NederlandsEnglish
Verslag 2010
Woensdag 11 / donderdag 12 augustus

Eindelijk even tijd om te zitten met mijn laptopje op schoot. Vakantie noemen ze dat, druk druk druk.
Maar wel heerlijk, genieten. Even een kort verslagje, ik denk dat ik na de vakantie wel een officiële webversie maak, kom er nu niet aan toe, en vind het zonde om er tijd voor vrij te gaan maken. We hebben nog maar 3 weken en een paar dagjes...
Dus...

Woensdag: Naar Schiphol, van daaruit goede vlucht gehad, in een lang niet vol vliegtuig, vreemd, en dat in het hoogseizoen?!
Donderdagochtend in Singapore aangekomen, daar de stad in gegaan, ’s ochtends om 8 uur waren we al in centrum. Naar Mustafa geweest, gekke grote winkel, 24 uur per dag open, verkoopt alles, zoiets als een Action, maar dan ‘een beetje’ groter.
Daarna veel rondgewandeld, door Little India, Arab street, chinese wijk.


Even na de middag weer doodmoe terug naar vliegveld.
Lekker gedoucht, daarna rustig gewacht op de vervolgvlucht.
Mooi op tijd kwamen we aan in Lombok, kwart over 6 in de avond.
Een Trac autoverhuur-medewerker stond ons al op te wachten, heeft ons vlot naar het kantoor van Trac gebracht. De autoformaliteiten waren, zoals gewoonlijk, snel afgewerkt. Het regende een beetje in Lombok!!! Niet door de waterbekertjes (die durfden ze ons na voorgaande ervaringen vast niet meer te geven....), maar gewoon, uit de lucht.
Daarna snel met onze mooie (bijna nieuwe, maar toch al behoorlijk gehavende) Toyota Kijang Inova naar Senggigi.
Even een stop bij Lombok Dive, maar Mohni was er niet, verder ook niemand anders van Lombok Dive, alleen van LST, dus we waren zo weer weg.
Snel door naar Bumi Aditya, ons thuis voor de komende weken. Het pad naar Loco is er het afgelopen jaar niet bepaald op vooruit gegaan. Hobbel hobbel, hoogstbelabberd, zeker met een auto.
Pak Made zat ons al op te wachten. We kregen weer dezelfde kamers als vorig jaar. Met werkende airco. Verder is er weinig veranderd. Misschien iets schoner, maar we waren natuurlijk ook wel voorbereid.
Onvoorstelbaar, maar we hebben echt een heerlijk zwembad, met  schoon water, gewoon dat grote zwembad achter in de tuin, met de poolbar, die overigens niet in gebruik is.
Het kleinere ronde bad, dat is vernieuwd, wordt soms gebruikt als wateropslagplaats, maar staat nu leeg. De tuin is wat opgeknapt. Nu ligt er overal in de tuin en op de paadjes’ kruidnagel te drogen, heerlijk geurtje dus...
Daarna Sengggi ingelopen voor makan malam.
Uiteraard onderweg al veel bekende gezichten ontmoet. Op naar Cak Poer....maar helaas, die was er niet. Wij balen, hij zal toch niet hele ramadan afwezig zijn, dan wordt het een dure vakantie...
Maar Cafe ... Manis was open. Lekker eten , leuk tentje...de dame die serveerde keek alsof we gek waren toen we de groetjes van Joep dan Marijke deden, bu rasta, bapu belanda etc kende ze ook niet...
Onderweg kwamen we Ossi al tegen, hoorden dat broer Adi net thuis was gekomen uit het ziekenhuis.
Op de terugweg naar Loco nog veel mensen gesproken. Vooral in de buurt van Pos Ronda, er hangt trouwens best wel een gezellige sfeer hier tijdens de Ramadanavonden.
Opan (Mohni’s boekhouder en nu ook hulp bij Impian Anak) kwam ook nog even bibberend langs. Hij had de hele avond op het vliegveld op ons staan wachten, in opdracht van Mohni, die in de haven zat omdat kompressor nummer 3 was uitgevallen...ze konden dus geen flessen voor de duikers van morgen vullen, kompressor nummer 1 en 2 waren al langer kapot...
Jammer genoeg voor Opan stond hij bij de domestic afdeling, omdat Mohni dacht dat we via Bali aan zouden komen. Maar wij kwamen dus op de internationale afdeling, via Singapore. Arme Opan.
Nadat we met iedereen even snel hadden bijgekletst, zijn we als een blok in slaap gevallen.

 
Vrijdag 13 augustus

Om drie uur in de ochtend gewekt door de moskee...hadden ze ons al voorspeld, gaat nu elke nacht gebeuren.Daarna met moeite weer in slaap gevallen, tot een uur of half 7. De moskee zullen we nog veel horen deze weken. Ivm de ramadan zijn er soms urenlange gebeden/toespraken te horen. Maakt niet uit, ik hoor het graag, dan weet ik weer dat ik in Lombok ben!
Eindelijk, Lombok bij daglicht.... Tom gaat vandaag met Lombok Dive mee naar Gili´s, om te helpen en snorkelen, duiken mag nog niet ivm vliegen.
Ontbijt is prima, en best snel. Lekker zelfgebakken brood, omeletje, boter, jam, fruit en kopje thee.
Daarna snel naar Lombok Dive. Made vertelt al dat er gisteren veel mensen voor ons waren geweest. Ook Mohni nog, maar die durfde ons laat in de avond niet meer te wekken...
Bij LD nog steeds de gezellige ochtendchaos. Heerlijk, iedereen weer zien. Wakdi, Umpuk (werkt normaal nooit tijdens de ramadan, maar aangezien het nu hoogseizoen is, wil hij Mohni niet teleurstellen), Mohni, Eli (met weer een iets aangegroeid kapsel), Harfin . Ze waren dolblij met de uit Belanda meegebrachte outfit voor iedereen, een handige lichtgewicht korte broek-zwembroek. En een leuk shirt, in verschillende kleuren, dus dat werd moeilijk kiezen voor iedereen.
Geweldig om te zien. Umpuk besloot al om het netjes te bewaren tot Idul Fitri, heeft hij dan iets moois om te dragen. De rest ging direct passen en omkleden.
De plastic opblaashaai kreeg een mooi plekje in het nog altijd rommelige kantoor.
Toen ze weg waren snel inkopen gedaan, even terug naar Loco, bij Adi op bezoek. Hij was blij dat we kwamen, verveelt zich geloof ik al een beetje. Zus met man en kinderen vertrok net weer naar Masbagik. Hij voelt zich redelijk, loopt en beweegt nog moeizaam-voorzichtig, ik herken de moeilijke blik met verzitten, opstaan etc. Maar hij vertelt er vrolijk op los, Mariam is nog steeds rustig. Thee en kroepoek wordt aangerukt. Voordeel voor Adi, hij mag/moet nu eten en drinken. Moet wel nog oppassen met eten, bij voorkeur licht verteerbaar, brood of zo...hij moet erg lachen, voelt zich net een toerist met al dat brood ipv nasi.  Daarna naar Senggigi. Nu met de auto. Even wat schoonmaakspullen kopen, zo schoon was het nu ook weer niet, en wat bakjes etc om toiletspullen enzo in te zetten, paar kleerhaken. Auto laten we na afloop maar in Senggigi staan, bespaart weer een hoop gehobbel op het slechte smalle pad.
Snel kamer beetje opfriseen, spullen uitpakken etc.
In de middag even naar Opan, bijgekletst, laptopje overhandigd,kan hij gebruiken voor boekhouding.
Snapt nog steeds niet dat die echt voor hem is. Benieuwd wanneer hij een sticker of iets over de mooie roze buitenkant plakt.
Voor de variatie een keer bij Berry Cafe gegeten. Smaakt prima. Daarna rondje strand, tot aan pasar seni, daar sapje gedronken, via straatkant terug. Doen we weer een lange middag over, moeten overal bijkletsen. Onvoorstelbaar hoeveel mensen ons nog kennen, zelfs bij naam , jeweetwel, pak Peter, bu Peter (meneer Peter, mevrouw Peter)....  Onderweg misschien  nog wat zaken geregeld voor Mohni. , zoekt nog steeds een nieuw kantoor, en contacten bij agenten. Misschien nemen agenten ons toch serieuzer dan hemzelf. Vreemde zakenwereld hier. Hij als eenvoudige lokale jongen wordt vaak niet serieus genomen als hij ergens in geïnteresseerd is, wij moeten oppassen dat we niet de buitenlander-prijs betalen...

We kwamen ook Adam tegen, de jogen die vorig jaar voor Impian Anak wat sponsorartikeltjes heeft gemaakt. Naar aanleiding daarvan heeft hij voor anderen ook spullen gemaakt. Met het verdiende geld bouwt hij een huisje, stukje bij beetje. Hij had al gehoord dat we weer in town waren. We hebben maar direct een nieuwe bestelling geplaatst, want dankzij Eric en Jacqueline krijgen we verschillende nieuwe sponsors! Nu hebben Adam en zijn vrouw weer wat te doen. Met deze bestelling komt zijn holland house weer een stukje verder af. Tot en met het dak hoopt hij, het hout heeft hij al, nu hoopt hij de pannen te kunnnen kopen, en misschien nog een tukang, vakman, te kunnen betalen om mee te helpen.
Khaerul hebben we ook gezien. Ons eerste sponsorkind van Impian Anak. Mohni had al opgebiecht dat hij niet meer aan het nieuwe schooljaar is begonnen. Dat durfde hij ons niet via mail te vertellen.  De verleiding van de straat was toch te groot voor Khaerul.
Khaerul durft ons niet goed onder ogen tekomen. Maar schoorvoetend komt hij toch, nadat Adam ons heeft verteld hoe het is gegaan, dat zijn vader erg boos op hem is geweest, omdat hij niet meer naar school gaat.
Khaerul heeft een andere versie als we vragen waarom hij op straat rondhangt om souvenirs te verkopen.
Eerst heeft hij vakantie. Als we zeggen dat we al weten dat hij nooit meer naar school gaat, krijgen we een aangepaste versie: I go to Mohni’s office for money for buku, but he not give me money. Now I can not go to school anymore. Met een heel  zielig gezicht, als je de achtergrond niet kent, zou je er zo intrappen. Maar dat doen we niet, geven hem beschaafd op zijn kop, waar zijn vrienden bij staan. Een grote afgang voor hem, maar wel een beetje verdiend, vinden we.
We balen dat hij gestopt is, maar kijken er niet echt van op. Hij was tot nu toe het grootste risicogeval in het project. Lang niet naar school geweest, veel te oud en vrij vergeleken met de kinderen waar hij bij in de klas komt. Maar Mohni baalt ontzettend en voelt zich zelfs een beetje schuldig naar ons toe. We moeten hem echt duidelijk maken dat dat niet nodig is. Hij doet zijn best, en moet ons ook de slechte dingen kunnen vertellen. We weten dat het niet aan hem ligt, als een kind stopt kan hij daar niets aan doen. Maar wij willen het wel weten, zodat we ook open en eerlijke informatie kunnen geven aan onze donateurs en sponsors. Dit soort gevallen hoort erbij, hoe zonde we het ook vinden.
Onderweg kopen we nog een echte Lombok-waterkoker in de supermarkt, kunnnen we bij Bumi zelf een kopje koffie/thee zetten.
Tom zit al bij LD op ons te wachten, had geen sleutel. Kwam mooi uit, heeft hij Opan wegwijs kunnen maken op laptop.
Door Hamdi zijn we uitgenodigd voor een vergadering morgen in Batu Tumpeng, met staff, bestuur en nog wat hoge pieten. Zal wel heel leuk worden...of niet. We zien wel.
Vanmiddag zagen we iets heel leuks verschijnen in Senggigi....blauwe tenda! Dus in de avond, nadat Tom met Peter en Anique nog even bij Adi is geweest, want Adi wilde hem erg graag zien, gaan we naar Cak.
Mohni kwam bij Bumi vanavond ook nog even langs, wil ons advies. Hij kan boot 2 verkopen aan een Engelse duikschool, die een paar dagen geleden de boot in puin heeft gevaren. Gezien hun grote probleem kan hij er meer geld voor krijgen dan hij er voorheen zelf voor heeft betaald. Doen, zeggen wij, zeker nadat hij heeft verteld dat de 2e boot toch niet perfect is. Hij moest eigenlijk iets groter zijn. Daarbij wordt de 2e boot niet eens zo heel vaak ingezet, vooral bij boekingen van grote groepen, en daarvoor is hij net te klein...

 
Zaterdag 14 augustus

Vandaag gaan Tom en Anique mee naar de gili’s, om te duiken. Peter en ik gaan vanmiddag naar Batu Tumpeng.
Als de kinderen weg zijn, kletsen we nog even met Mohni en Opan. Mohni moet straks zwembadlessen geven in Senggigi, dus hij gaat vanochtend nog niet mee naar de gili’s.
Dan lopen we even Senggigi in. Op de koffie bij Boung, in Cafe Lombi. Een leuk lunchroom-achtig tentje op een rustige plek in het centrum. Bij het genot van een heerlijke versgebakken brownie en kopje koffie, kletsen we wat. Ook met de manager van Lombi, Martin. Na een tijdje komen we erachter welke Martin het is. Zijn vrouw/kinderen hebben we een paar jaar geleden ontmoet.
Zo kletsen we een uurtje weg over Lombok, Europa enzovoort.
Dan moeten we weer verder, naar het hotel, spullen pakken en richting Batu Tumpeng.
Nog even snel bij Opan vragen hoe we moeten rijden. Veel wijzer worden we niet, zelfs niet met kaart erbij.... Even later biedt Budi, de vrolijke freelance-chauffeur, hulp. In noodgevallen kunnen we nog altijd Hamdi bellen...
We eten snel een hapje bij Berry, want vanmiddag zullen we niet veel aangeboden krijgen in verband met de Ramadan. Als we aan tafel zitten, begint het te stortregenen. Niet zomaar een paar drupjes....
Het klimaat schijnt hier ook een beetje van slag te zijn, niet meer de standaard maanden regentijd. Maar tidak apa apa, het is warme regen. En als we even later naar Batu Tumpeng rijden, merken we nog een groot voordeel van zo’n bui; geen kip op straat (letterlijk en figuurlijk).
Als we er bijna zijn, krijgen we een sms van Hamdi...where are you, we are waiting. Nou, we zijn er bijna, en nog een half uur te vroeg, dus dat komt allemaal goed.
Zonder problemen vinden we alle goede afslagen, zelfs degene zonder bewegwijzering. Er staan trouwens veel nieuwe verkeersborden in Lombok, let op, bocht, helling etc. Moet veel geld hebben gekost, en of je er iets aan hebt????
In Batu Tumpeng staat er al een delegatie op straat te wachten, we worden naar een ‘parkeerplaats’ geleid (gewoon midden op de weg, er komen toch niet zoveel auto’s hier).
Dan lopen we het schoolterrein op. Wow, dat is schrikken....er staat een heeeeeele grote partytent, waaronder heeeeeeeel veel kinderen zitten. Alle kinderen van de school, en ook nog de kinderen die in het gebouw koranlessen volgen. Op de verhoging voor het gebouw is het erepodium ingericht. Hamdi verwelkomt ons als gewoonlijk met een stevige hand en een paar flinke porren op de arm. En natuurlijk zijn eeuwige big smile. Wij mogen, jippiejee, op het erepodium plaatsnemen. Niet bij de hoogste pieten, maar bij de leerkrachten. Tientallen mensen komen ons een hand geven, na de 2e heb ik geen idee meer wie wie is. Hamdi praat ons continu bij, maar het zijn er te veel....
Dan komt er nog een auto het terrein oprijden. De super-eregast. Wij moesten nog een paar meter lopen, deze auto rijdt nog net niet het erepodium op. Iedereen wordt een beetje nerveus...dat is de opper-hadji (sorry, klinkt misschien oneerbiedig, maar ik weet niet wat zijn officiële titel is) van heel Lombok. Om ons heen springt iedereen op om zijn hand te schudden en kussen... Wij blijven maar een beetje onopvallend (moeilijk als je zo als orang turis daar zit) zitten. Dan wordt Peter ook erbij geroepen. Ik volg automatisch. Hij geeft Hadji maar een beleefde hand, en stelt zich voor. Ik sta erachter, wil mijn hand uitsteken, als hij aan Peter vraagt “and that is your wife?” . Yep, dat ben ik...en geef maar geen hand....  (en ik had nog wel een beschaafde lange jurk aan, met een grote omslagdoek over mijn armen. Nee, geen hoofddoek, was misschien beter geweest, maar ja.)
Als we weer gaan zitten en de hadji op zijn ereplek is geïnstalleerd, wordt Peter gehaald, hij moet tussen de dorpshadji en opperhadji komen zitten. Ik mag lekker gezellig bij Hamdi en de giechelende lerares en andere leraren zitten. Dan beginnen de toespraken. Terwijl ik langzaam kramp in mijn benen krijg, gaan de toespraken verder. Nee, met mijn bahasa Indonesia kan ik niet alles volgen. Hoor wel geregeld onze namen vallen. Pak Peter dan ibu Marianne dari Belanda.... Hamdi vertaalt zoveel mogelijk voor me.
Ik vermaak me maar met wat foto’s knippen en af en toe een zwaaihandje en glimlachje naar de kinderen die me onafgebroken, bijna met open mond, blijven aanstaren en toelachen.

Na de eerste toespraak volgt er nog een en nog een en nog heel veel meer. De aandacht van het publiek verslapt een beetje. De leerkrachten komen de tijd door met sms-en, huiswerk nakijken, kletsen, bellen... De kinderen kletsen een beetje, de ouders lopen wat op en neer.
Aangezien we op het erepodium in een lange rij op de grond tegen de muur van de school zitten, kan ik ook niet zien wie er aan het woord is.  Als mijn benen na een uur langzaam gevoelloos worden, komt er redding. Iemand komt vertellen dat de lichten van Pak Peters car nog aanstaan. Hamdi bedenkt dat we pak Peter niet kunnen storen, zo tussen de hadjis in. Haha, maar ik heb de autosleutel in mijn tas, en bied spontaan aan dat ik de lichten wel even uit zal doen. Ja, dat kan ik echt wel, ik rij in Nederland zelf ook wel eens in een auto... Dus kan ik even mijn benen strekken, terwijl Peter zich vast afvraagt wat ik ga doen, en terwijl een paar honderd paar ogen me volgen.
Als de lichten uit zijn, loop ik toch maar weer terug naar mijn plekje bij Hamdi. De toespraken gaan onverminderd door. Nu volgen er wat boeiender teksten. Niet dat ik er veel van versta, maar het publiek ligt geregeld in een deuk. Hamdi vertaalt driftig, maar ik krijg nooit de vertaling van het hele verhaal. Als het ‘einde van de grap’ komt, lacht Hamdi zo erg dat hij niet meer kan vertalen.  Maar dat maakt niet uit, ik amuseer me prima met kijken naar het publiek en beschaafd verplaatsen van mijn benen (godzijdank had ik een wijde jurk en geen strakke sarong aangedaan).


Eén grap krijg ik volledig mee, de opper hadji vertelt de kinderen dat het heel belangrijk is om Engels te leren, dan kun je later ook met andere mensen praten, als er dan toeristen komen, zoals Pak Peter en ibu Marianne, kunnen jullie daar ook mee praten, dingen van leren. Nu kun je alleen vragen how are you, en what is your name. Daarom moet je veel meer engels oefenen. Daarop schieten alle leerkrachten in de lach, Wat een afgang voor hun dorps-hadji, die spreekt geen Engels, alleen how are you, en what is your name....
Als eindelijk alle toespraken voorbij zijn, 2 uur (!!!) later, volgt er nog een gebedsronde. Wij worden naar een beruga gebracht. Niet ver weg, aan de overkant van het veldje, maar we doen er heel lang over. Alle kinderen willen ons een hand geven. Op de mooie Lombok manier, show respect, noemt Mohni het altijd. Hand geven en met hun voorhoofd onze hand aanraken. Een mooi gebaar. Ook een beetje ontroerend, eng, ik weet niet hoe ik het moet omschrijven. Honderden kinderen, ouders die ons willen aanraken, een hand willen geven, bijna met tranen in hun ogen ons komen bedanken voor wat we in hun dorp doen. Een heel vreemd gevoel.
Als we eindelijk op de beruga zijn aanbeland (dit is trouwens de taman kanak-kanak, kleuterschool beruga), blijven de mensen om ons heen dringen om ons een hand te geven. In de drukte hebben we Mohni’s vader heel snel ontmoet. Op de beruga zit zijn moeder, een lief oud mevrouwtje. Met één van haar vele kleinkinderen en een zus van Mohni. Ze straalt als ik haar vertel dat haar cucu cantik is, haar kleindochter schattig is.... Veel meer kunnen we in de drukte (en met mijn Indonesisch) ook niet praten.
Als het officiële gebed afgelopen is, verdwijnt de hadji en gaan we met een paar mensen van de lokale stichting in alle rust het gebouw bekijken. Het vierde lokaal schiet niet erg op. Het leerlingenaantal is de afgelopen maand weer flink toegenomen. Het 3e lokaal is door een houten wandje opgesplitst in 2 delen. De ruimtes zijn veel te klein voor het aantal kinderen. De basisschoolkinderen zitten weer op de grond, omdat alle tafeltjes/stoelen in gebruik zijn bij de oudere kinderen. En dan variëren ze de lestijden nog, zodat de kinderen niet allemaal tegelijk in school zijn. Voor vertrek naar Lombok hadden we het idee om hoogste prioriteit te geven aan een toiletgebouw. Na overleg met de lokale stichting en na het zien van de situatie, zien we ook in dat het waarschijnlijk toch verstandiger is om eerst de lokalen af te maken. Op het schoolterrein is een toiletgebouw moeilijk te realiseren, ivm met het ontbreken van afvoermogelijkheden. Daarbij zijn in het dorpje verschillende ‘openbare toiletgebouwen’ omdat vrijwel niemand hier zelf een toilet in huis heeft.
We worden weer eens met de neus op de feiten gedrukt. Vanuit Nederland kunnen we niet beslissen wat ze hier nodig hebben. Dat moet toch in goed overleg met de mensen die de voorzieningen moeten aanleggen en gebruiken. Hier zijn andere normen, waarden, gebruiken, wensen, dat moeten we respecteren, de mensen niet opzadelen met dingen die wij belangrijk vinden, maar waar ze zelf misschien niet eens gebruik van zouden maken.

Als we de school hebben bekeken, lopen we nog een rondje door het dorp en bezoeken we de kinderen die naar de nieuwe school gaan. Vorig jaar hebben we het dorpje vroeg in de avond bezocht. Nu bij daglicht. Het is indrukwekkend. Een prachtige omgeving, landelijk, groen, mooi gelegen tussen de rijstvelden. Veel dieren in en om het dorp, koeien, karbouwen, kippen, geiten, schapen en zelfs echte kleine paardjes. Niet de dikkere vormen die de chidomo’s trekken, maar de ponys/paardjes die we uit Nederland kennen. De mensen zijn heel vriendelijk. Grotere kinderen nieuwsgierig, kleine kinderen doodsbang. Maar wij zijn dan ook hele grote enge witte mensen.
We bezoeken de huizen van een paar gesponsorde kinderen. Hamdi had al een keer een paar foto’s gestuurd van de woonomgeving van de kinderen. Toen hoopte ik nog dat we het niet goed hadden begrepen, maar nu we bij het huis van Susilawati aankomen, krijg ik een brok in mijn keel. Hier woont een heel gezin in (althans moeder en kinderen, vader is overleden). In zo’n ‘hokje’ zouden wij nog geen kippen zetten. Onvoorstelbaar hoe armoedig veel mensen hier leven.
Het versterkt onze overtuiging weer dat de mensen in dit dorp de hulp heel erg hard nodig hebben.
Ondanks de omstandigheden is het een heel vrolijk dorpje, in een prachtige omgeving.
Mensen zijn trots op wat ze hebben. We lopen met een fotocamera rond, maken links en rechts wat foto’s. Op een gegeven moment komt Hamdi me terughalen. Een man wil graag poseren met zijn karbouw. Hij zal hem aan de horens vasthouden, of ik dan alsjeblieft een foto wil maken. Dan kan iedereen in ons land zijn sterke karbouw zien.



Als we het hele dorp rond zijn gelopen en weer terug komen bij de school, is het daar nog een drukte van belang. De hoge gasten zijn weer vertrokken, maar de dorpelingen zijn blijven hangen. En een hele grote groep is achter ons aan gelopen, en heeft ons tot hier gevolgd. Er volgt nog een fotosessie. Een groep jonge vrijwillige leraren zit op een bankje. Ik denk dat veel van de jongens hier uit het dorp komen, zelf verder hebben gestudeerd dan de middelbare school, en hier in de vrije tijd lessen geeft. Als ze ons zien, moeten we tussen hen in komen zitten, voor de foto's. Dan moet er met elk mobieltje uit het dorp een foto gemaakt worden. We worden nog beroemd hier! Zelfs pak Haji zet ons op zijn mobieltje! Als iedereen tevreden is, is het tijd om op te stappen. Hier gaat iedereen zich voorbereiden op buka puasa, het verbreken van het vasten. Bij zonsondergang, rond kwart over 6, mogen ze weer gaan eten en drinken. Een moment waar iedereen reikhalzend naar uitkijkt.
Wij rijden terug naar Senggigi, na de belofte dat we deze vakantie zeker nog een keer terugkomen, ook als de kinderen weer gewoon op school zittten en dat we Tom en Anique dan ook meenemen. Ik verheug me er nu al op!
Onderweg is het erg druk. Iedereen haast zich naar huis of naar familie voor buka puasa.
Het krioelt van de brommertjes, bemos, fietsen, voetgangers en chidomo’s. Auto’s rijden er niet zo heel veel.
Als we thuis zijn, kletsen we bij met de kinderen. Die hebben een mooie duikdag op de gili’s gehad. Anique had de eerste duik wat probleempjes met de oren, maardat heeft ze vaker gehad de eerste duik. Later heeft ze met Eli, Mohni’s schattige broertje, rustigaan de middagduik gedaan, dat ging prima.  Het blijft een geweldig team, wat dat betreft laat ik de kids met een gerust hart meegaan.
In de avond gaan we maar weer naar Cak Poer. Lekker en goedkoop.
En nat, het regent alweer. Wat is er toch aan de hand hier? Gelukkig is er onder het tentzeil een tafeltje vrij. We genieten van het eten, en doen lekker ruig, nemen nog een toetje, pisang goreng met honing. Een paar euro armer (letterlijk), en 4 buiken voller, gaan we even later weer richting Loco.
Mohni zit nog steeds in Trawangan. Druk met vanalles regelen. De verkoop van de boot, controle van de 2 vakantiehuisjes die hij hier nu heeft en verhuurt (zitten al elke avond vol), en nog veel meer.

 
Zondag 15 augustus

We zitten weer op tijd aan het ontbijt. Made hebben we inmiddels omgedoopt tot Onslow. Voor degenen die wel eens naar de tv-serie Schone Schijn kijken; Onslow is de ‘aso’-zwager, van de sjieke Mrs. Bouquet (die eigenlijk gewoon Bucket heet). Niet dat Made aso is, maar hij heeft zo ongeveer hetzelfde figuur en uitstraling als hij zijn mooie pet op heeft.
Vandaag met zijn allen naar de Gili’s. In het kantoor is iedereen erg onder de indruk van het feit dat we gisteren die belangrijke Hadji, tuan guru Achim noemen ze hem geloof ik, hebben ontmoet. Hij schijnt wekelijks op tv te komen en een heel belangrijk en goed persoon te zijn. Hij heeft Peter trouwens tijdens alle toespraken bijgekletst en vertaald. Zijn Engels was prima...
Als alle dagelijkse formaliteiten op kantoor geregeld zijn, rijden we met Hamdi, Wakdi en Umpuk naar Teluk Nare, waar de boot vertrekt naar Lombok Dive.
Daar ontmoeten we Mohni ook, hij is niet terug geweest naar Senggigi. Hij zou op Trawangan blijven, omdat hij de verkoop van de boot ’s avonds af wilde handelen. Tegen middernacht werd hij gebeld dat er weer problemen waren met de compressor. Toen heeft een vriend hem overgezet naar Teluk Nare, waar hij met een paar anderen tot halverwege de nacht bezig is geweest om de compressor weer aan de praat te krijgen. Nu zijn alle flessen weer gevuld. Toch vertrouwen ze de compressor nog niet helemaal. De reserve-onderdelen moeten blijkbaar van heel ver komen, daar wachten ze al lang op. Kapitein Wakdi blijft vandaag dan ook in Teluk Nare om de compressor nog eens helemaal te controleren.

Oji, de tweede kapitein, door ons vorig jaar tot Muts benoemd, omdat hij altijd een gebreide muts op had, neemt het roer vandaag over. Zonder muts herken ik hem bijna niet. Zijn jongere broertje werkt tegenwoordig ook voor Lombok Dive, hij houdt zich inTeluk Nare bezig met onderhoud/schoonmaken van de duikuitrustingen.
Het wordt een redelijk rustig dagje. Mohni heeft een paar studenten die vanochtend in Trawangan zwembadduiken oefenen. Op de heenweg zit de boot vol met ‘only transfer’ klanten, die duiken (vandaag in elk geval) nog niet. Bij de eerste stop op Trawangan stappen er wel een paar duikers in. Mohni en Eli regelen de zwembadlessen. Als een half uurtje later alle duikgroepjes gedropt zijn, is het lekker rustig op de boot.  Hamdi, “Muts zonder muts” en ik dobberen lekker rond, totdat de eerste duikers weer boven water komen.
We zien de nieuwe/oude, de net verkochte Lombok Dive boot al langsvaren, volgepakt met duikklanten. Ja, die duikschool is er vast heel erg blij mee dat ze zo snel een vervangende boot hebben kunnen vinden. Hij ziet er trouwens prachtig uit, de naam Lombok Dive mooi erop geschilderd. Die zullen ze wel een keer overschilderen, maar waarschijnlijk niet in het hoogseizoen. Tot die tijd maken ze dus mooi reclame voor Mohni.
Dan is het tijd voor de lunch, voor de gasten tenminste. De Lombok Dive staff blijft op de boot; puasa, vasten. Ik heb er bewondering voor, het lijkt me niet gemakkelijk om zo’n lange, warme, drukke dag niets te eten of drinken.
Wij doen niet mee aan de vasten en wandelen naar ons favoriete plekje op Trawangan; warung Kiki Novi (geloof ik), waar een omaatje (al lijkt ze me nu een stuk minder oud dan vorg jaar, misschien verjongingskuur of facelift gehad) achter een grote tafel vol pannen met lekker eten staat.
Alle gasten kunnen zelf aangeven wat ze willen eten. Het aanbod varieert; groente, vlees, rijst, noedels, loempiaatjes, noem maar op. Tom beperkt zich tot de rijst en rendang. De rest gaat voor van alles een beetje. De smaak is weer als vanouds. Heerlijk, dat gaat er wel weer in.
Als we terugkomen bij de boot, wordt daar druk gebeden en geslapen. Ik neem een lekker frisse (hoewel, het water is bijna warm) duik in zee. Het blijft een paradijselijk gebied hier, alleen jammer dat je, als je er vaker komt, de mooie dingen steeds gewoner gaat vinden.
Dat is waarschijnlijk ook een van de redenen dat ons fototoestel nog bijna niet uit de tas is geweest.
Als alle gasten weer terug zijn op de boot, varen we weer weg voor de middagduik. Eli blijft nu ook op de boot, dus het wordt een gezellige boel als de duikers allemaal van de boot af zijn. Motor uit, lekker dobberen, beetje kletsen. Voor zover mogelijk, het Engels van Oji en Eli laat nog te wensen over, maar we komen er wel uit. Dankzij mijn fantastische bahasa Indonesia, zullen we maar zeggen, en met handen en voeten uiteraard. Eli gaat even moeilijk doen om de zwemshort te verruilen voor een sarong en schoon shirtje. Dan verdwijnt hij naar het dak van de boot. Om te bidden, begrijp ik, hij had nog een gebedsronde in te halen. Ik vraag me trouwens af of hij ook van richting verandert als de boot rond draait, bidden moet toch altijd in de richting van Mekka?! Als hij weer terugkomt, krijgt hij luid commentaar van Oji en Hamdi. Ze vonden dat hij veel te snel klaar was...

Als we de eerste groep duikers weer hebben opgepikt en ze hun spullen opruimen, blijkt dat een gast een duikbril in het water heeft laten vallen. De boot keert om, maar er is geen bril meer te zien. Eli springt in het water en gaat op zoek. Helaas, tevergeefs. Jammer, niets aan te doen. Soms verlies je wat, soms vind je wat. Even later horen we van een andere duikschool dat ze een bril hebben gevonden. Mohni zwemt snel naar hun boot om de bril op te halen. De andere duikgroep is ook weer boven water. Als iedereen opgehaald is, varen we terug naar Trawangan en later naar Air, om iedereen af te leveren. Als alle duiklogboeken zijn afgestempeld, rekeningen zijn betaald, nieuwe afspraken zijn gemaakt etcetera, varen we terug naar Lombok. Zoals gewoonlijk rond deze tijd is de zee een stuk ruwer geworden. Maar daar hebben ze een oplossing voor gevonden (niet voor de ruwe zee, wel voor het opspattende water), een plastic 'rol'gordijn van het afdakje naar de zitbanken. Zo blijft iedereen droog.
In Teluk Nare wordt alles weer uit de boot gehaald, schoongemaakt, opgeruimd. Als dat gebeurd is, rijden we terug naar Senggigi. Als we op kantoor zijn, vraagt Mohni ons te komen eten bij hem thuis. Wij vinden het prima, maar vragen hem eerst even te overleggen met Sofi, die heeft vast niet gerekend op 4 extra eters. Maar na een telefoontje blijkt dat geen probleem te zijn. We gaan snel even opfrissen, Mohni heeft in een hotel in Senggigi nog een afspraak met een mogelijk nieuwe klant. Bij Bumi nemen we een snelle douche, pakken de cadeautjes voor de kinderen en vrouw van Mohni en krijgen bij de receptie een leuke mededeling als we weer weglopen. Made: “Tomorrow I want to put new shit on your bed.” Zo klonk het tenminste. We hopen maar dat hij toch sheets zei in plaats van shit. We zullen het morgen wel zien (en ruiken). Even later later pikken we Mohni op om samen naar Montong te gaan, waar hij nu woont.
Als we aankomen staan Sofi, Dita en Monita ons al op te wachten. Wat zijn de kinderen gegroeid! Dita is een stuk minder verlegen, en spreekt zelfs al een beetje Engels, knap voor zo'n kleine meid, maar ze gaat dan ook naar een speciale school waar ze min of meer 2-talig onderwijs krijgen. De kleine Monita moet niets van ons hebben, zoals de meeste peuters hier. Sofi heeft weer allemaal heerlijke gerechten tevoorschijn getoverd. In een mum van tijd staat de vloer weer vol met schaaltjes heerlijk eten. Nu hebben we eindelijk even tijd om rustig met Mohni bij te kletsen over van alles, Lombok Dive, Impian Anak, en natuurlijk het gewone leven in Lombok en Nederland. 
Ook hier kunnen we de hele avond meegenieten van de sprekers in de moskee, Mohni woont naast de moskee.
Overal waar je bent, krijg je het geluid mee. Als we even later weer in Loco aankomen, gaat het weer verder.
Tijdens de Ramadan wordt in de moskee de hele koran voorgelezen. In onze oren klinkt het als zingen. Het is echt live, af en toe hoor je iemand kuchen, microfoon testen, soms lezen kinderen voor. Volgens Made zijn er al verschillende gasten geweest die hebben geklaagd over het geluid van de moskee. Ik heb er absoluut geen moeite mee. Om drie uur in de nacht word ik er wel wakker van, maar slaap ook zo weer verder. Later  in de ochtend/vroege middag hoor je weinig, tegen het einde van de middag begint het weer, en gaat dan door tot laat in de avond. Ik versta er niets van, behalve af en toe Salam Aleikum, en vind het over het algemeen wel rustgevende 'deuntjes'.
Als we in bed liggen, ben ik ook zo weer in diepe rust. De stapel boeken ga ik dit jaar weer niet allemaal lezen. Overdag geen tijd, ’s avonds te moe om meer dan een paar bladzijden te lezen.

 
Maandag 16 augustus

Tom gaat vandaag weer mee duiken. Peter, Anique en ik gaan niet mee. Ja, wij wachten lekker op de nieuwe shit die we op bed gaan krijgen. Dat willen we niet missen.
Als we Tom hebben afgeleverd, gaan we eerst even lekker rustig zitten, kopje koffie erbij, beetje schrijven, want dat schiet tot nu toe niet echt op. Veel te druk in de vakantie.
Peter en Anique lopen naar Adi, kijken hoe het met de zieke gaat. Als ze een uurtje later terugkomen, heb ik al heel wat lettertjes weggetypt. Adi moet vandaag terug naar het ziekenhuis voor controle en hij wist nog niet of de Loco-bemo beschikbaar was. Peter heeft aangeboden om hem even te brengen, omdat we toch nog geen plannen hebben vandaag. Adi laat nog wel wat horen in de loop van de dag. Onderweg door de kampung hebben ze natuurlijk links en rechts nog flink wat bijgekletst. Ook in de ramadan kom je de kampung niet snel door. Je krijgt dan wel niet overal eten en drinken aangeboden, maar de gezellige praatjes zijn er nog steeds.
We besluiten bij Berry Cafe te gaan lunchen, daar is gratis WIFI-internetverbinding, zodat we de verhalen direct op de website kunnen zetten. Zijn de klagers in Nederland ook weer tevreden...(eventjes tenminste).

Na het eten sprinten we nog even door Senggigi. Daar komen we Adam weer tegen. De vrolijke sleutelhanger-boekenlegger-pennenmaker. Hij is al druk bezig aan onze bestelling. Hij vraagt wanneer we naar zijn huis in aanbouw komen kijken en kennis komen maken met zijn vrouw. We besluiten dat maar direct vanavond te doen, na het avondeten. Aan zijn vrienden/collega’s mogen we weer uitleggen hoe ons project Impian Anak werkt. Ja, we helpen echt kinderen in Lombok, niet in Nederland. Ja, Khaerul hebben we ook geholpen. Nee, nu niet meer, want hij gaat niet meer naar school. Tja, dan zullen we hen ook wel niet helpen, omdat ze ook allemaal niet naar school gaan. Yes, ze begrijpen het. Maar omdat ze Adam nu een beetje meehelpen met sleutelhangers maken, kunnen ze toch wat geld verdienen door Impian Anak. Dus worden we weer uitbundig bedankt.
Peter belt voor de zekerheid nog maar even mat Adi, want we hebben niets meer van hem gehoord over zijn rit naar het ziekenhuis.
Dan blijkt dat hij toch nog vervoer nodig heeft. Cuk kan wel meegaan als chauffeur. Dat is prima, dan rijdt Peter gewoon mee voor de gezelligheid, en omdat de huurauto op onze naam staat. We lopen dus snel terug naar Loco en wachten op Adi. Die zou zelf naar Cuk komen lopen.
Als we daar zitten te wachten zien we een houten schalen verkoper aan komen lopen. Vorig haar hebben we met hem gesproken. Hij huurt een kamer ergens in Loco, maar komt ergens anders vandaan. Vorig jaar hebben we beloofd iets van hem te kopen, maar de laatste week hebben we hem toen niet meer gezien. Uiteraard is hij dat niet vergeten, dus nu gaan Anique en ik onze belofte maar netjes nakomen en beginnen te onderhandelen over 2 schaaltjes. Oh, wat heb ik daar een hekel aan, maar ja, je komt er niet onderuit. De man ziet er erg slecht uit. Broodmager was hij vorig jaar ook al. Nu nog magerder dan broodmager, en hij hoest de longen uit zijn lijf. Als ik vraag of hij ziek is, zegt hij dat hij inderdaad al lang niet heeft gewerkt, maar nu weer naar Senggigi komt om weer wat geld te verdienen. Kan natuurlijk een verkooptruc zijn, maar hij ziet er echt beroerd uit. Dan maar niet al te veel afdingen. Ik druk hem op het hart een deel van het geld te gebruiken om even naar een dokter te gaan. Maar of hij dat zal doen? Intussen is Peter met Adi en Cuk vertrokken naar het ziekenhuis. Twee mooie houten schalen rijker, en vast veel te veel roepia armer, wandelen we even later terug naar ons huisje.
Daar gaan we de envelopjes klaar maken voor het vaste personeel van Lombok Dive. Vorig jaar zijn we begonnen met de sponsoring van hun schoolgaande kinderen. Voor de basisschoolkinderen krijgen ze één keer per jaar een bijdrage. Voor degenen die kinderen op (Junior) Highschool hebben, heeft Mohni in juli al een deel uitgekeerd toen de kinderen schoolgeld moesten betalen. Nu krijgen ze elke maand nog een deel van het geld, zodat ze hiervan de reiskosten naar school kunnen betalen.
Opan heeft van ons een overzicht gelregen van wat hij elke maand nog aan iedereen moet uitkeren. Nu geef ik hem voo relk kind, voor elke maand, een envelop waar alles op staat, naam van het kind, bedrag, maand. Dan hoeft hij alleen nog maar het geld erin te stoppen en de envelopjes aan het begin van de maand uit te delen.
Als we net klaar zijn, komt Boung aanwandelen. Het is bijna tijd voor buka puasa, om weer te gaan eten na een vastendag. Hij hield het thuis niet uit. Sareah was druk aan het koken, en het rook zo lekker. Voor de afleiding komt hij hier even zitten. Maar hier ruikt het ook al erg lekker, over het muurtje naast Bumi komen ook allemaal heerlijke etensluchtjes overwaaien.
Maar Boung zal toch nog een half uurtje moeten wachten. Ik wil hem best een kopje koffie met een koekje aanbieden, maar dat lijkt me ook geen goed idee. Dus kletsen we de tijd maar vol. Over zijn nieuwe baan, over de kinderen, school etcetera. Uiteraard ook over avonturen die we in voorgaande jaren hebben meegemaakt. Wandelingen naar ‘de berg’, het uitstapje met 2 grote bussen vol Loco-kinderen naar de watervallen (alweer 2 jaar geleden!), nachtvissen met Tom. Alle bezoekjes van ‘Nederlanders’ worden hier nauwkeurig bijgehouden en in gedachten gekoesterd.    
Als Peter terugkomt is het tijd voor Boung om te gaan, op naar een heerlijke maaltijd. We geven hem een zakje met was mee, Sareah kan zo wat bijverdienen, zeker in de ramadanmaand komt dat goed van pas, want dan is hun winkeltje gesloten. Met Adi ging het overigens prima, de dokter was tevreden.
Als Tom ook terug is van zijn Gili-dagje, maken we ons klaar voor een bezoekje aan Adam. We eten snel wat bij Graha, een plek waar je nooit lang op je eten hoeft te wachten, en waar het altijd prima smaakt.
Als we even voor 8 uur naar het centrum lopen, staat Adam ons al op te wachten. Samen wandelen we kampung Senggigi in. Hier zijn we nog nooit geweest. Het is veel groter dan Loco. Druk, veel mensen op straat, iedereen is druk met eten, naar de moskee gaan (er zijn er wel 3 in deze kampung), boodschappen doen bij de winkeltjes die nu wel weer open zijn. Adam woont bij zijn schoonouders in huis. Achter dat huis komt de nieuwe woning voor hem en zijn vrouw, Moon.
Het is een hele wandeling, ze wonen helemaal achterin de kampung. Zijn vrouw en een neefje wachten ons al op. We krijgen allemaal een kop thee en Moon haalt nog iets lekkers voor erbij. De gulheid van de mensen houdt maar niet op. We hebben ook iets meegenomen, een groot blik met koekjes. De koekjes zijn lekker, het blik is daarna nog altijd ideaal om iets vocht- en miervrij op te bergen. Het neefje van Adam, One, verbaast ons. Hij is even oud als Tom, spreekt perfect Engels.
Hij zit op Senior Highschool en volgt daar al een gespecialiseerde opleiding om arts te worden. Hij loopt al af en toe stage bij een puskesmas of ziekenhuis. Als jong kind heeft hij veel op straat gelopen om souvenirs te verkopen. Daar heeft hij ook veel Engels geleerd. Gelukkig heeft hij zich nu volledig op de studie gestort. Na zijn studie wil hij graag de lokale bevolking helpen, bijvoorbeeld met een kliniekje in een kampung. Veel van zijn klasgenoten zien meer in een baantje als arts bij één van de luxe hotels in Lombok, aan de toeristen valt natuurlijk meer geld te verdienen dan aan lokale mensen.
Als Peter en ik later napraten over het bezoek, blijkt dat we dezelfde gedachten hadden, zo’n jongen zou je eigenlijk moeten ondersteunen. Dit is waarschijnlijk iemand die het ver kan schoppen, die netjes, gemotiveerd en serieus is. Aan de andere kant valt hij niet onder de doelgroep van Impian Anak; de anak kurang mampu, kinderen van heel arme ouders. De studie die hij volgt is best duur, daarvoor zou je ook heel veel andere kinderen kunnen laten studeren op een goedkopere opleiding. Het blijft moeilijk, een project in Lombok. We zullen er de komende dagen/weken nog eens diep over nadenken...
Natuurlijk moeten we daarna nog de bouw van Adam bewonderen. Dat is een beetje lastig. Voor de afwisseling is de stroom weer eens uitgevallen. Het is minder erg dan vorig jaar, maar tot nu toe is er elke dag wel een stroomstoring geweest. Maar meestal zijn ze wel sneller verholpen, er zit dus enige verbetering in. Maar met behulp van wat zaklampjes en een beetje maan kunnen we toch zien hoe het met Adams huis gaat. Tja, veel huis is er nog niet. De fundering staat er en een stukje muur. Maar trots laat hij ons een berg stenen zien, een deel van de balken voor de dakconstructie. De rest van de balken en de dakpannen hoopt hij nu te kunnen kopen, dankzij onze bestelling. Na de ramadan wil hij verder gaan bouwen. Als het een beetje meezit, kunnen Adam en Moon ons volgend jaar ontvangen in hun nieuwe huis!
Dan is het weer tijd om afscheid te nemen en op te stappen. Adam loopt met ons mee naar Senggigi, hij gaat even bij zijn schoonvader kijken, die daar ergens in een restaurant werkt. Zelf heeft hij een werkvrije avond ingelast, zijn verkoopwaar blijft thuis liggen. Met Adam kan ik trouwens heel behoorlijk Indonesisch praten. Hij past zijn tempo netjes aan, spreekt duidelijk. Ja, aan hem is een hele goede schoolmeester verloren gegaan. Dat was altijd zijn droom, schoolmeester worden, maar toen zijn vader stierf, moest hij al op jonge leeftijd gaan werken om voor het gezin te zorgen. Daarna heeft hij de studie nooit meer opgepikt.    
Nadat we in Senggigi nog wat gedronken hebben lopen we terug naar Loco. Daar ontmoeten we Eful, na een half uurtje kletsen komen we Onslow ook nog tegen. Veel later liggen we weer in bed. De nieuwe shit op bed waren trouwens gewoon nieuwe lakens, gelukkig!

 
Dinsdag 17 augustus

Tjonge, ik loop alweer ruim een week achter met schrijven. Veel te druk hier. Maar nu is het even niet druk, Peter en ik zitten lekker relaxed op het strand in Gili Trawangan. Niet aan de disco-kant, maar daar waar de boten aanleggen, hier zijn nu alleen een paar lokale mensen... Tom en Anique zijn nu mee voor de middag-duik/snorkel. Dus nu heb ik even tijd om een beetje bij te schrijven. Niet omdat iedereen zo zeurt, daar trek ik me lekker niets van aan, WIJ HEBBEN VAKANTIE, maar omdat ik niet stil kan zitten zonder iets te doen.... Nu weer terug naar vorige week dinsdag.
Vandaag is het Hari Merdeka, zoiets als onafhankelijkheidsdag, in Indonesië. Normaal gesproken een grote feestdag, maar dit jaar niet echt, in verband met de ramadan. Eigenlijk merken we er helemaal niets van. Tom gaat weer vroeg in de ochtend duiken. Dus om 7 uur in de ochtend zitten we alweer aan het ontbijt. Het dagritme zit er goed in. Als de duikers vertrokken zijn, gaat Peter even de laptop voor Opan in orde maken, hij wilde er nog een paar programma’s op hebben. Ik kijk met Opan intussen even de administratie voor Impian Anak door.
Daarna rijden we naar Mataram. Even naar Mataram Mall, het ‘grote’ luxe winkelcentrum van Lombok. Daar is niet heel veel veranderd sinds afgelopen jaar. Alleen zijn alle eettentjes dicht. Of lijken dicht, zoals de Mac Donalds en Kentucky Fried Chicken. Daar zijn de rolluiken dicht, er is alleen een deurtje opengelaten. Je kunt er wel eten afhalen, niet ter plekke opeten. Alle stoelen staan op de tafels. Heel vreemd, ik kan me voorstellen dat je niet ‘open en bloot’ gaat zitten eten tijdens de ramadan, maar met de gordijnen/rolluiken dicht hoeft niemand zich eraan te storen. Nu zie je dus toeristen die binnen eten ophalen, en dat buiten op een stoepje zitten op te eten, omdat dat niet in het restaurant mag.
Wij hopen aan de zijkant van de Mall, waar allemaal lekkere warungkjes zitten, iets te kunnen eten. Maar alles zit dicht. Helaas. Dat wordt vanmiddag dus ook een MacDonalds, die we dan maar 'gezellig' in de auto opeten.
Daarna rijden we de toeristische route, door GunungSari richting MonkeyForest. Wat is Lombok toch een mooi eiland. Groen, fris, prachtige uitzichten. Veraf maar ook dichtbij. Ik geniet ervan om te zien wat er allemaal over straat komt. Mooie mensen, met de meest uiteenlopende voertuigen en vrachten die je je maar kunt bedenken. We rijden door tot bij een Hindoetempel. Daar zetten we de auto neer en wandelen naar de tempel, die een stuk van de weg zit. Het heet hier niet voor niks MonkeyForest. Een schat van een aap zit ons al op te wachten op een muurtje langs de weg. Mooie beesten, maar ik blijf ze eng vinden. Zeker als hij even lekker gromt en zijn tanden laat zien. We lopen maar snel door, en gelukkig blijft aapje op zijn plek zitten...

We lopen een kwartiertje naar de tempel, door een prachtig jungle-achtig bos. Wat een rust, wat een mooie planten en bloemen. Als we er bijna zijn, worden we ingehaald door een groepje mannen op 2 motors. Knap, op zo’n smal glibberig steil paadje. De tempel is mooi, maar nog vrij nieuw. Over een paar jaar, als hij een beetje begroeid is met mos en plantjes, zal hij mooier worden, denk ik. De mannen die ons voorbij zijn gereden, vertellen dat ze komen om te bidden. Als we het goed hebben begrepen, komen ze uit een boeddhistisch klooster ergens in de buurt van Bangsal. Als we in de buurt komen, zijn we van harte welkom. We zullen het onthouden.
We laten hun rustig hun ceremonie houden, en bekijken de tempel op ons gemak als ze weer weg zijn.
Daarna wandelen we weer terug naar de weg. Bij een restaurantje drinken we een glaasje fris.
En sapje is helaas niet mogelijk, lampu mati, geen elektriciteit...   
Dan maar een glaasje fris, als het maar drinken is. Je verliest hier liters vocht, zeker als je een beetje actief bent.

Terwijl we zitten te drinken, komen de aapjes weer dichterbij. De eigenaar van het restaurantje gaat ze pinda’s voeren. We mogen erbij komen, maar ik kijk lekker van een afstandje, ik heb het niet op de grote scherpe tanden.
Even later rijden we weer terug. Halverwege Senggigi krijgen we een belletje, Mindie. Een week geleden zijn we op haar afscheidsfeest in Nederland geweest, ze is nu een jaar in Lombok. Net afscheid genomen, nu gaan we even bij haar langs in Kerandangan.
De weg wisten we nog van een paar jaar geleden. Als we dat niet meer hadden geweten, waren we er toch ook wel gekomen, rumah Pak Christ is wereldberoemd in Lombok.
Een half uurtje later zitten we gezellig bij te kletsen met Mindie. Weer eens wat anders dan elkaar in Nederland opzoeken.
Tegen het einde van de middag rijden we terug naar Loco. Als Tom terug is, is hij toe aan een frisse (met de nadruk op fris, we hebben alleen koud water op de kamer) douche.
Peter en ik lopen even naar Boung en Sareah. Boung kan vast wel weer wat afleiding gebruiken, zo tegen het einde van een lange vastendag. De beruga is weer een gezellig ontmoetingspunt.
We leren langzaam de gebruiken begrijpen rond de ramadan. Iedereen heeft zo zijn eigen buka puasa ritueel, het onderbreken van de vasten.
De één begint met een kop sterke lombokkoffie (uiteraard met veel suiker), de ander met een glas water, wij krijgen een heel bord typisch buka puasa gerechtjes voorgeschoteld.
Een soort rijstmeelpannenkoekjes met ‘dipsuiker’, lontong (blokjes kleefrijst), banaantjes en uiteraard de onvermijdelijke kroepoek (al wordt erbij gezegd dat die speciaal voor Tom is, die nog onder de douche staat).
Om de beurt loopt iedereen even naar binnen om te bidden, rond 8 uur gaan ze blijkbaar naar de moskee voor een gebedsdienst.
Als we willen vertrekken, besluiten we toch nog maar even te blijven zitten.
Een gigantisch geknal breekt los. We hoorden het al meerdere avonden, maar nu is het wel erg heftig. Vuurwerk in alle soorten en maten, maar allemaal even luidruchtig.
Aan ‘veilig omgaan met vuurwerk’ voorlichting wordt hier blijkbaar niet heel veel gedaan.
De kinderen, groot en klein, proberen op de knetterende rotjes te springen, uiteraard met blote voeten. De volwassen ‘kinderen’ hebben echte vuurpijlen.
Ik heb altijd al een grote hekel aan vuurwerk, zeker als het ook nog geluid maakt. Op de beruga heb ik enkele medestanders. Boung en een van zijn huurders ergeren zich behoorlijk. Ze tellen voor hoeveel geld er nodeloos de lucht in wordt geschoten. De knallen variëren van 1.000 tot wel 30.000 rupia per stuk. Veel geld om ‘weg te gooien’. Maar dat vind ik in Nederland ook al.
Als het ergste geknal voorbij is, lopen we terug naar Bumi, vergezeld van een zak banaantjes en een zakje kroepoek voor Tom.
Vanavond willen we weer eens lekker eten bij Cak Poer, maar als we daar aankomen staat er al een hele lange rij mensen te wachten op een leeg tafeltje, het is reuzedruk. Daar hebben we niet zo’n zin in, dus lopen we een paar meter verder naar een eenvoudige warung. Daar is het menu niet ingewikkeld. Vis, eend of kip, met warme of koude thee. We gaan voor de kip, met koude thee. De andere restaurantgasten zijn allemaal lokalen, die ons bijna met open mond aanstaren. Even later genieten we van een lekker maaltijdje nasi putih en kip. Er komen nog een paar boontjes en wat komkommer bij. Lekker, en we mogen met de handjes eten, want bestek hebben ze niet. Tidak apa apa, maakt niet uit.
Lang natafelen doe je niet op zo’n krakkemikkig houten bankje wat niet is berekend op onze westerse lichamen, dus na het eten wandelen we weer rustig terug naar de kampung. Op naar een nieuwe nacht waarin we ongetwijfeld weer om 3 uur worden gewekt door de oproepen van de moskee. Och, het ene jaar houdt muisje tikus je uit de slaap, nu is het iets anders.

 
Woensdag 18 augustus

Vandaag gaan we voor de variatie weer eens met de hele familie duiken bij de Gili’s. Hoewel, niet met de hele familie duiken, ik ga mee voor de gezelligheid. En volgens het planbord in kantoor als ibu guru. Geen idee wat ik ze moet gaan leren, voor boekhouden moet ik op kantoor blijven, voor lesgeven in duiken ben ik denk ik ook niet zo geschikt. Ik kan ze natuurlijk Engels leren of zo, maar of dat nu zo gezellig is?
Pak Umpuk voelt zich vandaag niet lekker en blijft een dag thuis. Elke dag duiken zonder te eten of drinken kan volgens mij ook niet erg gezond zijn, maar hij is heel strikt in het naleven van de ramadan-regels.
In zijn plaats gaat divemaster Epol mee, we hebben hem vorig jaar ontmoet op Gili Air, waar hij een restaurantje heeft. Daar hebben we toen ’s avonds een paar heerlijke zelf meegebrachte vissen gegeten.
De boot is vanochtend extra mooi en fleurig gemaakt, er gaat een compleet tuincentrum mee. Heel veel potten met mooie planten. Die zijn bestemd voor de nieuwe huisjes van Lombok Dive op gili Trawangan. De huisjes zijn sinds begin van de maand in gebruik. De planten en bloemen moeten een mooi plekje krijgen in de tuin.

Na de eerste duik varen we terug naar Trawangan voor de lunch.
Als de boot net vastligt, zien we dat er een toeriste in problemen is geraakt. Ze is een meter of 20 van het strand in een sterke stroming terecht gekomen. Ze zwemt zonder zwemvliezen en zwemvest en kan niet meer bij de kant komen. Totaal in paniek probeert ze uit de sterke stroming te komen, maar daardoor raakt ze alleen maar meer uitgeput. Aan de kant staan een paar toeristen te roepen. Een boot nadert, maar ziet haar niet en vaart vrolijk verder.
Pak Wakdi gooit de touwen weer los en vaart snel naar haar toe.
Een paar tellen later zit ze bibberend op de boot. Het is niet de eerste keer dat hier zwemmers/snorkelaars in de problemen komen. De stroming tussen de eilanden is erg sterk, maar de zee ziet er heel rustig uit, geen golfslag, niets.
Wij wandelen weer naar ons vaste lunchplekje hier, warung Kiki Novi, waar het weer even druk is als altijd. Tom doet een dutje op de boot, voor hem nemen we bungkusan mee, een afhaalpakketje met nasi en rendang. Als we dat op de boot hebben afgegeven, wandelen we met Mohni en zijn oom, die op Trawangan woont, naar  de nieuwe huisjes. We willen nu wel eens met eigen ogen zien hoe het geworden is. Vorig jaar was er nog niet veel van te zien. Ongeveer 10 minuutjes wandelen van de aanlegplaats van de boot bereiken we de huisjes. Ze zien er keurig netjes uit. Het tuintje wordt al lekker gevuld met de meegebrachte planten. De oom van Mohni regelt op Trawangan alles voor de huisjes. Sinds de huisjes klaar zijn, zitten ze elke dag volgeboekt. Ja, op Trawangan lopen de zaken beter dan op Lombok zelf. Na de middagduik varen we weer terug naar Lombok. Alles verloopt vlotjes, en we zijn laat in de middag terug in Senggigi.

Daar hebben we een bespreking bij Lombok Dive. Mohni is al een tijdje uit aan het kijken naar een ander kantoor. Maar dat is niet eenvoudig te vinden. Alles is vreselijk duur, leegstaand maar niet te huur, of de prijs stijgt met het uur. Omdat dit dus niet echt opschiet, hebben we bedacht dat we het kantoor maar gewoon op gaan knappen. Iedereen is enthousiast, maar Mohni twijfelt. Misschien is het verstandig te wachten tot na het hoogseizoen, of tot na de ramadan... Begrijpelijk, maar we zijn nu hier, als we nu niet doorzetten, vrezen we dat er over een jaar nog niets gebeurd is. Dan wordt het heel vaak besok besok, en is voor je het weet weer een jaar voorbij.
En we bieden aan om mee te helpen, Tom zorgt voor een ontwerp en we schilderen allemaal vrolijk mee. Dat haalt Mohni over de streep.
Pak Wakdi is morgen niet nodig op de boot, die kan 's ochtends verf gaan kopen, dan kunnen we morgen direct beginnen. Beetje overhaast, maa rvan uitstel komt afstel, zeker hier.
Als we de klus-bestellijst hebben ingeleverd, lopen we terug naar Bumi.
Als we opgefrist zijn, willen we even bij Adi langsgaan, om een CD te brengen van Iwan Fals. Hij had gehoord dat ik er een had en hij schijnt een groot fan van de Indonesische zanger te zijn. Hij heeft zelfs een paar concerten van hem bijgewoond.
Maar bij Adi en Mariam zijn de deuren dicht. Waarschijnlijk zijn ze aan het eten of bidden, dus we besluiten maar niet aan te kloppen of roepen. Die CD loopt niet weg, die brengen we een andere keer wel weer.
We lopen door naar Cak Poer, waar we vanavond wel een plekje vinden.
Na het (zoals altijd) lekkere eten wandelen we nog even door naar Anna’s Gift Shop. Een heel leuk winkeltje waar traditionele Lombok artikelen worden gecombineerd met moderne kunst.
Dianne uit Nederland en haar Lombokse man  herkennen ons direct, en even later zitten we gezellig bij te kletsen over Nederland, Lombok en nog veel meer. Minstens een uur later wandelen we terug naar ons mooie huisje in Loco.

 

 

 
Donderdag 19 augustus

Vandaag wordt een werkdag. Als het een beetje meezit, hebben we over een paar uurtjes een paar emmers verf op kantoor staan en kunnen we daarmee aan de slag. Maar eerst gaan we naar Batu Tumpeng, waar we de school in aktie kunnen bezichtigen. Hamdi heeft ons uitgenodigd om rond 9 uur langs te komen.
Netjes op tijd komen we daar aan. Hamdi, een paar leraren en pak Hadji staan ons al op te wachten.
We gaan klas voor klas bezoeken. Eerst naar de basisschoolklas. Er is één lokaal waar de SD, basisschool, zit. Deze bestaat nu uit 2 groepen, klas 1 en 2, omdat de school pas 2 jaar geleden is gestart. Alle kinderen zitten op de grond, tafels/stoeltjes zijn er niet. Als we binnenlopen, wordt het erg rumoerig. Zeg maar gerust een grote chaos. Ibu guru, de juffrouw, heeft moeite om iedereen weer kalm te krijgen zodat ze uit kan leggen wie we zijn en wat we komen doen.

In het tweede lokaal zitten de eerste jaars SMP-kinderen, bij ons de brugklas.
Daar is het de bedoeling dat de kinderen met ons een beetje Engels gaan oefenen. Dat valt niet mee.
Ten eerste zijn de kinderen erg verlegen, er komen niet vaak toeristen hier. Maar ook omdat hun niveau Engels nog niet erg hoog is. Wij staan voor de klas, en de kinderen mogen naar voren komen om ons vragen te stellen. Maar hoe hard Hamdi ook iedereen aanmoedigt, er komt niemand. Dan volgt een hardere aanpak. Er wordt een kind uit de klas gehaald en voor ons geparkeerd. Dan komen er een paar woorden Engels uit. What is your name? En nog een paar andere standaard/van te voren ingestudeerde vragen, Where do you come from, Do you like Lomok, dat soort dingen.
Als het Hamdi niet meer lukt om nog meer kinderen uit de banken te krijgen, pakken we het anders aan. Wij lopen het lokaal in en gaan gewoon gesprekjes voeren. Hoewel, gewoon...
De meiden gaan giechelen en duiken onder de tafeltjes, de jongens gaan elkaar porren en stoer doen.
Heel veel Engels komt er niet uit. Na een paar minuten krijgen ze in de gaten dat we niet bijten. En als ik een miniwereldbol uit mijn tas haal, zijn ze zowaar geïnteresseerd om te zien waar Nederland ligt, en waar Indonesië ligt. Zo ontstaan er toch nog een paar gesprekjes, in een combinatie Engels-Indonesisch.

Het derde lokaal is met een dun houten schot opgesplitst in twee lokaaltjes. In het eerste deel zitten ook brugklassers. Hier volgt hetzelfde ritueel als in de vorige klas.
Het laatste (halve) lokaal zit zo vol, dat we er niet meer bij kunnen. Hier zit de 2e jaars middelbare school.
Buiten worden 4 stoelen op een rijtje gezet, en daar mogen wij plaatsnemen. Dan worden er steeds 4 kinderen uit de klas gehaald, die ons moeten interviewen. Weer volgen komische taferelen. Sommige kinderen dreunen hun rijtje vragen op, zonder op antwoord te wachten. Anderen durven ons niet eens aan te kijken als ze vragen stellen, en staan bevend en bibberend voor ons. Maar er zijn ook een paar vlotte kinderen bij, die zelfs antwoord geven als we zelf een vraag stellen.


Daarna bezoeken we de kleuterschool. De kindjes zitten met 3 juffen op een berugak. Een paar kleintjes kijken even heel benauwd als we dichterbij komen. Maar als ze liedjes gaan zingen, vergeten ze ons eventjes. Twee heel dappere meisjes zingen samen een liedje voor ons. Dan krijgen we van alle kinderen weer een handje en bekijken we met enkele leerkrachten en bestuursleden van stichting Ihya’Ulumuddin het vierde lokaal, wat erg hard nodig is, maar waarvan de bouw wegens geldgebrek stil ligt.
We leggen uit dat we bij Impian Anak nog geld beschikbaar hebben en doen alvast een bijdrage. Aangezien we nog een paar weken hier zijn, houden we de bijdrage bescheiden. Als alles op is, kijken we weer verder.
Dit moet in elk geval genoeg zijn voor zand en cement, zodat het laatste stuk muur van het lokaal afgebouwd kan worden.  Hamdi stelt voor dat we zelf even meegaan naar de winkel om spullen te kopen. We twijfelen, zal onze witte huid de prijs niet erg hoog maken? Maar dat is geen probleem volgens de aanwezigen. Het is een ’gewone’ winkel met vaste prijzen. Prima, dat willen we wel even zien, zeker omdat we straks op kantoor ook nog wat te klussen hebben. De winkel is in de buurt. Niet zo groot als de Praxis, maar ze hebben toch van alles.
We regelen een paar zakken cement en een lading zand, die straks netjes bij de bouw worden afgeleverd. Dan gaan we snel terug naar Senggigi.

Daar wordt al hard gewerkt. Pak Wakdi heeft inkopen gedaan, met het boodschappenlijstje wat Tom had gemaakt. Verschillende kleuren verf, kwasten, rollers, muurvuller en nog veel meer. Pak Wakdi, Opan en Mahfudz zijn al druk bezig om alles van de muren te halen en de gaten een beetje dicht te smeren. Structuur zit er niet in, overal ligt wat, boekhouding, folders, rommel, schilderijen, planborden. Eerst een beetje opruimen was misschien handiger geweest. Maarja, daarvoor is het nu al te laat.
Als even later de blikken verf opengaan, is niemand meer te houden. Eerst wordt het plafond onder handen genomen. Met witte muurverf. Makkie, zou je zeggen, maar aangezien de (kant en klare) verf wordt aangelengd met veel water (we waren er al voor gewaarschuwd door Dianne, maar sommige dingen gaan hier zo snel...) belandt er meer verf op de vloer dan op het plafond. En natuurlijk ook op alle rommel (en niet rommel) die op de vloer ligt. We gooien nog maar een pot onverdunde verf erbij, zodat het geheel nog enigszins smeerbaar wordt.
Als het eerste stuk plafond toonbaar is, wordt de blauwe verf opengemaakt. We kliederen er vrolijk op los en iedereen is erg verbaasd dat wij een beetje verstand van schilderen hebben. Ze moesten eens weten hoe we in Nederland onze vrije tijd doorbrengen...
Zelfs buiten kantoor staan mensen te kijken (en ongetwijfeld commentaar te geven op die gekke orang Belanda die in hun vakantie hier gaan werken).
Na een half uurtje komen er steeds meer mensen binnen, die even een kwast of roller vastpakken, links en rechts een paar streken op de muur zetten, en dan bedenken dat het toch leuker is om te kijken dan om mee te helpen.
Maar de Lombok Dive staff en wij geven niet op. Langzaam wordt het op de muur al een beetje mooier. En de vloer wordt blauwer, en de chaos neemt toe. In de tussentijd gaat Peter nog even met iemand naar de bouwmarkt om vloertegels uit te zoeken. Nu zit er een houten vloer in het kantoor, maar die is hartstikke versleten. Onder die vloer zitten tegels, maar de schroeven/spijkers van de houten vloer gaan er dwars doorheen, daar is dus niks meer van te maken. Als alles meezit, worden de nieuwe tegels morgen afgeleverd. Samen met het benodigde cement en zand. Tegellijm is hier niet bekend.
Budi, het altijd vrolijke chauffeurtje regelt een pak tukang, die de oude vloer eruit kan halen, de nieuwe vloer kan leggen, en kan kijken hoe de grote kasten die nu in het kantoor staan en veel ruimte in beslag nemen, verwijderd kunnen worden.

Alles loopt als gesmeerd. Tussen het verven door, probeer ik zoveel mogelijk alle spetters van de computers, telefoon, tafels etc. te vegen. Gelukkig gaat de vloer er straks nog uit, hoeven we die niet schoon te maken.
Als pak tukang aan het einde van de middag komt, wordt het een vreselijke puinhoop. Hij begint de houten vloer te slopen. Onder de houten vloer liggen kilo’s zand en stof, mierennesten, sigarettepeuken en nog veel meer.
Er wordt met man en macht gewerkt, slopen vindt iedereen leuk, zeker als de grote kasten eruit moeten. Dat valt niet mee, ze zitten met veel te lange schroeven muurvast verankerd, zijn loodzwaar en zitten vol met de meest uiteenlopende zaken. Boekhoudingen van veel voorgaande kantoorbezitters, boeken in alle genres en talen, heel veel beestjes, printers, telefoons, stapels brochures uit het jaar nul en heel heel veel troep.
We sorteren zoveel mogelijk, maar eigenlijk zit er niets bruikbaars of zinnigs meer bij, dus alles belandt buiten, waar het snel verdwijnt bij belangstellende passanten. Alles is hier bruikbaar, rotte planken, kapotte ordners, plastic zakken, noem maar op. Wel handig, alles wat daarna nog overblijft, is echt rijp voor de vuilnisbak.
Als Mohni en de rest tegen de avond terugkomen van het duiken, zijn de reacties wisselend. Er is veel gebeurd, de muren beginnen erop te lijken, verder is het een gigantische puinhoop. Alle bureaus zijn buiten gezet, zodat de zaken gewoon door kunnen gaan. Gelukkig kan alles net onder een afdak staan, voor het geval het weer gaat regenen.
Wij houden het ook voor gezien, zijn doodop, na een dag hard werken en stofhappen.
Eerst een lekkere frisse (bij gebrek aan een warme) douche. Daarna hebben we niet meer de puf om ver te lopen en gaan we lekker bij Graha eten. Weer een keertje babi is ook wel lekker.
Daarna nog even bij kantoor kijken. Jammer, de kaboutertjes zijn er nog niet geweest, alle troep ligt er nog, dan maar snel naar bed, zodat we er morgen weer met frisse moed tegenaan kunnen.

 
Vrijdag 20 augustus

Vandaag wordt weer een werkdag. Anique voelt zich niet zo lekker en blijft rustig bij Bumi een boekje lezen. Peter, Tom en ik gaan na het ontbijt snel naar Lombok Dive. Daar hebben we vandaag alleen Opan als hulp. Pak Wakdi moest mee als kapitein, Pak Umpuk is ziek, Mahfudz is een dag vrij.
Dat gaat vandaag dus niet zo opschieten. Pak tukang komt pas na het vrijdagmiddag-gebed.
Maar in de loop van de ochtend komen er af en toe toch nog een paar belangstellenden om mee te helpen. Soms van de regen in de drup, zoals een fanatiekeling die met een grote roller de fijne randjes wil gaan schilderen. De net geschilderde gele pilaren zijn in no-time weer blauw-gevlekt. Dat schiet niet op. En dat heeft hij zelf ook in de gaten, want hij is snel verdwenen.
We laten maar even alles drogen, en schilderen er dan weer met de gele verf overheen.

In de loop van de ochtend worden de tegels en het cement netjes volgens afspraak afgeleverd.
Wat een service. Alleen het zand schiet niet op. Daar zou Mahfudz voor zorgen, maar die is er dus niet. Na een paar telefoontjes over en weer, belooft hij dat er voor de middag zand zal komen.
Dat lukt niet helemaal, als pak tukang en zijn hulpje eraan komen, is er nog geen zand te bekennen.
Dus gaan ze nog maar even wat anders doen. Als ze een uurtje later terug komen, kunnen ze aan de slag, het vrachtwagentje zand is geleverd.
De grote kasten die in het kantoor stonden, staan nog steeds buiten. Op het oog waren het mooie kasten, maar de hele achterkant is weggerot en aangevreten door ik weet niet wat voor beestjes.
Ze versperren de doorgang en staan danig in de weg, maar Mohni moet zelf maar even uitzoeken wat ermee moet. In onze ogen zijn ze rijp voor de brandstapel, maar daar zullen ze hier vast anders over denken.
De rotte vloerplanken verdwijnen ook allemaal, en niet als brandhout. De mensen hebben er de meest fantastische plannen mee, zoals stoeltjes en kastjes ervan maken.
Wij vinden het prima, als het maar weg gaat.


Pak tukang en zijn hulpje zetten er vaart achter. Eerst alles goed uitmeten, dan beginnen ze met cement maken en tegels leggen.
Inmiddels is het schilderwerk af, en de meeste troep redelijk opgeruimd. Opgeruimd wil zeggen van de vloer af. Op de stukken waar geen nieuwe vloer komt, zoals in het achterste deel waar een douche is en 2 toiletten, en op de trap en bovenverdieping, stapelt alles zich weer op. Maar dat is van later zorg.
Met de frisse witte tegels oogt het al een stuk beter op kantoor. Het schiet lekker op.
Aan het eind van de middag vind ik het mooi geweest, veel kunnen we nu toch niet meer doen. Anique is goed opgeknapt en nadat ik lekker heb gedoucht, lopen Anique en ik even samen naar Adi.
We zouden nog altijd de cd van Iwan Fals brengen.
Adi is ook goed opgeknapt. Mag van de dokter zelfs weer meedoen aan de ramadan.
Daar is hij blij mee. Als je i.v.m. ziekte niet mee kan doen aan de ramadan, moet je die dagen later in het jaar inhalen. Dat is volgens Adi veel moeilijker, omdat je dan als enige niet mag eten. Daar kan ik me wel wat bij voorstellen; gedeelde smart is halve smart.
Vaak zijn de dagen na het Suikerfeest (tussen Idul Fitr en Lebaran Topat) inhaaldagen, maar dat is een week, als je langer ziek bent geweest, moet je daarna ook nog dagen vasten.
Als we een tijdje bij Adi en Mariam zitten, begint het weer te regenen. Als het weer wat droger is, lopen we terug naar Bumi.
Vanavond eten we wat bij Berry’s. Kunnen we nog even meegenieten van de werkzaamheden op het kantoor. Pak tukang is flink bezig, hij wil vandaag zover mogelijk komen en werkt vrolijk verder.
Na het eten lopen Peter en ik nog een stukje. Even naar de pinautomaat, en dan één die het doet. Weer lampu mati, stroomstoringen, dus mogen we helemaal naar de andere kant van Senggigi lopen.
Daar komen we Rio nog tegen, een verkoper van zilveren sieraden. Die hadden we nog niet gezien dit jaar. Hij ons ook niet…hij herinnert ons eraan dat we elk jaar iets bij hem kopen. Tja, zou best kunnen, maar nu hoeven we even niets. Alleen een lekker bed om in te slapen. We zijn moe!

 
Zaterdag 21 augustus

Vandaag gaan Peter en Tom duiken, Anique en ik blijven in Senggigi.
Pak tukang heeft gisteren blijkbaar nog lang doorgewerkt. Alle hele tegels liggen erin, alleen de afwerktegels moeten nog.
Als de heren vertrokken zijn, wandelen Anique en ik terug naar Bumi Aditya. Daar ruimen we een beetje op, halen wat kleren door een sopje en ik ga even een paar verhaaltjes schrijven, Anique een boekje lezen.

Tegen de middag lopen we terug naar het kantoor van Lombok Dive. Daar vorderen de werkzaamheden goed. Veel kunnen we nu niet doen hier, dus lopen we richting Senggigi centrum.
Voor ons jaarlijkse gewichtige uitstapje…naar het postkantoor.
Een aardig wandelingetje, op het postkantoor is het nooit erg druk, zou dus een kwestie van een kwartiertje heen en weer zijn. Maar normaal gesproken kost dit ons een hele middag.
Iedereen die we onderweg tegenkomen wil een praatje maken en als we geen haast hebben, hebben we daar ook helemaal geen moeite mee.
Na de nodige onderbrekingen belanden we bij ons ‘vaste lunchplekje als Anique en ik alleen zijn’, Angels. Allerhartelijkste serveerster herkent ons direct. Wanneer we zijn gekomen, hoelang we blijven, waar we logeren…en of ik weer Gado-Gado wil.
Ik had er nog niet aan gedacht, maar blijkbaar bestel ik die hier altijd. Ja, graag, ik ben gek op Gado-Gado. Achter in het restaurantje, dat is uitgebreid, is nu een mini-winkeltje ingericht. Volgens ons met de spullen van een winkeltje waar we voorgaande jaren wel ooit spullen hebben gekocht, van een Australische mevrouw, wat nu plots is verdwenen.
We neuzen er even rond, maar op een gegeven moment heb je eigenlijk alle Lombok-souvenirs al ooit gekocht…wat niet wil zeggen dat we deze vakantie niets meer kopen hoor, we moeten natuurlijk de plaatselijke verkopers ook een beetje sponsoren.
Na de lekkere lunch wandelen we verder. Lopen nog even de grote souvenirwinkel binnen, met vaste prijzen. Ze hebben niet altijd de mooiste spullen hier, maar het is een handige winkel om even ongestoord rond te neuzen, en te kijken wat een beetje gangbare prijzen zijn.
Als je op straat of in één van de vele kleine winkeltjes iets wil kopen, moet er eerst een hele tijd over de prijs onderhandeld worden. Iets waar ik een vreselijke hekel aan heb. Je weet bij voorbaat dat je dan ook veel te veel betaald. In deze souvenirwinkel spieken we dus even wat er te koop is en wat het zoal kost. En natuurlijk zien we dan weer leuke dingen liggen. Anique een mooie kralenriem, ik een hele mooie zilveren armband en ketting, met één of ander groene steen/parelmoer, waarvan ik al oorbellen en een ring heb. Ik twijfel nog. Het is geen geld, koop je in Nederland nog geen simpel kralenarmbandje voor, maar stel dat ik straks nog ergens een mooiere zie… Dus lopen we eerst even verder.
Op naar het doel van de wandeling; het postkantoor. De dienstdoende postbeambte krijgt het benauwd als ik in net Indonesisch mijn bestelling doorgeef. 13 Postzegels, voor een kaart naar Nederland. Hij vraagt het nog eens na. Tja, wat is daar nou zo gek aan? Dan vraagt hij of ik niet 30 bedoel???
Nee, zoveel hoef ik er niet. Tot ik besef dat ik 300 heb gezegd in plaats van 13.
Ja, getallen zijn nooit mijn sterkste punt geweest. Lachend begint de man zegels af te scheuren. Heb ik het nu nog verkeerd gezegd? Dat zijn er veel meer dan 13. Maar hij legt het uit, op elke kaart 2 zegels. Ja dat klopt, maar was ik na een jaar alweer vergeten.
Met 26 zegels gaan we weer verder, kaarten kopen.
Daarvoor wandelen we naar Anna’s Gift Shop. De kaarten hebben we zo uitgezocht, het bijbehorende praatje met Dianne duurt iets langer, zolang dat haar man na een kwartier al stoelen voor ons komt neerzetten. We vinden het altijd leuk om even met haar bij te kletsen, als Nederlandse die zich hier helemaal heeft aangepast aan het gewone Lombokse leven, kan ze ons veel nuttige tips en informatie geven.
Ik kijk nog even in haar juwelenvitrine. Heel mooie dingen, maar niet de groene parelmoer waarnaar ik op zoek was. Dan houden we het vandaag bij de kaarten, en lopen verder naar Pasar Seni, Art Market. Daar is het nog altijd even stil, zonde, je ziet hier zelden toeristen, terwijl het best een gezellig pleintje zou kunnen zijn. Nu hangen de verkopers wat verveeld in hun souvenirkraampjes. Sommigen spreken ons aan, anderen hebben de hoop blijkbaar al opgegeven dat er nog iemand iets komt kopen.
Wij lopen één van de restaurantjes in, voor een lekker sapje. Het is vandaag ontzettend benauwd. Een lekker fris drankje gaat er wel weer in. Kunnen we in de tussentijd direct de kaarten schrijven. De adresstickertjes liggen nog in het hotel, maar dat maakt niet uit, de groetjes kunnen we al kwijt…
Als we zitten te schrijven, zie ik in mijn ooghoek iets langslopen. Mister Plores, de kaartenverkoper die al jaren in Lombok woont, maar oorspronkelijk uit Flores komt. Bij wie ik elk jaar wel een stapeltje batik-kaarten koop. Waarschijnlijk ziet hij dat we al kaarten zitten te schrijven, en dus niet zijn kaarten. Hij groet en loopt beteuterd weer verder. Ach, kasihaan, zielig!
Maar ja, als hij mij na al die jaren een beetje goed heeft leren kennen, weet hij vast wel dat ik toch nog wel wat bij hem koop voor we weer naar Nederland gaan.
Als we uitgeschreven en gedronken zijn, gaan we weer op pad. De lucht ziet er dreigend uit, af en toe valt er een drup. Normaal gesproken zouden we over het strand terug lopen, maar we besluiten nu toch maar over straat te gaan. Na een paar meter drupt het al iets meer. Maar nog niet veel meer dan een motregenbuitje.
En het is warme regen. Al denken de Lombokkers daar anders over. Een jongeman van een reisbureautje komt ons even begroeten, we kletsen wat over van alles, staan buiten in de drupjes.
Midden in het gesprek verontschuldigt hij zich. Hij wil graag naar binnen, het is zo koud, en van de regen op zijn hoofd krijgt hij altijd hoofdpijn. Watjes hier, niks gewend, ze moesten eens een echte Hollandse winter meemaken!
Dan lopen wij ook maar weer verder. Als we bij de grote souvenirwinkel zijn aangekomen, gaan we ook maar even binnen schuilen. Niet voor de kou, maar we worden wel erg nat nu.
Tja, dan toch maar de mooie ketting en armband kopen, nu we hier toch weer zijn. Als we verder willen lopen, begint het steeds harder te regenen. Dan wachten we maar even. En nog even, en nog even. Na 10 minuten geven we de hoop op. Het lijkt er niet op dat het snel droger gaat worden.
Gewapend met een veel te klein krakkemikkig parapluutje duiken we het slechte weer in. Na 2 meter zijn we doorweekt. Dat schiet ook niet op. Zeker niet met glibberige plastic teenslippers aan de voeten.

Dus duiken we maar weer bij Angel onder het afdak. De stoelen en tafels zijn nat, het dak lekt, maar dat maakt niet uit, wij zijn natter. Nu gaat een lekker kopje warme lemon thee er wel in.
In de tussentijd bellen we Peter en Tom, die nu wel ongeveer op de terugweg zullen zijn.
Inderdaad, ze rijden richting Senggigi, in een stralend zonnetje. We vragen ze toch maar ons op de terugweg op te pikken. Ze moeten eerst even naar kantoor, dan klanten terugbrengen naar Sheraton Hotel. Daarna halen ze ons wel op. Prima, wij zitten hier goed.
De regen houdt maar niet op, de goten veranderen in no-time in woest kolkende stromen. Er is bijna niemand meer op straat. Een enkel brommertje, met een in plastic gehulde bestuurder. Of de jas achterstevoren aan, tja, dat helpt misschien een beetje tegen de kou op een droge dag, met met deze regen heb je daar ook niet heel veel meer aan. We zien Peter en Tom langsrijden richting kantoor. Even later terugrijden richting Sheraton. Dan rekenen we vast af, en waden naar de overkant van de straat, zodat ze ons op de terugweg snel op kunnen pikken.
We schuilen even bij een warung aan de overkant, al zijn we al zo doorweekt dat dat eigenlijk weinig zin heeft. Maar het is er gezellig. Onze beste Khaerul staat er ook, duikt weer even demonstratief weg als we eraan komen. Maar zijn vrienden trekken hem tevoorschijn.
We kunnen wel kwaad op hem zijn dat hij niet meer naar school gaat, maar daar schieten wij en hij niets mee op. Natuurlijk vinden we het erg jammer, maar we wisten van tevoren dat hij een ´risicogeval´ zou zijn. Te lang niet naar school geweest, te weinig druk van zijn omgeving, te veel vrijheid gewend. En, eerlijk is eerlijk, als verkoper zal hij het op straat niet slecht doen. Jong, ondeugend, schattig knaapje, vrolijk, vlotte babbel. We hopen dat hij in de maanden op school toch nog iets heeft geleerd, er iets beter van is geworden.
We hebben wel diep na moeten denken wat we op de website met hem moeten doen.
Hij was het gezicht van Impian Anak, staat op alle foldertjes, nu ook in advertenties (Impian Anak en Lombok Dive hebben een gezamenlijke advertentie in Lombok Guide en Lombok-Sumbawa Enchanting). Maar 9 van de 10 toeristen die Khaerul in de advertentie zien als het gezicht van Impian Anak, komen hem ook op straat tegen als straatkind. Dat is wel een beetje vervelend. Tja, de advertenties draaien we niet zomaar terug. De foldertjes gooien we uiteraard niet weg. En op de website laten we hem ook staan. Hij is en blijft ons eerste Impian Anak-kind. Dan maar een uitleg erbij, dat hij helaas niet door is gegaan met zijn studie.


Maar nu terug naar de regenbui, want die houdt niet op. Als onze auto voorrijdt, duiken we er snel in. Dan snel naar het kantoor van Lombok Dive. Daar staan Wak Di en Umpuk te wachten op vervoer naar hun dorp, Ampenan. We besluiten ze maar even thuis af te leveren. Het einde van de vastendag nadert, en door de regen zijn er niet veel bemo’s op de weg.
Ze zijn heel blij met de lift, bespaart ze veel tijd, geld en natte voeten. We worden direct gevraagd een keer te komen eten. Prima, dat spreken we dan nog wel een keer af.
Eerst maar eens door alle waterplassen in Ampenan zien te komen. Gelukkig is het nu gestopt met regenen. Op een of andere manier is al het water na de bui vrij snel verdwenen.
In Ampenan aangekomen, komt er zelfs weer een flauw zonnetje. Die bijna ondergaat in een mooie zee. Wat een mooie plaats is dit!
Een echt vissersdorp. We zetten de auto bij het strand neer, en laten de heren uit. Maar dat was niet de bedoeling, we moeten nu echt zelf ook even meekomen om  kennis te maken met de families. 
Uiteraard kunnen we niet weigeren. Al vinden we het vervelend dat we nu zo kletsnat, net voor etenstijd, binnen vallen.
Maar dat hoort bij de Lombokse gastvrijheid, iedereen is welkom, hoe, wat, waar of wanneer dan ook.
We kijken nog even snel naar het mooie uitzicht, alle vissersbootjes liggen op het strand. De zon gaat bijna onder in zee, gezellige drukte op straat, veel bedrijvigheid bij de eetstalletjes, die over een kwartiertje vast veel klanten gaan krijgen. Dan lopen we mee met Umpuk en WakDi.
Nu naar het huis van Umpuk. De (half)broers hebben me al eens uitgelegd hoe het komt dat ze relatief mooie huisjes hebben. Het dorp waar ze lang geleden woonden, is helemaal afgebrand. Dat was zo’n 25 jaar geleden. Alle gezinnen zijn toen alles kwijtgeraakt.
Een Nederlandse ontwikkelingshulporganisatie heeft toen grond aangekocht, en voor de getroffen gezinnen een nieuwe wijk laten bouwen. Dat was dus hier in Ampenan, dicht bij zee. Na 20 jaar zou de grond en huisjes eigendom worden van de bewoners. Dat is inmiddels gebeurd. Nu hebben hier dus relatief veel mensen een eigen huisje. Maar in die 20 jaar is er verder weinig meer aan onderhoud gepleegd aan de huisjes. Het is dus, na de regenbui van afgelopen middag, niet meer overal droog in huis. Maar de mensen zijn heel blij dat ze een plek hebben waar ze kunnen wonen.
In huis worden we hartelijk verwelkomd door het gezin van Umpuk. Zijn vrouw en 2 kinderen, waarvan de oudste ook door Impian Anak wordt ondersteund. De jongste, een schattig meisje van 2 jaar, kijkt ons met grote ogen aan. Maar ze is niet bang. Dat valt weer mee…

Umpuk vertelt dat hij zich onderweg zorgen had gemaakt; hij heeft geen stoelen, en vond het vervelend dat wij bij hem op de vloer moesten zitten. We leggen hem uit dat het ons niet uitmaakt, we zitten prima en zijn heel blij dat we nu met de hele familie mogen kennismaken. En na een paar dagen Lombok, zitten we weer prima op de vloer.
Een paar tellen later zitten we achter een groot glas thee. Onze gastheer/vrouw nog even niet, het sein ‘buka puasa’ is nog niet afgeroepen. Maar even later mogen ze met ons meedrinken. Hun thee hadden ze al in het keukentje ingeschonken, zodat die al een beetje is afgekoeld en ze nu direct kunnen aanvallen.
Ondanks ons tegensputteren, worden er weer allerlei hapjes voor ons op tafel gezet. 
WakDi die in een huisje een stukje verderop woont, komt ook weer even binnenlopen. Met zijn zoon en dochter, die ook allebei door Impian Anak worden gesponsord. Zijn oudste zoon werkt al, en woont in een kamertje bij Umpuk in huis. Het is hier moeilijk bij te houden welk kind bij welk gezin hoort, de 2 gezinnen lopen moeiteloos in elkaar over. Dan komt WakDi’s vrouw, met grote kommen heerlijke soto ayam. We worden er stil van. We kwamen alleen even de mannen thuisbrengen, en nu zitten we ongetwijfeld hun avondeten op te eten. En dat nog wel tijdens de ramadan…
Maar hun gezichten zeggen genoeg, tegenstribbelen heeft geen zin. We komen hier niet de deur uit, voor we alles op hebben. De gastvrijheid hier blijft ons ontroeren.
Heel gespannen bekijkt iedereen ons als we de eerste hap van de soto nemen. Heerlijk, enak sekali, het lekkerste wat ik tot nu toe in Lombok heb gegeten. Heerlijke bouillon, stukjes kip, mihoen, lontong, knapperige taugé, pinda’s en seroendeng. Werkelijk perfect.
Als we voluit beamen dat dit veel lekkerder is dan eten in restaurants, krijgen we al min of meer een uitnodiging om dan de rest van onze vakantie elke dag te komen eten. En ik weet zeker dat ze daar allemaal heel blij mee zouden zijn. Maar ja, dat gaat toch een beetje te ver, vinden we.
Tijdens het eten kletsen we gezellig, over van alles en nog wat. Ze zijn toch wel heel erg nieuwsgierig hoe we in Nederland leven. Of daar echt soms sneeuw ligt. Of daar dan geen planten meer kunnen groeien, hoe lang we moeten vliegen om naar Lombok te komen.
Over vliegen gesproken. Nu we hier een tijdje zitten, weten we direct hoe het dorpje er van boven uitziet. Dit is dus het dorp waar de vliegtuigen rakelings overheen vliegen op weg naar Selaparang airport. Vanuit het vliegtuig kun je de sateetjes bijna van de barbecues op het strand plukken.  Een paar keer per uur horen we een oorverdovend lawaai, alle gesprekken vallen dan even stil. En dat gaat de hele dag (en vaak een deel van de nacht) door. En hier hebben ze uiteraard geen geluidsisolatie. Maar de mensen hier weten niet beter.
Ze gaan het geluid misschien wel missen als het nieuwe internationale vliegveld in Lombok klaar is. Als dat tenminste ooit in gebruik wordt genomen. Er gaan geruchten dat de fundering van de start/landingsbaan niet in orde is. Die zou zijn gebouwd op een verkeerde ondergrond, waardoor er al barstjes in komen. Daarnaast zijn er nog de nodige problemen met beveiliging. Er zijn lichtmasten gestolen door lokale mensen (al weet niemand hoe die zonder gereedschappen en zonder op te vallen met torenhoge installaties weg kunnen lopen). Dan zijn er nog problemen met het onteigenen van stukken grond voor aan- en afvoerwegen van het vliegveld.
Al met al ziet het er dus nog wel naar uit dat ze hier in Ampenan de vliegtuigen voorlopig niet gaan missen. Och, en ik vind landen in Mataram ook wel wat hebben. Binnen een half uurtje sta je in Senggigi. We zien wel waar we volgende keer landen.
Als we op willen stappen, worden we nog even tegengehouden. De vrouw van Umpuk komt nog iets lekkers brengen. Een paar stukken heerlijke krab. Dat wordt even vechten en kraken, maar dan heb je wel wat. Heerlijk!!! Misschien moeten we echt maar elke dag hier komen eten…
Dan stappen we toch echt op. Terwijl we heerlijk hebben gegeten, zien we de families zelf nauwelijks iets pakken, en zij hebben de hele dag nog niets gehad. Wel verdween er af en toe iemand even naar buiten (voor een sigaretje) en naar één van de andere kamertjes (om te bidden), misschien dat ze dan ongemerkt even snel wat eten. We nemen afscheid van de gezinnen, beloven dat we snel weer terug zullen komen. Nadat we door iedereen zijn uitgezwaaid, rijden we richting Senggigi.
Daar laten we de auto maar weer lekker op straat staan en lopen verder, bespaart ons een lastige autotocht over een glibberig, nat, smal en hobbelig zandpad naar Loco.
Bij het zandpad staat politiecontrole. Zou er iets gebeurd zijn? Er wordt even gevraagd of we naar Bumi Aditya gaan. Ja, inderdaad, daar gaan we naar toe. Een stuk verderop, waar aan de rechterkant een weitje is, staan weer Security mensen. In de wei staan veel dikke auto’s geparkeerd. En bij de moskee is het erg druk. Blijkbaar is er een belangrijke bijeenkomst. We kunnen nog de hele avond meegenieten van alle toespraken. Helaas(?) verstaan we er niet veel van.
Maakt ook niet uit, het doet prima dienst als slaapmuziekje.

 
Zondag 22 augustus

Het is alweer zondag, al merk je daar hier weinig van. Het leven gaat hier dan gewoon door.
Vandaag hebben we een afspraak met Daan en Nurul uit Loco. Ze krijgen elk jaar een cadeautje van ons, maar onze tassen zaten al royaal boven het toegestane gewicht, dus hebben we ze beloofd dat we samen naar Mataram Mall gaan, en dat ze daar allebei een broek met een shirt of blouse mogen uitzoeken.
Tom ziet dat damesgeshop niet zo zitten en vlucht met de crew van LombokDive naar de Gili’s voor een dagje onder water.
Omdat we pas om 11 uur met Daan en Nurul op pad gaan, kunnen we voor die tijd nog even ‘puinruimen’ op kantoor. De vloer is zo ongeveer klaar, de meeste spullen staan weer op de plek. Maar er moet nog heel wat schoongemaakt en opgeruimd worden. En dat is nu niet bepaald de sterkste kant van de gebruikers van het kantoor. We hebben nog een week of 2 om de opruimcultuur hier te introduceren, maar geloven niet dat het veel effect zal hebben. Maar wij, eigenwijze Nederlanders, proberen het toch.
Consequent alles opruimen, af en toe eens met een veger of dweil over de witte tegels, uitpuilende asbakken leegmaken, tafels even met een doekje afnemen, lege borden, bekers, glazen terugbrengen naar Berry Café. Wij houden vol, maar volgens mij begrijpt echt niemand waarom we dit doen. Vreemd genoeg vinden wel de meesten het fijn dat het kantoor nu netjes en schoon is. Maar we vrezen dat dat snel is afgelopen als we weer naar Nederland gaan. Alleen WakDi en pak Umpuk zijn in de ochtend altijd bezig om alles een beetje netjes te maken. Elke ochtend het stoepje vegen, auto wassen, kantoor vegen. Maar zodra ze naar de Gili’s gaan, gooit iedereen alles weer overal neer.
Grootste probleem is dat het kantoor gedeeld wordt met LST, een bedrijf wat allerlei tours organiseert. En nog erger zijn de buschauffeurs die klanten van LST vanaf de haven in Lembar hier op kantoor afleveren en nog even blijven hangen. En opruimen vinden die mannen toch niet echt hun taak.
Ik snap nu dat het voor Mohni onmogelijk is om een vrouw op kantoor te krijgen en houden. In deze macho-mannenwereld moet je als vrouw wel erg goed tegen troep kunnen, of erg stevig in je schoenen staan en de mannen een emancipatie/opvoedcursus opleggen.
Ik schiet Opan even aan, als we straks in Mataram zijn, wil ik graag een lapje stof uitzoeken voor een gordijn.
Achter het kantoor is een ‘mooie’ ruimte, die wordt gebruikt als douche, berghok, vuilnisbak en bewaarplaats voor oude spandoeken/reclameborden. Dacht ik tenminste, maar die doeken/borden hangen/staan er blijkbaar alleen maar om de douchende mannen te beschermen tegen nieuwsgierige blikken vanuit het kantoor. Tussen het kantoor en die ruimte is dus geen deur, wel een grote open boog.
Aangezien we in onze vrolijke opruimbui alle oude borden en spandoeken hebben weggegooid, doucht het daar nu niet meer zo prettig. Hoogste tijd voor een net gordijn dus. Als ik het er met Opan over heb, blijkt dat Mohni en Opan dat idee zelf ook al hadden gehad en, toeval of niet, er komt net een woningstoffeerder aan met stalen en een documentatiemap…
Oke, dan gaan we niet zelf aan de slag, en laten we lekker luxe de gordijnen op maat maken.
Per slot van rekening hebben we nog steeds vakantie.
Onder grote belangstelling van de vele aanwezigen op kantoor ben ik de gelukkige die een keuze mag maken uit het royale assortiment.
Eerst maar eens de map met voorbeeldfoto’s bekijken.
Slik…dit wordt moeilijk! De voorbeelden variëren zo ongeveer van roze tot goud, minimaal 3 kleuren/verschillende stoffen per gordijn.
Een ‘gordijn’; bestaat uit 2 lappen stof (liefst in laagjes, met meerdere kleuren, versierd met strikjes, ruches, randjes en nog veel meer) en een prachtige draperie aan de bovenkant, uiteraard bij voorkeur ook weer in meerdere contrasterende kleuren, met de bekende strikjes, ruches en randjes.
Peter en ik worden er helemaal stil van. Terwijl iedereen ons heel hoopvol aankijkt, bladeren we het boek nog eens door, in de hoop dat we een bladzijde met een normaal gordijn over het hoofd hebben gezien. Helaas. We zullen hier toch een keuze uit moeten maken.
Ali, een jongen die als chauffeur/gids bij LST werkt, Nederlands spreekt en ook ooit in Nederland is geweest (en dus wel een beetje de doorsnee Nederlandse smaken zal kennen), ziet onze gezichten. Toch best wel mooie bordeelgordijnen, is zijn reactie. Ik wilde het al niet zeggen, maar zoiets dacht ik dus ook.
We gaan dan maar voor het meest eenvoudige model, rechte gordijnen, geen strikjes, laat de sierknoopjes ook maar weg. Geen draperieën, geen ophangbanden, gewoon rechttoe rechtaan. Opgehangen aan een eenvoudige stang, zonder versierselen. Graag opgehangen aan de achterkant van de muur, zodat de ronde boog er mooi uitkomt. De kleur wordt geel, past mooi bij de pilaartjes.
Dan onze volgende vraag. Wat gaat dat kosten?
Na wat meet- en rekenwerk volgt er een prijs. Lijkt me een prikkie, maar dit is Lombok, ik (een toerist) vraag de prijs, dus zal het wel veel te duur zijn.
Tja, nu staat iedereen te kijken van Peter en mij naar de gordijnenverkoper. Daar hebben we geen zin in. Ik zeg maar alvast dat het veel te duur is, haal Opan erbij, en zeg hem dat hij maar over de prijs moet onderhandelen, het is voor Lombok Dive, niet voor ons. Als hij het zelf niet kan/wil beslissen, moet hij maar telefonisch met Mohni overleggen.
Zoals gewoonlijk gaan de 10 omstanders zich overal mee bemoeien. De een vindt het een koopje, de ander veel te duur. Zonder dat we aandringen, zakt de prijs al met zo’n 20%. Kijk, dat komt een eind in de richting. Opan overlegt nog wat met de verkoper, vraagt Mohni telefonisch om advies, dan wordt de koop gesloten. Ik informeer nog even naar de levertijd. Waarschijnlijk over een dag of 3. Ik ben benieuwd.
Na deze weer wijze les in Lomboks zakendoen, trakteren we onszelf op een kopje cappuccino bij Berry. Dan wandelen we terug naar Loco om Daan en Nurul op te wachten.
Even later rijden we met de dames naar Mataram. Bij Mataram Mall aangekomen, gaan we eerst op kledingjacht. We gaan naar Tiara, en hele grote kledingzaak, waar ze voor ieders smaak wel iets hebben. Daan en Nurul hebben van tevoren goed nagedacht wat ze willen hebben.
In elk geval een hele donkere strakke spijkerbroek. Die zijn er genoeg. Daan pakt het grondig aan, overlegt met de verkoopsters, bekijkt alle modellen uitgebreid, voelt en trekt aan de stoffen.
Als ze een goedgekeurd exemplaar heeft gevonden, vraagt ze de goede maat.  Als de verkoopster deze komt brengen, zijn wij al op zoek naar een paskamer. Maar dat is niet nodig, ze past zo wel.
Hier, in de winkel? Ja, de tailleband van de broek wordt om de hals/nek gelegd. Volgens haar past de broek perfect. Dit hebben we vorige week de mannen bij LombokDive ook zien doen, toen ze allemaal een nieuwe broek kregen. We dachten dat dat een geintje was, maar het is een hele serieuze manier om een broek te passen.
Ook Nurul is met deze pasmethode ervan overtuigd dat ze de juiste maat in handen heeft.
Oké, als ze het zeker weten…
Als we de broeken hebben afgerekend, moet er nog een bloes/truitje bij.
Nurul kiest een leuk, beetje bling-bling, t-shirt.
Daan heeft meer moeite om iets te vinden. Het moet een lichte kleur zijn, een bloes, niet te wijd, en met lange mouwen. Rek na rek wordt bekeken en niet goed bevonden.
Bij haar opleiding hoeft ze niet elke dag een schooluniform aan, maar de eigen kleding moet dus wel aan bepaalde eisen voldoen.
De nieuwe kleren die ze vandaag krijgt, wil ze dus aangepast hebben aan die eisen. Heel verstandig, vinden we. Maar ze wil uiteraard wel iets wat ze zelf ook leuk vindt, en wat ze in de vrije tijd ook aan zal doen. Om te beginnen over een week of 2, met Idul Fitri. Want tot die tijd blijven de nieuwe kleren in de kast hangen. Als ze een leuke geschikte bloes heeft gevonden rekenen we af en gaan we nog even verder winkelen.
We willen nog even kijken wat er te krijgen is aan printers. Op kantoor staat een zielig geval, inkt lekt en vlekt aan alle kanten, en echt printen doet hij nauwelijks. Kopiëren en andere functies heeft hij niet. We zoeken eigenlijk een eenvoudige laserprinter, gewoon zwart-wit. Maar die zijn hier niet te krijgen. Dan bekijken we een andere keer wel wat we doen.
Daarna lopen we naar de toko buku. Halen snel wat kantoorartikelen, en vragen Daan en Nurul of ze nog iets nodig hebben voor school. Ze kiezen allebei een woordenboek, Engels-Indonesisch en omgekeerd.
Even met zijn allen een hapje eten bij MacDonalds doen we nu tijdens de Ramadan maar niet. Wel rijden we nog even naar Cakra markt. We willen nog een paar deurmatten kopen voor Lombok Dive.
Ik heb altijd gemengde gevoelens bij Cakra markt. Prachtig om te zien, horen, ruiken. Leuk om een beetje rond te neuzen. Maar zodra je iets wil kopen, is het leuke er snel van af. Hier word je als toerist vreselijk opgelicht. We vinden al snel een kraampje met matten en zoeken een paar mooie uit. De prijs die we overeenkomen lijkt ons ook heel redelijk. Dan kijken we ook nog even bij het buurkraampje. Daar staat een mooie dweil en vloertrekker. En een paar prullenbakjes.
Maar voor de prijs die ze daarvoor vragen, kan ik in Nederland een hele poetskast met inhoud aanschaffen. Dit zijn dus weer de ‘minimaal 10 keer over de kop’ toeristenprijzen. Daar hebben we geen zin in. We doen geen moeite, en willen verder lopen. Maar dat gaat niet zo gemakkelijk. Wat willen we ervoor betalen, als we meer kopen krijgen we korting, het is hele goede kwaliteit enzovoort. 5 minuten later lopen we weg met alleen een trekker. De rest kopen we ergens anders nog wel een keer.
Dan rijden we terug naar Senggigi. Het begint alweer te regenen, dus leveren we Daan en Nurul netjes af in Loco. Dan rijden we door naar de andere kant van Senggigi, naar restaurant Amalia. Als we daar aankomen valt de regen alweer met bakken uit de lucht. We parkeren de auto asociaal voor de deur en vluchten onder het afdak. Zo te zien hoeven we niet te haasten met eten, de lucht ziet aan alle kanten zwart.

Als we een uurtje later onze bordjes leeg hebben gegeten, plenst het nog steeds. Dus sprinten we weer naar de auto en rijden terug naar Loco. Maar daar komen we voorlopig niet aan.
Net voorbij de supermarkt staat het verkeer stil. Een stukje verderop is de hele weg onder water gelopen. De auto’s voor ons staan te dubben of ze de grote oversteek wel of niet zullen wagen.
Wij wagen het niet en parkeren de auto op het plaatsje voor de supermarkt.
Een lange rij toeterende auto’s blijft voor het steeds dieper en groter wordende meertje staan.
Vrachtauto’s drukken zich langs de rij wachtende auto’s en motortjes en rijden door het water. Sommige motortjes proberen dat ook. De gelukkigen halen de overkant met lopende motor. Maar velen blijven halverwege steken, met een uitlaat vol water. Ook een moedige bemo blijft halverwege staan, tot ongenoegen van de vrachtauto’s die nu niet meer zo gemakkelijk erdoor kunnen rijden.
We blijven even staan, dit is best wel leuk om te zien. Vooral de reacties van de mensen. Niemand maakt zich druk. Blijft er iemand steken, dan wordt hij of zij er wel doorheen gesleept. De mensen blijven er heel gelaten onder. En nat, want het blijft regenen.
Zo te zien duurt het nog wel een tijd voor we weer naar de andere kant, dus naar ons hotel kunnen.
We nemen nog maar een kopje drinken hier in de buurt. Tot onze enkels in het water waden we over de stoep naar het dichtstbijzijnde restaurantje. Helaas, geen cappuccino nu, lampu mati. Maar Nescafé en thee kan wel. Ook goed.

Na een tijd wordt het droger. En het water op de weg zakt vrij snel. Het loopt allemaal via het weggetje richting Senggigi Beach. Daar verdwijnt het in zee. We halen de auto weer op en rijden toch nog een heel eind door het water naar de andere kant van Senggigi.
Bij Lombok Dive ruimen we de vanochtend gekochte spullen in. Even later komt Tom ook weer terug. Leuk, op de gili’s heeft weer de hele dag de zon geschenen. Morgen ga ik ook maar weer eens naar de gili’s. Voorlopig hebben we even genoeg regen gezien.
We blijven nog even op kantoor hangen. Made heeft gevraagd of we vanavond in het restaurant bij Bumi Aditya willen komen eten.
Zijn vrouw maakt dan een speciale maaltijd voor ons. Echt Balinees eten, met sate babi.
Als we rond half 8 in het restaurant/receptie aankomen, is er al een tafel extra feestelijk voor ons gedekt. Snel krijgen we heerlijke gerechten voorgeschoteld. Heerlijke sate babi, erg pittig, maar ook erg lekker. Babi ketjap, nasi, een soort tjap tjoy en de lekkerste gado gado die ik ooit heb gehad.
Made heeft niet overdreven toen hij zei dat zijn vrouw een goede kok was.
En zijn kinderen zorgen voor de bediening. Dochtertje in een mooie sarong en kebaja. Als een volleerd serveerster loopt ze rond. De zoon mag tussendoor nog even boodschappen doen.
Na de hoofdgerechten krijgen we nog allerlei lekker fruit.
Jackfruit, salak, banaantjes, druiven en sinaasappels. Daarna nog een kopje koffie of thee.
We genieten, en bedenken dat dit een hele mooie plek is om volgende week te eten, als familie Ritsema en Dewa vanuit Bali naar Lombok komen. Hier kun je heerlijk eten en gezellig met zijn allen bij elkaar zitten. We overleggen dit met Made en die ziet het ook wel zitten. Prima, dan geven we later nog wel door met hoeveel personen we dan zijn, en hoe laat we zullen eten. Made komt nog met voorstellen over het menu.  Dit vinden we nu zo leuk aan zo’n klein hotelletje, alles is te regelen.
En veel leuker en persoonlijker dan in een groot hotel.
Met Made  praten we nog over een website voor Bumi Aditya. Er zitten hier vele bedrijfjes en kleine ondernemers die graag een eigen website willen hebben. En iedereen weet dat Tom hele mooie sites kan maken. Probleem is alleen dat een website best wel wat kost. Uiteraard heeft Tom voor de kleine bedrijfjes hier vriendenprijsjes, maar dan nog heb je elk jaar vaste kosten voor een webadres en voor webhosting. Die kosten zijn voor de meeste bedrijfjes te hoog. Voor goede doelen wil Orbis wel een keer iets sponsoren, maar dat kunnen we niet voor elk bedrijfje hier gaan doen.
Daarom hebben Peter en Tom bedacht dat ze wel een soort startpagina kunnen maken. Daaraan gekoppeld kunnen dan pagina’s komen van kleine bedrijfjes in Lombok.
Bedrijven die interessant zijn voor toeristen, maar geen agenten of tussenpersonen.
Omdat alles dan onder 1 website valt, is er maar 1 adres nodig, en 1 keer webhosting. Dat willen wij dan nog wel vergoeden. En als de mensen niet al te veeleisend zijn, wil Tom de pagina’s voor de bedrijfjes gratis maken.
Inmiddels hebben zich al verschillende mensen gemeld. Waaronder Made met Bumi Aditya.
Made is al druk bezig met teksten verzamelen en foto’s maken. Tom gaat nog een keer rustig samen met hem en zijn zoon bekijken hoe ze alles het beste op kunnen zetten. 
Een rekening van het lekkere diner krijgen we van Made niet, dit was een cadeautje voor speciale gasten.

 
Maandag 23 augustus

Vandaag nemen we het zekere voor het onzekere, we hebben geen zin in weer een regendag en gaan vandaag naar de Gili’s. Regen krijgen we over een paar weekjes in Nederland vast wel weer genoeg. De berichten die we van het thuisfront krijgen voorspellen niet veel goeds, klinkt eerder als herfst dan als zomer.
Vandaag bezoeken we echt ‘alle’ Gili’s, want op elk van de drie eilandjes worden er klanten opgepikt. Zo wordt het weer gezellig druk op de boot.
Maar dat maakt niet uit, ik weet dat het, als alle duikers in het water liggen, zo weer heerlijk rustig is op de boot. Ik geniet altijd van het moment dat de laatste duikers in het water liggen, dat de motor uitgaat, en het even helemaal stil is.
Maar vandaag blijven er iets meer mensen op de boot dan normaal.
Een Frans echtpaar komt aan boord, met een meisje van een jaar of 5.
Die gaat vast niet duiken of snorkelen. Haar vader gaat vanochtend duiken, vanmiddag snorkelen, moeder en dochter blijven aan boord.
En verder natuurlijk WakDi, Eli en ik. Maar de rust duurt niet erg lang, doordat er verschillende groepen duikers en snorkelaars uit de boot zijn gezet, moeten er ook weer verschillende groepen op verschillende plekken worden opgepikt. Zo blijft de boot en bemanning in beweging.

Als iedereen weer aan boord is gaan we zoals gewoonlijk naar Gili Trawangan voor de lunch. Voor ons wordt dat weer een wandelingetje naar Kiki Novi. Tom past zich al helemaal aan de Lombok Dive bemanning en blijft op de boot, beetje luieren, beetje dutten. Ja, we nemen wel wat bungkus mee, een ‘frietzakje’ met nasi en wat lekkere hapjes. 
Als we zelf het eten op hebben, doen we nog even snel inkopen.
Vanochtend in de haven zagen we de oom van Hera, een meisje in Teluk Nare wat ook door Impian Anak wordt gesponsord. Hij vroeg ons of we na het duiken even bij haar langs wilden gaan. Natuurlijk willen we dat, vorig jaar hebben we Hera wel ontmoet in de haven, maar we zijn nog nooit bij haar thuis geweest. En dit jaar willen we zoveel mogelijk kinderen bezoeken, liefst in hun eigen omgeving.
We proberen dan altijd een kleinigheidje mee te nemen, een paar schriftjes, pennetjes of zoiets.
Maar we hebben nu niets bij ons, en in de auto ligt ook niets. Dus kijken we hier op Trawangan of we iets kunnen vinden. Dat is lastig, ze hebben heel veel, maar alles wat we zien is gericht op toeristen, niet op lokale leerlingen. Maar we zien wel een leuke stoffen tas, die kan ze vast ook wel gebruiken, om mee naar school te nemen, of in de vrije tijd.
Met de tas en het lunchpakketje voor Tom wandelen we weer naar de boot.
Daar duik ik nog even het water in. Heerlijk hier, veel afkoelen doe je niet in zee, daarvoor is het water te lauw, maar je frist er toch een beetje van op.
Als de boot zich langzaam weer vult met duikers en snorkelaars, klimmen we ook weer aan boord. Op voor de tweede ronde.
De Franse moeder heeft blijkbaar genoeg van het aan boord zitten, want ze wil vanmiddag graag gaan snorkelen. Of ik dan een oogje op haar dochter wil houden. Oké, het is een heel rustig schattig kind, dat gaat wel lukken. Kan ik mijn Franse taal ook weer eens ophalen.
Dacht ik…maar dat valt vies tegen. Alles wat ik bedenk om tegen het meisje te zeggen, komt er in het Indonesisch uit. Het is me thuis al vaker opgevallen dat ik, zeker als ik de kinderen net heb geholpen met school-Frans, Frans en Indonesisch vaak door elkaar haal. En dat terwijl de talen toch niet echt op elkaar lijken. Misschien heeft het ermee te maken dat ik de talen zo’n beetje op hetzelfde niveau beheers (of beter gezegd niet beheers). Maar het meisje heeft er geen problemen mee, ze kletst aan een stuk door, of ik er iets van versta of iets terug zeg maakt haar eigenlijk niet uit.
Even later wil ze graag een spelletje met me doen. Iets met kaartjes en puzzelstukjes, kastelen, feeën, heksen en diamanten. Prima, ik doe vrolijk mee, al begrijp ik er niets van. En ik hoop dat ze zo sim is om zichzelf te laten winnen. Maar voor het spel uit is (denk ik) komen papa en mama weer boven water, mag ik de zorg weer overdragen, en kan ik weer lekker overschakelen op het Indonesisch. Dat lukt me hier toch iets beter.
Als alle mensen weer zijn opgepikt, en afgezet op de verschillende eilanden, varen we terug naar Lombok. Onderweg  bespreken we met Mohni nog wat Impian Anak zaken.
Een jaar geleden zijn we begonnen met de sponsoring van de schoolgaande kinderen van het vaste Lombok Dive personeel.  Ze vallen niet helemaal in de doelgroep van de ‘armste’ kinderen van Lombok, maar ook voor mensen met een vaste baan is het vaak lastig om de eindjes aan elkaar te knopen, zeker als de kinderen naar de middelbare school gaan. Daarbij willen we ook iets terug doen voor alle tijd en energie die Mohni en zijn personeel aan Impian Anak besteden. Hun kinderen helpen via Impian Anak vonden we een mooie oplossing. Maar niet iedereen die voor Mohni werk heeft kinderen. Zo is Opan, de jongen die de boekhouding doet, vrijgezel, en zelf nog aan het studeren.
Dat was hij tenminste, maar een tijd geleden is hij met de studie gestopt omdat hij er te weinig tijd voor had. Gaat hij minder werken, dan verdient hij niet meer genoeg om de studie te kunnen betalen. Vandaar dat we hem hebben toegezegd dat we zijn Engelse studie willen sponsoren, als hij met Mohni Kan regelen dat hij de studie en de boekhouding kan combineren.
Na de ramadan gaat Opan bekijken in hoeverre het mogelijk is om de afgebroken studie weer op te pakken.
Maar er lopen meer mannen bij Lombok Dive rond die eigenlijk nog iets moeten leren.
Zo is er Pak Umpuk, de divemaster. Hij wil al een hele tijd de Instructor opleiding gaan doen, zodat hij ook duikcursussen mag geven. Dit is voor Mohni handig, dan kan hij af en toe wat werk afstaan aan pak Umpuk. En voor pak Umpuk levert dit extra inkomsten op, want een Instructor verdient meer dan een divemaster. Maar de Instructor opleiding is niet goedkoop.
Zelfs al delen Lombok Dive en Pak Umpuk de kosten, dan nog zal Pak Umpuk dit nooit kunnen betalen. Dus hebben we besloten een deel van de opleiding via Impian Anak te sponsoren.
Voor Eli, Mohni’s jongere broertje, denken we aan een cursus Engels, zodat hij iets beter met klanten kan communiceren, en ook door kan groeien tot Divemaster. Maar Eli is een hele vrolijke jongen, heel gezellig, maar nog niet erg serieus. Zijn opleiding zetten we nog even in de koelkast…  Als hij zelf duidelijk aangeeft dat hij aan zijn Engels, en dus ook aan zijn toekomst, wil werken, zullen we zijn sponsoring nog eens overwegen. Voorlopig houden we het bij Opan en pak Umpuk.
En natuurlijk de ‘gewone’ Lombok Dive kinderen.
Als we in Teluk Nare aankomen, staat Hera’s oom ons al op te wachten.
De oom heet Pak Isnani, een naam die me bekend voorkomt. Ik zie hem geregeld langskomen in de Lombok Dive boekhouding. Pak Isnani is de eigenaar van de kleine warung/winkel op het strand bij de haven. Er wordt wel eens iets te eten/drinken gekocht voor klanten en/of personeel.
Af en toe in Lombok komen heeft wel voordelen als je normaal gesproken de boekhouding op grote afstand doet. Ik krijg nu iets meer zicht op alles wat er zich hier afspeelt, welke personen achter de namen zitten, en ik krijg meer begrip voor de lastige manier van boekhouden. Alles gaat contant, en je krijgt zelden een bonnetje of rekening. Arme Opan, hij moet ervoor zorgen dat ik alles netjes aangeleverd krijg.
Daarvoor moet hij constant achter iedereen aan lopen zeuren dat ze bonnetjes in moeten leveren, wisselgeld terug moeten geven, dingen op moeten schrijven als er geen bonnetje komt en nog meer van dat soort dingen.  Doet hij dat niet, dan krijgt hij gegarandeerd kasverschillen, en begin ik weer te zeuren. Maar Opan begint het langzaam te begrijpen, nu zijn collega’s nog.
Maar voorlopig zie ik even geen boekhouding, we zijn nu op vakantie, een heel dagje naar de Gili’s.
Morgen kijk ik op kantoor wel weer even rond.
Nu gaan we met pak Isnani mee naar het huis van Hera. Dat ligt niet heel dicht bij het strand. We nemen de auto en rijden een stukje richting Senggigi, dan linksaf een beetje het binnenland in. Daar ligt, honderd meter van de weg, een kampung. Weer zo’n verstopt dorpje, wat je nooit ziet als je over de weg rijdt.
Aan het begin van het dorp zetten we de auto neer. Onder royale belangstelling lopen we het dorp door. Dit is weer een heel andere kampung dan we tot nu toe gezien hebben. Wat ruimer opgezet, geen echte straatjes of paden erdoor. Gewoon wat huisjes en hutjes die bij elkaar staan. Heel eenvoudig. Er zitten veel mensen buiten, bezig met van alles en nog wat. Er lopen veel kippen rond, een paar koeien. We zien een open schuurtje waarin heel veel manden met witte duiven staan. Dat hebben we nog nooit gezien hier, maar we komen er niet achter waar ze voor zijn.

Hera woont in een eenvoudig stenen huisje, waarvan wel de deuren en ramen aan de buitenkant heel netjes en vrolijk geschilderd zijn. Terwijl iemand Hera gaat roepen, gaan we alvast met Pak Isnani binnen zitten (eigenlijk is het buiten veel lekkerder, maar op een of andere manier ‘moeten’ we hier altijd overal binnen zitten). De inrichting zijn we al een beetje gewend. Kale kamertjes, matje op de vloer om op te zitten. In één kamertje staat wel een echt bed , met een matras en met een klamboe erboven. Dat is hier wel een hele luxe.
Even later komt Hera binnen. Een jaar geleden was ze nog doodsbenauwd toen ze ons een handje moest geven. Nu is ze iets minder verlegen.
Ze gaat zelfs even naast Tom en Anique zitten voor een foto. Als we de tas geven, wordt die als gewoonlijk snel aan de kant gelegd. Een cadeautje even bekijken, zoals we in Nederland gewend zijn, is hier niet gepast. Stel dat je het eigenlijk niet mooi vindt, en teleurgesteld gaat kijken. Dat zou niet netjes zijn tegenover de gevers. Daarom worden cadeaus nooit uitgepakt of bekeken.  Ze worden met een zo neutraal mogelijk gezicht aangenomen en dan zo snel mogelijk weggelegd. De eerste jaren in Lombok moesten we hier wel aan wennen, maar het idee erachter snap ik wel.
De foto van Agnes en Peter geven we dan maar met een toelichting erbij; dit zijn je sponsors in Nederland. Die foto wordt gegarandeerd later door het hele dorp bekeken en daarna veilig opgeborgen,of midden in de kamer opgehangen. Sinds afgelopen juli gaat Hera naar de eerste klas van de middelbare school, hier SMP.
Ze vindt het leuk op school, maar krijgt nog weinig Engels. Dus loopt het gesprek deels in het Indonesisch, deels in gebrekkig Engels via pak Isnani. Die legt uit dat Hera nog steeds hier woont met haar moeder en verschillende broertjes en zusjes. Het precieze aantal ben ik kwijt, maar veel meer dan een jaar geleden. Waarschijnlijk worden er nu neefjes en nichtjes meegeteld uit zijn eigen gezin.
Hera heeft geen vader meer, die is gestorven of haar ouders zijn gescheiden, dat weten we niet.
Pak Isnani en zijn vrouw ontfermen zich over de moeder van Hera en haar kinderen.
Vorig jaar dachten we dat het winkeltje op het strand van Hera’s moeder was, maar dit blijkt van pak Isnani’s vrouw te zijn. De moeder van Hera werkt ook op het strand, maar dan als drager.
Zij zorgt, samen met veel andere vrouwen uit deze omgeving, voor het laden en lossen van de boten die vanaf Teluk Nare naar de Gili’s varen. Op de eilanden zelf is niets te krijgen, en alles moet er met bootjes aangevoerd worden, water, voedsel, bouwmaterialen. Elke dag varen er tientallen volle bootjes heen en weer. De vrouwen die de bootjes vullen, hebben een hele zware baan waar ze niet veel mee verdienen.
Nu Hera naar de middelbare school gaat, komt de Impian Anak sponsoring goed van pas. Het schoolgeld is hoger, er moeten boeken, schoolspullen en uniformen gekocht worden en er zijn dagelijks reiskosten. Alles bij elkaar een heel bedrag voor een groot gezin met maar 1 klein inkomen. Dat is ook de belangrijkste reden dat verschillende kinderen uit deze omgeving na de basisschool niet verder leren.
Als we even zitten, bedenkt Pak Isnani zich ineens dat ons nog niets is aangeboden. We zeggen dat dat ook niet nodig is, het is nog steeds puasa, vasten. Maar dat vindt hij geen excuus, dat geldt voor hem en voor Hera, niet voor ons. Wij mogen best wel wat drinken.
Dus moeten we even mee naar buiten lopen. Daar worden een paar jongetjes weggestuurd. Om even later terug te komen met 4 (!) grote kokosnoten.
In een jonge kokosnoot zit volgens mij wel een litertje sap. Dorst hebben we wel, maar zoveel nu ook weer niet. Dus stellen we voor dat we wel 1 kokosnoot met ons vieren delen, dat ze de rest lekker dicht laten tot buka puasa, over een uurtje mogen ze zelf ook weer eten en drinken.
Het lijkt te werken, maar even later zijn er al 3 kokosnoten ‘onthoofd’.
De vierde blijft gelukkig dicht. We slurpen er wat sap uit. Blijkbaar doen we dat niet netjes genoeg, want even later komt er iemand aanrennen met een paar rietjes. Lekker, maar zoals altijd met de kelapa muda, veel te veel. Dit drinken we niet in een paar minuutjes op.
En Pak Umpuk wacht bij de haven op ons, hij zou met ons terugrijden naar Senggigi.
Dus lopen we nog even langs het huis van Oji, de 2e kapitein van Lombok Dive, nemen afscheid van iedereen en rijden dan, met nog steeds bijna volle kokosnoten, terug naar de haven.
Pak Umpuk stapt in, en we mogen weer beginnen aan de terugreis naar Senggigi. Dat wordt lastig. Bij elke hobbel moeten we de kokosnoten zo balanceren dat we niet knoeien. En dat valt niet mee, want de weg is behoorlijk hobbelig. Vooral op het stuk waar gewerkt wordt. Pak Umpuk kijkt volgens mij al heel dorstig naar de kokosnoten. We zouden hem graag wat aanbieden, maar van hem weten we zeker dat hij nu niets aanneemt. Hij is de meest trouwe opvolger van de vasten-regels die ik hier ken.
Hij zal dus nog even moeten wachten.
Als we bij Lombok Dive aankomen, zit er toch nog best veel sap in de kokosnoten (en best veel in onze buiken, en ook wel wat op onze kleren en in de auto). Nu kunnen we wel wat kokosnoot ronddelen. Opan wil er wel een hebben, Pak Umpuk krijgt de andere 2.
We bieden aan hem even naar huis te brengen, het is bijna tijd voor buka puasa. Maar dat hoeft niet, de bemo komt er net aan. Met 2 kokosnoten in de hand springt hij erin. De dag erna vertelt hij dat hij heel blij was met de kokosnoten. De bemo had nogal wat oponthoud onderweg, zodat hij op het moment dat er weer gegeten en gedronken mocht worden, nog onderweg was. Toen kwamen de kokosdrankjes dus prima van pas. Maar hij had nog iets bewaard voor de rest van zijn gezin!
Wij doen het de rest van de avond lekker rustig aan. Het regent alweer in Senggigi, en zo te zien heeft het de afgelopen middag al veel meer geregend.
Vanavond eten we bij Berry.
Een heerlijk maaltje oté-oté. Zoiets als de japanse tempura-groente, maar dan een beetje anders.
Lekker noedelsoepje erbij, en wij klagen niet meer.

 
Dinsdag 24 augustus

Lombok Dive krijgt vandaag een grote groep Nederlandse gasten, deels om te snorkelen, deels om te duiken. Tom en Anique gaan vandaag ook mee, kunnen ze een beetje tolken. Peter en ik blijven een dagje in/om Senggigi.
Peter biedt aan om even mee te rijden naar de haven, maar dat is niet nodig, voor de grote groep is vervoer geregeld, Tom en Anique kunnen met de Lombok Dive auto mee.
Daarom gaan we maar direct aan de slag op kantoor. Daar is nog genoeg te doen. Peter gaat de vloer nog een keer schoonmaken, laatste cementrestjes wegpoetsen.
Ik stort me op de administratie.
Als we net lekker bezig zijn, komt Eli binnenrennen. Hij was blijkbaar iets te laat opgestaan, al het Lombok Dive personeel is al op weg, en nu moet hij nog naar de haven.
En Mohni had door de telefoon tegen hem gezegd dat Peter misschien wel kon rijden. Tja, dat had Peter vanochtend inderdaad aangeboden, maar nu zijn we hier druk bezig. Even op en neer naar Teluk Nare kost al gauw een uur.
Ik ben inmiddels op de hoogte van de transportprijzen hier, met de taxi naar Teluk Nare (staat vaak in kasboek, voor klanten) kost 60.000 rp, soms 62.000, een heel enkele keer 63.000.
(Vorige week kostte het een keer zelfs 200.000. Toen ik Opan om uitleg vroeg, kreeg ik als antwoord; Ja, maar dat is met Ali! Leuk, maar waarom is taxi Ali dan zo duur?
Ahum, Ali stond achter me, hij is chauffeur/gids, die met de klanten een dagtocht of iets had gedaan, beetje rondrijden, beetje vertellen, beetje foto’s maken. Geen taxi dus.
Sindsdien heet Ali bij mij dus “Ali Mahal” of gewoon “Dure Ali”, dat verstaat hij ook, want hij spreekt goed Nederlands)
Maar wij bieden Eli aan voor hem een gewone taxi te betalen. Nee, dat mag zeker niet van Mohni, zegt hij. Veel te duur. Maar wij betalen, dus dat zou Mohni dan niets uit moeten maken.
Maar Eli durft het niet aan. Ook goed, dan niet…
Even later horen we dat hij met een vriend mee kan rijden, probleem opgelost, tot hij volgende keer weer te laat uit bed komt.
Ik worstel me door stapels formulieren heen, die opgeborgen moeten worden.
Geen lastig karwei, maar het papier hier is niet echt prettig. Of de papierkwaliteit is slecht, of de vochtige lucht is de boosdoener, of allebei. Het papier is een beetje papperig, rimpelt en scheurt erg snel. Ook de inkt pakt er niet goed op, vooral op de gladde pinbonnetjes/kassabonnetjes. Na een paar weken is alle tekst vervaagd. Het is dus zaak om alles snel te verwerken, wat hier niet altijd lukt.
En alle bedragen toch maar even op een gewoon papiertje te schrijven en erbij te nieten. Denk alleen niet dat ze dit blijven doen als wij weer weg zijn.
In de loop van de ochtend komt pak tukang weer langs. Even kijken hoe mooi de vloer erbij ligt, en nog een paar dingen ophangen. We hebben vriendelijk verzocht de muren een beetje rustig te houden, niet te veel posters, foto’s, schilderijen en spullen ophangen. Maar de planborden moeten er natuurlijk wel op.
Dus komt pak tukang, gewapend met een boormachine. Fluitje van een cent, denken we.
Maar dat is niet helemaal zo.
Pak tukang zegt dat hij hier niet kan boren, de muren zijn veel te hard.
Hard?! Als je er naar kijkt, vallen de gaten er bijna in… Met een boormachine moet het toch kunnen? Voorheen hing er ook van alles aan de muren.
Ja, maar hij heeft wel een boormachine, maar geen goede boor. Oh, dat is het probleem, hij heeft alleen houtboren, geen steenboren.
Zijn er dan geen steenboren in Lombok? Ja, maar alleen in de winkel!
Oké, we geven hem wat geld, dan kan hij met Budi mee, een steenboor kopen. Zo gezegd, zo gedaan. Een kwartiertje later worden er vrolijk gaten geboord, 6 stuks, voor 3 magneetborden.
De gaten zitten er mooi in. Nu de rest. Pluggen dus…. Maar ja, wie heeft er hier pluggen? Pak tukang niet. Wij ook niet. Weer naar de winkel, even later terug met 6 pluggen. Die na terugkomst toch beduidend dikker blijken te zijn dan de gaten die waren geboord.
Maar dat is geen probleem, met de boor in het gat, boormachine laten draaien en flink op en neer gaan, dan wordt het gat vanzelf groter, en passen de pluggen ineens wel.
En dan, het zat eraan te komen…de schroeven. Die zijn er niet. We grijpen al naar de portemonnee, maar dat hoeft niet.
Schroeven heeft pak tukang thuis nog wel liggen. En thuis is in kampung Loco, dus een minuut of 10 later gaan de schroeven de muur in, en hangen er weer mooie planborden in kantoor.
En hebben wij weer een lesje efficiënt klussen in Lombok gehad. Nou ja, niet echt efficiënt, wel lekker relaxed. Niemand maakt zich druk, lukt het vandaag, dan is het meegenomen. Lukt het niet, dan gaan we morgen weer net zo vrolijk verder.
Het zal ook te maken hebben met geldgebrek. Wij grijpen al snel naar de portemonnee om ‘hulpmiddelen’ te kopen. Hier zouden ze het zonder ook op kunnen lossen, alleen duurt het dan veel langer. Maar dat is hier niet zo’n groot probleem, als ze hier iets genoeg hebben, is het wel tijd en geduld. En dat zijn nu net de dingen die we in Europa meestal niet hebben.
Inmiddels is het bijna middag, we eten bij Berry een bordje nasi, en gaan dan even naar Mataram.


Weer naar de Mall. Luxe inkopen doen.
De printer op kantoor heeft zijn beste tijd wel gehad. De inkt komt er aan alle kanten uit, behalve aan de goede kant. Er worden steeds inktpatronen bijgevuld, maar daar gaat de printkwaliteit niet van vooruit. Dus willen we kijken of er ook gewone eenvoudige laserprinters zijn, met alleen zwarte kleur. De vrolijke kleurtjes heeft Lombok Dive zelf niet nodig. Als Lombok Smile die wel nodig heeft, kopen ze die maar lekker zelf. Dat is niet ons probleem.
De printer van Lombok Dive is eigenlijk ook niet ons probleem. In tegenstelling tot wat iedereen hier lijkt te denken, zijn wij niet de eigenaars van Lombok Dive. Mohni geeft eerlijk toe, dat hij mensen af en toe in die waan laat, als dat hem net even beter uitkomt. Maar Mohni is toch echt de enige eigenaar van Lombok Dive. Maar ja, sommige mensen gunnen we gewoon een beetje hulp zo af en toe, en ook af en toe een mooie goede degelijke printer… 
Opan heeft gisteren in opdracht van ons al een beetje rondgebeld op zoek naar een goede printer, maar het model wat wij in gedachten hadden, was alleen in Jakarta te krijgen, en zou ongeveer 400 euro kosten, inclusief bezorging, dat dan weer wel. Beetje te duur, vonden we, dus die werd het niet. Nu hopen we op meer succes in Mataram.
Bij Mataram Mall lijken de Ramadan-regels een beetje versoepeld. Er staan weer een paar tafeltjes bij MacDonalds waar je kunt zitten. Wel nog binnen, achter afgeplakte ramen, maar toch.
We hebben ook het idee dat na de helft van de maand veel mensen het ergste fanatisme wel gehad hebben, en toch af en toe wat gemakkelijker met de regeltjes omgaan. Ik geef ze geen ongelijk, wat niet wegneemt dat ik diep respect heb voor degenen die zich ook nu nog heel strikt aan de regels houden.
We gaan eerst maar eens op zoek naar een printer. Dat valt niet mee. De term laserprinter is hier niet echt ingeburgerd. Zelfs niet bij de computer-speciaalzaakjes. Maar ineens valt bij een jongen het kwartje. Laahaaserprinter.  Ja, daar heeft hij wel ooit van gehoord, maar die hebben ze niet op Lombok. Wel hele mooie inkjetprinters, met heel veel kleuren.
Dat vermoeden hadden we dus ook al. Dan wordt het een mooie inkjetprinter, met heel veel kleuren.
En voor heel veel geld, vinden wij. Zeker voor Lombokse begrippen. Dat valt ons echt op hier. Alle ‘moderne’ artikelen zijn hier net zo duur of vaak zelfs duurder dan in Nederland. Dingen zoals printers, de nieuwere modellen mobiele telefoons, (mini)laptops, zo ongeveer alles wat met communicatie en automatisering heeft te maken.
Ook het draadloze netwerkkastje wat we erbij kopen, zouden we in Nederland veel goedkoper kunnen krijgen, maar ja, daar schieten we niets mee op, we zijn nu niet in Nederland.
Als we de printer in de auto hebben gelegd, lopen we nog een snel rondje door de grote supermarkt, een ‘echte’ supermarkt zoals we die in Nederland ook hebben. Met winkelwagentjes, groenteafdeling, diepvries, vleesafdeling, net de C1000. En jippie, in tegenstelling tot andere jaren, nu zelfs zonder doerian-stank.
We kopen een paar lekkere dingen voor de gezinnen van Wak Di en Pak Umpuk, waar we vanavond weer zijn uitgenodigd. Handig groot blik met koekjes, wat snoepjes, en voor onszelf nog wat ‘luxe’dingen die ze in Senggigi niet hebben, maar die we wel erg handig vinden, zoals vloeibaar wasmiddel en WC-eend (ja, Marijke, hebben ze hier en een paar dagen later zag ik het ook nog in de 24-uurs supermarkt naast Berry’s).
Daarna nog even naar de toko buku, waar we nog wat kantoorartikelen meegraaien en wat schrijf- en tekenspulletjes om vanavond aan de kinderen te geven.
Intussen blijft Peter’s mobieltje druk bezig. Problemen in Blitterswijck. Het heeft daar afgelopen dag/nacht blijkbaar behoorlijk geonweerd. Nu liggen de systemen thuis plat. Kan door het onweer komen, maar kan natuurlijk ook een andere oorzaak hebben. Van hieruit kreeg Peter er vanochtend in elk geval geen beweging in. Dus nu het in Nederland ook weer dag is, maar eens een beetje  informeren wat er aan de hand kan zijn. We hebben vanochtend uit een mailtje van Jacqueline al begrepen dat er bij ons in de buurt op vele plaatsen stroom uit is gevallen. En daar kunnen de computers niet altijd even goed tegen, al zit er wel een beveiliging tussen. Eric gaat proberen of er een modem opnieuw opgestart kan worden. Maar het probleem zou ook nog in de draadloze internetverbinding kunnen zitten.
Op de terugweg naar Senggigi wordt er weer driftig met Nederland gebeld. Lastig, tijdens het autorijden. Maar het telefoneren en linksrijden hier heeft een voordeel. Peter rijdt en houdt de telefoon in één hand, ik zit ernaast en schakel. Gewoon met mijn rechterhand, zoals in een Nederlandse auto. Wat een teamwork. Zal officieel wel niet mogen hier, maar volgens mij controleert men hier niet zo streng. Ik heb een tijd geleden op internet een lijst met nieuwe verkeersregels en een overzicht van boetes gezien. Dat zag er indrukwekkend uit. Maar in Lombok zijn die geloof ik nog niet doorgedrongen. Alles rijdt nog net zo (on)veilig als voorheen. Met licht, zonder licht, met helm, zonder helm, links, rechts, door groen, door rood, tegen het verkeer in. Alles kan en niemand die je tegenhoudt. Wel staan er veel nieuwe verkeersborden. Het enige effect dat ze waarschijnlijk hebben, is dat je er tegenaan kunt rijden; we hebben er al verschillende gezien die platliggen of afgebroken zijn. Echt veiliger maken de borden het dus niet.
Maar wij bereiken Senggigi weer ongeschonden. Peter gaat direct proberen of het netwerk in Blitterswijck weer in de lucht is. Als dat niet het geval is, hebben we een probleem. Hoe dat opgelost zou kunnen worden weten we ook even niet. Maar, jippie jippie, het werkt weer gewoon!
Waarschijnlijk is er een combinatieprobleem geweest, stroomstoring thuis en bij de internet-antenne in Blitterswijck door een blikseminslag. Maar alles is weer in de lucht.
Terwijl we in kantoor nog bezig zijn, Peter met het netwerk en de printer, ik met de administratie, komt de gordijnenmeneer. Het gordijn is al klaar en hij hangt het direct voor ons op.
Hahahaha, zonder boormachine, want die heeft hij niet.
Een paar tellen later is hij al klaar, we hadden nog niet in de gaten dat hij al begonnen was.
We zijn helemaal sprakeloos…zo mooi?!
Het gordijn is toch iets goudgeler geworden dan we in gedachten hadden. Het heeft bij de ophanglussen hele mooie bruine sierknopen gekregen. Het hangt aan de voorkant van de boog in plaats van aan de achterkant. Het hangt aan één kant ongeveer 40 centimeter boven de grond, aan de andere kant ongeveer 25 centimeter (dus veel te hoog en vreselijk scheef). Het hangt aan een gouden stang, met de meest vreselijke sierknoppen die ik ooit heb gezien. Aan de zijkanten zitten ‘mooie’ embrasses, die vastzitten aan een prullig plastic haakje. Niet dat ze ooit gebruikt zullen worden, de gordijnen moeten toch dicht blijven om dat rommel-douchehok uit het zicht te houden.
Al met al zijn het dus hele mooie gordijnen geworden, die zeer vakkundig zijn opgehangen.
Daar laten we het maar bij. Nu kunnen we wel onder het gordijn door zien of er iemand in de douche staat. Dat is natuurlijk erg handig.
Maar ik begin er toch al over te denken om het een dezer dagen misschien iets beter op te gaan hangen. Echt stevig ziet het er ook niet uit, zo met een spijkertje in de muur getikt… Maar voorlopig hangt het goed, en het geeft het kantoor een mooie exclusieve gouden uitstraling.
Als Tom en Anique terugkomen, gaan we even opfrissen. Daarna gaan we naar Ampenan.
Voor weer een bezoekje aan Pak Umpuk en Wak Di.
Als we om 8 uur aankomen, staat Wak Di ons al op te wachten aan het strand. We parkeren de auto en lopen mee naar zijn huis. Uiteraard komt Pak Umpuk ook mee, en de kinderen lopen de hele avond heen en weer. Volgens mij weten ze zelf af en toe niet meer in welk huis ze nu wonen.
Pak Umpuks vrouw laat zich verontschuldigen. Ze heeft een ontstoken oog, en kon niets voor ons koken. Dat maakt niet uit, we komen ook voor de gezelligheid, niet voor het eten. En natuurlijk heeft Wak Di’s vrouw nu gewoon wat meer voor ons klaargemaakt. We zullen niets tekort komen!
Even later zitten we weer allemaal met een grote kom heerlijke soto ayam op schoot.

Wak Di heeft zelfs een hoekbank in een kamertje staan. Daar mogen wij zitten, hij en Pak Umpuk gaan op 2 houten stoelen tegenover ons zitten. Intussen wordt de tafel weer vol gezet met allemaal lekkere dingen. De spulletjes die we voor de kinderen en moeders mee hebben gebracht vallen in de smaak. Er wordt direct driftig getekend en geschreven.
Intussen kletsen we over van alles en nog wat. De mannen kunnen heerlijk vertellen over Lombok, hun kinderen, het duiken (ze hebben samen al tientallen jaren duikervaring, kapitein Wak Di heeft ook jaren als divemaster gewerkt).
We hebben het ook nog over Impian Anak. We hebben de mannen een paar dagen geleden gevraagd om in hun dorp ook uit te kijken naar kinderen die hulp nodig hebben. We hebben via Eric en Jacqueline (die in Blitterswijck en verre omstreken heel fanatiek reclame maken voor ons project) weer een nieuwe sponsor erbij gekregen en zelf willen we een nieuw kind sponsoren in plaats van Khaerul, die gestopt is met school.
Ook willen we een ‘reserve’ kind opnemen in het project, voor het geval we nog een nieuwe sponsor krijgen. Ze hebben 3 kinderen uitgezocht. Twee ervan komen vanavond al even langs. Siska, een  verlegen meisje, 2e klas basisschool. En Sarah, zij is nog meer verlegen en gaat nu naar de eerste klas van de middelbare school. We maken van allebei een foto en verzamelen alvast wat gegevens over de kinderen en hun gezinnen.
Als Pak Umpuk even buiten zit (rookpauze, mag weer na zonsondergang) horen we hem met iemand praten. Dat is een bekende stem. Opan, we zijn verbaasd dat hij hier komt, en hij is verbaasd ons hier te zien. Hij mompelt dat hij nog iets moest doorgeven aan Wak Di.
Later horen we dat zijn vriendin in Ampenan woont, een straatje verderop. Vandaar dat hij hier langs komt… 
Als we echt helemaal vol zitten met lekker eten, thee en koffie, bedanken we iedereen weer en nemen we afscheid. Pak Umpuk en Wak Di lopen nog even mee naar de auto.
Het is een prachtige avond. Volle maan, duizenden sterren. Gezellige bedrijvigheid op straat en aan het strand. Even stilstaan en genieten…
In Nederland is het net zo vaak volle maan als hier, maar volgens mij nooit zo mooi.
Ik weet nu al dat ik dit zo erg ga missen over 2 weken (niet alleen de maan, ook de mensen, vriendelijkheid, gastvrijheid, de sfeer hier).
Als we een kwartiertje later weer in Loco aankomen, wordt daar weer flink met vuurwerk geknald. Zal wel het halve vasten feest zijn of zo.
Wij duiken het bed in. Morgen weer een dag.

 
Woensdag 25 augustus

Zoals gewoonlijk zitten we weer om 7 uur aan de ontbijttafel.
Made kent inmiddels onze ontbijtwensen. De kinderen een pannenkoek, Peter en ik toast.
Normaal gesproken krijgen we er een paar stukjes ananas, papaya en banaan bij.
Maar aangezien we niet zo gek zijn op papaya (hebben we niet gezegd, maar zag hij aan de stukjes papaya die af en toe blijven liggen) krijgen we nu watermeloen erbij. Dan nog een kan thee erbij, en we beginnen de dag weer goed.
Op de achtergrond staat altijd de tv aan, met CNN nieuws.
Zo blijven we nog een beetje op de hoogte van wat er op de wereld afspeelt. Niet dat we daar direct behoefte aan hebben hoor. Ons leven speelt zich deze weken voornamelijk af van Batu Tumpeng  tot Trawangan, en daar hebben we genoeg aan. De berichtjes die we uit Nederland krijgen gaan voornamelijk over het vreselijk slechte weer daar. Daar worden we niet vrolijker van. Nu hebben we er geen last van, maar over anderhalve week waarschijnlijk weer wel.
Vandaag gaan we alle 4 mee met Lombok Dive.

Als we op kantoor aankomen, komt Wak Di zich direct verontschuldigen. Gisteravond hebben we het over vissen gehad. Tom gaat vanavond/vannacht met Boung uit Loco vissen. Een hengel heeft Tom bij zich, met een molen en lijn, maar geen lood, haakje enzo.
Wak Di bood al aan vandaag zijn spullen mee te nemen, dan zou hij onderweg op de boot alles voor Tom in orde maken. Maar hij is zijn vistasje vergeten.
Geen probleem, Boung heeft vast nog wel wat over, en anders gaat Tom gewoon voor de gezelligheid mee, zo’n fanatieke visser is hij toch niet.
Op de boot is het erg druk, maar er zijn veel ‘strand’snorkelaars, dus die zijn we na de eerste stop op Trawangan kwijt. Na de eerste duik gaan we lunchen op Trawangan. Voor de ‘afwisseling’ weer lekker bij Warung Kiki Novi. 3 Maaltijdjes die we ter plekke opeten, voor Tom bungkusan, een papieren zakje met allerlei lekkers.


Peter en ik blijven na de lunch op Trawangan. Even lekker relaxen. We wandelen een stukje, op zoek naar een gezellig plekje (terrasje of zo) waar we rustig kunnen zitten. Maar we vinden niet wat we zoeken. De strandtentjes worden steeds groter, moderner en met meer/hardere muziek. Wat dat betreft is het op Meno en Air net even iets leuker, vinden we. Daar is alles nog wat kleinschaliger.
Dus wandelen we weer terug naar het stuk strand waar de boten aanleggen, en gaan daar onder een boom zitten. Hier zitten geen toeristen, er lopen voornamelijk lokale mensen die de bevoorradingsboten in/uitladen. Peter gaat even lezen, ik pak mijn laptopje en ga maar eens wat schrijven. In Nederland wachten volgens mij een paar mensen op mijn verslagen, ik zal ze maar weer even tevreden stellen.
Maar heel veel schrijf ik niet, want even later komt de Lombok Dive boot al weer aanvaren.
Met een volle boot varen we weer terug naar Lombok.
Als we een uur later weer bij Bumi Aditya aankomen, zegt Made dat er iemand voor ons is geweest. Een Indonesiër, een jonge jongen, niet uit Loco. Tja, wie zal dat geweest zijn? We weten het niet.
Maar even later, net voor we willen gaan eten komen we erachter, Adam staat voor de deur. 
Met heel veel sleutelhangers, pennen en boekenleggers. Mooi grijs-groen-wit, de Impian Anak kleuren. Hij vraagt ons alles na te tellen, om te controleren of het klopt. Nou, we vertrouwen hem wel. Hij heeft zelfs nog een paar andere spullen erbij gedaan, gewone Lombok-boekenleggers en sleutelhangers in allerlei kleuren. We hebben nu niet genoeg geld om hem direct te betalen. Dus geven we wat we hebben, en spreken af dat we hem de rest straks geven, als we in Senggigi gaan eten. Bij Cak Poer, daar zijn we al een tijdje niet meer geweest.
We lopen via de pin-automaat naar Cak Poer. Daar is het weer eens druk. Maar onder het tentzeil vinden we nog een plekje. Even later komt Adam er even bij zitten. Eten hoeft hij niet, hij heeft thuis al gehad. We rekenen af en hij gaat proberen nog wat te verkopen. En nog een keer rustig uitrekenen hoe ver hij nu met de bouwmaterialen voor zijn nieuwe huis komt. Na de ramadan wil hij weer flink aan het werk gaan aan zijn nieuwe huis. Misschien is het volgend jaar dan wel klaar als we weer naar Lombok komen.
Na het eten lopen we weer terug naar Loco. Tom zou vanavond gaan vissen met Boung.
Terwijl Tom zijn hengel ophaalt, lopen wij alvast door naar Boung. Daar heeft zich al een klein groepje vissers verzameld.
Boung, John (een man die met zijn vrouw en kindje een kamer bij Boung huurt, en die niet John heet, maar hoe hij wel heet weten we niet) en Made, de altijd lachende kleine man die bij Graha in het restaurant werkt. Verder zit er nog een groepje mensen op en om de beruga.
We gaan even gezellig zitten, terwijl Boung Tom’s hengel in orde maakt. Sareah is het er niet mee eens dat ik bij haar op het stoepje ga zitten. Die is niet schoon genoeg voor mij, vindt ze.
Maar ik ben eigenwijs en blijf lekker zitten. Intussen zijn de mannen druk bezig met het klaarmaken van de vishengels. De verhalen gaan uiteraard over hele grote vissen. Maar ja, die moeten ze eerst nog maar eens zien te vangen.

Tegen half elf gaan ze op pad. Peter, Anique en ik lopen mee. Halverwege het pad naar de grote weg komen we Herman ‘Skrietie’ tegen. Hij heeft zijn dienst bij Graha, waar hij als portier/Security (vandaar Skrietie) werkt er net op zitten. En hij komt zo ook naar het strand. Dat wordt gezellig!
Op het strand is het heerlijk. Warm genoeg, net niet meer volle maan en lekker rustig.
Bij Graha is een feestje op het strand. Een grote groep Nederlanders bij een kampvuur, de mensen hebben gisteren bij Lombok Dive gedoken/gesnorkeld.
Het ziet er een beetje ‘staande receptie’ achtig uit. Niet echt reuze gezellig.
Wij lopen verder, op zoek naar de mooiste visplek. Made is heel fanatiek, hij begint al te vissen. Boung, Tom en John lopen nog wat verder. Onder het lopen moet er nog wat aas gevangen worden, want veel hebben ze niet bij zich. Het nieuwe aas bestaat uit krabbetjes die over het strand rennen. Om die te vangen is een kunst op zich. Je moet erg snel zijn wil je ze te pakken krijgen.
Als ze gevaar zien, graven ze zich in in het zand. Maar dat is voor de kenners geen probleem. Gewoon sneller graven en het krabbetje uit het zand vissen.
Als er genoeg aas is, gaat de rest ook vissen. Wij gaan lekker op het strand zitten, genieten van de rust en de stilte. Tot even later Herman eraan komt. Dan is het gedaan met de stilte. Herman heeft altijd wel wat te kletsen. En als hij even niets meer weet, gaan we hem gewoon Nederlandse les geven, en hij ons Sasak les. Na vorig jaar zit “Welterusten” er al heel goed in. Een paar dagen gelden hebben we Suikerfeest met hem geoefend. Dat was wel heel erg moeilijk. Na een half uurtje oefenen kwam er iets als Zjoekerwast uit. Maar volgens hem konden Indonesiërs zoiets ook niet uitspreken.
Jammer genoeg voor hem sprak de kleine (al wordt ze stiekem ook steeds groter) Anna van Boung en Sareah het de eerste keer al perfect uit.
Vanavond gaat de Suikerfeest les dus nog even door voor Herman.
Met de vissers gaat het nog niet zo goed. Made heeft weer een ander plekje opgezocht, iets verder naar de punt bij Senggigi Beach.
Boung, John en Tom proberen het nog eens bij het ‘strandvoetbalveld’ van Loco.
Voor de gezelligheid (en vast ook omdat ze het zo koud hebben) maken ze ook maar een kampvuurtje. We blijven nog een half uurtje zitten, en houden het dan voor gezien. Het ziet er niet naar uit dat ze ons nodig hebben om de vis naar huis te dragen.
Wij kruipen lekker in bed. Tom zien we straks wel weer een keer verschijnen, of morgenvroeg aan het ontbijt...

 
Donderdag 26 augustus

Vandaag doen we het eens rustig aan. Dat wil zeggen dat we zelfs een klein beetje uitslapen.
En Tom zelfs iets meer dan een klein beetje.
Hij is afgelopen nacht om 3 uur terug gekomen van het vissen en kan wel een beetje extra slaap gebruiken. We wachten dus maar niet op hem voor het ontbijt. Made mist Tom al, maar belooft dat hij wel wat lekkers voor Tom zal bewaren. Nou, we waarschuwen hem alvast dat dat niet nodig is. Tom kennende zal hij voorlopig niet boven water komen, hij kan goed vroeg opstaan, maar soms ook heel goed uitslapen, zeker als hij geen plannen (duikafspraken enzo) heeft. 
Na het ontbijt wandelen we op ons gemak naar Lombok Dive.
De ochtend brengen we door op kantoor, waar ik me met Opan weer eens over de boekhouding buig. Peter knutselt nog wat aan de computer en het netwerk.
Tussendoor drinken we af en toe wat bij Berry’s Café. Zo is het weer middag voor we het in de gaten hebben, en komt Tom ook weer opdagen. Zonder vis….
Met zijn vieren hadden ze 3 visjes gevangen. Die zijn direct geroosterd boven het kampvuur, en lekker opgepeuzeld. Heel gezellig!
Nu mag Tom weer een beetje aan het werk. Berry’s Café kan nog wel wat promotie gebruiken, en Tom overlegt met Berry over Facebook (waar ze nu dus ook op staan) en de nieuwe Lombok website.
Geen idee of ik dit in het reisverslag al een keer heb vermeld (dat is een groot nadeel van zo’n langgerekt schrijfproces, ik weet niet meer wat ik wel en niet heb geschreven), maar Tom gaat een soort startpagina-achtige website maken, voor Lombokse bedrijfjes die geen eigen website hebbe/kunnen betalen. 
Na de lunch werken, kletsen, hangen, rusten we nog even verder.
Aan het einde van de middag loopt Peter nog even naar het strand.
Als hij terugkomt heeft hij een bekende bij zich. Kim (waarschijnlijk Achim), de ‘houten schalen verkoper’. Die hadden we deze vakantie nog niet gezien. Dat komt waarschijnlijk doordat we nog nauwelijks op het strand zijn geweest. Kim loopt eigenlijk altijd ergens op het strand rond, tussen Graha en Senggigi Beach Hotel. We kletsen even bij, gewoon in het Nederlands. Elk jaar wordt het Nederlands van Kim een beetje beter. Kim vraagt al jaren of we een keer bij hem op visite komen. Tot nu toe is dat er nog nooit van gekomen, maar nu plannen we direct een afspraak. Anders komt het er weer niet van. Dan is het avond geworden, gaat Kim naar huis en wij maken ons klaar voor weer een avondje bij Pak Umpuk en Wak Di.

We zijn door de mannen gevraagd om te komen, zodat we kennis kunnen maken met Sintiana, een kind wat ook door Impian Anak gesponsord gaat worden. En natuurlijk ook weer om te eten.
Net voor zonsondergang komen we aan in Ampenan. Pak Umpuk staat ons weer op te wachten.
We genieten even van het mooie uitzicht, en de bijna-zonsondergang aan het stand. We kunnen het niet maken om te wachten tot de zon onder is, want dan moet er direct gegeten of toch op zijn minst gedronken worden. We gaan eerst naar Pak Umpuks huis. Daar eten en drinken we wat. Het dochtertje van pak Umpuk is weer blij ons te zien. Een schattig meisje van een jaar of twee. En helemaal niet verlegen.
De laatste dagen schijnt ze bij elke auto die ze in Ampenan ziet “Tom?” te vragen. Nu is ze blij dat Tom er echt is. En nog blijer als ze ziet dat we ballonnetjes mee hebben gebracht. Tom’s naam is het meest favoriet (of het minst moeilijk) om te zeggen. Maar Anique is toch leuker. Want Anique krijgt heel veel stukjes kroepoek van haar.
Na een uurtje wandelen we een paar huisjes verder naar Wak Di. Daar komt ook weer van alles op tafel, uiteraard weer een grote kom soto ayam. Eten tot we erbij neervallen, lijkt het hier af en toe.
Wak Di vertelt dat hij alle drie de Impian Anak kinderen uit Ampenan heeft gevraagd vanavond even langs te komen. Dan kunnen we kennismaken, eventueel ook met hun ouders.
Dat komt goed uit, dan kunnen Wak Di en pak Umpuk de kinderen/ouders uitleggen hoe het project werkt.
We hebben nu envelopjes met geld bij ons voor de kinderen. Dit is eigenlijk tegen onze principes, maar het kon nu even niet anders. Het schooljaar is hier een paar weken geleden al begonnen.

En deze kinderen zijn pas afgelopen week in het project gekomen. De meeste kosten voor het schooljaar (uniformen, school/inschrijfgeld) zijn dus net al gemaakt. Vandaar dat we voor dit schooljaar maar ‘gewoon’ geld geven. Maar we willen wel duidelijk uitleggen (uit laten leggen) dat ze volgend jaar voor de basisschoolkinderen geen geld krijgen, maar de spullen die ze nodig hebben voor school. Dit om misverstanden te voorkomen.
Wij overhandigen de envelopjes en Wak Di geeft de uitleg erbij.
Siska en Sintiana gaan allebei naar de basisschool. Siska hebben we een paar dagen geleden ook al even gezien. Nu is haar moeder meegekomen. Sintiana is met haar vader en moeder gekomen.
Even later komt Sarah nog binnen. Zij komt alleen. Haar moeder leeft niet meer, haar vader is erg oud, en komt weinig meer buiten de deur. Sarah gaan we zelf sponsoren in plaats van Khaerul, die gestopt is met school en dus uit het project is gegaan. Sarah gaat nu naar de eerste klas van de middelbare school. Haar oudere zus, die niet meer thuis woont, heeft haar inschrijfgeld en schooluniform betaald. Maar met een eigen gezinnetje kon de zus niet veel meer missen.
Nu kan Impian Anak de kosten overnemen.
Wak Di legt Sarah uit dat ze nu al een deel van het jaarbedrag krijgt, ongeveer wat ze nodig hebben gehad aan inschrijfgeld en uniformen. De rest van het geld krijgt ze aan het begin van elke maand, dus verspreid over het schooljaar. Dat staat ook netjes op de envelop geschreven, zodat de gezinnen weten wanneer ze weer geld kunnen verwachten. Het is de bedoeling dat ze zelf dat geld reserveren en ook echt apart houden voor schooluitgaven, bijvoorbeeld reiskosten, schrijfgerei, diverse schoolbijdrages.
Wak Di en Pak Umpuk hebben aangegeven dat dat in dit gezin op deze manier kan.
Maar er zijn ook kinderen kinderen/gezinnen die alleen geld krijgen als ze laten zien waarvoor ze het nodig hebben. Als er bijvoorbeeld op school een bijdrage moet worden betaald (dit zijn vaak wisselende bedragen, en per school verschillend) krijgen de kinderen een brief van school waar in staat wanneer en hoeveel ze moeten betalen. Als ze de brief laten zien, krijgen ze geld van Impian Anak. Dit om te voorkomen dat het geld wordt uitgegeven voor andere dingen.
Die manier van sponsoren vergt wel heel veel werk van Opan, omdat per kind alles nauwkeurig bijgehouden moet worden. Vandaar dat we voor de middelbare scholieren waarvan de contactpersonen denken dat ze dat aankunnen, hebben besloten elke maand een vaste bijdrage te geven.
Opan is overigens erg blij met de vaste contactpersonen die we per kind hebben aangewezen.
Nu weet iedereen precies wie van Impian Anak ‘verantwoordelijk’ is voor een kind.
Pak Umpuk en Wak Di zorgen voor de kinderen in Ampenan, Opan voor de kinderen in Kediri, Senggigi en Lembar, Mohni voor Hera in Teluk Nare, Santi voor Fitri in Mataram, Hamdi en Santi voor de kinderen in Batu Tumpeng.
Een paar dagen geleden hadden we een stapeltje schriftjes en pennen meegebracht voor de kinderen van Wak Di en pak Umpuk. Op de vraag of die allemaal voor hunzelf waren, hebben we toen geantwoord dat ze, als ze ze zelf niet allemaal nodig hadden, ook aan andere kinderen mochten geven die het goed zouden kunnen gebruiken. Nu komt de vrouw van Wak Di met de spullen aanlopen, verdeeld in 3 ‘porties’. Elk nieuw Impian Anak kind krijgt een stapeltje. Ik vraag me af of ze ook nog iets voor zichzelf hebben bewaard.
Terwijl ik nog wat gegevens over de kinderen noteer, maakt Peter een paar foto’s. Als hij van de bank opstaat en aan de andere kant van de kamer op de grond gaat zitten (zodat hij een paar leuke foto’s kan maken van een groepje kinderen in de deuropening) schiet de vader van Sintiana van de bank af en gaat ook op de grond zitten. Wij kijken een beetje verbaasd op van zijn reactie, het ging zo snel dat we dachten dat hij van de bank af viel. Wak Di legt uit dat de man op de grond gaat zitten omdat Peter dat ook deed. Het is niet beleefd om hoger te zitten dan de gast. Dit is weer zoiets waar we erg aan moeten wennen. We zeggen tegen de man dat hij gewoon weer op de bank mag gaan zitten, wat hij wonder boven wonder ook nog doet.

Ik heb de afgelopen weken ook al pogingen ondernomen om Wak Di en Pak Umpuk zover te krijgen dat ze gewoon Marianne tegen me zeggen, niet steeds Bu (mevrouw) Marianne.
Maar dat kunnen ze niet, Bu is een teken van respect, en aangezien ze respect voor me hebben, blijf ik Bu.
Daarop ben ik maar vast aan mijn inburgeringscursus Lombok begonnen (je weet nooit wanneer het van pas komt) en noem de heren steevast Pak (meneer) Umpuk en Wak (zoiets als oudere oom, als ik het goed heb begrepen) Di.
Langzaamaan wordt het rustiger bij Wak Di. De meeste kinderen druipen af, de ouders ook, nadat ze ons uitgebreid hebben bedankt voor alles wat we doen. We leggen nog een keer uit, dat we dat niet allemaal alleen en zelf doen. Dat er in Nederland sponsors zijn, die betalen voor de kinderen in Lombok. En dat er in Lombok ook veel mensen meehelpen. Zonder de sponsors in Nederland en zonder het team in Lombok, zouden wij niet veel kunnen doen.
Maar wij hebben de eer om hier alles ‘uit te delen’, en alle dankwoorden in ontvangst te nemen.
Wat zouden we graag een manier vinden om het warme gevoel van dankbaarheid dat we hier krijgen over te brengen op de sponsors in Nederland!
Na nog een groot glas thee, nemen we weer afscheid van Pak Umpuk, Wak Di en hun gezinnen.
We voelen ons bijna schuldig dat we weggaan. Zoveel moeite doen ze om ons nog iets te laten eten en drinken. Maar het is echt al laat, zij moeten ongetwijfeld nog naar de moskee, of in elk geval thuis bidden. En morgen is het weer vroeg dag, rond drie uur moeten ze weer het bed uit.
Het moeten toch hele zware weken zijn, zeker voor mensen die hard werken. Maar zoals Pak Umpuk zegt, het is een eer om Ramadan te houden. Maar, zegt hij er eerlijk bij, soms ook wel moeilijk.
Niet zozeer wegens het verbod op eten en drinken, meer omdat je tijdens de Ramadanmaand ook niet mag liegen, niet slecht over iemand mag denken, niet boos mag worden of je stem mag verheffen. Ja, dat lijkt me inderdaad wel lastig, en dat een maand lang!
Heel langzaam, en uitgeleid door veel mensen, lopen we weer naar het strand. Weer even genieten van de gezellige sfeer hier, van de mooie lucht, de zee. Dan rijden we weer naar Senggigi.
De auto parkeren we weer lekker op straat en over het hobbelpad lopen we naar Loco.
Daar is Made nog aan het werk. Hij heeft foto’s gemaakt voor op de website die Tom gaat maken.
Nu moet hij nog beslissen welke foto’s het beste zijn. Tom spreekt af dat hij nog een keer rustig bij hem komt zitten, om alles te bekijken en door te spreken.
Dan gaan we naar bed. Morgen weer een dag.

 
Vrijdag 27 augustus


Peter, Tom en Anique gaan vandaag duiken.
Pak Umpuk, die gisteravond al last van zijn ogen had, is vandaag thuis gebleven.
Er lopen de laatste dagen veel mensen rond met dikke rode ogen. Toeristen en Lombokkers. Volgens Berry komt dat doordat de Rinjani een beetje rommelt, dan komt er allemaal as en stof in de lucht.
Wie weet…  We beginnen wel stiekem te hopen op een fikse aswolk komende week, zoiets als in Ijsland afgelopen voorjaar, maar dan nog een beetje erger, zodat we de komende maanden niet weg kunnen uit Lombok. Maar dat zal er wel niet in zitten.
Ik ga op kantoor een dagje Opan lastig vallen. Arme jongen.
Maar hij wil deze weken graag wat beter leren boekhouden. En daar heeft hij mij bij nodig, ibu guru Marianne. Maar het valt niet mee, hij snapt het systeem wel, maar het is op kantoor veel te chaotisch. Iedereen regelt, betaalt en ontvangt van alles, niemand heeft bonnetjes of rekeningen.
Daarbij wordt er tussen Lombok Dive en het toeristenbureautje in hetzelfde kantoor wel eens wat voor elkaar betaald/ontvangen. Opan krijgt er af en toe een punthoofd van.
En als jongen van begin 20 kan hij toch niet tegen oudere mensen gaan zeggen dat ze dingen anders moeten doen? Ik vind van wel, maar hij heeft liever dat ik dat vertel, dat ik iedereen uit ga leggen hoe het hoort. Ik vind dat hij als boekhouder dat toch maar zelf moet regelen. Hij kan het in het Indonesisch net effe iets beter doen dan ik. En als ik er niet ben, zal hij het ook zelf op moeten knappen. Ik beloof dat ik in elk geval Mohni uit ga leggen hoe het beter kan, en dat die dan maar moet kijken wat hij ermee doet.
Het belangrijkste is alles op te schrijven, in elk geval wat in/uit de kas gaat, kascontrole te doen, en alle bonnetjes enzo te bewaren. En natuurlijk alle gegevens naar Nederland te sturen, dan zoek ik het verder wel uit.  Dat is al heel wat, benieuwd of dat nu gaat lukken.
Gelukkig beheert hij de Impian Anak kas en administratie heel netjes. Het kasgeld zit veilig in de kluis, in zijn tas zit een schriftje met per kind alle uitgaven.
En nu krijgt hij van mij nog heel veel envelopjes. Voor alle (Junior) Highschool kinderen die per maand nog een vast bedrag krijgen, maak ik envelopjes aan. Met daarop de naam van het kind en het bedrag. Dan kan hij aan het begin van elke maand de envelopjes vullen en uitdelen aan de contactpersonen van de kinderen. Dan kan er weinig misgaan.
Op kantoor vindt iedereen het heel interessant wat ik zit te doen. Een hele stapel envelopjes gaat er doorheen. Wauw, wordt dat allemaal volgestopt met geld voor de kinderen???
Iedereen vindt het geweldig wat we doen met Impian Anak, maar ook wel vreemd. Allemaal mensen uit Nederland die geld geven voor kinderen die ze niet eens kennen!
Ik leg nog eens uit hoe het precies in zijn werk gaat, dat we in Nederland veel over Lombok en de kinderen vertellen, foto’s laten zien, een website hebben, maar echt begrijpen doen ze het niet. Alleen Ali, die ooit in Nederland is geweest, die snapt het iets beter, want in Nederland is iedereen veel rijker dan hier. Ja, dat is ook een logische verklaring voor de gulheid van de Nederlanders.
Zo komt het gesprek al snel op salarissen en geld.
Ja, in Nederland verdient iedereen heel veel, zeker vergeleken met Lombok. Maar in Nederland is alles ook heel veel duurder.
Als je uitlegt dat je in Nederland voor een uurtje auto parkeren bij een winkelcentrum toch al gauw zo’n 15.000 roepia betaalt, maar soms ook wel 60.000 roepia vinden ze ons toch wel heel zielig. Maar eigenlijk ook weer niet, want als je een auto hebt, zul je ook wel veel geld hebben, zo gaat dat hier tenminste. Alleen de allerrijksten hebben een auto.
En die betalen in Lombok 2.000 roepia om een hele tijd bij het duurste winkelcentrum van Lombok te staan, de Mataram Mall. Maar op de meeste plekken betaal je helemaal geen parkeergeld.
Maar ook de minder luxe dingen zijn in Nederland erg duur, eten, huur, gas, water, kleding. En belastingen, verzekeringen, al is dat ook iets wat moeilijk uit is te leggen.
Als ze bijna medelijden met de Nederlanders gaan krijgen, vertel ik maar dat mensen die geen werk hebben, toch geld krijgen ‘van de regering’. En dat de mensen die wel werken daar dan eigenlijk voor betalen. Uiteindelijk is iedereen toch maar blij dat ze in Indonesië wonen, daar snappen ze tenminste hoe het allemaal in elkaar zit. En als de arme kinderen dan door Impian Anak toch naar school kunnen, komt alles goed. Daar ben ik het helemaal mee eens.
Al kletsende is het middag geworden. Ik ga voor de broodnodige variatie (of moet ik hier nasi-nodige zeggen) maar weer bij Berry eten.
Om lange wachttijden te voorkomen laat ik het aan de keuken over wat ze me voorschotelen. Ik laat me verrassen. Ali is het kantoor ook ontvlucht en ik vraag hem erbij te komen zitten. Dat slaat hij niet af, en een blikje cola ook niet. Eten wel, dat doet hij straks wel ergens anders. Ook goed.
Ik vind het steeds lastig om iemand te vragen of hij wel of niet iets wil drinken of eten.
Tijdens de ramadan weet je het maar nooit. Sommigen willen echt niets, anderen wel, maar liever niet ‘in het openbaar’, weer anderen maakt het allemaal niets uit.
Blijkbaar moet de hele keuken nog opgestart worden, want het duurt best lang tot het eten komt. Maar ik heb leuk gezelschap, Ali praat er vrolijk op los. Maar ook serieus. Grappig dat de mannen hier ineens heel anders zijn als er geen hele groep vrienden omheen staat. Dan krijg je hele levensverhalen te horen. Maar als eindelijk mijn eten eraan komt, gaat Ali weer weg. Voor mij hoeft dat niet, maar hij vindt het niet netjes om erbij te blijven zitten als ik zit te eten (en hij gaat zelf met een paar collega’s op pad, vast om ergens bij een van de ‘gesloten’ moslim-warungs te gaan eten, via de ‘achterdeur’, zodat niemand het ziet).
Maar lang zit ik niet alleen, want iedereen vindt het erg zielig als je alleen zit. Er komt altijd wel iemand bij zitten om even een praatje te maken.
Meestal heel leuk, maar soms vind ik het ook niet erg om rustig een boek te lezen, verslagen te schrijven. Dat begrijpen mensen hier niet zo goed, hier ben je vooral erg zielig als je alleen bent. (dus daarom zit ik nu in Nederland een paar weken na terugkomst nog reisverslagen uit te tikken…)
Na de lunch ga ik, weer helemaal zielig alleen, een wandelingetje maken. Naar het postkantoor, om de kaarten te posten. Zoals gewoonlijk doe ik daar weer een hele tijd over. 
Want alle mensen die me kennen, of denken te kennen, of denken dat ik misschien wel iets wil kopen, moeten even vragen waar ik naar toe ga, waarom ik zo helemaal alleen ben, waar ik vandaan kom, hoe vaak ik in Lombok ben geweest enzovoort enzovoort.
Een klein uurtje later kom ik bij het postkantoor aan, 2 gevlochten armbandjes rijker (ja, die jongen kende me echt, blijkbaar hadden we vorig jaar ook al 2 armbandjes gekocht. Daar kon ik me niets van herinneren, ik heb nooit zo’n armbandjes gehad. Maar toen hij vertelde dat dat op het strand bij Graha was, en dat er een jongen uit Bali bij was, wist ik het weer. We hebben vorig jaar toen Dewa in Lombok was, 2 armbandjes voor Dewa’s vrouw gekocht. De verkoper heeft een beter geheugen dan mij. En een paar dagen geleden had hij mijn grote zoon met een paar mannen uit Lombok ’s nachts op het strand gezien, met een mooi mes (nachtvissen, duikmes…kan ook kloppen).
Als ik de brieven heb gepost, wandel ik nog even verder, naar Anna’s winkeltje. Daar hebben we het nog ‘even’ over van alles. Websites, advertenties, Lombok, Nederland, kinderen.
Inmiddels is de middag al weer half om, en ik neem me voor om zonder oponthoud terug te lopen naar Loco. Uiteraard wetende dat dat me niet gaat lukken. Inderdaad, een paar meter verder komt Mister Flores naar me toe lopen. Met zijn tas vol kaarten. Maar ik heb er nu echt even geen zin in. Het is ontzettend benauwd, de zon brandt, ik heb dorst en wil een frisse douche. Dus zeg ik tegen Mister Flores dat ik zeker nog kaarten bij hem koop, doe ik altijd voor we naar Nederland gaan, maar niet nu.
Zo schiet ik toch nog vrij snel op. Het kon natuurlijk sneller, als ik alle liften die ik aangeboden krijg zou accepteren, maar ik moet natuurlijk wel een beetje sportief blijven.
Bij de supermarkt haal ik nog snel wat lekker koud drinken, dan spurt ik verder naar Bumi Aditya. Even een frisse (zeg maar gerust koude) douche, dan weer terug naar kantoor.
Daar trakteer ik Opan en Mahfudz ook nog op een lekker drankje (binnen in het kantoor hebben ze daar niet zo’n moeite mee) . Ze willen nog wat dingen met me bespreken, over personeelszaken, salarissen, vergoedingen voor eten, voor feestdagen. Maar dat is niet mijn verantwoordelijkheid. Dat soort dingen zullen ze toch echt met Mohni moeten regelen. Opan zit ook nog steeds te dubben over zijn studie. Hij wil graag terug naar de universiteit om zijn studie Engels weer op te pakken. Maar hij twijfelt. Weet niet of hij het zal kunnen combineren met werk, of hij er niet te lang uit is geweest.
Tijdens de ramadan kan hij op school niemand bereiken, maar het schooljaar begint waarschijnlijk vrij snel na de ramadan. Hij zal dus toch snel een beslissing moeten nemen.
Ik raad hem nog eens aan het in elk geval te proberen. Zonde om halverwege een studie te stoppen. En door zijn werk bij Lombok Dive kan hij veel meer Engels oefenen, dat helpt ook mee in de studie.
Als het hoogseizoen voorbij is, wordt het op kantoor ook een stuk rustiger, dan heeft hij tijd genoeg om daar eventueel wat te leren, of huiswerk te maken. En Mohni heeft al aangegeven dat hij Opan alle ruimte zal geven om weer te gaan studeren. Dus eigenlijk zie ik zijn bezwaren niet zo.
Hij belooft het te gaan proberen, en als Impian Anak hem helpt, zit er voor hem ook meer druk achter om het dan ook af te maken. Ja, waar Impian Anak al niet goed voor is…
Als Peter, Tom en Anique terug komen, gaan de kids direct naar Bumi Aditya. Peter blijft nog even hangen om wat mails te bekijken. Vanuit Berry Café horen we wat jammerkreten. Klinkt niet goed.
Maar iedereen die gaat kijken, komt lachend terug. Echt ernstig is het dus niet.
Hoewel….blijkbaar laat Berry een tatoeage zetten. En waar kun je dat beter doen dan in je restaurant?!
Ik zou wel wat plekken kunnen bedenken, maar Berry blijkbaar niet. Met veel drama en au en ah krijgt hij een fleurige tattoo op zijn schouder. Sommige klanten kijken erg vreemd op, sommige mensen die aan komen lopen kijken heel bedenkelijk en lopen dan snel verder, op zoek naar een andere plek om wat te eten of drinken. Geef ze eens ongelijk, maar op een of andere manier kunnen we hier dit jaar wel de humor van inzien. Vorig jaar zijn we hier nauwelijks gekomen, vonden we het maar een vreemde tent. Dat is het dus nog steeds, maar het is er op zijn tijd ook wel erg gezellig. Het eten is prima, en de prijzen zijn niet verkeerd.
Alleen laat op de avond zitten er vaak behoorlijk dronken toeristen, of, naar ik vermoed, Europeanen/Australiërs die hier wonen, en dus eigenlijk geen toerist meer zijn, maar desondanks zich niet erg netjes gedragen en de sfeer behoorlijk kunnen verpesten. Maar zo laat maken we het tijdens de vakantie meestal niet, dus daar hebben we weinig last van.
In de avond gaan we maar weer bij Berry eten, kunnen we direct de nieuwe tattoo bewonderen.
Maar dat valt tegen, hij zit verstopt onder een dikke laag zalf, waar hij voorlopig niet onderuit zal komen.
Na het eten gaan Tom en Anique op tijd naar bed. Morgen gaan we naar Oost Lombok. Een dagje duiken in de buurt van Gili Lampu. We vertrekken vroeg in de ochtend. Peter en ik halen nog wat lekkere dingen voor onderweg en voor de lunch. In Oost Lombok zal het in de Ramadanmaand misschien wat lastiger zijn om eten te krijgen, omdat daar minder toeristen zijn, en op het eiland waar we naar toe gaan voor de lunch, is sowieso geen eten te krijgen.

 
Zaterdag 28 augustus

Made (of eigenlijk zijn vrouw) heeft voor ons een vroeg ontbijt klaargemaakt.
Daarna vertrekken we naar het kantoor van Lombok Dive. Om 7 uur hebben we daar met Mohni afgesproken. Er gaan nog 2 klanten mee, een echtpaar uit Spanje, dat we al een paar keer met duiken hebben ontmoet.
Omdat onze auto te klein is voor alle personen en duikuitrustingen, heeft Mohni nog een auto erbij gehuurd. De Lombok Dive auto hebben ze nodig voor andere klanten die naar de ‘gewone’ Gili’s gaan.
Bij het kantoor laden we snel de spullen in de auto’s en even na 7 rijden we weg.
Wij vieren in onze auto, Mohni en de Spanjaarden in de andere auto.
Het is al erg druk op de weg. Ook op zaterdag gaan de kinderen hier naar school en rond Mataram is het lastig om vooruit te komen. Als we Mataram voorbij zijn, gaat het iets beter, maar het blijft oppassen. Het verkeer is zo chaotisch en onvoorspelbaar. Je komt ogen tekort. Motortjes, fietsen, voetgangers, auto’s, busjes, vrachtwagens, en dan nog eens kippen, honden en geiten die kriskras over de weg schieten. En in elk dorpje heb je wel een grote markt aan de kant van de weg, met heel veel chidomo’s met eigenwijze paardjes en brede/hoge/lange ladingen. Ik ben blij dat ik niet hoef te rijden, dan kan ik lekker rondkijken, want er is zoveel te zien hier. Naast alle bezienswaardigheden op de weg rijden we ook nog eens door een fantastisch landschap. Rijstvelden, tabaksplantages, bergen op de achtergrond. Wat is Lombok toch mooi!
Bij Masbagik stoppen we even (gelukkig, Mohni heeft eraan gedacht) voor de lekkerste ananasjes ter wereld. Vorig jaar tenminste wel, toen zijn we hier ook gestopt.
Met een stuk of 20 ananasjes rijden we even later weer verder. Mohni is slim geworden. Vorig jaar kocht hij ongeschilde ananassen. Die heeft hij op het eiland toen zelf schoongemaakt (bij gebrek aan een vrouw die dat voor hem deed). Een beetje emancipatie in Lombok kon geen kwaad, vond ik.
Nu koopt hij schoongemaakte ananassen, dat bespaart hem een hoop geklieder, want echt handig was hij er niet in.

Tegen dat we 2 uurtjes later het oosten naderen, komen er al weer kinderen uit school. Of ze gaan hier nu pas naar school, zou ook kunnen. Maar hier is het veel minder druk dan rond Mataram, dus veel last hebben we er niet van. Maar we vragen ons wel altijd af hoe de lestijden hier in elkaar zitten, welk moment van de dag je ook onderweg bent, overal en altijd kom je schoolkinderen tegen. Dat is in Nederland misschien ook zo, maar daar vallen ze veel minder op.
Rond kwart voor 10 komen we aan bij het hotelletje waar we vorig jaar ook zijn geweest. En waar denk ik zelden gasten komen. In elk geval niet vaak om te overnachten.
Maar nu zijn wij er. We drinken wat en bestellen wat ‘bungkusan’, pakketjes, nasi om mee te nemen naar het eiland. Vorig jaar liep er een jong meisje rond, ze heeft toen met Anique nog geposeerd voor een foto. Nu zie ik weer een meisje, wat er wel op lijkt, maar volgens mij is ze veel ouder. Even later komt een vrouw naar ons toe. Of we hier vorig jaar ook zijn geweest?  Haar nichtje (of dochter) herkende ons, maar is te verlegen om het zelf te vragen. Ze was het dus toch! (inmiddels heeft ze ons (en Anique) gevonden op facebook, kunnen we nog een beetje contact houden tot volgend jaar)
Terwijl we zitten te drinken wordt onze lunch klaargemaakt en de boten ingepakt. Hier zijn niet zo’n grote boten, en de boten zijn niet gemaakt voor groepen duikers. We gaan met 2 gewone vissersbootjes. Allemaal in één boot gaat niet lukken. ‘Onze’ kapitein hebben we vorig jaar ook al gezien. Ook gaat er nog een ankerman mee. Met 6 personen en al het eten en de duikuitrusting zit ons bootje behoorlijk vol. We gaan direct naar de eerste duiklocatie. Of toch niet, er moet nog wat uitrusting gewisseld worden van de ene naar de andere boot.
Op het water is dat erg lastig en om helemaal naar een eiland te varen is ook zo’n gedoe. Maar er is ook een heel klein eilandje, zo’n 8 meter in doorsnee. Hartstikke onbewoond, zelfs geen palmboompje om onder te zitten. En als het water iets hoger komt is het weg. Maar er is nu net genoeg plek om de boten op het ‘strand’ te varen en de uitrusting te wisselen.  Dan varen we weer verder. Peter, Tom en Anique zijn al bezig met het aantrekken van de duikpakken. Dat is een beetje behelpen op deze boot, waarop je nauwelijks kunt staan. Maar dat geeft niet, ze waren het gewend van vorig jaar.
Het Spaanse stel op de andere boot heeft er duidelijk meer moeite mee. Als een tijd later iedereen in het water ligt, is het heerlijk rustig. Ik heb weer de standaard conversatie met de kapitein, wiens Indonesisch ik goed versta. Met het Indonesisch van de ankerman heb ik wat meer moeite, en aangezien die ook geen woord Engels spreekt, gaat hij andere dingen doen. Er komt een boterhamzakje uit zijn zak. Hij zal toch niet gaan eten, ik dacht dat in het oosten iedereen heel streng gelovig was??? Maar in het zakje blijkt zijn telefoon te zitten. Voor de zekerheid (telefoons en water zijn niet elkaars beste vrienden) wordt er nog een extra zakje omheen gedaan en netjes dichtgeknoopt. Dan gaat hij sms’en. Met de andere jongen heb ik het over Nederland (jammer dat ze zijn verloren met voetbal, want iedereen hier hoopte dat Nederland zou winnen), kinderen, vakantie, en nog veel meer.
Het water hier is spiegelglad. De duikers zijn prima te volgen, gewoon kijken waar luchtbelletjes naar boven komen. Als ze te ver weggaan, varen we weer wat dichterbij. Dan wordt de motor weer uitgezet en het anker uitgegooid. Zo dobberen we een tijdje rond. Tot het anker potvast zit. Dat is lastig. Ze varen alle kanten uit, trekken, wrikken, maar het anker komt niet los.
Dan maar de harde aanpak. Touw strak trekken, vast binden aan de boot en vol gas vooruit. De motor is er niet blij mee, maar net als ik denk dat de motor of de boot of het touw uit elkaar gaat barsten, schiet het anker los. Maar niet van harte, is te zien als het anker weer aan boord is.
Eén van de 3 pinnen is helemaal verbogen, hij is nu recht in plaats van krom. Nu gaan ze proberen om het anker op de boot terug te buigen, maar dat gaat niet lukken. Daar zal iets meer gereedschap aan te pas moeten komen.
De duikers komen na ruim een uur uit het water. Vol enthousiaste verhalen. Het mooiste duikgebied van Lombok, tenminste wat koraal betreft. Vissen zijn er minder.
En het is geen moeilijk gebied. Alles zit op geringe diepte, en er staat nauwelijks stroming.
Als iedereen weer aan boord van de bootjes is varen we naar het luncheilandje. We dachten dat het Gili Lampu of Gili Bidara was, maar op één bordje staat Gili Kondo, op het bord ernaast staat Gili Bagik. Hoe het eilandje ook heet, het is nog even mooi als een jaar geleden.
Wit strand, blauwe zee, mooie schelpen, paar bomen en planten, picknickafdakjes op het strand. En geen toeristen. Alleen wij, onze bemanningen en een paar mensen die hier waarschijnlijk werken.  Want er woont hier niemand. Eén van hen komt met een gastenboek aan, en met een bonnenboekje. Dit is geen gratis eilandje, iedereen die komt moet een kleine bijdrage doen. Maar dat hebben we er graag voor over.
Na de lunch gaan Peter en ik een stukje wandelen. Uiteraard wil ik kijken of ik mijn schelpenverzameling nog een beetje aan kan vullen. Dat kan, hier liggen prachtige schelpen, maar ik probeer me in te houden, want ik weet dat je eigenlijk geen schelpen mee mag nemen naar Nederland. En dat schelpen best wel zwaar zijn, zeker als je er veel hebt. En dat ik er thuis al heel veel heb van voorgaande vakanties.
Het is stralend weer en veel schaduw heb je hier niet. Ik ben blij dat ik een grote sarong bij me heb, want de zon brandt behoorlijk zo rond de middag.
We wandelen verder, tot we op een gegeven moment zover zijn, dat we net zo goed het hele eiland rond kunnen lopen. Eén nadeel, de slippers liggen nog op de boot, het zand is erg heet, en in het water zijn hele stukken met aangespoelde schelpen en koraal. Dus niet echt lekker om overheen te lopen. Maar al balancerend komen we verder. Een half uur later komen we via de andere kant weer bij de boot uit. Het Spaanse stel is nog aan het wandelen. Wij nemen een lekker koele duik (in het lauwe water) en eten nog een ananasje. Ze zijn zo mogelijk nog zoeter en sappiger dan vorig jaar. Mohni heeft nog een tip. Als de ananasjes niet rijp genoeg zijn, en je krijgt er een prikkelend gevoel van in de mond, moet je de ananas even in zout water leggen. Hier wil dat zeggen in zee. Dan is de sterke smaak zo weg. Ik vind ze zo lekker genoeg, voor mij hoeven ze niet eerst de zee in.
Dan pakken we onze spullen weer bij elkaar, controleren nog een keer of er geen troep is blijven liggen en gaan weer aan boord. Voor de tweede duik gaan we naar een andere plek. Maar daar aangekomen blijkt er net iets te veel stroming te staan. Een stuk verderop gaat het beter en verdwijnen de duikers in zee.
Terwijl we ronddobberen komt er iets moois aanvaren. Een lange smalle (vissers?)boot. Met daarop 4 mensen, die allemaal als standbeelden achter elkaar op de boot staan. Eén man met een motorhelm op, één met een mooie gevlochten rieten hoed, één met een t-shirt of iets om zijn hoofd gebonden, en de laatste met een gewoon petje. Het is zo’n gek, vreemd gezicht, dat ik er pas aan denk om een foto te maken als ze al te ver weg zijn. Daar heb ik nu (weeeeken later) nog spijt van!
Na een half uur komen de Spanjaarden, Peter en Anique al weer boven water. De Spanjaarden waren al ver door de lucht heen, Anique had last van de oren. Dat heeft ze al een paar keer gehad deze weken en ze kan er maar niet achter komen waar het aan ligt.
Tom en Mohni duiken nog een kwartiertje verder. Die hebben nergens last van.

Als ook zij weer aan boord zijn, varen we rustig terug naar Lombok. Als we daar aankomen, is er weer de gezellige drukte op het strand. Veel lokale mensen die hier zitten, al zijn het er minder dan vorig jaar, maar dat kan door de ramadan komen. Wij spoelen even af bij de douches en pakken de auto’s weer in. Als we van iedereen afscheid hebben genomen, kunnen we beginnen aan een lange terugreis. De weg is net zo lang als vanochtend, maar lijkt veel langer in de buka puasa drukte. Iedereen haast zich naar huis om te gaan eten en daarna is het donker. En dat zijn niet de beste momenten om hier op de weg te zitten. Weer nemen we ons voor om volgend jaar 2 dagen naar het oosten te gaan, zodat we wat eerder aan de terugreis kunnen beginnen, maar waarschijnlijk komt dat er volgend jaar weer niet van. Mohni heeft zich al voorgenomen om duiken in het oosten toch weer wat meer te gaan promoten bij zijn klanten. Wij waren al enthousiast, maar het Spaanse stel is ervan overtuigd dat dit de mooiste dag van hun vakantie was (en ze reisden toch al een week of 3 rond door Indonesië).
Het probleem voor Mohni is de afstand naar Oost Lombok. Met de eigen boot is het te ver varen, met de auto ben je op een dag ook zo’n 5 tot 6 uur onderweg. En de laatste keer dat hij met klanten in het oosten was, hadden ze een heel slechte boot. Maar de 2 bootjes van vandaag waren prima.
Ook zeggen we hem dat hij voor zo’n dag best wat meer mag vragen, dat hebben klanten er wel voor over. Ze zien ook nog eens wat anders dan bij Gili Meno, Air en Trawangan, zowel onder water als tijdens de reis over Lombok. En als hij er dan een 2-daags tripje van maakt is het voor de gasten, maar ook voor de divemaster, wat relaxter.
Na een zenuwslopende reis (vind ik tenminste, al hoef ik niet zelf te rijden) over de drukke donkere wegen komen we weer in het westen van Lombok. Vanavond zijn we met zijn allen, dus ook de Spaanse gasten, uitgenodigd bij Mohni thuis. Sofie heeft het eten al klaar staan als we aankomen.
De hele vloer staat vol met schaaltjes lekker eten. Wij zijn het inmiddels gewend, maar de andere gasten kijken hun ogen uit. En proberen heel voorzichtig van alle hapjes.
Na het eten bedanken we Sofie, we laten nog wat ananasjes en andere hapjes hier, die we zelf bij ons hadden. Ook de lievelingssnack van Dita, een soort geroosterde boterhammetjes met suiker en nog meer zoetigheid erop. Dan rijden we terug naar Senggigi.
Het is al laat en we zijn moe. Mohni brengt de klanten terug naar hun hotel. Wij waaien nog even binnen bij Lombok Dive. De lege tanks moeten nog naar Teluk Nare gebracht worden waar ze vanavond/vannacht weer gevuld worden. Gelukkig is Mahfudz er nog, die rijdt wel ‘even’ op en neer.
In het kantoor wacht ons nog een verrassing; een doos met nieuwe Lombok Dive folders. Eindelijk, die waren al een week of 2 in bestelling. Als we de folders uit de doos halen, zijn we niet meer zo blij.
Vorig jaar waren de kleuren en de foto’s erg slecht. Nu zijn de kleuren goed, de foto’s staan er netjes op, maar er is iets vreemds met de tekst gebeurd. Die staat er wel op, maar heel anders dan in het ontwerp dat Tom vorig jaar heeft gemaakt. Bij de nabestelling vertelde de drukker dat hij het bestand nog had. Maar we vonden het al vreemd dat het zo lang duurde voor de folders klaar waren.
Op één of andere manier hebben ze de teksten er opnieuw ingezet. We vermoeden dat iemand die geen Engels kan en niet kan typen de tekst heeft overgetypt.
Er staan geen hoofdletters in, en in elke zin staat minimaal één schrijf/taalfout. Het ziet er schandalig uit. Nu begrijpen we hoe het komt dat zelfs grotere bedrijven vaak zo’n slechte folders hebben.
Als alles wordt nagemaakt en overgetypt van oude foldertjes, schiet het niet op.
En zoiets als een proefdruk die goedgekeurd moet worden voordat de hele partij wordt gedrukt kennen ze hier niet. Ik zou de folder niet in het kantoor leggen, maar ja, dan liggen er geen folders. Geld terug zal ook wel niet gaan lukken, en nog een keer geld uitgeven met het risico op weer zo’n mislukking is ook zonde. En och, dit is Lombok, dus zullen ze toch wel weer gewoon in omloop komen. En alle toeristen zich maar afvragen hoe het komt dat een bedrijf zo’n belabberd drukwerk heeft.

 
Zondag 29 augustus

We hebben vandaag om 9 uur afgesproken met Kim, één van de verkopers waarmee we al jaren contact hebben. We gaan nu eindelijk een keer zijn gezin ontmoeten. Rond 9 uur wacht hij ons op bij de hoofdweg. Tom en Anique hebben niet zo’n zin om mee te gaan, ze slapen liever een keer een beetje uit, doen lekker rustig aan vanochtend. Peter en ik lopen wat eerder naar de weg, we willen nog een paar lekkere dingetjes halen voor de familie van Kim. Voor de kinderen hebben we al wat schrijf- en tekenspullen gekocht.
Als we, nog minstens een kwartier te vroeg, bij de weg aankomen, zit Kim al op de Pos Ronda beruga op ons te wachten. We zeggen dat we nog even een boodschap moeten doen, maar dat gaat heel snel bij het winkeltje naast Berry Café.
Kim stapt bij ons in de auto en wijst Peter de weg naar zijn dorpje. Het ligt ietsje naar het zuiden, in het binnenland. Een mooi gebied, prachtige uitzichten, weinig toeristen. In het dorp zijn we weer de bezienswaardigheid van de dag, of misschien wel van de week of maand.
De auto mag zo ongeveer midden op het ‘hoofdpad’ van het dorp staan. Iedereen weet waar we naar toe gaan, dus als hij in de weg staat, vinden ze ons wel. Onder begeleiding van een groep kinderen en moeders lopen we naar het huisje van Kim. Daar woont hij met zijn vrouw en 2 zoontjes.
Ze wonen aan de rand van het dorp, met een mooi uitzicht over rijstveldjes. Het huisje ziet er best mooi uit, en is deels gesponsord door een toerist die vaker naar Lombok kwam. Iets wat je hier wel vaker hoort, een baan in het toerisme is zo gek nog niet. De fooien die mensen van toeristen krijgen, zijn vaak hoger dan een dagloon van iemand die gewoon op het land moet werken. En als je heel goed contact hebt, krijg je misschien nog wel meer.
Als uit het dorpje een paar bankjes zijn opgetrommeld, gaan we heel voorzichtig zitten (het timmerwerk ziet er niet echt stevig uit, en kraakt aan alle kanten). Maar we zakken er niet doorheen.
Zelfs niet als er tussen ons in 2 grote koppen thee en een schaal met tempeh goreng wordt neergezet. We hadden al gezegd dat dat niet nodig was, dat we wel mee vasten, maar daar wordt niet naar geluisterd. We komen op bezoek en zullen eten en drinken!!! De rest van het dorp kijkt toe of we dat goed doen. Intussen heeft het oudste zoontje van Kim zijn schoolrapport gehaald.
En daar mag hij (en zijn ouders) best trots op zijn. Het jochie (dat sprekend op Kim lijkt) heeft prima beoordelingen.
Na 2 flinke koppen thee nemen we afscheid. Kim rijdt weer met ons mee naar Senggigi. Daar gaat hij proberen nog wat geld te verdienen. Via een andere (ook hele mooie) route gidst hij ons terug.
Het moet natuurlijk niet, maar we voelen ons toch een beetje verplicht om ook maar iets te kopen. Daarbij kopen we elk jaar wel iets, en heeft hij ook mooie spullen. Kim moet eerst even zijn tas met spullen ophalen. Die kan hij elke avond bij iemand die naast Graha woont (aan de strandkant) achterlaten. Dat scheelt hem een hoop gesjouw.
Als Kim zijn spullen heeft, gaan we bij de warung op het strand zitten. In verband met de ramadan is de warung uiteraard niet open, maar dat maakt niet uit. We zitten lekker in de schaduw onder een boom. En al snel krijgen we gezelschap van andere verkopers. Dat vind ik altijd vervelend, maar is hier onvermijdelijk. Rustig met 1 persoon zaken doen is er hier niet bij.
Maar we houden onze interesse beperkt tot de spullen van Kim. Dat is al meer dan genoeg. Hij heeft zelfs uitbreiding van het assortiment. Kandelaars, andere beelden, olielampjes. En natuurlijk de ‘standaard’ schalen, kommen, gekko’s, schildpadden en maskers. De schalen zijn altijd leuk en handig. We kiezen nog 2 mooie maskers uit (als ik ze later thuis op wil gaan hangen, blijkt dat op de plek die ik in gedachten had al 2 hangen, bijna dezelfde, alleen een ander kleurtje…we worden oud en vergeetachtig (of kopen te veel)). Ook kiezen we nog 2 nieuwe beelden erbij. Dat vinden we wel weer genoeg voor dit jaar. Dan de onvermijdelijke vraag; wat kost het?
Maar Kim is slim, die wil dat wij zeggen wat we ervoor willen geven. Daar doen we niet aan. Hij noemt maar een prijs, dan zeggen wij ja of nee, of doen een tegenbod. Als ze niet aan de vaste prijzen willen, doen we het maar op deze manier. En Kim kent ons, die weetecht wel dat we niet heel veel af gaan dingen. Intussen bemoeit iedereen die om ons heen zit zich ermee. Heel vervelend, maar we doen gewoon of ze er niet zijn. Dit is iets tussen Kim en ons.
Heel snel komen we een mooie prijs overeen, mooi voor ons, mooi voor Kim.

Tevreden gaat hij weer op pad. En gaan wij naar Lombok Dive, waar Tom en Anique ook al zijn aangekomen.
Het is weer ouderwets rommelig/gezellig. We drinken wat bij Berry. Die is in uitbundige stemming (maar dat is hij altijd). Vandaag heeft hij een heel spannend verhaal. Zijn reclamebord is afgelopen nacht omver gereden. Inderdaad, het bord ligt in de kreukels. De ijzeren buis is bijna doormidden, het bord behoorlijk beschadigd. Eromheen liggen wat auto-onderdelen. Maar dat blijken motoronderdelen te zijn.
In geuren en kleuren krijgen we het hele verhaal te horen. Rond 3 uur ’s nachts was er een dame onderweg met haar motor. Achterop zat een meneer. Waarschijnlijk hadden ze een gezellige avond gehad in één van de disco’s, en hadden ze ook wel wat gedronken. De dame reed in volle vaart tegen de paal (die toch echt niet op de rijweg staat). In eerste instantie was ze erg bezorgd over haar motor. Even later zag ze dat er bloed op haar shirt zat. Weer even later merkte ze dat dat haar eigen bloed was, dat uit haar mond kwam. Weer even later vertelde iemand haar dat haar voortanden op één tand na uit de mond waren gevallen. Toen was de vrolijke stemming in één keer helemaal over, en zette ze het op een krijsen.
Berry vertelt het aan iedereen die binnenkomt, met zoveel show en drama, dat we na de tweede keer dat we het verhaal horen in een deuk liggen, al is het eigenlijk helemaal niet grappig. Maar het mooiste komt nog; als Berry even later ter plekke demonstreert hoe het gebeurde, komen ze erachter dat aan de rand van de weg nog een paar tanden als aandenken liggen.
Tja, de volgende keer zal de dame wel een taxi nemen. Of, nog slimmer, geen alcohol drinken.
Nu we toch hier zitten, kunnen we net zo goed even wat eten. Terwijl we zitten te wachten, bespreken we wat met Mahfudz. Er moeten nog nieuwe prijslijsten gemaakt worden voor Lombok Dive. Ook moeten er wat dingen geregeld worden voor morgen. Dan komen familie Ritsema en Dewa over uit Bali. We willen dan een eigen boot hebben, zodat we ons eigen programma kunnen maken en niet op andere klanten hoeven te wachten. Ook hebben we een extra auto nodig voor 2 dagen.
De auto wordt door LST geregeld. De chauffeur is ook geen probleem. Budi rijdt met alle plezier. Uiteraard onder voorwaarde dat Anique bij hem in de auto komt. Jaja, ik vind het prima, ik ga wel in de andere auto, zonder Frans Bouwer-muziek.
Als we gegeten en alles geregeld hebben, is het nog vroeg in de middag. We kunnen nog van alles doen, hebben niets gepland. Maar we ‘moeten’ ook nog een paar kinderen bezoeken die via Impian Anak gesponsord worden. Bijvoorbeeld 2 kinderen in Kediri, Hasan en Intan.
En vandaag is Opan vrij, die in Kediri woont. Een ideale dag dus, om daar even langs te gaan. We bellen Opan of het uitkomt dat we over een half uurtje langskomen. Dat is geen probleem.
Als we even later in de auto zitten, bedenken we ineens dat we helemaal niets bij ons hebben voor de kinderen. Maar onderweg komen we nog langs een markt bij Ampenan, daar kunnen we vast wel iets kopen. Inderdaad, het is zo’n typische markt waar alles te krijgen is, van vlees, kruiden, groente en fruit tot kleren en speelgoed. En na een beetje rondvragen vinden we ook een winkeltje met schriften en pennen. We vragen voorzichtig naar de prijzen van de schriften. En yes, het is een nette man en/of een nette markt, en we krijgen prima prijzen. Niet de driedubbele toeristentoeslag zoals ze bij Cakra markt doen. Op zich vinden we het niet erg om meer te betalen dan lokale mensen, maar bij Cakra markt vragen ze meestal meer dan dat we in Nederland zouden betalen, dat gaat ons een beetje te ver.
Omdat we hier zo’n goede prijzen krijgen, kopen we maar direct wat meer spullen. De man snapt er niets van. De schriften zitten per 10 verpakt in plastic, de pennen per 10 in een doosje.
We wijzen vijf verschillende stapels schriften aan. De man wil ze open gaan maken om er schriften uit te halen, maar we willen de 5 stapels helemaal. En nog 2 doosjes pennen erbij. De verkoper wordt er heel blij van, en heel zenuwachtig, want nu moet hij helemaal uit gaan rekenen hoeveel we moeten betalen. Na een tijdje lukt dat, rekenen we af, en dan rijden we snel verder naar Kediri.
Het is te merken dat het zondagmiddag is, en dat er veel jongeren vrij zijn van school.
Op de 2-baans weg ten zuiden van Ampenan is het heel druk. Met jongeren die op de weg en in de middenberm hangen, hun brommertjes meestal kris-kras op de weg geparkeerd. Sommigen zitten op de weg. Of op hun hurken op de stoeprand, met de rug naar het verkeer. Gevaarlijk!
Uiteraard zijn er ook weer wegwerkzaamheden. Niet dat er nu gewerkt wordt, maar er zitten wel al/nog grote gaten in de weg. Daarom zijn er af en toe stukken weg afgesloten (dat wil zeggen dat er een krakkemikkig houten bordje op de rijbaan staat (of plat ligt) waarop Hati-hati ada perbaikan jalan (pas op, de weg wordt verbeterd) staat. Meestal steken er aan alle kanten wat takken met bladeren uit het bord, zodat het nóg meer opvalt (of nog meer gecamoufleerd wordt).
Op zich een goed idee, zo’n waarschuwingsbord. Maar het gevolg is dat veel motorrijders en automobilisten via de middenberm naar de andere rijbanen voor tegemoetkomend verkeer gaan. Slim, maar voor het tegemoetkomende verkeer is dat erg gevaarlijk. Die krijgen ineens, zonder waarschuwing, spookrijders voor hun neus.
Het blijft dus heel erg oppassen hier. Hoe meer banen, hoe onveiliger, lijkt het vaak.
Ook zijn er stukken weg in gebruik genomen voor heuse straatraces met veel toeschouwers. Ja, heel handig zo’n brede wegen.
Zonder brokken komen we aan in Kediri. Opan staat ons netjes op te wachten langs de doorgaande weg. Dit is de eerste keer dat we in Kediri stoppen, meestal rijden we er alleen doorheen.
Het is een redelijk grote plaats. Achter de doorgaande weg liggen hele wijken met allerlei soorten huizen. Wij gaan eerst op bezoek bij Hasan. Opan is een beetje zenuwachtig. Dit zijn de eerste kinderen die door hem zijn geselecteerd en door hem worden begeleid. En dan moet hij ons nu ook nog in zijn dorp rondleiden. Het begint goed, Hasan is niet thuis. Maar zijn vader, moeder en oudere zus zijn er wel. De zus gaat Hasan zoeken, terwijl wij in huis mogen wachten. We zitten met z’n allen in een kale, smalle, vrij hoge ruimte. Meer een gangetje, maar gezien het feit dat er een oude tv staat en aan de andere kant een kookpitje en wat potten en pannen, zal het de keuken/woon/zitkamer zijn.
Er zijn nog 3 deurtjes, daar zullen dan wel de slaapkamers zijn. Als we zitten, komt uit één deur een oude man, dat is de opa van Hasan die ook hier woont. Even later komt Hasan eraan, met zijn (tweeling?)broertje. En in hun kielzog een stuk of 30 nieuwsgierige kinderen.
Hasan en zijn broertje komen erbij zitten, en nog een meisje dat ik al snel herken als Intan, het andere sponsorkindje in Kediri. Opan legt aan de ouders uit wie wij zijn, en vertelt ook nog een keer hoe het project werkt. Daarna lopen we verder. Een stukje verderop woont Opan zelf, samen met zijn 3 broers. Wijselijk vraagt hij ons niet in zijn huis, hij heeft ons al verteld dat hun huishouden niet bepaald netjes is. 4 Jongens, die allemaal niet zo goed zijn in huishouden (maar dat zijn mannen hier zelden), daar worden we dus niet uitgenodigd.

Het huis van Intan is nog iets verder. Ze woont in een groot huis, maar daar wonen verschillende gezinnen. Het huis is van haar opa. Intan en haar moeder, die weduwe is, wonen er, maar volgens mij nog meer ooms/tantes/neefjes/nichtjes. Intan is een hele vrolijke spontane meid. Ze zit in de vierde klas van de basisschool. Haar moeder vindt het geweldig dat we op bezoek komen. Ook bij hun huis worden direct matjes op de vloer gelegd  waarop we moeten gaan zitten. Omdat de ruimte hier iets groter is dan bij Hasan, komt al ons publiek er bij zitten. Zo zitten we gezellig met een stuk of 20  kinderen in de kamer, en buiten staan er nog veel meer voor de deur te dringen. Even later zien we opa ook voorbij schuifelen. Ik neem tenminste aan dat het opa is, hij ziet er heel erg oud en erg breekbaar uit. Maar het is hier heel moeilijk om leeftijden te schatten. (Begin oktober kreeg ik van Opan het droevige bericht dat de opa van Intan is overleden. Volgens Opan was hij ongeveer 80 jaar oud, en niet ziek, maar ‘gewoon’ gestorven van ouderdom.)
Als we ook bij Intan allemaal zijn voorgesteld, alles hebben uitgelegd en wat schriftjes en pennen voor de familie hebben achtergelaten, gaan we verder.
In Kediri hebben we alle sponsorkinderen nu ontmoet. Maar Opan vraagt of we nog tijd hebben om ook naar Lembar te gaan. Daar sponsoren we Apandi. Wij hebben tijd, maar Opan heeft zijn vrije dag, die willen we niet helemaal voor hem gaan volplannen. Maar Opan verzekert ons dat hij graag meegaat, hij had verder toch geen plannen. Dat aanbod nemen we dan graag aan.
We sponsoren Apandi al meer dan een jaar, en hebben hem nog nooit ontmoet.
Opan rijdt met ons mee naar Lembar. Onderweg vraagt Opan of we na Lembar ook nog even naar Batu Tumpeng willen, dan kunnen we daar ook nog wat kinderen bezoeken. Voor de zekerheid belt hij Hamdi even om te vragen of hij kan regelen dat Nopia er dan ook is. Dit wordt een prima Impian Anak-dag! Maar eerst gaan we naar Apandi.
De weg naar Lembar is weer ouderwets druk, vooral met vrachtverkeer. Oppassen geblazen dus, want hier geldt het recht van de sterksten, en dat zijn dus die vrachtwagens. Die jakkeren er flink op los, halen in waar het eigenlijk net niet kan, en zwabberen af en toe, veel te zwaar beladen, over de weg.
Lembar is de havenplaats waar de gewone veerboten vanuit Bali aankomen. Vandaar de vele vrachtauto’s.
Voor we bij kampung Lembar komen, moeten we door een soort controlepost. Even uitleggen dat we niet de boot op gaan, maar gewoon op visite bij iemand in Lembar. Dan mogen we doorrijden.
We parkeren de auto naast een vuilnisbelt. Via een doorgang bij een muurtje komen we in het dorp.
Tegen een helling aan met alleen een muur tussen het huis en de vuilnisbelt, ligt het huis van Apandi.
Hij woont er met zijn moeder en 2 broers. 2 zussen zijn al getrouwd en wonen niet meer thuis. Apandi’s vader is overleden. Een paar huisjes verderop woont een oom van Apandi. Die is chauffeur en rijdt met toeristen die van de boot af komen van Lembar naar Senggigi. Zodoende komt hij vaak in het kantoor van Lombok Dive. De oom heeft zoveel mogelijk de zorg voor Apandi, zijn broers en moeder op zich genomen. Maar sinds Apandi naar de middelbare school gaat, wordt dat moeilijk. Vandaar dat ze heel blij zijn met de sponsoring via Impian Anak.
Ook hier is ‘ons’ kind gevlogen als we aankomen. Op de vrije middag is Apandi met vrienden voetballen. Maar hij wordt snel gehaald. In de tussentijd worden we door moeder ontvangen en voorzien van dampende glazen thee. Apandi heeft voor het nieuwe schooljaar een fiets gekregen van Impian Anak. Zo kan hij zelf naar school fietsen en heeft hij niet elke dag geld nodig voor openbaar vervoer. Maar we horen dat er een probleem is met de fiets. Om geld te besparen heeft Opan een 2e hands fiets voor Apandi gekocht. Peter en Tom gaan even naar de fiets kijken, die veilig in de slaapkamer staat opgeborgen. Het blijkt dat de fiets niet meer helemaal in originele staat is, en dat de versnelling het probleem is. De fiets heeft 3 versnellingen, de handel om te bedienen is voor een fiets met 5 versnellingen (of zoiets). Nu loopt de ketting steeds eraf. Het enige wat we nu kunnen doen is wat geld geven om de fiets te laten repareren. We hopen dat ze dat ook echt laten doen, want als Apandi kan fietsen besparen ze elke dag geld.
En Apandi fietst heel graag, vertelt hij ons even later. Hij is een sportieve jongen, in de kamer staat een grote sportbeker die hij heeft gewonnen (volgens mij met een atletiekwedstrijd).

Doordat we naar de fiets moesten kijken, hebben we de kans om even in het huisje rond te kijken.
Dat is weer even slikken als je het ziet, de manier waarop de mensen hier wonen blijft schrijnend.
Een woon/zit/slaapkamertje, waar we aan de thee zitten, een keukentje waar ook een bed staat, en nog een kamertje waar de fiets en een bed staat. En buiten is er een hoekje waar wat potten en pannen, emmers enzo staan. De muur aan de voorkant is van steen, de rest van de muren en de binnenmuren zijn van gevlochten riet en plastic zeil. Ramen zitten er niet in, alleen bij het keukentje zit een raam met in plaats van glas een soort kippengaas erin. In het keukentje staat wat serviesgoed en kookgerei. Op de bedden liggen rieten matjes, wat dekens en kleren. In de woon/zit/slaapkamer staan een paar gammele (boeken)kastjes waar wat kleren en schoolboeken in liggen. Dat is alles.
En daar wonen 5 mensen in. Ik heb even mijn twijfels gehad over Apandi bij Impian Anak, omdat Lembar niet echt handig ligt voor Mohni, Hamdi, Opan en Santi om te bezoeken. Maar nu we hier zijn, en we de situatie zien, ben ik heel blij dat we Apandi en zijn moeder kunnen helpen.
En als er niemand van Impian Anak in Lembar komt, kunnen ze zijn maandelijkse bijdrage meegeven aan de oom van Apandi, die vaak in Senggigi komt. Maar ik geloof dat Opan hier ook al een beetje kind aan huis is.
Het is fijn om te zien dat Opan heel blij is om mee te helpen. Hij is erg verlegen, maar neemt zijn taak heel serieus en hij is iemand die goed nadenkt voor hij iets doet. (al denkt hij soms iets te lang, zoals over het opnieuw oppakken van zijn eigen studie; wel-niet-wel-niet)
Natuurlijk is het Impian Anak gebeuren ook wel iets wat hun een beetje status geeft, via Mohni-Opan-Hamdi-Santi worden er kinderen geholpen. Dus kijken hun dorpsgenoten toch anders tegen hen aan. Dat heeft soms ook nadelen, omdat iedereen denkt daarvan mee te kunnen profiteren.
In het begin klaagde Mohni wel eens dat ineens allerlei mensen bij hem aan de deur stonden met verhalen over zielige kinderen die hulp nodig hebben. Die kunnen niet allemaal door Impian Anak geholpen worden. Dat vond Mohni moeilijk, zeker als het bekenden/buren/familie waren. Ook verwachten mensen dat ‘team Lombok’ zelf heel rijk wordt van Impian Anak. Dat is niet het geval. Hun eigen schoolgaande kinderen komen in het project, maar daar heeft tot nu toe alleen Mohni voordeel van. En nu kan Opan zelf hulp krijgen voor zijn opleiding. Verder doet iedereen alles geheel vrijwillig, zonder salaris, vergoeding of wat dan ook.
Ik heb gezegd dat ze, als er mensen blijven zeuren om hulp, zelf moeten beslissen of die mensen echt hulp nodig hebben. Maar dat ze wel tegen de mensen mogen zeggen dat wij in Nederland daarover beslissen. Dit om team Lombok een beetje ‘uit de wind’ te houden. Mohni heeft hier in het verleden al dankbaar gebruik van gemaakt. Als hij zegt dat ibu Marianne dari Belanda beslist of iemand wel of niet in het project komt, vallen ze hem niet meer lastig.
Wij vertrouwen helemaal op team Lombok wat de selectie betreft. Tot nu toe hebben ze ons nooit teleurgesteld. Alle kinderen die we tot nu toe hebben bezocht, kunnen de hulp heel goed gebruiken.
Ook houden ze rekening met spreiding van de hulp. Toen we een tijd geleden 2 kinderen zochten van de eerste klas basisschool, vertelde Opan over het gezin van Hasan. Dat had de hulp heel hard nodig. Ik stelde voor om dan Hasan’s broertje (die ook in de eerste klas zit) ook in het project op te nemen.
Maar dat vond Opan geen goed idee, dan gaf hij liever een ander gezin ook een kans. Dit gezin zou ook al geholpen zijn met de sponsoring van 1 van hun kinderen. Dat vond ik zo’n mooie gedachte…
Nadat we nog een mooie foto hebben gemaakt van Apandi en zijn moeder, nemen we afscheid.

Op naar Batu Tumpeng. Via een mooie route rijden we daar naar toe.
Het is verschrikkelijk druk op de smalle weggetjes. En dat is niet gek, het is 6 uur, bijna buka puasa.
Tja, weer een mooie tijd om ergens aan te komen, maar dat hadden we van tevoren niet zo gepland.
Anderen misschien wel, want als we even later het schoolterrein op rijden, zien we een paar vrouwen met bordjes en pannetjes lopen. Het telefoontje van Opan is blijkbaar aanleiding geweest om mede voor ons een buka puasa etentje te organiseren. En dat in nog geen half uur tijd!
Een paar leden van het schoolbestuur staan ons weer op te wachten en uiteraard ook Hamdi en Pak Haji. En heel veel kindjes, groot en klein.
Maar we hebben nog even voor we mogen eten, dus kijken we eerst onze ogen uit bij de school. Daar hebben ze flink gewerkt. Hamdi vertelt dat heel veel mensen uit het dorp vandaag hebben geholpen met bouwen. Van de zakken cement en het zand hebben ze weer een deel van het vierde klaslokaal afgewerkt. Van de rest zijn ze nu de fundering aan het leggen voor een volgend klaslokaal. Want met het groeiende aantal leerlingen zullen er toch meer lokalen bij moeten komen.
De meeste werkers stoppen net, een groep meisjes is nog bezig met het vegen van de stoep voor het schooltje. Het is geweldig om te zien hoe iedereen in het dorp meewerkt aan de school, en ook mooi om te zien dat er met relatief weinig geld hier zoveel bereikt kan worden.
Als we het vierde lokaal van binnen bekeken hebben, en weer buiten komen, staat er een jongen heel verlegen op ons te wachten. Ik ken zijn gezicht, maar het dringt nog niet tot me door wie hij is.

Als Hamdi zijn naam noemt,  Mustiadi, weet ik het nog niet. Even later schiet het me te binnen, het is Pendi. Tenminste, zo noemde Mohni hem. Hij wordt door Agnes en Peter gesponsord via Impian Anak. Vorig jaar hebben we hem thuis bezocht, toen vond ik het nog een klein jongetje. Nu lijkt hij een stuk ouder, maar ja, dat heb je met kinderen. Een jaar geleden dachten we dat hij Yatim heette.
Mohni schreef dat ze een kind hadden geselecteerd, een yatim. Bij ons ging hij dus als Yatim de boeken in. Tot ik een keer, bij toeval, in het woordenboek zag dat yatim weeskind betekent. En Yatim was inderdaad een weeskind. Navraag bij Mohni maakte ons duidelijk dat zijn naam inderdaad niet Yatim was, maar Pendi. En nu noemt iedereen hem Mustiadi…
Och, maakt ook niet uit, het is in elk geval dezelfde jongen, nog steeds een beetje verlegen.
Als er nog een meisje bij komt staan, moet ik weer even diep nadenken. Is dat Muliani, het kindje wat door familie Zondervan wordt gesponsord? Inderdaad, alleen lijkt het kleine meisje van een jaar geleden nu meer op een tiener. Ik geloof pas echt dat zij het is, als ik haar moeder (of tante) zie, die we vorig jaar ook hebben ontmoet. Het valt niet mee om Yatim en Muliani op de foto te krijgen. Maar samen lukt het wel. Daarna nog een foto met de moeders/tantes erbij.
Dan verdwijnt iedereen snel naar huis, de zon is bijna onder.
Wij mogen naar de Taman Kanak, de nieuwe kleuterschool. Niet echt een school of lokaal, maar een royale beruga. Daar staat heel veel eten op ons te wachten.
Aangezien pak Haji erbij is, verwachten we een soort ceremonietje of iets voordat iedereen mag gaan eten, of op zijn minst een gebed. Maar nee hoor, als de moskee het sein geeft, valt iedereen aan. Voor ik selamat buka puasa of selamat makan heb gezegd, zijn de monden al te vol om iets terug te kunnen zeggen. Maakt niet uit, ze hadden vast heel veel honger. Wij eigenlijk ook wel weer.
De beruga staat vol met allerlei schaaltjes met gevarieerd aanbod. We krijgen allemaal een glas drinken uit een grote emmer. Het ziet eruit als melk met groengeel afwasmiddel. Het smaakt erg zoet en chemisch misschien is het wel afwasmiddel. Dan krijgen we schaaltjes met een typisch streekgerecht, hebben we gisteren bij Mohni thuis ook gehad, banaan, zoete aardappel en gelatine-achtige balletjes in een soort pap-sap. Maar gisteren kregen we een lepel erbij, net zagen we ook lepels erin staan, nu zijn die verdwenen. En er is ook geen ander bestek. Dat wordt dus met de handen eten. Hoe we dat papje dan weg moeten krijgen weet ik niet. We wachten gewoon af wat de rest ermee doet, maar die weten het blijkbaar ook niet, niemand begint eraan.
Dan maar gewoon rijst, groente en vlees eten. Er wordt al gewaarschuwd dat we niet teveel sambal erbij moeten scheppen. Want de sambal is erg pittig. We hadden niet anders verwacht.

Maar zonder sambal is het ook al meer dan pittig genoeg. Ik schep wat rijst op, en een beetje kangkung, een soort waterspinazie. De sambal die erbovenop ligt, probeer ik zoveel mogelijk te vermijden. Maar zelfs zonder zichtbare sambal springen de tranen bijna in mijn ogen. Dat wordt veel drinken! Peter denkt een lekker stukje kip te pakken. Op een bordje liggen 4 mooie stukjes. Tot hij ziet wat het zijn; gefrituurde kippenkoppen. Lekker, met kam, snavel, helemaal compleet.
Wij lachen, wat je pakt moet je ook opeten… Maar dat gaat hem te ver, en onopvallend zet hij het schaaltje weer terug. Terwijl ik zit te stunten om de draderige spinazie een beetje netjes weg te werken met één hand, is de rest al ongeveer klaar met eten. Tjonge, die eten snel. De eerste sigaretjes worden al opgestoken. De fruitige schaaltjes blijven allemaal staan, blijkbaar mist iedereen de lepels. Rustig natafelen is er niet bij, het dorp maakt zich op voor een gebedsceremonie op het schoolterrein. Er komen al van alle kanten grote en kleine kinderen aan, in gebedstenue. Het schoolplein wordt nog even ontdaan van stenen, brokken en betonijzers. Dan worden er weer grote matten uitgespreid. We mogen wel blijven kijken/luisteren. We zitten te twijfelen. Het is al laat, we zijn al de hele middag onderweg. En waarschijnlijk duurt de ceremonie ongeveer een uur. Dat is best wel lang als je er niets van begrijpt (vinden wij tenminste). En halverwege weggaan is ook niet zo netjes, zeker omdat we dan met de auto langs iedereen heen moeten manoeuvreren.
Dus besluiten we maar voor de ceremonie te vertrekken. Ik weet het niet zeker, maar ik heb het idee dat Opan heel opgelucht kijkt als we dat vertellen. Dan kan hij ook meegaan, en genieten van zijn vrije avond. Voor we gaan, willen we wel nog even kennis maken met Nopia, een meisje wat sinds dit schooljaar bij de Impian Anak kinderen hoort. Ze zit nu in de eerste klas van de middelbare school.
Het is lastig om haar te vinden, denken we, alle meisjes dragen een roze grote hoofddoek en roze gebedsgewaad. Vind daar maar eens het goede gezicht tussen. Maar daar hebben ze geen moeite mee, binnen een paar tellen zit Nopia bij ons op de beruga. Heel verlegen, met haar vriendinnetjes die op een afstandje staan te giebelen. We maken een foto, en laten haar maar weer snel vertrekken. Dan kunnen wij ook weg, voor de auto helemaal geblokkeerd wordt.
Als we weer heel veel handjes hebben gegeven/gekregen en de dames bedankt hebben voor de heerlijke maaltijd, nemen we afscheid. We rijden terug via Kediri, waar we Opan afzetten.
Daarna terug naar Senggigi. We twijfelen nog even of we bij Berry wat zullen drinken, maar het gezelschap daar ziet er niet echt leuk en niet echt nuchter uit. Dat slaan we maar over. Snel wat drinken pakken bij de supermarkt en bij Bumi opdrinken. Daarna op tijd naar bed. Het was een lange drukke dag, en morgen zal niet veel rustiger worden.

 
Maandag 30 augustus

Het wordt een heel drukke dag vandaag. En voor ons ook een spannende dag; we krijgen visite!
Dewa, onze goede vriend uit Bali komt ons opzoeken. En hij brengt René, Elsbeth, Janna, Meike en Feiko mee. Zij sponsoren 3 kinderen in Batu Tumpeng en hebben ook nog een bijdrage gedaan voor de bouw van de school daar. Ze zijn nu een weekje in Bali, en wilden ons/Impian Anak ook graag bezoeken.
En aangezien Dewa hun een beetje rondleidt op Bali, en wij Dewa uiteraard ook graag weer willen zien, komt Dewa mee. Ze zullen rond half 11 met de GiliCat, een hele snelle boot, aankomen op Gili Trawangan.
Omdat ze morgen in de namiddag al weer teruggaan naar Bali, en ze toch graag wat van Lombok willen zien, hebben we een stevig programma in elkaar geknutseld.
Maar voor ze aankomen, willen we zelf ook nog wat doen…

Dus op tijd eruit, ontbijten, nog even bij Made navragen of Dewa’s kamer straks in orde is, en of hij nog aan het avondeten heeft gedacht. Dan snel naar Lombok Dive. We hadden voor vandaag een aparte boot gereserveerd, zodat we niet afhankelijk zijn van andere klanten.
Dat is prima geregeld, en we waren dolblij te horen dat we de eigen Lombok Dive boot krijgen, met als kapitein Wak Di en als divemaster Pak Umpuk. Tja, dan kan onze dag sowieso al niet meer stuk.
Onze gasten willen vanmiddag ook graag duiken/snorkelen. Maar voor ze aankomen willen Peter, Tom en Anique ook een duikje doen. Zoals gewoonlijk zijn Wak Di en Pak Umpuk al vroeg op kantoor, we hoeven op niemand te wachten, dus rond half 8 zitten we in de auto op weg naar Teluk Nare.
We hebben alle benodigde uitrustingen/maten en alles op een papiertje staan. In de haven ligt al bijna alles klaar. De rest hebben we zo bij elkaar gezocht. Oji en Emi helpen mee alles aan boord te leggen, en voor de rest van de klanten is gearriveerd, zitten we al op de boot. En die is leeg….tenminste, in vergelijking met andere dagen. Wat een ruimte, wat een luxe, met zijn zessen varen. We hoeven voorlopig ook niemand op te halen, dus niet eerst naar de eilanden, nee, direct naar de duikstek. Voor 9 uur plonsen Pak Umpuk, Peter, Tom en Anique al in het water. Wak Di en ik blijven achter op de boot.
Het is heerlijk op het water. Nog redelijk koel, geen andere boten te bekennen, motor uit, en genieten van de rust. Een mooie gelegenheid voor een goed gesprek.
Het gesprek komt al snel op Tom. Die wil volgend jaar, na zijn eindexamen, 2 maanden naar Lombok.
Natuurlijk vindt iedereen bij Lombok Dive dat geweldig. Maar Wak Di zegt dat hij er een beetje moeite mee heeft. Hij vindt het zo zielig voor Tom dat hij dan helemaal alleen in Lombok is. ‘Alleen in Lombok’, dat lijkt mij vrij onmogelijk, met zoveel belangstellende mensen hier. Maar Wak Di bedoelt ‘alleen, zonder zijn familie…zonder vader, moeder, zusje’. Tja, leg zo’n trouwe vader eens uit dat ik verwacht dat Tom Peter en mij niet echt zal missen. Zeker niet als hij in Lombok is, en gegarandeerd omringd wordt door heel veel goede belangstellende bezorgde mensen, zoals Wak Di en Pak Umpuk.
Maar Wak Di geeft niet op, hij blijft erbij dat hij bang is dat Tom erg heimwee krijgt.
Het zou veel beter zijn als de rest van het gezin meekomt.
Ja, dat zouden we wel willen, maar Anique moet naar school, Peter moet werken.
Maar dan kan ibu (ikke dus) toch wel met Tom meekomen? Haha, dat zou ik zeker willen, maar ja, dan krijgt Anique misschien wel heimwee naar mij.
Dat overtuigt Wak Di niet, Anique is dan bij Peter, Tom bij mij, dat is veel beter.
Ook mijn argument dat ik voor Peter en Anique moet koken helpt niet. Die halen dan toch gewoon bungkusan (afhaaleten) elke dag. Het klinkt als een humoristisch gesprek, maar ik zie hem piekeren, bang dat Tom hier volgend jaar heel zielig en ongelukkig gaat worden. Ik verzeker hem dat dat wel mee zal vallen, en dat wij de laatste maand ook gewoon in Lombok zullen zijn. Maar waarschijnlijk vindt Wak Di me toch een beetje een ontaarde moeder, laat haar kind zomaar alleen naar de andere kant van de wereld gaan…
Dan komt de volgende kwestie aan de orde. Of we nu niet een beetje langer kunnen blijven.
Het is al maandag, zaterdag vertrekken we al weer naar Nederland, en dan hebben we nog niet Idul Fitri (Suikerfeest) meegemaakt op Lombok. Kunnen we niet een paar dagen langer blijven, tot na Idul Fitri? Helaas, ik moet Wak Di weer teleurstellen, de vluchten zijn geboekt, die zet je niet zo even om, en we komen zondag thuis, maandag moeten de kids weer naar school. Dat gaat dus ook niet lukken, hoe graag we ook zouden willen.
Inmiddels zijn er nog twee duikschoolboten aangekomen. Ze hebben hun klanten gedropt en dobberen op een redelijke afstand.
Wak Di ziet ineens een sein (Wak Di ziet altijd alles, de kleinste tekens, seinen, luchtbelletjes, springende visjes, bovenkomende duikers van alle scholen). Nu maakt op een andere boot de kapitein een gebaar wat ‘Manta in de buurt’ betekent. Dus gaat de motor aan en tuffen we die kant op. Het schijnt heel bijzonder te zijn, want op de beide andere boten staat de hele bemanning gespannen in het water te turen.  Maar de manta is weer, letterlijk en figuurlijk, ondergedoken.  Volgens de deskundigen moet hij zo weer boven komen. Maar ik denk dat hij verdronken is, hij komt niet. Nog niet tenminste, hij wacht tot we weer op veilige afstand zijn. Dan roepen de anderen weer. Wij weer terug, weer is de manta verdwenen als we aankomen. Dan geven we het op.
We gaan gewoon terug naar ‘ons’ plekje en wachten tot de duikers weer bovenkomen.
Ze maken er een lange duik van, lekker rustig met z’n vieren. Als ze na een uur bovenkomen zijn ze razend enthousiast. Het was een prachtige duik.
Iedereen is snel aan boord, de spullen zijn snel opgeruimd. Wat een rust zo, zonder andere klanten.

Dit moet Mohni toch ook aan gaan bieden aan klanten, zeker als hij over een tijdje weer twee boten heeft. Ik kan me voorstellen dat er best mensen zijn die hier extra voor willen betalen. Geen gezeur van andere klanten, nooit wachten op andere klanten.
Lekker je eigen planning maken. Zeker als je zelf al met een paar duikers bent is het de moeite waard om een privé-boot te huren.
Even voor half 11 leggen we aan in Trawangan. Wij wandelen rustig naar de aanlegplaats van de GiliCat.
Die is een beetje later dan gepland, Lombok tijd zullen we maar zeggen. Als de boot aankomt, is het een apart weerzien.
Dewa uit Bali en vrienden uit Nederland, samen op Lombok. Al kletsend lopen we naar een restaurantje. Wij hebben ontbeten, de rest nog niet echt. Op de eerste plek waar we gaan zitten zijn ze niet zo snel. Na 10 minuten hebben we nog niemand gezien. Misschien zijn ze nog niet open? Dus zoeken we een ander plekje op. Daar gaat het sneller. Als iedereen wat heeft besteld, mogen we toch weer even wachten tot alle hapjes en drankjes zijn gemaakt en geserveerd. Maar dat maakt niet uit, we hebben genoeg bij te praten. 
Na het eten lopen we terug naar de boot. Ik haal nog snel een paar lunchpakketjes bij Kiki Novi voor ons gezinnetje, voor straks op de boot. De rest heeft net een royale brunch gehad en hoeft niet.
Op het strand aangekomen, zien we dat de boot gezelschap heeft gekregen. De andere (gehuurde) boot van Lombok Dive is ook net aangekomen, en ze liggen gezellig naast elkaar in de haven.
Eli moet de wacht houden op de andere boot. Vervelend, nu kan hij niet gaan eten…in de ramadan!
Smachtend kijkt hij naar de lunchpakketjes. Och, zoveel honger heb ik nou ook weer niet. Omaatje bij Kiki Novi heeft de zakjes weer heel royaal volgeschept. Ik sta mijn portie af aan Eli, en kan bij Anique straks wel een hapje meepikken.
Dan herinneren we ons ineens dat er vanochtend geen afwasmiddel aan boord was, dat ligt normaal gesproken in de doos met duikbrillen, die staat nu op de andere boot. Niet dat we zo nodig willen afwassen aan boord, maar voor de duikbrillen is een beetje afwasmiddel wel handig, dan beslaat de bril niet onder water. Ik vraag waar zoiets te krijgen is; ‘bij één van de winkeltjes hier in de straat’. Dat moet lukken. Bij de eerste supermarktachtige winkel loop ik naar binnen. Tja, leg dat eens uit, afwasmiddel in het Indonesisch. Maar dit is Trawangan, duikersparadijs, dus als ik zeg ‘zeep voor masker’ snappen ze helemaal wat ik nodig heb. Alleen verkopen ze het niet. Dan moet ik 20 meter terug lopen, naar een andere supermarkt. Daar hebben ze inderdaad afwasmiddel. In zakjes. Niet handig aan boord, maar we hebben genoeg waterflessen, we vullen wel een lege met een sopje. Alleen opletten dat na de duik niemand een slok neemt uit het sopflesje…dat schijnt nogal eens voor te komen in de duikwereld.
Snel loop ik terug naar de boot. Die ligt al klaar voor vertrek.

Iedereen heeft er zin in. Een paar gaan duiken, een paar snorkelen, en ik blijf gezellig met Wak Di aan boord. We hebben nog een bemanningslid erbij gekregen voor de middag. Een vriend van Eli, die wel vaker meehelpt, komt mee om de snorkelaars te begeleiden en in de gaten te houden.
Met snorkelaar Dewa komt het wel goed. Hij houdt wijselijk zijn zwemvest aan, en is daar razend enthousiast over. Hij is geen waterrat, maar wil wel alles uitproberen. En snorkelen met een zwemvest aan is veel gemakkelijker constateert hij.
Als na een tijdje iedereen weer aan boord is, varen we naar Gili Meno. We hebben nog een half uurtje tijd om gezellig wat te drinken. Dat lukt prima bij Good Heart Bungalows, waar we vorig jaar een nacht geslapen hebben. Na een heerlijk koel drankje op de ‘hangberuga’s’  varen we weer naar Lombok.

Als we daar even voor 4 uur aankomen staat Budi ons al op te wachten met een extra auto. Uiteraard wachtend op leuke Nederlandse meisjes, die bij hem in de auto mogen komen zitten.
Dat kan, maar dan krijgt hij Dewa er ook bij! Met twee auto’s rijden we terug naar Senggigi.
Uiteraard stoppen we onderweg een paar keer voor de mooie uitzicht-foto’s. Als je de eerste keer in Lombok bent hoort dat erbij. Evenals de kokosnoten die je op de stopplaatsen worden aangeboden.

In Senggigi stoppen we bij Graha, waar René, Elsbeth en de kinderen logeren. Dan rijden we met Dewa door naar Lombok Dive. Als we daar uit de auto stappen, worden we overladen door cadeaus.
Awal, die normaalgesproken een eettentje aan het strand heeft, maar nu in verband met de ramadan in de avonduren aan de grote weg staat, komt een groot bord vol pisang goreng brengen. Hij had wat zand nodig, bij Lombok Dive lag nog een berg overgebleven bouwzand. Dat mocht hij van ons gratis en voor niets ophalen (anders zou het er over een jaar vast nog liggen). Als dank krijgen we nu allemaal wat lekkers.
Als Awal weg is, komt Kim eraan. Met een groot pak, ingepakt in krantenpapier, met een strikje eromheen. Dat is voor ons. Slik, waar is dat goed voor? Kim legt het uit; vorig jaar op de laatste dag van onze vakantie, heeft hij mij een cadeau beloofd. Dat klopt, hij vroeg me toen of ik onze namen op wilde schrijven, voor een cadeau. Ik vermoedde toen dat hij een boekenlegger of sleutelhanger met onze namen zou laten maken. Aangezien we gisteren bij Kim thuis waren geweest en er niets meer over hadden gehoord, dacht ik dat Kim dat vergeten zou zijn.
Blijkbaar was hij het niet vergeten. Maar in dit pak moet toch wel meer zitten dan een paar sleutelhangers of boekenleggers. Ik sta een beetje twijfelend met het pak in de handen. Het is hier niet gebruikelijk om een cadeau uit te pakken waar de gever bij staat. Stel je voor dat je het cadeau niet zo leuk vindt, en dat dat aan je gezicht is te zien. Dat zou een belediging/teleurstelling zijn voor degene die je het cadeau geeft. Vandaar dat alle ingepakte cadeautjes ingepakt blijven tot de gever weg is (of in een ander kamertje worden uitgepakt) en cadeautjes die niet zijn ingepakt worden snel, zonder te kijken, weggelegd. Maar ik ben wel erg nieuwsgierig wat erin zit. En Kim staat heel zenuwachtig te kijken. Dus vraag ik maar gewoon of ik het nu zal uitpakken, of straks in het hotel. Nu, zegt Kim.
Als ik het pak open maak komt er een mooi houtsnijwerk uit. Een donker houten naambord(je), de rand heel mooi versierd met uitgesneden bloemen. Onze namen staan in reliëf erop, en zijn ook nog eens met goudkleurige verf geaccentueerd. Ik word er stil van, wat mooi, wat lief!
Ik zie Dewa van een afstandje staan kijken, die snapt er helemaal niets van, denkt vast dat we hier elke dag van iedereen heel veel cadeaus krijgen. We bedanken Kim uitbundig, en verontschuldigen ons dan. We moeten snel verder, hebben afgesproken dat we over een klein uurtje voor het avondeten nog een rondleiding door Senggigi gaan geven. Dus spurten we weer naar Bumi Aditya, waar Made ons al staat op te wachten. Hij brengt Dewa naar zijn kamer, terwijl wij alvast gaan opfrissen. Klokslag 6 uur staan we weer bij Graha. En het zat erin, de eerste regendruppels vallen alweer. Daar blijft het niet bij, binnen een paar tellen vallen er heel veel meer. We besluiten om de rondleiding door Senggigi maar te schrappen. Zo ontzettend veel is er ook niet te zien. In plaats daarvan gaan we wat drinken bij Berry’s Cafe.
Berry kijkt heel blij als hij zo’n grote groep rond etenstijd aan ziet komen. Helaas voor hem, we drinken alleen wat. Wel krijgen we er nog wat extra gasten bij; Mohni komt met Sofie en de kinderen ook even erbij zitten. Na het drankje lopen we met zijn allen naar Loco. Made heeft alles al klaar staan voor het diner. Het wordt een echt buffet vanavond. Een complete rijsttafel!


Alles ziet er geweldig uit. Veel verschillende gerechten. Tafel mooi gedekt, bloemetjes erop.
De kinderen van Made zorgen weer voor de bediening. Het meisje ziet er weer prachtig uit met sarong en kebaja. En Made’s vrouw heeft zichzelf weer overtroffen in de keuken.
2 Soorten heerlijke pittige sate, gado gado, babi pangang en nog veel meer lekkere gerechten. Op de achtergrond echte Balinese gamelanmuziek. En later ook nog echte Lombokse moskeemuziek.
Het is erg gezellig, dit is een prima plek om met een groep gezellig en rustig te eten. 
Na de hoofdgerechten krijgen we nog een hele lading fruit. De standaard banaantjes, appel, meloen, ananas, druiven, maar ook de apartere dingen; jackfruit, salak, jambu air. Daarna nog voor iedereen een kopje koffie of thee. De avond vliegt veel te snel voorbij. En iedereen is best wel moe.
We lopen even mee terug naar Graha. Als we onze gasten daar hebben afgezet, gaan we nog een half uurtje rustig met Dewa bijkletsen bij Berry’s. Zo vaak zien we hem ook niet, en Dewa heeft altijd heel veel te vertellen. Als we tegen middernacht bij Bumi zijn, komt Dewa ons nog even snel ‘lastig vallen’. Hij heeft een cadeautje voor iedereen meegebracht. Voor Tom en Anique een mooi boeddha-theelicht/lampje.
Voor Peter een houtsnijwerk-dolfijn, voor mij een mooie aardewerken schaal met rieten vlechtwerk aan de rand. Echt Lomboks handwerk, lijkt het, maar volgens Dewa is het typisch Balinees. Maakt ook niet uit, ik vind vooral het heel erg mooi.
Ook wij hebben iets voor Dewa, een ‘echt’ Delfts blauw molentje, en bijpassende plakkertjes voor op de koelkast, of op ramen. Ik zou er zelf niet heel gelukkig van worden, maar Dewa, die gek is op alles wat Nederlands is, vindt het geweldig. Jammer dat een paar echte houten klompen zo groot zijn om mee te nemen, anders zou hij dat ook nog leuk vinden… 
Dan heeft Dewa nog iets. Hij krijgt heel veel Nederlandse klanten via de website die Tom voor hem heeft gemaakt. De hosting van de website wordt door Orbis gesponsord, maar hij wil er graag iets voor terugdoen. We zeggen al dat we dat helemaal niet willen, we helpen hem graag. Maar hij staat erop, en heeft erover nagedacht, hij wil iets voor Impian Anak doen. Dat kunnen we niet weigeren.
Hij heeft het over een percentage van zijn omzet die hij aan Impian Anak wil afstaan. Dat gaat ons iets te ver. Dan komt hij met het idee om een kind te gaan sponsoren. Hij is gek op kinderen, en denkt dat de kinderen op Lombok een beetje extra hulp heel goed kunnen gebruiken. We zien aan zijn gezicht dat hij het van harte meent. Dan gaan we zo snel mogelijk een kind voor hem zoeken!
Als Dewa even later naar zijn eigen kamer is, bedenken we ineens dat we nog 1 meisje op de ‘wachtlijst’ hebben staan. Een meisje uit Ampenan. Het zou fantastisch zijn als hij haar morgen zou kunnen ontmoeten. Maar we beloven nog maar niks, eerst kijken of Dewa er morgen nog iets over zegt, en of we het gaan redden om haar ook nog te bezoeken.

 
Dinsdag 31 augustus

Vanochtend zitten we gezellig met 5 aan het ontbijt. Made, die oorspronkelijk uit Bali komt, kan even bijkletsen met Dewa. Maar we maken het niet te lang, we hebben een druk programma. Onze gasten hebben aangegeven dat ze graag veel van Lombok willen zien, voor zover mogelijk in de korte tijd dat ze hier zijn. Maar in elk geval willen ze naar Batu Tumpeng, waar Meike, Janna en Feiko alle drie een kindje sponsoren, en waar ze een flinke bijdrage hebben gedaan aan het schoolgebouw.
Dus staat dat vandaag als eerste op de agenda. Verder zien we wel wat we nog kunnen doen.
Bij LombokDive horen we dat WakDi en Pak Umpuk vandaag vrij hebben genomen, en ze hebben gisteren aan ons al door laten schemeren dat we vandaag van harte welkom zijn met onze gasten. We begrepen toen niet hoe, aangezien die voor de avond al weer op de Gilicat naar Bali moeten zitten. Nu valt het kwartje, ze hebben allebei een dag vrij genomen om ons te ontvangen. Tja, dan kunnen we niet anders dan onze uiterste best doen daar in de loop van de ochtend ook nog even langs te gaan.
Des te meer reden om snel te vertrekken. Onze chauffeur Budi staat klaar, Rene, Elsbeth en de kids hebben er zin in. Even later zijn we met 2 auto’s op weg naar Batu Tumpeng.
Als we daar aankomen, staat het ontvangstcomité ons al op te wachten. We hadden van tevoren al laten weten dat we vandaag langs zouden komen. We beginnen met een fotorondje, Feiko, Janna en Meike gaan allemaal met hun eigen kindje op de foto. Een mooi gezicht, zeker de kleintjes die een beetje bang, verlegen, maar ook heel bewonderend naar de ‘grote witte kinderen’ kijken.

De kindjes zijn allemaal helemaal gelukkig als ze een zakje met schriftjes, pennen en stickertjes krijgen. Dan is het tijd voor de schoolrondleiding. Te beginnen bij de Taman Kanak Kanak, de kleuterschool.
Ook hier weer de standaard ontvangst. De twee vlotste meisjes zingen een mooi liedje.
Ik heb een paar zakken ballonnetjes in mijn tas zitten.  Als de kinderen dat zien, gaan ze helemaal uit hun dak. We blazen tot we er bijna bij neervallen en tot we alle kinderen hebben voorzien van een vrolijk gekleurd ballonnetje. Zelf hebben we deze school de afgelopen weken verschillende keren bezocht, kennen we de gang van zaken in Lombok al redelijk. Maar onze gasten moeten er nog even aan wennen, zijn duidelijk erg onder de indruk. Het is ook een aparte belevenis, niet iets wat je je in Nederland voor kunt stellen. Een kleuterschool die bestaat uit een afdak met een verhoogd vloertje, ongeveer 3 meter breed, 7 meter lang. Aan één kant een schoolbord.  Verder is er niets dat aan een school doet denken. Geen tafeltjes, geen speelgoed, geen boeken, geen lesmaterialen. Alleen een paar juffen en een stuk of 20 kleutertjes. Alle kinderen hebben een schriftje en een pen voor zich liggen. Ze zitten op de vloer.
Aan de draagbalken van de dakconstructie hangen hun rugzakjes, waarin straks het schriftje weer mee naar huis gaat. De juffen grijpen de gelegenheid aan, en zetten kinderen met verschillende kleuren ballonnen in een rijtje. Dan gaan ze een kleurenliedje zingen. Ja, als je weinig leermaterialen hebt, moet je vindingrijk zijn. De kinderen leren hier basisdingen; kleuren, dagen van de week, maanden, tellen, een beetje schrijven. Na het liedje komen alle kinderen ons bedanken voor de ballonnen en afscheid van ons nemen. Altijd een ontroerend moment. En soms ook een beetje vervelend, vooral voor sommige kinderen . Veel kinderen zijn extreem bang/verlegen, maar de juffen vinden eigenlijk wel dat ze ons een handje moeten geven. Zielig!
Maar een paar kleutertjes krijgen vandaag vrijstelling van de afscheidsrituelen, 9 blanke mensen in een rij is te erg, dat zien zelfs de juffen in…

Dan gaan we naar de basisschool. In lokaal 1 zitten alle kinderen bij elkaar. Omdat de school pas 2 jaar geleden begonnen is, zitten er alleen kinderen uit klas 1 en 2. Ze zitten op de grond, wegens gebrek aan tafels/stoelen. Maar ze zitten niet lang. Uiteraard hebben ze buiten het tumult gehoord toen we de ballonnen uitdeelden in de kleuterschool. En we hebben nog steeds heel veel ballonnen over. Als de zakjes tevoorschijn komen, worden we bestormd door de kinderen. Ik ben slim en geef één zakje aan Hamdi, één aan Dewa. Laat die de kinderen maar voorzien. Intussen blaas ik ballonnen op van kinderen die het zelf niet kunnen. Het lijkt wel een gekkenhuis. De kinderen joelen en schreeuwen door elkaar, en proberen allemaal zo snel mogelijk een ballon te pakken te krijgen. Het geluid klinkt nog erger doordat het lokaal zo galmt. De muren zijn gestuct, de vloer is betegeld. En met uitzondering van een schoolbord is het lokaal helemaal kaal, geen posters of iets aan de wanden. En geen meubels, geen tafeltjes, kastjes of zo. De kinderen houden zelfs de rugzak de hele tijd op de rug. Vorige keer dacht ik dat dat was omdat ze bijna naar huis gingen, maar het blijkt altijd zo te zijn.
De juf is volgens mij geschrokken naar buiten gevlucht. Hamdi staat met het zakje hoog in de lucht, terwijl er wel 10 schreeuwende kinderen aan hem hangen. Pak Hadji komt op het rumoer af. Hamdi is slim en duwt hem het zakje ballonnen in de handen. Ja, de leraren hier hebben ook wel eens moeite met de kids. Maar ook de eeuwig kalme Pak Hadji krijgt de kinderen niet stil. Als na een minuut of 10 iedereen een opgeblazen ballon heeft (en sommigen wel meer dan één), is de ergste drukte voorbij. Maar lesgeven gaat vandaag vast niet meer lukken. De juf, die weer teruggekomen is in de klas, probeert de draad weer op te pakken.
Wij verontschuldigen ons voor de veroorzaakte chaos, wensen haar veel succes met de klas, en gaan verder naar het 2e lokaal. Daar zit klas 1a van de middelbare school. Daar gaat het er een stuk rustiger aan toe. Hier wordt serieus geleerd! En nu mogen alle kinderen even hun Engels komen oefenen. Wederom met grote tegenzin, want om zomaar naar voren te lopen en met toeristen te gaan praten in het Engels valt niet mee, zeker niet als de rest van de klas je uit zit te lachen. Maar de meest serieuze, en meest brutale leerlingen komen toch naar voren om een standaard gesprekje te voeren. Wij kennen de vragen al; What is your name, what is your last name, what is your nickname, where are you from, what is your hobby…

In het volgende lokaal, waar klas 1b van de middelbare school zit, volgt hetzelfde ritueel. Uiteraard weer met veel meekijkers door de open ramen (open omdat er (nog) geen glas in zit). En met commentaar uit het achterste deel van het lokaal. Dit lokaal is in verband met ruimtegebrek opgedeeld in 2 lokalen.
De 2e jaars middelbare scholieren hebben een ruimte achter in dit lokaal. Met houten platen (die niet doorlopen tot het plafond) is er een ruimte afgezet voor de oudste scholieren, je kunt dus altijd meegenieten van de geluiden aan de andere kant van de tussenwand.
Bij de oudste kinderen wordt het proppen.  Wij mogen met z’n allen voor het bord staan. En het lokaal zit met 20 leerlingen en leraar Hamdi al behoorlijk vol. Dit is dus het lokaaltje aan de andere kant van de houten wand. Als we allemaal op de goede plek staan, starten de interviews. Hamdi is slim geweest, hij heeft alle mogelijke vragen aan ons al in het Engels op het bord geschreven. Zo hoeven de leerlingen het alleen nog maar op te lezen (alleen lastig dat wij met 10 personen er voor staan…). Alleen How long are you in Lombok – Gili – Senggigi komt boven onze hoofden uit. Dat wordt dan ook opvallend vaak gevraagd. Als alle kinderen een vraag hebben gesteld, nemen we afscheid en gaan weer naar buiten.
Daar lopen alle basisschoolkinderen rond, de meeste druk voetballend met ballonnen. De juf heeft ze niet meer rustig gekregen, of de schooldag zat er al op. Of allebei.
Wij maken nog een wandeling door Batu Tumpeng. Feiko, Janna en Meike willen graag de huizen van hun sponsorkindjes Ayu, Susi en Andi zien. En een rondje door een echt, niet toeristisch, Lomboks dorpje is een goede manier om wat meer van het eiland en de bewoners te zien. Uiteraard worden we begeleid door een horde grote en kleine kinderen. Wat zullen de leerkrachten blij zijn als we over een weekje de lessen niet meer komen verstoren. Of zullen ze ons dan missen…? We zitten direct in de rol van gids, we weten de weg, kennen al veel gezichten hier. Ook Dewa kijkt aandachtig rond. Hier is het toch heel anders dan op Bali. Zeker de huizen van de kinderen maken veel indruk op de Nederlandse kinderen. Vooral als ze even snel binnen kijken. Tja, dit is wat anders dan we in Nederland gewend zijn. Ze hebben hier een dak boven hun hoofd, veel meer meestal ook niet.

Maar het dorpje heeft een hele fijne uitstraling, ondanks de armoedige manier van leven. Het is groen, veel dieren, prachtige natte kangkungvelden bij het dorpje, met van die (te) smalle dijkpaadjes erdoor.
En heel veel vriendelijke mensen.  Als we het dorpje rond zijn, halen Peter en Budi de auto’s weer op en nemen we afscheid van Batu Tumpeng.
Veel tijd hebben we niet meer voor onze Korte Lombok Tour. We stoppen nog even bij de markt in Kediri. Een echte lokale markt. Best groot en niet toeristisch, hoewel Budi zegt dat groepen toeristen deze markt wel eens bezoeken tijdens rondreizen. Vandaag is alleen ons groepje er. Het is een typisch Lombokse markt. Min of meer overdekt door een wiebelige dakconstructie met honderden stukken golfplaat, die niet overal naadloos aansluiten.  Een flinke afdeling kleding, schoenen, slippers. Veel groente en fruit, veel kruiden, kroepoek, (gedroogde) vis, vlees, potten, pannen, speelgoed, gereedschap en heel veel vliegen. En niet te vergeten een niet al te frisse lucht.
Zeg maar gerust stank. En modder. Je moet goed opletten waar je je voeten neerzet op de smalle paadjes tussen de koopwaar. En niet al te veel nadenken bij alles wat je ziet en ruikt. Toch blijf ik deze markten geweldig vinden. Al is het alleen maar om mensen te kijken.
Maar dat moeten we vandaag niet al te lang doen, de tijd tikt weg. En we willen Wak Di en Pak Umpuk niet teleurstellen. Dus rijden we naar Ampenan. Weer een compleet ander dorpje dan Batu Tumpeng. Ja, onze gasten krijgen veel verschillende indrukken van Lombok, die ze allemaal met een georganiseerde excursie niet zouden krijgen. Hier is het genieten van het uitzicht over de zee, de vissersbootjes op het strand. De visverkoopsters aan de weg. En de mensen die onze auto al herkennen. Onder begeleiding lopen we naar het huis van Pak Umpuk. Die kijkt heel blij als hij ons aan ziet komen, maar dan betrekt zijn gezicht een beetje. Hij had even ergens geen rekening mee gehouden toen we werden uitgenodigd.
Waar moeten we allemaal zitten, dit past nooit in zijn huisje. Met Budi erbij zijn we met z’n elven. Maar dat is geen probleem, we gaan gewoon op het stoepje voor het huis zitten. Pak Umpuk kijkt nog heel bezorgd, maar ik verzeker hem dat we het allemaal fijn vinden om buiten te zitten. Als er matjes voor ons zijn neergelegd, kunnen we gaan zitten.
Al snel zit er een hele groep kinderen om ons heen. En dat komt goed uit, er was nog een reden dat we heel graag hierheen wilden komen vandaag. Dewa en Kadek willen een kind sponsoren via Impian Anak, en hier hadden we nog een meisje op de wachtlijst staan. Nu kan hij direct kennis maken met zijn ‘dochtertje’. Hahaha, die Dewa die normaal gesproken nog geen tien tellen zijn mond kan houden wordt er helemaal stil van als hij even later met Sintiana op de foto gaat. Als we vragen wat Kadek van zijn idee vond om een kind te sponsoren, zegt hij dat Kadek nog van niets weet, het is een verrassing voor haar. Als hij straks weer op Bali is, gaat hij het vertellen. Intussen zorgen Wak Di en Pak Umpuk voor thee en koffie. Helemaal gestructureerd gaat dat niet, even later zitten we met veel te veel glazen koffie en thee voor onze neus. En heel veel verontschuldigingen voor het feit dat er niets eetbaars bij is. Maakt niet uit, we weten dat het puasa, ramadan, is en we hadden onze komst ook niet echt aangekondigd, en we zijn al heel blij met de koffie en thee. Maar het zit de heren niet lekker, dit geeft volgens hun geen goed beeld van de Lombokse gastvrijheid. Dus wordt de thee maar een beetje gepimpt. Er komt een flinke rol ijs. En Wak Di plukt een paar limoenen uit zijn boom. Zo kunnen we onze gewone thee opwaarderen tot heerlijke ice-lemon tea. Lekker, ik wil ook zo’n boom in de tuin, daar wil ik wel een appel- en of perenboompje voor inruilen!
Als we alle glazen leeg hebben, is het tijd om op te stappen. We moeten nog eten voor we de gasten weer naar Teluk Nare brengen. En eten met 10 mensen kan wel even duren.
Dus nemen we afscheid van de heren en kinderen en rijden we terug naar Senggigi. We gaan naar Happy Cafe. Volgens Budi een prima plek om met een grotere groep te eten. Zelf hebben we er nog nooit gegeten, meestal zoeken we ’s avonds de kleinere, meer lokale plekjes op. Als we aankomen worden er direct tafels aan elkaar geschoven. Even later krijgen we allemaal een heerlijke lunch.
Als we uitgegeten zijn, komt er een cd/dvd verkoper aan. Dewa heeft al een mooie uitgezocht. Ik ben niet in de stemming voor Harry Potter of Michael Jackson. Lachend vraag ik waarom hij geen muziek van Iwan Fals heeft. Nee, die heeft hij inderdaad niet, maar als ik even wacht…. Snel rent de verkoper weg. We wachten dus maar even. In de tussentijd vraag ik Dewa wat hij heeft betaald voor zijn dvd, stel dat hij echt iets van Iwan Fals heeft, hoef ik dan geen uren meer te onderhandelen. 10.000 roepia (met de huidige koers iets tussen de 85 en 90 eurocent), geen geld. Maar Dewa vraagt of ik dat serieus meen, van Iwan Fals. Ja, ik vind het leuke muziek, en ik probeer altijd de teksten te vertalen (lukt niet echt, maar ja, ik geef niet op). Brave Dewa vindt het maar niks, die Iwan Fals. Heeft ooit in de gevangenis gezeten, zingt dingen die eigenlijk niet mogen van de regering en zo. Grappig, zal dat een typisch Bali –Lombok contrast zijn? Hier op Lombok is iedereen enthousiast over Iwan Fals, komt op voor de arme mensen, stelt maatschappelijke problemen aan de kaak in zijn teksten. Hier is het een grote held.
En even later komt de verkoper aanrennen, met een dvd van Iwan Fals. Ziet er niet erg origineel uit, maar ja, voor 10.000 roepia ga je daar niet over klagen. Ik heb het geld al in mijn handen, maar volgens de verkoper is het veel te weinig, dan maakt hij zelf veel verlies. Ik zeg dat Dewa dat ook heeft betaald, dat dat dus wel mee zal vallen. Ja, maar Dewa is geen toerist, dus die krijgt lokale prijzen.
Ik ga maar niet zeggen dat ik vaker en langer op Lombok ben geweest dan Dewa. Voor mij kost de dvd maar liefst 20.000 roepia. Och, daar kom ik ook wel weer overheen.
(en na thuiskomst bleek dat de dvd ook nog echt werkte, en dat het zelfs een karaoke versie is, en dat voor nog geen 2 euro)  

Buiten het afleveren van iedereen bij Teluk Nare, hebben we nog één ding op het programma staan; snel een cadeautje kopen voor Kadek. Dat wilden we eigenlijk al eerder doen, maar we wisten niet goed wat.
Dus neem ik Dewa mee naar de grote souvenirwinkel. Daar mag hij zelf een leuk sieradensetje uitzoeken. Hij kent Kadek, weet wat ze leuk zal vinden, en ik weet zeker dat Dewa het ook leuk vindt om zelf iets te kiezen. Hij gaat voor mooi en eenvoudig. Een parelarmbandje en bijpassende oorbellen. Het wordt netjes ingepakt.
Intussen zijn de auto’s/chauffeurs ook aangekomen. Een ritje door Monkeyforest zit er niet meer in, dan missen ze de boot. Dus wordt het de korte route naar de haven.
In de auto hebben we nog even de tijd om rustig te kletsen. Voor de gasten was het een kort maar krachtig bezoekje. Voor ons was het heel spannend. Omdat het de eerste sponsors waren die Lombok bezoeken, ik bedoel die voorheen nog nooit in Lombok waren geweest. Dan is het toch afwachten hoe ze het zullen vinden. Ze zijn heel enthousiast over het project, zijn ervan overtuigd dat het een zeer nuttig doel is, dat het geld op een plek terecht komt waar het hard nodig is. En ze zijn enthousiast over Lombok zelf. Het is heel anders dan het meer toeristische Bali (In Bali heb je vast ook veel van dit soort ‘Lombokse’ dorpjes, maar daar komen de toeristen meestal niet). En ze zijn tevreden over het programma van de afgelopen dagen. Ook dat is een opluchting voor ons. Je wil zoveel mogelijk laten zien, maar je weet dat je in die korte tijd heel veel dingen niet kunt laten zien, dat je een selectie moet maken, en de tijd goed in de gaten moet blijven houden. Maar het moet ook nog leuk en gezellig blijven.
Naar ons idee was dat ook heel goed gelukt en hadden ze best wel wat langer mogen blijven. Misschien een andere keer. In elk geval hopen we Dewa volgend jaar weer te zien, en als het even kan samen met Kadek. Ja, volgens Dewa is ze misschien wel over te halen als ze dan Sintiana kan zien.
Als we in de haven aankomen, ligt de Gilicat al klaar. We zijn ruim op tijd, maar de meeste mensen zitten er al in. Veel kans om uitgebreid afscheid te nemen hebben we niet.
Ook de Lombok Dive boot, die een kort dagje heeft gehad, is net aangekomen. Dus kan Mohni ook nog even afscheid nemen van iedereen. We maken nog snel een groepsfoto en zwaaien dan de boot uit.
Budi kan direct Lombok Dive klanten mee terug nemen naar Senggigi. Wij rijden ook weer terug, met ons viertjes. Bij Bumi gaan we even rustig zitten. Niet te lang, het blijft vakantie…
Vanavond zijn we uitgenodigd door Berry. In ruil voor de hulp die hij van Tom heeft gehad met zijn computer/site krijgen we een uitgebreid diner voorgeschoteld, uiteraard met het standaard avondvertier in zijn cafe. Dat is vanavond iets minder gezellig. We zitten aan een tafeltje dicht bij de bar. Daar hangt een toerist te slapen. Nou, niet echt slapen, meer ladderzat te zijn en af en toe iets te klagen, jammeren, janken.
De fles drank is al weggezet door de barman, maar dat had hij misschien beter iets eerder kunnen doen.
Gezellig is anders, dus verhuizen we naar het tafeltje aan de straatkant, zo ver mogelijk weg van de bar.
Berry komt het voorgerecht brengen. Een grote schaal met tomaten, met een heerlijke dressing erover.
Hij verontschuldigt zich voor de vervelende gast. Het blijkt geen toerist te zijn, maar een oud-eigenaar van één van de duikscholen hier, die tegenwoordig niet veel anders doet dan drinken. Ja, je moet toch iets doen als je in Lombok woont…
Even later wordt de man door het personeel van Berry met zachte dwang afgevoerd, hij is kwaad dat hij niet zelf mag rijden, terwijl hij te zat is om op zijn benen te staan. Wij zijn blij dat hij vertrokken is, het wordt ineens een stuk gezelliger. De volgende gang van ons diner is een reuzeschaal met gado-gado, omdat ik dat zo lekker vind. Klopt, het is heerlijk, maar Berry zegt erbij dat er nog 2 gangen volgen, dus ik hou me een beetje in. Na de gado-gado komen er 2 hele grote gegrilde vissen op tafel. En dan echt hele grote. Berry had er nog allerlei bijgerechten bij willen serveren, maar had zelf al bedacht dat dat waarschijnlijk te veel zou worden. Maar als we nog iets erbij willen, rijst, frietjes of zo, moeten we het zeggen. Eerlijk gezegd zitten we nu al bijna vol, dus dat doen we maar niet.
De vissen zijn erg lekker. Mohni komt er ook even bij zitten. Een stukje vis slaat hij niet af. We vragen welk merk het is. Dat kan hij zo niet zien, de cursus visherkenning werkt blijkbaar alleen bij vis onder water, niet bij gegrilde vis op tafel. Maar aan de smaak kan hij de vis wel herkennen. Helaas ben ik de naam nu al weer kwijt…
We doen ons uiterste best om nog redelijk wat van de vissen op te eten, het is heerlijk, maar we komen nog niet op de helft.
Het toetje gaat ook al niet op. Ook daarvan ben ik de naam kwijt. We hebben het bij Mohni ook een keer gegeten, een soort zoet bruinig papje met zoete aardappel en verschillende soorten fruit erin.
Wel lekker, maar erg machtig. En hier ook nog lauwwarm. Ook Mohni helpt ons niet mee, en we moeten de schaaltjes weer halfvol terug laten gaan naar de keuken. We schamen ons diep, maar verzekeren Berry dat het niet aan de smaak maar aan de hoeveelheid lag.
Een kopje koffie gaat er wel nog in, zeker als het cappuccino is. Ondertussen bespreken we wat dingen met Mohni. Zo komt er weer een gezellig einde aan een lange dag.
We benutten de dagen hier optimaal, verspillen geen minuut, lijkt het wel. Maar de tijd tikt door. Over een paar dagen moeten we alweer naar huis. Nog maar even niet aan denken. Nog even genieten van het wandelingetje over het pad naar de kampung, dan nog even welterusten zeggen tegen Made, die zoals meestal ’s avonds nog bij de receptie tv zit te kijken.
En dan het bed in. Morgen weer een dag.

 
Woensdag 1 september

Vandaag gaan Peter, Tom en Anique duiken. Ik neem nog een dag de tijd om de boekhouding en het kantoor van Lombok Dive een beetje op orde te brengen. Ja, de dagen tellen snel af en nu kan het nog.
Over een week moet alles wat ik duidelijk wil maken weer via de mail/chat gebeuren.
En een dagje kantoor is altijd gezellig, en als dat vandaag niet zo is, ben ik zo weg en ga ik wat anders doen.
Maar ik tref het, het is zelfs druk op kantoor. Opan is er en Eli en zijn vriend (waren weer te laat gekomen om mee te kunnen naar de Gili’s en hangen nu dus een dag op kantoor rond). Ali loopt er rond en uiteraard lopen er de hele dag bekende en onbekende mensen in en uit. Omdat het gezellig is, omdat ze niets beters te doen hebben, omdat ze werk zoeken of omdat ze gewoon nieuwsgierig zijn hoe het kantoor eruit ziet na de grote verbouwing of omdat ze willen weten wat ik er toch de hele tijd zit te doen.
Dan lopen er zo af en toe ook nog toeristen binnen, vooral als er een busje uit Lembar aan is gekomen. Die stoppen hier allemaal voor de deur.
Ik plak Opan vast op de stoel en we gaan even flink ertegenaan. Het gaat best goed, maar ik hou mijn hart vast voor als wij weer weg zijn. Om dan de routine erin te houden zal niet meevallen.
Na een uurtje is het even genoeg geweest. Tijd voor een drankje, maar eerst iets anders, ik bedenk dat het mooie knalgeelgouden gordijn nog steeds niet goed hangt. En dat Ali had beloofd het goed te hangen. Ik herinner hem er nog eens aan, trommel Eli en zijn vriend op, die hangen toch maar wat verveeld rond. Kunnen ze net zo goed even mee aanpakken.
Dit wordt weer een mooi staaltje Lombokse kluskunst. Bij Berry wordt een barkruk gehaald, het gordijn hangt erg hoog. Helaas, de kruk is te laag. Dan klimt Eli bijzijn vriend op de schouders om het gordijn eraf te halen.  Het ziet er gevaarlijk uit, maar het komt goed, even later ligt het gordijn op de grond, de roe en steunen erbij en zijn alle spijkers uit de muur.
Het gordijn moet naar de achterkant van de boog. Dat kan niet, concluderen de mannen. De roe is te lang, de ruimte achter de boog is smaller.
Geen probleem, zeg ik, dan kan er toch gewoon een stuk van de roe afgezaagd worden.
Ja, dat is waar. Even later wordt er driftig met een schaar in de aluminium roe gezaagd. De schaar wordt er bot van, de roe niet korter. Heeft er iemand een zaag, vraag ik. Nee.
Kan er iemand een zaag gaan kopen als ik geld geef? Ja, dat kan. Eli krijgt instructies, naar de winkel, een zaag voor ijzer kopen, niet voor hout! En direct terugkomen…
Easy! En weg is Eli. Na een paar minuten belt hij Opan. Hij staat in de winkel, maar wat voor een zaag moet het ook alweer zijn? Voor ijzer!!!
Een minuut of 10 later is hij terug, met een zaag…blad. Ik vraag of er geen hele zaag was, met beugel. Ja, er waren er wel waar nog een stuk ijzer aanzat, maar die waren duurder.  Terwijl ik sta te dubben of het toch niet handiger is om een complete zaag te halen, is die beslissing al voor mij genomen. Er wordt al ‘gezaagd’ met het zaagblad. Handig is anders, maar het is geen al te stevig materiaal, de roe gaat wel door. Maar volgens mij zagen ze er veel te weinig vanaf. Nee, dat zie ik verkeerd, het komt allemaal goed. Prima, ik ben een vrouw, wat weten die nou van klussen. Ik zal me er niet meer mee bemoeien.
Als het stuk eraf is gezaagd, wordt het gordijn weer aan de roe gehangen, de ophangsteunen eraan geschroefd en het geheel mee naar de achterkant gesleurd. Ik zeg niks.
Dan weer de acrobatische toeren, Eli op de nek, balanceren, wiebelen, gordijn omhoog, en wat denk je…het past niet, de roe is te breed. Ik kijk en geniet.
Toren afbreken, gordijn los, haken los, weer zagen met zaagblad, uiteraard weer op de gok, zonder te meten. Maar nu gaat er zo’n royaal stuk vanaf dat het wel moet passen.
En het past. Maar nu komt het grootste probleem, de steunen moeten opgehangen worden.
Met spijkers in de muur. Gelukkig hebben we een hamer! Maar nog steeds geen ladder. Weer staat Eli op de nek van zijn vriend. Houdt met één hand de roe met het gordijn vast, met de andere hand de steun recht. Heeft de spijker in zijn mond. Maar hoe moet hij nu timmeren terwijl hij zo staat te balanceren? En hoe moet dat gordijn ooit recht komen te hangen?
Ja, ik ben een vrouw, en ga me er dus weer eens mee bemoeien. Haal de roe los van de haken, laat het gordijn en de roe op de grond liggen en zet eerst de steunen vast, daarna kan de roe en het gordijn vastgezet worden op de steunen. Ik zeg er maar direct bij dat we thuis ook zo’n soort gordijnen hebben (niet zo’n mooie goudgele maar het principe blijft gelijk) en dat ik die ook wel eens opgehangen heb.
Eindelijk nemen ze mijn advies aan. Toren weer afbreken, gordijn op de grond. Steunen omhoog en timmeren maar. Dat valt nog niet mee, de muur is volgens mij van gewapend beton. Na 10 minuten timmeren zit er anderhalve spijker in. Nog maar 4 spijkers te gaan, 3 per steun. Dat schiet op.
Spijker 3 vliegt de muur in, zo gemakkelijk dat hij weinig houvast kan bieden.
De 2e steun gaat wat gemakkelijker, te gemakkelijk denk ik. Maar dat kan voordelen hebben, mijn advies om even de hoogte te meten zodat het gordijn straks ook recht hangt wordt niet echt opgevolgd. Dus misschien mag steun 2 straks nog een keer eraf.
Maar nu eerst kijken of het gordijn past. Dat wordt lastig, de steunen zitten een beetje wiebelig. Ze moeten dus allebei worden vastgehouden als de roe met het gordijn erop wordt gelegd. Dus moet er nog een toren komen. Opan is niet zo acrobatisch aangelegd, ik bied me ook niet aan.
Dan krijgt Ali een idee. Er staat nog een kastje. Daar kan hij mooi op staan.  Zo gezegd, zo gedaan. Ik zit in het kantoor en kijk toe. Achter het gordijn hoor ik hoopgevende geluiden. En dan wat minder hoopgevende. Een hoop gekraak, een klap en dan vliegt Ali met het gordijn en al het kantoor in. Het kastje was toch niet zo sterk. Ali ligt op de grond, de rest ligt dubbel. Vooral om het kastje van Abdul.
Afgelopen week is er al een roller vol verf op zijn ‘mooie’ stoffen stoelzitting gevallen. Nu ligt zijn kastje met inhoud in gruzelementen over de vloer. Ali leeft nog, heeft een schram op zijn schouder. Hij jammert een beetje, maar krijgt van mij een lekker koel verfrissingsdoekje cadeau, een pleister is niet nodig, zo stoer is hij dan ook wel weer.
Maar nu ligt het gordijn weer op de grond, dat zal toch omhoog moeten. Nu wordt er een constructie gebouwd met Ali op een kruk op een stoel en na veel gelach (en ik denk ook gevloek, op zijn Lomboks) hangt het gordijn.
Redelijk recht, maar niet echt stevig. Eli en zijn vriend rommelen nog een half uurtje met kartonnetjes en stokjes om de spijkers steviger in de muur te krijgen. Als dat gelukt is, komen ze met de mooie gouden sierknoppen aan. Die moeten er nog op, toch? Tja, wat mij betreft hoeft dat niet. Ze zijn oerlelijk, en achter de muur zie je ze toch niet. Wie ze hebben wil mag ze meenemen. Als ze na een uurtje nog in het kantoor zwerven, gooi ik ze boven maar bij het gereedschap in de doos.
Ik vind dat iedereen wel een drankje heeft verdiend en neem de bestelling op. Dat het ramadan is, hindert niemand meer.  Opan krijgt telefoon vanaf de boot. Of hij een lang strandanker kan gaan kopen, op de gili’s zijn nieuwe regels, de boten mogen niet meer met touwen aan de bomen worden vastgemaakt, iedereen moet vanaf morgen maar een anker hebben. Dan zit er voor Opan niets anders op dan op zoek gaan naar een anker. Eli en zijn vriend vinden blijkbaar dat ze vandaag genoeg hebben gewerkt en verdwijnen naar boven. Ik bemoei me er maar niet mee. Maar nu ben ik met Opan dus ook uitgewerkt. Opan verontschuldigt zich. Ik ga even naar de buren, bij Berry een lekker fris sapje drinken. Laptop mee, kan ik even schrijven, want mijn verslagen schieten niet op.
Maar dat schiet ook niet op als ik bij Berry zit. Daar heeft altijd wel iemand wat te kletsen, dus berg ik mijn laptop maar weer op en bestel ook maar vast een lunch.
Als Opan in de middag weer terugkomt, duiken we nog even in de boekhouding. Daarna kletsen we nog wat over van alles en nog wat. Zo’n dag op kantoor krijg je alle nieuwtjes mee.
Gisteren is er iemand in Lombok vermoord. Wie, wat, hoe, door wie en waarom weet niemand. Maar dat maakt niet uit. Het is toch groot nieuws. En de man die we gisteren stomdronken bij Berry zagen, was de ex-eigenaar van de duikschool die hier ooit in dit kantoor heeft gezeten en ook de ex-eigenaar van dit kantoor. Hij vond het zonde dat we het kantoor zo hadden verbouwd. Voorheen was het kantoor veel mooier en beter. En dat had hij gistermiddag verklaard, toen hij nog nuchter was. Och, smaken verschillen.
Dan komt er nog een delegatie van de belastingdienst of zoiets. Met een uitnodiging voor een bijeenkomst morgenochtend in Mataram. Met uitleg over iets wat voor bedrijven wel belangrijk zou kunnen zijn. Lekker vaag en lekker op tijd, zo’n uitnodiging.
Nog een paar mensen die een rekening komen innen, van de krant, elektriciteit, dat soort dingen.
Gaat hier allemaal contant, er loopt weinig via bankrekeningen. Ik begin steeds beter te begrijpen dat het moeilijk is een goede boekhouding bij te houden, zeker als Opan zelf niet altijd op kantoor zit.
Och, we zien wel hoe het volgende week gaat lopen.
Aan het einde van de middag komen de duikers terug. We drinken nog wat, kletsen nog wat.
Dan komt er een bekend gezicht binnen, maar ik kan het niet direct plaatsen. Och, natuurlijk, dat is Andy. De jongen die door familie Marckx gesponsord wordt. Een paar weken geleden zijn zij zelf in Lombok geweest, hebben hem zelf hier ontmoet.
We hadden verwacht hem wel in Senggigi een keer tegen het lijf te lopen, maar tot nu toe is dat niet gebeurd. We zijn zelf ook niet heel veel in Senggigi ‘centrum’ geweest. En we horen dat Andy ook niet meer bij het restaurant werkt. Hij doet een High School horeca-opleiding en heeft de tijd nodig om te studeren. Vandaag is het 1 september en kan hij zijn maandelijkse bijdrage van Impian Anak op komen halen. Aan het begin van het schooljaar heeft hij een groter bedrag gehad, waarvan hij schoolgeld en schoolspullen heeft kunnen kopen. Nu krijgt hij nog elke maand een deel waarvan hij dan reiskosten en tussentijdse uitgaven kan betalen. Opan heeft de envelopjes met het geld netjes in de kluis opgeborgen.
Een prima systeem, vinden we. Andy heeft niet veel tijd om te kletsen, zijn vriend (of broer?) staat buiten op hem te wachten, ze waren op weg naar Mataram.
Nu we toch aan het uitdelen zijn, geven we ook alvast de envelopjes voor de andere (Junior) Highschool kinderen die door het personeel van Lombok Dive worden afgeleverd. Wak Di krijgt er een paar voor zijn eigen dochter en voor Sarah, Mahfudz voor zijn zoon. Naar Batu Tumpeng gaan we vanavond, daar hebben we ook nog een middelbare scholier. Voor Apandi Aziz in Lembar houdt Opan het envelopje nog even apart, dat wordt meegegeven aan zijn oom als die weer in Senggigi komt.

Vanavond gaan we dus naar Batu Tumpeng, waar we door de ouders van Sofi zijn uitgenodigd om te komen eten. Tevens willen we daar nog een paar kinderen bezoeken.
We spreken met Mohni af dat we hem straks thuis ophalen. Sofi en Dita gaan ook mee naar Batu Tumpeng, Monita, de jongste, is er al bij opa en oma.
Een uurtje later rijden we in het donker naar Batu Tumpeng. Waarschijnlijk zit iedereen te eten, het is lekker rustig op straat. In Batu Tumpeng gaan we direct naar de ouders van Sofi. Daar gaan we, als gewoonlijk, op het terrasje zitten en krijgen we een heerlijke maaltijd voorgeschoteld. Hamdi en Santi zijn er ook. De dames blijven op de achtergrond terwijl we zitten te eten. Dita en Monita doen moeite zoveel mogelijk aandacht te krijgen. Hamdi zit een beetje ongeduldig, druk is hij altijd, maar nu anders.
Hij vertelt dat er een leerlinge van de school is gestorven.  Een meisje van 11 jaar. Ze lag al een paar dagen in het ziekenhuis. De naam van de ziekte weet hij niet, maar het had te maken met slechte voeding. Niet te weinig voeding, maar te weinig vitamines, geen goede voedingsstoffen.
Wat ontzettend triest, dat er nog steeds kinderen sterven die met relatief weinig geld waarschijnlijk geholpen hadden kunnen worden. Een paar dagen geleden hebben we toevallig met Berry gesproken, die vroeg of wij met Impian Anak konden helpen, in Timor. Wij dachten Lombok Timor (oost-Lombok), maar hij bedoelde eiland Timor. Daar kwam het vaak voor dat kinderen ziek werden en/of stierven door gebrek aan vitamines. We hebben uitgelegd dat we onze hulp willen beperken tot Lombok zelf. En er tegen elkaar nog bijgezegd dat we blij zijn dat dat soort dingen op Lombok toch niet meer voorkomt.
Dus wel… Hamdi vertelt dat de leerkrachten van de school straks samenkomen bij het huis van het meisje, daarna volgt een tocht door het dorp. We zeggen dat hij voor ons niet hier hoeft te blijven, hij is immers ook leerkracht op de nieuwe school. Nee, dat is geen probleem, hij hoeft nog niet te gaan.
Maar even later krijgt hij een telefoontje, en als ik hem verzeker dat hij echt niet voor ons hier hoeft te blijven, gaat hij snel naar de bijeenkomst. We blijven nog even zitten, en gaan daarna met Mohni en Santi op zoek naar het huis van Mustiadi.
Mohni heeft ons al over hem verteld. Mustiadi is een jaar geleden wees geworden. Zijn vader is 2 jaar geleden gestorven, zijn moeder 1 jaar geleden. Hij woont nu samen met zijn zusje in een huisje tegenover een oom en tante. Zij ontfermen zich een beetje over de kinderen, maar hebben zelf ook kinderen om voor te zorgen en niet veel geld. Het huisje waar Mustiadi en zijn zus wonen is niet veel meer dan een krakkemikkig schuurtje.  Mohni probeert af en toe wat bij te dragen aan hun huishouden, maar hij is heel blij dat Mustiadi nu in elk geval de zekerheid heeft dat hij gewoon naar school kan blijven gaan.

We hebben het zusje van Mustiadi  niet ontmoet, maar ze is waarschijnlijk nog jong, want ze is, nadat haar moeder is gestorven, gestopt met Junior Highschool. Ouder dan 15 zal ze dus niet zijn. Toen we in Nederland waren, hadden we begrepen dat Mustiadi in de 1e klas van de middelbare school zit.
Nu blijkt hij ineens in de 4e klas te zitten. Hij is 10 jaar oud.  Vervelend, nu moeten we zijn sponsors, Eric en Jacqueline, weer gaan vertellen dat de informatie die we hadden niet klopt. Dat zijn dingen die lastig blijven. Het lijkt zo eenvoudig om duidelijke informatie te krijgen, maar in de praktijk valt het vaak niet mee.
Toen we op zoek waren naar nieuwe kinderen, vroegen we naar een 1e jaars kind. Vervolgens kregen we 2 foto’s, van 2 verschillende kinderen.  Ervan uitgaande dat de kinderen allebei 1e jaars waren, volgde mijn vraag; wie van de 2 heeft de hulp het meeste nodig, die wordt direct geholpen, de andere komt op de wachtlijst. Dat bleek Mustiadi te zijn. Hij werd dus direct gesponsord, en Hendrawan, die overigens wel in de 1e klas zit, kwam op de wachtlijst. (Inmiddels wordt Hendrawan ook gesponsord)
En nu zitten we dus met een Mustiadi die ineens ouder blijkt te zijn. Gelukkig hadden zijn sponsors er geen moeite mee, was dat wel zo geweest, dan hadden ze hem mogen inruilen voor een jonger kind, en hadden we Mustiadi zelf overgenomen.
Als we naar het huis van Mustiadi lopen, valt de stroom weer eens uit. Lampu mati!
En dan is het erg donker. In Senggigi en omgeving zijn veel generatoren die al vrij snel aanspringen. Hier niet, en blijft het echt donker. De groep mensen voor ons loopt gewoon door, maar ik heb niet bepaald nachtogen en loop als een blinde tussen de huisjes door.
De oom van Mustiadi weet al dat we komen, en we worden in zijn huisje verwacht. Het valt niet mee om de deur te vinden. De groep mensen die voor/achter/naast ons liep, gaat niet mee naar binnen, en blijft rond de deur hangen. Daar voel ik een berg slippers liggen, en schop die van mij er maar bij.
Dan gaan we naar binnen, waar toch al verschillende mensen zitten. Maar nog geen Mustiadi. Die is nog naar de koranles. We praten wat met zijn oom (via Mohni, want hij spreekt geen Engels).
Intussen wordt er een zaklamp neergezet, zodat we een beetje zicht hebben. Dan komt Mustiadi eraan.
Een heel apart jochie. Hij doet me een beetje denken aan Khaerul, ons eerste Impian Anak kind (en ook het eerste kind wat gestopt is). Mustiadi is absoluut niet verlegen, komt direct naar ons toe, verwelkomt ons, stelt zich voor en dat in heel redelijk school-Engels. Dan komt hij op de grond tegenover ons zitten, met zijn nette gebedskleren aan. Hij doet me een beetje denken aan een film die ik ooit heb gezien, over de jonge dalai lama. Heel wijs, kalm, alles onder controle. We praten een beetje over school. Over hoe het project in elkaar zit. Als we even later verder gaan, komt hij ons weer netjes een hand geven en bedanken voor alles. Wat een indrukwekkend jongetje! Als ik even later tegen Mohni zeg dat hij zo op Khaerul lijkt, lacht Mohni. Ik weet dat hij altijd een zwak had voor Khaerul, dat heeft hij dus ook voor Mustiadi. Het zijn allebei heel vrolijke, niet verlegen, jongetjes. We hopen alleen dat Mustiadi de school iets langer volhoudt dan Khaerul. Maar ik denk dat dat wel goed gaat komen. Buiten wacht ons een probleem. Het is nog steeds pikkedonker. En vind dan je slippers eens terug in een grote berg slippers, waar heel veel mensen omheen staan te dringen om alles te kunnen zien. Maar dat valt mee, alle mensen zien meer dan mij, en weten uiteraard feilloos mijn slippers uit de berg te vissen. Ze worden dus netjes voor mijn voeten neergezet, ik hoef er alleen nog maar in te stappen.
Dan lopen we verder, we gaan nog een bezoekje brengen aan Muliani. We hebben haar een paar dagen geleden al gezien, en toen vond ik haar onherkenbaar, ineens veel groter-ouder geworden. Haar sponsors, familie Zondervan, hebben een cadeautje meegegeven, dat hadden we toen niet bij ons. Dat gaan we nu dus afleveren.
Weer een wandeling door smalle donkere steegjes. Vorig jaar zijn we tegen de avondschemering bij haar op bezoek geweest. Ze woonde in een heel oud vervallen half rieten-half stenen huisje.
Nu lopen we naar een nieuwer huisje, dat kan ik zelfs in het donker nog zien.
Maar volgens Mohni is het echt het huis van Muliani. Muliani heeft geen ouders, woont bij een oom en tante. Een andere oom heeft hulp geboden om hun huisje flink op te knappen. Dit ziet er in elk geval al een stuk beter uit dan vorig jaar. We zitten weer gezellig in het donker. Muliani is weer erg verlegen.
We hebben weer het standaard gesprekje, hoe gaat het op school, met de familie…
Dan komt de tas uit Nederland tevoorschijn. Er zitten een vestje, bloesje, haarclipjes en een kaart in.
We hopen op een leuke foto, van Muliani die de spulletjes bekijkt, uiteraard voor de sponsors.
Maar helaas, de tas wordt zonder te bekijken weggelegd. We dringen ook niet aan, dit is hier gebruikelijk. Je bekijkt nooit wat je hebt gekregen waar de gevers bij zitten. Dit voor het geval je het cadeau niet leuk zou vinden, dan kijk je misschien teleurgesteld, en dat is dan niet leuk voor de gevers van het cadeautje.
Maar ik dring toch een beetje aan, ik weet dat er een kaartje bij zit, met foto’s. En er staat vast wel iets bij geschreven, ik verwacht dat de tekst niet in het Indonesisch zal zijn, en dat hier weinig mensen Engels kunnen lezen. Dus wordt het kaartje uit de tas gevist. Heel gezellig bij het licht van een olielampje worden de foto’s uit Nederland bekeken en de tekst door Mohni vertaald. Hebben wij toch nog een foto voor familie Zondervan! Als we even later afscheid nemen, flitst het licht weer aan. Dat komt goed uit, nu kan iedereen die buiten in de deuropening stond te kijken (zo ongeveer het halve dorp) rustig naar de kaart en foto’s komen kijken. Wij gaan weer verder.
We hebben nu nog 1 sponsorkind op de lijst staan om vandaag te bezoeken. Nopia, een meisje van 15 jaar oud. Een paar dagen gelden hebben we haar even gezien toen we ’s avonds in Batu Tumpeng hebben gegeten met de mensen van Stichting Ihya’Ulumuddin. Toen zagen we eigenlijk alleen een grote roze hoofddoek met een verlegen gezichtje erin… Waarschijnlijk zien we vandaag niet veel meer, Nopia is nog bezig met het gebed, ze komt zo thuis. Haar moeder is niet verlegen, ze tettert er vrolijk op los. Niet dat we er veel van verstaan (zal wel Sasak zijn). Maar Mohni vertaalt. Nopia gaat naar de eerste klas van de middelbare school. Ze is al 15, zal dus wel pas op latere leeftijd naar de basisschool zijn gegaan. Ze kan erg goed leren, en hoort bij de besten van de klas. Ze gaat in Kediri naar school, een paar kilometer van Batu Tumpeng. Vaak krijgen goed lerende kinderen steun van de overheid, bijvoorbeeld een tegemoetkoming in de schoolkosten. Nopia krijgt dit niet, maar wel iets anders.
We zaten er al met verbazing naar te kijken. In de hoek van de kamer staat, onder een groot doek, een echte pc met een joekel van een beeldscherm.  Blijkbaar is het geen arme school,  want die pc heeft ze een tijdje in bruikleen gekregen van de school.  Wat een contrasten hier, de ene school heeft nog geen boeken voor de leerlingen, de andere heeft blijkbaar pc’s in overvloed, of in elk geval voldoende om uit te lenen aan de beste leerlingen. Dan vinden we het wel weer heel jammer dat Nopia geen idee heeft wat ze met de pc moet doen; die staat eigenlijk altijd netjes afgedekt in de kamer.
Als Nopia zelf thuiskomt, heeft ze weinig aan het verhaal van haar moeder toe te voegen. We zien weer de bekende grote hoofddoek. Volgend jaar moeten toch wat vaker op andere tijdstippen komen, of niet tijdens de ramadan, maar dat zal lastig worden vrees ik.
We nemen van iedereen afscheid en lopen terug naar de schoonouders van Mohni. Als we de doorgaande weg naderen, loopt daar een grote stoet mensen. De ‘begrafenisstoet’ voor het kindje wat overleden is. Ondanks de benauwde hitte, krijg ik er kippenvel van. Alle mensen lopen zwijgend over straat. Wij willen aan de kant van de weg even wachten tot iedereen voorbij is, maar dat lukt niet. Als de mensen ons zien, komen degenen die ons kennen toch even hallo zeggen. Zo worden we min of meer meegesleurd in de stoet. Even later komt Pak Hadji er ook aan. Hij spreekt zelf nauwelijks Engels, maar duwt een jongen van een jaar of 12 naar me toe. Het blijkt zijn zoon te zijn. Maar de jongen is net zo spraakzaam als zijn vader (in het Engels tenminste) en zegt niet veel tegen me. Als we weer langs het huis van Mohni’s schoonouders komen gaan we uit de stoet. Ook Mohni, Hamdi en Pak Hadji volgen ons. We vragen of ze niet verder mee moeten lopen. Nee, dat is niet nodig, het is goed zo. We gaan weer zitten en krijgen een glaasje drinken. Echte Sprite, die krijg je niet vaak bij mensen thuis.
Wij zijn stil, de ceremonie heeft grote indruk op ons gemaakt. Maar de rest komt weer snel tot de orde van de dag; het leven gaat door. Weer valt het me op hoe verschillend mensen hier leven en omgaan met dingen als de dood. Iedereen lijkt heel gelaten, het is zo en je verandert er niets aan.
De vader van Sofi, die ook bestuurslid is van stichting Ihya’Ulumuddin en het hoofd van de basisschool komen ook nog even erbij. We praten wat, bespreken nog wat dingen over school. We hebben al verteld dat we voor de hele school schoolbankjes en tafeltjes willen kopen namens Impian Anak.
Nu zitten de basisschoolkinderen nog allemaal op de grond. De ouderen zitten veel te krap met zijn 3-en op 1 bankje.  De komende dagen zullen we zelf nog geld opnemen. We zitten vast aan een maximum per dag (en dat is hier niet veel) wat we bij de ATM kunnen pinnen. Maar als we weer weg zijn, kan Opan de rest nog opnemen. Als het geld compleet is, zullen Hamdi en Opan samen de bankjes gaan kopen/bestellen. Als alles meezit, kunnen de kinderen na de ramadan-vakantie allemaal zitten op school.
We zijn benieuwd.
Net als in Nederland zijn hier de mobiele telefoons niet meer weg te denken uit de samenleving. Iedereen belt en sms-t er vrolijk op los. Als ook Pak Hadji telefoon krijgt, begint Hamdi te lachen. Hij vertelt waarom, maar wij begrijpen het niet. De rest van het gezelschap wel, die lachen vrolijk mee.
Dan zien we het, Hamdi grist het mobieltje uit Pak Hadji’s handen en  laat het ons zien.
Op het mobieltje staat een foto van Peter en mij, die hij blijkbaar een paar weken geleden heeft genomen, toen we in het dorp waren voor de grote ceremonie bij de school.  Ja, we worden nog beroemd in Batu Tumpeng!
Als we even later afscheid nemen, waarschijnlijk voor een lange tijd, krijgen we nog de belofte dat ze nog een souvenir zullen brengen voor we weer naar Belanda gaan. We zijn benieuwd…
We rijden weer richting Senggigi, zetten in Montong Mohni, Sofi en de kids af, en gaan bij Bumi snel naar bed. Het was weer een lange dag!

 
Donderdag 2 september

Tom gaat vandaag met Lombok Dive mee. Een medewerker van een leverancier van duikuitrustingen is overgekomen uit Bali en geeft vandaag les in het onderhoud van de duik spullen.
Aan het einde van de middag krijgt de Lombok Dive staff en Tom dus ook, instructies en een demonstratie. Peter, Anique en ik hebben geen plannen. Beetje pelan pelan, nog wat souvenirs kopen misschien. Halverwege de ochtend wandelen we naar Senggigi.

Souvenirs kopen wordt er niet eenvoudiger op. Veel dingen hebben we al, veel dingen die we nog niet hebben vinden we niet mooi, of ze zijn te groot en/of te duur. Ja, na zoveel keer Lombok worden we wel wat kritischer.
En de afgelopen weken hebben we links en rechts toch al wat spulletjes verzameld die we niet konden laten liggen, of moeilijk konden weigeren.
Na een paar winkeltjes met allemaal dezelfde spullen lopen we de grote antiek-souvenirwinkel binnen, ben de naam even kwijt, niet Pak Sudirman, maar een stukje verder. Ja, daar zie ik wel wat! Wat een mooie spullen, maar ook “wat een prijzen!”. De verkoper komt al vertellen dat over de prijzen valt te onderhandelen, als hij mij alle spullen op de kop ziet houden om de prijskaartjes te kunnen lezen.
Ik haat onderhandelen, en zelfs dan vrees ik dat het veel te duur blijft. En veel te veel, groot en zwaar.
Als ik de spullen in Nederland zou zien, zou ik ze waarschijnlijk wel gekocht hebben, hier word ik zuiniger. Heb ik er moeite mee om bijvoorbeeld 25 euro uit te geven voor iets wat ik niet per se nodig heb, maar alleen omdat het mooi is. Als ik dan bedenk wat lokale mensen voor dat geld zouden kunnen doen, leg ik het moois weer snel terug. 
Dus houden we het bij een gezellig praatje met de verkoper en een man die bij een tourist-office tafeltje bij de ingang zit. Tja, een dagtocht raken ze aan ons ook al niet kwijt.
Dan gaan we een kopje koffie drinken bij Lombi. Ook al zoiets. Heerlijke koffie, maar voor Europese prijzen. Maar Boung heeft ons gevraagd nog een keer langs te komen voor we weer naar Belanda vertrekken, dit doen we dus meer voor hem dan voor onszelf. We gaan vandaag binnen zitten. Het ziet er keurig netjes uit, perfecte lunchroom, maar erg on-Lomboks. We krijgen zelfs een rondleiding door de keuken, bakkerij, bovenverdieping. Ziet er allemaal prima uit!
Als we afscheid hebben genomen van bedrijfsleider Martin en Boung (al zien we die voor vertrek vast nog in Loco) wandelen we verder richting art market. Daar gaan we echt inkopen doen. We zien 3 grote houten kommen, in elkaar passend, mooi beschilderd. Die passen vast nog wel in de tas. Heel vervelend, maar nu moeten we toch gaan onderhandelen, of schandalig veel te veel betalen. We kiezen het eerste.
De verkoper heeft er zin in, wij niet. Op de vraag waarom ze niet gewoon vaste prijzen hanteren, krijgen we als antwoord dat er dan altijd handelaren zijn die net onder die prijs gaan zitten. Ja, concurrentie heet zoiets. Dan maar afdingen. Anique is er nog steeds best wel goed in. Uiteraard betalen we nog steeds veel te veel, maar je gunt zo’n man natuurlijk ook een goeie dag.
Dan winkelen we nog even verder bij art market. Ik wil graag een paar simpele zwarte pareloorbelletjes. Gewoon bolletjes op een stokje. Niet te groot, niet te klein. De vorige zijn na een paar jaren gebruik uit elkaar gevallen. Overal waar we kijken zien we pareloorbellen, de een nog blingblinger dan de ander. Dat wil ik dus niet. Als we uitleggen wat we zoeken, komt er nog een doos tevoorschijn. Ja, dat zijn ze. De verkoper snapt er niets van, die andere met zilver en diamantjes erbij zijn toch veel mooier?! Mwah, vind ik niet, maar waarschijnlijk zijn ze wel veel duurder.
Wij gaan voor de simpele. Dus mogen we weer gaan onderhandelen. Korting op iets wat toch al goedkoop is, is moeilijk, kunnen we niet meer kopen, dan krijgen we een speciale prijs! Slimme mensen hier! Oke, dan nemen we 2 paar simpele zwarte pareloorbellen, ook één paar voor Anique.  We betalen vast weer teveel, maar tidak apa apa, nu kunnen we weer jaren vooruit voor een paar cent.
Het is al middag, en we besluiten nog eens een keer bij Coco Loco te gaan eten. Dat hebben we deze vakantie nog niet gedaan. Voorgaande jaren kwamen we er vaak, afgelopen jaar viel het een keer erg tegen. Maar ik vind het er eigenlijk wel altijd gezellig, je kijkt lekker uit over het strand en de zee, altijd wel wat te kletsen met de verkopers. Die slimmeriken komen nu dus allemaal met simpele zwarte pareloorbelletjes aan. Omdat ze hebben gezien/gehoord/geroken dat wij die wilden hebben. En ze zijn veel goedkoper dan die we net hebben gekocht, zeggen ze. Dat hadden ze eerder moeten zeggen, nu zijn we voorzien! En die heftige blingdingen hoeven we niet.
Maar dan komt er iemand anders; Mister Flores. En die heeft geen oorbellen, wel heel veel batikkaarten. En we hebben nog niets van hem gekocht dit jaar. Ik heb hem al een paar keer afgewimpeld deze vakantie, niet omdat ik niets wil kopen, meer omdat ik er even geen zin in had. Met hem hebben we een stilzwijgende overeenkomst dat we elk jaar iets kopen, als hij maar niet teveel zeurt. Daar houdt hij zich aan, daar houden wij ons aan. Prima deal, want ik ben gek op zijn kaarten (nee, niet de kerstcollectie die hij ook al weer heeft). De gewone kaarten met ‘Lombokse’ batikafbeeldingen, geschikt voor elke gelegenheid.
Ik heb alleen nu helemaal geen zin om weer af te moeten dingen. Dus doen we het anders. Ik noem een prijs (eigenlijk dezelfde waar we elk jaar op uitkomen), hij zegt maar hoeveel kaarten ik dan mag uitzoeken. Dat werkt prima, moet ik onthouden voor volgend jaar.
Hij is dolgelukkig, nu kan hij voor zijn kinderen nieuwe kleren kopen voor Idul Fitri, en nog een kip erbij om op te eten. Ik kan weer een tijdje vooruit met mooie kaarten uit Lombok.
Het eten bij Coco Loco is vandaag trouwens ook lekker, gado-gado, mjammie! Maar het zal toch nog minstens een jaar duren voor we weer terug komen…
De terugweg lopen we, traditiegetrouw, langs het strand. Ons weer afvragend waar toch alle toeristen zijn, zo’n mooi strand, geen toeristen. En jammer genoeg ook niet de warungs/winkeltjes in de kraampjes op het strand. Dat is wel een nadeel van de ramadan. Normaalgesproken zitten er altijd veel verkopers met heerlijke sate, kokosnoten, gebakken bananen en veel gezelligheid. Voornamelijk voor lokale mensen, maar die eten nu niet zoveel overdag. Dus komen de verkopers ook niet. Jammer!
Ook als we verder over het strand lopen zien we weinig verkopers van souvenirs, massas, nanas.
Te weinig toeristen, te veel zon, geen zin, wie zal het zeggen. Zo lopen we wel heel snel door naar pasar seni dua. De art market aan het begin van Senggigi. De flop van het jaar. De winkeltjes in splinternieuwe gebouwtjes zijn vorig jaar toen we hier waren geopend. Tenminste, een paar van de nieuwe winkeltjes zijn toen een paar dagen open geweest. 
Dit jaar hebben we er weinig leven meer gezien. Af en toe een kleine warung aan de straatkant. Het hoofddoel van de winkels op deze locatie was het verbeteren van het rommelige straatbeeld met alle warungs en souvenirkraampjes. Die zouden verboden worden, de uitbaters moesten verhuizen naar deze locatie. Dat werkt dus niet. De straatwarungs zijn er voor de lokale mensen, niet voor de toeristen. De lokalen willen even snel iets pakken aan de kant van de weg, niet in een zijstraatje. En de meeste toeristen komen hier nooit, die blijven in het centrum van Senggigi. Als ze hier al langs komen, is het in de auto/op de motor, en dan nog over de hoofdweg. Het is dus weer zo’n overheidsproject wat min of meer gedoemd was te mislukken.
Het straatbeeld van Senggigi is dus, gelukkig, nog steeds lekker rommelig. Dat de overheid iets doet aan de troep die op straat ligt, de belabberde toestand van de trottoirs, de verlichting, prima! Maar laat toch lekker de gezellige kraampjes staan! Dat is blijkbaar ook gebeurd, en nu staan hier de fleurig geschilderde betonnen winkeltjes te scheuren en af te bladderen. Zonde! Dat geld hadden ze beter aan onderwijs of gezondheidszorg kunnen besteden.
Als we boven bij het trapje komen, komen we Eful tegen. Hij staat te bedenken of het een goede dag is om te vissen. Nou, het waait behoorlijk, maar bij Senggigi Beach waren wel wat vissers actief. Maar zo’n fanatieke visser is Eful ook niet, meer een mooi-weer visser. We kletsen even bij en lopen dan verder.
Bij Lombok Dive gebeurt iets. De muur krijgt een mooie tattoo! De tatoeëerder die normaalgesproken menselijk vel onderhanden neemt, stort zich nu op de frisgeschilderde muur  van het kantoor.
Hij heeft een groot ontwerp gemaakt van het logo van Lombok Dive, compleet met Amphiprion visje.
Het getekende ontwerp wordt nu met kleur ingeschilderd, met mini penseeltjes.
Voor de hele naam en het logo op de muur staan, gaan er nog wel wat uurtjes voorbij. Maar dat maakt niet uit, tijd zat. Af en toe krijgt de kunstenaar verplichte pauze als er klanten binnenkomen en hij zijn krukje even moet afstaan. Lastig als je zo klein bent en er is geen trapje… Langzaam vorderen de letters.
Halverwege de middag komen de duikers terug. Ze hebben in Teluk Nara al wat uitleg gehad. Nu gaan ze in kantoor verder met de equipment-praktijklessen. Tom kijkt erg bedenkelijk. De man die de uitleg geeft, spreekt geen woord Engels, alleen maar Indonesisch. Dat schiet dus niet zo op. Even later zitten Mohni, Tom, Wak Di, Pak Umpuk en de instructeur op de grond, omringd door duikmaterialen, ringetjes en gereedschappen.  Wak Di heeft al heel bezorgd karton en doeken op de vloer gelegd. Ja, die mooie witte tegels moeten wel mooi en heel blijven (in elk geval tot wij weer veilig in Belanda zitten).
Peter en Anique lopen alvast naar Bumi. Ik wacht tot Tom zo meegaat, en zoek boven bij de ‘rommel’ die uit kantoor kwam, nog even een doos die we gevuld hadden met ‘te repareren materialen/misschien nog goed voor reserve-onderdelen’.  Hier komen nog wat spullen uit die ze kunnen gebruiken, desnoods om op te oefenen. Ja, wie wat bewaart heeft wat, en wie wat opruimt kan het ook nog terugvinden!

Even later belt Peter, hij is met Anique op visite bij Diana Safitri, het Proyek Kampung Loco sponsorkindje van Wim en Joyce.
We hadden aangeboden ‘hun’ nieuwe kindje op te zoeken en een foto van de sponsors te geven. Het duurt nog een jaartje voor ze zelf bij haar op visite gaan, kan Diana al wennen aan hun gezichten! We hadden nog een paar kleinigheidjes bij de foto gestopt, een leuk sleutelhangertje en armbandje. En nu zijn Anique en Peter bij haar en heel toevallig; haar vader is dus de pak tukang die op kantoor de nieuwe vloer heeft gelegd. En haar neef/oom is Budi, die over een jaar of 14 met Anique wil gaan trouwen, onze aanstaande schoonzoon dus. Over een paar jaren worden we dus verre familie van Wim en Joyce, als ik alles goed begrijp. Ja, de wereld is klein! Zelfs in Lombok.
Als de les is afgelopen, lopen Tom en ik ook weer terug naar Bumi. Daar komen we Daan en Nurul tegen, die naar ons op zoek zijn. Ze hebben 2 afscheidscadeautjes bij zich, één voor Tom, één voor Anique.
Heel mooi ingepakt in een doosje, daarna een mooi pakpapiertje eromheen. Voor de pakjes zijn uitgepakt, zijn de dames alweer gevlogen. In elk pakje zit een leuk vriendenkettinkje voor Anique ook nog een armbandje erbij. Wat lief!!! Langzaam, maar veel te snel, nadert het afscheid van Lombok.
Vanavond zijn we weer uitgenodigd in Ampenan, bij WakDi en Pak Umpuk. Dat wordt waarschijnlijk ook de laatste keer dit jaar dat we hun gezinnen zien. Nog maar even niet aan denken.
Als we naar de auto lopen (die nog steeds lekker veilig aan de hoofdweg staat geparkeerd, hoeven we niet over dat rot pad) zien we dat de muurtattoo in het kantoor klaar is. En het is echt mooi geworden!
De kunstenaar heeft prima werk geleverd. Hij staat er nog trots bij te kijken, dus maken we snel een foto, altijd leuk op de Lombok Dive site/facebook.
Dan rijden we naar Ampenan, waar we weer hartelijk worden ontvangen door de 2 lieve families.
En weer is er voor ons gekookt. Zelfs iets heel speciaals voor mij; kangkung. Van Opan of Hamdi (of misschien stond het wel in de krant) hebben ze gehoord dat ik een paar dagen geleden in Batu Tumpeng 2 keer kangkung had opgeschept. Dus wordt er nu voor mij een flinke portie kangkung op tafel gezet.
Heerlijk! Ik vind kangkung echt lekker, maar ik zeg er maar niet bij dat ik dat in Batu Tumpeng voornamelijk pakte omdat dat het enige was waar geen dikke laag sambal overheen zat.
Maar we krijgen nu nog meer, ook weer de lekkere soto ayam, rijkgevuld en overheerlijk. Kroepoek, koffie, thee, nasi en lekkere maar heel erg pittige sateetjes.
Dit ga ik missen, het eten, maar nog meer de geweldige mensen hier. Tijdens het eten komt het gesprek uiteraard op ons naderende afscheid. WakDi biedt spontaan aan om de duikpakken van Peter, Tom en Anique te bewaren, omdat we die in Nederland toch niet nodig hebben, en hij bang is dat ze niet goed ‘bewaakt/bewaard’ worden als ze bij Lombok Dive liggen. Ja, daar zit wat in, maar zo groot is hun huis niet, en zo klein zijn 3 pakken ook niet. Maar hij is heel vasthoudend, hij bewaart ook nog spullen voor iemand anders. Een duiker die overigens al een jaar of 8 niets meer van zich heeft laten horen. Zijn peperdure uitrusting ligt nog steeds veilig opgeborgen en wordt geregeld gelucht, voor het geval de man toch nog ooit een keer komt opdagen. Ja, dat geloven we direct, en we kunnen moeilijk weigeren, dat zou een belediging zijn. Dus spreken we af dat we na de laatste duik de spullen te drogen hangen, en dat hij ze dan mee naar huis neemt. En dat we echt geen 8 jaar wachten tot we ze weer op komen halen.
Of het een grap is weten we niet, maar WakDi en Pak Umpuk zijn al bezig te bekijken waar de pakken het beste hangen; in de zitkamer tegen de muur. Daar kunnen net 3 pakken hangen. Het zou me niets verbazen als ze daar inderdaad een jaar lang komen te hangen.
Als we na een tijdje weer vertrekken, volgt het afscheid van de families. WakDi en Pak Umpuk zien we in in elk geval morgen, en waarschijnlijk overmorgen ook nog.
Ik gooi er maar weer heel veel terima kasihs uit, voor al het lekkere eten, voor de gezelligheid. Volgend jaar hoop ik toch echt iets beter met Indonesisch uit de voeten te kunnen, met de meeste mannen die iets in het toerisme doen, is het praten geen probleem, maar met de vrouwen, die geen woord Engels spreken, wordt het lastiger. Volgens Pak Umpuk gaat zijn jongste dochtertje, Aufa, ons erg missen. Vooral Tom, die de gemakkelijkste naam heeft. Elke keer als er een auto de kampung in rijdt, begint ze te jubelen dat Tom eraan komt. Pak Peter wordt ook wel eens genoemd. Anique en ik hangen er een beetje bij, maar dat komt vast doordat onze namen moeilijker zijn, stellen ze ons gerust. Ja, dat zal wel…
Wij gaan Aufa ook missen, en de rest van de gezinnen, en het mooie strand hier in de avond. En heel Lombok.
Ze zwaaien ons weer uit tot we met de auto om de hoek zijn verdwenen.
In Senggigi aangekomen lopen we direct door naar Bumi Aditya. Op tijd naar bed. Morgen nog een dag genieten, dan nog een dag afscheid nemen.

 
Vrijdag 3 september

De laatste echte vakantiedag…morgen zijn we ook nog bijna de hele dag in Lombok, maar dan staat de hele dag in het teken van afscheid nemen en inpakken. Dat is voor mij dus geen ontspannen vakantiedag meer.
Vandaag gaan Tom en Anique duiken bij de Gili’s. Peter en ik gaan een dagje sightseeën.   Moeten we toch ook doen in Lombok. Als we de kinderen bij Teluk Nara hebben afgezet, rijden we richting watervallen. We zijn al een paar keer bij Senaru/Sedanggile geweest. Nu willen we kijken of we één van de andere watervallen kunnen bezoeken. Maar dan moeten we ze natuurlijk eerst vinden.
We rijden naar het noorden, voorbij Bangsal. Al snel komen we een bordje tegen; Tiu Pupus Waterfall.
Dat wordt easy, er staat al een waterval aangegeven. Maar er zijn verschillende weggetjes/paadjes die richting op. Het is onduidelijk bij welke weg het bordje hoort. We nummer  1 leidt tot niets, is denken we na een paar meter ook niet echt een weg.
Dan de andere optie. Dat is inderdaad een weg(getje). Na een tijdje zien we weer een bordje Waterfall.
We zitten op de goede weg. Hoewel goed…de weg wordt pad, het pad wordt smaller, hobbeliger.
We schieten niet echt op. Brommertjes schieten ons voorbij. Tot we even later voor een soort krater in de weg staan. Links kunnen we er niet langs, rechts ook niet. En erdoor zal de auto ons niet in dank afnemen. We hebben ook geen idee hoever we nog van de waterval verwijderd zijn, lopen vinden we dus ook niet zo’n goed idee.
Dan maar geen Tiu Pupus vandaag.
We hobbelen terug naar de hoofdweg en rijden verder naar het noorden.
Even later staat er weer een bord Waterfall. Die volgen we dan maar weer. Als we op een gegeven moment weer een zandpad op worden gestuurd, besluiten we maar verder te gaan lopen. Volgens het bord is het 2 kilometer. Als het Lombokse kilometers zijn, is het een afstand tussen de 200 meter en pakweg 10 kilometer. Afstanden en tijden worden altijd met een royale marge genomen.
Maar dit gaat ons wel lukken. Zeker met een frisse waterval in gedachten.
We vragen een mevrouw bij een winkeltje of we onze auto daar mogen parkeren. Geen probleem.
We vragen ook nog maar of ze misschien iets te drinken verkoopt. Nee, drinken heeft ze niet, of in elk geval nu niet.
Dan hebben we pech gehad, moeten we het doen met de fles water die we bij ons hebben.
We wandelen het pad in. Het is een rustige omgeving, mooi groen.
Na een kwartiertje komen we bij een heel mooi dorpje. Daar worden we met keurige bordjes doorheen geleid. Het dorp lijkt wel uitgestorven. We horen wel wat kinderen, maar zien niemand. Dat maak je niet vaak mee in Lombok, dat je ongestoord een dorp door kunt lopen. Wat ook erg opvallend is, is de netheid van het dorp. Geen rommel, geen troep. Alle zandpaadjes en erfjes netjes aangeveegd. Tuintjes liggen er netjes bij, overal mooie bloemen en planten in potten.
Als we voorbij het dorp zijn, worden we getrakteerd op een werkelijk schitterend uitzicht over rijstvelden.
In de verte horen we al iets van water, en er stroomt een kanaaltje langs het pad. We zitten dus nog op de goede weg.
Dan komen we bij een beruga waar 2 jongens zitten. We worden hartelijk ontvangen en uitgenodigd plaats te nemen. Dit is zoiets als het bezoekerscentrum van de watervallen, begrijpen we.
We krijgen een fotoboekje onder de neus gedrukt, met al het mooie wat we van hieruit kunnen bezoeken. En, ook niet onbelangrijk, een blikje lekkere koele frisdrank!
We kunnen kiezen uit verschillende wandelroutes. De bijbehorende foto’s zien er allemaal mooi uit.
Als we vragen hoeveel tijd we nodig hebben om alle dingen op de foto’s  te bezoeken, gaan we voor die optie, een uurtje of zo. Dat redden we vandaag dus nog wel…
Eén van de jongens loopt mee als gids. Een aardige jongen, type berggeit. Hij spreekt wel wat Engels, maar hij is niet zo spraakzaam. Hij houdt meer van stevig doorwandelen. Ik niet zo, ik wil ook lekker rondkijken, genieten (en af en toe een beetje uithijgen), een foto maken. We wandelen eerst een stuk omhoog. Van hier uit hebben we aan fantastisch uitzicht, bananenbomen, palmbomen, rijstvelden en in de verte de blauwe zee. Als we even verder lopen, komen we bij waterval nummer 1. Niet zo indrukwekkend als bij Senaru, maar toch een echte waterval. Onderaan de waterval wordt het water opgevangen door een damwandje.  We mogen over de damwand naar de overkant lopen, aan een kant het stuwmeertje, aan de andere kant de berghelling. Niet mijn favoriete bezigheden, maar onze berggeit is al een stuk verder, dus rennen we er maar snel achteraan.
Dan komen we bij een veel mooiere plek. En heel veel enger. En moeilijk te omschrijven…
Een soort kloof in de rotsen. Er stroomt een riviertje uit. Daar moeten we overheen, het bruggetje bestaat uit een een paar bamboestokken om over te lopen, en één bamboestok als leuning.
De stokken waar je over loopt zijn bij elkaar gebonden, niet als een plank tegen elkaar, maar echt als een dikke ronde bos. Dit vind ik dus echt niet leuk, je kunt eraf vallen, erdoorheen zakken (al schijnt bamboe best wel sterk te zijn). Maar volgens mij is aan de overkant wel iets heel moois te zien. En onze berggeit staat al een beetje ongeduldig te kijken waar we blijven. Dan maar verstand op nul, niet te veel omlaag kijken en doorlopen. Als ik achteraf de foto zie, lijkt het niet zo eng, maar dat was het wel, vond ik…
Aan de overkant is het inderdaad erg mooi. Het bruggetje eindigt weer op een soort stuwdam.


Het stuwmeer is de eerste badplaats van vandaag. Aan de overkant stort waterval 2 in het stuwmeer. Onze gids klautert een stuk de rotsen op, en duikt omlaag. Hij zal wel weten waar het water diep genoeg is hier, maar ik vind het eng.
Ik sla het eerste bad vandaag over. Erin kom ik vast wel, maar ik heb zo’n vaag vermoeden dat eruit komen moeilijker zal worden. Dit is een zwembad zonder trapje…
Aan alle kanten steile rotsen, de enige uitgang is waar ik nu zit, een soort houten vlondertje boven de damwand. Daar blijf ik lekker zitten, ik maak wel foto’s. Peter neemt ook een duik, letterlijk en figuurlijk een hele frisse duik. Ja, een hele andere temperatuur dan het zeewater in Lombok.
Als iedereen weer uit het water is geklauterd, gaan we verder. Nou, niet echt verder, was dat maar waar. Nee, terug, over hetzelfde ellendige bamboebruggetje. Het eerste stuwmeertje is nu veranderd in zwembad voor de lokale jongetjes. Vrolijk spetteren ze in het rond. Wij lopen verder, een stuk door een mooie jungle. Met van die prachtige bomen, geen idee wat voor soort het is, met aparte gladde stammen waar onderin diepe inhammen in zitten die uitlopen in heel apart gevormde wortels, die half boven de grond ver uitspreiden.

Ik heb al een paar keer gevraagd wat voor bomen het zijn, maar ik krijg steeds Indonesische namen waar ik niks mee kan. Toch maar eens gaan googelen.
We lopen een heuvel over en komen bij een beekje. Dat volgen we tot we weer bij een waterval komen. De waterval stort van hoog neer, in een soort grote kom. Op één plek loopt de kom over. In de smalle overloop staat een houten ladder. Daar begint het beekje dus. We kunnen via het laddertje in de kom en bij de waterval komen.
Maar dan moeten we eerst het laddertje op. Klinkt niet zo moeilijk, maar het water wat over de ladder stroomt, heeft ook een waterval-kracht. En met lenzen in is dat best lastig. Als ik omhoog kijk, ben ik bang dat mijn lenzen wegspoelen. Dus wordt het omlaag kijkend een glibberig wiebelend laddertje in een waterval opklimmen. Maar het lukt. En we worden beloond met een geweldig zwembadje met watervallen.
Dit is veel mooier dan de grote waterval bij Senaru. En veel rustiger, we zijn de enige toeristen.
We genieten nog even van de rust, het koele water, het prachtuitzicht en dalen dan weer af.   
Dan hebben we de route voor vandaag gehad en mogen we weer terug lopen. Met natte plastic slippers loopt het niet echt lekker op de smalle bergpaadjes, dus doe ik maar op zijn Lomboks, op blote voeten terug. Als we weer bij de beruga komen, wacht ons weer een fris drankje. En nog een vriend van de 2 jongens, Anton. Hij komt een verkooppraatje houden. Wij vinden alles goed, we zitten heerlijk, gezellig, genieten! Anton verkoopt echte Lombok koffie.  Niet de gewone, maar met lokale cacao en vanille erdoorheen. Ja, we zien de vanille en de cacao op nog geen meter afstand van de beruga groeien.
En omdat de jongen eigenlijk kunstenaar is, geen koffieboer, heeft hij de koffie heel mooi verpakt. Van bamboe heeft hij kokers gemaakt, met een houten bodem en deksel. Op de bamboe heeft hij zijn naam en telefoonnummer gekerfd, de kaart van Lombok, een mooie tekening van de Gangga watervallen (want daar zijn we nu dus, en ik heb het vermoeden dat de Tiu Pupus ook één van de watervallen is die we net hebben gezien) en de ingrediënten; Lombok koffie, vanille en cacao.
Het ziet er erg leuk uit, leuker en origineler dan de standaard souvenirs. We besluiten dus maar een paar kokertjes te kopen. En oké, ook nog een bosje vanille ‘uit eigen tuin’.
Helaas heeft Anton op het moment geen schilderijen meer in de aanbieding, maar als we volgend jaar terug komen, moeten we zeker weer langs komen.
Ja, volgend jaar terug komen zit er wel in! En als we voor die tijd nog echte Lombok-Gangga koffie willen hebben, kunnen we bellen, het nummer staat op de koker…
Onze gids van vandaag komt nog met een groot gastenboek aanlopen, of we daar onze namen en commentaren in willen schrijven. Uit het gastenboek maken we op dat er al een dag of 2 geen bezoekers meer zijn geweest. De toeristen weten niet wat ze missen! Maar dat vinden wij niet erg, deze rustige plekjes zonder toeristen waarderen wij het meest.
Voor ons wordt het tijd om terug te gaan, voor de jongens is het tijd om naar de moskee in het dorpje te gaan; het is vrijdag!
Als we weer langs het dorpje lopen, komen er wat kinderen een praatje maken. In gebrekkig Engels. Ook willen ze allemaal op de foto, en dan natuurlijk op het schermpje kijken hoe ze erop staan!

Als we een klein half uurtje later weer bij de auto aankomen, komt er weer een groepje kinderen aan. Waarschijnlijk kinderen die hier bij het winkeltje horen. Of we snoepjes hebben? Nee, helaas. Maar we hebben wel nog wat van onze voorraad schriftjes in de auto liggen, en nog wat potloden.
We geven ze allemaal een schriftje en potlood en rijden dan snel weg, voor ze alle kinderen uit het dorp hebben ingelicht…zoveel schriftjes hebben we niet meer!
We hebben van de wandeling wel honger gekregen. Maar veel is hier niet te krijgen. Overdag tenminste niet. In elk geval niet in het openbaar. Dus zullen we terug moeten naar iets toeristischer gebied. Bij Bangsal moet het lukken. En inderdaad, richting haven zijn wat restaurantjes.
Hier hebben ze het slim aangepakt. Om bij het restaurant te komen, moet je door de slagboom. En als je door de slagboom wil (richting officiële haven voor de boten naar Gili Air, Meno en Trawangan), moet je betalen. We waren nog nooit in Bangsal geweest, wij gaan altijd naar de gili’s met Lombok Dive, van uit Teluk Nara haven. En die is helemaal gratis. Maar in veel verslagen, reisinformatie enzo lees je over de ‘mafia’ van Bangsal, die alle toeristen die hier komen zoveel mogelijk geld afhandig probeert te maken. Ja, zo lukt dat heel aardig. Maar ja, we hebben honger en willen wat eten, dus betalen we maar.
En het eten is prima, dus die paar roepia haven-entree kunnen er nog wel vanaf. Een tafeltje verderop hebben toeristen meer problemen. Bij een tourist-office hebben ze een, naar hun idee dure, overtocht naar de gili’s geboekt. Nu staan ze hier en blijkt dat de boot veel later vertrekt en veel duurder is. Ze hadden al betaald, maar moeten hier dus nog veel bij betalen. Boos wordt het tourist-office gebeld, maar daar weten ze natuurlijk van niets. De jongens ‘van de boot’ die bij hun staan te onderhandelen houden zich ook van de domme. Waarschijnlijk kunnen de toeristen hoog en laag springen, maar zullen ze toch bij moeten betalen om op de gili’s te komen. 
Na het eten rijden we naar Teluk Nara. Wachten op de boot van Lombok Dive.
We wandelen een stukje langs het strand, maar het is veel te heet om ver te lopen. Dan maar lekker in de schaduw zitten, kijken naar de bootjes die langsvaren, naar de mensen die, na het vrijdagmiddaggebed, weer aan het werk gaan. Boten vullen met bouwmaterialen die naar de Gili’s moeten. Vreselijk zwaar werk. Met cementkuipen en bakken vol zand of stenen op het hoofd over het strand lopen, naar de boten die in het water liggen. Daar de bakken afgeven, en met een lege bak weer terug. En dat in deze hitte. De meeste sjouwers zijn vrouwen. Eén zelfs met een klein kind op de heup, veilig vastgezet in een slendang. Een half uurtje later komen de duikers terug. Tom en Anique hebben nog een heerlijke duikdag gehad, en er erg van genoten. Dat moet ook, want voorlopig is het de laatste keer.
We nemen de duikpakken mee in de auto, die gaan naar het huis van WakDi, zoals we hebben afgesproken. Hij wil ze vanaf Senggigi zelf al meenemen naar huis met de bemo, maar we zeggen dat dat niet nodig is, we brengen ze wel met de auto.
Als we allemaal opgefrist zijn, gaan Tom en Anique even een boekje lezen, daarna naar kantoor. Peter en ik rijden even naar Ampenan om de duikpakken weg te brengen.
Daar wordt ons bijna een schuldgevoel aangepraat door WakDi en Pak Umpuk omdat we de kinderen alleen in Senggigi hebben gelaten… Nou, ze wilden zelf echt daar blijven. Maar hoe moet dat dan met eten? Tja, heel eenvoudig denk ik, we eten straks samen in Senggigi wat. Maar zo gemakkelijk is dat echt niet. Want zoals gewoonlijk komen we hier niet weg zonder iets gegeten en gedronken te hebben, en dan hebben Tom en Anique minder gehad dan wij…. Ja, dat is inderdaad erg lastig.
Voor we het weten staan er twee grote glazen dampende thee voor ons, en sinaasappels, kroepoek, zoete lekkernijen en koekjes. Daarna nog een kommetje met ijs, en een paar schijfjes limoen, voor het geval we ijsthee willen. Hier kan geen restaurant tegenop.
Als we van alle schaaltjes wat geproefd hebben, moeten we toch echt opstappen. Dus wordt het tijd voor afscheid nemen. Wk Di en Pak Umpuk zien we morgen nog in Senggigi.
Pak Umpuk heeft zelfs al aan Mohni gevraagd of hij morgen vrij kan krijgen, of een dag op kantoor kan blijven, zodat hij ons overdag nog kan zien en daarna nog naar het vliegveld kan komen om afscheid van ons kan nemen. Ik zie de bui al hangen, dat wordt morgen een dag met veel tranen.
Met lood in de schoenen nemen we afscheid van de gezellige families. We gaan ze missen; het heerlijke eten, maar vooral ook de gezellige sfeer hier. Iedereen is welkom, altijd kinderen over de vloer, altijd veel gezelligheid.
Voor we weg zijn, komt de vrouw van Wak Di ook nog lopen met een zak vol kroepoek…om mee te nemen naar Belanda. Wat lief, ik wil dit eigenlijk niet, maar weet dat ik het ook niet kan weigeren. Ze heeft allerlei soorten kroepoek gehaald. Allemaal ongebakken, zodat het gemakkelijker is om mee te nemen. Nu komt er wel even moeilijks, nu moeten ze erachter zien te komen of ik, als ‘witte huisvrouw’ wel weet hoe ik de kroepoek moet bakken. Ik stel ze gerust, ik heb wel vaker kroepoek gebakken, en dat lukt eigenlijk altijd heel aardig. Er wordt me nog op het hart gedrukt om de kroepoek wel even in de zon te leggen, voor ik het ga bakken, zodat hij goed droog is. Wordt in de winter soms een beetje lastig in Belanda, maar op de verwarming werkt ook wel. Pak Umpuk kijkt een beetje beteuterd, hij vertelt dat hij ook iets mee wilde geven aan ons, maar hij wist niet goed wat. We stellen hem gerust, we hebben hier al zoveel gekregen, vriendschap, warmte, gezelligheid, lekker eten en drinken, daar zijn wij heel gelukkig mee.
En hij belooft plechtig dat hij ons binnenkort een mail gaat sturen, en dat we contact gaan houden tot we weer naar Lombok zullen komen. (En, nu ik dit schrijf, eind december, hebben we al heel veel mailtjes van Pak Umpuk gehad, geweldig!)
Na heel veel terima kasihs en sampai tahun depans rijden we even later Ampenan uit. Terug naar Senggigi.

Daar hebben de kinderen inderdaad nog niet gegeten. We besluiten de vakantie dan maar ‘af te sluiten’ bij Graha. Daar kun je altijd prima eten. We hebben geluk, onze grote/kleine vriend Made uit Kampung Loco heeft dienst als ober in het restaurant. Hij komt al direct vragen wanneer Tom weer mee gaat vissen. Tja, deze vakantie gaat dat niet meer lukken. Nog een jaartje wachten dus.
Het eten is, als gewoonlijk, overheerlijk. Maar haverwege het diner begint er een band te spelen. Nou ja, band…een meneer en mevrouw. Mevrouw zingt, meneer zit achter een keyboard en zing ook af en toe.
Het genre doet me denken aan iets voor op een cruise, LoveBoat of zo. Niet echt van deze tijd, niet echt Indonesisch, en nog erger, niet helemaal zuiver gezongen, maar wel keihard (door de grote geluidsinstallatie). Een gesprek voeren lukt niet echt meer. Het voltallige personeel staat ademloos en geboeid te kijken en luisteren. Wij wachten steeds hoopvol op een pauze die maar niet komt. We besluiten het toetje en de kop koffie maar over te slaan. Als we de rekening vragen, vraagt Made heel verbaasd waarom we niet nog even gezellig blijven zitten en luisteren. Nu zouden we dus eigenlijk moeten vertellen dat de geweldige band ons ‘wegjaagt’, dat die misschien toch niet zo goed is voor de omzet, maar we doen het maar niet. Iedereen (dat wil zeggen al het personeel van Graha) kijkt zo gelukkig. Dus zeggen we dat we nog veel moeten doen, inpakken enzo. We nemen afscheid en lopen nog even Senggigi in. Even naar de bank, we moeten nog geld opnemen voor de schoolbankjes in Batu Tumpeng. Maar we zitten vast aan een dagmaximum wat we bij de ATM kunnen pinnen. Morgen nog een keer het maximum, en dan kan Opan de rest nog opnemen als wij weer weg zijn.
Als we weer terug lopen, mogen we in de hoofdstraat nog van veel mensen even afscheid nemen. Na al de jaren zijn we hier al redelijk bekend geworden. Och, de meesten weten al dat we volgend jaar weer terugkomen, dus het wordt meer een ‘tot volgend jaar’ dan een echt afscheid.
Het gemiste kopje koffie bij Graha nemen we maar bij Berry’s Café. Ook gezellig.
En dan wandelen we terug naar Bumi Aditya. Niet te laat naar bed, morgen wordt een drukke dag, waar ik als een berg tegenop zie. En niet alleen omdat we dan die berg spullen die in onze kamers ligt in 4 tassen moeten zien te proppen…

 
Zaterdag 4 september

Vandaag is dan echt de laatste dag, wat vliegt de tijd! We beginnen maar eens met een lekker ontbijt.
Made heeft ‘voor de variatie’ weer toast voor de ouderen, pannenkoeken voor de kinders. Kopje thee erbij, lekker vers fruit, een prima start van de dag. Want verder wordt de dag vast niet zo prima.
We lopen snel naar Daan en Nurul. Gelukkig horen we daar dat ze allebei vanmiddag thuis zijn voordat wij moeten vertrekken. Dat afscheid kunnen we dus nog even uitstellen.
Dan op naar Lombok Dive. Daar gaan we in elk geval alvast afscheid nemen van degenen die gaan duiken. Pak Umpuk baalt verschrikkelijk. Het is druk vandaag, dus hebben ze hem echt nodig met duiken. En hij had nog zo gehoopt dat hij vandaag de hele dag naar ons zou kunnen kijken…
Maar hij gaat toch nog proberen vanavond naar het vliegveld te komen om ons gedag te zeggen.

Er worden wat ‘groepsfoto’s’ gemaakt voor het kantoor. Hamdi komt ook nog aanracen op zijn motor, hij hoeft vandaag geen les te geven op school, en gaat dan meestal met Mohni op pad om duikers en snorkelaars te begeleiden. En hij moest ons nog iets geven, een hele grote plastic tas vol kroepoek uit Kediri, deels gebakken, deels ongebakken. Het is een cadeau van Pak Haji uit Batu Tumpeng. De kroepoekspecialiteit uit die regio is de kerupuk sapi. Oh jee, hoe gaan we dat weer allemaal in onze tassen proppen?! Gelukkig is het gewicht kleiner dan het volume.
Even na acht uur is het dan toch tijd om echt afscheid te nemen. Lombok Dive kan de klanten natuurlijk niet laten wachten. Als iedereen weg is, lopen we terug naar Loco. Daar gaan we niet overal afscheid nemen, dan zijn we volgende week nog niet weg, maar een paar mensen willen we toch even persoonlijk gedag zeggen. Eerst naar Adi en Mariam.
Adi is gelukkig al weer redelijk opgeknapt, hij begint zich te vervelen thuis, maar durft toch nog niet echt van huis te gaan. We hadden Adi en Mariam gisteravond uitgenodigd om mee naar Mc Donalds of KFC te gaan, niet omdat we dat zo lekker vinden, maar omdat we weten dat ze daar elk jaar tijdens de Ramadan ’s avonds gaan eten. En dit jaar kunnen ze niet samen op de motor er naar toe. Maar hij durfde het nog niet aan, bleef toch liever thuis.
Nu is hij blij dat we nog even langskomen. We kletsen wat, onder het genot van een grote kop thee, maar mijn hoofd zit al te dicht bij het afscheid. Wat haat ik deze dag! Na een klein uurtje moeten we echt verder. Nog even bij Boung, Sareah en de kinderen langs. Daar zitten ook Sane, de moeder van Daan en de moeder van Nurul. Heel veel vliegen in één klap dus.
We slaan hier de aangeboden drankjes af, dat lukt ook nog, dankzij de ramadan.
Dan moeten we toch echt even wat spullen gaan inpakken.
We gaan even flink sorteren; wat moet mee naar Belanda, wat zullen we hier laten? We weten dat we veel mensen hier dolgelukkig maken met t-shirts, handdoeken, slippers, toiletspullen.
De meeste spullen verdelen we over 2 tassen, één voor het gezin van WakDi, één voor het gezin van Pak Umpuk. Als goedmakertje voor al het lekkere eten en drinken en alle gezelligheid van de afgelopen weken. We komen ook nog veel andere nuttige spullen tegen, zaklampjes, leeslampjes, plakband, touw, paperclips, tie-reps, schrijfgerei, tjonge, wat sleur ik toch altijd mee naar Lombok?! Maar hier komt het zeker van pas. Wak Di maak ik vast nog blij met een ongebruikt Sudoku boekje.
De poetsspullen laten we maar hier staan, die zijn voor Made.
Als alle tassen gevuld en op gewicht zijn (het kan weer net, blijkbaar zijn er net zoveel spullen bijgekomen als uitgegaan…) drinken we een kop koffie bij Berry’s. Dat kunnen we nu wel gebruiken. Maar ik kies toch voor een lekker watermeloensapje. Koffie kan ik morgen, overmorgen en de rest van het jaar ook nog drinken. De lekkere jus-semangka is in Nederland moeilijk te krijgen…zeker niet zo lekker als hier. Peter rijdt nog even snel met Budi naar de ATM, de volgende ronde geld voor de tafeltjes voor de school in Batu Tumpeng halen. As ze terugkomen heeft Budi een cadeautje voor Anique en mij meegebracht. Voor ons allebei een mooi geknoopt parelarmbandje. Wat lief! Ja, je moet wat overhebben voor je aanstaande vrouw en schoonmoeder (over 14 jaar, mungkin…).
Als we Opan, die nog op kantoor is, het geld hebben gegeven, met de uitleg voor de verdere opnames, moeten we terug naar Loco. Naar Bumi Aditya om precies te zijn. Made wil ons nog een afscheidslunch aanbieden. Daar zeggen we geen nee tegen…
We krijgen heerlijke vis, op verschillende manieren klaargemaakt. Lekkere nasi en groenten erbij. Heel erg lekker. Volgend jaar gaan we hier misschien toch eens wat vaker eten. Na het eten worden we nog verwend met koffie en thee.
Daarna gaan we nog even douchen, omkleden, laatste spullen pakken.
Als we bijna klaar zijn, komen Daan en Nurul al aanlopen om afscheid te nemen.
We maken nog snel een ‘vrolijke foto’ van de dames met Tom en Anique. Nu lacht nog iedereen, zij het met een beetje moeite.
Als we de deuren van onze huisjes voorlopig weer voor de laatste keer dichtslaan, slaat de stemming om.
Nu moeten we echt afscheid nemen. Daan zegt al heel optimistisch dat we niet gaan huilen. Maar voor ze het gezegd heeft, rollen de tranen al over haar wangen. Och, zo wordt het weer een ouderwetse jankparade. Ik schiet bijna in de lach als ik zie dat Made ook staat te snuffen. We zijn wel geliefd hier…
Om het niet nog erger te maken, houden we het kort en rijden we weg.
Op naar Lombok Dive. Opan en Mahfudz zijn op kantoor, daar moeten we dus nog even langs. Volgens de laatste stand zou het moeten lukken dat Pak Umpuk nog even naar het vliegveld komt, en Opan probeert dan mee te komen. Maar als er dan niemand anders op kantoor is, kan hij niet weg.
Dat wordt dus nog spannend.
We lopen nog even bij Berry’s naar binnen. Die lacht in elk geval nog, zoals altijd.
De watermeloen wordt al bijna in de sapmaker gegooid, maar nu drinken we niets, we komen alleen dag zeggen.
Even later rijden we Senggigi uit. Wat waren we graag nog een tijdje gebleven…
Voor we de auto inleveren gaan we naar Ampenan. Daar willen we de spullen afleveren voor Pak Umpuk en Wak Di. Pak Umpuks vrouw loopt ons al tegemoet, vertellend dat haar man er niet is. Dat wisten we al, en we leggen, in ons beste bahasa Indonesia uit dat we niet kunnen wachten tot hij er is, dat we op weg zijn naar het vliegveld, maar dat we nog wat spullen af komen geven.  En, reagerend op haar volgende vraag, dat we echt geen tijd hebben om nog iets te drinken….
Na Ampenan rijden we naar het Trac kantoortje. De auto inleveren. Meneer Nyoman wacht al op ons. De formaliteiten worden snel afgehandeld, dat gaat hier heel gemakkelijk. Belangstellend informeert hij naar onze vakantie en naar alles wat we voor Impian Anak hebben gedaan afgelopen weken. Het blijft fijn om te horen hoe enthousiast mensen hier zijn over ons project. Hij verontschuldigt zich voor het feit dat het weer niet zo goed was dit jaar. We kwamen aan met regen, en nu vallen er weer een paar drupjes uit de lucht. Maar ik verwacht niet dat we hem dat persoonlijk kwalijk kunnen nemen, Trac kan veel regelen in Lombok, maar het weer vast niet.
Hij heeft ook nog een verrassing voor ons. Wij zijn Customer off the day!!!!
Daarbij hoort een officiële onderscheiding; een houtsnijwerk lumbung huisje, met daarop een blitse TRAC sleutelhanger geplakt. We hebben geen idee waaraan we dit hebben te danken, we dachten altijd dat we de enige klant van het jaar zijn hier, we hebben nooit andere klanten gezien. En zoals meneer Nyoman vaker heeft verteld, bestaat de klantenkring voornamelijk uit zakelijke klanten. Toeristen nemen meestal een auto met chauffeur als ze in Lombok zijn. Maar vandaag zijn wij dus de feestvarkens (figuurlijk dan, het blijft Lombok…).
We worden verzocht met zijn allen te poseren, terwijl de Customer off the Day onderscheiding wordt uitgereikt. Dat doen we dan maar. Als de foto genomen is, worden we teruggeroepen. Of we nog een keer willen, dan kan nu iemand anders de onderscheiding ook nog een keer overhandigen, en er moeten nog een paar andere personeelsleden van Trac mee op de foto. Ook prima. Als iedereen tevreden is, verwachten we op zijn minst champagne met kaviaar, maar dat zit er niet in voor de klant van de dag (zal wel aan de puasa liggen). Zelfs geen bekertje water, al heb ik daar alle begrip voor. Meneer Nyoman kent ons nog van voorgaande jaren, en herinnert zich vast nog al die banjirs op zijn bureau als Peter het afdekfolietje op het bekertje te lijf gaat met een rietje.
Aangezien alle formaliteiten en plechtigheden erop zitten, nemen we afscheid.
Prachtig, het hele bedrijf loopt uit om ons uit te zwaaien. Terwijl meneer Skrietie (Security) het verkeer op de drukke weg stillegt, rijden we de straat op en worden we naar het vliegveld gebracht dat een eindje verderop ligt. Dan begint het lange wachten. We hebben afgesproken dat we buiten zouden blijven, voor het geval er nog iemand van Lombok Dive komt. Maar we brengen alvast onze bagage weg. Dan zijn we dat alvast kwijt. Dan gaan we weer naar buiten, ‘gezellig’ op het stoepje zitten en wachten. Al snel krijgen we een sms van Opan.  Maaf maaf, de duikers zijn nog op de boot, Mahfudz is naar de haven om iedereen op te halen. Hij kan zelf dus niet weg van kantoor, en of de rest op tijd terug is, valt nog te bezien. Het ziet er dus naar uit dat niemand naar het vliegveld kan komen.
Van één kant een kleine opluchting, dan hoeven we niet weer afscheid te gaan nemen, aan de andere kant moet ik even diep slikken. Ik baal ervan dat we ze niet toch nog even kunnen zien, en ik weet dat Pak Umpuk zich schuldig zal voelen als hij niet op tijd is. Hij kan er niets aan doen als hij niet kan komen, dat weten wij, dat weet hij, maar hem kennende zal hij zich, tot we weer in Lombok zijn, schuldig voelen omdat hij ons ‘teleurgesteld’ heeft. Zo zit hij nu eenmaal in elkaar.
We sms-en terug dat we uiterlijk tot 6 uur buiten blijven. Daarna moeten we echt naar binnen.
Dan wordt het weer wachten. Na half 6 komt er weer een sms, ze zijn onderweg vanuit Senggigi. Opan op de motor, en nog een busje vol. Wat een heerlijk bericht…maar, als het verkeer tegenzit, wat goed mogelijk is zo tegen zonsondergang, komen ze echt niet voor 6 uur aan. Het blijft dus spannend.
Maar dan, een paar minuutjes voor 6, komen ze aanrijden. Opan, die straks direct doorrijdt naar Kediri, heeft een stukje terug zijn motor langs de weg gezet en is ook in de auto gestapt. De Lombok Dive auto wordt asociaal op straat voor de ingang neergezet. Maakt niet uit, doen veel mensen hier, hebben we het afgelopen uur gezien. Pak Umpuk springt uit de auto, helemaal gestrest, hij wilde ons per se nog even zien. We lachen als we zien dat hij zijn T-shirt achterstevoren aan heeft, en op blote voeten is. Ja, hij moest ook zo haasten.
Ook Hamdi, Mohni, WakDi, Eli en Dani zijn meegekomen. We praten nog wat, maken nog een paar foto’s, nog een paar knuffels.
Maar dan moet het er toch echt van komen. We kunnen het vertrek niet langer uitstellen. Ik vind het rot voor iedereen, ze hebben zo veel moeite gedaan om nog even te komen, we zouden nog uren kunnen en willen kletsen, maar we willen ook niet het hele vliegtuig ophouden. Het is al ruim 6 uur geweest.
Als we nog een kwartiertje konden wachten, zouden we met zijn allen nog wat kunnen gaan drinken, dan is het buka puasa, maar dat zullen de andere passagiers ons niet in dank af gaan nemen. Dus gaan we ‘de vertrekhal’ binnen, zwaaiend tot iedereen uit het oog is verdwenen. Of tot ik niets meer zie door de tranen. Tja, ik kan er ook niks aan doen dat de mensen hier zo vriendelijk zijn, dat ik nu weer een jaar rindu ke Lombok heb, denk ik maar als de douanemeneer me vreemd aankijkt.
Tot overmaat van ramp blijkt dat we ook nog een half uur vertraging hebben. Hadden we toch nog wat kunnen drinken, nog van een buka puasa in Lombok kunnen genieten!!!
Nu zitten we hier in een kille vertrekruimte te wachten.
De vlucht naar Singapore verloopt prima. Boven Ampenan zwaaien we in gedachten nog even naar Aufa, het dochtertje van Pak Umpuk, die nu vast naar boven staat te kijken terwijl we laag overvliegen. Van de 2 uur overstaptijd in Singapore is al de helft voorbij als we er aankomen.
Gelukkig. We zijn toch niet in de stemming om gezellig te shoppen of wat dan ook. Snel een kop koffie, benen strekken en naar de gate.  Ik stoor me aan alles, de pracht en praal, luxe artikelen, belachelijke prijzen (voor een kop koffie kan in Lombok een gezin een week eten). En de mensen, allemaal gehaast, druk, opgedirkt. Wat zijn de mensen in Lombok dan rustig en vooral ook mooi, zonder opsmuk, zonder gedoe. Ik weet het, over een paar dagen ren ik ook weer rond, gaat het dagelijkse ritme bij ons ook weer beginnen, ligt de winkelwagen ook weer vol met dingen die ik in Lombok nooit zou kopen, die we niet perse nodig hebben.
Maar nu, net in Singapore,  is de overgang veel te groot, maar het zij zo. Het kost me elk jaar een paar dagen om over te schakelen, dat zal nu ook wel weer gaan lukken.
We gaan weer alle controles door. Het gaat snel. Op de heenweg werd mijn rugzak in Singapore goed gecontroleerd, omdat ze ergens poeder zagen. Poeder, in mijn tas??? Dat bleek dus een potje bouillonpoeder te zijn, wat ik thuis op het laatste moment nog in mijn rugzak had gestopt, na mijn uitleg over soto, soup, was dat overigens geen probleem. Nu heb ik geen verdachte, verboden of gevaarlijke spullen bij me. We kunnen zonder problemen het vliegtuig in.
De tweede vlucht, naar Amsterdam, verloopt ook prima. Al kijk ik de tijd voorbij. Films kijken boeit me niet, nooit trouwens, slapen lukt niet echt, en zelfs mijn leesboek leidt niet af. Dan is het gewoon heel lang zitten en wachten, en dromen over Lombok.
In de vroege ochtend landen we op Schiphol. Belanda, we zijn er weer…

Een paar maanden later…

Inmiddels is het december in Belanda. En wat voor een december. Koud, wit. Wat een tegenstelling tot Lombok.  
Het verslag schrijven heeft langer geduurd dan de bedoeling was. Och, des te langer ben ik met Lombok bezig. Al zijn we tegenwoordig ook veel met Lombok bezig zonder verslagen te schrijven.
Dagelijks hebben we wel contact met ‘ons tropische eilandje’.
Via mail, sms, facebook (wat daar heel snel ingeburgerd is). Vrijwel elke week krijgen we een mailtje van Pak Umpuk, met de laatste berichtjes van Lombok Dive en uit Ampenan. Mohni en Opan ‘spreek’ ik ook minimaal 2 keer per week, over Lombok Dive en over Impian Anak, maar ook over van alles en nog wat, het weer, toerisme, dagelijkse dingen. Hamdi stuurt geregeld foto’s uit Batu Tumpeng. 
Dan zijn er nog veel andere facebook contacten, het is leuk om betrokken te blijven bij Lombok, het hele jaar door. Brengt af en toe een beetje warmte in de koude winter.
Geweldig om te horen dat het daar heet is (maar ook vaak, veel vaker dan andere jaren, veel regent, stormt, hoge golven, slecht duikweer is). Leuk om de bezorgdheid te horen, als ik vertel dat het in Belanda 40 graden kouder is dan in Lombok, dat er sneeuw ligt, dat het water buiten ijs is geworden. De standaard vraag is dan meestal of het echt wel goed met ons gaat, of we dan niet dood gaan als we buiten komen. Tja, temperaturen onder 0 zijn voor de Lombokkers iets wat ze zich niet voor kunnen stellen. Daar lopen ze al met een trui, jas en muts  als de temperatuur lager is dan pakweg 28 graden…
Via de mail en facebook horen we ook wat we verder allemaal missen als we in Nederland zijn, uiteraard Idul Fitr, Lebaraan Topat, het offerfeest, veel grote en kleine ceremonies. Maar we hebben meer feesten gemist; Hamdi is getrouwd, Opan is getrouwd. Over een paar maanden komt er bij Mohni en Sofi een baby’tje bij.

Ook in Batu Tumpeng is veel veranderd. In september zijn voor alle kinderen schoolbankjes gekocht.
Ook is het vierde klaslokaal af, begin december is de tegelvloer gelegd. Er wordt zelfs al druk gebouwd aan het vijfde lokaal. Dat moet ook, want het komende schooljaar zouden er 2 nieuwe lokalen bij moeten komen. Dan komt er een 1e klas basisschool bij en een eerste klas middelbare school. Omdat de school pas 2 jaar bezig is, gaan er nog geen klassen weg. Twee nieuwe lokalen zal niet meer gaan lukken voor de zomer, maar we hopen het vijfde lokaal wel op tijd klaar te hebben. Of dat lukt? We weten het niet. Het kost allemaal geld. Relatief weinig, de mensen uit het dorp werken vrijwillig, ze hoeven alleen de materialen te kopen, maar toch. Maar ook als er te weinig lokalen zijn, het onderwijs gaat door, dan splitsen ze tijdelijk een lokaal op, verdelen de lessen over de dag. De mensen zijn inventief in Lombok.
Waar we heel blij mee zijn, zijn de diverse kerstacties die lopen. Van de opbrengst willen we voor de kinderen op school schoolboeken kopen. Dit zal de kwaliteit van het onderwijs zeker beter maken. De eerste ‘ronde’ is al binnen. Petula, die op zoek was naar vrijwilligerswerk voor een paar weekjes op Lombok, heeft geld ingezameld voor Engelse lesboeken. Die worden komende week gekocht. In februari gaat ze les geven in Batu Tumpeng, uit de nieuwe boeken! Van het overige geld wat ze heeft ingezameld, gaat ze dan met Hamdi nog andere spullen voor school kopen. Bij Eetcafé In den Engel in Venray loopt, met dank aan Wim en Joyce, momenteel nog een kerstactie. Op Raayland in Venray is geld ingezameld op een deel van de bovenbouw Havo en VWO.
Samen met alle andere giften en donaties kan Impian Anak heel veel betekenen voor de kinderen in Lombok. Het is geweldig hoeveel mensen spontaan  hulp aanbieden voor Impian Anak.

Maar ook op andere manieren proberen we een steentje bij te dragen.
Tom is op het moment bezig met het maken van een nieuwe website. Voor kleine Lombokse bedrijfjes die werkzaam zijn in het toerisme en die gerund worden door lokale mensen. Deze kunnen meestal geen eigen website betalen.
In het tijdperk waarin steeds meer mensen vakanties van huis uit (of zelfs onderweg) plannen aan de hand van informatie op internet, is het voor bedrijven heel belangrijk dat ze ook te vinden zijn op internet.
Sommige kleine ondernemers zijn dat nu wel, maar dan meestal op de website van een tourist office, agentschap, tussenpersoon. Die houden vaak zoveel geld in, dat er voor de ‘uitvoerder van het werk’ weinig marge meer overblijft.
Om de kleine lokale bedrijfjes ook een kans te geven, kunnen ze nu een eigen pagina krijgen op de nieuwe website. Helemaal gratis; Orbis System Solutions betaalt de kosten van webhosting, design, onderhoud.
De Lombokse bedrijfjes hoeven alleen hun gegevens door te sturen. Ze kunnen zelfs een gratis e-mailadres krijgen. Dit geheel staat overigens los van Impian Anak. Het is echt bedoeld om de lokale kleine bedrijfjes meer bekendheid en zo meer kansen op klandizie te geven.
Als de site klaar is, zullen we dat laten weten via deze website en/of facebook.

Zoals duidelijk zal zijn, tellen we weer driftig af naar ons volgende verblijf in Lombok. Voor Tom, die in mei/juni eindexamen doet, wordt het een lang verblijf; 2 maanden. Peter, Anique en ik moeten het met een standaard vakantie doen. De eerste maand kan Tom zich ook bezig houden met Impian Anak. In die periode moet alles geregeld worden voor het nieuwe schooljaar. Basisschoolkinderen voorzien van uniformen en andere schoolspullen. Voor de middelbare scholieren moet bekeken worden hoeveel geld ze nodig hebben voor boeken, wat ze in het begin van het schooljaar moeten betalen. Hoe het overige geld wordt verdeeld over de maanden. Een heel geregel, zeker voor 28 kinderen die verspreid zitten over verschillende plaatsen in Lombok. Maar dat gaat zeker lukken.

Nu komt er dan toch nog een einde aan dit verslag, zoals beloofd voor 2011!
Ik wil alle lezers bedanken voor de belangstelling, commentaren en aanmoedigingen via mail, facebook,  gastenboek maar vooral ook voor het geduld (4 maanden wachten op een reisverslag, en al die tijd trouw de website blijven volgen…ik vind het knap!).
Uiteraard zullen we het komende halfjaar iedereen via de website en nieuwsbrieven op de hoogte blijven houden van de ontwikkelingen in Lombok. En binnenkort gaan we dit verslag nog voorzien van bijpassende foto’s. Zodra dat klaar is, volgt een berichtje in het gastenboek, facebook of nieuwsbrief.

 


info@impian-anak.com - tel: +31 478 539091 - Bankrekening: NL77 KNAB 0205 9517 32 t.n.v. Stg. Impian Anak te Blitterswijck.             .