken. Met de excuses dat er ‘slechts’ ei in zit, geen vlees. Hoe kunnen we deze mensen ooit duidelijk maken dat we alleen al aan hun gezelschap voldoende hebben! Ik voel me af en toe zo schuldig als ik besef wat ze allemaal voor ons tevoorschijn toveren. Zeker als je weet hoe weinig deze mensen zelf hebben. Maar iets weigeren is geen optie…
Als we vroeg in de middag vertrekken, nemen we voor de zekerheid alvast afscheid. Pak Umpuk is nog in Mataram bij een vriend. Hij zal in elk geval straks op het vliegveld zijn. De rest van de familie wil ook komen, maar je weet maar nooit.
Als we terugkomen in Senggigi bedenken we ineens dat we vandaag zouden lunchen bij Warung Ana. Maar na het bezoek aan Ampenan hebben we niet meer zoveel honger. Dus nemen we een drankje bij Ana en genieten we nog een keer van het heerlijke plekje boven het strand. En nemen daarna emotioneel afscheid van ibu Ana. Ik zal haar missen, en haar kookkunst nog meer!
Voor de zekerheid nemen we ook afscheid van Opan, die vandaag op kantoor zit. Als de duikgroep vanmiddag niet op tijd terug is kan hij straks ook niet weg. We wensen Opan heel veel succes met Impian Anak het komende jaar. Hij zal het er weer druk mee hebben.
Van een erg verlegen jongen verandert hij langzaam in een echte meedenker binnen ons project.
Hij is op elk gebied onze steun en toeverlaat op Lombok. Samen met Ida vormt hij een ideaal koppel, ze regelen de administratie, hebben goed contact met de kinderen en krijgen er zelf ook steeds meer zin in. Ook op administratief gebied loopt alles steeds beter.
Voor hun is het lastig om ons advies te geven, te corrigeren, ‘slecht nieuws’ te brengen of tegen te spreken. We hebben uitgelegd dat ze ons niet moeten zien als baas of meerdere. Ze moeten naar ons open zijn, mogen best kritiek geven op onze ideeën en plannen. Wij zijn niet zo thuis in de Lombokse cultuur en gebruiken. Wij hebben graag dat ze met ons meedenken en ons waarschuwen als we iets verkeerd aanpakken. Dat is erg moeilijk voor hun, maar het gaat nu steeds beter.
Als we weer in Loco zijn, gaan we een poging ondernemen de kroepoek en koffie in de tas te krijgen. Tja, nog maar wat andere spullen hier laten.
Even later lopen we naar Herman. Zoals beloofd even afscheid nemen. En ja hoor, dat kan niet zonder een groot glas gloeiend hete thee. En ik heb het vandaag al zo warm!  Herman heeft ook nog een afscheidscadeautje voor ons. Twee mooie dozen verse  ‘Meneer de Koekenbakker’ koekjes!  We zeggen dat we dat echt niet aan kunnen nemen, maar er wordt niet naar ons geluisterd. We moeten en zullen de koekjes meenemen, één doos voor Tom, één doos voor Anique! Zodat ze in Belanda nog aan Lombok en aan ‘Skrietie’ Herman denken. Dat zal zeker lukken, met of zonder koekjes!
Als we bij Herman zitten, komt Daan ook langs. Ze is net terug van haar werk, ze heeft haar middagdienst geruild voor ochtenddienst, zodat ze nu afscheid kan nemen van ons.
Samen met Nurul loopt ze met ons mee naar Bumi. De tas die Daan zo stevig vasthoudt, wordt uitgepakt. Twee zakken koffie en een zak kroepoek van haar ouders, voor ons omdat we niet meer bij hun hebben kunnen eten! Wat lief!  
Voor de zoveelste keer herpak ik de tassen. Koekjes, koffie en kroepoek erin en nog wat spulletjes eruit, die naar Daan en Nurul gaan. Allebei een badhanddoek en een mini-flesje nagellak.  Vooral dat laatste valt in de smaak. Dan neem ik nog een laatste ijskoude douche. Dat zal wennen (maar ook heerlijk) zijn morgen, een warme douche! Toch had ik er niets op tegen om hier nog een weekje of wat te blijven, ondanks de koude douches.

Een uurtje voor we vertrekken komen er nog verschillende mensen uit de buurt binnenvallen, vrienden van Tom en Anique die afscheid komen nemen.
Dan is het toch zover, we moeten er echt vandoor…. Met Daan heb ik weer afgesproken dat we niet gaan huilen bij het afscheid, jammer, weer niet gelukt. Tranen met tuiten huilen we. Hoogste tijd om in de auto te stappen en er vandoor te gaan. Maar niet voordat we nog even bij Boung en Sareah langs zijn geweest. Traditioneel is dat ons laatste adresje in Loco waar we langs gaan. Snikkend en snotterend stap ik even later in de auto. Op naar het kantoor van Trac, waar we de auto in moeten leveren.
Op de hoek bij Pos Ronda worden we aangehouden door Awal, die vraagt wanneer we weer bij hem koffie komen drinken. Hij kijkt verbaasd als ik tahun depan, volgend jaar, zeg. Ja, het zit er weer op voor ons, helaas.
Bij Trac worden we hartelijk verwelkomd door meneer Nyoman. Meneer Nyoman zorgt voor een vlotte afhandeling van de formaliteiten. De gebroken antenne (souvenirtje van een avondje Ampenan)  is geen probleem! Wat een service! We krijgen zelfs een mooie Trac sleutelhangeretui cadeau! Dan nemen we  afscheid. Een bekertje water krijgen we hier trouwens niet meer (heel begrijpelijk nadat Peter Pak Nyoman’s bureau al meerdere keren heeft gedoopt in een poging het rietje door het plastic dekseltje te steken).
Terwijl de Security het verkeer op de drukke weg tegenhoudt, worden we door een Trac medewerker naar het vliegveld gereden.  Als we er bijna zijn krijgen we een sms van Pak Umpuk. Hij staat op het vliegveld en is bang dat we elkaar mislopen. Op het moment dat ik hem terug wil schrijven, zien we hem al staan.
We besluiten snel naar binnen te gaan, onze koffers af te geven en dan weer naar buiten te komen. We zijn nog ruim op tijd.
Het inchecken/koffers afgeven duurt vreselijk lang. Zonde van de tijd….
Als we eindelijk klaar zijn en ook de luchthavenbelasting hebben betaald, haasten we ons weer naar buiten. Daar heeft Pak Umpuk gezelschap gekregen van Pak Di en zijn vrouw. Bijna in tranen vertellen ze dat de rest van de familie niet mee kon komen. In verband met naderende buka puasa konden ze geen vervoer krijgen voor iedereen. Zelf zijn ze door vrienden met een motor gebracht. Ida is zelf met de motor gekomen, vanuit school.
Ibu Dina is ook gekomen om dag te zeggen en we horen dat Hamdi en Heni nog onderweg zijn vanuit Batu Tumpeng. Opan zit nog te stressen op kantoor, want de duikers zijn er nog niet, en hij mag het kantoor niet in de steek laten. Ik krijg hem aan de telefoon, maar door de drukte en stress kan ik er weinig van volgen. Maar erg vrolijk klinkt hij niet.
We zitten met zijn allen op de trapjes voor het vliegveld. Waarschijnlijk trouwens de laatste keer dat we hier zitten, volgend jaar zou het nieuwe vliegveld in gebruik moeten zijn (maar dat horen we al jaren….).
We vormen een triest gezelschap. Een Indonesische man die naast me zit vraagt wat er aan de hand is. Of we familie zijn van de Lombokse mensen. Nee, eigenlijk niet, maar ook afscheid nemen van goede vrienden is niet leuk!


We stellen het naar binnen gaan zo lang mogelijk uit, wetende dat deze mensen speciaal voor ons hier naar toe zijn gekomen. Om kwart over 6, buka puasa, offer ik mijn fles water aan de mensen die de hele dag niets hebben gedronken. Wij krijgen straks wel weer wat. Speciaal voor ons zitten zij nu hier op de trap voor de “International Departures” van Bandar Udara Selaparang, en niet thuis aan het eten.
Tegen half 7 besluiten we toch maar naar binnen te gaan. Hamdi en Heni zijn nog steeds onderweg, Mohni, Opan en de rest van Lombok Dive gaan het ook niet meer halen.
Iedereen krijgt nog een laatste knuffel, terwijl de tranen over mijn wangen stromen. Tja, niet alleen bij mij.
Dan haasten we ons naar binnen en begint de lange terugreis. Maar eerst het lange wachten. Normaal gesproken vertrekt deze vlucht altijd wel een half uurtje eerder. Vanavond niet. Als we binnen zin, krijgen we een sms van Hamdi. Ze zijn er! Jammer genoeg kunnen we nu niet meer terug naar buiten.
Wat sneu, komen ze helemaal vanuit Batu Tumpeng, en lopen ze ons nog mis. Ter compensatie gaan ze met onze vrienden mee naar Ampenan, voor een gezellig avondje.
Wij wachten nog een hele tijd, en stappen dan in het vliegtuig. Op naar Singapore, daarna naar Amsterdam.
Dag Lombok, dag vrienden, het was weer geweldig!!!!


Nawoord
Dit was het verslag van ons verblijf in Lombok, zomer 2011.
Het schrijven van het verslag heeft bijna 11 maanden geduurd. Niet helemaal 11 maanden, tussendoor heb ik natuurlijk ook nog andere dingen gedaan… Maar hoe dan ook, het duurde lang!
Inmiddels is het bijna half juli 2012 en zijn we druk bezig met de laatste voorbereidingen voor de volgende Lombok-reis.  
Ik heb al niet meer de illusie dat ik tijdens ons verblijf in Lombok tijd heb (of tijd vrijmaak) om een verslag te schrijven/publiceren.
Wel ga ik weer een dagboekje bijhouden, aan de hand waarvan ik achteraf een verslag ga maken.
Het duurt dus nog wel even voor er weer een verslag op de Impian Anak website komt, maar voor de mensen die een Facebook account hebben zijn we in Lombok waarschijnlijk wel te volgen. We zullen proberen geregeld wat berichtjes/foto’s te plaatsen. Uiteraard is de frequentie/hoeveelheid sterk afhankelijk van de internet-snelheid en de stroomvoorziening op Lombok.

 


info@impian-anak.com - tel: +31 478 539091 - Bankrekening: NL77 KNAB 0205 9517 32 t.n.v. Stg. Impian Anak te Blitterswijck.             .