NederlandsEnglish
Verslag Maart 2016
2, 3 en 4 maart

Terug van weggeweest…

In 2014 en 2015 heb ik geen verslagen geschreven van de vakanties in Lombok. En dat waren maar liefst 4 vakanties! Lang heb ik de hoop gekoesterd dat het er toch nog wel van zou komen. Nu heb ik die hoop opgegeven, tenminste voor wat betreft 2014 en 2015.
Maar kort voor vertrek naar Lombok, maart 2016, begon het toch weer te kriebelen.
Waarop ik voorgaande jaren vast liep, was enerzijds het feit dat ik altijd in dagboekvorm schrijf, onze belevenissen van dag tot dag, van ochtend tot avond. Leuk, maar op dagen dat we hier ‘niet zo veel’ doen is dat minder leuk om te schrijven en ongetwijfeld ook minder leuk om te lezen. Anderzijds hebben we vooral in 2014 in Lombok veel meegemaakt. Prachtige momenten, maar ook veel persoonlijke ellende (dat is de beste omschrijving die ik eraan kan geven) van goede vrienden in Lombok.
En dan is het moeilijk. Hoe ver ga je in het omschrijven daar van, kun je wel of geen namen noemen.
Dat heeft me er vanaf dat moment van weerhouden om verslagen te schrijven.
Maar nu dus een nieuwe poging.
Waar nodig en waar mogelijk zal ik proberen de ‘gaten’ van de afgelopen 2 jaren een beetje op te vullen, zodat het een lopend verhaal blijft voor mensen die onze voorgaande verslagen gevolgd hebben.
Maar ook zal ik proberen voor de nieuwe lezers wat meer voorgeschiedenis te schrijven.
Nu ik dit schrijf zijn we trouwens al weer bijna 2 maanden in Nederland.

Met mijn beknopte dagboekje en de foto’s van ruim 2 weken Lombok (inclusief een paar dagen Java) ga ik het proberen, als vanouds toch maar weer in een verslag van dag tot dag, aangezien dat voor mij toch het gemakkelijkst schrijft. Nou, aan de slag dan maar!

Woensdag 2 maart 2016
Na een redelijk relaxt dagje, de tassen hadden we gisteren al ingepakt, gaan we (Peter en ik) na het avondeten op pad. Yep, we mogen weer, op naar ons geliefde Lombok.
Tom en Anique blijven thuis; ze moeten naar school en mogen op huis, tuin en kippen passen.
Na het avondeten brengt Tom ons naar het station in Venray, waar we de trein richting Schiphol pakken.
Bepakt en bezakt gaan we op weg, optimaal gebruik makend van de toegestane 30 kilo bagage per persoon, en daarbij nog 2 royale rugzakken als handbagage. Ja, Singapore Air zal weten dat ze ons aan boord krijgen!
Na een vlotte treinreis komen we aan op Schiphol.
We vliegen morgen pas, nu zoeken we ons hotelletje op, CitizenM, op loopafstand van het vliegveld.
Het is inmiddels gaan regenen, maar gelukkig lopen we grotendeels overdekt van het vliegveldgebouw naar het hotel.
Het hotel ziet er hip uit. En het is ook hip. Geen receptie, maar een hoek met computers waar we onszelf mogen inchecken. Handig! Hoewel…iets gaat of staat er niet goed bij onze boeking, we krijgen een bericht op het scherm dat we hulp moeten vragen van een medewerker. Geen probleem, een meisje in hotel-outfit staat in de buurt. Ze spreekt ons in het Engels aan. Tja, bij een internationaal vliegveld kan ik me dat voorstellen. Maar als we in keurig ABN onze vraag stellen, kijkt ze ons niet-begrijpend aan.  Ja hoor, dat hebben wij weer. Het hotel is zo hip dat er geen Nederlands wordt gesproken. Ik heb helemaal geen moeite met Engels, maar toch stoort het mij dat een hotel in Nederland werkt met personeel dat geen woord Nederlands spreekt. We blijven stug Nederlands praten (die jongedame moet toch inburgeren, vinden we) en worden keurig in het Engels geholpen.
Even later lopen we met ons sleutelkaartje naar de lift. Het is een gigantisch groot hotel, en we zijn dan ook even onderweg naar onze kamer. Daar komen we erachter dat het kaartje niet werkt. Peter laat mij met alle bagage in de gang staan en sprint terug naar de ontvangsthal. Daar wordt het kaartje nog een keer geactiveerd en even later klikt de deur open. De kamer is klein maar fijn (en bovenal hip). De inrichting is eenvoudig, strak en modern. Hoogtepunt is het moodboard, een tablet, waarmee je alles kunt regelen. Van verlichting (in diverse kleuren), gordijnen, tv, muziek en nog veel meer. Helaas zit ons moodboard niet goed in de lader en is de batterij helemaal leeg. Daar komen we dus niet ver mee. Maar we willen toch nog even wat drinken. We klikken het apparaat goed in de lader en hopen dat hij straks weer op gang komt. Dan lopen we naar de begane grond waar we de openbare ruimtes van  het hotel rustig kunnen bekijken. Veel zithoekjes, kunstzinnige inrichtingen, grappig, leuk, modern. Heel afwisselend. We vinden een bar/restarauntje (uiteraard weer met enkel Engelstalig personeel). We kopen een drankje en zakken neer in een paar leuke fauteuiltjes. Een uurtje later zoeken we onze kamer weer op. Het moodboard is weer tot leven gekomen en we kunnen nu de muziek en de kleur van de kamer helemaal afstellen op onze stemming. We proberen wat kleurtjes uit, maar kiezen dan toch maar voor slapen in het donker.


Donderdag 3 maart 2016
We zijn op tijd wakker. Heel vroeg hoeven we niet weg, maar veel kunnen we op de kamer niet doen. Dus maar even lekker in de douche, spullen inpakken en naar de vertrekhal.
Op de gang komen we toch nog hotelmedewerkers tegen die geen Engels spreken. Maar de jongedames van de huishouselijke dienst spreken ook geen Nederlands. Het klinkt meer als Oost-Europees. Als we bij het uitchecken (moet natuurlijk ook helemaal zelf, met een computer) weer vastlopen, krijgen we weer hulp van een Engelstalige jongeman.
Nou, intussen willen we wel weer even Nederlands spreken hoor…op naar Schiphol dus!

Het is vanochtend behoorlijk koud, maar gelukkig wel droog. Even na 8 uur zijn we bij de Singapore Air incheckbalie, waar waar we onze tassen kunnen achterlaten. Mooi, die 3 keer 20 kilo zijn we voorlopig kwijt. Met alleen onze handbagage loopt het een stuk fijner.
We lopen door de paspoortcontrole en dan naar de bovenverdieping, waar wijzelf en alle handbagage worden gescand. Dit wordt tegenwoordig één keer centraal gedaan, op een nieuwe afdeling. Je hoeft bij de gate dus niet meer door de controle. Zodra je hier door de centrale controle heen bent, ben je veilig bevonden tot in het vliegtuig. Handig, al staan er wel lange rijen!
Nadat mijn rugzak bij de scan eruit is gepikt, mag ik even wachten. Terwijl ik zit te denken wat er voor verdachte spullen in mijn tas zitten, komt er een medewerker aan. Hij wil mijn paraplu even nakijken. Grappig, mijn paarse inklapparaplu reist al jaren met me mee, in het zijvakje van mijn paarse rugzak, en is nog nooit iemand opgevallen bij de controle. Nu dus wel, maar na een keer uitklappen en inklappen mag ik hem weer meenemen.
Dan gaan we op zoek naar een ontbijt. We nemen een broodje met een kop koffie. Straks in het vliegtuig krijgen we vast nog veel meer. Om kwart over 9 lopen we naar onze gate. Na een half uur mogen we instappen, en met een half uur vertraging (een paar passagiers kwamen niet opdagen, dus moesten hun koffers uit het toestel gehaald) vertrekken we.
Hoewel het een lange vlucht is, verloopt hij vlot. Het lange zitten went. Beetje dutten, beetje lezen, MP3 speler met muziek mee, puzzelboekje bij de hand. En voor je het weet is het ochtend in Singapore.

Vrijdag 4 maart 2016
Vroeg in de ochtend, om 10 voor 6, landen we, weer netjes op schema.
Als we uitstappen valt ons op dat het warm is. Logisch, in Singapore is het altijd warm, zelfs in de nacht. Maar op het vliegveld is ons dat voorheen nooit zo opgevallen. Het zal de overgang van het winterse Nederland naar het warme Azië wel zijn.
We frissen onszelf een beetje op en nemen een kop koffie om helemaal wakker te worden.
Om 10 voor 8 vliegen we naar Lombok. Zoals gewoonlijk met Silk Air, een dochtermaatschappij van Singapore Air. Verspreid over het vliegtuig zit een grote groep Engelse toeristen, van verschillende leeftijden. Maar allemaal even lollig en luidruchtig. En allemaal even dorstig. Er gaan liters bier in, en dat zo vroeg op de ochtend…
De stewardessen blijven blikken bier aanslepen. We vangen al snel op dat de groep naar Gili Trawangan gaat. Nou, daar zitten ze dan helemaal goed, kunnen ze de hele vakantie feesten en drinken! Ver bij ons vandaan :)

Om kwart voor 11 stappen we in Lombok uit het vliegtuig. Sinds een jaar hoeven Nederlanders niet meer te betalen voor hun visum voor Indonesië. Maar niet op alle vliegvelden hebben ze de faciliteiten om dat mogelijk te maken. Slechts 5 vliegvelden en een paar zeehavens bieden deze service. Dat wil zeggen dat je op alle andere plekken waar je Indonesië binnenkomt, nog gewoon betaalt voor je visum. Op het internationale vliegveld in Lombok ook, dus gaan we weer in de rij om eerst een visumsticker te kopen. Daarna in de volgende rij om de sticker te laten plakken en stempelen.
Een kwartiertje later plukken we onze bagage van de lopende band en wandelen we door de bagagecontrole. Daar kunnen we zonder extra controle doorlopen.

We hebben deze vakantie geen auto gehuurd bij Trac. Niet omdat dat niet goed bevalt, maar meer om een vriend te helpen.
Jay, van Lombok Adventure Club, heeft een busje. Dit wordt voornamelijk gebruikt voor het vervoer van klanten van en naar Sembalunen Senaru voor Rinjani beklimmingen. Omdat het klimseizoen nog niet is aangebroken, staat de auto nu vaak werkeloos op de parkeerplaats.
De afgelopen weken heeft Jay’s vrouw veel gezondheidsproblemen gehad. Na een voorspoedige bevalling kwamen er complicaties en moest ze voor een operatie en behandeling naar Surabaya.
Heel vervelend voor het gezin, maar ook financieel een ramp, want bijna niemand in Lombok is verzekerd voor ziektekosten. Om hun een beetje te steunen, besteden we het huurgeld dat we normaalgesproken bij Trac betalen maar aan het huren van het busje van Jay.

We willen Jay niet al te veel lastig vallen, zijn gezin heeft hem hard nodig. Dus nemen we de Damri-bus van het vliegveld naar Senggigi. Bij de Damri-balie op het vliegveld vragen we om kaartjes. Die moeten we in de bus kopen, zegt de medewerker. Hij vertelt ook dat de bus naar Senggigi over 20 minuten vertrekt. Mooie timing, dan lopen we snel naar de bus!
We wimpelen onderweg naar de parkeerplaats heel veel mensen af die ons hotels, vervoer en geldwisseldiensten aanbieden. Vreselijk, dat geduw en getrek als je je met alle spullen door de drukte moet worstelen.
Als we bij de bus aankomen horen we van de chauffeur (die gezellig naast de bus met collega’s zit te kletsen) dat de bus pas over 50 minuten vertrekt. Ook goed, dan stappen we in de bus en wachten we ‘even’. Als we in de bus neerploffen en even rustig zitten, merken we pas hoe bloedheet het is in Lombok.  
En ook in de bus, de motor draait, de airco staat aan, maar het is en blijft heet. En het blijft leeg in de bus.
Waar wachten we eigenlijk op? Rijden ze volgens een vast schema, of wachten we tot de bus vol zit? Dan kan het nog wel even duren voor we gaan.
We schrijven maar even naar Joep en Marijke. Zij zijn al een tijd in Lombok. We horen dat zij in een heet kantoortje bij een school op iemand zitten te wachten. Nou, dan wensen we elkaar veel sterkte toe. Straks zullen we elkaar wel tegenkomen in Loco.
Na een half uur druppelen er langzaam meer passagiers binnen. Heel veel Indonesische mensen. Maar toch ook een paar toeristen. Twee mannen uit Italië en drie Aziatische toeristen.
En dan, een paar minuten voor de toegezegde vertrektijd, zit de bus bijna vol. Er zijn ineens nog maar 2 lege plekken.  Peter en ik waren voorin gaan zitten, en in verband met de warmte en grote rugzakken allebei op een andere bank. Net op het moment dat we weer naast elkaar willen schuiven, komt er een Lombokse man binnen. Geen toerist, maar een typische Lombokse zakenman. Koffertje bij zich, poloshirt, nette pantalon. Je ziet hem denken….waar ga ik zitten, naast hem of naast haar. Voor Peter de kans heeft om weer naast mij te komen zitten, gaat de man voorzichtig naast mij zitten. Even later krijgt Peter ook nog een buurman. Dan zit alles vol en vertrekken we.
Mijn buurman begint me nieuwsgierig uit te horen. Waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe. Hoeveel kinderen hebben we, hoe oud zijn ze, wat doen ze, hoe lang wonen we al in Lombok (want ik spreek zo goed Indonesisch…haha). De standaard vragenlijst wordt afgevuurd. Mensen zijn niet nieuwsgierig….ze willen alleen alles van je weten. Passagiers achter ons luisteren geïnteresseerd mee en geven tussendoor commentaar, in het Sasak, het Lombokse dialect. Helaas kan ik dat nog niet zo goed volgen.
Zelf vertelt mijn buurman ook volop. Hij was voor zaken naar de Molukken en is nu al een hele tijd op de terugreis, met tussenstops op andere eilanden. Alles bij elkaar heeft zijn reis van de Molukken naar Lombok langer geduurd dan onze reis van Nederland naar Lombok. Hij woont met vrouw en 3 kinderen in Mataram. Hij is bezorgd dat wij straks niet op onze bestemming uitkomen, want volgens hem rijdt de bus niet verder dan Mataram. Ik kan hem verzekeren dat deze bus ons echt netjes in Senggigi af zal zetten, het is niet de eerste keer dat we met deze bus reizen hier. Als we bij de busterminal stoppen, vraagt hij het voor de zekerheid nog even na bij de chauffeur. Een paar stops later stapt hij zelf uit.
De bus heeft volgens mij maar 3 vaste stopplaatsen; op het vliegveld, bij de busterminal in Mataram en in Senggigi. Wie ergens anders uit wil stappen, geeft dat gewoon door aan de chauffeur.

Als we Ampenan gepasseerd zijn, zitten alleen de toeristen nog in de bus.
De Italiaanse mannen denken dat de bus doorrijdt naar Bangsal, en dat ze van daaruit een bootje naar de gili’s kunnen nemen. Dat laatste klopt wel, maar deze bus rijdt echt niet helemaal naar Bangsal. De chauffeur, die de conversatie meekrijgt, zegt dat hij wel een oplossing heeft. Hij belt wat rond (mag hier gewoon tijdens het auto/busrijden, en hoeft niet handsfree) en stopt even later bij Meninting. Daar staat een auto klaar die de mannen naar Bangsal kan brengen. Nadat de mannen net van ons hoorden dan de bus tot Senggigi rijdt, willen ze nu niet uitstappen voor ze zover mogelijk met deze bus zijn gereden. Maar de buschauffeur heeft de beste bedoelingen, en met zijn allen krijgen we de mannen zover dat ze de bus verruilen voor een keurige auto met chauffeur (vast een vriend/broer/neef/buurman van de buschauffeur) die ze voor weinig geld van hier naar Bangsal zal brengen. Hoort allemaal bij de service van Damri!
De bus rijdt door naar Batu Bolong, waar de Aziatische dames uitstappen.
Daarna hebben Peter en ik een privé-bus. We geven aan dat we graag bij Yunas Market uitstappen. Geen probleem, even later worden we daar met onze koffers aan de kant van de weg achtergelaten. Er stopt direct een taxichauffeur die ons naar ons hotel wil brengen. Nou, dat hoeft niet, dat laatste stukje lopen we wel, zeggen we lachend.
Een paar minuten later lachen we niet meer...het is bloedheet, onze tassen zijn zwaar, het pad is hobbelig en de weg naar Loco lijkt veel langer dan anders.
Minstens een liter zweet lichter komen we even later aan in Loco. Tja en dan zijn we er nog niet. Waar we normaalgesproken rechtsaf gingen naar hotel Bumi Aditya, lopen we nu verder. Verder en veel hoger.

Na heel veel mooie vakanties bij hotel Bumi Aditya hadden we het er vorig jaar helemaal gehad. Te groot geworden, te veel (ongeïnteresseerd) nieuw personeel, onze kamer die steeds verder aftakelde, maar ondanks dat toch steeds duurder werd. O ja, ook nog elke dag vreselijk lang wachten op een smakeloos en fantasieloos ontbijt. Maar bovenal heerste er een sfeer die niet meer was wat we gewend waren.
Dus zijn we vorig jaar in augustus halverwege de vakantie op zoek gegaan naar een andere plek om de toekomstige vakanties door te brengen. En die hebben we gevonden. Zelfs in het dorpje Loco.
We gaan naar het huis van Edu en Anette. Zij wonen zelf al jaren in Loco en hebben er een prachtig huis gebouwd, tegen de berg aan. Eén kamer van hun huis hebben ze tot gastenkamer met badkamer omgebouwd. Iets lager dan hun eigen huis hebben ze vorig jaar ook nog een vakantiehuisje gebouwd. En daar gaan wij nu naar toe. Mooi, maar de weg ernaar toe is met veel bagage even iets minder leuk.
Gelukkig staat er al iemand ons op te wachten. Wat zijn wij blij Pajri te zien! Hij werkt bij Edu en Anette en is voor ons ook een ‘oude bekende’. We hebben hem in het verleden via Proyek Kampung Loco een tijd gesponsord, toen hij naar de middelbare school ging. Tevens is hij een (jonge) oom van Daan.
En nu is hij vooral onze redder in nood. Hij neemt een zware tas en een rugzak over. Vooral voor het laatste stuk (71 traptreden omhoog, ik heb ze geteld) is dat heel erg fijn!
Moe, warm en bezweet komen we aan bij ons huisje. De tassen worden neergezet, en we worden eerst uitgenodigd voor een welkomstdrankje op het terras van Edu en Anette. Daar zeggen we geen nee tegen, en even later zitten we aan een heerlijk koel sapje.
Anette is thuis, en in een mix van Duits en Engels kletsen we bij. Als even later Edu ook thuiskomt, zich verontschuldigend voor het feit dat hij zo laat is –hij was naar een bijeenkomst in verband met een sterfgeval- wordt het Duits en Engels ook nog afgewisseld met Indonesisch.
Het is heel gezellig, we zitten heerlijk, maar een tweede drankje slaan we af. We zijn een beetje moe, maar vooral heel erg warm. Met onze warme Nederlandse kleding nog aan en na een reis van vele uren snakken we naar een frisse douche en frisse kleren.
We gaan ons eigen huisje eens bekijken. Ik had het vorig jaar al van binnen gezien, Peter nog niet. Het is nog even mooi als een paar maanden geleden. Een ruime zitkamer op de begane grond, een even grote slaapkamer op de bovenverdieping. En op de benedenverdieping een hele mooie badkamer, waar je je in de jungle waant. Maar het mooiste van alles vinden we eigenlijk onze privé tuin, met eigen berugak (dat is een afdakje waaronder een verhoogd vloertje zit, waar je heerlijk kunt zitten/hangen/liggen) en een fantastisch uitzicht over Loco en Senggigi.

Als we een uurtje later weer een beetje fris zijn en onze tas uitgepakt hebben, zouden we misschien even moeten gaan liggen, uitrusten. Maar dat is iets wat ons nooit lukt na aankomst op Lombok. Zo zonde om dan je tijd te verdoen. Ik ben altijd zo hyper dat ik alles wil zien, iedereen wil ontmoeten. Uitrusten doen we hier 's nachts wel.
Dus dalen we af naar Loco en gaan op zoek naar Jay, die ons de autosleutels en papieren zal overhandigen.
Zoals verwacht staat de auto op de parkeerplaats bij Bumi Aditya. En volgens Jay moeten we hem daar ook maar steeds neerzetten. Maakt niet uit dat wij daar niet meer slapen. De auto staat er altijd, dus kan hij er nu ook prima staan! Nou, oke, dan doen we dat. Als alles voor de auto geregeld is, lopen we terug naar het huis/de berugak van Boung en Sareah. Leuk om ze weer te zien!
Voor we goed en wel zitten, komen Joep en Marijke aanrijden. En ze zeggen dat ze net Bob voorbij zijn gereden, die is ook vast op weg naar deze plek. Even later zit de berugak vol Nederlanders. Zo komen we niet verder met ons Indonesisch oefenen…
Ik heb vandaag al een paar keer de vraag gekregen wat ik aan mijn hand/arm heb. Al maanden heb ik last van een hardnekkige polsblessure, een peesschedeontsteking. Vanaf 31 december zit mijn pols stevig in gips ingepakt, langdurige rust schijnt het beste medicijn te zijn. Gelukkig is het gips met een klittenbandsluiting, zodat ik het gips eraf kan halen als ik wil douchen. Maar zo’n grote blauwe gipsen arm, daar kijk je niet omheen.
Dus leg dat probleem eens uit in het Indonesisch. Het woordenboek werkt niet mee, google translate ook niet. Bij Wikipedia kom ik in het Indonesisch niet verder dan de (Latijnse?) benaming tendovaginitis. Dat begrijpt hier ook niemand. Veel verder dan de uitleg dat ik geen ongeluk heb gehad en niets heb gebroken kom ik niet. Maar ik heb nog ruim 2 weken om te zoeken naar een goede uitleg, en stiekum heb ik de hoop dat de vakantie me genoeg rust geeft om eindelijk van dat gips verlost te worden...

Sareah en Boung verwennen ons weer met thee, kroepoek en pisang goreng. Alsof we nooit weg zijn geweest.
We kletsen met iedereen even bij. Horen de laatste nieuwtjes uit Loco.
Met de Nederlandse vrienden hadden we vanuit Nederland al min of meer afgesproken voor vanavond. Een gezamenlijk etentje. We dubben alleen nog over een geschikte locatie. La Chill, of misschien Warung Belindo. Na overleg kiezen we voor Warung Belindo. En daarna misschien nog een afzakkertje bij Mario Baru, als we dan nog niet in slaap zijn gevallen… Want rusten lukt ons nu nog even niet.
Na een gezellig uurtje wandelen we terug naar ons huisje. Het zijn nog steeds veel trappen naar boven, en het is nog steeds heet! Als we binnen nog snel wat spullen uitpakken en opruimen, horen we buiten een stem die we uit duizenden herkennen. Daan, wat hebben we met haar veel bij te kletsen!
We kennen haar al sinds we hier de eerste keer kwamen, uit verhalen zelfs al langer… Ook haar hebben we lang geleden gesponsord via het project van Joep en Marijke. Nu werkt ze al weer jaren bij Asmara Restaurant. En sinds een jaar of 2 helpt ze ons mee met onze eigen stichting Impian Anak.
Toen we vorig jaar augustus uit Lombok vertrokken, woonde Daan nog gewoon hier in Loco, bij haar ouders. Het afgelopen jaar is ze getrouwd, en nu is ze al een paar maanden zwanger. Wat gaat het soms snel op Lombok!
Daan heeft allemaal lekkere dingen voor ons meegebracht. Verschillende soorten zelfgemaakte koekjes en kroepoek. Wat worden we weer verwend. Ik zoek nog even snel wat voor haar. Een paar geprinte trouwfoto’s van haar en Rohman en een paar foto’s van de vorige vakantie.  Haar kersverse echtgenoot Rohman hebben we nog nooit ontmoet, maar we zijn al uitgenodigd voor een ceremonie in hun dorpje in Sayang Sayang ter gelegenheid van haar zwangerschap, dus we gaan hem zeker nog ontmoeten komende weken!
Daan moet zo werken, ze heeft avonddienst, en wij wandelen nog even Senggigi in. Even snel kijken of er veel veranderd is…
Ja hoor, best wel, het blijft veranderen. Er wordt gesloopt en gebouwd, elk jaar weer.
Graha Hotel krijgt een heel nieuw gebouw erbij. Vorig jaar werd er al druk aan gebouwd. Nu nog steeds.
Het nieuwe gebouw zelf vinden we nog steeds erg lelijk. Hoewel, lelijk is misschien het verkeerde woord. Het is een mooi gebouw, maar niet voor Lombok. Meer iets voor Singapore of zo. Veel te groot en kolossaal voor Lombok, zeker voor de mensen die het knusse kleinschalige Graha gewend zijn.
Een stuk verderop, bij Perama, liggen ook bergen zand op de stoep en weg. Wordt vast ook weer iets gebouwd.
We willen eigenlijk nog een stuk verder lopen en ergens wat drinken. Maar onze vaste route ‘Rondje Senggigi, via het strand naar Pasar Seni, via de weg terug’ of omgekeerd, gaan we vandaag niet redden. Dan komen we in tijdnood.
We maken er maar een minirondje van. Even bij The Wira een sapje drinken, dan hobbelen we terug. Het is niet zo ver, maar je weet nooit wie je onderweg nog tegenkomt, bekenden waar je toch even een praatje mee moet maken.

Zo treffen we Mister Flores. Zo heet hij niet, maar omdat hij oorspronkelijk uit Flores komt, noemen we hem al jaren zo. Hij verkoopt batik kaarten, en ik ben een trouwe afnemer. Niet omdat ik de kaarten zo geweldig vind, meer uit gewoonte en liefdadigheid. Maar vandaag blijven de kaarten in zijn tas zitten, hij weet vast dat we hem binnenkort wel weer een keer tegenkomen en dat we dan in alle rust zaken kunnen doen. We wisselen even wat beleefdheden uit en lopen dan verder.
Daarna treffen we Herman, de vrolijke security man van Graha, die ons weer veilig helpt oversteken bij de oversteekplaats tussen de 2 delen van het hotel. In Senggigi zagen we net trouwens een splinternieuw zebrapad op de doorgaande weg. Hartstikke fijn, maar als geen enkele chauffeur weet wat zo’n ding betekent, kun je die witte strepen op de weg eigenlijk maar beter achterwege laten.
Op het pad naar Loco komen we Pak Awal nog tegen. De eigenaar van de warung op de punt bij Senggigi Beach Surf Point. In augustus vorig jaar hebben we hem niet ontmoet, toen was hij op bedevaartreis naar Mekka. We begroeten hem snel, en verontschuldigen ons dan, we kletsen de komende weken wel een keer bij met een kop koffie en wat lekkers erbij, heerlijk aan het strand.

Voor de derde keer vanmiddag beklimmen we de trappen naar ons huisje. Tjonge, dit wordt echt een sportieve vakantie.
En voor de 2e keer nemen we een verfrissende douche. Het is heet! Helaas helpt het douchen maar heel kort. Voor je bent afgedroogd, ben je weer bezweet. De hitte is wel effe wennen voor ons!
Dan haasten we ons om op tijd te zijn voor het etentje. Peter mag weer rijden, in het mooie busje. Even wennen, iets minder comfort en ander rijgedrag dan we thuis gewend zijn. En andere verkeersregels, en andere medeweggebruikers.
Maar we slagen erin om Bob en Susan veilig op te halen bij hun hotel. We worden er direct op gewezen dat de verlichting van de auto niet helemaal oke is. Linksvoor doet de onderste lamp het niet, de bovenste wel. Rechtsvoor doet de onderste lamp het wel, de bovenste niet. Is vast Indonesisch denken; ‘uiteindelijk doen 2 lichten aan de voorkant het, dus is er geen probleem’. Maar zo zitten wij Nederlanders dan weer niet in elkaar. Toch maar een keer wat aan doen. We zullen de komende weken nog wel vaker in het donker onderweg zijn. Het is hier om half 7 in de avond al donker...
Met zijn vieren rijden we naar Warung Belindo. Joep en Marijke komen op de motor.
Warung Belindo is een restaurantje in een BELgische – INDOnesische mix. De eigenaars Julie en Fahry komen respectievelijk uit België en Indonesië. Afgelopen zomer hebben we hier vele uren doorgebracht, met lekker eten en leuk gezelschap. Als we aankomen, zijn alleen 2 meisjes die hier werken aanwezig. Even later arriveert Julie ook. Als we allemaal aan tafel zitten, Joep en Marijke ook, komt Fahry er ook aan. Samen met Adi. Adi is sinds anderhalf jaar de vriend van Anique.
Wat zou Anique nu graag even met ons van plaats wisselen…maar ze is een paar weken geleden in Lombok geweest, en moet nu toch echt tot juli wachten voor ze Adi weer kan zien.
De bestellingen (veel gegrillde kip met echte Belgische frietjes) worden een beetje chaotisch opgenomen (het blijft Lombok), maar even later zitten we allemaal achter een koel sapje of biertje.
Wat heerlijk, zo in de avond nog buiten zitten. Nauwelijks een dag geleden zaten we nog in de vrieskou…
Gespreksstof is er voldoende met 6 Indonesiëfanaten aan een tafel. Een boeiend gespreksonderwerp is het volgende “Waarom trekt Lombok ons toch zo?”. Indonesië heeft volgens Wikipedia (we hebben ze niet zelf geteld) meer dan 17.000 eilanden. Wat maakt Lombok voor veel Nederlanders ‘the place to be’? Mensen, natuur, eten??? Dat alles heb je op de andere bewoonde eilanden ook.
Toerisme? Heb je op veel andere eilanden ook. Duiken? Alle eilanden liggen in zee, veel hebben een mooiere onderwaterwereld dan Lombok, dat kan het dus ook niet zijn. Echte toeristische trekpleisters als Borobodur, mooie steden, tempels, koloniaal erfgoed heeft Lombok ook niet.
Misschien is het gebrek aan dit alles hetgeen wat Lombok zo bijzonder maakt. We weten het ook niet, we hebben het er thuis ook vaak over.
Waarom vinden we Senggigi leuk??? Het is smerig, rommelig, luidruchtig verkeer over de doorgaande weg. Het heeft niks bijzonders, geen mooie boulevard, geen gezellige winkeltjes, geen leuke terrasjes aan zee…maar toch komen we er graag. Tja, Lombok is en blijft een mysterie.

Het eten vanavond smaakt ons prima. Lekkere frieten, lekkere kip (niet de magere Lombokse kampung-kippen waar je met moeite een paar hapjes vlees aan vindt).
Wel jammer dat je af en toe het gesprek moet onderbreken als er weer een knetterende motor voorbij komt.
Na het eten nemen we afscheid van Adi, Julie en Fahry en gaan we terug naar Senggigi.
Daar drinken we nog wat bij Mario, nu heet het geloof ik Mario Baru. Bij ons is het sinds een paar jaar steevast ‘die dooie’. Jaren geleden hoorden we bij aankomst in Lombok dat Mario overleden was, vermoord zelfs.
Het café/restaurantje Mario kenden we al lang, en er werkte een Europese man, die wij altijd voor Mario hebben aangezien.
Groot was onze verbazing toen we een paar dagen later ’s avonds langs het restaurant liepen en die man achter de bar zagen staan. Blijkbaar was Mario iemand anders, of hij was opgestaan uit de dood….
Sinds die avond heet het restaurant bij ons heel oneerbiedig ‘bij die dooie’.
Vanavond leeft iedereen hier volop, we drinken nog een paar glaasjes, maar Peter en ik storten dan langzaam in.
De vermoeidheid heeft het gewonnen. Na een hele lange dag zijn we toch aan een goed bed toe.
Het is ook al laat, en de rest besluit ook op te stappen.

We rijden weer naar Loco en als we langs het huis van Joep en Marijke lopen zitten ze al achter de laptop. Wat een discipline. Elke vrijdag voor middernacht publiceren ze trouw hun reisverslag op de website. En ook vandaag houden ze zich daaraan. Petje af hoor, ik doe er maanden over om een verslag op internet te krijgen.
We laten ze lekker werken en klimmen voor de laatste keer vandaag naar ons huisje.
Daar ploffen we neer in bed en moeten dan toch weer even moeite doen om in slaap te komen.
Te warm, te veel meegemaakt op een dag. Dan maar een paar bladzijden lezen en even later zijn we in diepe rust.
Morgen weer een dag!!!

 
5 maart

De foto's bij het verslag zijn deels gemaakt in andere jaren, maar passen toch wel bij het verhaal...

Om half 8 worden we wakker. Afgelopen nacht ben ik vaak wakker geweest, toch even wennen aan de hitte, de geluiden buiten, de snorrende ventilator naast ons bed. Maar de moskee heb ik vannacht/vanochtend, Peter ook niet. Dus die is heel stil geweest, of we hebben toch af en toe heel diep geslapen.
We beginnen de dag maar eens met een frisse douche. In de verslagen van Joep en Marijke kwamen we afgelopen weken ook veel mandi-momentjes tegen. Nu begrijpen we het. De warmte is allesoverheersend. Tja, en dan helpt een koele douche in elk geval voor heel even.
Zodra we onze neus buiten de deur steken, komt Pajri vragen wat we voor het ontbijt willen. Het ontbijt wordt op onze ‘eigen’ berugak geserveerd. Nou, wat thee en toast met omelet zou wel lekker zijn.
We installeren ons op de zitzakken op de berugak en genieten van het uitzicht. Volgens mij gaan we dat de komende weken nog vaak doen, je kijkt hier zo mooi over Loco en omgeving!
Even later komt Pajri ons ontbijt brengen, twee grote koppen thee, een glas limoensap, toast, boter, omelet en even later brengt hij als toetje voor allebei een halve buah naga, drakenvrucht. Dat ziet er lekker uit.
Terwijl we zitten te genieten van het ontbijt, zien we de vissersbootjes op zee terugkomen. Een deel vaart door naar Ampenan, een deel legt waarschijnijk aan in Senggigi. In het regenseizoen mag een deel van de vissers uit Ampenan hun bootjes in Senggigi op het strand leggen. Dat is met storm en hoog water een stuk veiliger dan op het korte steile strand in Ampenan.

Na het ontbijt gaan we de kamer nog eens wat beter inrichten. Alles uitpakken en apart leggen wat we de komende weken hier uit gaan delen. Eén tas zit helemaal vol met cadeautjes.
Daarna zoeken we onze auto weer op en rijden we naar Ampenan, naar de visserswijk Pondok Perasi, waar veel vrienden wonen. Pak Umpuk is thuis. Hij had gisteren al op ons zitten wachten. Och jee, het was er nog niet van gekomen om hem te bellen (en hij had zelf trouwens ook niet gebeld). Maar met ons bezoekje maken we dat weer goed.
Omdat we geregeld contact hebben via messenger/facebook, blijven we altijd wel op de hoogte van wat er zich afspeelt hier, maar het is toch fijn elkaar weer in levende lijve te zien en spreken.
Pak Umpuk heeft de afgelopen maanden nogal met zijn gezondheid gesukkeld. Hij heeft al een paar maanden nauwelijks kunnen werken. Hij is divemaster maar heeft vaak last van jichtaanvallen. Hij heeft al een paar weken niet gedoken, maar nu lijkt het weer wat beter te gaan en vol optimisme begint hij met Peter plannen te maken voor duiken in de komende weken.
Als vaste duikmaatje van Peter moet Pak Umpuk er niet aan denken dat Peter zonder hem zou moeten duiken.
Het schijnt dat zijn neefje Zaldi en zijn dochter Riskia ook wel eens zouden willen duiken. Zaldi, zoon van Pak Di, heeft zijn vaders liefde voor de zee overgenomen, en ligt nu elk vrij uurtje snorkelend in het water. Maar duiken lijkt hem helemaal te gek. Nou, dan moeten we dat de komende weken maar eens proberen.
Als we helemaal vol zitten met koffie, thee, salak, cake en verschillende soorten kroepoek, is het tijd om weer een deurtje verder te gaan. Eerst even naar Ibu Diah.
Het is weer een warm en emotioneel weerzien. Sinds het overlijden van haar man, Pak Di, is onze band alleen maar sterker geworden. We komen dan ook niet weg voor we uitgebreid hebben bijgepraat, en een glaasje ijskoude citroenlimonade hebben gedronken, natuurlijk weer met allerlei lekkers erbij.  Terwijl we binnen zitten, komen er geregeld mensen langs die ons gedag zeggen. De moeder van sponsorkinderen Sylvana en Hamid komt haar baby laten zien. Het kindje was pas geboren toen we vorig jaar augustus hier waren. Nu is hij al een stuk groter. En hij is op de leeftijd dat grote witte mensen misschien toch wel eng zijn….zodra ik wat tegen het kindje zeg, trekt hij een pruillip maar blijft stil. Als Peter vervolgens wat tegen hem zegt, zet het kleintje het op een krijsen, tot groot leedvermaak van alle omstanders.
Ik ga nog eens een poging ondernemen uit te leggen wat er aan mijn arm mankeert. Patah?, Gebroken?, vraagt iedereen. Nee. Wat dan? Tja, iets anders, maar ik weet nog niet hoe ik dat uit moet leggen. Is het dan ‘keseleo’,  vraagt iedereen bijna hoopvol? Geen idee wat dat is, maar iedereen is ervan overtuigd dat het keseleo moet zijn. Want het is niet gebroken, maar doet wel pijn.
Ik vind het prima, maar als ze me naar een speciale therapeut/genezer willen sturen die keseleo kan genezen met een stevige massage, krabbel ik terug. Volgens de deskundigen in Nederland heeft mijn arm rust nodig, misschien wel een half jaar lang, maar die rust zou de enige kans op genezing zijn. Om dan na een maand of 3 gips iets anders te proberen, gaat me iets te ver. Vanaf nu ontken ik dus ook maar dat ik keseleo heb, wat het dan ook moge zijn…
Sanita, de dochter van Ibu Diah is ook thuis. Leuk om haar weer te zien. Ze werkt nog steeds bij Gem Pearl Shop, waar ze het erg naar haar zin heeft. Fijn om te horen! Een paar jaar geleden heeft ze SMA, middelbare school, afgerond. In de lijn der verwachtingen deed ze toen toelatingsexamen voor de staatsuniversiteit. Helaas zakte ze. De familie heeft toen alles op alles gezet om haar op een peperdure privé-universiteit (met heel soepel toelatingsbeleid) te krijgen. Wij zagen dat niet zo zitten, en hebben haar toen via Impian Anak niet meer bijdrage gegeven dan ze voor de goedkopere staatsuniversiteit zou krijgen. De famlie heeft toen met veel pijn en moeite de rest bijgelegd, want Sanita moest en zou naar de universiteit gaan. Na een paar maanden bleek dat Sanita niet meer naar school wilde. Ze kon het niveau toch niet aan.
Tja, daar waren wij dus al bang voor. De privé-universiteiten staan erom bekend dat ze leerlingen gemakkelijk aannemen. Maar uiteindelijk moet het niveau van de afgestudeerden toch vergelijkbaar zijn met het niveau van de staatsuniversiteiten.
Ergste van alles was nog dat niemand ons toen durfde te vertellen dat Sanita niet meer naar school ging.
Het feit dat wij haar hielpen, en dat zij faalde, was een grote schande voor de hele familie.
Ik vond het vreselijk om dat via via te horen. Niet het feit dat Sanita met school was gestopt. Wel het feit dat iedereen bang was om dat tegen ons te zeggen.
We hebben dit later toen we in Lombok waren redelijk uitgepraat. Uitgelegd dat wij Sanita niets kwalijk nemen. Dat we de familie hooguit een beetje kwalijk nemen dat ze ons niet direct de waarheid hebben verteld.
En we hebben uitgelegd dat we het belangrijk vinden dat Sanita iets doet waar ze zich zelf prettig bij voelt, en dat kinderen in Nederland ook niet altijd in één keer de juiste (school)keuze maken.
Voor veel ouders in Lombok (en misschien ook wel in Nederland) is een kind op de universiteit het droombeeld. Terwijl kinderen in Lombok vaak liever niet nog aan een lange zware studie beginnen als ze een jaar of 18 zijn, zeker met de druk van de hele familie erbij. Zeg dan maar eens tegen je ouders en familie dat je liever een baantje gaat zoeken. Dan moet je in Lombok heel stevig in je schoenen staan.
Wat in Lombok zeker ook meespeelt, is dat  veel jongeren rond hun 20e trouwen. Dan zijn ze halverwege de universiteit. Vaak hoor je dat meisjes na een huwelijk min of meer geacht worden thuis te blijven, zeker als er snel kinderen komen. En bij jonggehuwden moet er ook brood op de plank (of rijst op het bord) komen, wat ook niet werkt zolang je studeert. Al met al zijn er heel wat jongeren die wel aan een universitaire opleiding beginnen, maar het nooit afmaken. Des te meer reden om van tevoren goed na te denken of zo’n studie echt is wat je wil…
Wij zijn in elk geval blij dat Sanita de middelbare school netjes heeft afgemaakt, en dat ze nu een baan heeft. En boven alles zijn we blij haar weer spontaan en vrolijk te zien!
We lopen ook nog even naar Andi. Andi heeft ons vorig jaar augustus geholpen met aanleggen van zonne-energie installaties. Ook maar even wat achtergrond-info daarover…
Naast de sponsoring van schoolkinderen, hulp bij medische kosten en noodhulp, zijn we vorig jaar een nieuw Impian Anak project begonnen, zonne-energie. We hebben verschillende huizen voorzien van kleine zonnepanelen, een accu en 2 ledlampen. Zo hebben de bewoners gratis licht (overdag wordt de accu geladen via het zonnepanneel, ’s avonds branden de lampen op de opgeslagen energie in de accu).
Ook is het een handig systeem tijdens stroomstoringen. De mensen zijn zo minder afhankelijk van PLN, het energiebedrijf, dat nogal eens storingen heeft.
We hebben een installatie aangelegd in kampung Loco, bij Boung en Sareah. Gistermiddag zagen we dat er een probleempje was. In de fitting onder de beugak zat geen ledlamp meer. Blijkbaar was die er al een tijdje uit. Tja, dan geeft het geen licht.
We hadden vorig jaar bij Boung het telefoonnummer van Andi achtergelaten, voor het geval er problemen met de installatie zouden zijn. Andi doet een MBO-opleiding tot elektricien. Hij is de Impian Anak deskundige en contactpersoon voor de zonne-energie. Andi heeft ook reservelampjes en andere onderdelen. Helaas heeft Andi niets van Boung gehoord, zodat hij ook niets kon repareren.
Hier balen we best wel  van. De installaties kosten aan materialen ongeveer 50 euro. Zonde om dat ongebruikt te laten liggen, zeker als de ‘problemen’ met een nieuw led-lampje zijn te verhelpen.
We zijn heel benieuwd hoe de installaties in Ampenan zich hebben gehouden.  Andi is nu zelf niet thuis, maar zijn moeder zegt dat bij hun in huis alles goed werkt. Bij Sylvana en Hamid werkt alles ook nog goed, wel heeft Andi daar ook een keer een lampje moeten vervangen.
En bij Hanafi in huis weet ik dat Andi een keer een losgeschoten kabeltje van de installatie heeft vastgezet. Of het daar nu nog goed werkt horen we binnenkort vast wel een keer.
De moeder van Andi geeft ons een lampje uit de voorraadbox en dan lopen we terug naar het huis van Pak Umpuk.
Daar halen we nog wat spullen op. Een deel van de duikuitrusting blijft hier altijd liggen. Ook wat boeken en spullen die we in Nederland niet nodig hebben blijven altijd hier. Scheelt ons weer wat gesjouw met spullen van en naar Nederland.
Als we willen vertrekken, komt Pak Umpuk nog aarzelend met iets aandragen. Hij heeft in de tijd dat hij ziek was zitten knutselen. Hij heeft een mooie houten boot gemaakt, die hij graag aan ons wil geven. ‘Zodat we altijd aan hem kunnen denken als hij er niet meer is’. We worden er stil van.
Natuurlijk willen we de boot graag hebben, maar dan moet Pak Umpuk wel beloven dat hij nog heel lang op deze wereld zal blijven!
Pak Umpuk ziet nog wel een probleempje…hoe krijgen we dat bootje veilig naar Nederland?
Nou, daar vinden we wel wat op. Al moet ik het bootje in het vliegtuig op schoot houden, we nemen hem mee. Over een stevige verpakking denken we nog wel even na.
We besluiten de duikspullen nog maar even hier te laten liggen, dat komt wel als Peter gaat duiken, en de overige spullen wel vast mee naar Loco te nemen. Als we een half uurtje later in Loco met de grote box vol spullen de berg op klimmen, zijn we blij dat we de duikspullen nog niet bij ons hebben.
Als we ons huisje binnenkomen, zien we dat er keurig gepoetst is en dat het bed weer superstrak opgemaakt is. Dat hebben we bij Bumi Aditya nog nooit meegemaakt…
We besluiten de box lekker dicht te laten. Hebben nu geen zin om de spullen uit te zoeken en op te ruimen, het is nu zo netjes in huis. Nu gaan we eerst lekker wandelen, het strand wacht…

Dus weer berg af en naar het strand. We lopen naar de punt bij Senggigi Beach, over het ‘jogging-pad’ dat een jaar of 5 geleden is aangelegd. Binnen een jaar begon het pad al te vervallen en te verzakken, vooral het stuk net voor Surf Point, waar tijdens slecht weer de golven geregeld over het pad heen slaan.  We zien dat het pad sinds augustus ook niet meer is opgeknapt. Het is een klimpartij gebleven. Hele stukken zijn weggeslagen. Maar het is laagwater dus kunnen we nu ook over het strand lopen. Als we op SurfPoint zijn, gaan we even zitten bij Awal en zijn familie, die daar een klein tentje runnen. Koele drankjes, koffie, thee, sigaretten, wat lekkere hapjes en zelfs hele maaltijden. En dat alles zonder stroom, met een simpel brandertje om op te koken. Water voor de afwas wordt in flessen meegenomen, drinken wordt in ijs gelegd om te koelen.
De klandizie bestaat voornamelijk uit lokale vissers en surfers. Af en toe blijven er wat toeristen hangen, maar dat komt niet zo vaak voor. 

Het is mooi om naar de vissers te kijken. In de vreemdste kleding gaan ze vissen. Pyjama’s, laarzen, rieten hoeden, bivakmuts, motorhelm. Vaak vissen ze met een soort vliegertje aan de vislijn, om de haak verder het water in te krijgen.  Echte werphengels met molen zijn er weinig. De molen bestaat vaak uit een eenvoudige plastic rol waar de lijn op wordt gedraaid. Al zien we de laatste jaren toch ook wel wat professionelere materialen verschijnen. Toch hebben we het idee dat veel visseres hier meer voor de gezelligheid komen dan voor de vangst.
Vaak drinken we hier een kopje koffie, maar vandaag gaan we toch voor een koel drankje.
Even later brengt Ibu Awal een bord vol pisang goreng. Wij zijn inmiddels in druk gesprek met Pak Awal. Hij is vorig jaar een paar maanden in Mekka geweest en kan daar boeiend over vertellen. Ibu komt er ook gezellig bij zitten, terwijl hun oudste zoon, achter het stalletje blijft zitten. Er gaan hier op een dag heel wat drankjes en hapjes over de toonbank.

Wij gaan ons rondje Senggigi weer vervolgen. We lopen de punt om en komen op het ‘echte’ strand van Senggigi. Bij Senggigi Beach Hotel, dat inmiddels Kila Beach of zo heet, zitten wat toeristen op het strand. Of beter gezegd, op hun ligstoelen onder de bomen. De souvenirverkopers worden met kettingen en touwen op afstand gehouden. Bewakers houden alles streng in de gaten.
Wij zijn niet zo bang voor de verkopers, en beantwoorden rustig alle vragen…wanneer zijn jullie aangekomen, waar zijn de kinderen, hoe lang blijven jullie, enzovoort…
Bij Santosa hotel is iets te doen. De tuin staat vol met tenten en paviljoens. En er lopen veel Indonesische kinderen rond, met hun ouders. Geen doorsnee kinderen, in elk geval niet de kinderen die wij in ons project hebben zitten. We weten niet wat het voor een feest is, maar vast iets voor rijke mensen. Kinderen met de mooiste kleren, zo te zien zijn er in de tenten speciale activiteiten voor de kinderen. Spelletjes, schmincken. Het ziet er allemaal duur uit. Misschien personeelsfeest van een groot bedrijf, of iets van een dure school.  
We verwonderen ons over de hoeveelheid flesjes, bekers, chipszakjes en andere verpakkingen die op het mooie gazon liggen. Hoewel, verbazen…nee, dit is heel gewoon. Dat wordt straks door de tuinmannen van het hotel wel weer opgeruimd.  
Nog een stukje verder en we zijn weer bij de brug over het riviertje/afvoerkanaaltje/riool dat op het strand uitkomt. Ik geef er meestal de voorkeur aan om niet over het bruggetje te lopen, elk jaar zijn er wel een paar planken bijna versleten. Dus lopen we nu ook maar weer een beetje om over het strand. Omdat het strand hoger ligt dan het riviertje, blijft alle troep meestal onder het bruggetje hangen. Alleen bij erg hoog water of veel regen stroomt de troep de zee in.

We willen nog wat drinken bij Coco Loco. We lazen al in het verslag van Joep en Marijke dat daar wat gaat veranderen. Ja, inderdaad…er wordt hard gewerkt, en Coco Loco is dicht. Maar nog tijdens onze vakantie, op 15 maart, is de Grand Opening en van het nieuwe/vernieuwde restaurant.
We zijn heel benieuwd wat het gaat worden. Nu lijkt het in elk geval erg kil, strak en modern, maar dat kan nog wel veranderen.
We lopen dan maar terug via de hoofdweg.
Op Pasar Seni moeten we uiteraard even bij Lombok Dive kijken. Mohni heeft hier nu al een tijdje een nieuw kantoor. Het ziet er netjes uit. De ligging is ook niet verkeerd, en het is geen gedeeld kantoor meer, wat een groot voordeel is. Van het kantoorpersoneel dat er zit kennen we alleen Juli, de duikers zijn nog niet terug.
Een stukje verderop, bij Dolphin Dive wippen we ook even binnen als we Dian zien zitten. Hij vraagt hoopvol of Peter even tijd heeft. Hij heeft computerproblemen, kan een paar fotobestanden niet meer openen, maar weet ook niet goed meer hoe dat in het verleden werkte. Met een of ander programma, maar dat heeft hij niet meer, of start niet meer goed op. Peter pobeert van alles, maar krijgt het ook niet aan de praat. Jammer maar helaas.
Terwijl het een beetje begint te regenen, lopen we terug naar ons huis. We moeten weer haasten. Om 7 uur hebben we afgesproken met Opan en Ida. We gaan hun nieuwe huis bekijken in Peresak.
Dus even snel douchen en een hapje eten. Tja, waar kunnen we vlot en lekker eten?
We besluiten naar een van de warungs bij Batu Bolong te gaan. Daar hebben ze eenvoudige maar lekkere mie goreng met kip. Als we de auto geparkeerd hebben en de weg oversteken, stopt Adi voor onze neus. Wat een toeval!
Nee, helemaal geen toeval, hij had onze auto herkend (niet zo moeilijk met het grote Lombok Adventure Club logo erop) en wilde ons nog wel even zien.
Hij heeft al gegeten, maar schuift toch even bij ons aan. Adi is opgewekt, hij heeft een baantje. Hij is/wordt zoiets als personal assistent van een Engelse aannemer.
Het is de bedoeling dat Adi de contactpersoon wordt tussen de aannemer en de bouwers van een joekel van een nieuwbouwhuis boven op een berg. De aannemer spreekt weinig Indonesisch, maar Adi spreekt prima Engels. Spannend hoor, zeker omdat Adi niet echt ervaren is in de bouwwereld. Maar alles kan geleerd worden. Helaas moet Adi er weer snel vandoor, haha, hij heeft vast een afspraakje op afstand met Anique. En wij moeten na het eten ook snel weg. Opan, Ida en Fatan wachten…

Ik sms naar Opan dat we eraan komen. We weten wel ongeveer waar ze wonen. In de buurt van sponsorkind Fery. Maar even later komen we erachter dat de weg zoeken in Peresak in de avond erg moeilijk is. Heel groot is het dorp niet, maar het zit een beetje vreemd in elkaar, met lange donkere bospaden tussen de delen van het dorp. Tja, waar was het dan precies? Na een telefoontje met Opan komen we er toch uit, en even later zien we Opan met een zaklamp langs de weg staan wachten.
Hij neemt ons mee op een ingewikkelde route langs huizen en paadjes en nog een stukje door het bos. Met moeite herkennen we het huis van de foto’s die we een tijdje geleden hebben gezien. Het huis was een ‘opknappertje’. Het was nooit helemaal afgebouwd. Opan en Ida hebben het kunnen kopen er hebben er een prima huis van gemaakt. Maar eigenlijk ben ik nu even nieuwsgieriger naar Fatan dan naar het huis. Zal hij ons nog ‘leuk’ vinden? Of zijn we nu ineens eng geworden. Fatan wordt bijna 2, een moeilijke leeftijd wat dat betreft. Maar na een kleine aarzeling geloof ik dat hij ons toch wel ziet zitten.
Voor we aan de thee beginnen, gaan we het huis toch even beter bekijken. Het is eenvoudig, maar ruim. Een flinke woon/zitkamer. Twee slaapkamers, een badkamertje en een kleine keuken. Alles lijkt natuurlijk ook ruim, doordat er nauwelijks iets in huis staat. In de woonkamer staat een dressoir-achtig kastje en tegen de keukenmuur staat een rek voor serviesgoed en een koelkast. In de keuken zelf nog een schapje met keukenspullen. In de slaapkamer een gammele kleerkast en een matras op de grond.
Onvoorstelbaar als je bedenkt wat er in het gemiddelde Europese huis allemaal staat.
Buiten hebben ze niet heel veel ruimte, maar ze wonen aan de rand van het dorp, het voelt als midden in de jungle! Wel jammer vinden we dat er om de tuin een grote muur staat, maar dat zie je hier veel. Opan, Ida en Fatan zijn goed gewend hier. Voor Ida is het wel een groot verschil. Van het drukke Kediri naar het stille Peresak. Ze moet hier echt het gezelschap opzoeken. In Kediri moest je af en toe bewust de deur dichthouden om rust te krijgen. Daar liep altijd wel iemand binnen, of hoefde je zelf maar naar buiten te lopen om midden tussen de mensen te zijn. Maar Ida vindt het ook wel fijn om wat dichter bij haar ouders, in Ampenan, te wonen.
Opan is 6 dagen in de week naar zijn werk, en is minder afhankelijk van de plek waar hij woont. Hij werkt afwisselend op kantoren in Tanjung, Praya en Gunungsari. Reizen om naar zijn werk te komen moet hij toch elke dag.
Ida, die altijd bezig is met plantjes en bloemen, is dolblij met de zakjes courgettezaad die ik uit Nederland heb meegebracht. Misschien wil het hier wel groeien. Het is te proberen. Ik denk wel als het lukt, dat de tuin heel snel vol staat. In een hoekje heeft Ida al verschillende stekjes van fruitboompjes staan. Maar die zijn nu nog klein.
Fatan krijgt van ons een gehaakt knuffelbeestje, maar geeft toch nog even de voorkeur aan de knuffel die hij vorig jaar van ons kreeg.
Als we even later aan de thee met lekkers zitten, spreken we alvast wat Impian Anak zaken door.
We beginnen met de werkdruk. De ruim 100 kinderen vergen nogal wat van Daan, Opan en Ida. Wij zijn bang dat het teveel wordt, zeker met Fatan die ook aandacht nodig heeft, en een zwangere Daan, die straks ook een tijdje uit de running zal zijn en daarna ook wat meer aan huis gebonden is.
Maar Opan en Ida geven aan dat ze het wel aankunnen. Misschien moeten ze wel samen met Daan een nieuwe verdeling maken van de kinderen. Nu Opan en Ida van Kediri naar Peresak zijn verhuisd, merken ze dat de kinderen hier in het dorp makkelijk bij hun binnenlopen. Voorheen regelde Daan alles voor de kinderen hier in Peresak. Ook komt Ida nu weer veel meer in Ampenan. Maar de kinderen in Batu Tumpeng en Kediri moeten niet vergeten worden. Die wandelden voorheen gemakkelijk bij Ida binnen als ze iets nodig hadden.
We willen binnenkort een avond met Daan, Opan en Ida samen gaan zitten, dan kunnen we dit verder bespreken. Maar het is handig als ze er zelf al even over kunnen nadenken.
Verder is er nog een punt wat we nu alvast willen bespreken. Vorige vakantie hebben we Daan een kleine tablet gegeven, waarmee ze heel handig de Impian Anak boekhouding kan bijhouden. Alle bestanden wisselen we uit via Dropbox. Daan stuurt het kasboek via dropbox naar ons. Als Peter dat heeft verwerkt, krijgt Daan een update van ‘haar’ kinderen, ook via dropbox. Ze kan dan in een oogopslag zien wat elk kind verbruikt heeft, en hoeveel saldo er voor elk kind afzonderlijk nog beschikbaar is.
Heel erg handig, en als de tablet een simkaart heeft, kan ze bij wijze van spreken op de huisbezoeken direct zien hoe het ervoor staat. Op het werk heeft Daan wifi, en in de rustige uurtjes kan ze de tablet aanzetten en vliegen de bijgewerkte bestanden en/of foto’s automatisch via dropbox van en naar Nederland. Werkt perfect!
Opan heeft ook een tablet, maar op een of andere manier krijgt hij internet daarop niet aan de praat, niet met wifi, maar ook niet met de simkaart erin. Terwijl Peter zich over de tablet ontfermt, duikt Ida de keuken in, om er even later met een paar borden gado gado uit te komen. O, en wij hadden al gegeten. Maar dit ziet er zo lekker uit! Dan eten we toch gewoon nog een keer. Volgens mij hebben we vanmiddag de lunch overgeslagen, dus dat moet kunnen.
De tablet van Opan is nog niet helemaal wat het moet zijn, maar we blijven nog wel even in Lombok, dat komt vast nog wel goed.
We zien dat het al laat is. Tien uur geweest, tijd om naar Loco te gaan. Fatan, die al wat lag te dutten, wordt helemaal wakker als we opstaan. Vervolgens staan we toch nog een klein uurtje buiten te kletsen. Het is hier zo heerlijk! Stil (als je de natuurgeluiden wegdenkt), rustig, donker.
Maar dan nemen we toch afscheid.
Als we even later in Loco komen, vinden we het zonde om al naar bed te gaan. Het is zo lekker buiten. Dus installeren we ons weer op de berugak, met een koud glaasje water (heerlijk een eigen koelkast op de kamer!). We lezen wat en ik schrijf even snel mijn dagboekje bij. Moet wel, anders ben ik alles vergeten tegen de tijd dat ik het verslag ga schrijven.
Als we net in bed liggen, om 1 uur in de nacht, krijgen we een berichtje van Daan. Of we al slapen, en ze mist ons… We gaan haar vast snel weer zien!

 
6 maart

Heel vroeg in de ochtend stuiteren we bijna ons bed uit van het lawaai. Wat is dit?! Ja hoor…de oproep voor het gebed schalt uit de moskee. Onvoorstelbaar dat we hier gisterochtend doorheen hebben geslapen!
Doordat we alle ramen open hebben staan en één van de luidsprekers van de moskee recht op ons huisje staat gericht en er geen obstakels tussen ons en de moskee zitten, horen we hem hier veel harder dan bij Bumi Aditya. Ook vermoeden we dat het geluid wat harder afgesteld staat dan voorheen.
Maar eigenlijk vind ik het wel mooi om te horen. Heerlijk, even luisteren, beseffen dat we op vakantie zijn, dan omdraaien en nog even lekker dutten.
Maar niet te lang. Het is zo vroeg in de ochtend nog enigszins koel. Hoewel, koel….iets minder heet kan ik beter zeggen.  
Even snel douchen, dan ontbijten. Weer lekker, zelfde recept als gisteren, alleen krijgen we vandaag watermeloen in plaats van buah naga.
Tijdens het ontbijt schrijven we nog even met Wahyudi, het oudste Impian Anak ‘kind’. In Nederland hebben we via Theo Coenders van VIOS, de voetbalvereniging uit Beugen, heel veel voetbalkleding gekregen.
Complete outfits voor 3 voetbalelftallen, een paar ballen en nog een flinke stapel gewone T-shirts.
De enige tegenprestatie die VIOS vroeg, was dat de spullen door een echt voetbalteam gebruikt gaan worden, en dat ze wat foto’s of filmpjes krijgen van het team in 'nieuwe' kleding krijgen.
Nou, dat kan geregeld worden. We wisten dat Wahyudi fanatiek voetbalt en hebben hem van tevoren foto’s gestuurd van de verschillende shirts. Hij heeft één van de sets uitgekozen, die hebben we nu bij ons.
De andere 2 sets komen een andere vakantie aan de beurt, als we weer ruimte in onze tassen hebben.
Wahyudi komt straks even langs om de spullen op te halen.
Even later krijgen we nog een berichtje van Daan. Mansur, de vader van Nurul, heeft gevraagd of zij ons uit wil nodigen voor vanavond. Zijn moeder is vorige week overleden,  vanavond is er een speciale herdenking. Wij zijn van harte welkom om te komen, en uiteraard ook om mee te eten.
Daar kunnen we natuurlijk geen nee tegen zeggen.
Maar eerst gaan we Wahyudi opwachten. Hij weet niet precies waar we zitten, dus lopen we even naar beneden, het dorpje in. Bij Boung en Sareah blijven we hangen. Voor we goed en wel op de berugak zitten, krijgen we van Boung een uitnodiging, namens de vader van Nurul….ja, voor de herdenkingsbijeenkomst van vanavond, waar Daan ons dus ook al voor had uitgenodigd. Joep en Marijke zijn ook uitgenodigd, en er is al geregeld dat wij vieren de maaltijd bij Boung en Sareah op de berugak krijgen. Wij vinden het allemaal prima. Op het veldje aan de andere kant van de beek, waar Mansur woont, wordt al flink gekookt. Met zeilen is er een hele overkapping gemaakt. Zo te zien worden er vanavond veel gasten verwacht.
Peter heeft het led-lampje dat we gisteren uit Ampenan hebben meegebracht en draait dat in de lege fitting van de zonne-energie installatie van Boung en Sareah. Dan even testen. Ja, het werkt. Maar de andere lamp doet het niet. O nee, zegt Boung, die was ook kapot. Hehe, waarom zeggen ze dat nu pas? Dan hadden we gisteren direct 2 lampjes mee kunnen nemen.
Wat is dit toch? Desinteresse, schaamte, bang dat wij kwaad worden omdat ze maar liefst 2 lampjes kapot hebben? Ik weet het niet, maar lastig is het in elk geval.
Als we doorvragen hoe en wat worden we niet heel veel wijzer. Welk komt er schoorvoetend uit dat ze de lamp die nu bij de berugak hangt, eigenlijk liever in de woonkamer zouden hebben, omdat ze ’s avonds toch niet ze veel meer buiten zitten.
Dus spreken we af dat we binnenkort nog een lamp in Ampenan halen en dan één lamp naar binnen verplaatsen. Dat kan niet heel veel werk zijn.
We spreken af dat we dat morgen vroeg in de middag komen opknappen, we hoeven het maar gehad te hebben.
Als Wahyudi belt dat hij in Loco bij de moskee is, lopen we hem tegemoet. Dan gaan we met zijn drieën naar ons huisje.
Pajri is al druk bezig met schoonmaken van onze kamer en verontschuldigt zich dat nu de vloer nat is. Maakt niet uit, we gaan toch lekker buiten op de berugak zitten.
Als alles een beetje droger is haal ik wat te drinken en eten erbij en haal de grote tas met kleren tevoorschijn. Wahyudi wordt er helemaal blij van.
Nu heeft zijn elftal een complete set, inclusief een speciale keepersoutfit.
We vrezen alleen dat de shirts en broeken erg groot zijn. De shirts zijn allemaal Nederlandse maat XL en hebben lekker warme Nederlands lange mouwen. De broeken variëren, er zitten een paar kleinere bij, maar ook hele grote. Ze moeten maar even kijken wat ze daarmee kunnen. Misschien kan Ibu Misroh, de vrouw van Pak Umpuk, nog een zakcentje verdienen met passend maken van de kleding. Zij werkt thuis als naaister, en heeft een paar jaar geleden via Impian Anak haar eerste elektrische naaimachine gekregen.

Wahyudi poseert alvast met een shirt en belooft ons binnenkort uit te nodigen voor een fotosessie met het team, tijdens een trainingsavond. We zijn benieuwd.
Dan kletsen we nog even bij met Wahyudi. Heel handig in perfect Engels. Wahyudi studeert Engels aan de universiteit, vandaar. En hij doet het goed. Al moeten we eerlijk toegeven dat zijn Engels ook al heel goed was voor hij aan de universitaire opleiding begon.
Na de middelbare school is hij gestopt met leren, omdat hij geen geld had voor een vervolgopleiding.
Hij heeft toen een baantje bij Kentucky Fried Chicken gekregen, in Mataram Mall. Daar heeft hij heel veel geleerd, ongetwijfeld over kippen en frietjes, maar waarschijnlijk nog meer over Engels en over de gebruiken van niet Indonesische mensen. De klandizie bij Kentucky Fried Chicken bestond voornamelijk uit toeristen en Europeanen en Australiërs die in Lombok wonen.
Toen wij een tijdje met Impian Anak bezig waren en van Pak Di, de vader van Wahyudi, hoorden dat Wahyudi nooit de kans had gehad om verder te studeren, maar dat wel graag had gedaan, hebben we beloofd op zoek te gaan naar een sponsor voor Wahyudi. En die hadden we heel snel gevonden.
Sinds 3 en een half jaar is Wahyudi dus druk met zijn studie. Zijn baan bij Kentucky Fried Chicken viel niet te combineren met zijn studie, gezien de onregelmatige werktijden. Nu werkt Wahyudi op een kantoor waar visa worden geregeld voor Lombokse mensen die in het buitenland (meestal Maleisië, Singapore of het midden oosten) gaan werken.
Daar heeft hij het erg naar zijn zin. Al denkt hij af en toe wel na over de toekomst. Wat als hij zijn diploma binnen heeft, wat waarschijnlijk over een half jaar zal zijn?
Hij zou wel graag iets doen waar hij iets meer met zijn Engels kan. Wij zien hem wel in een hotel werken of zo. Receptie, kantoor, iets waarin hij veel contact met klanten heeft.
Maar hij weet het nog niet. Hij zit voorlopig nog goed bij zijn huidige baas, en Wahyudi is die baas ook heel dankbaar voor de ruimte die hij daar krijgt om zijn studie te kunnen doen. Hij gaat normaal gesproken in de avonduren naar school, maar hij heeft onlangs een paar maanden niet kunnen werken omdat hij stage moest lopen in Oost Lombok. Vind maar eens een baas in Lombok die daaraan meewerkt!
Ook zijn de arbeidsvoorwaarden netjes. Hij heeft zelfs een ziektekostenverzekering. Die kost 60.000 IDR per maand, maar de baas betaalt een groot deel daarvan.
Daarvoor krijg je huisartsenzorg bij een van tevoren geselcteerde arts in je woonplaats/omgeving. Ook ziekenhuiszorg zit in het pakket.
Bij opname in een ziekenhuis krijg je een vergoeding voor de laagste klasse. Uitgebreidere pakketten zijn mogelijk, maar uiteraard ook duurder.
Op zich een goed principe, alleen zo jammer dat de zorg vaak minder is, zegt Wahyudi. Artsen helpen vaak liever patienten die zelf betalen, daar verdienen ze meer op. Ook zijn deze verzekeringen alleen betaalbaar voor rijkere mensen en mensen met een baan. Mensen die niet weten hoe ze elke maand rond moeten komen, hebben ook geen geld voor zo’n verzekering en blijven aangewezen op liefdadigheid, alternatieve/traditionele geneeswijzen, of minimale medische zorg. Met daarbij de opmerking dat de alternatieve/traditionele geneeswijzen ook veel goeds kunnen doen, maar vaak ook behoorlijk prijzig zijn.

Daarna hebben we het met Wahyudi nog over religie, cultuur, Europa, het vluchtelingenprobleem. Hij is van veel op de hoogte. Ook omdat hij veel bij een homestay in de buurt van Ampenan komt. Voor de gezelligheid, maar vooral ook om zijn Engels bij te spijkeren. Er logeren altijd wel westerse toeristen.
Na een uurtje moet Wahyudi er weer vandoor. Zijn teamgenoten uit Ampenan appen al waar hij blijft met de kleren.

Wij besluiten eerst een rondje Senggigi te gaan doen. Even de benen strekken.
Maar het is weer warm. Dus lassen we maar een eerste tussenstop in bij Graha. Lekker op het terrasje aan het strand. Pak Made staat ons al glimlachend op te wachten, hij is blij om Pak Peter en Ibu Peter weer te zien. Ik moet er nog steeds aan wennen, mevrouw Peter te worden genoemd. Zodra je hier getrouwd bent, word je al vaak 'de vrouw van....', zodra je eerste kind geboren wordt, verandert dat in 'mama van....', in dat geval zou ik nu dus eigenlijk Ibu Tom zijn. We kletsen even bij met Pak Made en bestellen een lekker sirsaksapje. O wat is dit genieten.
Peter krijgt het in zijn bol en besluit een stukje te gaan zwemmen, om af te koelen. Ik blijf liever lekker in de schaduw zitten en bestel nog een drankje. Terwijl ik mijn dagboekje bijwerk, zie ik Peter terug komen. Rennend en springend over het bloedhete zand. Tja, volgende keer misschien toch even een paar slippers bij het water zetten. Of mij heel lief vragen om die even te komen brengen als hij uit het water komt. We nemen nog een drankje om het af te leren en wandelen dan weer verder.
Tegen de tijd dat we bij SurfPoint aankomen zijn we wel weer aan een drankje toe. Wat een hitte. En omdat Ibu Awal zo lekker gado gado kan maken, bestellen we die er maar bij. Maar helaas, geen gado gado vandaag. Wel kunnen we mie goreng krijgen. Nou, dat is vast ook prima.
Het is hier druk. Volgens mij zijn er veel mannen uit huis gevlucht en genieten hier onder de bomen van het uitzicht, van een praatje, een sigaretje en heel af en toe van een klein (warm) briesje.
Ook Adi, de buurman van Joep en Marijke, zit er. We zagen zijn vrouw Mariam net druk bezig met poetsen in huis. Vast een prima reden voor Adi om de deur uit te gaan.
Een half uurtje later wandelen we weer verder. Maar we maken er vandaag geen lange ronde van.
Veel te heet. Bij de haven slaan we rechtsaf en lopen door Senggigi terug naar Loco.
Maar we wippen nog even binnen bij de moneychanger. Niet om geld te wisselen, maar om een telefoonkaart te kopen. Peter heeft al jaren dezelfde Indonesische telkomsel simkaart, en houdt het in Nederland trouw bij om de kaart af en toe op te waarderen via internet. Zo houdt hij altijd hetzelfde Indonesische telefoonnummer.  Mijn simkaart was verlopen (als je de kaart een tijd niet gebruikt en niet opwaardeert, vervalt hij). Veel bel ik in Lombok niet, maar voor internet is hij wel handig. Dus maar even een nieuwe kaart kopen.
Zoals gewoonlijk is het koel, zeg maar gerust koud, in het kantoortje van de moneychanger, de airco draait hier altijd op volle toeren. Ik zou bijna vragen of ik er een uurtje of zo mag blijven zitten, even afkoelen.
Maar echt gezellig is het er niet. Als we een kaart hebben, gaan we dus toch maar weer weg, de hitte in.
Nog snel een paar liter water kopen bij Yunas market en dan beginnen aan de zware klim naar boven.
Als we boven aankomen, hebben we wel weer een half litertje water verdiend. Maar niet te veel drinken, dan moeten we zo weer naar de winkel…
Voor de koelte gaan we even binnen zitten. Maar niet lang, want Peter gaat zo naar Ampenan om de duikspullen op te halen bij Pak Umpuk.
Ik ga nog maar een keer in de douche. Wat zullen we schoon zijn na een paar weken Lombok in deze hitte.
Na het douchen installeer ik me toch maar weer met een boek en een glaasje water op de berugak. Het uitzicht hier is te mooi om binnen te blijven zitten.
Peter blijft wel erg lang weg. Even later hoor ik waarom. Het verkeer tussen Ampenan en Sengiggi staat muurvast. Ja, zondagmiddag. Iedereen gaat naar het strand. En dan zijn er over een dag of 2 ook nog Hindoe feestdagen, Nyepi, Ogoh Ogoh. Doordat op Hari Nyepi, ‘stiltedag’ het hele leven in Bali letterlijk en figuurlijk stil ligt, zijn er vaak nogal wat toeristen en niet hindoe-inwoners die Bali dan ontvluchten en een paar dagen naar de buureilanden gaan. Dat zou ook nog wel wat extra drukte op Lombok kunnen opleveren. 
Hoe dan ook, Peter komt voorlopig niet vooruit en niet achteruit. Maar ik heb nu zelf ook weer internet, dus kunnen we even appen.
Het duiken morgen gaat niet door. Pak Umpuk heeft nog te veel last van zijn voet en durft het niet aan. Misschien overmorgen…
Omdat Opan zijn vrije dag hooguit tot naar dinsdag kan opschuiven, hebben ze besloten dinsdag te gaan duiken. Kan Pak Umpuk dan nog steeds niet, dan wordt het helaas een duik zonder hem erbij.
Donderdag is gereserveerd voor de eerste duikles van Zaldi en Riskia. Vooral Zaldi kijkt er erg naar uit!
Ook hoor ik van Peter dat hij bij  Ibu Misroh al wat voetbalkleren zag liggen die Wahyudi vanochtend heeft gehaald. Ibu Misroh mag ze een beetje aanpassen aan de Lombokse maten.
Dan schrijf ik nog even naar de ‘benedenburen’ Joep en Marijke. Zij zijn vanavond ook uitgenodigd voor de ceremonie van de vader van Nurul. Bij hun was er wat onduidelijkheid. De vader van Nurul, die door ons altijd Mansur werd genoemd, heet blijkbaar helemaal niet zo. Joep en Marijke kregen een uitnodiging voor de ceremonie van de moeder van Pak Maki en begrepen er dus niet veel van.
Maar alles is opgehelderd. De vader van Nurul heet Pak Maki, en hij is mansur, wat blijkbaar zoiets als koetsier van een chidomo betekent.
Ja, namen in Lombok blijven moeilijk. Ik heb in het verleden een sponsorkind heel lang aangesproken met Yatim, in de volle overtuiging dat dat zijn naam was. Toen hij in het project kwam, stond er bij zijn gegevens Anak Yatim, vandaar.
Toen ik wat meer Indonesisch leerde, kwam ik erachter dat yatim de vertaling was van ‘weeskind’. Of eigenlijk van ‘vaderloos’. De vader van het jongetje was overleden, vandaar dat zijn situatie zorgelijk genoeg was voor een plaatsje in het Impian Anak project.
Niemand van de aanwezigen durfde mij te corrigeren en te zeggen dat het jongetje Pendi/Efendi/Afandi/Apandi heet. Hoe hij nu precies heet, weet ik nog steeds niet. De p, de f en de v worden in Lombok vaak door elkaar gebruikt. Mensen zijn over het algemeen toch al niet erg secuur in namen. Als het een beetje lijkt, is het al gauw goed.
Hoe dan ook, wij gaan vanavond samen met Joep en Marijke naar Pak Maki, beter bekend als Pak Mansur!
Als Peter na een lange autorit weer aankomt, frissen we ons weer even op voor vanavond.
Dan lopen we via Joep en Marijke naar Boung en Sareah.
Daar is het een en al gezelligheid op de berugak. Veel vrouwen uit de buurt zitten er druk te kletsen.
Als wij aankomen maken ze plaats en even later zitten we bijna alleen. We bijten niet hoor…
Maar dan begrijpen we waarom de vrouwen ineens wegliepen….ze komen terug met grote schalen eten voor ons. Een paar dames lopen vervolgens terug naar huis, een paar blijven gezellig in de buurt hangen.
Het blijkt dat de officiële plechtigheid voor de overledene aan de overkant van de beek is, en dat die vanavond speciaal voor de mannen is. De bijeenkomst begint met gezamenlijke gebeden, daarna krijgt iedereen eten. Voor de vrouwen is er morgenochtend een plechtigheid.
Omdat wij vier ‘speciale gevallen’ zijn, mogen wij bij Boung op de berugak alles op afstand bijwonen, en mogen Marijke en ik (we zijn dan wel vrouwen, maar toch een beetje ‘anders’) vanavond gezellig met de mannen meekomen.
Het eten is lekker, maar vooral ook heel veel. Zeker als blijkt dat Joep en Marijke net al van een andere eetafspraak afkwamen, en de eer om alle schalen leeg te eten helemaal voor Peter en mij is.
We doen ons best, maar haken toch af voor de borden leeg zijn. Och, wat niet op is, komt later vast nog ergens goed terecht!
Tijdens het eten houdt Nurul, onze sponsordochter en kleindochter van de overledene, ons gezelschap.
Ze heeft vorig jaar haar middelbare school afgerond. Nog 4 jaar studeren op de universiteit zag ze niet zitten. Na een tijd hoopvol werk zoeken, bleek dat niet te gaan lukken zonder vakopleiding en zonder ervaring.
Toen hebben we besloten om haar toch maar verder te helpen met een éénjarige praktijkopleiding. Voorheen was de school waar ze nu naar toe gaat van instituut Belindo, en werd er gratis les gegeven aan arme kinderen die als vooropleiding wel minimaal Highschool moesten hebben gehad. Een vreemde combinatie…
Nu is de school overgenomen door een andere organisatie en moet er gewoon schoolgeld betaald worden. Maar de opleiding staat erg goed aangeschreven en Nurul heeft het er naar haar zin. Ze volgt een opleiding tot serveerster.
Ze heeft al een tijd stage gelopen bij Qunci Villa Resort, een luxe hotel/resort ten noorden van Senggigi.
Nu vertelt ze blij dat ze morgen mag beginnen aan de afsluitende stage bij Asmara Restaurant.
Daar heeft Daan, die al jaren bij Asmara werkt, vast een handje bij geholpen.  
Inmiddels zijn de gebeden aan de overkant afgelopen en is het er muisstil. Daar zit nu ongetwijfeld iedereen te eten. Even later druppelen de gasten naar buiten, de meesten met een zakje eten in de hand. Ja, in plaats van een snoepzakje na een ‘feestje’ gaat hier iedereen na de ceremonie met een zakje ‘bungkus’ eten naar huis.
We blijven nog even zitten tot de ergste drukte weg is en lopen dan naar de overkant om de gastheer Mansur en zijn vrouw te bedanken. Naar de overkant wil dus zeggen over dat bamboe-bruggetje. Het is niet lang, het is niet diep, maar ik ben best wel groot en zwaar en heb een hekel aan die verende bamboebruggetjes. Maar zonder problemen kom ik aan de overkant.
Daar is het even zoeken naar Mansur. Nu krijgen we eindelijk de kans om hem ook te condeleren met het verlies van zijn moeder, en hem een financiële bijdrage voor de plechtigheid te geven.
Ik krijg een brok in mijn keel als hij vervolgens ons heel uitgebreid gaat bedanken voor onze aanwezigheid. Het blijft onvoorstelbaar hoe het gewaardeerd wordt dat we de moeite nemen om ook dit soort bijeenkomsten bij te wonen. Of we er nu helemaal aan deelnemen of op een afstandje bij zijn, dat maakt niet uit. Gewoon het feit dat we er zijn is voor de familie een hele eer.
Een beetje stilletjes lopen we terug, komen weer zonder problemen over het bruggetje, en lopen naar ons huisje. Joep en Marijke slaan bij hun huis af, terwijl wij aan de klim naar boven beginnen.
Daar aangekomen praten we nog even na met een glaasje koud water. En genieten van de rust hier boven.




 
7 maart

Om 7 uur staan we op. Even de weersberichten checken op de telefoon. Het is nu ‘nog maar’ 24 graden, maar met een luchtvochtigheid van maar liefst 100% is de gevoelstemperatuur 31 graden Celsius. Dat belooft weer wat voor vandaag!
Maar we hebben prima geslapen. De warmte went al een klein beetje. En we klagen niet, in Nederland is het nog steeds erg koud. Na een rondje mandiën en na het ontbijtje gaan we shoppen.
Naar Mataram Mall. Gewoon, de oude Mall. Misschien gaan we later deze vakantie nog wel een keer naar een van de nieuwe winkelcentra. Maar nu even niet, we vinden de ‘oude Mall’ eigenlijk altijd wel leuk.
In het winkelcentrum is weinig veranderd sinds afgelopen augustus. We lopen een rondje en bedenken dan dat we niet echt iets nodig hebben. Maar we zien een speelgoedwinkel en kijken even of ze daar misschien een strandemmertje of iets voor Fatan hebben, dan kunnen we dat morgen meenemen naar Trawangan. We zien inderdaad een standaard zandbaksetje; emmertje, zeef, harkje, schepje en een paar vormpjes. Leuk!
Het is best een grote winkel, maar als je alle spullen met batterijen en lampjes, toeters en bellen weglaat, blijft er weinig over. We zoeken eigenlijk nog iets speciaals voor Fatan, iets waar hij langere tijd wat mee kan, en waar je (naar ons idee) ook nog iets zinnigs mee kunt doen. Iets leerzaams of zo.  
Dan zien we grote plastic blokken. Beetje Duplo-idee, maar dan wat eenvoudiger en veel goedkoper.
Voor een paar euro hebben we een hele zak vol met gewone blokken, daken en wat karretjes met wielen. Wij vinden het leuk!
Och, en nu we toch hier zijn, kijken we ook nog even of we iets leuks zien voor Daan. Of eigenlijk voor haar baby. Als de baby geboren wordt, zijn wij niet hier. Dan kunnen we maar beter nu alvast een cadeautje geven…
We zien een leuk rekje, om boven de liggende baby te zetten, met wat vrolijke dingen eraan. Zoiets hadden onze kinderen ook, heel lang geleden, en ze hebben er veel plezier van gehad.
Met een grote tas vol spullen verlaten we even later de winkel.
Bij Oceanic Café nemen we een koel drankje. Daarna gaan we weer verder.
Bij de uitgang zwicht ik voor een grote fles echte Dior Hypnotic Poison eau-de-toilette. En dat voor maar 100.000 IDR, minder dan 7 euro. Nou ja, het zal wel een beetje nep zijn, maar de originele vind ik veel te duur, en deze ruikt ook heerlijk! (en doet dat, tegen mijn verwachting in, 3 maanden later nog steeds…)
Op de terugweg maken we een tussenstop bij Rumah makan Ramayana, inmiddels ons favoriete restaurant op Lombok. Alleen jammer dat ze beperkte openingstijden hebben. Ze gaan ergens voor de middag open en sluiten weer rond 6 uur in de avond. Zo’n vroeg diner redden we meestal niet. Maar als we rond lunchtijd in de buurt zijn, wippen we meestal even binnen.
Vandaag gaan we voor de soto ayam. Heerlijk!
We zien hier zelden toeristen. Veel klandizie bestaat uit mensen die in de middagpauze even een hapje koemn eten. Kantoorpersoneel, denken we. De menukaart is niet heel uitgebreid, maar je kunt hier heerlijk eten, je hoeft nooit lang te wachten en het kost bijna niks…
Na de lunch rijden we terug naar Loco. We hebben afgesproken om vanmiddag bij Boung en Sareah een zonne-energie-lamp te verplaatsen van de berugak naar de woonkamer.
Ook willen we de aansluiting van de buitenlamp een beetje opknappen. Naar standaard Lomboks gebruik zitten de kabels primitief aan elkaar. We hebben nu speciale krimpkousjes meegebracht waarmee de verbindingen buiten wat waterdichter en dus veiliger zijn.
Als we bij Sareah aankomen horen we dat Boung in de moskee is. Ze wil al iemand sturen om hem op te halen. Als we zeggen dat hij rustig zijn gebeden af moet maken, we kunnen zonder hem ook vooruit, begint Sareah te lachen. Nee, hij zit niet te bidden, hij is voor de gezelligheid naar de moskee. Er zijn wat mannen aan het werk, en Boung ging even kijken hoe het vordert. Nou, in dat geval mag hij ons hier ook komen helpen…
Peter begint alvast met het grote priegelwerk. Eerst buiten alles maar oplappen, heerlijk in de hitte op de wiebelige ladder. Daarna mogen we naar binnen. We hebben wat schakelaartjes uit Nederland meegebracht. Iets degelijker dan de Lombokse versies die we vorige zomer hebben gebruikt, en we vervangen die ook maar direct.
Een uurtje of wat later hangt er een lamp binnen, een lamp buiten en zijn alle kabels weer netjes verbonden en voorzien van keurige schakelaars.
Boung en Sareah zijn tevreden. En wij ook.
Terwijl we genieten van een welverdiende grote kop thee met wat lekkers, kletsen we gezellig bij.
Met Sareah kan ik altijd prima Indonesisch praten. Geen idee waarom. Ze kletst aan een stuk door, gooit er af en toe wat Sasak doorheen, maar ik begrijp haar meestal wel.
Zoals elk jaar vraagt ze hoe oud wij zijn. Ze kan het niet begrijpen dat we ongeveer even oud zijn, maar dat wij nog geen kleinkinderen hebben, en zij al twee… Best wel zielig vindt ze dat voor ons. Tja, wij vinden het wel meevallen. Nu we in Lombok foor Fatan al opa en oma worden genoemd, hebben we in Nederland niet zo’n haast meer om opa en oma te worden.
We halen bij Jay nog even de nieuwe zonnepanelen en controllers op. Die hebben we in Java besteld, via Tokopedia, de Indonesische webwinkel waar veel kleine webshops en winkeliers bij zijn aangesloten, zoeits als de Chinese AliExpress. Omdat we geen vast adres hebben in Lombok laten we de spullen meestal op het kantoortje van Lombok Adventure Club in Mataram afleveren. 


Als we naar boven willen lopen, zien we Nurul. Ze is op weg naar Asmara, voor haar eerste stagedag.
Spannend! We beloven snel een keer bij Asmara langs te komen als ze aan het werk is, maar vandaag gaat dat niet meer lukken.
Daan komt net terug van Asmara. Ze heeft pauze en eet thuis een hapje. Daarna gaat ze weer terug naar Asmara, ook zij is razend nieuwsgierig hoe Nurul het gaat doen.
Als we even later weer in ons huisje zijn, gaan we eerst even wat plannen maken. We maken via sms een afspraak met Andi. We gaan samen met Andi één zonne-energie-set in Bintaro Jaya installeren. De andere komt op voorraad te liggen en gaan Wim en Joyce, die over een paar maanden naar Lombok komen, waarschijnlijk bij hun sponosrkind aanleggen.
Het is even puzzelen wanneer wij en Andi tegelijk kunnen. Andi is druk op school, en wij gaan nog een paar dagen naar Java. Daarnaast hebben we in Lombok ook al de nodige afspraken in de agenda staan. Maar het lukt om een dag te prikken dat we samen aan de slag kunnen. Dan willen we ook even bij Opan en Ida het zonnepaneel bij hun nieuwe huis aanleggen.
Met Opan, Ida en Daan maken we een afspraak voor een diner, gecombineerd met een projectvergadering. Dat gaan we donderdagavond doen, dan heeft Daan een vrije avond.
Na een uurtje op de berugak met mooi uitzicht, moeten we al weer haasten. We worden vandaag voor het avondeten in Ampenan verwacht, bij Pak Umpuk. Maar eerst even afkoelen in de douche. Vanmiddag liep de gevoelstemperatuur op tot 45 graden. Dan kan een frisse douche geen kwaad.
Het is alleen zo vervelend dat je weer warm bent voor je goed en wel onder de douche uit bent. Afdrogen lukt niet, alles blijft plakken.
Dan snel een paar foto's maken van de prachtige zonsondergang. En dan snel naar Ampenan, familie Umpuk en het eten wacht.


We zijn heel verrast als blijkt dat we met zijn allen eten. Dat wil zeggen Pak Umpuk, Ibu Misroh, Aufa en Wahyudi, die ook even langskomt. Meestal eten we alleen als we worden uitgenodigd. Maar we vinden het veel gezelliger om met zijn allen te eten. Nou, dat gaat vanavond dus weer een keer gebeuren!
Maar als er gegeten wordt, gebeurt dat in rust. Dus niet te veel praten. Geen idee waarom. Het eten gaat ook altijd vrij snel. Dan kunnen we daarna weer praten, is het idee van Pak Umpuk.
Wij vinden het prima. De schalen eten die we voorgezet krijgen, krijgen we toch niet leeg. Zelf eet de familie ook maar mondjesmaat. Van de restjes wordt vast de volgende dag/dagen ook nog gegeten.
Na het eten komt er allerlei lekker fruit tevoorschijn, al mijn favorieten, salak, watermeloen en mangistan. En gaan we gelukkig buiten zitten, waar het iets minder benauwd is.
Met een kop koffie erbij kunnen we dan ook weer volop kletsen.
De wereldproblemen worden besproken. Onder andere de vluchtelingenproblematiek, en  een ander issue, dat ook in Indonesië veel aandacht krijgt; IS.
We horen dat hier van de overheid uit veel campagnes zijn om jongeren te waarschuwen voor de gevaren van IS. Ook van Indonesië uit zijn er jongeren die naar het midden oosten trekken.
Fanatiekelingen heb je overal…
Nu we toch hier zijn maken we met Wahyudi direct een afspraak om morgenavond om 9 uur naar de voetbaltraining te komen kijken. Dan kunnen we ook foto’s maken van het team met de nieuwe kleding. Misschien tenminste….Ibu Misroh heeft het shirt voor Wahyudi al kleiner gemaakt. Een heel karwei, want het shirt moest grotendeels uit elkaar gehaald. De kosten waren 20.000 IDR, niet veel, maar waarschijnlijk voor veel jeugdvoetballers te veel om ‘zomaar’ even uit te geven. Nou, we zien wel hoeveel shirts er komen als we morgenavond naar de training gaan kijken. Anders gaan we gewoon voetbal kijken, ik zou niks leukers of boeienders kunnen bedenken op een mooie avond in Lombok….
Tja, en als we dan plannen zitten te maken, komt het hoge woord bij Pak Umpuk eruit. Hij heeft besloten om morgen toch niet mee te gaan duiken. Sneu, niet zozeer voor ons, wij komen ook wel op de gili’s, boven en onder water, zonder Pak Umpuk. Maar het bewijst wel dat hij nog steeds ontzettend veel last van zijn voet heeft. Anders zou hij ongetwijfeld meegaan.
Terwijl Wahyudi ons nog even een privéconcert geeft, met zang en gitaar à la Eric Clapton, komt Andi even gedag zeggen.
Leuk, zien we hem ook weer in het echt. We zagen net zijn moeder langslopen. Die heeft hem vast de opdracht gegeven om ons te gaan begroeten. We spreken nog even wat door over de zonne-energie installaties. Maar ons technische Indonesisch is ronduit knudde, en Andi spreekt hooguit 10 woorden Engels. Pak Umpuk mag dus vertalen, want Wahyudi is even verdwenen.
Och, als we volgende keer de gereedschappen en materialen bij de hand hebben, komt het allemaal vast goed, met handen en voeten.
Om 10 uur nemen we afscheid van iedereen. In Loco drinken we nog een glaasje fris, en dan gaan we maar niet al te laat naar bed. Morgen krijgen we weer een drukke dag.






 
8 maart

 

Na een warme nacht staan we vroeg op. Eerst even alle spullen verzamelen, even douchen en dan ontbijten.
Buiten zien we onze benedenbuurvrouw, een oud vrouwtje, weer water halen. Elke ochtend loopt ze een paar keer (heel veel trapjes) op en neer om jerrycans water te halen bij onze tuinkraan. Ze woont met haar familie iets lager dan ons, en ze hebben waarschijnlijk zelf geen water.
Het vrouwtje ziet er erg oud uit, maar leeftijden vind ik hier heel moeilijk in te schatten. Terwijl ze trappen op en af loopt en de jerrycans vult, blijft ze in zichzelf mompelen, of misschien zijn het wel gebeden die ze opzegt. Als ze weer bovenkomt met lege jerrycans en wij op de berugak, naast het kraantje, zitten, kijkt ze ons vragend aan. Dan mompelt ze iets in onze richting. Waarschijnlijk de vraag of ze water mag pakken. Daar gok ik tenminste op. Ik gebaar en zeg dat ze haar gang kan gaan. Als ze even later weer wegloopt met vele liters water, krijg ik een warme glimlach en iets wat als terima kasih klinkt. Dan loopt ze weer naar beneden en zien we haar niet meer terug, waarschijnlijk is de watervoorraad voor vandaag weer voldoende aangevuld.

We gaan zo met Opan, Ida en Fatan naar Gili Trawangan. Peter en Opan gaan duiken.
Ida, Fatan en ik gaan naar Trawangan.
Als we naar beneden lopen, horen we Opan en Ida al, maar boven alles uit horen we Daan. Opan heeft de motor bij Adi en Mariam geparkeerd. Daan heeft Fatan gezien en kakelt er vrolijk op los tegen het kleine mannetje.
Maar we hebben niet veel tijd om te kletsen. De boot wacht niet op ons. Of waarschijnlijk wel, maar wij willen niet dat de boot op ons moet wachten.
Dus zeggen we Daan gedag en vertrekken we. Volgens Ida is Fatan heel blij dat hij mee mag, met de auto en de boot! En dan naar het strand. Tja, een wereldreis!
We rijden direct door naar Teluk Nare waar de boot van Lombok Dive ligt.
Mohni en het Lombok Dive personeel zijn er al, en zijn druk bezig om alle spullen aan boord te brengen.
We begroeten Mohni en kunnen hem direct feliciteren met zijn verjaardag. Gelukkig zijn we zijn cadeautje niet vergeten. Zoals het een nette Indonesiër betaamt, wordt het cadeautje niet uitgepakt waar wij bij zijn. Nou ja, hij zal het wel leuk vinden. Het idee achter dat niet uitpakken van een cadeautje is dat het cadeau misschien tegenvalt, en dat dat aan het gezicht van de jarige is te zien. Dat zou een grote belediging zijn voor degene die het cadeautje heeft gegeven. Dus worden cadeautjes snel aan de kant gelegd, en later pas uitgepakt, als alle visite weer weg is. In Lombok is het trouwens niet gebruikelijk om cadeaus te geven bij een verjaardag. Veel mensen vieren geen verjaardag, vergeten hun eigen verjaardag nog, of weten niet eens wanneer ze jarig zijn. Al zien we de laatste jaren steeds meer echte feestjes gevierd worden ter gelegenheid van een verjaardag, vooral bij jonge kinderen.

Maar nu is er geen tijd voor een feestje, wel krijgen we een rondleiding door het nieuwe gebouw van Lombok Dive. Bij de haven waar de boot ligt hebben ze afgelopen najaar een mooi gebouw neergezet, waar de duikspullen worden opgeslagen. Ook zijn er verschillende nette doucheruimtes en toiletten. Altijd handig voor klanten en personeel. Aan de strandkant is een zitje, en daar zijn ook grote betonnen bakken waar aan het einde van de duikdag de duikspullen uitgespoeld kunnen worden. Alles ziet er keurig uit!
Er zijn vandaag geen klanten die vanuit Lombok meevaren, dus zitten we gezellig met het Lombok Dive team op de boot. Straks, op Trawangan, komen er meer klanten aan boord. Sinds Lombok Dive een  kantoor heeft op Gili Trawangan, bij Aston Hotel, is het aantal klanten van Trawangan flink toegenomen. Fijn, want op Trawangan is het altijd druk. Hier heb je veel minder last van het laagseizoen dan op Lombok zelf.


Fatan vindt het geweldig op de boot. Als hij ziet dat papa en de andere jongens aan boord niet gewoon op de banken maar op de rand van de boot zitten, wil hij dat ook. En ja, als een kind dat wil, mag dat natuurlijk. Ik hou mijn hart vast, zo’n kleine uk zonder zwemvest op de schommelende boot… Maar meestal gaat zoiets ook nog goed. Vandaag in elk geval wel.
Een kwartiertje later vaart de boot het strand van Trawangan op. Ida, Fatan en ik gaan van boord en zoeken een plekje op het strand, onder de bomen.
Ik blijf het leuk vinden, een strand met bomen. Dat is iets dat we in Nederland niet kennen.


Even later vaart de Lombok Dive boot weer weg, nu met een redelijke groep duikers aan boord.
Ik ben benieuwd hoe Opan het eraf gaat brengen. Het is voor hem al weer een tijd geleden dat hij heeft gedoken.
Ik haal het strandspeelgoed voor Fatan tevoorschijn. Het duurt even voor hij begrijpt wat de bedoeling is, maar dan heeft hij de smaak te pakken en blijven we zandtaartjes bakken.
Ik heb wat drinken en lekkere koekjes bij me. Tja, we kunnen wel een stuk gaan wandelen, of ergens op een terrasje zitten, maar we zitten hier op het strand ook prima.  En we betwijfelen of we Fatan meekrijgen. De enige kant die hij op wil is de zee in. Hij is behoorlijk watervrij en we moeten hem goed in de gaten houden. Maar we vermaken ons alle drie prima, en al snel zien we de duikboot weer terugkomen.
Ze hebben bij Sharkpoint gedoken. Opan had er toch even moeite mee, moest weer even wennen aan het duiken. Maar vanmiddag komt er nog een makkelijkere duik bij Turtle Heaven, dan kan hij vast weer optimaal genieten van het duiken.
Ze hebben nu anderhalf uur pauze. We besluiten maar gewoon bij het restaurantje hier te eten. Niet moeilijk doen, dit is lekker dichtbij, en de drukte van Trawangan hoef ik verder niet te zien.
We nodigen Mohni ook uit, voor een echte verjaardagslunch.
Het eten en drinken komt in etappes, och, het blijft Lombok. Superlekker is mijn nasi goreng ook niet. Maar de rest zit lekker te smullen van een bord spaghetti. Vooral Ida is in haar nopjes, westers eten is altijd speciaal!
Fatan maakt er een lekkere knoeiboel van, gelukkig heeft hij een mooi wit hemdje aan...



Tijdens de middagduik gaan Ida, Fatan en ik weer lekker op het strand zitten. Ida richt een slaapplekje in voor Fatan, en even later ligt er iemand heerlijk te slapen… Ja hoor, Ida slaapt en Fatan houdt mij bezig met pootjebaden en zandkastelen bouwen.
De duikers zijn vanmiddag snel terug. Ze hebben een mooie duik gehad.
Er wordt afscheid genomen van de mensen die op Trawangan blijven. Ida, Fatan en ik gaan weer aan boord. Er gaat ook nog een oude bekende mee. Oji, het broertje van ‘Muts’. Muts had altijd, weer of geen weer, een dikke gebreide muts op. Hij heet in het echt geloof ik Emi, en was jaren geleden de reserve kapitein van de Lombok Dive boot.  Zijn broertje Oji ging vaak mee om te helpen op de boot. Ze woonden in Teluk Nare, nu werkt Oji blijkbaar ergens op Trawangan, en lift hij mee terug naar het vasteland. Leuk om af en toe weer eens bekenden tegen te komen!
De terugreis gaat vlot, het water is rustig. Fatan begint al moe te worden en slaapt bijna als we in Teluk Nare zijn. Maar ja, dan moeten we van boord en is hij weer wakker. Vannacht zal hij vast prima slapen!
Maar eerst terug naar Loco. We hoeven op niemand te wachten en kunnen direct vertrekken. Dus nemen we snel afscheid van iedereen en rijden we richting Senggigi.
Onderweg verbazen we ons weer over alle bouwwerkzaamheden die we links en rechts zien. Wat een verschil is het met pakweg 9 jaar geleden, toen we hier de eerste keer waren.
Ik blijf het zeggen, het groeiende toerisme zal een zegen zijn voor Lombok, maar ik zag Lombok toch liever zoals het jaren geleden was. En ik wil er niet aan denken hoe Lombok er over 10 jaar uit zal zien, als het zo verder gaat... Of wij het dan nog zo mooi vinden, weet ik niet.
Maar nu kan het er nog ruim mee door. Och, soms moet je ook langs de gebouwen heen kijken, dan zie je de mooie natuur, de vriendelijke bevolking. En proberen de minder toeristische plekjes op te zoeken. Ook die zijn er nog genoeg. We hebben toch het idee dat heel veel toeristen niet verder komen dan het eigen hotel en een paar min of meer standaard plekken; Kuta, Senggigi, Rinjani, Senaru-waterval, misschien een paar tempels, en uiteraard Trawangan, Meno en Air. Met uitzondering van Senggigi zijn dat de plekken waar ik het minder naar mijn zin heb. Al moet ik zeggen dat ik vandaag genoten heb van het dagje Trawangan. Met zo’n kleine uk erbij is het toch heel anders. En natuurlijk ook met het gezelschap van Ida. En, wat ook heel fijn was vandaag, is dat ik niet één keer heb gedacht dat het zo belachelijk heet was. Maar ik denk dat dat over een half uurtje wel weer anders zal zijn, als we in Loco komen.

Voor we naar ons huisje gaan, stoppen we nog even bij de grote supermarkt. Even een voorraadje drinken halen. We moeten Opan, Ida en Fatan natuurlijk wel wat aan kunnen bieden als we ze zo uitnodigen in ons huisje.
En die uitnodiging nemen ze graag aan. Ze willen graag zien hoe wij hier tijdelijk wonen.
Fatan, die onderweg een beetje heeft gedut, is weer klaarwakker. Het duurt even voor iedereen alle trappen naar ons huisje op is geklommen. En ja hoor, dan klagen we alweer over de hitte… Het was niet koeler vandaag, het lag gewoon aan de plek waar we waren.
Gelukkig hebben we koel drinken met wat lekkers erbij.
En voor Fatan nog een cadeautje, de grote tas vol blokken. Tja, als opa en oma Belanda mogen we Fatan best wel een beetje verwennen, zeker als we maar 1 of 2 keer per jaar naar Lombok komen. Ida moet hem even op weg helpen met de blokken, maar dan begint hij zelf ook te bouwen. Leuk hoor!  Ida vindt het geweldig dat we zo iets moois uit Nederland hebben meegebracht….nee hoor, gewoon hier in Lombok gekocht.
Blijkbaar is Ida niet zo vaak in de speelgoedwinkel in Mataram Mall geweest.
Als Opan en Ida na een uurte weer naar huis gaan, gaan wij even opfrissen.
Vanavond eten we bij Warung Belindo, lekkere kip met frietjes! Daarna gaan we naar Ampenan.
Ja hoor het is echt waar, we gaan voetbal kijken, in Lombok. Wie had dat ooit gedacht. Nou, ik niet, ik ben niet zo’n voetbalfan. Eigenlijk is het geen voetbal, ze spelen futsal, een soort zaalvoetbal, heb ik me laten vertellen. Maar ik denk niet dat ik het verschil zie. Hooguit dat het overdekt is, en niet buiten op het gras…
Als we de straat bij Pak Umpuk in lopen, zien we al de eerste geel-zwarte voetbalshirts met reclame van Bakkerij/Cafetaria De Aanloop in Beugen. Het is een grappig gezicht. Vooral als we de pasvorm van de shirts zien. Mwah, gemiddeld zo’n 4 maatjes te groot…
Pak Umpuk en Aufa willen mee naar de sporthal. Die is ergens bij Kebon Roek in de buurt. Niet ver weg, maar volgens iedereen echt veel te ver om te lopen. Tjonge, wat een sportievelingen. Dus vertrekt er een lange stoet motoren en volgen wij met Pak Umpuk en Aufa in de auto.
De sporthal is half open, meer een afdak met halve muren dan een hal. Maar dat maakt niet uit, dan waait het lekker door, dat zou het tenminste doen als het zou waaien… Ik vind het ook zo laat op de avond nog veel te warm om te rennen, voetballen of je op wat voor manier dan ook moe te maken.
De jongemannen schijnen daar minder last van te hebben.

Van Wahyudi horen we de achtergrond van het voetbalteam. Het is geen officiële vereniging. Wahyudi is samen met een paar vrienden een tijdsverdrijf gaan zoeken, vooral omdat veel jongeren in Pondok Perasi weinig nuttige bezigheden hadden en dreigden te vervallen in hangjongeren, kleine criminelen, drank en erger. Voetbal zou een prima alternatief zijn. Dus hebben ze een groepje om zich heen gezocht dat er ook zo over dacht. Of de echte probleemgevallen in de buurt daar bij horen, betwijfel ik.
Maar hoe dan ook, deze jongens zijn in elk geval fanatiek en sportief bezig.
Veel jongens herkennen we van gezicht. Naast Wahyudi speelt er nog een ‘sponsorkind’ mee, Andi Jumadil, ‘onze elektriciën’, is keeper van het Pondok Perasi elftal.
Omdat het geen officiële vereniging is, spelen ze ook geen competitie of zo. Wel spelen ze vaak wedstrijden tegen andere (meestal ook onofficiële) teams, af en toe doen ze mee aan toernooien. Ze spelen dan om de eer, of  hebben regelingen dat de verliezers trakteren op een drankje, of dat de verliezers de huur van de zaal betalen.
De zaalhuur wordt bij de trainingen, zoals vanavond,  door de jongens zelf betaald.
Naast de gele shirts zien we ook veel roze shirts, hun huidige wedstrijdoutfit. Sorry, zegt Wahyudi, niet iedereen draagt de nieuwe kleding. Kan ik me voorstellen…de dunne luchtige en vooral passende roze shirtjes zullen toch wat fijner zitten. Nu maar hopen dat Ibu Misroh de nieuwe kleding nog op maat kan krijgen.
Wij maken wat foto’s van de spelers, zoals we beloofd hadden aan VIOS Beugen, waar we de kleding van hadden gekregen, al is dat heel moeilijk in de halfdonkere hal.
Halverwege de training verdwijnen er 2 jongens. Even later komen ze terug met 2 ijskoude flesjes water. Voor Peter en mij…ach, wat aardig. Al zien de jongens er zelf nu toch wat verhitter uit dan ons…
Als we echt genoeg foto’s hebben en genoeg voetbal hebben gezien, gaan we terug naar het huis van Pak Umpuk. Ibu Misroh zien we niet, ze ligt vast al te slapen. Aufa verdwijnt ook naar binnen en Pak Umpuk toont zijn kunsten als huisman en voorziet ons van een rondje koffie en thee. Omdat we buiten zitten kunnen we niet zien of hij die zelf heeft gezet, of dat hij Ibu Misroh daarvoor wakker heeft gemaakt…
Een half uurtje later komt met veel lawaai het voetbalteam ook weer terug.
Een deel van de jongens gaat naar huis, een deel blijft hangen bij het huis tegenover Pak Umpuk, waar altijd veel jongen op de berugak bij elkaar komen. Andi gaat ook naar huis, maar komt even later terug. Hij wil ons even laten weten dat hij al inkopen heeft gedaan voor de installatie van de zonnepanelen volgende week. Hij heeft kabel en fittingen gekocht.
Hij had van ons ook een digitale multimeter gekregen, meegebracht uit Nederland. Daar zat nog geen batterij in, bleek later. Op onze vraag of hij die nu wel heeft gekocht, is het antwoord ontkennend. Waarom niet, vragen we. Omdat hij nog een gewone multimeter heeft, die het ook doet. Ja, dat snappen we, maar soms is een digitale net even wat handiger.
Als Andi ons de aankoopbonnetjes van de spullen en het wisselgeld geeft, bedenk ik dat het overgebleven geld misschien ook net niet voldoende was om een batterij voor te kopen. Het antwoord van de andere meter die het ook nog doet, is misschien een smoesje geweest…hij is vast te verlegen om te zeggen dat we hem niet genoeg geld hadden gegeven om ook nog een batterij te kopen.
Hij weet wel precies wat voor een batterij er in de meter moet; zo’n vierkant blokje.
O, die is hier vast wel ergens te koop, we zorgen wel dat we er een hebben voor we met de stroom aan de slag gaan.
Dan gaan we weer naar huis. Het was een lange en drukke dag, en morgen hebben we weer een heel programma… Dan gaan we weer met Opan, Ida en Fatan op pad, naar Kediri en Batu Tumpeng.






 
9 maart

Vandaag wordt het weer een drukke dag. Opan heeft nog een dag vrij en we hebben afgesproken dat we samen kinderen in Kediri en Batu Tumpeng gaan bezoeken. Niet alle kinderen, maar wel de kinderen die volgend schooljaar van school gaan wisselen. Een beetje schoolkeuzebegeleiding geven dus.
Maar eerst even rustig wakker worden, douchen, ontbijten.
Als we naar beneden lopen, denken we er ineens aan dat het vandaag de dag van de zonsverduistering is. En die zou in grote delen van Indonesië te zien zijn. Wij zijn benieuwd. Maar dan horen we van Marijke dat het al voorbij is….helaas, we hebben er dus niks van gezien. Maar heel indrukwekkend was het niet in Lombok, de echte fanatieke eclips-kijkers zaten geloof ik in de Molukken en Sulawesi, daar gingen zelfs speciale eclips-reizen naar toe.

Na het ontbijt rijden we naar Peresak waar Opan, Ida en Fatan al staan te wachten.
Als ik de autodeur voor Fatan open houd, zet hij het op een krijsen. Wat is dat nou? Och, arm jochie, hij denkt dat Peter en ik hem meenemen en dat papa en mama hier blijven. Nee hoor, we gaan lekker met zijn allen in de auto. Als hij dat in de gaten krijgt, straalt zijn gezicht weer en even later rijden we richting Kediri.
Onderweg spreken we alvast wat kinderen door die we straks willen bezoeken.
Een paar kinderen ronden binnenkort Junior Highschool af en moeten dan kiezen tussen een vakopleiding of Highschool. We zijn benieuwd wat het bij iedereen gaat worden.

In Kediri, in een huizenblok waar veel sponsorkinderen wonen, is veel veranderd. Het huis waar Opan en Ida woonden is afgebroken. Dat was ook de reden van hun onverwachte verhuizing naar Peresak.
Veel andere huizen zijn ook verdwenen. Er zijn en worden wat huizen opgeknapt en herbouwd. Ook zijn er een paar sponsorkinderen een huis opgeschoven.
Ik ben helemaal de richting kwijt (heb ik wel vaker last van, maar nu nog meer) en ren maar achter de rest aan.


Als we bij Novendar voor de deur staan, herken ik weer wat. Al zijn de kamers van Novendar en zijn broers ook behoorlijk opgeknapt. De moeder van Novendar en Yaden is even hartelijk en spraakzaam als altijd. Ook de moeder van Hasan, tevens oma van Elsha, heeft ons al gezien. Zij zijn met de hele familie een huis opgeschoven. De grond waar hun vorige huisje op stond hebben ze verkocht aan iemand die op die plek een winkel wil beginnen. Zelf wonen ze nu in een degelijker huis, ze zijn er in elk geval op vooruitgegaan.
Najia en Intan, die ook in dit huizenblok woonden, zijn verder het dorp in getrokken.
Voor we het weten worden we weer omringd door bekende kinderen. Zeker als ze zien dat we foto’s bij ons hebben. Elk jaar na het uitstapje met de kinderen maken we voor elk kind dat mee is geweest een collagefoto, met een foto van de groep voor de bus en een foto van het kind alleen.
We weten dat de fotos vaak een dierbare herinnering zijn voor de kinderen, en geregeld zien we dat kinderen de foto’s van de opeenvolgende jaren bij elkaar bewaren, of mooi naast elkaar aan de muur hangen.
Het is steeds even zoeken in de stapel foto’s. Zeker met alle nieuwe kinderen erbij.
Ook Opan en Ida laten het af en toe afweten als ik vragend een foto omhoog hou. Hou maar eens ruim 100 kinderen uit elkaar.

Een stukje verderop in Kediri is alles nog bij het oude gebleven. We lopen naar het huis van Riska en Fitri.
Ook daar wordt wat verbouwd. Het schijnt dat de regio Kediri speciale budgetten heeft gekregen of vrijgemaakt voor verbetering van de huisvesting van arme gezinnen. De dorpshoofden kunnen gezinnen voordragen die extra hulp kunnen gebruiken. Het gezin van Fitri en Riska komt daar zeker voor in aanmerking. Deze gezinnen krijgen van de lokale overheid bouwmaterialen. Het werk moeten ze zelf uitvoeren of laten uitvoeren. In de praktijk komt het er meestal op neer dat dorpsgenoten elkaar hierbij helpen. Waarschijnlijk hebben de verhuizingen/verbouwingen in het huizenblok waar we net waren ook wel wat te maken met deze overheidshulp.
Bij Fitri en Riska wordt de kamar mandi, badkamer, opgeknapt. Geen idee hoe die er eerst uit zag, maar nu komen er in elk geval prachtig mooie babyroze tegeltjes in!

Uiteraard zijn we weer heel benieuwd hoe het met Fitri gaat. Zij is een van de twee kinderen uit Kediri die met behulp van Impian Anak twee keer per week naar Stichting Lombok Care gaan, waar ze therapie krijgen. Fitri is nu 9 jaar. Zij heeft een vorm van cerebrale parese, hersenverlamming. We hebben haar de eerste keer ontmoet in 2013, toen we bij het gezin op huisbezoek kwamen omdat zusje Riska in het project was gekomen. Tot op dat moment had Fitri nooit enige vorm van hulp of therapie gehad. Ze lag de hele dag in huis, op een matje op de vloer. Zelf kon ze vrijwel niets. Haar spieren werken niet mee.
Een arts waar de familie met haar was geweest, had gezegd dat er niks aan te doen was. De ouders van het meishe hebben het daar maar bij gelaten, ook omdat ze geen geld hadden om naar een ziekenhuis te gaan.
Via ons zijn ze bij het opleidingscentrum van LombokCare uitgekomen voor een onderzoek/gesprek. Uiteindelijk is Fitri bij LombokCare in behandeling gegaan. Ze gaat 2 keer per week naar therapie. Impian Anak betaalt de kosten van het vervoer naar het opleidingscentrum. Een chauffeur uit Kediri brengt Fitri en haar moeder. Sinds 2014 rijdt ook Rahman uit Kediri mee. Hij is ook beperkt, maar in mindere mate dan Fitri.
Sinds Fitri naar therapie gaat, blijft ze vooruitgang boeken, maar de vorderingen gaan mondjesmaat. Meer mogen we ook niet verwachten. Maar de ouders van Fitri zijn heel gelukkig. Fitri heeft nu meer dag- en nachtritme en is vergeleken met een kleine 3 jaar geleden veel meer kind geworden.

We treffen haar nu in een goede bui. Er kan zelfs een glimlach vanaf. Heerlijk om te zien! Maar we blijven niet te lang, we gaan haar deze vakantie ook nog een keer bezoeken tijdens een therapie-sessie.
We lopen verder van de doorgaande weg af, verder het dorp in. Leuk om Hani te zien, en vooral leuk om te zien dat ze ons nu met een grote lach tegemoet komt lopen. Nog geen twee jaar geleden was het elke keer tranen met tuiten als we ook maar enigszins in haar buurt kwamen. Maar meestal liet ze het zover niet komen, en had ze zich al verstopt als wij de straat in kwamen.
Haar glimlach wordt nu nog groter als ze hoort dat haar sponsors, Andre en Ursula, binnenkort ook nog bij haar op bezoek komen!

Inmiddels loopt er een hele groep joelende kinderen met ons mee. Intan, een van de kinderen die we per se willen bezoeken, hoort ons al van verre aankomen. Zij doet binnenkort afsluitend examen van SMP, Junior Highschool. We willen graag weten wat haar verdere plannen zijn, maar ook hoe het nu met haar gaat. Afgelopen zomer zat ze niet lekker in haar vel. De klachten deden ons denken aan puberproblemen. Wat opstandig, ontevreden over haar uiterlijk, wisselende buien, af en toe overdreven aanhankelijk. Ze is toen een tijd in behandeling geweest in een speciale kliniek, heeft daar veel medicijnen gekregen. Maar vrij plotsteling kregen we bericht dat ze niet meer terug hoefde, dat alles goed ging. Heel vreemd, vonden we, dus nu zijn we benieuwd hoe het met haar gaat.
We zien nu weer de ‘oude’ Intan. Een goedlachse spontane meid. Of dat door de behandelingen, medicijnen of vanzelf zo is gekomen, weten we niet. In elk geval zijn we blij haar weer zo te zien!
Ook heeft ze weer zin in school, en studeert al flink voor het examen. Ze vertelt enthousiast dat ze in de toekomst graag iets in de gezondheidszorg zou willen gaan doen. Maar de vakopleiding die ze daarvoor zou moeten volgen zit hier niet in de buurt. Vervoer heeft ze niet, en op kamers is geen optie voor een meisje van een jaar of 15.  Ook financieel zou dat niet haalbaar zijn.
Omdat ze verder geen keuze kan maken uit de vakopleidingen die wel in de buurt zitten, heeft ze besloten naar SMA, Highschool, te gaan. Dan doet ze in elk geval nog wat basiskennis op, en kiest ze in de loop van de opleiding ook een meer vakgerichte specialisatie ( zoals administratie/economie, talen, toerisme, technisch).
Daarna kan ze dan nog eventueel doorstromen naar een universiteit. Maar dat is van later zorg…
Na een grote kop thee wensen we haar veel succes met haar examens en nemen we afscheid van haar en haar moeder.
We lopen nog een rondje door het dorp, raken al onze foto’s kwijt en gaan dan naar Batu Tumpeng.

Daar wordt ook al flink gebouwd. Het dorpje valt onder Kediri en ook hier zijn bouwmaterialen ter beschikking gesteld aan arme huishoudens. We zijn heel blij te zien dat ook Mulhakim daarvan meeprofiteert. Mulhakim is al jaren een speciaal kind in het project.
Hij heeft op jonge leeftijd zijn ouders verloren en is toen met zijn, ook nog heel jonge, zus in het ouderlijk huis blijven wonen, ook toen het huis deels is ingestort en er op een gegeven moment niet meer dan 1 kamer overeind stond. Een oom en tante die in het buurhuis wonen, hielden (en houden nog) een oogje in het zeil. De zus van Mulhakim is nu getrouwd, inmiddels moeder geworden, en woont nu niet meer bij Mulhakim. Hij woont nu alleen. Het huisje wordt iets uitgebreid, en ongetwijfeld ook wat degelijker in elkaar gezet.



Zoals gewoonlijk is Mulhakim zelf in geen velden of wegen te bekennen. Niemand weet waar hij uithangt. Tja, dan lopen we eerst verder het dorp in en komen we straks nog een keer langs.
Als we op weg zijn naar Efendi, word ik aangesproken door een vrouw. Ze steekt een heel verhaal af maar ik begrijp er niets van. Tot dat Ida meehelpt. Het schijnt dat we even bij Novi op bezoek moeten komen. Novi is een meisje dat in ons project heeft gezeten van de SMP tot universiteit.
Helaas is ze na een jaartje universiteit zonder duidelijke aanleiding plotsteling gestopt met haar opleiding.
We hebben haar daarna nooit meer gezien en kregen ook geen duidelijke antwoorden op de vraag waarom ze gestopt was. Ze was niet getrouwd, had geen werk.
Later, toen we al wat meer geleerd hadden over meisjes, studeren en ‘vrijwillig’ naar de universiteit gaan, hadden we wel een vermoeden.
Novi kon goed leren, ze was de jongste uit het gezin en kreeg ook nog eens hulp van Impian Anak. Dan moet je voor de familie-eer wel naar de universiteit, want wat is er mooier voor een familie dan kunnen pronken met een kind op de universiteit. Helaas heeft niet elk kind zin in nog eens 4 jaar studeren… Waarschijnlijk wilde Novi zelf ook niet naar de universiteit. En dan hou je het dus geen 4 jaar vol. Meestal niet eens 1 jaar…
Tegen dat we bij het huis van Novi zijn, begrijp ik ook waarom we nu zo nodig op bezoek moeten komen.   
Novi is sinds kort moeder, en we moeten even naar de baby komen kijken! Nou, dat wil ik wel!
Novi vertelt dat ze twee weken geleden is bevallen van een gezond jongetje, 5 pond. Geen wonder dat het nog zo’n klein ukkie is. Naar Lomboks gebruik woont Novi nu tijdelijk bij haar moeder. Gewoonlijk wonen jonggehuwden die nog geen eigen huis hebben (en dat geldt voor vrijwel alle jonggehuwden) bij de ouders van de man.
Maar na een bevalling gaat de vrouw tijdelijk terug naar haar eigen moeder. Om de kunst van het moederschap te leren maar natuurlijk ook om zelf een tijdje lekker vertroeteld te worden door de eigen moeder. Zoiets als een kraamhulp kennen ze hier niet.  En zouden ze ook niet willen kennen, wie kan er beter voor je zorgen dan je eigen moeder?!
We bewonderen de baby, maken een foto van moeder en zoontje, slaan een drankje af en gaan dan weer verder.


Even later komen we weer iemand tegen die me bijna aan mijn arm meesleurt naar haar huis. Nu is het Sarmilayana, en ik begrijp heel snel waarom we mee moeten komen. Muliana is thuis!
Dit wordt echt een gedenkwaardige dag! Muliani heeft jaren in het project gezeten. Tot ze 3 jaar geleden plotseling niet kwam opdagen tijdens het jaarlijkse uitstapje. Van Novi hoorden we toen dat Muliana een paar dagen daarvoor getrouwd was. Wij dachten het verkeerd begrepen te hebben. Haha, Muliani getrouwd….ze komt net van de brugklas af. Toch even iemand erbij halen die kan vertalen. Maar helaas lag het niet aan ons gebrekkig Indonesisch. Muliani, toen 14 jaar oud, was inderdaad getrouwd. Ze was ’s avonds het huis uit gegaan, had blijkbaar een stiekum afspraakje, of plotseling een jongen ontmoet. Toen is ze pas na middernacht thuisgekomen.
Tja, dan heb je een probleem in traditioneel Lombok, zeker in de kleine dorpjes. Dan moet er getrouwd worden, want ‘er zal wel wat gebeurd zijn’.
Dat kinderen van die leeftijd wettelijk gezien niet mogen trouwen (als ik me niet vergis is de minumumleeftijd voor meisjes 16 jaar), doet er dan niet zoveel toe. Een religieus huwelijk is wel mogelijk, ook op zo’n jonge leeftijd.
Ik vond het onbegrijpelijk, en dat vind ik overigens nog steeds.
We beseffen wel dat de kinderen zo’n ‘verplicht’ huwelijk vaak zelf uitlokken. Heb je thuis even wat problemen, baal je van het thuis wonen, dan kun je het huis ‘ontvluchten’ door een huwelijk uit te lokken.
Maar het zijn niet altijd hele jonge tieners die zo’n huwelijk bewust uitlokken. Vaak zijn het ook twintigers die een vriend/vriendin hebben uit een andere klasse. Bijvoorbeeld rijk meisje, arme jongen. Omdat er in Lombok door de ouders van de jongen een bruidsschat aan de ouders van het meisje moet worden betaald, gaat dat niet lukken als de verschillen in rijkdom tussen de families te groot zijn. De arme familie van de jongen zal niet zo’n dure schoondochter kunnen ‘kopen’.  
Is het toch echte liefde, dan kan het verliefde stelletje het huis uitsluipen en pas na een dag/nacht teruggaan. Dan moet er getrouwd worden, en zullen de dorpshoofden gaan bemiddelen tussen de beide families, totdat er een bruidsschat overeengekomen is.
In Lombok wordt dit ook wel Kawin Lari, vrij vertaald ‘gestolen bruid’, genoemd. De bruid wordt min of meer door de man ontvoerd, meegenomen naar zijn familie,  en daaruit volgt een huwelijk. Al geloof (hoop!) ik dat het tegenwoordig wel altijd een ‘ontvoering’ is met instemming van de vrouw/het meisje.

Hoe dan ook, we hebben Muliani na haar huwelijk nooit meer ontmoet. Ze woont nu bij haar schoonfamilie in Rumak, maar is vandaag op bezoek bij haar eigen moeder, zusje en broertje. Wat een geluk en een toeval dat wij vandaag ook hier zijn!
We lopen snel met Sarmilayana mee.
En ja hoor, in het huisje treffen we een verlegen Muliani. Ze is erg veranderd, als we haar zo tegen waren gekomen, hadden we haar niet herkend. Maar het is toch echt Muliani.
Grappig dat haar jongere zusje ineens helemaal niet meer verlegen is. Omdat Muliani na haar huwelijk niet meer naar SMP, junior highschool, mocht (daar horen geen getrouwde meisjes te zitten), zijn haar sponsors toen Sarmilayana gaan helpen. De laatste jaren hebben we Sarmilayana dus geregeld ontmoet.
Even later komt Muliani toch ook los, en wil ze graag poseren voor een foto, en dan ook graag een foto met haar eigen mobieltje gemaakt, met mij erbij. Leuk, zo word ik vast ook nog beroemd in Rumak, bij haar schoonfamilie!
Even later nemen we afscheid van de meiden.
Nu gaan we echt op zoek naar Efendi. Hij is even oud als Intan, die we vanochtend bezocht hebben en hij moet binnenkort ook kiezen voor een vervolgopleiding.

Efendi is een slungelige jongen geworden. Komt een beetje onhandig over, is erg verlegen. En komt vandaag ook niet erg enthousiast over.
Lastig. Als Ida vraagt wat hij na SMP wil gaan doen, haalt hij zijn schouders op. SMK opperen wij, een vakopleiding? Veel jongens uit deze regio gaan naar de middelbare agrarische opleiding. Nee, dat is te ver, zegt moeder, die erbij is komen zitten. De rijkere jongens kunnen met een motor gaan, maar dat kan Efendi niet. Fietsen dan? We hebben in het verleden ook een keer een fiets voor een jongen uit Lembar gekocht, die naar een verder gelegen school moest, dat werkte prima. 
Nee, het is wel 5 kilometer naar die school, zegt moeder, dat kan niet. Als we vertellen dat kinderen in Nederland vaak veel verder moeten fietsen naar school, kijken ze ons ongelovig aan. Nee, dat fietsen wordt niks.
Maar opa, die er ook bij komt, zegt dat Efendi naar SMA, Highschool, gaat. Het ziet eruit alsof Efendi daar nog niks van wist en of hij het liefste het woord school nooit meer zou horen.
SMA zit in de buurt, zegt opa, en dan kan hij daarna misschien nog naar de universiteit….
Ja, dat hebben we eerder gehoord. Weer een familie die de planning al rond heeft.
We leggen nog maar even uit dat het wel een weloverwogen keuze moet zijn. We vinden het zonde om iemand aan een opleiding te laten beginnen die zelf niet de interesse of het doorzettingsvermogen heeft om die opleiding ook af te maken. Dan besteden we dat geld liever aan een leerling die wel echt wil.
Moeilijk hoor, moet je zo’n jongen nu gaan stimuleren met het risico dat hij zich gedwongen voelt om naar school te gaan, of moet je zeggen dat hij er maar mee stopt, in de wetenschap dat de jaren opleiding die hij al heeft gehad weinig zoden aan de dijk zetten. Met alleen Junior Highschool kan hij een baan ook wel vergeten.
We weten het ook niet, en laten het erbij. We vragen Opan en Ida om over een tijdje, als de examens voorbij zijn, nog eens langs te gaan en te polsen wat Efendi zelf wil. Vandaag gaan we daar toch niet meer achter komen. Misschien praat hij ook iets gemakkelijker als wij er niet bij zijn.

Als we weer weg willen gaan, komt Sarmilayana ineens binnenvallen. Ze heeft nog een vraagje, of ze met ons op de foto mag, gemaakt met het mobieltje van Muliani. Dat waren we net tijdens de fotosessie in haar huis blijkbaar vergeten, of die foto was mislukt. Tuurlijk meisje, dat mag! Als de foto gemaakt is, komt er nog een bekende binnen.
Nou, de tamtam in Batu Tumpeng werkt nog prima, Hamdi staat voor de deur! Wat leuk!
Hamdi was oorspronkelijk onze contacpersoon in dit dorp, vooral ook in de periode dat we hier de bouw van de basisschool en SMP hebben ondersteund. We kennen Hamdi al jaren, uit de tijd dat hij nog als student stage liep bij Lombok Dive op kantoor. Daarna is hij Engelse les gaan geven, onder andere op de nieuwe school hier in het dorp.
Daar geeft hij al een tijdje geen les meer, wat de reden daar van is, weten we niet. Het zou aan zijn gebrekkige kennis van de Engelse taal kunnen liggen. Al moeten we eerlijk toegeven dat zijn Engels vooral achteruit is gegaan sinds hij geen les meer geeft. Daarvoor was het nog enigszins redelijk.
Maar ook is het mogelijk dat hij om financiële redenen geen les meer geeft. Ondanks het feit dat hij een universitaire opleiding heeft gehad, heeft hij geen officiële lerarenstatus. Om die te krijgen, moet je veel geld en/of veel geluk hebben. Van de honderden aanmeldingen worden er vaak maar een paar leerkrachten uitgekozen. Die leerkrachten krijgen dan een officiële lerarenstatus en een goed salaris. De selectie bestaat vaak uit een soort loting. Alle kandidaten zijn per slot van rekening al afgestudeerd. Maar de geruchten gaan dat de selectie wel wat beïnvloed kan worden met behulp van smeergeld. Dan is het handig als je van goede komaf bent…
Hamdi (en heel veel pas afgestudeerde leerkrachten) heeft jarenlang voor een kleine vergoeding les gegeven, in de hoop ooit nog een keer als ‘echte leerkracht’ gecertificeerd te worden. Misschien heeft hij de hoop daarop nu opgegeven, en beseft hij dat hij beter een ander vak kan kiezen.  
De laatste tijd heeft Hamdi allerlei baantjes gehad. Van hulpje bij Lombok Dive, kapitein op een boot tussen Lombok en de Gili’s tot bakso-koerier, de Lombokse variant van de pizza-koerier.
Nu heeft hij zelf iets opgezet, en hij neemt ons graag mee om te laten zien wat dat is. We zijn benieuwd!
Hij heeft een flink huis gehuurd, met een plat dak. Daar is hij een wasserette begonnen.
Op de benedenverdieping wordt gewassen en gestreken. Op het dak hangt de was te drogen.
De klandizie bestaat niet uit toeristen of hotels, die heb je hier niet. Hij moet het hebben van lokale mensen die zelf niet willen of kunnen wassen. Omdat ze geen tijd hebben, of geen ruimte om de was te drogen. Maar misschien ook wel van mensen die zelf geen stromend water hebben. Die vroeger de was in de beek deden, maar daarmee gestopt zijn omdat de was daar niet frisser van werd. De beken hier liggen tegenwoordig vol vuilnis.
Hamdi’s vrouw Heni is er ook, samen met hun jongste zoontje Febrian.
Heni maakt een kop thee voor ons en haalt wat lekkers voor erbij. Koekjes en zoete broodjes. Fatan, die de hele dag al bijna ongemerkt met ons meehobbelt, smult ervan!
De dag vordert, we hebben straks nog wat afspraken, dus nemen we afscheid. Hamdi, die blij is ons weer te zien, loopt nog even met ons mee. Fijn, dan kan hij ook nog even mee naar onze volgende stop, bij het huis van Mulhakim. Als die tenminste thuis is.

En ja hoor, hij zit al op ons te wachten. Wat een verschil met Efendi, waar we net waren.
Mulhakim rondt dit jaar ook de SMP af. En hij weet al wat hij wil. Hij wil heel graag naar SMA. Daar wil hij de talen-specialisatie gaan volgen. Dat vinden we echt iets voor hem. Toen we hem in 2010 de eerste keer ontmoetten, hij was toen een jaar of 10, sprak hij ons al in keurig Engels aan. Heel opmerkelijk voor een jongetje in een niet-toeristische dorp.
Mulhakim is erg leergierig, hij hoort altijd bij de beste leerlingen van de klas. We hopen dat hij het ook goed zal doen op de Highschool. Hij hoopt later iets in het toerisme te kunnen doen. Het zou geweldig zijn als dat hem gaat lukken! We blijven het opmerkelijk vinden hoe zo’n jongen, zonder enige stimulans van huis uit (hij woont helemaal alleen) toch zo gemotiveerd is, en zo over de toekomst na denkt.

Een baan in het toerisme is hier wel iets waar de jongeren van dromen. Hamdi vertelt dat Rafsanjani, een jongen die we nog kennen uit de tijd dat hij hier op de Junior Highschool zat, nu op Gili Trawangan werkt. Geen idee wat hij er doet, maar hij is de held van het dorp!  
Ook Mohni, eigenaar van Lombok Dive, die oorspronkelijk uit Batu Tumpeng komt, is een groot voorbeeld voor de jeugd hier, al is hij bij de jongeren niet zo bekend omdat hij al jaren weg is uit Batu Tumpeng.
Grappig om te horen dat zo’n ‘geslaagde mensen’ wel eens op school gevraagd worden om te komen en zogenaamde motivational speeches te geven aan de kinderen.
Maar wij gaan weer eens opstappen. Een bezoekje aan de school slaan we vandaag over…geen tijd voor.
We rijden terug naar het noorden en besluiten Opan, Ida, Fatan en onszelf op een late lunch te trakteren. We vragen Opan en Ida waar ze graag zouden willen eten.

Nou, dat weet Ida wel. Buurtgenoten uit Pondok Perasi hebben in Ampenan aan de doorgaande weg richting Meninting een nieuw restaurant geopend, Rumah Makan Taliwang, heet het geloof ik. Het restaurant is heel erg mooi, en ze hebben goed eten, heeft Ida gehoord.
Het restaurant ziet er wel apart uit, beetje de lesehan stijl. Dan zit je met je gezelschap(je) op een soort berugak boven of naast visvijvers of rijstvelden. Je zit op de vloer van de berugak aan een laag tafeltje, of je hebt helemaal geen tafeltje.
Hier heb je wel een tafeltje, maar dat is het enige postieve, vind ik. De ‘berugaks’ zijn allemaal een elkaar gekoppeld, en er is weinig natuurlijks aan te vinden. Geen vijvertjes, geen rijstvelden.
Ik bestel een nasi goreng ayam, maar moet ver zoeken naar een stukje ayam. En de groente was blijkbaar vandaag ook op rantsoen.
Voor ons is het restaurant geen aanrader, maar Ida vindt het geweldig, en Fatan zit ook heerlijk te smullen.
Na het eten droppen we het gezinnetje in Peresak en rijden we terug naar Loco. Daar treffen we Jay en we nodigen hem uit voor een drankje bij ons boven. Hij belooft vanmiddag even langs te komen.
Als we zelf goed en wel boven zijn, komt hij er al aan, en hij heeft een kennis, die net op bezoek kwam, meegebracht. Een man die net als hem een trekkingbedrijfje heeft en dagtochten organiseert.
We kletsen een uurtje en genieten daarbij van een koel drankje en wat te knabbelen.
De pinda’s, gekruid, geroosterd (denken we) en met stukjes knoflook, die we bij het drankje serveren vallen in de smaak. Wat lekker, en wat grote pinda’s hebben ze in Nederland! In Lombok hebben ze alleen maaar hele kleine, zeggen de heren bijna in koor. Jaja, deze grote lekkere pinda’s  hebben we gisteren toch echt in Lombok gekocht. We zagen de zakjes liggen bij Rumah Makan Ramayana, en hebben een paar pakjes gekocht. Zo lekker krijg je ze in Nederland niet!
We hebben trouwens nog een paar cadeautjes voor Jay. Een mooi roze pakje voor zijn dochtertje, en iets voor hemzelf, als bedankje voor de hulp bij het bestellen van de zonnepanelen.
We hebben een drinkbeker laten maken met zijn foto erop, en op de andere kant groot de tekst Big Boss. Jay schatert het uit als hij het ziet. Toen we hem pas kenden, stoorden we ons altijd aan het feit dat hij Boss zei tegen elke toerist, in ongeveer elke zin die hij uitsprak.  
Op een gegeven moment zijn we dat ‘uit protest’ ook maar tegen hem gaan zeggen.
Inmiddels vliegen de Bossen je om de oren in onze messenger-gesprekken. Wat nogal eens tot verwarring leidde. Tom, die Jay op de achtergrond helpt met zijn bedrijfje, is Young Boss geworden. Ik ben nu Ibu Boss, en Peter blijft gewoon Boss. Jay zelf ook.
Terwijl we zitten te kletsen krijgen we een appje van Young Boss Tom vanuit Nederland. Hij is weer met vlag en wimpel geslaagd voor een ‘parts-examen’, en is dus weer een stukje dichter bij vliegtuigmonteur! Ook Jay, die vrijwel dagelijks contact met Tom heeft, zat al te wachten op een appje met de uitslag van het examen.
Als de heren weer weg zijn, wachten we op Adi, de vriend van Anique. Hij zou vanmiddag ook langs komen. We zijn benieuwd. Hij ontmoet ons eigenlijk liever op neutraal terrein. Dat wil zeggen in het toeristische gebied.
Ondanks zijn vrijgevochten ideeën vindt hij het toch moeilijk om zomaar een kampung in te lopen, waar iedereen weet dat hij een relatie met Anique heeft. Het is toch iets waar traditionele mensen nogal eens moeite mee hebben, en waar hij geregeld commentaar op krijgt.
We hebben hem gezegd dat hij zich daar niks van aan moet trekken. Als mensen er moeite mee hebben, is dat hun probleem. Maar helemaal zeker dat hij naar ons huisje komt, zijn we niet.
Maar even later horen we hem de trap opkomen.  Adi heeft Jacka, een vriend, meegenomen. Gezellig!

Adi komt net van zijn werk af en snakt naar een koel drankje. Even later zitten we weer heerlijk op de berugak te genieten. Als zijn ergste dorst gelest is, wil Adi heel graag ons huisje bekijken. Hij werkt nu zelf op de bouw van een gigantisch groot huis, ergens boven op een berg bij Duduk Atas. Dat huis is bijna klaar, moet vooral nog afgewerkt en ingericht worden, en Adi hoopt wat ideeën op te doen.
Ons huisje bevalt hem wel, beter dan het huis waar hij aan het werk is. We zijn uigenodigd om een keer te komen kijken op de bouw, en zijn inmiddels heel benieuwd wat voor een huis dat is. Even inplannen dus nog!
Voor vanavond willen we Adi uitnodigen om mee te gaan eten. En Jacka vragen we maar direct mee, is voor Adi ook net zo gezellig. Met Anique heb ik eerder vanmiddag al even gesproken, gevraagd waar we Adi een plezier mee zouden doen, wat eten/restaurant betreft. Dat werd vol overtuiging een etentje bij  La Chill.
Adi kijkt inderdaad blij als hij dat hoort, het is een van zijn favoriete restaurants. En Jacka ziet het ook helemaal zitten.
Als Adi en Jacka weer weg zijn, gaan we maar weer eens opfrissen. De warmte went een beetje, maar een douche op zijn tijd blijft heerlijk.

We twijfelen hoe we naar La Chill gaan. Met de auto of lopen. We zijn aan de late kant, maar besluiten toch te gaan lopen, we hebben nog niet veel kilometers gemaakt vandaag. En echt ver is het niet naar La Chill. Wel een flinke berg over, maar daar komen we letterlijk en figuurlijk ook wel overheen.
We moeten we flink doorstappen om op tijd te komen. Een kwartier later, en eigenlijk al weer toe aan een frisse douche, komen we bij La Chill aan. Adi en Jack parkeren net hun motoren. Ze kunnen bijna niet geloven dat we echt helemaal te voet zijn gekomen, we hebben toch een auto! Tja, wij zijn gewoon supersportief!
Het is lekker rustig bij La Chill. Plek zat om te gaan zitten/liggen/hangen. Maar we gaan toch maar voor een gewone tafel om aan te zitten. De zitzakken op het strand zijn leuk, zien er gezellig uit, maar daarvoor ben ik dan weer net niet sportief genoeg. Vooral als je wil eten vind ik het maar onhandig.
La Chill is een hippe tent, maar wel op een leuke manier, en met een prachtig uitzicht. Rond zonsondergang is het meestal druk met (lokale) jongeren die veel selfies maken van zichzelf en hun vrienden, terwijl ze in de zitzakken hangen. Peter en ik zijn er vorig jaar ook een keer gaan zitten/liggen. Ik voelde me hoogbejaard tussen alle pubers, vooral toen ik weer overeind moest komen…  
Nu is de zon al onder en het is heerlijk rustig. Terwijl de heren allemaal aan de bintang gaan, geniet ik van een aparte ijsthee met lemongrass.
Ik bestel risotto met zeevruchten, Peter vis met frietjes, Adi en Jacka kip met frietjes.
Als het eten komt zijn we voorlopig stil, we genieten van het eten. En ik eet de lekkerste risotto ooit… Heerlijk, perfect!
Na het eten blijven we nog gezellig hangen. Dat is het voordeel van hier eten ten opzichte van de lokale warungs. Daar is het eten en wegwezen. Hier kun je er een avondvullend programma van maken. Lekker zitten, eten, daarna nog wat lekkers drinken.
Inmiddels is het restaurant vrijwel leeg en we zien dat het ook al half 11 is. Tijd om weer eens op te stappen. Wij mogen nog een stukje wandelen. En Adi moet morgenvroeg weer op tijd aan het werk.  
We spreken met Adi af dat we morgen aan het einde van de ochtend even langskomen om te kijken waar hij werkt.
Als we vertrekken bieden Adi en Jacka ons een lift aan achter op de motor. Nou, heel aardig, maar liever niet…
We lopen lekker, op ons gemak, we hebben nu geen haast.
In Loco treffen we Joep, Marijke, Adi en Mariam weer midden in een fanatiek kaartspel. Voor Joep en Marijke zit het verblijf in Lombok er al weer bijna op. Morgen vertrekken ze, vroeg in de ochtend. Dan zijn we dus nog net op tijd om ze een hele goede reis te wensen. Later in Nederland kletsen we wel een keer uitgebreid bij, daar hebben we de afgelopen dagen eigenlijk geen tijd voor gehad.
Als we even later weer boven zijn, zijn we weer toe aan een ijskoud glas water. Heerlijk zo’n koelkastje op de kamer!
Dan duiken we weer ons bed in, heerlijk slapen!






 
10 maart

Na een lekker ontbijt en een paar uurtjes helemaal niks (nou ja, wasje doen, opruimen, dagboekje bijwerken, foto’s sorteren enzo) gaan we op pad.
Eerst even bij het kantoor van Lombok Dive langs, op de Pasar Seni. Daar staan een paar tanks klaar. Vanmiddag gaan Peter, Pak Umpuk, Zaldi en Riskia duiken in Kecinan, een baai net onder Teluk Nare.
Met de tanks in de auto rijden we weer naar het zuiden, Senggigi uit. Op zoek naar Adi op zijn nieuwe werkplek.
Hij heeft ons gisteren uitgelegd hoe we er moeten komen; bij het bordje Oma Sittard de berg op en dan heel lang die weg blijven volgen. Het bordje Oma Sittard hebben we wel ooit gezien, maar dat is al heel wat jaren geleden. En het bord is nu net zo verdwenen als het bijbehorende restaurant of cafe, of wat het ooit was.
Maar heel veel wegen gaan er niet de berg op, en we gokken maar dat we de goede weg hebben.
Het gaat in elk geval steil omhoog. We zijn hier nog nooit geweest en kijken onze ogen uit.
Wat een huizen liggen hier tegen de berg aan! We vinden ze lang niet allemaal mooi, maar het zijn wel enorme gebouwen. Flinke tuinen met hoge hekken eromheen, en de meesten hebben ongetwijfeld een geweldig uitzicht over Senggigi en omgeving.
We kijken uit naar een bouwplek. Nou, er wordt redelijk wat gebouwd en verbouwd, maar Adi schrijft dat hij aan de weg staat te wachten. We zien vanalles, maar geen Adi. Dus nog maar verder. Na een tijdje hebben we het vermoeden dat we misschien helemaal verkeerd zitten. Via de telefoon worden we ook niet veel wijzer. Adi zegt dat hij ons tegemoet komt. Dus goed kijken of we hem zien. Druk is het hier niet, dus kunnen we hem niet missen. Als we tenminste op de goede weg zitten.
Als we denken dat we niet meer verder kunnen, zien we Adi aankomen. We moeten dus nog een heel stuk verder omhoog, en de weg is hier niet optimaal. Maar we komen er.
We parkeren de auto bij een grote bouwplaats. Pas als we verder lopen, zien we het kolossale huis.
We zijn er even sprakeloos van. De eerste reactie is ‘wat groot’, de tweede is ‘wat lelijk’.
Tja, smaken verschillen, dit is niet echt een knus huisje op een berg. Het is een gigantisch groot blok, vreemde bouwstijl, weinig samenhang. Adi snapt ons helemaal. Het is ook niet zijn smaak, maar werk is werk. Dit huis werd door een aannemer gebouwd, maar die heeft zich teruggetrokken. De nieuwe baas van Adi bouwt het nu verder af, en probeert er in overleg met de eigenaar iets moois van te maken.
Door de vreemde materiaalkeuzes en indelingen die er eerder al zijn gemaakt, valt dat niet mee, denken we.   
Binnen zijn veel verschillende mensen aan het werk. Van deuren afstellen tot vloeren schuren. Er moet nog heel veel gebeuren, en het lijkt ons een hele klus om dat allemaal op elkaar af te stemmen. Zie in Lombok maar eens concrete afspraken met iemand te maken, over uit te voeren werk, over te leveren materialen. Maar dat is dus Adi’s taak. Hij is een beetje de regelneef. Zorgt dat de spullen op tijd komen, dat de werkmensen er zijn, dat iedereen zijn afspraken nakomt. Ook heeft hij inspraak in de verdere afwerking en inrichting.
Een hele klus, zeker zonder echte ervaring in die richting. Adi’s grote voordeel is dat hij lokaal is, maar prima Engels spreekt, en dus ook goed kan communiceren en bemiddelen (puur taaltechnisch, maar vooral ook cultuurtechnisch) tussen de aannemer en de werklui. We krijgen van Adi een rondleiding door het gebouw. We begrijpen er niks van. Het hele huis kost ongetwijfeld vele tonnen (en dan hebben we het niet over roepia’s). Als wij zoveel geld hadden te besteden, zouden we het huis wat bescheidener maken, maar de afwerking beter. Die is nogal knullig. De stopcontacten en lichtschakelaars zitten scheef, en op onhandige plaatsen. In een van de badkamers zit een mooie natuurstenen wastafel op een houten plankje dat we nog niet in de schuur zouden gebruiken. Daarnaast hangt dan weer een ronduit lelijk plastic douchepaneel.
Als er dan toch veel geld uitgegeven wordt, waarom dan niet wat degelijke/mooie materialen uit  Australië of Europa laten komen, als dat hier niet is te krijgen? Maar ja, wij hoeven hier niet te wonen…
Het uitzicht is hier wel gigantisch mooi. Aan de voorkant van het huis kijk je uit over Senggigi, zelfs vanuit het (al gevulde) zwembad heb je dat mooie uitzicht! Aan de zijkant van het huis kijk je over Mataram uit.






Maar zover kunnen kijken, wil ook zeggen dat je heel hoog zit, en dat je dus ook ver van de ‘normale’ wereld zit. Nee, laat ons maar lekker op ons bergje in Loco zitten, tussen de gewone Lombokse mensen.
Adi heeft even pauze en biedt ons een drankje aan. We maken ook kennis met Adi’s baas. Hij woont hier ook in de buurt, in een vee knusser en kleiner huis, maar met hetzelfde mooie uitzicht over Senggigi.  Ik herken het huis van foto’s die Anique vorig jaar heeft gemaakt, toen zij er met Adi op bezoek is geweest.  
We worden gastvrij uitgenodigd om langs te komen wanneer we willen, en om nu rustig te blijven zitten op het terras, maar we willen de heren niet ophouden. En zelf hebben we ook nog wat te doen vandaag.

Dus rijden we weer de berg af en gaan een hapje eten bij Rumah Makan Ramayana, lekker gado gado met een grote beker es teler.
Na de lunch rijden we naar Ampenan, Pondok Perasi om precies te zijn.  Riskia en Zaldi zouden om half 2 uit school zijn, en we hebben afgesproken dat we om 2 uur gaan duiken.
Als we even na half 2 aankomen, staat Zaldi ons al op te wachten, hij is zo blij dat hij nu echt kan gaan duiken! Tot nu toe ligt hij elke vrije minuut snorkelend in het water, maar ‘echt’ duiken is zijn grote droom. Riskia is er nog niet, maar die zal zo wel komen. Onder het genot van een glas thee wachten we. En wachten we nog langer.
Het is al 2 uur geweest, en Riskia is nog niet gesignaleerd.
Pak Umpuk wordt ook ongeduldig en geeft Ibu Misroh opdracht om Riskia te bellen. Maar ze neemt haar mobieltje niet op. We besluiten nog 10 minuten te wachten en dan te gaan, met of zonder Riskia.
Pak Umpuk kijkt er moeilijk bij. Kunnen we dan niet een andere keer gaan, zegt hij. Volgende week of zo, of later vanmiddag? Nou, nee. Zaldi is heel enthousiast om te gaan, en Peter ook.
We hebben vanochtend al alle spullen geregeld, tanks opgehaald. En er was duidelijk afgesproken dat we om 2 uur zouden vertrekken.
Jammer voor Riskia, maar we willen Zaldi niet teleurstellen. Later vanmiddag redden we niet, dan komen we met ons eigen avondprogramma in de knoop. En volgende week hebben we ook al allerlei afspraken staan. Geen idee of het dan nog lukt om met Riskia en Zaldi samen een middag te plannen.
Als Pak Umpuk beseft dat we toch echt willen gaan, zonder Riskia, zegt hij dat Zaldi dan maar thuis op Riskia moet wachten en samen met haar met de motor na moet komen als ze uit school is.
Nou, dat zien wij dan weer niet zitten. Straks komt Riskia niet, en loopt Zaldi zijn duik ook mis. Dan kan Riskia ook alleen met de motor komen, als ze thuis is, zeggen we.
We worden wat harder in dit soort dingen. Hier worden afspraken niet zo secuur genomen, maar we vinden het vervelend om onze afspraken met andere mensen niet na te kunnen komen door dit soort dingen. Pak Umpuk begrijpt dat ook wel, maar vindt het jammer voor zijn dochter dat ze nu niet mee kan.
Als we op weg zijn, bedenk ik dat ik eigenlijk weinig zin heb om helemaal mee te gaan naar Kecinan, en daar vervolgens een uur naar het water te zitten kijken tot de duikers weer boven zijn.
De spullen die niet mee onder water gaan, kunnen in de auto blijven liggen, en de autosleutel mag in het waterdichte doosje mee duiken. Ze hebben mij dus ook helemaal niet nodig straks.
Dus laat ik me in Senggigi aan de Jalan Raya afzetten en loop van daaruit terug naar ons huisje.
Het duurt even voor ik de weg over kan, er komt een hele stoet dure auto’s voorbij, met heel veel politiebegeleiding.
Misschien zit de prinses van Thailand er wel in, die zou nu in Lombok zijn, en volgens mij vandaag bij Asmara gaan eten. Morgen gaat ze bij Roemah Langko eten, en daar gaan wij toevallig vanavond eten…
Als de hele stoet voorbij is, loop ik snel naar huis…want het begint te regenen. Maar voor ik bij het huis ben, is het al weer droog.

Boven ga ik eerst maar een glaasje water drinken, dan een beetje lezen. Dat doe ik hier veel te weinig. Alleen ’s avonds in bed kom ik aan een boek toe, maar dan vallen mijn ogen meestal snel dicht.
Na een paar bladzijden gelezen te hebben, bedenk ik dat ik ook nog spullen in moet pakken voor de komende dagen. Morgen gaan we op vakantie! Voor de eerste keer naar Java. Spannend.
We blijven niet lang en nemen alleen handbagage mee, niet veel dus. Maar dan moet ik des te beter bedenken wat we mee moeten nemen…
Om 4 uur belt Peter, ze zijn terug in Senggigi en zijn nog even bezig bij Lombok Dive op kantoor. Terug rijden naar Pondok Perasi om Pak Umpuk en Zaldi af te leveren en daarna weer naar Loco om om te kleden en Daan en mij op te halen wordt krap, want we moeten vanavond om 6 uur bij Roemah Langko zijn.  
Dus neemt hij Pak Umpuk en Zaldi even mee naar ons huis, dan kan Peter omkleden en leveren we Pak Umpuk en Zaldi onderweg naar Roemah Langko af. Dat scheelt heel veel op en neer rijden.
Een kwartiertje later komen de mannen de berg op. Zaldi is razend enthousiast, hij heeft erg genoten van de duik. En volgens Peter deed hij het helemaal niet slecht. Wat zou Pak Di trots zijn op zijn zoon, zo jammer dat hij dit niet meer mee kan maken.
Terwijl Peter een douche neemt, hou ik Pak Umpuk en Zaldi aan de praat. Gelukkig gaat het alweer beter met Pak Umpuk’s voet. Nu maar hopen dat hij het volhoudt om rustig aan te doen. Niet 7 dagen in de week duiken. Of alleen duiken en het sjouwwerk door de jonge garde laten doen. Maar ja, dat zit niet in zijn aard. Bij hem is het echt hard werken tot het niet meer kan. Lastig hoor…
Als Peter klaar is, gaan we op pad. Onderweg staat Daan ons al op te wachten, in een hele lange wijde paarse jurk, traditionele stijl. Zo kennen we haar niet. Normaalgesproken draagt ze een spijkerbroek en t-shirtje. Maar we gaan sjiek uit-eten vanavond.
Het duurt even voor we de kampung uit zijn. Dat ligt aan Pak Umpuk. Iedereen in Senggigi en verre omgeving kent hem volgens mij. Bij iedereen in kampung Loco moet hij even een praatje maken.
Maar na een tijdje komen we toch bij de auto aan en gaan we op pad. Zaldi en Pak Umpuk leveren we in Pondok Perasi af. Van Riskia hebben we niks meer gehoord. Nog steeds niet terug uit school, boos dat we niet op haar hebben gewacht, of misschien toch niet zo veel zin om te duiken...

Met Daan rijden we verder naar Roemah Langko. Daan weet de weg, want haar man Rohman werkt er sinds kort in de keuken.
Het restaurant ziet er apart uit. Een nieuw gebouw, de witte buitenkant doet vaag denken aan een griekse tempel, maar het is ongetwijfeld koloniale stijl. Luxe uitstraling, maar niet echt knus of gezellig.
Een gastvrouw loopt met ons mee naar de tafel. We eten in een grote zaal.
Ook daar oogt alles steriel, pompeus en ietwat kitscherig. Grote bonte bloemstukken die er volgens mij te keurig uitzien om echt te zijn, oude radio's, een oude grammofoon, veel (delfts-blauwe) borden aan de wand. Felle verlichting, veel spiegels en veel goud en hout in het interieur. Er zijn niet veel klanten, maar het is misschien ook nog wat te vroeg.  
Toeristen zullen hier niet veel komen, denk ik. Het ziet er uit als een restaurant voor de lokale hogere klasse, zakendiners enzo.
Als we net aan tafel zitten, komt Ida er aan. Ze is alleen. Fatan is bij opa en oma, die een avondje oppassen, en Opan is nog onderweg vanuit zijn werk in Labuapi.
De menukaart ziet er goed uit, er is een ruime keuze uit traditionele gerechten.
We kiezen alvast een drankje en bestellen een paar voorgerechten. Dan kunnen we alvast wat proeven terwijl we op Opan wachten.
De bediening spreekt heel gebrekkig Engels. Maar Daan gaat enthousiast vertalen voor ons. Zonder dat hadden we het ook wel gered, maar Daan is en blijft een serveerster, en laat even horen hoe het moet als je toeristen in je restaurant krijgt. Ik bestel een ‘nieuw’ sapje. Jus Kedondong. Nog nooit gehad. Ik heb zelfs nog nooit van kedondong gehoord. Daan zegt dat er voor ons huisje tegen de berg aan een kedondong-boom staat. Nou, dan moet ik morgen maar eens kijken wat erin hangt.
Het sapje is in elk geval lekker, bijna gifgroen met een fris-zure smaak.

Als hapjes vooraf bestellen we ote-ote, maiskoekjes en iets van 'musrum', nou ja, eigenlijk paddestoeltjes, misschien wel de Trawangan paddo’s, lachen we.
Als de voorgerechten op tafel komen, komt Opan net binnen. Mooi op tijd!
De ote-ote en maiskoekjes zijn bekend, maar ze zijn hier wel erg lekker. De paddestoeltjes zijn apart. Lange smalle paddestoeltjes, in een beslagje gesopt en gefrituurd. Erg lekker.
Bij de serveerster ontstaat dan wat verwarring over onze verdere bestellingen. We hebben nog geen hoofdgerechten besteld, maar op een of andere manier is het moeilijk om ons allemaal weer een menukaart te geven.
Tot Daan weer even kordaat optreedt en alles in orde maakt.
Als we de bestellingen hebben doorgegeven, beginnen we maar met het ‘zakelijke’ gedeelte. We willen graag wat Impian Anak dingen bespreken. De grote groep nieuwe kinderen, de taakverdeling tussen Daan, Opan en Ida. Het uitstapje voor komende zomer. De inkopen van schoolspullen, en de kinderen die het komende schooljaar naar een nieuwe school gaan.
Als het hoofdgerecht komt, stoppen we de vergadering maar even. Eerst eten, dan weer verder praten.
Rohman komt even uit de keuken om ons smakelijk eten te wensen, en ook om even officieel kennis met Peter en mij te maken, want we hebben hem nog nooit ontmoet. Maar hij is erg verlegen en gaat weer snel aan het werk.
Na het heerlijke eten gaan we verder met de vergadering. We vergaderen in 4 talen. Nederlands tussen Peter en mij, Bahasa Indonesia en/of Engels tussen ons allen, en dan af en toe nog onderling overleg in het Sasak tussen Daan, Opan en Ida. Och, we komen er wel uit. We merken dat Ida het Engels steeds beter oppakt, dat wij ook minder moeite hebben met Indonesisch, en dat we zelfs het Sasak soms in grote lijnen kunnen volgen.
Het wordt een lange en geslaagde avond. Het restaurant is een aanrader. Bijzonder eten, bijzondere sfeer, al zou ik er zelf iets gezelligers van proberen te maken. Maar ja, smaken verschillen.
Als we uitgegeten, gedronken en vergaderd zijn, stappen we weer op. Opan en Ida rijden terug naar Ampenan om Fatan op te pikken. Daan wacht even tot Rohman’s dienst erop zit en gaat dan met hem naar Sayang Sayang. En Peter en ik rijden terug naar Loco.
Daar nemen we een frisse douche en duiken dan in bed. Morgen vertrekken we om 9 uur naar het vliegveld. Voor die tijd pakken we de rest van onze spullen nog wel in.

 
11 maart

Vandaag gaan we naar Java! Om 6 uur springen we uit bed, even douchen, en dan spullen verzamelen die mee moeten. We krijgen op tijd ons ontbijt en genieten nog even van het mooie uitzicht hier. Wie weet waar we het de komende dagen mee moeten doen…
Om 9 uur brengt Jay ons naar het vliegveld. De weg naar het vliegveld wordt steeds breder. Op sommige plaatsen is hij zelfs 4 banen breed, met speciale op- en afrit-banen. Heel mooi, maar zonder ander verkeer op de weg lijkt het ietwat overdreven. Maar misschien is het op andere tijdstippen wel drukker.
Het inchecken gaat vlot. We hebben alleen handbagage mee, lekker handig!
We gaan zitten in een restaurantje en nemen een kop koffie. We zijn ruim op tijd en ik ga even mijn verslag bijwerken. De komende dagen kom ik daar waarschijnlijk niet aan toe.
Het is niet te geloven. Onze Wings Air vlucht vertrekt 10 minuten te vroeg. Maar we vliegen eerst naar Bali. Van daaruit nemen we een vlucht naar Bandung, we zijn er dus nog lang niet.
De stewardess is moe. Is vast ook vroeg opgestaan vanochtend, want voor we opstijgen zit ze al te knikkebollen in haar stoel.
Veel werk hebben ze ook niet op deze vlucht van een half uur.

We hebben net genoeg tijd om even de ‘Doa-doa perjalanan’ kaart door te nemen die bij elke stoel ligt, bij de instructies voor noodlandingen en de zakjes voor luchtziekte.
We hebben deze kaarten eerder gezien, met voor elke religie een soort gebed. Voor een veilige vlucht, voor een kapabele bemanning en voor een goede reis… Lijkt me geweldig voor mensen met vliegangst.
Maar ik vind het wel leuk om even door te lezen.
Als we goed en wel in de lucht zitten, gaan we alweer dalen en even later zijn we in Denpasar.

Daar mogen we anderhalf uur wachten op de volgende vlucht. Die tijd gebruiken we maar voor een lunch. We kunnen uitgebreid lunchen, want de volgende vlucht heeft wat vertraging. Maar uiteindelijk valt het mee. Een kwartier te laat vertrekken we in een vrij leeg vliegtuig. De vlucht naar Bandung gaat vlot. Tegen aankomst ga ik uitkijken naar het uitzicht waar Anique me op heeft gewezen. Zij is in januari met Adi ook naar Java geweest. Vlak voor de landing heb je een mooi uitzicht over de bergen, en over de stad, zei ze.
Nou, wij zien niet veel. We landen in een flinke plensbui, en zien alleen maar grauwe lucht en regen.  Heel veel regen. Zoveel dat er een speciale uitstap-procedure komt. We staan niet aan een aviobrug en moeten een flink stuk over het vliegveld naar het gebouw lopen.
Met een wagentje worden er een stuk of 8 paraplu’s naar ons toestel gebracht. Daarmee kunnen de eerste 8 passagiers naar het gebouw lopen, waarna het wagentje weer terugkomt met de paraplu’s om de volgende 8 passagiers op te halen. Gelukkig zat het toestel niet vol, want erg snel gaat het niet.
Als we vooraan staan, pakken we onze eigen parapluutjes maar uit de tas, hebben we die niet voor niks meegenomen. We bedenken nu dat we geen jas, dichte schoenen of iets bij ons hebben. Alleen 2 kleine inklapbare parapluutjes, die min of meer toevallig nog in de rugzak zaten.
Stom van ons….maar het was de afgelopen week zo’n mooi weer in Lombok, dat je niet aan regen of slecht weer denkt.
De paraplus houden weinig regen tegen. En als we halverwege het gebouw zijn, geeft een vliegtuig waar we net achter lopen even gas. Peter loopt voor me en ik zie zijn paraplu afbreken en wegvliegen. Zijn pet gaat er ook vandoor. Peter kan de halve weggewaaide paraplu nog onder een auto vandaan halen, maar zijn trouwe vakantiepet is voorgoed op reis, zonder Peter. Ik kan mijn paraplu nog net in bedwang houden, maar we zijn allebei doorweekt. Op de glibberige teenslippers glijden we het vliegveldgebouw in. Daar is het vreselijk druk en chaotisch. We rennen achter de eerste de beste man aan die ons naar een taxi belooft te brengen. Weer naar buiten dus, de regen in, maar de man houdt galant een paraplu boven ons hoofd. Niet dat dat helpt, maar als we bij de taxi zijn wil hij toch een fooitje voor die service.

De taxi brengt ons in 10 minuten naar ons hotel. Dat ligt op een afgesloten terrein, een soort winkelgebied, denken we. We rekenen 50.000 IDR af voor de taxi, en moeten 10.000 extra betalen omdat de chauffeur zo weer het afgesloten terrein uit moet komen.
In het hotel lopen we voorzichtig over de spiegelgladde witte tegels naar binnen. Druppelend staan we bij de receptie, daar mogen ze zo wel weer dweilen. Gelukkig gaat alles snel. We hebben via internet geboekt, en hebben kopie paspoorten bij ons.
Even later staan we in onze kamer. Die ziet er keurig uit. Bijna steriel schoon, en met een moderne inrichting.
Het is half vier en we besluiten toch maar een stuk te gaan wandelen. Het lijkt of de regen iets minder wordt. Misschien kunnen we ergens een paraplu, regencape en/of pet kopen.
Ook willen we onze treinkaartjes ophalen bij het station. Morgen gaan we met de trein naar Yogyakarta, en we hebben de treinkaartjes via internet geboekt. Met een speciale code kunnen we op het station de echte tickets printen. Als we dat vanmiddag regelen, hoeven we dat morgenochtend niet meer te doen.

Bij de receptie wijzen ze ons de weg naar het station. De wijk waar het hotel ligt is vreemd. Het is geen winkelcentrum. Daarvoor zijn er te weinig winkels. Er liggen wat restaurantjes, uitgaansgelegenheden en veel leegstaande kantoortjes en een paar gevulde kantoortjes. Maar wat hier zo bijzonder aan is dat je moet betalen om er met de auto in te komen, weten we ook niet.
Het houdt op met regenen, maar alle straten (en gaten in de straten) staan vol water.
Als we even later in de buurt van het station komen, raast het verkeer aan alle kanten om ons heen. Op goed geluk rennen we de weg over. De straat naar het station is een puinhoop. Modderig, nat, smerig en alles staat vol met grote en kleine vrachtauto’s. Er zitten veel expeditiebedrijfjes. Waarschijnlijk voor goederenvervoer per trein. Er worden ook veel goederen van de ene naar de andere vrachtauto overgeladen, onder primitief gespannen luifeltjes en zeiltjes, om de spullen een beetje droog te houden.






Het station zelf ziet er wat netter uit, aan de binnenkant tenminste, maar de stationshal is erg klein. Maar ik herken het wel van de foto’s van Anique, en weet dus ook al waar de kaartjesautomaat moet staan. Maar daar staat hij dus niet. Vreemd, we zien niets wat er ook maar een beetje op lijkt. Een appje naar Anique brengt ook geen duidelijkheid. De automaat die we zoeken is verdwenen, dus vragen we het maar aan een medewerker. Die verwijst ons naar een gewone computer met printer die in een hoek staat. Maar hij vertelt dat we de kaartjes pas morgenvroeg kunnen krijgen. Vreemd, Anique schreef net dat zij ze ook de middag tevoren had opgehaald. Maar ja, we zien morgen wel of het lukt.
Nu lopen we weer terug, en het begint weer zachtjes te regenen. Bah!
Veel winkels zien we ook niet. Zelfs geen kraampjes met paraplus of regencapes. Een pet voor Peter lukt ook niet, maar tegen de zon heeft hij hem nu ook nog niet nodig.
Er staan overal kraampjes met lekker eten, maar buiten of onder een zielig tentzeiltje zitten trekt ons nu niet zo.
Als we een Dunkin Donuts zien, gaan we maar even schuilen en genieten van een warme cappucino met een heerlijke donut erbij. Als het weer droog is, lopen we verder en kopen in een supermarktje wat drinken en eten voor morgen in de trein.


Dan hebben we eigenlijk wel genoeg van Bandung gezien. Ongetwijfeld is er nog veel moois te zien in deze stad, maar we zitten niet in de beste buurt, en het weer werkt ook niet mee. We gaan op zoek naar een plek waar we kunnen eten en besluiten dat maar in de buurt van het hotel te doen, waar een soort foodmarket zat.
Het is een gezellig half overdekt plein met allemaal kleine restaurantjes eromheen. Daar kun je eten bestellen en op het plein opeten. Elk restaurantje/afhaalloket heeft zijn eigen specialiteit. Drinken bestel je weer bij een apart kraampje. Soms een beetje onhandig, je eten en drinken op verschillende plekken bij elkaar sprokkelen, maar als je met meer mensen wil eten, en iedereen heeft eigen wensen, dan is zoiets ideaal.
We gaan voor een nasi gudeg. We hadden er nooit van gehoord, maar kregen vandaag via facebook de tip dat we dat beslist in Yogyakarta moeten gaan eten. Aangezien we maar één dag in Yogyakarta blijven, nemen we nu maar vast nasi gudeg. Misschien is de Bandung variant ook wel goed.
En dat is hij! We genieten van het eten, van het geluid van de regen die op het afdak klettert en van de gezellige drukte om ons heen. Na het eten wandelen we knus met zijn tweetjes onder een klein parapluutje terug naar het hotel. Daar hangen we onze kleren te drogen, nemen een douche en gaan maar een film kijken. Leuk, Engelstalig met Indonesische ondertiteling.
Het is heerlijk koel op de kamer, wat een verschil met Lombok, maar dat komt uiteraard door de airco. Maar als ik moet kiezen, overdag droog en ’s nachts heet, of overdag regen en koele nachten, dan ga ik toch voor de droog-hete variant. We kijken de film niet af, hebben hem ook al eerder gezien.
We gaan op tijd slapen, want morgen vertrekt de trein om 20 over 7 in de ochtend, hopelijk met een stralend zonnetje erbij!
Hoe dan ook, we verheugen ons erg op de treinreis, maar ook op het weerzien met Ibu Wita en haar kinderen in Yogyakarta!

 

 
12 maart

We zijn vroeg wakker. Dat komt goed uit, want we moeten op tijd weg. We moeten om 20 over 6 op het treinstation zijn, een uur voor vertrek van 'onze' trein, de Lodaya Pagi, naar Yogyakarta. Het weer ziet er goed uit en we willen het stuk naar het station wandelen. Heel ver is het niet.
Net voor we de deur uit willen gaan begint Peter zijn telefoon te sputteren; het bel/internettegoed is bijna op. Nog even opwaarderen, lekker makkelijk via internet. Maar het duurt net even iets langer dan we dachten. Dus bestellen we maar een taxi bij de receptie.
Die doet er een hele tijd over om bij het hotel te komen. We vragen ons af of we te voet toch niet sneller waren geweest.
Als we dan toch in de taxi zitten, rijdt de taxi ook nog eens niet de weg die we verwachtten. In plaats van voor de spoorwegovergang rechtsaf te gaan, rijdt hij het spoor over. Als we vragen of hij echt wel goed rijdt, zegt hij dat er overal eenrichtingsverkeer is, en dat de officiële stationsingang aan de andere kant van het spoor is. Wat bijzonder, een Indonesische chauffeur die niet tegen het verkeer in rijdt op een weg met eenrichtingsverkeer....dat zijn we in Lombok wel anders gewend.
Dat van die hoofdingang kan kloppen, want even later komen we aan bij een heel ander ogend station. Het is echt hetzelfde station, maar nu zitten we dus aan de mooie kant, gisteren aan de minder mooie…
We betalen de chauffeur en sprinten naar binnen. Wauw, dit ziet er veel luxer en mooier uit. We zien weer ergens een computer met printer staan en gaan maar eens kijken of we daar onze kaartjes kunnen krijgen. Een medewerker schiet ons te hulp en even later is dat geregeld.
We hebben nog niet ontbeten, wel net in het hotel snel zelf een kop thee gemaakt. We zien een supermarkt met broodjes en we halen snel een paar (kleffe en zoete, maar andere hadden ze niet) broodjes.
De cassiere vraagt of we een plastic tasje willen. Meestal niet, maar nu is dat wel even handig vinden we. We zijn stomverbaasd als we voor dat plastic tasje extra moeten betalen. Stomverbaasd schrijf ik, maar eigenlijk zijn we blij verrast…. Blijkbaar wordt er hier toch nagedacht over de plastic-afvalberg.
Later horen we dat er in Lombok in sommige supermarkten ook moet worden betaald voor een tasje, maar dat dat alleen bij de toeristen wordt gedaan, ‘omdat die dat kunnen waarderen’. Tja, de waarheid zal wel een beetje in het midden liggen. Het zal nog jaren duren voor het afvalprobleem kleiner wordt in Indonesië, als dat überhaupt ooit gaat gebeuren.
Met ons kostbare tasje (het kostte letterlijk een paar centen…) gaan we het perron opzoeken. Voor we daar komen moeten we eerst door de controle.
De kaartjes worden gecontroleerd, en onze paspoorten ook. Je komt niet zomaar het perron op hier! Pas een uur voor vertrek mag je naar het perron, en dus alleen met een geldig kaartje en paspoort. Wel zo veilig en wel zo rustig.
Prima geregeld!
Als we verder lopen, zien we een Dunkin Donuts. Oei, dat wordt verleidelijk….we gaan onszelf even lekker verwennen. Die kleffe zoete broodjes eten we later op de dag wel op. Nu nemen we het ervan met een kopje echte koffie en een lekkere donut, die we oppeuzelen op een bankje op het perron.



Tja, dit is de eerste keer in Indonesië dat dat kan. Peter komt uit een spoorwegfamilie en waar we ook komen, een treinreisje of bezoekje aan een station proberen we altijd in de vakantie te passen.
Lombok, Bali en Flores, de enige eilanden die we tot nu toe in Indonesië bezocht hebben, hebben geen treinen, dus gaan we  er nu hier in Java dubbel van genieten!
Als we ons ontbijtje op hebben, gaan we foto's maken, met 2 camera’s, en nog 2 mobieltjes. Later zoeken we wel uit wat het wordt. We hebben de tijd om even rustig rond te kijken.

Het valt ons op dat het station erg schoon en netjes is, en dat er 2 soorten vuilnisbakken zijn (organic/non-organic), afvalscheiding kennen ze hier dus ook al!!!
Alles ziet er fleurig uit, veel groene gazonnetjes, bloemen, planten, treinen in vrolijke kleurtjes. Het lijkt meer op een park dan op een station.
Als onze vertrektijd nadert, gaan we op zoek naar onze trein en wagon. De plaatsen zijn gereserveerd.
Bij de trein lopen dames rond die eruitzien als stewardessen, met mooie blauwe uniformen. Ze wijzen ons de goede trein en wagon.
Ook blijkt er een complete schoonmaakploeg en cateringploeg mee te reizen op de trein, een conducteur en een paar imponerende militairen/politieagenten.
Het treinstel waar we zitten is eenvoudig, maar netjes en schoon.
We hebben zelfs een stroomaansluiting bij onze stoelen en voldoende plek om te zitten en om al onze spullen op te bergen.
Als we vertrekken krijgen we een voorstelronde in het Engels en Indonesisch. Alle medewerkers worden met naam en functie voorgesteld via de intercom. Net als in het vliegtuig, maar hier is de lijst van meereizend personeel wat langer.



Het eerste stuk van de reis rijden we door Bandung. We zien nu wel degelijk de mooiere kanten van de stad. Jammer dat we daar gisteren niet aan toe zijn gekomen.
Maar aan de rand van de stad wordt het weer armoediger. We kijken echt onze ogen uit. Wat is het toch leuk om een stad zo van een andere kant te bekijken, heerlijk relaxt vanuit de trein!
Af en toe hebben we het idee dat we bijna door de huizen heen rijden, zo dicht staan ze soms op het spoor. Als we het raampje open zouden maken (maar dat mag niet, werd net omgeroepen…) zouden we zo een hele kledingcollectie bij elkaar kunnen grijpen van de waslijnen. Zaterdag is hier wasdag…of droogdag van alles wat gisteren nat is geworden in de regen.





De spoorwegovergangen zijn erg leuk om te zien. Vooral hier in de stad staan er hele rijen auto’s, motoren, fietsers en voetgangers te wachten als de trein langskomt. Even later lacht Peter zich rot als ik zeg dat het verkeer hier gevaarlijk is, om de haverklap hoor ik sirenes, zijn er zoveel ambulances onderweg? Tja, dat is dus het waarschuwingssignaal dat standaard klinkt bij gesloten spoorbomen. Och, ik was blijkbaar nog niet zo wakker om de link te leggen tussen de spoorwegovergangen en de sirene...
Ik maak honderden foto’s, al is dat lastig vanuit de rijdende trein. Alles flitst voorbij, en je kunt niet echt vooruit kijken wat er aan komt.
Als we de stad en buitenwijken achter ons laten, wordt alles groen. Wat is het mooi hier!
Vooral als we een tijdje later in erg bergachtig gebied komen.
Onbeschrijfelijk mooi. Kijk dus maar naar een selectie van foto’s, die het overigens nog niet half zo mooi weergeven als de werkelijkheid.







We hebben verschillende tussenstops. Alle stations ziet er popperig mooi uit. Doet me een beetje denken aan de modelspoorbaan van Peter en Tom, maar dan wat tropischer en fleuriger dan de Duits-ogende huisjes en landschappen in de modelspoorbouwwereld.
Als we stoppen is dat nooit lang, af en toe lang genoeg om even uit de trein te gaan. Peter kan in Cipeundeuy een kijkje nemen in de ruimte waar de seinen en wissels worden bediend door de ’pengatur perjalanan kereta api’, in het Nederlands de treindienstleider. Hier gebeurt het helemaal handmatig, heel bijzonder om te zien!
Geregeld komt er een cateringploeg langs met eten en drinken. Maar omdat we genoeg bij ons hebben, houden we het bij een kopje koffie.
De conducteur kan op deze trein zonder problemen zijn werk doen. Voor hem uit loopt een militair of politieagent, en erachter ook een. En die zien er niet uit alsof ze van geintjes houden….
Er zitten trouwens weinig toeristen in de trein. In ons treinstel zitten alleen lokale mensen. In een ander treinstel (de duurdere klasse) zitten wel een paar toeristen met een gids.
We betalen voor deze treinreis van bijna 8 uur nog geen 20 euro, met 2 personen. En de trein rijdt stipt op tijd. Door bergen, door dalen, maakt niet uit. Daar kan de NS of Veolia nog wat van leren!
Het laatste uurtje van de reis is wat minder indrukwekkend. Het landschap wordt vlakker, de rijstvelden zijn groot en uitgestrekt. Als je de palmbomen en rijst vervangt door eiken en weilanden, zou je bijna denken dat je door Nederland rijdt…




Maar al met al was het een heel indrukwekkende tocht. Veel afwisseling in landschappen, leuke dorpjes en vooral ook mooi om alles zo langs te zien komen. Ook zijn we erg onder de indruk van de stations. Allemaal even schoon, even kleurig en met informatieborden in het Indonesisch en in het Engels. Ook de diverse spoorwegmedewerkers zien er keurig uit. Mooie schone uniformen, en ze zijn vriendelijk en behulpzaam.
Alleen vonden we het af en toe jammer dat we niet konden uitstappen. Sommige plekken zijn te mooi om zomaar (letterlijk en figuurlijk) voorbij te laten gaan. Als we ooit meer tijd hebben, gaan we de reis nog een keer doen, met wat tussenstops op diverse plekken. Tja, zoals het er nu naar uitzag, is Java ook echt de moeite waard!



Als we bijna in Yogyakarta zijn, krijgen we een berichtje van Ibu Wita. Ze is met de kinderen op weg naar het station, en wacht daar op ons. Geweldig!
Als we station Tugu in Yogyakarta binnenrollen, pakken we onze spullen bij elkaar en stappen we uit. Nu even op zoek naar Ibu Wita. Er zijn verschillende uitgangen, en zij mogen niet het perron op. Het is dus even zoeken waar ze zijn.
Dan schrijft ze dat ze helaas in een verkeersopstopping zitten, maar er bijna zijn.
We geven door bij welke uitgang we staan en wachten daar. Even later zien we ze aankomen.
Wat heerlijk om Ibu Wita en de kinderen te zien!

Even het voorafgaande verhaal, voor iedereen die dat gemist heeft.
Ibu Wita is de vrouw (inmiddels weduwe) van Pak Harfin. Pak Harfin was duikinstructeur en werkte vaak voor Lombok Dive. In augustus 2012 heeft Pak Harfin een herseninfarct gehad. Daarna is hij nooit meer volledig opgeknapt. Op het moment dat Pak Harfin ziek werd, had het echtpaar 4 kinderen en was Ibu Wita zwanger. Maulidya is een paar maanden later geboren.
Omdat het er al direct naar uitzag dat Pak Harfin niet volledig zou herstellen en hij zijn werk als duikinstructeur niet meer zou kunnen uitvoeren, hebben we in augustus 2012 sponsors gezocht (en ook snel gevonden) voor de 3 schoolgaande kinderen in het gezin. Ook heeft Impian Anak bijgedragen aan de medische kosten.
Na een paar jaren tussen hoop en vrees, is Pak Harfin in mei 2014 toch nog vrij onverwacht overleden.
Zomer 2014 waren we zelf in Lombok, en toen hoorden we dat Ibu Wita zich erge zorgen maakte over de kinderen. Volgens lokaal gebruik komt het er min of meer op neer dat de kinderen toebehoren aan de familie van de man. Omdat Ibu Wita zelfstandig genoeg was om zelf voor de kinderen te zorgen en haar band met de schoonfamilie niet optimaal was, heeft ze er voor gekozen om in augustus 2014 halsoverkop met de kinderen naar Yogyakarta, haar geboortestad, te verhuizen.
Wij hebben haar toen naar de haven in Lembar gebracht, vanwaaruit ze aan de lange bus/bootreis begon.
Het was een dramatisch afscheid, waar ik lange tijd heel veel moeite mee heb gehad. Het beeld van de jonge moeder met haar 5 kinderen, de jongste net een jaar, de oudste in de brugklas, die met een paar tasjes handbagage en een ingelijste foto van Pak Harfin een nieuw leven tegemoet ging, raakte ik niet kwijt. Het idee dat je zo kort na het overlijden van je echtgenoot zo'n ingrijpende beslissing moet nemen.
Het ergste van alles vond ik misschien nog wel dat al onze kennissen in Lombok het eigenlijk vreemd vonden dat Ibu Wita ervoor koos om weg te gaan. Zij vonden het min of meer logisch dat de kinderen bij de schoonfamilie van Ibu Wita hoorden, en dat ze daar beter af zouden zijn dan bij Ibu Wita zelf.
Tja, dit zijn de onoverkomelijke cultuurverschillen waar we steeds meer tegenaan lopen. Hoe meer je betrokken raakt in het Lombokse leven, hoe meer dingen je ziet, hoe meer verbanden je legt. Dat maakt het niet altijd gemakkelijker, maar wel des te boeiender. Gelukkig leer ik er langzaamaan wat meer afstand van te nemen. De cultuur in Lombok zal niet veranderen, dus kan ik er maar beter mee leren om te gaan.



We hebben altijd, in het begin via sms, later via facebook, contact gehouden met Ibu Wita en nu, bijna 2 jaar later, gaan we Ibu Wita en de kinderen dus weer opzoeken.
Het is een heftig en emotioneel weerzien. Ibu Wita heeft een buurtgenoot met auto gevraagd om mee te gaan om ons op te halen. We worden meegenomen naar het huis waar Ibu Wita en haar kinderen nu wonen, bij haar moeder. Ook woont er nog een broer van Ibu Wita. Het is een autorit van 10 minuutjes. De buurt waar ze wonen ziet er gezellig uit. Netjes en schoon. Een leuke plek voor kinderen om op te groeien, denken we. In de grote stad, maar de wijk zelf komt niet stads over.
In huis maken we kennis met de moeder van Ibu Wita, en nog meer familieleden en buurtgenoten. We kunnen niet precies bijhouden wie wie is, maar dat maakt niet uit.
Even later krijgen we een hele grote mok koffie en biedt Ibu ons allerlei lekkers aan. Ze bakt zelf dagelijks koekjes, cakejes, gebakken banaantjes en veel meer. Dat verkoopt ze in de pauzes en voor en na schooltijd op het schoolplein. Zo verdient ze wat bij.
Ibu Wita is lange tijd lerares geweest, maar dat viel in Yogyakarta moeilijk te combineren met de jongste kinderen. Oma is te oud om hele dagen op te passen. Vandaar dat Ibu Wita ervoor heeft gekozen om voorlopig meer thuis te zijn. Misschien dat ze later, als de kinderen allemaal naar school gaan, weer werkt zoekt als lerares.
De gesprekken verlopen wat moeizaam omdat Ibu geen woord Engels spreekt. Wij spreken wel wat Indonesisch, maar merken altijd al dat haar accenten anders zijn dan die van ons. Zal wel het verschil tussen het Lomboks en Javaans zijn.
We hebben een tas vol cadeautjes uit Nederland bij ons. Van onszelf, maar ook van de vroegere sponsor van Apriliani. De kinderen, maar ook Ibu Wita, zijn dolblij.
Als we eindelijk onze halve liter koffie op hebben, vraagt Ibu Wita of we even mee willen naar het kleuter-consultatiebureau. Maulidya moet op maandelijkse controle. Dat lijkt ons wel leuk om te zien, dus lopen we met de familie mee.

De controle is in een buurthuisje een paar blokken verderop en bestaat uit wegen, lengte meten, omvang van het hoofd meten en omtrek van de bovenarm meten.
Na afloop hiervan krijgt Maulidya een complete maaltijd mee, in van huis uit meegenomen plastic bakjes. We vragen of dat is omdat ze te weinig groeit.  Maar dat blijkt niet zo te zijn. Die krijgen ze elke keer mee. Zal wel een manier zijn om de mensen naar de controle te krijgen. Een complete maaltijd, inclusief een soepje, een toetje en wat fruit, kan elk gezin wel gebruiken.
Als we weer bij hun huis komen, wordt het eten tussen de kinderen verdeeld.
En voor Peter en mij is er al een tafel gedekt, er staan verschillende borden met eten klaar. He, dat was echt niet de bedoeling, maar weigeren is geen optie. Als we het eten zien schieten we in de lach; het is nasi gudeg, het traditionele eten uit Yogyakarta, wat we gisteren dus ook al in Bandung hebben geprobeerd, omdat we bang waren dat we het in Yogyakarta mis zouden lopen. Nu mogen we dus ook nog de huisgemaakte versie proberen! Nou, en die is nog lekkerder dan die in Bandung!
Maar we houden het bescheiden. Wetende dat de familie zelf er straks vast ook nog wel wat van lust, en wetende dat we nog (kleffe zoete) broodjes in onze tas hebben zitten.
Het is al avond en we beginnen ons wel een beetje zorgen te maken over ons programma voor morgen.
Dan vliegen we eind van de middag terug naar Lombok, en we willen voor die tijd nog de Borobodur en Prambanan tempels bezoeken.
Die liggen allebei een eindje buiten de stad, en niet in dezelfde richting. Om ze allebei te kunnen bezoeken, moeten we op tijd vertrekken. En we hebben nog niks geregeld.
We bedenken dat we Ibu Wita wel kunnen vragen of haar kennis die ons vanmiddag heeft opgehaald misschien morgen met ons mee kan gaan, als taxi-chauffeur voor één dag.
Geen idee of Ibu Wita het niet goed begrijpt, of er iets leuks van wil maken. Ze vraagt of we bedoelen dat zij en de kinderen dan ook mee kunnen.
Nou, dat hadden we niet zo bedoeld, maar bij nader inzien zou dat wel heel leuk zijn. Dan hebben we nog een dag extra om samen te zijn. En wat is er nou leuker dan de Borobodur en Prambanan te bezoeken met een echt Yogyakartaans (noem je dat zo?) gezin?!
Wat ons betreft mogen ze dus mee, maar dan hebben we wel een auto met chauffeur nodig en we willen op tijd vertrekken.
Na een paar telefoontjes heeft Ibu Wita een andere kennis gevonden die wel wat bij wil verdienen op de zondag.
Dus nemen we nu afscheid en zien we elkaar morgen om 7 uur weer!
Als we willen vertrekken, blijkt dat Ibu Wita de auto van vanmiddag alweer heeft geregeld om ons naar het hotel te brengen. En wij hadden al zitten spieken op de kaart hoe we van hieruit naar het hotel moesten lopen.  Nou, met de auto gaat het vast sneller. En Ibu Wita begeleidt ons ook nog!



Bij het hotel aangekomen nemen we afscheid, voor een paar uurtjes dan.
Het hotel is prima. Netjes, niet ver van het centrum en niet ver van het station.
We krijgen een welkomstdrankje bij de receptie. En dat herken ik nu, een kedondong sapje, lekker! Het zal nu wel kedondongseizoen zijn…
Onze kamer ziet er ook prima uit, maar we hebben geen zin om de rest van de avond op de kamer te zitten. We zijn veel te kort in Yogyakarta, en proberen toch nog even iets van de stad te zien. En we moeten nog op zoek naar een pet voor Peter. Volgens de weersvoorspellingen wordt het morgen een warme en zonnige dag. Dan heeft hij wel een hoofddeksel nodig tegen de zon!
Dus droppen we onze tas op de kamer en lopen weer naar buiten. Binnen 5 minuten zijn we bij het station. Het is ontzettend druk, ja, natuurlijk, zaterdagavond en mooi weer. En we lopen op Jalan Malioboro, dé straat van Yogyakarta, als je de reisgidsen moet geloven.
Anique, die met Adi een paar dagen in Yogya is gebleven, heeft ons al gewaarschuwd dat Jalan Malioboro niet echt de moeite was. Veel batik, veel winkeltjes, heel veel mensen, an dat dan allemaal nog een keer in het kwadraat...
Nou, dat was een aardige samenvatting van Jalan Malioboro. Meer kunnen we er ook niet van maken. Wat een mierenhoop. We moeten ons door de mensenmassa heenwurmen, en na een kwartiertje hebben we er geen zin meer in. We bekijken een winkel, zien dat alle andere honderden winkels hetzelfde zijn, en  gaan dan ergens een kop koffie drinken, en omdat we die de afgelopen dagen zo weinig hebben gehad, nog een heerlijke donut erbij.
Daarna lopen we terug richting ons hotel.
Maar eerst nog even een kijkje nemen op het station. Daar zijn we vanmiddag niet aan toe gekomen. Peter maakt nog wat foto’s en filmpjes van treinen (lastig in het donker) en dan lopen we terug naar ons hotel. Oja, onderweg hebben we ook nog ergens in een kledingwinkeltje een pet gevonden, en niet eens een gebatikte pet! Wij zijn dus klaar voor de Borobodur en Prambanan.
In het hotel leggen we alvast onze spullen voor morgen klaar.
Nu gaan we maar lekker slapen, al duurt het even voor mijn hoofd tot rust is gekomen. Wat een bijzondere dag was dit!!!

 

 
13 maart

Voor de wekker afloopt staan we al weer naast ons bed. Snel douchen, aankleden, kopje thee maken, inpakken, uitchecken en wegwezen.
Even voor 7 uur staan we buiten. Nu is het wachten op Ibu Wita en de rest. Er komen verschillende auto’s aan, maar niet die waar we op wachten.
Maar even later draait er een auto de inrit op. En ja hoor, hij zit al behoorlijk vol.
Met een chauffeur, een kennis van Ibu Wita (ik ben zijn naam even kwijt, maar noem hem voor het gemak maar even Sopir), met Ibu Wita zelf en 4 kinderen. Helaas komt Apriliani, de oudste, niet mee. Ze heeft binnenkort eindexamen en moest vandaag studeren. Jammer!
Wij worden verrast met een ontbijtje in de auto. Hoewel, ontbijtje….de zoete cakejes en hapjes die we gisteren ook al hadden zijn netjes in doosjes gepakt en worden nu in de auto als ontbijt geserveerd.
De kinderen zijn er blij mee, ze blijven eten….
Tot bij Maulidya alles er weer uitkomt. Wagenziek, zielig. Maar na een paar tellen eet ze weer vrolijk verder. Zelfs zakjes chips worden er bij de kinderen ingepropt. En dat zo vroeg op de ochtend.
Maar het zijn wel de standaard dingen die kinderen ook kopen als ze naar school gaan. Zo zonde, in Lombok zien we het ook vaak, dat kinderen wat geld mee naar school krijgen om daar in de pauze of voor/na school wat te kopen. Alleen maar zoetigheid en snacks. Misschien moeten we de gezond gevulde ‘boterham’trommeltjes eens gaan invoeren. Vast goedkoper en beter voor de kinderen.
Wij houden het voorlopig maar bij een cakeje en een flesje water. En we kijken rond waar we naar toe gaan, Yogya bij daglicht hebben we nog niet echt gezien. Het duurt een tijd voor we de stad uit zijn.
Eerst gaan we naar de Borobodur.

Een uur rijden, zegt Sopir. Maar het gaat vlotter, binnen een uur rijden we de parkeerplaats bij de Borobodur op.
We gaan eerst kaartjes kopen. Er zijn aan 2 kanten kassa’s. Eén voor Indonesiërs, één voor toeristen/buitenlanders. Je gaat naar dezelfde attractie, maar de prijs is niet gelijk.
Ik heb er niet zo’n moeite mee, voor ons is het makkelijker te betalen.
Eerst lopen we met het hele gezelschap naar de kassa’s voor de lokale mensen. Daar wil de cassière ons wegsturen. Wij moeten naar de andere kassa’s. Maar we willen graag kaartjes kopen voor onze vrienden. Uiteindelijk mag dat. Maar Ibu Wita begrijpt er niks van. Waarom kopen we geen kaartjes voor onszelf? Als de cassière uitlegt dat Peter en ik aan de andere kant moeten afrekenen, begrijpt ze het.
Maar als we met zijn allen bij de andere ingang staan, en Peter en ik bijna 10 keer zoveel voor een ticket betalen, is ze erg ontdaan. Zoveel betalen, om even naar een tempel te kijken???
Ja, die bedragen zijn onvoorstelbaar voor mensen in Indonesië. Maar ja, als we dan een keer naar Yogyakarta komen, willen we ook deze tempels zien. En betalen we ‘met alle plezier’ 20 US Dollar voor de Borobodur en 18 voor Prambanan, en worden we nog een beetje gematst met een combiticket voor beide tempels wat ‘maar’ 32 US Dollar kost.
En dan krijgen wij ook nog een drankje erbij, een kopje koffie, thee of een miniflesje water.
Gezien de temperatuur die al flink oploopt, gaan we maar voor het laatste.





Dan kunnen we eindelijk het Borobodur Park inlopen.
De kinderen zijn erg uitgelaten, ze genieten van het uitstapje. Ook kleine Maulidya huppelt vrolijk mee.
Als ze even moe wordt, dragen Ibu Wita of Sopir haar.
Om de haverklap moeten we in allerlei combinaties op de foto. Wij tweeën, de kinderen erbij, Ibu Wita erbij, Sopir erbij, allemaal samen… Borobodur op de achtergrond, mooie bloemen op de achtergrond, ga zo maar door. Dit wordt een fotorijke dag, dat hebben we nu al in de gaten!
De tempel ziet er indrukwekkend uit. De drukte valt me nog mee. Het is nog redelijk vroeg, maar een zondag, dus een dag dat veel mensen vrij zullen zijn.
En ik kan me voorstellen dat je in de middaghitte weinig zin hebt om hier rond te lopen, en veel mensen dus voor de middag komen.
Buitenlandse toeristen zijn er nauwelijks.






We ‘beklimmen’ de tempel rustig aan, stukje omhoog, rondje om/over de tempel lopen, dan weer een stukje hoger. Zo kunnen we des te meer foto’s maken, en kunnen we tijdens elke rondgang even genieten van de koelere schaduwkant, want het wordt al behoorlijk heet.
De scholen zijn vrij vandaag, maar er zijn blijkbaar wel veel schoolreisjes. Om de haverklap woren Peter en ik door schoolkinderen aangeklampt. Samen op de foto of een gesprekje voeren. Ja, we kennen het van Senggigi, waar ook vaak busladingen scholieren worden gedropt om met toeristen te praten, ter bevordering van hun Engels. Het valt me op dat de scholieren hier heel wat beter Engels spreken dan hun Lombokse collega’s! Na de zoveelste foto met een groep giechelende kinderen overwegen Peter en ik om maar geld te gaan vragen voor de foto’s. We zijn een grotere attractie dan de Borobodur.
En dan kunnen we ook nog wat van onze hoge entreeprijs terugverdienen...
Zelf vinden we de tempel indrukwekkend, maar dat komt ook grotendeels door de omgeving. Het uitzicht vanaf de tempel is grandioos, de grote tempel'klokken' op de voorgrond, en de mooie omgeving op de achtergrond. Prachtig!
Nadat we de hele tempel rond zijn geweest, op de verschillende verdiepingen, dalen we af en maken nog een paar laatste foto’s met de tempel op de achtergrond. Dan lopen we richting de uitgang.
We stellen voor om even ergens een koel drankje te kopen en even ergens te gaan zitten, maar Sopir zegt dat we dat beter ergens buiten het park kunnen doen, dat is veel  goedkoper. Ja daar zit wat in. Dan drinken we nog maar even wat van het inmiddels lauwe water dat we bij ons hadden.





Voor we het park uit zijn, lopen we een hele lange route zigzag door een soort overdekte markt. Met allemaal Yogya/Borobodur souvenirs. T-shirts, houtsnijwerk, batik, speelgoed, kitscherige tempelbeeldjes, noem maar op. Er komt geen einde aan, en we vragen ons af hoeveel iedereen verkoopt. Zeker omdat er zoveel kraampjes zijn met exact de zelfde spullen. Op weg naar de uitgang kunnen we even filosoferen, wie verkoopt het meeste? De kraampjes bij het begin omdat dan alles leuk en nieuw is, die in het midden, aan het eind omdat je dan langzaamaan lekker bent gemaakt bij de vorige kraampjes? We weten het niet.
Misschien zijn ze wel allemaal van dezelfde eigenaar, en worden mensen murw gemaakt met heel veel aanbod, zodat ze op een gegeven moment toch overstag gaan. Maulidya is er wel gevoelig voor. Bij elk speelgoedkraampje jammert ze harder als moeder zegt dat ze niks krijgt. Na het pakweg 20e kraampje met hetzelfde prullerige plastic speelgoed pakt Ibu Wita haar op de arm en loopt ze snel door. Eindelijk eens een consequente opvoeder in Indonesië!
Maar dan eindelijk is het einde van de ‘markt’ in zicht en zijn we bij de echte uitgang.

Nu moeten we bedenken hoe we de dag verder gaan doorbrengen. In elk geval willen we nog naar Prambanan. En naar Lombok…. Dat laatste zit Sopir een beetje dwars. Hij is heel bang dat hij er niet in slaagt ons op tijd op het vliegveld af te zetten. Het liefste zou hij direct doorrijden naar Prambanan. Maar dat lijkt ons een beetje overdreven. Het is nog geen middag, en we hoeven pas rond half vijf op het vliegveld te zijn.
Als gulden middenweg beslissen we via een ‘toeristische route’ naar Prambanan te gaan. En onderweg eerst wat te drinken en later een keer ergens te lunchen. Onze Sopir is een goede chauffeur, maar een beetje onzeker. Dus bedenkt hij maar dat we meer speling hebben als we dat drinken achterwege laten. Is ook helemaal niet  nodig als we daarna ook nog gaan lunchen, vindt hij.
Nou ja, we laten het maar zo, gelukkig hebben we voldoende flesjes water bij ons, en is Ibu Wita ook nog niet door haar lekkere hapjes voorraad heen.
We genieten van de mooie route door een prachtig groen Java!
Als het lunchtijd is, weet Sopir niet goed waar we naar toe moeten. Peter biedt uitkomst, of eigenlijk zijn telefoon. Even googelen en hij heeft een restaurant gevonden, Warung Sawah Gondang Legi. Sopir snapt er niks van…wij zijn nog nooit op Java geweest, en Peter dirigeert hem over de kleinste smalste landweggetjes, dwars door de rijstvelden, naar een mooi restaurant.
Ja, google maps kan heel veel…
Het restaurant is een goede keuze. Mooi, ruim en rustig, met een prima kaart. En een prachtig uitzicht over de rijstvelden.
Het duurt even voor iedereen een keuze heeft kunnen maken, maar na een half uurtje zitten we allemaal achter een koel drankje en een bord vol lekker eten.
Als de ‘grote mensen’ het eten op hebben, krijgt Sopir toch weer een beetje haast.
En misschien ook wel terecht. Het is zondagmiddag, droog en mooi weer, en veel mensen hebben een paar dagen vrij gehad in verband met Hari Nyepi, waardoor de weg tussen Yogyakarta en Prambanan wel eens helemaal vol kon staan.
Dus worden de laatste stukken kip van de kinderen ingepakt, straks dus ayam bungkus eten in de auto, rekenen we af en gaan we weer op pad.

Peter leeft zich weer uit met google maps en vindt een mooie binnendoorweg naar Prambanan, waardoor we alleen de laatste halve kilometer last hebben van de drukte op de doorgaande wegen.
Binnen een half uur staan we op de parkeerplaats bij Prambanan. Het is intussen bloedheet geworden, en de lucht trekt langzaam dicht. Nu maar hopen dat het nog een paar uurtjes droog blijft!




Ook hier lopen we door een mooi aangelegd park naar de tempel, en ook hier worden weer heel veel foto’s gemaakt. De tempel zelf is heel anders dan Borobodur. Ik kan eigenlijk niet zeggen welke ik mooier of indrukwekkender vind. Allebei hebben ze wel wat. Borobodur is kolossaal groot, en ligt mooier in de omgeving. Prambanan is wat verfijnder.
Ibu en Sopir blijven bij de tempel met Putra en Maulidya onder een boom zitten. Iets te warm…
Peter en ik wandelen samen met Novi en Deswita rond de verschillende tempeltorentjes.
Maar na een half uur hebben we het eigenlijk wel gezien. Het is prachtig, maar te warm om langer rond te lopen.
Dus zoeken we de rest weer op en lopen richting uitgang.
Nu dringen wij er toch maar op aan dat we gewoon in het park voor iedereen een flesje drinken kopen. Ik weet het, erbuiten is het vast goedkoper, maar een beetje vocht aanvullen kan geen kwaad, en de meegebrachte flesjes zijn inmiddels leeg.
Zelfs Sopir, die al een hele tijd met Maulidya op de arm loopt, heeft geen bezwaar tegen een ‘te duur’ flesje water.


Ook hier is de weg naar de uitgang weer omgeven door heel veel souvenirkraampjes, maar iets minder dan bij Borobodur. Maulidya is te moe om naar speelgoed te kijken, dus lopen we rustig verder.
Het valt ons trouwens op dat de kinderen ontzettend gemakkelijk zijn. De hele dag heeft er nog niemand gezeurd (alleen Maulidya een beetje bij de speelgoedkraampjes vanochtend). Geen geruzie, geen verveelde gezichten, ze gaan op een hele leuke manier met elkaar om, met eten blijft iedereen netjes aan tafel zitten. Echt petje af voor de manier waarop de kinderen zijn opgevoed. Ibu Wita mag trots zijn op haar kinderen. Ze staat er toch al heel lang alleen voor, en dat zal niet gemakkelijk zijn geweest voor haar. Hoe fragiel ze er ook uitziet, het is een pittige en sterke vrouw!

Als we even later bij de auto komen, moeten we die eerst ontdoen van heel veel mieren, die zich tegoed doen aan allerlei zoetigheid in de auto.
Het is nog erg vroeg om nu al naar het vliegveld te gaan, maar Peter en ik denken dat Sopir misschien zelf nog andere plannen heeft vandaag, omdat hij wat gehaast lijkt. Maar Ibu Wita stelt voor om met zijn allen nog even naar haar zus en zwager te gaan, die hier niet ver vandaan wonen. De zus hebben we gisteren ook in Yogyakarta ontmoet.
Wij vinden het prima, en de kinderen en Sopir ook. Fijn, dan zitten wij ook niet zo lang op het vliegveld!
Zus woont inderdaad maar 10 minuutjes verderop in een klein dorpje. We worden hartelijk ontvangen in haar huis.
Manlief wordt er op uit gestuurd om kelapa muda, verse jonge kokosnoten te gaan kopen, en als hij even later terugkomt krijgen we een heerlijk zoet, verfrissend drankje. Koekjes erbij, en we komen weer niks tekort.
Het echtpaar heeft zelf geen kinderen, en ze zijn gek op de kinderen van Ibu Wita. Die zijn hier kind aan huis, ze komen hier geregeld een paar dagen logeren.
Als het tijd is om op te stappen, moeten ze eerst gezocht worden. Dan nemen we afscheid van de zus en haar man en gaan we op weg naar het vliegveld.

Het is nog steeds droog, maar de lucht wordt nu bijna zwart.
En de stemming in de auto ook. Ibu Wita krijgt het moeilijk. Ze wil geen afscheid nemen, we zijn maar zo kort bij haar geweest… We weten het, we zouden ook graag langer blijven, maar dat kan niet.
En we kunnen wel zeggen dat we snel terugkomen, maar of dat gebeurt weten we ook niet.
In elk geval beloven we een albumpje te sturen met de foto’s van vandaag, en dat zijn er heel veel…
Zo hebben ze in elk geval een mooi aandenken aan deze dagen!
Op het vliegveld is het ontzettend druk. Sopir zet ons bij de vertrekhal af en gaat de auto parkeren, denken we. Maar als hij te lang weg blijft, vermoeden we dat hij geen plek vindt en ergens staat te wachten.
Ibu Wita raakt een beetje in paniek. Ze wil per se nog een foto met Peter, mij, zichzelf en de kinderen er allemaal op. En die zou Sopir dan moeten maken. Maar dat kan niet als hij niet komt.
Na een tijdje stopt Sopir met de auto voor de vertrekhal. Hij kan daar niet blijven staan en gaat ervan uit dat we afscheid hebben genomen en dat Ibu met de kinderen weer in de auto stappen voor de terugreis naar Yogya.
Maar Ibu Wita is niet van plan in te stappen voor de gewenste foto is gemaakt…
Tja, dan komt Sopir maar even uit de auto, maakt een foto van ons allen, poseert ook nog even met ons op de foto. En dan moeten we toch echt afscheid nemen. Arme Ibu Wita, tranen met tuiten. Sopir staat er hulpeloos bij. Wij ook. We kunnen niets anders doen dan haar nog een laatste knuffel geven en dan weglopen, hoe vervelend we dat ook vinden.



Het inchecken gaat snel. Als we door de controle zijn en ik mijn tas nog even herindeel, ontdek ik nog 2 volle flessen water in mijn tas. Daarom was mijn tas zo zwaar vandaag…. Blijkbaar wordt de handbagage hier op het vliegveld  niet zo goed gecheckt op vloeistoffen.
Och, zo hebben we in elk geval nog wat te drinken tijdens het wachten. Ik gebruik de tijd om mijn dagboekje weer wat voller te schrijven. Ook gaan we nog even wat eten in één van de restaurantjes op het vliegveld.
Onze vlucht staat gepland om 20 voor 6. Om 8 uur landen we dan in Lombok. Als we daarna nog moeten eten wordt het ook zo laat.
Maar goed dat we wat hebben gegeten, want de vlucht heeft vertraging. Twee uur maar liefst. Gelukkig kunnen we Jay op tijd inseinen, zodat hij niet 2 uur in Lombok op het vliegveld staat te wachten.
Als we eindelijk in het vliegtuig zitten, ben ik moe en breng ik de vlucht grotendeels slapend door. Heerlijk!
Op Lombok staan we snel buiten, we hoeven niet op bagage te wachten. Even zoeken waar Jay staat, maar dan zitten we ook zo in de auto. Onze usb-stick met muziek zat nog in de auto en Jay heeft hem zo gezet dat we zodra hij de motor start worden verwelkomd met Hello van Adele. Wat leuk!
Al kletsend zijn we binnen een uur in Senggigi. Daar vragen we Jay nog even te stoppen bij Yunas zodat we een paar flessen drinken kunnen kopen.

Even later zitten we weer lekker hoog op de berg op onze berugak en genieten we na van de afgelopen dagen. Het waren heel bijzondere dagen. We hebben enorm genoten. Van de treintocht, van de gastvrijheid en het gezelschap van Ibu Wita en de kinderen, van hun vriendelijke familie en vrienden, van de bezoeken aan de tempels. Jammer dat we niet langer zijn gebleven. Vooral van Yogyakarta en omgeving hadden we eigenlijk meer willen zien. Maar Lombok willen we ook niet te lang missen.
Het blijft een dilemma voor ons. Lombok voelt als ons thuis in Indonesië. Maar wel een thuis waar we ‘slechts’ een paar weken per jaar zijn. Elke dag die we naar een ander eiland gaan, ‘pakken we af’ van Lombok. Zo voelt het voor ons tenminste. Tjonge, wat een luxe-probleem…
Terwijl we zo zitten te mijmeren, worden we verrast door Edu, die ons een welkomstdrankje komt brengen.
Een heerlijk glas koud sirsaksap. Hij vertelt er eerlijk bij dat dit is in opdracht van Daan. Zij wilde ons verrassen, maar wist niet wanneer we precies terug zouden komen. Dus heeft ze vers fruit naar Edu gebracht, met de instructie om voor ons een sapje te maken zodra we terugkomen.
Wat een warm welkom weer op Lombok, dit voelt echt als thuiskomen!!!

 
14 maart

Het was weer een warme nacht, zo zonder airco…even wennen weer.
Maar na een frisse douche kunnen we er weer tegen!
We hebben vandaag weer wat op het programma staan, we gaan straks met Daan en Ida shoppen!
Maar eerst even rustig ontbijten. Met toast, ei, thee en een sapje. Ook nog een bijzonder lekker sapje.
Uit de welkom-terug fruitvoorraad van Daan heeft Padjeri een lekkere avocadodrank gemaakt. Ik weet eigenlijk niet of dat een fruitdrankje is, ik vind avocado altijd zo’n twijfelgeval. Maar lekker is het in elk geval!
Na het ontbijt halen we Daan op, dan rijden we samen naar Ampenan, waar we Ida oppikken. Fatan mag een paar uurtjes bij oma spelen. We beginnen de winkelochtend maar met een bezoekje aan Mataram Mall. Niet dat we daar veel zullen kopen, maar ze hebben er wel een leuk restaurantje, Oceanic Café, welbekend bij de meeste Lombok-gangers.
Daar drinken we wat en maken intussen een plan van aanpak voor de rest van de ochtend.
Tijdens de vergadering een paar dagen geleden kwamen we tot de conclusie dat het handiger en waarschijnlijk ook goedkoper is als we elk kind aan het begin van het schooljaar een rugzak geven met een set schriften en schrijfgerei, voldoende voor het hele schooljaar.
Nu zagen we vaak dat kinderen om de haverklap bij Opan en Ida of bij Daan aanklopten voor een pen, voor een schrift. Maar ook zagen we enorme verschillen in de uitgaven per kind, met name voor schooltassen.
Als een kind een tas nodig heeft, kan hij/zij dat aangeven. Afhankelijk van de woonplaats, maar ook van de beschikbare tijd van de Impian Anak medewerkers, en van de medewerking/aanwezigheid van de ouders/verzorgers van het kind, werd die tas dan door Opan-Ida-Daan gekocht, of kon het kind er zelf een kopen en later het geld terug krijgen van Impian Anak.
Uiteraard zijn de prijsverschillen van de verschillende tassen enorm, door de keuze voor een bepaalde kleur, kwaliteit. Maar ook door de verschillende winkels waar de tassen werden gekocht.
Om alles wat eerlijker en gemakkelijker te maken, willen we de mogelijkheden bekijken om groot in te kopen en de spullen aan alle kinderen te verstrekken aan het begin van het schooljaar. Proyek Kampung Loco werkt ook op die manier.
Veel zullen we vandaag nog niet kopen, we beginnen maar even met een beetje oriënteren.
In Indonesië komt kopen via internet ook steeds meer in de mode.
De zonnepanelen die we installeren worden altijd via internet in Java gekocht. Misschien is dat voor schooltassen ook een optie. Even zoeken op Tokopedia dus.
Maar dat valt tegen. Nauwelijks goedkoper dan wat er gemiddeld wordt uitgegeven aan een schooltas in Lombok. Dus gaan we zo maar eens op zoek in Mataram. Hier in de Mall kijken we niet. Hier is alles veel te duur.
We rijden naar Cakra en parkeren de auto daar bij de markt. In de marktkraampjes zelf zien we niet veel tassen. Wel in de kleine winkeltjes eromheen. We vinden al snel tassen die een stuk goedkoper zijn dan via Tokopedia. Daan en Ida mogen de kwaliteit keuren. We willen het niet te moeilijk maken. Geen (of weinig) keuze geven. Eén of twee soorten tassen kopen, in neutrale kleuren. Geschikt voor zowel jongens als meisjes. Wie dan niet tevreden is over de tas, mag zelf een andere kopen en betalen…
Wel lijkt het ons handig als we voor de basisschool en SMP een kleinere tas kopen, voor de oudere kinderen een groter model.
Ook is het de vraag of hoe lang de tassen mee moeten gaan. Eén jaar, of misschien 2?
Lastig, we besluiten om dit jaar in elk geval elk kind (met uitzondering van de universiteitekinderen) een tas te geven. Dan bekijken we over een jaar wel of die tassen nog een jaar langer mee kunnen.
Ja, het valt niet mee, ook omdat we bij elkaar ongeveer 100 tassen nodig hebben, en er natuurlijk ook voldoende voorraad moet zijn in de winkel. We komen niet echt tot een goede deal, bij geen enkele winkel, de prijzen voor een standaard tas zijn overal ongeveer gelijk.  
Wat we nog steeds niet begrijpen is dat er nauwelijks extra korting wordt gegeven als je meer koopt. Als winkelier zou ik een potentiële klant voor 100 tassen toch wel graag over de streep trekken.
Desnoods met iets meer korting. Maar dat werkt hier niet zo, dat hebben we ook al vaak op de markt gemerkt met inkopen van fruit voor het schoolreisje.
Omdat we er niet uitkomen, belt Peter even met Eful, die meestal de tassen voor Proyek Kampung Loco regelt. Even later stuurt hij de prijzen door, en dan weten we dat we voor de tassen hier niet verder hoeven te zoeken. De prijzen die Eful betaalt zijn veel gunstiger. En Eful vindt het geen probleem om de tassen voor Impian Anak erbij te bestellen. Als we binnen twee weken de aantallen doorgeven, regelt hij de rest. Nou, daar zijn we dus snel klaar mee.




Voor de overige schoolspullen schijnen de prijzen wel echt vast te liggen. De enige manier om goedkoper uit te zijn is mindere kwaliteit te kopen. Maar in dit vochtige klimaat houdt het papier zich toch al niet al te best, om voor de allergoedkoopste schriften te gaan lijkt ons niet verstandig. Dus gaan we naar een soort kantoorboekhandel. Daar kunnen we schriften, tekenblokken, pennen, potloden, gummen en liniaals kopen, in grote verpakkingen. We hebben ze nog niet heel snel nodig, pas over een maand of 3, maar omdat we nu met de auto zijn, kiezen Daan en Ida alvast wat uit. Maar eerst willen ze de hele winkel doorzoeken naar de meest geschikte spullen.
Terwijl ze daar mee bezig zijn, gaan Peter en ik even naar de sportzaak. We zouden voor Theo, een fanatieke badmintonner uit Nederland een paar rackets meenemen. Die zijn hier veel goedkoper dan in Nederland.
Ook zwem/chloorbrilletjes mogen we jaarlijks voor hem meebrengen.
Bij de winkel begint mevrouw Ilyona al te stralen als we binnenkomen, en meneer wordt er bijgeroepen voor het beste advies op badmintongebied. Nou, wij hebben er geen verstand van, dus doe maar weer wat leuks… Terwijl Peter met de eigenaar van de winkel mooie spullen uitkiest, probeer ik mevrouw uit te leggen wat er aan mijn arm mankeert. Meneer, die het gesprek half meekrijgt, komt met een flesje olie aanlopen. Die moet ik gaan kopen, werkt perfect bij een gebroken arm. Maar mijn arm is niet gebroken… Maar dat maakt niet uit volgens hem, dit is een echt wondermiddel bij problemen met botten, spieren en gewrichten. En het spul is te koop in een grote chinese kruiden/geneesmiddelenwinkel, hier om de hoek, Cin Cin Lima. Tja, ik weet het niet, maar baat het niet dan schaadt het niet, dus lopen we straks wel even binnen bij Cin Cin Lima, dat is inderdaad niet ver hier vandaan.
Maar eerst gaan we even terug naar de kantoorboekhandel, want Daan belt dat ze eruit zijn.
Peter parkeert de auto bij de boekhandel voor de deur terwijl Daan en Ida mij alle spullen laten zien die ze hebben uitgezocht. Ze willen niets definitief kopen voor wij het hebben gezien. Als Peter binnenkomt zegt hij dat hij de schriften maar niks vindt. Nee, daar heeft hij helemaal gelijk in, vind ik, niet voor de oudere kinderen, tenminste. Alle schriften zien eruit alsof ze in een babykamer moeten passen. Met pastelkleurige beertjes en poppetjes.
Maar in de hele winkel is geen neutraal schrift te vinden, en uit ervaring weten we dat ook de oudste jongens vrolijk rondlopen met schriften die wij voor een kleuter nog te zoet zouden vinden. Daan en Ida begrijpen ook niet echt wat Peter bedoelt. Andere schriften zijn er echt niet…
Dus geven we onze goedkeuring voor alles en even later worden er heel veel dozen in de auto geladen.
Ook hier krijgen we geen korting in verband met de grote hoeveelheden. Daan en Ida vinden dat logisch. Je krijgt toch korting als je een doos vol schriften koopt, dat is goedkoper dan de schriften los kopen. Tja, dat klopt, maar als je dan van alle spullen heel veel dozen vol koopt, zou ik denken dat je nog wel wat kunt afdingen. Maar zo werkt het dus niet. Afdingen is in Indonesië erg ingeburgerd, maar in gevallen waarin het in Nederland bij uitzondering normaal is om af te dingen (bijvoorbeeld bij grote hoeveelheden, of bij de aankoop van een auto), is het in Indonesië weer niet mogelijk om iets van de prijs af te krijgen…


Als alle spullen in de auto staan, vinden we dat we wel weer wat lekkers hebben verdiend. Een stukje verderop, waar we net liepen, zit een rumah makan. Vrij klein, maar het is er erg druk, allemaal lokale mensen die lunchpauze hebben, veel mensen in uniform, politie, militairen. Dan hebben ze er vast goed eten! Arme Daan en Ida, die hadden waarschijnlijk liever iets westers gehad, frietjes bij Oceanic of zo, Mc Donalds, KFC, maar wij zijn nu even de baas… En daar hebben we geen spijt van. Na een minuut of 10 zitten we achter een groot glas es kelapa muda, die eigenlijk een beetje te zoet is. Maar we genieten volop van de ikan nila goreng. Heerlijke vis, eenvoudig, geen toeters en bellen, gewoon lekker! Beetje rijst en komkommer erbij, veel sambal voor Daan en Ida, en lekker met de handjes eten.
Na de lunch gaan we samen met Daan en Ida naar Cin Cin Lima.
Het is een grote winkel, met heel veel personeel. Helaas niemand die ook maar een beetje Engels spreekt. Met google translate komen we niet verder, met hulp van Daan en Ida ook niet. Misschien
helpt het als ik de Latijnse naam van ‘mijn kwaal’ laat zien. Maar het meisje achter de balie kijkt me even aan en zegt dat ze dat medicijn niet hebben. Daan schiet in de lach en probeert het meisje uit te leggen dat de naam die ik liet zien niet het medicijn is, maar de kwaal. Maar het helpt niet.
Dan vraag ik nog even naar de olie die ze me in de sportzaak hebben laten zien. Maar op het doosje staat niets wat erop wijst dat het mij zou kunnen helpen. Om dan bijna 20 euro uit te geven voor zo’n flesje vind ik ook weer overdreven.
Dus blijf ik nog maar even lekker met mijn gipsen armpje rondrennen.
Ja, kilometers rennen we vandaag, want we moeten nog even terug naar de sportzaak, waar de badmintonrackets in de tussentijd bespannen zijn.  Ze worden in een mooie hoes gestopt, en we krijgen er nog 2 mooie t-shirts bij cadeau. Maat XL, maar vast de Indonesische XL, niet de Nederlandse. Geen probleem, daar maken we hier wel iemand blij mee.
We pikken de auto weer op en rijden naar Ampenan. Daar stapt Ida uit, ze zegt dat ze even gaat rusten, want ze is zo moe geworden van de drukke ochtend. Niks gewend…
Daan, die er met een stevige zwangere buik naast zit, moet erom lachen. Zij is helemaal niet moe, en moet zo nog een lange middag-avonddienst draaien.
Als we in Ampenan weer wegrijden, zien we een bekend gezicht, Puput, het sponsorkindje van Jeanne en Bonnie, die een paar jaar geleden mee zijn geweest naar Lombok. Toen was Puput nog een erg aanhankelijk en een beetje een zielig meisje dat door alle kinderen werd gepest met haar niet-zo-Lombokse uiterlijk. Tijd om te spelen had ze nooit, want ze moest altijd oma en haar familie helpen bij de visverwerking. Een taak van veel van de vrouwen in dit vissersdorp, maar kinderen zie je zelden echt meehelpen. In de loop van de jaren is Puput erg veranderd. Zelfverzekerder, en vooral vrolijker. We zien haar nog vaak thuis meewerken, maar ze lacht veel meer, en ziet er veel beter uit. We geven haar een handje, maken een praatje en maken snel een foto, daar is Ibu Jeanne vast blij mee.


Op de terugweg naar Loco stoppen we bij een kraampje langs de weg om wat fruit te kopen. Daan regelt het wel, met ons erbij wordt het veel te duur, zegt ze. Ja, daar zit wat in, maar waarschijnlijk zien de verkopers ook wel dat Daan bij ons uit de auto stapt. Maakt niet uit, de ramboetans zien er zo lekker uit, we kunnen er niet zomaar voorbij rijden.
Als Daan een tas vol heeft gekocht, een deel voor ons, een deel voor haar familie, stoppen er 2 toeristen die ook iets willen kopen, maar heel aarzelend kijken. O jee, we kennen Daan, dit gaat even duren.
En ja hoor, in no time heeft ze zichzelf tot tussenpersoon gemaakt. De verkopers spreken geen Engels, de toeristen geen Indonesisch, dus helpt Daan met de onderhandelingen en zoekt ze vervolgens voor de mensen de mooiste trossen ramboetan eruit.
Dan moet ze uiteraard nog even met de verkopers en de vrouw op de foto.
Als de koop afgesloten is, stapt Daan in de auto en rijden we naar Loco. Daar gaan we eerst even op de berugak genieten van het lekkere fruit.
Adi schrijft of we vanavond misschien tijd hebben, hij wil ons graag spreken.
Prima, dat kan, maar dan wel wat later op de avond, want we eten vanavond bij Ibu Diah in Ampenan. Maar dat is geen probleem voor Adi, we spreken af dat we bellen als we weer naar Senggigi rijden.
We besluiten nog even een stukje te gaan wandelen. Daar zijn we deze vakantie nog veel te weinig aan toe gekomen. En Peter wil ook graag nog even naar de kapper, dat kan dan in een moeite door.
Terwijl Peter kort geknipt wordt, ga ik even naar mijn favoriete winkel, de grote souvenirwinkel Bayan. Even zilver kijken. Ik zoek nog een paar oorbellen met maansteen, en dan de blauwachtige maansteen, die mooi bij de hanger past die ik al jaren heb.
Ik snuffel de vitrines door maar zie niets wat me bevalt. Nou ja, ik zie wel wat mooie dingen, maar niet wat ik zoek. De baas is er zelf en vraagt waarnaar ik op zoek ben. Als ik het uitleg, zegt hij dat hij wel even naar de nieuwe Bayan winkel rijdt, misschien hebben ze daar wat. Wat een goed idee, de nieuwe winkel is een stukje verderop aan de overkant van de weg, en ik was al van plan om daar naar toe te lopen, maar als hij gaat kijken, bespaar ik me weer een wandelingetje door de hitte.
Ik snuffel nog even door de andere souvenirs, en er blijven weer een paar mooie houten schaaltjes aan mijn vingers plakken. Ik weet het, het huis puilt uit van de houten schaaltjes en kommetjes, maar deze zijn wel erg leuk….
Even later komt de winkelier terug met slechts één paar oorbellen. Maar wel heel erg mooie. Precies wat ik zocht en dat ook nog voor een hele leuke prijs. Hè, en ik had net al een ander paar oorbellen min of meer uitgezocht, omdat ik ervan uitging dat er niets in blauw maansteen zou zijn. Tja, dan verwen ik mezelf maar weer een keer en koop ze allebei.
Peter is inmiddels klaar bij de kapper en samen lopen we naar Asmara.
Even kijken of Nurul aan het werk is. En ja hoor, ze is er. Ze mag nog niet veel doen, moet vooral meelopen, kijken en luisteren. En ze mag meehelpen met afruimen, tafels schoonmaken enzo. We hopen dat ze verder in de stageperiode ook wat meer zelf mag doen. Maar dat is altijd afwachten.
Daan zit voorlopig alleen nog maar achter de kassa. Niet omdat ze dat zo leuk vindt, meer omdat haar buik een beetje in de weg gaat zitten met serveren en op en neer rennen.
Als we na een paar drankjes weer teruglopen, zien we Diane van Anna’s Gift Shop. Traditiegetrouw staan we dus weer een uurtje te kletsen. Altijd gezellig en reuze interessant om te horen hoe zij het leven in Lombok ervaart.
De tijd vliegt voorbij, en als we op  de klok kijken zien we dat we moeten haasten.
We willen Ibu Diah niet met het eten laten wachten. Dus sprinten we (voor zover mogelijk in de hitte) terug naar Loco. Daar weer helemaal de berg op, afdrogen, opfrissen, omkleden en weer snel de berg af en met de auto naar Ampenan.

We sturen Pak Umpuk een sms-je dat we eraan komen en even later staat hij ons al op te wachten bij het strand. Hij heeft thuis al gegeten maar loopt gezellig mee naar Ibu Diah.
Het eten bij Ibu Diah is als gewoonlijk weer overheerlijk. Maar als gewoonlijk ook weer veel te veel.
Het is gezellig en we blijven een hele tijd zitten. Elke keer als Peter en ik elkaar aankijken met een blik van ‘we moeten maar eens opstappen’ wordt er weer snel een hapje of een drankje voor onze neus gezet.
Pak Umpuk en Ibu Diah zijn zo blij dat we weer veilig terug zijn uit Java. En natuurlijk willen ze ook graag alles horen over de treinreis, over de Borobodur en over Ibu Wita.
Pak Umpuk heeft voor Lombokse begrippen veel gereisd (binnen Indonesië) maar altijd naar duikbestemmingen. Ook heeft hij in zijn jonge jaren, samen met Pak Di, op andere eilanden gewerkt. Maar toeristische uitstapjes zaten er niet in.
Ibu Diah is nooit buiten Lombok geweest en is heel nieuwsgierig hoe Java is. Gelukkig hebben we wat foto's op de telefoon staan, zodat we wat kunnen laten zien.
Laat op de avond stappen we weer op. Een beetje te laat, eigenlijk. Niet dat we moe zijn of zo, maar we hebben Opan en Ida beloofd dat we vanavond nog even langs komen. We hebben de dozen met schoolspullen nog in de auto staan en willen die graag afleveren. We bellen dat we eraan komen en gelukkig zijn ze nog wakker.
Als we het donkere pad op rijden, staat Opan ons al op te wachten met de motor. Handig, want de dozen vol schriften en tekenblokken zijn best zwaar en we kunnen met de auto niet bij hun huis komen.
We slaan een drankje in eerste instantie af, Adi wacht ook nog ergens op ons. Maar als we allebei een paar keer op en neer gelopen zijn tussen auto en huis met wat spullen, is een glaasje koud water toch wel lekker.
Daarna gaan we toch echt weer naar Senggigi. Als we Adi bellen, klinkt het alsof hij op een gezellig feest is.
Blijkbaar had hij niet verwacht dat we nog zouden bellen. Hij verontschuldigt zich, hij zit ergens met vrienden wat te drinken en de vrienden zijn niet zo gezellig meer, zegt hij. Dat zal wel betekenen dat hij/zijn vrienden te veel hebben gedronken om ons nog netjes te woord te staan, of zo. Maakt niet uit, we hadden het ook niet zo laat willen maken vanavond, zijn ook een beetje uitgelopen. Dus spreken we af dat we het morgenavond nog wel een keer proberen, geen probleem.
We rijden terug naar Loco en beklimmen ‘onze’ berg de laatste keer vandaag. Daar drinken we nog een glaasje op de berugak, genieten nog even van de rust en de stilte en gaan dan heerlijk slapen!

 

 
15 maart

Vandaag wordt een Impian Anak projectdagje.
In de ochtend gaan we naar het behandelcentrum/schooltje van Stichting LombokCare.
Daar gaan we kijken hoe het met Fitri en Rahman gaat. En dat combineren we met een kraamvisite.
Een tijdje geleden hebben Apip en Mindie, die het centrum runnen, hun tweede kindje gekregen. Mindie heeft beloofd dat ze samen met baby Alesya ook naar het centrum in Sandik zal komen.
Daan gaat met ons mee, want, zegt ze, ze heeft Fitri en Rahman al veel te lang niet gezien!
Op weg naar Sandik worden we, wat eigenlijk nooit voorkomt, aangehouden bij een politiecontrole.
Het advies van de deskundigen luidt altijd dat je in geval van een controle niet moet laten merken dat je Indonesisch spreekt. Omdat de meeste politieagenten geen of nauwelijks Engels spreken, mag je dan meestal doorrijden.
Peter draait het raampje open, en voor we goed en wel begrijpen wat de politieagent zegt, geeft Daan vanaf de achterbank antwoord. Dan mogen we doorrijden.
Dat is handig!
Het blijkt dat de vraag was of we privé of zakelijk vervoer waren. Nou ja, op de bus staat met koeienletters Lombok Adventure Club, maar we zijn op een privé uitstapje. Dus toen Daan zei ‘privé’ zei, mochten we doorrijden. Wel jammer dat we niet te weten komen wat de reactie was geweest als we zakelijk vervoer waren…
We zijn al ruim voor 9 uur bij LombokCare. Daar treffen we een paar bekende gezichten en een paar nieuwe. Ook zijn er 3 stagiaires uit Nederland. Leuk! Altijd boeiend om van jongeren te horen hoe zij hun tijd in Lombok ervaren!
Als even later Apip, Mindie en Alesya aankomen, zijn Fitri en Rahman er nog niet. Het is een hele trip vanuit Kediri, misschien is het druk onderweg.
We kletsen gezellig bij met iedereen en maken ook kennis met een paar nieuwe medewerkers en medewerksters. En natuurlijk met heel veel vrolijke kinderen. Het is en blijft bijzonder om de kinderen hier te zien. Er komen kinderen met allerlei achtergronden.
Een deel van het centrum bestaat uit een SLB-school, een school voor bijzonder onderwijs.
Maar ook komen er kinderen voor therapie-behandelingen. Fitri en Rahman horen daar ook bij. Zij komen 2 keer per week en krijgen dan ongeveer een half uur therapie.
Vooral de kinderen die naar het schooltje komen hebben alle pret, ze lachen altijd. Het zijn kinderen die niet op het reguliere basisonderwijs terecht kunnen.
Het is heel mooi om te zien hoe hier alle kinderen geaccepteerd worden, hoe ze met elkaar omgaan en hoe ze allemaal zichzelf kunnen zijn.
Zeker als je bedenkt dat er in Lombok veel kinderen zijn die wegens een beperking thuis gehouden worden. Omdat de ouders zich voor de kinderen schamen, of simpelweg omdat ze niet weten dat er voor de kinderen mogelijkheden zijn om naar school te gaan of om hulp te krijgen.




Fitri en Rahman, voor, tijdens en na de therapie

Fitri en Rahman komen even later aan met het busje dat op kosten van Impian Anak 2 keer per week de kinderen hier naar toe brengt. De moeder van Fitri en een schoonzus van Rahman zijn erbij. Rahman heeft geen ouders meer en is dus afhankelijk van zijn oudere broers/zussen en hun partners om hier te komen. Dat is wel eens lastig. Omdat er vaak iemand anders met hem meekomt, loopt de communicatie tussen LombokCare en de familie van Rahman niet altijd even vlot. Het is de bedoeling dat de familie thuis ook oefeningen doet met Rahman. Soms is het opvolgen/controleren daarvan lastig omdat Rahman geen vaste begeleider heeft.
Fitri komt altijd samen met haar moeder.
Rahman is een vrolijk kind. Hij kan een beetje praten en kan zich een beetje voortbewegen. Hij oefent nu met lopen op de knieën.  Maar als hij snel wil zijn, laat hij zich vallen en rolt/kruipt/tijgert tot hij is waar hij wil zijn. Daarbij botst zijn hoofd geregeld met een flinke klap op de tegelvloer. Maar daar is hij blijkbaar aan gewend, want hij geeft geen kik.
Fitri is nog niet zover. Zij kan nog weinig, maar we hebben het idee dat ze wel vooruit gaat. Ze lijkt nu in elk geval ‘meer kind’ dan toen we haar een paar jaar geleden de eerste keer ontmoetten, ook kun je uit haar gezichtsuitdrukkingen beter opmaken hoe ze zich voelt. Maar ze heeft nog een lange weg te gaan.

Apip en Mindie zijn erg geïnteresseerd in mijn gipsen arm. Vooral in de mogelijke toepassingen van het 'afneembare gips' voor kinderen die bij hun in behandeling zijn. Van het gips is een soort 'brace op maat' gemaakt.
In principe is mijn hand/pols/arm gewoon ingegipst, maar later is het gips in de lengte opengesneden en zijn er klittebanden op gezet. Daardoor kan ik het gips zelf erafhalen en weer omdoen.
Heel handig met douchen bijvoorbeeld. Maar het zou ook ideaal zijn voor patientjes die een paar uur per dag in het gips moeten.
Voor kinderen die hier in behandeling zijn is het moeilijk om standaard braces te vinden.
Op maat laten maken wordt wel eens gedaan, maar dat gebeurt dan in Bali.
Iemand uit Bali komt de braces opmeten. Gaat terug naar Bali en een hele tijd later wordt de brace naar Lombok gestuurd. Dat is omslachtig, te duur om voor 1 kind te doen (in verband met de reiskosten) en kost veel tijd. Het is al eens voorgekomen dat een ‘nieuwe’ brace niet pastte, omdat het kind in de tussentijd te veel was gegroeid.
Een eenvoudiger te maken gipsen brace zou dan misschien een oplossing zijn. Misschien kunnen de therapeuten ze zelf wel maken. Veel materialen zijn er niet voor nodig. Mindie heeft wat foto’s gemaakt en we hopen dat ze er wat mee kunnen!

Als we na een paar uurtjes weer helemaal bijgekletst zijn en als Daan weer heel veel foto’s heeft gemaakt, nemen we afscheid en rijden we terug naar Loco.
Daar nemen we afscheid van Daan, verzamelen snel wat spullen en rijden weer terug naar Ampenan. Vanmiddag hebben we een zonne-energie-klus, en we moeten nog een accu kopen bij de toko accu.
De eigenaresse van het winkeltje herkent ons nog. Sinds afgelopen zomer heeft de winkel een metamorfose ondergaan. Hij lijkt heel veel groter, maar volgens mij is hij gewoon opgeruimd!
Vorig jaar stonden we hier nog tussen de stapels accus, onderdelen en grote bakken met water (koelwater, accuwater, accuzuur?). Zodra je de winkel binnenliep, gingen je ogen spontaan tranen en werd het ademhalen moeilijker.
Geen idee of dat door accuzuur kwam, maar gezond leek het me niet. Nu lijkt alles wat frisser. Gelukkig, want het duurt even voor de accu die we willen kopen is gevonden en gevuld. Natuurlijk gebeurt dat wel nog gewoon zonder beschermende kleding en zonder ventilatie/afzuiging ofzo… Tja, het blijft Lombok.


Toko accu, augustus 2015     -    Andi aan het werk       -       Fatan

Als we eindelijk weer in de auto zitten, besluiten we de lunch maar over te slaan. We hebben met Andi afgesproken om vanmiddag eerst het zonnepaneel bij het nieuwe huis van Opan en Ida in Peresak aan te sluiten. Bij de verhuizing is de installatie uit Kediri meegegaan en bij de verbouwing van het nieuwe huis is de bekabeling binnen huis al aangelegd, inclusief gewone inbouwschakelaars, en zijn ook de fittingen al opgehangen en aangesloten. Het zonnepaneel ligt al op het dak, maar de aansluiting van het paneel naar de accu, van de accu naar de controller en van de controller naar binnen, moet nog gemaakt worden.
Dat zou dus heel snel kunnen gaan, maar dat weet je maar nooit.
Daarna willen we nog een complete installatie aanleggen in het huis van de sponsorkinderen Rohida en Surya op het strand in Bintaro Jaya.
Andi staat ons al op te wachten en even later rijden we met zijn drieën naar Peresak. Ida verwacht ons al.
In januari toen Anique naar Lombok is geweest, hebben we haar een gereedschapstas met inhoud meegegeven voor Andi, de leerling elektriciën die het zonne-energie project voor Impian Anak begeleidt. Vorig jaar liep hij altijd rond met een klein gescheurd nylon tasje, waarvan ook nog eens de rits kapot was. Nu heeft hij dat tasje weer bij zich.
Als we vragen waar de nieuwe tas is, legt Andi uit dat die zo mooi was, dat hij die nu als schooltas gebruikt.
De nieuwe schroevendraaiers heeft hij wel bij zich, en ook de digitale multimeter, waarvan we een tijdje geleden hoorden dat hij er geen passende batterij voor had. Die hebben we inmiddels gekocht, en hij gaat in de auto de batterij in de meter plaatsen. Maar, zegt hij, de gewone multimeter doet het ook prima.

Bij Ida aangekomen gaat Andi direct aan het werk. Eerst het paneel aansluiten, dan op een balk bij het dak de accu plaatsen en aansluiten. De controller wordt opgehangen, alle kabels aangesloten. En dan wordt hoopvol de schakelaar omgezet. Helaas, niks, geen licht.
Tja, dan klopt er ergens iets niet. Maar waar???
Alles wordt nog eens nagelopen, van het paneel tot aan de plek waar de kabels onder het dak verdwijnen, het deel dat tijdens de verbouwing van het huis is aangelegd door een pak tukang.
Maar Andi kan geen probleem ontdekken. Dan maar de multimeter erbij en doormeten. Natuurlijk de gewone oude multimeter, maar daar komt ook geen oplossing uit.
Omdat het op hoogte en half op/half onder het dak niet handig werken is, helpt Peter Andi om stukje bij beetje aan te sluiten en op de grond te testen. Met de nieuwe digitale multimeter.
Als dan blijkt dat er echt geen probleem in het vandaag aangelegde deel zit, kan er maar één verklaring zijn voor de problemen. Dat bij de verbouwing ergens iets verkeerd is aangesloten.
Tja, daar kan Andi ook niks aan doen. Maar hij is al op zoek naar een plek om boven de plafonds, op de zolder te komen. Een zolder die niet in gebruik is, maar er is wel een plaat die los zit, zodat Andi met veel geklauter op de zolder kan komen. Daar loopt hij alle kabels na en blijkt er inderdaad een kabel niet goed te zitten. Nu werkt er al één lamp in de slaapkamer. Bij de andere lamp kan Andi onmogelijk komen. Er loopt een muur over de zolder, zonder opening naar de andere kant. De enige optie om op dat deel van de zolder te komen is door het dak, of door het plafond. Ida kan zich niet voorstellen dat dat echt zo is, en spoort Adi aan om toch nog eens goed rond te kijken, en toch nog eens te proberen erbij te komen. Maar ja, Andi kan niet dwars door muren heen… Als Andi dat Ida niet duidelijk kan maken, zeggen Peter en ik dat Andi maar naar beneden moet komen, en sturen we Ida de ladder op, zodat ze het zelf mag proberen. Ida is een handige tante met klussen, maar dat gaat haar toch te ver, en ze ziet in dat die andere lamp voorlopig dus niet aan de praat komt. Eerst zullen ze met pak tukang van de verbouwing moeten bekijken hoe ze dat het beste kunnen aanpakken.
Andi zit onder de spinnewebben, zweet zich rot en heeft zijn uiterste best gedaan, vinden wij.
Het is mooi geweest voor vandaag, en we besluiten de installatie bij Rohida en Surya door te schuiven naar een andere dag. Ida serveert een lekker koel drankje, wat lekkere hapjes en met zijn allen zoeken we de gereedschappen en spullen bij elkaar. Tot groot verdriet van Fatan, die de gereedschappen veel leuker vond dan zijn speelgoed.
Maar als mama Ida een grote teil water in de tuin zet en vult met water, is Fatan weer tevreden. Wat is er leuker dan lekker badderen en kliederen met water en zand?!
Andi, Peter en ik zijn ook wel aan een badje toe. Helaas passen we niet in de teil, zeker niet met zijn allen.
Dus stappen we maar weer in de auto, leveren Andi thuis af en lopen even naar het huis van Rosdiana in Ampenan. Daar geven we een cadeautje af van haar sponsors, familie Kivits.
Rosdiana straalt. En familie Kivits lacht ons al toe vanaf bijna elke muur in het kamertje. Alle foto’s van het gezin die we in de loop van de jaren hier hebben afgegeven, zijn opgehangen of neergezet. Zo leuk om te zien!
We maken nu ook kennis met de vader van Rosdiana, een heel vriendelijke man. Hij drukt ons op het hart om de sponsors te bedanken voor alle mooie spulletjes en voor alle hulp.  Dat zullen we zeker doen! Een paar foto’s van Rosdiana zijn terwijl we hier zitten al onderweg naar Venray, via Facebook, toch leuk zo’n snel internet in Lombok.



Als we op weg naar de auto bij Pak Umpuk langslopen, mogen we niet verder voor we daar wat hebben gedronken. De koffie en thee slaan we af, een glaasje koel water is ook prima.
Peter maakt nog een afspraak voor morgen, een dagje duiken met Pak Umpuk. De tijd begint te dringen en onze agenda loopt vol.
Als de vader van Sylvana en Hamid langsloopt en ons ziet, komt hij ook even gedag zeggen. En hij vraagt wanneer we weer bij hem een kopje thee komen drinken. Nou, vandaag niet, maar we proberen dat een dezer dagen nog te doen. Maar beloven doen we niets…
Dan gaan we toch echt weer naar Loco. Heerlijk afkoelen onder de douche, en daarna een uurtje relaxen op de berugak.

Om 8 uur vanavond hebben we afgesproken met Adi, bij La Chill.
We kunnen kiezen, met de auto of wandelen. We zijn een beetje lui en besluiten de auto te pakken.
Als we goed en wel aan tafel zitten, komt Adi er ook aan, en hij heeft Fahry meegebracht. Gezellig!
De heren hebben al gegeten, maar een drankje gaat er nog wel in. Peter en ik bestellen nog een lekkere risotto met vis.
Terwijl we daarop zitten te wachten, steekt Adi van wal. Hij heeft een arbeidscontract aangeboden gekregen, en nu zit hij flink in de stress. Hij weet niet goed wat hij ermee moet. Ondertekenen of niet.
Tja, dat ligt natuurlijk aan wat er in dat contract staat.
Adi heeft het al doorgelezen, maar is bang dat hij dingen over het hoofd ziet, en is überhaupt bang om iets te ondertekenen, om zich vast te leggen. Zijn baas begrijpt dat niet zo goed, en is op het moment ook in het buitenland, wat het allemaal een beetje lastig maakt.
Het contract is opgesteld in het Engels en in het Indonesisch, en Peter begint de Engelstalige versie door te lezen.
Vreemde dingen staan er niet in, hooguit een paar dingen die niet helemaal duidelijk zijn.
Dat zou Adi altijd nog even na kunnen vragen en eventueel aan kunnen laten passen.
Maar de keuze wel of niet ondertekenen, moet hij echt zelf nemen, daar kunnen wij niet in adviseren.
Vreemd, in Nederland zou iedereen blij zijn met een vast contract. Hier hebben we al vaker gemerkt dat mensen huiverig zijn om zich ergens aan te binden. Liever onzekerheid wat betreft inkomen, maar wel de vrijheid houden om zelf op elk gewenst moment op te stappen. En dan maar het risico erbij nemen dat je baas je ook op elk moment kan ontslaan.
Misschien leven de mensen hier te veel van dag tot dag. Heb je een dag flink verdiend, dan hoef je de dag erna niet zo nodig te werken. Onbegrijpelijk voor ons, maar ja, wij leven dan ook wel weer erg gestructureerd en volgens lang vastgelegde planningen.
Wat beter is? Ik weet het niet…
En Adi weet het ook nog niet. Hij is blij dat wij het contract hebben bekeken, dat het er allemaal ‘normaal’ uitziet. Maar of hij gaat ondertekenen, daar denkt hij nog even over na.
Wij drinken er met zijn vieren nog een paar glaasjes op en nemen dan afscheid.
Het wordt een latertje, maar dat maakt niet uit, we hebben toch vakantie :)
En morgen kan ik uitslapen. Peter niet, die gaat dan duiken.

 
16 maart

Ik kan uitslapen vandaag, jippie. Maar ik doe het toch maar niet, het is hier in de ochtend zo lekker om buiten te zitten!
Peter moet op tijd weg om te gaan duiken. We zijn dat vergeten van tevoren te melden in verband met het ontbijt. Dus pakt hij snel een cracker en wat fruit. Als hij zo nog honger heeft, dan komt hij onderweg of bij Lombok Dive nog wel wat eetbaars tegen.
Als Peter vertrekt, zien we Padjeri lopen, en Peter geeft door dat hij vandaag alleen een ontbijtje voor mij hoeft te maken.
Terwijl ik op mijn ontbijtje zit te wachten, komt de oude onderbuurvrouw weer water halen. Ze brabbelt er vrolijk op los, maar ik begrijp er helemaal niets van. Ik weet niet eens of ze het wel tegen mij heeft, of dat ze een gebed opzegt, zingt, of gewoon in zichzelf praat.
Alleen iets wat klinkt als ‘makasih’ met een grote glimlach als ze de laatste jerrycan gevuld heeft, begrijp ik.
Als Padjeri mijn ontbijtje komt brengen, vraagt hij of er niets aan de hand is, omdat ik helemaal alleen zit te ontbijten. Blijkbaar had hij niet goed begrepen dat Peter al vroeg weg moest.
Ik verzeker hem ervan dat er niets aan de hand is en dat Peter morgen weer gewoon mee-ontbijt.
Na het ontbijt ruim ik wat spullen op en ga dan even rustig schrijven. We doen hier af en toe zo veel, dat ik een dag later nauwelijks meer weet wat we allemaal gedaan hebben. Aan de hand van foto’s begint het meestal wel weer te dagen, maar er zijn ook dagen dat we minder foto’s maken. Dan moet ik toch wat aantekeningen maken om later een verslag te kunnen schrijven.
Ik doe het lekker rustig aan. Tijd zat, en het is vandaag weer veel te warm om je druk te maken.
Maar halverwege de ochtend ga ik toch maar op pad. Het is hier boven op de berg prachtig, ik heb alles wat ik nodig heb, maar heb toch het gevoel dat ik hier mijn tijd zit te verdoen.  
Dus maar eens een rondje gaan wandelen. Als ik de deur op slot doe, roept Edu van boven dat hij iets voor me heeft. Tja dan wacht ik even tot hij er is.  Hij brengt een groot glas sirsaksap.
Wat lekker! Nou, daar ga ik dan toch nog even heerlijk van genieten voor ik op stap ga.



links en onder de nieuwbouw van Graha hotel, rechtsboven nog een bouwplek

De wandeling naar/door Senggigi is redelijk voorspelbaar. In elk geval bloedheet. En met veel oponthoud. Je komt hier altijd wel iemand tegen die een praatje wil maken. En als ik alleen ben al helemaal. Mensen die alleen zijn zijn zielig, is hier de algemene opvatting. Even lekker alleen zijn, een momentje voor jezelf hebben, vinden wij ook wel fijn, maar dat begrijpt men hier absoluut niet.
Dus wordt me om de haverklap gevraagd waarom ik alleen ben, waar Peter is. Wanneer hij weer terug komt. Waar ik naar toe ga. Enzovoort. Heel goed bedoeld, heel vriendelijk, maar een wandeling gaat zo wel heel lang duren.
Eful, die ik in zijn kantoortje aan de doorgaande weg tref, wil ook nog even horen hoe Java was. En hoeveel schooltassen we precies nodig hebben voor Impian Anak. Ik beloof dat ik dat deze week doorgeef. Over 2 weken wil hij de tassen gaan bestellen. Opan, Ida en Daan mogen dan de verdere afhandeling met Eful regelen, want dan zijn wij weer in Nederland.
Eful, die hier grote delen van de dag zit, kan me ook vertellen wat het nieuwe bouwproject aan de rechterkant van Graha wordt. Een hotel van 7 verdiepingen hoog… Tjonge, Senggigi verandert echt in razend tempo. Een paar jaar geleden was alles nog klein, overzichtelijk, laagbouw. Nu schieten de grote gebouwen als paddestoelen uit de grond. Wat wel opvalt is dat dat voornamelijk aan de rand van Senggigi is, en buiten Senggigi. In het centrum verandert bar weinig, terwijl daar toch wel wat te verbeteren is. Het centrum van Senggigi heeft wel zijn charme (vinden wij), maar mooi is het niet.

Wat we ook merkwaardig vinden, is dat we niet echt het idee hebben dat het drukker wordt op Lombok. Toch moeten er meer toeristen komen, het aantal vluchten naar Lombok is de afgelopen jaren flink toegenomen en er varen veel fastboten vanuit Bali. En de nieuwe hotels zullen ook wel gevuld worden. Maar we komen niet heel veel toeristen tegen, zeker niet buiten het seizoen. Of ze blijven allemaal in hun hotels, of ze gaan naar andere plekken dan ons. Nou ja, kan ook allebei.  
Vandaag, tijdens de grote ronde door Senggigi, zie ik nauwelijks toeristen. Misschien ligt iedereen in het zwembad of in zee, ter afkoeling.
Ik ga maar een hapje eten bij de pas verbouwde en heropende Coco Loco. Geen idee eigenlijk of het nog zo heet. De sfeer vind ik niet bijzonder. Beetje kil. Het personeel is correct, maar niet hartelijk of vriendelijk.
De menukaart is erg uitgebreid, van italiaans tot indonesisch en nog veel meer. Maar de gado gado die ik bestel smaakt naar niets. Jammer…al zijn we natuurlijk erg verwend met de gado gado bij de kleine warungs.
Zoals gewoonlijk lopen er veel souvenirverkopers over het strand en over Pasar Seni, op zoek naar klandizie in de restaurantjes. Maar er zijn nauwelijks toeristen. Dus de toeristen die er dan zijn, krijgen alle aandacht.
Maar ze weten ook dat ik niet zo’n goede klant ben. Tenzij ze mooie zilveren sieraden hebben. Maar die zien we zelden meer op straat. Wel veel parels, T-shirts, dvd’s, schilderijen en eenvoudige armbandjes.
Ik vermoed dat de zilveren sieraden te duur zijn. Om een beetje te kunnen verkopen, moet je als verkoper toch een redelijke voorraad hebben. En dan nog zullen veel toeristen wantrouwig zijn om zoiets op straat te kopen. Misschien ook wel terecht.
Mijn favoriete zilververkoper, die ik overigens nog niet gezien heb deze vakantie, vertelde me vorig jaar dat hij 2 dozen verkoopwaar heeft, maar dat ik er maar één te zien kreeg. Die met de goede spullen, met degelijk zilver. De andere doos zat ook vol mooi blinkende spullen, ook zilver, maar dunner en kwalitatief veel minder. Die ringen zouden hooguit een jaar meegaan, terwijl ik gewend ben dat de ringen die ik bij hem koop jarenlang goed blijven. En omdat hij weet dat wij vaak terug komen, wil hij niet het risico lopen dat ik achteraf ga klagen over de kwaliteit. Nou ja, in elk geval wel eerlijk…


Mister Plores (een paar jaar geleden) en een van zijn beroemde batikkaarten

Maar er komt een andere verkoper aan, zonder zilver, Mister Plores met de batikkaarten.
Och, batikkaarten heb ik inmiddels meer dan hem. Maar er kunnen er altijd nog wel een paar bij. Ik zit nog prima en nodig hem uit voor een drankje. Na een eenzame lunch is dat wel zo gezellig.
De serveerster kijkt heel bedenkelijk, blijkbaar is ze niet gewend dat verkopers ook aanschuiven aan tafel. Nou, daar moet ze dan maar aan wennen…
Ik neem nog een watermeloensapje, Mister Plores kiest een Sprite. Want dat is heel gezond, zegt hij. Het helpt tegen een stroke. Dat heb ik nog nooit gehoord, en het lijkt me stug, maar ja.
Mister Plores is er heel zeker van. Elke dag een flesje Sprite en een wandeling over het strand, dan krijg je geen stroke. En als je een stroke hebt gehad, kun je daar weer van opknappen.
Veel mensen krijgen een stroke omdat ze te veel suiker eten en omdat er teveel chemicaliën in het eten zitten, vertelt hij verder. Ik zal maar niet vragen waardoor die Sprite altijd zo mierzoet is…
Mister Plores is helemaal op dreef, en vertelt me ook nog dat er soorten eten zijn die gezond zijn, maar alleen voor jongeren. Oudere mensen kunnen dat beter niet eten. Bijvoorbeeld garnalen. Zijn kinderen kunnen die rustig eten, maar hij, als oudere, kan dat beter niet doen.
Nu vrees ik dat hij nog wel wat jonger is dan mij, en ik ben gek op garnalen. Dus vraag ik maar voorzichtig vanaf welke leeftijd je geen garnalen meer moet eten. Nou, hij is 39, dan kan het echt niet meer. Oeps…ik zeg niks meer :)
Na die wijze lessen besluit ik maar weer een setje kaarten te kopen. Ik koop er 10, en krijg, zoals altijd, de 11e cadeau. We hebben een prima deal, al jarenlang. Geen prijsverhogingen, geen gezeur. En ik mag zelf de kaarten kiezen uit grote stapels. Nu ik er gemakkelijk bij zit, neem ik de tijd en blader alle stapels door. Al geloof ik dat er in de loop van de jaren weinig nieuwe motieven bij zijn gekomen.
Met een grote glimlach neemt hij even later afscheid. Mister Plores gaat op zoek gaat naar andere klanten en ik check even waar Peter zit. Nog onder water. Handig, zo’n volgsysteem op de telefoon, waarmee ik zijn locatie kan zien. Niet dat ik dat continu in de gaten hou, maar op duikdagen is het wel handig. En veilig…mocht hij afdrijven, niet door de boot opgepikt worden of wat dan ook, dan is zijn telefoon (die in een waterdicht doosje mee onder water kan) wel nog te traceren, zodra hij boven water is tenminste. Nu is de exacte locatie dus even niet te zien, maar de laatst gepeilde locatie was een half uurtje geleden, in het water ergens bij de gili’s. Dan zal hij nog wel een half uurtje onder water zitten.

Ik ga weer beginnen aan de terugtocht en kan kiezen, over het strand of over de weg. Ik kies voor de weg. Dan kan ik bij Taman twee lekkere donuts kopen voor als Peter weer terug is.
En bij Yunas nog een paar flessen water, ook altijd handig!
Als ik weer in ons huisje ben, ga ik maar eens douchen. Heerlijk, even geen last van de warmte hebben! Totdat ik de kraan uitzet en de hitte weer voel. Nou ja, dat verandert deze vakantie denk ik niet meer…het begint zelfs al een klein beetje te wennen. Wat zal dat straks in Nederland een overgang zijn. Daar is het nog niet zo warm.
Tegen het einde van de middag komt Peter terug. Na een hapje en een drankje gaat hij zijn duikspullen klaarmaken voor de opslag. Deze vakantie gaat hij niet meer duiken, dus mag de duikuitrusting goed uitgespoeld, gedroogd en opgeborgen worden tot eind juli.
We genieten vanavond weer van een prachtige zonsondergang, het blijft mooi!

Mohni komt in de avond nog even langs, met 2 dochtertjes. Hij is nieuwsgierig naar ons huisje hier. En hij komt wat lekkers brengen. Appels (heel exclusief fruit in Lombok), dadels en tamarinde.
Even later komt Edu ons nog een schaal heerlijk zoete en sappige watermeloen brengen. Wat een verwennerij vandaag, waar hebben we dat toch allemaal aan te danken?!
Als Mohni en de dametjes weer weg zijn, gaan we bedenken wat en waar we gaan eten. We vinden het moeilijk in Senggigi. Veel van de toeristische restaurantjes zijn niet echt bijzonder. Bij La Chill is het eten altijd wel lekker, maar moet je ook niet te vaak doen, en we willen eigenlijk iets echt lokaals eten. De kleine warungs serveren prima eten, voor weinig geld, maar daar blijf je niet gezellig een paar uur zitten.  Moeilijk moeilijk moeilijk.
We besluiten nog eens naar Bale Tajuk te gaan. Geen idee waarom, maar we zijn er al heel lang niet geweest.
We worden hartelijk ontvangen en krijgen een overheerlijke rendang te eten. Een bordje fruit na, en lekkere sapjes erbij. Nou, niks mis mee!!!
Als we uitgegeten zijn, is het een lekkere temperatuur om nog even te wandelen. Dus gaan we naar Asmara voor een kopje koffie en een ijsje. En natuurlijk ook om even te kijken hoe het met Daan en Nurul gaat. Daan zit weer in haar kassahokje. Nurul is druk met tafels afruimen. Wij genieten van het toetje en blijven nog even zitten, tot we in de gaten krijgen dat we de laatste klanten zijn. Nou, dan stappen we ook maar op en kan het personeel zo ook naar huis gaan.
We wandelen op ons gemak terug naar Loco en duiken daar ons bed in, uiteraard na de zoveelste douche van deze dag...

 


info@impian-anak.com - tel: +31 478 539091 - Bankrekening: NL77 KNAB 0205 9517 32 t.n.v. Stg. Impian Anak te Blitterswijck.             .