NederlandsEnglish
Verslag 2007
Zaterdag 14 juli 2007

Blitterswijck - Frankfurt

Na een paar maanden aftellen is het dan eindelijk zover. Het is zaterdag 14 juli. We gaan op vakantie!

Omdat we deze keer met China Airlines vliegen (de goedkoopste vlucht die we konden vinden) vliegen we zondag rond 11.20 uur vanaf Frankfurt. Dat wil zeggen dat we zondag heel erg vroeg op moeten staan om (rekening houdend met files, wegwerkzaamheden, autopech etc.) op tijd op het vliegveld te kunnen zijn. Dat is op zich niet zo’n probleem, maar de nacht erna zitten we in het vliegtuig en hangen we op het vliegveld van Taipei omdat we daar een tussenlanding van zo’n 3 uur maken.

2 Nachten weinig slapen en een tijdsverschil van 6 uur lijkt ons niet zo’n ideale start van de rondreis over Bali, dus we hebben het goedkoopste hotelletje in de buurt van het vliegveld van Frankfurt geboekt. Zo hebben we nog een goede nachtrust gehad voor we gaan vliegen, en kunnen we zondagochtend rustig aan doen. Zaterdag hebben we van huis uit via e-check-in al de stoelen in het vliegtuig kunnen reserveren, zo zijn we in elk geval alvast verzekerd van 4 plekken naast elkaar in het midden van het vliegtuig. Dit zowel op de vlucht van Frankfurt naar Taipei als op de vlucht van Taipei naar Denpasar. Een bijkomend voordeel is dat we geen uren van te voren op het vliegveld hoeven te zijn.

Nadat we ’s avonds thuis frietjes hebben gegeten, vertrekken we. Ruim 3 weken naar Indonesië. Dat is lang. Beppie ziet de bui al hangen en loopt demonstratief weg als ik haar nog even een laatste aai willen geven. Die heeft ook al zin in de vakantie! Als we in de auto zitten en de oprit afrijden, staan de buren ons al uit te zwaaien.

We zijn op weg!

Het is niet druk onderweg, aardig weer en een paar uurtjes later zijn we bij het hotel. Het was even zoeken waar het zat, waarschijnlijk heeft in deze buurt iedereen met een beetje ruimte een hotel ingericht. Het hotel is verder prima, maar niet geweldig. Klein receptiehokje, heel klein ongezellig ontbijtzaaltje (gelukkig hebben we geen ontbijt erbij genomen), maar wel nette kamers. De parkeerplaatsen zijn een beetje lastig. Een soort 2-deks parkeergarage waarbij de bovenste auto via een soort autobrug omhoog gaat. De receptioniste vraagt al heel aarzelend of we de auto binnen willen zetten. Blijkbaar durft bijna niemand dit aan. Peter wel, en met millimeter pas- en meetwerk komt de auto zonder beschadigingen aan bumpers, spoilers, zijkanten etc. op de goede plek. Aangezien in het hotel verder helemaal niets is te beleven, en het pas een uur of 9 is, wandelen we nog even het dorpje in. We zitten in een echte buitenwijk, tegen een industrieterrein/kantorenpark aan.

Niet echt gezellig, maar volgens de receptioniste zit er dichtbij een typisch Duits café/restaurant. Dat hebben we zo gevonden, en aangezien het één van de eerste mooie zomerdagen van deze zomer is, gaan we buiten op het terrasje zitten. Mooi tussen de groene struiken. Dat was bij nader inzien niet zo’n goed idee, want binnen een paar seconden worden we letterlijk opgevreten door de muggen. Ze steken overal doorheen. We drinken dan maar heel snel onze glaasjes leeg en wandelen terug naar het hotel. Daar gaan we maar lekker slapen. We hebben morgen een lange dag voor de boeg.

 
Zondag 15 juli 2007

Frankfurt - Taipei

Na dat we snel het hotel hebben verlaten, we ontbijten wel op het vliegveld, zijn we in 10 minuten op de Holiday-Parkplatz van vliegveld Frankfurt. Hier is alles prima geregeld. We parkeren de auto ver achteraan op de parkeerplaats en voor we de spullen eruit hebben gepakt, staat er al een busje achter ons om ons naar het vliegveld te brengen. Dat is nog een heel stuk rijden, maar een kwartiertje later stappen we de vertrekhal binnen. Daar is het nog rustig met inchecken, en aangezien we al e-check in hebben gedaan, zijn we zo klaar en kunnen we onze koffers achterlaten en op zoek gaan naar een ontbijtje. Zo gaat de tijd snel om, en mooi op tijd vertrekken we richting Taipei. De vlucht is prima, mooi toestel, iedereen eigen beeldscherm met muziek, films, spellen etc. Onderweg een paar keer een hapje eten, en zo’n 14 uur later landen we op Taipei, Taiwan.

 
Maandag 16 juli 2007

Taipei – Bali Ubud

Op Taipei mogen we ons 3 uur vermaken. We hadden ons heel wat voorgesteld van het vliegveld, maar dat valt een beetje tegen. We lopen een beetje op de gok naar de goede terminal, informatie zien we nergens. We besluiten eerst maar even wat te eten en drinken, zo blijven/worden we een beetje wakker. Het is voor ons gevoel middernacht, in Taipei is het vroeg in de ochtend.

We vallen binnen bij de eerste eetgelegenheid die we zien, een tentje met snackbar-uiterlijk, zelfbediening. Er hangt een groot bord met redelijk assortiment (broodjes, nasi, noedels, soep), maar vandaag hebben ze alleen croissants en donuts. Dan is de keuze snel gemaakt. De ham-kaas croissants worden lekker klef opgewarmd in de magnetron. Tja, lekker is anders. Als we alles weggewerkt hebben, gaan we eens uitzoeken waar we straks weer moeten instappen. De tv-schermen vermelden veel vluchten, maar (nog?) niet die van ons. Aangezien de terminals wel eens ver uit elkaar zitten, willen we even weten of we wel op de juiste terminal zitten. Dat valt niet mee. Een echte informatiebalie zien we niet. Veel Engels wordt hier niet gesproken. We komen uiteindelijk bij een soort van balie terecht. Daar laten we onze vluchtnummers en gegevens zien en vragen waar we dan moeten zijn. Dat wordt moeilijk. Er worden wat mensen bijgehaald, overlegd, op schermen gekeken (maar daar staat het niet op, hadden we zelf al geconstateerd) nog eens overlegd en vervolgens getelefoneerd. Als we bijna de hoop op een antwoord hebben opgegeven, wordt Peter aan de telefoon geroepen. Aan de andere kant zit iemand die een beetje Engels spreekt en uit kan leggen welke gate we moeten hebben. We zitten gelukkig al op de goede terminal.

Dan hebben we nog even tijd om gezellig te winkelen. Niet dat er veel leuke dingen te vinden zijn, een beetje standaard taxfree gedoe, maar daar hebben we niet zo’n interesse in. Dan gaan we maar rustig wachten tot we weer verder kunnen/mogen. We sturen nog snel een sms naar Dewa, dat we nog steeds op schema zitten. Nog een paar uurtjes, dan zien we hem weer.

De vertrekhal loopt erg vol (veel Chinezen hier, maar ook redelijk wat Europeanen). Als we eindelijk mogen gaan instappen, blijkt nog even het niveau van Engelstaligheid op het vliegveld. Een meneer leest een (standaard) tekst voor; eerste klas-reizigers en mensen met kinderen en hulpbehoevenden mogen eerst instappen, daarna mensen van de achterste rijen, dan de voorste rijen. Aangezien Anique (ook volgens de regels van China Airlines) nog echt een kindje is, gaan we netjes vooraan staan. Maar nee hoor, we moeten wachten tot we aan de beurt zijn??!!

Blijkbaar wordt de tekst voorgelezen, maar weet niemand wat het betekent. Toen hebben we maar rustig gewacht tot het eind. Vreemd land!

Met een half uur vertraging vliegen we richting Bali. Het is nog een vlucht van 5 uur en we proberen maar een dutje te doen. Wonder boven wonder lukt dit ook nog redelijk. Dan landen we, na een heel lange reis, eindelijk op Denpasar. Ongeveer kwart voor 3 in de middag, de zon schijnt, het is warm en we mogen nog even in de rij voor een visum. Dit hebben we nu maar niet van Nederland uit geregeld, want daardoor kom je niet sneller door de douane weten we uit ervaring. Na een half uurtje wachten, stempelen en plakken, zijn we erdoor. De eerste zinnetjes Bahasa Indonesia hebben we weer gehad bij de douane. Iedereen wordt hier vanzelf vriendelijk als je alleen maar “Apa Kabar?” (Hoe gaat het?) in het Indonesisch zegt. Veel verder komen we ook niet.

Dan nog even onze koffers van de bagageband plukken, dat gaat ook snel, en door de bagagecontrole. Blonde kinderen en een vriendelijk gezicht (en natuurlijk een heel betrouwbaar uiterlijk) doen hier ook wonderen, waar anderen hun hele hebben en houden uit moeten pakken, lopen wij vrolijk verder.

Nu wordt het pas echt spannend. Op zoek naar Dewa en Dewa, onze gids en chauffeur. De eerste hebben we al heel snel gevonden. Uiteraard staat Dewa ons al op te wachten. Na de begroeting gaat Peter even met Dewa langs bij de balie van Merpati om de vlucht van Bali naar Lombok voor volgende week te boeken. Ik blijf met de kinderen wachten bij de bagage. Even ontspannen, de drukte en drukkende warmte van Bali op ons laten inwerken. Wat een temperatuur. Peter en Dewa blijven wel erg lang weg, en aangezien we geen drinken bij ons hebben (stomme veiligheidsmaatregelen op het vliegveld) snakken we naar een drankje. Peter heeft de roepia’s in zijn portemonnee zitten, maar met Euro’s kun je hier ook betalen. Dus koop ik alvast een paar flesjes lekker koud water. Het is erg druk op de stoep voor het vliegveld, maar leuk om te zien. Hele groepen toeristen worden afgehaald door reisorganisaties. De luxe gezelschappen krijgen direct een slinger met echte bloemen om hun hals. Dan komen de heren terug. De vlucht is geregeld, en we kunnen naar onze chauffeur voor de komende 10 dagen. Dat is toch niet Dewa geworden, maar Agung. Gids Dewa vond een Hyundai busje toch geschikter voor ons, meer ruimte, meer comfort. Chauffeur Dewa rijdt in een Mazda, chauffeur Agung in een Hyundai, dus nu krijgen wij chauffeur Agung. En die is ook heel aardig.

Dan heeft Dewa nog iets moois voor ons, een echte bloemenslinger, net als de andere toeristen kregen. Maar deze zijn hoogstpersoonlijk door Dewi, de vrouw van Dewa, geregen. Zijn hele straat is nu bloemenvrij, want alle bloemen hangen nu om onze nekken. Ondanks de hitte ruikt het dus bloemenfris in onze mooie Hyundai. Wat een mooi welkom in Bali. Ook krijgen we allemaal een mooie sarong cadeau, zo krijgen we de komende dagen geen problemen meer met tempelbezoek en ongepaste kleding. Wat een schat die Dewa!

En praten kan hij ook nog steeds. Na een half jaar heb je natuurlijk ook weer heel wat bij te kletsen. Door dat drukke geklets, gaan de eerste kilometers weer ongemerkt voorbij, en heb ik, net als vorige vakantie, het idee dat ik een stuk heb gemist. Maar ja, de weg naar Ubud hebben we al een keer gemaakt, en het eerste stuk is qua natuur en omgeving toch wat minder mooi (erg stedelijk, druk).

Na een uurtje belanden we in de omgeving van Ubud. Daar gaan we naar het Sahadewa hotel. Dit ligt aan de rand van de stad, met uitzicht over de rijstvelden. Het is een prachtig hotel, niet erg groot, receptie/restaurant, lange smalle tuin met aan één kant kamers, achteraan een zwembad.

De formaliteiten worden snel afgehandeld en dan kunnen we onze kamers opzoeken. Het zijn werkelijk prachtige kamers, 2 naast elkaar op de begane grond. De badkamer is ook indrukwekkend. Er zit een mooi terrazzo-bad in van een formaat waar je bijna in zou kunnen zwemmen. We vragen ons alleen af hoe lang het duurt voor het vol water staat, en hoe warm het water (nog) is als het bad vol zit (we hebben dit trouwens niet geprobeerd). We leggen onze spullen in de kamers en gaan met Dewa even een glaasje drinken in het restaurant. Dan kunnen we direct onze cadeautjes geven en de financiële zaken afhandelen.

Even later zitten we, met een prachtig uitzicht over de rijstvelden, te genieten van een lekker sapje, Dewa’s verhalen en gewoon van het feit dat we weer in Indonesië zijn. Een heerlijk gevoel!

Dewa is heel blij met het boek over Nederland, de Holland-kalender (met molens, klompen en tulpen), de dropjes en stroopwafels. We bespreken in het kort de plannen voor de komende dagen. We besluiten van dag tot dag te bekijken wat we gaan bezichtigen. Dat werkt het handigst.

Voor morgen staat in elk geval Tanah Lot op het programma, die hebben we de vorige reis niet gezien, en hoort toch echt bij de toppers van Bali. Daarnaast heeft Dewa nog allerlei kleinere dingen in de omgeving van Ubud in de aanbieding, markt (hij wist nog dat wij daar gek op zijn), babi pangang in Ubud, werkplaats waar gamelan instrumenten worden gemaakt, vogel- en/of reptielenpark, vlinderpark etc. Wij laten ons morgen wel verrassen! Eerst gaan we even rustig aan doen. We zijn een beetje moe. We nemen afscheid van Dewa, hij gaat met Agung terug naar Denpasar. Morgen komen ze ons weer ophalen.

We sms-en nog even naar meneer Nyoman van TRAC (Toyota Rent A Car) in Lombok, we hadden al een auto gereserveerd voor tijdens ons verblijf in Lombok, maar moesten nog doorgeven met welke vlucht we aankomen. We krijgen snel een bevestigings-sms terug. Dat werkt hier prima.

Dan gaan we even lekker zwemmen. Het zwembad is sprookjesachtig. Mooi aangelegd, in een prachtige groene tuin, geen andere mensen. Fonteintjes, mooie bloemen, mooie bouwwerken, beetje tempelstijl, maar wel erg koud water. Ik hou het dus bij een snelle afkoeling en ga rustig zitten. Niet te lang, want dan val ik zo in slaap. Als we allemaal afgekoeld zijn, gaan we even opfrissen/opwarmen onder de douche (het lukt inderdaad niet om het bad vol te krijgen) en klaarmaken voor het avondeten. Dewa heeft ons Bebek Bengil aangeraden (Dirty Duck), een bekend restaurant in Ubud.

Als we weer een beetje fit zijn (voorzover mogelijk na zo’n lange reis) gaan we op zoek naar Bebek Bengil. Die is niet zo moeilijk te vinden. Het blijkt een prachtig restaurant te zijn, met een heel grote tuin waarin allemaal kleine terrasjes,

bruka’s* en kleinere vertrekken zijn. Door de hele tuin lopen vijvers met vrolijke kikkers en mooie bloemen. Aangezien het inmiddels hartstikke donker is en alles verlicht is met kaarsjes en lantarentjes, ziet het geheel er sprookjesachtig uit. Uiteraard komt er bebek oftewel eend op tafel, maar ook nasi goreng, diverse groenten (héél erg heet!), saté en rijst. Het eten smaakt prima, maar de prijs-kwaliteit verhouding kon beter. We hebben in Bali wel eens lekkerder en goedkoper gegeten, maar de locatie maakt veel goed.

Na het eten lopen we nog een stukje door Ubud, richting centrum, maar eigenlijk willen we alleen maar slapen. We besluiten dat het centrum van Ubud nog wel even kan wachten en draaien ons om en gaan terug naar het hotel. Tijd voor een heerlijk nachtje slapen, morgen weer een druk programma!

* een bruka is een soort overdekt terrasje. Meestal is het een vierkant bouwwerkje, ca. 3x3 m., op elke hoek een dikke houten paal, een rieten dakje erboven en ongeveer een meter boven de grond een ‘vloertje’ waar je op kunt zitten. Bij restaurants staat er meestal een laag tafeltje in het midden, bij mensen thuis wordt het eventuele eten/drinken op het vloertje geserveerd.

 
Dinsdag 17 juli 2007

 

Bali Ubud

We hebben met Dewa afgesproken dat we rond 10 uur zullen vertrekken, tijd genoeg dus om lekker rustig aan de dag te beginnen. Eerst een ontbijtje met uitzicht op de rijstvelden. Kon slechter! Er is vandaag geen ontbijtbuffet (wegens gebrek aan gasten?), maar we mogen bestellen wat we willen. Ik hou het bij thee, vers sapje, toast en fruit.

Als we klaar zijn met ontbijten, zien we Dewa en Agung al aankomen. De heren zijn mooi op tijd, wij ook, want onze spullen ‘voor de dag’ staan al klaar. Dewa heeft al inkopen voor ons gedaan; een hele doos met flesjes water ligt achter in de bus. Die zullen we de komende week wel nodig hebben, want het is alweer erg warm. En autodrop kennen ze niet in Bali, maar Dewa heeft wel een zak met lekkere fruitzuurtjes voor onderweg gekocht. Wat een goede zorgen!

We beginnen vandaag met de Tanah Lot tempel. Dit was één van de weinige dingen die op ons verlanglijstje stonden, en we verheugen ons er erg op. Als we bij de tempel aankomen is het nog erg rustig. Agung parkeert het busje en na betaling van IDR 30.000 (€ 2,40) lopen we door een souvenir/winkelstraatje naar de zee. De kraampjes worden net allemaal geopend, de handel begint hier niet zo vroeg. We kunnen dus lekker rustig en ongestoord verder lopen.

We houden wel even halt voor één van de bekende/beruchte vliegende honden. Op onze vorige reis door Bali zijn we deze attractie misgelopen, maar hier hangt hij dan, in een lage tak midden op de winkelstraat. Een soort super-vleermuis met een echte hondenkop.

Mooi om te zien, maar dan van een afstandje. Ernaast staat een schaaltje met stukjes fruit en een satéprikker. Daarmee mag je het monstertje voeren, wat Dewa uiteraard gaat doen. Blijkbaar is het hondje wel in voor een stukje fruit. Wij vinden het maar een vreemd gezicht. Op de vraag waarom hij niet wegvliegt (hij zit niet vast of zo) krijgen we een heel duidelijk en logisch antwoord. Hij wordt opgehangen aan een lage tak. Normaal gesproken laten deze dieren zich vallen, en in de val gaan ze vliegen. Doordat hij heel laag hangt, heeft hij te weinig ruimte om te gaan vliegen; als hij loslaat zal hij, nog voor hij zijn vleugels kan uitslaan, met zijn hondenkopje op de grond vallen.

Slimme mensen in Bali, maar wel gemeen vinden wij (maar of het nou gemener is dan een vogeltje opsluiten in een kooitje weet ik ook niet).

Een stukje verder ligt een volgende beestachtige attractie te wachten. Een slang van een metertje of 4. Een vreselijke dikke walgelijke (wurg?)slang. En wij mogen hem aaien, knuffelen, om de nek hangen en fotograferen. Dat trekt ons toch niet zo, dus we houden het bij fotograferen, terwijl Dewa het slangetje gaat aaien. Wij kijken van veilige afstand toe.

Dan gaan we verder naar waar we voor kwamen, Tanah Lot tempel. De tempel ligt op een unieke locatie, net voor de rotsachtige kust in zee. Geen wonder dat dit één van de bekendste plaatjes van Bali is.

Dit is zo mooi, dat we veel te veel foto’s maken. Het is hoog water, zodat de tempel even onbereikbaar is, maar dat is wel een heel mooi gezicht. Een tempel op een rots in de branding. Denk daarboven een blauwe lucht, palmbomen op de achtergrond, zonnetje erbij en je hebt een pracht van een plaatje. We bekijken de tempel van verschillende kanten. Het is inmiddels bloedheet geworden, en het is nog redelijk vroeg in de ochtend. Er komen wat meer toeristen, en wij maken plaats, we gaan weer verder.

Weer heel veel beesten bekijken, maar dan wel leuke! Het vlinderpark.

In Maleisië hebben we een paar jaar geleden een vlinderpark bezocht. Dat viel erg tegen, het was een oude tuinderskas met veel planten en vrij veel vlinders, maar meer dode vlinders op de grond, dan levende in de lucht. Al met al een onverzorgde boel. We weten dus niet goed wat we moeten verwachten. Maar nu gaan we naar het Bali Butterfly Park in Wanasari, vlak bij Tabanan en dat ziet er toch heel anders uit. We komen aan bij een mooi gebouw waar een soort winkeltje is met uiteraard veel vlinderproducten, opgezette insecten etc. Daarachter ligt een grote kooi, helemaal afgezet met gaas (anders ontsnappen alle vlinders). Het is een prachtige tuin, er zitten veel vlinders, hoewel je wel erg goed moet zoeken om ze te vinden. Midden in de tuin is een nog beter afgezette ruimte. Dit is de kraamkamer van de vlindertuin. Daar vliegen prachtexemplaren rond. Vlinders in alle kleuren en maten. En ze laten zich moeiteloos oppakken door een enthousiaste Dewa, die de kinderen helemaal vol gaat zetten met de mooiste vlinders. De vlinders blijven rustig op de T-shirts zitten, ook de verzorger van de vlinders vindt het prima, dus we maken een paar mooie foto’s. Wat ook apart is om te zien zijn de cocons die aan een rekje hangen, in de tuin worden alle cocons verzameld. Met wasknijpers worden deze opgehangen in de kraamkamer totdat de vlinders uitkomen. Jammer genoeg voor ons gaat dat vandaag niet gebeuren.

Wel kunnen we nog een paar mooie wandelende takken en wandelende bladeren bewonderen. Terwijl Dewa even bijkletst met de verzorger, verkennen wij de rest van de tuin. Ook brengen we een bliksembezoekje aan de insecten/spinnen/slangengrot. Leuk om te zien, maar allemaal niet mijn favoriete dieren. Als we weer naar het busje lopen, krijgen we nog een foldertje voor in het plakboek. Dit bezoek was, zeker na de ervaring in Maleisië, echt de moeite waard.

We hebben nog heel wat op het programma staan vandaag, dus we gaan snel verder, op naar het Subak museum in Tabanan, de woonplaats van Dewa. Klinkt leuk, maar we hebben geen idee wat het inhoudt. Subak blijkt een soort Waterschap te zijn, zij zorgen in elk geval voor de waterhuishouding, de verspreiding van het kostbare water over de rijstvelden. Het museum bestaat uit een grote zaal in een mooi gebouw. De zaal is, op een portier en 2 kassadames na, helemaal uitgestorven. Het is niet echt een toeristische topper, maar wij vinden het zeer interessant. Zeker met de uitleg van Dewa erbij, krijg je een beetje een beeld hoe de terrasbouw werkt, hoe de verdeling van het water over de velden is geregeld, hoe de rijst wordt verbouwd, geoogst etc. Het blijkt dat het systeem al eeuwenlang bestaat, met het weinige water wat in Bali valt, kan men toch altijd rijst verbouwen op natte velden. Zeer indrukwekkend!

Na het bezoek aan het Subak museum gaan we naar de markt van Tabanan. Dit vinden wij geweldig (markten zijn overal mooi) en Dewa ook, want hij ziet uiteraard veel bekenden in ‘zijn’ stadje. We wandelen een half uurtje over de markt, zien weer mooie, leuke, smerige en lekkere dingen, leren weer wat Indonesisch (chantik = mooi, zeggen alle vrouwen tegen ons, met het oog op Anique).

Dewa koopt wat lekkers voor onderweg (cassavekroepoek). Dan gaan we op zoek naar wat eten. Niet op de markt, maar in een echt restaurant.

We moeten nog een eindje rijden, op naar de rijstvelden. We komen op een soort tolweg, in elk geval moeten we iets betalen, niet zoveel, weer ongeveer € 2,40. Een stukje verder worden we gedropt bij een toeristenrestaurantje. Uiteraard kunnen we kiezen uit buffet en anders niet. Het is nog niet erg druk (we zijn de tweede tafel van vandaag) en het eten is nog niet klaar. Maar het uitzicht is mooi, dus we wachten wel even.

Het eten smaakt prima, maar is niet echt bijzonder, we hadden ook wel erge honger gekregen van de drukke ochtend. Als we afrekenen betalen we waarschijnlijk ook voor het uitzicht, want € 20,00 is wel erg veel voor een eenvoudig buffet in Indonesië.

Na het eten maken we nog een wandeling door de rijstvelden. We krijgen nog wat nadere uitleg bij de irrigatiekanaaltjes. Deze blijken overigens niet alleen water te bevatten, maar ook andere zaken (slippers, dode ratten, troep en nog veel meer).

De lucht wordt erg donker, maar het blijft nog droog. We rijden weer verder en maken nog een korte fotostop bij een paar mannen die het land bewerken met een paar grote karbouwen. Als Peter weer over het beekje naar de weg springt, belandt hij bijna met zijn fototoestel in de blubberbeek, maar het gaat net goed. Blij dat ik aan de andere kant van de beek heb gewacht.

We rijden weer verder, Dewa heeft nog één ding voor ons op het programma staan voor vandaag.

We gaan naar een klein dorpje in de buurt van Ubud. Daar worden door veel mensen stenen gemaakt. We bezoeken een klein fabriekje, erg professioneel ziet het er niet uit. Toch worden er heel mooie bakstenen gemaakt. Achter een gebouwtje wordt klei uit de grond geschept. Deze wordt in baksteenvormen gepropt. Daarna worden ze uit de vorm gehaald en mooi recht afgewerkt. Vervolgens worden de stenen gestapeld met royale tussenruimtes. Als er een hele stapel klaar is, worden de open ruimtes gevuld met een mengsel van zaagsel en kokosvezel. Dit wordt aangestookt en blijft een hele tijd smeulen. Zo worden de stenen gebakken. Al met al een tijdrovende en zware bezigheid.

Dan hebben we even genoeg gezien voor vandaag en gaan we terug naar het hotel.

Dewa en Agung gaan terug naar Denpasar. Dewa heeft een huis/kamer bij zijn ouders in Tabanan, maar voor het gemak huurt hij samen met zijn vrouw Dewi een appartement in Denpasar. Dit bespaart Dewi, die in Denpasar bij een reisbureau werkt, elke dag heel veel reistijd. Als het net zo uitkomt, logeert Dewa’s jongere zus, die ook Nederlandstalig reisleidster is, ook bij hen in Denpasar.

Wij hebben vandaag niet veel meer op het programma staan, even lekker uitrusten en dan wat eten. Bebek Bengil hebben we nu wel gezien, dus we gaan op zoek naar een ander restaurantje. Aangezien het erg donker ziet nemen we maar een parapluutje mee, en uiteraard een zaklamp voor de terugweg, want de stoep in Ubud is nog net zo slecht als afgelopen vakantie. We komen uit bij een klein restaurantje, Warung Laba Laba, ziet er leuk uit, niet druk, maar dat is het nergens.

Het eten is werkelijk fantastisch, smaakt prima, ziet er heel mooi uit en is stukken goedkoper dan gisteravond. Aan het eind van ons diner komt de kok ook even langs, een meisje van rond de 30. Zij blijkt de eigenaresse van het restaurant te zijn en wil weten hoe het ons is bevallen. Ook wil ze graag wat talen oefenen, want ze wil in de toekomst met alle toeristen een paar zinnetjes in hun eigen taal kunnen spreken.

Toen we haar vertelden dat we de dag ervoor bij Bebek Bengil hadden gegeten, maar haar restaurant veel beter vinden, straalde ze van trots, en volkomen terecht! We nemen wat visitekaartjes en een foldertje mee om reclame te maken, wat we ook echt hebben gedaan. We hebben Dewa verteld dat hij alle toeristen maar naar Warung Laba Laba moet sturen!

Terwijl wij lekker zaten te smullen, is het buiten flink gaan regenen en onweren. Aangezien het al laat is (of eigenlijk nog niet zo laat, maar wij wel erg moe zijn), wagen we ons toch maar buiten, plu op en stevig doorlopen.

Dan naar bed, morgen op tijd eruit, spullen pakken, ontbijten en naar Amed, onze volgende bestemming op Bali

 
Woensdag 18 juli 2007

Bali Ubud - Amed

Als onze spullen bij elkaar gepakt zijn, gaan we ontbijten. Het heeft de afgelopen nacht flink geregend en het is erg vochtig buiten. Als we bij het restaurant komen, valt er weer een drup. We nemen het laatste overdekte tafeltje in beslag, zitten we lekker droog. Wie na ons komt heeft pech gehad. Als we klaar zijn met ontbijten, is ons busje al gearriveerd. De heren hebben er weer zin in. We checken uit, en vertrekken naar ons eerste programma-onderdeel van vandaag; het Bali-Bird park. Daarnaast ligt het Bali reptielen park. Aangezien dat gunstiger is, nemen we een combi-ticket, kunnen we beide parken bezoeken.

Eerlijk gezegd stel ik me er niet zoveel van voor; we hebben weinig goede ervaringen met dierentuinen in Azië. De trieste aanblik van de grote dierentuin in Beijing staat ons nog vers op het netvlies. Daar stonden we binnen een half uur weer buiten. Maar ik moet toegeven dat deze parken heel erg mooi zijn. De dieren zien er zeer verzorgd uit, de kooien/hokken zijn netjes, enigszins diervriendelijk (voorzover dat mogelijk is in een kooi), het hele park heeft een zeer verzorgde indruk, van dieren tot restaurant en toiletten. En dat wil wat zeggen in Azië.

Dewa wordt weer even klein kind en gaat helemaal uit zijn dak in de dierentuin. Hij keek wel even heel beteuterd toen een grote papegaai een mooie glimmende knoop van zijn uniform jasje afbeet. Gelukkig kreeg de dierenverzorger de papegaai zover dat hij de knoop teruggaf. We bekijken nog een roofvogelshow, drinken een glaasje en bekijken in het vogelpark de Komodo-varaan. Geen idee waarom die niet in het reptielenpark zit!

Het is een schattig monster, lelijk, vies, smerig. Wat wel komisch is, is dat zijn verblijf opgeknapt moet worden, er loopt een man met een emmer verf/cement en een laddertje rond. Gezellig bij de varaan in het buitenverblijf. Hij liever dan ik. Af en toe moet meneer even aan de kant als varaantje te dicht bij komt.

Daarna werkt hij weer vrolijk verder.

Wij hebben bij deze in elk geval besloten dat we het eiland Komodo niet meer hoeven te bezoeken, de grootste attractie van het eiland hebben wij nu wel genoeg gezien. Na het vogelpark huppelen we snel nog even door het reptielenpark. Een beetje de standaard dieren, slangen, hagedissen, varanen, krokodillen etc. Topattractie van het park is de knuffeltuin. Ik vind het geweldig!

Een soort kinderboerderij waar allerlei griezels loslopen en geaaid, geknuffeld en gedragen mogen worden. Echt niets voor mij dus. Geef mij Beppie maar, of onze leuke kippen. Na een rondje door het souvenirwinkeltje (niets leuks gekocht), gaan we weer verder.

Op ons verlanglijstje voor Bali stond nog eten bij het Babi Pangang restaurant in Ubud, volgens Dewa het beste van Bali, dus dat willen we niet missen. Het is een niet al te groot restaurant in het centrum, voornamelijk bezocht door locals. Als we er aankomen zit het helemaal vol, dus besluiten we maar eerst naar het paleis te gaan. Evenals de vorige keer dat we daar waren, is het paleis gesloten. Weer pech dus. Dan maar een rondje over de markt, ook leuk! Daarna even geld pinnen en nog eens proberen bij de babi pangang.

We hebben geluk, er is een tafel vrij en er komt net een mooi varken aan. Vers van het spit, ziet er heel smakelijk uit.

Bij het restaurant kun je alleen babi pangang eten, met wat rijst, beetje groente, zoete aardappel of wat ze net hebben. Een menukaart is er niet, iedereen krijgt een bordje voorgeschoteld en eet wat de pot schaft. We bedenken ineens dat het wel sneu is voor Agung, die is moslim en mag dus geen varkensvlees eten. Dewa eet met ons mee, dus Agung zit nu ergens in zijn eentje. Volgens Dewa is het waarschijnlijk niet zo’n probleem, hij zal Agung wel even bellen. En 5 minuten later komt onze vrolijke moslim eraan, als het varkensvlees lekker is, gaat het er wel in, alles wat van Allah komt is goed, zo makkelijk kan religie zijn.

De babi pangang lijkt in de verste verte nog niet op de ‘Nederlandse’ versie die we bij de Chinees halen. Deze is heel apart en sterk gekruid, dan geroosterd aan het spit, opgediend zonder saus. Heel apart en heel erg lekker.

Na de lunch stappen we weer in het busje en gaan op weg naar de gamelan fabriek. Fabriek is een groot woord, het is een werkplaats waar instrumenten van de gamelan worden gemaakt. Het ziet er uit als andere werkplaatsen die we hebben bezocht, een heel groot en mooi huis (van de baas), daarachter een grote werkplaats. Er hangen veel grote gongen. Verder wordt er hard gewerkt aan de xylofoonachtige instrumenten. Op één afdeling worden de houten kasten gemaakt waar de instrumenten in/op staan. Dit zijn heel uitbundig bewerkte houten kastjes, volledig handwerk. Het is echt monnikenwerk (hier jongemannenwerk) om de hele kast te versieren met uitgesneden bloemen en andere figuren. Dan wordt alles ook nog voorzien van (rode) verf en afgewerkt met likjes goudverf. Op een andere afdeling worden de metalen plaatjes gemaakt. Eerst gesmeed, later met slijpschijf en vijlen bijgewerkt om de goede ronding te krijgen voor de verschillende klanken. Op deze afdeling heerst een oorverdovend lawaai. Slijpschijf, slaan op ijzer etc. Niemand draagt gehoorbescherming, de mannen die de staafjes met de slijpschijf bewerken, houden de staafjes met de blote voeten tegen. Hier is vast geen arbeidsinspectie die zich ergens mee bemoeit.

Op weer een andere afdeling worden de instrumenten verder opgebouwd en samengesteld. De klankkast wordt afgesteld, instrumenten getest, klanken gekeurd (knap in zo’n lawaaiige omgeving). De instrumenten worden voornamelijk verkocht aan steden en dorpen. Elk redelijk dorp heeft een eigen gamelanorkest.

Het was voor ons vooral indrukwekkend om te zien hoe alles wordt gemaakt. Onvoorstelbaar, 100% handwerk, nauwelijks gebruik makend van machines. Dit zou in Nederland onbetaalbaar zijn, maar hier zijn mensen nog steeds goedkoper dan machines.

We hadden in Bali nog één ding op ons verlanglijstje staan; een bezoek aan Tanganan. Dit is een dorpje dat we vorige vakantie ook hebben bezocht en dat zeer zeker de moeite waard was. We hebben toen een bezoekje gebracht aan meneer Wayan, een schoonschrijver. Toen hebben we een foto van hem, zijn vrouw en Tom en Anique genomen, met de belofte die naar hem op te sturen. Dit was er nog niet van gekomen, en het leek ons eigenlijk wel een leuk idee om hem te verrassen en de foto hoogstpersoonlijk af te leveren. Ook hebben we nog een foto voor Dewa’s grote vriendin, de bejaarde parkeerwachteres van het dorp.

Als we bijna bij het dorpje zijn, komen we een grote optocht van mensen tegen. We vragen Dewa welke feestelijke ceremonie dit is, maar het blijkt niet zo feestelijk te zijn. Het is een begrafenisceremonie, drie overledenen worden door hun familieleden naar zee gedragen voor een crematie. De lichamen liggen op hoge bamboetorens en moeten kilometers ver gedragen worden. Om kosten te sparen, wordt de ceremonie meestal uitgesteld tot er meerdere overledenen zijn. Over het algemeen wordt deze ceremonie bij Hindoes niet als zeer droevig gezien; vaak worden mensen eerst begraven tot er genoeg geld is voor een crematie. Als het dan zover is dat de overledene gecremeerd kan worden, is vaak het ergste verdriet voorbij, en is men blij dat men de overledene de laatste eer kan bewijzen. Al met al ziet het er inderdaad niet erg droevig uit.

Als we de parkeerplaats van Tanganan naderen, zien we het parkeermevrouwtje al staan. Onderweg hebben we heel veel ballonnen geblazen. Die willen we uitdelen aan de kinderen die we tegenkomen. Het eerste kind wat om een ballon bedelt is wel klein, maar ook erg oud; het parkeermevrouwtje. Dewa geeft haar de grootste ballon, die op knappen staat. Ze is er blij mee, maar wil er eigenlijk 3 hebben, voor elk (klein)kind één. Daar doen wij niet moeilijk over. De foto waar ze zelf opstaat met Dewa en Anique vindt ze maar niks en stopt ze snel weg in haar schort. In het dorpje worden we weer overvallen door de verkopers van kalenders op palmbladeren, maar die hadden we een half jaar geleden al gekocht. We lopen dus verder op zoek naar kinderen, want we hebben heel veel oranje ballonnen in de aanbieding. Een groepje Duitse toeristen snapt er niets van, en kijkt ons aan alsof we hartstikke gek zijn. Zijn we misschien ook wel, maar we zien er in elk geval een stuk vrolijker uit dan de Duitsers die verveeld achter een gids aanlopen en zeuren dat de kalenders te duur zijn. We zijn inmiddels opgemerkt door een paar kinderen. En als één schaap over de dam is volgen er meer. We kunnen het niet echt bijhouden met ballonnen blazen en worden er bijna high van. Dewa maakt er een sport van om de ballonnen zo dik mogelijk op te blazen. Ik om ze zo klein mogelijk te houden, spaart een hoop adem. Als alle kinderen voorzien zijn, komt er nog een klein meisje aanrennen. De andere kinderen roepen iets naar haar en ze zet het op een brullen. Blijkbaar hebben haar vriendjes geroepen dat er voor haar niets meer is. Ze is ontroostbaar. We laten haar zien dat er nog genoeg ballonnen zijn, maar ze stopt niet meer met huilen. Alle kinderen lachen haar uit. Wat een krengetjes.

We geven haar ballon maar aan moeder en lopen verder. Als we een heel eind verder de hoek om slaan, staat ze nog steeds te brullen. Arm kind!

Wij lopen naar het huis van Wayan. Hij is thuis en we gaan in zijn kamertje zitten. De foto begrijpt hij niet echt, het begeleidende kaartje en de uitleg van Dewa helpen ook niet veel. Hij haalt weer zijn meesterwerk uit de kist, allerlei heilige geschriften die hij zelf heel mooi heeft geschreven en gaat voorlezen. En dat klinkt bij hem als zingen. Heel lang en niet erg boeiend. En een half jaar geleden hadden we het ook al gehoord. Dan komt zijn orderboek ook nog te voorschijn, inclusief prijslijst, maar we zijn nog steeds niet geïnteresseerd. Jammer voor hem!

We hebben weer genoeg van Tanganan gezien en lopen terug naar de parkeerplaats. Dewa heeft nog een ballon vast die op knappen staat. Van mij mag die niet mee de bus in, als ik ergens niet tegen kan is het tegen knappende ballonnen. Ik zie in mijn gedachten Agung al schrikken en van de weg af rijden. Dewa moet de ballon dus nog kwijt zien te raken. Dat lukt, hij wordt netjes achter het achterwiel van de bus van de Duitse toeristen gelegd. Kunnen die lekker schrikken als ze wegrijden. Humor! Dewa kan er wat van. Heel leuk, maar af en toe ook wel een beetje vermoeiend. In een reisverslag van Joep en Marijke ontdekte ik de perfecte omschrijving voor Dewa in zo’n situaties; je moest hem af en toe met een knopje uit kunnen zetten (zij schreven het over Boung die met veel plezier en lol tientallen verschillende brillen paste, maar de uitdrukking is op Dewa zeker ook wel eens van toepassing).

We rijden weer verder richting Amed. Onderweg stoppen we nog even bij een riviertje. Er wordt driftig gebaad. Aan één kant van de brug baden de mannen, aan de andere kant de vrouwen. Aan de overkant van de rivier wordt hard gewerkt. Mannen scheppen zand uit het water en gooien dit in een soort rubber bootje. Ze duwen dit naar de kant van de rivier en scheppen dan het zand over in een vrachtautootje dat daar staat. Weer een staaltje van zwaar handwerk. We delen wat ballonnen uit aan de kinderen en gaan weer verder. Dan hebben we nog één tussenstop tegoed voor we in Amed aankomen.

We stoppen bij een zoutwinnend dorpje. Als we de auto langs de weg parkeren en uitstappen, komen er al veel kinderen aanlopen. Dus maar weer ballonnetjes uitdelen. Dan volgen de moeders, het valt op dat de kinderen niet echt vragen, ze wachten netjes met smachtende blikken tot ze iets krijgen. De moeders zijn anders, ze graaien en vragen dan nog meer voor andere kinderen.

Als iedereen voorzien is lopen we naar het strand waar we een demonstratie zoutwinning krijgen. De procedure is vrij ingewikkeld, maar het komt erop neer dat zeewater op het strand wordt gesprenkeld, het water verdampt en het zout en wat zand wordt opgeschept. Vervolgens wordt dit gefilterd en verder geconcentreerd in allerlei uitgeholde boomstammen, door bamboestokken en nog veel meer. Aan het eind blijft er een sterk geconcentreerd zoutwater over, wat wordt verdampt, zodat mooi schoon zout overblijft. Tijdens de hele uitleg lopen er vrouwen om ons heen die zelfgemaakte kettingen (van zaden, bamboestokjes en een paar blingbling kralen) verkopen. We zeggen dat we eerst even rond willen kijken, later kopen. In de verte komt nog een heel oud vrouwtje aanrennen. Ze heeft nog anderhalve tand in de mond en we denken dat ze een ballon wil. Als we die willen geven, blijkt dat ze ook kettingen verkoopt. Dat wordt nog druk straks.

Als we het hele zoutproces bekeken hebben, geven we de man die de uitleg gaf wat roepia’s, ongeveer een paar euro.

De vrouwen deinzen direct terug en dringen niet meer aan, Tom en Anique krijgen allebei 2 kettingen omgehangen. Als we vragen wat ze kosten leggen ze Dewa uit dat het een geschenk is. Blijkbaar was de betaling voor de rondleiding al ruim voldoende. Wij lopen naar het busje terug, delen nog een paar ballonnen en snoepjes uit en stappen voor vandaag de laatste keer in het busje.

Het is al laat in de middag en we hebben nog een eind te gaan.

Amed ligt in een echte uithoek. Als we er aankomen is het al helemaal donker. We checken in in het hotel en vragen even naar de duikmogelijkheden. De duikschool zit naast het hotel, en ze zullen iemand van de duikschool bij ons langssturen. Dewa loopt nog even mee naar de hotelkamer, hij kent dit hotel nog niet en is best nieuwsgierig. We hebben een familiehuisje, een leuk smal hoog huisje van 2 verdiepingen. Beneden een slaapkamer, een half-buiten badkamer en boven een slaapkamer. Heel eenvoudig maar wel leuk. We liggen zo’n 5 meter van het strand, 10 meter van de zee, want het strand is erg smal en wordt helemaal gevuld door de typische vissersbootjes, kano-achtige houten bootjes met aan elke kant een drijver.

We nemen afscheid van Dewa, hij gaat met Agung terug naar Denpasar. Dewa heeft morgen een belangrijke vergadering waar hij als afgevaardigde van de Nederlandstalige gidsen op moet treden (heel officieel, met overhemd en stropdas (stroopdas, zoals Dewa hem noemt), die Dewi vandaag speciaal voor hem heeft gekocht). Hij heeft al maanden geleden aan ons toestemming gevraagd hier naar toe te gaan, want hij wilde ons eigenlijk niet aan ons lot overlaten. Maar we hebben hem verzekerd dat we wel een dag zonder hem kunnen. Zo blijven we dus achter in Amed, met een knorrende maag, want het is al laat. We gaan in het hotel eten, de eetzaal ligt naast ons huisje, de duikmeester ziet ons wel of wij hem. De kinderen bestellen pizza, Peter en ik een pittig vleesgerecht. Als we al een tijd zitten te wachten op ons eten, komt de receptioniste aanlopen. Of we even bij de duikschool langs willen gaan, ze zijn erg druk en sluiten over een kwartier. Als Peter en Tom morgen willen duiken, moeten ze dus nu gaan. Het eten is nog niet in aantocht, dus Peter gaat even naar de duikschool. Als hij 10 minuten later terugkomt, is het eten nog niet in zicht. Echt snel gaat het hier niet, ondanks het feit dat er maar een paar mensen in het restaurant zitten. Peter en Tom kunnen morgenvroeg met een bootje mee naar de wrakken van oorlogsschepen die een paar kilometer verderop liggen. Daar kunnen ze duiken, Anique en ik kunnen mee om te snorkelen, luieren of wat dan ook. Even later komt ons eten dan toch nog, en het smaakt prima. Anique en ik besluiten morgenvroeg bij het hotel te blijven, even lekker luieren, zwemmen, wandelen. Na een lekker toetje kruipen we in bed, het was weer een inspannende dag

 
Donderdag 19 juli 2007

Bali Amed

Als ik ’s nachts wakker word, rommelt mijn buik een beetje. Niet echt ziek, niet echt lekker. Als ik opsta om een slokje water te drinken en even naar de wc te gaan, slaat het om naar echt ziek, en niet zo’n beetje. De rest van de nacht breng ik voornamelijk door in de badkamer, hopend dat er niemand anders ziek wordt, en nadenkend wat ik verkeerd heb gegeten. Aangezien ik niets had gegeten wat niemand anders had gehad, weet ik het ook niet. Na een hele lange nacht, ben ik nog de enige zieke. Voor de vorm loop ik mee naar het restaurant voor het ontbijt. Dat sla ik maar over, meer dan een kopje thee kan ik nu niet verdragen. Tijdens het ontbijt trekt Tom ineens wit weg; ziek.

Jippie, zijn we met z’n tweeën.

Peter mag dus alleen gaan duiken. Tom kruipt in bed, Anique en ik lopen even met Peter mee naar de duikschool, zodat we weten hoe laat hij terug komt en zo. Bij de duikschool is het druk, het weer is vrij stormachtig, hoge golven, dus het duiken bij de wrakken gaat niet door. Wel is er een andere locatie beschikbaar, en daar gaan ze naar toe. Rond de middag komen ze terug voor de lunch, daarna nog een uurtje duiken. Ik strompel met Anique terug naar ons huisje, dat er bij daglicht wel heel erg mooi uitziet. Er staan een paar kamerpoetsers op het grasveldje voor de kamer die niet weten of ze naar binnen mogen, omdat ze denken dat er iemand binnen is. Ik maak ze duidelijk dat ze nog niet hoeven te poetsen, we waren de avond tevoren pas laat aangekomen. Na een paar keer nagevraagd te hebben of ze echt niet hoeven te poetsen, geven ze wel schone handdoeken en gaan de heren maar even pauze nemen.

Tom ziet er nog niets beter uit, ik voel me ook nog steeds erg beroerd. We gaan maar rustig liggen, boekje erbij, beetje dutten en hopen dat we snel opknappen.

Halverwege de ochtend wandel ik met Anique de 5 meter naar het strand. Het is er leeg, met uitzondering van de vissersbootjes. Die zijn vannacht/vanochtend niet uitgevaren in verband met de hoge golven. Als we even gaan zitten, komen er al snel een paar mannen aan. Eén van hen verkoopt houten bootjes, een soort bouwpakket van de vissers/zeilbootjes die ze hier hebben. Hij verkoopt graag, maar maakt ook graag een praatje. De andere man blijft op veilige afstand kijken. We babbelen een tijdje over het land, scholen, kinderen en diverse projecten. Wij besluiten maar 2 bootjes te kopen, kan zijn dochter weer een tijdje naar school. Als ik heb afgerekend, nemen we afscheid en komt man nummer 2 dichterbij. Hij verkoopt niets, maar wil ons wel graag in zijn restaurant hebben. Ik moet voorlopig nog niet aan eten denken, en zeg dat we later misschien komen. Ik krijg een mooi plattegrondje, waar ik niet wijs uit word, en hij loopt weer verder. Anique en ik gaan maar weer eens kijken hoe het met Tom gaat. Dat blijkt nog niet veel beter te zijn. Dan gaan we nog maar even op bed hangen. Rond de middag komt Peter terug van de duik en gaat met Anique een hapje eten bij het hotel. Tom en ik blijven wijselijk op bed liggen.

Even later wordt er op de deur geklopt en er staat een ober met een kannetje thee en 2 kopjes. Peter had gezegd dat wij niet lekker waren, dus krijgen we een kopje thee. Wat een service.

Heel erg lief, maar elk slokje thee bezorgt mij weer vreselijke buikpijn, dus ik laat het even staan. Tom heeft ook nog niet zo’n trek. Peter gaat nog een korte duik maken, en als hij terug is gaat hij maar met Anique een stukje wandelen, wij zijn toch even niet zo’n leuk gezelschap. Als ze terugkomen hebben ze wat crackertjes en droge koekjes bij zich, waar ik me dwing iets van te eten.

’s Avonds gaat Peter maar weer met Anique eten, wij voelen ons nog steeds erg beroerd. Hopelijk gaat het morgen wat beter, dan zullen we toch weer het busje in moeten. Aangezien ik wel bang ben voor uitdroging, ga ik de ORS-zoutoplossing maar eens proberen, die slepen we al jaren elke vakantie mee en hebben we tot nu toe nog nooit nodig gehad. Het is een poedertje wat je op moet lossen in water en waar je heel veel van moet drinken. Het smaakt ronduit vreselijk, zoet, chemisch.

Niet iets waar je je beter van gaat voelen, maar het moet. Ik doe, slokje voor slokje, zo’n 2 uur over één portie. Dat schiet dus niet echt op, maar het blijft binnen. Tom weigert nog te proeven.

Dan wordt het weer tijd om te slapen, benieuwd hoe we ons voelen als we weer verder moeten.

 
Vrijdag 20 juli 2007

 

Bali Amed - Pemuteran

Na wederom een lange nacht, Tom en ik hebben beide niet echt veel geslapen, voelen we ons nog steeds misselijk, slap en ellendig. We werken maar wat ORS-oplossing naar binnen en kijken naar de vissersboten die terugkomen op het strand. Erg goed was de vangst niet, want de vrouwen die met manden en bakken staan te wachten, lopen met lege bakken en manden weer terug. We pakken onze spullen weer bij elkaar en gaan dan eerst wat eten.

Ontbijt zien we nog niet zo zitten, maar we lopen wel mee naar het restaurant. Een paar slokjes thee kunnen nooit kwaad. Ik neem in een zakje wat toast en jam mee, voor het geval we later trek krijgen.Als we zitten te eten, ziet Tom ineens een grote groep dolfijnen vlak bij de kust zwemmen. Aan zijn ogen mankeert nog niets! Het is een mooi gezicht, zo vanuit de ontbijtzaal.

Dan zoeken we nog maar even de badkamer op, maken nog een paar foto’s van het prachtige hotel en het strand. Jammer dat we hier niet iets meer tijd hebben gehad om te genieten, het is een hele mooie omgeving, rustig, heel anders dan de andere plaatsen die we hebben gezien. Ook om te duiken moet het hier een paradijs zijn. Wie weet, komen we hier nog wel ooit terug, en dan hopelijk in iets betere gezondheid. Want dit hoort er bij verre reizen dan wel een beetje bij, maar het is wel erg zonde, zo’n mooie omgeving en dan ziek in bed liggen!

Ik heb het idee dat ik me toch iets beter voel dan gisteren, Tom nog niet. Hoe dan ook, we gaan verder. Op naar Pemuteran, waar we ons na het bezoek van vorige vakantie erg op verheugen! Dewa en Agung zijn vanochtend al weer vroeg vertrokken vanuit Denpasar en komen mooi op tijd aan. Dewa had gisteren een lange vergaderdag gehad.

Nu is hij vooral heel bezorgd over Tom en mij. De schat heeft gezorgd voor lekker koel water. In een plastic bak heeft hij heel erg veel ijsblokken gestopt en daar de flesjes water ingelegd. Zo hebben we de hele dag koel water in het busje. We besluiten onderweg maar niet al te veel uitstapjes te maken. Het is een hele tocht naar Pemuteran, en vooral Tom zal blij zijn als hij weer lekker kan gaan liggen.

We stoppen halverwege de ochtend wel bij Yeh Sanih, een soort zwembad. Dit is een mooi bad, heel natuurlijk uitziend, aangelegd langs de zee, gevuld met zuiver en gezond bronwater. Als Peter en Anique het water zien, besluiten ze een lekkere duik te nemen. Hier zwemmen vooral lokale mensen, toeristen zijn er niet, behalve die 4 gekke Nederlanders natuurlijk. Voor Balinezen is het zwembad gratis, wij betalen wel; € 0,24 (kinderen) en € 0,40 (volwassenen).

Terwijl Peter en Anique onder massale belangstelling van alle aanwezigen lekker zwemmen, kijken wij toe en maken wat foto’s. Dan drinken we nog een flesje cola op het terras en gaan weer verder.

In Singaraja stoppen we even om een echte Donald Bebek te kopen. Tom verzamelt Donald Ducks uit verschillende landen, en de Indonesische versie hebben we nog niet. We proberen het bij 2 verschillende Toko Buku’s, maar helaas, uitverkocht. Dewa geeft echter niet op, even later stoppen we bij een echte grote supermarkt, en vinden een Donald Bebek. In het busje gaat Dewa hem ons voorlezen en vertalen. Halverwege stopt hij met de vertaling, het is veel te spannend, hij leest lekker snel door om de afloop van het verhaal te weten. Wij zoeken later wel uit hoe het afloopt, waarschijnlijk komt het verhaal ook nog wel een keer in de Nederlandse versie te staan. De plaatjes zijn immers internationaal, alleen de tekst wordt per land aangepast.

De lunch gebruiken we weer in een typisch toeristenrestaurantje aan zee. Dewa regelt met de bediening een rustig plaatsje voor ons, zodat we niet te veel drukte aan ons hoofd hebben. We besluiten het buffet over te slaan, en iets van de kaart te bestellen. Veel honger hebben we toch niet, en het buffet is meestal relatief duur. Als we op het eten zitten te wachten, worden we onderhouden door de verkopers en verkoopsters die een paar meter van het restaurant achter een hekje hun koopwaar tonen. Ik zie een mooie zwarte sjaal met gebatikte en geborduurde kleurige vlinders langskomen. Die wil ik wel hebben! Zonder af te dingen komen we met gebarentaal uit op zo’n 4 euro. Geen geld, vinden wij, en de koop is gesloten. Anique loopt naar de dame en betaalt. Even later worden dezelfde sjaals in allerlei kleuren al aangeboden voor 2 euro, zijn we toch weer te snel geweest, maar ja, 4 euro is ook geen geld.

Als na heel lang wachten en heel veel verontschuldigingen van de bediening het eten komt, eet ik een paar geroosterde gamba’s en wat witte rijst. De gamba’s zijn heel lekker, maar ik heb eigenlijk helemaal geen trek. Tom heeft niets besteld, maar moet van zijn strenge papa en mama toch een beetje witte rijst eten. Dat gaat met veel moeite, maar als je niets eet, knap je ook niet op, dus het moet maar.

Dan hobbelen we weer naar het busje. We hebben nog een klein uurtje te gaan.

Als we er bijna zijn, wordt Tom even heel beroerd. Gelukkig hebben we een hele bak ijs en een grote sjaal om mee te soppen en Tom een beetje te koelen. Agung krijgt van Dewa de opdracht om heel heel rustig te gaan rijden. Nadeel hiervan is dat het niet zo opschiet, maar na 10 minuten rijden we dan toch de oprijlaan van het hotel op. Onze hotelvoorkeur in Pemuteran was hotel Taman Sari, waar we vorige vakantie ook zijn geweest. Een prachtig gelegen hotel, eenvoudige maar mooie kamers, leuk restaurantje met picknicktafeltjes aan het strand onder de bomen. Een klein paradijs. Helaas zat dat hotel al helemaal volgeboekt.

Dus komen we uit bij Aneka Bagus, een nieuwer hotel, uiteraard ook aan zee. De kamers zitten in huisjes, die weer verspreid staan in een mooie tuin. Aan het strand ligt een prachtig zwembad zonder opstaande rand erlangs, als je in het bad ligt, kijk je zo uit over zee, prachtig. De kamers zien er ook heel erg mooi uit. Hier ligt niet één bloem op bed, maar wel 10. Voor je gaat slapen ben je er heel druk mee het bed vrij te maken.

Ik voel me vrij goed, Tom nog niet echt. We stoppen hem eerst eens lekker in bad, daar knapt hij misschien van op. Daarna gaat hij even op bed liggen. Wij gaan naar ons huisje aan de andere kant van het pad. We kleden om en gaan even lekker met een boek bij het zwembad liggen. Tom belooft ook te komen, maar het bed is te lekker, de airco is lekker koel en hij zoekt het niet om naar buiten te gaan.

Zo doen we een middagje rustig aan. Tegen de avond hebben we met Dewa en Agung afgesproken. Zij slapen in een guesthouse een stuk verderop.

Tom en ik zien het avondeten nog niet zo zitten. We hebben nog wat koekjes, crackers, droge toast van het ontbijt, een zakje nootjes uit het vliegtuig en een plakkerige Mars. Ook nog genoeg te drinken, dus wij slaan het diner nog maar even over. Peter en Anique gaan met de heren eten en beloven wat droge koekjes en zoute chips mee te nemen als ze terug komen. Net voor ze vertrekken gaat de telefoon. Het is mam vanuit Nederland, en die belt niet zo gauw. We hadden afgesproken via sms contact te houden, omdat wij in Indonesië zitten en zij naar Noorwegen gaan. Dit maakt het bellen erg duur en lastig i.v.m. tijdsverschillen. Als we horen waarom ze belt, moeten we erg lachen, ze heeft in Maasbree gehoord dat wij geëmigreerd waren naar Indonesië!

En dat wisten we zelf nog niet eens. Ik had eigenlijk moeten zeggen: “vervelend, we hadden het jullie zelf willen vertellen, we komen inderdaad niet meer terug.” Maar dat heb ik toch maar niet gedaan. Als we uitgelachen zijn, vertrekken Peter en Anique.

Tom en ik gaan samen in onze kamer liggen. Boekje erbij, spelletje kaarten en met tegenzin wat eten.

Tom valt vrij snel in een diepe slaap en ik ga even lekker buiten op het terrasje zitten. In het donker, want de muggen zijn hier een beetje vervelend.

Peter en Anique komen met een lekker gevulde buik terug. Voor morgen hebben ze afgesproken naar Taman Sari hotel te gaan, daar is een hele mooie snorkelplek, en Dewa heeft zijn snorkelspullen speciaal hiervoor meegenomen. We zien morgenvroeg wel wie er fit genoeg is om mee te gaan.

Aangezien Tom lekker ligt, vannacht waarschijnlijk wel weer gaat woelen en ik ook, gaat Peter maar bij Anique overnachten. Zijn er in elk geval nog 2 die goed slapen. ’s Nachts word ik wakker als Tom met een vrolijk bericht van de wc komt. “Volgens mij liep er een rat door de badkamer, of het was een hele grote muis.” Ik stel nog voor dat het vast een muis is geweest. “Maar dan was die wel zoooo groot.” Het formaat wat Tom aanwees, leek inderdaad niet echt op een muis!

Gezellig, maar natuurlijk moeilijk te voorkomen met een half open badkamer. Alles wat buiten zit, kan daar ook binnenkomen.

De douche is helemaal buiten, in een ommuurd stukje van de tuin. Het bad, de wastafel en wc zijn overdekt, maar er is een flinke open ruimte tussen de muren en het rieten dak. Ik voel dus maar even of de badkamerdeur echt goed dicht zit, en ga proberen weer te slapen. Was ik net gewend aan alle gekko’s, hagedisjes en dat soort beesten, krijg je zoiets!

 
Zaterdag 21 juli 2007

Bali Pemuteran

De nacht heeft ons goed gedaan. We voelen ons een beetje fitter. Bij het ontbijt blijkt dat er meer mensen problemen hebben. Een Frans klein jongetje ziet er erg beroerd uit. De plastic zak gaat mee aan tafel, en moeder bestelt gemberthee tegen de buikpijn. Die kenden we nog niet.

Tom en ik gaan nog niet mee naar Taman Sari, we nemen nog maar een ochtendje rust. Voor de lunch zullen Peter en Anique weer terug zijn. Tom en ik parkeren onszelf lekker bij het zwembad. We hebben alle ligstoelen en het hele bad vrijwel de hele ochtend voor onszelf. Al lezende in de schaduw van een parasol, presteren we het om volledig ingesmeerd met beschermingsfactor 20 toch nog te verbranden. Maar niet zo erg als Peter, die komt terug met een vuurrode rug. Dat is het nadeel van snorkelen, je ligt aan de oppervlakte van het lekkere zoute water, met je rug naar de zon. En dan wil je wel eens flink verbranden. Dat zal hij nog gaan voelen!

Dewa heeft nog het voorstel om vanmiddag het boeddhistische klooster te bezoeken. Vorige keer hebben we dat ook gemist. Het lijkt me heel erg mooi, maar het is nog zeker een uur rijden, en dan op slechte wegen. Dat lijkt me niet zo’n goed idee, jammer maar ja.

Voor de lunch gaan we richting Taman Sari. De eigenaar van de duikschool bij Taman Sari waar Peter en Tom vorige vakantie hebben gedoken, heeft nu een duikschool aan de andere kant van de weg. Bij de duikschool is een restaurant en een guesthouse. De vorige avond hebben Dewa, Agung, Peter en Anique daar gegeten, en dat was lekker. Dat proberen we nu dus weer.

Als we aan tafel gaan zitten, lijkt er een probleem te zijn. Er wordt druk gedebatteerd door de man, zijn vrouw en oudere kinderen. Dewa kan het beter verstaan dan ons, en vertaalt. De man heeft ’s ochtends ruzie gehad met de kokkin, en die is vertrokken. Nu is er eigenlijk niemand die kan koken, maar als we allemaal loempia en nasi campur bestellen, kunnen zijn vrouw en dochters wel koken. Dat doen we dan maar. Meneer gaat nog even op de motor inkopen doen, en niet veel later krijgen we een prima maaltijd voorgeschoteld. De kokkin mag wel wegblijven!

Na het eten gaan we nog even terug naar het hotel, beetje zwemmen en luieren. Aan het eind van de middag worden we weer opgehaald. We gaan naar het vissersdorpje vlak bij hotel Taman Sari. Daar gaan we een stukje wandelen en intussen ballonnetjes en potloodjes uitdelen. Voor we bij het dorpje komen, passeren we een heel duur en chique resort. Er lopen allemaal mensen in traditionele kleding rond, en Dewa kan ons vertellen dat er een bruiloft plaats gaat vinden. Het ziet er mooi uit, maar wij gaan toch maar voor het vissersdorpje. Het dorpje hadden we vorige vakantie ook al even gezien, maar we zijn er toen niet echt doorheen gelopen. Het is een erg arm dorp, allemaal eenvoudige hutjes langs het strand. De mensen leven voornamelijk van de visserij. We raken onze uitdeelspullen gemakkelijk kwijt. Ook hier werkt de tam-tam goed. En er zijn heel veel kinderen. Het is een leuk dorpje om te zien. Mooie bootjes, rommelige hutjes, varkens en kippen die over het strand scharrelen, veel kinderen en vriendelijke mensen.

Als Anique driftig potloden uitdeelt, komt er een meisje aan met een mooie kralenketting met een kokoshanger eraan. Anique krijgt de ketting om haar hals gehangen en het meisje zegt iets. Moeder kijkt op afstand toe. Aangezien ons Indonesisch niet toereikend is, vraagt Peter via Dewa hoeveel de ketting kost. Maar nee, het is geen koopwaar, het is een geschenk van de mensen van het dorp voor alle dingen die wij hebben gegeven. We worden er even stil van, de mensen hebben echt helemaal niets, en dan krijgen we nog zo’n mooi cadeau. Terima kasih banyak (heel veel dankjewel) kunnen we in elk geval wel zeggen. Het antwoord verstaan we ook: sama sama (graag gedaan). Wat een geweldige mensen leven hier toch!

We genieten aan het strand nog van de zonsondergang en wandelen dan terug naar het busje. We eten onderweg bij een vrij groot restaurant. Ik hou het nog bij een soepje, nog steeds niet zo’n trek. Tom ook niet, maar het gaat langzaam vooruit. En een paar dagen niet eten kan voor mij ook niet zo’n kwaad, goed voor de lijn. Tom mag wel wat meer eten, je ziet hem afvallen.

Na het eten gaan we terug naar ons hotel. Iedereen gaat weer in zijn/haar eigen kamer slapen. Wij kunnen voor het slapengaan nog genieten van een hels kabaal op ons rieten dak. Volgens mij hebben de ratten nu ruzie gekregen wie het eerst in bad mag, ze krijsen er lustig op los. We houden de deur tussen de bad- en slaapkamer maar weer goed dicht vannacht!

 
Zondag 22 juli 2007

Bali Pemuteran - Medewi

 

Vandaag gaan we weer een etappe verder. We gaan via de westkant van het eiland naar het zuiden. De volgende bestemming is Medewi. Maar daar zijn we nog lang niet. Eerst lekker ontbijten. Ik heb er weer een beetje zin in. Tom eet met moeite ook wat. Het kleine Franse jongetje ziet er nog steeds erg belabberd uit. De gemberthee van gisteren werkte waarschijnlijk ook niet. Na het ontbijt hebben we nog even tijd voor een lekkere duik in het zwembad, dan vertrekken we weer.

Dewa had gisteren het voorstel om even over te steken naar Java, we komen toch langs Gilimanuk, de havenplaats waar de veerboten vertrekken. De overtocht duurt maar 20 minuten. Nadeel is dat de auto meenemen duur is, en dat je aan de overkant in Java toch wel een uurtje onderweg bent voor je bij een plaats komt waar iets is te beleven.

Daarbij staat de veiligheid van de Indonesische veerboten niet erg hoog aangeschreven. Al met al zien we het dus niet zo zitten. Maar het lijkt ons wel leuk om even bij de haven te kijken.

Maar voor we daar komen, gaan we eerst naar de Bali Tower. Geen idee wat het is, maar het schijnt mooi te zijn. We rijden door Bali Barat Nationaal Park, waar we de vorige vakantie een jungle tocht hebben gedaan. Bij een pad slaan we van de hoofdweg af, en rijden het bos in. Het is geen erg indrukwekkende jungle, gewoon ‘droog’ bos. Na een tijdje rijden komen we bij een enorme houten uitkijktoren. Het bouwen moet een hels karwei zijn geweest, want de basis van het bouwwerk zijn 3 enorme massieve hele hoge boomstammen. Wat precies het doel is van de toren begrijpen we niet. Er zit een duur exclusief hotel in de buurt, onderin de toren zit een soort receptie, verder naar boven schijnen restaurants te zijn, maar is alles op een paar stoelen na leeg. Dewa gaat één verdieping mee omhoog, dan mogen we alleen verdergaan, hij heeft last van hoogtevrees. Jammer voor hem, want vanaf de top heb je een geweldig uitzicht over Bali, Menjangan eiland en Java. We kijken even rond, fotograferen wat, en als we uitgewaaid zijn, gaan we Dewa weer gezelschap houden.

We gaan verder naar Gilimanuk, de havenplaats. We worden uit het busje gezet en wandelen naar de aanlegsteiger van de boten. Er is een soort wandelpier langs de kust gemaakt. Een vreemd stalen bouwwerk. Vanuit die hoogte heb je mooi zicht over alle veerboten die aankomen, wegvaren en liggen te wachten op een plekje aan de aanlegsteiger. Nu we de boten zien, zijn we heel blij dat we niet naar Java gaan; wat een roestbakken. Waarschijnlijk zijn het allemaal afdankertjes van rijkere landen. Hier ga je voor je plezier echt niet mee varen.

We gaan dus lekker terug naar ons busje. We zitten nu aan de zuidwest kant van Bali. Het valt op dat dit deel van Bali veel rijker is. Het lijkt erg op de plattelandsdorpjes en kleine stadjes in Maleisië. Volgens Dewa zijn hier veel gemeentes die gesponsord worden door rijke Japanse gemeentes. Dat is te zien. Vooral vergeleken met het noorden en oosten van Bali ziet het er hier niet zo armoedig uit. De weg waarover we rijden is ook vrij goed. Dat is voornamelijk te danken aan het drukke verkeer van Java naar Denpasar. Veel vrachtauto’s en toeristenbussen. Dit maakt de weg niet bepaald veiliger, want hier geldt toch een beetje de macht van de sterksten.

Na een tijdje buigen we af naar het binnenland. We gaan de bergen in en bezoeken een heel typisch dorpje. Dit oogt erg on-Indonesisch. Het is Palasari, een katholiek dorpje. Met een grote katholieke kerk, een klooster/weeshuis, en een uitstraling als een Oostenrijks bergdorpje. Nette huisjes, tuintje erbij, maar volledig uitgestorven, mensen hebben we er niet gezien. Heel vreemd, het lijkt wel een spookstadje!

Dan gaan we naar de Palasari-dam, een vrij nieuwe dam bij een groot stuwmeer. Er staat vrij weinig water in het meer. Verder is er eigenlijk niet zo veel te beleven. Er schijnt nog een mooi hotel in de buurt te zijn, Dewa en Agung hebben het erover. Maar om nou alleen naar een hotel te gaan kijken zien we niet zo zitten, dus we besluiten terug te rijden naar de hoofdweg. Als we bijna bij de hoofdweg zijn, vraagt Agung aan Dewa waar we naar toe gaan. Als Dewa zegt “naar het hotel”, denkt Agung dat we toch naar het hotel bij het stuwmeer willen. We begrijpen al niet waarom het zo lang duurt tot we weer bij de grote weg zijn, maar Agung is via een andere route terug aan het rijden. Als het misverstand uit de wereld is geholpen, keert Agung het busje en gaan we naar het goede hotel.

We zijn al een hele tijd onderweg, en krijgen een beetje honger. Helaas is het hier niet zo toeristisch, en vindt Dewa geen eetgelegenheid goed genoeg voor ons. Pas als we in Medewi zijn, zit er een geschikt restaurant. Een grote eetzaal, waar waarschijnlijk alle bussen met Javaanse toeristen stoppen. Veel buffet, maar wij nemen iets van de kaart. Het smaakt prima, gelukkig maar, want de komende dagen zijn we waarschijnlijk aangewezen op dit restaurant, bij gebrek aan iets anders. Dewa kan zich hier ook weer helemaal uitleven, in het restaurant zijn een soort vijvers die vol zitten met grote karperachtige vissen. En die zijn erg hongerig. Als Dewa ze wat eten geeft, spetteren ze alles onder. Voor Agung staat er een tv, zo heeft hij ook wat te doen onder het eten. Echt meepraten kan hij niet, wij willen wel overschakelen op Engels, maar dat verstaat hij ook niet, en ons Indonesisch is nog steeds niet wat het zijn moet.

Als we zitten te eten, staat er bij de ingang van het restaurant een man uitgebreid met T-shirts en sarongs te gebaren. We vinden hem al erg overdreven doen, en als we na het eten naar buiten lopen gaat hij nog vreemder gebaren en doen. Dan komen we erachter dat hij een handicap heeft. Hij is doofstom.

Tja, dan is het natuurlijk een beetje lastig om hem zomaar voorbij te lopen. Hij doet ontzettend zijn best om ons iets aan te smeren, en Tom heeft toch nog een duik-shirt nodig. Dus zoeken we een mooie uit. Dan komt het probleem, hoe onderhandel je met een doofstomme. Maar dan blijkt dat de man wel doofstom is, maar helemaal niet stom. Hij pakt een zakrekenmachine en toetst een prijs in. Dan wordt het apparaatje aan Peter overhandigd en mag hij een tegenbod intoetsten. Zo komen we tot een mooie prijs. Hij blij, wij blij. Hij probeert mij nog een sarong aan te smeren, maar ik heb al een hele mooie aan, en nog een stuk of 5 in de tas zitten, dus helaas. We nemen uitgebreid afscheid met één of ander vreemd ritueel van vuist, handen schudden en een hele vreemde beweging en lopen dan lachend het busje in.

Dan gaan we naar het hotel, wat op een kilometertje afstand ligt. Het hotel is een heel ander soort dan we gewend zijn. Wat eenvoudiger, wel een mooi zwembad, waar zowaar nog andere gasten zijn. Het is een heel ander type mensen wat hier komt. Het blijken vrijwel allemaal Australiërs te zijn die komen om te surfen. Wij dachten dat die allemaal in Kuta bleven, maar dit zijn de oudere surfers, zo’n beetje 55+.

Gelukkig niet de arrogante vervelende types die je in Kuta tegenkomt. De kust is hier ook heel anders (daarom komen de surfers natuurlijk hier); vrij veel stenen en vooral een flinke branding. Strand zit er niet in deze dagen. De kamers zijn vrij klein en eenvoudig. De badkamer is weer eens heel apart. Een smalle hoge ruimte over de hele breedte van de kamer. Over de hele breedte is een stuk overkapt, de laatste halve meter heeft geen dak en de achtermuur is helemaal begroeid met klimplanten als in een jungle. De steentjes waar de planten in staan, zijn groen geverfd, wat een heel apart effect geeft, alsof er een sterke groene lamp op schijnt. De kamers zitten met 2 in een huisje, met tussendeur, maar Tom en Anique zitten in een ander huisje. In hetzelfde huisje ging niet, want de voorkant heeft zeezicht en zit in een andere prijsklasse. Om voor dat zeezicht extra te gaan betalen heeft weinig zin, want het hele hotelterrein is afgezet met pvc-buizen die rechtop in beton zijn gezet. De buizen zelf zijn met beton gevuld en hebben tussenruimtes van zo’n 15 centimeter. Daar kijk je van afstand dus niet echt lekker door naar zee. Dat is wel een beetje een nadeel van het hotel, je voelt je een beetje opgesloten. We vragen ons ook af wat de bedoeling is van het typische hekwerk. Zal wel een combinatie zijn van indringers buiten houden (op de bovenkant zitten hele gemene glasscherven) en golfbrekers (want golven hebben ze hier!).

De rest van de middag doe we rustig aan, beetje zwemmen in het mooie zwembad en bij de zee kijken naar de surfers.

Morgen gaan we in elk geval van alles in de omgeving bekijken.

Voor het avondeten hebben we niet heel veel keuze; het restaurant in het hotel, maar dat lijkt ons niet zo geweldig, en het restaurant waar we vanmiddag zaten. Die laatste wordt het dus. Aangezien we volgens Dewa echt niet zo ver kunnen lopen, worden we weer netjes door Dewa en Agung met het busje opgehaald. In het restaurant zoeken we een leuke tafel in de buurt van de vissen. Ik heb niet zo veel honger, en bestel een soepje, kippensoep met spinazie. De rest neemt van alles wat. Als na een tijd de bestelling komt, moeten we erg lachen. Het soepje is een kom met minstens twee liter soep. Gelukkig krijgen we er meerdere kommetjes bij, kan de rest mij meehelpen, want ik had al niet zo’n honger. Vanavond hebben we kaarten meegenomen, en we gaan Dewa leren jokeren. Hij kent zelf nog een ander spel en hij gaat met Tom en Anique verder. Ik probeer nog maar wat soep naar binnen te werken, Agung amuseert zich bij de tv. We blijven maar wat langer hangen, nog een toetje, kopje koffie en thee, verder is er in de buurt toch niets te doen. Als ook de vissen in de vijvertjes door Dewa helemaal volgepropt zijn, is het wel zo ongeveer bedtijd. We rekenen af en gaan naar het hotel. Dewa en Agung slapen in een klein guesthouse vlak bij het hotel. Als we terug rijden, passeren we de niet stomme doofstomme man op zijn brommertje. We toeteren en zwaaien, en hij rijdt achter ons aan richting hotel. Hij zal toch niet denken dat we iets willen kopen? Maar nee, hij woont/logeert in een huisje naast Dewa en Agung. Als we bij het hotel zijn, duiken we direct in bed. Het is weer mooi geweest voor vandaag!

 
Maandag 23 juli 2007

Bali Medewi

 

We ontbijten in de kleine ontbijtzaal van het hotel. Hier kun je je bestelling doorgeven. Wij houden het eenvoudig, een beetje toast, sapje, kopje thee. Aan de andere tafels wordt wat meer naar binnen gewerkt. Hele maaltijden komen langs, en dat zo vroeg op de dag. Mij niet gezien.

Na het ontbijt worden we weer opgehaald. We gaan eerst een stukje naar het westen. Daar is een tempel, Pura Rambut Siwi. Hoe het precies zit weten we niet, maar de tempel wordt of erg uitgebreid, of is weg en wordt geheel herbouwd. Het hele complex bevindt zich naast de zee op een rotsachtige kust. Er wordt nog heel erg veel bijgebouwd. Volgens Dewa moet alles eind augustus klaar zijn. Als we de manier zien waarop gebouwd wordt, met name de gereedschappen waarmee gebouwd wordt (of eigenlijk het gebrek aan gereedschappen), lijkt dat ons vrijwel onmogelijk. Van de andere kant werken ze wel met heel veel mensen, en alles wat met geloof te maken heeft wordt hier heel serieus genomen. Toch ziet het er in onze ogen niet uit als een normale bouwplaats. Alles gebeurt met de hand, er is zelfs geen betonmolen, geen kruiwagen of wat dan ook te zien. Wel weer, net als bij de gamelan-werkplaats, een slijpschijf. Hiermee worden de brokken steen in nette vierkante vormen geslepen. Wat een monnikenwerk, al noemen de hindoe’s dat vast anders.

De bouw wordt voornamelijk gefinancierd uit donaties van gelovige mensen.

Bij de hoofdweg staat een kleiner tempelgebouwtje met een grote collectebus. Op de bouwplaats wordt van dag tot dag op een bord bijgehouden hoeveel geld er beschikbaar is. Wij zijn wederom erg onder de indruk van wat de mensen hier allemaal voor elkaar krijgen, vooral als je ziet waarmee ze het moeten doen.

Vervolgens gaan we het binnenland in. Eerst naar een uit de kluiten gewassen kamerplant, een mooie ficus. Deze ziet er beter uit dan de exemplaren die tot nu toe aan mijn zorg zijn toevertrouwd. Bij mij in de woonkamer vallen binnen een jaar alle bladeren eraf, en rest mij niets anders dan de plant maar weg te gooien. Deze ficus ziet er echter heel indrukwekkend uit. Hij is heel erg hoog, en de stam is zo dik, dat er een tunnel doorheen is gehakt waar auto’s doorheen rijden. Vlak bij de tunnelficus is een klein winkeltje met terrasje en daar gaan we een kopje koffie/flesje cola drinken. Lekker koekje erbij, gezellig.

Vervolgens kijken we bij een ambacht dat bij ons nog niet bekend is; we gaan naar een schuur waar ladders worden gemaakt om kruidnagel mee te plukken. Zoals we overal ruiken, is het de tijd van de kruidnagel-oogst. Daar staat dit gebied bekend om. De kruidnagel-handel is niet slecht, we zitten ongeveer in het rijkste deel van Bali, dat is allemaal te danken aan die kleine bruine nageltjes.

Aangezien kruidnagel in hoge dichte bomen groeit en met de hand geplukt wordt, heb je er speciale ladders voor nodig en die worden hier dus gemaakt. Het zijn hele lange bamboestokken, waar om de meter één keer links, één keer rechts, een houten treetje in wordt gezet. Zo krijg je dus een lange paal waar je relatief eenvoudig in kunt klimmen en die je ook nog in een dichte boom kunt zetten. Om kruidnagel te plukken moet je natuurlijk wel geen hoogtevrees hebben!

Als de kruidnagel is geplukt wordt er eerst gesorteerd. Het echte kruidnagel met bolletje wordt gescheiden van de takjes die meegeplukt/gesneden worden. Dan worden de onderdelen apart op zeilen gedroogd. Dan pas krijgen de specerijen hun donkerbruine kleur. Meestal gebeurt dit in de berm langs de weg, zoals je ook vaak bij rijst ziet. Maar hier zien we ook wel hele grote (voetbal?)velden vol kruidnagel liggen. De takjes, die ook een echte kruidnagelgeur hebben, worden voornamelijk gebruikt om te verwerken in tabak voor kreteksigaretten. De kruidnagel zelf wordt als specerij gebruikt.

Overal waar je hier rijdt, ruik je de weeïge kruidnagellucht. In deze streek zien we ook veel cacaobonen die liggen te drogen. Het is al een eind in de middag als we teruggaan naar het hotel. We stoppen onderweg nog even om wat inkopen te doen. We willen wat potloodjes kopen; in de buurt van het volgende hotel is een schooltje waar Dewa altijd welkom is. Daar willen we natuurlijk niet met lege handen naar toe gaan. Ook kopen we nog wat zakjes chips als aanvulling van het zoutgehalte, want Tom is nog steeds niet echt lekker aan het eten. Als we bij het hotel komen, heeft nog niemand honger, dus slaan we de lunch maar een keer over.

Volgens Dewa is er in de buurt een zandstrandje. Dat zou niet zo ver weg zijn. Tom en ik zijn niet zo in voor een wandeling en besluiten lekker aan het zwembad te gaan zitten. Peter en Anique gaan met Dewa op pad. Ze lopen een heel eind, maar echt veel zwem-strand komen ze niet tegen. Tom en ik zwemmen even wat, wandelen daarna een beetje langs de zee, maar door de grote keien en de sterke wind die hier staat, houden we dat snel voor gezien. Dan maar weer lekker bij het zwembad zitten. Zakje chips eten, een boek lezen. Aan het eind van de middag komt de rest terug.

Dan is het weer tijd voor ons diner, maar weer naar hetzelfde restaurant. Ik durf geen soep meer te bestellen, die van gisteren had ik nog niet half op, al was hij wel erg lekker. Maar de noedels zijn hier ook helemaal niet slecht! Dan nog wat lekker fruit na, kopje thee, uiteraard weer vergezeld van de nodige potjes kaarten. Dewa is helemaal op dreef en weet van geen ophouden.

Wij zijn vooral moe, dus als het spelletje uit is, gaan we terug naar het hotel. Snel de spullen inpakken en naar bed. Morgen gaan we naar ons laatste hotel in Bali, en dat is volgens Dewa ook het mooiste (was in elk geval ook het duurste), dus dat belooft wat!

 
Dinsdag 24 juli 2007

Bali Medewi - Belimbing

 

Na het ontbijt verlaten we deze Australische kolonie.

 

We rijden langs de kustweg een stuk naar het oosten. Dewa heeft inmiddels het Nederlandse gebruik van koffie-pauze overgenomen, en bij een grote parkeerplaats met winkeltjes, restaurant en een heuse dierentuin pauzeren we even. Hier kunnen we genieten van het mooie uitzicht over zee. Een prachtige woeste kust en een nog woestere branding. Heel mooi om te zien.

Na een lekkere pisang-milkshake besluiten we nog maar een uitstapje te maken naar de dierentuin, niet dat die ons zo geweldig lijkt, maar het is van hieruit de makkelijkste manier om aan zee te komen. Agung begint de laatste dagen wat vrijer te worden, niet spraakzamer, dat laat zijn Engels en ons Indonesisch niet toe. In elk geval gaat hij mee naar de dierentuin. Die is in- en intriest. Een paar vervallen hokken met wat vogels, konijnen en als absoluut dieptepunt een hokje met een zielige eenzame aap, van het soort wat je hier ook in het wild ziet rondlopen. Jammer, na de mooie dierenparken in Ubud, valt dit wel heel erg tegen.

We lopen dus snel door naar het strand. Dat is wel heel mooi. Geen lekker zandstrand, een beetje modderig, maar wel een mooie branding en wat grote stenen waardoor je een stukje de zee in kunt lopen. Dewa en Agung leven zich even uit op het vangen van krabbetjes, wij genieten van het uitzicht. Dan gaan we door de dierentuin, waarin zelfs een paar hotelkamers liggen, weer naar het busje.

Tijd voor de laatste etappe van vandaag. We rijden het binnenland in en komen langs de mooiste rijstvelden van Bali. We hadden al hele mooie gezien, maar deze zijn echt heel indrukwekkend. Je merkt wel direct dat de mensen hier weer veel armer zijn dan in het zuidwesten. Blijkbaar is rijst niet zo’n goede handel. Als we bijna bij het hotel zijn, stoppen we bij een zijweggetje. Hier maken we een korte wandeling langs rijstvelden en komen we uit bij een prachtige tuin, gelegen achter een winkeltje. Daar zit Agung ons al op te wachten. Hij wordt vergezeld door een paar vliegende honden die, net als bij Tanah Lot, in een lage tak opgehangen zijn. Ze zien er schattig uit, maar wij blijven op veilige afstand, hun tandjes zien er wel erg scherp uit!

We maken nog een stuk of 20 foto’s van de omgeving; de minder goed gelukte gooien we later gewoon weg, maar hier is elke foto die je maakt prachtig. Wat een uitzicht en wat een bloemenpracht!

Dan hebben we nog een paar meter te gaan naar ons hotel. Maar dat doen we uiteraard met het busje. Bij de receptie worden we als gewoonlijk opgewacht met een verfrissingsdoekje en een lekkere vruchten-cocktail.Als we de receptie gepasseerd zijn, zie we een prachtige tuin, gelegen op een helling, een mooi zwembad, hele mooie huisjes, een gezellig restaurant, en een uitzicht waarvoor je spontaan zou gaan emigreren.

Hier heb je dan wel geen zee in de buurt, maar het is zo mooi! Onvoorstelbaar.

Dan krijgen we ook nog de 2 mooist gelegen appartementjes, op restauranthoogte, met volledig uitzicht op tuin, zwembad en rijstvelden. Aan de zijkant van ons huisje begint de jungle, lekker rustig (al is het overal in Bali lekker rustig) en mooi groen. De kamers zijn ook prachtig. Mooi hemelbed met klamboe, koloniale meubels, zelfs een echte eet/zithoek in de kamer, groot bed, tv, en een badkamer waar je in zou kunnen wonen. Groot, mooi, apart. Heel sober ingericht, eenvoudig maar wel stijlvol. Alles van natuurlijke materialen; ruwe natuurstenen vloeren en wanden, super!

Dit is het eerste hotel in Bali waar we geen airco op de kamer hebben , maar omdat we hier een stuk hoger in de bergen zitten, missen we die ook absoluut niet. Op het terrasje voor elke kamer staan 2 heerlijke ligstoelen, hier vermaken we ons wel een paar dagen.

Als we even hebben opgefrist is het weer tijd voor de lunch. Dewa en Agung krijgen hier in de keuken van het hotel gratis eten, ze logeren in eenvoudigere kamers aan de andere kant van de weg. Voor de gezelligheid komt Dewa er nog even bijzitten. We zien hier iets op de menukaart staan, wat we in Bali nog nooit hebben gezien; bitterballen. Dat maakt ons nieuwsgierig. Het blijkt dat de eigenaar van het hotel getrouwd is met een Nederlandse vrouw. Vandaar.

Dewa heeft nog nooit van bitterballen gehoord, en we bestellen een portie voor hem. Hij vindt het geweldig om van alles te proeven, zeker als het typisch Nederlands is. Het zijn inderdaad echte Nederlandse bitterballen en Dewa geniet ervan. Ik geniet intussen van een heerlijke nasi goreng, lekker met saté en kroepoek. Na het eten gaan de kinderen met een boek op hun terrasje liggen. Tom heeft weer niet veel gegeten, het wisselt van dag tot dag. Wij nemen nog een cappuccino, weer iets nieuws voor Dewa, weer lekker. Het koekje bij de koffie gaat naar Tom, wat er dan wel weer prima ingaat.

We spreken af dat we morgen een rijstveldenwandeling gaan doen. Van het hotel uit lopen er verschillende routes. Het hotel levert een gratis gids die meewandelt.

Na de koffie gaan we het zwembad onveilig maken. Maar niet echt, want een nadeel van de koelere ligging in de bergen is dat het water echt ijskoud is. Daar krijg je mij niet in! De dapperen onder ons nemen een duik, ik schrijf wat in mijn dagboekje, waar nog erg weinig in staat. Geen tijd gehad!

Halverwege de middag gaan we een wandelingetje maken in de omgeving. We lopen een stuk langs de grote weg. Wederom mooie uitzichten, vriendelijke mensen die het geweldig vinden dat wij hier zomaar lopen, zonder auto, zonder gids, helemaal zelf. Dat vindt men hier heel vreemd maar wel leuk. De honden vinden dat ook leuk, en dat vind ik nou weer niet leuk. Bij elk huisje loopt wel zo’n vervelend blaffend kreng, die je dan nog 100 meter blaffend achterna rent.

Wat ik wel weer erg leuk vind, is alles wat over de weg voorbijrijdt. Toppunt is een oud open vrachtautootje. Achterop staan 2 hele grote varkens, daar kun je heel veel saté babi of babi pangang van maken! Hij rijdt ons voorbij en komt met veel moeite een berg op, dan slaat de motor af. De auto rolt nog net de berm in, de bestuurder stapt uit, haalt zijn stoel uit de auto en rommelt wat in de cabine. Als we voorbij lopen, staan de varkens lekker van de struiken in de berm te eten. Een leuk gezicht. Dan gaat de stoel weer de auto in, bestuurder erop, heel vaak proberen te starten, en dan lukt het. Vrolijk zwaaiend rijdt hij ons weer voorbij. Op naar de slager? Arme varkens!

We kopen onderweg in een klein winkeltje nog wat lekkere dingen, nootjes, koekjes, chips. Dan lopen we weer richting hotel. We lopen nog even een klein dorpje naast het hotel binnen. Waarschijnlijk is dit Belimbing. Alle mensen bekijken ons heel nieuwsgierig, waarschijnlijk nemen niet veel toeristen deze route, in elk geval niet zonder begeleiding. We wandelen het dorpje door en lopen nog een stuk verder. Als we op het punt staan waar we vanuit onze hotelkamer op uit kijken, wandelen we weer terug. Het wordt schemerig, en de wegen/paden zijn niet al te goed. Morgen gaan we de omgeving wel verder verkennen.

Aangezien hier geen restaurants zijn, eten we in het hotel, dat is vanmiddag ook prima bevallen. We zitten in de open eetzaal, op de plek met het mooiste uitzicht. Nu merken we dat we hier hoog zitten. Het is koud! Ik trek een lekker vestje aan, Peter dacht “Ik ga naar Bali, waarom zou ik een vest meenemen?”

Om vanavond aan te doen dus, maar gelukkig hebben we van Dewa sarongs gekregen, en als je die niet als rok gebruikt, doen ze ook prima dienst als omslagdoek. Het eten is lekker, Tom geniet weer eens echt van een flink stuk vlees. Daarna een warme cappuccino, niet slecht. We wandelen nog even door het souvenirwinkeltje van het hotel. Tot nu toe hebben we ons goed ingehouden met souvenirs kopen. We zijn ook niet op echte drukke toeristenplaatsen geweest en in verschillende plaatsen, zoals Pemuteran, zijn straatverkopers verboden. Daarnaast hebben we ook niet zo’n zin om alles wat we kopen nog 2 weken mee te nemen. Dus wachten we met inkopen tot we in Lombok zijn, daar kunnen we nog genoeg kopen!

Dan zit er weer een dag op, nog even lekker douchen, boekje lezen en slapen.

Voor we in slaap vallen kunnen we nog een hele tijd genieten van een ontzettende herrie, maar wel leuk om te horen. Ergens in de buurt wordt driftig muziek gemaakt. Het lijkt wel een hele grote drumband. Het klinkt in elk geval erg mooi, maar we zijn te moe om te gaan kijken waar het vandaan komt. Dat horen we morgen vast wel van Dewa!

 
Woensdag 25 juli 2007

Bali Belimbing

 

We beginnen de dag weer met een lekker ontbijtje. Nu is op zo’n mooie plek alles lekker, maar dit ontbijt smaakt ook nog prima. Toast, eitje, fruit.

Dan maken we ons klaar voor de grote wandeltocht. Altijd even afwegen wat je meeneemt, niet te veel, je moet alles dragen, niet te weinig, ik wil natuurlijk weer op alles voorbereid zijn (dorst, honger, insectenbeten, zonnebrand, verwondingen, veel foto’s en natuurlijk het bezoek aan het schooltje). Bepakt en bezakt met pennen, potloden, water, fototoestellen, ehbo-setje, handdoekje etc. gaan we op pad.

We krijgen een gids van het hotel mee als begeleiding. Ook krijgen we allemaal een stevige lange wandelstok. Dit loopt in het begin, zeker op de geasfalteerde weg, een beetje onwennig, als we later over slechtere paden en vooral bergop en –af lopen, komt hij toch wel goed van pas.

We wandelen door het straatje waar we gisteren aan het eind van de middag ook liepen. Alle bewoners groeten ons weer vrolijk. We komen bij het dorpskantoortje. Dit is een beetje vergelijkbaar met ons gemeentehuis, maar dan toch met iets andere functies. Onder andere de afrekeningen met bijvoorbeeld electriciteitsleveranciers (aangezien vrijwel niemand hier een bankrekening heeft, worden dit soort betalingen voorgeschoten door een dorps-administratiekantoor, die het geld vervolgens int bij de bevolking).

Nu is het bij het kantoortje erg druk met moeders en kleine kinderen. Blijkbaar is het spreekuur van het consultatiebureau in volle gang. Alle kindjes worden gewogen en mogen dan weer naar huis. Wij lopen verder het dorpje uit.

De weg wordt steeds slechter en vertoont nogal wat mankementen. Bij een bruggetje is het halve wegdek verdwenen en zit een gat van zo’n anderhalve meter diep. In Nederland zou je voor zoiets uitgebreid gewaarschuwd worden. Hier ook; er staat een bamboestok met een vlaggetje in het gat. Het is te hopen dat hier in het donker niet te veel mensen langskomen, met de auto kun je er helemaal niet meer langs, met een brommer of motor heb je vrij veel kans dat je in het gat belandt. Maar wij kunnen er in elk geval gewoon langslopen.

Zo komen we even later bij het schooltje. De jongste kinderen hebben de schooldag er waarschijnlijk al op zitten, ze staan buiten met veel vaders en moeders. Wij worden met veel interesse bekeken. Zeker als we potloodjes uitdelen. Andere kinderen zitten in de klaslokalen. De groepen zijn hier niet zo groot, gemiddeld 10 tot 15 kinderen in een lokaal. Het gebouw ziet er vervallen uit, evenals het meubilair. We wandelen even elk lokaal binnen en mogen overal rondkijken. De kinderen vinden het geweldig. Anique neemt plaats in de bank naast een jongetje van een jaar of 8. Hij bekijkt haar duidelijk met gemengde gevoelens. “Wauw, ze komt bij mij zitten”, maar ook een beetje “Jakkes, ze komt bij mij zitten”. In elk geval een leuk gezicht, en de foto die we hebben geknipt spreekt boekdelen. Prachtig!

De potloodjes vinden ze in elk geval allemaal geweldig. We sturen wel het hele lesprogramma in de war. De meeste kinderen lopen achter ons aan naar buiten en volgen ons naar de volgende klassen. Als we alle kinderen gehad hebben, hebben we dus een hele stoet kinderen achter ons aan, die ons tot een heel eind op de weg volgen. Volgens Dewa geen probleem, met de “rollator-club” (een steeds kleiner wordende groep hoogbejaarde Nederlandse oud-Indië gangers die hier jaarlijks een paar weken komen overwinteren) komt hij hier ook altijd, dan wordt het ook altijd een puinhoop. Maar dat is niet erg.

Als we alle kinderen van ons afgeschud hebben, lopen we rustig verder. We komen nog een moeder met een klein meisje tegen. Zij krijgt ook een potloodje.

We wandelen verder, langs mooie rijstvelden, afgelegen hutjes/huisjes, prachtige landschappen, bossen, allemaal heel mooi om te zien. Tegen de middag zijn we weer terug in het hotel. Moe, warm, maar voldaan, we bedanken onze gids, krijgen bij de receptie een verfrissingsdoekje en het aanbod om onze schoenen te laten poetsen. In elke badkamer staat een bordje met het verzoek na een trekking de schoenen niet schoon te maken met de hotel-handdoeken. Ze worden bij de receptie gratis schoongemaakt. Die van ons zijn niet zo smerig, dus we stoppen ze zo weer in de tas. We bestellen een lekkere frisse fruitshake en gaan in het restaurant zitten.

Dan herinner ik me dat Dewa ons nog een nootmuskaatboom had beloofd in dit hotel. Hij staat hier inderdaad in de tuin, alleen hadden wij hem dus nooit herkend. De vruchten lijken meer op groen-gele pruimen en hangen hoog in de boom. Dewa gaat de hotelmanager vragen of we er één mogen plukken. Dat mag, maar hoe? Dewa is creatief.

Hij haalt een bezem en tilt Anique op, maar samen zijn ze net niet hoog genoeg. Dan mag Anique bij Peter op de nek, een paar keer slaan met de bezem en er vliegt een nootmuskaat uit de boom. Even zoeken waar hij is gebleven, dan kunnen we hem gaan ontleden. In de dikke schil zit een lichtbruin bolletje, de nootmuskaat. Daaromheen zit een vreemd roodachtig dik vlies. Dat wordt gedroogd en is foelie. Weer wat geleerd vandaag!

Dan gaan we even lekker bij het zwembad zitten. Dewa komt ook een spelletje kaart spelen en Donald Bebek lezen met Tom en Anique. Jammer dat het zwembadwater nog steeds zo koud is. De lunch slaan we maar weer eens over, later in de middag nemen we een lekker kopje cappuccino met een cakeje in het restaurant. De ober komt ons vragen of we ’s ochtends potloodjes hebben uitgedeeld. Zijn dochter had er één gekregen van toeristen met kinderen, dat waren wij dus. Terima kasih! Leuk dat mensen je voor zo iets eenvoudigs speciaal komen bedanken. Later bedenkt Anique dat ze op de heenweg in het vliegtuig een knutselpakketje heeft gekregen. Een handwerkpakketje waarmee je een handpopje kunt maken. Zelf is ze hier net iets te groot voor, ze had het nog in de tas zitten, en bedenkt dat we het wel aan de ober kunnen geven voor zijn dochter. We weten niet hoe oud ze is, maar ze zal het vast wel leuk vinden. Samen met Tom gaat ze het afgeven in het restaurant.

Dewa en Agung voelen zich een beetje bezwaard dat ze vandaag zo weinig voor ons hoeven te doen, het busje is nog niet van zijn plek geweest, en ze hebben bedacht dat we vanavond na het diner wel naar een Pasar Malam kunnen gaan in een stadje een eindje naar het zuiden. Dat vinden wij een prima idee, het hotel is leuk, maar even wat anders is ook niet verkeerd. We gaan dus niet te laat dineren. We zijn nu zo verstandig om iets meer midden in het restaurant te gaan zitten, een stuk warmer. Aan het eind van de middag is het even flink gaan regenen, en het drupt nu nog steeds een beetje, maar wij zitten lekker droog.

De ober en 2 collega’s zitten achter de bar zeer geconcentreerd iets te doen. We kunnen niet zien wat, maar even later blijkt dat ze met z’n 3-en bezig zijn om de handpop te maken. Na een gesprekje komen we erachter dat het dochtertje niet op school een potloodje heeft gekregen, maar op de straat. Het was het kleine meisje met haar moeder die we tegen kwamen, ongeveer anderhalf jaar. Een beetje klein dus voor een knutselpakketje, maar een kant-en-klaar handpoppetje is dan wel weer leuk. Zeker als papa het met zijn collega’s heeft gemaakt. Trots komt hij het eindresultaat showen. Alleen de oogjes moeten er nog opgeplakt, lijm zat er niet bij. Foutje van China Airlines? Tidak apa apa (maakt niet uit). De volgende dag komt de man nog even vertellen dat zijn dochtertje het heel leuk vond!

Na het lekkere diner, gaan we naar de markt. Het is weer droog. De markt is op een plein waar overdag de busterminal is. Niet erg groot, niet bijzonder mooi, maar wel leuk. Er wordt van alles verkocht, maar weinig interessante dingen. Kinderspeelgoed (pistooltjes, robotjes etc.), lelijke kleren, 2e hands schoenen en heel veel eten. Overal staan kleine karretjes waar driftig wordt gebakken en gekookt, noedelsoepjes, loempia’s, pisang goreng, saté en martabak. De laatste kenden wij nog niet, en moet dus geproefd worden, want Dewa is er gek op. Een bolletje deeg wordt net als een pizza uitgegooid tot een flinterdunne grote lap. In een grote wok met olie wordt hij even aangebakken en daarna komt er een schep vulling op. De vulling bestaat uit een paar geklopte eieren met kruiden en groentes. Het geheel wordt dichtgevouwen en in heel veel olie gebakken. Zo krijg je een soort omelet in loempiadeeg. Lekker, maar wel erg vet en machtig, zeker als je net je avondeten op hebt.

We kijken op de markt nog even of we iets leuks/moois/nuttigs zien voor Dewa’s familie. Daar gaan we morgen op visite, maar we zien niets en Dewa weet eigenlijk ook niets. Helaas, dit is ook een pasar malam kecil, klein dus. En daar is de keuze ook wat kleiner.

We zijn dus vrij snel weer uitgeshopt en gaan terug naar het hotel, onderweg nog genietend van de martabak en de zak pisang goreng die Agung heeft gekocht. Als we bij het hotel uit het busje stappen, horen we weer dezelfde muziek als de vorige avond. Blijkbaar oefent het dorpsgamelan-orkest voor de voorstelling op de onafhankelijkheidsdag in augustus. Uiteraard neemt Dewa ons mee om een kijkje te gaan nemen. Dat slaan wij niet af.

In een open zaaltje zit en heel gezelschap mannen, variërend in leeftijd van 20 tot zo’n 90 jaar. Iedereen heeft één of ander instrument. In het midden zitten 2 trommelaars met een soort djembé’s. Zij moeten het ritme bepalen, de rest speelt mee op xylofoons, gongs en andere typische gamelan instrumenten.

De dirigent zit ertussen en is een zeer gedreven man die helemaal opgaat in de muziek. Als in trance geeft hij aanwijzingen, en laat iedereen bij het minste of geringste foutje weer helemaal opnieuw beginnen.

Als wij aankomen, gaan we aan de kant op de grond zitten. Ik voel me een beetje opgelaten, omdat er alleen maar mannen zitten. Even later komt een man een stoel brengen. In dit geëmancipeerde gezelschap is de stoel niet voor mij, ik word volledig genegeerd, maar voor Peter. Peter, die inmiddels al een instrumentje in zijn handen heeft gekregen, een soort mini-deksels, is minder geëmancipeerd en zet mij op de stoel. Dan voel ik me helemaal als de koningin die op haar troon tussen de onderdanen zit, die allemaal op de grond zitten. Heel happy dus.

Maar het is geweldig om te zien hoe iedereen opgaat in de muziek, hoe verschillend de mensen zijn, in leeftijd maar ook in uiterlijk en kleding. Van traditioneel in sarong, tot een oude opa in een knalroze glimmend trainingsjack. Een andere man heeft de bijpassende knalroze broek aan. Heel leuk om te zien. Als de drummers voor de zoveelste keer na een foutje opnieuw beginnen, vinden wij het mooi geweest. We gaan naar het hotel. Daar aangekomen is het restaurant helemaal leeg. Een drankje zit er vanavond dus niet meer in. Dan maar naar bed, eerst snel onze spullen inpakken. Nog even de laatste weggeefcadeautjes bij elkaar pakken voor de visites die we morgen af gaan leggen, en dan lekker slapen. Voorlopig de laatste nacht in Bali, jammer, maar eigenlijk ook weer niet, want morgen gaan we naar Lombok, en daar verheugen we ons heel erg op.

 
Donderdag 26 juli 2007

Bali Belimbing – Lombok Senggigi

 

De laatste dag in Bali, en nog best wel een drukke.

We gaan na het ontbijt eerst op visite bij de opa en oma van Dewa. Zij wonen in de buurt van Tabanan, in een huizenblokje samen met een groot deel van de familie: ooms, neven, nichten, tantes, kinderen, heel ingewikkeld. Dewa’s opa is priester. We hebben al heel veel verhalen over hem gehoord, van kunstgebitten die uitvliegen als hij bij Dewa achterop de motor zit etc. Heel leuk dus om hem nu in levende lijve te ontmoeten. Helaas is oma niet thuis, zij had problemen met haar heup en is naar een dokter.

Dewa vindt het ook allemaal spannend. Wij ook, we weten niet goed wat er van ons verwacht wordt, we hebben niet echt iets meegenomen, volgens Dewa hoeft dat ook niet, het is voor de mensen een hele eer dat wij als toeristen bij hun op visite komen. We hebben nog een grote zak met drop bij ons, en aangezien Dewa veel neefjes en nichtjes heeft, nemen we die maar mee. Kunnen we wat uitdelen. Ze wonen in een achteraf-wijkje. Veel lage huizenblokjes langs een stoffig straatje. Tante is de rijst die aan de kant van de weg ligt te drogen aan het omharken, zodat die gelijkmatig droogt. Door een smal gangetje komen we bij een binnenplaatsje waar opa zit. Een tenger klein mannetje met een witte baard. Tom en Anique gaan samen met Dewa en opa op de foto. Dan moeten we de werkplaats van Dewa’s neef bekijken, hij is zilversmid. We delen wat dropjes uit, gaan met Dewa’s nichtje die net uit school is naar de familietempel, ze gaat offeren, en gaan daarna weer verder.

Leuk zo’n visites, maar wel moeilijk, je kunt niet met de mensen praten, en voelt je eigenlijk een beetje opgelaten. Maar ze vinden het een hele eer dat we langskomen.

Dan gaan we naar Tabanan, naar het huis van Dewa. Hij woont daar met zijn ouders, in een rustige wijk, dicht bij een kazerne, daar zitten dus de ‘groene apen’ waar Dewa het vaker over heeft.

We komen bij een smal steegje. Aan één kant hiervan is de woonkamer van Dewa en Dewi, een kleine maar heel moderne ruimte, met een tv, bankstel, koelkast. Heel erg westers dus. Daarachter zijn de slaapkamers van Dewa en Dewi, Dewa’s zus en zijn ouders. Aan de andere kant zijn de keuken en mandikamer (badkamer) en nog wat andere ruimtes. Dewa is al een paar dagen druk met van alles plannen voor ons bezoek. Moeder moest koekjes bakken, zwarte rijstpudding maken, en vader moest zorgen voor 4 kokosnoten.

Maar eerst krijgen we een uitermate westerse ontvangst, allemaal een flesje echte cola uit de koelkast. Dat moet een fortuin gekost hebben. Terwijl we, zittend op de nepleren groene bank, Dewa’s fotoalbums bekijken, is moeder druk met heel veel eten. We krijgen allemaal een bord met heel veel zwarte rijstpudding (lekker, maar vrij droog en wel érg veel), zelfgebakken koekjes, en palmsuikerstroop.

De koekjes zijn een specialiteit van Dewa’s moeder. Ze begint elke ochtend om 5 uur met het bakken van de koekjes, ze lijken vrij veel op poffertjes, maar zijn iets minder vet. Moeder verkoopt deze koekjes bij de kazerne aan de ‘groene aapjes’, zo verdient ze wat bij, want Dewa’s vader is een tijd geleden ziek geworden (hij was voorheen buschauffeur, en zorgt nu voor een paar koeien).

Peter en Anique lukt het om het hele bord leeg te eten. Tom en ik redden het echt niet. Zeker niet als we zien dat buiten nog 4 kokosnoten klaarliggen. We geven al aan, dat we samen wel 1 kokosnoot delen. Zonde om ze allemaal open te maken, maar dat gebeurt toch. Ze worden alle vier vakkundig door Dewa’s vader en Dewa onthoofd. Aangezien in elke kokosnoot zo’n kleine liter kokosmelk zit, zien we de bui al hangen. Dat wordt weer uit beleefdheid zoveel mogelijk eten en drinken. Als we echt niet meer kunnen, nemen we na veel terima kasih afscheid. We doneren nog wat van onze snoepvoorraad; kaneelstokjes en dropjes. Als vader en moeder het niet lekker vinden, eet Dewa het later wel op.

Dan gaan we met een volle buik op weg naar het vliegveld. We zijn ruim op tijd en willen ter afscheid nog met z’n allen wat drinken.

Dat gaat gebeuren in een modern ongezellig zelfbedieningsrestaurantje.

We drinken allemaal een lekker sapje en laten de bediening een mooie groepsfoto maken. Dan is het echt tijd om afscheid te nemen. We geven de heren een gevuld afscheids-envelopje en nog wat Nederlandse snoepjes. We hebben met Dewa al afgesproken dat we hem de dag dat we uit Lombok terugkomen in Kuta Bali zullen ontmoeten, dan gaan we met Dewa en Dewi uit eten.

We zwaaien nog een laatste keer en gaan dan op zoek naar de incheckbalie. Ook wel weer lekker, zo met z’n 4-tjes. Alles gaat vrij snel en gesmeerd, en even later zitten we in de vertrekhal te wachten op onze vlucht. De vertraging valt mee, een klein half uur. Dan stappen we in een mooie Fokker 28 van Merpati, waarin het bloedheet is. Gelukkig duurt de vlucht maar 25 minuten.

Tijdens de vlucht kunnen we mooi foto’s maken, want je vliegt hier altijd lekker laag. Dan landen we op Lombok.

Daar verzamelen we snel onze koffers en gaan op zoek naar Meneer Nyoman van Trac. We zien hem niet direct, we weten ook niet hoe hij eruit ziet, maar waarschijnlijk heeft hij wel een naamkaartje of iets herkenbaars. Dan gaan we maar eerst langs het loketje van Merpati om onze retourvlucht naar Bali te bevestigen. We geven onze verblijfplaats en telefoonnummer door en gaan weer verder. Dan zien we iemand van Trac; meneer Nyoman.

We worden meegenomen naar zijn kantoortje, een kilometer van het vliegveld. Daar regelen we de financiële zaken, krijgen nog een dag korting, en kunnen dan na controle van de auto, die er een stuk minder geblutst uitziet dan de auto die we in december hadden, op weg naar Senggigi. Het verbaast ons weer hoe snel, gemakkelijk en efficiënt dat hier allemaal gaat; geen borg, geen kopie rijbewijs of wat dan ook. De weg naar Senggigi is inmiddels bekend en we schieten dan ook lekker op. Spannend, goed kijken wat er allemaal veranderd is onderweg. Zo te zien niet echt veel, het is nog steeds lekker rommelig op de weg, veel verschillende verkeersdeelnemers door elkaar; chidomo’s (paardenkarretjes), fietsen, wandelaars, auto’s, vrachtautootjes en heel veel brommertjes. Bij Ampenan net voor de aansluiting op de kustweg naar Senggigi, is nog steeds markt. Dat wil zeggen dat driekwart van de weg is geblokkeerd door mensen, paardjes en karren. Wel zien we een heel groot nieuw gebouw aan de kant van de weg; Pasar Kebon Roek.

Blijkbaar was hier voorheen ook een marktgebouw, dit is afgebrand, vandaar is de markt nu steeds aan de kant van de weg, met een eeuwige verkeerschaos erbij. Over een paar maanden zal het nieuwe marktgebouw in gebruik worden genomen. Het ziet er wel heel erg modern uit!

Rond 16.00 uur komen we aan in Senggigi. Hotel Graha ligt aan het begin van het stadje.

We rijden de parkeerplaats op en gaan naar de receptie. We hadden via fax al 2 kamers gereserveerd, met connecting door. Dat was blijkbaar wel verstandig, want voor me staat een Frans gezin met 2 jongens (al wat ouder) die persé kamers met connecting door willen. En die waren er niet meer. Hebben wij even geluk. Als ik aan de beurt ben, blijken er met onze kamer ook problemen te zijn. Op de vraag of de kamers een connecting door hebben, wordt niet echt geantwoord. Uit navraag blijkt dat de deur er wel is, maar op slot zit en de sleutel is kwijt. Dat schiet dus lekker op. Maar ze zullen driftig gaan zoeken, en dan komt de sleutel later wel. We zijn benieuwd.

Hotel Graha ligt aan 2 kanten van de doorgaande weg door Senggigi. Aan de zeekant ligt het ontbijtrestaurant en een paar eenvoudigere huisjes. Aan de landkant ligt de receptie, het grote restaurant, het zwembad, luxere huisjes en daarachter, ook niet onbelangrijk, ligt Kampung Loco. Lekker dichtbij dus!

Wij krijgen 2 kamers in een huizenblokje met 4 kamers. De kamers hebben een half-open badkamer en een soort binnenplaatsje, eigenlijk meer een gangetje tussen de kamers in, met de beruchte connecting door. Nu blijkt ook waar de sleutel is, hij steekt gewoon in het sleutelgat!

Het gangetje met tuintje is ideaal om de snorkelspullen, schoenen etc. neer te zetten. De kamers zien er verder prima uit. Niet overdreven groot of luxe, maar voor de prijs (€ 16,00 per kamer per nacht, inclusief ontbijt voor 2 personen) zijn wij dik tevreden. Het zwembad ziet er ook mooi en lekker uit, wat willen we nog meer.

Voor we naar Lombok gingen, hebben we nog nagedacht of we mensen in Kampung Loco zouden inlichten over onze komst. We hebben dit niet gedaan, niet om speciale reden, het kwam er eigenlijk niet echt van, en we wilden ze ook wel een beetje verrassen. Waarschijnlijk hebben Joep en Marijke wel ge-sms’t dat wij zouden komen, maar je weet nooit hoe die communicatie overkomt. Wij zijn dus heel benieuwd wie we als eerste zullen ontmoeten.

We gaan eerst even een kijkje nemen bij het strand. Misschien zien we Adi daar wel, druk bezig met de verkoop van horloges. Als we richting strand lopen, zien we inderdaad een horlogeverkoper heel erg enthousiast naar ons zwaaien. Het lijkt Adi te zijn, maar het is zijn broer, Ossi, die we vorige vakantie ook hebben ontmoet. Hem was wel bekend dat ‘bekende’ Nederlanders Kampung Loco zouden bezoeken, maar de exacte datum en wie het nou ook al weer waren, wist hij niet. Wij zijn het dus, en we zijn er nu. We praten een beetje over koetjes en kalfjes (of eigenlijk over het weer, toeristen, kinderen etc.).

Even later worden we al omringd door een hele horde verkopers; parelkettingen, houtsnijwerk, horloges, sarongs, geweven doeken, armbandjes etc. Dat waren we in Bali niet meer gewend. Daar hebben we echt weinig verkopers gezien. Als ze horen dat we nog 11 dagen blijven, en sommigen ons zelfs herkennen als ‘teruggekomen gasten’ worden we met rust gelaten, uiteraard kunnen we later nog zaken doen. Dat zullen we onthouden, en als we het per ongeluk toch vergeten, worden we er vast aan herinnerd. We leggen uit dat we pas net zijn aangekomen, en even rustig aan willen doen. Aangezien ze ons nog 11 dagen kunnen achtervolgen, werkt dit, en ze druipen af.

Het strand is hier trouwens prachtig. Mooi zand, geen keien en rotsen en bijna geen toeristen. Die zitten meestal om de hoek bij Senggigi Beach Hotel, waar we de vorige vakantie hebben gelogeerd.

We besluiten om het stadje in te lopen, en dan via de straat (niet via het strand) naar het noorden te wandelen. De straat voelt weer heel vertrouwd, veel verkopers, kraampjes langs de weg, rommelig, veel leegstaande winkels/hotels/gebouwen. Zo lopen we helemaal naar de andere kant van Senggigi, naar het ons vertrouwde restaurantje Coco Loco.

We hebben niet veel honger en bestellen allemaal een loempia. Die smaakt hier nog steeds prima. Het lijkt erop dat ze hier wat strenger zijn geworden ten opzichte van de verkopers. In het restaurant worden we niet meer ‘lastig gevallen’. Wel van buiten af, iedereen gebaart, showt en laat zijn koopwaar zien. Wij hoeven nog even niets en genieten van ons drankje en de loempia en gewoon van het feit dat we hier weer zitten.

In de hoop wat bekenden tegen te komen, wandelen we over het strand terug naar ons hotel. Dit gaat iets langer duren dan de heenweg. Ter hoogte van Senggigi Beach Hotel komen we Ossi weer tegen. Dan komt er weer een bekend gezicht aan; even denken, ja hoor, het is hem; Mister Flores. De verkoper van de best wel leuke batik-ansichtkaarten. Hij is blij ons te zien, verbaasd en vereerd dat wij hem nog kennen (we wisten zelfs nog dat hij uit Flores komt, anders zouden we hem niet Mister Flores noemen).

Tijdens ons vorige verblijf heeft hij heel erg veel moeite gedaan om ons wat kaarten te verkopen. Dat wist hij ook nog, zelfs dat ik toen bij hem 5 kaarten heb gekocht. Dat is op verschillende manieren uit te leggen; of ik heb heel erg veel indruk op hem gemaakt, of hij heeft in het afgelopen jaar niet veel kaarten meer verkocht. Waarschijnlijk is het de laatste optie.

Nu raak ik hem in elk geval niet meer kwijt, hij is erg fanatiek met het showen van zijn kerstkaartencollectie; batikkaarten met kerstmotieven. Best wel apart, maar wij sturen al jaren fotokaarten, maar leg dat maar eens uit aan Mister Flores.

Peter is voorlopig geclaimd door Ossi, die ook van alles in de aanbieding heeft. Dan staan er nog een stuk of 10 andere verkopers om ons heen die in de gaten hebben dat wij ‘speciale gasten’ zijn. Iedereen staat tegen ons te praten en aan ons te trekken. We besluiten om maar gewoon op het strand te gaan zitten. De zon gaat bijna onder, dus we hebben een mooi uitzicht. Mister Flores komt erbij zitten en haalt zijn foto-collectie tevoorschijn; zijn kinderen, zijn (2e ?) vrouw met baby in Lombok, want Flores is zo ver weg. Moet allemaal kunnen. Doen wij niet moeilijk over, als hij nu maar even ophoudt met zeuren over zijn kaartenhandel. Ik beloof dat ik wat kaarten zal kopen de komende week, maar nu nog niet. Ik heb bedacht dat we toch nog een paar vakantiekaarten gaan versturen, waarom dan geen mooie batikkaarten, leuker dan de standaard vakantiekaarten die ze hier verkopen. MAAR NIET NU, Mister Flores!

Die boodschap komt blijkbaar over en langzaam druipt iedereen af, behalve Ossi.

Hij heeft gehoord dat Peter en Tom willen duiken en kan wel wat voor ons doen. Hij zal voor de volgende avond een afspraak regelen met een hele goede divemaster.

Dan is de zon inmiddels ondergegaan en lopen we terug naar het hotel, even opfrissen, en dan weer op zoek naar avondeten. Als we op de straat zijn, komen we eindelijk een hele goede bekende tegen: Adi uit Kampung Loco!

Hij is blij ons te zien, we kletsen even bij, de handel is erg slecht. Er zijn weinig toeristen en veel te veel verkopers in Senggigi. Hij heeft andere tactieken bedacht. Hij volgt de komende dagen een gezelschap Australiërs. Zij zijn in Lombok in verband met een bruiloft en verblijven in luxere hotels in de bergen. Door de groep een paar dagen te volgen, hoopt hij iets te kunnen verkopen.

Het blijft triest hoe de mensen hier hun geld moeten verdienen, maar iedereen is er heel gelaten onder.

Adi had vandaag al een sms van Joep en Marijke gehad. Enerzijds met het bericht dat wij zouden komen, maar ook met de droevige mededeling dat Opa Jan is gestorven. Wij weten niet direct wie Opa Jan is, maar later horen wij dat hij een Nederlander is die ook zijn hart aan Lombok heeft verloren. Hij kwam al heel vaak met zijn vrouw naar Senggigi, verbleef dan in Graha Hotel. Adi is er duidelijk erg van onder de indruk.

We besluiten vanavond te eten bij Mata Hari. Dit restaurantje kenden we nog niet, maar van Joep en Marijke ‘moeten’ we daar iemand de groeten doen. Probleem is dat we niet meer weten wie! We weten geen naam, en het was een man, een vrouw of een man-vrouw. Er was iets speciaals mee, erg groot of erg klein, we weten het niet meer. We bekijken dus al het bedienend personeel aandachtig maar komen er niet uit. De enige erg opvallende figuur is de (waarschijnlijk) eigenaresse van Mata Hari. Vrij klein en erg breed naar Indonesische maatstaven. Gekleed in een gewaagd minirokje. Erg opvallend dus. We sms-en naar Joep en Marijke; “Wie moeten we de groeten doen?”. Aangezien we niet direct antwoord krijgen, vragen we de dame in kwestie of ze Joep en Marijke kent, uit Belanda. Ze kijkt even bedenkelijk, begint dan te lachen: “Met lange haren”, we weten niet of ze Joep of Marijke bedoelt, maar blijkbaar kent ze hen wel. De groetjes dan!

Als we later in het hotel zijn, krijgen we antwoord van Joep en Marijke uit Nederland: “Eddy”. Die hebben we dus nog niet gezien, maar we komen binnenkort vast nog wel een keer bij Mata Hari. Gaan we dan Eddy de groeten doen! Het eten bij Mata Hari is trouwens lekker, de bediening is een beetje chaotisch, er lopen 2 serieuze krachten rond, een jongen en een meisje. Dan nog heel veel dames en heren waarvan niet duidelijk is welke functie ze hebben en of ze hier überhaupt wel werken. Maar we krijgen wat we besteld hebben, duurt wel even maar dat maakt niet uit, “Ndee kombee kombee” zeggen ze hier ; zelfde als “Tidak apa apa” maar dan op z’n Sasak, de taal van de rasechte Lombokkers.

Als we zitten te eten komen er weer heel veel verkopers langs en aan. Het toppunt van de avond is wel een verkoper met een vaasje met witte stoffen bloemen. In het vaasje zit een lampje, wat de bloemen telkens in een ander kleurtje verandert. Dit is zo ontzettend lelijk en kitsch dat je het bijna zou kopen. We zitten te piekeren wie we zo iets cadeau zouden kunnen doen. We overwegen het bij Joep en Marijke in hun huisje op tafel te zetten, maar bedenken dan dat we hun dat echt niet aan kunnen doen. Zo’n lelijk ding in je mooie huisje laten staan is geen optie, en weggooien is ook weer verspilling. We laten de verkoper dus mooi voorbij gaan.

Wat we de vorige vakantie ook nog niet hebben gezien, en wat nu erg in is, zijn armbanden en ringen gemaakt van zeewier. Zien er apart uit, lijkt een beetje op grillig gevormd rubber. Ik zou ze niet willen hebben, is ook meer iets voor stoere mannen, en hoor een man aan een ander tafeltje al zeggen dat het mooie dingen zijn, maar dat ze in dit vochtige klimaat na een dag of wat uit elkaar vallen. Die hoeven we dus ook niet.

Dan komt er nog iemand langs die duikles aan komt smeren, maar aangezien Peter al wat had afgesproken met Ossi, moeten we hem ook teleurstellen.

Zo gaan we, als we de kentang goreng (frietjes) en saté ophebben, zonder souvenirs terug naar het hotel. Lekker slapen

 
Vrijdag 27 juli 2007

Lombok Senggigi - Mataram

We gaan ontbijten in het restaurant aan zee. Er is een ontbijtbuffet en uiteraard worden ter plekke op verzoek pannenkoekjes, omeletjes en eitjes gebakken. Dit houden we wel een dag of 10 vol dus.

Op het strand staan al heel veel verkopers te showen, dat zal wel vaste prik zijn tijdens de ontbijten. De rest van de dag is hier op het strand waarschijnlijk niet veel te verkopen. Bij de receptie zijn we al de familie Belanda – Kampung Loco geworden. In de fax waarin ik de kamers heb aangevraagd, heb ik geschreven dat we Kampung Loco komen bezoeken en vrienden zijn van Joep en Marijke, vandaar. Wij besluiten in de ochtend te gaan shoppen, we gaan naar Mataram. Peter en Anique hebben daar afgelopen vakantie met Eful en Cuk inkopen gedaan voor de schoolkinderen. En Tom en ik willen het moderne winkelcentrum, maar vooral de lokale markt ook wel eens zien.

We parkeren de auto bij Mataram Mall, een heel modern winkelcentrum. Dit is heel on-Lomboks. Groot gebouw, 3 verdiepingen hoog, glimmende vloeren, roltrappen, harde popmuziek, luxe winkels met prijzen waar de meerderheid van de bevolking hier alleen maar van kan dromen. Op de begane grond worden in de centrale hal brommertjes/scooters/motortjes verkocht, ik weet niet precies wat het zijn. Wel dat ze eigenlijk veel te duur zijn voor de mensen, want ze worden op afbetaling verkocht. Van Dewa hoorden we al dat dit een groot probleem is in Indonesië. Leningen zijn vrij makkelijk af te sluiten, maar wel tegen woekerrentes.

Aangezien vervoersmiddelen hier toch ook een soort statussymbool zijn, gaan veel mensen hiervoor een lening aan, met alle gevolgen vandien. Tegen de tijd dat de lening is afgelost, is de brommer wel 2 keer betaald, en vaak al kapot/versleten of verdwenen.

Verder zit er op de begane grond een grote elektronicazaak. Modern, maar ook weer vreselijk duur. Veel goedkoper dan in Nederland is het over het algemeen niet. Je vraagt je af wie hier iets kan kopen, of zal het vooral voor buitenlanders zijn?

Dan zijn er uiteraard ook nog een Mc Donalds en een Kentucky Fried Chicken, met prijzen vergelijkbaar met Europa, ietsje goedkoper, maar nog veel te duur voor de doorsnee Lombokker.

Wij gaan eerst naar de Toko Buku, de (kantoor)boekhandel. Daar slaan we nog een voorraad pennen in om uit te delen in Kampung Loco. Ook zoeken we nog wat leuke kinderboeken in het Bahasa Indonesia. Ik was eigenlijk op zoek naar mooie prentenboeken, Indonesische sprookjes etc. Helaas is dat niet te vinden. Er is een vrij grote afdeling speciale Moslim-kinderboeken, dan een redelijke afdeling strips, maar allemaal vrij Science Fiction-achtig. (Wel vinden we nog een paar Donald Bebeks).

De echte lees/prentenboekjes bestaan uit vertalingen van westerse sprookjes, onder andere ‘Hans en Grietje’, hier ‘Hansel dan Gretel’. Niet echt wat je verwacht in Indonesië. Wel heel grappig. Wat vooral opvalt is dat alle kinderen in de boekjes blank en blond zijn. Niet bepaald het evenbeeld van de bevolking hier. We drinken wat bij een klein leuk tentje, helemaal in onderwater-stijl, met aquaria, schelpentafeltjes, stoeltjes etc.

Dan hebben we genoeg moderne dingen gezien en gaan we op zoek naar Cakra Market, een grote overdekte markt. We laten de auto veilig op de parkeerplaats bij de Mall staan en wandelen verder. Volgens Peter was het niet zo ver. Dat valt toch een beetje tegen, het is niet echt ver, maar de straten zijn hier niet gemaakt voor voetgangers. Als er al een trottoir is, staat dat vol met brommertjes, of zitten er zoveel (gevaarlijk diepe) gaten in en ontbrekende riooldeksels, dat het op de weg veiliger lopen is.

Maar we slaan moedig alle taxi’s, bemo’s en anderen af die ons wel even willen brengen en stappen stevig door. Het is wel erg warm, maar met een paar flesjes water komen we er wel. We zien onderweg van alles, onder andere een winkel met naaimachines, echte ouderwetse Singer-trapnaaimachines. Misschien een idee voor Kampung Loco? Winkels met de gekste gereedschappen, waterpompen, schroefjes, spijkers, oud en nieuw. Alles is hier te koop.

Als Peter het idee heeft dat we er toch echt bijna moeten zijn, worden we aangesproken door een jongeman. Hij wil ons zowaar de markt laten zien. Ik heb daar niet direct zin in, maar dat maakt niet uit. Hij moet en zal met ons meelopen, kunnen we direct zijn winkel (textiel) bekijken. Ik opper nog dat we meer geïnteresseerd zijn in andere dingen, maar dat is dus geen probleem. We beginnen bij de groente/fruit/kruiden-afdeling. Oké dan maar.

We gaan naar één van de bovenverdiepingen van het oude gebouw. Hier is het vrij donker en niet echt druk (het is natuurlijk vrijdagmiddag, moslim-gebedstijd). Maar het is een prachtige markt om te zien, en ik moet eerlijk toegeven dat onze gids veel moeite doet en tijd neemt om ook de zaken te tonen waar hij zelf geen belang bij heeft. Hij vertelt van alles wat het is, laat ons dingen ruiken, zien. Heel erg leuk. Hier lopen verder helemaal geen toeristen, dit is een echte lokale markt. Zo’n mooie hebben we in Bali nog niet gezien. Alle verkoopsters vinden ons (vooral Tom en Anique) natuurlijk erg interessant. Na een hele tijd, als we alles gezien hebben, dalen we af naar de textielafdeling. Hier is ook heel veel te krijgen, veel (nep) merken, jeans, T-shirts, massa confectie, mooie stoffen, sarongs, school-uniformen (hier worden de uniformen voor de kinderen uit Kampung Loco ook gekocht) en dan belanden we in de winkel van meneer.

Hier hebben we ook veel keuze. En na zo’n uitgebreide rondleiding kunnen we natuurlijk niet vertrekken zonder iets te kopen. Ik zoek een mooi wandkleedje uit (voor op het halkastje) in originele geweven sasak patronen. Die zal thuis mooi staan in de gang. Voor Tom kopen we een leuk T-shirt met de plattegrond van Lombok erop, altijd handig als we de komende week verdwalen…

Peter krijgt ook nog een mooi duik T-shirt. Dan bedanken we meneer, hij bedankt ons en we gaan weer verder, of eigenlijk terug. Op naar Mataram Mall, waar onze auto staat. Onderweg kopen we nog een stuk of 80 schoolschriften, kunnen we morgen uitdelen in Kampung Loco. Ook zien we nog een mooie stevige plastic bal. Hier hebben we zelf nog plezier van, en als we naar huis gaan, maken we er de Kampung Loco jeugd vast ook nog heel gelukkig mee. Hebben ze een extra bal op het strand!

Dan eten we veel te duur bij Kentucky Fried Chicken, maar toch wel lekker.

Als we even later weer terugrijden naar het hotel, besluiten we eerst naar het strand te gaan, daarna een bezoekje te gaan brengen aan Kampung Loco.

We gaan op het kleine terrasje aan zee liggen. Daar staan 6 mooie ligstoelen, 2 ervan zijn bezet door de Vietnamese/Franse ouders die gisteren met hun zoons arriveerden in het hotel. De overige 4 stoelen worden door ons gekaapt. Even lezen, dagboekje schrijven en dan lekker de zee in. Op 2 vissers na is het hele strand leeg. Wat een luxe. Als ik na een tijdje het water uitga, staan er 2 mannen te wachten. Een oudere blinde man en een jongere man, zijn zoon? De blinde man schijnt een geweldige masseur te zijn. Ik bedank vriendelijk maar ook resoluut en ga lekker liggen. De Franse mevrouw wordt intussen driftig gemasseerd door de masseuse van het hotel. De blinde man en zoon blijven wachten tot ook Peter en de kinderen uit het water komen. Helaas voor de man zitten ook zij niet op een “massas” te wachten, en de man sjokt, ondersteund door zijn zoon, verder door het losse zand. Als we zo’n half uur later weer weg gaan, wordt de Franse buurvrouw nog steeds driftig gekneed. Een lange behandeling!

Wij gaan even terug naar onze kamer, het fotoboek ophalen dat we hadden laten maken van ons vorige bezoek aan Kampung Loco. Met foto’s van het dorpje, de dansvoorstelling met Anique, de uitstapjes met Cuk en Eful.

Als we naar Loco wandelen, zit Cuk bij de bruka langs de weg ‘te hangen’ op zijn motortje. We begroeten elkaar en hij bromt met ons mee over het zandpad naar Loco. Intussen trommelt hij Eful op en worden we in Cuk’s huisje getrakteerd op ijsthee. We geven het fotoboek en kletsen even bij.

Het is vreemd, maar het voelt weer heel vertrouwd om hier te zijn, alsof we niet weg zijn geweest. We spreken af om zondagmiddag langs te komen en alle kinderen te trakteren op schriften, pennen en potloden. Van dokter Joosten van de Huisartsenpraktijk in Meerlo had ik, toen ik de Malarone tabletten tegen malaria op ging halen, een heel pak pennen gekregen. Hij verzamelt altijd pennen en geeft ze normaal gesproken mee aan Joep en Marijke, maar aangezien wij nu eerder gingen, mogen wij ze overhandigen.

Na de thee wandelen we, vergezeld door Cuk en Eful, nog een rondje door Loco. We zien weer veel nieuwsgierige en verlegen gezichten. Sareah, de vrouw van Boung is weer blij ons te zien. Later zullen we nog uitgebreid bijkletsen, zonder echte woorden, want ze spreekt geen Engels, wij geen Indonesisch, maar dat maakt niet uit. Met sommige mensen heb je geen taal nodig om elkaar te begrijpen.

Bij de watertank een stukje verderop is het druk, er is de laatste maanden nauwelijks regen gevallen en veel putten staan (bijna) droog. Mooi om te zien dat de investering in de watertank niet voor niets is geweest.

Wat wel opvalt is de enorme rommel die overal ligt, zakjes, papiertjes, verpakkingen. Jammer, het is hier overal zo mooi, en dan zo rommelig.

Dewa had hier een hele logische verklaring voor. Vroeger had men hier geen plastic, werd alles verpakt in natuurlijke materialen (bijvoorbeeld rijst in bananenbladeren). Als men dan de verpakking weggooide, was dat geen probleem, die verging vanzelf en vormde weer een goede bemesting van de grond. De huidige verpakkingen worden ook gewoon weggegooid, maar vergaan helaas niet. Om dit te veranderen zijn helaas heel wat jaren nodig. Ook aangezien men hier geen vuilnisophaaldienst kent. De enige andere optie die mensen hebben, is al het afval verbranden. Dat wordt ook wel gedaan, maar er blijft desondanks toch veel rondslingeren. (Als Joep en Marijke over een paar maanden komen, wordt vast alles weer helemaal opgeruimd!)

Het huisje van Joep en Marijke ligt er weer mooi bij, het tuintje netjes verzorgd, prachtig. Mooi uitzicht op de grazende koeien. Niet verkeerd. Het ziet er wel een stuk droger uit dan in januari, maar toen zaten we ook in de regentijd. We begroeten Mariam, Adi’s vrouw en buurvrouw van Joep en Marijke. Adi is niet thuis, waarschijnlijk is hij druk bezig met het verkopen van horloges. We zien dat er aan de andere kant van Joep en Marijke’s huis een nieuwe woning wordt gebouwd. Vorige keer stond er een oud huisje, nu wordt er een groot mooi huis neergezet. Vreemd, daar hadden we nog niets van gehoord. Ze krijgen waarschijnlijk nieuwe buren!

We spreken een tijdje met Cuk en Eful over school, vervoer van de kinderen van/naar school. Dit is voor de middelbare scholieren een probleem. Zij moeten naar Mataram en zijn per dag zo’n 60 eurocent kwijt aan transport. Aangezien de kinderen ook op zaterdag naar school gaan, is dat ruim € 3,50 per week. En dat is in Indonesië erg veel geld. Het project betaalt een deel van deze kosten, maar de ouders moeten ook bijdragen aan de vervoerskosten. Dit maakt het voor sommige kinderen moeilijk door te leren na de basisschool.

Misschien dat het rendabel is om namens het project een bemo te kopen en zo zelf het schoolvervoer te regelen. Een leuk idee, maar met de nodige haken en ogen; wie bestuurt de bemo, wie is verantwoordelijk, hoe zit het met bemo-licentie, waar wordt de bemo verder voor gebruikt, tegen welke tarieven, wat als de brandstofprijzen hoger worden etc. Genoeg stof tot nadenken, en een mooie klus voor Joep en Marijke als zij weer hier zijn. Maar het kan nooit kwaad om alvast een beetje erover na te denken.

Als we verder lopen, zien we Nurul, ons lieve eigen sponsorkindje. Ze is bij haar huisje en veegt het erf. Ze is, net als vorige keer, erg verlegen, maar als we haar de foto’s geven die we vorige vakantie van haar hebben geknipt, lacht ze toch.

We hebben nog meer cadeautjes voor haar, maar die krijgt ze zondag.

Dan belanden we weer bij Sareah op de bruka. De oudste dochter, Nur en haar vriendin, Mariam, giechelen er lustig op los. Twee bijdehandte en niet verlegen dames, die graag een beetje Engels willen oefenen. Ze zitten allebei op het eerste deel van de middelbare school. Als we weer aan een lekker glas thee zitten, komt er nog iemand kennismaken. Een jongen van een jaar of 20; Adrian. Vlotte babbel, vlot kapsel, loopt stage bij een ticket-office (soort VVV-kantoortje waar vliegtickets en tours e.d. verkocht worden). Wij zitten gezellig te kletsen en thee te drinken, en zien pas later dat Cuk en Eful op een afstandje staan te wachten. Vervelend, dat hoeft voor ons niet, maar hoe zeg je dat zonder hun voor het hoofd te stoten, het is natuurlijk goed bedoeld.

Het wordt al een beetje schemerig en we stappen maar op. Dan racet Eful ook weg. Blijkbaar had hij echt haast, want hij heeft een baan bij Josh Café, een nieuw restaurantje bij de Art Market. Moeten we dus ook nog eens uitproberen.

Nu moeten we opschieten, Peter heeft een afspraak met Ossi en de divemaster in verband met de duiklessen. Als we over het paadje teruglopen, komen er een paar meisjes in schooluniform aanlopen. Mooie bruin/beige pakjes, met sluier. Als we dichterbij komen, zien we dat Daan erbij is. Die vrolijke bolle snoet herken je uit duizenden, gesluierd of niet. Ze is blij ons te zien. Daan kan nu naar het 2e deel van de middelbare school, dankzij een donatie van Orbis System Solutions. Het geld wat we normaalgesproken uitgaven aan kerstpakketten hebben we vorig jaar gedoneerd aan het project. En daar zocht men nog een sponsor voor Daan.

Daan en Ani (middelste dochter van Boung en Sareah) gaan nu samen naar de school in Mataram, waar ze Engels studeren. Maar wij hebben haast, de meiden waarschijnlijk honger en we spreken af zondagmiddag verder bij te kletsen.

Als we bij het hotel komen, staan de heren ons bij de weg al op te wachten. Ze zijn een kwartier te vroeg, maar mogen waarschijnlijk niet alleen naar binnen. We wandelen samen naar het restaurantje en bestellen wat te drinken.

De divemaster is Mohni Haliman, een jonge knaap, midden 20 en ziet er serieus uit. Dat valt al weer mee.

Peter en Tom krijgen een korte uitleg over wat nodig is om het Padi-brevet te halen. Ze moeten theorie leren/examen doen. Dit kan zelfs in het Nederlands. De duikschool heeft lesmaterialen (boeken en video) in het Nederlands, en aangezien het examen bestaat uit meerkeuzevragen, kan dat ook in de eigen taal. Dat maakt het, vooral voor Tom, een stuk eenvoudiger.

De lessen beginnen met een theorie-blok van ongeveer 2 uur, daarna een zwembadles, tijdsduur is afhankelijk van de ervaring. Aangezien ze in Nederland al de nodige zwembadlessen hebben gehad, zal dat hier snel gaan. Dan moeten ze nog 4 open water duiken maken, dat kan op 2 dagen gepland worden, 2 keer een ochtend- en 2 keer een middagduik. Die worden over het algemeen op de Noordelijke Gili-eilanden gedaan. Daar wilden we toch nog naar toe, dus dat is niet zo’n probleem.

De financiële zaken zijn ook snel afgehandeld. Wij vinden het vreemd hierop af te gaan dingen, veiligheid gaat voor alles, en die is niet in geld uit te drukken. Stel je voor dat je door flink af te dingen mindere materialen krijgt, minder aandacht of wat dan ook. Zo zal het in de praktijk misschien niet gaan, maar voor ons gevoel is dit niet iets waarbij je het onderste uit de kan moet halen. Misschien stom hier in Lombok, maar ja. Misschien zit er voor Ossi zo ook nog wel een extra bonus in, hij was zelfs meegekomen om te helpen met onderhandelen. Daar hebben we hem dus niet voor nodig gehad.

Vervoer van Senggigi naar het de opstapplaats van de boot (net onder Bangsal) is mogelijk tegen betaling, maar aangezien we zelf een auto hebben is dit niet nodig. Voor het vervoer over zee zorgt de duikschool, die zelf een bootje met schipper heeft.

Anique en ik kunnen als we willen, meegaan met de duikuitstapjes. We kunnen op de duiklocatie snorkelen, ons af laten zetten op één van de eilandjes, we mogen het helemaal zelf invullen. Ossi wil zelfs meegaan om ons te begeleiden als Peter en Tom onder water liggen, maar dat gaat me net iets te ver.

We vinden de weg zelf ook wel, kunnen de dames even lekker samen leuke dingen doen! Voor zaterdagochtend worden direct de theorie en zwembadlessen afgesproken, maandag en dinsdag duiken, en eind van de week het theorie-examen. Dat is dan mooi geregeld.

Als alles geregeld en afgesproken is, gaan we lekker uit eten. Bij Cak Poer, het goedkoopste restaurant van Senggigi, lekker met z’n allen in de beetje rokerige tent. Als we er bijna zijn, komen we Adi weer tegen. Hij was toch nog niet de bergen in gegaan met het bruiloftsgezelschap. Misschien morgen of overmorgen. Het is een beetje onduidelijk, volgens mij ziet hij op tegen de reis er naar toe. De weg schijnt nogal onveilig te zijn. We vertellen dat we ’s middags in Loco zijn geweest, Mariam hebben ontmoet en zondag weer langs komen. We vragen ook nog even hoe het zit met de nieuwe buren aan de andere kant. Dat is een beetje een pijnlijke vraag. Joep en Marijke weten er nog niets van, Adi durfde het nog niet te vertellen. Waarom is ons niet geheel duidelijk, maar hij is bang dat Joep en Marijke het niet leuk vinden dat er naast hun huis wordt gebouwd en dat Adi kwalijk zullen nemen. We verzekeren hem ervan dat Joep en Marijke er vast niet wakker van zullen liggen, het huis wat wordt gebouwd ziet er beter uit dan wat er voorheen stond, en dat Adi zelf er toch echt niets aan heeft kunnen doen. Toch heeft Adi er moeite mee, zo erg dat hij er buikpijn van krijgt als hij eraan denkt. Arme man! Zo boos zijn Joep en Marijke toch ook niet, en al helemaal niet op Adi, maar hij voelt zich heel erg verantwoordelijk.

Dan gaan we maar eten en Adi gaat proberen nog wat horloges te verkopen.

Cak Poer blijft een belevenis. Het eten smaakt wederom prima. Volgens mij zijn ze in prijs iets omhoog gegaan, maar de porties zijn zeker groter geworden.

Van de nasi en de noedels is nog niet de helft op, ondanks het feit dat het heerlijk smaakte. Zonde, maar op een totale rekening van nog geen € 4,00 voor 4 personen, inclusief drank, maakt dat niet zoveel uit.

Na het eten kruipen we lekker in bed, kunnen Peter en Tom zich goed voorbereiden op de lessen van morgen.

 
Zaterdag 28 juli 2007

Lombok Senggigi

 

Vanochtend beginnen de heren dus met de Padi duik-cursus bij Blue Coral Diving. We ontbijten met z’n allen, dan gaan Peter en Tom op pad. Anique en ik doen even lekker rustig aan, beetje lezen en dan wandelen we Senggigi in. Bij Mata Hari stoppen we voor een kopje thee. We zijn inmiddels al bekende gasten hier. Vooral de bedienende dames zijn gek op Anique en ze wordt bij elk bezoek uitgebreid geknuffeld. Het is nog rustig, iedereen moet nog een beetje wakker worden. Dan komt de vriend van de eigenaresse/mede-eigenaar (denken wij) binnen. Een wazige beetje zweverige man die van alles doet, vraagt en regelt, maar dat ook weer heel snel vergeet. Zo komt hij op ons in elk geval over. Hij heeft een grote bontgekleurde doos bij zich. Die wordt voor Anique en mij neergezet, er zit een grote, bont versierde taart in. Wij kijken een beetje verbaasd. Hij ook en vraagt of er iemand jarig is. Niet dat wij weten, dan loopt hij weer weg met de doos. Een beetje vreemd is hij dus wel.

Even later komt de vaste hanggast van het restaurant binnen, een jonge knaap. Modern type, petje, vlot kapsel, blitse zonnebril. Hij zit er vrijwel altijd, zegt vriendelijk goedendag, maar verkoopt niets. Daar komt nu misschien verandering in. Hij neemt plaats aan ons tafeltje, vraagt waar man en zoon zijn. Knoopt een praatje aan. Ik vraag of hij hier werkt, daarop volgt een vaag antwoord. Echt veel doet hij ook niet, maar dat komt hier vaak voor, dus wie weet. Dan blijkt dat hij toch iets te verkopen heeft, zilveren ringen. Een hele kist vol. Maar wij hoeven echt niets, dus die gaan weer aan de kant. Ik vraag of hij Eddy kent, die moesten we nog de groeten doen. Hij moet even heel diep nadenken. Oh Eddy, ja die is hier niet meer. Oké, en waar is hij dan wel? Hij studeert in Oost-Lombok, maar als we nog een tijdje hier blijven, komen we hem vast nog wel tegen. Ik vraag of hij Eddy, mochten wij hem niet ontmoeten, de groeten wil doen van Joep en Marijke. Hij is de eerste persoon in Senggigi die nog nooit van Joep en Marijke heeft gehoord, dus ik betwijfel of het goed komt met de groeten. Wij hebben Eddy in elk geval niet meer ontmoet. Na een stuk of wat andere verkopers afgewimpeld te hebben, komt er iemand anders aan, ook een verkoper, waar ik eigenlijk niet op zit te wachten, maar ook weer een beetje wel. Mister Flores. Hij heeft ons al gezien en schuift gezellig aan. Het wordt druk aan ons tafeltje. De hele kaartenzooi komt tevoorschijn. De kerstkaarten voorop, maar die willen wij niet! Wij willen 10 gewone kaarten, maar eerst een prijs. Dat kan niet, eerst kaarten uitzoeken. Toe dan maar. Niet meer dan 10? Nee, niet meer dan 10. Dat is al een verdubbeling t.o.v. januari, dus niet slecht.

Wij kiezen 10 kaarten en vragen de prijs. Die is belachelijk hoog, meer dan 2 euro per kaart. Ik vraag of hij ze voor die prijs persoonlijk in Belanda gaat bezorgen, maar dat begrijpt hij niet helemaal. De kaarten zijn heel mooi, maar vorige vakantie heb ik ze in een winkeltje zien liggen voor 40 cent per stuk. Dan is € 20,00 voor tien wel erg veel. Ik leg uit dat onze Nederlandse vrienden en familie voor wie de kaarten bestemd zijn, wel erg dierbaar zijn, maar 2 euro per kaart wel erg veel is. Maar ik mag voor dat geld wel 4 extra kaarten uitzoeken. Maar ik wil niet meer kaarten, ik wil er 10! Dat wordt moeilijk, en ik schuif de kaarten terug. Einde onderhandeling. Maar dan wordt Mister Flores wat toegeeflijker. Ik wil ook niet flauw zijn, ik gun hem van harte een goede dag, en geef zo’n € 10,00. Onder voorwaarde dat hij ons niet meer lastigvalt met zijn kerstkaarten. Hij belooft zelfs andere verkopers op afstand te houden omdat ik zo vriendelijk ben en altijd lach. “Andere toeristen zijn vaak heel vervelend.” Ik zeg maar niet dat dat misschien ook een beetje door zijn combinatie van zieligheid en hardnekkigheid komt, hij probeert ook alleen maar geld te verdienen. Nu kan hij weer wat leuks doen voor zijn vrouwen en kinderen en hebben wij leuke kaarten, met envelop gratis erbij!

Gewapend met onze kaarten gaan we weer richting hotel. We doen er wel even over, heel veel mensen willen weten waar Peter en Tom zijn, ze worden al gemist in Senggigi. Een vriendelijke jongeman wil ons al Lombok laten zien. Een tochtje naar de watervallen, Gili’s of wat we maar willen. Ik leg uit dat we al veel gezien hebben, en morgen weer met z’n 4-en op pad gaan. Maar dan kan hij mee, hij heeft transport. Wij ook, een huurauto. Waarvandaan? Van Trac, bij het vliegveld. Maar dat is veel te duur, hij is goedkoper. Leuk, maar we hebben de auto al, betaald en al. Oké, maar dan heb je een chauffeur nodig! Hebben we ook al. Wie dan? (Ze zijn niet nieuwsgierig hier) Peter, mijn man is tevens chauffeur. Maar dat kan niet, hier rijden ze aan de andere kant van de weg dan in Nederland. Tja, dat hadden we zelf inmiddels ook al uitgevonden, zonder te botsen zelfs! In dat geval kan hij natuurlijk wel meegaan om ons de weg te wijzen. Helaas voor hem hebben wij een hele goede plattegrond van Lombok, 2 zelfs, één op papier, één op het T-shirt van Tom. (En we hebben helemaal geen zin om met hem opgescheept te zitten. Maar dat is ook zo rot om te zeggen.)

Als er dan echt niets te handelen valt, dan maar even iets anders, hij denkt mijn zus te kennen, een tijd geleden was er iemand in Senggigi die heel erg veel op mij lijkt, die hetzelfde lachte. Kan heel goed zijn, maar ik weet heel zeker dat mijn zus nog nooit in Lombok is geweest, dus zal het toch iemand anders zijn geweest. Dat vond hij heel vreemd, ik ook, en wij besloten om het daar maar bij te laten voor deze keer.

Zo heb je op een ochtend toch heel wat interessante gesprekken, en doe je een uur over een wandeling van zo’n 300 meter. Ndee kombee kombee, we hebben vakantie, tijd zat!

Bij het hotel aangekomen gaan we lekker aan het zwembad liggen, de heren zijn nog niet terug. Anique neemt een frisse duik in het lauwe water, ik ga kaarten schrijven.

Vroeg in de middag komen Peter en Tom terug. Ze hebben een hele tijd film gekeken, daarna de zwembadles gehad. Die viel wel mee. Nu hebben ze van de duikschool een dvd-recorder meegekregen, zo kunnen ze de rest van de film in de hotelkamer bekijken. Wat een service! Voor boeken in het Nederlands wordt nog gezorgd, en de dvd is al in het Nederlands.

Peter en Tom nemen ook nog een duik in dit zwembad, dan een lekkere milkshake.

Daarna wandelen we weer Senggigi in.

We lopen een heel eind en belanden bij Josh Café. Eigenlijk meer restaurant dan café. Het ziet er gezellig uit, loopt door tot op het strand, en de buitentafels zitten allemaal in een bruka. We genieten van een heerlijke maaltijd. Echt lekker, minder standaard dan de andere restaurants in de buurt, en je zit hier heerlijk. Wel erg moderne muziek, beetje lounge-achtig. Past wel bij de sfeer hier. De ober is een praatgrage jongeman. Hij brengt papa nasi en mama mie, zodat we al snel de bijnaam mama mia krijgen. Die raken we hier ook niet meer kwijt deze vakantie.

Dan is de middag al weer bijna om. Via het strand wandelen we al babbelend met iedereen terug naar het hotel.

Bij Senggigi Beach Hotel ontmoeten we Ossi weer. Hij heeft problemen. Een man kwam gisteren naar zijn huis en wilde geld van hem. Eén of ander vaag verhaal. Peter zou met iemand anders over duiken hebben gesproken op onze eerste avond in Senggigi, en die man is nu boos op Ossi omdat hij iets met Peter heeft geregeld. Inderdaad heeft iemand ons duiklessen aangeboden, maar Peter heeft direct gezegd dat er al een afspraak was met een duikschool. Wat het probleem is weten wij dus niet, boeit ons ook niet zo, we hebben ons aan alle afspraken gehouden. Daarbij verwachten we dat Ossi van de duikschool wel een bonusje of iets krijgt, verder kunnen wij er ook niets aan doen.

Even later geeft Ossi Peter een horlogebandje ter vervanging van een kapot bandje van vorige vakantie. Garantie, maar wij staan erop dit gewoon af te rekenen. We willen niet de indruk geven dat we hem iets verschuldigd zijn. We hebben een beetje een naar gevoel overgehouden aan het verhaal over het duiken.

Als we weer bij het hotel zijn, is het tijd voor het avondeten. Alleen hebben we nog geen honger. We lezen even wat, en wandelen daarna naar Mata Hari. Daar eten we iets eenvoudigs, drinken dan nog wat bij een café ernaast.

Dan is het wel weer zo’n beetje tijd om op te stappen. Als we terugwandelen, is het erg druk op straat. Zaterdagavond, veel mensen gaan uit. In de drukte zie ik ineens een flits van iemand in een T-shirt van Mandalika Homestay. Daar werkt Boung, één van de jongens van het project, de enige die we nog niet hebben ontmoet. We hebben wel ooit een foto van hem gezien, maar ik twijfel of hij het is, en aangezien de rest van de familie al een stuk verder is, loop ik snel door.

Vlak bij het hotel in een bocht van de straat, zitten elke avond de hangjongeren van het dorp. Een groep midden-twintigers, die naarmate de avond vordert (onder invloed van alcohol en misschien nog wel veel meer) steeds vrolijker maar ook flauwer wordt. En aan het begin van de avond zijn ze al flauw, dus dat wil wat zeggen. Elke keer als we langslopen (en dat is best vaak) beginnen ze in koor Harry Potter te roepen (Tom heeft een bril op, dat is volgens mij de enige overeenkomst met Harry, maar ja).

Eén keer is het grappig, de tweede keer gaat nog wel, dan wordt het flauw, daarna vervelend. We kijken dus elke keer aan welke kant van de weg ze zitten, dan nemen wij de andere kant. Zo ontstaat bij ons de slogan “aan welke kant zitten de Harries?”.

Als we ze weer veilig gepasseerd zijn, zijn we ook weer bij het hotel. Zoals elke avond even een snel praatje met de receptionisten (die niets te doen hebben), selamat tidur (slaap lekker) en dan naar bed!

 
Zondag 29 juli 2007

Lombok Senggigi

 

We hebben vakantie, laten we de dag weer eens rustig beginnen! Eerst een lekker ontbijtje, natuurlijk even zwaaien naar de verkopers die uiteraard weer op het strand staan te wachten. Dan een beetje zwemmen, beetje lezen, schrijven.

Tegen de middag wandelen we over het strand naar het noorden. Het is zondag, en dan is het altijd erg gezellig op het strand. Er zijn veel locals, vooral net voorbij Senggigi Beach Hotel. Er zijn een soort mega bruka’s gebouwd, waar heel veel mensen zitten, liggen, koken, en kijken wie er langs komen. We worden zo ongeveer doodgegooid met massas, fruit, saté, sieraden, iedereen wil wat verkopen. Maar wij zijn op weg naar Coco Loco, voor een lekkere lunch. We hebben nog ruim de tijd, om 15.00 uur moeten we in Kampung Loco zijn. Maar het bereiden van de kentang goreng en saté vergt vandaag erg veel tijd. Gelukkig wordt de wachttijd vrolijk opgevuld door alle verkopers die langs komen, en ons al/nog kennen. Als we eindelijk ons eten krijgen, is het bijna half 3. Zonde, maar dat wordt dus hap-schrok-weg. Vandaag werkt de jongen er weer die er afgelopen vakantie ook steeds was. Hij herkent ons nog.

Wij hem ook vaag, maar na vandaag vergeten we hem nooit meer. Het is ons niet eerder opgevallen, maar hij zegt na elke zin “Yeah”. Als je er op let, en dat doen we nu natuurlijk, heel erg lachwekkend. Zo krijgen we al lachend onze borden leeg.

Dan hebben we nog een kwartier om naar de andere kant van Senggigi te rennen, bij het hotel onze spullen te verzamelen en naar Kampung Loco te lopen. Dat redden we dus nooit, tenzij we snel vervoer hebben (snel rennen in deze temperatuur met een buik vol saté en kentang goreng lukt echt niet). De eerste de beste taxi die we zien nemen we. Arme chauffeur, we gaan maar tot Graha Hotel. Weer zo’n 30 cent armer stappen we daar uit de taxi. De receptionisten begrijpen nu niets meer van die gekke mensen uit Belanda. Hebben ze zo’n mooie huurauto en dan reizen ze met een taxi.

We leggen snel uit dat we naar Kampung Loco moeten en rennen naar onze kamer.

Daar verzamelen we:
-
foto’s voor verschillende mensen die we vorige vakantie hadden geknipt,
-
kaart voor Luh Budhiarti van sponsorfamilie Van Dongen,
-
ballonnetjes voor alle kinderen,
-
pennen (gedoneerd door de huisartsenpraktijk),
-
potloden, schriften,
-
Engelstalig Harry Potter-boek voor Daan en Ani,
-
springtouw voor Nurul en nog een lang springtouw voor alle kinderen samen,
-
foto memoryspel van de groep van juf Olga op de Keg voor Hariadi,
-
CD’s met Nederlandse liedjes,

tekening voor Joep en Marijke (deze hebben we een paar maanden geleden gekocht tijdens een open huis bij Karin Klomp, de schoonzus van Marijke. Zij had deze tekening ooit gemaakt naar aanleiding van een foto van Marijke in India, waar ze met een olifant op staat. Het open huis was georganiseerd om geld in te zamelen voor de opleiding van Ani, die nu samen met Daan studeert. Wij hebben de tekening toen gekocht, wisten dat deze voor Marijke heel speciaal was, en hebben bedacht dat we de tekening mee zouden nemen naar Lombok en daar als verrassing op zouden hangen in het huisje van Joep en Marijke. We hebben nog een mooi ophangsysteempje gevonden in Senggigi. Een mooi bewerkte stok met 2 olifantjes aan de zijkant, waar normaal gesproken tapijten aan hangen, maar dit kan ook wel.)

Dan natuurlijk nog ons fototoestel. En dat alles in een paar minuten, heel knap. Net op tijd komen we in Kampung Loco aan. Daar is het erg stil. We hadden toch echt voor vandaag afgesproken?! Bij de huisjes van Cuk en Eful is het stil, niemand thuis. Dan maar door naar Adi. Die is er wel, en het huisje van Joep en Marijke wordt opengemaakt, Mariam maakt een kopje thee.

Wij zoeken intussen een plekje aan de muur waar we de tekening van de olifant op kunnen hangen. Eén bezette spijker maken we even leeg en we hangen de tekening op, zo kan hij een beetje uithangen en is hij misschien weer een beetje in model als Joep en Marijke hier komen. Dan kunnen we rustig bijkletsen. Mariam komt erbij zitten, maar helaas valt de communicatie met haar een beetje tegen. Lastig, zo’n taalprobleem. We spreken met Adi af dat we samen een dagje naar Oost-Lombok gaan, op woensdag gaan we daar zijn familie bezoeken in Masbagik, onderweg kunnen we nog wat andere dingen bekijken.

Als de thee op is, gaan we naar buiten. Al snel komen de eerste kinderen langs. Voor ballonnen stoppen ze natuurlijk. Wij blazen ons het apezuur, want er komen steeds meer kinderen. Iedereen krijgt een ballon, pen, potlood en schrift. De kleintjes hebben moeite om alles mee te nemen, maar ze zijn er dolgelukkig mee.

De kinderen voor wie we een speciaal cadeautje hebben krijgen dit ook overhandigd. De kaart voor Luh, die op de berg woont, wordt afgegeven aan iemand die die kant opgaat en wel voor postbode wil spelen. Dan komt Boung langs om kennis te maken. Hij had ons gisteravond op straat inderdaad ook gezien, maar twijfelde ook of wij het waren. Als er geen kinderen meer komen, gaan we een rondje door het dorp lopen. Als we, hoe kan het ook anders, op de bruka bij Boung en Sareah beland zijn, komt er nog een jongen aan die heel nieuwsgierig maar ook een beetje beteuterd kijkt. Hij heeft nog niets gehad!

Dan lopen Adi en Peter nog maar even met hem mee om spulletjes voor hem op te halen. Tom en Anique zijn intussen verdwenen, ze zijn touwtjespringen met de kinderen uit Loco. Dat is nog eens integratie! Sareah pakt weer eens flink uit; water (na de kopjes thee bij Adi willen we even iets koelers), gebakken banaantjes, een soort kroepoek die Marijke heel lekker vindt (hebben ze ons hier verteld), heel hard en dun, met pindanootjes erin. En wederom hebben we dezelfde smaak als Marijke. Smullen! Tevens worden we uitgenodigd om maandagavond te komen eten. Sareah zal voor ons een lekkere soep maken. (Volgens mij vond Marijke die ook lekker, dus dat komt wel goed)

Ook wil Boung ons meenemen naar de Hindoe gezinnen op de berg. Dit willen we zelf ook heel graag. Aangezien Boung elke dag werkt in Mandalika Homestay en de drogisterij die erbij hoort, plannen we de wandeling op volgende week zondag. Dan is Boung vrij. Hij heeft het al helemaal gepland, we kunnen dan doorlopen naar Monkey Forest, een paar uurtjes wandelen, water en rijst mee. Dan gaan er vast nog wat kinderen uit het dorp mee, misschien Adi ook nog wel. Als ik vraag of Sareah ook meegaat, kijkt hij heel verbaasd. Natuurlijk niet, die tocht is veel te zwaar voor haar. En voor mij dan???

We hebben nog een week om daar achter te komen. We nemen afscheid en lopen nog even mee naar het huis van Joep en Marijke, daar halen we de overgebleven spullen op. Woensdag gaan we met Adi naar Masbagik. Daar zijn vast ook heel veel kinderen die graag schrijven in een schriftje. En aangezien hier nog een voorraad schrijfgerei van het project ligt, kunnen de kinderen in Loco voorlopig nog vooruit.

Dan wandelen we rustig terug naar het hotel, we hebben inmiddels aan de projectheren gevraagd of ze tijd/zin hebben om een keer met alle gezinnen samen te gaan eten. Zaterdag komt waarschijnlijk iedereen het beste uit. Een geschikt restaurantje vinden we nog wel, keuze genoeg hier.

Het is alweer donker geworden, en als we door Loco teruglopen, zien we nog iets heel moois. Bij de verlichting van een klein lampje zit een meisje van een jaar of 8 druk te schrijven in haar nieuwe schriftje, met haar nieuwe potlood. Een schoolboek ligt ernaast. Ze lacht vrolijk als we langslopen. Wat een ijver, die komt er wel!

In het hotel eten we ’s avonds een hapje, daarna nog een spelletje kaarten, Peter en Tom nemen de duiklessen nog even door en dan zit er weer een dag op

 
Maandag 30 juli 2007

Lombok Senggigi

Vandaag gaan Peter en Tom naar één van de Gili eilandjes om te duiken, ze nemen Mohni, de duikleraar mee. De duikschool heeft wel een auto, maar Mohni rijdt niet graag de weg naar de aanlegplaats van de boot. Het bootje ligt net onder Bangsal.

De weg ernaar toe is prachtig, maar ik zou er ook niet graag rijden! Veel bochten, steile bergen en diepe afgronden boven een prachtige zee.

Anique en ik blijven in Senggigi, we hebben bedacht dat we morgen wel meegaan, want dan is de tweede duikdag.

Wij hebben een serieuze taak vandaag. Postzegels kopen. Opgewekt wandelen we Senggigi in. Het postkantoor is ongeveer 600 meter verderop. Toch doen we er weer vrij lang over om er te komen. Iedereen moet natuurlijk weer vragen waarom Peter en Tom er niet bij zijn, waar ze zijn, wat ze daar doen, met wie ze zijn, wanneer ze terugkomen en wat wij in de tussentijd gaan doen. De mensen hier zijn niet nieuwsgierig, alleen overdreven geïnteresseerd. Tja.

Na een hele tijd lukt het ons toch het postkantoor te bereiken, we kopen postzegels, plakken ze direct op de kaarten en geven ze af, dat bespaart ons weer een hele wandeling.

Als we richting Art Market lopen, duikt Mr. Flores ineens op. En hij houdt zich niet aan zijn belofte, hij heeft de kerstkaarten al in de aanslag. We maken direct duidelijk dat we geen kaarten meer willen, al 10 kaarten hebben gekocht en dat hij ons met rust zou laten. Dat doe hij dan ook, maar blijft wel een meter achter ons lopen. Dan gaan wij maar veel winkeltjes bekijken. Maar steeds als we weer buitenkomen, staat hij nog te wachten en kijkt hij weer heel hoopvol. Dit wordt vervelend. Dan zeg ik nog een keer heel duidelijk dat hij achter ons aan kan lopen, maar dat ik dan nog geen kaarten ga kopen. Als we daarna uit de volgende winkel komen, is hij verdwenen. Jippie!

Dan lopen we ongestoord verder naar Art Market, een soort markt met kraampjes waar souvenirverkopers hun spullen proberen te slijten. Het is er compleet uitgestorven, geen toerist te zien. Het ligt waarschijnlijk net iets te ver van het centrum om de weinige toeristen die er zijn te trekken. Wij gaan een glaasje drinken bij Josh Café. Daar missen ze papa mia ook al.

Via het strand lopen we terug, gaan nog even sieraden shoppen bij de kraampjes op het strand en lopen dan via de tuin van Senggigi Beach Hotel naar de grote weg. In de tuin ontmoeten we nog een leuk beest, een grote gekko, zo’n 50 cm lang. Ik blijf het enge beesten vinden.

We besluiten maar weer gezellig bij Mata Hari te gaan eten. Daar is het vrij rustig. We bestellen een nasi en een mie goreng. Volgens mij moeten de ingrediënten nog gekweekt worden, het duurt wel erg lang, maar is ook wel weer erg lekker.

Dan gaan we nog even lekker bij het zwembad liggen, Peter en Tom komen rond 16.00 uur terug. Ze hebben 2 keer gedoken en zijn razend enthousiast. Onder water hebben ze grote schildpadden gezien (zeggen ze).

Om 19.00 uur worden we verwacht bij Sareah. We willen daar niet met lege handen aankomen, en hebben wat lekkere dingen gekocht, waarvan we verwachten dat ze die zelf niet vaak kopen, chocola, een groot blik met koekjes, snoepjes en we hadden nog wat sleutelhangertjes voor de kleine Anna.

Als we aankomen in Loco is het al donker. Het is rustig, waarschijnlijk is iedereen bezig met de maaltijd. Boung zit al buiten op de bruka. De kinderen zijn binnen en kijken tv. Sareah is, als altijd, druk in de keuken. We kletsen en drinken wat

En worden dan getrakteerd op een heerlijke gevulde kippensoep, met mie, lontong en veel groente. Lekker!

Na het eten gaan Tom en Anique mee naar binnen, met de kinderen tv kijken. Leuk, maar lastig als je geen Indonesisch verstaat. Onder het eten kunnen we genieten van het avondgebed wat uit de luidsprekers van de moskee schalt.

We zien verschillende kinderen langskomen die naar Arabische les gaan, een soort godsdienstles.

Verder heerst hier een geweldige rust en stilte. De geluiden die je hoort zijn voornamelijk natuurlijke geluiden, vogels, insecten, wind. Wat ons in Indonesië ook vaak opvalt, is het feit dat het ’s avonds echt donker is. Bij ons is er altijd wel ergens licht, straatlantarens, tuinverlichting, reclames, verlichte kassen etc. Maar in Indonesië kun je nog echt genieten van een donkere lucht.

Het is heerlijk om hier in het donker te zitten, leuk gezelschap (Boung heeft altijd wel wat te vertellen), lekkere hapjes (Sareah heeft altijd wel wat lekkers gemaakt) en op de achtergrond de kwebbelende kinderen. In het Engels komen ze een heel eind, voor kinderen onderling is er niet zo’n taalprobleem.

Dan stappen we toch maar weer eens op, wij hebben morgen weer een duikdagje, en in Loco beginnen de dagen ook altijd heel vroeg.

In het hotel drinken we nog wat en hebben ons dagelijkse gesprekje met de receptionisten, deze keer over zomer- en wintertijd.

Ze hebben klokken hangen die verschillende wereldtijden aangeven. De Amsterdam klok staat op de Nederlandse wintertijd. Dat klopt niet, maar leg dat eens uit. Wat is zomer en wintertijd? Waarom doen ze dat in Belanda? Ze begrijpen er helemaal niets van. Het hele begrip winter is hier al vreemd. Vorst kennen ze uiteraard niet. Als het hier minder dan 25 graden is, lopen veel mensen al met een dikke jas rond, want dat is koud.

Het lijkt hun maar helemaal niets in Nederland, koud, verschillende tijden. Nee, ze blijven lekker in Lombok. En geef ze eens ongelijk!

 
Dinsdag 31 juli 2007

Lombok Senggigi – Gili Trawangan

We gaan op tijd weg, richting Bangsal. Bij de aanleghaven, net onder Bangsal, wachten we op de rest, we zijn te vroeg, maar gaan even lekker op een bruka zitten.

Even later komt Mohni met een collega en een paar toeristen aan. Zij blijven daarna in Gili Trawangan. Eén van hen gaat ook duiken, maar met de andere leraar. De overtocht duurt een kwartiertje. We gaan met een royaal formaat vissersbootje. De eerste duik is bij Trawangan. De boot legt eerst aan op het strand, omdat de andere toeristen met hun hele bagage van boord moeten. Anique en ik stappen ook uit. Het eilandje ziet er leuk uit, en rond de middag komen de duikers hier toch lunchen. Dan zien we elkaar wel weer.

Het is een aparte plaats. Op Trawangan rijden geen auto’s, bussen of wat dan ook. Alleen fietsen en chidomo’s (karren met een klein paardje ervoor). Een echte aanlegsteiger is er ook niet, dus moeten alle mensen met hun koffers de laatste meter door zee naar het strand lopen. Een leuk gezicht. Op het strand worden ze opgewacht door de chidomo’s die hun naar de hotels brengen. Hier lopen naar verhouding veel toeristen rond. Meer dan op Lombok zelf.

Het is een echt duikersparadijs. Alle hotels hebben speciale oefen-duikzwembaden. Heel klein, maar wel erg diep. Een vreemd gezicht. Maar als je wil zwemmen, stap je hier natuurlijk gewoon in zee. Die is zo mooi blauw, daar kan geen zwembad tegenop.

Wij wandelen een stuk door het dorpje, eten een lekker taartje, maken een foto van Anique met een hele grote schildpad (echt nep). Peter en Tom hadden gisteren geen onderwatercamera bij zich toen ze de schilpadden tegen kwamen, en of ze vandaag nog schildpadden zien is natuurlijk de vraag. Hebben we in elk geval een foto met een schildpad! Dan is het duik-uurtje wel ongeveer om en lopen we weer naar het strand. Daar is het nog steeds erg druk met aankomende en vertrekkende toeristen en hele groepen duikers. Leuk om te zien.

Al snel komen de duikers terug en gaan we even lekker eten. Daarna met Peter en Tom nog even Trawangan bekijken. Het eilandje valt mij reuze mee, het heeft de naam van party-eiland, veel drank en nog meer paddo’s. Overdag is daar in elk geval niets van te merken. We wandelen langs gezellige restaurantjes en souvenirwinkeltjes. Ook is er een schildpaddenopvang-centrum.

Na de lunch hebben Peter en Tom nog één duik te gaan. Dat is een duik van hooguit een half uur, aan de noordkant van Trawangan. Daarna kunnen we direct terug naar Lombok. Dan besluiten Anique en ik maar om mee te gaan in het bootje, we kunnen ook nog snorkelen als we dat willen.

Maar het bootje-varen is al leuk genoeg, lekker rustig, blauwe zee, blauwe lucht, witte stranden. Echt een paradijs. De duikers gaan te water, doen nog even een paar oefeningen voor het duikbrevet en verdwijnen dan onder water.

Wij blijven een beetje dobberen. De schipper spreekt geen Engels, dus veel praten we niet. Na een kwartiertje zet hij de motor aan en tuft vrolijk weg. Een heel stuk verder gaan we weer stil liggen. Ik begrijp er niets van, moeten we de duikers niet ophalen? Dat moeten we inderdaad, maar door de sterke stroming onder water zijn ze in recordtempo deze kant op gegaan. Even later zien we ze bovenkomen, en kunnen we weer met z’n allen terugvaren.

We stranden nog even bij Trawangan om een andere duiker uit te laten stappen, tuffen dan terug naar het vasteland.

Daar aangekomen zitten al een paar jongetjes ons op te wachten. Ze helpen mee om de duikuitrusting uit te laden en naar de auto te brengen. Volgens Mohni zitten ze er elke dag. Ze krijgen wat geld in ruil voor hun goede hulp.

Zelf is hij ook ooit zo begonnen, meehelpen als drager. Nu werkt hij in de drukkere tijd als divemaster, als het rustiger is werkt hij mee aan coral-monitoring; een soort boswachter in het koraal, met als voornaamste taak de hoeveelheid en toestand van het koraal in kaart te brengen.

Wij hebben onze spulletjes snel ingepakt en rijden rustig terug naar Senggigi.

Tegen de avond maken we ons dagelijkse rondje door Senggigi, maken wat plannen voor de komende dagen. Morgen gaan we in elk geval naar Oost-Lombok met Adi, donderdag willen we naar de zuidelijke Gili-eilanden, vrijdag nemen we een dagje rust en gaan Peter en Tom druk studeren voor het Padi-examen wat ze vrijdagavond moeten maken, zaterdag gaan we naar Kuta Lombok, ’s avonds eten met de Loco-groep, zondag op pad met Boung en maandag vliegen we alweer terug naar Bali.

Maar voor het zover is, hebben we dus nog een volle agenda. We eten een hapje bij “mama Mia” Josh Café. Daarna wandelen we nog wat, beetje winkeltjes kijken, we moeten nu toch bijna souvenirs gaan kopen.

We hebben al een paar mooie winkels gezien. Natuurlijk de grote souvenirwinkel aan de hoofdweg. Het grootste voordeel van deze winkel is dat alle spullen geprijsd zijn, je hoeft dus niet af te dingen. En met de prijzen die ze in deze winkel hanteren hoeft dat ook niet, alles is spotgoedkoop.

Dan is er nog een hele mooie zaak, Sudirman. Hier is uiteraard weer niets geprijsd, alles ook wel een stuk duurder, maar wel echt handwerk, allemaal vrij unieke stukken. Helaas ook overwegend groter dan onze tassen. Maar vanavond houden we het bij kijken, kopen doen we over een paar dagen wel.

Als we genoeg gezien hebben, sluipen we weer langs de Harries en gaan we terug naar het hotel.

 
Woensdag 1 augustus 2007

Lombok Senggigi - Masbagik

Vandaag wordt het Oost-Lombok dag. Na het ontbijt staat Adi ons al op te wachten, want hij gaat met ons mee. Hij vindt het erg koud, heeft een dikke jas aan, lange broek, shirt met lange mouwen. Wij hebben het warm, maar het is misschien iets koeler (of minder heet) dan de voorgaande dagen.

Adi is gisteren ook al naar Masbagik geweest, samen met Mariam op de motor. Ze gingen toen in verband met een sterfgeval.

Vandaag gaan we op familiebezoek bij Adi’s familie. Maar daar zijn we nog lang niet, eerst nog een heel stuk rijden. Adi stapt een beetje onwennig in de luxe auto. Dan gaan we op pad. Handig met zo’n gids erbij. Het begin van de weg kent Peter inmiddels, daarna een heel lang stuk door Mataram, dan wordt de weg onbekender en een stuk rustiger. We rijden langs grote velden met een mij onbekende plant. Het schijnt de tabaksplant te zijn, wij wisten niet eens dat er tabak groeide in Lombok. Op andere plaatsen hebben we dit ook nog niet gezien, blijkbaar wordt het vooral in midden/oost-Lombok verbouwd.

Adi stelt voor om een er een deels toeristisch uitstapje van te maken. We kunnen via een kleine omweg door Tetebatu rijden. Dat klinkt prima. We weten niet precies wat er in Tetebatu is te beleven, maar ik ben de naam vaker tegengekomen in reisgidsen, zal dus wel leuk zijn.

Op een gegeven moment verlaten we de hoofdweg en rijden een klein weggetje in naar het noorden. We rijden een heel eind (of dat lijkt maar zo, want op deze wegen kun je alleen maar stapvoets rijden). In elk geval na een hele tijd, begint Adi een beetje zenuwachtig te worden. Hij weet niet zeker of we op de goede weg zitten. Hij is vaak in Tetebatu geweest, maar altijd op de terugweg, en dan kom je van een andere kant. En de laatste jaren is hij helemaal niet meer in Tetebatu geweest. De laatste keer was met Joep en Marijke. Dat vergeet Adi nooit meer. Marijke bestelde in Tetebatu bij een hotel een kopje cappuccino, (het restaurantje heette Cappuccino Dance, dus dan verwacht je wel wat), maar kreeg toen gewone koffie met suiker en melk. Daarover heeft ze haar beklag gedaan bij de ober, en dat heeft zo veel indruk op Adi gemaakt, dat hij er nu nog vol van zit. Wij zijn dus heel benieuwd wat voor een hotel/restaurant het is.

Maar eerst moeten we in Tetebatu zien te komen. Adi stapt ten langen leste maar uit de auto om aan iemand de weg te vragen. Hij komt lachend terug. De mensen begrepen er niets van, iemand uit Masbagik die niet de weg weet naar Tetebatu. Maar ja, we keren de auto en rijden dan een klein stukje terug, nemen een andere afslag en komen snel bij het beroemde/beruchte hotel.

Het is een typisch gebouwtje, echte koloniale stijl, stenen muren, hoge plafonds, en volgens Adi een prachtige tuin. Voor we ons aan de cappuccino wagen, gaan we eerst de tuin bekijken. Adi loopt en loopt, maar kan niet vinden wat hij zocht. De mooie tuin is verdwenen. Alles ziet er behoorlijk verwaarloosd uit. Vroeger was het veel mooier volgens Adi. Blijkbaar loopt het hier ook niet meer zo hard met de toeristen. De huisjes die verhuurd worden zien er uit alsof ze al lang geen bewoners meer hebben gehad. Het hele hotel straalt veel vergane glorie uit. Je zou er iets heel moois van kunnen maken, maar dan moeten er natuurlijk wel af en toe wat mensen komen logeren. Wij bestellen wat te drinken (de cappuccino durven we niet te proberen). De ober is een man die van praten houdt, en kan dat zelfs een beetje in het Nederlands. Na het drankje vertrekken we weer. Veel valt er in Tetebatu niet te beleven.

We rijden over allerlei smalle kronkelweggetjes verder. Nu kent Adi de weg gelukkig weer. Dan zijn we snel in Masbagik. Het is een vrij grote stad, met de grootste moskee van Oost Lombok (of was het van heel Lombok, dat weet ik niet meer). Hij is in elk geval erg groot.

Vlak bij de moskee wonen de ouders van Adi. We parkeren de auto langs een grotere weg, en lopen dan een steegje in. Daar is Adi’s huis. Hij heeft het huis al voor een groot deel op laten knappen. Een deel van het huis is van hem, in een ander deel wonen zijn ouders. Wie er verder precies wonen is onduidelijk, maar het is er erg druk. Veel kinderen, (schoon)zussen, neefjes, nichtjes, opa, oma en volgens mij ook verschillende mensen die ons gewoon willen zien komen even langs.

We krijgen allemaal een grote kop thee aangeboden en nemen plaats op de lekkere koele betonvloer. Zoals gebruikelijk in Indonesië, zit iedereen op de grond (omdat ze dat gewend zijn, en omdat ze geen stoelen hebben). We hebben nog wat spulletjes meegebracht; tolletjes, pennen, potloden, schriften en delen wat uit. Maar daar stoppen we snel mee, want er komen zoveel kinderen naar ons kijken (door de openstaande deuren en ramen) dat we een veldslag verwachten. We geven de spullen maar aan Adi’s vader, mag hij ze op een rustiger tijdstip eerlijk verdelen. Daar wagen wij ons nu niet aan.

Je merkt hier goed dat in dit deel van Lombok weinig toeristen komen, we worden bekeken als aapjes in een dierentuin. Vooral Anique is erg populair.

Adi’s stiefmoeder blijft haar aanstaren, tegen haar praten (in een voor ons onverstaanbare taal), over de armen en haren strijken en via Adi vragen hoe oud ze is, hoe ze heet. We worden er allemaal stil van. Buiten is het een drukte van jewelste. Hele drommen kinderen proberen een glimp van ons op te vangen. Als ze worden weggestuurd, komen ze even later toch weer terug. De mensen die hier iets bekender zijn, komen via de achterdeur naar binnen om ons te ontmoeten.

Na een tijdje is het weer tijd om op te stappen. We maken eerst nog een paar familiefoto’s, beloven die op te sturen of aan Joep en Marijke mee te geven als zij weer naar Lombok gaan. Dan nemen we afscheid, en lopen het steegje weer uit onder enorme belangstelling van de plaatselijke jeugd.

Er staan nog 2 emmers met planten die Adi mee wil nemen naar Senggigi. Gisteren op de motor was het een beetje lastig meenemen, maar aangezien we nu toch met de auto zijn, kunnen ze vandaag prima mee.

Dan rijden we weer terug. Nu niet meer via Tetebatu, de cappuccino valt daar toch tegen, maar gewoon over de ‘grote’ weg. We krijgen een beetje honger en vragen Adi waar we het beste kunnen eten. Dat wordt moeilijk. Hier is geen restaurant waar Adi ons mee naar toe wil nemen. De eerste geschikte gelegenheid is pas in Mataram. En daar zijn we nog niet, dus nemen we nog maar een snoepje. Dan kunnen we alvast nadenken wat we in Mataram gaan eten. We laten het aan Adi over. Nadat we hem ervan verzekerd hebben dat wij gek zijn op nasi en andere Aziatische gerechten, heeft hij een idee. Hij weet een restaurantje waar je van alles kunt eten, hij is er met Joep en Marijke wel eens geweest. Dan zal het wel goed zijn. Het restaurant ligt aan een smal straatje in Mataram. Het is een vrij grote zaal, lange eenvoudige tafels, lijkt een beetje op de restaurants in China; groot, niet echt gezellig, maar prima eten.

Dat moeten we hier nog even afwachten. We bestellen nasi en saté. Adi is een beetje verbaasd dat wij niet alleen maar westers eten lusten. Zelf eet hij altijd Aziatisch eten. We stellen voor om een keer samen pasta te eten, spaghetti of zo, maar dat lijkt hem echt niets. Wat de boer niet kent …

Maar geef hem eens ongelijk. Het eten is hier zo lekker, dan hoefde ik ook niets anders meer.

Wat we nu voorgeschoteld krijgen is ook helemaal niet verkeerd. Wel erg veel. We slagen er niet in om alle saté’s op te krijgen, maar met hulp van Peter en Adi gaan toch alle borden leeg. Met een volle buik leggen we het laatste stukje van de route af.

Als we bij Graha aankomen, wil Adi al met de twee emmers naar zijn huisje lopen. Maar wij lopen wel even mee, Tom pakt één emmer, Adi de andere.

Zo lopen we samen naar Loco.

Daar worden we opgewacht door Mariam. Uiteraard wordt snel het theewater opgezet, de planten bewonderd en worden we uitgenodigd in het huisje van Adi, nu eens niet bij Joep en Marijke. Het huisje van Adi is waarschijnlijk even groot als dat van Joep en Marijke, maar lijkt groter. Dat komt waarschijnlijk omdat er vrijwel niets in staat. In de woonkamer staat een klein kastje met een kleine tv erop, nog een klein kastje en verder ligt er alleen een vloerkleed om op te zitten. Dat is een beetje de standaard inrichting van de meeste huisjes hier. Stoelen of banken om op te zitten, kent men hier niet. Tafels heb je dan ook niet nodig.

We krijgen lekkere thee, van die flinterdunne kroepoek met nootjes die Sareah ook had en leuk gezelschap erbij. Dat kon slechter. Intussen gaan we nog even wat zaken doen met Adi. Peter wil nog 2 automatische horloges kopen, mijn horloge is aan vervanging toe en die van Anique ook. Dat wordt dus even uitzoeken. Adi heeft niet zoveel van de bijzondere automatische horloges thuisliggen, een deel ervan zit bij zijn broer Ossi in de doos. Die wordt dus even gebeld om te vragen welke types hij heeft. Zo komen we er toch uit wat we willen hebben, en dan wordt het weer heel moeilijk voor Adi.

Hij moet een prijs noemen en het schijnt dat hij voor bekenden daar altijd erg veel moeite mee heeft. Vooral met betrekking tot de relatief dure automatische horloges. Dan noemen wij maar een hele mooie prijs en is de deal rond. We rekenen alvast een deel af (zoveel geld hadden we niet meer in voorraad, straks dus even pinnen), en spreken af dat we later wel het horloge uit de voorraad van Ossi krijgen. Dan is het weer tijd om op te stappen, het is alweer bijna avond.

We wandelen nog een rondje, uiteraard komen we ’s avonds Adi in Senggigi weer tegen, vlak bij de Chinese supermarkt. Bij de geldautomaat ernaast kunnen we direct pinnen en alle zaken verder afhandelen. Adi is heel gelukkig, zoveel goede zaken op één dag, nu kan hij er weer een tijdje tegen.

Als we zitten te eten, voor de afwisseling bij Mata Hari, waar we inmiddels kind aan huis zijn, komt Opa Kikker weer langs. Opa Kikker is een verkoper op gevorderde leeftijd, en hij verkoopt houten kikkers met een geschubde bovenkant. Er zit een stokje bij, als je dit over de bovenkant beweegt, krijg je een ratelend kikkergeluid. De meeste verkopers zijn toch redelijk opdringerig, maar Opa loopt de hele avond in zijn veel te grote sportbroek, met dunne spillebeentjes, apatisch te ratelen met zijn kikker. Het is eigenlijk geen gezicht, een beetje meelijwekkend zelfs. En wij zijn in een goede bui en besluiten opa maar te verlossen van zijn kikker, waar hij vast al een hele tijd mee rondloopt.

Als hij weer langsloopt, vragen we wat de kikker kost. 40.000 roepia (iets meer dan 3 euro), dat is niet veel voor zo’n mooi stukje handwerk van Opa Kikker, we geven een briefje van 50.000 en maken duidelijk dat hij het wisselgeld wel mag houden. Hij is dolgelukkig en we krijgen spontaan allemaal een hand van hem. We gokken erop dat hij voorlopig wel vooruit zal kunnen en dat we hem wel niet meer zullen zien de komende dagen, maar de volgende avond loopt hij weer vrolijk te ratelen.

 
Donderdag 2 augustus 2007

 

Lombok Senggigi – Gili Nanggu, Gili Sudak

 

Vandaag gaan we naar de zuidelijke Gili eilanden. We hebben van verschillende mensen gehoord dat die nog mooier zijn dan de noordelijke Gili’s.

En die vonden we al erg mooi!

Onderweg gaan we eerst nog langs bij SDN5 te Ampenan, basisschool nummer 5 in Ampenan. Hier geeft Kartini, de vrouw van Eful, les aan kinderen van ongeveer 10 jaar oud. De school is vrij groot en voor Indonesische begrippen vrij modern en netjes.

Als we aankomen hebben de kinderen speelkwartier, voor de jongste kinderen zit de lesdag er alweer op. Zodoende staan er veel ouders te wachten en worden we nieuwsgierig aangestaard. We wandelen het schoolplein op en worden opgevangen door een leraar. Die brengt ons naar de lerarenkamer. We maken duidelijk dat we een afspraak met Guru Kartini hebben. De schooldirecteur, die helaas geen woord Engels spreekt, zorgt ervoor dat we allemaal een bekertje water krijgen, dan wordt Kartini gehaald.

Ze is blij ons te zien en stelt ons voor aan de andere leraren. Dan is de pauze om en moet iedereen naar de klas. Onder massale belangstelling van de kinderen lopen we over het plein naar het lokaal van Kartini.

Daar willen de kinderen wel naar binnen, maar de kinderen uit de andere klassen blijven allemaal voor de klas van Kartini staan en roepen. Wij zijn wel heel erg leuk om te zien. Daar kan geen juf of meester tegenop. Als na een minuut of 5 de kinderen weer allemaal in de klas zitten, blijven de jongste kinderen, die al vrij zijn, nog buiten staan. Aangezien de lokalen hier wel ramen hebben, maar geen glas erin, is het in de klas onmogelijk om iets te verstaan.

Blijkbaar komt dat hier wel vaker voor, want Kartini begint opgewekt de kinderen te vertellen wie wij zijn, waar we vandaan komen en wat we hier doen.

Dan mogen de kinderen ons vragen stellen. Dat schiet niet echt op, ook omdat het buiten nog steeds een grote herrie is. Als er geen vragen meer komen, gaan de kinderen aan het werk. Nu staat er topografie op het rooster, en ze beginnen allemaal landkaartjes in te vullen. Wij kletsen nog even met Kartini en gaan dan weer verder. Het aanbod ook nog even in de andere klassen te gaan kijken, slaan we maar af, het is er net weer rustig en dat willen we graag zo houden.

Wij rijden weer verder naar het zuiden. Het is een route die we nog niet hebben gereden, langs de kust. Een heel aardige weg, waarschijnlijk omdat dit de weg is van de aanlegplaats van de veerboten (Lembar) naar Mataram. Voorbij Lembar wordt de weg smaller en gaan we een heel stuk door de bergen. We moeten de weg volgen tot aan Taun, van daaruit vertrekken de bootjes naar onder andere Gili Nanggu. Als we denken er te zijn, stappen we uit en vragen een jongen aan het strand voor vervoer naar Gili Nanggu. Dat kan, even wachten. Hij gaat ergens iets navragen, komt dan terug met de mededeling dat we 15 minuten moeten wachten, dan komt er een bootje. Dat is prima. We wachten even bij het strand, maar dan komt de jongen weer terug. Er zijn problemen met de boot, wachten heeft geen zin, we kunnen beter doorrijden naar Taun. Daar waren we dus nog niet, dit was Batukijuk.

We bedanken de jongen voor de moeite en rijden een kilometer verder. Daar is inderdaad Taun. We parkeren de auto en worden naar een heel erg officieel loket geleid. Daar mogen we doorgeven welke Gili’s we willen bezoeken. Wij gaan voor Gili Nanggu en Gili Sudak.

Op Gili Nanggu is een hotel en kunnen we wat eten. We worden opgehaald door een jongen. Hij brengt ons naar de boot waarmee we gaan oversteken. Zijn vader(?) is de schipper. Onze spullen worden in de boot gegooid en we gaan op weg.

De jongen spreekt een paar woorden Engels, zijn vader helemaal niet, dus veel praten we niet. Wel proberen we te achterhalen wat die grote bamboehutten op palen in het water zijn. Het zijn nacht-vissershutten. ’s Avonds gaan de vissers er naar toe. Als het donker is laten ze grote netten onder de hutten in de zee zakken en zetten grote lichten aan. Daar komen de vissen op af en ze worden zo met de netten uit de zee geschept.

Na een minuut of 10 komen we aan in Gili Nanggu, een klein paradijselijk eilandje. Witte stranden, blauwe zee, palmbomen. Onze begeleiders brengen ons naar een mooi stukje strand waar we kunnen snorkelen. Zelf blijven ze ook op het eiland. Ze maken ons duidelijk dat we beter niet hier kunnen eten, maar straks op Gili Sudak. Daar is een beter restaurant.

We zwemmen wat, snorkelen en de waterratten onder ons gaan op zoek naar het befaamde blauwe koraal waar deze streek bekend om staat. Ik geloof het wel, en ga een stukje langs het strand lopen. Wat een rust hier!

Na een klein uurtje gaan we weer verder. Op naar Gili Sudak.

Het wegvaren gaat een beetje moeizaam, vader en zoon hebben nog wat problemen met de communicatie, en om te voorkomen dat we met de drijvers vastraken in andere boten, moeten ze allebei met kleren en al het water in.

Niet dat dat hier zo koud is, maar vooral vader ziet er een beetje kouwelijk uit; lange broek, shirt, jas en gebreide muts. Met uitzondering van de muts is nu dus alles nat. Maar dat droogt hier wel vrij snel. Een paar minuutjes later zijn we op Gili Sudak. Dit is nog mooier dan Nanggu. Een stuk kleiner, geen hotel, alleen een restaurant wat pas een maand geleden is geopend.

Daarnaast wonen er nog zo’n 50 mensen in heel eenvoudige hutjes/huisjes op het eiland.

Onze spullen worden weer op een mooi strandplekje neergelegd. Dan gaan we eerst maar een hapje eten. Tot onze grote verrassing komen we Mohni hier tegen, de duikleraar. Hij is hier met een Russisch echtpaar, waar hij al een paar dagen mee op pad is. Blijkbaar zijn ze niet zo gezellig (of niet zo goed in Engels), want hij komt bij ons zitten.

De bediening gaat hier niet zo snel, maar na een tijdje worden dan toch onze bestellingen opgenomen. Als drankje bestel ik watermeloensap, mijn favoriet in Indonesië. Helaas, er is geen elektriciteit, dus dat kan niet. Een ander sapje zit er dus ook even niet in, dan maar cola. Later blijkt dat er op het eiland nooit elektriciteit is, nooit is geweest, en waarschijnlijk nooit zal komen. Waarom dan een hele pagina vol sappen op de kaart staat, die ze nooit kunnen serveren??? Waarschijnlijk een menukaart gekopieerd van een ander restaurant.

Maar het eten smaakt ons prima. Alles wordt vers bereid. De keuken heeft het er maar druk mee.

Na het eten gaan Peter en Tom op zoek naar het blauwe koraal, Anique en ik naar schelpen. En daar is dit een waar paradijs voor. Op het strand liggen al mooie exemplaren, maar als we een stukje verder lopen naar de rotsen, vinden we hele bergen schelpen die bij hoogwater achter de rotsen terecht zijn gekomen, en niet meer terugspoelen in zee. Hier had ik wel een hele dag door kunnen brengen. Helaas hebben we geen tasje of iets bij ons, alleen 4 handen die heel snel vol zitten met mooie schelpen. Het wordt dan ook lastig terugklauteren over de rotsen, maar het lukt.

Als we terugkomen, zijn Peter en Tom bij het restaurant. Ze staan met de schipper en zoon bij de barbecue. Er worden cassavewortels geroosterd. We krijgen allemaal een stuk om te proeven. Intussen speelt zoon een deuntje op de gitaar. Alleen de ondergaande zon en een cocktail ontbreken nog aan dit mooie plaatje.

We raken in gesprek met de eigenaar van het restaurant. Hij is helemaal tevreden om op zo’n mooi plekje te wonen. Rustig, mooi, geen stress, geen verkeer (behalve bootjes), geen elektriciteit, geen water (wel heel veel in zee, maar geen zoet water). Al het water wat wordt gebruikt om te koken en drinken moet vanaf het vasteland komen. Zichzelf en kleren wassen gebeurt met zeewater. De kinderen van het eiland gaan op het vasteland naar een schooltje, elke ochtend roeien ze met bootjes naar Lombok.

Toch ziet hij ook wel nadelen. Vooral voor de oudere jeugd. Als ze op het vasteland zijn, zien ze heel veel dingen, die erg interessant zijn, maar waar ze op het eiland niets aan hebben, zoals een tv, radio etc.

Daarnaast hebben ze vaak het idee dat ze “domme eilandbewoners” zijn, want ze weten niet hoe een tv werkt, hebben geen computer, kunnen niet autorijden en dat soort dingen.

Misschien dat ze ooit iets met zonne-energie gaan proberen om toch elektriciteit op het eiland te krijgen, maar voorlopig is daar geen geld voor, eerst moet de investering in het restaurant terugverdiend worden.

Verdere uitbreiding van het toerisme zien ze (gelukkig) niet zitten. Daarvoor zou het eiland te drastisch moeten veranderen, en dat willen ze niet. Er komen wel eens mensen die één of meerdere nachtjes blijven overnachten, maar die moeten het doen met dezelfde beperkte middelen als de bewoners.

Klinkt niet verkeerd, een paar dagen hier leven.

We bestellen nog een colaatje en gaan dan weer met onze schippers terug naar de meer bewoonde wereld. We passeren nog een echt onbewoond eilandje, met een palmboom erop. De restauranteigenaar stelde al voor dat we ons daarop wel even af konden laten zetten door de schipper, zodat we een echte Robinson Crusoë foto konden maken.

Maar het is al laat, en eigenlijk willen we voor het donker in Senggigi zijn. Hier rijden in het donker lijkt ons niet zo prettig, daarnaast is het aanleggen en wegvaren niet de sterkste kant van onze bemanning, dus maken we maar een foto vanaf het bootje.

Dan komen we terug in Taun en kunnen beginnen aan de autorit naar Senggigi. Voor het donker thuis halen we niet meer, maar het grootste deel van de route hebben we erop zitten voor het schemerig wordt. Dan wordt het op straat ook echt onveilig. De wegen zijn niet al te best, straatverlichting is er nauwelijks, en de meeste verkeersdeelnemers hebben hier geen lichten aan. Auto’s en vrachtauto’s meestal wel, maar chidomo’s, fietsers, voetgangers en zelf de meeste motortjes rijden zonder licht. Dat ondanks het feit dat die over het algemeen wel verlichting hebben.

Later horen we van Adi waarom ze de lichten niet aandoen. Dat heeft te maken met de vele insecten tijdens de schemering. Die worden aangetrokken door de lichten, en veroorzaken nogal wat overlast voor de bestuurders. Ik zou denken liever een vlieg in mijn gezicht dan een auto, maar ja.

Rustig rijdend komen we veilig en wel aan in Senggigi.

We frissen ons even op, aangezien er uit onze douche nog steeds alleen maar koud water komt, is dat niet zo moeilijk. Dan gaan we maar weer een rondje Senggigi lopen en onderweg een hapje eten. Vandaag proberen we iets nieuws; restaurant Angel, een stukje verder dan Mata Hari. Het restaurant is een beetje als de meeste andere restaurants hier. Alleen de bediening is zeer irritant. Een man die veel te veel praat, niet interessant, beetje overdreven zeurderig vriendelijk. Het eten wat we besteld hebben duurt iets langer dan gepland was, waarvoor hij zich elke 5 minuten komt verontschuldigen. Naast ons zit een groepje vervelende Australische jongens, wat de sfeer er ook niet echt beter op maakt. Ze hebben zeer luidruchtig commentaar op alles en iedereen, waarschijnlijk in de hoop dat iemand erop reageert, maar dat gebeurt gelukkig niet.

Als na heel veel excuses en de belofte van een gratis toetje eindelijk ons eten komt, valt dat wel weer heel erg mee. Het is erg lekker. Peter en ik hebben een lokale schotel besteld met vlees, vis en allerlei bijgerechten. Het is lekker maar wel erg veel. Dan zijn we benieuwd hoe het met ons gratis toetje zit. Het werd zo spontaan aangeboden. Het wordt een fruitsalade, maar volgens mij krijgt iedere tafel die, in elk geval wel lekker en fris. Het eten was prima, verder zijn we hierover niet zo te spreken. Morgen weer iets anders!

Dan wandelen we weer terug naar het hotel, vriendelijk gegroet door alle verkopers met (eet)stalletjes langs de weg. We zijn inmiddels bekende gezichten hier, en alle mensen zijn even vriendelijk. Zelfs de Harries worden wat vriendelijker, of eigenlijk niet, ze reageren niet meer zo als we langs komen. Maar in hun geval is dat een zeer positieve ontwikkeling.

We halen bij de receptie onze sleutels weer op, wensen de mannen een goede nacht, volgens mij vervelen ze zich rot, hier is ’s avonds niets te doen. Dan kruipen we weer lekker in bed

 
Vrijdag 3 augustus 2007

Lombok Senggigi

Vandaag wordt voor Anique en mij een rustdag, Peter en Tom moeten nog even wat studeren, want vanavond moeten ze theorie-examen doen voor het Padi-brevet. We beginnen lekker rustig aan met een ontbijtje. Dan een zwembaduurtje (of twee). Tegen de middag hebben ze wel genoeg geleerd, en gaan we Senggigi in. We wandelen over het strand naar het noorden. Onderweg hebben we nog een interessant gesprek met Mister Flores. Tom heeft zijn Lombok T-shirt aan, met landkaart van Lombok. En Mister Flores komt uit Flores, dat ligt achter Sumbawa, en hij gaat ons uitleggen waar Sumbawa ligt. (Dat ligt dus ten oosten van Lombok.) Hij kon het op Tom zijn shirt wel even aanwijzen. Wij zijn heel benieuwd, want veel Aziaten zijn niet echt goed in kaartlezen. En Mister Flores ziet er niet bijzonder intelligent uit. Maar hij komt in de richting. Sumbawa ligt dus zo ongeveer in de Rinjani vulkaan in de binnenlanden van Lombok, om precies te zijn in Sembalun (waarschijnlijk omdat dat met een S begint, net als Sumbawa).

Hiermee is voor ons maar weer eens bewezen dat Mister Flores beter is in de gebatikte kerstkaarten dan in landkaarten. Maar toch kopen we geen kerstkaarten!

Dan wandelen we weer verder, Mister Flores laat ons de vangst zien van de schelpenverzamelaars die tussen de stenen op zoek zijn. Heel veel verschillende schelpen, waarvan de bewoners gekookt en opgegeten worden.

We lopen verder, jalan jalan, helemaal naar Coco Loco, waar we een lekkere portie saté gaan eten, opgediend door meneertje Yeah.



Op de terugweg willen we even langs de school wandelen waar de kinderen uit Loco naar toe gaan, SDN1 Senggigi, de eerste (en enige basisschool) in Senggigi. We weten niet precies waar de school ligt, wel welk pad ze in moeten slaan vanaf de hoofdweg. Dat pad nemen we en we komen in een Kampung uit, waar het pad weer splitst. We zien van alles, maar geen school. Dan vragen we het maar aan een meisje dat er rondloopt. Ze neemt ons mee naar haar vader. Die weet waar de school is, spreekt een beetje Engels en kent iemand die de sleutel van de school heeft.

We wisten al dat de school gesloten was, ’s middags zijn de kinderen altijd vrij, maar we wilden alleen even een foto maken, zodat we in de klas van Anique kunnen laten zien waar hun sponsorkindje Hariadi naar school gaat.

Maar het is absoluut geen moeite, we worden meegenomen naar de school en daar wordt voor ons de deur opengemaakt. Het gebouw ziet er prima uit, heeft pas een fris blauw-geel verfje gekregen. Binnen is het duidelijk nog aan een opknapbeurt toe. De bankjes zien er erg afgeleefd uit, maar we hebben in Bali erger gezien. We worden meegenomen naar het lokaal waar de kinderen uit de hoogste groepen tekenles krijgen. Er is een speciaal tekenprogramma, met een aparte leraar, tekenwedstrijden tussen scholen onderling, heel officieel allemaal. Een meisje van deze school heeft al verschillende prijzen gewonnen. Er hangen inderdaad prachtige kunstwerkjes. Verschillende technieken, vrolijke levendige kleuren, potlood, verf, een soort verf waarin allerlei voorwerpen zijn verwerkt om bepaalde structuren te krijgen (bijvoorbeeld veren die op een tekening van een vogel worden geplakt en vervolgens worden geverfd, zodat je de veren niet meer ziet, wel de structuur). We zijn er echt van onder de indruk, dat kinderen van die leeftijd dit soort dingen maken.

Dan gaan we weer terug, praten nog even met de vriendelijke vader die ons gebracht heeft, hij heeft verschillende kinderen, de oudste gaat nu naar de middelbare school, maar dat valt niet mee, ze is veel geld kwijt aan het vervoer naar Mataram, waar ze naar school gaat. Dat hebben we inderdaad vaker gehoord, het schoolgeld en de materialen zijn al duur, maar de reiskosten maken voor veel mensen de middelbare school onbetaalbaar.

Jammer, want zo stranden veel kinderen na de basisschool.

We nemen afscheid, kopen nog wat lekkers en wat schrijfgerei voor de kinderen uit de groep van Kartini die we gisteren hebben bezocht. Aangezien we geen idee hadden hoe groot de klas was, hadden we niet direct iets meegenomen, dus geven we Kartini wat en mag ze het in de klas uitdelen namens ons.

Dan is er weer een middag voorbij en Peter en Tom maken zich klaar voor de grote test. Als ze vertrokken zijn naar de duikschool, lezen Anique en ik nog wat en wandelen na een uurtje richting centrum. We zien de heren bij de duikschool zitten en lopen even naar binnen, maar ze hebben net deel 1 van het examen gehad. Nu moet deel 2 nog.

Dan gaan wij maar vast naar Mata Hari, even wat drinken. Daar moeten we natuurlijk weer helemaal uitleggen waarom Peter en Tom er niet bij zijn. Maar we kunnen ze gerust stellen, ze komen vanavond echt nog.

We bestellen alvast een drankje, nee we wachten met het eten tot we compleet zijn, wel zo gezellig. Terwijl we daar zitten passeren er natuurlijk nog heel veel verkopers, vooral de kettingen met een soort amulet gemaakt van koeienbotten zijn erg in. Wij proberen de verkopers al een week uit te leggen dat we geen dooie koeien om onze nek willen, maar dat begrijpen ze niet. We kunnen zelfs kiezen uit zwarte en witte, in heel veel modellen; symbol Lombok (één of andere gekko), symbol Gili’s, dolfijn, slang, te veel om op te noemen, en we hoeven ze allemaal niet.

Dan komt Amir nog even langs, een surfleraar die Tom, Anique en Peter wil leren surfen. Amir is een opvallende verschijning in Senggigi, groot, stevig, heel lang golvend haar, leren jack aan (alsof het heel koud is). Hij geeft surflessen op de punt bij Senggigi Beach hotel. Peter en de kinderen hebben er wel zin in, maar de tijd ontbreekt een beetje. We hebben een paar dagen geleden dus al gezegd dat we de volgende vakantie wel willen proberen. Maar nu komt hij alleen even een praatje maken, over de toeristen, de Lombokkers, de mentaliteit van de bevolking. De manier waarop de mensen hun brood (hier eigenlijk rijst) verdienen. Hij is één van de eerste mensen hier die ik spreek die zegt dat de lokale mensen zich niet teveel op het toerisme moeten richten.

Voordat er toeristen naar Lombok kwamen, had ook iedereen werk, verdiende de kost. Nu krijgen de wegblijvende toeristen de schuld van het feit dat het niet goed gaat in Lombok.

Klinkt eigenlijk wel logisch, aan de andere kant vraag ik me af wat alle mensen hier zouden kunnen doen als er geen toerisme meer was. Het blijft hier een moeilijk punt. De enige plek om hier een betere baan te krijgen is momenteel in het toerisme, veel andere werkgevers zijn er op Lombok niet. Dit probleem is in elk geval te ingewikkeld om even bij Mata Hari achter een meloensapje op te lossen. We kletsen nog even over koetjes en kalfjes en dan loopt hij weer verder.

Intussen krijgen wij wel een beetje honger, Peter en Tom blijven lang weg.

We bestellen nog maar een sapje en gaan alvast de menukaart bekijken, al kennen we die inmiddels bijna van buiten. Dan eindelijk, komen de heren toch terug, en Jippie, ze zijn allebei geslaagd!

Nu is het een kwestie van wat formaliteiten, gegevens invullen en opsturen naar de Padi-organisatie in Australië, die maken de brevetten en sturen ze naar Nederland. Dat duurt dus nog even, maar komt wel goed.

Nu kunnen we eindelijk eten bestellen.

Als onze buiken weer vol zitten, zijn we weer prooi voor de verkopers. De vlotte jongen die hier altijd ergens rondhangt komt het nog eens proberen. Bij Anique en mij had hij geen succes, nu speelt hij het via Peter. Hij heeft een paar dozen met zilveren ringen, eigenlijk best wel mooie. Tja, en dan ga je passen en kom je er niet meer vanaf. Een mooie slangenring voor Anique, een zilveren ring met een bruine steen erin voor mij. Peter is in een goede bui en dingt niet af (zo duur is het hier toch niet). Dan wandelen we maar weer eens verder, of eigenlijk terug naar het hotel.

 
Zaterdag 4 augustus 2007

Lombok Senggigi - Kuta

Het laatste weekend in Lombok is aangebroken, vandaag gaan we herinneringen ophalen in Kuta-Lombok. In deze plaats in het zuiden van Lombok, hebben we vorige vakantie een paar dagen doorgebracht in Novotel. Dit was geen prettig hotel, wel heel mooi, maar veel te luxe en arrogant. Wij voelden ons er in elk geval niet zo prettig, en hebben veel tijd doorgebracht in het dorpje Kuta, in een klein restaurantje, en hebben leuke contacten gehad met de plaatselijke bevolking, met name een paar vriendelijke verkoopsters die winkeltjes hadden langs de weg. Daar willen we dus even kijken hoe het ermee gaat

Het is een hele trip naar het zuiden, maar we kennen de weg. Er is niet veel veranderd, wel zijn ze inmiddels echt begonnen met de aanleg van een nieuw groot internationaal vliegveld, tussen Sengkol en Praya, in het zuiden van Lombok, op korte afstand van Kuta.

Hier zijn al langer plannen voor en heel veel mensen, vooral in het zuiden van Lombok, verwachten dat met de opening van dit vliegveld het toerisme enorm gaat toenemen. Wij hebben eerlijk gezegd onze twijfels hierover. Lombok is voor veel mensen toch een plek waar ze een paar dagen naar toe gaan als verlenging van een verblijf in Bali of Java.

Maar of de mensen nu echt puur 2 of 3 weken in Lombok zullen blijven? Van één kant gun je het de bevolking, van de andere kant is Lombok net zo mooi omdat er weinig toeristen komen, je vindt hier geen supergrote luxe resorts en uitgaanscentra. Alles is kleinschalig, puur, en dat vinden wij nu net de charme van Lombok.

Maar voorlopig staan er alleen nog wat bouwketen en iets als een verkeerstorentje, waarschijnlijk zal het zo’n vaart niet lopen (al kunnen ze hier wel heel erg snel iets uit de grond stampen).

Wat we vorige vakantie ook niet hebben gezien, zijn de enorme velden met watermeloenen. Die zijn nu rijp en worden in kraampjes langs de weg verkocht.

Wij rijden door naar Kuta en komen daar rond de middag aan. Als we de auto bij het strand parkeren, op de grote open plek waar op oudjaarsavond het grote festival was, worden we direct overvallen door een groep sarongverkoopsters.

Ze zijn erg fanatiek, opdringerig en bijna agressief. Wij gaan eerst naar het restaurantje en drinken daar wat. We zien geen bekende gezichten en gaan daarna even lekker aan zee liggen. Daar worden we weer goed in de gaten gehouden door de verkoopsters. Even later komen er 2 toeristen aan, die letterlijk vluchten voor de verkoopsters, wij lachen erom, zo erg zijn ze nou ook weer niet.

Tot ze even later ons weer in het vizier krijgen. De hele groep komt brutaal om ons heen zitten, nog net niet op schoot, beginnen allemaal hun doeken te showen, terwijl we al lang hebben gezegd dat we niets kopen. Dan beginnen ze aan mijn sarong te trekken, die heb ik hier vorige vakantie gekocht en, aangezien ik niet zo handig ben met het omknopen, thuis vermaakt tot een handigere wikkelrok. Dat moeten ze allemaal even van dichtbij bekijken. Ze blijven vervelend en het lukt hen ook bij ons. Waar we net om de andere toeristen lachten, pakken wij nu ook ons boeltje en vertrekken.

Dit is niet leuk meer!

We gaan naar het restaurant om een hapje te eten. Ze blijven bij de ingang staan tot we ons eten ophebben. Wij hebben niet meer zo’n zin om verder nog door Kuta te lopen met deze groep achter ons aan en vinden het jammer dat we niet even ongestoord naar de winkeltjes van de aardige dames kunnen gaan die een stukje verderop zitten.

Zo verpesten ze het voor zichzelf, voor de toeristen en voor de andere verkopers.

Jammer!

Waarschijnlijk zijn het groepen verkoopsters uit andere gebieden, ze komen met het openbaar vervoer hiernaartoe of worden met busjes gebracht. Dit hebben we vorige vakantie ook gehoord van de plaatselijke verkopers. Kuta is de enige toeristische plaats in de omgeving hier, en trekt meestal meer verkopers aan dan toeristen. Wij balen er een beetje van, maar het is niet anders.

We stappen in de auto en rijden terug naar Senggigi. Daar zijn de verkopers soms een beetje vervelend (of niet Mister Flores?), maar over het algemeen gezellig en leuk.

Vanavond hebben we afgesproken met het project-team van Kampung Loco en hun gezinnen, we gaan dan met z’n allen eten bij Josh Café. We zijn benieuwd of echt iedereen komt, met name de vrouwen, de meeste van hen komen volgens mij niet zo vaak buiten Loco.

We zijn eerder deze week al bij het restaurant langs geweest om te reserveren. Toen bleek dat ze er al van af wisten (via Eful) en zelfs al een menu hadden samengesteld. Daar hoefden wij ons dus geen zorgen meer over te maken. Het wordt een typisch Lombokse keuken, we zijn dus heel benieuwd.

We hebben, op advies van Kartini, voor deze locatie gekozen. Cak Poer was ons eerste idee, maar aangezien de hele gezinnen meegaan, komen we met een groep van 17 personen. En die stop je niet zomaar onder het tentzeiltje van Cak Poer. Daarnaast is de ligging van Josh Café gunstiger voor de kinderen, als ze lang genoeg hebben gezeten, stappen ze vanuit de tuin van Josh Café zo op het strand. Ook wel handig dus.

Daarnaast is het voor Eful natuurlijk een goede zet om zo’n grote groep binnen te halen, want het is hier altijd erg rustig.

We hebben afgesproken om 7 uur, bij het paadje uit Loco. Kartini gaat met het motortje, ze heeft een paar jaren geleden een ongeluk gehad en kan niet zo ver meer lopen. De rest gaat gezellig wandelen. Even voor 7 staan we op de afgesproken plek. We kletsen even met de verkopers die daar een kraampje met eten hebben. Hun dochtertje had ons al herkend, ze zit bij juf Kartini in de klas in Ampenan, waar we afgelopen donderdag zijn geweest.

Dan komt er ineens een hele horde motortjes het pad uit. Blijkbaar vinden de anderen wandelen ook wel erg ver, en gaat iedereen op de luie manier. Ze kunnen ons later wel oppikken, dan rijden ze een paar keer op en neer. Maar wij hebben hier ook nog een auto staan en vinden die net zo handig. Bij Josh Café en de Art Market is toch nooit iets te doen en kunnen we de auto makkelijk kwijt.

Zo tuffen we in optocht naar de andere kant van Senggigi.

In het restaurant staat al een lange tafel klaar. We mogen lekker op de grond (eigenlijk op een kleine verhoging) zitten, aan een lage tafel. Dit gaat me steeds beter af, al krijg ik na een tijdje toch een beetje last van mijn benen. Maar hier staat een lage tafel, en kun je je benen even lekker onder de tafel uitstrekken (wel even rekening houden met je overburen!).

Als we bij Josh Café aankomen staat Mohni, de duikleraar, ons op te wachten. Hij had nog wat formulieren die ingevuld moeten worden. De komende dagen is hij waarschijnlijk de hele dag met duikers op pad. Peter nodigt hem uit om even mee te komen, kunnen Peter en Tom snel de spullen invullen, kan Mohni intussen een hapje mee-eten.

Dat wordt een hele volle tafel, want iedereen uit Loco is gekomen, alle gezinnen compleet, en zelfs een extra etertje, een nichtje van Eful en dik vriendinnetje van de kleine Anna. Zo hebben ze een beetje gezelschap aan elkaar, want de andere kinderen zijn allemaal een stuk ouder.

Voor we goed en wel aan tafel zitten, komt het eten er al aan. Een paar grote kommen soep, heel veel rijst, vlees, groente, kroepoek en heel erg veel sambal. Dat alles wordt binnen een paar minuten op tafel gezet en iedereen valt aan. Peter en Tom zitten onder het eten druk te schrijven, iedereen eet stevig door, en na een minuut of 10 verdwijnt alles weer van tafel. Ze houden hier wel van tempo maken.

Alle duikformulieren zijn inmiddels ingevuld en Mohni neemt afscheid en belooft nog te proberen kopieën te maken van de instructiefilm van het duiken in het Nederlands, dan kan Anique thuis goed oefenen en de volgende keer misschien wel meeduiken. Ik betwijfel of Anique daar echt zin in heeft, maar het is in elk geval heel erg aardig van hem. En voor Peter en Tom kan het natuurlijk ook geen kwaad om af en toe de theorie nog eens door te nemen.

Dan komt het toetje op tafel, banaantjes en kelepon. Het klinkt als telefoon en we hebben geen idee wat het is. Het zijn een soort groene balletjes, gemaakt van rijstmeel, die worden gevuld met palmsuikerstroop, gekookt en dan door gemalen kokos gerold. Nu ik dit schrijf, vraag ik me eigenlijk af hoe de balletjes groen kunnen worden, er zal toch nog wel iets anders inzitten.

Het geheel ziet er vreemd uit. Zo kijk ik blijkbaar ook en Kartini zegt: “In één keer opeten.” Ik ben voorzichtig aangelegd, en bijt een klein hapje eraf. Ik had dus beter haar advies op kunnen volgen, want de suikerstroop drijft over mijn handen. Daarom dus in één keer opeten! Het is lekker, apart, maar wel mier-en-mierzoet.

Tom is er gek op, tot groot plezier van Boung, die ook wel houdt van een beetje (veel) zoetigheid. Ook de kroepoek gaat er bij Tom goed in en Boung zegt tegen mij dat hij morgen op de markt wel kroepoek voor ons gaat kopen, kunnen we die meenemen naar Nederland. Dat is heel erg aardig bedoeld, maar ik leg uit dat we in Nederland ook kroepoek hebben en dat kroepoek wel erg lastig is om mee te nemen.

Als alle groene balletjes op zijn, komt er nog een rondje ijs, koffie en thee voor de liefhebbers. En die zijn er genoeg, voor de mensen hier is uit eten toch anders dan voor ons. Het is, vooral voor de kinderen, een hele belevenis.

Dan wordt het tijd om op te stappen, morgen gaan we de berg op en moeten we natuurlijk helemaal fit zijn. De bediening van Josh Café zal het ook niet erg vinden als we gaan, want buiten ons zijn er vanavond geen gasten geweest, dan kunnen ze rustig opruimen en naar huis gaan. Peter rekent voor het hele gezelschap zo’n € 70,00 af, daar kun je in Nederland vast niet met 19 mensen een hele avond van eten en drinken. Maar we zijn nu in Lombok, en daar kun je dus nog eens royaal trakteren

 
Zondag 5 augustus 2007

Lombok Senggigi

We staan op tijd op. Rond 9 uur hebben we afgesproken bij Boung te zijn voor de grote tocht. We hebben het er gisteravond nog uitgebreid met Adi en Boung over gehad. Adi heeft Boung ervan kunnen overtuigen dat de lange route naar het apenbos wel erg ver is. En ons gaat het toch vooral om het feit dat we de Hindoe-gezinnen op de berg kunnen bezoeken.

Het wordt dus de kortere route.

Als we aankomen, is Boung nog even weg. Er was een sterfgeval in Senggigi en Sareah moest daar even naar toe, Boung heeft haar gebracht en haalt haar nu weer op. Maar de dames (Nur, Ani en Daan) zorgen voor een kopje thee. Als Boung en Sareah terug zijn komen er nog wat lekkere gebakken banaantjes op de bruka en zitten we, net na ons ontbijt, hier als gewoonlijk weer heerlijk te smullen. Sareah is echt een keukenprinses!

Dan wordt het tijd om te vertrekken. Het wordt er niet koeler op als we nog langer blijven zitten.

We zijn blij verrast als Adi er aan komt, leuk hij gaat mee. Maar nee hoor, hij is op weg naar Senggigi en gaat proberen wat horloges te verkopen. Intussen is er een groepje kinderen gekomen. Ze wandelen gezellig met ons mee. Gilang (de zoon van Eful en Kartini), Judy (de zoon van Cuk en June), Nurul (ons sponsormeisje en Anique’s liefste vriendinnetje in Lombok), Daan (onze geweldige grote sponsormeid) en natuurlijk Boungs dochters Nur, Ani en Anna. Dan lopen er nog 2 jongetjes mee die ik niet ken.

We lopen langs het huis van Joep en Marijke en moeten dan toch echt de berg op. Niet via een goed pad, maar door vreselijk los vies zand. Als ik 2 passen omhoog ga, schuif ik weer 1 pas terug en ik zak tot mijn enkels in het mulle zand.

Heerlijk, en dit is nog maar het begin. De enige manier om omhoog te komen is kruipen op handen en voeten, na een paar minuten zit ik helemaal onder het stof. De rest heeft er wat minder moeite mee en is al een heel stuk verder. Dan bereiken we eindelijk wat vastere grond en komen we op een echte weg (eigenlijk een karrenspoor). Dat loopt wat gemakkelijker, maar gaat ook nog steil bergop. Ook niet echt prettig dus. Ik hou dus maar veel drinkpauzes (niet verstandig volgens Boung, maar doe ik lekker toch!), deel ijverig snoepjes uit, geniet van de echt prachtige uitzichten over Senggigi, allemaal om het tempo wat omlaag te brengen.

We buigen af naar een iets minder steil pad. Dan nog een minuut of 10 flink zwoegen en de eerste huisjes komen in zicht.

Bij huisje nummer 1 is niemand thuis, dat schiet op. Maar we gaan vrolijk verder, er wonen nog meer gezinnen.

Het leven op de berg maakt wel indruk op ons. Voor ons gevoel hebben de mensen in Loco al niet veel, hier hebben ze eigenlijk niets. Alleen eenvoudige hutjes, wat kippen, wat gereedschappen, keukengerei, potten, pannen, veel meer zie je niet. Geen elektriciteit, geen water, geen gas(flessen). Dit is echt sober. Een hard leven, elke druppel water moeten ze bij de watertank in Loco halen en dat is een hele wandeling. Als ze eten koken, moeten ze dat boven een houtvuurtje doen. De mensen leven hier grotendeels van de landbouw, op de berg verbouwen ze van alles. Aan de andere kant zijn dit wel prachtige plekken om te wonen, geweldig uitzicht, rust, vol in de natuur.

We lopen verder en worden bij de familie Budhiarti uitgenodigd op de bruka. Opa en oma zijn thuis, opa is druk bezig met het maken van een soort pruimtabak. Hiervan krijgen de mensen hele lelijke rode tanden, alsof de hele mond vol bloed zit. De 2 kleindochters, waarvan Luh de oudste is, bekijken ons nieuwsgierig. Opa vertelt trots dat Luh het slimste meisje uit de klas is. Ze ziet er op een of andere manier ook heel verstandig en wijs uit. We hebben nog een paar sleutelhangertjes in de tas zitten en die vinden ze heel leuk. Verder hebben we natuurlijk nog ballonnetjes en snoepjes uit te delen.

Wij worden ook getrakteerd. Op lekkere kokosnoot. Een jongen wordt de boom ingestuurd om een paar verse kokosnoten te plukken. Met een groot kapmes slaat opa de koppen eraf en kunnen wij lekker drinken. Meestal krijg je een lepel erbij om het vruchtvlees eruit te schrapen, maar hier doe je dat met een stuk van de schil. Het is lekker fris en koel, maar we krijgen niet alle kokosnoten leeg. Geen probleem, daarvoor had Boung een lege fles meegenomen, die wordt nu gevuld met het lekkere sap. Mijn lege flesje wordt ook weer gevuld en na veel “terima kasih” gaan we weer op pad.

We proberen in elk geval alle huisjes met kinderen te bezoeken. En dat zijn er best veel. Overal waar we komen, worden we hartelijk begroet, gaan we even zitten, delen we wat spulletjes uit, dan lopen we weer verder. Aan het eind komen we bij een gezin met verschillende kinderen. Volgens mij is de vader de man die min of meer de leider van de Hindoe-gezinnen is, en die bij de aanleg van de watertank de hulp heeft gecoördineerd. Daar blijven we weer iets langer zitten, de kinderen amuseren zich met de ballonnen en Boung en Daan struinen de tuin af naar planten die ze zelf nog niet hebben. Wat ze kunnen gebruiken wordt eruit gehaald en op een milieuvriendelijke manier verpakt. Niks geen plastic, maar een groot bananenblad waarvan een koker wordt gerold. Daar wordt de plant met kluit ingestopt. Het geheel wordt vastgebonden met een soepel twijgje. Creatieve mensen hier!

Het valt trouwens op dat het hier boven op de berg heel netjes is, er ligt geen plastic, weinig rommel en iedereen heeft een mooi tuintje aangelegd. Heel vredig.

Het is voor ons weer tijd om af te gaan dalen, we hebben iedereen bezocht.

We lopen eerst een stuk over een alpenweide. Daar vind ik het tenminste op lijken, als je de hitte, de palmbomen en de zee in de verte weg denkt.

Zelfs de koeien ontbreken hier niet. Lombok heeft wel heel erg veel verschillende kanten, het blijft ons verbazen.

Boung heeft intussen een paar mooie wandelstokken voor ons gemaakt. Die hebben we nodig, want we dalen verder af over een steil zandpad met heel veel losse stenen. Elke stap van ons veroorzaakt een kleine lawine.

De kinderen huppelen vrolijk vooruit, alleen Tom, Peter en ik hebben wat moeite met afdalen. Boung loopt zelfs de hele weg al op blote voeten. Dat probeer ik maar niet, hoewel je dan misschien wel wat meer gevoel hebt waar je wel en niet vaste grond onder je voeten hebt.

Ik ben inmiddels mijn richtingsgevoel (wat ik toch al niet heb) volledig kwijt, maar dit schijnt de route te zijn die de kinderen van de berg nemen als ze naar school gaan.

Na een paar afslagen komen we weer in een bewoond gebied en even later steken we het droogstaande beekje over en staan we in Loco voor de watertank. En die zit vol heerlijk koel water. Yes, even armen en voeten afspoelen, plens water in het gezicht (ik hoorde later van Joep dat dit eigenlijk niet mag, dit water moet betaald worden en mag alleen worden gebruikt om te drinken en om mee te koken, wassen doen ze hier met regen/putwater. De mensen hier houden zich daar strikt aan, maar het zal ons wel vergeven worden). En dan op het muurtje naast de tank even uitpuffen. Dat was een zware maar prachtige tocht.

Adi heeft ons blijkbaar geroken, hij komt net terug uit Senggigi. We vertellen over onze avontuurlijke tocht, kletsen over koetjes en kalfjes en gaan dan weer op weg naar ons hotel.

Maar dat gaat natuurlijk niet zo maar, want dan komen we eerst langs de bruka van Boung en Sareah en die zijn we volgens mij nog nooit gepasseerd zonder erop te gaan zitten. Nu dus ook niet en Sareah, die engel, wist natuurlijk dat een bergwandeling hongerig maakt. Volgens mij heeft ze de hele tijd dat wij onderweg waren in de keuken gestaan. Er komt weer allerlei lekkers op de bruka. Knapperig gebakken tofu-koekjes, pisang goreng, een soort Rösti-koekjes van wortel en ui, sappige watermeloen en ananas en heerlijke kroepoek. Witte kroepoek met felle groene en roze kleurtjes erin. Die is apart.

En dan komt de verrassing. Omdat Tom gisteren zo gek was op de kroepoek, hebben ze vanochtend op de markt voor ons een hele zak gekocht. En dan niet de gebakken kroepoek, maar de nog ongebakken kleine schijfjes, makkelijker mee te nemen, en in Nederland vers te bakken. Wat een schatten! Ik wordt nog even uitgenodigd in de keuken voor een demonstratie kroepoek bakken.

Ik ben onder de indruk van de kroepoek, maar nog meer van de keuken. Die bestaat uit één los oliepitje in een hoek op de grond, waar Sareah op haar hurken voor zit. Verder is het gewoon een kale donkere kamer, met een tafeltje en kastje. Aan één kant is een soort raam/loket waar het winkeltje is. In het winkeltje worden verpakte spullen verkocht, maar vooral ook eigen ‘baksels’, er ligt altijd allerlei lekkers, en dat wordt dus allemaal in dit ‘keukentje’ bereid. Onvoorstelbaar. In Nederland zouden we al klagen als we bijvoorbeeld tijdens een verbouwing een paar dagen zo zouden moeten koken.

Als Sareah er zeker van is dat het ons thuis ook gaat lukken met het bakken van de kroepoek, gaan we weer gezellig zitten. Constant komen er mensen, maar vooral veel kinderen aan om even iets te kopen.

Als Nurul langsloopt, wordt ze door Boung geroepen en ook uitgenodigd op de bruka. Kan ze lekker meesnoepen en nog even gezellig bij Anique zitten.

Dit plekje hier op de bruka, dit lieve gezellige gezin en ook het lekkere eten ga ik ontzettend missen. Het is naar ons idee echt het hart van het dorp. Iedereen komt er voor een praatje, voor de boodschappen, vaak komen kinderen met een paar roepia’s om iets lekkers uit te zoeken. De kinderen van ouders die iets minder te besteden hebben krijgen zo af en toe door Boung wel wat lekkers toegestopt.

Wij zitten nu weer helemaal vol, en willen ons nu echt wel een beetje gaan opfrissen.

Naast de zak kroepoek, krijgen we van Boung ook nog een hele grote tros met banaantjes cadeau. Die krijgen we nooit meer op voor morgenmiddag en meenemen in het vliegtuig is ook niet zo handig. Maar we kunnen het echt niet weigeren.

Tom en Anique spreken met de kinderen af om tegen de avond naar het strand te gaan. Elke avond is er een hele groep kinderen, jongeren en ook wel volwassenen die naar het strand gaan om te voetballen, vliegeren en lekker te zwemmen. Daan en Ani zijn dan meestal nog niet terug uit school. De Senior Highschool kinderen hebben les na 12.00 uur, de Junior Highschool kinderen voor 12.00 uur, zo kunnen de klaslokalen optimaal gebruikt worden. Maar vandaag is het zondag en kan iedereen mee.

Wij gaan eerst even naar het hotel, langzaam een beetje beginnen met spullen inpakken, want morgenmiddag vliegen we weer naar Bali. Tegen 4 uur gaan we naar het strand. Even later druppelen de Loco mensen langzaam het strand op. Als iedereen er zo’n beetje is, zelfs Sareah komt mee, gaan Tom en Anique met een groep kinderen zwemmen en ballen in zee.

En ja hoor, net als de Loco kinderen, niet in zwemkleding, maar met de gewone kleren aan. Als je het water uit komt, droogt het vanzelf weer. Ik blijf met de ‘oudere’ dames op het strand zitten, Daan en Ani mogen een beetje tolken, wat gebeurt onder luid gelach en gekakel. Zo blijven we lekker zitten tot de zon onder is gegaan. In elk geval hebben we de laatste avond op Lombok nog een hele mooie zonsondergang gezien.

We gaan weer terug naar het hotel, kleden om en besluiten dan vanavond even in Loco langs te gaan om afscheid van iedereen te nemen. Morgen overdag is vast niet iedereen thuis, en dan hebben we dat maar gehad, want hier zie ik al een hele tijd erg tegenop. We zitten nog te bedenken hoe we Boung en Sareah kunnen bedanken voor alle gastvrijheid en heerlijke hapjes en drankjes die we daar de afgelopen dagen hebben gekregen.

Dan besluiten we onze spullen maar eens kritisch door te lopen. We willen nog verschillende souvenirs kopen en onze tassen zitten nog best wel vol. Dus doneren we maar wat badlakens, toiletartikelen, kleren en de mooie knijpkat-zaklamp die iedereen hier zo geweldig vindt. Als we volgend jaar terugkomen, kopen we wel weer nieuwe.

Zo gaan we de laatste keer het pad op naar Loco. June zit buiten sateetjes te bakken, we krijgen al wat aangeboden, maar we bedanken vriendelijk, we willen eerst overal afscheid gaan nemen.

Dan komen we bij Boung. Hij is thuis met Sareah en Anna, de meiden zijn er niet. Ze zijn dolblij met de spullen, vooral de zaklamp is heel mooi. Helaas valt die op het moment dat Boung dit zegt op de grond en valt uit elkaar. We zeggen dat we volgend jaar wel een nieuwe meebrengen. Dan moeten we echt afscheid nemen. Bah, dit is niet leuk. Snuffend zeg ik iedereen “Tot volgend jaar”, want terugkomen doen we zeker weer.

Boung vraagt ons of we op de terugweg alsjeblieft nog even aan willen komen, want de meiden zijn even weg en willen ook graag afscheid nemen. Dat doen we natuurlijk. Dan gaan we naar Adi en Mariam. Daar is het helemaal donker; ze zijn niet thuis of al in bed. Als we weer verder willen lopen, komt Mariam naar buiten rennen. Adi is in Senggigi, zij had het licht uit gedaan tegen de insecten. We nemen weer afscheid en zeggen dat we Adi straks in Senggigi vast wel tegen zullen komen, zo niet, dan komt hij ons nog wel opzoeken.

Dan nog 2 adressen, eerst naar Eful en Kartini. Daar is ook alleen mevrouw thuis. Eful is waarschijnlijk aan het werk bij Josh Café. We kletsen nog even bij Kartini, geven haar de pennen en snoepjes voor de kinderen uit haar klas, en beloven volgend jaar weer terug te komen. Dan nogmaals naar Boung. Hij is blij, want de zaklamp heeft hij inmiddels kunnen repareren. Ani en Nur zijn terug en hebben Daan maar direct meegenomen om afscheid van ons te nemen.

Dat wordt weer even snikken en slikken. Maar we spreken af dat we sms-contact gaan houden.

Nu nog even naar June en Cuk. Cuk is er nog niet, dus nemen we maar vast afscheid van June. (Volgens mij zijn de sateetjes nu op, we zijn te lang weggebleven).

Dan lopen we terug naar Senggigi en gaan we nog een laatste keer op weg naar Mata Hari. Op de vaste stek bij de supermarkt komen we Adi tegen. We vertellen dat we net al afscheid hebben genomen in Loco. Aan Adi’s gezicht te zien heeft hij er ook moeite mee dat we weggaan. Maar we nemen nu nog geen afscheid van hem, morgen komen we hem nog wel tegen voor we naar het vliegveld gaan.

Dan gaan we nog een keer lekker eten. Nog één keer genieten van de gezelligheid hier en nog maar even niet denken aan de terugreis die ons morgen en overmorgen te wachten staat. Na het eten gaan we nog even op bezoek bij meneer Sudirman. Toch maar wat souvenirs kopen. We zoeken een mooie beschilderde houten kist met 4 vakjes uit waar specerijen in worden bewaard. Ook nog een set mooie houten schalen. En als we afrekenen krijgen we nog alle vier ieder twee mooie amuletten, gemaakt van koeienbotten.

Hij doet er nog een paar meter mooi koord bij, zodat we zonder het te kopen toch nog echte dooie koeien om onze nek kunnen hangen. We zouden het zelf niet uitgezocht hebben, maar het is wel heel vriendelijk, en deze zijn toch een stuk mooier dan die van de verkopers op straat.

Dan wandelen we terug naar het hotel. Niet te laat naar bed, zodat we morgen nog iets aan de ochtend hebben.

 
Maandag 6 augustus 2007

Lombok Senggigi – Bali Kuta

De laatste ochtend in Senggigi. We gaan op tijd ontbijten. Als we bijna klaar zijn met eten zie ik Adi bij de verkopers op het strand staan. Dat is vreemd, want daar is hij normaal gesproken nooit. Hij is eigenlijk altijd op straat. Ik heb al zo’n vaag vermoeden dat hij op ons staat te wachten, en dat is ook zo. Hij moet vandaag onverwacht weg en wil toch eerst afscheid van ons nemen. Zo te zien wil hij dat eigenlijk niet echt, maar het moet. We spreken af elkaar volgend jaar weer te zien, foto’s te sturen van ons bezoek aan zijn familie (aangezien Joep en Marijke over een paar weken naar Lombok gaan, mogen zij postbode spelen).

Dan is Adi heel snel weg. Voor we bij de weg zijn, zien we hem al op zijn motortje wegrijden. Hij heeft blijkbaar erge haast en is speciaal voor ons hiernaartoe gekomen, niet om te verkopen.

Bij de receptie van Graha krijgen we nog een pakketje, de dvd’s van de duikcursus. Mohni heeft ze netjes voor ons gekopieerd en afgeleverd.

In Graha weet ook al iedereen dat we vandaag vertrekken. Veel mensen komen even gedag zeggen, een ober komt ons ook nog even speciaal bedanken. Zijn dochtertje had gisteren spulletjes van ons gekregen, hij is één van de Hindoe bewoners op de berg. We moeten van hem ook nog de groeten doen aan Mama Rasta. We kijken een beetje vreemd, maar bedenken dan dat dat vast Marijke is. En dat klopt inderdaad. We kondigen de komst van Mama Rasta en Joep alvast aan.

Ook in Loco ziet iedereen weer erg uit naar de komst van Sjoep en Marieke, zoals ze hier klinken. Het is onvoorstelbaar hoe snel ‘vreemdelingen’ hier worden opgenomen in een toch vrij hechte gemeenschap. Wij wandelen nog een laatste keer Senggigi in, om te lunchen, maar ook om de laatste souvenirs te kopen.

Net voorbij de duikschool zien we Eful en Cuk. Dus nemen we van hen ook direct afscheid. Ze verontschuldigen zich al dat ze gisteravond niet thuis waren. Maar ze wisten niet eens dat we langs zouden komen, dus hoefden ze ook niet thuis te blijven.

Nu we van iedereen afscheid genomen hebben, gaan we verder.

Anique had grappige kokosnoot-tasjes gezien in de grote souvenirwinkel. Die willen we gaan kopen, maar helaas, de winkel is gesloten. Er hangt ook geen bordje met openingstijden, dus misschien blijft hij wel de hele dag dicht.

Dan maar iets anders uitzoeken. In de winkel ernaast vinden we niets van onze gading. We zoeken nog een paar kleine leuke dingen, iets voor de buren die zo goed op onze beestjes, plantjes en huis passen, iets voor opa en oma en nog iets voor Tom en Anique.

Dan maar naar Art Market, daar hebben ze ook van alles. We zien een leuk parelmoeren visje, vragen de prijs voor 2 stuks, en zeggen er duidelijk bij dat we een goede prijs willen, we gaan niet afdingen, dus 1 kans. De man vraagt ongeveer 20 euro. Dat is veel te veel, ik heb ze op andere plaatsen voor 3 euro per stuk gezien. We bedanken dus vriendelijk en lopen verder. Dan komt de man achter ons aan. Het is echt handwerk, waarom is dat te veel, hoeveel willen jullie ervoor geven etc. Nou, we hebben gezegd een goede prijs, dit is absoluut geen goede prijs en dan houdt het op. Daar is de verkoper het niet mee eens, hij zakt tot 16 euro, maar daar hebben we geen zin in en lopen verder. Bij een ander stalletje kopen we een mooie houten gekko voor Tom zijn verzameling. We vinden nog wat andere cadeautjes, alleen voor Anique slagen we niet, die heeft het grappige tasje in haar hoofd en daar kan niets tegenop.

Dan gaan we maar eerst eten, het wordt vaste prik, maar steeds als we in Lombok zijn, eten we het eerste en het laatste menu van de vakantie bij Coco Loco. Daar is het lekker, je zit er heerlijk aan zee, je kunt meegenieten van de muziek bij de buren, en de ober zegt zo gezellig “Yeah” na elke zin. Daarnaast wordt je er altijd prettig lastiggevallen door verkopers. Maar alleen als je zit te wachten, niet als je zit te eten, dat mogen ze niet. Als we net besteld hebben, komt ineens de verkoper van de parelmoeren visjes eraan. Hij wil ons nu de visjes verkopen voor 10 euro. Dat is toch al een korting van 50%. Jammer voor hem, maar we hebben al andere dingen gekocht (dat wist hij ook wel). Hij heeft zijn kans gehad, als hij direct 10 euro had gevraagd, hadden we ze gekocht (dan waren ze eigenlijk nog te duur, maar ja). Streng zijn wij hoor, maar we hebben zo’n hekel aan dat afdingen.

Als we het eten op hebben, hopen we dat de grote souvenirwinkel open is.

En Anique heeft geluk. De winkel is open, maar de tasjes die ze had gezien hangen er niet meer. Gelukkig wel nog een ander model kokosnoottasje, met een iets ander hengseltje, maar ook heel leuk. Omdat het hier allemaal echt niets kost, kopen we nog wat andere schaaltjes en dingetjes en gaan we weer bepakt en bezakt naar het hotel.

Het lukt ons om alles in de tassen te krijgen. Dan is het echt tijd om naar het vliegveld te vertrekken. Op naar Bali, waar we vanavond met Dewa en Dewi uit gaan eten.

We nemen afscheid bij Graha en rijden naar Trac autoverhuur.

Daar wordt de auto gecontroleerd en we worden naar het vliegveld gebracht. We vliegen om 17.10 uur, en moeten om 16.00 uur op het vliegveld zijn. We zijn ruim op tijd, en zijn dan ook helemaal niet blij te horen dat het vluchtschema is gewijzigd. De eerstvolgende mogelijkheid om naar Lombok te vliegen is met de vlucht van 19.10. Op zich niet zo erg, maar wel vervelend dat ze ons niet even van tevoren hebben gebeld, bij de herbevestiging van de vlucht hebben we doorgegeven in welk hotel we verblijven.

Waarschijnlijk heeft de vlucht niet vol gezeten. Merpati vliegt en paar keer per dag van Bali naar Lombok en terug. Ze staan erom bekend dat ze, als de toestellen niet vol genoeg zitten, gewoon wat vluchten schrappen en alle passagiers doorschuiven naar de avondvlucht. Nu zitten we hier nog zo’n 4 uur op het vliegveld en daar is niet veel te beleven.

Tja, er zit niets anders op dan rustig te wachten, beetje lezen, winkeltjes bekijken, en hangen. En dan te bedenken dat we nu dus nog rustig in Senggigi hadden kunnen zitten. Zonde!

We sms-en Dewa even dat we vanavond pas later kunnen gaan eten en dat we contact hebben zodra we op het vliegveld van Bali zijn. Daar moeten we toch nog even op onze spullen wachten, taxi regelen en dan nog in de avonddrukte naar ons hotel in Kuta.

Intussen proberen we de vlucht van morgen met China Airlines van Bali via Taipei naar Frankfurt in te checken via internet. Dat is lastig, want je hebt een computer met internetverbinding én een printer nodig. We gaan bij het vliegveld op zoek naar een internetcafé of iets. Al vrij snel zien we Café Internet. Daar moeten we zijn. Helaas is het een soort snackbar, waar ze volgens mij nog nooit van een computer hebben gehoord, laat staan van internet. Waarom het dan zo heet???

Omdat het hier toch niet opschiet, gaan we maar door alle controles en naar de vertrekhal. Misschien vinden we daar een mogelijkheid. We proberen het bij de sjieke lounges. Bij de tweede lounge, van het ‘vele sterren’ Oberoi hotel, hebben we geluk. Ze hebben een computer, internet en we kunnen er printen. Echt snel gaat het niet, maar tijd hebben we nu genoeg. We kunnen in elk geval voor beide vluchten alvast inchecken en plaatsen reserveren. We kunnen gezellig met 4 langs elkaar in het midden van het toestel zitten. Dat is wel zo prettig op zo’n lange vlucht.

We printen de bevestiging uit, rekenen af en gaan weer verder wachten. Waarschijnlijk hebben we de laatste vlucht van vandaag, alles loopt leeg, de winkeltjes sluiten en dan kunnen we eindelijk instappen.

Dan gaat het als gewoonlijk snel, instappen, opstijgen, dalen, landen en uitstappen. Dat allemaal in een half uurtje.

Op Bali gaat alles heel snel, zelfs de drukte op de weg valt mee. Helaas hebben we een taxichauffeur die nog niet zo ervaren is. We hebben gezegd dat we naar Aneka Hotel gaan. Als we er bijna zijn (wij zijn er vaker geweest en kennen de weg), zegt Peter al tegen mij dat we de chauffeur moeten zeggen waar hij moet stoppen. Ik denk dat alle taxichauffeurs wel de weg naar Aneka weten, en het anders wel even zouden vragen. Maar dan rijdt de goede man er voorbij. En dit is net een razend drukke weg met éénrichtingsverkeer. Omkeren zit er dus niet in. Tja, dan lopen we maar honderd meter terug met al onze bagage. Handig zo’n taxi!

Als we bij de receptie aankomen, zitten Dewa en Dewi ons al op te wachten. Dat wordt een hartelijk weerzien met Dewa en een hartelijke kennismaking met Dewi (hoewel we haar al vaak op foto’s hadden gezien). Wij regelen onze kamers, 2 mooie kamers op de begane grond, lekker rustig gelegen, brengen onze spullen weg en kleden snel even om.

Dan kunnen we eindelijk gaan eten.

Wij mogen het restaurant kiezen. Vorige vakantie hebben we een keer ergens heel goed en gezellig gegeten. Maar waar was dat ook alweer? In elk geval iets van 1 x rechtsaf, 4x linksaf. Dat proberen we dan maar, en we komen inderdaad bij het juiste restaurant uit. Als we binnenlopen, krijgen we te horen dat we er niet kunnen eten, het eten is op. Jammer, maar dat kan natuurlijk gebeuren (in Indonesië).

Dan maar verder zoeken. Een stukje verderop zit een vrij groot restaurant, erg druk, maar er is nog een tafel voor 6 personen vrij. Daar gaan we dan maar eten. Wij Aziatisch, Dewa nasi campur (eet hij altijd), en Dewi Europees, een biefstukje met frietjes. Wij hadden nog één cadeautje voor Dewi, delftsblauwe koelkastmagneet-klompjes. En ze hebben een koelkast, dus dat kunnen ze mooi gebruiken.

Maar Dewi heeft ook nog inkopen gedaan voor ons. Peter en Tom krijgen allebei een vrolijk gebatikt overhemd. Anique en ik krijgen allebei een mooie ketting met armband. We worden er bijna verlegen van. Het is al weer laat en na het eten is het dan ook tijd om op te stappen. Dewi moet morgen vroeg beginnen in het reisbureau waar ze werkt.

En wij hebben morgen nog een hele reis voor de boeg.

We wandelen samen terug naar het hotel en dan is het weer tijd om afscheid te nemen, nu van Dewa en Dewi. Maar volgend jaar zien we elkaar vast weer!

Zij vertrekken en wij regelen bij de receptie nog snel een taxi om ons morgen vroeg in de middag naar het vliegveld te brengen.

Dan gaan we weer slapen, morgen een lange dag voor de boeg en we willen, voor we aan de reis beginnen, ook nog een beetje genieten in Kuta, dus moeten we niet te laat opstaan

 
Dinsdag 7 augustus 2007

 

Bali Kuta - Taipei

We zitten mooi op tijd aan het ontbijt en gaan daarna naar het strand. We hebben bedacht dat we daar tot ongeveer half 11 kunnen blijven. Dan even afspoelen, omkleden, spullen pakken en bij de receptie in bewaring brengen, want voor de middag moet de kamer vrij zijn. Dan kunnen we in Kuta snel een hapje eten voor we naar het vliegveld gaan. Een strakke planning, maar dan weten we in elk geval waar we aan toe zijn.

Op het strand is het nog rustig. Dit is geen vakantieplaats van vroege vogels. Maar dat vinden wij niet erg. Zo krijgen we de volledige aandacht van alle verkopers, jippie. Peter gaat even de zee in met een bodyboard, zo’n klein surfplankje. De kinderen en ik zitten lekker te genieten op het strand, beetje kijken, beetje lezen.

En dan wordt het tijd om weer verder te gaan. Als we de koffers weg hebben gebracht, gaan we nog even vreselijk duur doen. Eerst wat drinken bij Starbucks, daarna een hapje eten bij Kentucky Fried Chicken. Daarvan kun je bij Cak Poer wel een week eten. Dan gaan we naar het hotel waar de taxi ons op komt halen, we zijn snel bij het vliegveld, waar het hangen en wachten weer kan beginnen.

Een paar uur later zitten we weer in het vliegtuig naar Taipei.

In Taipei mogen we weer een paar uur wachten. Deze keer zijn we ervan overtuigd dat we een beter restaurant moeten kunnen vinden dan de vorige keer, maar dat zit er niet in.

We lopen alle gangen af, vragen overal waar men Engels spreekt naar een restaurant, maar iedereen stuurt ons naar het smerige “ham-kaas croissant uit de magnetron” restaurant. Dan zit er niets anders op, we willen wel wat eten, als we straks weer in het vliegtuig zitten, is het al middernacht geweest en willen we proberen wat te slapen

 
Woensdag 8 augustus 2007

Taipei – Frankfurt – Blitterswijck

Na een werkelijk geweldige maaltijd, nemen we maar weer plaats in de vertrekhal. Mooi op tijd vertrekken we richting Frankfurt. Daar komen we ook weer op tijd aan, drinken een kop koffie en eten een broodje om wakker te worden/blijven, het is hier heel vroeg in de ochtend. Dan kunnen we aan de laatste etappe beginnen, van Frankfurt naar Blitterswijck met de auto.

Geweldig, een paar uur over de Duitse snelweg, somber weer, regen, grauw.

WIJ WILLEN WEER TERUG !!!!!!!!!!!

 
November 2007 Blitterswijck

En dat willen we nu nog steeds.

Indonesië, en vooral Lombok, heeft ons deze laatste vakantie nog meer aangegrepen dan de vorige vakantie. We hebben er wat meer tijd doorgebracht, meer met de mensen opgetrokken, minder als toerist, en dat is geweldig. De mensen zijn vriendelijk, heel gastvrij, beleefd, hartelijk en erg dankbaar voor alles wat je voor ze doet, op welke manier dan ook. We hebben driftig gezocht naar de goedkoopste/meest gunstige vlucht, en hebben inmiddels weer geboekt voor volgende zomer (nog 239 dagen!!!). We vliegen naar Bali, kunnen we onze grote vriend Dewa weer ontmoeten en zijn voorraad dropjes en stroopkoeken aanvullen.

In Bali blijven we een paar dagen, we gaan in elk geval naar Amed, dat was een hele mooie plaats, ook om te duiken. Maar omdat Tom en ik er allebei erg ziek waren, hebben we er veel te weinig van gezien. Dat willen we dus nog even inhalen. Tevens willen Peter en Tom, nu als gecertificeerde Padi-duikers, er gaan duiken, als het kan bij de wrakken die er in zee liggen.

Bali is toeristisch gezien mooier dan Lombok, groener, uitbundiger, maar ons hart ligt toch meer bij Lombok. Waarschijnlijk ook omdat we daar meer persoonlijke contacten hebben met de mensen in Loco/Senggigi. Daar zijn we minder als toerist, meer als bezoekers, vrienden. En dat geeft toch een heel bijzonder gevoel.

Na het verblijf in Amed willen we proberen met een snelle bootverbinding van Bali naar één van de Noordelijke Gili-eilanden bij Lombok te gaan. Omdat ze zo ontzettend Bounty-reclame-mooi zijn, maar uiteraard ook weer omdat je er zo goed kunt duiken. We gaan de komende maanden rustig alle mogelijkheden bekijken, elk van de eilanden heeft zijn charmes, Trawangan is het meest toeristisch, wat drukker, meer mogelijkheden m.b.t. eten, drinken etc. Gili Meno en Gili Air zijn waarschijnlijk wat rustiger, puurder. Daar denken we dus nog even over na.

En daar komt Mohni, de duikleraar, ons hoogstpersoonlijk met zijn nieuwe boot ophalen, heeft hij deze week geschreven. We hebben hem een lening gegeven om een boot te laten bouwen (Een lening afsluiten bij een Indonesische bank is geen optie voor een startende ondernemer. De rentes zijn belachelijk hoog, dan weet je van tevoren dat je nooit meer uit de schulden komt.). Maar Mohni is serieus, jong, werkt hard en wil iets aan de toekomst voor hemzelf en zijn gezin doen. En wij willen hem daar graag bij helpen. Hij werkt nu gedeeltelijk bij een duikschool, gedeeltelijk aan coral-monitoring, maar wil graag een eigen duikschool beginnen. Hij heeft het daar uitgebreid met Peter over gehad. Daar komt natuurlijk heel wat bij kijken, maar nu is hij zover dat hij inziet dat hij rustig moet beginnen. Een boot kan op korte termijn geld opleveren door te gebruiken bij het duiken, als watertaxi, verhuur, noem maar op. Hij heeft gisteren 2 foto’s gemaild, één van het type boot wat nu voor hem gebouwd gaat worden, de andere van de boot die hij evt. later wil laten maken. Maar eerst rustig beginnen, groeien kan nog altijd! De investering in de kleinere boot is niet zo groot, en loopt het goed dan kan hij eerst uitbreiden met duik-uitrustingen, later met een grotere boot. Hij is gemotiveerd genoeg en gaat ervoor. En we hopen dat het hem gaat lukken.

Na het verblijf op de Gili’s willen we een paar dagen naar zuid-west Lombok, Sekotong. Daar is een mooi hotel, Bola Bola Paradijs. Klinkt niet verkeerd, en naar horen zeggen is het een echt paradijs. De omgeving daar is in elk geval prachtig, dat willen we dus ook niet missen. En uiteraard willen we weer een hele tijd doorbrengen in Senggigi. Graha Hotel is ons prima bevallen, en zo zitten we heel dicht bij Kampung Loco, want dat is ook wel één van de voornaamste redenen om terug te gaan naar Lombok.

We willen zien hoe het met iedereen gaat, hoe het dorpje zich ontwikkelt, leuke dingen doen met de kinderen, misschien een uitstapje met ze maken naar de grote watervallen, een plek die zo dichtbij is, een uurtje rijden, maar voor de meeste mensen in Loco oneindig ver weg is. We hebben Daan en Nur en Ani al beloofd ze een keer mee te nemen. En dan kan Nurul vast ook nog wel mee. Misschien wel in de nieuwe Loco bemo als die er komt, op motortjes, huurauto, we zien wel. Dan gaan we bij de basisschool nog wat tekeningen ophalen om mee te nemen naar Nederland, hebben we gehoord van Joep en Marijke. Misschien wel op kraamvisite bij de moeder van Daan, als de geruchten juist zijn krijgt Daan begin volgende zomer een broertje of zusje erbij!

Zoals al eerder geschreven, hebben we af en toe sms-contact met Ani en Daan. Dit is jammer genoeg vrij beperkt, in een sms-je kun je niet heel veel schrijven. Toen Joep en Marijke vorige maand weer naar Loco gingen, hebben we ze een oude laptop meegegeven, met het idee dat de oudste studenten deze kunnen gebruiken om mails voor te bereiden. Deze kunnen ze vervolgens op een memory-stick zetten en bij een internetcafé versturen naar de sponsoren.

Marijke is afgelopen weken in Lombok druk bezig geweest om het de dames daar te leren, en we hebben inmiddels een paar mailtjes van Daan en Ani gehad. Heel leuk om zo een beetje contact te houden met de mensen in Kampung Loco, en uiteraard prima voor de taalontwikkeling. Helaas hebben we, sinds Joep en Marijke weer in Nederland zijn, geen mailtjes meer ontvangen, dus misschien hebben ze nog een paar extra lessen nodig.

Alles bij elkaar hebben wij weer redenen genoeg om terug te willen!

(en dan nemen we zelf misschien ook wel een laptop of iets mee, kan ik de verslagen ter plekke schrijven en uitwerken, ik moest nu af en toe wel heel erg diep nadenken wat we elke dag hebben gedaan.)

 


info@impian-anak.com - tel: +31 478 539091 - Bankrekening: NL77 KNAB 0205 9517 32 t.n.v. Stg. Impian Anak te Blitterswijck.             .